Beleidskader Mobiliteit
Tekst van het document
Beleidskader Mobiliteit 2040
Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
1
Colofon Gemeente Leeuwarden Beleidskader Mobiliteit 2040 16 juli 2024 Kernteam: Sander de Schiffart, Jaap Ridder, Hayo van der Meer (gemeente Leeuwarden), Christiaan Kwantes, Johan V. Munsterman, Lucas Vlot, Max Nagtegaal, Simon Bleijenberg (Goudappel) Deze publicatie is opgesteld door Goudappel. Niets uit deze rapportage mag worden overgenomen zonder bronvermelding. Eventuele rechthebbenden op gebruikt beeldmateriaal kunnen contact opnemen met Goudappel. Bron kaartmateriaal pagina's 49, 50, 51, 52, 53, en 54: OpenStreetMap – www.openstreetmap.org/copyright
2
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Inhoud 1.
Inleiding: een nieuw Beleidskader Mobiliteit
4
2.
Ambitie: leefkwaliteit voor iedereen
10
3.
Wat gebeurt er als we niet bijsturen?
15
4.
Hoofdprincipes voor het nieuwe mobiliteitsbeleid
20
5.
De hoofdprincipes vertaald naar Mobiliteitsnetwerken 2040
32
6.
Mogelijke uitwerking in sfeerbeelden
48
7.
Hoe verder: Vervolgagenda
55
8.
Bijlagen
58
Bijlage 1: overzicht participatie59 Bijlage 2: voorzet voor beleidsuitwerking60 Bijlage 3: basis voor monitoringsplan61
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
3
1. Inleiding: een nieuw Beleidskader Mobiliteit 4
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Nieuw gemeentelijk mobiliteitsbeleid richting 2040 De gemeente Leeuwarden is in verandering. Tot 2050 komen er minimaal 10% meer inwoners bij, vooral in de stad. Maar ook grote maatschappelijke opgaven worden steeds belangrijker, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, leefkwaliteit en zorgen dat iedereen mee kan komen. Alle ontwikkelingen vragen om duidelijke keuzes, ook op het gebied van mobiliteit. Dit Beleidskader Mobiliteit legt de hoofdlijnen vast van ons mobiliteitsbeleid richting 2040. Het vormt de mobiliteitsuitwerking van de Omgevingsvisie.
Mobiliteitsbeleid als uitwerking van de Omgevingsvisie Binnen ons beleid speelt het mobiliteitsdomein een cruciale rol, omdat die nauw verweven is met de principes uit in de Omgevingsvisie. Het Beleidskader Mobiliteit sluit aan op de Omgevingsvisie met: • Vergroenen: emissievrij, circulair, adaptatie, bodem- en watersysteem zijn leidend. • Verbinden: fysieke verbindingen helpen mensen om elkaar te ontmoeten en nodigen uit om gezond te bewegen. Infrastructuur draagt de duurzame ontwikkeling van de gemeente. • Verwaarden: Waarde toevoegen vanuit ‘brede welvaart’, voorrang voor binnenstedelijke ontwikkeling met functiemenging.
Omgevingsvisie
Vastgesteld door gemeenteraad
Beleidskader uitwerking thema
Vastgesteld door gemeenteraad
Herkenningspunten in Leeuwarden
Uitvoerings programma
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Vastgesteld door college
5
Mobiliteitsbeleid gaat over de lange én de korte termijn Het is verleidelijk om bij mobiliteitsbeleid te kiezen voor pragmatische, kleinere verkeersoplossingen. Het Beleidskader Mobiliteit richt zich op de wat langere periode tot 2040. Immers: infrastructuur ligt vaak voor een langere periode vast, dus het is zaak om tijdig te plannen voor de lange termijn vanuit een heldere visie. Door te werken vanuit een overkoepelende visie, zorgen we ervoor dat korte termijn ingrepen optimaal passen binnen de gewenste lange termijn toekomst. Dit is ook nuttig bij ‘werk met werk’: straten moeten regelmatig ‘op de kop’ voor regulier onderhoud, en het beleidskader geeft een kans om straten dan gelijk zo in te richten dat de inrichting past bij het lange termijn wensbeeld.
Andere tijden vragen ook ander mobiliteitsbeleid Hoe gemeenten er uit zien en hoe ze functioneren verandert door de tijd. Dan gaat het ook over mobiliteitsbeleid. Dit heeft er mee te maken dat behoeften van mensen veranderen. Dit geldt ook voor de gemeente Leeuwarden. Zo was het Wilhelminaplein in de 18de eeuw een plek voor verblijven, maar halverwege de 20ste eeuw werd het gebruikt als parkeerplein voor auto’s. Tegenwoordig is het Wilhelminaplein weer een plek voor verblijven. Les is, dat met nieuw mobiliteitsbeleid ook nieuwe accenten nodig zijn.
6
1900
1950
2023
Inspelen op maatschappelijke trends Het mobiliteitsbeleid houdt rekening met diverse ontwikkelingen: • Noodzaak van minder CO2-uitstoot en toewerken naar klimaatadaptitiveit (vergroening van openbare ruimte) • Opvangen van de woningbouwopgave, vooral in stedelijke gebieden, rekening houden met groei van kleinere huishoudens • De samenleving stelt steeds hogere eisen aan de leefkwaliteit, denk hierbij aan meer 30 km/u omwille van veiligheid • Bijdragen aan kansengelijkheid, zodat iedereen mee kan doen. • Faciliteren van opkomende (elektrische) mobiliteitsinnovaties
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Mobiliteitsbeleid gericht op synergie-effect (win-win) Ons mobiliteitsbeleid richt zich op win-wineffecten van mobiliteit en de verdere stedelijke ontwikkeling: • Samenhang binnen vervoerswijzen, zorgen o.a. dat er een logisch en samenhangend mobiliteitsnetwerk ontstaat en o.a. dat verkeersingrepen op plek A niet leiden tot problemen elders • Samenhang tussen vervoerswijzen: hoofdstructuren voor lopen, fietsen, OV, auto en logistiek integraal ontwerpen, zodat ze geen last van elkaar hebben en elkaar in de gemeente juist versterken in complementaire kwaliteiten (wisselwerking)1. • Prioriteit voor mobiliteitsingrepen die zorgen voor een goede bereikbaarheid maar die ook tegelijk bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving, een toegankelijke gemeente, minder CO2uitstoot, veiliger verkeer, slimmer en efficiënter ruimtegebruik en betere verbondenheid van stad, wijken en dorpen
frequentieverhoging van de treinen tussen Leeuwarden en Groningen, het eventueel doortrekken van een deel van de treinen vanuit Groningen richting Heerenveen, de realisatie van station Leeuwarden Werpsterhoeke en de Lelylijn.
Station Leeuwarden en werkzaamheden aan het spoor
Ambities vastleggen van gemeente overstijgende dossiers Verder beschrijven we in het Beleidskader welke lange termijnambities we hebben ten aanzien van bovengemeentelijke mobiliteitsdossiers. Dan gaat het om inbreng vanuit de gemeente richting de provincie als vervoersautoriteit over het borgen van hoogwaardige OV-voorzieningen in onze gemeente. Maar het gaat ook over hoe de gemeente wil aansluiten op nationale en landsdelige ambities, zoals de
1
Soms kunnen verbeteringen voor wandel/fiets ook betekenen dat het autoverkeer iets langer moet wachten op drukke momenten. Ook dat helpt mensen om hun mobiliteitskeuzes te heroverwegen
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
7
Een beleidskader vóór en dóór de hele gemeente Wij vinden het belangrijk om bewoners, ondernemers, andere belanghebbenden, buurgemeenten en de provincie zo goed mogelijk te betrekken bij de totstandkoming van het Beleidskader Mobiliteit. In de samenleving zit veel kennis die we maximaal willen inzetten. Dan gaat het zowel om inbreng vanuit stad Leeuwarden, als vanuit de dorpen en het buitengebied. We hebben allerlei bijeenkomsten gehouden om samen na te denken over het Beleidskader Mobiliteit2. Daarnaast hebben ruim 1.000 huishoudens hun mening gegeven in een gemeente brede enquête.
