bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Tekst van het document
35
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia boezempeil is hier -0,05 m NAP. Dit peil, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Droogleggingsnorm (de drooglegging is de afstand tussen waterpeil in de sloot en het maaiveld. Voor woningen wordt voor het maaiveld de bovenkant van de vloer genomen)
In dit geval is de droogleggingsnorm de strengste norm. Bij het realiseren van bebouwing en het aanleggen van de verharding is het nodig om rekening te houden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding te voorkomen. Het Wetterskip adviseert voor bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 m en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 m gerekend vanaf de te realiseren bovenkant vloer. Voor verharding adviseert het Wetterskip een drooglegging van 0,70 m. Bij de nadere uitwerking van de plannen en de uitgifte van de kavel worden deze gegevens meegegeven aan de ontwikkelende partijen. Ontwateringseisen De grondwaterstand is niet gelijk aan het waterpeil in de sloten. Grondwater kan opbollen en uitzakken. Om grondwateroverlast te voorkomen is naast de drooglegginsnorm daarom ook de ontwateringsdiepte van belang. Het Wetterskip adviseert om bij het bepalen van de aanleghoogte naast de drooglegging ook rekening te houden met voldoende ontwateringsdiepte. Bij de nadere uitwerking van de plannen en de uitgifte van de kavel worden deze gegevens meegegeven aan de ontwikkelende partijen. Grondwateronttrekking Bij de aanleg van gebouwen of infrastructuur is het vaak nodig om het grondwater te verlagen om het werk droog uit te kunnen voeren. Voor het onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig.
Op het lozen van onttrokken grondwater is vanuit waterkwaliteitsbeheer de meldingsplicht van toepassing. Bij de nadere uitwerking van de plannen en de uitgifte van de kavel worden deze gegevens meegegeven aan de ontwikkelende partijen. Dempingen Onderdeel van het plan is het dempen van oppervlaktewater. Dempingen moeten voor 100% gecompenseerd worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping is een watervergunning nodig. Er wordt 5.464 m² aan watergangen gedempt. Voor de compensatie zie onderstaand onder 'Toename verhard oppervlak'. Toename verhard oppervlak In de leidraad staat achtergrondinformatie over de reden waarom toename van verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden. De gebiedsspecifieke compensatie is niet van toepassing. Het Wetterskip hanteert een compensatienorm van 10%, zoals ook de gemeente Leeuwarden dit hanteert in het Kwaliteitshandboek Openbare Ruimte. Voor bebouwd gebied is de ondergrens van 200 m² van toepassing, in het buitengebied geldt een ondergrens van 1.500 m². Omdat de kavels relatief groot zijn is tijdens het ambtelijk vooroverleg tot overeenstemming gekomen dat uitgegaan mocht worden van een verhardingspercentage van 70%. Door de realisatie van het plan neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met 63.732 m². Dit leidt tot een compensatieopgave van 6.373 m². De gemeente compenseert dit door het graven van nieuwe watergangen.
In onderstaand figuur 12 is de totale berekening van de compenserende waterberging opgenomen.
36
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Figuur 13. Watercompensatie
Uit figuur 13 blijkt dat de doorgenomen compenserende maatregelen afdoende zijn om de totale compensatie opgave te dekken. Schoon Ecologie en KRW De Wirdumervaart in het plangebied is een KRW-lichaam. In het kader van de KRW-doelstellingen moet hier een optimale ecologische kwaliteit behaald worden door voor de aanleg van zoveel mogelijk natuurvriendelijk oevers en moeraszones. In het stedenbouwkundig plan is uitgebreid gemotiveerd hoe en waar in het plan natuurvriendelijk oevers worden gerealiseerd en de ecologische inrichting van de oevers. Schoonhouden – scheiden – zuiveren Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat voorkomen wordt, dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat wordt gebouwd met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Bij de nadere uitwerking van de plannen en de uitgifte van de kavels worden deze gegevens meegegeven aan de ontwikkelende partijen en particulieren. Afkoppelen en waterkwaliteit Om het aantal overstortingen van rioolwater en de belasting van rioolwaterzuiveringen te beperken, is het uitgangspunt om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren.
In geval van dit bouwplan kan het hemelwater afkomstig van verhard oppervlak, onder bij Waterkwaliteit genoemde voorwaarden, geloosd worden op het oppervlaktewater. Uitbreiding van het rioolstelsel Mogelijk is een uitbreiding van het rioolstelsel onderdeel van het plan. Wijzigingen aan het rioolstelsel van het betreffende rioleringsgebied dienen doorgegeven te worden aan Wetterskip Fryslân. Indien dit aan de orde is zal contact worden opgenomen met het Wetterskip. Vervolg Waterwet Voor de uitvoering van het plan moet een watervergunning aangevraagd worden bij Wetterskip Fryslân. De watervergunning wordt aangevraagd op basis van de definitieve ontwerpen (DO) voor de technische aanleg. Conclusie Wat betreft het aspect water is voorliggend bestemmingsplan uitvoerbaar.
37
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
4.5
Brandweer Fryslân
Op verzoek van de gemeente Leeuwarden heeft brandweer Fryslân op 6 februari 2019 gereageerd op het stedenbouwkundig plan van het buurtschap Unia. In het advies met bijlagen (zie Bijlage 10) zijn de bevindingen en het advies weergegeven. In het advies richt brandweer Fryslân zich op het optimaliseren van de veiligheidssituatie. In het advies gaat de brandweer niet in op de vraag of het groepsrisico aanvaardbaar is. Er dient dient een verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld, omdat het plan binnen de invloedssfeer van een hogedruk buisleiding is gelegen. Hierbij moet eveneens een groepsrisicoberekening worden opgesteld. De aspecten ten aanzien van bluswatervoorziening, bereikbaarheid en zelfredzaamheid kunnen hier in worden betrokken (zie hiervoor paragraaf 4.6 Externe veiligheid). Op basis van het het uitgebrachte advies met bijlagen adviseert Brandweer Fryslân om: Zodra voor het ‘boomgaard wonen’ een concreet voorstel is uitgewerkt ontvangt Brandweer Fryslân dit voorstel graag ter advisering. Brandweer Fryslân adviseert om in beeld te brengen of het voornemen er is om een multifueltankstation bij de Werpsterhoek in Leeuwarden, nabij het plangebied, te vestigen. Brandweer Fryslân wil graag betrokken worden bij de verdere uitwerking van een dergelijke ontwikkeling.
