CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Wergea - Grut Palma West

Besluitvorming (raad) 9 juli 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Wergea - Grut Palma West' en beeldkwaliteitsplan ‘Wergea Grut Palma West’17.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Wergea - Grut Palma West Leeuwarden

DATUM IMRO IDN

16-06-2025 NL.IMRO.0080.14003BP00-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20231022

AUTEUR STATUS

vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

10

Planbeschrijving

11

2.1

De bestaande situatie

11

2.2

Voorgenomen situatie

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

19

3.3

Gemeentelijk beleid

22

Milieu- en omgevingsaspecten

25

4.1

Algemeen

25

4.2

Bedrijven en milieuzonering

25

4.3

Ecologie

25

4.4

Bodem

27

4.5

Geluid

28

4.6

Water

29

4.7

Luchtkwaliteit

31

4.8

Archeologie

32

4.9

Cultuurhistorie

33

4.10

Externe veiligheid

36

4.11

Kabels en leidingen

37

4.12

Mer-beoordeling

38

Toelichting op de planregels

39

5.1

Algemeen

39

5.2

Beschrijving juridische regeling

39

Uitvoerbaarheid

41

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

3/429

6.1

Algemeen

41

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41

6.3

Grondexploitatie

44

Bijlagen toelichting

45

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

47

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

71

Bijlage 3

Stikstofonderzoek

91

Bijlage 4

Quickscan Ecologie

131

Bijlage 5

Nader onderzoek waterspitsmuis

159

Bijlage 6

Bodemonderzoek

173

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

225

Bijlage 8

Aanvullend onderzoek wegverkeerslawaai

321

Bijlage 9

Watertoets

327

Bijlage 10

Matenplan

339

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek

341

Bijlage 12

M.e.r. - aanmeldnotitie

369

Bijlage 13

Reactie- en antwoordnota zienswijzen

389

Regels Hoofdstuk 1

407 Inleidende regels

408

Artikel 1

Begrippen

408

Artikel 2

Wijze van meten

412

Bestemmingsregels

413

Artikel 3

Groen

413

Artikel 4

Water

414

Artikel 5

Woongebied

415

Hoofdstuk 3

Algemene regels

419

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

419

Artikel 7

Algemene bouwregels

420

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

421

Hoofdstuk 2

4/429

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

422

Artikel 10

Overige regels

424

Overgangs- en slotregels

425

Artikel 11

Overgangsrecht

425

Artikel 12

Slotregel

426

Hoofdstuk 4

Verbeelding

5/429

428

Toelichting

6/429

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Harns Invest heeft het voornemen om 58 woningen te realiseren aan de westkant van het dorp Wergea als onderdeel van de uitbreidingswijk Grut Palma. Het is de wens om een gevarieerde woonwijk met kwaliteit en een hoog aandeel betaalbare koop te ontwikkelen. Hierdoor is het geschikt voor een diversiteit aan doelgroepen, zoals starters, senioren en doorstromers. Het woonprogramma is gebaseerd op het lokaal uitgevoerde woononderzoek en participatieproces. Het initiatief past niet binnen de geldende planologische regelingen in de bestemmingsplannen Wergea (2019) en Wergea - Grut Palma (2016). In het bestemmingsplan Wergea heeft het plangebied op dit moment de bestemming 'Agrarisch'. Binnen deze bestemming zijn geen woningen toegestaan. In het bestemmingplan Wergea - Grut Palma heeft het plangebied de bestemmings 'Groen'; ook hierin zijn geen woningen toegestaan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Daarbij hoort een onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening. Het voorliggende plan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de westkant van Wergea, een dorp ten zuiden van de stad Leeuwarden. Het plangebied grenst aan de vaart Nije Waring. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

7/429

Figuur 1.1

1.3

Ligging van het plangebied

Planologische regeling

Het plangebied ligt deels binnen het bestemmingsplan Wergea, vastgesteld op 3 april 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden. Figuur 1.2 bevat een uitsnede van dit bestemmingsplan. Het plangebied heeft hier de enkelbestemming 'Agrarisch'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bedoeld voor agrarische cultuurgrond, bedrijfsgebouwen ten behoeve van grondgebonden agrarische bedrijven en bedrijfswoningen. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan, omdat het bouwen van woningen binnen de bestemming 'Agrarisch' niet is toegestaan. Daarnaast geldt voor het bouwen van gebouwen de regel dat een gebouw binnen een bouwvlak moet worden gebouwd. Het plangebied heeft op dit moment geen bouwvlakken en dus geen bouwmogelijkheden. Naast de enkelbestemming heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie 3'. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Op 29 maart 2022 is de Partiële herziening Archeologie vastgesteld door de gemeente Leeuwarden. Hierin is aangegeven dat het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' heeft.

8/429

Figuur 1.2

Uitsnede geldende bestemmingsplan Wergea

Bovendien ligt een klein deel van het plangebied binnen het bestemmingsplan Wergea - Grut Palma, vastgesteld op 21 maart 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden. Figuur 1.3 bevat een uitsnede van dit bestemmingsplan. Het plangebied heeft hier de enkelbestemming 'Groen'. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bedoeld voor groenvoorzieningen. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan, omdat bouwen binnen de bestemming 'Groen' niet is toegestaan.

9/429

Figuur 1.3

1.4

Uitsnede geldende bestemmingsplan Wergea - Grut Palma

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan. Tenslotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

10/429

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Dit bestemmingsplan is opgesteld om de beoogde ontwikkeling (het initiatief) mogelijk te kunnen maken. In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de omgeving. Daarom is in dit hoofdstuk een beschrijving van de huidige situatie opgenomen.

2.1

De bestaande situatie

Het plangebied ligt in het dorp Wergea en wordt aan de oostkant begrensd door de Palmastrjitte, aan de noordzijde door de Wergeasterdyk en aan de zuid- en westkant door het water van de Nije Waring. Het plangebied is kadastraal bekend als Warrega, sectie D, nummer 437 en heeft een oppervlakte van ongeveer 30.000 m². Het plangebied sluit aan de oostkant aan op de uitbreidingswijk Grut Palma die de huidige westelijke dorpsrand vormt van het dorp Wergea. In de andere richtingen wordt het plangebied begrensd door water en agrarische percelen. Op dit moment zijn de gronden onbebouwd en in gebruik als grasland. Aan de noord en oostzijde van het plangebied zijn sloten gelegen. Aan de zuidoostzijde vormt de sloot de begrenzing van het plangebied. De directe omgeving bestaat aan de oostkant uit bebouwing van de nieuwbouwwijk Grut Palma en aan de andere kant uit open landschap. De bestaande woonwijk Grut Palma is een ruim opgezette woonwijk met voornamelijk vrijstaande woningen en enkele rijwoningen en 2/1-kappers. In figuur 2.1 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven.

