CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - Wergea - Wartensterdyk 2-6

Besluitvorming (raad) 19 juni 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Wergea – Wartensterdyk 2-6’23.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Wergea - Wartensterdyk 2-6

Bestemmingsplan 16 april 2024

Wergea - Wartensterdyk 2-6 Bestemmingsplan

COLOFON Opdrachtgever

: Meinders Wergea B.V.

Auteur

: E. Venema

Rapportnummer

: 23-824-1

Versie

: Vastgesteld

Datum

: 16 april 2024

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Ligging plangebied Planologische regeling Leeswijzer

1 1 1 2 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Planbeschrijving Uitgangsituatie Beoogde ontwikkelingen Ruimtelijke inpassing Duurzame verstedelijking

5 5 6 10 11

3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

14 14 15 18

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Mer-beoordeling 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Geluid (wet geluidhinder) 4.4 Externe veiligheid 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Ecologie 4.7 Bodemkwaliteit 4.8 Watertoets 4.9 Archeologie 4.10 Cultuurhistorie 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Planologische zones

20 20 22 23 23 24 24 26 27 29 31 32 32

5 Juridische regeling 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de regels

33 33 33

6 6.1 6.2 6.3

36 36 36 37

Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

Bijlagen Bijlage 1 Advies Nije Pleats Bijlage 2 Ontheffing Verordening Romte 2014 Bijlage 3 Ecologische beoordeling Bijlage 4 Stikstofonderzoek Bijlage 5 Nader ecologisch onderzoek Bijlage 6 Bodemonderzoek Bijlage 7 Watertoets Bijlage 8 Archeologisch onderzoek Bijlage 9 Reactienota vooroverleg incl. vooroverlegreacties Bijlage 10 Reactie- en antwoordnota zienswijzen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel Aan de Wartensterdyk 2-4 te Wergea is het mechanisatiebedrijf Meinderts Wergea B.V. gevestigd. Al geruime tijd is er behoefte aan een uitbreiding van de bedrijfsgebouwen en het terrein. Omdat de huidige locatie hiervoor beperking kent, is een deel van het Frico-gebouw in het dorp in gebruik genomen. Door de doorgroei van het bedrijf en een inefficiëntie in de bedrijfsvoering door veel bedrijfsverkeer tussen de verschillende locaties, blijft de wens tot uitbreiding van het bedrijfsperceel aan de Wartensterdyk. Voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering is namelijk uitbreiding van de werkplaats en het magazijn vereist. Tevens is meer ruimte nodig voor de ontwikkeling van een volwaardige showroom. Tot slot is meer opslagcapaciteit vereist. In het kader van een optimale bedrijfsvoering is de wens om enkele bedrijfsactiviteiten (werkplaats, kantoor, magazijn en winkel) te bundelen op de locatie aan de Wartensterdyk. In het Frico-gebouw kan dan de opslagcapaciteit worden vergroot en een volwaardige showroom worden ontwikkeld. De eigenaar heeft hiervoor de achterliggende boerderij op het perceel Wartensterdyk 6 met bijbehorende grond aangekocht. Deze boerderij wordt in gebruik genomen als woonboerderij met ondergeschikte mogelijkheden voor dagbesteding voor jongeren.

In breed overleg (in de vorm van een Nije Pleats traject) is overeenstemming bereikt over de mogelijkheden en randvoorwaarden voor uitbreiding van het bedrijfsperceel aan de Wartensterdyk. Op basis hiervan wil de gemeente Leeuwarden medewerking verlenen aan de ontwikkeling. Dit bestemmingsplan vormt hiervoor het juridisch-planologisch kader. Provincie Fryslân heeft hiervoor een ontheffing op de Verordening Romte verleend (bijlage 2).

1.2

Ligging plangebied Het plangebied ligt ten oosten van Wergea, aan de doorgaande weg naar Warten. Hier maakt het deel uit van een cluster van twee bedrijven, namelijk Vakgarage Van der Zweep en mechanisatiebedrijf Meinders Wergea B.V. De begrenzing is afgestemd op de kadastrale perceelsgrenzen en het inrichtings-/landschapsplan dat voor de locatie is opgesteld. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

1

Figuur 1.1

1.3

De ligging van het plangebied

Planologische regeling Het plangebied is geregeld in een aantal bestemmingsplan. Primair geldt voor het perceel Wartensterdyk 2-4 en de achterliggende agrarische percelen het bestemmingsplan Wergea (2019). Het perceel Wartensterdyk 6 valt onder de regeling van het bestemmingsplan Buitengebied 2008 (2010) en enkele partiële herzieningen hiervan, zoals vastgesteld door de voormalige gemeente Boarnsterhim. Het bestaande bedrijfsperceel is in het bestemmingsplan Wergea bestemd als ‘Bedrijf’ met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’. Hierop ligt een bouwvlak van 1.900 m2, waar bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning gebouw kunnen worden. Hiervoor geldt een goot- en bouwhoogte van 6 en 9 meter. De uitbreiding van het bedrijf vindt plaats buiten de bedrijfsbestemming, op gronden met de bestemming ‘Agrarisch’. Daarbij komt ook een deel van de geprojecteerde nieuwbouw buiten het bouwvlak. Het bestemmingsplan staat dit niet toe. Verder is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ van toepassing, maar die is herzien met het bestemmingsplan Partiële herziening Archeologie. Het perceel Wartensterdyk 6 valt in het bestemmingsplan Buitengebied 2008 onder de bestemming ‘agrarisch gebied’ met daarop een aanduiding voor een bouwperceel (met bebouwingsrichting) voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Ter plaatse mogen binnen een denkbeeldige

2

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

rechthoek van één hectare agrarische bedrijfsgebouwen worden gebouwd. Dit perceel is aangekocht door het bedrijf, samen met de gronden waarop de uitbreiding plaatsvindt. De bewoners zijn voornemens de boerderij te gaan bewonen in combinatie met het gebruik ten behoeve van een bijzondere onderwijsfunctie. Dergelijke functies zijn op basis van de bestemming alleen mogelijk als onderdeel van het agrarisch bedrijf. Een fragment van de geldende bestemmingsplannen is samengevoegd in figuur 1.2.