Inwoners tijdens de mobiliteit cafés
Duurzaam mobiliteitsplan: verplichting van de Europese Unie Per 1 januari 2027 zijn alle grote steden in de Europese Unie verplicht op een Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP) op te stellen. Ook de gemeente Leeuwarden hoort bij dit rijtje. De Europese Unie stelt ook inhoudelijke eisen aan zo’n SUMP. Deze zijn vastgelegd in de Europese SUMP-richtlijnen. Dan gaat het o.a. om dat het plan moet zijn gericht op verduurzaming van de mobiliteit. Ook moet de gemeente haar plan afstemmen met andere overheden. Verder moeten de bevolking en andere belanghebbenden worden betrokken. Het SUMP moet zich richten op alle vervoerwijzen. Met dit plan voldoen wij aan de normen van de SUMP, wat ook van invloed kan zijn voor het in aanmerking komen van Europese subsidies op het gebied van mobiliteit en infrastructuur.
Hoe verder na het Beleidskader Mobiliteit? Na vaststelling van dit Beleidskader Mobiliteit door de gemeenteraad stelt het College van B&W een Uitvoeringsprogramma op met concrete mobiliteitsmaatregelen, inclusief fasering en financiële onderbouwing. Vervolgens kan de gemeenteraad deze fasering beïnvloeden bij het vaststellen van de gemeentelijke begroting(en). 2
8
Zie ook bladzijde 12 en bijlage 1
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de doelen van het mobiliteitssysteem van de gemeente uitgelegd. Hoofdstuk 3 beschrijft wat er gebeurt als de gemeente geen keuzes maakt in het mobiliteitsbeleid. In hoofdstuk 4 worden zeven hoofdprincipes van het nieuwe beleid toegelicht, met in hoofdstuk 5 de principes vertaald naar Mobiliteitsnetwerken 2040. In hoofdstuk 6 enkele uitwerkingsvoorbeelden. Hoofdstuk 7 vormt de uitwerkingsagenda voor vervolg.
Overzichtskaart van de gemeente Leeuwarden
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
9
2. Ambitie: leefkwaliteit voor iedereen 10
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Maatschappelijke doelen centraal
Naar nieuwe logica: leefkwaliteit centraal
In het verlengde van de Omgevingsvisie en o.a. Deltaplan Noord Nederland komen in het mobiliteitsbeleid van de gemeente de hogere maatschappelijke doelen centraal te staan. Het mobiliteitsbeleid moet als een sleutel passen op deze doelen: • Gezonde fysieke leefomgeving • Minder CO2-uitstoot door mobiliteit • Veiliger verkeer • Slimmer en efficiënter ruimtegebruik • Stad, wijken en dorpen beter verbonden
In het verleden was het mobiliteitsbeleid gericht op doorstroming: hoe komen we zo snel mogelijk van A naar B. Maar als samenleving stellen we steeds hogere eisen aan de leefkwaliteit en duurzaamheid van onze leefomgeving. En mobiliteit speelt hierin een sleutelrol. Daarom maken we nieuwe keuzes in het mobiliteitsbeleid. Het centraal stellen van leefkwaliteit en duurzaamheid ondersteunt ook economische vitaliteit: de verblijfskwaliteit wordt beter, waardoor de gemeente ook aantrekkelijker wordt voor inwoners en bezoekers. Ook daarom is het verstandig hierin te investeren.
Gezonde fysieke leefomgeving voor iedereen We willen onze inwoners een fysiek en mentale gezonde leefomgeving aanbieden. Voor mobiliteit gaat het dan om het verminderen van stikstof-, fijnstof- en geluidsuitstoot. Maar het gaat ook over het
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
11
ondersteunen van een gezonde leefstijl, door het aanbieden van veilige en uitnodigende wandel- en fietsverbindingen. Dit vermindert het risico op hart- en vaatziekten, diabetes, obesitas en stress3. Maar het gaat er ook om te helpen dat alle doelgroepen zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving: ook kinderen, ouderen en mensen met een beperking, zoals mensen met rolstoel, scootmobiel of andere hulpmiddelen.
uitstoot op het gebied van mobiliteit door: • Verminderen en verkorten van mobiliteit (o.a. door nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te plannen nabij winkels en OV) • Veranderen van vervoerwijzen (o.a. stimuleren van emissievrije vervoerwijzen: lopen, fietsen, OV) • Verschonen van fossiele mobiliteit (o.a. stimuleren van emissievrije auto’s, aanbieden van laadvoorzieningen)
Kwetsbare verkeersdeelnemers
Minder CO2-uitstoot door mobiliteit
Veiliger verkeer voor iedereen
Mobiliteit is nu goed voor circa 30% van de totale CO2-uitstoot van de gemeente. In overeenstemming met internationale klimaatafspraken, waaronder het Akkoord van Parijs (2015) en het Nederlandse Klimaatakkoord (2019), streven wij in de Leeuwarder Energieagenda naar 49% CO2-reductie in 2030 en fossielvrij in 2050. De gemeente zet er op in om in 2040 te komen tot een reductie van 60% van de CO2-
Verkeersongevallen brengen veel leed in de samenleving. Wij werken toe naar nul verkeersslachtoffers in 2050. Hiermee sluiten wij aan op het landelijk vastgestelde Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). Speciale aandacht is nodig voor een veilige en prettige situatie voor kinderen, ouderen en mensen met een beperking. Als het verkeer veilig is voor deze doelgroepen, is het veilig voor iedereen.
3
12
Beweegrichtlijnen 2017 door de Gezondheidsraad (2017)
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Slimmer en efficiënter ruimtegebruik: klimaatadaptatie Mobiliteit is onlosmakelijk verbonden met ruimtelijke vraagstukken. De transformatie van verharde wegen naar groen speelt een cruciale rol in het opvangen van intense regenval en het verminderen van hittestress. Dit sluit aan bij de doelstellingen van het programma 'Volhoudbaar', waarbij in de ‘Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie’ tot 2035 wordt ingezet op het realiseren van 65.000 m³ aan waterberging en waterafvoersystemen en het realiseren van schaduwplekken rondom 50 warme gebieden.
30 km/u als nieuwe standaard Het college heeft - als uitwerking van de motie - onderzocht welke wegen binnen de bebouwde kom in aanmerking komen voor max 30km per uur. In lijn met het voornemen van vele andere gemeenten in Nederland wordt voorgesteld om ook in de gemeente Leeuwarden in de toekomst daarom de norm van 30km per uur binnen de bebouwde kom als uitgangspunt te hanteren. De stadsring, invalswegen met gescheiden fietspaden en bedrijventerreinen met gescheiden fietspaden vormen daarop echter een uitzondering en blijven 50 km per uur.
Klimaat robuuste inrichting
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
13
Slimmer en efficiënter ruimtegebruik: ruimte voor inbreiding We hebben gekozen voor de bouw van tweederde van de nieuwe woningen binnen bestaand bebouwd gebied. Om dit doel te halen zetten we in op ruimte-efficiënte vormen van mobiliteit zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer. Deze dragen niet alleen bij aan een leefbare (stads)omgeving, maar zijn ook ondersteunend aan de klimaatadaptatiedoelen van de stad.
Stad, wijken en dorpen beter verbonden De gemeente is heel divers: een deel van de bevolking woont in één van de grote of kleine dorpen. Uit onderzoek van DataFryslân4 blijkt dat circa 1 op 12 huishoudens in Fryslân een hoog risico heeft op vervoersarmoede. Daarom is het juist voor deze inwoners belangrijk om goede verbindingen te hebben naar alle voorzieningen: onderwijs, zorg, winkels, cultuur en werk. Ook als mensen geen beschikking hebben over een auto. Het aanbieden van goede fiets-, OV- en wandelvoorzieningen en deelmobiliteit draagt er aan bij, dat iedereen volwaardig mee kan doen aan de samenleving.
