Beantwoording technische vragen begroting 2023 -gbl. versie 2
Tekst van het document
b. Worden verenigingen gecompenseerd vanwege de ambitie van de gemeente? Antwoord: Wanneer er minder papier wordt verspreid, zal er ook minder papier worden ingezameld door de inzamelaars/verenigingen. Verenigingen blijven dezelfde vergoeding ontvangen per ingezamelde hoeveelheid. 84. Blz 39 Verkeersveiligheid vergroten Wat is de top 3 van maatregelen waar sprake van is? Antwoord: De top 3 bestaat uit 1) veiligheid op 50 km/uur wegen, 2) een veilige fietsinfrastructuur en 3) beschermen van kwetsbare verkeersdeelnemers. Voor het kiezen van concrete projecten houden we rekening met de voorwaarden van de landelijke subsidie verkeersveiligheid (2e tranche). Op basis van de realisatietermijnen komen de projecten Bleeklaan, Westersingel - Pier Panderstraat en fietspad Greate Kritewei als eerste in aanmerking. Inmiddels is op basis van de Risicoanalyse duidelijk dat op meerdere trajecten en kruispunten de veiligheid kan worden vergroot. In een (nog op de stellen) Uitvoeringsagenda wordt de beoogde volgorde van uitvoering bepaald. 85. Blz. 42 Stadsbouwmeester Is er al meer informatie beschikbaar over de rol en invulling van de stadsbouwmeester? Wat gaat hij/zij doen? Is hij/zij al aangesteld? Wordt deze geworven binnen de ambtelijke organisatie of daarbuiten? Etc.
Antwoord: Met ‘stadsbouwmeester’ wordt niet één persoon bedoeld, maar een reeks activiteiten die de strategische kracht van de gemeente versterken. Om goed te anticiperen op de ruimtelijke opgaven die er aan komen is het nodig om voortdurend vooruit te kijken, te signaleren waar aandacht voor moet zijn, te onderzoeken waar kansen liggen en oplossingsrichtingen te verkennen. Dit gaan we doen in de vorm van onder meer symposia, prijsvragen, ontwerpend onderzoek en werkbezoeken. We werken aan een platform-achtige setting waarbij naast de gemeentelijke disciplines ook
21
architecten, onderwijsinstellingen en ondernemers etc. betrokkenen zijn. Voor het initiëren van deze manier van werken huren wij tijdelijk een externe adviseur in. 86. Blz. 42 Inrichten nieuw weidevogelgebied met bufferzone Tot op heden lijkt er een planologische stilte op het gebied van de Hem. Hoe ziet het planologische proces eruit voor de Hem? Wanneer volgt een besluit in de gemeenteraad? De bufferzone wordt vergroot. Wat wordt nu de bufferzone? Antwoord: In het coalitieakkoord is specifiek de bufferzone tussen de Hounspolder en het plangebied van de Hem benoemd. Deze zone moest op grond van het coalitieakkoord worden vergroot. Hierdoor moest het bestemmingsplan worden aangepast (en worden doorberekend wat minder uitgeefbare grond betekent voor de grondexploitatie e.d.) en er zijn nieuwe aeriusberekeningen gemaakt. Maandag 24 oktober is er overleg met de klankbordgroep geweest. Op 25 oktober heeft het college besloten om het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen. In de periode van ter visie legging vindt er een inloop plaats, waarvoor de raadsleden ook worden uitgenodigd.
PvdA 87. Op blz 36 is aangegeven dat het NPLG richtinggevend is en in juli 2023 beschikbaar. In juli 2023 moeten de provincies echter de gebiedsplannen gereed hebben. Welke rol gaat de gemeente spelen in die opstelling van de gebiedsplannen of laat zij het volledig aan de provincie over?´ Antwoord: We zijn als gemeente binnen de gebiedsprocessen gesprekspartner. 88. Onderhoud kapitaal goederen, blz 89 Onderhoudsniveau winkelcentra (verzorging / verharding / groen ) is het kwaliteitsniveau basis. Welke mogelijkheden zijn er om dit onderhoudsniveau op ‘hoog’ te zetten? Met in het achterhoofd de ambitie vanuit de Retailvisie 2022 om de winkelcentra als aantrekkelijke verblijfsgebieden door te ontwikkelen? Antwoord: De mogelijkheden om onderhoudsniveaus (qua verzorgend en technisch onderhoud) van basis naar hoog te zetten, worden bepaald door de beschikbare financiële dekking. De raad is hiertoe kaderstellend. In de Retailvisie 2022 wordt met name ingezet op de verbetering van de inrichting en niet zozeer op het onderhoudsniveau. 89. Circulaire economie Kopje onderwijs, blz 128 onderaan: Samenwerking met RUG en NHL. Design based education. Welke complementaire rol kan het MBO hierin spelen, als het gaat om de praktijk in de praktijk? Dit kan elkaar versterken.
Wordt dit gedaan? Zo nee, kan het MBO hiermee worden verbonden? Antwoord: We werken samen met IPF en VCF aan circulaire vraagstukken binnen het onderwijs. Ook het MBO wordt hierin meegenomen, zo hebben we projecten met HBO en MBO gedraaid in een livinglab omgeving binnen het Circulair Kwartier in Leeuwarden. Samen onderzochten studenten praktische en theoretische vraagstukken m.b.t. Circulaire Economie. Ook stellen we ons eigen vraagstukken zoals, Spoordok aan o.a. MBO studenten door het organiseren van een circulair bouwen challenge. Door studenten van verschillende profielen en niveaus te koppelen borgen we academische en praktische vraagstukken. Ook werken we structureel samen met de watercampus d.m.v. het CIV samen aan vraagstukken over water (technologie).
22
90. Is er binnen de begroting een stelpost: kosten archeologisch onderzoek? Kosten die voorkomen uit het doen van onderzoek. Met de nadruk op bouwen van huizen en investeren in infrastructuur is de kans groot dat er de komende jaren in gebieden gebouwd gaat worden die archeologisch onderzoek vragen. Dan is het slim om op voorhand al geld beschikbaar te hebben voor noodzakelijk onderzoek. Antwoord: Er is in de begroting geen stelpost kosten archeologisch onderzoek. Archeologie is conform de wet en regelgeving gebaseerd op het veroorzakersprincipe. Dat wil zeggen dat de initiatiefnemer van een bodemingreep ook de kosten moet dragen voor het noodzakelijke archeologisch onderzoek. Initiatiefnemers (zowel overheden als private partijen) dienen dus in de voorbereiding van een project zowel tijd als geld te reserveren om aan deze wettelijke verplichting te voldoen.
91. Daarnaast is het beschikbare aantal uren van de stadsarcheoloog van bescheiden aard, gezien de omvang van onze gemeente. Op welke manier waarborgen we zijn inzet en zorgen we voor voldoende capaciteit? Antwoord: De beschikbare capaciteit op het vlak van archeologie is een aantal jaren vanwege de toenmalige bezuinigingsopgave terug gebracht naar het huidige niveau. Dit is voldoende om de wettelijke taken op het vlak van archeologie te kunnen uitvoeren. We waarborgen de inzet via een raamcontract met een extern bureau zodat de expertise op niveau blijft.
