CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - Wergea - Wartensterdyk 2-6

Besluitvorming (raad) 19 juni 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Wergea – Wartensterdyk 2-6’23.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Toetsing: soortenbescherming Om uit te wijzen of sprake is van beschermde soorten waar bij de uitvoering van dit project rekening mee gehouden moet worden, is als onderdeel van de ecologische beoordeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Voor dit onderzoek heeft een ecoloog een bezoek aan de locatie gebracht, om de ecologische potenties in beeld te brengen. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen bevat. Er bevinden zich meerdere invliegmogelijkheden in het hoofdgebouw in de vorm van open stootvoegen, ventilatiegaten en gaten in houtgevelbetimmering, welke mogelijk toegang bieden tot potentieel geschikte verblijfplaatsen in spouwmuren van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. De aanwezigheid van diverse invliegmogelijkheden maken dat kraam, winter, zomer- en paarverblijfplaatsen van eerdergenoemde vleermuizen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen uitsluiten dan wel bevestigen.

Daarnaast kunnen lijnvormige landschapselementen en luwte plaatsen rondom het plangebied worden gebruikt als foerageergebied en vliegroute. Om deze reden dient men lichtverstrooiing rondom het plangebied te voorkomen om verstoring van vliegroutes en foeragerende vleermuizen te voorkomen.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

25

Op basis van de ter plaatse aanwezige omstandigheden en verspreidingsgegevens wordt niet verwacht dat het planvoornemen tot een overtreding van een verbodsbepaling zal leiden omtrent beschermde ongewervelden, vissen, amfibieën, reptielen en flora. Tijdens het broedseizoen kunnen broedvogels in het bedrijvencomplex en achterliggende uitbreidingsgebied broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Voor deze soorten dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat. Daarom wordt het aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Verder dient men tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met de Zorgplicht (Artikel 1.11 wnb). De Zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Nader ecologisch onderzoek Op basis van de quickscan is een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen en leefgebied van vleermuizen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn binnen het plangebied niet aanwezig.

Op basis van het nader onderzoek leiden de werkzaamheden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft kraam-, zomer-, paar- en (massa)winterverblijfplaatsen voor vleermuizen. Om deze reden is een ontheffing niet vereist omtrent vleermuisverblijfplaatsen. De uitvoering is niet alleen gefocust op realisatie van duurzame verblijfplaatsen voor de gebouw bewonende soorten, maar ook op een maximale plus voor de functionele leefomgeving van deze soorten. Deze ‘ecologische plus’ op het plan te krijgt de vorm van een Ekotil (zie rapport nader onderzoek). Daarnaast wordt de landschappelijke aankleding meegewogen als opwaardering voor de functionele leefomgeving voor de gebouw bewonende soorten welke op hun beurt in de toekomst gebruik kunnen maken van de Ekotil. Hiermee wordt invulling gegeven aan het principe van natuurinclusief bouwen.

4.7

Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing In het kader van de ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 6. Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen aanleiding is voor een aanvullend onderzoek. De gemeten gehalten en concentraties zijn dusdanig dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen plannen.

26

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

4.8

Watertoets Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de uitgebreide watertoetsprocedure doorlopen. Over de aandachtspunten en invulling van het watersysteem is overleg gevoerd met Wetterskip Fryslân. De uitgangspunten die het Wetterskip heeft meegegeven zijn meegenomen bij het opstellen van deze paragraaf. In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan het wetterskip. In een later stadium zullen de benodigde vergunningen worden aangevraagd. Het project wordt tevens aangemeld bij het Wetterskip via de digitale watertoets. Veilig Voor dit aspect is vooral het beschermen tegen overstromingsrisico's van belang. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende peilgebieden, waarbij vooral een verschil is in polderpeil en het gebied dat vrij voor het boezemwater ligt. Het plangebied ligt geheel op polderpeil. De boerderij is tot aan de zuidzijde bereikbaar via boezemwater. Hier ligt een waterkering.

Op deze plek vinden geen ingrepen plaats, waarmee de waterveiligheid niet in het geding is. Peilgebieden Het plan vindt plaats in het gebied behorende bij het peilbesluit It Ald Skroet. Door het plangebied ligt een scheiding tussen een vast peil van -1,6 m NAP en vast peil van -1,85 m NAP. Het bedrijf breidt zich uit van het hogere peilgebied naar het lagere peilgebied. Aandachtspunt is dat de afwatering van deze beide gebieden via het plangebied gaat. Het hogere peilgebied achter het bestaande terrein van Meinderts langs en het lage peilgebied via een lange duiker en de sloten bij de boerderij. Dit aspect is besproken met WSF. Een voor het waterschap ideale variant is het aanpassen van het waterpeil van de polder tussen De Foudering en het plangebied naar -1,60 m NAP. Echter, dit wordt door de gebruiker van deze polder als nadelig beschouwd. Daarom is gekozen om de gescheiden waterafvoer in het plangebied in stand te houden. De voorgestelde afwatering is weergegeven in figuur 4.1.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

27

Figuur 4.1 Voorgestelde afwatering peilgebieden (blauw = -1,60 m NAP, paars = -1,85 m NAP) Door de hoogteverschillen in het landschap is een sloot langs de boerderij niet haalbaar. Daarom is gekozen voor het aanbrengen van een nieuwe duiker van voldoende formaat, conform de voorwaarden van het waterschap. Het ‘blauwe’ peilgebied kan afwateren via de nieuwe watergang om het perceel. De wijziging van het waterpeil ter plaatse van de uitbreiding van het mechanisatiebedrijf kan meegenomen worden in de aanvraag watervergunning. Met het omleggen van de schouwsloot wordt het waterpeil verhoogd van -1,85 m NAP naar -1,60 m NAP. Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te lichten. De transformatie van het terrein neemt een grote oppervlakte verharding weg uit een polderpeil. In de nieuwe situatie wordt het terrein groen en waterrijk uitgevoerd. Water afkomstig van de verhardingen kan afstromen op het oppervlaktewater. Wateroverlast wordt in het nieuwe plan beperkt door de gronden op te hogen, zodat het totale plangebied op voldoende hoogte ligt om voldoende drooglegging te waarborgen.

Hierbij wordt aangesloten bij het bestaande terrein van Meinderts, dat op ongeveer +0,2 m NAP ligt en daarmee 1,8 meter boven het maatgevend (zomer)peil. Het terrein waarop de uitbreiding plaatsvindt ligt op ongeveer -0,5 m NAP. Een ophoging van ongeveer 70 cm is daarom noodzakelijk.