Mogelijk zal voorliggend advies van buurtschap Unia in een dergelijk geval opnieuw moeten worden beoordeeld. Op basis van het Bevb en Bevt dient een verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld. Hierbij moet eveneens een groepsrisicoberekening worden opgesteld. De aspecten ten aanzien van bluswatervoorziening, bereikbaarheid en zelfredzaamheid kunnen hier in worden betrokken. Binnen het plangebied te voorzien in brandkranen welke zijn aangebracht binnen de genoemde afstanden. Tevens is daarbij de aangegeven minimale bluswatercapaciteit van belang. de opstelplaats voor een tankautospuit op de voorgestelde locaties voor Om secundairebluswaterwinning (afleggen op open water) uit te voeren zoals omschreven en daarnaast te zorgen dat de sloten/ vaarten op die plek eveneens voldoen aan het gestelde in de secundaire bluswatervoorziening. De twee routes naar het plangebied (zowel de reguliere als de calamiteitenroute), te laten voldoen aan de gestelde uitgangspunten. Hierbij zijn voor het smallere gedeelte van de calamiteitenroute (de omschreven aftakking van de Wergeasterdyk) specifieke uitgangspunten benoemd in de mail van Brandweer Fryslân van 11 december 2018. Wanneer wordt gekozen voor een calamiteitenroute met een verwijderbare afsluiting moet de wijze van afsluiting worden afgestemd met Brandweer Fryslân.
Alle doodlopende en niet-doodlopende wegen in het plangebied (inclusief eventuele keermogelijkheden) te laten voldoen aan de gestelde afmetingen. Daarbij is van belang dat ook de bebouwing rondom het autovrije buurtpark eveneens kan worden bereikt binnen de genoemde afstanden. Brandweer Fryslân te betrekken bij de verdere uitwerking van dit plan, dit met name betreffende de bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid. Waar in het advies van brandweer Fryslân wordt gesproken over een mogelijk te realiseren multifueltankstation kan worden opgemerkt dat dit initiatief geen vervolg krijgt en daarom niet meer relevant is voor dit bestemmingsplan. De opmerkingen met betrekking tot brandkranen, opstelplaats voor brandweer bij open water, voorwaarden routes brandweer breedte e.d. en breedtes e.d. doodlopende weg worden allemaal meegenomen in het ontwerp van de wijk. Voor de secundaire calamiteitenroute wordt onderzocht op welke locatie deze route gerealiseerd zou kunnen worden. Rekening houdend met bestaande bewoners aan de noordoostzijde van het plangebied, is op dit moment een locatie aan de zuidoostzijde van het plangebied optioneel in beeld. Zie onderstaande locatie.
38
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Figuur 14. locatie secundaire calamiteitenroute
Conclusie Wat betreft de brandweertoets is voorliggend bestemmingsplan uitvoerbaar.
4.6
Externe veiligheid
Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: 1. 2.
3.
4.
5.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi): met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb): op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR. Wet basisnet: het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt): voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit): het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB’s. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden.
39
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
VERANTWOORDINGSPLICHT In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag. Toetsing Op 5 november 2019 heeft de FUMO advies (Bijlage 11) uitgebracht over het aspect externe veiligheid. De FUMO heeft aan de hand van de relevante wet- en regelgeving vastgesteld dat vanuit het oogpunt van externe veiligheid geen knelpunten/belemmeringen worden verwacht voor de haalbaarheid van voorliggend plan. Conclusie Dit bestemmingsplan is wat betreft het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.
4.7
Bedrijven- en milieuzonering
Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst in de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) uit 2009. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimale afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde afstanden in de VNG-publicatie zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. In de publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden: 1. rustige woonwijk / buitengebied en 2. gemengd gebied. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. De volgende richtafstanden met bijbehorende milieucategorie (cat.) worden in de VNG-publicatie gehanteerd: 10 m voor cat. 1; 30 m voor cat. 2; 50 m voor cat. 3.1; 100 m voor cat. 3.2; 200 m voor cat. 4.1; 300 m voor cat. 4.2; 500 m voor cat. 5.1 en 700 m voor cat. 5.2.
Toetsing Naast het plangebied is het Van der Valk hotel gelegen, dit is een categorie 1 bedrijf op grond van de handreiking Bedrijven en milieuzonering, met een richtafstand van 10 meter. Conclusie Gelet op de getroffen regeling in dit bestemmingsplan bestaan er wat betreft bedrijven- en milieuzonering geen belemmeringen ten aanzien van de uitvoerbaarheid.
4.8
Geluidhinder
Normstelling De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van bestaande wegen. Het bouwplan ligt binnen de geluidzone van de N31. Voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van bestaande wegen geldt een voorkeurswaarde van 48 dB. Indien de voorkeurswaarde wordt overschreden, moet worden onderzocht of er maatregelen kunnen worden getroffen om de overschrijding te beperken. Als maatregelen niet mogelijk zijn, of als het niet lukt om daarmee aan de voorkeurswaarde van 48 dB te voldoen, dan is het mogelijk om
40
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia hogere geluidbelastingen toe te staan tot een maximum van 53 dB. Voor deze geluidgevoelige objecten dient dan een zogeheten 'hogere grenswaarde' te worden vastgesteld. Bij de bouw dient vervolgens aandacht te worden besteed aan de geluidwering van de gevels, om ervoor te zorgen dat de geluidbelasting binnen in de betreffende geluidgevoelige objecten niet boven de ten hoogste toelaatbare 'binnenwaarde' uitkomt. Voor Unia is het onderdeel wegverkeerslawaai van belang. Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek (Bijlage 12) blijkt dat er een geluidsscherm van 4,00 meter hoog wordt gerealiseerd langs een deel van de Wâldwei. Door het toepassen van een scherm ontstaat er geen overschrijding van 53dB (noodzaak voor een dove gevel). Voor een beperkt deel van de woningen (aan de zijde van de Wâldwei) is sprake van enkele rekenpunten op de gevels met een verhoogde waarde (49-53dB). Aan deze zijde van de Wâldwei worden aaneengesloten rijwoningen gerealiseerd. Voor deze rijwoningen is op 13 mei 2020 een hogere waarde vastgesteld (Bijlage 13). Deze aaneengesloten rijwoningen hebben voor het aspect geluid een afschermende werking voor de achterliggende woningen in de wijk. Daarom kan op grond van het gemeentelijk beleid een hogere waarde worden vastgesteld.
Conclusie Door het realiseren van een geluidsscherm en het vaststellen van een hogere grenswaarde voor de woningen aan de zijde van de Wâldwei vodoet het plan aan het gemeentelijke beleid op het gebied van geluid.