Figuur 1.2

Fragment geldende bestemmingsplannen

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

3

Daarnaast heeft de gemeente Leeuwarden een aantal overkoepelende bestemmingsplannen vastgesteld. Het gaat om: Partiële herziening Archeologie De gemeente heeft op 11 november 2020 het bestemmingsplan 'Partiële herziening Archeologie' vastgesteld. Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in die partiële herziening. Het plangebied van dit bestemmingsplan is wel opgenomen, onder de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’, en maakt derhalve deel uit van de partiële herziening Archeologie. Hoofdstuk 4 gaat hier verder op in. Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Parkeren Tot juli 2018 was het op grond van de gemeentelijke bouwverordening mogelijk om regels te stellen ten aanzien van parkeernormen. Vanaf die datum zijn alle stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening vervallen en is het bestemmingsplan het enige instrument waarmee parkeernormen kunnen worden afgedwongen. Daarom heeft de gemeente een partiële herziening vastgesteld. Deze partiële herziening stelt normen voor het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar moet zijn bij verschillende functies. De regeling geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Leeuwarden. Dit bestemmingsplan is primair gericht op het borgen van de bestaande parkeernormen zoals ze zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Leeuwarden 2014.

De regeling hiervoor is in het bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Parkeren verwerkt. De regels worden ook in onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Bestemmingsplan Leeuwarden - Kamerverhuur Daarnaast is het bestemmingsplan Leeuwarden - Kamerverhuur van toepassing. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om de verhuur en verkoop van kamers in de gemeente Leeuwarden te reguleren. De regels van dit bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Plan voor de zon Ook is het bestemmingsplan Leeuwarden – Partiële herziening Plan voor de zon van toepassing. Dit bestemmingsplan is van toepassing verklaard in de regels van dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening woningsplitsing en woonzorgfuncties Tot slot is bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening woningsplitsing en woonzorgfuncties van toepassing. Hierin worden regels gesteld aan woningsplitsing en woningomzetting naar zorg. De uitsluiting hiervan is opgenomen in de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan en de vertaling naar uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt het juridische systeem toegelicht. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.

4

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

2

Planbeschrijving

2.1

Uitgangsituatie Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de uitbreiding van het mechanisatiebedrijf Meinderts Wergea. Dit bedrijf is in 1975 vanuit verschillende locaties in het dorp naar het perceel Wartensterdyk 2 verplaatst. Deze locatie ligt net buiten Wergea en maakt hier deel uit van een cluster van twee bedrijven in een verder open agrarisch landschap. Het bedrijfsperceel van Meinderts is relatief volgebouwd en volledig verhard. Het buitenterrein wordt intensief gebruikt voor opslag en uitstalling van landbouwmachines. Op de oostkant staat een bedrijfswoning (Wartensterdyk 2). Schuin achter het bedrijf ligt een voormalig agrarisch bedrijfsperceel van een veehouderij. De bebouwing hier bestaat uit een stelpboerderij die met het woonhuis naar het zuidwesten is georiënteerd. Hier tegenaan zijn twee stallen/schuren gebouwd. Een luchtfoto van het plangebied en de omgeving is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1

Luchtfoto plangebied

Meinderts heeft een sterke groei doorgemaakt. Eind jaren ’90 waren er al uitbreidingsplannen. De grond ten zuiden van het bedrijvencluster, aangrenzend aan het bedrijf, was destijds in voorbereiding voor woningbouw. Daarom is gekozen om 3.000 m2 van het voormalige Frico-gebouw in het dorp aan te kopen, waarin nu een magazijn en opslagruimte voor grotere onderdelen en een werkplaats is gevestigd.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

5

2.2

Beoogde ontwikkelingen Dit bestemmingsplan is tot stand gekomen naar aanleiding van een wens van Meinderts om het mechanisatiebedrijf uit te breiden en te centraliseren, om zo de bedrijfsvoering gericht op de toekomst te kunnen optimaliseren. Daarbij is opnieuw gekeken naar de gronden ten zuiden van het bedrijf. Nije Pleats en inrichtings- en landschapsplan Omdat het bedrijf een sterke binding heeft met het dorp en het type bedrijf sterk is gelieerd aan het buitengebied, is er vanuit provincie en gemeente een positieve grondhouding ingenomen. Wel vraagt de ligging in het buitengebied specifieke aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit. Daarom is een Nije Pleats traject doorlopen, waarin in samenwerkingsverband tussen verschillende specialisten, de gemeente Leeuwarden, Provincie Fryslân en welstandscommissie Hûs & Hiem een advies is gemaakt dat de basis vormt voor de verdere uitwerking van het plan. Dit advies is opgenomen in bijlage 1. Hierin is de landschappelijke analyse en het proces dat heeft geleid tot het advies uitgebreid beschreven. In het advies wordt uitgegaan van een relatief grootschalige uitbreiding om de te verwachten ruimteclaim op te vangen. Er wordt daarom veel ruimte gereserveerd voor manoeuvreerruimte en parkeergelegenheid. Daarmee samenhangend wordt ook meer ruimte gereserveerd voor een landschappelijk kader, bestaande uit opgaande beplanting en water.

Daarbij is gekozen voor een landschappelijke versterking, door het bedrijfsterrein te vormen naar de bestaande mozaïekverkaveling. De oprit naar de achterliggende boerderij zal een toegangsweg naar beide terreinen gaan vormen. Om aan de landschappelijke structuur ook daadwerkelijk invulling te geven is het niet mogelijk om een brede watergang aan te brengen tussen deze toegangsweg en het bedrijf. Door het dempen van watergangen en door de grote toename van verharding is een aanzienlijke nieuwe waterstructuur nodig. Daarom is voorgesteld een bredere watergang aan te brengen die ook de functionele scheiding vormt. Deze wordt iets verlegd ten opzichte van de huidige situatie. Door de toename van verharding en het dempen van watergangen is watercompensatie en ophoging van het terrein noodzakelijk. Tot slot wordt uitgegaan van een integrale benadering van de uitbreiding van het bedrijf en de opwaardering van de kwaliteit van het boerderijerf. Het erf van de woonboerderij bestaat uit twee delen. Aan de woonzijde krijgt de tuin een sierlijke inrichting met enkele nader te bepalen boomgroepen en sierbeplanting. Aan de achterzijde kan een boomgaard of fruitgaard onderdeel uitmaken van de inrichting van het erf. De sloop van de ongeveer 500 m2 aan bebouwing is voorwaardelijk. Het advies leidt tot een inrichtingsvoorstel dat is weergegeven op pagina 20 van bijlage 1.

