Bestemmingsplan Leeuwarden Buitengebied - Dekemawei 15 Baard_onbp
Tekst van het document
Jaag- en kerkepaden De Swette en de Boalserter Feart zijn voorzien van een pad op de noordelijke oevers. Op deze trekweg liepen in het verleden de paarden, die de trekschuiten voorttrokken. Daarom was de noordelijke oever van deze vaart destijds onbeplant. De trekwegen zijn tegenwoordig een fraaie route door het landschap en langs het water. De kerkepaden zijn ontstaan omdat men flinke afstanden moest overbruggen om bij een kerk te komen. Rechtstreekse wegen bestonden niet, dus ging men binnendoor: over weilanden, langs slootjes, over bruggetjes. Hierbij liep men noodgedwongen over particuliere grond. Zo is een netwerk van kerkepaden ontstaan. Met de ruilverkaveling in de periode rond 1970 verdwenen veel kerkenpaden. Een aantal paden zijn of worden weer hersteld, zoals tussen Beers en Jorwert.
Hilaard
Jellum Bears
De boerderijen zijn door hun solitaire ligging en de hoge nok (kop-halsWeidum
Jorwert
m
rompboerderij en stelpboerderij) beeldbepalend in het buitengebied en hebben een sterke invloed op de beleving van het landschap. De erven
aard
wert
Bebouwing
Leons
hebben van oudsher een herkenbare opbouw met een voorerf waar de sieren/of nutstuinen liggen. De kop-hals-rompboerderijen van voor 1850 zijn als Mantgum
Wiuwert
Easterwierrum
Rijksmonumenten benoemd. De boerderijen en burgerwoningen hebben over het algemeen een traditionele architectuur uit de 19e en 20e eeuw.
Windwatermolens Door de zeespiegelrijzing voldeed in de Nederlandse kustgebieden de natuurlijke uitwatering via sluisjes niet langer. Bij eb liep het water niet meer voldoende
Boazum
weg. In de loop van de 15e eeuw werd daarom de windwatermolen ontwikkeld. Deze kon het water mechanisch uitslaan. Die molentechniek verspreidde zich naar het noorden. Volgens de archieven is de eerste watermolen van Fryslân in de 16e eeuw bij Lytsewierrum gebouwd 13
3 . 0 W AT I S E R ? >1970
<1970
I Bakens
BESCHERMDE DORPSGEZICHTEN EN DORPSSILHOUETTEN
II Zones
Religieuze bakens (<1900)
Stads- en dorpsrandzone (>1970)
Kerken
Bedrijventerreinen, nieuwbouwwijken
Compact: herkenbaar silhouet
Dorpsrandzone: niet meer één silhouet
Littenseradiel kent zes van rijkswege beschermde dorpsgezichten: Easterein, Húns, Lytsewierrum,
Ambachtelijke bakens (1950-1970)
Mantgum, Rien en Weidum. Als het gaat om
Molens, fabrieken, watertorens
Geen direct locatiebelang aan het water, maar bereikbaarheid via de weg is vaak bepalend voor de locatie van de
beleving van het landschap is de dorpsrand wel
uitbreidingen in deze periode.
degelijk onderdeel van het buitengebied. Ingrepen
Locatiegericht aan het water en vormt
De woonkernen zijn met groen omringd,
ín het beschermde dorpsgezicht moeten volgens
de eerste coöperatieve uitbreidingsschil
terwijl de bedrijventerreinen vaak open
dichtbij de dorpskern
en bloot in het landschap liggen.
de welstandscriteria zorgvuldig worden afgewogen.
Cultureel/erfgoed
Dat geldt ook voor de ingrepen in de nabijheid van
Identiteit
Anonimiteit
het beschermd dorpsgezicht. In beide gevallen leidt iedere ingreep – zowel ín als in de nabijheid van het dorp – tot een verandering in het dorpssilhouet. Een goede balans in het ensemble van groen, water en woningen vergroten de belevingswaarde en
Wjelsryp
(recreatieve) aantrekkingskracht van het dorp en de
Baaium
omgeving.