Veranderende bevolkingssamenstelling Analyses van het CBS en Planbureau Fryslân* laten zien dat ook in Fryslân het aantal ouderen toeneemt. Dit betekent ook iets voor inrichting van straten: denk aan extra comfortabele wandelvoorzieningen die ook geschikt zijn voor ouderen. *
4
14
Fluchskrift ‘Vergrijzing in Fryslân’ door het Fries Sociaal Planbureau (2016)
Ferfiersearmoed YN Fryslân: WA en WêR? (2022)
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
3. Wat gebeurt er als we niet bijsturen? Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
15
Zonder beleid minder inbreiding, vergroening en leefkwaliteit Er is onderzocht met het verkeersmodel wat er richting 2040 zou gebeuren zonder nieuw mobiliteitsbeleid. Hierbij is rekening gehouden met de verdere ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente Leeuwarden tot 2040. Vooral in de stad Leeuwarden dreigt dan een grote toename van het autoverkeer. Dit komt bovenop de hoeveelheid doorgaand verkeer door de stad: nu al rijdt veel autoverkeer over de parkeerring zonder herkomst of bestemming in en rond de binnenstad.
Zonder aanvullend beleid zou dit alles ertoe leiden dat de milieusituatie, oversteekbaarheid en veiligheid verder verslechteren. Dat is niet acceptabel. Ook staat verkeersgroei haaks op de ambitie om de openbare ruimte te vergroenen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals Spoordok zijn niet mogelijk zonder aanvullend mobiliteitsbeleid.
Potentie voor verduurzaming mobiliteit Ongeveer tweederde van alle mobiliteit in de gemeente Leeuwarden vindt plaats op afstanden korter dan 15 km. Hierbinnen is het autogebruik voor afstanden tot 15 km hoger dan in vergelijkbare steden. Het fietsgebruik, dat traditioneel een sterk punt is in Nederlandse steden, ligt in Leeuwarden circa 4% lager dan in referentiesteden.
Vervoerwijzeverdeling verplaatsingen tot 15 km (Leeuwarden) Indicatieve verkeerstoename bij ongewijzigd beleid volgens verkeersmodel 2019-2040 (procentueel etmaal)
16
*
Vervoerwijzeverdeling verplaatsingen tot 15 km (benchmark*)
gemeenten Alkmaar, Assen, Deventer, Emmen, Enschede, Groningen, Hoorn, Lelystad, Tilburg, Zwolle
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Voorgaande wijst erop dat er binnen de gemeente Leeuwarden potentieel is voor verduurzaming van de mobiliteit, door de fiets te stimuleren als alternatief voor autogebruik. Ook de opkomst van de elektrische fiets biedt veel potentieel om autoritten te vervangen op iets langere afstanden.
Ca. tweederde van alle ritten is korter dan 15 km (horizontale as). Maar ook daar wordt veel de auto (groen) gebruikt, terwijl deze afstanden geschikt zijn voor de (elektrische) fiets (blauw)5
5
Bronnen: CBS-cijfers op basis van landelijk OViN/ODiN-onderzoek en ‘Fietsfeiten; nieuwe inzichten’ door het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2020
Verkeersveiligheid in gemeente Leeuwarden neemt af De afgelopen 10 jaar is de daling in het aantal verkeersslachtoffers in de gemeente Leeuwarden gestagneerd en stijgt de verkeersonveiligheid weer. Dit staat haaks op de doelen van het mobiliteitsbeleid. De meeste ongevallen vonden plaats op 50 km/uwegen. De meeste slachtoffers vielen onder de fietsers6. Dit sluit aan op nationale cijfers, waaruit blijkt dat actieve vervoerwijzen vaak slachtoffer zijn bij ongevallen waarbij gemotoriseerd verkeer betrokken is7.
Ontwikkeling aantal verkeersslachtoffers 2014-2023
6 7
Bron: ‘Risicoanalyse gemeente Leeuwarden’ (Anteagroup, 2022) Bron: De Correspondent, 12 februari 2019, gebaseerd op landelijke statistieken van SWOV
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
17
Aandacht nodig voor ontplooingsmogelijkheden van mensen Mobiliteit gaat ook over hoe gemakkelijk mensen basisscholen, huisartsen en supermarkten kunnen bereiken. In het buitengebied zijn veel mensen afhankelijk van de voorzieningen in de stad Leeuwarden. Hier zijn goede verbindingen met de stad onmisbaar. In de stad moeten mensen in een aantal gevallen de drukke stadsring of drukke invalswegen oversteken, omdat veel voorzieningen net ‘aan de overkant’ liggen (supermarkten in Oud Oost, basisscholen en huisartsen in Vogelwijk en Transvaalwijk). Dit stelt eisen aan een prettige oversteekbaarheid van de stadsring en invalswegen.
Voorbeelden van vergroening in stadscentra
Gebruik parkeergarages 800
Onderbenutte potenties voor vergroenen openbare ruimte Uit een analyse van bezettingscijfers van pakeergarages uit 2023 blijkt dat de binnenstadsparkeergarages samen een overcapaciteit hebben. Zelfs op piekmomenten (drukste uur op zaterdagen) hebben garages zoals Hoeksterend, Klanderij en Oosterstraat voldoende restcapaciteit om circa de helft van alle straatparkeren op te vangen. Dit geeft de mogelijkheid om een groot deel van de 900 straatparkeerplaatsen (gefaseerd) te benutten voor vergroening, fietsenstalling, terras of wandelruimte. Minder- valideparkeren en (kort) laden en lossen blijven wel op straat mogelijk.
18
Capaciteit Gebruik op piekmoment
700 600 500 400 300 200 100 0
Zaailand
Oldehove
Hoeksterend
capaciteit
Klanderij
Oosterstraat
bezetting
Een deel van het huidige betaalde straatparkeren kan een plek krijgen op vrije plekken in de binnenstadsgarages, ook op piekmomenten (cijfers uit de parkeermonitor, gemiddelde piekmoment gedurende kwartaal 4, 2023)
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Inwoners willen meer veiligheid en leefkwaliteit Naast cijfermatige trends is er ook gekeken naar wat onze inwoners belangrijk vinden. In mei en juni 2023 hebben ruim 1.000 huishoudens in de gemeente meegedaan aan een enquête over het mobiliteitsbeleid. Inwoners zijn actief benaderd via huis-aan-huisbladen en sociale media. De gemeente heeft aan de deelnemers gevraagd hoe belangrijk zij bepaalde thema's rondom mobiliteit vinden en hoe zij de huidige kwaliteit ervan ervaren. Uit de enquête bleken veiliger verkeer, betere wandelen fietskwaliteit en een verbeterde leefkwaliteit de belangrijkste speerpunten. Deze thema's werden als het meest belangrijk beschouwd door de respondenten, die ook aangaven een groot verschil te zien tussen het belang dat ze hechten aan deze thema's en hoe zij de huidige kwaliteit ervaren.
Daarnaast hebben de mensen ruim 2.000 locaties binnen de gemeente aangewezen waar ze zich zorgen over maken. Omdat de meeste mensen in of rond Stiens, Grou en de stad Leeuwarden wonen, zijn hier ook de meeste locaties aangewezen. In Stiens willen mensen vooral meer verblijfskwaliteit in het centrum. In Grou zijn er zorgen over de Stationsweg (oversteekbaarheid rotonde) en de onduidelijke parkeersituatie in het centrum. In de stad Leeuwarden maken mensen zich zorgen over de veiligheid rondom de Stationsweg en het Zuiderplein, de omgeving bij de Centrale en de oversteekbaarheid van de stadsring. In november 2023 heeft de gemeente in Stiens, Leeuwarden en Grou avonden georganiseerd over de concept mobiliteitsprincipes. Hieruit volgde opnieuw een bevestiging van de koers.
Knelpunten Grou
Knelpunten Stiens
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Knelpunten Leeuwarden
19
4. Hoofdprincipes voor het nieuwe mobiliteitsbeleid 20
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Zeven mobiliteitsprincipes gericht op leefkwaliteit Wij hanteren zeven hoofdprincipes bij het nieuwe mobiliteitsbeleid. In de gebiedsontwikkelingen en het uitvoeringsprogramma met bijbehorende mobiliteitsingrepen moeten de principes altijd terugkomen. De principes volgen uit hoofdstuk 3 en vormen in feite de mobiliteitsuitwerking van de waarden uit de Omgevingsvisie: • Vergroenen: voor mobiliteit gaat het om stimuleren van energievriendelijk emissievrije mobiliteit. Maar ook om extra ruimte vrijspelen voor klimaatadaptief groen. • Verbinden: voor mobiliteit gaat het om te zorgen voor zulke mobiliteitsverbindingen dat alle soorten doelgroepen volwaardig mee kunnen doen. Ook als ze geen auto hebben en/of in het buitengebied wonen.