Dit inrichtingsvoorstel ligt aan de basis voor het inrichtings- en landschapsplan, dat is gemaakt door Dorenbos Architecten. Dit weergegeven in figuur 2.2. Het Nije Pleats voorstel is daarin rechtsboven geprojecteerd. Een afwijking is dat de volumeopbouw van de bedrijfsgebouwen is aangepast aan nieuwe inzichten. Deze is meer op de westzijde geconcentreerd.

6

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Nije Pleats

Figuur 2.2

Het inrichtings- en landschapsplan (incl. voorstel Nije Pleats

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

7

Afwijking advies Nije Pleats Het plan wijkt op enkele onderdelen af van het Nije Pleats advies. Het voorgestelde landschappelijke kader (het verloop en de afmetingen van de nieuwe watergang, de vormgeving van de oevers en de toe te passen beplanting) uit het advies is in zijn geheel overgenomen in de nieuwe plannen, evenals de richting van de nieuwbouw. Enkel de positionering van de nieuwe bebouwing (A) en de te slopen delen van de bestaande bedrijfsbebouwing (B) wijken af van het advies. A. Aan de oostzijde van het plangebied hebben de waterstructuur en de beplanting uit het advies tezamen met de ruimtebehoefte aan verharding (manoeuvreren en stallen) ertoe geleid dat de nieuw te bouwen werkplaats meer naar het westen gesitueerd is. Door de werkplaats hier te positioneren wordt er aansluiting gezocht bij de bestaande structuren van de aanwezige bebouwing en kan er een interne logistiek gerealiseerd worden die perfect aansluit bij de bedrijfsvoering. Tenslotte komt deze positionering de woonkwaliteit van de bedrijfswoning ten goede. Het zwaartepunt van de verharding en de bijbehorende verkeersbewegingen liggen zo duidelijk aan de oostzijde van de bebouwing. Aan de westzijde is enkel de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen rondom de bebouwing te rijden. Het beperkte aantal verkeersbewegingen aan de westzijde komt ook de woonkwaliteit van de woning van de buren ten goede.

Het opschuiven van de nieuwbouw in de westelijke richting heeft als consequentie dat het volume aan de zuidzijde deels terug rooit om zo het volume goed in te kunnen passen in het landschappelijke kader. De footprint van de nieuwe werkplaats is hierdoor kleiner dan in het advies van de Nije Pleats. B. De andere wijziging ten opzichte van het advies van de Nije Pleats betreft de bebouwing aan de Wartensterdyk. In tegenstelling tot het advies rooien wij de bebouwing terug door een deel van de bestaande bebouwing te slopen. Hierdoor ontstaat er meer ruimte op het voorterrein en kan er een duidelijke afscheiding gerealiseerd worden (in de vorm van laanbeplanting) tussen het voorterrein en de Wartensterdyk. De laanbeplanting zal hier op eigen terrein gesitueerd worden. Daarnaast biedt het deels slopen van de bestaande bebouwing de mogelijkheid om het front van de bedrijfsbebouwing naar de Wartensterdyk een zekere samenhang te geven in vormgeving en materiaalgebruik. De verscheidenheid aan kapvormen en de verspringende rooilijnen van de verschillende volumes zorgen voor een schaalverkleining en een goede landschappelijke inpassing. Bovengenoemde aanpassingen zijn akkoord bevonden door de buren, de ambtelijke dienst van de provincie en gemeente en de welstandscommissie.

Uitbreiding mechanisatiebedrijf De huidige situatie is niet optimaal omdat de werkplaatsen van het bedrijf zowel aan de Wartensterdyk als in het Frico-gebouw ondergebracht zijn. Dit heeft als gevolg dat er veel verkeersbewegingen tussen de beide locaties zijn. Daarnaast heeft de verdeling van de werkplaatsen over twee locaties grote praktische nadelen voor personeel en aansluiting op magazijnen.

8

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Aan de Wartensterdyk 2 staat in de huidige situatie 1160 m² aan bedrijfsbebouwing. In de nieuwe situatie wordt er 212 m² van de bestaande bebouwing gesloopt en wordt 2029 m² nieuw gebouwd. Dit betekent dat er in de nieuwe situatie 2977 m² aan bedrijfsgebouwen aan de Wartensterdyk staat. Daarbij wordt uitgegaan van een samengesteld volume, dat enerzijds is ingegeven door een praktische doorontwikkeling op de bestaande bebouwing en anderzijds leidt tot een passende schaal. De bebouwing aan de achterzijde wordt hoger dan die aan de voorzijde. De extra hoogte in zowel goot- als bouwhoogte is nodig voor de kraanbanen in de werkplaatsen. Aan de voorzijde wordt uitgegaan van een lagere goothoogte, passend bij het landelijke karakter. Enkele gevelaanzichten van de beoogde bebouwing zijn weergegeven in figuur 2.3 en een impressie in figuur 2.4.

Figuur 2.3

Gevelaanzichten / principe gevelopbouw

Figuur 2.4

Impressie volumeopbouw

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

9

Naast een toename van het gebouwde oppervlak biedt het plan ruimte voor extra manoeuvreeren parkeerruimte. De oppervlakte van de bedrijfsbestemming (netto bedrijfsperceel) neemt toe van 4.400 m2 naar 10.830 m2. Door dit in een robuust landschappelijk kader te brengen en vooral achter de bebouwing te situeren, komt dit minder in het zicht te liggen. Het voorterrein biedt in de nieuwe situatie ook meer ruimte voor groene invulling, aanvullend op de laanbeplanting langs de Wartensterdyk. Dit leidt tot een meer hoogwaardige invulling en een versterking van de ruimtelijke- en landschappelijke kwaliteit. Door de werkplaats in het Frico-gebouw onder te gaan brengen op de locatie aan de Wartensterdyk kan de bedrijfsvoering geoptimaliseerd worden. De activiteiten in het Frico-gebouw kunnen dan beperkt worden tot opslag en hier kan een volwaardige showroom worden ontwikkeld. De transformatie van werkplaats tot showroom zal de uitstraling van het Frico-terrein en de woonomgeving binnen Wergea verbeteren. Herbestemmen boerderij De boerderij op het perceel Wartensterdyk is verworven als onderdeel van de grondaankoop. Deze wordt in gebruik genomen als woonboerderij en maakt deel uit van het integrale landschapsplan. De aan de stelp gebouwde schuren en stallen worden gesloopt en de op de weg gerichte tuin wordt ingevuld met een boomgaard.