11/429

Figuur 2.1

2.2

Luchtfoto van de bestaande situatie

Voorgenomen situatie

Het plan is onder de noemer 'Grut Palma West' geïntroduceerd en de slogan 'Wolkom Thús' geeft de intentie van de beoogde ontwikkeling weer; een thuis creëren voor mensen die hun thuis in Wergea hebben. Het plan komt voort uit de wens van Wergeasters om in hun eigen dorp voldoende mogelijkheden te hebben voor een eerste of volgende stap in de wooncarrière. Hiermee beoogt de ontwikkelaar een bijdrage te leveren aan de Friese woningbouwopgave en een doorstroom van de lokale woningmarkt. In het voortraject van de ontwikkeling hebben veel bewoners van het dorp zich als geïnteresseerde aangemeld. De beoogde doelgroepen zijn: Senioren die willen doorstromen binnen het dorp Wergea; Jong volwassenen die graag in het dorp blijven wonen of zelfstandig gaan wonen; Gezinnen die binnen het dorp willen doorstromen. De focus ligt hierbij op huishoudens die reeds verbonden zijn aan het dorp (Wergeasters). Vervolgens wordt

12/429

gekeken naar huishoudens die graag in het dorp Wergea willen gaan wonen. Daarna kunnen geïnteresseerden van buitenaf op het plan reageren. Per fase zal er verkoopvoorrang worden geven aan de bewoners van het dorp. De nieuwe woonwijk wordt een wijk die ook door de andere inwoners van het dorp Wergea kan worden gebruikt; er wordt een wandelroute rondom de wijk aangelegd die over het dijkje aan de westkant van het plangebied loopt. Via een tweetal bruggen is deze wandelroute vanuit Wergea bereikbaar. Bovendien wordt er in de nieuwe wijk speelruimte voor kinderen aangelegd en voldoende ruimte om te bewegen en elkaar te ontmoeten, bijvoorbeeld rondom het park aan de noordzijde van Grut Palma West. Ontwerp en woningtypologie Het initiatief bestaat uit de realisatie van 58 woningen in een natuurlijke omgeving. Bij het type woningen is daarbij rekening gehouden met de verschillende doelgroepen. Het voornemen is om verschillende woningtypen, zoals vrijstaande levensloopbestendige woningen, rug-aan-rug woningen waarvan deels met een levensloopbestendige plattegrond, twee-onder-een kap woningen met en zonder levensloopbestendige plattegrond en rijwoningen te realiseren. Hiermee voorziet de uitbreiding in een divers aanbod met een groot aandeel in het betaalbare segment. Hierdoor worden verschillende doelgroepen worden bediend.

Het plan bestaat uit twee deelgebieden: Deelgebied A In het noordoostelijke deel van het plan, deelgebied A, zijn rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en twee-onderéén-kapwoningen gepland. Dit deel van het plan sluit stedenbouwkundig aan op het bestaande plan ten oosten van de locatie. Qua verkeersstructuur en korrelgrootte van de bebouwing is aangesloten op de bestaande wijk. Deelgebied B Dit deelgebied bestaat uit twee-onder-éénkapwoningen en op een meer losse wijze geplaatste bungalows, al dan niet met een kleiner programma op de verdieping. De bouwmassa van de bungalows is afwijkend van die van de andere woningen, in hoofdzaak laag en plat afgedekt. In kleur en materiaal wordt voor beide plandelen ook langzaam de overgang gemaakt naar het landelijk gebied. Materialen en kleuren zijn ook in het bestaande deel van de wijk te vinden, maar het palet is hier beperkter en de eenheid groter. Het plan is dan ook te zien als een afronding van het grotere plan Grut Palma. De verkavelingsschets is opgenomen in figuur 2.2 en vormt de basis van dit bestemmingsplan. In bijlage 1 is de toelichting op het stedenbouwkundig plan opgenomen.

13/429

Figuur 2.2

Verkavelingsschets Grut Palma West

In de wijk is ook ruimte voor recreatieve voorzieningen. Aan de noordzijde wordt een speelweide aangelegd. Water is een belangrijk element van de beoogde woningbouwontwikkeling. Daarnaast zijn er plannen een struinpad te realiseren aan de westkant van het plangebied. Er worden natuurvriendelijke flauwe oevers gerealiseerd met inheemse beplanting zoals riet, elzen en wilgen. Dit is van belang voor de biodiversiteit in de omgeving. Voor de ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan (bijlage 2) opgesteld welke gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Inpassing in de omgeving Initiatiefnemer wil een divers woningaanbod realiseren in een ruim opgezette woonwijk. Daarmee sluit de voorgenomen ontwikkeling aan bij de bestaande bebouwing van Wergea en vormt ze een passende overgang tussen bebouwd gebied en het open landschap rondom Wergea. Het plangebied ligt in de kom van de Nije Waring waarmee de woonwijk op een passende manier in het landschap kan worden ingepast. Hiermee vormt de Nije Waring een natuurlijke afscheiding tussen de bebouwing en het landelijk gebied. Daarnaast blijft het

14/429

polderdijkje met brede rietkraag, kenmerkend voor de omgeving, behouden om de openheid van de omgeving te waarborgen. Er ontstaat hiermee een buffer tussen de woonwijk, het vaarwater en het landelijk gebied. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt een aantal bosschages langs de Palmastrjitte herplant. Langs de randen van het plangebied worden nieuwe bomen aangeplant. Verkeer en parkeren Verkeer Voor de verkeersgeneratie worden de kengetallen uit de CROW-publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' gehanteerd. Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde bandbreedte in rest bebouwde kom in een matig stedelijke omgeving. Uit tabel 1 blijkt dat door de ontwikkeling de verkeersgeneratie 431,1 motorvoertuigen per etmaal is. Tabel 1 Verkeersgeneratie Woningtype

