Bestemmingsplan Wergea - Grut Palma West
Tekst van het document
35/429
Er kan worden afgeweken van de dubbelbestemming ' Waarde- Cultuurhistorie 1' vanwege het zwaarwegende belang om op deze locatie woningbouw te realiseren conform een uitgewerkt stedenbouwkundig plan. Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Toetsing Aan hand van de Risicokaart (zie figuur 4.6) is een inventarisatie gedaan van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer van gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
36/429
Figuur 4.6
Risicokaart (Bron: Atlasleefomgeving.nl)
In de omgeving van het plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Het plan wordt niet belemmerd door de wet- en regelgeving in het kader van externe veiligheid.
4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
37/429
4.12 Mer-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 58 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Deze is als bijlage 12 toegevoegd. Hieruit blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.
38/429
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de planregels
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het bestaande bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Wergea'. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de bestemming en dubbelbestemming vastgelegd, in de regels de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Beschrijving juridische regeling
In deze paragraaf worden de bestemmingen, zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, beschreven. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen met de daarbij behorende paden, sloten, bermen, beplanting, waterlopen en waterpartijen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water, waterlopen en waterpartijen, sloten, bermen en beplanting, oevers en paden, groenvoorzieningen, dagrecreatief medegebruik en aanleggelegenheid ten behoeve van schepen. Hieraan zijn ontsluitingswegen ondergeschikt met de daarbij behorende dammen en/of duikers, oeverbeschoeiingen, bruggen, kaden en overige kunstwerken. Er mogen op de gronden met de bestemming 'Water' geen gebouwen worden gebouwd, maar ook geen steigers, vlonders en plankieren, behalve ter plaatse van de aanduiding 'steiger'. Ter plaatse van de aanduiding 'brug' is de aanleg van bruggen toegestaan waarmee de aansluiting op de oostelijk gelegen woonwijk kan worden gerealiseerd en de toegang van het dijkje in het westen van het plangebied. Woongebied De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor maximaal 58 vrijstaande, twee- onder- een kap woningen, rug-aan-rug woningen en en rijwoningen.
Binnen deze bestemming kunnen de woningen worden gerealiseerd en de daarbij behorende (toegangs)wegen en groen- en watervoorzieningen. De bestemming is
39/429
onderverdeeld in twee woongebieden waarvoor een specifieke regeling is opgenomen. Woongebied 1 Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebied 1' zijn twee-onder-een kapwoningen, rug-aan-rug woningen en/ of rijwoningen toegestaan. Het gaat hier om woningen met een kap. Binnen deze aanduiding zijn maximaal 39 woningen toegestaan met een maximale oppervlakte van 150 m2. Woongebied 2 Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebied 2' zijn vrijstaande woningen en twee-onder-een kapwoningen toegestaan. Het gaat hier om woningen met een plat dak waarbij voor de tweede verdieping geldt dat deze maximaal 50% van de oppervlakte van de begane grond mag bevatten. Binnen deze aanduiding zijn maximaal 19 woningen toegestaan met een maximale begane grond oppervlakte van 150 m2.
40/429
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Algemeen
In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt een nadere toelichting. Participatie Voorafgaand aan het verzoek aan medewerking door de gemeente Leeuwarden heeft participatie plaatsgevonden en heeft de initiatiefnemer bij verschillende belanghebbenden uit het dorp het draagvlak voor de voorgenomen ontwikkeling onderzocht. In de eerste plaats hebben er gesprekken plaatsgevonden met dorpsbelang `Perspektief` en de werkgroep `Wenje Yn Wergea`. In samenspraak met hen zijn de doelgroepen vastgesteld en is de ruimtelijke opzet mede tot stand gekomen. Uit de verschillende gesprekken kwam de wens naar voren om het aanwezige polderdijkje openbaar toegankelijk te maken. Om een meerwaarde voor het dorp te creëren is dit verwerkt in de planopzet. Daarnaast is er op 31 januari 2023 een bijeenkomst georganiseerd in het dorpshuis van Wergea. Tijdens deze bijeenkomst stond het onderwerp 'Wonen in het Wergea' centraal. En heeft de initiatiefnemer het planvoornemen van Grut Palma West gepresenteerd. Dit werd positief ontvangen. De bewoners konden direct reageren op de plannen door vragen te stellen en suggesties/opmerkingen te noteren op de tekeningen van het schetsontwerp.
Verder hebben er diverse gesprekken plaatsgevonden met de directe omwonenden van het plangebied. De initiatiefnemer blijft met de omgeving in contact om de verdere planvorming af te stemmen. Om vooruitlopend op de wettelijke procedures mee te kunnen praten over het plan heeft de initiatiefnemer een website van de planontwikkeling opgesteld. Op deze website konden dorpsbewoners, toekomstige bewoner of omwonenden (belanghebbende) via een woonenquete uitgebreid reageren op het plan. Ook kunnen geïnteresseerde toekomstige bewoners zich hier alvast melden. Bovendien worden op de planlocatie de plannen op een bouwbord gepresenteerd. Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Bro) voorgelegd aan de overlegpartners. De volgende reacties zijn hierbij gegeven: Wetterskip Fryslân Het vooroverleg heeft geleid tot afstemming tussen initiatiefnemer en Wetterskip Fryslân. Dit heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerp en in paragraaf 4.6 zijn de uitgangspunten van het waterschap verwerkt.