28

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

In relatie tot het waterpeil adviseert het Wetterskip om bij bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 meter aan te houden en bij bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 meter. Daarmee wordt het opdrijven van verharding voorkomen. Met het ophogen van de gronden wordt ruimschoots aan deze normen voldaan. Compensatie waterberging Door een toename aan verharding kan hemelwater versneld afvoeren, waardoor de druk op de waterberging toeneemt. Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat een toename van verharding wordt gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Hiervoor geldt een compensatienorm van 10%. Te dempen watergangen moeten geheel worden gecompenseerd. In het plan neemt de oppervlakte verharding toe met ongeveer 6.000 m 2, waarvoor 600 m2 gecompenseerd moet worden. In het plangebied wordt ongeveer 1.300 m2 aan watergangen gedempt. Er wordt 2.250 m2 nieuw water gegraven. Daarmee wordt de bestaande oppervlakte plus 950 m2 gecompenseerd en wordt voldaan aan de compensatieopgave. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Voor de afvoer van afvalwater en regenwater wordt het voorkeursbeleid van het Wetterskip gevolgd. Waterkwaliteit De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal.

Conclusie Op deze wijze is in het plan voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding.

4.9

Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

29

Partiële herziening Archeologie De gemeente heeft op 11 november 2020 het paraplubestemmingplan Partiële herziening Archeologie vastgesteld. Dit ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in de gemeente. Dit parapluplan is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden, exclusief de gronden van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel, voor zover er sprake is van archeologische (verwachtings-)waarden. Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Voor het plangebied geldt deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’, waarbinnen bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 centimeter onder maaiveld een onderzoek uitgevoerd moet worden. Het grootste deel, waar ook de uitbreiding plaatsvindt, valt onder de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’, waarbinnen bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter onder maaiveld een onderzoek uitgevoerd moet worden. Toetsing In het kader van de ontwikkelingen is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 6. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor resten van bewoning die dateren vanaf de late ijzertijd en een lage verwachting voor resten uit eerdere perioden.

Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn verspreid over het plangebied achttien gutsboringen uitgevoerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de ondergrond van het plangebied uit doorwortelde, slappe klei bestaat met daarbovenop een dun pakket veen. Boven dit veen ligt een pakket venige klei dat oorspronkelijk overging in een meter dik pakket schone, zwak zandige klei. Deze klei is nog aangetroffen op het relatief hooggelegen noordelijke deel van het plangebied maar ontbreekt op de overige delen. Het ligt derhalve voor de hand dat deze klei is afgegraven om als grondstof te dienen voor bakstenen of dakpannen en dergelijke. Na het afgraven van deze klei is de humusrijke bovengrond teruggestort en mogelijk aangevuld met humusrijke grond van elders, zoals terpaarde. Hierdoor bestaat de huidige bovengrond binnen het overgrote deel van het plangebied uit een rommelige opbouw en komen er kleine fragmentjes niet nader te definiëren gebakken materiaal voor. In het grootste deel van het plangebied is in het verleden het oorspronkelijke pakket schone klei tot anderhalve meter onder het toenmalige maaiveld verwijderd. Dit maakt de kans bijzonder klein dat in het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. De resultaten van het onderzoek bevestigen dit.

Er is geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. De gemeente Leeuwarden neemt deze conclusie over. Het voormalig agrarisch bedrijf aan de Wartensterdyk 6 is niet meegenomen in het onderzoek. Dit deel van het plangebied behoud daarom de dubbelbestemmingen die op basis van de Partiële herziening Archeologie gelden. Grote bodemingrepen zijn hier niet aan de orde en als deze zich in de toekomst toch voordoen, dan wordt op grond van de dubbelbestemming een archeologisch onderzoek gevraagd. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding

30

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

moet worden gedaan. Op deze manier is de archeologische waarde van het gebied voldoende beschermd.

4.10

Cultuurhistorie Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uitmaakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing Volgens de Cultuur Historische kaart liggen er in en rondom het plangebied verschillende historische elementen en structuren. In het zuidelijk deel liggen verschillende historische boerderijplaatsen en langs en door het plangebied liggen verschillende historische paden en routes. Een fragment van de CHK is weergegeven in figuur 4.2.

Figuur 4.2

Fragment CHK

Veel van de historische structuren zijn binnen het plangebied niet meer zichtbaar. Van de boerderijplaatsen binnen het plangebied zijn in het archeologisch onderzoek geen sporen aangetroffen. Bij de uitwerking zijn de structuren van het landschap en de belevingswaarde hiervan als uitgangspunt gehanteerd. Op deze manier is in voldoende mate rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

31

4.11

Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing In Fryslân zijn er geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Wergea en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Met dit plan wordt een bestaand bedrijf uitgebreid. De effecten op de verkeersgeneratie zijn theoretisch beperkt en in de praktijk wordt verwacht dat de situatie zal verbeteren, door het optimaliseren van de bedrijfsvoering. Daarmee geldt voor dit plan de NIBMregeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.12

Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Er zijn ook geen andere planologisch relevante zones aanwezig.

32

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

5

Juridische regeling

5.1

Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2

Toelichting op de regels Het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Groen’, ‘Tuin’, ‘Water’ en ‘Wonen’. Hierbij is aangesloten bij de gemeentelijke standaard. De ligging van de bestemmingen en de bouwvlakken is bepaald op het in hoofdstuk 2 beschreven inrichtingsplan. Bedrijf Het bedrijfsperceel is bestemd als ‘Bedrijf’, met de aanduiding ‘bedrijven tot en met categorie 3.2’. Hiermee zijn overeenkomstig de huidige regeling in algemene zin bedrijven uit milieucategorie 3.2 mogelijk. Het bouwen van bedrijfsgebouwen is mogelijk binnen het bouwvlak. Binnen dit bebouwvlak is onderscheid gemaakt in de goot- en bouwhoogte van het voorste deel en het achterste deel. Daarmee is geregeld dat de voorzijde (en westzijde) wordt voorzien van een lagere gootlijn. Voor de achterzijde is dan de hogere bebouwing mogelijk, die noodzakelijk is voor de werkplaatsen. In de bestemming bedrijf is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee is geregeld dat, binnen twee jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, het landschappelijk inpassingsplan binnen de bestemming ‘Groen’ gerealiseerd moet zijn.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

33

Groen De belangrijkste groenstructuren in het plangebied zijn onder de bestemming ‘Groen’ gebracht. De bestemming richt zich hoofdzakelijk op het behoud en mogelijk maken van de groenvoorziening en specifiek voor dit plan op de landschappelijke inpassing van het bedrijfserf. Tuin De bestemming ‘Tuin’ is van toepassing op de voorerven bij woningen, waar bijgebouwen en hoge erfafscheidingen in principe ongewenst zijn. Binnen deze bestemming wordt daarom alleen voorzien in tuinen en toegangswegen naar erven. Water De watergangen in het plangebied zijn bestemd als ‘Water’. Deze bestemming is bedoeld voor structuurbepalende waterpartijen, die tevens een belangrijke waterhuishoudkundige functie hebben. Wonen Het woonperceel is bestemd als ‘Wonen’. Gemeentelijk beleid (bestemmingsplan Buitengebied 2008) maakt een functiewijziging naar wonen van boerderijen mogelijk als de agrarische activiteiten zijn gestaakt. Wonen is namelijk een passende en levensvatbare functie dat voorziet in het behoud en herstel van karakteristieke boerderijen. Om behoud van boerderijen te waarborgen maakt het bestemmingsplan Buitengebied 2008 de wijziging van de bestemming Agrarisch naar Woonboerderij mogelijk. De bestemming Woonboerderij voorkomt dat een boerderij gesloopt mag worden en vervangen kan worden met een reguliere woning.

