CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Coalitieakkoord 2026-2030 -Ruimte voor de toekomst-

Besluitvorming (raad) 17 juni 2026, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Coalitieakkoord 2026-2030 -Ruimte voor de toekomst-17.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimte voor de toekomst

Nu doorpakken voor een sterk en leefbaar Leeuwarden

Coalitieakkoord gemeente Leeuwarden 2026 - 2030

Inhoud Inhoud

2

Voorwoord

3

1. Onze koers voor de gemeente Leeuwarden

2

Voorwoord

4

2. Een samenleving voor iedereen 2.1 Grip op bestaanszekerheid en inkomen 2.2 Iedereen een eerlijke kans 2.3 Gezond samenleven als basis

8 10 11 12

3. Een toekomst­bestendige leefomgeving 3.1 Goed wonen in leefbare dorpen en wijken 3.2. Werken aan een duurzame en groene omgeving

16 17 20

4. Een innovatief, circulair en bruisend Leeuwarden 4.1. Economisch stevige basis 4.2. Marketing, recreatie en toerisme 4.3. Het belang van cultuur

24 25 27 27

5. Een veilige en weerbare samenleving

30

6. Een betrouwbare en herkenbare gemeente

34

Portefeuilleverdeling college 2026-2030

39

Bijlage I: De doelen voor 2030

41

Bijlage II: Financiën Bijlage III: Overzicht van wensen en aandachtspunten vanuit de gemeenteraad

43 50

De gemeente Leeuwarden is volop in ontwikkeling. Onze gemeente

groeit, verandert en speelt een steeds belangrijkere rol. Niet alleen in Fryslân en de regio, maar ook op (inter)nationaal niveau. Als hoofdstad van Fryslân en als gemeente met een open blik naar buiten, laten we zien waar we voor staan en waar we trots op zijn. Tegelijkertijd merken we dat de uitdagingen groter worden. De druk op wonen, zorg en voorzieningen neemt toe en inwoners ervaren vaker onzekerheid over hun dagelijks bestaan. Gemeenten krijgen steeds meer verantwoordelijkheden, terwijl tijd, mensen en middelen beperkt zijn. Met dit coalitieakkoord zetten we een volgende stap in de ontwikkeling van onze gemeente. We kijken vooruit, maar schuiven belangrijke keuzes niet voor ons uit. We doen wat vandaag nodig is én vergroten de mogelijkheden van morgen. De komende jaren richten we ons vooral op wat direct raakt aan het dagelijks leven van inwoners: leefbare wijken en dorpen waar mensen zich veilig voelen,

betaalbare en passende woningen én kansen om mee te doen. Als gemeente

willen we dicht bij de samenleving blijven staan, duidelijk communiceren en betrouwbaar zijn. We kiezen voor een aanpak waarin uitvoering, samenwerking en zichtbare resultaten centraal staan. Niet alles hoeft opnieuw bedacht te worden. Veel goede plannen liggen er al. Het is tijd om die plannen uit te voeren. Om nú door te pakken! En dat kunnen we niet alleen. Daarom zoeken we de samenwerking. Bijvoor­ beeld met inwoners, ondernemers,

verenigingen, maatschappelijke partners, de gemeenteraad en andere overheden. We nodigen iedereen uit om mee te denken én mee te doen. Samen zijn we verantwoordelijk en versterken we elkaar. Samen kunnen we verder bouwen aan een gemeente waar het nog beter wonen, werken en leven is. De Leeuwarder coalitiepartijen PRO, D66, VVD en CDA

3

1. Onze koers voor de gemeente Leeuwarden De komende bestuursperiode kiezen we voor een koers waarin brede welvaart centraal staat. De nadruk ligt niet alleen op economische groei, maar juist ook op wat het dagelijks leven van inwoners sterker, gezonder en toekomstbestendiger maakt. In een tijd waarin geld, ruimte en uitvoeringskracht onder druk staan, maken we duidelijke keuzes. We zetten in op woningen voor iedereen, meer bestaanszekerheid, sterke wijken en dorpen en een duurzame economie die past bij de kracht van Leeuwarden en de regio. We willen een gemeente zijn die dicht bij inwoners staat, helder communiceert en samenwerkt met inwoners, organisaties en partners. Dat vraagt om duidelijke afspraken, realistische verwachtingen en zicht­bare resultaten in stad en dorpen.

De gemeente Leeuwarden staat aan het begin van een nieuwe fase. Als groeiende hoofdstad van Fryslân worden de opgaven groter en complexer. Boven­dien zijn ze steeds meer met elkaar verweven. De afgelopen jaren zijn onze stad en dorpen gegroeid in inwoner­tal, stedelijke uitstraling en bestuurlijke verantwoordelijk­ heid. Met ruim 130.000 inwoners en een stevige centrum­functie in Fryslân staan we midden in grote maat­schappelijke opgaven: van woningbouw en energie­ transitie tot kansengelijkheid, gezondheid en veiligheid. Het gaat goed met de gemeente Leeuwarden. Inwoners zijn over het algemeen tevreden met hun leven en de sociale samenhang is groot. Tegelijkertijd hebben we te maken met structurele economische kwetsbaarheden, gezondheidsverschillen en zorgen over veiligheid en bestaans­zekerheid. In deze context kiezen wij voor een koers die ambitieus én realistisch is.

Heldere prioriteiten Onze prioriteiten zijn helder. We willen bouwen voor iedereen en de doorstroming op de woningmarkt vergroten, in stad en dorpen. Tegelijkertijd versterken we de sociale basis en zetten we in op preventie, zodat minder mensen vastlopen in armoede, schulden of zware zorg. We investeren in de economische kracht van de gemeente Leeuwarden, met water en bodem, kennis en cultuur als onderscheidende pijlers. We brengen onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke partners nauwer met elkaar in contact, zodat talent zich in onze gemeente kan ontwikkelen en voor de regio behouden blijft. De komende jaren pakken we de verduurzamingsopgave gericht en realistisch aan. We geven prioriteit aan

maatregelen die aantoonbaar effect hebben. We werken stap voor stap aan de energietransitie, aan de verdere ontwikkeling naar een circulaire gemeente en aan belang­rijke ontwikkelingen op het gebied van water en bodem. Veiligheid blijft een belangrijke voorwaarde. Daarom investeren we ook in een stevige aanpak van onder­mijning en overlast. We zetten in op het voor­ komen van problemen door eerder te signaleren en sneller samen te handelen. De samenwerking tussen gemeente, politie, zorg en maatschappelijke partners wordt verder versterkt. Bij het bepalen van onze prioriteiten houden we nadrukkelijk rekening met de financiële situatie van de gemeente. We maken gerichte keuzes in onze investeringen, verhogen waar nodig enkele belastingen en kijken kritisch naar onze uitgaven. Op deze manier werken we toe naar een sluitende begroting. Voor een gezonde financiële positie op de middellange- en lange termijn is voldoende financiering vanuit het Rijk nood­zakelijk. We verwachten van het Rijk dat zij de uit­ komsten van de Commissie Van Ark overneemt1. Tot daar duidelijkheid over is, zetten we in op een sterke lobby richting het Rijk voor een eerlijke financiering. Daar­mee krijgen we beter inzicht in welke middelen nodig zijn voor de jeugdzorg en waar ruimte ontstaat voor extra investeringen. 5 1

De bevindingen van de Commissie Van Ark zijn belangrijk voor de manier waarop gemeenten meer regie kunnen voeren en beter kunnen sturen binnen het sociaal domein, inclusief passende financiën. In 2025 heeft de commissie haar eerste advies uitgebracht. Het tweede advies wordt begin 2027 verwacht.

Brede welvaart als kompas De keuzes in dit akkoord beoordelen we niet alleen op financiële haalbaarheid, maar ook op hun bijdrage aan brede welvaart. Brede welvaart gaat over alles wat inwoners nodig hebben om prettig, gezond en veilig te kunnen leven, nu én in de toekomst. We kijken naar acht thema’s: subjectief welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu. De gemeente Leeuwarden werkt al meerdere jaren vanuit het perspectief van brede welvaart. Hiervoor is een eigen monitor ontwikkeld. Die geeft inzicht in de ontwikkelingen binnen deze thema’s en ondersteunt het maken en onderbouwen van beleidskeuzes. In de volgende hoofdstukken laten we per onderdeel zien hoe maatregelen bijdragen aan brede welvaart. Zo wordt in één oogopslag duidelijk hoe onze keuzes bijdragen aan een sociale en toekomstbestendige gemeente.