CU 92. pagina 30 Welke straten vallen onder de voorgenomen uitbreiding van het autoluw maken? Antwoord: De meest voor de hand liggende straten voor de uitbreiding van het autoluwe gebied zijn onder andere Korfmakersstraat / Tweebaksmarkt / Druifstreek / Turfmarkt / Kelders / Tuinen. Het bepalen van de begrenzing is momenteel nog niet aan de orde en zal op termijn onderdeel uitmaken van het uitvoeringsprogramma binnenstad. 93. pagina 34 hoeveel panden in Leeuwarden zijn momenteel van de rijksvastgoeddienst en welke staan hiervan leeg? Antwoord: Het RVB is eigenaar van de volgende panden/complexen; Vliegbasis Leeuwarden, PI Leeuwarden Afuk (Boterhoek 3), Rechtbank, Hof van Justitie, kantoren Tesselschadestraat/Heliconweg (3x, te weten, Marnix State, Wester State en Nieuwland State). Deze complexen kennen geen leegstand. Het voormalige belastingkantoren aan de Tesselschadestraat 4 en Jacob Catsplein 3 zijn nog in eigendom maar niet meer in gebruik door de Rijksoverheid. 94. precario belasting: door de gehele gemeente zijn bedrijven bezig met glasvezelkabels in de grond te stoppen. Worden hier precario kosten op geheven en waarom wel of niet? Antwoord: Er wordt geen precario geheven op de aanleg van deze glasvezelkabels (ook niet op de andere nutsleidingen). Dit is conform de Telecommunicatiewet en op basis van de gemeentelijke telecom verordening.
Bij de nutswerkzaamheden worden voor de instemmingsbesluiten leges betaald en voor de uit te voeren werkzaamheden ontvangen we vergoedingen voor beheer- en degeneratiekosten (ten behoeve van het onderhoudseffect op de asset verhardingen).
23
D66 95. De dorpshuizen en wijkcentra zullen eventueel ook in zwaar weer komen door de stijgende energiekosten. Maar ook sportverenigingen. Worden hiervoor in de begroting al rekening mee gehouden? Antwoord: In de primitieve begroting 2023 is rekening gehouden met een prijscompensatie gelijk aan de compensatie vanuit de algemene uitkering van het Rijk. Op 1 november as komt er een raadsvoorstel in het college rondom het inflatievraagstuk welke na vaststelling naar de Raad wordt gestuurd, hierin wordt onder andere ook op dit vraagstuk ingegaan. 96. De onderhoud van bruggen zou ook een grote kostenpost worden lazen we in de krant. In hoeverre wordt hier ook al eventueel rekening mee gehouden in deze begroting? Antwoord: In de begroting 2023 is vanuit het Coalitieakkoord rekening gehouden met een hogere storting in de onderhoudsvoorziening civiele kunstwerken (bruggen) van € 800.000. Deze aanvullende storting is was nodig om het noodzakelijke onderhoud uit te kunnen voeren de komende 10 jaar. Daarnaast is voor vervanging van bruggen in de periode t/m 2026 rekening gehouden met de hiervoor benodigde investeringskredieten. Deze zijn opgenomen in de Bijlage B: Meerjaren investeringsprogramma.
24
Veiligheidsdomein VVD 97. Terrassenbeleid De motie ruimer terrassenbeleid riep op voor 1 oktober 2022 het onderzoek plan van aanpak aan de raad te doen toekomen. Aan de hand van het onderzoek, voor 1 oktober 2022 het plan voor verruiming te presenteren aan de (nieuwe) Raad, zodat het per 1 januari 2023 ingevoerd kan worden. Vraag: Deze datum is al overschreden, Wanneer kan de Raad dit stuk verwachten. Antwoord: Het plan van aanpak bevindt zich in de afrondende fase. Naar verwachting zal de raad het stuk in december 2022 ontvangen. 98. Blz. 36 preventie met gezag wat is de startsituatie? D.w.z. hoeveel jongeren komen momenteel in aanraking met criminaliteit? En welke reductie wordt nagestreefd? Antwoord: Het programma ‘preventie met gezag’ richt zich op: 1. Het voorkomen dat jongeren in de criminaliteit belanden; 2. Het voorkomen dat jongeren die al in aanraking zijn gekomen met criminaliteit, er verder in afglijden; 3. Het zorgen voor een goede terugkeer in de maatschappij van jongeren die in de criminaliteit zitten of hebben gezeten. Dit zijn dus verschillende (doel)groepen, en de startsituatie verschilt per groep en per jongere. In deze fase van het programma (de aanvraagfase) zijn deze groepen op hoofdlijnen in kaart gebracht.
Onderdeel van de uitvoering van het programma is het doen van een nul-meting bij de start, gevolgd door periodieke metingen om de effecten van de interventies te meten. In de huidige fase is niet alleen gekeken naar ‘harde’ criminaliteitscijfers, maar ook naar (risico)factoren zoals schoolverzuim, overlastmeldingen, sociaal-economische gegevens, jeugdwerkloosheid, sociale ondersteuning etc. Juist om de jongeren die risico lopen eerder in beeld te krijgen zodat er preventief kan worden gehandeld. We combineren daarbij kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. Daarbij is de professionele kennis van onze partners erg belangrijk: jongerenwerkers, sociaal werkers, onderwijsmedewerkers, politie, (jeugd)reclassering. Zij zien welke jongeren afglijden of dreigen af te glijden en signaleren trends. Zij kennen ook de jongere ‘achter het signaal’. Daarnaast gebruiken we kwantitatieve gegevens zoals het aantal meldingen jeugdoverlast, aantal jongeren in de bijstand, aantal vroegtijdig schoolverlaters, aantal jongeren met schulden, meldingen drugsoverlast en drugshandel, aantal jeugdige verdachten, aantal ingezette reclasseringstrajecten. Bij elkaar geeft dit dus zowel zicht op individuele jongeren als op kleinere en grotere groepen jongeren. Dit beeld is in deze fase van het programma – de aanvraagfase – vertaald in een aantal interventies.
Sommige interventies zijn gericht op individuele jongeren, sommige op groepen, sommige op de omgeving van de jongeren. De interventies richten zich op bovengenoemde drie doelstellingen. Om de effectiviteit van de interventies te volgen worden periodieke metingen gedaan. 99. Blz. 52 handhaving Wat is het gat tussen de benodigde capaciteit voor handhaving en de beschikbare capaciteit? En wordt dit gat opgelost door meer capaciteit of door prioritering? Antwoord: Er zijn incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld voor handhaving en structureel vanuit het Rijk (DU-uitkering). Door inzet van deze middelen wordt het gat in de capaciteit tijdelijk verkleind. 25
Bij het opstellen van de kadernota handhaving kijken we hoe de gestegen vraag naar inzet mee r in evenwicht met de daarvoor beschikbare capaciteit kan worden gebracht. Door middel van prioritering wordt vervolgens verder bepaald waar de inzet het meest noodzakelijk is. De evaluatie in het kader van de kadernota Handhaving kan tot een heroverweging van de inzet van middelen leiden. 100. Blz. 55 Digitale opruiing Welke middelen past de gemeente toe om digitale opruiing te signaleren? Graag hier wat uitgebreidere informatie over. Antwoord: Signalering van opruiing via digitale media leidend tot maatschappelijke onrust zal in de meeste gevallen door de politie gebeuren. Zij zijn daar op toegerust. De politie neemt vervolgens contact op met de gemeente. Wanneer daartoe aanleiding is, voert de gemeente een omgevingsscan uit.