4.9
Luchtkwaliteit
Normstelling en beleid In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ), fijn stof (PM10 ) en zeer fijn stof (PM2,5 ) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5 . Projecten met een invloed van ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Dit geldt op grond van de Regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' onder meer voor projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM10 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 µg/m3 . Toetsing De effecten op de luchtkwaliteit zijn onderzocht (Bijlage 14) met behulp van de NSL-Monitoringstool. Uit de NSL-Monitoringstool blijkt dat de maximale concentraties in het gebied rond het project zeer ruim onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. Uit de toetsing blijkt dat de luchtkwaliteit langs de N31 ter hoogte van het plangebied Unia ruim voldoet aan de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 , PM10 en PM2,5 . De nabijheid van de N31 leidt met het oog op de luchtkwaliteit daarom niet tot strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Conclusie Het project Unia valt binnen de grenzen van woningbouwprojecten die voor luchtkwaliteit niet leiden tot een bijdrage in betekende mate. Het project voldoet hiermee aan art. 5.16 lid 1 sub c van de Wm. Uit de NSL-Monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties in en rond het plangebied Unia ruim onder de grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wm liggen en dat concentraties in de toekomst verder zullen dalen. Ook met uitvoering van het project blijven de maximale concentraties rondom de woningbouwlocatie in elk zichtjaar nog steeds ruim onder de grenswaarden uit de Wm. Zowel op basis van art. 5.16 lid 1 sub c van de Wm als op basis van de maximale concentraties in het gebied vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor het woningbouwproject Unia.
41
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
4.10 Bodem Normstelling en beleid In het kader van een ontwikkeling of een herziening van een bestemmingsplan moet onderzocht worden welke gevolgen eventuele bodemverontreinigingen hebben voor de uitvoerbaarheid van het plan. De bodemkwaliteit kan namelijk een beperkende factor zijn voor de beoogde functie of de financiële haalbaarheid van het bestemmingsplan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Toetsing Er is een vooronderzoek bodem uitgevoerd met als doel om vast te stellen of er op de locatie voor bodemverontreinigingverdachte (deel)locaties aanwezig zijn. Op 5 oktober 2018 is door LievenseCSO Milieu B.V. een historisch milieuhygienisch bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 15). Uit dit onderzoek blijkt dat er 32 verdachte deellocaties zijn aangetroffen. Deze locaties zijn plaatselijk verdacht voor bodemverontreiniging en vervolgonderzoek wordt aanbevolen. Op 4 december 2019 is door Lievense Milieu B.V. het aanvullend bodemonderzoek (Bijlage 16) uitgevoerd. Tijdens het bodemonderzoek zijn zeer plaatselijk hooguit lichte verontreinigingen aangetroffen. Deze lichte verontreinigingen vormen bij het geplande gebruik van de gronden geen enkel risico. Daarmee is de bodemkwaliteit geschikt voor de geplande bestemmingswijziging.
Conclusie De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem levert voor dit bestemmingsplan planologisch geen belemmeringen op.
4.11 M.e.r.-verantwoording In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planm.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden, moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Daarbij moet worden gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing planm.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), projectm.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie (D11.2) de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r.
ligt op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het in 2006 vastgestelde Masterplan De Zuidlanden gaat uit van de ontwikkeling van 550 hectare en voorziet in de bouw van 6.500 woningen, te realiseren in circa 20 jaar. Daarnaast biedt het plan ruimte aan: 150.000 m² kantoren en bedrijven; 55.000 m² commerciële voorzieningen; 73.000 m² onderwijs-, zorg-, en buurtvoorzieningen;
42
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia een treinstation (Werpsterhoek). Bij de totstandkoming van het Masterplan is een Milieu Effect Rapportage (MER) opgesteld. Voor de volgende deelplannen van De Zuidlanden hoeft niet opnieuw een MER te worden opgesteld, mits binnen de bandbreedte van de MER en het Masterplan de Zuidlanden 2006 wordt gebleven. De ontwikkeling van Unia past binnen de gestelde kaders uit het Masterplan De Zuidlanden en de daarop gevoerde MER. Het uitvoeren van een MER is dan ook niet noodzakelijk. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten waarvoor formeel geen MER opgesteld hoeft te worden, een besluit moet worden genomen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een “vormvrije” m.e.r.-beoordeling. Beoordeling Kenmerken van het project Het voornemen is om circa 200 woningen met bij bijbehorende infrastructuur te realiseren ten zuiden van de stad Leeuwarden. Unia ligt tussen de Wâldwei en Techum-Zuid. Het Friese water van de Wurdumer Feart en Alddjip omsluiten Unia. Het fietspad vanuit Wirdum naar Leeuwarden gaat onder de Wâldwei door en doorkruist Unia. Aan de noordzijde liggen woonboten: een begrenzing van het landschap. Aan de westzijde ligt het nieuwe Van der Valk hotel.
Op dit moment bestaat Unia uit grasland en sloten en een groot grondlichaam als geluidswal. De omvang van het project is relatief klein, zowel in relatie tot de drempelwaarden in het Besluit m.e.r., als in relatie tot de kern Leeuwarden waar de ontwikkeling plaatsvindt. Plaats van het project Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een gevoelig gebied, zoals een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt op ruime afstand van Natura 2000-gebieden. Op basis van archeologisch onderzoek zijn delen van het plangebied gelegen binnen een gebied van hoge archeologische verwachting. Er zijn in de nabije omgeving verder geen beschermde gebieden aanwezig waarop de ontwikkeling een nadelig effect kan hebben. Kenmerken potentiële effecten De milieueffecten zijn in voorgaande paragrafen voldoende onderzocht en beoordeeld. Op grond hiervan kan worden vastgesteld dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen onaanvaardbare gevolgen voor het milieu zullen hebben. Conclusie De boordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in de Wet milieubeheer en bijlage III bij Richtlijn 2014/52/EU (waarmee Richtlijn 2011/92/EU is gewijzigd). Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu.
Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar heeft in vergelijking met de drempelwaarde van een stedelijk ontwikkelingsproject een relatief geringe omvang. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu, is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Geconcludeerd kan worden dat er geen redenen zijn die het doorlopen van een m.e.r.-procedure zinvol maken. Een m.e.r.- procedure is niet noodzakelijk.
43
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
44
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Toelichting op het juridische systeem
In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan hebben gekregen. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen, zijn vastgelegd in de regels en in de verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan is opgezet volgens de wettelijke regelgeving en qua systematiek volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.