Van plannen naar zichtbare resultaten

6

De schaarste aan mensen, middelen en mogelijkheden en de druk op onze structurele financiën maken dat niet alles kan en zeker niet tegelijk. Daarom maken we bewuste keuzes in waar we onze inzet en middelen op richten. Zo kunnen we blijven investeren in de brede welvaart van onze inwoners. De komende jaren richten we ons minder op het maken van nieuwe plannen en maken we werk van uitvoering, met zichtbare resultaten voor inwoners. We bouwen voort op de stevige basis die er ligt en richten onze inzet op wat in de praktijk het verschil maakt in wijken, dorpen en de stad.

Bestuurscultuur Onze bestuurscultuur kenmerkt zich door samen­ werking, rolvastheid en wederzijds vertrouwen tussen raad, college, organisatie en partners. Dit vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid richting inwoners, samenleving en regio. We willen een gemeente zijn die betrouwbaar, duidelijk en benader­baar is en meer van buiten naar binnen werkt. We nemen initiatieven uit wijken en dorpen serieus, begeleiden deze goed en helpen waar dit mogelijk is te versnellen. Inwoners en organisaties willen we vroeg­tijdig betrekken bij plannen en keuzes die hun leef­omgeving raken, met heldere verwachtingen over wat wel en niet mogelijk is. Daarnaast willen we overlap in aanpak en regelingen verminderen, zowel binnen onze eigen organisatie als in het maatschappelijk veld. Waar nodig nemen we het initiatief om processen te stroom­lijnen, zodat middelen, subsidies en ondersteuning zo effectief mogelijk worden ingezet.

SYBRAND BUMA BURGEMEESTER PORTEFEUILLE: OPENBARE ORDE, VEILIGHEID, BRANDWEER & POLITIE EN COMMUNICATIE Samenwerken is nodig Alleen samen kunnen we richting geven aan de keuzes die nodig zijn voor de toekomst van onze gemeente. De opgaven waar we voor staan op het gebied van wonen, leefbaarheid, zorg, duurzaamheid en bestaanszekerheid raken de hele samenleving en vragen inzet van ons allemaal. Daarom zoeken we de samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers. Iedereen is nodig om onze wijken en dorpen sterk, leefbaar en toekomstbestendig te houden. Maar ook buiten onze gemeente nemen we onze verantwoordelijkheid. Als hoofdstad van Fryslân pakken we actief onze rol in lobby en samenwerking, in Den Haag, Brussel en in de regio.

‘Leeuwarden is een positieve en energieke gemeente. Het college biedt een ambitieus en herkenbaar programma dat dit wederom bevestigt. Leeuwarden is een levendige stad, omringd door 35 dorpen waar alle inwoners belangrijk zijn. Waar mensen de handen uit de mouwen steken. En waar mensen om elkaar geven! Dat maakt van Leeuwarden een trotse gemeente waar iedereen kan meedoen. Het is de uitdaging om hiervoor te blijven zorgen, op alle gebieden. Ik heb er vertrouwen in dat het college en de raad dat voor elkaar krijgen. Zij hebben een groot hart voor de gemeente en haar inwoners.’

Een goede samenwerking tussen raad, college en organisatie is een belangrijke voorwaarde om richting te geven aan beleid en te zorgen voor een goede uitvoering. Daarbij vinden we het belangrijk dat iedereen vanuit zijn eigen rol goed in positie wordt gebracht, met ruimte voor samenwerking, duidelijke verantwoordelijkheden en een raad die tijdig wordt betrokken bij grote keuzes.

7

Doet u mee? Dit akkoord vormt het kader voor de komende jaren. Het geeft richting aan de keuzes die we maken en aan de manier waarop we werken aan een sterke, sociale en duurzame gemeente. We kunnen niet alles tegelijk doen en niet iedere wens uitvoeren. Daarom maken we duidelijke keuzes, werken we transparant en nemen we verantwoordelijkheid voor de afwegingen die we maken. We beseffen ons dat we veel opgaven alleen samen met inwoners, organisaties en ondernemers kunnen oppakken. Zo bouwen we stap voor stap aan een gemeente waar het goed leven is. Voor de mensen van nu én voor de generaties die na ons komen.

‘Hoe chaotischer de wereld, hoe beter we het hier op orde willen hebben’

2. Een samenleving voor iedereen We willen dat inwoners meedoen aan de samenleving, zich kunnen ontwikkelen en waar nodig de ondersteuning krijgen die nodig is. Veel gaat goed in de gemeente Leeuwarden, maar tegelijkertijd hebben steeds meer inwoners moeite om rond te komen, gezond te blijven of mee te doen. Daarnaast hebben ook demografische ontwikkelingen, zoals de dubbele vergrijzing, gevolgen voor onze gemeente. Zorg en ondersteuning staan steeds meer onder druk.

Waar we kunnen, versterken we bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid. Ook investeren we in een sterke sociale basis in wijken en dorpen. We zetten extra in op preventie en organiseren ondersteuning dichter bij inwoners. Daarnaast verbeteren we de samenwerking tussen zorg, welzijn, participatie en onderwijs, zodat hulp makkelijker bereikbaar wordt en inwoners meer regie ervaren. In deze periode werken we gericht aan concrete doelen voor 2030, zoals het vergroten van participatie, het verminderen van armoede en gezondheidsverschillen en het verbeteren van kansen voor kinderen en jongeren om zich te ontwikkelen2. Zo bouwen we aan een sociale en leefbare gemeente waarin iedereen mee kan doen.

Regie en vernieuwing: naar een houdbaar sociaal domein De huidige inrichting van het sociaal domein knelt. Inwoners ervaren afstand tot het systeem, professionals lopen vast in regels en samenwerking tussen organisaties is niet altijd vanzelfsprekend. Boven­dien groeit de vraag naar zorg en ondersteuning, terwijl de beschik­bare middelen beperkt zijn. Om het stelsel houdbaar te houden, is het nodig om scherper te sturen op inhoud, kwaliteit en kosten. De komende periode nemen we als gemeente daarom nadrukkelijker regie op het totale netwerk van zorg en ondersteuning, zodat het beter aansluit bij het leven van inwoners, eenvoudiger werkt en toekomstbestendig blijft. We stellen prioriteiten, maken inzichtelijk wat we blijven doen en waarop we bijsturen en kijken sterker naar het gezamenlijke effect voor inwoners. Onder­ steuning moet aantoonbaar bijdragen aan het welzijn van inwoners. Wat onvoldoende werkt, bouwen we af.

Preventie en problemen vroegtijdig signaleren Drie samenhangende pijlers - bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven - geven richting aan onze keuzes. Basisvaardigheden, zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden, vormen daarbij een randvoorwaarde om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Preventie blijft een belangrijke rode draad. We zetten meer in op vroegsignalering, toegankelijke ondersteuning en de kracht van wijken, dorpen, gezinnen en netwerken.

2

In bijlage 1 staat een overzicht van de doelen voor 2030

Dat betekent ook dat we de toegang tot ondersteuning anders organiseren: integraal, dichtbij en met oog voor de thuissituatie, het gezin en de wijk of het dorp. Wijkteams krijgen hierin een grotere rol, met ruimte om vroeg te signaleren, samen te werken en passende ondersteuning te bieden. Dat vraagt om betere samenwerking - inclusief financiën binnen ketens - en oog voor de rol en expertise van onze partners. Bij de ontwikkeling, voorbereiding en evaluatie van beleid betrekken we waar mogelijk ervaringsdeskundigen. We trekken het eigenaarschap niet volledig naar ons toe, maar nemen wel de regie en zorgen voor duidelijke kaders, gezamenlijke doelen en meer samenhang. We maken duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en professionele ruimte. De leefwereld van inwoners staat daarbij centraal, niet het aanbod of het organisatie­belang. We kijken kritisch naar mogelijke overlap in kosten voor hetzelfde doel en bouwen deze af.

