Bestemmingsplan Leeuwarden - Wytgaard- Nij Wingerd
Tekst van het document
Hoofdstuk 5
28
bestemming gericht; zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de overige regels is tot slot een parkeerregeling opgenomen. Aan dit artikel zal bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moeten worden getoetst. 4. Ten slotte bevat het bestemmingsplan nog Overgangs- en slotregels. Dit betreft artikelen onder het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik en de slotregel. Deze bepalingen zijn voor ieder ruimtelijk plan verplicht.
5.3 Toelichting op de bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen. Groen In het plangebied komt verspreid openbaar groen voor. Ook zijn in het nieuwe inrichtingsplan gebieden groen ingericht. Voor zowel het huidige als toekomstig groen is de specifieke bestemming 'Groen' opgenomen. Ontwikkelingen die het groen kunnen aantasten, zijn zoveel mogelijk beperkt. De bouw van gebouwen wordt daarom niet toegestaan. Speelvoorzieningen zijn wel toegestaan. Tuin Voor een rustig straatbeeld is gekozen om langs de randen percelen de bestemming ‘Tuin’ op te nemen. Binnen deze bestemming is de bouw van gebouwen (met uitzondering van erkers) niet toegestaan. Deze bestemming is gelegd op basis van de volgende uitgangspunten: - op een voorerf van een woning mogen geen aan- en uitbouwen en bijgebouwen vóór de voorgevel of, aan weerszijden van de woning, in het gebied vóór de denkbeeldige lijn op 1,00 meter achter de voorgevel worden gebouwd; - op zijerven die direct grenzen aan de openbare ruimte mogen geen aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd; - op achtererven van woningen mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd. Om toch nog enige flexibiliteit te bieden, kan met een afwijking, binnen de bestemming “Tuin”, een hoofdgebouw voorzien worden van een erker met een maximale diepte van 1,50 meter.
Verkeer – Verblijf De wegen hebben de bestemming “Verkeer - Verblijf”. Behalve de woonstraten omvat deze bestemming ook pleinen, voet- en fietspaden, parkeer- en groenvoorzieningen. Op de gronden binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Water De bestemming “Water” is opgenomen voor verschillende waterlopen en waterpartijen die verspreid in het plangebied voorkomen. Naast waterlopen en waterpartijen vallen ook oevers en bouwwerken zoals bruggen, dammen en duikers binnen de bestemming. De bouw van steigers en vergelijkbare bouwwerken in het water wordt niet toegestaan en voor de hoogte van oeverbeschoeiingen is een regeling opgenomen. Voor de overige bouwwerken geldt een maximale hoogte van 2,00 m.
Hoofdstuk 5
29
Wonen De meest voorkomende bestemming in het plangebied is de woonbestemming. Deze bestemming is opgenomen voor de bestaande en nog te realiseren woningen. De regels van deze bestemming zijn conform het voormalige bestemmingsplan. In het voormalige bestemmingsplan is voor de woningen binnen het plangebied een bepaalde fasering opgenomen. Hierbij is geregeld hoeveel woningen per fase gerealiseerd mochten worden. Met onderhavig bestemmingsplan is de fasering van het plangebied verwijderd. Er wordt concreet geregeld hoeveel woningen er nog zijn toegestaan. De goot- en bouwhoogte van de woningen bedragen respectievelijk 7 en 10 meter. Bij de nieuwe vrijstaande woningen aan de Brédyk is sprake van een afwijkende hoogten, namelijk een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Dit is weergegeven op de verbeelding. De bouwvlakken geven aan waar de woningen oftewel de hoofdgebouwen gesitueerd mogen worden. Voorts is de gevellijn aangeduid op de verbeelding waar een gevel of deel van een gevel van het hoofdgebouw dient te worden gesitueerd. Om het aantal woningen te reguleren is op de verbeelding per vlak het aantal woningen aangeduid. Tevens wordt de bouw van 4 bergingen mogelijk gemaakt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bergingen'. Deze bergingen zijn ten behoeve van de 4 rijwoningen aan de zuidzijde van het plangebied.
