Beleidskader participatie Meedoen telt 2025 - digitaal
Tekst van het document
Met deze aanpak zorgen we ervoor dat mensen zich gezien en serieus genomen voelen, en houden we het draagvlak voor sociale voorzieningen. We dragen bovendien (bestuurlijk) actief bij aan landelijke leeragenda van VNG waar gewerkt wordt aan wederkerigheid én een meer menselijke uitvoering van wet- en regelgeving.
We versterken de samenwerking met werkgevers voor een inclusieve arbeidsmarkt Werkgevers spelen een sleutelrol in het halen van onze ambities. We moedigen hen aan om inclusieve werkplekken te creëren en actief mee te denken over de ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We werken samen aan innovatieve oplossingen, zoals leerwerktrajecten en aangepaste functies. Daarmee verlichten we niet alleen de druk op gemeentelijke middelen, maar helpen we ook meer mensen sneller aan passend werk.
29
We bundelen krachten binnen Fryslân Werkt
We investeren in het voorkomen van uitval bij werkenden
Binnen de arbeidsmarktregio Fryslân Werkt bundelen we de krachten van overheid, onderwijs, UWV, sociale ontwikkelbedrijven, sociale partners en SBB. Dit samenwerkingsverband vormt hét centrale aanspreekpunt voor werkzoekenden en werkgevers. Werkzoekenden kunnen hier terecht voor hulp bij het vinden van passend werk, scholingstrajecten en begeleiding. Werkgevers ontvangen ondersteuning bij werving en advies over inclusief werkgeverschap.
Het houden van werk is net zo belangrijk als het vinden ervan. Samen met onze partners zetten we in op preventieve maatregelen om uitval bij werkenden te voorkomen. Dit omvat onder andere het aanbieden van scholing en ontwikkeling via Fryslân Werkt, zodat werknemers zich kunnen aanpassen aan veranderende functie-eisen en technologische ontwikkelingen. Daarnaast werken we aan de lange termijn, een toekomstbestendige en wendbare economie (Beleidskader Economische Ontwikkeling 2023-2030).
Deze integrale aanpak sluit aan bij de landelijke ontwikkeling van Werkcentra in alle arbeidsmarktregio’s en de hervorming van de arbeidsmarkt. Daarbij staat een betere samenwerking tussen publieke partijen en een soepele dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers centraal.
We harmoniseren regionale dienstverlening voor een krachtigere arbeidsmarkt Om zowel inwoners als werkgevers beter van dienst te zijn, werken we nauw samen binnen de regio. We streven naar harmonisatie en vereenvoudiging van onze dienstverlening aan werkgevers, waardoor regionale bemiddeling en matching efficiënter verlopen. Het creëren van één herkenbaar loket, het Regionaal Werkcentrum (RWC), is hierbij een belangrijk speerpunt. Hier kunnen werkzoekenden en werkgevers terecht voor vragen over werk, scholing en ontwikkeling. Ongeacht de gemeente waarin ze zich bevinden.
Als centrumgemeente heeft Leeuwarden een coördinerende rol. We zorgen dat de regionale samenwerking binnen Fryslân Werkt goed is afgestemd op de landelijke koers én aansluit bij de specifieke kenmerken en behoeften van onze regio. (Voorbeeld noordelijke samenwerking)
Het Noorden werkt door
Dit gaan we doen
Het Noorden werkt door is een samenwerking van de arbeidsmarktregio’s Groningen, Drenthe en Friesland voor de herstructurering van de arbeidsmarkt. Mooi werk en geschikt personeel voor iedereen in het noorden. Daar gaat het om bij Het Noorden werkt door, voor werknemers, werkgevers, voor kleine én grote ondernemers. Met advies, ondersteuning en (bij)scholing wordt iedereen geholpen om het juiste werk en personeel te vinden en te houden.