41/429
Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de bestemmingswijziging. Wel wordt een een knel-/aandachtspunt met betrekking tot de bluswatervoorzieining en de bereikbaarheid voorzien. De brandweer geeft daarom het volgende advies: - de wegen in het plangebied te laten voldoen aan de kenmerken genoemd onder bereikbaarheid; - de doodlopende weg 5 meter breed te maken wanneer er geen keermogelijkheid is voor de brandweer; - te controleren of elke ingang van de woning op maximaal 40 meter afstand is gelegen van een opstelplaats (vaak de openbare weg) voor de brandweer; - brandkranen aan te leggen met een minimale capaciteit van 500 liter per minuut op een maximale afstand van 100 meter van elke woning; - ons te betrekken bij de exacte invulling van onze adviespunten. Dit advies is meegenomen bij de uitwerking van het ontwerp. Provincie Fryslân Ten aanzien van de provinciale belangen heeft de provincie opmerkingen gemaakt over: - de landschappelijke inpassing; de provincie vraagt aandacht voor de entree van het plangebied ter hoogte van de noordoosthoek (rug-aan-rug woningen) en adviseert het plan hier te verbeteren. Dit wordt bij de verdere uitwerking van de plannen ter overweging genomen. Ten aanzien van het beeldkwaliteitsplan geeft de provincie aan dat deze samen met het ontwerpbestemmingsplan zal worden beoordeeld.
- natuurinclusief bouwen; de provincie adviseert de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen te bekijken. Dit wordt in de verdere uitwerking van de plannen verder uitgewerkt; - Ontgronding; de provincie verwijst naar de noodzaak tot het aanvragen van een ontgrondingenvergunning vanwege het graven van watergangen als de drempelwaarden worden overschreden en adviseert hierover contact op te nemen met de Fumo; - Provinciale wegen/ vaarwegen; omdat het plangebied grenst aan een provinciale vaarweg is aan weerszijden een beheerstrook van 15 meter van kracht. Voor werkzaamheden binnen deze zone is een ontheffing van de vaarwegenverordening nodig. Op verzoek van de provincie is dit opgenomen in de toelichting; - Vastgoed (provinciale eigendommen); langs de vaarweg is een strook grond in eigendom van de provincie; deze grond moet worden overgedragen ten behoeve van het realiseren van de doorsteek om water in het plangebied te brengen. De initiatiefnemer is hierover in gesprek met de provincie en er wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Deze wordt voor de vaststelling van het bestemmingsplan ondertekend. - Stikstof; de provincie verzoekt de stikstofberekening te updaten met de nieuwste versie van Aerius-calculator. De stikstofberekening is ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan geüpdatet. Zienswijzen Vervolgens heeft het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegen.
Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De gemeente heeft 22 zienswijzen ontvangen. Een aantal bewoners heeft in collectief verband en ook op persoonlijke titel een zienswijze ingediend. Deze zienswijzen zijn door de gemeente samengevat en voorzien van een antwoord in de reactie- en antwoordnota zienswijzen, die is opgenomen in Bijlage 13. Deze worden meegewogen in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Indieners worden hiervan op de hoogte gesteld. De zienswijzen hebben geleid tot een aantal aanpassingen.
42/429
Woningen De stedenbouwkundig opzet is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd. De woningen in de deelgebieden zijn nu als volgt: Deelgebied 1 16 Rug-aan-rug woningen: Starterswoningen betaalbare koop 4 Rug-aan-rug woningen: Levensloopbestendige betaalbare koop 4 Twee-onder-een-kap woningen: Gezinswoningen vrije sector koop 15 Rijwoningen: Doorstromers betaalbare koop De rugwoningen en rijwoningen zijn van plek gewisseld; rugwoningen nu aan noordzijde, rijwoningen aan oostzijde. Deelgebied 2 11 Patio-bungalows: Levensloopbestendig koop (generatieproof) vrije sector 8 Twee-onder-een-kap woningen: Levensloopbestendige koop vrije sector en/of betaalbare koop Hierbij zijn de 4 vrijstaande woningen vervangen door 8 twee-onder-een-kapwoningen, omdat vanuit de markt meer vraag is naar dit type woningen. In de regels zijn de woningaantallen aangepast aan het het aangepast ontwerp. Groen Op basis van de zienswijzen is de groenstrook aan de oostzijde van het plangebied vergroot. In het ontwerpbestemmingsplan was deze groenstrook 7 meter en in het voorliggende bestemmingsplan is deze groenstrook 11 meter. In het groengebied aan de noordzijde zal een speelweide worden aangelegd. Geluid Naar aanleiding van de zienswijzen heeft een aanvullend akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Bij het aspect geluid in paragraaf 4.5 wordt hierop ingegaan.