Het plan is om deze boerderij en de omliggende gronden ook te gaan gebruiken als leer/werkomgeving voor speciaal onderwijs, gericht op jongeren tussen de 10 en 18 jaar die in het reguliere onderwijs zijn uitgevallen (thuiszitters). Het doel is deze doelgroep een kans te geven om te participeren in de samenleving, vanuit de mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Hiermee wordt een uniek dagbestedingsconcept neergezet, dat in samenwerking en naar het voorbeeld van bestaande arbeidsgerichte leerroutes wordt vormgegeven. De combinatie van de boerderij en het mechanisatiebedrijf biedt een bijzondere kans om zowel met de verzorging van dieren als met techniek aan de slag te gaan. Het landbouwmechanisatiebedrijf zou in dit geval als praktijklocatie kunnen worden gebruikt. Het is dan ook de bedoeling om op de boerderij niet-bedrijfsmatig dieren te gaan houden. Daarvoor biedt het bestemmingsplan de ruimte om een bijgebouw van maximaal 150 m 2 te realiseren naast de boerderij. Het gaat overigens om een aan het wonen ondergeschikte functie. In de regels van dit bestemmingsplan is bepaald dat ten hoogste 30% van de gebouwen ingericht mogen worden ten behoeve van deze functie.

2.3

Ruimtelijke inpassing Voor plannen in het landelijk gebied waar extra bouwmogelijkheden worden geboden voor stedelijke functies, zoals wonen, moet op basis van het provinciaal beleid aangegeven worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van de nieuwe functies en hoe het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. In de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' heeft de provincie Fryslân het belang, dat zij hecht aan goede verankeringen van ontwikkelingen in het landschap, aangegeven. Op basis van de uitgangspunten uit deze structuurvisie is de voorgenoemde ontwikkeling getoetst. Het is van belang dat de ontwikkeling op een verantwoorde manier wordt ingepast in het landschap. Volgens de kaart bij de structuurvisie ligt Wergea in het Kleigebied Oostergo, op de overgangszone naar het veenge-

10

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

bied. Dit is een open landschap met puntverdichtingen en een kenmerkende opstrekkende verkaveling. Belangrijk is het behoud van de openheid, de stedenbouwkundige structuur van de dorpen en het hanteren van de bestaande verkaveling als onderlegger en basis bij ontwikkelingen. De bestaande landschappelijke kwaliteiten zijn een nadrukkelijk uitgangspunt geweest bij de totstandkoming van het Nije Pleats advies, dat is opgenomen in bijlage 1. Dat advies ligt grondslag aan het inrichtings- en landschapsplan dat is vertaald naar de regels van dit bestemmingsplan. De van belang zijde landschapsmaatregelen teneinde een goede landschappelijke inpassing te bereiken zijn in de regels van dit bestemmingsplan geborgd via een voorwaardelijke verplichting.

2.4

Duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. De regeling houdt in dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De uitbreiding van een bedrijf met de beoogde omvang wordt aangemerkt als nieuwe verstedelijking. Dit bestemmingsplan stelt bovendien een uitbreiding in landelijk gebied voor, waarbij de nieuwe stedelijke ontwikkeling dus buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Er is daarom van belang een gedegen afweging te maken van de behoefte aan de nieuwe verstedelijking en over de mogelijkheden om de ontwikkeling binnen stedelijk gebied te realiseren. Behoefte Aan de uitbreidingswensen van Meinderts Wergea liggen verschillende redenen ten grondslag. Naast zaken die te maken hebben met een efficiënte toekomstige bedrijfsvoering en ruimtegebrek hebben ook de duurzame ambities van het bedrijf hierin een rol gespeeld.

Naast economische groei in combinatie met een toename van arbeidsplaatsen, ontstaan opleidingsmogelijkheden voor zowel eigen personeel als voor studenten, verduurzaming van de bedrijfsgebouwen en afname verkeer tussen de twee locaties. De behoefte aan de uitbreiding komt allereerst voort uit de groei van het bedrijf. Voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering is uitbreiding van de werkplaats en het magazijn vereist. Tevens is meer ruimte nodig voor de ontwikkeling van een volwaardige showroom. Tot slot is meer opslagcapaciteit vereist. In het kader van een optimale bedrijfsvoering is het van belang de werkplaatsen en daaraan gekoppelde magazijnen en kantoren te bundelen. In het Frico-gebouw kan de opslagcapaciteit dan worden vergroot en een volwaardige showroom worden ontwikkeld. Dit komt ook voort uit de eisen die de leveranciers van het landbouwmechanisatiebedrijf stellen. Ontwikkelen buiten bestaand stedelijk gebied De behoefte aan uitbreiding is evident. Voor de levensvatbaarheid van Meinderts B.V. is het van belang dat het landbouwmechanisatie-bedrijf centraal is gelegen binnen het huidige verzorgingsgebied. Het landbouwmechanisatiebedrijf moet goed bereikbaar blijven voor de klanten. Het gaat om een cirkel van ongeveer 25 kilometer rondom het bedrijf. Er is onderzocht binnen dit gebied alternatieven zijn op bedrijventerrein.