Samenwerking met partners
30
1
We versterken de samenwerking met werkgevers voor een inclusieve arbeidsmarkt
2
We bundelen krachten binnen Fryslân Werkt
3
We investeren in het voorkomen van uitval bij werkenden
4
We harmoniseren regionale dienstverlening voor een krachtigere arbeidsmarkt
3.3 Lobby
3.4 Uitvoeringsprogramma
We merken dat wet- en regelgeving niet altijd aansluiten bij de praktijk van onze inwoners of bij de uitvoering zoals wij die voor ogen hebben. De landelijke kaders bieden ruimte, maar die ruimte is beperkt. Tegelijk willen we het gesprek blijven voeren over wat nodig is voor een meer rechtvaardige, effectieve en uitvoerbare Participatiewet. Daarom zetten we ook actief in op beïnvloeding van beleid op hogere schaalniveaus.
Elke twee jaar maken we een uitvoeringsprogramma. Zo weten we precies wat we gaan doen, met wie we dat doen en hoe we zien of het werkt. Dit is belangrijk, omdat implementatie van de Participatiewet in Balans onze aanpak kan veranderen. Met een tweejaarlijks programma blijven we wendbaar en kunnen we snel inspelen op nieuwe regels.
We voeren gericht lobby voor betere uitvoerbaarheid en meer ruimte voor maatwerk
In grote lijnen beschrijft het programma:
We doen actief mee in landelijke netwerken, zoals de VNG, Divosa en de G40, en trekken samen op met andere Friese gemeenten binnen de arbeidsmarktregio Fryslân Werkt. Zo vragen we blijvend aandacht voor financiële risico’s, pleiten we voor meer ruimte voor maatwerk en zetten we in op meer vertrouwen in de uitvoering.
• We werken evidence based en benaderen inwoners in hun eigen omgeving. Dat betekent: methodes kiezen die bewezen effectief zijn én gesprekken en ondersteuning bieden waar mensen wonen, leren en werken. Niet alleen op het gemeentehuis. We werken het uitvoeringsprogramma uit sámen met inwoners en partners.
• Welke methodes we gebruiken, voor wie en waarom
Een belangrijk onderdeel van onze lobby is de verdeelsystematiek van de BUIGmiddelen. Zowel ambtelijk - via werkgroepen met het ministerie en de VNG - als bestuurlijk blijven we ons hiermee bemoeien. We streven naar een verdeelmodel (als structureel “nadeelgemeente”) dat beter aansluit op de echte samenstelling en ondersteuningsbehoefte van onze doelgroep.
• Hoe we volgen of het goed gaat
• We kiezen duidelijke indicatoren (monitoring). Zo kunnen we snel bijsturen. • Hoe we leren en verbeteren
• We laten zien wat goed ging en wat niet. En we passen onze aanpak daar op aan, zeker als de wetsherziening andere kansen of uitdagingen biedt. Ook in ons uitvoeringsprogramma staan ons mensbeeld én de leidende principes centraal.
Dit gaan we doen Lobby 1
We voeren gericht lobby voor betere uitvoerbaarheid en meer ruimte voor maatwerk
31
Lijn 1
3.5 Overzicht
Focus in de dienstverlening
In de eerdere hoofdstukken staat waar we aan werken. We kiezen bewust voor een brede aanpak, waarbij we investeren in mensen, samenwerking zoeken met werkgevers en partners, en het systeem waarin we werken verbeteren. Hier vatten we deze inzet samen, zodat in één oogopslag duidelijk wordt welke beweging we maken en waar we op in zetten.
1.1
We maken meer impact door gericht in te zetten, we kiezen voor specifieke situaties
1.2
We hanteren verschillende vormen van dienstverlening
1.3
We pakken belemmeringen actief aan
1.4
We helpen mensen vanaf dag één weer op weg
1.5
We sturen op ontwikkeling richting kansrijke sectoren
1.6
We blijven betrokken na uitstroom
1.7
We doen het samen
Lijn 2 Leren en verbeteren van de dienstverlening
32
2.1
We versterken het vakmanschap van onze medewerkers
2.2
We benutten data en digitalisering om slimmer en persoonlijker te werken
2.3
We monitoren resultaten en luisteren naar ervaringen
2.4
We evalueren, delen kennis en verbeteren onze instrumenten
Lijn 3
+
Meer passend werk
Samenwerking met partners
3.1
We zorgen voor meer passende en duurzame werkplekken
1.