•
Verwaarden: voor mobiliteit gaat het niet alleen om doorstroming, maar om brede welvaart. Dus ook o.a. sociale inclusie, economische vitaliteit en gezondheid.
De principes versterken elkaar onderling De mobiliteitsprincipes zijn het meest effectief als ze gecombineerd worden ingezet: bijvoorbeeld principe 3 (fijnmazig lopen en fietsen) werkt pas echt dankzij principe 4 (oversteekbare stadsring). En principe 5 (lopen op 1 in de binnenstad) wordt krachtiger in combinatie met principe 6 (groene binnenstad). Principe 1 (kiezen voor inbreiding) is alleen mogelijk met principe 3 (voorrang voor lopen en fietsen).
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
21
Vergroenen
1
Verbinden
Verwaarden
Verkeersstromen zijn altijd afgeleid van de ruimtelijke inrichting. Immers: mensen reizen, omdat woningen op plek A zijn gepland en de school op plek B. Daarom is ruimtelijke ordening van functies de beste manier van duurzaam mobiliteitsbeleid. Leeuwarden kiest voor een focus op ruimtelijke inbreiding binnen bestaand bewoond gebied, boven een focus op uitleglocaties buiten bewoond gebied. De praktijk in Nederland wijst uit dat dit ook zorgt voor minder autoverkeer en meer lopen, fietsen en OV-gebruik.
Ruimtelijke inbreiding binnen bewoond gebied helpt duurzame mobiliteit
Wij kiezen voor ruimtelijke inbreiding, door slimme verdichting creëren we een compacte stad en dorpen. Inbreiding is ook de beste vorm van duurzaam mobiliteitsbeleid. In o.a. Spoordok bereiken toekomstige gebruikers hun bestemmingen veelal te voet of te fiets. Hoge dichtheden maken beter OV en deelmobiliteit mogelijk. Inbreiding is duurzaam en sociaal inclusief, omdat mensen minder autoafhankelijk worden en er minder autoparkeren nodig is. Ruimtelijke inbreiding helpt ook om het grotere mobiliteitssysteem te verbeteren: bijvoorbeeld nieuwe fietsverbindingen naar een nieuwe stadswijk kunnen tegelijk het grotere gemeentelijk fietsnetwerk verbeteren.
Daarnaast heeft ruimtelijke inbreiding als voordeel dat bestaande voorzieningen en infrastructuur in bestaand bewoond gebiedoptimaal worden benut, en dat er minder aparte ontsluitingsstructuren nodig zijnzoals bij uitleglocaties.
Verschil uitleg en inbreiding (voorbeeld IJburg resp. Funenpark in Amsterdam)
22
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Vergroenen
2
Verbinden
Verwaarden
Elk dorp verbonden met (door)fietsroute, regionaal OV, en P&R-stadsrandhubs
Inwoners in het buitengebied krijgen optimale keuzevrijheid om naar de voorzieningen in het stedelijk gebied te reizen. Elk dorp krijgt een comfortabele en veilige regionale doorfietsroute naar de regionale voorzieningencentra als Grou, Stiens en Leeuwarden.waar de meeste regionale voorzieningen liggen. Met de provincie zetten wij in op intensivering van het OV. Voor mensen die afhankelijk zijn van de auto, krijgt de stad Leeuwarden nieuwe P&R-stadsrandhubs (eerst Swettehûs nabij de Haak en station Werpsterhoeke). Daarnaast kunnen mensen parkeren in de garages bij de binnenstad, met prettige wandelroutes naar de eindbestemming.
Overstap op OV in regio
Binnenstad
Het tweede mobiliteitsprincipe komt voort uit de eigenschappen van de gemeente: een groot buitengebied met dorpen, enkele regionale voorzieningencentra als Grou en Stiens én de stad Leeuwarden met de meeste regionale voorzieningen: onderwijs, zorg, werk, regionale winkelvoorzieningen Omwille van sociale inclusie is het wenselijk om te streven naar een samenleving waar iedereen kan deelnemen, ook degenen zonder auto. Naast het regionaal OV biedt de e-fiets nieuwe kansen om ook mensen in het buitengebied keuzevrijheid te geven in het reizen. Regionale doorfietsroutes maken dit mogelijk: een stervormig netwerk van aantrekkelijke, brede en comfortabele fietsroutes vanuit het buitengebied naar de regiovoorzieningen. De hierbij passende infrastructuur is naast e-fietsen ook geschikt voor invalidevoertuigen. Het regionale openbaar vervoer wordt niet alleen op peil gehouden, maar ook versterkt, met name door de kansen die een nieuwe concessie biedt. Automobilisten krijgen óók meer keuzevrijheid: of goedkoop parkeren in P&R-stadsrandhubs8 in combinatie met deelfiets of OV voor ‘de last mile’ of iets duurder in de binnenstadsgarages. Zo wordt iedereen geholpen om mee te doen in de samenleving, ook als mensen geen auto hebben.
8
P&R-stadsrand hub
Mobiliteitshubs zijn overstappunten tussen verschillende vervoerwijzen. In de gemeente Leeuwarden wordt gesproken over P&R-stadsrandhubs voor bezoekers en wijk- en buurthubs die meer in bewoond gebied liggen voor bewoners. De binnenstadsgarages zouden ook binnenstadshubs genoemd worden.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
23
Vergroenen
3
Verbinden
Verwaarden
30 km/u in bewoond gebied, primaat voor fijnmazig lopen en fietsen
Lopen en fietsen worden de hoofdvervoerwijzen in de bebouwde kom. Op enkelstrookrotondes in bewoond gebied krijgen wandelaars en fietsers voorrang. Uitgezonderd enkele hoofdwegen zoals de stadsring en invalswegen, wordt overal 30 km/u de nieuwe standaard. Dit draagt bij aan de verkeersveiligheid voor iedereen. Mensen krijgen keuzevrijheid in routes dankzij fijnmazige netwerken. Waar nodig worden missing links opgeheven door nieuwe passages om barrières te slechten. Dit alles stimuleert gezonde en duurzame actieve mobiliteit en OV en minder autoverkeer (modal shift).
Om wandelaars en fietsers9 de hoofdgebruikers te maken, zet de gemeente in op fijnmazige en doorlopende netwerken met minimale fysieke barrières en zo veel mogelijk voorrang. Hierbij gaat het om fijnmazige en complete netwerken met een ideale maaswijdte voor wandelaars van 50-100 m en voor de fiets 300-500 m210. Bij het verder verfijnen van de maaswijdte moet prioriteit liggen op de schakels met de meeste toegevoegde waarde. In hoofdstuk 5 is dit verder uitgewerkt. Fijnmazige netwerken geven gebruikers meer routekeuzevrijheid en comfort op weg naar hun bestemming. Daarnaast is ook ruimtelijke kwaliteit en aantrekkelijkheid essentieel. Aantrekkelijke routes zorgen ervoor dat gebruikers afstanden als veel korter en prettiger ervaren. Ook dit stimuleert het gebruik. Goede en comfortabele looproutes van en naar de haltes ondersteunen verder ook het OV-gebruik. Meer voorrang is alleen mogelijk als de verkeersveiligheid geborgd wordt. Dit kan met een 30 km/u-regime met passende veilige inrichting. In een aantal situaties is bij 30 km/u ook menging mogelijk van verkeerssoorten. Dit draagt bij aan vergroening, omdat dan minder infrastructuur nodig is. Tot slot zorgt 30 km/u dat de reistijden voor lopen en fietsen verhoudingsgewijs gunstiger worden. Ook dit stimuleert lopen en fietsen.
9
Waar over lopen en fietsen wordt gesproken, moeten keuzes ook altijd aansluiten op de behoeften van o.a. mensen met een rolstoel, scootmobiel of andere hulpmiddelen. 10 ’In de omgeving van nationale of provinciale infrastructuur zoals Van Harinxmakanaal is een ruimere maaswijdte onvermijdelijk i.v.m. fysieke inpassingsmogelijkheden.