PvdA 101. Blz 6 onderaan: Er wordt gesproken over ‘Aanpakken gestegen jeugdoverlast.’ Tevens over ‘investeren in preventie.’ Jeugdoverlast staat niet op zichzelf. Formulering doet vermoeden dat het aan de jeugd ligt, het heeft waarschijnlijk meerdere oorzaken. Kan dit ook breder/anders worden geformuleerd. Antwoord: De beste manier om jeugdoverlast te voorkomen is preventie. Preventie kan bijdragen aan het verminderen van jeugdoverlast door alternatieven en kansen te bieden en bewustwording te vergroten. Dit doen we niet alleen door op te treden als er overlast is, maar ook met jongeren en ouders en met mensen die de overlast ervaren in gesprek te gaan. Daarnaast wordt er gemeentebreed ingezet op scholen, werk, sport, sociale omgeving etc. Er is een plan van aanpak opgesteld voor Preventie met gezag. 102. Blz 134, uitstapprogramma prostitutie Er staat -150 bij de baten. Wat betekent dit met het ook op extra ontvangen DUUB gelden waarbij Leeuwarden € 38.000 extra heeft ontvangen voor 2022? Laatste zin blz 149 bij paragraaf 18 is daar onduidelijk over. Wel of niet voor 2023? Antwoord: Het geld dat extra is ontvangen voor 2023 (€ 112.000) is nog niet verwerkt in deze begroting en komt dus in een latere versie. Het geld van 2022 (€38.000) is verwerkt in de begroting van 2022 en staat dus niet in deze begroting.
CU 103. pagina 55 wanneer kunnen we de verdere uitwerking van de aanpak mensenhandel verwachten? Antwoord: Dat is naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023. Het plan aanpak mensenhandel is bijna gereed. Dit betreft een regionaal plan van aanpak. Besluitvorming is voorzien in het eerste kwartaal van 2023.
26
104. pagina 55 in 2021 is een motie aangenomen mbt onderzoek intake prostitutie. Wat is de stand van zaken van deze motie en wanneer kan deze, als voorloper op de wet regulering sekswerk worden ingezet? Antwoord: Het Sociaal Domein Fryslan (SDF) is bezig met het ontwikkelen van een regionaal prostitutiebeleid. De motie roept op onderzoek te doen naar een lokale intake en een bijbehorende pas. Insteek is het lokale en regionale beleid goed op elkaar te laten aansluiten. Er heeft om die reden eerst afstemming plaatsgevonden met het SDF over wat deze regionale ontwikkeling betekent voor de lokale werkwijze, in het licht van de motie. De precieze aanpak voor het onderzoek naar mogelijkheden voor een intakegesprek wordt binnenkort bepaald. Daarna gaat het onderzoek zelf zo snel mogelijk van start.
27
Bestuur en bedrijfsvoering VVD 105. Bezetting en gebruik Gemeentehuis Ambtenaren werken allemaal steeds meer thuis. Gemiddeld 2 tot 3 dagen in de week. Dit betekent dat op bepaalde dagen een groot deel van het Gemeentehuis niet (effectief) gebruikt wordt. a. Op welke wijze wordt deze vrije ruimte nu ingezet. b. Wat is de huidige bezetting van het Gemeentehuis op de maandag t/m vrijdag. Wat was de bezetting voor Corona. c. Wordt er gemeentelijk vastgoed afgestoten of herbestemd nu thuiswerken structureel haar intrede heeft gedaan. Antwoord:
106. Blz. 63 Meer ruimte voor persoonlijk contact Veel inwoners en ondernemers hebben behoefte om hun situatie aan de gemeente voor te leggen en samen te bespreken wat het beste gedaan kan worden. Daar maken we ruimte voor. In Leeuwarden maken we een samenhangend plan voor de besteding van de middelen om duurzame systeemdoorbraken te realiseren. Wanneer mogen we dat “samenhangende” plan verwachten? Hoeveel middelen hebben we gekregen? Welke “duurzame systeemdoorbraken” wordt gedacht te realiseren met een samenhangend plan. Antwoord: In het najaar wordt het plan met directie en portefeuillehouder besproken. Het gaat om ongeveer 200.000 euro. Om welke verbeteringen het gaat, moeten we nog ontdekken. Het zal gaan om verbeteringen in onze processen waardoor we onze systeemwereld beter laten aansluiten op de leefwereld van onze inwoners. 107. Blz. 70 en 98 informatiebeveiliging In welke mate voldoet de gemeente momenteel aan de BIO? En welke inspanning moet nog plaatsvinden om (blijvend) hieraan te voldoen? Antwoord: We voldoen voor ongeveer 80% aan de 114 beheersmaatregelen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).
De meest belangrijke verbeteringen, die een substantiële bijdrage leveren aan het verhogen van de digitale weerbaarheid, waar uitvoering aan wo rdt gegeven zijn: het versterken van de beveiliging van (mobiele) apparatuur die toegang hebben tot bedrijfsnetwerk en het actief monitoren en analyseren van de ICT-omgeving op onwenselijke gebeurtenissen die kunnen wijzen op toegang van kwaadwillende (hackers) en het detecteren van ransomware-aanvallen (gijzelsoftware) en datadiefstal. En ten slotte het doorlopend vergroten van de bewustwording bij medewerkers om de regels te kennen, te begrijpen en te interpreteren rondom informatiebeveiliging en privacy.
28
108. Blz. 121 circulaire inkoop Hoeveel (percentage) koopt de gemeente op dit moment circulair in? Wat is het doel van maximaal circulair inkopen door de gemeente in 2025. Hebben we het dan over 10%, 20% of 100% Antwoord: 1. We hebben de afgelopen jaar circulariteit bij 10 inkooptrajecten centraal gezet. Het is niet exact bekend hoeveel procent we circulair inkopen. Voor de toekomst willen we scherper definiëren wat circulair inkopen precies inhoud. Daarmee kunnen we de voortgang ook beter gaan monitoren. 2. De doelstelling is maximaal circulair inkopen, we streven hier naar 100% maar blijven realistisch. Om dit doel te halen hebben we een Roadmap Circulair Inkopen ontwikkelt, deze wordt in 2023 gedeeld met de Raad. De 10 circulaire inkoop trajecten ondersteunen ons om te leren en de markt uit te dagen. 109. Blz. 124 De Label C plicht bij kantoren Wat is energielabel van het Gemeentehuis, Het Stadhuis en het overige gemeentelijk vastgoed dat als kantoor ingezet wordt. Antwoord: Kleine nuancering ten aanzien van de term kantoren. De verplichting geldt voor kantoren en niet voor gebouwen met bijeenkomstfunctie of voor Rijksmonumenten. De huidige kantoren en hun labels zijn: Oldehoofsterkerkhof 2 (Gemeentehuis): Label A Groeneweg 1 (HCL) Label A Groeneweg 3 (Handhaving) Label G (Verduurzamingsmaatregelen zijn doorgevoerd.