Húns
Daarnaast bepaalt het dorpssilhouet ook het ruimtelijk beeld van het landelijke en open gebied.
Leo
Winsum
De karakteristiek van het gebied wordt gekenmerkt Spannum
door het zicht over open velden met vaak een kerk
Baard
als oriëntatiepunt, omzoomd door de gebiedseigen Easterlittens
groenstructuur. Deze dorpssilhouetten zijn onderdeel van het cultureel erfgoed van Fryslân. Iens Kûbaard
Hinnaard Waaksens
Britswert
Wommels Itens Rien
Easterein
Lytsewierrum Hidaard Reahus
Easterein
14
Húns
Lytsewierrum
BESCHERMDE DORPSGEZICHTEN EN DORPSSILHOUETTEN
TYPOLOGIE VAN DE 29 DORPEN Littenseradiel kent 29 dorpen, te verdelen in drie verschillende dorpstypen: terpdorpen, vaartdorpen en een lintdorp.
Terpdorpen
aan weerszijden van de weg ruime door-
De kleinste terpdorpen bestaan uit een
zichten naar het landschap. Het behoud
terp met een kerk, toren of klokkenstoel,
van deze doorzichten is van belang voor
omringd door verspreid liggende boer-
de ruimtelijke kwaliteit en de beleving
derijen. Grotere terpdorpen hebben een
van het buitengebied. Het bijzondere aan
duidelijke komontwikkeling met de kerk
Jellum is de ligging in het landschap.
op een centrale positie. Na de bedijking
De doorgaande weg (Hegedyk) grenst
heeft de bewoning zich buiten de terp
enerzijds aan de voormalige Middelzee
uitgebreid, vaak naar een nabijgelegen
en anderzijds aan de kwelderwal.
waterloop, dijk of doorgaande weg. Ieder
dorpsstraat
terpdorp heeft hierdoor een individuele
weg/pad
verschijningsvorm. Veel terpdorpen kennen nog open dorpsweides en veldjes. Deze zijn vaak in gebruik als weidegrond, sportveld (kaatsveld), of ijsbaan.
doorzichten bebouwing
De bebouwing bevindt zich vaak rondom die veldjes, waardoor een omsloten dorpsruimte ontstaat of juist met zicht op Hilaard Jellum Bears
ons Jorwert
Weidum Mantgum
het landschap. Het groene silhouet, de doorkijkjes naar het landschap, de open veldjes, de dorpsweides en het reliëf
Vaartdorpen
geven de terpdorpen hun kenmerkende
In deze dorpen vormt de vaart van
groene en open structuur. De kerktorens
oorsprong de aanleiding voor dorpsont-
steken boven het groen uit en maken het
wikkeling. Vaak is de bebouwing naar
dorpssilhouet herkenbaar.
het water gericht, met openbare kades en oevers. De woningen vormen een lint langs de (vaar)wegen met een regel-
dorpsstraat
matig bebouwingspatroon. Komvorming komt vrijwel alleen voor bij een kruispunt
groene, open ruimte
vaart Wiuwert
van wegen of vaarwegen.
Easterwierrum vaart
dorpskern dorpsstraat
dorpskern terpdorp
Boazum
vaartdorp lintdorp
groene ruimten
Lintdorpen
dorpsstraat
Jellum is in deze gemeente het enige
beschermd
lintdorp. Het wordt gekenmerkt door een
dorpsgezicht
lint van boerderijen en individuele burgerwoningen, verspreid gelegen langs de doorgaande weg. Regelmatig zijn er
Mantgum
Rien
Jellum
15
3 . 0 W AT I S E R ?