Aantal

vrijstaande woningen/patiowoningen 11 twee-kappers 12 rijwoningen 15 kleine gezinswoningen (rug aan rug) 16 levensloopbestendige woningen (rug aan 4 rug) Totaal 58

norm verkeersgeneratie (gemiddeld aantal mvt/etmaal) 8,2 7,8 7,1 7,4 5,6

verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 90,2 93,6 106,5 118,4 22,4 431.1

De extra verkeersbewegingen worden afgewikkeld op de huidige ontsluiting aan de Palmastrjitte. Het plangebied zal voor motorvoertuigen op één plaats op de Palmastrjitte worden ontsloten. Ook wordt er aan de noordoostzijde en aan de zuidoostzijde een verbinding gerealiseerd voor langzaam verkeer. Zodra de verkeersintensiteiten te hoog worden, komt de oversteekbaarheid en daarmee de verkeersveiligheid onder druk te staan. Het CROW schrijft voor dat de oversteekbaarheid op een erftoegangsweg onder druk komt te staan tussen de 5.000 à 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Verkeerskundigen adviseren echter om iets lagere verkeersintensiteiten als criterium aan te houden (4.000 à 5.000 mvt/etmaal), omdat bij 6.000 motorvoertuigen per etmaal de oversteekbaarheid al behoorlijk onder druk staat. Met de beoogde ontwikkeling is dit niet aan de orde en blijft de verkeersintensiteiten onder de genoemde normen. Voor het langzaam verkeer zal aan de zuidoostkant ook een ontsluiting worden gerealiseerd. Parkeren Het parkeren van de woningen moet plaatsvinden in het plangebied. Voor de parkeernormen wordt de Nota parkeernormen gemeente Leeuwarden 2014 gehanteerd. Uit tabel 2 blijkt dat, uitgaande van het woningbouwprogramma in de verkavelingsschets maximaal 98 parkeerplaatsen benodigd zijn in het plangebied. tabel 2 benodigd aantal parkeerplaatsen

15/429

Woningtype

Aantal

min. benodigd aantal pp. 25,3

pp. eigen kavel

norm eigen parkeren kavel eigen erf

11

norm per type woning + bezoekers 2,3

vrijstaande woningen/patiowoningen twee-kappers rijwoningen kleine gezinswoningen (rug aan rug) levensloopbestendige woningen (rug aan rug) Totaal

22

1,7

18,7

12 15 16

1,9 1,6 1,3

22,8 24 20,8

24 -

1,7 -

20,4 -

4

1,3

5,2

-

-

-

58

98,1

Op basis van de beschikbare ruimte op de kavels kunnen 46 parkeerplaatsen bij de woningen worden gerealiseerd. Bij parkeren op eigen terrein wordt de norm echter naar beneden bijgesteld en tellen de 2 parkeerplaatsen voor 1,7 mee in de parkeerbalans. Parkeren op eigen erf telt daarom als 46/2x1.7=39 parkeerplaatsen. Dit betekent dat er in totaal nog 98-39=59 parkeerplaatsen in de openbare ruimte moeten worden gerealiseerd. Ten behoeve van de geschakelde woningen worden twee parkeerterreinen met in totaal 36 parkeerplaatsen gerealiseerd. Verder worden in het plangebied 23 langsparkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt in de behoefte voorzien.

16/429

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Leeuwarden deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. In de

17/429

Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking De voorgenomen ontwikkeling is voorzien op grasland en betreft de realisatie van maximaal 58 woningen. Er is dan ook sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. In de Verordening Romte (2014) is de projectlocatie opgenomen als bestaand stedelijk gebied. Hoewel er dus sprake is van bestaand stedelijk gebied, moeten de behoefte en ruimte voldoende worden afgewogen. Met de gewenste ontwikkeling aan de Palmastrjitte wordt de woningvoorraad voor verschillende doelgroepen in Wergea uitgebreid. Daarnaast wordt de doorstroming op de woningmarkt van de gemeente Leeuwarden gestimuleerd. De te realiseren woningen passen binnen het gemeentelijk beleid zoals dat is verwoord binnen het beleidskader 'wonen in de dorpen', zie paragraaf 3.3. Bij de planvorming is onderzoek gedaan naar de woonbehoefte in Wergea.

Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens die in het kader van het gemeentelijke beleidskader ' Wonen in de Dorpen' zijn verzameld. In 2020 is hiervoor een woononderzoek uitgevoerd onder alle bewoners in Wergea. Primair is dit de doelgroep van de initiatiefnemer omdat de bewoners van het dorp voorrang krijgen in de toewijzing in het plangebied. Daarnaast heeft initiatiefnemer een actief participatietraject gevoerd waarin de woonbehoefte in het dorp in beeld is gebracht. Het hieruit ontstane beeld is verwoord in een woonprogramma dat is getoetst bij dorpsbelangen en de betreffende werkgroep. De bestaande woningvoorraad in Wergea is als volgt: Huishoudens totaal: Koopwoningen Sociale huurwoningen % sociale huur/koop Woningzoekenden

786 549 228 29,4% 86

Uit het woononderzoek blijkt aan welk type woning behoefte is: 74% (= 64) vrijstaand 52% (= 45) 2^1 kap 42% (= 36) hoek-/rijwoning 22% (= 19) levensloopgeschikt 14% (= 12) appartement Van de 362 ondervraagden heeft bijna 24% = 86 huishoudens/personen aangegeven te willen verhuizen, 85% wil in eigen dorp blijven. De belangrijkste doelgroepen zijn jongvolwassenen die graag (zelfstandig) in het dorp willen blijven wonen, senioren die door willen stromen in het dorp, gezinnen die binding met het dorp willen houden. Het gaat daarbij primair om huishoudens die reeds verbonden zijn aan het dorp en secundair om huishoudens die graag in het dorp willen gaan wonen.