Nieuwe label in 2023 wordt waarschijnlijk C) JW Visserwei (FUMO) Label C Agora 6-8 (Doperkerk) Label G Rijksmonument Agora 4 (Doperkerk diverse bedrijven) Label C Rijksmonument Oostergoweg 8 (Watercampus) Label A P. Jurjenstjitte 8 (Fier) Label C Gebouw die niet als kantoor is gedefinieerd en Rijksmonument is Stadhuis: Bijeenkomstfunctie 57% kantoorfunctie 43 % en monument.
PvdA 110. In de programmabegroting worden veel nota’s aangekondigd. Wij noemen in ieder geval: - Lokale inclusieagenda - Woonzorgvisie - Kadernota veiligheid - Agenda democratische vernieuwing - Samenhangende plan systeemdoorbraken - Nieuwe samenwerkingsagenda met de provincie - Etc Is het mogelijk een samenhangende planning te maken opdat ook de raad daar rekening mee kan houden? Antwoord: Zoals ook in de inleiding op de begroting aangegeven, brengt het coalitieakkoord met zich mee dat een deel van de personele inzet opgaat aan het maken van nieuwe beleids- en uitvoeringsplannen. In de begroting worden er een aantal aangekondigd. Hiervan is een totaaloverzicht met voorlopige planning in de maak. Met de nadruk op ‘voorlopig’, want het is onmogelijk hierover garanties af te geven. Omdat bijvoorbeeld actualiteit (crises) of personeelstekort tot andere prioriteiten kunnen leiden. 29
111. Democratische vernieuwing: blz 61 Welke rol heeft de gemeente in het ontstaan, stimuleren en vooral ondersteunen (waar nodig) van de maatschappelijke initiatieven die de leefbaarheid en aantrekkelijkheid bevorderen? Welke rol heeft de gemeente hier in en wie voert dit uit? Antwoord: Allereerst: het is van belang dat de gemeente zich actief opstelt wanneer maatschappelijke initiatieven zich voordoen die de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad, de dorpen en het buitengebied van Leeuwarden voor bewoners, ondernemers en bezoekers bevorderen. De gemeente stimuleert het nemen van initiatieven zoveel mogelijk. Maar de rol die de gemeente vervolgens kiest bij het ontstaan en ondersteunen van initiatieven verschilt per initiatief: soms is een actieve of zelfs sturende/regulerende inzet wenselijk en mogelijk, in veel andere situaties ligt een volgende rol meer voor de hand. Initiatieven verschillen sterk van elkaar in de mate van zelfredzaamheid, de mogelijkheden om hulp aan te boren en de wens/ruimte om vanuit het initiatief hulp van de gemeente te vragen. Het team Gebiedswerkers is vaak de eerste ingang voor of op de hoogte van maatschappelijke initiatieven in de Leeuwarder wijken en dorpen, en kan zowel de initiatiefnemers als de gemeentelijke organisatie ondersteunen bij de zoektocht naar de juiste gemeentelijke rol.
Verder kent de gemeente verschillende instrumenten om tot een weloverwogen keuze voor de eigen betrokkenheid en rol bij initiatieven te komen zoals de initiatieventafel (voor over het algemeen grotere initiatieven) en het overleg over fysieke bewonersinitiatieven. 112. Welke wijzigingen moeten nog doorgevoerd worden door de aangepaste WGR (blz 61)’ Antwoord: De griffie van de gemeenteraad van Leeuwarden is in samenwerking met alle Friese griffies, met ambtelijke ondersteuning een traject aan het ontwikkelen voor de Friese gemeenteraden om invulling te geven aan de wijzigingen van de WGR. Dit houdt in dat er een kennissessie en een netwerksessie worden georganiseerd, waarna de Friese raadsleden richtinggevende uitspraken kunnen meegeven aan de GR-en die de te wijzigen Regelingen gaan voorbereiden. De gestelde vraag komt in dat traject nadrukkelijk aan de orde. In het Presidium van Leeuwarden is deze aanpak besproken. 113. Tabel 21 Kengetallen Bestuur en middelen: Er is meer bezetting dan is toegestaan (blz 68) Waardoor wordt dat veroorzaakt? Antwoord: Bij de cijfers van de formatie is rekening gehouden met de structurele (vaste) formatie. Bezetting kan echter ook een incidenteel (tijdelijk) karakter hebben, bijvoorbeeld omdat een taak wordt uitgevoerd waarvoor tijdelijk middelen ter beschikking zijn gesteld. Uitgangspunt is dat alle bezetting wel financieel is gedekt. 114. P.
195 Er is sprake van autonome groei van de gemeente voor wat betreft inwoners e.d. en het daaraan gerelateerde werkdruk bij publieke dienstverlening, met name bij Service & Informatie en Burgerzaken. Om de gewenste afhandeltijden en service e.d. te kunnen blijven garanderen is een capaciteitsmodel ontwikkeld. Voor het wegwerken van het personele capaciteitstekort alsmede het structureel op niveau houden van de kwaliteit van de dienstverlening zijn extra middelen noodzakelijk, waarvan € 194.000 structureel en incidenteel 2022 € 434.000. Vraag: Graag een toelichting hierover, gaat het nu om extra geld ivm groei, om huidig tekort op te vangen of beide? Waar worden genoemde middelen op ingezet? Antwoord: De personeelscapaciteit van Service & Informatie en Burgerzaken is niet meegegroeid met de toename van het werk. Daarnaast is het nodig gebleken om de capaciteit beter af te stemmen op de gewenste kwantiteit en kwaliteit van het werk. Met het capaciteitsmodel maken we dat beter in orde. Per jaar bekijken we met het model de benodigde aanpassingen. 30
115. Blz 195 De financiële gezondheid van Publieke Dienstverlening staat al enige jaren onder druk. In overleg met de concerncontroller en de gemeentesecretaris is het management van PD aan de slag met gerichte verbeteringen. Deze werpen hun vruchten af, maar worden nog geremd door lastig weg te werken taakstellingen. Een deel van de taakstellingen heeft het management weggewerkt, een deel blijft over als niet-haalbaar. Het gaat om een taakstelling ketenoptimalisatie en een taakstelling Niet volledige herbezetting natuurlijk verloop. Op beide taakstellingen tezamen heeft het management € 200.000 gerealiseerd. Er rest een bedrag van € 203.000. Dit bedrag is gekenmerkt als niet-haalbaar. Wat zijn de gevolgen voor de publieke dienstverlening van deze niet- haalbaarheid? Antwoord: Eventuele besparingen op personeelsbudgetten konden we niet inzetten voor de dienstverlening, maar moesten gebruikt worden voor de taakstellingen. Met het wegwerken van de taakstellingen is dat probleem opgelost. 116. Blz 196 Dienstverlening, nu al grote problemen om aan kwaliteitsvraag te voldoen, verwacht de wethouder met deze middelen de problemen te kunnen oplossen? Antwoord: Het technische antwoord op de vraag is dat met deze middelen in elk geval de randvoorwaarden in orde gemaakt zijn om aan de kwaliteit te kunnen werken.