Omdat deze bergingen geen integraal onderdeel uitmaken van de percelen, zijn deze ook aangemerkt als hoofdgebouw. De bergingen zijn voorzien van een bouwvlak en hiervoor geldt dat de goothoogte maximaal 3,00 m mag bedragen en de dakhelling maximaal 60°. Naast hoofdgebouwen, is ook de bouw van aan- en uitbouwen en bijgebouwen toegestaan. Deze regeling sluit aan bij het vigerende bestemmingsplan. In totaal mag er per hoofdgebouw een oppervlakte van 50 m² aan bijgebouwen en aan- en uitbouwen worden gebouwd, tot een maximum van 50% van het erf. Door middel van een afwijking met omgevingsvergunning mag deze oppervlakte worden vergroot tot 100 m² (weer onder de voorwaarde dat dit maximaal 50% van het erf is). Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ geldt een afwijkende maatvoering ten aanzien van bijgebouwen en aan- en uitbouwen. Binnen deze aanduiding mag de maximale oppervlakte maximaal 100 m 2 bedragen (middels een afwijkingsbevoegdheid 150 m 2), weer onder de voorwaarde dat dit maximaal 50% van het erf is. Deze aan- en uitbouwen en bijgebouwen moeten ruimtelijk ondergeschikt zijn aan de hoofdgebouwen. De bouwregels (goothoogte maximaal 3,00 m en dakhelling maximaal 60°) zijn hierop afgestemd.
Hoofdstuk 5
30
6.
UITVOERBAARHEID
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeente zal het gebied aanleggen en vervolgens de kavels verkopen aan particulieren. Hiervoor worden privaatrechtelijke overeenkomsten afgesloten. Een exploitatieplan is niet aan de orde.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg; Inspraak; Vaststellingsprocedure.
Hoofdstuk 6
31
6.2.1 Voorontwerp bestemmingsplan Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van het vooroverleg en de consequenties voor het bestemmingsplan worden beschreven in deze paragraaf. De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft in de periode van 1 juli 2021 t/m 11 augustus 2021 ter inzage gelegen. In deze periode is door de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân een vooroverlegreactie ingediend. Deze reacties zijn opgenomen in de bijlage.
De vooroverlegreactie van de provincie heeft tot een wijziging in het plan geleid. In paragraaf 4.9 'Water' is informatie opgenomen over de Ontgrondingsvergunning. Uitgelegd is dat deze niet nodig is. Dit is ook aangevuld in de paragraaf ten aanzien van de provinciale Omgevingsverordening. Er zijn geen overige inspraakreacties binnengekomen. 6.2.2 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het ontwerp van het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen.
Hoofdstuk 6
32
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Geluidsberekening Bijlage 3: Stikstofonderzoek Bijlage 4: Bodemonderzoek Bijlage 5: Archeologisch onderzoek Bijlage 6: Onderbouwing water Bijlage 7: Digitale watertoets Bijlage 8: Vooroverlegreacties
Hoofdstuk 6
33
Wytgaard - Nij Wingerd
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 10
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Groen Tuin Verkeer - Verblijf Water Wonen
11 12 13 14 15
Hoofdstuk 3
Algemene regels
18
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
18 19 20 24 26 27
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
28
Artikel 14 Artikel 15
Overgangsrecht Slotregel
28 29
Bijlagen bij regels
31
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
32 46 50
2
Bedrijvenlijst Criteria wijzigingsbevoegdheden Kwaliteitsnota plan voor de zon
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan Wytgaard - Nij Wingerd met identificatienummer NL.IMRO.0080.09002BP00-OW01 van de gemeente Leeuwarden. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
Aanbouw/uitbouw
Een gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een vergroting c.q. uitbreiding van het hoofdgebouw vormt die in directe verbinding staat met dat hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.6
Aan-huis-verbonden beroep
Een beroep dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten. 1.7
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8
Bed & Breakfast
Het tegen betaling aanbieden van tijdelijke logies en ontbijt in een woning of in een vrijstaand bijgebouw bij de woning. 1.9
Bedrijfsgebouw
Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
4
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
1.10
Bedrijfsvloeroppervlakte
De totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten, en dergelijke. 1.11
Bestaand
a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet en/of Wabo aanwezige bouwwerken en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; b. ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het plan; 1.12
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.13
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14
Bijgebouw
Een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw zonder directe verbinding met het hoofdgebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.15
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.16
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.17
Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.18
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
5
1.20
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.21
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22
Dak
Iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.23
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.24
Eerste bouwlaag
De bouwlaag op de begane grond. 1.25
Erf
De oppervlakte van het bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw en verminderd met de gronden met de bestemming 'Tuin'. 1.26
Erotisch getinte vermaaksfunctie
Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.27
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.28
Gevellijn
De als zodanig aangegeven bouwgrens waarin gebouwd moet worden. 1.29
Hoofdgebouw
Een gebouw dat, gelet op de bestemming, zowel in ruimtelijk als in functioneel opzicht als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.
