Ambtshalve aanpassingen Bp Leeuwarden Arken en woonschepen
Tekst van het document
Nee
veenmoerassen, vennen en duinvalleien, soms in moerasbos; zoutmijdend. Wilde kievitsbloem
In drassige graslanden en
Nee
uiterwaarden, vooral op 'klei-opveen'.
Op basis van de biotoopeisen van de in de omgeving voorkomende beschermde vaatplanten, kan het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied worden uitgesloten. Conclusie In het plangebied komen geen beschermde vaatplanten voor.
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
22
6.3
Vlinders en libellen Uit De dagvlinders van Nederland (Bos et al. 2006), de website Vlindernet.nl en gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vlindersoorten voorkomen. Uit de atlas De Nederlandse libellen (Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002), de website Libellennet.nl en gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied de beschermde libellensoorten groene glazenmaker en gevlekte witsnuitlibel voorkomen. De groene glazenmaker is waargenomen op één tot vijf kilometer afstand van het plangebied en gevlekte witsnuitlibel komt voor op vijf tot tien kilometer afstand van het plangebied (beide FFtabel 3). De groene glazenmaker komt voor bij stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden: plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. Aangezien in en rondom het plangebied geen krabbenscheer aanwezig is, kan het voorkomen van groene glazenmaker in het plangebied worden uitgesloten. De gevlekte witsnuitlibel is een soort van laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen en komt vooral voor bij rijk begroeide wateren. Het plangebied en het voortplantingswater voldoen niet aan de habitateisen van gevlekte witsnuitlibel. Daarnaast ligt het verspreidingsgebied van de soort op minimaal vijf kilometer van het plangebied.
Het voorkomen van gevlekte witsnuitlibel binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Conclusie In het plangebied komen geen beschermde vlinders en/of libellen voor.
6.4
Mieren, kevers en slakken Beschermde soorten mieren en houtkevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (naald)bossen. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van beschermde mier- en houtkeversoorten binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op een afstand van vijf tot tien kilometer de beschermde waterkever gestreepte waterroofkever is waargenomen. De gestreepte waterroofkever komt voor in grote, permanente wateren, smalle en brede sloten en petgaten. De wateren moeten over een grote oppervlakte maximaal ongeveer één meter diep zijn met warme, zonnige plekken en oeverbegroeiing (website ministerie van Economische Zaken). Uit de 'kansenkaarten' in Cuppen & Koese (2005) blijkt dat de kans dat gestreepte waterroofkever in het water binnen het plangebied voorkomt zeer klein is. Deze kansenkaarten geven de kilometerhokken weer waarvan voorspeld is dat er respectievelijk een kans van meer dan 50% en meer dan 70% is dat gestreepte waterroofkever hier voorkomt. De kans dat gestreepte waterroofkever in het plangebied voorkomt is op basis van de potentiële waarden in het gebied kleiner dan 30%.
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
23
Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, de kansenkaart van Cuppen & Koese (2005) en de relatief grote mate van verstoring door recreanten kan het voorkomen van gestreepte waterroofkever langs de oever van het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Op een afstand van 25 tot 50 kilometer van het plangebied is de aquatische slakkensoort platte schijfhoren (FFtabel 3) waargenomen. De platte schijfhoren heeft een voorkeur voor helder, stilstaand of zeer zwakstromend water met een rijke plantengroei. De trefkans is het grootst als zowel ondergedoken vaatplanten, draadalgen, als planten met drijvende bladeren aanwezig zijn. De soort leeft zowel in grote plassen en meren als in smalle sloten. Vanwege de afwezigheid van plantengroei, buiten het aanwezige riet, kan het voorkomen van de slakkensoort platte schijfhoren in het water rondom het plangebied worden uitgesloten. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte biotopen is het uit te sluiten dat beschermde soorten mieren, kevers en slakken voorkomen in het plangebied.
