CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwikkelplan warmtenet Heechterp

Besluitvorming (raad) 28 mei 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Warmtebedrijf Heechterp10.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

oorspronkelijke bron niet meer voldoet aan de nieuwe eisen, wat eveneens vertragingen kan veroorzaken. Bovendien kunnen veranderingen in ecologische regelgeving extra vertragingen met zich meebrengen. Beheersen: Om de impact van dit risico te beperken, wordt aanbevolen een gedegen studie uit te voeren en onafhankelijke experts te betrekken bij het project. Deze maatregelen kunnen helpen om tijdig in te spelen op veranderingen in wet- en regelgeving en de projectvoortgang te waarborgen. Dit heeft zowel invloed om de kans van voordoen van dit risico, die daalt van een klasse 2 (5 tot 10% kans) naar klasse 1 (1 tot 5% kans), als op de financiële impact van het risico, die daalt van een klasse 4 (€500.000 - €1.000.000) naar klasse 2 (€100.000 - €250.000), en verlaagd daarmee de impact van het risico.

3. Subsidies niet ontvangen Risico: Het risico dat subsidies niet worden ontvangen, vormt een aanzienlijke bedreiging voor de voortgang van het project, niet zozeer vanuit het resultaat voor de eindgebruiker, maar wel vanuit het werkkapitaal voor het warmtebedrijf. Dit kan betrekking hebben op verschillende subsidieprogramma’s zoals WIS, SDE++, ISDE, SAH en EIA. Het niet verkrijgen van deze subsidies kan leiden tot een tekort aan werkkapitaal, wat de financiële basis van het project ondermijnt. Hierdoor kan het project mogelijk niet van start gaan, en bestaat het risico dat aandeelhouders zich terugtrekken. Beheersen: Om dit risico te beheersen, kan een deel van de niet-ontvangen subsidies worden gedekt vanuit Volkshuisvestingsfonds (VHF), hoewel deze bijdrage kleiner is dan de potentiële subsidies. Daarnaast is het cruciaal om beter geïnformeerd te zijn over subsidiemogelijkheden. Dit omvat actief navraag doen bij subsidieverstrekkers en ervoor zorgen dat alle benodigde documentatie gereed is voor een snelle indiening zodra de subsidieopenstelling plaatsvindt. Dit heeft zowel invloed om de kans van voordoen van dit risico, die daalt van een klasse 3 (10 tot 15% kans) naar klasse 2 (5 tot 10% kans), als op de financiële impact van het risico, die daalt van een klasse 4 (€500.000 - €1.000.000) naar klasse 3 (€250.000 - €500.000), en verlaagd daarmee de impact van het risico. 4.

Onverwachte weerstand van omwonende en eindgebruikers Risico: Het risico van onverwachte weerstand van omwonenden en eindgebruikers kan aanzienlijke gevolgen hebben voor het project. Deze weerstand kan ontstaan door onvoldoende participatie en betrokkenheid van bewoners en omwonenden gedurende het projectproces. Als gevolg hiervan kan het project te maken krijgen met vertragingen en kostenoverschrijdingen, doordat er extra tijd en middelen nodig zijn om de bezwaren weg te nemen en draagvlak te creëren. Beheersen: Om dit risico te beheersen, is het essentieel om transparante communicatie te hanteren en bewoners actief te betrekken bij de besluitvorming. Door hen tijdig en duidelijk te informeren over de projectontwikkelingen en hen een stem te geven in het proces, kan weerstand worden verminderd en kan er een constructieve samenwerking ontstaan. Dit heeft zowel invloed om de kans van voordoen van dit risico, die daalt van een klasse 3 (10 tot 15% kans) naar klasse 1 (1 tot 5% kans), als op de financiële impact van het risico, die daalt van een klasse 3 (€250.000 - €500.000) naar klasse 1 (€20.000 - €100.000), en verlaagd daarmee de impact van het risico.

Belangrijkste risico’s in de uitvoeringsfase 1. Onvoorziene bodemverontreiniging en archeologische vondsten Risico: Het risico van onvoorziene bodemverontreiniging en archeologische vondsten kan aanzienlijke uitdagingen met zich meebrengen voor het project. Dit risico ontstaat vaak door onvoldoende onderzoek naar de bodemgesteldheid en mogelijke archeologische waarden in het projectgebied. Als gevolg hiervan kunnen vertragingen optreden en kunnen de projectkosten aanzienlijk toenemen door de noodzaak van aanvullende onderzoeken en saneringsmaatregelen. Beheersen: Om dit risico te beheersen, is het van cruciaal belang om grondige planvoorbereidingen te treffen, inclusief uitgebreide bodemonderzoeken. Daarnaast is een nauwe samenwerking met de gemeente essentieel om tijdig inzicht te krijgen in mogelijke archeologische en milieukundige

aandachtspunten. Door deze maatregelen te implementeren, kan het project beter voorbereid zijn op onverwachte omstandigheden en kunnen vertragingen en kostenoverschrijdingen worden beperkt. Dit heeft invloed om de kans van voordoen van dit risico, die daalt van een klasse 3 (10 tot 25% kans) naar klasse 1 (1 tot 5% kans) en verlaagd daarmee de impact van het risico.