Dit zijn Frisia, Zwette en het voormalig Fricogebouw. Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

11

Het watergebonden bedrijventerrein Frisia in Grou is sinds 2000 in ontwikkeling. Dit bedrijventerrein is bestemd voor watergebonden bedrijven. Wel is een afwijkingsgrondslag opgenomen voor bedrijven die hun afzetgebied in de voormalige gemeente Boarnsterhim hebben. Dit bedrijventerrein is ingericht om kleinschalige MKB bedrijven te accommoderen die werkgelegenheid en toegevoegde waarde genereren. Gezien de omvang van de kavels en de infrastructuur is dit bedrijventerrein niet geschikt voor een landbouwmechanisatiebedrijf. De infrastructuur is bovendien niet gericht op de verkeersafwikkeling van landbouwvoertuigen. De wegprofielen zijn hiervoor te smal. Bovendien zijn de beschikbare (aaneengesloten) kavels te klein voor landbouwmechanisatiebedrijf Meinderts Wergea. Op dit terrein zijn overigens nog drie kavels beschikbaar, waarvan twee gekoppeld kunnen worden. De twee aaneengesloten kavels zijn echter te klein voor het ruimtebeslag van Meinderts. Het toestaan van deze ontwikkeling zal overigens niet leiden tot leegstand op Frisia. Er zijn 9 geïnteresseerde kopers van deze 3 kavels. Deze kavels worden naar verwachting dus binnen afzienbare tijd in ontwikkeling gebracht. Een ander bedrijventerrein waar nog (twee) kavels beschikbaar zijn is De Zwette.

Dit bedrijventerrein wordt ontsloten door De Haak en voorziet hiermee in de behoefte van (grootschalige) bedrijven waarvoor een goede ontsluiting op het hoofdwegennet is vereist. Een landbouwmechanisatiebedrijf past niet in dit profiel. Vestiging op dit bedrijventerrein is, vanwege de slechte bereikbaar voor landbouwvoertuigen, onwenselijk voor het landbouwmechanisatiebedrijf. Ontsluiting via de Hendrik Algrawei is echter ongewenst, omdat er dan meer landbouwverkeer in (toekomstige) woonwijken wordt geïntroduceerd. De twee beschikbare kavels op De Zwette zullen overigens naar verwachting snel ontwikkeld worden, zodra hier een stroomaansluiting beschikbaar komt. De uitbreiding van Meinderts zal daarmee niet leiden tot leegstand op De Zwette Uitbreiding binnen het bestaande Frico gebouw is onmogelijk en onwenselijk. Het voormalig Fricogebouw is getransformeerd naar een bedrijfsverzamelgebouw waar (ondernemers) kantoor-, vergader-, workshopruimtes en een spreekkamer kunnen huren. In het gebouw is nog wel kantoorruimte beschikbaar maar fysiek geen ruimte voor uitbreiding en bundeling van de bedrijfsactiviteiten van Meinderts Wergea. Bundeling en uitbreiding van de werkplaats-, magazijn- en kantooractiviteiten van het bedrijf op het voormalig Fricogebouw is, gelet op de locatie in het dorp, bovendien onwenselijk.

Bundeling en uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van Meinderts Wergea B.V. brengt meer verkeersbewegingen (landbouwverkeer) en geluidshinder (werkplaats) met zich mee. Het Fricogebouw is vanwege de ligging in het woongebied bestemd voor lichtere bedrijvigheid is bestemd (categorie 3.1 en 2 en niet voor werkplaatsen uit categorie 3.2). Dit zou ten koste gaan van een goed woon- en leefklimaat in het aangrenzende woongebied. Conclusie Het plan voorziet in de aantoonbare behoefte om de bedrijfsvoering van het mechanisatiebedrijf uit te breiden en te optimaliseren. In de directe omgeving van de huidige bedrijfslocatie zijn geen geschikte binnenstedelijke alternatieven. Bovendien heeft het bedrijf een sterke sociale binding met het dorp Wergea en het verenigingsleven daarbinnen. Verplaatsing uit het dorp zou in die zin

12

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

afbreuk doen aan de levendigheid. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voldoet aan het uitgangspunt van duurzame verstedelijking.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

13

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Het plangebied valt niet in een van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 2.4 is uitgebreid ingegaan op het aspect duurzame verstedelijking.

Omdat de aangetoonde behoefte aan uitbreiding niet kan worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied, is het volgens de treden van de ladder aanvaardbaar om een uitbreidingslocatie mogelijk te maken.

14

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een plek die ruimtelijk logisch aansluit op de bestaande locatie en wordt ingezet op een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt onder andere ingezet op het versterken van de natuur in het stedelijk gebied. Natuurinclusief bouwen is een aspect dat niet in bestemmingsplan geregeld kan worden. Het gaat om uitvoeringszaken, zoals speciale stenen toe te passen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een tuininrichting die biodiversiteit stimuleert.

De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft een checklist opgesteld met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Voor de ontwikkeling worden geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak. Wel is de checklist bij de initiatiefnemer kenbaar gemaakt als inspiratiekader. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4.8 gaat hier verder op in. Verordening Romte Fryslân In 2014 is de Verordening Romte Fryslân vastgesteld en deze is in 2018 partieel herzien. In de Verordening Romte is een aantal regels van toepassing op het plangebied. Bundeling In de verordening is geregeld dat in het landelijk gebied in principe geen bouwmogelijkheden voor stedelijke functies geboden mogen worden (artikel 1.1.1). Wel kan in een ruimtelijk plan een uitbreidingslocatie aansluitend op bestaand stedelijk gebied worden toegestaan. Het plangebied ligt volgens de kaarten bij de verordening buiten het bestaand stedelijk gebied. Een mechanisatiebedrijf is in de verordening specifiek uitgesloten als zijnde een agrarisch hulpbedrijf. De provincie stelt dat deze op een bedrijventerrein thuishoren.