6.5
Vissen Een gedeelte van het plangebied betreft oppervlaktewater, aangezien daar een steiger gerealiseerd gaat worden voor een woonboot. De twee bestaande steigers zullen worden verkleind. Uit de NDFF blijkt dat paling en rivierdonderpad (beide FFtabel 2) binnen een straal van nul tot een kilometer van het plangebied voorkomen. Op een afstand van een tot vijf kilometer van het plangebied zijn kleine modderkruiper (FFtabel 2) en bittervoorn (FFtabel 3) waargenomen. Op een afstand van vijf tot tien kilometer van het plangebied komt de beschermde vissoort grote modderkruiper (FFtabel 3) voor. Hieronder wordt beschreven of het voorkomen van deze vissoorten binnen het plangebied aannemelijk is op basis van de biotoopeisen (Ravon.nl). Het is mogelijk dat paling en rivierdonderpad voorkomen bij het plangebied; rivierdonderpad kan leefgebied vinden tussen de stortstenen op de oevers van het plangebied. De kleine modderkruiper heeft een voorkeur voor stilstaand tot langzaam stromend ondiepe wateren met een rijke plantenbegroeiing en een zandige of met dunne sliblaag bedekte bodem. Vanwege het ontbreken van een rijke plantenbegroeiing en de grote diepte van het water bij het plangebied is niet aannemelijk dat kleine modderkruiper in het plangebied voorkomt.
In Nederland komt de bittervoorn voor in de plantenrijke oevers van de uiterwaardwateren van het rivierengebied, poldergebieden en de benedenlopen van riviertjes en beken tot 60 cm diep met een goede waterkwaliteit en een goed ontwikkelde watervegetatie. Het is belangrijk dat zoetwatermosselen als schildersmossel en zwanenmossel in hetzelfde water voorkomen, deze zijn onmisbaar voor de voortplanting. Aangezien het water diep is en weinig plantengroei aanwezig is in het plangebied, maar de oever bestaat uit stortstenen en riet is het niet aannemelijk dat bittervoorn voorkomt in het plangebied. Grote modderkruiper heeft een voorkeur voor verlandende wateren in laag dynamische overstromingsvlakten en moerasgebieden. Het oppervlaktewater binnen
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
24
het plangebied ontbreekt het aan geschikt biotopen voor grote modderkruiper. Het voorkomen van grote modderkruiper binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Effectbeoordeling De aanleg van de nieuwe steiger vindt plaats in het water. Doordat de werkzaamheden plaatsvinden binnen een groot water, slechts kleinschalig van aard zijn en in een kort tijdsbestek worden uitgevoerd, kunnen negatieve effecten op mogelijk voorkomende vissoorten worden uitgesloten. Aangezien geen werkzaamheden plaatsvinden aan de stortstenen zijn negatieve effecten op de rivierdonderpad (FFtabel 2) uit te sluiten. Conclusie In de omgeving van het plangebied komen de beschermde vissoorten paling en rivierdonderpad (beide FFtabel 2) voor. De voorgenomen plannen zullen geen negatief effect op mogelijk voorkomende beschermde vissoorten hebben.
6.6
Reptielen en amfibieën Uit gegevens van RAVON, ‘De amfibieën en reptielen van Nederland’ (Creemers et al. 2009) en de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied de beschermde amfibieënsoorten; bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander (alle FFtabel 1), rugstreeppad, en heikikker (beide FFtabel 3) voorkomen. Uit het bronnenonderzoek blijkt dat op een tot vijf kilometer afstand van het plangebied de beschermde reptielensoort ringslang (FFtabel 3) voorkomt en dat op 10 tot 25 kilometer afstand van het plangebied levendbarende hagedis (FFtabel 2) voorkomt. Het plangebied is geschikt als landbiotoop voor de minder kritische soorten van FFtabel 1, zoals bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Mogelijk vormt de sloot langs het plangebied geschikt voortplantingswater voor amfibieën van FFtabel 1. De typische habitat van heikikker bestaat uit vochtige gebieden; hoog- en laagvenen, moerassen en overstromingsgebieden (uiterwaarden). Het voortplantingsbiotoop bestaat uit ondiepe stilstaande wateren met oevervegetatie. De heikikker overwintert van oktober tot eind februari op vorstvrije plekken op het land buiten bereik van het grondwater. De heikikker overwintert (nagenoeg) niet in het water (soortenstandaard heikikker, 2014).