Betere en effectievere toegang tot jeugdhulp Ook bij de jeugd blijven we werken aan preventie. We willen voorkomen dat jongeren uitvallen of afhankelijk worden van zware jeugdhulp. Dus kijken we hoe we de toegang tot jeugdhulp beter en effectiever kunnen organiseren. Zo willen we voorkomen dat problemen onnodig verergeren en zware zorg nodig wordt. We vinden het belang­rijk dat jongeren zelf een stem krijgen in dit proces, dus betrekken we hen hier actief bij. We brengen de kosten voor preventie onder bij het totale budget voor jeugd­zorg. Daarbij zetten we vooral in op preventie en we zetten de (zware) jeugdzorgtrajecten alleen in als dit echt bijdraagt aan de toekomst van de jeugdige.

Een eigen koers, passend bij stad en dorpen De komende periode benutten we het aflopen van contracten en lopende trajecten om deze koers binnen het sociaal domein verder uit te werken en vast te leggen in nieuwe afspraken. De gemeente Leeuwarden maakt hierin eigen keuzes, passend bij onze stad en dorpen. Tegelijkertijd blijven we samenwerken in de regio en leveren we een actieve bijdrage aan landelijke ontwikkelingen in het sociaal domein. De bevindingen van de Commissie Van Ark geven richting aan de manier waarop gemeenten meer regie kunnen voeren en beter kunnen sturen binnen het sociaal domein. Voor een gezonde financiële positie op de middellange- en lange termijn is voldoende financiering vanuit het Rijk noodzakelijk. We verwachten van het Rijk dat zij de uitkomsten van de Commissie Van Ark overnemen. Tot daar duidelijkheid over is, zetten we in op een lobby richting het Rijk voor een eerlijke financiering.

9

verplichtingen. Waar inwoners zonder geldige reden niet meewerken aan begeleiding of trajecten, blijft hand­having onderdeel van onze aanpak. Zo houden we de ondersteuning eerlijk, duidelijk en gericht op ontwikkeling en participatie.

Een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf Ook investeren we in een toekomstbestendige sociale infrastructuur. Daarin hebben we fundamentele keuzes te maken. Denk hierbij aan keuzes voor doelgroepen en huisvesting. We kijken samen met regiogemeenten, Caparis en andere partners hoe we de komende periode tot een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf kunnen komen. Een sociaal ontwikkelbedrijf biedt inwoners niet alleen werk, maar ook ontwikkeling, begeleiding en perspectief. Daar hechten wij waarde aan.

2.2 Iedereen een eerlijke kans Veilig, gezond en kansrijk opgroeien

10

2.1 Grip op bestaanszekerheid en inkomen Armoede doorbreken en hulp bieden bij schulden We willen dat alle inwoners kunnen rondkomen en mee kunnen doen. Daarom richten we ons op het doorbreken van armoede die vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven, het vergroten van bestaanszekerheid en snelle, toegankelijke hulp bij financiële problemen. Ook blijven we inzetten op regelingen die deelname aan sport, cultuur en onderwijs mogelijk maken voor kinderen, jongeren en volwassenen. Zo zetten we de Meedoen­regeling en onze bijdrage aan stichting Leergeld voort. We blijven een vangnet bieden aan inwoners die moeilijk kunnen rondkomen, onder andere met vroegsignalering en schuldhulpverlening. In de komende bestuursperiode beoordelen we het armoede- en schuldhulpbeleid opnieuw, met extra aandacht voor schuldhulpverlening. Onder­steuning moet namelijk terechtkomen bij inwoners die deze het hardst nodig hebben. Daarom kijken we kritisch naar bestaande regelingen en naar de manier waarop we inwoners daarmee bereiken. Zorg­vuldige toegang en adequate toetsing blijven belangrijk, met oog voor menselijke maat en passende onder­steuning. Specifieke aandacht hebben we voor de toegankelijk­heid van de aanvullende zorgverzekering AV Frieso en de wijze waarop inwoners aan de voorkant worden bereikt, begeleid en ondersteund.

Een arbeidsmarkt met kansen voor iedereen Werk en meedoen zijn belangrijk voor bestaans­ zekerheid, eigenwaarde en sociale verbondenheid. Daarom is het uitgangspunt dat inwoners, naar vermogen, bijdragen via betaald werk. Wanneer dat niet mogelijk is, bieden andere vormen van inzet, zoals mantel­zorg of vrijwilligerswerk, ruimte om toch actief bij te dragen aan de samenleving. We blijven inzetten op uitstroom uit de bijstand en vinden dat werken moet lonen. Basisvaardigheden zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden zijn van groot belang om mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. We richten ons extra op jongeren, status­houders en gezinnen. We kiezen voor een brede arbeidsmarkt­benadering samen met werkgevers, onderwijs, de arbeidsmarktregio en het sociaal ontwikkel­bedrijf. Ook werkgevers vragen we om een actieve bijdrage. Zij spelen een belangrijke rol in het bieden van kansen en hebben belang bij een goed toe­ geruste beroepsbevolking. We stoppen met basisbanen in de huidige vorm. De beschikbare middelen zetten we gerichter in voor participatie, bijvoorbeeld voor start- en opstapbanen die inwoners helpen door te groeien naar regulier werk. Voor wie dat niet haalbaar is, blijft meedoen het uitgangspunt. Bijvoorbeeld via participatie in de eigen wijk of het dorp.

We verwachten ook iets van inwoners die ondersteuning ontvangen en blijven duidelijk sturen op re-integratie­

Kinderen en jongeren verdienen de kans om veilig, gezond en kansrijk op te groeien. De huidige Jeugd­ agenda 2024–2028 geven we een vervolg. Daarnaast willen we problemen vroeg signaleren en ondersteuning dichtbij organiseren, bijvoorbeeld via scholen, jongeren­ werk, huisartsen en wijkteams. Preventie blijft daarbij het uitgangspunt. Programma’s zoals School als Vindplaats, Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG), de inzet van praktijkondersteuners huis­artsen (POH), jongerenwerk en ondersteuning via scholen blijven daarin belangrijk. Ook investeren we in mentale gezondheid, weerbaarheid en gezond opgroeien. Door problemen eerder te signaleren, voor­ komen we dat jongeren onnodig in zwaardere vormen van zorg terechtkomen. We hebben specifiek aandacht voor de digitale leefwereld van jongeren. We vergroten hun digitale weerbaarheid, zodat jongeren beter leren omgaan met social media, online druk en de invloed van anderen. Door hier vroegtijdig op in te zetten, verkleinen we de risico’s op online dreiging en uitbuiting.

Investeren in scholen en kinderopvang Goed onderwijs en toegankelijke kinderopvang zijn essentieel voor kansengelijkheid. We blijven daarom investeren in sterke scholen en inclusief onderwijs. We zetten de succesvolle samenwerking tussen onderwijs, wijk­teams en jeugdhulp voort. Ondersteuning op en rond scholen helpt om problemen eerder te signaleren en kinderen sneller passende hulp te bieden. Ook blijven we investeren in voor- en vroegschoolse educatie en het tegengaan van zowel onderwijsachterstanden als vroeg­tijdig schoolverlaten.

Daarnaast erkennen wij het grote belang van de biblio­theek als partner in het versterken van basis­ vaardigheden in onze gemeente. De bibliotheek speelt een belangrijke rol in het tegengaan van (digitale) laag­ geletterd­heid voor inwoners van alle leeftijden, in zowel de stad als de dorpen. We blijven inzetten op brede, laagdrempelige ondersteuning. Daarbij ligt de focus op taalvaardigheid, digitale vaardigheden en zelfredzaam­ heid. Dit doen we binnen de bestaande trajecten en in nauwe samenwerking met onderwijs, maatschappelijke organisaties en andere partners.