6
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
1.30
Horecabedrijf
Een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.31
Hospitaregeling
Het verhuren van maximaal 2 wooneenheden aan maximaal 2 personen in een woning, waarbij de eigenaar de hoofdbewoner van de woning is en minimaal 50% van de woonoppervlakte van de woning zelf bewoont onder exclusief gebruiksrecht. 1.32
Kamerverhuur en kamerverkoop
De verhuur of verkoop van een wooneenheid ten behoeve van bewoning aan personen voor welke bewoning inschrijving in de Basis Registratie Personen noodzakelijk is. 1.33
Kamerverhuurpand en kamerverkooppand
Gebouw of een deel van een gebouw met drie of meer wooneenheden, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit en niet vallende onder de hospitaregeling, die als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in een gezinsverband levende personen. 1.34
Kampeermiddel
Een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.35
Kap
Een dak met een zekere helling. 1.36
Maatschappelijke voorzieningen
Educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.37
Openbaar toegankelijk gebied
Een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.38
Peil
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
7
hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor het bouwen van bouwwerken in, op of over het water:de hoogte van het gemiddelde waterpeil; 1.39
Productiegebonden detailhandel
Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.40
Project
Het realiseren van één of meer bouwwerken, werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden of het daarbij behorende gebruik. 1.41
Prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.42
Risicovolle inrichting
Een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.43
Seksinrichting
Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.44
Vuurwerkbedrijf
Een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk, niet bedoeld periodieke verkoop in consumentenvuurwerk c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen. 1.45
Woning
Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.46
Wooneenheid
Een tot bewoning bestemd gebouw of onderdeel van een gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning, voldoet aan alle criteria die van toepassing zijn op woningen, behalve aan het hebben van een keuken en/of een toilet en/of een douche, waarbij de aan de wooneenheid ontbrekende voorzieningen wel als gemeenschappelijke voorzieningen ter compensatie moeten zijn gelegen in hetzelfde gebouw.
8
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
1.47
Woonhuis
Een gebouw, dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. 1.48
Woonschip
Een zich in het water bevindend, hoofdzakelijk niet voor varen maar voor wonen bedoeld object.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
10
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. paden; met daaraan ondergeschikt: d. sloten, bermen en beplanting; e. parkeervoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; met de daarbijbehorende: g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval niet gerekend: a. het tijdelijk, al dan niet periodiek gebruik van de gronden als evenemententerrein.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
11
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voortuinen en zijtuinen, geen erven zijnde, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woonhuizen; met de daarbijbehorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een goede woonsituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.4
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 4.2.1 in die zin dat erkers bij woonhuizen mogen worden gebouwd, mits: 1. de diepte van een erker ten hoogste 1,50 m zal bedragen, gemeten ten opzichte van de gevel van het woonhuis waaraan wordt gebouwd; 2. de diepte van een erker ten hoogste 50% van de diepte van de tuin, waarin wordt gebouwd, zal bedragen, gemeten ten opzichte van de gevel van het woonhuis waaraan wordt gebouwd; 3. een erker over ten hoogste 80% van de breedte van de gevel van het woonhuis waaraan wordt gebouwd, zal worden gebouwd; 4. de bouwhoogte van een erker ten hoogste gelijk zal zijn aan de eerste bouwlaag van het woonhuis waaraan wordt gebouwd.
12
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Artikel 5 5.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
(woon)straten en pleinen; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: f.
tuinen en erven;
met de daarbijbehorende: g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. 5.3
Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
13
Artikel 6 6.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen en waterpartijen; b. oevers; met daaraan ondergeschikt: c. bermen en beplanting; d. nutsvoorzieningen; met de daarbijbehorende: e. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. er mogen geen steigers, vlonders en plankieren worden gebouwd; b. de bouwhoogte van oeverbeschoeiingen zal ten hoogste 0,40 m bedragen; c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Er kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 6.2.2 sub b in die zin dat de bouwhoogte van oeverbeschoeiingen wordt vergroot tot ten hoogste 0,60 m vanaf het waterpeil, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstructuur. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik als ligplaats voor woonschepen dan wel andere vaartuigen die als zodanig gebruikt worden.
