Bestemmingsplan (ontwerp) De Klamp Bijzonder Wonen
Tekst van het document
Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.
-2-
Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura2000-gebieden.
Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.
Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De, voor gemeenten, belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.
Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.
NatuurNetwerk Nederland/ Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de NNN/EHS niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.
-3-
Bijlage 4 Vooronderzoek bodem
Vooronderzoek NEN5725 Plangebied De Klamp (noord en west) nabij Goutum
Documentcode: 16F115.VO.R01
Vooronderzoek NEN5725 Plangebied De Klamp (noord en west) nabij Goutum
Documentcode: 16F115.VO.R01
Opdrachtgever Gemeente Leeuwarden Postbus 21.000 8900 JA Leeuwarden Contactpersoon opdrachtgever De heer ing. M.H. van Eerde Contactpersoon LievenseCSO De heer drs. D. van Ommeren 058 - 284 75 46 DvOmmeren@LievenseCSO.com Projectcode Documentnummer Versiedatum Status
16F115 16F115.VO.R01 14 juli 2016 Definitief
Autorisatie Documentnummer 16F115.VO.R01 Opgesteld door:
Versiedatum 15 juli 2016 Functie
Status Definitief Datum
D. van Ommeren
Projectleider
15 juli 2016
Paraaf
LIEVENSECSO MILIEU B.V. HOOFDKANTOOR
REGIOKANTOOR LEEUWARDEN
REGIOKANTOOR GRONINGEN REGIOKANTOOR DEVENTER
REGIOKANTOOR MAASTRICHT
REGIOKANTOOR HOOGVLIET
Postbus 2 3980 CA Bunnik Regulierenring 6 3981 LB Bunnik
Postbus 422 8901 BE Leeuwarden Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden
Postbus 2239 9704 CE Groningen Zernikepark 4 9747 AN Groningen
Postbus 1323 6201 BH Maastricht Sleperweg 10 6222 NK Maastricht
Postbus 551 3190 AM Rotterdam-Hoogvliet Hoefsmidstraat 41 3194 AA Rotterdam-Hoogvliet
E-mail KvK-nummer
: info@LievenseCSO.com Website: LievenseCSO.com : 30152124 BTW-nummer: NL. 8075.03.368.B.01
Postbus 2018 7420 AA Deventer Gotlandstraat 26 7418 AZ Deventer
IBAN:NL96RABO0394469100
Inhoudsopgave Hoofdstuk
Pagina
1
Inleiding
2
2
Locatiegegevens
3
3
2.1 Algemene informatie 2.2 Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken 2.3 Historische locatiegegevens 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 2.5 Bodembeleid 2.6 Gegevens gemeente 2.7 Archeologische gegevens Locatie-inspectie
3 3 3 3 4 6 6 7
4
Conclusies en aanbevelingen
8
4.1 4.2
8 8
Conclusies Aanbevelingen
Bijlagen Bijlage 1
Foto’s
Kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Regionale ligging Kaartbijlage 2 Situatietekening
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
2/9
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Leeuwarden heeft LievenseCSO Milieu B.V. een vooronderzoek bodem uitgevoerd ter plaatse van het plangebied De Klamp (noord en west) nabij Goutum. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in kaartbijlage 1. De aanleiding tot het uitvoeren van het vooronderzoek wordt gevormd door de plannen tot het plegen van nieuwbouw/herinrichten van de locatie. Als de bodem verontreinigd is kan dit gevolgen hebben voor de uitvoering van de plannen. De contouren van het plangebied is in vergelijk met eerder uitgevoerd vooronderzoek gewijzigd. In onderhavig rapport zijn de terreindelen welke niet gedekt zijn het voorgaand vooronderzoek (LievenseCSO Milieu BV, 15F135.R01, d.d. 25 juni 2015) onderzocht. Het doel van bodemonderzoek is het vaststellen of er op de locaties voor bodemverontreiniging verdachte (deel)locaties aanwezig zijn. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een vooronderzoek conform de NEN 5725. In hoofdstuk 2 wordt de uit het vooronderzoek naar voren gekomen informatie over de onderzoekslocatie weergegeven. In hoofdstuk 3 is de uitgevoerde locatie-inspectie beschreven en in hoofdstuk 4 volgen de conclusies en aanbevelingen.