1. NOORDELIJKE KWELDERWALLEN EN KWELDERVLAKTE OUDE KLEILANDSCHAP Aan de westzijde van het Middelzeegebied ligt Westergo. Het noordelijk deel van dit gebied wordt gekenmerkt door een stelsel van rugvormige kwelderwallen met daartussen langwerpige laaggelegen kweldervlaktes. Blokvormige verkavelingen en min of meer rechte wegen vormen de structuur. Ook de dorpsplattegronden zijn hierop geënt.
2. KLEITERPENLANDSCHAP OUDE KLEILANDSCHAP
Wjelsryp
Baaium Húns Leons Winsum
Baard
Spannum Easterlittens
Iens Kûbaard
In het zuidelijke deel van Westergo ligt een uitgestrekt kleiterpengebied waar vele voormalige kreken, vaarten en verspreid liggende terpdorpen het karakter
Hinnaard Waaksens
Wommels
Wi
van het landschap bepalen. Toen de Middelzee achter de dijken bedwon-
Britswert
Itens Rien
Easterein
gen was, is meer verspreide bewoning van losse boerderijen tot ontwikkeling gekomen. In dit kleiterpenlandschap komen onregelmatige blokvormige en mozaïekachtige verkavelingen voor met plaatselijk straalvormige verkavelingen rond terpen. De wegen zijn hier veelal kronkelig. 16
Lytsewierrum Hidaard Reahus
LANDSCHAPPEN
LANDSCHAPPEN Het landschap van Littenseradiel kent verschillende landschapstypen. Ieder landschapstype kent een eigen ontstaansgeschiedenis waardoor de uiterlijke kenmerken uniek en divers zijn.
3. KWELDERWAL LANGS VOORMALIGE MIDDELZEE OUDE KLEILANDSCHAP Deze kwelderwal begrenst de voormalige Middelzee. Het ritme van dorpen als afzonderlijke eenheden met daartussen de openheid maakt deze kwelderwal herkenbaar. Uniek is de ligging: enerzijds naast het open landschap van de voormalige Middelzee en anderzijds grenzend aan het kleiterpengebied.
Hilaard
Jellum Bears
Jorwert
4. OUDE ZEEPOLDERS JONGE KLEILANDSCHAP
Weidum
Mantgum
Easterwierrum
iuwert
De oude zeepolders (voormalige Middelzee) onderscheidt zich van het aangrenzende terpengebied door de relatief lage ligging, de zeer schaarse bebouwing, een overwegend regelmatige blokverkaveling en een grootschalige
Boazum
openheid waarin slechts ondergeschikte verdichting van het landschap aanwezig is.
17
4 . 0 W AT S P E E LT E R ?
4.0 WAT SPEELT ER? Het buitengebied is een overwegend agrarisch gebied waar verspreid liggende dorpen en erven in een open landschap het ruimtelijk beeld vormen. In het buitengebied van Littenseradiel is de landbouwontwikkeling van grote invloed op de beleving van het landschap. De laatste jaren is er in de ontwikkeling van de landbouwsector een driedeling te zien; a) een deel van de agrariërs richt zich op de productietak om tot een goed bedrijfsvoering te komen, b) agrariërs die verbreden met nevenfuncties en c) een aantal agrariërs beëindigt het bedrijf. Deze driedeling is van invloed op de ontwikkeling van het landschap. Volgens de begrenzing van het buitengebied vallen de dorpen hierbuiten. Maar als het gaat om beleving van het landschap hebben de dorpen daar wel degelijk een aandeel in. Het beeldkwaliteitsplan beperkt zich daarbij tot de dorpsranden, die de overgang van dorp en landschap vormen.