18/429

Naar aanleiding van het onderzoek is het beoogde woningbouwprogramma in het plangebied als volgt: 11 Patio-bungalows: Levensloopbestendig koop (generatieproof) vrije sector 16 Rug-aan-rug woningen: Starterswoningen betaalbare koop 4 Rug-aan-rug woningen: Levensloopbestendige betaalbare koop 4 Twee-onder-een-kap woningen: Gezinswoningen vrije sector koop 15 Rijwoningen: Doorstromers betaalbare koop 8 tweekappers levensloopbestendig midden-koop Totaal circa 58 woningen in een divers woonprogramma; 65% betaalbare koop / 35% vrije sector Op grond van bovenstaande is de behoefte voldoende aangetoond. Conclusie rijksbeleid De ontwikkeling in Wergea is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. Als uitgangspunt geldt dat veranderingen niet tegen moeten worden gehouden, maar dat ambities worden gerealiseerd door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. De planontwikkeling past binnen het principe van omgevingskwaliteit als ontwerpbasis. Het principe van omgevingskwaliteit past binnen de kwaliteiten die de provincie Fryslân wil behouden en bevorderen. Dit houdt in dat nieuwe ontwikkelingen voortborduren op bestaande omgevingskwaliteiten en er aandacht is voor eigenheid en identiteit. Bij de bouw van de voorgenomen woningen wordt nauw aangesloten op de bestaande wijk en de groene en ruime opgezette structuur van het dorp Wergea. Dit is het uitgangspunt van het stedenbouwkundige plan.

Het wateraspect krijgt een belangrijke rol in het plangebied en de biodiversiteit zal toenemen door de inrichting van het plangebied. Ook is het principe van zuinig ruimtegebruik aan de orde, omdat de locatie van het plangebied binnen de begrenzing van bestaand gebouwd gebied is gelegen. De ontwikkeling vormt hiermee een afronding van het dorp Wergea aan westelijke zijde. Verordening Romte 2014 Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen.

19/429

De volgende artikelen zijn van toepassing op de woningbouwontwikkeling in Wergea: Artikel 2.2 Dit artikel heeft betrekking op Archeologie. In lid 1 is aangegeven dat in de plantoelichting wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarde zoals aangegeven op de Famke. Het aspect archeologie wordt beschreven in paragraaf 4.8. Artikel 3.1.1 In de Verordening Romte stelt de provincie als voorwaarde voor ruimtelijke plannen met mogelijkheden voor woningbouw, dat deze in overeenstemming moeten zijn met een woonplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. De gemeente Leeuwarden heeft met de provincie Fryslân afstemming gehad over het woningbouwprogramma (woonplan) voor een periode tot en met 2029 met een doorkijk tot en met 2039. Dit heeft geleid tot overeenstemming over de woningbouwafspraken 2020-2030 en het bijbehorende 'Planaanbod gemeente Leeuwarden 2020-2029, peildatum 16 februari 2022'. Op 5 juli 2022 zijn deze afspraken schriftelijk namens Gedeputeerde Staten schriftelijk bevestigd. In het 'Planaanbod gemeente Leeuwarden 2020-2029, peildatum 16 februari 2022' is tot en met 2029 voor de uitleglocaties van de dorpen onder de kop 'divers' rekening gehouden met jaarlijkse toename van 15/20 woningen.

Dit betekent dat er, tot en met het jaar 2029, 150 woningen mogen worden toegevoegd voor de uitleglocaties in de dorpen. Deze capaciteit is nog niet benut. Dit bestemmingsplan voorziet totaal in 58 woningen, dit is in overeenstemming met het woonplan. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met artikel 3.1.1 lid 1 van de verordening. Artikel 7.2.2 en 7.2.4 Deze artikelen gaan over het weidevogelkansgebied. De voorgenomen planlocatie valt namelijk binnen het weidevogelkansgebied zoals aangewezen door de provincie. Op grond van de provinciale verordening kun-nen er woningen in een weidevogelkansgebied als ruimtelijke ingreep van het openbaar belang worden ontwikkeld, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de natuurwaarden worden afgewogen ten opzichte van de ruimtelijke ingreep; b. schade aan natuurwaarden door mitigerende maatregelen wordt zoveel beperkt voor zover fysiek-ruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is; c. indien sprake is van het verloren gaan van gebied groter dan 0,5 ha dat vanwege rust en openheid voor weidevogels geschikt is, wordt dit financieel gecompenseerd door storting van een bedrag in een weidevogelfonds, volgens door Gedeputeerde Staten vast te stellen regels. De plantoelichting dient te verantwoorden op welke wijze financiële compensatie is geborgd.

Het plangebied vormt, net als het NNN-beheergebied, slechts een klein onderdeel van het totale gebied wat in de gemeente Leeuwarden als weidevogelkansgebied is aangewezen. Er zijn geen natuurwaarden aanwezig in het plangebied. En door de ligging naast bebouwd gebied is de ruimtelijke impact relatief klein. Daarnaast is van de voorwaarden b en c geen sprake. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het daarvoor bestemde weidevogelkansgebied kunnen dan wel marginaal zijn, ze kunnen niet volledig op voorhand worden uitgesloten.

20/429

Van belang is dat er geen strijd ontstaan met het provinciaal weidevogelbeleid. In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt verder ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Bij de uitwerking van de plannen wordt hier aandacht aanbesteed.. Omgevingsverordening Fryslân 2022 Op 16 februari 2021 is de omgevingsverordening Fryslân als ontwerp ter inzage gelegd. Deze omgevingsverordening zal de Verordening Romte uit 2014 gaan vervangen als de Omgevingswet in werking treedt. De inhoudelijke principes uit beide verordeningen blijven grotendeels gelijk op het gebied van stedelijke functies waardoor de voorgenomen ontwikkeling ook binnen het beleid van de nieuwe omgevingsverordening Fryslân zal passen. In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt verder ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. De woonwijk wordt rondom omzoomd door natuur (groen en water) waar ruimte is voor de natuur. Vaarwegenverordening Fryslân In de Vaarwegenverordening Fryslân is onder andere het beheer geregeld van de provinciale vaarwegen en zijn regels opgenomen voor de veiligheid op het water. Het plangebied grenst aan de Nije Waring.