In dit bestemmingsplan is gekozen om deze lijn te volgen, maar om aan te sluiten met een meer recentere bestemming in de gemeente Leeuwarden voor woonboerderijen, namelijk ‘Wonen’ met aanduiding ‘karakteristiek’. De bestemming is afgestemd op grondgebonden woningen. Qua bouwregels is aangesloten op de geldende regeling, waarbij de hoofdgebouwen zijn vastgelegd in het bouwvlak en de maatvoering (goothoogte, bouwhoogte en dakhelling) zijn vastgelegd op de verbeelding respectievelijk in de regels. Er is hierbij onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. Hoofdgebouwen (de woonhuizen) moeten in een bouwvlak worden gebouwd. Voor bijbehorende bouwwerken geldt de standaardregeling van de gemeente Leeuwarden. Afwijkend hiervan mag 150 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd. Dit is noodzakelijk vanwege de maatschappelijke functies. Binnen de woonbestemming zijn ook aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en logiesverstrekking in de vorm van bed and breakfast mogelijk. Aanvullend op het wonen is binnen de aanduiding ‘maatschappelijk’ ook de leer/werkomgeving voor speciaal onderwijs geregeld. Binnen deze aanduiding worden als ondergeschikte nevenactiviteit bij het wonen ook sociaal-culturele en educatieve voorzieningen in de vorm van dagbesteding mogelijk gemaakt.

34

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Om de realisatie en instandhouding van de landschapsmaatregelen die uit het Nije Pleats traject volgen te waarborgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze regelt dat de twee stallen/schuren gesloopt moeten worden en de boom/fruitgaard aangelegd en in stand gehouden moet worden. Waarde – Archeologie 3 en 5 Op grond van de 'Partiële herziening Archeologie' heeft het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. Het grootste deel van het plangebied is onderzocht en op basis daarvan vrijgegeven voor archeologie. Voor het niet onderzochte deel, namelijk het voormalig agrarisch bedrijfsperceel, zijn de dubbelbestemmingen in dit bestemmingsplan overgenomen.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

35

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Met de directe buren heeft afstemming plaatsgevonden in het voortraject. De buren zijn namelijk aanwezig geweest bij het Nije Pleats traject. De plannen zijn zoveel mogelijk afgestemd op de input die hieruit naar voren is gekomen. Zij hebben ook ingestemd met het ingediende schetsplan. Aan de hand van dit voortraject is vastgesteld dat er voldoende draagvlak voor de ontwikkeling is. De buren zijn ook op de hoogte van de beoogde functies in de boerderij. De directe buren worden verder op de hoogte gehouden van de voortgang. Vooroverleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De plannen zijn besproken met Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân en Brandweer Fryslân. De ingekomen reacties zijn samengevat en beantwoord in de reactienota vooroverleg, die samen met de inkomende overlegreacties is opgenomen in bijlage 9. Op basis van de ingekomen reacties is het bestemmingsplan op enkele onderdelen aangepast.

Zienswijzen De bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is op 13 december 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 14 december 2023 tot en met 8 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende de periode van terinzagelegging is er één zienswijze ontvangen van provincie Fryslân. De zienswijze is samengevat en beantwoord in de nota van zienswijzen, die is opgenomen in bijlage 10. De provincie geeft hierin de voorkeur voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek voor het perceel Wartensterdyk 6 aan boven het opnemen van een dubbelbestemming, zoals in het ontwerpbestemmingsplan is gedaan. De zienswijze is door de gemeente samengevat en voorzien van een antwoord in de reactie- en antwoordnota zienswijzen, die is opgenomen in bijlage 10.

36

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Tijdens de procedure is een kleine omissie in de regels geconstateerd. In ‘Artikel 8 Waarde - Archeologie 3’ staat abusievelijk ‘Waarde - Archeologie 5’ in plaats van ‘Waarde - Acheologie 3’ in artikel 8.1. De regels zijn hierop aangepast. Voorgesteld wordt het bestemmingsplan met inachtneming van de hiervoor genoemde ambtshalve wijziging gewijzigd vast te stellen. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.3

Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de uitbreiding van een bedrijf. De uitvoeringskosten worden gedragen door dit bedrijf. De gemeente Leeuwarden heeft geen financiële bemoeienis met de uitvoering van het plan. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente en initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

37

Bijlage 1

ADVIES

landbouwmechanisatiebedrijf Meinderts Wergea

Datum: 25 mei 2022

COLOFON

Nije Pleats, 25 mei 2022 Status rapport: definitief

Rapport opgesteld door: Nije Pleats  Wies ten Have  Hike van der Mei

Opdrachtgever:  Gemeente Leeuwarden voor Mechanisatiebedrijf Meinderts, Wergea

In samenwerking met:   

Gemeente Leeuwarden Provincie Fryslân hûs en hiem

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

ONTWIKKELING MECHANISATIEBEDRIJF ................................................................................... 2 1.1

Verplaatsing van werkzaamheden van mechanisatiebedrijf in Wergea ................................... 2

1.2

Nije Pleats bijeenkomsten op 17 maart en 11 april 2022 ......................................................... 2

HET BEDRIJF AAN DE WARTENSTERDYK 4 ............................................................................... 5 2.1

Mechanisatiebedrijf aan de Wartensterdyk 4 in Wergea .......................................................... 5

2.2

Van schaatsenmakerij tot groot mechanisatiebedrijf ................................................................ 7

2.3

Uitbreiding mechanisatiebedrijf en realiseren woonbestemming boerderij ............................... 8

2.4

Aandachtspunten na twee schetssessies ................................................................................ 8

2.5

Integraal ontwerp gevraagd van architect initiatiefnemer ......................................................... 9

2.6

Huidige bedrijfsvoering........................................................................................................... 11

OMGEVINGSKENMERKEN .......................................................................................................... 12 3.1

Het bedrijf ligt in een oud terpenlandschap met mozaïekverkaveling..................................... 12

3.2

Kleinschalig bedrijventerrein met woningen aan de buitenzijde ............................................. 16