Passende onderwijshuisvesting in wijken en dorpen De komende jaren werken we verder aan toekomst­ bestendige onderwijshuisvesting. We hebben aandacht voor de behoeften in groeiende wijken, maar ook voor de druk op scholen in kleinere dorpen. In 2025 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025 – 2050 vast­gesteld, inclusief een vierjarige uitvoeringsagenda. Voor de eerste tranche van dit plan is voldoende geld beschik­baar tot 2030. Daarmee kunnen de geplande investeringen in deze bestuursperiode worden uitgevoerd. Ook na deze bestuursperiode zijn grote investeringen nodig in onderwijsvoorzieningen en huisvesting. We doen actief een beroep op het Rijk om te komen tot een passende bijdrage, omdat de huidige middelen van­ uit het Rijk onvoldoende aansluiten bij de opgave waar gemeenten voor staan. De komende periode gebruiken we om samen met onderwijsinstellingen, school­ besturen en andere partners keuzes voor te bereiden en komen we met een toekomstgerichte aanpak.

Opvangen van vluchtelingen volgens afspraken in Fryslân De komende jaren blijven we invulling geven aan onze wettelijke taken op het gebied van asielopvang, opvang van Oekraïners en huisvesting van statushouders. Daarbij houden we ons aan de afspraken die voort­ vloeien uit de Spreidingswet. Voor de opvang van Oekraïners houden we ons aan de normafspraken die binnen Fryslân zijn gemaakt. Deze afspraken zijn voor ons de lei­draad voor de aantallen die wij binnen onze gemeente opvangen. Een eventuele noodopvanglocatie is alleen aan de orde wanneer deze duurzaam bijdraagt aan de opgaven vanuit de Spreidingswet of de Friese norm.

Kansrijke start voor inburgeraars Wij vinden het belangrijk dat inburgeraars zo snel mogelijk naar vermogen meedoen in de samenleving.

11

Het leren van de taal, participatie en (toeleiding naar) werk zijn voorwaarden om bij te dragen aan de samen­ leving en een goede start te maken. We onder­steunen inburgeraars hierbij, bijvoorbeeld via start­banen. Richting het Rijk blijven we ons inzetten voor voldoende financiële ondersteuning, zodat de basis op orde blijft en wij deze taak kunnen blijven uitvoeren.

Gerichte aanpak in Leeuwarden Oost In Leeuwarden Oost hebben inwoners vaker te maken met armoede, gezondheidsproblemen en onveiligheid. Daarom werken we samen met inwoners en partners aan een sterk en leefbaar gebied. Met een aanpak voor de lange termijn zorgen we stap voor stap voor betere kansen en een veilige en gezonde omgeving. We trekken samen op met bewoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers, overheden en het Rijk als belangrijke investeerder3. Er zijn al belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld bij schulden, ontwikkeling van kinderen, veiligheid en woningen, maar we zijn er nog niet. Deze coalitie blijft investeren in de leefbaarheid van Leeuwarden Oost. We gaan door met het programma en hebben specifieke aandacht voor het gebied de Vlietzone.

12

De komende jaren richten we ons vooral op uitvoering en zichtbare resultaten. Preventie staat centraal, bijvoorbeeld via de Friese aanpak Samen Gezond en het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). We investeren in een gezonde leefstijl, mentale gezondheid, vaccinaties, bewegen en het verkleinen van gezondheids­verschillen tussen wijken en dorpen. Extra aandacht gaat uit naar jongeren en mentale weerbaarheid.

welke opgaven binnen de bestaande budgetten kunnen worden uitgevoerd en waar extra middelen nodig zijn. Daarnaast versterken we de aanpak van zorgfraude en ondermijning. We toetsen zorgaanbieders strenger en zetten vaker Bibob-toetsen in om misbruik van zorggeld tegen te gaan.

Verder blijven we inzetten op goede samenwerking tussen zorg en welzijn. Inwoners moeten snel passende ondersteuning kunnen vinden, zonder onnodige drempels of ingewikkelde loketten. We hebben nadrukkelijk aandacht voor de continuïteit van huisartsen­zorg, mantelzorg en eerstelijnszorg.

Een sterke sociale basis helpt mensen om mee te doen, elkaar te ontmoeten en problemen te voorkomen. Het gaat daarbij om de kracht van wijken en dorpen: plekken waar inwoners elkaar kennen, naar elkaar om­kijken en samen initiatieven nemen. Daarom investeren we in leefbare wijken, buurten en dorpen, vrijwilligers­werk, mantelzorg en bewonersinitiatieven. Zoals netwerk­ centrum De Klomp met een belangrijke functie in de wijk, waarvoor we structureel geld hebben vrijgemaakt.

Ondersteuning toegankelijk en betaalbaar houden

De komende jaren ligt de focus meer op uitvoering, het realiseren van tastbare resultaten en verankeren wat goed werkt. Succesvolle aanpakken kopiëren we naar andere wijken en dorpen. We vragen meer inzet en geld van partners en ondernemers en maken beter duidelijk hoeveel geld nodig is en waar we het aan besteden.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) helpt inwoners die tijdelijk of langer ondersteuning nodig hebben om zelfstandig te wonen en mee te doen in de samenleving. Door vergrijzing, een groeiende zorgvraag en personeelstekorten staat de uitvoerbaarheid (van de zorg) onder druk. Daarom maken we de komende periode keuzes over de inrichting van de Wmo vanaf 1 januari 2029. Toegankelijke, betaalbare ondersteuning dicht bij inwoners blijft het uitgangspunt. Inwoners houden de ruimte om zelf keuzes te maken in de manier waarop zij ondersteuning organiseren, onder andere via het persoonsgebonden budget (pgb).

2.3 Gezond samenleven als basis

De krachten bundelen rond zorg en veiligheid

Van zorg naar gezondheid

Voor inwoners met complexe problemen is goede samenwerking tussen Wmo, zorg en veiligheid belang­ rijk. Veel problemen raken namelijk zowel zorg als veilig­heid. Denk aan huiselijk geweld, alcohol- en drugs­ problemen, (digitaal) pesten, personen met onbegrepen gedrag, straat­intimidatie, sociale overlast en passende woon­vormen voor kwetsbare inwoners.

De groeiende zorgvraag en dubbele vergrijzing vragen om een beweging van zorg naar gezondheid, waarin preventie en veerkrachtige inwoners centraal staan. Gezondheid is meer dan zorg alleen. Het gaat ook over wonen, bewegen, ontmoeten, onderwijs en een gezonde leefomgeving. Daarom verbinden we gezond­heid nadrukkelijker met deze beleidsterreinen. Daarnaast kijken we breder naar gezondheid met aandacht voor wat voor inwoners belangrijk is om hun leven te leiden, mee te doen en zich veerkrachtig te voelen. We maken maximaal gebruik van landelijke middelen, maar blijven kritisch op overlegstructuren en bureau­cratie. De nadruk ligt op wat inwoners daad­ werkelijk merken in hun dagelijks leven.

3

Het Programma Leeuwarden Oost is onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, een landelijke wijkaanpak gericht op zestien kwetsbare gebieden.

De komende jaren kiezen we voor uitvoering in plaats van nieuwe of extra plannen. We hebben een uitvoerings­agenda met duidelijke prioriteiten. Onder­ werpen zoals straatintimidatie, huiselijk geweld, personen met onbegrepen gedrag en onconventioneel wonen krijgen daarin een duidelijke plek. Om resultaten te boeken, zorgen we voor betere samenwerking tussen partners, heldere verantwoordelijkheden en meer uitvoerings­kracht. We verbeteren de samenwerking tussen ondersteuning, wonen en veiligheid. Daarbij richten we ons op vroeg­ signalering, het voorkomen van escalatie en het sneller bieden van passende hulp en begeleiding. We kijken

Versterken van de sociale basis

De komende jaren gaan we nog meer samenwerken met wijk-, buurt- en dorpsorganisaties en bouwen we verder op de kennis en ervaring die al aanwezig is binnen gebiedsgericht werken. Ook geven we ruimte aan initiatieven van onderop en stimuleren we inwoners om zelf bij te dragen aan hun leefomgeving, onder andere via het Mienskipsfonds. Zo versterken we de netwerken in buurten en dorpen en zorgen we ervoor dat signalen vroeg worden opgepakt en ondersteuning dichtbij georganiseerd kan worden.