14
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Artikel 7 7.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bergingen' zijn 4 bergingen toegestaan; met de daarbijbehorende: d. tuinen en erven; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd en bergingen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bergingen'; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woonhuizen ten hoogste de in de aanduiding aangegeven maximum aantal bedragen; c. een hoofdgebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' zal ten minste één gevel van het hoofdgebouw geheel of gedeeltelijk in de gevellijn worden gebouwd; e. de maximale goothoogte bedraagt 7 meter, tenzij op de verbeelding een andere goothoogte is aangegeven dan geldt deze als maximum; f. de maximale bouwhoogte bedraagt 10 meter; g. een hoofdgebouw zal worden voorzien van een kap waarvan de dakhelling ten minste 20° en ten hoogste 70° zal bedragen; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bergingen' gelden de volgende regels: 1. de goothoogte zal ten hoogste 3 m bedragen; 2. de dakhelling zal ten hoogste 60% bedragen. 7.2.2
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw zal ten hoogste 50 m² bedragen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van het erf zal bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw maximaal 100 m2 bedragen. c. de goothoogte van een aan- of uitbouw of bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen; d. de dakhelling van een aan- of uitbouw of bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen. 7.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
15
verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevels(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. 7.3
Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. 7.4
een goede woonsituatie; een goede milieusituatie; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 7.2.1 sub c in die zin dat een hoofdgebouw buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de afstand tot de bouwgrens van het gedeelte van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak wordt gebouwd, ten hoogste 3,00 m zal bedragen; b. het bepaalde in lid 7.2.2 sub a in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot: 1. tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de aanen uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van het erf zal bedragen. 2. tot een maximum van 150 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' , met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van het erf zal bedragen. 7.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.
het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden anders dan in de vorm van een aan-huis-verbonden beroep'; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte: 1. meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel; 2. meer bedraagt dan 50 m² dan wel meer dan 100 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'; f. het gebruik van woningen als kamerverhuurpand of kamerverkooppand en/of voor hospitaregeling;
16
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
7.6
Afwijken van de gebruiksregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.5 sub d in die zin dat de gronden en bouwwerken, in combinatie met het wonen, worden gebruikt ten behoeve van: a. een bedrijf zoals genoemd in Bijlage 1 onder de categorie 1 c.q. een naar de aard en invloed daarmee gelijk te stellen bedrijf, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven; b. een dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling, mits: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de maximum bedrijfsvloeroppervlakte niet meer dan 100 m2 mag bedragen; 2. de woonfunctie niet onevenredig wordt aangetast; 3. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast. Uitsluitend niet-uitstekende, niet verlichte reclame-uitingen van beperkte omvang zijn toegestaan; 4. er voldoende bergruimte in of bij de woning overblijft; 5. het bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning.
Het totale aantal werkenden mag hierbij niet meer bedragen dan drie;het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, tenzij het productiegebonden detailhandel betreft; 6. er geen onevenredige publieksaantrekkende werking van de activiteiten uitgaat; 7. het parkeren op eigen erf plaatsvindt. Indien dit niet mogelijk is, mag de parkeer- en verkeersdruk in de naaste omgeving als gevolg van de voorgenomen activiteit niet onevenredig toenemen.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
17
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
18
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot en afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; b. de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar-, of vliegtuigen; c. het storten van puin en afvalstoffen; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; e. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen of voor (verblijfs)recreatieve voorzieningen. 9.2
Afwijken van de gebruiksregels
Er kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.1 sub e in die zin dat gebouwen worden gebruikt ten behoeve van bed and breakfast, mits: a. maximaal 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de woning (inclusief de aan-, uit- en bijgebouwen) tot ten hoogste 50 m², mag ingericht worden voor de voorziening; b. maximaal vier slaapplaatsen in ten hoogste twee van elkaar afgescheiden ruimten voor nachtverblijf mogen worden gebruikt; c. de exploitant is hoofdbewoner en moet er daadwerkelijk wonen; d. de kamers maken deel uit van het hoofdgebouw, van een daarvan onderdeel uitmakende aan- of uitbouw en/of worden in een vrijstaand bijgebouw gerealiseerd; e. in geval van het gebruik van een vrijstaand bijgebouw voor bed and breakfast: 1. dient het vrijstaande bijgebouw te voldoen aan de in het Bouwbesluit gestelde eisen; 2. dient de oppervlakte van het bouwperceel ten minste 750 m² te bedragen; 3. dient de ruimte die in het vrijstaande bijgebouw wordt gebruikt voor bed and breakfast ten minste 25 m² per ruimte te bedragen; 4. dient het vrijstaande bijgebouw ten minste 1 meter uit de zijdelingse- en achterperceelgrens gesitueerd te zijn; f.