Vanuit de vaarwegverordening geldt dat rekening moet worden gehouden met een beheerzone van 15 meter. Voor werkzaamheden binnen deze zone is een ontheffing van de vaarwegenverordening nodig. Ontgrondingenvergunning Er is sprake van een ontgronding als het maaiveld wordt verlaagd. De bodem wordt dan door afgraving ontdaan van een grondlaag. Voor ontgronden is een ontgrondingsvergunning nodig, tenzij er een vrijstellingscategorie van toepassing is. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt 335 m2 bestaand water gedempt. De demping van deze watergangen vindt plaats in het poldergebied en moet in het poldergebied worden gecompenseerd. De verharde oppervlakte binnen de boezem neemt toe met 4.110 m2 voor bestrating openbaar gebied, 4.575 m2 voor bebouwing en 4.820 m2 voor verharding op kavels. In de nieuwe situatie zal het totale verharde oppervlak daarmee 13.505 m2 zijn. Er moet 10% van dit verhard oppervlak gecompenseerd worden voor de boezem. Voor dempingen van watergangen geldt dat 100% gecompenseerd moet worden. Dit betekent dat er ter compensatie van de bebouwing en watergangen totaal 1.351 m2 (boezem) + 335 m2 (polder) = 1.686 m2 wateroppervlak moet worden toegevoegd.

Door verbreding van de watergang in de polder met 900 m2 en het graven van nieuwe watergangen in de boezem met 4.580 m2, wordt ruimschoots voldaan aan de watercompensatieplicht van 1.351 m2 in het boezemgebied en 335 m2 in het poldergebied. Met de Fumo zijn afspraken gemaakt over de benodigde ontgrondingenvergunning. Omdat het te ontwikkelen

21/429

gebied laag ligt, moet het grondpeil omhoog om het geschikt te maken voor woningbouw. Alle grond die vrijkomt door het toevoegen van water zal daarom in het plangebied zelf worden hergebruikt. Conclusie provinciaal beleid De ontwikkeling van de woonwijk in Grut Palma West is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Leeuwarden Op 22 december 2021 is de Omgevingsvisie Leeuwarden vastgesteld door de gemeente Leeuwarden. In de omgevingsvisie komt naar voren dat er met name voor de kleinere dorpen uitdagingen zijn op het gebied van het ontwikkelen van geschikte woningen voor senioren en jongeren. De ruimtelijke kwaliteit van de kleinere dorpen en buurtschappen is hoog. Prioriteiten hier zijn het behouden van de eigen identiteit, de leefbaarheid en bereikbaarheid van kernen met een regionale functie. Nieuwe ontwikkelingen kunnen de identiteit en ruimtelijke uitstraling van het dorp versterken. Bij particuliere initiatieven is het aantonen van behoefte en draagvlak in het dorp een vereiste. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de Omgevingsvisie, omdat de binding met het dorp en de regio kan worden versterkt door passende woonruimte te bieden voor starters en senioren (voldoende gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen). Hierbij wordt aangesloten op het bestaand stedelijk gebied en de uitbreidingswijk Grut Palma. Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt een afronding van het dorp Wergea en de uitbreidingswijk Grut Palma gerealiseerd, omzoomd door de watergang Nije Waring. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het dorp. Betere doorstroming van de woningmarkt is wenselijk om de bestaande inwoners van Wergea te houden en anderen aan te trekken.

Daarnaast is voorzien in de woningbouwbehoefte van Wergea van belang voor de leefbaarheid in Wergea en het behoud van de voorzieningen in het dorp. Beleidskader Wonen in de dorpen Er is een aantoonbare behoefte aan extra woningen in de dorpen. In 2019 is deze woningbouwbehoefte in Wergea door middel van een woningmarktonderzoek duidelijk naar voren gekomen. De vraag naar woningen wil de gemeente Leeuwarden zo goed mogelijk faciliteren. Daarvoor is het nodig om duidelijkheid te bieden over welke initiatieven de gemeente wel en niet kansrijk acht. Om beweging in de woningmarkt in de dorpen te krijgen, biedt de gemeente met het beleidskader 'Wonen in de dorpen' ruimte om woningen toe te voegen binnen het bestaand bebouwd gebied. Bij woningbouwontwikkelingen gelden de volgende voorwaarden: Er wordt gebouwd voor de behoefte van bepaalde doelgroepen uit het dorp; Er wordt een segment toegevoegd waarbij aantoonbaar doorstroming in de woningmarkt in het dorp tot stand komt; Nieuwe woningen hebben een minimale oppervlakte van 65 m² Bruto Vloeroppervlak (BVO). Bij woningbouwplannen van 20 woningen of meer, is de vereiste dat minimaal 15% daarvan uit sociale woningbouw bestaat. Tenzij het dorp al 30% of meer sociale huurwoningen in de totale woningvoorraad bevat.

22/429

Bij het voorgenomen initiatief zal er gebouwd worden voor verschillende doelgroepen, zoals starters en senioren. Door een gevarieerd aanbod zal de doorstroming in de woningmarkt worden gefaciliteerd. Daarnaast zullen de woningen allemaal een minimale oppervlakte hebben van 65 m². 30% van de woningvoorraad in Wergea bestaat uit sociale huurwoningen. In de ontwikkelfase van dit plan heeft de lokale woningcorporatie haar investeringscapaciteit gericht op verbetering en verduurzaming van de bestaande voorraad in het dorp. In het plangebied zit ter compensatie hiervan minimaal een aandeel van 60% in het betaalbare segment. De corporatie richt haar investeringscapaciteiten op andere locaties in het dorp. Er wordt aan bovenstaande voorwaarden van het beleidskader Wonen in de dorpen van de gemeente Leeuwarden voldaan. Daarnaast heeft de gemeente een onderzoek gedaan naar de verhuiswensen van de bewoners van de verschillende dorpen, waaronder in Wergea. Voor Wergea geldt dat de laatste uitbreiding heeft plaatsgevonden aan de westelijke zijde van het dorp in het plan Grut Palma. Alle kavels zijn uitgegeven. Wergea is voor gemeente Leeuwarden een belangrijke kern vanwege de aanwezige voorzieningen die ook een functie hebben voor de omliggende dorpen. In Wergea is het wenselijk om passend bij de omvang van het dorp, diverse woningsegmenten te hebben.