We willen beschikbare middelen slimmer inzetten en beter laten aansluiten op wat inwoners en initiatieven nodig hebben. Tegelijkertijd kijken we kritisch naar mogelijke overlap in subsidiestromen, de samenhang tussen regelingen en de effectiviteit van bestaande fondsen en budgetten, zoals het Mienskipsfonds, wijk-, buurt- en dorpsbudgetten en eventuele uitvoerings­ budgetten voor bewonersinitiatieven. Wel kijken we naar het gebruik van deze regelingen, zodat ondersteuning terechtkomt waar die nodig is. Jongerenparticipatie en betrokkenheid van inwoners blijven belangrijke uitgangs­punten. We behouden de OZB-compensatie voor wijk-, buurt- en dorpshuizen.

Een gemeente voor iedereen Inwoners moeten zich thuis voelen en mee kunnen doen, ongeacht achtergrond, leeftijd of beperking. We staan voor een inclusieve gemeente waarin geen plaats is voor discriminatie, intimidatie of geweld, dus ook niet tegen de LHBTIQA+-gemeenschap of andere minderheden4. Daarom blijven we werken vanuit de Inclusie Agenda Leeuwarden 2020–2028, in lijn met het VN-verdrag Handicap. Samen met ervarings­

4

LHBTIQA+ is een verzamelterm voor lesbische, homo­ seksuele, biseksuele, transgender, intersekse, queer en aseksuele personen.

13

deskundigen werken we via meerjarige uitvoerings­ agenda’s en de Taskforce Toegankelijkheid 2018–2028 aan een gemeente die inclusiever en beter toegankelijk is voor iedereen. Discriminatie en uitsluiting gaan we tegen en we blijven ruimte bieden aan activiteiten en herdenkingen die zorgen voor bewust­wording, verbinding en ontmoeting. Zo zijn wij voor­stander van het initiatief van een provinciale viering van Keti Koti en ondersteunen de komst hiervan.

Investeren in sport en bewegen Sport en bewegen dragen bij aan gezondheid, ontmoeting en leefbaarheid. Daarom blijven we investeren in sportvoorzieningen, verenigingen en een omgeving die uitnodigt om te bewegen. Hiervoor zetten we bestaande middelen zo efficiënt mogelijk in. Zo zetten we buurtsportcoaches en beweegcoaches in op diverse plekken in onze gemeente en zoeken we de verbinding met het onderwijs, zorg en welzijn. Hiermee verbeteren we de gezondheid van inwoners, stimuleren we ontmoeting en vergroten we de sociale samenhang in wijken en dorpen.

De komende jaren blijven investeringen nodig om sport­ voorzieningen toegankelijk en toekomstbestendig te houden. Omdat de financiële en ruimtelijke opgaven groot zijn, maken we duidelijke keuzes, in lijn met het huidige beleidskader Sport en Bewegen 2025-2035. We geven prioriteit aan sportvoorzieningen voor onderwijs en breedte­sport. We maken werk van de eerste fase van sport­park Middelsee, waar we een sporthal realiseren en de verhuizing van FVC mogelijk maken. Vooruit­ lopend op deze verhuizing wordt een extra kunstgras­ veld in Wiarda aangelegd. Daarnaast bouwen wij extra kleed­kamers bij bestaande sportvelden in Nijlân voor de buitensport. Andere onderdelen voeren we later en in fases uit, afhankelijk van de beschikbare middelen. Ook blijven we sportverenigingen ondersteunen in hun maatschappelijke rol. We denken mee over accommo­ daties en toekomstbestendige voorzieningen, sport­ parken en verenigingen. Bijvoorbeeld door samen­ werking te stimuleren en passende (verenigings) onder­steuning te bieden, zoals de inzet van sportpark­ managers. Voor de gemeentelijke zwembaden maken we een toekomststrategie, met aandacht voor verduur­ zaming, renovatie en/of (ver)nieuwbouw binnen haal­ bare financiële kaders. Deze wordt voor de MidTerm­ Review opgeleverd.

HEIN KUIKEN WETHOUDER NAMENS PRO PORTEFEUILLE: SOCIAAL DOMEIN, BESTAANSZEKERHEID EN FINANCIËN ‘De gemeente Leeuwarden is en blijft een sociale gemeente. Hier zijn we er voor elkaar, juist als het even niet goed gaat. We ondersteunen inwoners die moeite hebben om rond te komen. Als gemeente moeten we ons uiterste best doen om de bestaanszekerheid van alle inwoners een impuls te geven. Zodat iedereen kan meedoen, ongeacht de dikte van je portemonnee. Dat is mijn persoonlijke missie! Ik kijk ernaar uit om hier samen met collega’s mooie stappen in te zetten. Er ligt een sterk sociaal beleid, waar we op voortbouwen. Daarnaast moeten we als gemeente financieel gezond zijn én blijven. Zodat de basis solide is voor alle generaties die na ons komen.’ 15

14

Bijdrage aan brede welvaart Milieu

Welzijn

Veiligheid BREDE WELVAART Samenleving Wonen

Materiële welvaart

Gezondheid Arbeid & vrije tijd

Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven, nu en in de toekomst. Het biedt een kader om beleid te beoordelen op de effecten voor mens, milieu en economie. De maatregelen op het gebied van samenleving hebben direct invloed op de brede welvaart, vooral op de thema’s materiële welvaart, arbeid & vrije tijd, samenleving, welzijn en gezondheid (donkerrood weer­gegeven). Het gaat dan onder andere over de mate waarin inwoners rond kunnen komen en lichamelijke gezondheid, maar ook over werkloosheid en onderling vertrouwen. Daarnaast is er een indirecte relatie met de thema’s veiligheid en wonen (lichtrood weer­ gegeven). Actuele data en cijfers zijn te vinden in de Brede Welvaartsmonitor.

‘In deze gemeente zijn we er voor elkaar’

3. Een toekomst­ bestendige leefomgeving We willen dat iedereen kan wonen in een passende woning, in een leefbare omgeving waar ruimte is om elkaar te ontmoeten. Tegelijkertijd staat de beschik­ bare ruimte onder druk. Woning­bouw, mobiliteit, economie, de energietransitie, klimaat en natuur vragen allemaal om ruimte. Niet alles kan tegelijk. Daarom maken we duidelijke keuzes en bepalen we wat prioriteit krijgt. We nemen de regie, houden overzicht en sturen op kwaliteit en toekomst­bestendige oplossingen.

De komende jaren versnellen we de woningbouw en benutten we de bestaande woningvoorraad beter. Daarnaast investeren we in slimme en ruimte­ besparende mobiliteit en verbeteren we de leefbaar­ heid. We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak, zodat opgaven op het gebied van wonen, klimaat, energie, economie en groen elkaar versterken. In deze periode werken we gericht aan concrete doelen voor 2030, zoals meer woningen, het vergroten van biodiversiteit, het verduurzamen van gebouwen en het verbeteren én klimaatbestendig maken van de leef­ omgeving5. Zo bouwen we stap voor stap aan sterke en aantrekkelijke wijken en dorpen.

3.1 Goed wonen in leefbare dorpen en wijken Werken aan een woning voor iedereen Een woning is belangrijk voor een gezond en gelukkig leven. Daarom maken we ons hard voor een woning­ markt die voor iedereen toegankelijk is. Tegelijkertijd is de vraag naar woningen groter dan het aanbod. Veel mensen vinden moeilijk een betaalbare woning die bij hen past. We zetten daarom stevig in op het versnellen van de woningbouwproductie en bouwen de komende jaren ongeveer 1.000 woningen per jaar. Daarbij zijn we wel afhankelijk van de beschikbare ruimte en infra­ structuur. We zorgen voor verschillende soorten woningen en stimuleren dat mensen doorstromen naar een woning die beter bij hun situatie past. Ons uitgangspunt is dat er voldoende en passende woningen zijn voor iedereen. Zo maken we woonvormen mogelijk waar wonen, zorg en ontmoeting samenkomen, zodat ouderen makkelijker kunnen verhuizen. Ook starters willen we helpen, maar we hebben daarvoor beperkte financiële ruimte. Daarom trekken we samen met het Rijk en andere partners op om deze groep beter te onder­steunen, bijvoorbeeld door op termijn een starters­lening te realiseren. Voor de komende periode is budget beschikbaar voor realisatie van alternatieve woonvormen.