SCHAALVERGROTING IN DE LANDBOUW Grondgebonden veehouderij, en dan met
Landschappelijke inpassing
name de melkveehouderij, is het meest
bouwpercelen
voorkomende type agrarische bedrijfstype
De gebouwen in het buitengebied be-
in de gemeente. Schaalvergroting
palen in belangrijke mate de uitstraling
is in deze sector een onmiskenbare
in het landschap. Het landschap is hier
trend. Het vrijgeven van de melkquota
relatief open en de agrarische erven lig-
in 2014 werkt deze trend verder in
gen als ‘eilandjes’ in de ruimte, vaak om-
de hand. Wel bestaat er een zeker
zoomd door erfbeplanting. Het maximaal
spanningsveld tussen schaalvergroting
uitbreiden van de agrarische bebouwing
en de landschappelijke kwaliteiten in het
leidt er vaak toe dat er onvoldoende
gebied. Om bedrijven ook in de toekomst
plaats is voor passende erfbeplanting.
goed te laten functioneren, worden
De erfbeplanting is juist waardevol
alle bedrijven binnen de provinciale en
vanwege het grote aandeel dat zij heb-
gemeentelijke kaders ruimte geboden
ben bij het vormen van de silhouetten
voor deze schaalvergroting. Om
in het landschap. De boerderijen staan
rekening te kunnen houden met de
als ‘kathedralen’ in het landschap, deels
specifieke ruimtelijke situatie, is de vorm
omzoomd door opgaande en streek-
en de omvang van het bouwperceel
eigen beplanting.
afgestemd op de huidige bebouwing en de landschappelijke context. In een agrarische gebiedsbestemming worden bouwvlakken opgenomen met een omvang van maximaal 1,5 ha, tenzij bestaande bedrijven al groter zijn dan deze omvang. De vraag naar vestigingsruimte voor nieuwe agrarische bedrijven zal naar verwachting beperkt zijn. Uitgangspunt is om, vanwege de impact op het open landschap, terughoudend om te gaan met nieuwe agrarische bouwblokken. In eerste instantie moet bij een aanvraag voor vestiging gezocht worden naar mogelijkheden op eerder vrijgekomen agrarische bouwpercelen. 18
RUIMTELIJKE KWALITEIT EN DUURZA A MHEID
Vergroten van (historische) agrarische erven Bij bestaande waardevolle ensembles van karakteristieke bebouwing en meer recente erven is het vanuit ruimtelijk oogpunt wenselijk dat een bestaande stal niet keer op keer wordt uitgebouwd. De ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de waardevolle rangorde van (historische) bebouwing op het erf kan door het op maat vastleggen van het bouwperceel, de bouwmogelijkheden en de bouwrichting worden beschermd.
VERBREDING VAN DE LANDBOUW Naast schaalvergroting speelt ook verbreding van de landbouw een rol in dit gebied. Voorzieningen zoals “klein kamperen” of kamperen bij de boer zijn vaak enkele maanden beschikbaar, maar hebben een relatief grote impact op de beleving van het landschap. Sanitaire
Hiertegenover staat echter een toenemende vlucht naar het platteland. Men is niet langer afhankelijk van de nabijheid van werk, winkels, vrienden en vervoer die men in de stad heeft. Functieverandering leidt in sommige gevallen tot niet passende villa’s of nieuwe nietagrarische bedrijven zoals bijvoorbeeld een autohandel.
voorzieningen en overnachtingeenheden (bijvoorbeeld trekkershutten) dienen bij bij voorkeur in de nabijheid van de woonfunctie te worden gebouwd. Zo wordt voorkomen dat ze op zichzelf komen te staan en kunnen ze ingepast in de rangorde van bebouwing. Tevens speelt kleur in het landschap een rol. De vaak witte caravans springen in het open landschap al op ruime afstand
Opslag bij agrarische erven
in het oog. Een goede landschappelijke
Silo’s zijn onderdeel van een moderne
inpassing, die óók buiten het seizoen
bedrijfsvoering. In de gemeente komen
een natuurlijke aanblik geeft is
nog relatief weinig voer- en mestsilo’s
essentieel.
worden in sommige gevallen buiten het
DORPSRANDEN EN BEDRIJVENTERREINEN
erf geplaatst. Vanwege de ontsluiting
Op de overgang van de bebouwde om-
liggen de sleufsilo’s of mestplaten in
geving en het omliggende landschap lig-
de nabijheid van de openbare weg.