24
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Voorbeeld ‘nieuwe 30’-inrichting Maliesingel Utrecht en Wittenburgergracht in Amsterdam met meer ruimte voor actieve mobiliteit
Voorbeeld ‘nieuwe 30’-inrichting Ostadelaan in Utrecht met meer ruimte voor actieve mobiliteit
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
25
Vergroenen
4
Verbinden
Verwaarden
Ondanks de opening van de Haak om Leeuwarden in het kader van ‘Vrij-Baan’ (2014), rijdt nu nog steeds doorgaand verkeer via de Stadsring. De Stadsring is echter bedoeld als hoofdverdeler van autoverkeer met bestemmingen in de stad Leeuwarden. Om het gewenste gedrag te bereiken, moet de reistijd over de stadsring korter zijn dan door de wijken11, maar langer dan de route over de Haak. Met verkeerslichten bij kruisingen en oversteekplaatsen is het mogelijk om actief te sturen op de gemiddelde snelheid op de stadsring. Dit draagt ook bij aan de oversteekkwaliteit.
Beter oversteekbare stadsring en invalswegen, doorgaand autoverkeer via de Haak
Wandelaars en fietsers kunnen in de toekomst veiliger en prettiger de stadsring oversteken. Dit kan bij enkelstrookrotondes met voorrang, en elders waar nodig geregeld met een verkeerslicht. Door mobiliteitsmanagement worden automobilisten verleidt om via de Haak te rijden, een ander vervoermiddel te nemen of om buiten de spits te reizen. Werk-Slim-Reis-Slim speelt hierin een belangrijke rol. De stadsring en de invalswegen blijven druk, maar wordt minder een barrière en er ontstaan prettige, veilige wandel- en fietsroutes o.a. naar het centrum. Ook fietsers en OV vanuit het buitengebied richting onderwijs, zorg, cultuur, werk en winkels profiteren hiervan.
Voorbeeld herinrichting en sturen met verkeerslichten op de stadsring in Utrecht (Josephlaan)
11 Aanvullend kan het wenselijk zijn om ook routes door wijken zelf verder te verlangzamen, bijvoorbeeld met fietsstraatinrichting
26
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Vergroenen
5
Verbinden
Verwaarden
station en Zuiderplein. Bij voorkeur gebeurt dit ook op de Groeneweg: dit geeft hier een aantrekkelijk wandel-, fiets- en evenementengebied, als volwaardig onderdeel van de Prinsentuin. Zie ook blz. 54 voor sfeerbeelden en verdere toelichting. Voorgaande ingrepen maken het ook rustiger op Westersingel en Oosterkade. Deze kunnen dan ook verder worden ingericht op 30 km/u met meer ruimte voor vergroening en een aantrekkelijker bezoekersklimaat van de binnenstad. Het draagt ook bij aan verkeersveiligheid, minder geluidhinder, en economische vitaliteit.
Centrum place to be, wandelen op één, stadsring wordt P-ring
De stadsring wordt de nieuwe parkeerring inclusief dynamische parkeerverwijzing vanaf de stadsring. Doorgaand verkeer en zoekverkeer verdwijnt van de kwetsbare centrumsingels. De leefkwaliteit wordt hiermee beter, zonder dat het functioneren van de binnenstad negatief wordt beïnvloed. Een deel van de huidige autoverbindingen worden juist aantrekkelijke, groene wandel en fietsmilieus. Dit geeft wandelaars en fietsers vanuit de wijken gemakkelijker toegang tot de binnenstad via aantrekkelijke autoluwe, groene routes. Dit alles draagt bij aan de economische vitaliteit.
Wij gaan de groen- en verblijfskwaliteit rond de historische binnenstad versterken. Op de parkeerring krijgen wandelaars en fietsers het primaat. Dit gebeurt door o.a. het doorgaand autoverkeer bij de Stationsweg weg te halen. Dit geeft tegelijk een impuls aan de OVverbindingen van en naar Leeuwarden en de verkeersveiligheid bij het
Ingrepen op Stationsweg en Groeneweg (exclusief wandel- en fietsgebied, alleen bestemmingsverkeer) en Westersingel en Oosterkade (minder autoverkeer en ruimte voor vergroening en verblijven). Parkeervoorzieningen bereikbaar via invalsroutes.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
27
Ook wandelaars en fietsers vanuit de wijken naar het centrum profiteren: nu zijn de singels een barrière door het vele autoverkeer. Straks zijn het royale en groene centrum-entrees voor wandelen en fietsen.
Meer steden hebben de keuze gemaakt om singels in te richten voor lopen en fietsen. Links de Catharijnesingel in Utrecht die jarenlang een autoverbinding was en nu weer singelgracht. Rechts het Noorderplantsoen in Groningen. Tot halverwege de jaren 90 was dit nog een autoverbinding.
28
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Vergroenen
6
Verbinden
Verwaarden
Groenere binnenstad: straat parkeren naar parkeergarages en P&R-hubs
Wij moedigen bezoekers en bewoners aan om gebruik te maken van de parkeergarages in het centrum en de P&R-stadsrand-hubs. Zo is ruim voldoende capaciteit beschikbaar voor iedereen. Toekomstige bezoekersgroei krijgt ook een plek in de stadsrandhubs. Dit maakt in de binnenstad ruimte vrij voor groenvoorzieningen, wandelpaden, ontmoetingsplekken en fietsparkeergelegenheid. De vergroening verhoogt de verblijfskwaliteit en economische aantrekkingskracht van het centrum. Voor mensen met een beperking wordt altijd maatwerk toegepast.
Het autoparkeren in de stad Leeuwarden krijgt een nieuwe ordening12: betaald straatparkeren verschuift zo veel mogelijk naar lege plekken in binnenstadsgarages. Toekomstige bezoekersgroei (piekmomenten) krijgt een plek in P&R-stadsrandhubs. Zo wordt de schaarse openbare ruimte in de binnenstad zo efficiënt mogelijk benut en wordt de aantrekkelijkheid van de binnenstad vergroot. In de uitwerking gaat het om een gefaseerd proces, met evenwicht tussen vergroenen van de binnenstad en het optimaal inzetten van de bestaande parkeergarages voor verschillende doelgroepen. Parkeren voor mindervaliden en laden en lossen blijven in de binnenstad mogelijk met ontheffing. Ook personenvervoer kan in de binnenstad doorgang blijven vinden. Kort parkeren, bijvoorbeeld aan de zuidzijde van het station blijft ook mogelijk.
12 Leeuwarden heeft het Uitvoeringsprogramma Binnenstad 2023-2030 vastgesteld. Het Beleidskader Mobiliteit sluit hier naadloos op aan. De Mobiliteitsprincipes zijn de randvoorwaarden voor het mobiliteitsbeleid dat moet leiden tot daadwerkelijk minder autoverkeer in de binnenstad.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
29
Vergroenen
7
Verbinden
Verwaarden
De blauwe zones in Leeuwarden worden gefiscaliseerd om effectiever de hinder van gebiedsvreemd parkeren tegen te gaan. Dat betekent: invoering van betaald parkeren. Dit voorkomt oneigenlijk gebruik van de parkeerplaatsen (wildparkeren)13. Vervolgens kan een deel van de parkeerplaatsen een groene inrichting krijgen als verblijfsruimte. Dit sluit zowel aan op de vergroeningsopgave (klimaatadaptiviteit) als op het versterken van een gezonde fysieke leefomgeving.
Groenere wijken en dorpen met minder parkeerhinder dankzij parkeerbeleid en wijkhubs
Wijken binnen de stadsring met hoge parkeerdruk krijgen betaald parkeren. Voor de bewoners en hun bezoek zal er weinig veranderen. Deze maatregel is vooral bedoeld om hinder van gebiedsvreemd parkeren tegen te gaan. Daarnaast helpt dit bij de opgave om wijken verder te vergroenen: er is steeds meer ruimte nodig voor opvang van heftige regenval, hittestress en droge perioden. Bewoners krijgen zo ook meer ruimte voor groen, verblijven en spelen. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en grotere inbreidingsplannen zetten we in op vorming van nieuwe wijkhubs. Dit helpt het ruimtebeslag van geparkeerde auto’s te verminderen.