ADVIES ........................................................................................................................................... 17 4.1

Grootschalige uitbreiding binnen een landschappelijk kader.................................................. 17

4.2

Vierkante inpassing of landschappelijke versterking .............................................................. 17

4.3

Een groen wegprofiel en representatief beeld aan de Wartensterdyk .................................. 188

4.4

Inbedding en toegang aan de oostkant ................................................................................ 199

4.5

Nieuwe brede gracht tussen de beide woningen.................................................................. 199

4.6

Representatieve tuin en boomgaard woonboerderij ............................................................. 199

4.7

Bomenrijen met verschillende soorten langs de buitenzijde ................................................... 21

1 ONTWIKKELING MECHANISATIEBEDRIJF 1.1

Verplaatsing van werkzaamheden van mechanisatiebedrijf in Wergea

De projectlocatie ligt buiten de bebouwde kom aan de Wartensterdyk in Wergea. Het betreft hier een mechanisatiebedrijf. Naast deze locatie worden bedrijfsactiviteiten uitgevoerd in de voormalige Fricofabriek in het dorp. Tussen beide bedrijfslocaties is een groot aantal verkeersbewegingen en dat is geen wenselijke situatie. Het college van b&w van de gemeente Leeuwarden is voornemens medewerking te verlenen. Hiervoor is wel een vvgb van de raad vereist en een ontheffing van de provincie. De provincie kan een ontheffing in het vooruitzicht stellen, mits: - er zo mogelijk vooraf archeologisch onderzoek wordt verricht om bij de verdere uitwerking van de plannen rekening te kunnen houden met de uitkomsten daarvan. Afstemming zoeken met de provinciaal archeoloog op dit punt lijkt verstandig. Ter plaatse is namelijk sprake van een AMKterrein. Inmiddels is het archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de locatie geen archeologische waarden meer bevat; - er een Nije Pleats/Omgevingstafel plaatsvindt waar de provincie (iemand van het Kwaliteitsteam) bij betrokken wordt (daarbij tevens kijken naar mogelijkheden voor een ‘plus’ (uitgangspunt Omgevingsvisie)). Om de ruimtelijk-landschappelijke inpassing van de uitbreiding in beeld te brengen is het voorliggende advies opgesteld.

Hierin is ook een afweging gemaakt ten aanzien van het behoud van de cultuurhistorische waarden in het gebied. Dit advies kan worden gebruikt bij het planologisch regelen van de nieuwbouw, de uitbreiding van het erf en realisatie van de beplanting rondom het bedrijf. Het advies is geen vergunning op basis waarvan het bedrijf nu gerealiseerd kan gaan worden. Het daarvoor geldende (juridische) proces dient nog te worden doorlopen. Het voorliggende rapport biedt een basis voor dat proces. 1.2

Nije Pleats bijeenkomsten op 17 maart en 11 april 2022

Voorliggend advies is via het spoor van de Nije Pleats tot stand gekomen. Dit betekent dat er een proces gevolgd is waarbij alle partijen die uiteindelijk het bouwplan moeten toetsen, betrokken zijn geweest. Deze proceslijn betekent een commitment van de deelnemende partijen aan het resultaat van de werksessie. Zij zullen zich herkennen in de concrete uitwerking in het voorliggende advies. Afwijkend van gebruikelijk zijn ook het ruimtelijk kwaliteitsteam van de provincie en direct belanghebbenden aanwezig geweest bij de schetssessies.

2

Op donderdag 17 maart is de Nije Pleats bijeenkomst geweest in het bedrijf van de familie Meinderts in Wergea. Tijdens dit overleg heeft de familie de aanleiding voor de plannen toegelicht en heeft de architect de plannen gepresenteerd. De gemeente Leeuwarden en de provincie Fryslân waren vertegenwoordigd. Ook waren de directe buren uitgenodigd, de eigenaren van het garagebedrijf naast het mechanisatiebedrijf. Zij wonen bij het bedrijf in een bedrijfswoning achter het bedrijf. Daarmee zijn ze direct belanghebbende. Tijdens de eerste bijeenkomst was de puzzel nog niet eenvoudig te leggen. Het perceel biedt in de basis voldoende ruimte, maar de verschillende randvoorwaarden vanuit milieu, bedrijfsbelang, logistiek op het terrein, de wensen van de buren en de inpassing in de omgeving maken dat het vraagstuk niet eenvoudig op te lossen is. De eerste sessie is afgesloten met de volgende werkafspraken: -

Het mechanisatiebedrijf laat weten welke hoeveelheid verharding op het terrein nodig is voor de opslag van materieel en parkeren van personeel en bezoekers. De gemeente Leeuwarden onderzoekt welke milieucontouren er liggen rond het bedrijf en die van invloed zijn op de aangrenzende woonfuncties. Door de Nije Pleats wordt een tweetal scenario’s uitgewerkt. De architect levert input voor wat betreft de interne logistiek in het bedrijfspand.

Bij de bijeenkomst waren aanwezig: Jan, Bartha en Johan Meinderts, aanvragers Eigenaren van het naastgelegen garagebedrijf Van der Zweep Jeroen van Veen, Dorenbos Architekten (gemachtigde) Korian Thoma, gemeente Leeuwarden, adviseur ruimtelijke ordening Irene Reitsma, gemeente Leeuwarden, adviseur stedenbouw Miranda Delfstra, gemeente Leeuwarden, beleidsadviseur erfgoed (cultuurlandschap) Maaike Andela, provincie Fryslân, kwaliteitsteam provincie (via teams) Hike van der Mei, landschapsarchitect, team Nije Pleats Joram Plantenga, landschapsarchitect, team Nije Pleats René Bremer, adviseur hûs en hiem, team Nije Pleats Wies ten Have, voorzitter team Nije Pleats Op maandag 11 april vond de tweede sessie plaats in het bedrijf van Meinderts. Tijdens deze bijeenkomst was René Bremer van hûs en hiem niet aanwezig, hij reageerden schriftelijk. Deze reacties zijn meegenomen in het voorstel. De provincie was ook niet aanwezig tijdens de tweede sessie.

3

De Nije Pleats presenteerde twee scenario’s aan de groep. Deze zijn besproken op voor- en nadelen. De architect van de familie Meinderts presenteerde ook twee modellen, ook deze twee zijn besproken. De aanwezigen hebben gereageerd op de gepresenteerde scenario’s.

Leeswijzer Nadat wordt ingegaan op het bedrijf (hoofdstuk 2) en op de omgevingskenmerken (hoofdstuk 3), volgt het advies van de Nije Pleats (hoofdstuk 4). Afgesloten wordt met een checklist voor de planologische toets (hoofdstuk 5).