gen de dorpsranden, welke beeldbepa-
Het levert een rommelig beeld op, ten
lend zijn voor het landschap. Zij vormen
koste van de heldere opbouw van het
de rand en de entree van het landschap
landschap.
en het dorp. Een welkome entree en een
voor. De sleufsilo’s en mestplaten
goede overgang van landschap naar Verlichting en kleurgebruik bij
bebouwde omgeving draagt bij aan de
agrarische erven
waardebeleving van het gebied. Door
Een groeiende groep melkveehouders
ontwikkeling van bedrijventerreinen of
kiest ervoor haar melkvee met krachtige
FUNCTIEVERANDERING
kunstverlichting extra te belichten tijdens
Meerdere oorzaken dwingen agrariërs
seizoenen met een kortere zonlichtpe-
er steeds vaker toe, te stoppen met hun
riode. Vaak vindt deze belichting plaats
bedrijfsvoering. Negatieve toekomstper-
in combinatie met een open stal, een
spectieven op vlak van rendabiliteit van
vrij nieuw staltype met deels geopende
het bedrijf, te weinig uitbreidingsmoge-
gevels of ‘open’ nokstukken om de
lijkheden en de steeds strengere regel-
natuurlijke belichting en beluchting van
geving, zorgen ervoor dat veel agrariërs
het vee te optimaliseren. De combinatie
geen opvolger meer vinden en besluiten
van kunstmatige belichting en open
hun bedrijf stop te zetten. Gevolg is dat
gevels leidt tot onnodige lichtuitstraling.
stallen leegstaan, ten koste van kwaliteit.
Onnodige lichtuitstraling in het vrijwel
Deze ‘verrommeling’ van het landschap
onverlichte buitengebied gedurende de
leidt vaak tot een minder aangenaam
donkere seizoenen is schadelijk voor de
beeld van het landelijke gebied.
grotere nieuwbouwprojecten ontstaan nieuwe zones in de dorpsrand.
fauna en ongewenst voor de mens. 19
5 . 0 W AT I S VA N B E L A N G ?
5.0 WAT IS VAN BELANG? Op de overgang van de bebouwde omgeving en het omliggende landschap liggen de dorpsranden, welke beeldbepalend zijn voor het landschap. Zij vormen de rand en de entree van het landschap en het dorp. Een welkome entree en een goede overgang van landschap naar bebouwde omgeving draagt bij aan de waardebeleving van het gebied. Door ontwikkeling van bedrijventerreinen of grotere nieuwbouwprojecten ontstaan nieuwe zones in de dorpsrand. De zones sluiten in vele gevallen niet of nauwelijks aan bij de bestaande dorpsrand. Een zoektocht naar de juiste balans van ‘groen en rood’ is hier van belang!
WAARDEVOLLE LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUREN
WAARDEVOLLE LANDSCHAPPELIJKE EENHEDEN
WAARDEVOLLE LANDSCHAPPELIJKE ELEMENTEN
De dijken en de verkavelingstructuur
De dorpsranden maken deel uit van de
maken in de voormalige Middelzee de
beleving van het landschap. Nieuwbouw
fasering van inpoldering herkenbaar;
of bedrijventerreinen maken deel uit van
regelmatige opstrekkende verkaveling
het dorpssilhouet. Zicht op de kerk en de
en oostwest gelegen dwarsdijken. De
kern maken de dorpsrand interessant.
kwelderwal aan de westzijde omkadert
Het ensemble van groen, water en
De historische dijken (in het bijzonder
de voormalige Middelzee, daar grensde
woningen maakt het dorp aantrekkelijk
de Slachtedyk en Hegedyk) liggen als
het water aan het land. De voormalige
om te wonen en te recreëren.
‘vrijliggende’ en doorgaande, samen-
Middelzee is een relatief jong landschap
De terpen - al dan niet afgegraven -
hangende structuur in het landschap. De
en kent daardoor vrijwel geen bebou-
hebben een unieke vorm door hun
hoge ligging zorgt voor een unieke kijk
wing en relatief weinig beplanting.
water- en groen structuur. In de
op het landschap.