Het is daardoor uit te sluiten dat het landgedeelte binnen het plangebied, dat in de winter onder water staat, geschikt is als overwinteringsplaats voor heikikkers. Het is mogelijk dat heikikkers de sloten rond het plangebied gebruiken als voortplantingswater. Het is daardoor niet uit te sluiten dat heikikkers het plangebied gebruiken als landhabitat. Het kort gemaaide gazon is niet geschikt voor heikikker. Het rietland en de ruigte zijn wel geschikt als landhabitat voor heikikker. Rugstreeppad is een soort van dynamische zandige milieus. Deze biotopen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. De rugstreeppad is waargenomen op een afstand van vijf tot tien kilometer van het plangebied. Gezien de matige geschiktheid van het plangebied voor rugstreeppad en de grote afstand tot de dichtstbijzijnde waarneming
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
25
van rugstreeppad is het redelijkerwijs uit te sluiten dat rugstreeppad binnen het plangebied voorkomt. Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor ringslang. De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Grote oppervlaktes laag gelegen, nat gebied worden echter gemeden, omdat de soort daar vaak niet alle stadia van zijn levenscyclus kan doorlopen. In het plangebied zijn geen potentiële broedhopen voor ringslang aangetroffen. Het is niet aannemelijk dat de ringslang alle stadia van de levenscyclus kan doorlopen binnen het plangebied, aangezien het een nat terrein is. Het plangebied vormt daardoor geen belangrijk leefgebied voor ringslang. Het kan echter niet worden uitgesloten dat ringslangen incidenteel het plangebied doorkruisen. Effectbeoordeling De voorgenomen plannen kunnen gevolgen hebben voor mogelijk binnen het plangebied voorkomende algemene soorten amfibieën van FFtabel 1. Binnen het plangebied verdwijnt tijdelijk leefgebied tijdens het inrichten van de tuinen. Daarna zullen de tuinen weer geschikt zijn voor de soorten van FFtabel 1. Mogelijk komt heikikker voor binnen het plangebied. De werkzaamheden bij de herinrichting van de tuinen zouden een negatief effect kunnen hebben op mogelijk voorkomende heikikkers.
Na de herinrichting zullen de tuinen echter even geschikt zijn als leefgebied voor heikikkers, aangezien de tuinen natuurlijk worden ingericht en geen hekken of andere barrières worden geplaatst. Mogelijk komen incidenteel ringslangen voor binnen het plangebied. Werkzaamheden binnen het plangebied kunnen een negatief effect op aanwezige ringslangen. Mitigerende maatregelen Voor soorten van FFtabel 1 geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen een algehele vrijstelling. Het is daarom niet noodzakelijk mitigerende maatregelen te nemen. Mogelijk komen heikikkers (FFtabel 3) voor in het plangebied. Door mogelijk verstorende werkzaamheden uit te voeren in de winterrustperiode van heikikkers (november t/m februari) worden negatieve effecten op heikikkers voorkomen. Mogelijk komen incidenteel ringslangen voor binnen het plangebied. Het doden of verwonden van ringslangen kan worden voorkomen door mogelijk verstorende werkzaamheden uit te voeren in de winterrustperiode van ringslangen: grofweg half oktober t/m half maart. Conclusie In het plangebied komen mogelijk soorten amfibieën van FFtabel 1 voor. De plannen kunnen negatieve effecten hebben voor deze soorten. Het is niet noodzakelijk mitigerende maatregelen te nemen voor soorten van FFtabel 1.
Het is niet uit te sluiten dat heikikkers voorkomen binnen het plangebied; door werkzaamheden uit te voeren in de periode november t/m februari worden negatieve effecten op heikikkers voorkomen. In verband met het mogelijk voorkomen van ringslangen binnen het plangebied is het noodzakelijk om bij uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met deze soort door de werkzaamheden uit te voeren in de winterrustperiode van ringslangen: grofweg half oktober t/m half maart.