4

2 HET BEDRIJF AAN DE WARTENSTERDYK 4 2.1

Mechanisatiebedrijf aan de Wartensterdyk 4 in Wergea

Het bedrijf van Meinderts ligt aan de oostzijde van het dorp Wergea aan de doorgaande weg naar Wartena, op ongeveer 200 meter afstand van het dorp. Het bedrijf ligt op een bedrijventerrein buiten het dorp. Aan de Wartensterdyk 4 op het perceel bij het mechanisatiebedrijf is een bedrijfswoning aanwezig. Vlak bij het bedrijf is de achtergelegen boerderij (Wartensterdyk 6) ook beschikbaar en in eigendom. Op naastgelegen perceel (Wartensterdyk 2a) is een garagebedrijf met bedrijfswoning gesitueerd.

Figuur 1 Ligging bedrijventerrein aan oostzijde van Wergea

5

Figuur 2 Bestemmingsplan bedrijfsbestemming, bron Ruimtelijke plannen.nl

Figuur 3 Bestemmingsplan Buitengebied

6

2.2 Van schaatsenmakerij tot groot mechanisatiebedrijf De basis voor het huidige bedrijf is gelegd in de jaren 20 van de vorige eeuw, met een schaatsenmakerij. Vanaf de jaren 70 is de koers verlegd naar het landbouwmachinebedrijf zoals we dat nu zien. Het is ook in die periode dat het bedrijf zich vestigde aan de Wartensterdyk met de aankoop van de voormalige RK-school. Vanaf dat moment groeide het bedrijf gestaag. Op dit moment heeft het twee vestigingen omdat op de locatie aan de Wartensterdyk niet genoeg ruimte is voor het bedrijf. De tweede vestiging bevindt zich in de voormalige Fricofabriek in het dorp zelf. In dat gedeelte worden machines opgeslagen en is er een deel van de werkplaats. Aan de Wartensterdyk zijn kantoren, de kantine, het magazijn en de trekker- en constructiewerkplaats.

Figuur 4 Overzicht twee bedrijfslocaties, bron: schetsontwerp Dorenbos Architekten

Figuur 5 Huidige bebouwing, bron: schetsontwerp Dorenbos Architekten

7

2.3 Uitbreiding mechanisatiebedrijf en realiseren woonbestemming boerderij Het is de wens om de bebouwing van het mechanisatiebedrijf aan de Wartensterdyk 2 te vergroten. Deze uitbreiding is nodig om de werkzaamheden vanuit de kern van het dorp te verplaatsen naar deze bedrijfslocatie. De huidige situatie is niet optimaal omdat het bedrijf twee locaties heeft. De werkplaatsen bevinden zich in beide locaties en het magazijn is aan de Wartensterdyk. Dit levert veel verkeersbewegingen op. Het doel is om de locatie aan de Wartensterdyk uit te breiden zodat beide werkplaatsen hier ondergebracht zijn. In het Fricogebouw blijven dan alleen de opslag en de showroom. In het dorp past de functie niet binnen de context van een rustige woonomgeving. Door vernieuwing van het bedrijf krijgt het bedrijf een eigentijdse inrichting en efficiënte bedrijfsvoering. De omvang van de bedrijfsbebouwing in beoogde nieuwe situatie bedraagt 3.370 m2. De omvang van de bedrijfsbebouwing in huidige situatie bedraagt 1.160 m2. Dit vormt een uitbreiding van 2.210 m2. Daarnaast zijn de initiatiefnemers van plan om de agrarische bestemming van de naastgelegen boerderij te wijzigen naar wonen. En hier 500 m2 aan oude stallen te slopen. De bijbehorende grond die aangekocht is, is nodig voor de uitbreiding van het mechanisatiebedrijf.

2.4 Aandachtpunten na twee schetssessies In het Nije Pleats proces dat is doorlopen voor de uitbreidingsplannen van het bedrijf van de familie Meinderts was de puzzel complex. Door de relatief grote ruimtevraag op het bestaande terrein en de aanwezigheid van omliggende bebouwing en de ligging nabij de dorpskern, was een zorgvuldige inventarisatie van uitgangspunten en belangen nodig om de stap te kunnen zetten naar een advies en een schetsontwerp. Voor de volledigheid geven we hieronder een overzicht van de zaken die meegewogen zijn bij het opstellen van het advies. De gemeente Leeuwarden geeft aan: - LMB Meinderts is een milieucategorie 3.2 bedrijf. - De richtafstand tussen woning van derden en bedrijfslocatie bedraagt 50 meter (vanwege geluid). - De terreinverhardingen en bedrijfsbebouwing moet op minimaal 50 meter afstand van de woningen op het perceel Wartensterdyk 2 en 6 worden gesitueerd, tenzij met een akoestisch onderzoek kan worden aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat in de deze woningen niet wordt aangetast. Er zijn geluidsnormen waarmee wordt vastgesteld of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. - De richtafstand van de woning op de Wartensterdyk 2 wordt gemeten vanaf de bouwvlakgrens. - Vanaf de beoogde boerderijwoning op de Wartensterdyk 6 kan eventueel vanaf het voorhuis gemeten worden.

Dat betekent wel dat alleen het voorhuis een woonfunctie krijgt. En dat woonfuncties niet zijn toegestaan in de schuur achter het voorhuis.

8

Het mechanisatiebedrijf hanteert de volgende uitgangspunten - Het pand heeft aan de oostzijde de meeste manoeuvreerruimte nodig, de westzijde van het terrein is slechts een uitrit die soms gebruikt wordt. - Aan de voorzijde van het gebouw is parkeerruimte nodig voor circa 10 auto’s. - De interne logistiek van het pand wordt ingegeven door de bedrijfsvoering. Sommige onderdelen, zoals werkplaats en magazijn, zijn bij voorkeur fysiek met elkaar verbonden. - De bedrijfswoning blijft bij voorkeur intact als woning. Weliswaar als bedrijfswoning, maar toch nog goed bewoonbaar. - Manoeuvreerruimte landbouwvoertuigen: Aan oostzijde werkplaats 25 meter uit gevel. - Aan westzijde werkplaats 20 meter uit gevel (dit is enkel een uitrit). - Parkeren: Parkeernorm is 2,6 per 100m² aan bedrijfsbebouwing. - Totaal zijn er 88 parkeerplaatsen benodigd, hiervan zijn er 30 formeel: 10 op het voorterrein voor bezoekers en 20 op het achter terrein voor personeel. Voor parkeren is ca 1100m² buiten de manoeuvreerruimte en opstelruimte voor landbouwwerktuigen nodig. - De overige 58 parkeerplaatsen zijn informeel en deze verharding kan ook ingezet worden voor het (tijdelijk) stallen van landbouwvoertuigen. De eigenaren van het bedrijfspand dat behoort tot het garagebedrijf vragen aandacht voor: - De zichtlijnen vanuit de woning.