De Skrok-Skrins-Lionserpolder is bijzonder
terpdorpen wordt de terpstructuur nog
Vanaf de Boalserter Feart, de Frjentsjerter
door de omvang van de ruimte: relatief
eens benadrukt door de richting en
Feart, de Boazumer Feart, de Mantgumer
groot en aaneengeschakeld. De vele
oriëntatie van de bebouwing.
Feart en De Swette is het landschap op
sloten en de kruinige greppels in het
Verspreid in het landschap liggen de
een geheel andere wijze te beleven. De
perceel leiden tot een aantrekkelijke vari-
waardevolle bouwwerken: bruggen,
waterbreedte met mogelijkheden voor de
atie in reliëf. Ook de vorm varieert; relatief
vooroorlogse gemalen, trafostations
recreatie en het profiel met de vaak ruige
kleine percelen met een vaak schuin
en woonhuizen. Een groot aantal
oevers dragen bij aan deze krachtige
uitlopende vorm. Het gebied bestaat
gemeentelijke en rijksmonumenten
structuur door de gemeente. De opvaar-
daar uit natte weiden en bolle akkers.
liggen als ‘parels’ in het landschap. De
ten verbinden de dorpen of agrarische
Hier komt nog zoutig water aan de op-
mate van detaillering, de hoogte en het
erven aan het recreatieve waternetwerk.
pervlakte, dat bijzondere planten voedt.
kleurgebruik zijn door de ‘vrije ligging’
Naast het waternetwerk is er een
Het erosiegeulensysteem is een open
sterk beeldbepalend.
netwerk van jaag- en kerkepaden, een
gebied met een uniek systeem ontstaan
verbindende structuur tussen dorpen en
door weggeslagen gronden in de peri-
Op de volgende pagina’s worden voor
buurtschappen. Het zicht op de kerk en
ode van de Middelzee. Plaatselijk komt
ieder deelgebied of landschapstype
de beleving van het water naast jaag- en
in lage gebieden zoute kwel voor. Het
worden richtlijnen gegeven. De
kerkepaden biedt een bijzondere blik op
reliëf is waardevol voor de beleving van
uitgangspunten voor het kleur-
het landschap.
dit systeem.
en materiaalgebruik en licht- en reclamegebruik zijn niet aan een deelgebied gebonden, maar gelden voor het gehele buitengebied. In aansluiting op de Welstandsnota dienen in alle landschapstypen deze algemene richtlijnen voor gebouwen en bouwwerken in het buitengebied in acht te worden genomen.
20
BALANS GROEN EN ROOD
KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
-
Kies voor een vastgesteld palet aan
-
Kies voor een vastgesteld palet aan
mogelijkheden voor kleurgebruik
mogelijkheden voor
Kleur is essentieel in een open en
in het buitengebied, voor kap en
materiaalgebruik in het
agrarisch landschap, waar accenten van
gevel; overwegend gedekte tinten,
buitengebied; (bij voorkeur)
bebouwing van ver zichtbaar zijn. Voor
passend bij het traditioneel kleur
duurzame materialen zoals steen,
zowel de dorpsrand grenzend aan het
gebruik in het buitengebied (rood,
beton, hout en staal;
bruin, blauw-grijs, groen);
landschap als in het open landschap, speelt kleur een grote rol bij de identiteit
-
-
Kies voor een gevel in onopvallende
Bij gebruik van metalen platen in de gevels deze een gedekte tint geven;
van het gebied. Vanuit het verleden
gedekte tinten, aansluitend bij de
is er qua materiaal- en kleurgebruik
kleuren van het landschap: voorkom
gebieden/zones waarin extra
een evenwicht tussen het gebouw en
te lichte kleuren in de gevel; geen
aandacht is voor materiaal; bij
het landschap. Echter, in de afgelopen
kleuren zoals wit, lichtgrijs of
ontwikkeling aan de dorpsrand en
lichtblauw in de gevels;
gekoppeld aan openbaar
Kies voor een kap in traditionele,
toegankelijke (vaar)wegen en bij
gebouw meer en meer gaan opvallen en
onopvallende gedekte rode of
ontwikkelingen aan monumentale
zich gaan losmaken van haar omge-
blauwgrijze tinten; voorkom te
panden in het buitengebied;
ving. Herstel van het evenwicht tussen
contrasterend kleurgebruik in de kap;
kleur van het gebouw en landschap is
geen felle rode of wittinten of te
ritmische verdeling van licht-
lichte grijstinten;
vensters in de kap; voorkom
Geen witte windveren; kies voor
‘onrustige’ aanzichten vanuit het
gedekte tinten, passend bij kleur
landschap.