5.2
Regels
De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 'Begrippen' zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 'Wijze van meten' is vastgelegd op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de regels van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de bestemmingsregels. De meeste bestemmingen bestaan uit: a. b.
een bestemmingsomschrijving; en bouwregels.
Daarnaast is bij verscheidene bestemmingen opgenomen: c. d.
een afwijkingsmogelijkheid; en/of gebruiksregels.
Ad a. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving is vooral van belang om vast te stellen waartoe de gronden mogen worden gebruikt. In het kader van de handhaving is de bestemmingsomschrijving dan ook van groot belang. Ad b. Bouwregels De bouwregels geven de bouwmogelijkheden aan. Omdat steeds is opgenomen dat alleen mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming zijn de bouwmogelijkheden niet los te zien van de bestemmingsomschrijving. Ad c. Afwijkingsmogelijkheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bepaalde regels. In beginsel betreft het afwijkingen van geringe aard, waarbij de aan de grond toegekende bestemming niet mag worden gewijzigd.
45
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Ad d. Gebruiksregels In sommige bestemmingen wordt uitdrukkelijk aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Desgewenst kunnen specifieke vormen van gebruik worden uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die in hun algemeenheid voor het hele bestemmingsplan gelden. Vaak zijn ze van toepassing op meerdere bestemmingen. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende gebruiksregels en de algemene afwijkingsregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 geeft regels over hoe om te gaan met bouwwerken en het gebruik vallend onder het overgangsrecht en de benaming van het plan.
5.3
Toelichting op de bestemmingen
Groen Grotere en structurele groenelementen in het plangebied zijn onder de groenbestemming (Groen - 1) gebracht, waaronder de mogelijkheid voor grondlichamen ten behoeve van de akoestische afscherming van woningen en andere geluidgevoelige functies. Via de aanduiding 'specifieke vorm van groen - wonen' is wonen toegestaan. Voor de maatvoering van de woningen wordt aansluiting gezocht bij de maatvoering van de woningen binnen de bestemming Woongebied. Naast deze woningen zijn binnen de bestemming geen gebouwen toegestaan. Erf- en terreinafscheidingen zijn mogelijk tot een maximum hoogte van 1 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. Groenelementen binnen de 50 meter zone zijn onder de aangepaste bestemming Groen -2 gebracht. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, oevers, sloten, bermen en beplanting, halfverharde keerpunten, fietspad in aansluiting op de Buorkerij toegestaan. Bouwwerken zijn mogelijk, gezien de afspraken om aan het einde van de pieren een constructie te maken tegen inschijnende autolampen. Groen (zoals bermen, plantvakken met struiken en bodembedekkers, bomen) maakt verder ondergeschikt deel uit van de overige in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen uit, zoals en 'verkeer - verblijf'. De waterbestemming kent eveneens de mogelijkheid van een groenfunctie.
Deze genoemde bestemmingen zijn echter niet beperkend in die zin dat bestaand groen moet worden gehandhaafd. Dat is een zaak van inrichting en wordt overgelaten aan de grondeigenaar. Verkeer - Verblijf De wegen/woonstraten in het plangebied hebben het karakter van een verblijfsgebied. Deze woonstraten zijn daarom als “Verkeer- Verblijfsgebied” bestemd. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Water Ten oosten van het plangebied loopt de Wurdumer Feart. Daarnaast is met het planvoornemen water in aansluiting hierop gedacht. Voor zover de bestaande en nieuwe waterlopen van belang zijn voor de beleving en het gebruik is dit water als zodanig bestemd. Ook zijn in de waterbestemming oevers en kaden toegelaten en is tevens dagrecreatief medegebruik van het water mogelijk. Ook is de mogelijkheid opgenomen voor grondlichamen ten behoeve van de akoestische afscherming van woningen en andere geluidgevoelige functies.
46
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Woongebied Het overgrote deel van het plangebied is bestemd voor de woonfunctie. Binnen dit gebied zijn grondgebonden woningen (variërend van rij- tot vrijstaande woningen) toegestaan. De bestemmingsregeling is zo eenvoudig mogelijk gehouden om tot planrealisatie te kunnen komen en is in overeenstemming met andere recente bestemmingsplannen in de gemeente. De maatvoeringen zijn op de verbeelding weergegeven en zijn over het algemeen voor het totale gebied hetzelfde. Vanwege de ligging aan de Wurdumer Feart hebben deze woningen een afwijkende (lagere) goothoogte. Voor de noordelijke woningen in het plangebied geldt een afwijkende maatvoering om tegemoet te komen aan de motie bij het stedenbouwkundig plan (juni 2019). Bij het wonen is zonder meer de vestiging van een aan-huis-verbonden beroep en bedrijfsactiviteit mogelijk. Deze functie is alleen in combinatie met de woonfunctie toegestaan en niet zelfstandig. Daarnaast is een bed and breakfast mogelijk via een afwijking met een omgevingsvergunning. Hier zijn voorwaarden aan verbonden om de functie ondergeschikt te houden ten opzichte van de woonfunctie. Binnen Woongebied is ook de mogelijkheid opgenomen voor grondlichamen en bouwwerken ten behoeve van de akoestische afscherming van woningen en andere geluidgevoelige functies. Voor een aantal woningen aan de zijde van de Wâldwei is een hogere waarde vastgesteld.
Daarnaast hebben deze woningen, die als aaneengesloten rijwoningen moeten worden gerealiseerd, een minimale bouwhoogte van 12 meter. Deze woningen hebben een afschermende werking voor de achterliggende woningen in de wijk. Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie De gebieden met een archeologische waarde zijn onder een dubbelbestemming gebracht. In het gebied zijn gebieden aanwezig binnen archeologische verwachtingswaarden 1 en 3. Voor bouwwerken en daaraan gerelateerde werkzaamheden (afhankelijk van oppervlakte m² per verwachtingswaarde) dient vooraf een omgevingsvergunning te worden verkregen. Ter bescherming van de archeologische waarden is tevens een omgevingsvergunning vereist voor diverse werkzaamheden op en in de bodem. Afhankelijk van de te beschermen waarden is de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 of 3 opgenomen. Waarde - Cultuurhistorie De (in paragraaf 4.3.2) onderkende cultuurhistorische waarden zijn opgenomen op de verbeelding door de dubbelbestemming "Waarde – Cultuurhistorie". Hiermee is een beschermingsregeling voor deze elementen en structuren van kracht. We kennen een Waarde – Cultuurhistorie 1 en 2.