Voorbeeld vergroening en minder dominant parkeren in Amsterdam
13 Er kan dan niet meer met een parkeerschijf worden geparkeerd. Het doordraaien van de parkeerschijf door werkenden is hiermee van de baan
30
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Inzoom op sociale en economische effecten Bij de zeven mobiliteitsprincipes is in het bijzonder gekeken naar sociale inclusie: zorgen dat het mobiliteitssysteem zo is ingericht, dat iedereen zo goed mogelijk mee kan doen. Extra aandacht voor wandelen en fietsen hoort daarbij. Een goede wandel- en fietsinfrastructuur is ook geschikt voor mensen met een rolstoel, rollator of andere hulpmiddelen, maar ook bijvoorbeeld voor mensen met een scootmobiel of invalidenvoertuig. Verder zorgt het temperen van autoverkeer er voor dat wandelen en fietsen aantrekkelijker wordt voor iedereen. Dit ondersteunt inwoners in het aanhouden van een gezonde leefstijl. Ook zijn wandelen en fietsen de meest betaalbare vormen van mobiliteit. En uit historisch onderzoek blijkt ook dat mensen die wonen aan wegen met minder autoverkeer eerder contacten hebben met hun buren (gemeenschapsvorming). In straten met druk verkeer (links) hebben buurtgenoten de minste onderlinge contacten. In rustige straten (rechts) de meeste. Bron: D. Appleyard (1981): level of traffic and social interaction
Veel ondernemers maken zich van te voren zorgen over de economische gevolgen als het autoverkeer niet overal maar kan doorrijden. In de praktijk blijkt dat het wegnemen van doorgaand autoverkeer om een betere verblijfskwaliteit mogelijk te maken juist bijdraagt aan de economische vitaliteit. Immers: belevingskwaliteit wordt voor consumenten steeds belangrijker voor binnensteden. Het gaat er om: hoe aantrekkelijk is de binnenstad om er te komen, om er langer te blijven en om later nog een keer terug te komen. Het temperen van de hoeveelheid verkeersdrukte en het verhogen van de verblijfskwaliteit en hoeveelheid groen draagt hieraan bij. Uit cijfermatig onderzoek blijkt ook, dat automobilisten weliswaar veel geld uitgeven bij een bezoek, maar dat fietsers vaker langskomen en per saldo meer besteden (bronnen: Vervoer naar retail van Kennisplatform verkeer en vervoer 2013; Relatie mobiliteit en bestedingen, onderzoek in 18 Nederlandse gemeenten van Platform Binnenstadsmanagment, BRO en Movares 2023
Voorbeeld: herinrichting Grotestraat, Nijverdal (voor en na)
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
31
5. De hoofdprincipes vertaald naar Mobiliteitsnetwerken 2040 32
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Van mobiliteitsprincipes naar netwerken
Snel en betrouwbaar OV
De mobiliteitsprincipes zijn een belangrijke leidraad voor verdere gebiedsontwikkeling in de gemeente en de invulling van het Uitvoeringsprogramma. Ook de mobiliteitsnetwerken voor lopen, fietsen, OV, autoverkeer en logistiek moeten een opbouw krijgen die aansluit op de geest van de mobiliteitsprincipes. Dit hoofdstuk gaat daar verder op in.
Het OV moet de dorpen en wijken binnen de gemeente zo goed mogelijk verbinden met de voorzieningen.
Aantrekkelijk lopen en fietsen Alle netwerken moeten met elkaar samenhangen. Wij willen de gebruikers ondersteunen om meer te gaan lopen, fietsen of met het OV te reizen. Dan moeten deze voorzieningen ook tiptop in orde zijn. Fijnmazige netwerken voor wandelaar en fietser, waarmee je overal kunt komen en de autoverbindingen veilig en vlot kruisen.
Passende autonetwerken en logistieke routes Voor de auto is het belangrijk dat de parkeervoorzieningen goed bereikbaar zijn, inclusief de P&R-stadsrandhubs. Het logistieke netwerk is belangrijk, omdat hiermee de ondernemingen van Leeuwarden bevoorraad kunnen worden. Dit is cruciaal voor het draaiende houden van de economie. Goede logistieke routes dragen dus bij aan de economie en aantrekkelijkheid van de gemeente.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
33
Ontwerpen aan hoogwaardig lopen en fietsen Wij geven actieve vormen van mobiliteit prioriteit binnen bewoond gebied. Op het schaalniveau van de hele gemeente is de fiets hoofdgebruiker, en in het centrum van de grotere kernen Leeuwarden, Grou en Stiens de wandelaar. Dit vraagt ook om goede inrichting van wandel- en fietsstructuren. Hierbij kan de gemeente aansluiten op landelijke richtlijnen1. Het fijnmazig basis-wandelnetwerk heeft een maaswijdte2 van 50 tot 100 m (alle straten in bewoond gebied). Daarnaast is er een overkoepelend hoofdnetwerk dat vooral grotere wandelstromen faciliteert naar winkel, zorg en onderwijsvoorzieningen. Dit netwerk heeft een maaswijdte van ongeveer 200-500 m. Dit netwerk krijgt extra kwaliteit als het gaat om o.a. geleidelijnen, rolstoeltoegankelijkheid. Tot slot is er ook het recreatieve netwerk, deels door groene (buiten) gebieden, waarvoor het niet altijd mogelijk is om aan alle bovenstaande eisen te voldoen.
door fietsers worden gebruikt. Dit netwerk kan een inrichting krijgen als reguliere autoluwe woonstraten, fietsstraten, als fietsstroken- of paden langs drukkere autoverbindingen of als zelfstandige fietspaden. Een goede fietsinrichting moet ook altijd geschikt zijn voor o.a. scootmobielgebruikers. Hier bovenop ligt het netwerk van regionale doorfietsroutes. Deze doorfietsroutes verbinden de dorpen met de belangrijke voorzieningen-centra (onderwijs, winkelen, zorg, werklocaties. Dit regionale netwerk heeft in het buitengebied een maaswijdte van ca 3.000 tot 5.000 m. Doorfiets-routes zijn extra breed om geschikt te zijn voor verschillende fietsachtige vormen van mobiliteit (van normale fietsen, tot e-fietsen, snelle e-fietsen en brom- en snorfietsen). Het gaat om vrijliggende fietspaden of (rurale) fietsstraten waar de auto als gast wordt toegestaan. In de stad Leeuwarden lopen de doorfietsroutes door tot aan de stadsring. Daarbinnen bestaat het netwerk uit fijnmazige hoofdfietsroutes.
Het fijnmazige hoofdfietsnetwerk2 is een doorlopend stads- en dorpsbreed netwerk met een maaswijdte van ca 300-500 m. Het gaat hier om straten in bewoond gebied die bovengemiddeld
1 ?
34
zoals o.a. de Ontwerpwijzer Fietsverkeer (CROW, Ontwerpwijzer voertgangers (CROW, 2024), Handboek toegankelijkheid openbare ruimte; Harderwijk toegankelijk voor iedereen (Goudappel, 2022)) In de omgeving van nationale infastructuur zoals Van Harinxmakanaal is een ruimere maaswijdte onvermijdelijk i.v.m. fysieke inpassingsmogelijkheden.
V.l.n.r: fietsstraat en doorfietspad in buitengebied, hoofdfietsroute in bewoond gebied
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Het wandelnetwerk is het basisnetwerk voor de gemeente: elke verkeersdeelnemer begint en eindigt zijn reis per slot van rekening als voetganger. Daarnaast dragen actieve vormen van mobiliteit, zoals lopen en fietsen, bij aan een vitale, gezonde en inclusievere samenleving. Ook voor mensen met een beperking is een goed wandelnetwerk belangrijk. Dit betekent dat de inrichting ook geschikt moet zijn voor mensen met rolstoelen en andere hulpmiddelen.