decennia is door het toepassen van gebiedsvreemde materialen en kleuren het
-
essentieel. -
-
-
Maak bewuste keuzes in
Zorg voor een rustig ogende en
gevel en kap;
LICHT- EN RECLAMEGEBRUIK
-
Kies voor een vastgesteld palet aan mogelijkheden (2 à 3 typen) voor
Licht wordt vaak geassocieerd met veilig-
verlichtingsarmaturen (2 à 3 typen)
heid. De laatste jaren wordt duisternis
in het buitengebied; gedekte tinten en onopvallende architectuur;
‘herontdekt’ als kwaliteit die, net als rust en stilte, beschermd dient te worden.
-
Maak bewuste keuzes in donkere en
Daarnaast groeit het bewustzijn dat licht
verlichte gebieden; verlichting
niet altijd en overal gewenst is. Kunstlicht
rondom de dorpen, buitengebied
in de nacht heeft een verstorende wer-
voornamelijk niet verlichten, met
king op mensen, dieren en planten. Bo-
uitzondering van plekken die van
vendien kost het veel energie. Gevolgen
wege verkeersveiligheid verlicht
van deze verstoring kunnen onder meer
moeten worden (kruisingen met provinciale wegen);
zijn: ontregeling van biologische ritmes, desoriëntatie en verandering van de
-
Voorkom onnodige ‘uitstraling’; ga
habitatkwaliteit. In Littenseradiel vormen
gericht (naar beneden gericht)
met name de lichtreclames en verlichting
aanschijnen;
in open stallen ‘s avonds een hinderlijk
-
Voorkom (te) felle lichtkleur bij reclameverlichting;
beeld in het landschap. Bewust omgaan
Voorkom (te) felle lichtkleur bij open
Een aantal bouwwerken kunnen ver-
uitstraling en de grootte van reclamebor-
stallen en/of ‘doorschijnende’
gunningvrij zijn, als ze op het bedrijfserf
den biedt perspectief voor de beleving
nokstukken.
staan en voldoen aan de eisen in het
met de kleur verlichting, de wijze van
-
van het landschap en de leefomgeving
Besluit omgevingsrecht. Zie voor de
van flora en fauna.
volledige lijst op www.omgevingsloket.nl
21
6 . 0 U I TG A N G S P U N T E N VO O R H E T L A N D S C H A P
Wjelsryp
Hilaard
Baaium
Jellum
Húns
Bears
Leons
Winsum
Jorwert
Weidum
Baard
Spannum Easterlittens
Mantgum Iens
Kûbaard
Hinnaard Waaksens
Britswert Easterwierrum
Wiuwert
Wommels Itens Easterein
Rien Lytsewierrum
Hidaard
Reahus
1. NOORDELIJKE KWELDERWALLEN EN KWELDERVLAKTE OUDE KLEILANDSCHAP
2. KLEITERPENLANDSCHAP OUDE KLEILANDSCHAP
3. KWELDERWAL LANGS VOORMALIGE MIDDELZEE OUDE KLEILANDSCHAP
4. OUDE ZEEPOLDERS JONGE KLEILANDSCHAP
22
Boazum