Algemene bouwregels "specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering 1" Deze bouwaanduiding komt voor in de bestemming Woongebied en ter plaatse van deze aanduiding geldt een afwijkende maatvoering voor de woningen aan de noordzijde van het plangebied naar aanleiding van de ingediende motie in juni 2019 (Bijlage 1) en overleg met de klankbordgroep Unia. "specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering 2" Deze bouwaanduiding komt voor in de bestemming Woongebied en ter plaatse van deze aanduiding geldt een afwijkende maatvoering voor de woningen direct grenzend aan de Wurdumer Feart. "specifieke bouwaanduiding - gebouwen uitgesloten - gebouwen" Deze bouwaanduiding komt voor in de bestemmingen Groen - 2 en Woongebied en vormt een gebouwenvrije zone rondom de bestaande woningen in Techum en de bestaande woonarken.
47
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
5.4
Overige aspecten
Additionele voorzieningen In dit bestemmingsplan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, verhardingen, bermen, geluidwerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke bij de bestemming inbegrepen zonder dat dit uitdrukkelijk is vermeld.
48
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Handhaving Dit bestemmingsplan geeft de gewenste planologische situatie voor het plangebied aan. Bestemmingsplannen zijn bindend voor de overheid en de burger. Enerzijds kan de overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen, anderzijds vormt het bestemmingsplan een juridisch kader voor de burger waaruit deze kan afleiden wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, op de in eigendom zijnde dan wel de naastgelegen buurpercelen, in de directe woon- en leefomgeving.
5.5
Procedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro haar voornemen beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Terinzageleggingsfase Het ontwerpbestemmingsplan wordt na aankondiging in de Staatscourant en de website www.officielebekendmakingen.nl voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage.
Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Belanghebbenden zijn diegenen die tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en diegenen die hebben aangetoond in redelijkheid niet in de mogelijkheid zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen en diegenen die beroep willen instellen naar aanleiding van wijzigingen die door de gemeenteraad zijn aangebracht bij de vaststelling van het bestemmingsplan.
49
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.
50
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het plangebied Unia maakt deel uit van het staduitbreidingsplan De Zuidlanden. Voor de Zuidlanden is een exploitatieopzet vastgesteld waar het plan Unia deel van uitmaakt. De exploitatieopzet Zuidlanden is kostendekkend voor alle deelplannen gezamenlijk en is recentelijk geactualiseerd. De binnen Unia te ontwikkelen gronden zijn op één perceel na in eigendom van de gemeente. Ten aanzien van de verkrijging van dit perceel zijn sluitende afspraken gemaakt. Kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd. Het is niet noodzakelijk een exploitatieplan op te stellen zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Voortraject
Vooroverleg In het kader van het bestuurlijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan aan verschillende maatschappelijke instanties aangeboden die daarmee in de gelegenheid worden gesteld om een overlegreactie op het plan in te dienen. In het kader van het vooroverleg is het plan toegestuurd aan de Provincie Fryslân, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Wetterskip Fryslân en Brandweer Fryslân. De reactie van Provincie Fryslân heeft geleid tot een aanvulling van paragraaf 3.2.3 van de toelichting en een aanpassing van artikel 3.2.1 van de regels. De overige reacties van Wetterskip Fryslân en Brandweer Fryslân leiden niet tot aanpassingen. De overlegreacties zijn als Bijlage 17 bijgevoegd. Tervisielegging ontwerp en vaststelling Het ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met ingang van 12 maart 2020 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Binnen de hiervoor bedoelde termijn zijn 11 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn van een reactie voorzien in de Reactie- en antwoordnota zienswijzen (Bijlage 18). De zienswijzen leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is op 17 juni 2020 gewijzigd vastgesteld. Het raadsbesluit is opgenomen in Bijlage 19 bij deze toelichting. 6.2.2
Tussenuitspraak Raad van State 26 januari 2022
Op 26 januari 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een tussenuitspraak gedaan (202004101/1/R3) over het bestemmingsplan. Deze tussenuitspraak van de Raad van State is als Bijlage 20 opgenomen. In de tussenuitspraak draagt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden op om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak: met inachtneming van overweging 14 de daar omschreven gebreken in het besluit van 17 juni 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Leeuwarden - De Zuidlanden plandeel Unia" te herstellen, en de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Het bestemmingsplan is, met inachtneming van wat is overwogen onder 5.1 tot en met 5.5 en onder 11.1, op de volgende twee punten aangepast. 1.
2.
de strijdigheid met de Provinciale Verordening Romte met betrekking tot het 'woonplan' is hersteld. Paragraaf 3.2.3 van de toelichitng is hierop aangepast. Daarnaast zijn de nieuwe geaccordeerde woningbouwafspraken (tabel + brief) als Bijlage 21 bij de toelichting gevoegd; de verbeelding is aangepast door de naamgeving van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten – bouwwerken' te wijzigen in 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten – gebouwen'.
51
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Het aan de tussenuitspraak aangepaste plan is overeenkomstig overweging 14 van de tussenuitspraak niet opnieuw in procedure gebracht. Op PM heeft de gemeenteraad van Leeuwarden het aangepaste bestemmingsplan vastgesteld.
52
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Bijlagen bij toelichting
53
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
54
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Bijlage 1 Motie
55
bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel Unia
Bijlage 2 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan
59
BUURTSCHAP UNIA stedenbouwkundig plan DUURZAAM SAMEN LEVEN 07-02-2020
Colofon Opstellers: Gemeente Leeuwarden m.m.v. Enno Zuidema Stedebouw i.s.m. DAAD architecten
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
4. Akoestiek
2. Context en Analyse
6
5. BKP 52 • algemene eisen 54 • deelgebieden 62
3. Stedenbouwkundig plan • duurzaamheid • verkeer • parkeren • groenstructuur • water en oevers • uitgeefbaar • boomgaardwonen
12 14 18 20 22 24 26 28
4. Profielen 33 • woonpad noord 34 • hoofdstraat 35 • Wurdumer Feart (overtuinen) 36 • woonerf zuid 37 • straat zuidwest 38 • straat zuidoost 39 • parkrand zuid 40 • parkrand noord 41
43
6. Bijlagen 76 • parkeerbalans 77 • lijst duurzaamheidsmaatregelen 78 • vogelkasten 81
1. Inleiding
Leeuwarden breidt uit Leeuwarden groeit de komende jaren en er is vraag naar meer woningen. De stadsuitbreiding de Zuidlanden krijgt steeds meer vorm en is een plek waar veel nieuwe woningen komen, zie de kaart rechts. De meeste woningen staan in nieuwe buurtschappen bij elkaar. Eén van die buurtschappen is Unia. Dit stedenbouwkundig plan betreft de ontwikkeling van een nieuw buurtschap met een eigen karakter. Dat vooral duurzaam en toekomstbestendig is.