31
Financiën en heffingen Gemeentebelangen 117. Pag. 77 No-cure-no-pay bureaus: vanwege hun recht op rechtsbescherming maken burgers en bedrijven voor het maken van bezwaar gebruik van zogenaamde no-cure-no-pay bureaus (NCNP). De trend laat een enorme toename zien van het aantal NCNP-bezwaren. Waar het in 2019 nog geen 50% betrof, was dat in 2022 al bijna 80%. Op basis waarvan is dit percentage? Wordt op 80% van de OZB aanslagen bezwaar gemaakt?? Antwoord: Van alle ingediende bezwaren tegen de aanslag OZB wordt bijna 80% ingediend door no-cure-no-paybureaus. 118. Graag beter inzicht in de kostendekkendheid van heffingen. Er is onderscheid tussen juridische kostendekkendheid en budgettaire kostendekkendheid. Wat is het verschil? Waarom zijn de meeste dekkingen niet juridisch kostendekkend volgens pag. 75 tabel 29 terwijl we bijv. op pag. 47 bij Voorziening honden een positief saldo zien van 257.000? Geldt ook voor rioolheffing. Hoe groot is het deel van de opbrengst hondenbelasting wat momenteel wordt ingezet als algemeen dekkingsmiddel? Klopt de tekst op pag. 76 wel waar staat dat de hondenbelasting budgettair kostendekkend is? Antwoord: De programmabegroting is, conform BBV opgedeeld in diverse programma’s, waaronder programma Overhead (PRG017).
Dit zorgt er onder andere voor dat voor de onderdelen afval, riolering en hondenvoorziening de totale lasten en baten niet in één programma staan. Ook de kosten voor handhaving (BOA’s) staan op een eigen plek, in programma Veiligheid. De totale lasten komen samen in de paragraaf lokale heffingen. Daar worden alle kosten, per heffingssoort, toegerekend en wordt de kostendekkendheid bepaald. Dit gebeurt in de tabel kostendekkendheid heffingen. Daar worden de componenten overhead en btw ook aan deze onderdelen toegerekend. Daaruit blijkt dat de baten lager zijn dan de totale lasten. De op jaarrekeningbasis behaalde resultaten worden voor deze budgettaire kostendekkendheid heffingen in de voorziening egalisatie heffingen gestort / onttrokken en zodoende gebruikt voor het egaliseren van de tarieven. Daarmee zijn deze heffingen kostendekkend.
119. Pag. 80 Verruimingsmogelijkheid kwijtschelding voor AOW -gerechtigden. Gemeenten en waterschappen mogen voor de groep AOW -gerechtigden en volledig arbeidsongeschikten de vermogensnorm met maximaal € 2.000 ophogen. Hiertoe is een motie aangenomen. De Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke- en waterschapsbelastingen zullen worden aangepast. Zodra de Nadere regels zijn aangepast mag de gemeenteraad voor de groep AOW -gerechtigden en volledig arbeidsongeschikten besluiten om de (financiële) vermogensnorm met maximaal € 2.000 op te hogen. Deze aanpassing heeft nog niet plaatsgevonden. Wanneer komt dit naar de raad? Antwoord: De besluitvorming hierover vindt plaats bij de eerste wijziging van de tarieven tijdens de laatste raadsvergadering van dit jaar. 120. Pag. 80 Bedragen voor kwijtscheldingen zijn gelijk gebleven. Moet dat niet omhoog met de verwachte crisis in het vooruitzicht? Antwoord: Het technische antwoord op deze vraag is dat aan het einde van het jaar de tarieven nogmaals worden doorgerekend op basis van de meeste recente inzichten. De raad wordt verzocht de 32
aangepaste tarieven goed te keuren in de laatste raadsvergadering. Dit kan inderdaad tot gevolg hebben dat met een hoger bedrag aan kwijtscheldingen rekening moet worden gehouden. 121. Er wordt een voorstel voorbereid dat moet leiden tot vaststelling van een helder kader voor een transparante en resultaatgerichte inzet van de reserves/investeringsfondsen. Wanneer kunnen we dit tegemoet zien? Antwoord: De planning is er op gericht om de voorgenomen uitgangspunten en kaderstelling vóór het eind van het jaar aan de raad aan te bieden 122. Er wordt meer geld gevraagd voor perceptiekosten OZB vanwege de vele bezwaren tegen de WOZ-waarden. Gezien het relatief hoge succespercentage van de bezwaren zouden investeringen in de kwaliteit van het proces van vaststellen van de OZB ook voor de hand liggen. Waar zien we die terug? Of heeft dit niks te maken met de kwaliteit van het proces en is het meer een verdienmodel van deze bureaus? Antwoord: We beschouwen dit als een politieke vraag, waar geen technisch antwoord op mogelijk is .
Groenlinks 123. Pag 47 Bij sommige posten zijn de baten hoger dan de lasten, bijvoorbeeld: de voorziening honden, maar op pagina 75 lees ik bij de hondenbelasting dat de lasten hoger zijn dan de baten. Hoe zit dat? Andere voorbeelden van hogere baten dan de lasten zijn inzamelen afval en recreatie. Kunt u dit uitleggen? Antwoord: De programmabegroting is, conform BBV opgedeeld in diverse programma’s, waaronder Beheer leefomgeving (PRG014) en Overhead (PRG017). Dit zorgt er onder andere voor dat voor de onderdelen afval, riolering en hondenvoorziening de totale lasten en baten niet in één programma staan. Ook de kosten voor handhaving (BOA’s) staan op een eigen plek, in programma Veiligheid. De totale lasten komen samen in de paragraaf lokale heffingen. Daar worden alle kosten toegerekend en wordt de kostendekkendheid bepaald. Dit gebeurt in de tabel kostendekkendheid heffingen. 124. Pag 73 Vennootschapsbelastingplicht Vraag: Op welke zaken is de gemeente (mogelijk) vennootschapsbelastingplichtig? Kunt u daar voorbeelden van geven? De gemeente is toch geen onderneming? Antwoord: Vanaf 1 januari 2016 kunnen gemeenten vennootschapsbelastingplichtig zijn indien en voor zover een fiscale onderneming wordt gedreven.