Daarom vraagt de inrichting en het gebruik van het achter terrein om aandacht. Bij voorkeur is dat niet de plek voor stalling van grote machines. - Inpassing is wel gewenst. Dit hoeft geen dichte beplanting te zijn. Hûs en hiem vraagt aandacht voor: - De inrichting van het voorterrein; de afstand van de bebouwing moet bij voorkeur vergroot worden. Dat kan met de aanleg van een sloot en een groenstrook. Provincie Fryslân vraagt aandacht voor: - De inpassing van het terrein; er ontstaat een nieuwe dorpsrand en dat vraagt aandacht. - De verkavelingsstructuur en het reliëf in het landschap. - Beplanting langs de toegangsweg. 2.5 Integraal ontwerp gevraagd van architect initiatiefnemer Na afronding van de tweede bijeenkomst is afgesproken dat de architect van de familie een opzet maakt voor de bebouwing en de inrichting van het terrein. Hij zou dan rekening houden met de logistiek binnen de gebouwen en op het terrein en met de eerdere discussies over de inpassing en de milieurichtlijnen. Bij de architect heeft eerdere discussie over de mogelijkheden voor afbakening van het terrein en de hoeveelheid verharding niet geleid tot aanpassing van de situering van de gebouwen.

9

Figuur 6 Inrichtingsvoorstel Dorenbos Architekten

Figuur 7 Luchtfoto met perceelsgrenzen

10

2.6

Huidige bedrijfsvoering

De werkplaats wordt ontsloten via de weg naar de achtergelegen boerderij. De route wordt gebruikt door vrachtwagens, trekkercombinaties en het personeel van het bedrijf. Het laden- en lossen van de vrachtwagens vindt plaats op eigen terrein. De draaicirkel voor het manoeuvreren van de vrachtwagens bedraagt ca. 25 meter. In geval van drukte rondom de werkplaats wordt er de mogelijkheid geboden voor de vrachtwagens om rondom de bebouwing te rijden richting de Wartensterdyk. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. Voor het personeel worden er 20 parkeerplaatsen op het terrein gesitueerd. Daarnaast wordt er op het terrein ook ruimte gereserveerd voor de inruil van landbouwmachines. De route naar de werkplaats wordt gescheiden van de route voor de bezoekers van het bedrijf. De bezoekers bereiken via de Wartensterdyk het voorterrein waar 10 parkeerplaatsen gesitueerd zijn.

11

3 OMGEVINGSKENMERKEN 3.1

Het bedrijf ligt in een oud terpenlandschap met mozaïekverkaveling

Figuur 8 Gecombineerde kaart van bodem en kaartbeeld 1870

Het landschap is ontstaan op de overgang van oude rivierkleigebieden, slenken met lichtere klei en veengronden. Oorspronkelijk was het gebied onregelmatig van structuur. Langs de vaarten en oude slenken zijn de terpdorpen ontstaan in het overwegend open landschap.

12

Figuur 9 Woning behoorde tot oude katholieke school

De structuur van de kades, sloten en boezemvaarten rondom het gebied zijn voor een groot deel behouden gebleven. De boerderij was begin 20ste eeuw ook al aanwezig.

13

Figuur 10 Bodemprofielen in de omgeving, klei met dieper dunne veenlagen

.

Figuur 61 Hoogteligging ca 0 meter NAP

14

Figuur 12 Kaart Schotanus 1718 Jorna Huysen, verspreide boerenplaatsen

Figuur 73 Kaartbeeld ca 1848, Eekhoff

15

3.2 Kleinschalig bedrijventerrein met woningen aan de buitenzijde De belangrijkste ruimtelijke kwaliteiten van de locatie zijn:  Bijzonder aan het bedrijventerrein is dat het een relatief kleinschalig bedrijventerrein is buiten het dorp.  Aan de zijde van de weg loopt de functie van het bedrijf, het parkeren door tot aan de doorgaande weg.  De bedrijfswoning van het garagebedrijf en van het mechanisatiebedrijf zorgen voor een kleinschalig beeld aan de buitenzijde.  De boerderij heeft een karakteristieke stjelpvorm met schuren eromheen. Door mogelijke sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen komt de stjelpvorm mooi uit.  De volumeopbouw van het mechanisatiebedrijf is zeer gevarieerd. Hieruit blijkt een gefaseerde groei.  Het slotenpatroon volgt nog voor een groot deel het onregelmatige patroon van de mozaïek verkaveling. Het oude slotenpatroon vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde.  Oude terpen zijn afgegraven, laaggelegen omgeving.

16

4 ADVIES 4.1 Grootschalige uitbreiding binnen een landschappelijk kader De uitbreiding van het mechanisatiebedrijf is fors. De claim op de ruimte en infrastructuur van grote machines en het programma voor parkeren is niet te onderschatten. In afwijking van het voorstel van de architect wordt meer ruimte gereserveerd ten behoeve van manoeuvreerruimte en parkeerruimte rond om de gebouwen en de mogelijkheid voor een iets andere plaatsing van de gebouwen. Dit gaat mogelijk ten koste van de woonkwaliteit van de bedrijfswoning van het mechanisatie bedrijf. Dit is dan een concessie ten behoeve van de ontwikkeling van het bedrijf. Het is niet realistisch om te verwachten dat het programma op de locatie past indien zowel een redelijke watergang als beplantingsstrook gerealiseerd zou moeten aan de voorzijde of aan de zijkant van het bedrijf. Opgaande beplanting in aansluiting op infrastructuur voor grote machines heeft voldoende ruimte nodig om te kunnen uitgroeien. 4.2 Vierkante inpassing of landschappelijke versterking In principe zijn er twee mogelijke vormen van inpassing in het landschap. De eerste manier is een afbakening van het terrein die de plaatsing en richting van de gebouwen volgt, eigenlijk haaks op de doorgaande weg. De tweede manier is een versterking van het landschappelijk kader dat gekoppeld is aan de toegangsweg naar de boerderij en het bestaande slotenpatroon.

Een functionele afscherming van het erf van het mechanisatie bedrijf ten opzichte van de bedrijfswoning van het garagebedrijf en de woonboerderij is daarbij richtinggevend. Omdat een eventuele ‘rechthoekige’ afbakening zo dicht ligt bij bestaande ‘landschappelijke’ structuren is gekozen om deze structuur die gekoppeld is aan de mozaïekverkaveling te versterken.