Opdracht In de afgelopen jaren is de ontwikkeling van Unia, vooral vanwege de vastgoedcrisis, stilgelegd. Nu de vraag naar woningen aantrekt is versnelling van de ontwikkeling van woningen nodig. Leeuwarden wil er veel aan doen de tekorten op de woningmarkt weg te werken. Het stedenbouwkundig plan voor Unia is het kader voor de uitvoering van deze uitbreiding.
Waarom Buurtschappen In de Structuurvisie wordt de opzet van aparte buurtschappen, een beslissing die reeds lang daarvoor door de Raad is genomen, nog eens onderschreven. Met het maken van aparte buurtschappen in het Oostelijk deel van de Zuidlanden, buurtschappen met een omvang van 200 tot 400 woningen, is het mogelijk om, op de Friese dorpen geïnspireerde aparte Buorren te maken, met een eigen identiteit en herkenbaarheid. Hierdoor wonen mensen niet in de Zuidlanden, maar in aparte gemeenschappen, waarmee ze zich ook gemakkelijker kunnen identificeren, en zich kunnen “thuis voelen”. Ook is het mogelijk om, in de tijd, verschillen aan te brengen tussen de buurtschappen en daarmee ook te “leren” van de voorgaande.”
Doelen Het plan betreft de ontwikkeling van het buurtschap, openbare ruimte en woningen. Het plan geeft invulling aan de wensen en doelen van de gemeente. Deze doelen zijn: ontwikkeling van gemengd woonprogramma, een kleinschalige buurt, duurzame buurt en woningen en het verbinden van Unia met de Friese natuur (het water, het groen en de cultuur historische waarden).
4
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
van Harin
xmakana
De
al
i we
Ha
ld Wa
ak
A32
De Alde Feanen
Ligging van de Zuidlanden
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
de Zuidlanden
Unia
5
2. Context en analyse
Ligging Unia ligt tussen de Wâldwei en Techum-Zuid. Het Friese water van de Wurdumer Feart en Alddjip omsluiten Unia. Het fietspad vanuit Wirdum naar Leeuwarden gaat onder de Wâldwei door en doorkruist Unia. Aan de noordzijde liggen woonboten: een begrenzing van het landschap. Aan de westzijde ligt het nieuwe Van der Valk hotel. Op dit moment bestaat Unia uit grasland en sloten en een groot grondlichaam als geluidswal. Structuurvisie In 2011 is de ‘Structuurvisie De Zuidlanden’ vastgesteld, ter actualisatie van het Masterplan. De deelgebieden / buurtschappen worden aangegeven als vlekken. Ieder buurtschap bevat een gevarieerd woonprogramma, vergelijkbaar met een dorp, met een minimaal sluitende grondexploitatie. De gebieden tussen de vlekken worden overwegend open gehouden, met hier en daar een accent.
6
Duurzaamheid De gemeente Leeuwarden heeft hoge ambities op het gebied van duurzaamheid. In De Zuidlanden worden die zo goed mogelijk in de praktijk gebracht. Aangezien de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid heel snel zullen gaan, zal per te ontwikkelen deelgebied bezien worden op welke manier de duurzaamheidsambities zullen worden gerealiseerd. In Unia is de lat hoog gelegd. Daarom is bij het opstellen van dit plan duurzaamheid als belangrijkste thema meegenomen. Daarbij zijn er concrete en haalbare maatregelen opgenomen voor verschillende thema’s die passen bij de hoge ambities van het college programma 2018-2022 “de kracht van samen”.
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
Techum
Huidige situatie
Overijsselselaan
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
de Klamp
Alddjip
plangrens Unia
Wergeasterdyk
Wurdumer Feart
N31 Wâldwei
Totaalplan bestaand
1:5000
7
15-01-2020
Cultuurhistorie
Eens stroomde de Middelzee vanuit de Waddenzee landinwaarts. De zee bracht een gevarieerd landschap van eilanden, wadden, slikken, vennen, zandruggen en kwelders. Het landschap was niet alleen mooi voor het oog, maar het was ook vruchtbaar. Een Oostfries spreekwoord zegt: ´De nich wil diken mot wiken´ (wie niet wil bedijken moet wijken voor de zee). Meer dan drie millennia was de Middelzee het getijdebekken van Mid-Fryslân. Maar na 1150 werd begonnen met het omdijken van de Middelzee. Het land zou weer bewoonbaar zijn, zonder de constante bedreiging van het water. De Middelzee vormde dit landschap. Het ruige landschap is door de mens aangepast in een polderlandschap, waar niet het water maar de boer regeert. De eeuwenoude geschiedenis zien we nu vooral terug in de ondergrond. Door de stroming van de Middelzee zien we rond de oevers verschillende grondsoorten. Ook boven de grond zijn er nog oeroude sporen te vinden zoals terpen en bijvoorbeeld de oude zeearm het Alddjip. Unia ligt tussen het Alddjip (Oude diep) en de Wurdumer Feart.
Buurtschap Unia tussen het Alddjip (Oude diep) en de Wurdumer Feart
Het inpolderen heeft zichtbaar het meeste invloed op het gebied gehad. Een stelsel van dijken en sloten zijn nadrukkelijk aanwezig.
8
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
Landschap en water
In het waterrijke Friesland zijn vaarwegen waardevol. Het waternetwerk heeft een grote rol vervuld in de ontwikkeling van steden en dorpen en vervulde een primaire rol voor vervoer van personen en goederen van en naar de stad. Steden en dorpen waren georiënteerd op het water en verbonden door een uitgebreid net van vaarten en kanalen van zo’n 750 km. Rond Leeuwarden ligt een krans van vaarwegen, die net als elders in Friesland dorpen aan elkaar verbinden. Via deze vaarwegen is het niet alleen mogelijk om steden en dorpen te bezoeken, maar ook natuurgebieden zoals de Alde Feanen. De vaarwegen bestaan onder andere uit natuurlijke rivieren, oude zeearmen, gegraven kanalen en sloten. Bruggen in de vaarwegen zijn in de afgelopen jaren verhoogd tot een minimale doorvaarthoogte van 1,5 meter ten behoeve van een kwalitatieve ‘sloepenroute’. Een schonere Friese boezem bevordert de recreatie en is goed voor visstand en vismigratie en de biodiversiteit in het gebied.