Benutten van bestaand bebouwd gebied We bouwen zoveel mogelijk binnen de bestaande stad en dorpen. Uitbreiding buiten bestaand gebied doen we alleen als dat nodig en verantwoord is, zoals in Stiens en de nieuwbouwwijken De Zuidlanden en Middel­see. De

belang­rijkste woningbouwgebieden voor de komende jaren zijn Spoordok, Tesselschadestraat-WTC, Nieuw Oud-Oost, Middelsee/De Werp en het Halbertsma­ terrein Grou. Nieuwbouw alleen is niet genoeg. Daarom willen we bestaande woningen en leegstaande gebouwen beter benutten. Bijvoorbeeld door woningen te splitsen, gebouwen te verhogen, functies te veranderen of leeg­ stand tegen te gaan. We gebruiken deze mogelijkheden waar ze helpen en maken steeds een zorgvuldige afweging, waarbij leefbaarheid en stedenbouwkundige kwaliteit belangrijke afwegingskaders zijn.

Samen werken aan het Fries Stedelijk Netwerk Met Provincie Fryslân en de gemeenten Smallingerland, Heerenveen en Súdwest-Fryslân werken we aan een verstedelijkingsstrategie voor het Fries Stedelijk Netwerk. Verstedelijking is nodig om het draagvlak voor voorzieningen te vergroten, de innovatiekracht te vergroten en te voorzien in voldoende woningen. Deze verstedelijkingstrategie leidt tot een uitvoerings- en investerings­agenda die we gebruiken in onze lobby­ gesprekken met het Rijk. Een belangrijke randvoorwaarde voor het functioneren van het Fries Stedelijk Netwerk is het verbeteren van de bereikbaarheid tussen deze kernen en het stedelijk netwerk in de rest van Nederland. Daarom werken we aan een nieuw treinstation (Leeuwarden–Middelsee), doen we diverse investeringen in onze spoorzone en maken we ons sterk voor de realisatie van de Lelylijn.

Voldoende betaalbare woningen We zorgen voor een goede balans in de woningvoorraad, met de 30/40/30-norm als vertrekpunt6. Dat doen we samen met woningbouwcorporaties en het Rijk. Rijkssubsidies worden voor een belangrijk deel ingezet om het aandeel sociale huur te vergroten. Ook zetten we eigen instrumenten in, zoals het vereveningsfonds om het bouwen van sociale huurwoningen te stimuleren. Daarnaast kijken we waar we de bouw kunnen versnellen, bijvoorbeeld in het gebied De Werp, in de Boksumer­hoeke en in een aantal dorpen. In de prestatieafspraken met woningcorporaties zetten we nadrukkelijk in op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. We maken afspraken over

6 5

In bijlage 1 staat een overzicht van de doelen voor 2030.

Dat betekent dat een nieuwbouwplan bestaat uit 30% sociale huur, 40% betaalbare koopwoningen of middenhuur en 30% duurdere koopwoningen of vrije sector huur.

17

inkomens­afhankelijke toewijzing en huurprijzen, om scheef­wonen tegen te gaan. Corporaties controleren hier actief op, zodat sociale huurwoningen terecht­ komen bij de mensen die deze het hardst nodig hebben. We verbeteren de leefbaarheid door de woningmarkt beter te reguleren. Misstanden in de particuliere verhuur pakken we aan, bijvoorbeeld met de inzet van de panden­brigade. Tegelijkertijd zien we dat het opkopen van woningen is afgenomen en dat de huurmarkt, vooral in het middensegment, onder druk staat. Daarom stoppen we, in lijn met landelijke ontwikkelingen, met het opkoopverbod om meer ruimte op de woningmarkt te creëren. In de komende periode bekijken we welke aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals het mogelijk invoeren van een verhuurdersvergunning.

Strategische investeringsagenda

18

De afgelopen jaren hebben we met gerichte investeringen mooie resultaten bereikt, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en mobiliteit, investeringen in campussen en de herinrichting van de binnenstad. We willen daarom doorgaan met strategische investeringen die de woningbouw versnellen, de leefbaarheid verbeteren en de kenniseconomie aanjagen. Tegelijker­ tijd zien we dat investeringen nog te vaak los van elkaar plaatsvinden. Ook kunnen we scherper prioriteren, zodat investeringen elkaar versterken. Daarom gaan we werken met een strategische investeringsagenda. Eerst bepalen we wat nodig is en wat prioriteit heeft. We zetten in op subsidies en cofinanciering om kosten niet alleen te dragen en meer mogelijk te maken. We maken onderscheid tussen noodzakelijke en wenselijke investeringen. We denken nu aan ontwikkelgebieden zoals de Weaze, Prinsentuin, Vlietzone, Nijehove, de oostkant van de binnenstad (omgeving Tweebaksmarkt en Korfmakersstraat), Spoorzone/Spoordok, Cambuur­ plein, Groene Ster, De Werp en Grou. De definitieve keuzes maken we samen met partners en de gemeenteraad.

Ruimte voor leefbare wijken en dorpen We werken de komende jaren verder aan wijken, buurten en dorpen. We bouwen woningen én we vergroten de leefbaar­heid. Dat vereist niet alleen voldoende ruimte voor groen, maar ook voor ontmoeting en voor voorzieningen, bijvoorbeeld door ruimte te maken voor spelen en bewegen, zorg en onderwijs. Voorzieningen zijn namelijk cruciaal voor de gezondheid en het welzijn van inwoners en de onderlinge verbondenheid in de buurt. Samen met inwoners zorgen we voor een omgeving waar mensen zich thuis voelen. En waar ruimte is voor

initiatief en ontmoeting. We zien dat inwoners zelf veel doen. Die kracht willen we behouden en vergroten. Plannen moeten daarom zo veel mogelijk uit de buurt zelf komen, maar als gemeente pakken we ook een actieve rol. Wij helpen, verbinden en maken mogelijk. We sturen meer op woningbouw in dorpen. Dit kan ook betekenen dat we als gemeente, net als in de stad, zelf grond verwerven. We letten op praktische zaken zoals parkeren en zorgen dat het beheer en onderhoud van de openbare ruimte goed op orde is, zowel in de stad als in het buitengebied. We kijken kritisch naar de kosten hiervan. Er wordt bespaard op de middelen die beschik­baar zijn voor het afhandelen van meldingen in de openbare ruimte. Daarbij accepteren we dat de afhandeltijd van meldingen in de openbare ruimte kan toenemen. In de komende periode ronden we de visie op maat­ schappelijk vastgoed af. Zo kunnen we beter bepalen welke voorziening er komen en hoe we ze gebruiken. Wij maken het multifunctionele centrum (MFC) in Wirdum mogelijk op basis van plannen uit het dorp. Wij ondersteunen en dragen financieel bij aan een MFC in Grou, onder de voorwaarden dat er voldoende draagvlak is in de omgeving en dat realisatie binnen een redelijke termijn kan plaatsvinden.

Afgewogen mobiliteitskeuzes maken Mobiliteit is geen doel op zich, maar een voorwaarde voor goed wonen, werken en leven. Tegelijkertijd hebben mobiliteitskeuzes gevolgen voor het ruimtebeslag en de leefkwaliteit in een gebied. Daarom bekijken we mobiliteit altijd in samenhang met woningbouw en gebiedsontwikkeling. Steeds zoeken we een goede balans tussen bereikbaarheid, duurzaamheid, veiligheid en leefkwaliteit en kijken we kritisch naar de fasering (wat moet nu, wat kan later). Het bestaande mobiliteitsbeleid blijft ons uitgangspunt, maar we leggen een aantal nieuwe accenten. We kijken wat goed werkt en waar we moeten bijsturen. Daarbij letten we ook op gedrag in het verkeer en hand­having. Extra aandacht geven we aan de veiligheid en inrichting van sharedspace-gebieden, waarbij we in ieder geval kritisch kijken naar de inrichting van het Blokhuis­ plein. Daarnaast onderzoeken we of een maximum­ snelheid van 70 km/u op de Overijsselselaan mogelijk is. Ook wordt in deze periode de knip bij de Stations­weg gerealiseerd, zodat de verkeersveiligheid, de leef­ kwaliteit in de aangrenzende gebieden en de door­ stroming van het openbaar vervoer worden verbeterd. We voeren in deze periode geen emissievrije zones in. Wel werken we aan voorwaarden voor duurzame mobiliteit en schonere lucht, zoals laadinfrastructuur en mobiliteits­hubs. Voor de mobiliteitshubs kijken we naar

19

de stadsrandshub Werpsterhoek en de wijkhubs De Werp, De Fellingen en de eerste fase Spoordok.