reclame in de vorm van één naam aanduiding of logo met een lengte van niet meer dan 1 meter en een oppervlakte van niet meer dan 0.50 m² in de vorm van niet uitstekende gevelreclame is toegestaan en die reclame mag niet verlicht zijn; g. de activiteit mag niet leiden tot parkeer- en verkeersoverlast; h. de activiteit mag niet leiden tot hinder of overlast voor het woonmilieu; i. bij de beoordeling van de mate van overlast dienen tevens het woningtype en het karakter van de buurt of de wijk te worden betrokken; j. er moet voldoende bergruimte overblijven in of bij de woning;
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
19
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
wetgevingzone - bestaand stedelijk gebied
10.1.1 Bouwregels 10.1.2 Particuliere eigendom Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - bestaand stedelijk gebied' geldt dat een omgevingsvergunning niet is vereist indien de activiteit betrekking heeft op het bouwen van zonnepanelen en/of - collectoren op al dan niet bestaande constructies op grote parkeerterreinen in particuliere eigendom, met dien verstande dat: a. onder een groot parkeerterrein wordt verstaan een parkeerterrein met een omvang van ten minste 125 m2; b. de bouwhoogte van de constructie met inbegrip van de zonnepanelen en/of - collectoren niet meer mag bedragen dan 5 m; c. de constructie niet mag voorzien zijn van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; d. de constructie gebouwd moet worden op een afstand van ten minste 10 m van het openbaar toegankelijk gebied; e. de afstand tussen een constructie en een bouwperceelgrens ten minste 3 m moet bedragen; f. de afstand tussen een constructie en een op het perceel aanwezig hoofdgebouw ten minste 5 m moet bedragen.
10.1.3 Openbaar toegankelijk gebied Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - bestaand stedelijk gebied' geldt dat een omgevingsvergunning niet is vereist indien de activiteit betrekking heeft op het bouwen van zonnepanelen en/of - collectoren op al dan niet bestaande constructies op parkeerterreinen in het openbaar toegankelijk gebied, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van de constructie met inbegrip van de zonnepanelen en/of - collectoren niet meer mag bedragen dan 5 m; b. de constructie niet mag voorzien zijn van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; c. is aangetoond dat belanghebbenden binnen een zone van 100 m gelegen rondom de beoogde locatie instemmen met het voornemen. 10.1.4 Gebruiksregels In aanvulling op de artikelen 3 t/m 7 mogen de gronden tevens worden gebruikt voor: a. warmteopwekking met collectoren; b. energieopwekking met panelen; met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte aan zonnepanelen en/of - collectoren niet meer bedragen dan 90 hectare. 10.1.5 Toetsingscriteria De in lid 10.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, indien: a. gehandeld wordt in overeenstemming met de beleidsregels zoals opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische belangen van het betreffende gebied;
20
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
c. de opstelling leidt tot verstoring van rust en ruimte in de weidevogelkansgebieden, zoals aangegeven op de kaart 7- Weidevogelgebieden Verordening Romte Fryslân 2014, een omgevingsvergunning alleen wordt verleend als de schade gecompenseerd is overeenkomstig artikel 7.2.4, onder d van de verordening en de provinciale weidevogelregeling, door storting van het compensatiebedrag In het provinciale Weidevogelfonds. 10.1.6 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de artikelen 3 t/m 7 voor het bouwen van zonnepanelen en/of - collectoren in een al dan niet tijdelijke grondopstelling, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling niet meer mag bedragen dan 2 m; b. een grondopstelling van zonnepanelen en/of - collectoren dient in het bestaand stedelijk gebied van de provincie Fryslân zoals opgenomen in kaart 1 - Begrenzing bestaand bebouwd gebied Verordening Romte Fryslân 2014 te zijn gelegen; c. de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de perceelsgrenzen van het openbaar toegankelijk gebied alsook waterlopen ten minste 10 m dient te bedragen; d. de zonnepanelen en/of - collectoren in tijdelijk grondopstelling ten hoogste 15 jaar geplaatst mogen zijn; e. het bepaalde in 10.1.7 is niet van toepassing op deze afwijkingsmogelijkheid; f.
de omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend: 1. indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische belangen; 2. indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeerssituatie; de parkeercapaciteit; het waterbeheer; de sociale veiligheid; archeologie; cultuurhistorie; de externe veiligheid en brandveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 10.1.7 Overige regels a. In aanvulling op het gestelde in artikel 3.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening geldt dat de beleidsregels zoals opgenomen in de als Bijlage 3 bij deze regels behorende 'Kwaliteitsnota plan voor de zon' van overeenkomstige toepassing zijn; b. Indien de beleidsregels 'Kwaliteitsnota plan voor de zon' binnen de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 10.2
wetgevingzone - dorpsranden afwijkingsgebied t/m 150 m
10.2.1 Bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bestemmingsregels ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - dorpsranden afwijkingsgebied t/m 150 m' voor het bouwen van zonnepanelen en/of - collectoren in een permanente grondopstelling, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling niet meer mag bedragen dan 2 m; 2. de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
21
perceelsgrenzen van de dorpsbebouwing alsook waterlopen ten minste 10 m dient te bedragen; 3. de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de perceelsgrenzen van woon- en agrarische erven in het buitengebied ten minste 50 m dient te bedragen; 4. bij de realisatie van een grondopstelling van zonnepanelen en/of - collectoren dient het beginpunt van de geprojecteerde ontwikkeling op minder dan 50 m van een dorpsrand te zijn gelegen; 5. de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de bouwperceelgrenzen van het openbaar toegankelijk gebied alsook waterlopen ten minste 10 m dient te bedragen; 6. zonneprojecten niet mogen worden ontwikkeld op gronden die onderdeel uitmaken van de (provinciale) natuur van de provincie Fryslân zoals opgenomen in kaart 3 - Natuur Verordening Romte Fryslân 2014; 7. voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning is aangetoond dat participatie van bewoners van de betreffende kern heeft plaatsgevonden; 8. voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning is aangetoond dat de aard en de schaal van de zonnepanelen en/of - collectoren in een permanente grondopstelling in relatie staat tot de energiebehoefte van de betreffende kern of kernen. b.
de bestemmingsregels ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - dorpsranden afwijkingsgebied t/m 150 m' voor het bouwen van zonnepanelen en/of - collectoren in een permanente grondopstelling ten behoeve van het behoud van de ruimtelijke eenheid in relatie tot het bepaalde onder a, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling niet meer mag bedragen dan 2 m; 2. de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de perceelsgrenzen van de dorpsbebouwing ten minste 10 m dient te bedragen; 3. de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de perceelsgrenzen van woon- en agrarische erven in het buitengebied ten minste 50 m dient te bedragen; 4. de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de perceelsgrenzen van het openbaar toegankelijk gebied alsook waterlopen ten minste 10 m dient te bedragen; 5. voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning afstemming met en instemming van de provincie Fryslân dient plaats te vinden; 6. zonneprojecten niet mogen worden ontwikkeld op gronden die onderdeel uitmaken van de (provinciale) natuur van de provincie Fryslân zoals opgenomen in kaart 3 - Natuur Verordening Romte Fryslân 2014; 7.
voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning is aangetoond dat participatie van bewoners van de betreffende kern heeft plaatsgevonden; 8. voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning is aangetoond dat de aard en de schaal van de zonnepanelen en/of - collectoren in een permanente grondopstelling in relatie staat tot de energiebehoefte van de betreffende kern of kernen. 10.2.2 Gebruiksregels In aanvulling op de artikelen 3 t/m 7 mogen de gronden tevens worden gebruikt voor: a. warmteopwekking met collectoren; b. energieopwekking met panelen; met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte aan zonnepanelen en/of - collectoren niet meer bedragen dan 115 hectare.
22
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
10.2.3 Toetsingscriteria De in lid 10.2 genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, indien: a. gehandeld wordt in overeenstemming met de beleidsregels zoals opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische belangen van het betreffende gebied; c. de opstelling leidt tot verstoring van rust en ruimte in de weidevogelkansgebieden, zoals aangegeven op de kaart 7- Weidevogelgebieden Verordening Romte Fryslân 2014, een omgevingsvergunning alleen wordt verleend als de schade gecompenseerd is overeenkomstig artikel 7.2.4, onder d van de verordening en de provinciale weidevogelregeling, door storting van het compensatiebedrag In het provinciale Weidevogelfonds. 10.2.4 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de artikelen 3 t/m 7 voor het bouwen van zonnepanelen en/of - collectoren in een al dan niet tijdelijke grondopstelling, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling niet meer mag bedragen dan 2 m; b. een grondopstelling van zonnepanelen en/of - collectoren dient in het bestaand stedelijk gebied van de provincie Fryslân zoals opgenomen in kaart 1 - Begrenzing bestaand bebouwd gebied Verordening Romte Fryslân 2014 te zijn gelegen; c.