Volgens het beleidskader heeft de gemeente de komende jaren een kwantitatieve behoefte, met name aan betaalbare starterswoningen en huurwoningen. Er is ruimte en behoefte aan levensloopgeschikte of zorggeschikte woningen voor ouderen en voor meer (particuliere) huurwoningen voor jongeren. Door middel van het voorgenomen initiatief is er de mogelijkheid om kwalitatief, passend bij het dorp en omgeving, woningen te realiseren in verschillende segmenten in het bestaand stedelijk gebied. Regionale woondeal Leeuwarden In april 2023 is de regionale woondeal Leeuwarden ondertekend door gemeente, provincie en Rijk. Daarin is het volgende opgenomen: “Alle partijen zetten zich in voor voldoende betaalbare woningen. In Nederland wordt er gestreefd naar een balans in de bestaande voorraad van 30% sociale huurwoningen per gemeente en een nieuwbouw- opgave met voor twee derde betaalbare woningen.'' Omdat in FrysIân de inkomens gemiddeld lager zijn dan het gemiddelde in Nederland, sluit Leeuwarden aan bij wat betaalbaar is voor de inwoners van Fryslân en binnen de specifieke doelgroepen.

In deze afspraken hanteert Leeuwarden vooralsnog de volgende definities onder betaalbaar; • sociale huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens • huurwoningen vanaf de liberalisatiegrens tot een huur behorende bij maximaal 187 WWS punten (€1000 prijspeil 2022) • koopwoningen tot €355.000 (NHG grens 2022)” De aantallen voor deze locatie kunnen gedekt worden uit de woningbouwafspraken met de provincie uit de aantallen die genoemd staan onder: Dorpen uitleglocaties 'divers'. In de te actualiseren planmonitor regionale

23/429

woondeal wordt deze locatie met de juiste aantallen en segmenten opgenomen. Conclusie gemeentelijk beleid De beoogde ontwikkeling in Grut Palma West is passend binnen het gemeentelijk beleid.

24/429

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten bedrijven en milieuzonering, ecologie, bodem, geluid, water, luchtkwaliteit, archeologie, cultuurhistorie, externe veiligheid en kabels en leidingen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies wordt milieuzonering toegepast. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009). In deze Publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Deze rangschikking is gekoppeld aan richtafstanden. Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijf activiteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing In de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt een bedrijfsbestemming (nutsvoorziening). Dit betreft een elektriciteitshuisje. Hiervoor is geen richtafstand opgenomen.

Verder zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven die vanuit hun bedrijfsvoering een belemmering kunnen ervaren door of opleveren voor de woningbouw. Er is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling wordt niet belemmerd door de aanwezigheid van bedrijvigheid in de omgeving.

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De

25/429

Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Toetsing Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de 'Alde Feanen' en is gelegen op circa 4,8 kilometer van het plangebied. Ondanks dat het plangebied niet in een Natura 2000-gebied is gelegen zou de ontwikkeling wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het plan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. Hiertoe zijn stikstofberekeningen voor de aanlegfase deel 1, aanlegfase deel 2 en de exploitatiefase uitgevoerd. Het stikstofonderzoek is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt tijdens de verschillende fases. Dit onderzoek is geactualiseerd.

Hierbij is tevens rekening gehouden met een percentage adblue van 6%, stationair draaien en de soorten machines. Dit is van toepassing op de berekeningen van 2025 en 2026. De gebruiksfase is niet gewijzigd. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied, Hempensermeerpolder, ligt op circa 1,1 kilometer ten noordoosten van het plangebied, waardoor de ontwikkeling van het plangebied geen invloed heeft op dit gebied. Soortenbescherming Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling heeft een quickscan ecologie plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat het planvoornemen zonder bezwaren doorgang kan vinden binnen de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 1 maart-1 augustus); Meervleermuis: Vermijden lichtuitstraling. Indien dit niet mogelijk is dient wellicht een ontheffing te worden aangevraagd bij Bevoegd Gezag, de Provincie Fryslân; Otter: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli); Waterspitsmuis: Nader onderzoek; Zorgplicht: Naleven van de zorgplicht.

26/429

De aanwezigheid van de waterspitsmuis in de watergangen rondom het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Er is een vervolgonderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid van de waterspitsmuis vast te stellen dan wel uit te sluiten. Hieruit blijkt dat er in het plangebied geen waterspitsmuizen aanwezig zijn. Het rapport is als bijlage 5 toegevoegd. Van de rietkraag die rondom het plangebied ligt, wordt maximaal 95% doorsneden om een watergang in het plangebied te brengen. Hiermee blijft de rietkraag dus grotendeels behouden waardoor deze haar functie voor onder andere vleermuizen behoudt. Hiermee is het belang van deze rietkraag voor soorten in het plangebied gewaarborgd. Natuurinclusief bouwen Ten aanzien van natuurinclusief ontwerpen moet bij nieuwe ontwikkelingen in het ontwerp rekening worden gehouden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Bij de uitwerking van de plannen zal hier aandacht aan worden besteed. Conclusie Indien de eventueel noodzakelijke ontheffingen worden aangevraagd en verleend in het kader van de Wnb, staat het aspect ecologie de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.4

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing Om aan te tonen dat de locatie geschikt is voor de beoogde woonfunctie is voor het plangebied een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725:2017 en NEN 5740/A1 uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Uit dit onderzoek blijkt dat: Dempingen Ter plaatse van de dempingen zijn meerdere boringen uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Aangenomen mag worden dat de dempingen zijn uitgevoerd met gebiedseigen grond. Verhoogde gehalten in de grond Een duidelijke oorzaak voor het licht verhoogde gehalte aan PAK-10 is niet aan te geven.

Het verhoogd gemeten gehalten is dusdanig (alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze

27/429

parameter niet noodzakelijk is. Verhoogde concentraties in het grondwater Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk)verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentraties aan de barium en nikkel hebben vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentraties zijn daarnaast dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is. Conclusie De gehalten van de verontreinigingen zijn dusdanig laag dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Geluid

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen. Woningen zijn op grond van de Wet geluidhinder geluidsgevoelige functies. Aangezien de woningen binnen de geluidszones liggen van de Wergeasterdyk en de Peinjedijk, waar een snelheidsregime van 60 km/uur geldt, is een akoestisch onderzoek naar wegverkeer uitgevoerd welke is opgenomen in bijlage 7. Hieruit blijkt dat er een geringe overschrijding is van de voorkeursgrenswaarde vanwege de Wergeasterdyk. Binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder is het plan mogelijk door middel van het vaststellen van hogere waarden van ten hoogste Lden = 51 dB. De gemeente Leeuwarden heeft echter als beleid om voor nieuwe woonwijken geen hogere waarden vast te stellen.