We versterken de samenwerking met werkgevers voor een inclusieve arbeidsmarkt
3.2
We bouwen aan doorlopende ontwikkel- en leerlijnen
2.
We bundelen krachten binnen Fryslân Werkt
3.3
We versterken het sociaal ontwikkelbedrijf als plek voor groei en werk
3.
We investeren in het voorkomen van uitval bij werkenden
3.4
We zetten in op basisbanen
4.
3.5
We zetten loonkostensubsidie vaker en doelgericht in
We harmoniseren regionale dienstverlening voor een krachtigere arbeidsmarkt
3.6
We zorgen voor beschut en beschermd werk waar nodig
3.7
We stimuleren deeltijdwerk
3.8
We voeren de Friese eis uit bij onze inkoop
+ Lobby 1.
Lijn 4
We voeren gericht lobby
Zekerheid voor inwoners 4.1
We zorgen voor duidelijke informatie en toegankelijke ondersteuning
4.2
We bieden inkomenszekerheid en financiële rust bij de stap naar werk
4.3
We bouwen aan vertrouwen met menselijke én duidelijke handhaving
+ Uitvoeringsprogramma 1.
33
We werken met een tweejarig uitvoeringsprogramma
4. Monitoring en sturing
Om te weten of we ons doel halen, is het nodig om te monitoren of onze inspanningen bijdragen aan de gewenste maatschappelijke en individuele resultaten. In dit beleidskader kiezen we expliciet voor een bredere kijk op succes: niet alleen het aantal inwoners dat uitstroomt naar werk, maar ook persoonlijke ontwikkeling en participatie tellen mee.
34
Monitoren op outcome in plaats van uitsluitend op output
We brengen de maatschappelijk effect van onze inzet goed in beeld
In de Participatiewet 2015 lag de focus op het aantal mensen dat uitstroomt naar werk of van een uitkering afkomt (zogenoemde output). Deze indicator blijft belangrijk, bijvoorbeeld voor het sturen op de BUIG-uitgaven. Maar de huidige werkelijkheid vraagt om een bredere kijk. Steeds meer inwoners die we ondersteunen, hebben belemmeringen en een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Voor hen is duurzame uitstroom naar betaald werk niet altijd op korte termijn haalbaar. Ook bijdragen aan maatschappelijke participatie of persoonlijke ontwikkeling zijn waardevol. Dat willen we zichtbaar maken.
• Voor de inwoner: in hoeverre helpt onze dienstverlening hen verder? Hoe tevreden zijn zij over de geboden ondersteuning? In hoeverre lukt het om mee te doen, bij te dragen of stappen richting werk te zetten?
Onze dienstverlening is breed: van werk naar werk, of van uitval voorkomen naar behoud van bestaanszekerheid. Dat vraagt om monitoring op verschillende niveaus:
• Voor ons als gemeente: hoeveel mensen maken gebruik van welke instrumenten? Hoe effectief zijn deze? Wat is het rendement van de ingezette middelen, ook in maatschappelijk opzicht?
• Voor het systeem: waar zijn knelpunten in de uitvoering zichtbaar? Hoe kunnen we onze dienstverlening verbeteren of gerichter inzetten?
Daarom richten we onze monitoring in op uitkomst: meetbare en merkbare effecten voor inwoners en de samenleving. Denk aan groei in zelfredzaamheid, het succesvol afronden van ontwikkeltrajecten, deelname aan maatschappelijk nuttige activiteiten of het houden van werk (duurzaamheid). Dit helpt ons om te sturen op wat er echt toe doet in het leven van mensen.
Door inzicht te krijgen in de werkzame bestanddelen van ons instrumentenpalet, kunnen we onderbouwd keuzes maken en continu blijven verbeteren. We zetten in op het ontwikkelen van indicatoren die passen bij dit bredere doel. De onderzoeksresultaten laten we terugkomen in ons tweejaarlijks uitvoeringsprogramma.