Hoewel de gemeente geen echte onderneming is, kan een gemeente wel activiteiten verrichten die als een fiscale onderneming kwalificeren als (kort gezegd) activiteiten in het economisch verkeer worden verricht waarmee winst wordt behaald. Voor gemeente Leeuwarden speelt dat bijvoorbeeld voor de exploitatie van de parkeergarages. 125. Pag 76 Veerdiensten Vraag: De post veerdiensten staat op €564.000 Wat voor veerdiensten gaat het over? Kunt u aangeven waar die kosten uit bestaan? Antwoord: Dit gaat over veerpont De Burd. De kosten bestaan uit € 317.000 personeelskosten (schippers), kosten voor brandstof, onderhoud en verzekeringen (€ 59.000) en kosten voor rente en afschrijving (€ 27.000). Daar bovenop komen de kosten van toerekening van de componenten overhead en BTW (€ 160.000)
33
126. Pag 84/85 paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Tabel 37 Overzicht operationele risico’s Vraag: Invloedpercentages; hoe komen die berekeningen tot stand? Antwoord: Bij de risico inventarisaties worden de gebeurtenissen beoordeeld op kans en impact in euro’s. Deze twee componenten kwantificeren het totale risicobedrag per gebeurtenis. Vervolgens worden alle gebeurtenissen in een risicosimulatie ingevoerd. De uitkomst van deze simulatie geeft de mate van invloed per gebeurtenis weer. 127. Pag 95 Leeuwarden heeft bijna €500 miljoen aan leningen uitstaan. a. Vraag: Wat voor leningen hebben wij uitstaan en waarom is dat? b. Vraag: Wat zijn redenen waarom de gemeente op zoek gaat naar leningen? Antwoord: Baten en lasten en inkomsten en uitgaven lopen niet altijd synchroon. Zo moeten bezittingen (zoals bijvoorbeeld wegen, gebouwen en auto’s) direct worden betaald, maar worden de daarmee samenhangende lasten verdeeld over meerdere jaren (afschrijving en rente). Om de bezetting te financiering hebben we leningen opgenomen. De leningen worden in de markt aangetrokken. 128. Pag 104 Caparis Vraag: Wat zijn de kosten per deelnemer voor de gemeente Leeuwarden in 2022 en 2023? Antwoord: De rapportages waarin het aantal SE’s (de financieringseenheid in de uitkering van het Rijk) gepresenteerd worden, zijn op dit moment niet voorhanden.
Deze rapportage zou zuiverder zijn, aangezien dan een vergelijking gemaakt kan worden met de ontvangen rijkssubsidie per SE. De kosten per fte zijn wel beschikbaar, maar werken verstorend ten aanzien van voorgaande presentatie van cijfers.
PvdA 129. Verruimingsmogelijkheid kwijtschelding voor AOW -gerechtigden:Waarom is de vermogensnorm nog niet aan gepast met 2.000,- en wanneer gebeurt dit wel? (blz 81) Antwoord: De besluitvorming hierover vindt plaats bij de eerste wijziging van de tarieven tijdens de laatste raadsvergadering van dit jaar. 130. Blz 200 In toenemende mate maken belanghebbenden die bezwaar willen maken tegen de WOZ-waarde van hun woning of ander object gebruik van de dienstverlening van bureaus die werken op basis van no-cure-no-pay (NCNP). In 2020 werd nog 38% van de bezwaren ingediend door NCNP-bureaus, in 2021 was dat al 52%. Hiervan werd 20% gehonoreerd. Voor 2021 komen we uit op een kostenvergoeding NCNP van € 125.000. Ook bij een geringe aanpassing van de waarde zijn wij genoodzaakt proceskostenvergoeding uit te betalen. Zolang de hoogte van de proceskostenvergoeding zorgt voor een verdienmodel voor dergelijke bureaus zal het aantal NCNP bureaus en hun activiteiten blijven stijgen en wordt aan de burger het indienen van een bezwaar gepromoot. In de begroting is een bedrag van € 46.000 opgenomen voor proceskosten. Omdat dit niet toereikend is zal vanaf 2024 een bedrag van € 160. 000 middels een verhoging van de OZB tarieven worden opgevangen.
Welke mogelijkheden ziet de wethouder om hier verandering in onderstaande situatie aan te brengen? Antwoord: We beschouwen dit als een politieke vraag, waarop geen technisch antwoord mogelijk is.
34
VVD 131. Blz. 93 Uitganspunten renteontwikkeling In de begroting van 2023 wordt uitgegaan van een rente die op het niveau is van 2022, terwijl een alinea daarvoor al geconcludeerd wordt dat door het monetair beleid van de ECB de rente verder zal stijgen. a. Zou het derhalve niet verstandiger zijn geweest om (voorzichtigheidshalve) uit te gaan van een stijgende rente? b. Heeft de gemeente duidelijk de risico’s in kaart als het gaat om een rentestijging? Denk hierbij aan de negatieve gevolgen voor de grondexploitatie, hogere rente op vreemd vermogen, maar ook evt. financiële gevolgen bij Leeuwarder huishoudens. c. Zijn voor bovenstaande risico’s voldoende middelen gereserveerd? Antwoord: a. Er is rekening gehouden met stijgende rente. De rentelasten worden ook beïnvloed door andere factoren zoals de aflossingen van de huidige leningen, het rentepercentage van de huidige leningen en de financieringsbehoefte. Daardoor heeft de stijgende rente in 2023 een beperkte impact. b. Voor wat betreft de financiële gevolgen voor gemeente Leeuwarden wordt regelmatig gekeken naar de gevolgen van de veranderden rentetarieven. Op vaste momenten wordt de begroting bijgesteld als er nieuwe inzichten zijn met budgettaire consequenties. Voor wat betreft het laatste deel van de vraag wordt verwezen naar de beantwoording onder c. c.
Op 1 november as komt er een raadsvoorstel in het college rondom het inflatievraagstuk welke na vaststelling naar de Raad wordt gestuurd, hierin wordt onder andere ook op dit vraagstuk ingegaan. 132. vraag m.b.t. de drie reserves die ook zijn aangekondigd in het collegeakkoord. a. Door specifiek de drie reserves te benoemen in het raadsbesluit (nr. 3): wie heeft zeggenschap over de reserves? Is dit een bevoegdheid van het college of van de raad? b. Wordt ieder voorstel met dekking vanuit deze reserve ter besluitvorming voorgelegd aan de raad? c. Wanneer zijn de uitgangspunten en kaders van de besteding van deze middelen duidelijk? d. Is het niet prematuur om de reserves nu al aan te wijzen, terwijl er nog een voorstel moet komen over de uitgangspunten en de kaders? Antwoord: a. Instellen van en onttrekken aan de reserves is bevoegdheid raad; b. In beginsel wel (zie a) tenzij de raad als onderdeel van de vast te stellen kaderstelling het college daar ruimere bevoegdheden in toekent; c. De planning is er op gericht om de voorgenomen uitgangspunten en kaderstelling v óór het eind van het jaar aan de raad aan te bieden; d. Nee, hiermee wordt uitvoering gegeven aan het Coalitieakkoord en kon ook onmiddellijk over de fondsen worden beschikt nadat kaderstelling is vastgesteld.