Daarom wordt het bedrijf beschouwd als niet-agrarisch bedrijf in het landelijk gebied. Artikel 4.3 stelt hieraan regels.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

15

In een ruimtelijk plan voor landelijk gebied kan uitbreiding worden toegestaan van een bestaand, niet-agrarisch bedrijf, tot maximaal 50% van het bestaande bebouwde oppervlak en maximaal 50% van het bestaande bestemmingsvlak. In dit geval is er sprake van een uitbreiding van ongeveer 150% van de bebouwing en het bestemmingsvlak. Daarmee is de uitbreiding in strijd met artikel 4.3. Voor deze afwijking is een ontheffing op de verordening nodig. Gemeente Leeuwarden heeft deze per brief van 27 juli 2023 aangevraagd bij Gedeputeerde Staten (GS). Op 9 oktober 2023 heeft GS hier positief op gereageerd en de ontheffing verleend. Dit besluit is opgenomen in bijlage 2. Op basis van artikel 10.1.1 van de verordening kunnen GS namelijk op aanvraag van burgemeester en wethouders een ontheffing verlenen van het bepaalde in (o.a.) artikel 1.1.1, voor een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, van (o.a.) stedelijke functies. Deze ontheffing is bedoeld voor gevallen waarin de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen. Deze ontheffing kan worden verleend indien a.

de ontwikkeling gelet op aard, schaal en uitstraling past binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, en in een evenredige verhouding nieuwe kwaliteiten van natuur, water, landschap of recreatieve dan wel agrarische mogelijkheden toevoegt, of bijdraagt aan een goede ruimtelijke kwaliteit in het landelijke gebied of bestaand stedelijk gebied, b. de ontwikkeling bijdraagt aan de sociale of economische vitaliteit van het platteland, c. de ontwikkeling niet leidt tot onevenredige milieubelasting en niet onevenredig veel verkeer aantrekt in relatie tot het onderliggende wegennet, en d. de ontwikkeling niet leidt tot beperkingen voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving. In het kader van het Nije Pleats traject is in overleg met de provincie en andere ter zake deskundigen een afweging gemaakt van de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit en relatie tot de uitbreiding van de stedelijke functie in het landelijk gebied. Dit heeft geleid tot een integraal inrichtingsen landschapsplan, dat als voorwaardelijke verplichting is opgenomen bij dit bestemmingsplan. Op basis daarvan mag geconcludeerd worden dat in een evenredige verhouding nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd en/of bijgedragen worden aan de ruimtelijke kwaliteit.

Het plan draagt bij aan de sociale én economische vitaliteit van het platteland door het behoud en de doorontwikkeling van een lokaal én aan het agrarisch gebied gebonden bedrijf. Dit bedrijf is actief in het verenigings- en ondernemingsleven van Wergea en uitbreiding hiervan versterkt de lokale werkgelegenheid en sociale cohesie. Verder wordt in hoofdstuk 4 beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de milieutechnische inpasbaarheid. De ontwikkeling is juist gericht op een beperking van het heen en weer rijden tussen vestigingen en is daarmee gunstig voor de verkeersveiligheid. Verder is op basis van richtafstanden een milieutechnische afstemming plaatsgevonden met omliggende woningen en ligt het bedrijf niet in de invloedsfeer van agrarische bedrijven. Op basis van het voorgaande is een ontheffing verleend (bijlage 2).

16

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing Voor de functiewijziging van de boerderij wordt aangesloten bij de regeling voor vrijkomende (niet)agrarische gebouwen. Nieuwe stedelijk functies, waarbij wonen, zorg en dienstverlening concreet wordt genoemd, kunnen mogelijk worden gemaakt als sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. De maatschappelijke dagbesteding voor jongeren wordt als ondergeschikte functie bij het wonen mogelijk gemaakt en kan in dit kader worden gezien als een vorm van zorg en dienstverlening. Daarmee voldoet deze functie aan de regels voor hergebruik van vrijkomende agrarische gebouwen. Ruimtelijke kwaliteit Bij een ruimtelijk project in het landelijk gebied wordt een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf geschreven waarin, voor zover noodzakelijk, wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen en hoe het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, die zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op ’e Romte. Paragraaf 2.3 vormt deze ruimtelijke kwaliteitsparagraaf.

Weidevogelkansgebieden Grote delen van Fryslân zijn op de kaarten bij de verordening aangewezen als Weidevogelkansgebieden. Het gaat om gebieden die bestaan uit ruime en open gebieden (met zichtafstand groter dan 400 meter) met voldoende rust en waarin gevarieerde graslanden liggen. De provincie heeft het gebied ruim begrensd en stelt in de Verordening een aantal storingsbronnen die voor een nadere inkadering zorgen. Het plangebied ligt binnen het weidevogelkansgebied, maar wel binnen de verstoringsafstanden van de bestaande stedelijke gebieden en functies, waardoor het op zichzelf niet meer wordt geclassificeerd als weidevogelkansgebied. In de Verordening zijn verstoringsafstanden opgenomen, waarmee rekening gehouden moet worden. Voor bebouwing binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 300 meter. Voor solitaire bebouwing buiten de bebouwde kom is dit 200 meter. De ontwikkeling heeft een potentieel verstorend effect op het gebied van openheid en rust in het weidevogelkansgebied. Echter, doordat de uitbreiding tussen bestaande bebouwde percelen in het landelijk gebied komt en het gebied ten zuidwesten van het plangebied in de verstoringscontour van de bebouwde kom van Wergea ligt, is er geen extra verstoring. Ontgrondingenverordening Friesland Op grond van de Ontgrondingenwet is een ontgrondingsvergunning nodig voor afgravingen.

De provincie is bevoegd gezag voor dergelijke ontgrondingen. De Ontgrondingenverordening zijn vrijstellingen opgenomen. Onder andere is bepaald dat geen vergunning nodig is voor ontgrondingen die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een in een bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming, mits in de bij het bestemmingsplan behorende regels is aangegeven dat de verwerkelijking van het plan een ontgronding inhoudt of insluit, de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het maaiveld en bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m 3 bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