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
3/9
2
Locatiegegevens
2.1
Algemene informatie In onderstaand overzicht zijn de algemene gegevens van de locatie opgenomen:
2.2
• •
Adres: Oppervlakte: Kadastrale gegevens:
• • • • • • •
Huidig gebruik: Toekomstig gebruik: Aanwezige bebouwing: Aanwezige verharding: Bekende aanwezigheid tanks: Bekende aanwezigheid asbest: Bekende aanwezigheid verontreinigingen:
Plangebied De Klamp nabij Goutum; Totaal ca. 57.200 m2; Gemeente Huizum, sectie F, nrs. 246, 247, 248, 249, 329, 331, 332, 333 en 1912; Agrarisch; Wonen; Geen; Voor zover bekend geen; Voor zover bekend geen; Voor zover bekend geen; Voor zover bekend geen.
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken Van de onderzoekslocatie zijn de volgende onderzoeken bekend: • • • • • •
Verkennend bodemonderzoek, Grontmij, projectnr. PN 03/0434-1, d.d. 28 augustus 2000; Verkennend bodemonderzoek, Verhoeve Groep, projectnr. 270005, d.d. 17 januari 2002; Verkennend bodemonderzoek CSO Adviesbureau, projectnr. 02F192.02, d.d. 9 december 2002; Verkennend waterbodemonderzoek, Oranjewoud, projectnr. 10269-204505, d.d. 22 april 2010; Vooronderzoek, LievenseCSO Milieu BV, 15F135.R01, d.d. 25 juni 2015; Verkennend bodem- en asbestonderzoek, LievenseCSO, kenmerk: 15F218 d.d. 5 november 2015).
In geen van de onderzoeken van vóór 2015 zijn verontreinigingen boven de tussenwaarden aangetoond. De waterbodems binnen het onderzoeksgebied zijn maximaal als klasse 2 beoordeeld. In het verkennend bodem- en asbestonderzoek van LievenseCSO uit 2015 is in de zuidelijke dam van het voormalige erf (dam 3) een interventiewaarde-overschrijding aan lood in de grond aangetroffen. De parameters koper en zink zijn matig verhoogd. Ter plaatse van de overige verdachte deellocaties zijn analytisch maximaal overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetoond. Ter plaatse van dammen 1, 5 en 7 en het deels puinhoudend pad (proefgat G13) is asbest aangetoond. Ter plaatse van deze locaties is nader asbestonderzoek aanbevolen.
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
4/9
2.3
Historische locatiegegevens Uit historisch kaartmateriaal (topotijdreis.nl) blijkt dat er noordwestelijk op de onderzoekslocatie een boerderij heeft gestaan, deze is circa 2008/2009 gesloopt. Ook hebben er ter plaatse van de onderzoekslocatie een tweetal slootdempingen plaatsgevonden. Eén is gelegen langs de meest noordwestelijke grens van de locatie, deze is omstreeks 1992 gedempt. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de sloot rond 1960 is aangelegd. De tweede demping ligt zuidelijker ten opzichte van de eerste. Het betreft een demping uit 1960 waarbij de sloot die dwars door perceel (Huizum, F, 249) loopt, is gedempt. Deze sloot kent zijn oorsprong van voor 1850.
2.4
Regionale bodemopbouw en geohydrologie De navolgende gegevens zijn ontleend aan regionale (verticale) doorsnede (dinoloket.nl, REGIS 2 v2.1). De maaiveldhoogte van de onderzoekslocatie bevindt zich op circa 0 m-NAP. De regionale bodemopbouw kan worden geschematiseerd zoals weergegeven in tabel 2.1 Tabel 2.1 Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) Formatie
Geohydrologisch
Omschrijving
0 tot -6 -6 tot -8 -8 tot -10 -10 tot -18
Complexe eenheid Eerste zandige afzetting Derde zandige afzetting Eerste kleiige eenheid
Klei Zand, matig fijn tot matig grof Zand, matig fijn tot matig grof Klei en leem, sterk zandig tot uiterst siltig Zand, matig fijn tot matig grof
Vanaf -18
Holocene afzettingen Formatie van Boxtel Formatie van Boxtel Formatie van Drenthe, laagpakket van Gieten Formatie van Drachten
Eerste zandige eenheid
De lokale grondwater stromingsrichting wordt bepaald door de aanwezigheid van sloten (Wirdumervaart en poldersloten), kanalen, grachten en/of drainage (polder). 2.5