Omdat de nieuwe woonwijk aan de westzijde de nieuwe entree van Wergea gaat vormen, is het denkbaar om de grens van de bebouwde kom op te schuiven waardoor een snelheidsregime van 30 km/u geldt. Een andere optie is om de woningen verder van de weg te plaatsen of anderszins maatregelen te treffen. Uitgangspunt bij de ontwikkeling is dat er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en er geen hogere waarden worden vastgesteld. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 8). Naar aanleiding van de resultaten zijn er twee varianten mogelijk: het aanleggen van een lage grondwal (ca. 1 meter hoog) langs de Wergeasterdyk vanaf de brug tot globaal de komgrens, of het veranderen van het snelheidsregime op de Wergeasterdyk. Dit laatste hangt samen met de voorgenomen aanleg van een rotonde ter plaatse van de Palmastrjitte, waarbij de gemeente Leeuwarden heeft aangegeven dat er vanaf de brug een 50

28/429

km/uur snelheidsregime kan worden toegepast. Beide varianten zijn doorgerekend. Variant 1 - Grondwal tussen fietspad en Wergeasterdyk voldoet aan het uitgangspunt dat er geen hogere waarden hoeven te worden vastgesteld. De gemeente heeft voorkeur voor een geluidscherm in plaats van een grondwal. Dit geluidscherm wordt geplaatst tussen de weg en het fietspad met een hoogte van 0,80 cm en een groene haag aan beide zijden. Een geluidscherm is iets gunstiger dan een geluidwal en met de plaatsing daarvan wordt aan de maximale geluidbelasting voldaan en is er geen hogere waarde nodig. zie figuur 4.1.

Figuur 4.1 Geluidbelasting bij plaatsing van een geluidwal van 0,80m (bron: Rho adviseurs) Daarom is deze aanpassing doorgevoerd in de plannen. Los van de ontwikkeling in het plangebied wordt op termijn mogelijk een rotonde aangelegd op de kruising Palmastrjitte/ Nieuwe Leeuwarderweg in verband met een goede doorstroming van het verkeer. Conclusie Door de aanleg van een geluidscherm tussen het fietspad en de Wergeasterdyk wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Dit betekent dat er geen hogere waarden hoeven te worden vastgesteld. Dit is geborgd in een voorwaardelijke verplichting alsook in de anterieure overeenkomst.

4.6

Water

Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân. De uitkomst van deze toets is dat de normale procedure moet worden gevolgd. Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlage 9. In

29/429

het kader van het vooroverleg zijn de plannen reeds met Wetterskip Fryslân besproken. De ruimtelijke uitgangspunten uit deze overleggen zijn verwerkt in het plan. Vanuit het aspect water spelen er bij de voorgenomen ontwikkeling drie onderwerpen: de ligging nabij een regionale waterkering, de aanwezigheid van bestaande watergangen en een toename van het verhard oppervlak. Daarnaast wordt er ten behoeve van dit plan nieuw water gerealiseerd waarvoor een ontgrondingenvergunning nodig is. Hierover heeft afstemming met FUMO plaatsgevonden. De ligging van het oppervlaktewater en de regionale waterkering is weergegeven in figuur 4.2.

Figuur 4.2

Uitsnede Legger Wetterskip Fryslân (Bron: Wetterskip Fryslân)

Regionale waterkering De regionale waterkering ligt langs de west- en zuidzijde van het plangebied. In figuur 4.1 is de kernzone aangegeven met een doorlopende zwarte lijn en de beschermingszone van deze waterkering hieromheen. Zowel de kern- als beschermingszone overlappen het plangebied. Binnen beide zones gelden op basis van de Keur van het Wetterskip Fryslân beperkingen voor onder andere het realiseren van bebouwing, verharding en het plaatsen van beplanting. Buiten deze zones gelden geen belemmeringen vanuit het oogpunt van de waterkering. In beginsel geldt het advies om de bebouwing en overige werkzaamheden buiten de kern- en beschermingszone te realiseren. Toch is het voorstelbaar dat (voor een goede stedenbouwkundige invulling) binnen deze zones gebouwd, verhard of beplant gaat worden. Voor werken in een kern- en beschermingszone is een watervergunning vereist. Verder moet een wijziging van het peilbesluit worden aangevraagd. De uitgewerkte plannen zijn voorgelegd aan de afdeling Waterkeringen van het Wetterskip Fryslân. Er zijn ruimtelijke aanpassingen nodig zoals onder andere duikers, waterafrondingen en doorstroming in het plangebied. De

30/429

regionale waterkering wordt verlegd zodat deze ten oosten van het plangebied, langs de Palmastrjitte zal lopen (zie bijlage 10). Bestaande watergangen Het plangebied is omringd door bestaande watergangen. Het gaat hier om de Nije Waring aan de westkant van het plangebied en de sloten in de rest van het plangebied. Op basis van de Keur van het Wetterskip Fryslân gelden beperkingen voor werkzaamheden in, op, boven of nabij deze watergangen. Zonder vergunning van het waterschap zijn werkzaamheden binnen vier meter van de watergangen niet toegestaan. Dit is ten behoeve van een goed beheer en onderhoud. In beginsel dient deze vijf meter-zone vrij te blijven van belemmeringen zoals bebouwing en opgaande planting, anders is er een watervergunning vereist. De uitgewerkte plannen zijn voorgelegd aan Wetterskip Fryslân. De ruimtelijke uitgangspunten uit deze overleggen zijn verwerkt in het plan. Toename verhard oppervlak Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Omdat het plangebied op dit moment grasland is zonder bebouwing wordt uitgegaan van de normen voor het landelijk gebied. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies.