Figuur 14 Verbetering voorzijde bedrijf

17

4.3 Een groen wegprofiel en representatief beeld aan de Wartensterdyk Het bedrijf krijgt aan de voorzijde een nieuwe kwaliteit. Het gebied langs de weg kan in goed overleg met de gemeente een groene invulling krijgen met laanbeplanting die past bij het wegprofiel. Historisch gezien zou het terugbrengen van een watergang passen bij het gebied. Omdat het hoogteverschil tussen het erf en een eventuele watergang groot is, zijn waarschijnlijk harde beschoeiingen nodig. Het terugbrengen van de watergang aan de voorzijde van het bedrijf geeft hiervoor niet veel inbedding van het bedrijf in het landschap. De toegangen tot het bedrijf en de benodigde kabels en leidingen zijn daarnaast beperkend voor de ontwikkeling van een watergang aan de voorzijde. De woning blijft aan de voorzijde beeldbepalend. Door vernieuwing van de architectuur aan de voorzijde is het mogelijk om een rustiger beeld te ontwikkelen met samenhang in kapvorm en uitstraling. Aan de voorzijde tussen de woning en de toegangsweg blijft de bestaande watergang behouden. Hier is ook een nutsvoorziening aanwezig die laag ligt.

Figuur 15 Ruimte rondom gebouwen voor infrastructuur en erfranden

18

4.4 Inbedding en toegang aan de oostkant Om aan de landschappelijke structuur ook daadwerkelijk invulling te geven is het niet mogelijk om een brede watergang aan te brengen tussen het toegangspad naar de boerderij en het bedrijf. De weg zal waarschijnlijk voor het functioneren als toegang naar het bedrijf verbreed worden. Door langs het pad voor een groot deel dichte en gemengde opgaande beplanting aan te brengen is het bedrijf aan de zijkant ingebed in het landschap. Deze strook is minimaal 8 meter breed. Een robuuste watergang neemt relatief veel ruimte in en zorgt in beperkte mate voor aankleding met beplanting. De benodigde verharding die behoort bij dit type bedrijf kan dan niet gerealiseerd worden. Het profiel met de toegang aan de oostkant van de weg moet in overleg met de gemeente bij de vergunning uitgewerkt worden. 4.5 Nieuwe brede gracht tussen de beide woningen en achterzijde bedrijfslocatie De schuine lijn aan de achterzijde van het bedrijf volgt eigenlijk mooi de functionele en sociale relatie tussen de woningen en de bedrijven. De situering van de sloot geeft echter aan de achterzijde niet genoeg ruimte om rondom de voorgenomen bebouwing te rijden. Deze sloot heeft cultuurhistorische waarde. De structuur, richting en vorm krijgt een nieuwe betekenis als onderdeel van robuuste wateropvang voor het bedrijf.

Door het dempen van watergangen en door de grote toename van verharding is een aanzienlijke nieuwe waterstructuur nodig. Daarom is voorgesteld een bredere watergang aan te brengen die ook de functionele scheiding vormt. Deze is iets verlegd ten opzichte van de huidige situatie. Door de toename van verharding en het dempen van watergangen is watercompensatie en ophoging van het terrein noodzakelijk. Hiervoor dient het plan verder uitgewerkt te worden in samenspraak met Wetterskip Fryslân. De watergang wordt niet vormgegeven als sloot maar vormt een hoogwatergebied (gracht met zachte oevers) aan de achterzijde van het erf. 4.6 Representatieve tuin en boomgaard woonboerderij Het erf van de woonboerderij bestaat uit twee delen. Aan de woonzijde krijgt de tuin een sierlijke inrichting met enkele nader te bepalen boomgroepen en sierbeplanting. Aan de achterzijde kan een boomgaard of fruitgaard onderdeel uitmaken van de inrichting van het erf.

19

Figuur 86 Voorstel Nije Pleats

20

4.7 Bomenrijen met verschillende soorten langs de buitenzijde Voor inbedding in het landschap wordt een aantal verschillende soorten voorgesteld. De basis wordt gevormd door aanvulling van de bestaande laanbeplanting langs de weg. Deze beplanting moet in overleg met de gemeente ontwikkeld worden. Daarnaast is aan de zijkant van het bedrijf een gesloten beplanting gewenst van elzen en wilgen. In het midden tussen de beplanting en de toegangsweg is het mogelijk om een greppel of sloot te realiseren om te voorkomen dat de strook gebruikt wordt als parkeergebied. Voor het realiseren van een watergang met daarnaast opgaande beplanting is beperkte ruimte. Daarnaast kan nog een keuze gemaakt worden voor overige of aanvullende lagere beplanting. De beplanting bestaat uit een aantal verschillende bomen en grotere struikvormende kleinere bomen. Door de gemengde beplanting is de groenstructuur minder kwetsbaar bij ziekten of plagen. Naast de realisatie van opgaande beplanting wordt een ecologische zoom rondom het erf gerealiseerd door de stroken naast de beplanting in te zaaien met een kruidenrijk mengsel en slechts na de bloei een paar keer per jaar te maaien. Deze zoom versterkt de biodiversiteit in het gebied. Bij de soortenkeuze is gekeken naar boomvormers en struiken die passen bij het Noordelijk kleidistrict.

Dit zijn: Ulmus minor Iep (gladde iep) Fagus sylvatica (beuk) Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) Fraxinus excelsior (gewone es) Quercus robur (zomereik) Alnus glutinosa (gewone els) Aesculus hippocastanum Populus alba (witte abeel)

21

Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn) Sambucus nigra (vlier) Prunus padus (vogelkers) Euonymus europaeus (wilde kardinaalsmuts) Corylus avellana (Hazelaar) Ribus rubrum (Aalbes) Hedera helix (klimop) Humulus lupulus (Hop)

5 CHECKLIST PLANOLOGISCHE TOETS  Beleidskader  Omgevingsaspecten  Hinder van bedrijven  ProjectMER  Verkeerslawaai  Waterparagraaf  Ecologisch onderzoek en berekening stikstof.  Archeologisch onderzoek  Externe veiligheid  Luchtkwaliteit  Bodemkwaliteit  Verkeersaspecten  Maatschappelijke haalbaarheid  Financiële haalbaarheid

2

Bijlage 2

Ö

provinsje fryslân provincie fryslân ^ postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden Postbus 21000 8900 JA LEEUWARDEN

(058) 292 59 25 www.fryslan.frl provinde@fryslaii.frl WWW. twitter, com/ provfryslan

<ri c/2 r?H

<v c/5

ö >

o

Leeuwarden, 9 oktober 2023 Verzonden, ^ ^ OKT, 2023 Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)

02146881 Omgevingszaken

Onderwerp

: PF-2023/267380: ontheffing Verordening Romte 2014 voor uitbreiding landbouwmechanisatiebedrijf Wartensterdyk 2 en 6 te Wergea

Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte(gfryslan.frl

Geacht college, Op 27 juli 2023 hebben wij uw verzoek om ontheffing in goede orde ontvangen. I. Aanvraag In uw brief, kenmerk 2023-172925, verzoekt u ons, overeenkomstig de bepalingen in de arti­ kelen 10.1.1 en 10.2.1 van de Verordening Romte 2014, een ontheffing te verlenen vooreen uitbreiding van een landbouwmechanisatiebedrijf aan Wartensterdyk 2. Als onderdeel van de grondaankoop ten behoeve van de uitbreiding is de boerderij aan de Wartensterdyk 6 aangekocht. De boerderij wordt in gebruik genomen als woonboerderij. Deze boerderij zal worden gebruikt als leer/werkomgeving voor speciaal onderwijs. De doel­ groep zal tevens werkzaamheden verrichten op het bedrijf op nummer 2. II. Overwegingen Het gaat hier om een bestaand landbouwmechanisatiebedrijf in het buitengebied. Een land­ bouwmechanisatiebedrijf wordt op grond van de begripsbepaling in de Verordening Romte 2014 (hierna: VR 2014) niet gerekend tot een agrarisch hulpbedrijf. Daarmee valt het bedrijf onder de categorie niet agrarische bedrijven in het landelijk gebied. Een niet agrarisch bedrijf in het landelijkgebied kan maximaal 50% uitbreiden (artikel 4.3.1 VR 2014). Dit geldt zowel voor de toename van de bestaande bebouwde oppervlak als voor het bestaande bestemmingsvlak. De voorliggende ontwikkeling beoogt een uitbreiding van meer dan 50%. Daarmee is de ontwikkeling in strijd met de VR 2014.

-1 /3-

Ons kenmerk:

02146881

Ö

provinsje fryslân provincie fryslân ^

Artikel 10.1.1 VR 2014 biedt ons ruimte om ontheffing te verlenen voor stedelijke functies. Ontheffing is mogelijk voor gevallen waarin sprake is van bijzondere omstandigheden. Wij menen dat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid zoals beschreven in artikel 10.1.1 lid 1 VR 2014. Met de uitbreiding wordt het mogelijk de bestaande activiteiten, die nu op verschillende locaties plaatsvinden, te bundelen en tevens enige groei mogelijk te maken. Verder is aangetoond dat nieuwvestiging op een bestaand bedrijventerrein in de omgeving niet mogelijk is. De ontheffing kan worden verleend indien het plan voldoet aan de in artikel 10.1.1 lid 2 onder a t/m d van de VR 2014 genoemde voorwaarden: a. de ontwikkeling gelet op de aard, schaal en uitstraling past binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, en in een evenredige verhouding nieuwe kwali­ teiten van natuur, water, landschep of recreatieve dan wel agrarische mogelijkheden toevoegt, of bijdraagt aan een goede ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied of be­ staand stedelijk gebied; b. de ontwikkeling bijdraagt aan de sociale of economische vitaliteit van het platteland; c. de ontwikkeling niet leidt tot onevenredige milieubelasting en niet onevenredig veel verkeer aantrekt in relatie tot het onderliggende wegennet, en d.

de ontwikkeling niet leidt tot beperkingen voor de ontwikkeling van agrarische bedrij­ ven in de omgeving. Wij concluderen dat het plan voldoet aan de in de VR 2014 genoemde voonrt/aarden voor het verlenen van ontheffing. De nieuwe situatie is van een soortgelijke omvang als een agrarisch bedrijf (ca. 1 ha bedrijfsperceel). Met het doorlopen van een Nije Pleats methodiek wordt de ontwikkeling landschappelijk goed ingepast in de omgeving. Hierbij is rekening gehouden met de landelijke context en de aanwezige waarden, waarbij ook een boomgaard wordt aange­ legd. Op de Wartensterdyk 6 vindt dagbesteding als nevenactiviteit plaats. Jongeren kunnen werkervaring opdoen op het landbouwmechanisatiebedrijf. Daarmee wordt een bijdrage ge­ leverd aan de socio-economische vitaliteit. Duidelijk is dat de ontwikkeling niet leidt tot on­ evenredige milieubelasting, niet onevenredig veel verkeer aantrekt en niet leidt tot beperkin­ gen voor de ontwikkeling van nabijgelegen agrarische bedrijven.

III. Procedure Voor de mogelijkheid van beroep, de behandeling van en de uitspraak op beroep worden de verleende ontheffing en het besluit waarop die ontheffing betrekking heeft, als één besluit aangemerkt (artikel 8.3 lid 4 Wro).

-2/3-

Ons kenmerk;

02146881

<fd

(U co

Ö

• fH

O

ö

provinsje fryslân provincie fryslân ^

<rú

Beslissing Gedeputeerde Staten van Fryslân

(U

BESLUITEN: De gevraagde ontheffing op grond van artikel 10.1.1 VR 2014 te verlenen voor de uitbreiding van het landbouwmechanisatiebedrijf, conform de ingediende aanvraag (uw brief van 27 juli 2023, kenmerk 2023-172925) en het bijbehorende conceptontwerp bestemmingsplan verge­ zeld van het advies Nije Pleats (per mail ontvangen op 27 juli 2023) onder de voonvaarde dat wordt voldaan aan de opmerkingen in onze adviesbrief in het kader van het wettelijk voor­ overleg (kenmerk 02150092).

C/)

ö

o ; h

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Fryslân,

drs. A.A.M. Brok, voorzitter voor deze, de Iqco-vooi^

A. Sch

, MSc, secretaris

-3/3-

Ons kenmerk:

02146881

Bijlage 3

2023

Ecologische beoordeling Wet natuurbescherming

Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. een uitbreiding van een bedrijvengebouw aan de Wartensterdyk 4 en sloop van twee schuren aan de Wartensterdyk 6 te Wergea.

Ecologische beoordeling Wet natuurbescherming Toetsing Wet natuurbescherming t.b.v. een uitbreiding van een bedrijvengebouw aan de Wartensterdyk 4 en sloop van twee schuren aan de Wartensterdyk 6 te Wergea. Wergea, juni 2023 In opdracht van: Johan Meinderts Wartensterdyk 4 9005 XS Wergea Tel.: 06 - 51 632 557 Email: johan@meinderts.nl Uitvoering: Successie Natuurzaken Ds. v.d. Veenweg 5A 9264 TA Earnewald Tel.: 06-22600985 Email: info@successienatuurzaken.nl Contactpersoon: Dhr. Nico Minnema Auteur en veldwerkzaamheden (25 april en 7 juni 2023): Dhr. Meino Zondervan meino.zondervan@gmail.com Gecontroleerd door: Dhr. Jan Brandt Wiersma (Successie Natuurzaken) Omslagfoto: Impressie van plangebied 1, noordzijde. Inzet: Plangebied 2 schuur, zuidoost.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=c28d26cd-3b56-4594-b643-b8f6140c1347