Er zal een geluidwal van 80 cm hoogte worden aangelegd langs de Wergeasterdyk tussen het fietspad en de weg. Verbeelding Naast de aanpassingen in de toelichting en de regels is de verbeelding aangepast vanwege de aanpassing van het ontwerp. De bestemmingsvlakken 'Groen', 'Water' en 'Woongebied' zijn hierop aangepast. Stikstof Het stikstofonderzoek is geactualiseerd. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens gewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan wordt vervolgens nog een keer voor zes weken ter inzage gelegd. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
43/429
6.3
Grondexploitatie
Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarin de gemeente geen directe financiële rol of belangen heeft. De ontwikkelaar kan het project volledig financieren. Er zijn voldoende financiële middelen beschikbaar. Daarmee is de financiële haalbaarheid voldoende gewaarborgd. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. De beoogde ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt waarvoor in beginsel een grondexploitatieplan dient te worden opgesteld.
Voor dit plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade.
44/429
Bijlagen toelichting
45/429
46/429
Bijlage 1
47/429
Stedenbouwkundig plan
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P P
P
P
P
P P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P P
P
P P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P P P
P
P
P
P
3
P
P P
P
P
32
P
P
P
4
P
P
P
P
P
24
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
5
25 23
P
P
P
6 P
P
P
P
P
P
P
P
P
27
30
29
28
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
7
58
P
P
P
P
P
P P
31 P
P
P
P
P
8
26
21
P
P P
P P P
17
22
P
P
P
19
20
P
P
P
16 18
P
P
P
9 P
P
P
14
15
P
P P
P
12
13
P
P
P
11
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P P
10
P
P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
1
P
P
P
P
P
P
P
P P P P
35
P
37
36
P
2
39
38
P P
P P
P
P
P
P
33
P
P
P
P
57 P
P
P P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
56
P
P
P
P
P
34 P
P
P
P
P
P P P
P P
P
P
P P
P
P
P
40
P
P
P
P
P
P P
P P P
P
P
41 P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P
43
P P P
55
P
P
P
42 P
P P
P
P
44
P
P
P
P
P
45
P
P
P
P
P
46
P
P P
P
P
Palmastrjitte 2
P
P P
P
P
47
P
P P
P
54
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
48
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
Palmastrjitte 4
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
53
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
49
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
52
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P P
P
P P
P
P
50
P
P P
P P P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
51
P
P
P
P
P
Oan 't Alddjip 10
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P P
P
Oan 't Alddjip 3
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P P
P
P
P P
P P P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
projectleiding
|
voorbereiding
|
directievoering
opdrachtgever:
Harns Invest project:
Grut Palma West Wergea INT er ra Bijlage 3
N
onderdeel:
Ontwerptekening
0
5
10
15
20m
interra civiel oer de feart 163 8502 cv joure tel: (0513) 412418 info@interra.nl www.interra.nl
getekend:
gecontroleerd:
blad
van
status:
M. Lageveen
H. Lageveen
1
1
Concept
projectnr:
besteknr:
schaal:
formaat:
tekeningnr:
datum:
-
-
1:500
A1
-
15-05-2025
Bijlage 2
71/429
Beeldkwaliteitsplan
BEELDKWALITEITSPLAN WERGEA GRUT PALMA WEST
1
MEI 2025
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
DATUM: mei 2025 PROJECT: Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West PROJECTNUMMER: 20231022
RHO ADVISEURS - Rotterdam Weena 505 (Delftse Poort) 3013 AL Rotterdam
RHO ADVISEURS - Leeuwarden Druifstreek 72-c 8911 LH Leeuwarden
info@rho.nl 0102018555
2
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
INHOUD H1. INLEIDING
4
H2. PLANGEBIED
5
H3. PLANGEBIED IN DE HUIDIGE SITUATIE
7
H4. HISTORISCHE CONTEXT
10
H5. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN
11
H6. VOORGESTELD WOONPROGRAMMA
12
H7. TOETSINGSKADER
13
H8. BUITENRUIMTE EN DUURZAAMHEIDSAMBITIES
17
3
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
1. INLEIDING Het plangebied Grut Palma West aan de westzijde van Wergea wordt ontwikkeld. De voormalige enkelbestemming ‘agrarisch’ moet hiervoor omgezet worden naar een woonbestemming. Hiervoor is een stedenbouwkundige uitwerking gemaakt als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. In totaal worden hier 58 woningen gepland in verschillende typologieën. De beoogde ontwikkeling past echter niet in de huidige Welstandsnota Leeuwarden 2022. De te ontwikkelen locatie valt namenlijk onder ‘buitengebied’. In het buitengebied wordt het ruimtelijk beeldgerespecteerd, kenmerkende karakteristieken van waardevolle bestaande bebouwing zoveel mogelijk behouden en nieuwe bebouwing goed ingepast. Toetsing op basis van de huidige welstandsnota is daarom niet mogelijk. Juridisch kader Welstandstoezicht moet gebaseerd zijn op door de gemeenteraad vastgesteld beleid. Zonder vastgesteld welstandsbeleid mag er geen welstandstoets plaatsvinden. Dit beeldkwaliteitsplan dient dan ook als gemeentelijkbeleid voor de toekomstige welstandsbeoordeling van de bouwplannen voor dit plangebied in Wergea. Daarmee vormt dit beeldkwaliteitsplan een aanvulling 4
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
op de vastgestelde welstandsnota van de Gemeente Leeuwarden. Het beeldkwaliteitsplan geeft een meer concrete invulling aan de ruimtelijke aspecten voor het plangebied en de toetsing hiervan. Criteria Het document geeft duidelijke criteria voor de bebouwing en de indeling van de kavels. Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld om: • Een aantrekkelijk ruimtelijke kwaliteit tot stand te brengen; • De ontwikkelende partijen te inspireren en (vooraf) informatie te geven over de welstandscriteria; • De welstandscommissie een passend kader te bieden waarbinnen de toetsing van bouwplannen dient plaats te vinden. De beschreven criteria hebben niet het karakter van wijzigingsplanregels. Incidenteel kan gemotiveerd van de criteria worden afgeweken, mits er sprake is van een overtuigende kwaliteit en van gevoel voor de omgeving. In dergelijke incidentele gevallen wordt expliciet aan de welstandscommissie voorgelegd of een uitzonderingssituatie vanwege de kwaliteit van het bouwplan gerechtvaardigd is.