We maken werk van beter inzicht in de doelgroep
(Voorbeeld uit de praktijk)
Effectieve ondersteuning begint met weten welke drempels inwoners ervaren. Daarom brengen we in kaart welke praktische, financiële, gezondheids- en taaldrempels er bestaan bij onze doelgroepen. Door gesprekken met inwoners, werkcoaches, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners weten we concreet hóe deze belemmeringen zich uiten. Die kennis gebruiken we om onze dienstverlening scherper te richten op de echte behoeften van inwoners.
Klant Inwoner Model We werken aan een overkoepelend datamodel, het Klant Inwoner Model (KIM). Hier worden alle beschikbare en toepasbare data uit de verschillende applicaties in het Sociaal Domein samengebracht. KIM biedt inzicht in welke inwoners contact hebben met de verschillende teams in het Sociaal Domein van de gemeente Leeuwarden of ondersteuning krijgen van Amaryllis. Hierdoor is te zien welke producten en processen lopen rond de ‘klant-inwoner’.
Monitoring
35
1
We brengen de maatschappelijk effect van onze inzet goed in beeld
2
We maken werk van beter inzicht in de doelgroep
5. Financiën
Een solide financiële basis is nodig voor een uitvoerbaar en realistisch participatiebeleid. Binnen de kaders van deze middelen maken we gerichte keuzes om de inzet op begeleiding, maatwerk, effectiviteit en samenwerking te versterken. Tegelijk blijven we alert op doelmatigheid, zodat we met beperkte middelen zoveel mogelijk inwoners perspectief kunnen bieden.
36
(Bundeling Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten), die via een verdeelmodel over gemeenten wordt verdeeld. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat Leeuwarden voor de BUIG een structureel tekort gemeente is.
Rijksmiddelen en gemeentelijke inzet De gemeente ontvangt de middelen voor de uitvoering van de Participatiewet grotendeels via het cluster participatie van het gemeentefonds. Deze middelen zijn bestemd voor financiering van consulenten, inzet van trajecten, scholing en begeleiding. We zetten dit budget strategisch in op maatwerk. Onder andere via inkoop van dienstverlening, begeleidingstrajecten en innovatieve aanpakken.
Aanvullend maken we waar mogelijk gebruik van middelen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Deze zijn vaak gericht op participatie en inclusie.
Sturing en verantwoording
Ook ontvangt de gemeente, volgens artikel 69 van de Participatiewet, geld voor het betalen van bijstandsuitkeringen. Het betreft de specifieke uitkering voor de BUIG
Elk jaar leggen we via de reguliere planning- en controlcyclus verantwoording af over de besteding van middelen en de bereikte resultaten.
Bedragen x € 1.000 2025
2026
2027
2028
2029
2030
106.257
102.002
101.932
101.870
101.870
101.870
5.589
5.632
5.632
5.632
5.632
5.632
Wsw en beschut werk via Caparis
15.793
15.917
16.206
15.851
15.848
15.848
Personeelsbudgetten uitvoering
7.309
7.479
7.479
7.479
7.479
7.479
Materiële budgetten
3.669
3.143
2.358
2.239
2.239
2.239
138.620
134.176
133.610
133.074
133.071
133.071
Inkomensregelingen Uitkeringen Personeelsbudgetten uitvoering Participatie en beschut werk
Totaal Tabel 1: Begroot, afgeleid van begroting en jaarrekening
37
Bijlagen
Deze bijlage geeft een overzicht van de ontwikkelingen van de bijstand. Met cijfers over onder meer in- en uitstroom, aantallen en trends ontstaat een beter beeld van hoe de opgave zich ontwikkelt.
38
Beeld van de doelgroep Totaal Gemeente Leeuwarden is een groeiende gemeente. Het aantal personen met een uitkering per 1.000 inwoners is de afgelopen jaren gedaald.