de afstand tussen de zonnepanelen en/of - collectoren in grondopstelling en de perceelsgrenzen van het openbaar toegankelijk gebied alsook waterlopen ten minste 10 m dient te bedragen; d. de zonnepanelen en/of - collectoren in tijdelijk grondopstelling ten hoogste 15 jaar geplaatst mogen zijn; e. het bepaalde in 10.2.5 is niet van toepassing op deze afwijkingsmogelijkheid; f. de omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend: 1. indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische belangen; 2. indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeerssituatie; de parkeercapaciteit; het waterbeheer; de sociale veiligheid; archeologie; cultuurhistorie; de externe veiligheid en brandveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 10.2.5 Overige regels a. In aanvulling op het gestelde in artikel 3.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening geldt dat de beleidsregels zoals opgenomen in de als Bijlage 3 bij deze regels behorende 'Kwaliteitsnota plan voor de zon' van overeenkomstige toepassing zijn; b. Indien de beleidsregels 'Kwaliteitsnota plan voor de zon' binnen de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
23
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijken
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels in die zin dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 12,00 m; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 30,00 m; e.
de bestemmingsregels ten aanzien van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie op of aan een bouwwerk, wordt vergroot tot ten hoogste 5,00 m gemeten vanaf de voet van de antenne-installatie; f. de bestemmingsregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien: 1. dit wenselijk of noodzakelijk is in verband met een doelmatige verkaveling van de gronden dan wel een rationele uitvoering van het plan betreft en de afwijking niet meer bedraagt dan 3,00 m, voor zover het nieuwbouwplannen betreft; 2. een meetverschil daartoe aanleiding geeft in andere gevallen; g. de bestemmingsregels in die zin dat gebouwen als telefooncellen en toiletgebouwtjes, gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer of het trein- water- of wegverkeer, zoals wachthuisjes, alsmede kleinschalige openbare voorzieningen ten behoeve van detailhandel, sport, recreatie of cultuur, zoals kleedgebouwtjes, dug-outs, paviljoens, kiosken, dierenverblijven en kunstobjecten worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50 m² bedraagt; 2. een gebouw uit ten hoogste één bouwlaag bestaat; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5,00 m bedraagt; h. de bestemmingsregels in die zin dat gebouwen ten behoeve van de openbare nutsvoorziening en/of de telecommunicatie worden gebouwd, mits: 1.
de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 100 m² bedraagt; 2. een gebouw uit ten hoogste één bouwlaag bestaat; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5,00 m bedraagt; i. de bestemmingsregels in die zin dat mag worden afgeweken van de regels ten aanzien van de minimale of van de maximale dakhelling van 0° tot en met 80°; j. het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouwvlak, bestemmingsvlak c.q. maatvoeringsvlak in die zin dat de grenzen van het bouwvlak, bestemmingsvlak c.q. maatvoeringsvlak naar de buitenzijde met ten hoogste 1,50 m worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. erkers over maximaal 80% van de breedte van de gevel van het woonhuis waaraan wordt gebouwd; 4. ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen.
24
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
11.2
Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeerssituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
25
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Wijzigingsbevoegdheden
Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: a. bouw- en/of bestemmingsgrenzen mogen worden gewijzigd, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 5,00 m wordt overschreden; b. een bouwvlak binnen een bestemmingsvlak wordt vergroot met maximaal 20% van de oppervlakte van het bouwvlak; c. de bestemming 'Wonen', wordt gewijzigd ten behoeve van een bedrijfsfunctie, met bijbehorende voorzieningen; d. de bestemming 'Wonen', wordt gewijzigd ten behoeve van een detailhandelsfunctie, met bijbehorende voorzieningen; e. de bestemming 'Wonen' wordt gewijzigd ten behoeve van een kantoorfunctie, met bijbehorende voorzieningen; f. de bestemming 'Wonen', wordt gewijzigd ten behoeve van een horecafunctie, met bijbehorende voorzieningen; g. de bestemming 'Wonen' wordt gewijzigd ten behoeve van sport en sportieve recreatie, met bijbehorende voorzieningen; h. de bestemming 'Wonen', wordt gewijzigd ten behoeve van recreatie, met bijbehorende voorzieningen; i. de bestemming 'Wonen', wordt gewijzigd ten behoeve van lokale maatschappelijke voorzieningen, zoals educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, welzijnsvoorzieningen en overige maatschappelijke voorzieningen, met bijbehorende voorzieningen; j.