17

Voor het plan is watercompensatie nodig. Dit wordt uitgevoerd door op het inrichtingsplan (figuur 2.2 in paragraaf 2.2) aangegeven waterpartij. Deze wordt minder dan 2 meter diep (ten opzichte van het huidige maaiveld) en de grond wordt toegepast binnen het plangebied. De compensatie is noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de in het bestemmingsplan aangegeven bestemmingen (waarvoor verhardingen noodzakelijk zijn). De bestemmingen laten het graven van watercompensatie toe. Daarom wordt voldaan aan de vrijstellingsvereisten en is hiervoor is geen ontgrondingvergunning nodig. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Leeuwarden De leefomgeving gaat de komende jaren veranderen. Grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en woningbouw vragen om antwoorden én om ruimte. Om hier sturing aan te geven heeft de gemeenteraad op 22 december 2021 de integrale Omgevingsvisie Leeuwarden vastgesteld. De gemeente zet drie ontwikkelprincipes in, om de om de stap te maken van opgaven naar uitwerking en gebiedsgerichte ontwikkeling. Deze ontwikkelprincipes zijn vergroenen, verbinden en verwaarden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de stad, de dorpen en het buitengebied. Belangrijk voor de dorpen is de focus op de leefbaarheid en wat de betekenis daarvan is. Initiatieven uit het dorp kunnen mogelijk worden wanneer daaruit een duidelijke impuls voor de toekomstige ruimtelijke kwaliteit tot stand wordt gebracht. Hierbij wordt naast de fysieke ontwikkeling ook gekeken naar de bijdrage aan de leefbaarheid van het dorp. Bij initiatieven van onderop is het aantonen van behoefte en draagvlak in het dorp een vereiste. In het buitengebied en bij nieuwe bebouwing zijn een toekomstbestendig en klimaatbestendig bodem en watersysteem leidend voor de keuzes in het landgebruik: het ruimtegebruik volgt de fysieke structuur van bodem en water en niet andersom.

De gemeente koestert het (open) landschap en put daarbij inspiratie uit de historische ontwikkeling en de archeologische waarde van het gebied. Expliciete uitspraken ten aanzien van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt worden in de omgevingsvisie niet gedaan. Er is sprake van maatwerk in de vorm van een indicatief dat met het oog op levendigheid en ruimtelijke kwaliteit tot stand is gebracht en waarover ook uitvoering is geparticipeerd met belanghebbenden. Het plan kan in die zin rekenen op voldoende draagvlak. De kwaliteiten van het buitengebied zijn nadrukkelijk aan de orde gekomen in het Nije Pleats traject, dat uiteindelijk een vertaling heeft gevonden in dit bestemmingsplan. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt past binnen de ambities en keuzes uit de omgevingsvisie.

18

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Duurzaam Leeuwarden, de sterke stad De gemeente Leeuwarden bevordert op haar grondgebied actief het verduurzamen van de gemeente. Deze verduurzaming richt zich op een aantal aspecten, waaronder energieverbruik, verantwoordelijk watergebruik en waterkwaliteit, ecologie en het beperken van afval. De focus ligt op de thema's energie en water. Om dit beleid te verwezenlijken, heeft de gemeenteraad op 29 november 2010 de visie Duurzaam Leeuwarden, de sterke stad vastgesteld. Deze visie gold voor de periode van 2011 tot en met 2020. Bij het werken aan een duurzaam Leeuwarden staan twee ambities centraal: een klimaatbestendige stad en een klimaatneutrale energie- en warmtevoorziening. De gemeente focust op het faciliteren en aanjagen van sleutelprojecten die bijdragen aan een aardgasloze toekomst en een klimaatadaptieve gemeente in 2035. Dit betekent dat in de bestaande woningbouw en bedrijfsgebouwen fors energie bespaard moet worden of dat er duurzaam opgewekte energie gebruikt wordt. Voor nieuwbouw betekent het dat de gemeente verdergaande doelen dan de eisen van het Bouwbesluit nastreeft en dat de gemeente de lijst Duurzaam Bouwen hanteert. Bij de uitwerking van het bouwplan dient rekening gehouden te worden met de door de gemeente gehanteerde energienorm. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

19

4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Mer-beoordeling Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer deze niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten beoordelen of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit wordt een vormvrije mer-beoordeling genoemd. Daarbij moet wordt getoetst op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, maar hoort geen formele procedure. De omstandigheden betreffen de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject is in het besluit opgenomen als beoordelingsplichtige activiteit. De drempelwaarden die hierbij horen zijn een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De uitbreiding van het bedrijf kan gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het college van burgemeester en wethouders neemt daarom voor de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een m.e.r.-beoordelingsbesluit.

Dit wordt, gelet op de omvang in relatie tot de drempelwaarden, gezien als een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit besluit kan op basis van de navolgende passages worden genomen. Hierin worden alle aspecten uit bijlage III van de EEG-richtlijn kort getoetst. Vormvrije mer-beoordeling De plaats van het project Bij de plaats van het project gaat het met name om de mate van kwetsbaarheid van het gebied waarin het project plaatsvindt. Hierbij wordt conform de EU richtlijn in overweging genomen wat het bestaande grondgebruik is en hoe het is gesteld met het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Bestaand grondgebruik Het plangebied betreft, naast het bestaande bedrijfsperceel en het voormalig agrarisch bedrijfsperceel, enkele agrarische kavels grasland die hierbij aansluiten. Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft op zichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu Dit bestemmingsplan maakt een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk. Het plan ligt niet nabij gevoelige gebieden, zoals bedoeld in de EEG-richtlijn. Het meest nabijgelegen gevoelige gebied is

20

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

de Alde Feanen, dat op 3 kilometer afstand ligt. Vanuit de plaats en de kenmerken van het project worden geen belangrijke milieueffecten verwacht. De kenmerken van het project Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is, in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Omvang De omvang van het plan is in verhouding tot de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. zeer beperkt. Het project voorziet in de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen met ongeveer 1.800 m 2 tot 3.000 m2 en een oppervlakte van ruim één hectare netto. Cumulatie In de invloedsfeer van het plan vindt geen stedelijke ontwikkeling plaatst die leidt tot een totale omvang boven de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. Gebruik natuurlijk hulpstoffen Voor de uitvoering hoeft geen gebruik te worden gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen. Productie afvalstoffen Bij de uitvoering komen mogelijk afvalstoffen vrij. Dit wordt overeenkomstig de geldende regels afgevoerd en waar mogelijk gerecycled. Er is geen sprake van bijzondere of risicovolle afvalstoffen die in potentie leiden tot belangrijke milieueffecten. Verontreiniging en hinder Het project leidt niet tot een risico op verontreiniging. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder.