FNP 133. p. 167 Taakfjild 01 “Bestjoer en ûndersteuning” -by “gemeentefûns” krije wy sa’n 18.0 miljoen ekstra t.o.f 2022 dit is sa’n 3% fan de begrutting fan 2022 fraach: is dit de ferwachte ynflaasjekorreksje of hat dit te krijen mei “trapje op, of trapje af”? -by “overhead” jouwe wy 2.8 miljoen ekstra út t.o.f. 2022
35
dit is krapoan 3% fraach: hat dit ek fan dwaan mei de ynflaasjekorreksje of spilet hjir ek noch wat oars by, lykas mear personiel ynhiere? Antwoord: De genoemde stijging van het gemeentefonds van € 18 miljoen is de stijging ten opzichte van de primitieve begroting 2022. Dit bestaat uit verschillende onderdelen. Naast een inflatiecorrectie, wordt er ook rekening gehouden met een groot aantal nieuwe taken en taken die ophouden. Voor een gedetailleerde toelichting op deze mutaties, verwijzen wij naar 3.3.1. Uiteenzetting van de financiële positie in de begroting 2023. Voor wat betreft de overhead: als wordt gekeken naar de primitieve begroting 2022, is sprake van een budget (baten minus lasten) van € 43.682.000. In de begroting 2023 is dat € 47.406.000. Er wordt dus € 3,7 miljoen extra geraamd. Dit bedrag bestaat voor circa € 2 miljoen uit loon- en prijsstijgingen en voor het overige hoofdzakelijk uit bedragen die zijn toegekend bij de mee- en tegenvallers en vanuit het coalitieakkoord. 134. Taakfjild 02 “Ferkear, ferfier en wettersteat” -by “ferkear en ferfier” wurdt 4.8 miljoen besunige t.o.f 2022 fraach: wer bestiet dizze besuniging út? Antwoord: In het jaar 2022 is incidenteel € 5,5 mln toegevoegd aan de voorziening onderhoud verhardingen. Daarmee was het in jaar 2022 een uitschieter.
Overigens is in de begroting 2023 op basis van het Coalitieakkoord de storting in de voorziening structureel verhoogd met € 2,3 mln (zie hiervoor ook paragraaf 2.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen). 135. Taakfjild 03 “Ekonomy” -by “ekonomyske ûntwikkeling” wurdt sa’n 4.1 miljoen besunige. fraach: hat dit meskyn in relaasje mei Corona-jilden? Antwoord: In het jaar 2022 is een éénmalige subsidie verstrekt aan WTC/Cambuur stadionbouw welke binnen het taakveld economie is verwerkt. Daarnaast waren er voor de sociaal-economische-impuls (SEI) projecten, vanuit de Coronamiddelen, incidenteel budgetten in 2022 opgenomen. Dit zorgt voor een lager budget in het jaar 2023. 136. Taakfjild 06 “Sosjaal domein” -by 0681 “geëscaleerde zorg 18+” wurdt sa’n 13.1 miljoen besunige fraach: hoe komt men op dizze besuniging, komme der minsken yn’e kjeld te stean of nimme merkpartijen in part foar harren rekken? Antwoord: Het betreft geen bezuiniging maar een overheveling van cliënten én budget uit de regeling Beschermd Wonen naar de Wet Langdurige Zorg. De cliënten komen dus niet in de kou te staan maar de kosten worden voortaan anders (niet meer via een gemeentelijk budget) gefinancierd. 137. Taakfjild 07 “Folkssûnens en miljeu” -by “folkssûnens” wurdt sa’n 5.3 miljoen besunige.
fraach: is hjir in ferklearring foar? Antwoord: De budgetten voor Volksgezondheid zijn in de begroting 2023 onder andere taakvelden gepositioneerd. Van een bezuiniging is geen sprake. Ter vergelijking met 2022 zijn de volgende budgetten voor 2023 beschikbaar (indien gelijkblijvend taakveld):
36
138. Algemiene Reserves -as de 40 miljoen út it koalysje-akkoart net út de AR helle wurdt dan soe de AR op mear dan 70 miljoen út komme. by de weryndieling, in pear jier lyn, wie de AR sa’n 10 miljoen. hjir tekent him in “trend” ôf, de begruttingsoerskotten binne elk jier leech wylst de rekkenoerskotten alle jierren heech binne, want oars kin de AR net sa fluch op sa’n 70 miljoen komme. fraach: soe it ek mooglik wêze kinne dat njonken it “sichtbere begruttingsresultaat” ek it “net sichtbere begruttingsresultaat” ris dúdlik wurdt foar de ried? (by de FNP neame wy dat al jierren: het niet zichtbare geprognosticeerde begrotingsoverschot). Antwoord: De constatering is juist dat de stand van de algemene reserve ten opzichte van stand in het verleden op dit moment hoog is. Dat is uitzonderlijk. De oorzaak is vooral, dat over de jaren 2022 t/m 2025 sprake is van grote begrotingsoverschotten (en niet lage). Deze overschotten op de begroting worden toegevoegd aan de algemene reserve. Dit is zichtbaar gemaakt in tabel 97 op pagina 210 van de begroting 2023. Het “saldo van baten en lasten” (eindstanden per 31-12: in 2022 € 6.557; in 2023 € 15.722; in 2024 € 14.300; in 2025 € 22.595) worden aan de algemene reserve toegevoegd. Welke stortingen in de algemene reserve worden gedaan, blijkt uit de 2e tabel op pagina 210 onder nummer 8 (storting / onttrekking begrotingssaldo).
Totaal komt er over die jaren ongeveer € 60 mln bij. Oorzaak van de hoge begrotingsoverschotten tot en met 2025 zijn vooral de maatregelen uit het Rijks-regeerakkoord en de daarmee gepaard gaande trap-op-trap-af-systematiek. Het gaat goed met de Rijksfinanciën en daar profiteren de gemeenten flink van mee. Bovendien is t/m 2025 de zogenaamde opschalingskorting bevroren. Ook dat is financieel gunstig. Echter vanaf 2026 is het financiële beeld heel anders. Dan is sprake van een forse dip en de nodige onzekerheid. In 2026 is ons begrotingsoverschot nog maar € 1,023 mln. Dit wordt ook wel het zogenaamde ravijnjaar genoemd. Omdat het Rijk nog een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten moet uitwerken, heeft het Rijk ervoor gekozen om met ingang van 2026 het gemeentefonds niet volgens de afgesproken financieringssystematiek (samen trap- op-trap-af) meer te bekostigen. De gemeentefondsuitkering laat daarom vanaf 2026 een forse teruggang zien. Tot en met 2025 zijn er dus wel forse begrotingsoverschotten waardoor de algemene reserve hoge standen kent.