2. PLANGEBIED Het plangebied is gelegen in het dorp Wergea, onderdeel van de gemeente Leeuwarden. Het dorp ligt ten zuiden van de stad Leeuwarden en ten noorden van Grou. Het centrum van Leeuwarden ligt op 10 minuten rijafstand. Het dorp wordt ontsloten via de Wergeasterdyk die in verbinding staat met de N31. De entree van het dorp bevindt zich direct na het passeren van de Nije Waring wanneer vanuit noordwestelijke richting naar Wergea wordt gereden. Het plangebied bevindt zich eveneens aan de entree van het dorp en heeft daarmee voor Wergea een prominente zichtlocatie. Het plangebied wordt ontsloten en aan de oostzijde begrenst door de Palmastrjitte, een aftakking van de Wergeasterdyk. Ten oosten van het plangebied is recent een nieuwe woonwijk gebouwd. Aan de zuidwestzijde grenst het plangebied aan de Nije Waring, de watergang die sinds 2010 om het dorp heen gaat en daarmee een landschappelijke afronding vormt voor Wergea. Het plangebied aan de rand van het dorp is circa 30.000m2 groot.
5
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
sterdyk
Wergea
itte
astrj
Palm
Nije Waring
6
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
djip
et Ald
Oan H
Luchtfoto
2008
Luchtfoto
2022
3. PLANGEBIED IN DE HUIDIGE SITUATIE djip Ald et nH Oa
Het plangebied vormt met haar ligging de schakel tussen het dorp en het (open)weidelandschap. De Nije Waring, een drukke vaarroute vormt hiervoor de fysieke begrenzing van het dorp. De brug over deze vaarweg ligt op een hoger gelegen talud. Vanaf dit punt is het plangebied goed te overzien. De onlangs gerealiseerde woonwijk Grut Palma, aangrenzend aan het plangebied, kent woningen met verschillende typologieën. Aan het begin van de Palmstrjitte staan rood-bruine in baksteen uitgevoerde twee onder één kapwoningen en rijwoningen met één bouwlaag en een mansardekap en woningen met één verhoogde laag met kap.
A. Wergeasterdyk
Verderop in de straat staan riante vrijstaande woningen op ruime percelen. Deze woningen hebben ook een opbouw bestaande uit één bouwlaag en een kap. De woningen hebben een kaprichting haaks aan de weg staan en maken op deze manier een duidelijk onderscheid tussen de vrijstaande- en de rij- en twee onder één kap woningen.
A.
7
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
Zicht vanaf de brug
B.
tte Palmastrji
Nije Waring
B.
2009
B.
2022
Entree dorp en plangebied
Woningen met kaprichting evenwijdig aan de weg
Hoger gelegen brug
Vrijstaande woningen met kaprichting haaks aan de weg
Mogelijke verbinding plangebied
Openbare waterrand
8
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
Woningen uit de omgeving. Rechthoekige of vierkante opbouw met één of twee bouwlagen en een kap. Kleurgebruik van donkere aardse tinten van rood bruin tot antraciet. Met name uitgewerkt in bakstenen gevels met houtaccenten. Daken zijn donker antraciet. Kozijnen in contrast met de gevels en het dak in gebroken wit.
9
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
4. HISTORISCHE CONTEXT
10
- 1925 -
- 1950 -
Het ontstaan van Wergea gaat ver terug in de tijd. Wergea is ontstaan als terpdorp op de kruising van de waterwegen van Leeuwarden naar Grou (Wergeasterfeart) en via Warten naar Groningen (de Foudring). Deze kruising ligt op circa 500 meter ten oosten van het huidige plangebied.
Wergea groeit tot de jaren ‘50 minimaal. Het dorp concentreerd zich nog altijd rondom de kruising van de waterwegen.