2. Planning wijkvernieuwingsproject wordt niet gehaald Risico: Het niet halen van de planning voor het wijkvernieuwingsproject kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de voortgang en het succes van het project. Dit risico kan ontstaan door onvoldoende netcapaciteit of doordat deze niet tijdig is aangevraagd, evenals door stijgende bouwkosten die de realisatie van het project financieel onhaalbaar maken. Als gevolg hiervan kunnen vertragingen optreden, wat de oplevering van het project verder kan bemoeilijken. Beheersen: Om dit risico te beheersen, is het essentieel om een nauwe afstemming te realiseren tussen alle betrokken stakeholders. Door regelmatig overleg en samenwerking kunnen potentiële knelpunten vroegtijdig worden geïdentificeerd en aangepakt, waardoor de kans op vertragingen wordt verminderd. Dit heeft invloed om de kans van voordoen van dit risico, die daalt van een klasse 3 (10 tot 25% kans) naar klasse 1 (1 tot 5% kans) en verlaagd daarmee de impact van het risico. 3. Afwijkende oplevering complex Elkien Risico: Afwijkingen in de oplevering van het complex van Elkien, zoals een afwijkende technische ruimte of een onvoldoende of beter dan afgestemd isolatiepakket voor de gekozen warmtevoorziening, kunnen aanzienlijke uitdagingen met zich meebrengen. Dit probleem kan ontstaan door een gebrek aan afstemming tussen het ontwerpproces van Elkien en het Warmtebedrijf.

Hierdoor kan de warmtevraag anders uitvallen dan verwacht, wat invloed heeft op de business case. Bovendien kan een herontwerp van de technische oplossing noodzakelijk zijn vanwege de ruimtelijke inpassing in het gebouw, en kan er een aanpassing van het nieuwbouwcomplex nodig zijn om deze inpassing mogelijk te maken. Beheersen: Om deze risico’s te beheersen, is het essentieel om periodieke afstemming te realiseren tussen het bouwteam en het warmteteam. Dit omvat het direct bespreken van wijzigingen in de planning of het complex, met een inzet op tweewekelijkse bijeenkomsten waarbij ook het nutstracé gezamenlijk wordt opgepakt. Dit heeft invloed op de financiële impact van dit risico, die daalt van een klasse 3 (€250.000 - €500.000) naar klasse 1 (€20.000 - €100.000) en verlaagd daarmee de impact van het risico.

Belangrijkste risico’s exploitatiefase 1. Leeglooprisico Risico: Het leeglooprisico vormt een belangrijke bedreiging voor de continuïteit en het succes van het project. Dit risico kan ontstaan door voortschrijdende technologische ontwikkelingen en slechte levering van warmte, waardoor het vertrouwen van gebruikers afneemt. Als gevolg hiervan kunnen particulieren ervoor kiezen om zich individueel af te sluiten van het warmtenet, en kan Elkien besluiten te investeren in eigen installaties. Beheersen: Om dit risico te mitigeren, is het essentieel om structureel de effecten op de businesscase met Elkien te spiegelen en te evalueren of deze nog aansluiten bij de verwachtingen van alle betrokken partijen. Daarnaast is het cruciaal om het warmtenet te ontwikkelen volgens de laatste gedegen technische standaarden, om zo de betrouwbaarheid en efficiëntie te waarborgen. Tot slot is, met het oog op het vastgoed van Elkien, in de samenwerkingsovereenkomst met Elkien afgesproken dat zij niet zonder zwaarwegende argumenten kunnen overstappen op een alternatieve warmtevoorziening. De mitigerende maatregel heeft geen invloed op de kans van voordoen van het risico, die blijft binnen klasse 3 (10 tot 15% kans), en ook niet op de financiële impact van het risico, die blijft binnen klasse 5 (>€1.000.000).

De maatregel is echter bedoeld om het risico beter beheersbaar te maken en eventuele escalatie te voorkomen.

2. Hogere elektriciteitskosten Risico: Het risico van hogere elektriciteitskosten kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor de exploitatie van het project. Dit risico kan voortkomen uit macro-economische invloeden en het afsluiten van ongunstige contracten, bijvoorbeeld door een te hoge of te lage inschatting van het noodzakelijke vermogen. Als gevolg hiervan kunnen de exploitatiekosten overschreden worden, wat leidt tot tegenvallende resultaten. Beheersen: Om dit risico te beheersen, is het essentieel om nauw samen te werken met de netbeheerder en elektriciteit grootschalig in te kopen. Daarnaast kan het toepassen van opslagcapaciteit helpen om kosten te beheersen en de efficiëntie te verhogen. Dit heeft zowel invloed om de kans van voordoen van dit risico, die daalt van een klasse 3 (10 tot 15% kans) naar klasse 2 (5 tot 10% kans), als op de financiële impact van het risico, die daalt van een klasse 5 (>€1.000.000) naar klasse 4 (€500.000 - €1.000.000), en verlaagd daarmee de impact van het risico. 3. Lagere SCOP Risico: Het risico van een lagere Seasonal Coëfficiënt of Performance (SCOP) kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de operationele efficiëntie en kosten van het project. Dit probleem kan ontstaan door een hogere retourtemperatuur en doordat de leverancier te optimistische cijfers verstrekt.