Personen met bijstandsuitkeringen - Leeuwarden, per 1.000 inwoners 100 90 82
80 74 70
77
74
69
71
69
63 60
60
60
2023
2024
50 40 30 20 10 0 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
CBS - Re-integratie | 2015 - 2024
39
Bijstandscijfers 2019-2025
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Aantal personen met bijstand
6110
5900
5884
5486
5326
5402
5511
Leeftijd <27
792 (13,0%)
768 (13,0%)
749 (12,7%)
639 (11,6%)
687 (12,9%)
777 (14,4%)
847 (15,4%)
Leeftijd 27-40
1729 (28,3%)
1615 (27,4%)
1616 (27,5%)
1481 (27,0%)
1377 (25,9%)
1425 (26,4%)
1464 (26,6%)
Leeftijd 40-55
2036 (33,3%)
1892 (32,1%)
1867 (31,7%)
1766 (32,2%)
1670 (31,4%)
1609 (29,8%)
1572 (28,5%)
Leeftijd >55
1553 (25,4%)
1625 (27,5%)
1652 (28,1%)
1600 (29,2%)
1592 (29,9%)
1591 (29,5%)
1628 (29,5%)
Gemiddelde leeftijd
43.3
43.8
43.9
44.3
44.4
43.9
43.6
Bijstandsduur <1 jaar
1321 (21,6%)
1416 (24,0%)
1391 (23,6%)
1117 (20,4%)
1109 (20,8%)
1244 (23,0%)
1275 (23,1%)
Bijstandsduur 1-5 jaar
2524 (41,3%)
2149 (36,4%)
2066 (35,1%)
1921 (35,0%)
1761 (33,1%)
1763 (32,6%)
1834 (33,3%)
Bijstandsduur >=5 jaar
2264 (37,1%)
2334 (39,6%)
2427 (41,2%)
2448 (44,6%)
2456 (46,1%)
2395 (44,3%)
2402 (43,6%)
60.1
63.4
65.5
70.7
73.6
73.7
73.6
Gemiddelde bijstandsduur (mnd)
40
Aantal uitkeringen per jaar 6.500
6.110 5.900
6.000
5.884 5.486
5.500
5.326
5.402
5.511
5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 2019
2020
2021
2022
41
2023
2024
2025
42
Tot en met 2023 daalde het aantal uitkeringen in Leeuwarden. De laatste twee jaar zien we een lichte stijging. De stijging komt bij alle leeftijdscategorieën voor, behalve bij de categorie 40 tot 55 jaar. Daar is een daling te zien in het aantal personen met een uitkering. De gemiddelde leeftijd blijft rond de 44 jaar. De gemiddelde tijd die personen in een uitkering zitten is de laatste paar jaar stabiel na een groei van gemiddeld 5 naar 6 jaren.
43
Ontwikkeling leeftijdsopbouw
Aantal uitkeringen per leeftijdsgroep tot 27 jaar
27 tot 40 jaar
40 tot 55 jaar
55 jaar en ouder
2.000
1.500
1.000
500
0 2019
2020
2021
2022
2023
55+ toont een lichte stijging, terwijl het totale bestand afneemt. Daarnaast valt op dat de groep tussen 40 en 55 jaar oud sneller krimpt dan gemiddeld. Hierdoor groeit de groep 55+ in de komende jaren misschien minder dan dat er door de vergrijzende samenleving verwacht mag worden.
44
2024
2025
Leeftijdsverdeling tot 27 jaar
27 tot 40 jaar
40 tot 55 jaar
27 tot 40 jaar
100%
25,4%
29,5%
80%
60%
33,3%
28,5%
40%
28,3%
26,6%
13%
15,4%
2019
2025
20%
0%
45
Ontwikkeling bijstandsduur
De afname in aantal bijstandsuitkeringen gebeurt vooral bij de middellange uitkeringen.
46
47
48
Ontwikkeling aandachtsgroepen Ontwikkeling samenstelling huishoudens
49
Huishoudens met kinderen Alleenstaande ouder
Echtpaar met kinderen
1.200 1.100 1.000
19,6% 21,7%
900
24,4%
22,8%
25%
23,4%
23,1%
76,6%
76,9%
75%
2022
2023
2024
800 700
De huishoudsituatie is al jaren stabiel. Het aantal echtparen neemt heel langzaam af en heeft vaker kinderen. Bij de alleenstaanden zien we een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen. Als het om een alleenstaande ouder gaat, betreft het bijna altijd een vrouw. Hieronder dezelfde grafieken maar dan alleen voor jongeren (tot 27 jaar).