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
- 2015 Als onderdeel van de Mastroute wordt de Nije Waring om het dorp gegraven. Er is een duidelijke ontwikkelrichting ontstaan, waardoor het dorp langzaam verder groeit. Het plangebied ligt inmiddels aan de rand van het huidige dorp.
5. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN Het plangebied bevindt zich door de historische ontwikkeling aan de rand van het dorp en ligt op het overgangsgebied van de het dorp en het landelijke gebied. Het plangebied leent zicht hierdoor perfect om dit overgangsgebied te benadrukken. Dit kan enerzijds door de stedenbouwkundige uitgangspunten en anderzijds door de architectonische uitwerking en kleurgebruik. In dit hoofdstuk worden de stedenbouwkundige hoofd uitgangspunten benoemd.
Deelgebied A
stedenbouwkundige uitgangspunten • Het plangebied is op te delen in twee deelgebieden om het overgangsgebied extra te benadrukken
11
•
Deelgebied A sluit aan op de bestaande woonwijk door de richting van de verkaveling en de korrelgrootte over te nemen.
•
Deelgebied B fungeert als overgangsgebied. Dit kan door een kleinere korrelgrootte en het realiseren van een toegankelijke en openbare oeverzone.
•
Het plangebied wordt ontsloten via de Palmstrjitte. Langs het Oan het Aldjip wordt ruimte gereserveerd voor een langzaam verkeersverbinding.
•
In de openbare ruimte wordt rekening gehouden met speelvoorzieningen, landschappelijke inpassing van bomen en wandelroutes
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
Deelgebied B
6. VOORGESTELD WOONPROGRAMMA Er zijn twee deelgebieden te onderscheiden in Grut Palma West. In het noordoostelijke deel van het plan, deelgebied A, zijn rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en twee-onderéén-kapwoningen gepland. Dit deel van het plan sluit stedenbouwkundig aan op het bestaande plan ten oosten van de locatie. Ook in massa en plaatsing van de woningen heeft dit plandeel Grut Palma West een sterke verwantschap met deze bestaande wijk.
A.
Deelgebied B bestaat uit op een meer losse wijze geplaatste vrijstaande en twee onder één kap bungalows, al dan niet met een kleiner programma op de verdieping. De bouwmassa van de woningen is afwijkend van die van de andere woningen, in hoofdzaak laag en plat afgedekt. In kleur en materiaal wordt voor beide plandelen ook langzaam de overgang gemaakt naar het landelijk gebied. Materialen en kleuren zijn ook in het bestaande deel van de wijk te vinden, maar het palet is hier beperkter en de eenheid groter. Het plan is dan ook te zien als een afronding van het grotere plan Grut Palma.
12
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
B.
7. TOETSINGSKADER - PLANDEEL A In dit hoofdstuk worden de architectonische uitgangspunten van deelgebied A beschreven. Dit betreft de rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en twee-onder-één-kapwoningen. De welstandstoets kan plaatsvinden aan de hand van deze toetsingscriteria. Plaatsing
Opmaak
• •
•
• • •
Hoofdgebouwen staan met de voorgevel in de rooilijn Kopgevels die grenzen aan het openbaar gebied hebben minimaal twee gevelopeningen in goede verhoudingen en een kwalitatieve indeling. Gebouwen staan evenwijdig aan de weg en zijn georiënteerd op de openbare ruimte Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen liggen hoofdzakelijk achter of naast het hoofdgebouw. Aan- of uitbouwen voor de voorgevel zijn ondergeschikt
Hoofdvorm • • • •
Bebouwingscontour: één of twee lagen met kap Massaopbouw: enkelvoudig Vormbehandeling: kantig Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt
Aanzichten • • •
Er is sprake van gerichtheid op de openbare ruimte De compositie is onderling verwant, gestileerd en eenvoudig Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn mee ontworpen.
• • • • • •
Materiaal gevel: metselwerk mogelijk in combinatie met hout of houtachtige materialen De woningen aan de noordrand zijn in kleur afgestemd op de woningen aan de Keardok. Materiaal kap: keramische dakpannen Kleur gevel: van geelgrijs tot middentoon grijs of roodbruin tot donkerbruin Kozijnen, ramen en deuren: kleur sluit aan op de rest van de gevel, weinig contrast Kleur dak; antracietkleurig Eenvoudige en zorgvuldige detaillering, kent een sterke samenhang
Aanvullend • • • •
Erfafscheidingen tussen erf en openbare ruimte bestaan uit hagen of klimplanten aan een hulpconstructie. Erfafscheiding aan de voorzijde zijn maximaal 100 cm hoog. Zonnepanelen zichtbaar vanaf de openbare weg worden per dakvlak in een aaneengesloten rechthoekig vlak geplaatst. Buitenunits van bijv. airco’s / warmtepompen zijn vanaf het straatbeeld niet zichtbaar of worden in de architectuur weggewerkt
Voorbeelden van roodbruin - donkerbruin
Voorbeelden van geelgrijs - middentoon grijs
13
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
Voorbeelden van antraciet
REFERENTIES - PLANDEEL A
antracietkleurig dak
Woningen aan het Keardok Woningen in metselwerk met houtmaterialen
Eenvoudige en zorgvuldige detaillering Kopgevel met dubbele oriëntatie Metselwerk in combinatie met hout Rijwoningen met één en twee lagen met kap 14
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
7. TOETSINGSKADER - PLANDEEL B In dit hoofdstuk worden de architectonische uitgangspunten van deelgebied B beschreven. Dit betreft de bungalows. De welstandstoets kan plaatsvinden aan de hand van deze toetsingscriteria. Plaatsing • • • • •
Hoofdgebouwen, vrijstaande woningen en tweekappers staan losjes en licht verspringend ten opzichte van de naastliggende woningen gesitueerd in en achter de rooilijn. Mogelijk is er een lichte verdraaiing van de hoofdgebouwen ten opzichte van de rooilijn. Gebouwen staan evenwijdig aan de weg en zijn met de voorgevel georiënteerd op de openbare ruimte. Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen liggen hoofdzakelijk achter of naast het hoofdgebouw. Aan- of uitbouwen voor de voorgevel zijn ondergeschikt, een enkele of dubbele carport is mogelijk.