het wijzigen van de bestemming(en) ten behoeve van de aanleg van of een wijziging in de bestaande infrastructuur (weg-, water-, parkeer- en groenvoorzieningen), met bijbehorende voorzieningen. 12.2
Toetsingscriteria
De in lid 12.1 genoemde wijziging kan uitsluitend worden verleend, indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de milieusituatie; 4. de verkeerssituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 6. de hoogtebeperkingen die voortvloeien uit de geldende luchtvaartwet- en regelgeving i.v.m. de vliegbasis Leeuwarden, of andere in het gebied aanwezige hoogtebeperkingen; b. voorzover het de wijzigingsbevoegdheden in lid 12.1 sub c tot en met k betreft, de in Bijlage 2 genoemde criteria van toepassing zijn; c. een “goede ruimtelijke onderbouwing” wordt opgenomen in de toelichting van het wijzigingsplan, waarbij in elk geval aandacht moet worden besteed aan de onder a en b en de in Bijlage 2 genoemde voorwaarden.
26
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Artikel 13 13.1
Overige regels
Parkeren
a. een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of gebruikt waneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden; b. bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid; c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan: 1. het bebouwingsbeeld; 2. de gebruiksmogelijkheden; 3. de cultuurhistorische waarden; 4. de landschappelijke waarden; 5. de milieusituatie; 6. de natuurlijke waarden; 7. de sociale veiligheid; 8. de verkeersveiligheid; 9. de watersituatie; 10. de woonsituatie; 11. de parkeersituatie.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
27
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
28
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Wytgaard - Nij Wingerd'.
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
29
30
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
31
Bijlage 1 Bedrijvenlijst
32
Bestemmingsplan "Wytgaard - Nij Wingerd" (ontwerp)
BIJLAGE 1 Bedrijvenlijst
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 1999 (planologische selectie)
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
01
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
014 0141.1 0142
Dienstverlening t.b.v. de landbouw Hoveniersbedrijven KI-stations
02
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW
020
Bosbouwbedrijven
05
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN
0501.1 0501.2 0502
Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven Vis- en schaaldierkwekerijen: 1. oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven 2. visteeltbedrijven
11
AARDOLIE- EN AARDGASWINNING
111
Aardolie- en aardgaswinning: 1. aardoliewinputten 2. aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 100.000.000 N m³/d 3. aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 100.000.000 N m³/d
15
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
Slachterijen en overige vleesverwerking: 1. slachterijen en pluimveeslachterijen 2. vetsmelterijen 3. bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval 4. vleeswaren- en vleesconservenfabrieken 5. loonslachterijen Visverwerkingsbedrijven: 1. drogen 2. conserveren 3. roken 4. verwerken anderszins Aardappelproducten fabrieken Groente- en fruitconservenfabrieken: 1. jam 2. groente algemeen 3. met koolsoorten 4. met drogerijen 5. met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: 1. p.c. < 250.000 t/j 2. p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: 1. p.c. < 250.000 t/j 2. p.c. >= 250.000 t/j
152
1531 1532, 1533
1541
1542
blz. 1
1 2 3 4 5 6
3a 1 3a
3a
3b 3a 3b 3a
4a 5 5
3b 5 4b 3b 3a 5 4a 4b 4b 4b 3b 3b 4a 4b 4b 4a 4b 4a 4b
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 1999 (planologische selectie)
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
1543
Margarinefabrieken: 1. p.c. < 250.000 t/j 2. p.c. >= 250.000 t/j Zuivelproductenfabrieken: 1. gedroogde producten, p.c. >= 1,5 t/u 2. geconcentreerde producten, verdamp. cap. >=20 t/u 3. melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 t/j 4. melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 t/j 5. overige zuivelproducten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken Meelfabrieken: 1. p.c. < 500 t/u 2. p.c. >= 500 t/u Grutterswarenfabrieken Zetmeelfabrieken: 1. p.c. < 10 t/u 2. p.c. >= 10 t/u Veevoederfabrieken: 1. destructiebedrijven 2. beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek 3. drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder 4. drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder 5. mengvoeder, p.c. < 100 t/u 6. mengvoeder, p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1. v.c. < 2500 kg meel/week 2. Brood- en beschuitfabrieken Banket-, biscuit- en koekfabrieken Suikerfabrieken: 1. v.c. < 2.500 t/j 2. v.c. >= 2.500 t/j Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: 1. Cacao- en chocoladefabrieken 2. Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden 3. Suikerwerkfabrieken met suiker branden Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: 1. koffiebranderijen 2.
theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Soep- en soeparomafabrieken: 1. zonder poederdrogen 2. met poederdrogen Destilleerderijen en likeurstokerijen Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: 1. p.c. < 5.000 t/j 2. p.c. >= 5.000 t/j