van Harin
xmakana
De
al
i we
Ha
ld Wa
ak
A32
De Alde Feanen
Landschappelijke ondergrond Beekdal
Kwelderwallen en oeverwallen
Dekzandrug
Ontgonnen veenvlakte
Unia ligt aan de Wurdumer Feart en het Alddjip doorkruist het buurtschap. Dit biedt veel mogelijkheden voor wonen aan het water en om de biodiversiteit langs de oevers te behouden of zelfs te versterken.
van Harin
Kweldervlakte
Dekzandvlakte
Unia
xmakana
De
al
i we
Ha
ld Wa
ak
A32
De Alde Feanen
Vaarwegen Vaarweg
Dorpsvaart
Natura2000 gebieden
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
Beheergebied en natuur derden Zoekgebieden robuuste verbindingen
Overige natuurgebieden Verbindingen water met oever
9
Van analyse naar concept
De Zuidlanden wordt het nieuwe stadsdeel van Leeuwarden dat grotendeels bestaat uit verschillende buurtschappen met een eigen karakter. De buurtschappen worden overwegend omringd door water en/of groen. Daarbij is ruimte voor bijzondere woongebieden. Unia is ontworpen met respect voor de cultuurhistorische waarden. Het Alddjip en de Wurdumer Feart blijven in tact, waarbij er in het plan zoveel mogelijk natuurlijke oevers worden toegepast. Tussen het zuidelijke deel van Techum, de woonarken en Unia ligt water en een rietlandschap. Dat leidde tot de visie om Unia een ander karakter te geven en aan de rand van Unia veel aandacht te geven aan groen. Tegenover Techum ligt Unia achter rietkragen verscholen en ook de weg naar Unia voert eerst over het rietlandschap en het Alddjip voordat de fietser of automobilist vanuit Techum in Unia komt. Aan de zuidzijde hebben bewoners uitzicht op het Alddjip met daaraan een groene bossingel en het groene geluidsscherm. In eerste instantie was de bedoeling om Unia aan weerszijden van de Wurdumer Feart te ontwikkelen. Ondanks intensieve pogingen is het nog niet gelukt om tot ontwikkelafspraken te komen. Hierdoor is gekozen om voorlopig alleen het westelijk deel tot ontwikkeling te brengen. Daarmee ontstaat er een veel kleiner buurtschap. Omdat het buurtschap dicht tegen de Rijksweg aan ligt zijn er akoestische maatregelen nodig.
Tussen die weg en Unia is een geluidsscherm nodig om het geluid van de weg terug te dringen. Bij de uitwerking is gekeken om het geluidsscherm zo kort mogelijk te houden. Daarom is aan de westzijde gekozen voor een akoestisch landschap dat ook iets verder van de weg ligt, maar nog steeds een geluidswerende functie heeft. Door deze inpassing wordt de stad vanaf de rijksweg beter zichtbaar. 10
Sfeerbeeld van de Nije Daam over de nieuwe brug naar Unia
Ligging Unia in de groene structuur van de Zuidlanden Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
Techum
de Klamp
Wergeasterdyk
Unia in de omgeving tussen Techum, de Klamp en de Waldwei Overijsselselaan
Alddjip
Wurdumer Feart
N31 Wâldwei Totaalplan bestaand
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
1:5000
15-01-2020
11
2. Stedenbouwkundig plan
Stedenbouwkundig plan Het uitgangspunt van het stedenbouwkundig plan is de stedenbouwkundige kwaliteiten van de Friese dorpen, echter actuele opgaven zoals duurzame woningbouw; stimuleren gemeenschapsgevoel, beperken auto mobiliteit en de klimaat adaptatie, heeft in Unia tot andere accenten geleid: Buurtschap Unia krijgt een menselijk gezicht en maat, het wordt er groen en autoluw. Verschillende sferen krijgt het: waterrijk met riet, wonen aan het water, autovrij wonen aan een buurtpark en de openbare ruimte kent veel groen, overzichtelijke smalle straten en paden. De inrichting zorgt ervoor dat verkeersdeelnemers op elkaar letten. Natuurlijke materialen hebben de overhand. De wereld ontdekken
Entree Waterrijke randen met riet zijn gecreëerd om de afstand tot Techum visueel te vergroten en aan te sluiten op het groene gebied tussen Techum en de Klamp. Een lange brug tussen Techum en Unia maakt de afstand ook emotioneel groter. Openbare en private oevers maken de beleefbaarheid van het water groot. Kleur en materiaal Inspiratie voor de kleuren van Unia zijn de kloostermoppen in de kerkwanden van oude Friese kerkjes. Daarin vinden we soorten lichtgeel, zachtrood, oranje, roodbruin, bruingrijs. De woningen worden overwegend in hout gebouwd en monochroom – in één kleur – gekleurd. Veel aandacht gaat uit naar zorgvuldige en
12
gelaagde overgangen tussen privé en openbaar. Hierdoor ontstaat een buurt waarin de woningen zich richten naar buiten, naar de straat, woonpad of park. Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema voor de gemeente Leeuwarden. Talloze duurzaamheidsmaatregelen zijn te zien in Unia, zonder dat ze overdreven aanwezig zijn. Ze zorgen samen voor een plezierige en diverse woonomgeving. Een groot centraal groengebied, in te richten samen met de toekomstige bewoners, versterkt het gemeenschapsgevoel.
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
m 50 lijn
Legenda 50
m
lijn
Groen de Trijehoeke wordt niet bebouwd
Water Rietlandschap Bomen
fietspad / fietsbrug 0
100mtr.
50m lijn vanaf de kavels Techum
lijn
100mtr.
m
50
0
m
50
Hagen lijn
Wegen Woningen
rietlandschap
Uitgeefbaar
0
Scherm / groen
0
Struiken
100mtr.
ENNO ZUIDEMA Stedebouw & DAAD architecten
50
m
0
overtuinen
lijn
0
100mtr.
lage lange toegangsbrug
Gemeente Leeuwarden buurtschap UNIA Stedenbouwkundig plan
hoofdstraat
VO.001
Gemeente Leeuwarden schaal: 1:1500 datum: 15-01-2020 buurtschap UNIA Stedenbouwkundig plan
formaat:
100mtr. ENNO ZUIDEMA Stedebouw & DAAD architecten
formaat:
schaal: 1:1500
VO.001
datum: 15-01-2020
autovrij buurtpark met kapschuur
boomgaardwonen achter de geluidswal geluidsscherm
0
100mtr. 0
100mtr.