Hoofdvorm • • • • •
Bebouwingscontour: één laag met mogelijk met een opbouw die niet groter is dan 1/2 van het hoofdgebouw, alles plat afgedekt. Massaopbouw: samengestelde volumes met orthogonale basisvormen met mogelijk ondergeschikte opbouw. Vormbehandeling: kantig. Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt . De woningen behoren tot één architectonische familie. Daarbinnen kan ondergeschikt gevarieerd worden met hoofdvorm en samenstelling van volumes waardoor variatie tussen de woningen ontstaat.
Aanzichten • • •
Er is sprake van gerichtheid met open gevels op de openbare ruimte en op het water. De compositie is onderling verwant, gestileerd en eenvoudig. Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn mee ontworpen.
•
De woningen behoren tot één architectonische familie, waarbij materiaal en kleurgebruik afgestemd zijn. Daarbinnen kan ondergeschikt gevarieerd worden met de kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering, waardoor variatie tussen de woningen ontstaat.
Opmaak • • • •
Materiaal gevel: metselwerk in combinatie met hout of houtachtige materialen. Kleur gevel: middentoon grijs en bruin tot donkerbruin. Daklijsten, kozijnen, ramen en deuren: kleur sluit aan op de rest van de gevel, weinig contrast. Eenvoudige en zorgvuldige detaillering, kent een sterke samenhang.
Aanvullend • • • •
Erfafscheidingen tussen erf en openbare ruimte bestaan uit hagen of klimplanten aan een hulpconstructie. Erfafscheiding aan de voorzijde zijn maximaal 100 cm hoog. Zonnepanelen worden op voldoende afstand van de dakrand geplaatst, zodat deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Buitenunits van bijv. airco’s / warmtepompen zijn vanaf het straatbeeld niet zichtbaar of worden in de architectuur weggewerkt.
Voorbeelden van roodbruin - donkerbruin
Voorbeelden van geelgrijs - middentoon grijs
15
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
REFERENTIES - PLANDEEL B
samengestelde volumes met ondergeschikte opbouw
Gevelkleur in middentoon grijs
tweekapper in roodbruin metselwerk
Gevelkleur in bruin tot donkerbruin
tweekapper plat afgedekt
Kantige vormbehandeling.
Eenvoudig detaillering met luifels 16
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
8. BUITENRUIMTE EN DUURZAAMHEIDSAMBITIES Straatprofiel Het straatprofiel wordt opgebouwd uit een viertal onderdelen. De weg, een molgoot, een troittoir deel en een erfgrens. De straat wordt in de basis gelijkvloers uitgevoerd, om het dorpse gevoel te versterken. De bestrating zal bestaan uit klinkers met een suggestie van een rijbaan en een trottoir gescheiden door een molgoot. het onderscheid kan gemaakt worden door het legverband. Qua kleurgebruik en type klinker wordt aansluiting gezocht bij de al bestaande woonwijk Erfgrenzen Erfgrenzen bestaan bij voorkeur uit groene inheemse hagen. Aan de voorzijde, de eerste drie meter van het kavel, wordt een openkarakter nagestreefd. Dichte hekwerken zijn aan de voorzijde niet toegestaan. Hagen of groenblijvende hekwerken hebben hier een maximale hoogte van 1,20 meter. Na deze drie meter mogen hagen of hekwerken maximaal 2,00 meter hoog zijn. Parkeren De rijwoningen en rug-aan-rugwoningen in deelgebied A krijgen een (semi) openbare parkeerkoffer in de openbare ruimte. De twee-onder-één-kapwoningen in deelgebied A krijgen een parkeeroplossing op eigen terrein. In Deelgebied B wordt met name op eigen terrein geparkeerd. 17
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
Inrichtingselementen Inrichtingselementen zoals straatverlichting sluit aan bij de huisstijl van de al bestaane wijk. Water en biodiversiteit Hemelwater wordt opgevangen en via de principes van vasthouden, bergen en afvoeren richting oppervlaktewater begeleid. Om de overgang van dorp – naar landschap te versterken worden inheemse beplantingssoorten toegepast, worden kruidenrijke zones ingericht met extensief beheer en worden waar mogelijk natuurvriendelijke oevers aangelegd. Duurzaamheid Voor de woningen gelden hoge duurzaamheidsambities. Deze ambities mogen echter niet ten kostte gaan van de ruimtelijke kwaliteit. Installaties zoals buitenunits van een warmtepomp zijn vanaf de openbare weg niet zichtbaar, worden weggewerkt in de architectuur of middels een omkasting ingepast op een manier die aansluit op de architectuur van de woningen. Daken worden zoveel mogelijk ingezet met een dubbelgebruiksfunctie. Denk hierbij aan de opwek van energie.