Veiligheid voorop in het verkeer We willen dat iedereen zich veilig kan verplaatsen. Daarom werken we aan een verkeersveilige inrichting van de openbare ruimte. Door wegen anders in te richten, kunnen we gedrag in het verkeer verbeteren. In het bijzonder hebben we aandacht voor de wegen­ structuur rondom het Europaplein, WTC en de Tesselschade­straat. Waar nodig nemen we extra maatregelen, bijvoorbeeld rond scholen en in woon­ wijken. Dit koppelen we aan gebiedsontwikkeling. Voor fatbikes en snelle fietsen volgen we landelijke regels, maar nemen we ook zelf maatregelen. We zetten in op gerichte aanpak en handhaving. Doel is om onveilig gedrag te ontmoedigen.

Vervangen van kapitaalgoederen

20

De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van veel kapitaalgoederen, zoals riolering, bruggen, openbare verlichting, gemeentelijke gebouwen en walkeringen. De komende periode investeren we gericht in de vervanging en renovatie van belangrijke infrastructuur, waaronder de Van Harinxmabrug. We kiezen voor een effectieve aanpak, waarbij zowel levensduur­verlenging als het behoud van grond­ stoffen en financiële restwaarde centraal staan. Tegelijkertijd brengen we de totale omvang van de vervangings­opgave beter in beeld. Zo kunnen we tijdig

sturen op prioriteiten, betaalbaarheid en komen tot een toekomst­bestendige aanpak van de verwachte vervangings­piek.

Behoud en hergebruik van erfgoed Erfgoed is belangrijk voor de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente. Door erfgoed zichtbaar en bruikbaar te houden, versterken we de leefomgeving. Tegelijkertijd staat erfgoed onder druk, bijvoorbeeld door leegstand en veranderingen in gebruik. Daarom maken we keuzes. We zetten in op behoud en hergebruik, vooral van monumentale kerkgebouwen. Per locatie bekijken we wat mogelijk is. We richten ons op plekken waar dit het meest nodig is en waar het bijdraagt aan de leefbaar­ heid. We weten dat hergebruik niet altijd lukt. Het vraagt om een zorgvuldig en respectvol proces, met aandacht voor de waarde van deze gebouwen. In deze periode bepalen we wat hiervoor nodig is en wat onze rol is.

3.2. Werken aan een duurzame en groene omgeving Transitie naar duurzaamheid De gemeente Leeuwarden staat voor grote transities op het gebied van klimaat, energie, biodiversiteit, water­ beheer en circulariteit. Deze transities hangen nauw met elkaar samen en hebben effect op de inrichting

van de leefomgeving. Met het programma Volhoudbaar is de afgelopen jaren stevig ingezet op een duurzame energievoorziening, een groene en klimaatbestendige leefomgeving en meer uitvoeringskracht binnen de gemeente. De komende jaren bouwen we hierop voort. Tegelijkertijd willen we toe naar een situatie waarin de aanpak en werkwijze van Volhoudbaar steeds meer onderdeel worden van de reguliere manier van werken. Richting het einde van deze bestuursperiode zal het programma daarom geleidelijk opgaan in de staande organisatie. Vooruitlopend hierop zetten we minder eigen middelen in en kijken we nadrukkelijk naar kansen om activiteiten voort te zetten met financiering vanuit het Rijk en andere externe subsidies.

Groen beheer en het vergroten van biodiversiteit Een groene en gezonde leefomgeving is van grote waarde voor inwoners, dieren en natuur. Bio­diversiteit draagt bij aan gezondheid, leefbaarheid, klimaat­ adaptatie en een aantrekkelijke openbare ruimte. Daarom werken we volop aan een natuurinclusieve inrichting van stad, dorpen en buitengebied. We versterken de Leeuwarder Ecologische Structuur, verbeteren leefgebieden voor dieren en vergroten kennis over natuurwaarden in onze gemeente. De komende periode richten we ons op de uitvoering van de wettelijke taken die we op dit gebied hebben. De focus ligt op uitvoering, samenwerking en slimme koppelingen met andere opgaven zoals vergroening, klimaatadaptatie en waterbeheer. Ook hebben we oog voor het dagelijks beheer van de openbare ruimte. Het bestrijden van onkruid op verhardingen maakt hier onderdeel van uit, zodat de leefomgeving schoon, veilig en goed onderhouden blijft, met waar mogelijk aandacht voor duurzame en milieuvriendelijke methoden. Omdat het groeiseizoen langer wordt, is het noodzakelijk om te investeren in onkruidbestrijding om het onderhouds­niveau op orde te houden. Daarnaast blijven we aandacht houden voor dieren­ welzijn, met de ambities uit de Nota Dierenwelzijn als uitgangspunt. Goede zorg voor dieren hoort bij een betrokken en zorgzame samenleving. Daarom maken we geld vrij om de basis uit te kunnen voeren.

Slimmer benutten van water Klimaatverandering zorgt steeds vaker voor extreme neerslag en langere periodes van droogte. Daarom besteden we meer aandacht aan (regen)water in ruimtelijke plannen en projecten, zodat de gemeente Leeuwarden beter voorbereid is op toekomstige weers­extremen. Wateropvang, vergroening en bodem­ kwaliteit hangen hierbij nauw met elkaar samen.

We willen regenwater slimmer benutten en ruimte geven in wijken, dorpen en openbare ruimte. Daarvoor zoeken we nadrukkelijk de verbinding met vergroening door aanplant van bomen. Initiatieven vanuit inwoners en organisaties die bijdragen aan een klimaatbestendige leef­omgeving willen we waar mogelijk ondersteunen en stimuleren.

Afvalscheiding laten lonen We blijven inwoners stimuleren om afval te scheiden. Afvalscheiding zorgt voor minder restafval, hergebruik van grondstoffen en lagere kosten voor iedereen. We blijven Diftar toepassen als uitgangspunt voor het afval­beleid: scheiden loont en de vervuiler betaalt. Inwoners worden gestimuleerd om afval beter te scheiden door een tariefsysteem met een vast en een variabel deel. Het vaste tarief dekt de algemene kosten, terwijl het variabele tarief afhankelijk is van de hoeveel­ heid aangeboden restafval. Zo bevorderen we afval­ scheiding, beperken we restafval en zorgen we voor een eerlijke verdeling van kosten. Daarnaast blijven we inzetten op het opruimen van zwerfafval en gaan we het bij­plaatsen van afval tegen.

Circulaire koppositie uitbouwen Fryslân is wereldwijd koploper op het gebied van circulaire economie en als hoofdstad nemen wij verantwoordelijk­heid om deze positie te versterken en uit te bouwen. Als actief lid van de Vereniging Circulair Fryslân werken we volop aan het behoud van grond­ stoffen en het sluiten van grondstofkringlopen. Dit doen we vooral bij de sectoren waar dat de meeste impact heeft, zoals gebiedsontwikkeling, infrastructuur, vast­ goed en de facilitaire dienst. Waar dat kan, zoeken we een koppeling met de economische speerpunten van onze gemeente: watertechnologie, bodem en agri-food. Bijvoorbeeld door nieuwe ontwikkelingen te simuleren via het innovatiefonds, gemeentelijke inkoop of tenders bij gebiedsontwikkeling.