Voetgangersnetwerk voor 8 min tot 80 plus
Wandelnetwerk voor Leeuwarden Lopen wordt door de gemeente Leeuwarden gezien als hoofdvervoerwijze. Bij het prioriteren van netwerken staat de STOMP gedachte centraal. STOMP staat voor Stappen, Trappen, OV, MaaS (Mobility as a Service, ofwel Medegebruik) en Privéauto Bij het STOMP-principe geven we de S de meeste prioriteit, gevolgd door de T, de O, de M en dan pas de P. Zo vormt de mens het startpunt. Door functiemenging en compactheid toe te passen ontstaan gebieden waar lopen een aantrekkelijke optie is.
Het bewoond gebied krijgt een fijnmazig basisnetwerk (ca 50 tot 100 m). Daarnaast zijn er hoofd-wandelverbindingen naar voorzieningen, zoals bijvoorbeeld winkelcentra, zorg en onderwijs. Bij deze hoofdverbindingen wordt extra rekening gehouden met de toegankelijkheid voor alle inwoners en bezoekers van de gemeente. Denk hierbij aan bewegwijzering, voldoende ruimte op het trottoir, geleide stroken en openbare verlichting. De gemeente investeert in een betere oversteekbaarheid van de stadsring, waar nodig met verkeerslichten. Daarnaast wordt er gewerkt aan het leggen van nieuwe verbindingen over spoor- en waterbarrières. Gezien de huidige en toekomstige drukte verdient de spoorpassage bij de Schrans in Leeuwarden extra aandacht, ook met het oog op mogelijke intensivering van het aantal treinen richting Groningen.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
35
Regionale fietsnetwerk voor Leeuwarden Net als lopen is fietsen in de gemeente een hoofdvervoerwijze, zoals verwoord in het visiedocument ‘Fiets op 1’. Het sluit aan op de ambitie van een gezonde, duurzame en toegankelijke gemeente waarin de mens centraal staat. Het provinciale doorfietsnetwerk speelt een hoofdrol in het verbinden van alle dorpen en natuur-gebieden met de stad Leeuwarden. De gemeentelijke doorfietsroutes hebben een maaswijdte van circa 1.000-5.000 meter en een minimale breedte van 4 meter asfalt. Zo biedt dit netwerk snelle en veilige routes voor dagelijkse forenzen en recreatieve fietsers. Het netwerk loopt naadloos door naar de buurgemeenten.
Wensbeeld van het fietsnetwerk in de gemeente Leeuwarden
36
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Fiets binnen bewoond gebied
(van woningen) wordt tevens aandacht gegeven aan fietsparkeren.
Binnen bewoond gebied is er het fijnmazige hoofdfietsnetwerk met een maaswijdte van ongeveer 300-500 meter. Fietsers krijgen zo veel mogelijk voorrang op kruispunten en enkelstrookrotondes. Fietspadbreedtes en de interactie met ander verkeer worden per locatie overwogen. Verkeerslichten krijgen zo veel mogelijk een wachttijdindicatie en krijgen een gunstige afstelling voor actief verkeer. In het netwerk wordt gewerkt aan nieuwe verbindingen over spoor- en waterbarrières. Rond de gebiedsontwikkeling Spoordok is op korte termijn vooral behoefte aan het toevoegen van de schakels14: • Verbinding over Zuiderstadsgracht (Willemkade ZZ en Westerkade) • Via spooraquaduct HRMK Ook is een extra bewaakte overdekte fietsenstalling in het centrum nodig. Dit draagt bij aan een hoogwaardige openbare ruimte en creëert ruimte voor vergroening We onderzoeken nog de haalbaarheid van: • Verbinding over Harlingervaart, tussen Snekertrekweg en de Tesselschadestraat ter hoogte van de Galgefenne • Verbinding tussen Huizum-West en Spoordok. Ook is het toevoegen van één of meerdere overdekte fietsenstallingen in het centrum zeer wenselijk. Dit draagt bij aan een hoogwaardige openbare ruimte en creëert ruimte voor vergroening. Bij nieuwbouw
Wensbeeld van het fietsnetwerk in Leeuwarden
14 Realisatie van de overige schakels hangt mede af van afstemming met andere beleidsvelden
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
37
Nadere uitwerking Stiens en Grou met belanghebbenden
38
Voor Stiens wordt samen met de belanghebbenden een nadere uitwerking gemaakt, op basis van de principes van het Beleidskader Mobiliteit. Enkele kernnelementen voor Stiens: de Langebuorren met extra verblijfskwaliteit voor winkelen en flaneren. Daarnaast krijgt Stiens een fijnmazig fietsnetwerk, met een belangrijke rol voor het Spoorbaanpad. Binnen Stiens gaat het nieuwe 30 km/u als standaard gelden.
Ook voor Grou wordt samen met de belanghebbenden een nadere uitwerking gemaakt. Onderdelen die hierin een plek moeten krijgen: veiligere situatie op de Stationsweg, prettige en comfortabele fietsroutes, een goede parkeeroplossing in de omgeving van het centrum en een oplossing voor de bereikbaarheid van de gehele kern.
Wensbeeld van het netwerk van Stiens
Wensbeeld van het netwerk van Grou
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Ruimte voor lange termijn spoorkeuzes Spoor is de ruggengraat voor het vervoer naar rest van NL/Randstad. Daarom zetten we in op de Lelylijn met een overstapvrije verbinding naar Leeuwarden, inclusief het halteren van de Lelylijn bij station Werpsterhoeke. In het visie document Mobiliteit 2019 – 2050 zet de gemeente Leeuwarden in op Spoor naar -1 voor Leeuwarden – Groningen als 1 van de vijf speerpunten. Dit is ook nodig om de mobiliteitstransitie te kunnen realiseren met een frequentieverhoging naar Groningen tot 6 treinen per uur per richting. Als gevolg van deze frequentieverhoging zullen spoorwegovergangen grote delen van per uur gesloten zijn. Daarvoor is het spoor op -1 een robuuste oplossing, die ook nog eens kansen biedt om de stad aan weerszijden van het spoor beter aan elkaar te hechten. De ruimtelijke inpasbaarheid en financiële haalbaarheid voor het Spoor op -1 wordt de komende tijd verder in beeld gebracht.
auto de poort tot de Randstad. Ook voor bezoekers van Leeuwarden doet station Werpsterhoeke dienst als P+R. Met het doortrekken van de trein uit Groningen naar Werpsterhoeke levert dit voor auto-afhankelijke reizigers een aantrekkelijk vertrekstation op. Op dit moment werkt de gemeente aan deze dossiers via de samenwerkingstrajecten en ‘Deltaplan Noord Nederland’ (onderdeel bestaand spoor, oplevering voor BO MIRT najaar 2024).
Vanuit spoorveiligheid, maar ook betrouwbaarheid van verbindingen is per definitie uitgangspunt dat overwegen ongelijkvloers worden vormgegeven. Topprioriteit hierin zijn spoorwegovergang Schrans (alleen fiets, knip voor auto) en de Oostergoweg (= hoofdbundel bus). Station Werpsterhoeke heeft een grote meerwaarde voor ons buitengebied en de rest van Fryslân. Werpsterhoeke wordt voor reizigers die voor het voor- en natransport afhankelijk zijn van de
Impressies toekomstsituatie spoor in Leeuwarden (bron: Leeuwarden Spoorzone; Stad van de Toekomst, 2019)
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
39
Regionaal openbaar vervoer versterken De provincie en Rijksoverheid zijn in de gemeente Leeuwarden de OV-beheerders, maar de gemeente heeft zelf ook een duidelijke visie op het openbaar vervoer. Voor het regionale busvervoer zijn er vijf hoofdassen met extra betrouwbare reistijden. Dit wordt onder andere mogelijk gemaakt door een autovrije Stationsweg en, waar nodig, bypasses bij verkeerslichten. Deze maatregelen verbeteren de doorstroming van het openbaar vervoer. Daarnaast ligt er ook een link met de wandel- en fietsnetwerken: verbetering hiervan draagt ook bij aan beter functioneren van het OV (voor- en na transport). Daarnaast zet de gemeente in op behoud en versterking van een fijnmazig netwerk van regionale buslijnen, die de omliggende dorpen met de stad verbinden.