Half verharding ten gunste van klimaatadaptatie
Straatprofiel in de bestaande woonwijk
Kruidenrijke zones met extensief beheer
BEELDKWALITEITSPLAN WERGEA GRUT PALMA
18
Beeldkwaliteitsplan Wergea Grut Palma West
90/429
Bijlage 3
91/429
Stikstofonderzoek
- MEMO DATUM 8 mei 2025 KENMERK 20231022 D. Brugma VAN M. Tajqurishi
Woningbouw Wergea Grut Palma West PROJECT OPDRACHTGE- Harns Invest VER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)
STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE
INLEIDING In opdracht van Harns Invest is in september 2023 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van de voorgenomen woningbouwontwikkeling in Wergea als onderdeel van de uitbreidingswijk Grut Palma West. Op 30 oktober 2023 is de stikstofdepositieberekening geactualiseerd. Naar aanleiding van de zienswijze periode is het plan aangepast en verder uitgewerkt. De stikstofdepositieberekening is hier opnieuw op aangepast in mei 2025. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 58 woningen. Het woningbouwprogramma bestaat uit 11 patio- bungalows, 20 rug-aan-rug woningen, 12 twee-onder-één kap woningen en 15 rijwoningen. Voor de stikstofdepositieberekeningen wordt de worst-case scenario aangehouden. De gronden moeten worden voorbelast. Er zijn daarom drie stikstofberekeningen uitgevoerd, waarbij de realisatiefase in 2025 en 2026 plaatsvindt. In 2027 worden de woningen in gebruik genomen. Op dit moment bestaat de planlocatie uit agrarische grond. In de berekeningen is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron.
WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn.
Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.
●
●
Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft.
Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk.
AERIUS-CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator versie 2024.2 Met behulp van de meest recente release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (versie 2024.2) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een Pdf-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met een aantal daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen de Waddenzee (19,5 kilometer), de Grootte Wielen (8 kilometer), de Alde Feanen (4 kilometer) en het Sneekermeergebied (11,5 kilometer), Witte en Zwarte Brekken (18,5 kilometer), Deelen (14 kilometer), Wijnjeterper Schar (22,5 kilometer) en Van Oordt’s Mersken (15,5 kilometer). Van deze Natura 2000-gebieden betreffen de Waddenzee, de Grootte Wielen, Van Oordt’s Mersken, Wijnjeterper Schar en de Alde Feanen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Figuur 1 Plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUS Calculator)
2/6
Exploitatiefase Voor het project wordt uitgegaan van een gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Op basis van het woningbouwprogramma bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 431,1 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetalen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De gemeente Leeuwarden betreft een ‘sterk stedelijke’ gemeente en de locatie ligt in ‘rest bebouwde kom’. Op basis van de CROW publicatie 381 kan bij woningen 2% van de totale verkeersbewegingen als zwaar verkeer worden aangemerkt. De totale dagelijkse verkeersgeneratie bestaat dan uit 8,6 verkeersbewegingen van zware voertuigen per etmaal. Omtrent de koude start1 van de voertuigen is worst-case uitgegaan dat 50% van het licht verkeer haar koude start heeft ter plaatse van de locatie. Voor de zware verkeersbewegingen wordt er van uitgegaan dat deze niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwwerkplek. Tabel 1: Verkeersgeneratie toekomstige situatie exploitatiefase
Functie
Aantal
Kengetal
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)
Vrijstaand/ patio woningen
11
8,2 per woning
90,2
Twee-onder- één kapwoningen Rijwoningen
12 15
7,8 per woning 7,1 per woning
93,6 106,5
Kleine gezinswoningen (rug aan rug)
16
7,4 per woning
118,4
Levensloopbestendige woningen (rug aan rug)
4
5,6 per woning
22,4
Totale verkeersgeneratie toekomstige situatie
58
431,1
Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van hoe het verkeer vanaf het plangebied wordt ontsloten. Voor wat betreft de lengte van de rijroutes is uitgegaan van twee rijroutes vanaf ongeveer het midden van het plangebied naar de Wergeasterdyk, zie figuur 2. Er is gekozen voor het midden van het plangebied omdat de uitsluiting van dit woongebied hier ongeveer komt te liggen.