600 500 80,4% 400
78,3%
77,2%
2020
2021
75,6%
300 200 100 0 2019
50
2025
Ontwikkeling aandeel jongeren (tot 27 jaar) Huishoudsituatie tot 27 jaar Alleenstaande
Alleenstaande ouder
Echtpaar
Echtpaar met kinderen
Overig/onbekend
800 2,5%
700
600
2,4% 2,5%
16%
2,5% 2,5%
16%
12,9% 2,5%
11,6%
12,3% 12,7% 12,1%
500
400
300
78,8%
78,9%
85,8%
83,8% 85,3%
83,8%
84,3%
200
100
0 2019
2020
2021
2022
51
2023
2024
2025
52
Ontwikkeling aandeel statushouders Statushouders zijn asielmigranten die een verblijfsvergunning hebben gekregen. De groep inburgeraars is hier een deelverzameling van. Niet alle statushouders zijn namelijk inburgeringsplichtig en zodra een inburgeraar het inburgeringstraject heeft afgerond, blijft deze persoon doorgaans nog een aantal jaren statushouder.
53
Statushouders korter dan 1 jaar
langer dan 5 jaar
tussen de 1 en 5 jaar
800
13,5%
700
600 15,9% 500
47,2% 18,6%
400
39,6%
21,4% 20,7% 24,1%
300
23,3%
42,1% 34,8%
200
46,2%
39,8%
38,7% 44,5%
100 33,1%
36,1%
38,1%
2019
2020
2021
43,8%
39,3%
2022
2023
39,4%
0
54
2024
2025
Ontwikkeling in- en uitstroom De verhouding tussen instromers en her-instromers (binnen een half jaar na beëindiging vorige uitkering) is redelijk stabiel, met een kleine uitschieter in 2023. In dat jaar lag het aantal her-instromers in verhouding wat hoger. Dat is ook terug te zien in de absolute aantallen.
55
56
57
58
Belemmeringen
59
60
Literatuur In dit beleidskader wordt gebruik gemaakt van diverse literatuur om de besproken onderwerpen te onderbouwen en te verhelderen. Om de leesbaarheid te bevorderen, zijn verwijzingen naar deze bronnen niet in de hoofdtekst opgenomen, maar zijn ze verzameld in deze bijlage. • Berenschot (2024) Rapport MKBA Loonkostensubsidie
• Fries Sociaal Planbureau (2022) Economische veerkracht van Fryslân
• Gemeente Leeuwarden (2021) Programma stedelijke vernieuwing Leeuwarden Oost • Gemeente Leeuwarden (2022) Visie armoede en schuldhulp
• Gemeente Leeuwarden (2023) Beleidskader economische ontwikkeling 2023-2030 • Gemeente Leeuwarden (2024) Samen gezond
• Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024) Probleemanalyse Participatiewet
• NHL Stenden (2025) De meerwaarde van basisbanen in de gemeente Leeuwarden
• Planbureau Fryslân (2023) Ervaringen van jongeren in Leeuwarden Oost met werken en bijstand • Planbureau Fryslân (2023) Wonen en werken in het noorden • Planbureau Fryslân (2023) Fries geluk staat onder druk
• Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2021) Machtige mensbeelden
• Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2024) Van overleven naar bloeien
• SER Noord Nederland (2025) Bouwen aan bestaanszekerheid: werk voor asielzoekers en statushouders op de Noordelijke arbeidsmarkt • Sociaal Cultureel Planbureau (2022) Mensbeelden bij beleid
• Sociaal en Cultureel Planbureau (2023) Een brede blik op de bijstand
• Sociaal en Cultureel Planbureau (2024) Eigen regie of een duurzame arbeidsmarkt • Sociaal en Cultureel Planbureau (2024) Vertrouwen in de bijstand • Sociaal en Cultureel Planbureau (2024) Wie wil moet het kunnen
• VNG (2024) Richtinggevend kader: toegang, lokale teams en integrale dienstverlening
• Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2023) Gripdenken, het maatschappelijk belang van persoonlijke controle
• Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024) Gripdenken, van eigen verantwoordelijkheid naar gedeelde verantwoordelijkheid
61
63