Inzoom op de OV-ontsluiting in de stad De stad Leeuwarden en het centrum in het bijzonder is een belangrijke OV-bestemming. Er wordt ingezet op de ontwikkeling van meerdere P&R-stadsrandhubs, zoals Swettehûs en Werpsterhoeke. Deze krijgen ook een optimale OV-aansluiting naar het centrum, maar ook deelfietsen. Afhankelijk van het gebruik van de hubs krijgt het concept uitbreiding naar andere locaties zoals Hemriksein, Stiens en de noordoostzijde van de stad. Deze hubs dragen bij aan een efficiënt en duurzaam vervoerssysteem voor de hele regio. Wensbeeld van het openbaar vervoer netwerk in de gemeente Leeuwarden
40
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Daarnaast zet de gemeente in op een aantal centrumhubs aan de randen van de binnenstad om het OV-gebruik te stimuleren. De hubs liggen zo dat de centrumvoorzieningen op korte loopafstand te bereiken zijn. Een belangrijke OV verbinding is de buslijn naar NHL Stenden. In de uitwerking zal worden onderzocht of deze via de Groeneweg blijft rijden of gebruik kan maken van de Oosterkade.
Deelmobiliteit De gemeente ziet deelmobiliteit als een middel om de mobiliteit te verduurzamen. De gemeente kiest voor zogenaamde ‘station-based’ deelmobiliteit, waarbij gebruikers voertuigen ophalen en brengen naar vaste locaties. Dit voorkomt verrommeling van de openbare ruimte. Ook in dorpskernen draagt deelmobiliteit bij aan bestrijding van vervoersarmoede. De gemeente ondersteunt initiatieven zoals Fossylfrij Fryslân, die deelmobiliteit opbouwt vanuit de mienskip.
Lancering deelautoconcept Buurtbestuurders door Freonen fan Fossylfrij Fryslân
Wensbeeld 2040 van het openbaar vervoersnetwerk in Leeuwarden
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
41
Verkeersveiligheid voor iedereen 30 km/u als nieuwe standaard De gemeenteraad van Leeuwarden nam in 2021 een motie aan om zo veel mogelijk 30 km/u als maximumsnelheid te hanteren binnen bewoond gebied in de hele gemeente. Dit draagt bij aan een betere verkeersveilig-heid en de oversteekbaarheid van wegen. Een 30 km/u-limiet is alleen mogelijk als de inrichting hierop aansluit. Bij een aantal wegen is daarom fysieke aanpassing nodig. Bij herinrichting wordt zo veel mogelijk aangesloten op reeds gepland onderhoud. Dit betekent dat een stapsgewijze transformatie naar een nieuwe standaard met 30 km/u als snelheidslimiet. Bij de herinrichting krijgen wegen zonder aparte fietsvoorzieningen prioriteit. De stadsring + enkele invalswegen blijven 50 km/u. Het instellen van 30 km/u op wegen doet de gemeente in overleg met de provincie (OVdoorstroming), politie en overige nood- en hulpdiensten.
Deze insteek sluit goed aan op het landelijke Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV), de hierop gebaseerde Risicoanalyse Verkeersveiligheid Leeuwarden en het Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid Leeuwarden. In de Risicoanalyse is namelijk vastgesteld dat de grootste veiligheidsverbetering in Leeuwarden ligt in: • Aanpak 50 km/uur wegen: de meeste ongevallen vinden plaats op 50 km/uur wegen. Bij meer dan de helft van de ongevallen zijn de (e-) fietsers en bromfietsers betrokken. • Veilige fietsinfrastructuur • Beschermen van kwetsbare verkeerdeelnemers: fietsers en voetgangers, bestuurders van e-bike, brom-/ snorfietsers, onervaren verkeersdeelnemers, ouderen/senioren en beginnende bestuurders.
Lager overlijdensrisico bij 30 km/u* *
42
30 km/u-gebieden, door Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid 2018.
Voorbeeldweg 30km/u
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Regionaal autonetwerk De stad Leeuwarden is een regionaal voorzieningencentrum. Voor veel inwoners in het buitengebied is de auto een onmisbaar hoofdvervoersmiddel. Vanuit sociale inclusie moet er dus ook een goede autobereikbaarheid zijn van de stad en de omliggende dorpen. Bezoekers van het centrumgebied van buiten de stad worden gestimuleerd om gebruik te maken van de P&R-stadsrandhubs aan de rand van de stad. Differentiatie in tariefstellingen door de hele stad moet zo worden gekozen, dat de P&R-stadsrandhubs het meest aantrekkelijk zijn én betaalbaar voor alle doelgroepen.
Naar een nieuwe hoofdstructuur in bewoond gebied Binnen de bebouwde kom wordt stapsgewijs toegewerkt naar 30 km/u als de nieuwe standaard (met uitzondering van de stadsring en een aantal invalswegen). Definitieve instelling van 30 km/u is alleen mogelijk waar dit in de vormgeving ook geloofwaardig is. Op enkelstrooksrotondes in bewoond gebied krijgen wandelaars en fietsers voorrang. In de stad Leeuwarden wordt de stadsring de nieuwe parkeerring met parkeerinfo. Vanaf daar rijden auto’s met inprikkers naar de centrumgarages, het is daarbij niet (meer) mogelijk om een rondje te rijden over de parkeerring. Een deel van de singels wordt exclusief voor wandelen/lopen, fietsen, OV en bestemmingsverkeer. In de bestaande en nieuwe wijken wordt deelmobiliteit in wijkhubs gestimuleerd om het autobezit te verminderen. Verder ligt er in de toekomst nog een optimalisatieopgave voor aansluiting Blitsaerd.
Wensbeeld van het autonetwerk in de gemeente Leeuwarden
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
43
Oostelijke vaarroute Een keuze voor de Oostelijke Vaarroute heeft ook gevolgen voor de mobiliteit over land. Dit levert minder vaarbewegingen op bij de bruggen in het van Harinxmakanaal, de Slauerhoffbrug en de Verlaatsbrug, maar juist extra passages bij de bruggen in oostelijke richting (Prins Hendrikbrug, Beursbrug, Blokhuisbrug, 1ste Kanaalsbrug, Pieter Stuyvesantbrug, spoorbrug LeeuwardenGroningen en Greunsbrug). Net als bij de Vrouwenpoortsbrug vraagt dit om het afstemmen van brugbedieningstijden. Aanvullend aandachtspunt is de gewenste frequentieverhoging op de spoorverbinding Leeuwarden-Groningen. Dit vraagt mogelijk om het realiseren van aanvullende voorzieningen. Deze aandachtspunten moeten verder worden afgewogen uitgewerkt bij een eventueel realisatiebesluit over de Oostelijke Vaarroute.
Wensbeeld 2040 van het autonetwerk in Leeuwarden
44
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Mobiliteit 2040 - Naar een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit
Logistiek in 2040: meer over water en emissievrij Goede logistieke oplossingen zijn essentieel bij de bevoorrading van winkels, restaurants en cafés, leveringen aan kantoren en instellingen, pakketbezorging bij particulieren, bouwverkeer en afvalinzameling. Wij stimuleren, conform Regionaal Mobiliteitsprogramma Fryslân, een verschuiving van wegtransport naar vervoer over water. De stad Leeuwarden ligt hiervoor gunstig aan het Harinxmakanaal (CEMTklasse 5a). Hier liggen ook kansen voor meeliften op het Europese TEN-T-netwerk. Voor stadslogistiek over water gaat de gemeente de potenties onderzoeken voor een logistieke stadsrandhub in de omgeving Swettehûs (overslag op emissievrije voertuigen en water). Dit biedt mogelijk ook meerwaarde voor logistieke stromen in de gemeente. Voor de stadslogistiek over weg heeft de gemeente Leeuwarden samen met diverse Leeuwarder bedrijven de Green Deal Zero-Emissie Stadslogistiek (GDZES) ondertekend. We onderzoeken een Zero-Emissie zone in de binnenstad per 2028. Dit geeft de logistieke partijen tijd om zich goed voor te bereiden. De verkenning Zero Emissie zone Leeuwarden wordt in het najaar van 2024 ter besluitvorming aangeboden aan de raad.