1 Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet
gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor. Het uitgangspunt is dat het grootste deel van de koude start-emissies in de eerste minuut na de start plaatsvinden
3/6
Figuur 2 Rijroutes wegverkeer
De eerste rijroute loopt vanaf het plangebied via de Palmastrjitte naar het oosten over de Nieuwe Leeuwarderweg richting het centrum van Wergea. Naar verwachting zal 40% van het verkeer deze route rijden om op deze manier het centrum van Wergea en de omliggende dorpen te kunnen bereiken. Gezien de verwachte verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling en de bestaande verkeersgeneratie op de Nieuwe Leeuwarderweg gaat het wegverkeer bij de kruising met de Ald Slotwei en De Terp op in het heersende verkeersbeeld. De tweede rijroute loopt vanaf het plangebied via de Palmastrjitte naar het westen over de Wergeasterdyk naar Leeuwarden. Naar verwachting zal 60% van het verkeer deze route rijden. Het verkeer zal naar 300 meter opgaan in het heersende verkeersbeeld. Het aantal verkeersbewegingen per rijroute is weergegeven in tabel 2. Hiervoor is de weekdagintensiteit gebruikt. Tabel 2: Emissie NOX en NH3 per rijroute
Verdeling wegverkeer Verkeersgeneratie keer per etmaal
lichtver- Verkeersgeneratie zwaarverkeer per etmaal
Route 1 Plangebied - Wergea Route 2 Plangebied - Leeuwarden
40% 60%
172,44 258,66
3,44 5,16
Totaal
100%
431,1
8,6
Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselverbruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de eerste en tweede fase van de aanlegfase wordt uitgegaan van 580 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit zijn 10 verkeersbewegingen per woning per jaar. Voor het vervoer van personeel zijn er 14 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de rijroutes van het werkverkeer wordt de route richting Leeuwarden over de Wergeasterdyk aangehouden.
4/6
2.
Voor stationair draaiende wegvoertuigen (het laden en lossen van vrachtwagens) is er in de berekening ook een vlakbron als categorie ‘anders’ opgenomen ten behoeve van de emissie NOx en NH3. Hierbij is de methode gehanteerd die in de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’ staat beschreven. Voor de emissiecijfers kan er gebruik gemaakt worden van de cijfers in de tabel die is opgenomen in de bijlage van deze instructie. Het aantal voertuigen wordt bepaald door het aantal vervoersbewegingen te delen door twee, aangezien elk voertuig aan- en afrijd. Wanneer 290 zware motorvoertuigen gemiddeld 15 minuten stationair draaien, ontstaan de onderstaande emissies:
Type voertuig
Aantal stationaire uren
Emissie NH3 in gram/uur (2025)
Totale emissie NH3 Emissie NOx in stationair in kg gram/uur (2025)
Totale emissie NOx in kg
2025: Zwaar
72,5
0,8976
0,07
92,4864
6,7
2026: Zwaar
72,5
0,8976
0,07
91,03176
6,6
3. Omtrent de koude start2 van de voertuigen is worst-case uitgegaan dat 50% van het licht verkeer haar koude start heeft ter plaatse van de bouwlocatie. Voor de zware verkeersbewegingen wordt er van uitgegaan dat deze niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwwerkplek. 4.
Met betrekking tot het gebruik van de machines op de bouwlocatie zijn vergelijkbare projecten gebruikt, zie Tabel 3. De helft van deze gegevens zijn gebruikt voor het rekenjaar 2025 en de helft voor het rekenjaar 2026.
5. In de berekening is ook het literverbruik van Adblue in dieselmotoren gespecificeerd. In combinatie met SCR-technologie (selectieve katalystische reductie) zorgt dit voor reductie van de emissie van stikstofoxide (NOx). Dit is van belang omdat het voorgenomen plangebied relatief dicht bij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ligt. Het Adblue verbruik bedraagt ongeveer 6 liter per 100 liter diesel. In de berekening is het Adblue verbruik daarom op 6% van het dieselverbruik gespecificeerd. Tabel 3: Specificatie van het dieselmaterieel
Type materiaal en vermogen Stage klasse Betonpomp 200 kW Mobiele kraan 200 kW Shovel 100 kW Graafmachine 100 kW Koppensneller 200 kW Verreiker 200 kW Totaal
Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 56-75 kW
Inzet (uur)
Gemiddeld verbruik (li- Verbruik totaal (liter) ter/uur)
387
20
7.740
387
20
7.740
387
10
3.870
387
10
3.870
387
10
7.740
387
20
7.740
2.322
38.700
2 Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet
gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor. Het uitgangspunt is dat het grootste deel van de koude start-emissies in de eerste minuut na de start plaatsvinden
5/6
Resultaten en conclusie Het bijgevoegde PDF-bestand geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van de stikstofdepositieberekeningen met AERIUS Calculator (2024.2). De berekeningen zijn uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/ of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de wet Natuurbescherming. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in drie berekeningen meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). De voorgenomen ontwikkeling wordt uitvoerbaar geacht.
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rho adviseurs -, - Wergea Wergea Grut Palma West Grondwerk Realisatiefase 2025
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RX6vVv6LR6Rm 08 mei 2025, 16:34 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase deel 1 - Beoogd Aanlegfase deel 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RX6vVv6LR6Rm (08 mei 2025)
2025 -
4,9 kg/j
119,4 kg/j
2/7