De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Voor de woningbouwontwikkeling in Wergea worden maatregelen getroffen om de versnelde afvoer als gevolg van de toename verharding en de demping van watergangen te compenseren. De totale verhardingsoppervlakte van de beoogde ontwikkeling bedraagt 13.505 m2. Dit betekent dat 1.351 m2 (10% van de verharding) moet worden gecompenseerd voor de boezem. De demping van 335 m2 van watergangen vindt plaats in het poldergebied en moet in het poldergebied worden gecompenseerd. Door verbreding van de watergang in de polder met 900 m2 en het graven van nieuwe watergangen in de boezem met 4.580 m2, wordt ruimschoots voldaan aan de watercompensatieplicht van 1.351 m2 in het boezemgebied en 335 m2 in het poldergebied. Ontgronding Omdat er ten behoeve van de ontwikkeling nieuw water word gerealiseerd, is er sprake van ontgrondingen. Er wordt 4.580 m2 nieuwe watergang gegraven. Ervan uitgaande dat de diepte van dit water maximaal 2 meter is blijft de ontgronding hiermee onder de drempelwaarde van 10.000 m3 waarmee er geen ontgrondingenvergunning nodig is. De maatvoering en dwarsprofielen van de nieuwe watergangen zijn opgenomen in bijlage 10.

4.7

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de ne-gatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties

31/429

onder-scheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Toetsing Het plan maakt de realisatie van maximaal 58 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, zodat er een vrijstelling is voor toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.8

Archeologie

Toetsingskader In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. FAMKE Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie Friesland de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). Toetsing Voor de periode steentijd-bronstijd heeft het plangebied geen verwachtingswaarde en is geen onderzoek noodzakelijk. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen geldt voor het plangebied het advies om bij ingrepen van meer dan 500m2 nader onderzoek te doen. Partiële herziening Archeologie Ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden heeft de gemeente Leeuwarden in 2020 de partiele herziening Archeologie vastgesteld. Op basis van de Partiële herziening Archeologie heeft het plangebied de archeologische bestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Daarom moet bij ingrepen van meer dan 2.500 m² een karterend archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

Aan de hand van de resultaten van het karterend onderzoek kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling al dan niet belemmerd wordt door archeologische waarden en of er rekening moet worden gehouden met randvoorwaarden.

32/429

Omdat de drempelwaarde ruim wordt overschreden is een archeologisch onderzoek uitgevoerd waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 11. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er geen aanleiding is om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. In alle gevallen blijft echter onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hier direct melding van dient te worden gemaakt bij de gemeente Leeuwarden. Conclusie Het aspect archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.9

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Toetsing Om de cultuurhistorische waarden vast te stellen is de cultuurhistorische waardenkaart (CHK2) van de provincie Fryslân geraadpleegd (zie figuur 4.3). Aan de hand van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie is gekeken naar de cultuurhistorische elementen in en nabij het plangebied. Ter plaatse van het plangebied bevinden zich geen waardevol cultuurlandschap of waardevolle cultuurhistorische monumenten.

Figuur 4.3: Uitsnede CHK2 (Bron: Provincie Fryslân) In het plangebied is een aantal sloten aanwezig. Enkele sloten hebben de bescherming van cultuurhistorische waarden. Deze waterlopen hebben de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorie 1' in het bestemmingsplan 'Wergea - Grut Palma'. De cultuurhistorische waarden van gronden worden beschermd door deze dubbelbestemming. In onderstaande figuur is de ligging van de sloot met cultuurhistorische waarde met een blauwe lijn aangegeven.

33/429

Figuur 4.4 Cultuurhistorisch waardevolle watergangen Voor locaties met de dubbelbestemming 'cultuurhistorisch waardevol' geldt dat er onder voorwaarden op of in deze grond mag worden gebouwd. Bijvoorbeeld als de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden verstoord of er maatregelen worden getroffen om de cultuurhistorische waarden te behouden of er zwaarwegende belangen zijn die rechtvaardigen dat de cultuurhistorische waarden onevenredig worden verstoord. Deze watergang wordt in de Atlas Cultuurlandschappen van de gemeente Leeuwarden aangeduid. Het gaat hierbij om een aftakking van het Alddjip. In figuur 4.4. is een uitsnede opgenomen van de kaart van Schotanus (1718) zoals deze in het bestemmingsplan Wergea Grut Palma (2016) is opgenomen.

34/429

Figuur 4.5. Links: uitsnede Schotanus 1718 Rechts: uitsnede topografische militaire kaart (nettekening) 1830-1850. = Het Alddjip is onderdeel van de ‘Oude vaart naar Wartena’, die vanaf Barrahus en langs Techum loopt (kaart Schotanus). De waterlopen hebben (vaak) een natuurlijke oorsprong, als geul/priel uit de tijd dat het land nog regelmatig door de (Middel)zee werd overstroomt. De aftakking naar het noorden is goed te zien op de topografische militaire kaart en betreft een voormalige opvaart richting de states en stinzen als Grut Palma. Al in de tijd van Schotanus, maar zeker op latere kaarten lijkt de hoofdvaarroute verschoven richting het zuiden, via de ringvaart van de Wergeastermar Polder. Het restant van het Alddjip en de aftakking zijn cultuurhistorisch landschappelijk waardevol. Daarom geldt ook voor de aftakking richting het noorden een dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie 1’ en wordt deze via bijbehorende regelgeving beschermd. Volgens de bouwregels mag op of in deze grond niet worden gebouwd.

Hiervan kan worden afgeweken, mits: door de aanvrager door middel van een advies van een deskundige op het gebied van cultuurhistorie is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden door het bouwen niet onevenredig worden verstoord; of er door de aanvrager maatregelen worden getroffen, waardoor de cultuurhistorische waarden kunnen worden behouden; of er zwaarwegende belangen zijn die rechtvaardigen dat de cultuurhistorische waarden onevenredig worden verstoord. In dit geval is er sprake van zwaarwegende belangen die rechtvaardigen dat de cultuurhistorische waarden onevenredig worden verstoord. Het gaat daarbij om de grote behoefte aan betaalbare woningbouw bij het dorp Wergea die op deze locatie kan worden voorzien. Juist de locatie waar de watergang ligt, leent zich vanuit stedenbouwkundig opzicht het beste voor de realisatie van rijwoningen met beperkte oppervlakte. Overigens is een deel van de watergangen ook al verstoord voor de aanleg van de woonwijk Grut Palma ten oosten van dit plangebied. Conclusie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=8a61cf3a-8dba-4fb2-9951-b39f831778b0