37
Vragen n.a.v. inflatie en energiecrises Groenlinks 139. Vragen n.a.v. inflatie en energiecrises: a. Wat kan de gemeente, naast de maatregelen van het Rijk, doen voor mensen/gezinnen die vanwege de energiecrisis in ernstige financiële en/of psychische problemen komen? Wordt de raad daarover periodiek geïnformeerd? b. Wat zijn de consequenties voor de woningbouwcoöperaties/gemeente voor wat betreft de sterk gestegen grondstoffenprijzen, mbt prestatieafspraken/tijdschema? c. Gelet op de recent afgesproken woningbouwcontingenten met het Rijk en de Provincie, wat is daarvan het gevolg voor de plannen van de gemeente Leeuwarden? d. Er zijn legio huishoudens die net buiten de 1300 euro regeling vallen, een regeling die uiteraard weer slechter uitviel voor alleenstaanden dan voor gezinnen. (reden: max. 120% van het voor dat huishouden geldend bijstandsniveau. Dus 120% van 70% voor alleenstaanden en 120% van 100% voor gezinnen. En zeg niet dat alleenstaanden toch minder verbruiken dan een gezin: of de cv nu aan staat voor 1 of voor 4 personen maakt niets uit.) Wat doet de gemeente Leeuwarden met betrekking tot de vraag naar individuele bijzondere bijstand voor hoge energiekosten gezien het prijsniveau van gas en elektra? e.
wat doet de gemeente Leeuwarden als studenten die zelf een energiecontract hebben (en die zijn er legio) aankloppen voor die €1300,- categoriale bijzondere bijstand? f. Is er in de begroting ruimte om een speciaal fonds te creëren voor die inwoners van de gemeente die vanwege inflatie en energiecrisis echt ernstig in de problemen komen? Antwoord: a. Voor 2022 verwijzen we naar het raadsvoorstel dat op 1 november door het college wordt vastgesteld en binnenkort door de raad kan worden behandeld. In dat voorstel komt o.a. een aanvulling op de Rijksmaatregelen aan de orde. Voor 2023 geldt dat er vooralsnog geen aanvullende maatregelen worden getroffen omdat voor dat jaar het Rijk met een veel breder pakket aan maatregelen is gekomen. Er kan daarom nu nog niet worden vastgesteld of, en zo ja hoe daarop een aanvulling moet plaatsvinden. b. Stijgende prijzen hebben niet direct effect op lopende projecten. Daar hebben ontwikkelende partijen al bindende contracten voor. Voor nieuwe projecten betekenen de prijsstijging in algemene zin dat projecten worden aangepast (versoberd), een andere fasering (bv. langere looptijd) krijgen of geannuleerd worden. Wat specifiek voor de corporaties is, is dat zij door het vervallen van de Verhuurdersheffing vanaf 2023 juist meer middelen beschikbaar hebben.
Of de effecten van de prijsstijgingen uiteindelijk groter zijn dan de extra middelen, is nu nog niet bekend. c. Dit heeft geen gevolgen voor de al lopende woningbouwprojecten in de gemeente Leeuwarden. De aantallen te realiseren woningen in de woningbouwafspraken tussen Rijk en provincie zijn gebaseerd op gegevens die de gemeenten zelf hebben aangedragen. Nieuw in ontwikkeling te brengen woningbouwplannen zullen moeten passen in de landelijke ambities t.a.v. de nieuwbouw (grofweg 1/3 sociale huur, 1/3 betaalbare koop en 1/3 overig). d. Ook voor het antwoord op deze vraag verwijzen we naar het hiervoor genoemde raadsvoorstel dat binnenkort door de raad kan worden behandeld. e. Zie het antwoord op vraag 135f. f. Het antwoord op de vraag of er ruimte voor een fonds is, is een politieke afweging. Met het hiervoor genoemde raadsvoorstel beoogt het college de noodzaak voor een dergelijk fonds weg te nemen. Ook het Rijk heeft voor 2023 een breed pakket aan maatregelen afgekondigd gericht op het voorkomen dat huishoudens in ernstige financiële problemen komen door de
38
sterk gestegen energiekosten en inflatie. Verder is er altijd het vangnet van de individuele bijzondere bijstand.
VVD 140. Inflatie Het inflatiepercentage is op dit moment zo’n 3-4 keer hoger dan wat in de afgelopen jaren gebruikelijk was. Daarnaast wordt in de begroting van 2023 nog rekening gehouden met een prijsontwikkeling van 3%. Dit lijkt niet realistisch gezien de macro-economische ontwikkelingen. In het raadsvoorstel wordt hier al kort op ingegaan. a. Op welk moment in 2022 is een reële inschatting te maken van de gevolgen van de inflatie? b. Op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd? c. Is er op dit moment al een ruwe inschatting te maken van de financiële gevolgen? Heeft dit consequenties voor de financiële positie van de gemeente? Antwoord: a. In 2022 zal die inschatting niet gemaakt worden. In het raadsvoorstel dat binnenkort door de raad zal worden behandeld wordt ingegaan op de vraag hoe in 2023 op de gevolgen van de hoge inflatie zal worden gereageerd door het college. b. In het hiervoor aangekondigde voorstel zal ook hierop worden ingegaan. c. De ‘ruwe schatting’ kan niet gegeven worden. Er is, zoals aangegeven ruimte in de Algemene Reserve tussen de minimumstand en de uitkomst van de bepaling van de minimaal benodigde weerstandscapaciteit.
Pvda 141. Versterken bestaanszekerheid De omschrijving op blz 13 is erg beperkt . Op blz 83 wordt verder ingegaan op de hoge energieprijzen en de hoge inflatie. Aangegeven wordt dat hiervoor nadere voorstellen zullen komen. Wanneer kunnen we de voorstellen verwachten? Begrijpen wij het goed dat hiervoor in principe maximaal 6,5 miljoen voor beschikbaar is? Antwoord: Het raadsvoorstel wordt 1 november door het college vastgesteld waarna behandeling door de raad kan plaatsvinden. De dekking van de kosten van het voorstel komen in het voorstel zelf aan de orde. 142. Blz 7: ‘Ten tijde van het schrijven van de begroting, hebben we te maken met verschillende crisissen: COVID-19, Oekraïne, energie, inflatie, stikstof. Die raken niet alleen onze inwoners, maar ook de gemeentelijk begroting in meer of mindere mate. In termen van geld, capaciteit en het behalen van doelen. Als het aankomt op de risico’s die hieruit volgen, is de toekomst onzeker.’ a. In hoeverre zal er binnen de begroting ruimte zijn om te anticiperen op de macroeconomische omstandigheden? b. Is er ruimte om actuele nood thema's zoals verregaande armoede door inflatie en de energiecrisis, voorrang te verlenen binnen de begroting t.o.v de meer langere termijn doelen vanuit de SDG? Antwoord: a. De begroting is een reële raming van baten en lasten, incidenteel en structureel.
Dat wil niet zeggen dat met alle eventualiteiten rekening wordt gehouden, maar wel met wat op basis van (professionele) inschattingen en afwegingen moet. De ruimte om te anticiperen op 39
negatieve, nog onbekende macro-economische ontwikkelingen is zo groot en zo klein als waartoe besloten wordt. Het beleid is: een toereikende Algemene Reserve voor het opvangen van de benoembare risico’s, maar minimaal € 15 mln en een structureel sluitende meerjarenraming.
b. Het antwoord op deze vraag is aan de raad.
40