Als gevolg hiervan kan het elektriciteitsverbruik toenemen als het vermogen nog binnen het bereik van de installatie ligt. Bij onvoldoende vermogen van de installatie kan een aanvullende investering noodzakelijk zijn om aan de warmtevraag te voldoen. Bovendien kunnen er boetes worden opgelegd als niet aan de contractvoorwaarden met eindgebruikers wordt voldaan. Beheersen: Om dit risico te beheersen, is het belangrijk om een marge aan te houden op de door de fabriek opgegeven COP-waarden. Dit biedt een buffer voor eventuele afwijkingen in de prestaties. Dit heeft zowel invloed om de kans van voordoen van dit risico, die daalt van een klasse 3 (10 tot 15% kans) naar klasse 2 (5 tot 10% kans), als op de financiële impact van het risico, die daalt van een klasse 5 (>€1.000.000) naar klasse 4 (€500.000 - €1.000.000), en verlaagd daarmee de impact van het risico. 4. Liquiditeitsproblemen en financieringsbehoefte Risico: Liquiditeitsproblemen en de behoefte aan financiering kunnen een kritieke uitdaging vormen voor het project, vooral als de economische kracht van de aandeelhouders van het warmtebedrijf afneemt, bijvoorbeeld door een verbreding van werkzaamheden of een uitbreiding van de warmteportefeuille.

Dit kan leiden tot een tekort aan werkkapitaal, waardoor investeringen op termijn niet uit het eigen vermogen van het warmtebedrijf kunnen worden gefinancierd, maar afhankelijk worden van stortingen door aandeelhouders. Beheersen: Om dit risico te beheersen, is het essentieel om duidelijke afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst op te stellen over hoe met dergelijke situaties om te gaan. Dit omvat het vooraf beschikbaar stellen van werkkapitaal en het vastleggen van procedures voor het geval het warmtebedrijf tijdens de exploitatie tegen tekorten aanloopt. De mitigerende maatregel heeft geen invloed op de kans van voordoen van het risico, die blijft binnen klasse 3 (10 tot 15% kans), en ook niet op de financiële impact van het risico, die blijft binnen klasse 4 (€500.00 - €1.000.000). De maatregel is echter bedoeld om het risico beter beheersbaar te maken en eventuele escalatie te voorkomen. 5. Onvoldoende betrokkenheid van stakeholders, o.a. Nieuw Elan Risico: Onvoldoende betrokkenheid van stakeholders, zoals Nieuw Elan, kan leiden tot aanzienlijke uitdagingen in de voortgang en acceptatie van het project. Wanneer stakeholders niet voldoende worden meegenomen in het proces, kan er een negatieve tendens ontstaan waarbij de stakeholders zich niet achter de planvorming scharen.

Dit kan resulteren in groeiend wantrouwen bij bewoners, indien zij niet achter de planvorming van een warmtenet staat of onvoldoende kennis hierover hebben gekregen. Dit verhoogt het risico op gebied van de volloop.

Beheersen: Om dit risico te beheersen, is het cruciaal om onder andere Nieuw Elan actief te betrekken bij de informatievoorziening en hen te betrekken bij informatieavonden. Ook Elkien zal verder betrokken worden bij de verdere ontwikkeling van het project. Dit zorgt ervoor dat zij goed geïnformeerd zijn en hun steun aan het project kunnen geven, wat het vertrouwen van de bewoners vergroot. Dit heeft invloed op de financiële impact van dit risico, die daalt van een klasse 5 (>€1.000.000) naar klasse 2 (€100.000 €250.000) en verlaagd daarmee de impact van het risico.

4.

Second opinions en deskundige raadpleging

Gedurende het proces van de bronkeuze zijn in opdracht van gemeente Leeuwarden en BGDD meerdere second opinions uitgevoerd om de business case en de technische aspecten van het systeem te beoordelen. Hierbij zijn diverse externe deskundigen betrokken om het haalbaarheidsonderzoek verder uit te werken en te versterken. In totaal zijn 3 second opinions uitgevoerd door:   

Warmtestad B.V.; Qalor Utrecht; Fakton Energy.

Op basis van hun bevindingen is het ontwerp en de business case aangepast en geoptimaliseerd tot de huidige versie.

Bijlage: Overzicht van classificering Classificering van kans van voordoen: Klasse

Kans van voordoen risico

1

1-5% (komt zelden of nooit voor)

2

5-10% (onwaarschijnlijk)

3

10-25% (kans bestaat, niet groot)

4

25-50% (er is een reële kans)

5

> 50% (grote kans)

Classificering van financiële gevolgen: Klasse

Financiële impact

1

€ 20.000 - 100.000

2

€ 100.000 - 250.000

3

€ 250.000 - 500.000

4

€ 500.000 - 1.000.000

5

> € 1.000.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=39497bc5-b875-4d11-a39c-06e09ab314ea