ENNO ZUIDEMA Stedebouw & DAAD architecten
Noord
Stedenbouwkundig plan / plankaart Unia ENNO ZUIDEMA Stedebouw & DAAD architecten
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
0
100mtr.
Gemeente Leeuwarden buurtschap UNIA Stedenbouwkundig plan formaat:
schaal:1:1500
Gemeente Leeuwarden buurtschap UNIA Stedenbouwkundig plan
13
formaat:
schaal: 1:1500
datum:
Duurzaamheid
Unia wordt een duurzaam buurtschap. Materiaalgebruik, energie, wateradaptatie, verkeer, sociale duurzaamheid en ecologie zijn de centrale thema’s.
Energie (minder CO2 uitstoot) De woningen in Unia worden vanaf 2021 gebouwd en dat betekent sowieso gasloos en volgens de nieuwe BENG normen.
Materialen (circulair en biobased) Veel duurzame thema’s zullen onopvallend blijven maar Unia ontleed zijn identiteit aan het materiaalgebruik. Alle gevels zullen voor het grootste gedeelte van hout gebouwd worden, ook alle kozijnen, boeiboorden etc. zijn van hout. Hout is het meest circulaire materiaal, en voor de productie en verwerking van hout is, in tegenstelling tot metselwerk, veel minder energie nodig. Maar ook de uitloging van schadelijke stoffen van keramische materialen (baksteen) in het a-biotisch milieu is een reden om voor houten gevels te kiezen. Tevens kan een woning met veel hout producten (gevel, binnenwanden, vloeren en houtwol isoaltie) gezien worden als een vorm van CO2 opslag. (zie pagina 54)
Het reduceren van de warmtevraag begint met een goede orientatie in het stedenbouwkundig plan, zodat de woningen gebruik kunnen maken van (passieve) zonne-energie. Dit is met name belangrijk voor de rij woningen daarom staan deze in de meeste gevallen noord zuid georienteerd. (zie pagina 58)
Daken en gevels orienteren op de zon voor (passieve) zonne energie
Houten woningen
14
In Unia stimuleren we het toepassen van warmtepompen met een bodembron, want dan zijn er geen brommende buitenunits aan de gevel van de wonigen meer nodig. En kan de woning tegen extreem lage kosten gekoeld worden, het koelen heeft als neven effect dat de bodem(bron) opwarmt voor de winter. Volgens de in 2021 geldende normen moeten alle woningen een deel van de elektriciteit zelf opwekken, in Unia wordt het echter maximaal gestimuleerd om ‘Nul Op de Meter woningen’ te bouwen. Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
Themakaart duurzaamheid historische structuur van de driehoek blijft behouden
houten woningen met brede hagen als erfafscheiding m
50 lijn
smalle straten 3.5m en groene bermen
bergingen met groen dak, vogelkastjes en warmtepompen uit het zicht rietlandschap, ecologische oevers 50
m
lijn
woningen georienteerd op de zon autovrij buurtpark met kapschuur wonen in openbaar groen
0
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
100mtr.
15
Wateradaptatie (ruimte voor water) Om de biodiversiteit en groene uiterlijk te versterken hebben de meeste oevers van de waterwegen een natuurlijk talud heling 2:3, de gradienten in het noordelijke rietlandschap zijn nog flauwer tot 1:20 voor een grotere soorten rijkdom en waterberging. Het regenwater van stoepen en straten wordt zoveel mogelijk over het maaiveld afgevoerd naar de omliggende vaarten. Het plangebied ligt als het ware bol. (zie pagina 25) In het centrale park wordt aan de noordzijde een greppel aangelegt voor tijdelijke regenwaterberging, deze watert uiteindelijk af op de vaart. Zo wordt het water zichtbaar en beleefbaar. Alle platte daken, inclusief de bergingen, hebben een grasdak, dit vertraagt de afvoer van water naar de vaart. Dit geld ook voor de parkeervakken van de parkeerkoffers die uitgevoerd worden met open grastegels.
Smalle straten zonder geparkeerde auto’s
Verkeer (ruimte voor fiets en spel) Unia voldoet aan de parkeernormen van de gemeente Leeuwarden, er zijn dus voldoende parkeerplekken voor bewoners en bezoekers. (zie pagina 77) Er wordt op eigen terein geparkeerd of in parkeerkoffers, maar nooit op straat die is voor spel, fiets en voetganger. De maximale loopafstand naar een parkeerkoffers is 115m (zie pagina 21), alle parkeerkoffers zijn voorzien van loze leidingen voor toekomstige laadpalen. De straten zijn smal en gekromd zodat er minder hard gereden gaat worden. Unia heeft goede fiets verbindingen naar het omligende landschap en het centrum van Leeuwarden, zodat de fiets een goed alternatief is voor de auto (zie de profielen op o.a. pagina 34). Om het fietsen extra te stimuleren zijn de bergingen mininaal 7m2. Het meest bijzondere is het autovrije park een veilige en rustige plek om te spelen en elkaar te ontmoeten. Rietmoeras met flauwe oevers en groen daken voor waterberging
16
Buurtschap Unia - Stedenbouwkundig plan
Sociale duurzaamheid (ruimte voor de mens) Door de smalle straten zonder geparkeerde auto’s en een autovrij park wordt het contact tussen de bewoners vergroot en een veilige speelomgeving gecreëerd voor kinderen. In het park staat een kleine overdekte buitenruimte in de vorm van een kapschuur, geschikt voor de buurt barbeque en een plek voor kinderen om te spelen. De bewoners kunnen meebeslissen met de keuze van speeltoestellen, de inrichting en eventuele aanleg van het park. (zie pagina 23) Door in de architectonische uitwerking van de woningen extra aandacht te vragen voor de overgangen van openbaar naar prive, uitzicht en de plaats van de voordeur, wordt de sociale controle en het onderlinge contact vergroot.
Ecologie (ruimte voor natuur) Alle afscheidingen tussen openbaar en prive worden vormgegeven met 1m brede hagen. De bermen worden extensief beheerd en hebben af en toe een heester. Bomen, hagen en heesters worden geselecteerd met voldoende mogelijheid tot het maken van nesten en de aanwezigheid van bessen en vruchten voor vogels. Tevens wordt in de verdere uitwerking rekening gehouden met de tijd van bloei en bladhoudende soorten zodat elk moment van het jaar een aantrekkelijke buurt is voor mens en dier. Elke woning heeft minimaal twee nestkasten in de gevel en / of het dak voor mus, gierzwaluw of vleermuis. Voor meer info over de groenstructuur zie pagina 22.