Bodembeleid Het bodembeleid van de gemeente is vastgelegd in de Bodembeheernota (vastgesteld d.d. 4 november 2009). In de bodemkwaliteitskaart (BKK) behorende bij de nota zijn achtergrondgehalten (Lokale Maximale Waarden) opgenomen. De onderzoekslocatie valt in zone “buitengebied”. In deze zone worden in de bovengrond (tot 0,5 m-mv), uitgaande van organisch stofgehalte van 5,72% en een lutumpercentage van 21,91%, verhoogde achtergrondwaarden (P95) ten opzichte van de AW2000 waarde aangetroffen voor de stoffen arseen (20 mg/kg), chroom (59 mg/kg), kwik, 0,2 mg/kg), lood (82,5 mg/kg), zink (130 mg/kg) en PAK (6,7 mg/kg. In de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) worden, uitgaande van een organisch stofgehalte van 6,92% en een lutumpercentage van 23,61%, verhoogde achtergrondwaarden(P95) ten opzichte van AW2000 aangetroffen voor de stoffen arseen (23 mg/kg), chroom (59 mg/kg), kwik (0,16 mg/kg), lood (56,7 mg/kg) en PAK (2,4 mg/kg). De onderzoekslocatie bevindt zich verder in de zone met bodemfunctieklasse “Wonen”. Op basis van de ontgravingskaart ligt de onderzoekslocatie in een gebied dat voor zowel boven- als ondergrond bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ heeft. VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
5/9
Volgens de toepassingskaart (gebiedsspecifiek beleid) mag op het onderzoeksperceel (zowel boven- als ondergrond) grond met bodemkwaliteit ‘wonen’ worden toegepast. 2.6
Gegevens gemeente Buiten de aangeleverde rapportages en het voorgaand vooronderzoek zijn bij de gemeente geen overige relevante gegevens bekend over de onderzoekslocatie.
2.7
Archeologische gegevens Op basis van de FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) blijkt dat op de onderzoekslocatie, voor zowel de periode ijzertijd/middeleeuwen als de periode steentijdbronstijd geen onderzoek noodzakelijk is.
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
6/9
3
Locatie-inspectie Op 4 juli 2016 is op de onderzoekspercelen een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie zijn alle aanwezige dammen middels een boring zintuiglijk beoordeeld op puinhoudendheid. Verder zijn ter plaatse van de vooraf bekende dempingen en kavelpaden steekproefgewijs boringen tot maximaal circa 1,2 m-mv geplaatst en/of met een prikstok bepaald of bodemvreemde materialen aanwezig zijn in de bodem. De percelen zijn in gebruik als grasland. Tijdens de locatie-inspectie is ter plaatse van het toegangspad (van de Wergeasterdyk richting het voormalige boerenerf) een puinverharding aangetroffen. Ook het voormalige erf is deels puinverhard. Op het maaiveld van het pad/erf zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tijdens voorgaand historisch onderzoek aan aangrenzende percelen (LievenseCSO, 15F135.R01, d.d. 25 juni 2015) zijn ter plaatse van het voormalig erf wel enkele stukken asbestverdacht materiaal waargenomen. Dit deel van de locatie was tijdens de huidige veldinspectie echter sterk begroeid met distels en ander hoog onkruid wat een maaiveldinspectie onmogelijk maakte. Op basis van luchtfoto’s waarop het erf nog zichtbaar is zijn de vermoedelijke (puin)verhardingscontouren opgenomen in kaartbijlage 2.
Ter plaatse van de betonnen dam welke het voormalige erf met het westelijke grasperceel verbindt is in de smalle onverharde strook tussen de betonnen wand en de betonverharding een beschoeiing van enkele asbestverdachte golfplaten aangetroffen. Deze dam is in voorgaand onderzoek verkennend onderzocht op asbest (Dam 6, geen asbest in fijne fractie). De stukken golfplaat zijn destijds, mogelijk door aanwezige begroeiing en het feit dat de proefgaten ter plaatse in de lengterichting van het beton zijn gegraven, niet opgemerkt. Ook de sterk begroeide dam vanaf het voormalig erf naar het zuidelijke perceel is tijdens het voorgaand onderzoek onderzocht (sterk verontreinigd met lood, matig met zink en koper). De dam van het voormalig erf naar het noordelijke perceel is verhard met beton. Mogelijk is deze gefundeerd met puin. Voorbij de dam is een strook van een vijftal meters verhard (onder de graszoden). De andere dam aan het voormalig erf/toegangspad is puinhoudend. In de nabijgelegen dam richting perceel HZM F 246 is op ca. 20 cm-mv een betonverharding aangetroffen. De twee dammen in het uiterste zuiden van het onderzoeksgebied (HZM F 333) zijn puinverhard. Ook tussen de twee dammen is de grond puinhoudend. Ter plaatse van dit puinhoudende ‘pad’ is een stukje asbestverdacht materiaal waargenomen.