Verduurzamen gemeentelijk vastgoed De gemeente heeft een belangrijke voorbeeldrol als het gaat om verduurzaming. Daarom blijven we investeren in het verduurzamen van gemeentelijke gebouwen en voorzieningen. Hiermee verminderen we de CO₂uitstoot, verlagen we energiekosten en dragen we bij aan een duurzame en toekomstbestendige gemeente. Bij verduurzaming maken we bewuste keuzes op basis van maatschappelijke impact, energiebesparing en financiële haalbaarheid. We willen verduurzaming stap voor stap uitvoeren en zoeken daarbij naar een goede

21

balans tussen ambitie en betaalbaarheid. We geven prioriteit aan gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals sportvoorzieningen, zwembaden, wijk-, buurt- en dorpshuizen. Steeds kijken we naar de haalbaar­heid, beschikbare subsidies en mogelijkheden voor co­financiering.

afstemmen van vraag en aanbod van energie, onder andere door lokale opwekking dicht bij de energievraag te stimuleren.

Een toekomstbestendige energievoorziening

Het landelijk gebied en de agrarische sector zijn van grote waarde voor de gemeente Leeuwarden. Boeren zorgen niet alleen voor voedselproductie, maar dragen ook bij aan de leefbaarheid, landschapsbeheer, natuur en economie. Tegelijkertijd spelen er (landelijk) grote maatschappelijke opgaven op het gebied van water, klimaat en natuur. We willen naast onze agrariërs staan en samen werken aan een toekomstbestendige en duurzame sector. Onze rol daarbij is vooral faciliterend en ondersteunend. We bieden ruimte aan innovatie, verbreding van het boerenbedrijf, recreatie en nieuwe verdien­modellen. Hiervoor zoeken we actief samen­ werking met kennisinstellingen en innovatieve partners, zoals Dairy Campus en WaterCampus. Daarnaast willen we de verbinding tussen stad en platteland versterken, onder andere door lokale ketens en streekproducten te stimuleren. We hebben aandacht voor biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit en een leefbaar buitengebied, zonder onnodig extra regels op te leggen.

De energietransitie is noodzakelijk om klimaat­ verandering tegen te gaan en onze energievoorziening toekomst­bestendig te maken. We willen CO₂-uitstoot verminderen en zorgen voor een duurzame energie­ voorziening die betaalbaar en betrouwbaar blijft. Het terug­dringen van energiearmoede blijft belangrijk. We zetten in op energiebesparing en verduurzaming, zodat inwoners minder afhankelijk worden van hoge en fluctuerende energiekosten. Tegelijkertijd zien we dat net­congestie een groeiend probleem vormt voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke ontwikkelingen. Beperkte ruimte op het elektriciteitsnet kan verduurzaming en economische ontwikkeling vertragen. Daarom willen we als gemeente actief meedenken en samenwerken met inwoners, bedrijven, net­beheerders en andere overheden om knelpunten, zoals net­congestie, zoveel mogelijk te beperken. Binnen onze mogelijkheden zetten we in op het beter

Samen met agrariërs werken aan een toekomst­ bestendig landelijk gebied

JULIE BRUIJNINCX WETHOUDER NAMENS D66 PORTEFEUILLE: BOUWEN, WONEN EN BEHEER ‘Jaarlijks duizend woningen erbij: dat wil ik de komende vier jaar bereiken. We gaan bouwen voor alle doelgroepen. Van starters tot doorstromers en ook sociale huur. Maar het gaat niet alleen om een huis. Het gaat om een thuis, om de hele leefomgeving. Behalve nieuwe woningen zijn er dus voorzieningen nodig. Zoals een speeltuin, een wijkgebouw en voldoende groen. Daar zet ik me voor in. Naast bouwen in de stad, doen we dat ook in de dorpen. Mijn ervaring is dat Leeuwarden een fijne plek is om kinderen te laten opgroeien. De kwaliteit van leven is hier hoog. Ik streef ernaar dat onze gemeente voor alle kinderen een fijne plek wordt. Dat gun ik iedereen.’

23

22

Bijdrage aan brede welvaart

Milieu

Welzijn

Veiligheid BREDE WELVAART Samenleving Wonen

Materiële welvaart

Gezondheid Arbeid & vrije tijd

Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven, nu en in de toekomst. Het biedt een kader om beleid te beoordelen op de effecten voor mens, milieu en economie. De maatregelen op het gebied van de fysieke leefomgeving hebben direct invloed op de brede welvaart, en dan met name op de thema’s milieu en wonen (donkergroen weergegeven). Hierbij gaat het onder andere om de mate waarin inwoners tevreden zijn over hun woonomgeving en de mate waarin ze bloot worden gesteld aan fijnstof. Indirect is er ook een relatie met de thema’s gezondheid, veiligheid en welzijn (lichtgroen weergegeven), bijvoorbeeld via lichamelijke gezondheid, het veiligheidsgevoel op straat en tevredenheid met het leven.

‘We bouwen hier een thuis voor mensen’

4. Een innovatief, circulair en bruisend Leeuwarden

We zetten in op een samenhangende aanpak waarin ruimte is voor innovatie, duurzame groei en een toekomst­­bestendig vestigingsklimaat. We stimuleren de samen­­werking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid, zodat ideeën sneller uitgroeien tot concrete oplossingen voor maatschappelijke en economische opgaven. Ook investeren we in cultuur, erfgoed, evenementen en recreatie als dragers van levendigheid en aantrekkings­­kracht. In deze periode sturen we gericht op concrete doelen voor 2030, zoals het verbeteren van het ondernemers­ klimaat, groei van innovatie en werkgelegenheid en een bruisend cultureel aanbod7. Zo bouwen we verder aan een sterke en dynamische gemeente Leeuwarden.

4.1. Economisch stevige basis

Een sterke economie en een levendige cultuur maken Leeuwarden en haar dorpen een fijne plek voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Economie, kennis en creativiteit versterken elkaar. Ze zorgen voor welvaart en dragen bij aan trots en identiteit. De afgelopen jaren is er veel bereikt. Die lijn zetten we voort.

Een sterke economie met een innovatief klimaat zorgt voor banen en kansen voor inwoners. Daarom willen we dat de gemeente Leeuwarden een aantrekkelijke plek blijft voor ondernemers en bedrijven. Er liggen veel goede plannen die we de komende jaren gaan uitvoeren, samen met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. We monitoren wat werkt en sturen bij waar nodig. De uitvoerbaar­heid en gevolgen van beleid voor onder­ nemers houden we scherp in de gaten, waarbij we ruimte zien in de bestaande budgetten. We ondersteunen ondernemers proactief en bieden hen onze diensten aan. Extra energie steken we in bedrijven die bijdragen aan de vier grote transities van deze tijd: digitalisering, hernieuwbare energie, circulaire economie en positieve gezondheid. In periodieke

7

In bijlage 1 staat een overzicht van de doelen voor 2030.

gesprekken met ondernemers in stad en dorpen halen we signalen over regeldruk op en bieden daarvoor ruimte voor maatwerk. Binnen de beschikbare ruimte zorgen we voor voldoende en toekomstbestendige bedrijven­terreinen. En we zoeken de samenwerking, bijvoorbeeld met onderwijs, bedrijfsleven, provincie en NG4 en F4-gemeenten8. We vinden het belangrijk om blijvend te investeren in deze samenwerkingsverbanden en netwerken.

Investeren in aantrekkelijke winkelgebieden We hebben aandacht voor aantrekkelijke winkel­ gebieden, zowel in de binnenstad als daarbuiten. We vinden detailhandel in de binnenstad belangrijk, maar investeren ook in andere winkelgebieden. We willen keuzes op maat kunnen maken en leggen de verbinding met de woon­opgave. Rond winkelcentra liggen kansen voor woning­bouw. We willen deze gebieden slimmer benutten, bijvoorbeeld door inbreiding. Zo houden we onze winkel­gebieden leefbaar en zorgen we voor sterke wijken. De Centrale is een belangrijke winkelplek voor Leeuwarden en de regio. De komende periode willen we opnieuw het winkelaanbod en de branchering van deze plek tegen het licht houden. 25

8

NG4 is het samenwerkingsverband van de vier noordelijke grote gemeenten (Leeuwarden, Groningen, Assen en Emmen). De F4-gemeenten zijn de vier grootste gemeenten van Fryslân: Leeuwarden, Smallingerland, Súdwest-Fryslân en Heerenveen. Deze gemeenten werken samen op regionale economische, ruimtelijke en maatschappelijke opgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=6a579ddd-8d41-4aa6-9ce5-c975ddfffb11