Risico op ongevallen De uitvoering van het project en het gebruik van de gronden brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën. Kenmerken van de milieueffecten Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). Aard van de effecten In het plan wordt een bestaand bedrijf uitgebreid. De milieubelasting vanuit dit bedrijf is gebaseerd op de richtafstanden. Op basis hiervan wordt geen belangrijke milieubelasting verwacht. Potentiele andere effecten zijn beperkt tot een toename van verkeer en eventuele ecologische en waterhuishoudkundige effecten. Daarnaast zijn er tijdelijke effecten in de realisatiefase mogelijk.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

21

Bereik van het effect De effecten zijn beperkt tot lokale milieubelasting (voor bedrijven uit categorie 3.2 tot ongeveer 100 meter). Effecten op water, natuur en andere waarden zijn in navolgende paragrafen verder in beeld gebracht. Waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Potentiële milieueffecten als gevolg van een stedelijk ontwikkelingsproject zijn over het algemeen voorspelbaar en goed op voorhand te onderzoeken. Uit deze onderzoeken blijkt dat er geen belangrijke milieueffecten als gevolg van dit plan te verwachten zijn. De effecten van de aanleg zijn tijdelijk. Effecten op lange termijn zijn niet aan de orde. Het project is in principe niet omkeerbaar. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure. Op basis hiervan kan het college van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, besluiten dat voor dit bestemmingsplan geen planMER gemaakt hoeft te worden.

4.2

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Beoordeling woongebied De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk en een gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. Voor het bepalen van het gebiedstype is niet de bestemming van het te beoordelen gebied van belang, maar of er sprake is van naast elkaar voorkomende functies (definities VNG-brochure). Het plangebied ligt in een cluster van bedrijven, waarin de woningen direct of indirect zijn gekoppeld aan bedrijvigheid. Daarmee is er sprake van een gemengd gebied.

Toetsing Een mechanisatiebedrijf valt onder milieucategorie 3.2, waarbij een richtafstand van 50 meter tot woningen in een gemengd gebied hoort. De dichtstbijzijnde woningen zijn de bedrijfswoning bij het autobedrijf ten westen van het plangebied en de boerderij binnen het plangebied. De bedrijfsbestemming is afgestemd op deze woningen en ligt daarmee op minimaal 50 meter afstand. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden en is een goede milieusituatie gewaarborgd.

22

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

4.3

Geluid (wet geluidhinder) Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevel hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale hogere waarde van 63 dB. Toetsing Het plangebied ligt in de geluidszone van de Wartensterdyk. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk, aangezien in de boerderij al een bedrijfswoning mogelijk is. Daarom is toetsing aan de Wgh niet noodzakelijk. De tot woonboerderij te herbestemmingen boerderij ligt bovendien op 140 meter vanaf de weg, waarmee onaanvaardbare hinder als gevolg van wegverkeer in redelijkheid uit te sluiten is. Vanuit wegverkeerslawaai bestaan geen belemmeringen voor het plan.

4.4

Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied een gasdrukmeet- en regelstation met daarbij behorende hogedruk aardgastransportleiding aanwezig is. Het gaat om een locatie van Vermilion.

De gasleiding heeft een werkdruk van 89 bar en een diameter van 7 inch. Deze risicobronnen liggen op minimaal 160 meter vanaf het plangebied. Daarmee ligt het plan niet in het invloedgebied en is een verantwoording van het risico niet noodzakelijk. Vanuit externe veiligheid bestaan er daarom geen belemmeringen voor de ontwikkeling van een nieuw woongebied.

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

23

4.5

Verkeer en parkeren Toetsingskader Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat in het plan wordt beoordeeld dat de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. Daarnaast moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, om overlast van geparkeerde auto’s te voorkomen. Hierbij wordt uitgegaan van de nota Parkeernormen 2014. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de kentallen uit de CROW-publicatie 381. Op basis van de omgevingsadressendichtheid wordt de gemeente Leeuwarden als 'sterk stedelijk' gecategoriseerd. Voor Warten wordt veiligheidshalve uitgegaan van matig stedelijk, aangezien de verstedelijkingsgraad hier beduidend lager ligt dan in de stad Leeuwarden. Er wordt uitgegaan van de gemiddelde kentallen. Deze komen overeen met de parkeernormen die de gemeente Leeuwarden hanteert in de nota Parkeernormen 2014. Toetsing Het uitgangspunt voor parkeren is het voorkomen van een onevenredige parkeerdruk in de omgeving. Daarvoor wordt op het terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voor een arbeidsintensief bedrijf geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per 100 m 2 bvo, wat voor Meinderts neerkomt op 72 parkeerplaatsen voor 3.000 m 2.

Op het terrein wordt voorzien in 88 parkeerplaatsen, waarvan 21 vaste plaatsen voor personeel, 10 voor bezoekers en 57 ‘informele’ plaatsen achterop het terrein. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Voor de boerderij geldt dat de transformatie van agrarisch bedrijf met bedrijfswoning naar alleen wonen met een ondergeschikte maatschappelijke voorziening (dagbesteding voor jongeren) niet leidt tot een verkeerstoename. De dagbesteding leidt op zichzelf hoogstens tot enkele verkeersbewegingen bij het halen en brengen. De verkeersgeneratie van het bedrijf zal door de optimalisatieslag naar verwachten verminderen. Desondanks zal de gestage groei mogelijk leiden tot extra verkeer in de omgeving. Voor de uitbreiding van het bedrijf wordt uitgegaan 9,1 tot 10,9 mvt/etmaal per 100 m2. De uitbreiding met 1.800 m2 leidt daarom theoretisch tot een verkeerstoename van 164 tot 196 mvt/etmaal. De Wartensterdyk kan deze verkeersgeneratie goed afwikkelen.

4.6

Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. In het kader van dit bestemmingsplan is een ecologische beoordeling uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 2.

24

Wergea - Wartensterdyk 2-6 23-824-1 | Vastgesteld

Toetsing: gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied valt buiten Natura 2000-gebied. Negatieve effecten door externe werking door trillingen, geluid en oppervlakte verlies zijn gezien de grote afstand (ongeveer 3 kilometer) tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Alde Feanen) grotendeels uit te sluiten. Wel moet rekening worden gehouden met het foerageergebied van de doelsoort meervleermuis. Stikstofdepositie Het ecologisch onderzoek verwijst naar de stikstofgevoeligheid van de Alde Feanen. In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt ook voor het Natura 2000-gebieden De Alde Feanen. Dit gebied ligt op ongeveer 1,5 kilometer afstand vanaf het plangebied. Daarom is een stikstofonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zijn als gevolg van stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=c28d26cd-3b56-4594-b643-b8f6140c1347