Ter plaatse van de twee dempingen zijn steekproefsgewijs geen bodemvreemde materialen tot ca. 1,0 m-mv aangetroffen. Ook in de dichtgegroeide sloot aan de noordwestzijde van het onderzoeksterrein is geen bodemvreemd materiaal aanwezig, net als in de overige dammen. Tenslotte is op het voormalige erf een oude (lege) aanhanger aangetroffen.
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
7/9
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1
Conclusies Uitgangspunt is dat bodemonderzoek enkel op de locatie plaatsvindt en niet op aangrenzende percelen. Wel dient bij bodemonderzoek rekening te worden gehouden met potentiële verontreinigingsbronnen op aangrenzende percelen. In de onderstaande tabel zijn de verschillende aanwezige verdachte deellocaties weergegeven Tabel 1: Verdachte deellocaties
4.2
Verdachte deellocatie(s)
Omschrijving
Verontreinigende stoffen
Bodemcompartiment (grond/grondwater)
Onderzoekshypothese
I
Puinpad naar erf
Divers
Grond/grondwater
Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld
II
Erfverharding
Divers
Grond/grondwater
Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld
III
Dam met asbestbeschoeiing
Asbest
Grond
Verdacht, plaatselijke bodembelasting met duidelijke kern
IV
Dempingen (2)
Divers
Grond/grondwater
Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld
V
Puinhoudende dammen (2)
Divers
Grond/grondwater
Verdacht, plaatselijke bodembelasting met duidelijke kern
VI
Puinhoudende grond / ’pad’
Divers
Grond/grondwater
Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld
Aanbevelingen Op basis van tabel 1 is voor iedere verdachte deellocatie bepaald welk vervolgonderzoek wordt aanbevolen. In tabel 2 zijn de aanbevolen onderzoeksstrategieën weergegeven. Tabel 2: Aanbevolen vervolgonderzoeken Verdachte deellocatie(s)
Omschrijving
Vervolgonderzoek noodzakelijk (ja/nee)
I
Puinpad naar erf
Ja*
II
Erfverharding
1
NEN5740 VED-HE + NEN5707/5897
Ja*
1+2
NEN5740 VED-HE + NEN5707/5897 NEN5707
III
Dam met asbestbeschoeiing
Ja
IV
Dempingen (2)
Ja*
V VI
Onderzoeksstrategie
3
NEN5740 VED-HE
Puinhoudende dammen (2)
1
Ja*
NEN5740-VEP + NEN5707/5897
Puinhoudende grond / ’pad’
4
NEN5740 VED-HE + NEN5707/5897
Ja*
Toelichting bij tabel *1: Zintuiglijk is geen asbest verdacht materiaal aangetroffen, maar het is op basis van onderhavig vooronderzoek niet uit te sluiten dat asbest aanwezig is;
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
8/9
*2: Tijdens voorgaand onderzoek is asbestverdacht materiaal aangetroffen ter plaatse van het voormalig erf; *3: Steekproefsgewijs is zintuiglijk geen bodemvreemd materiaal aangetroffen tot ca. 1,0 m-mv; *4: Op het maaiveld is een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen; NEN5740: Strategie voor verkennend bodemonderzoek (VEP: Strategie verdacht, plaatselijke bodembelasting met duidelijke kern, VED-HE: Strategie verdacht, diffuse bodembelasting , heterogeen verdeeld); NEN5707: Strategie voor asbestonderzoek (bijmenging bodemvreemd materiaal <20%); NEN5897: Strategie voor asbestonderzoek (bijmenging bodemvreemd materiaal <20%);
Eindoordeel:
De locatie is verdacht voor bodemverontreiniging, vervolgonderzoek wordt aanbevolen ter plaatse van de in tabel 2 genoemde verdachte deellocaties.
Bijzonderheden:
Geen.
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
9/9
Bijlagen
Bijlage 1
Foto’s
VOORONDERZOEK NEN5725 | PLANGEBIED DE KLAMP (NOORD EN WEST) NABIJ GOUTUM | DOCUMENTCODE: 16F115.VO.R01
Status: Definitief | Versiedatum: 14 juli 2016
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6