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
26
6.7
Vogels Tijdens het veldbezoek zijn in de omgeving van het plangebied meerkoet, wilde eend en winterkoning waargenomen. Het plangebied is geschikt als foerageergebied en broedgebied voor algemene vogelsoorten, voornamelijk riet- en watervogels. In het plangebied zijn geen nesten of sporen aangetroffen van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. Effectbeoordeling Het onderzoeksgebied is geschikt als foerageer- en broedgebied voor vogels. De voorgenomen ontwikkeling zal tot gevolg hebben dat het plangebied tijdelijk niet meer geschikt zal zijn als foerageer- en broedgebied. In de directe omgeving is echter voldoende soortgelijk foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten van voorgenomen plannen op het foerageergebied van vogels zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Ten aanzien van het broedseizoen dienen maatregelen genomen te worden om negatieve effecten van de voorgenomen plannen op vogels te voorkomen. Voor de vogels geldt dat, indien exemplaren aan het broeden zijn, het verwijderen van riet en andere beplanting niet kan plaatsvinden zonder deze dieren te verstoren. De nesten van algemene vogels zijn gedurende het broedseizoen strikt beschermd. Mitigerende maatregelen Door riet en beplanting buiten het broedseizoen van vogels te verwijderen/snoeien wordt voorkomen dat er negatieve effecten zullen optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten.
Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. Conclusie Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemeen voorkomende vogelsoorten. De voorgenomen plannen zullen geen negatieve effecten hebben ten aanzien van foerageergebied en of broedgebied. Na de herinrichting zal het gebied even geschikt zijn als foerageer- en broedgebied voor vogels. Indien exemplaren aan het broeden zijn, kan het verwijderen van riet en andere beplanting niet plaatsvinden zonder deze dieren te verstoren. Door riet en andere beplanting buiten het broedseizoen van vogels te verwijderen/snoeien wordt voorkomen dat er negatieve effecten zullen optreden ten aanzien van vogels.
6.8
Zoogdieren Vleermuizen Uit de Atlas van de Nederlandse vleermuizen en Korsten en Regelink (2010) en de NDFF blijkt dat de soorten gewone- en kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, tweekleurige vleermuis, laatvlieger, franjestaart, meervleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis, baardvleermuis (alle FFtabel 3) voorkomen in de omgeving van het plangebied. Het plangebied en de omgeving daarvan zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Vanwege het ontbreken van bebouwing en/of bomen binnen het
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
27
plangebied zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen of vliegroutes van vleermuizen aanwezig. Overige zoogdieren Het plangebied kan (onderdeel van) het leefgebied vormen van algemene grondgebonden zoogdieren als bijvoorbeeld mol, bunzing, konijn, vos, egel en diverse algemene muizensoorten (alle FFtabel 1). Uit gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied de beschermde zoogdiersoorten; steenmarter (FFtabel 2), boommarter, otter, das, noordse woelmuis en waterspitsmuis (alle FFtabel 3) voorkomen. In het plangebied is geen potentiële verblijfplaats van steenmarters aangetroffen. De steenmarter wordt vaak een cultuurvolger genoemd. Op veel plaatsen lijkt hij gebonden aan bebouwde gebieden en cultuurlandschappen. De soort komt door zijn grote aanpassingsvermogen echter in vrijwel alle biotopen voor. Voedsel en dekking zijn bepalend voor de habitatkeuze van de steenmarter (Zoogdiervereniging). Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van het grotere leefgebied van een steenmarter. Het plangebied vormt echter geen belangrijk deel van het leefgebied, door de ligging op een landtong en de hoge mate van recreatie in de avond en nacht gedurende het vaarseizoen. Op een afstand van vijf tot tien kilometer van het plangebied is boommarter waargenomen. Het plangebied voldoet vanwege het ontbreken van bomen en struiken niet aan de habitatseisen van de boommarter.
Het voorkomen van boommarters binnen het plangebied kan worden uitgesloten. In het plangebied zijn geen sporen van otters aangetroffen. De otter leeft in oeverzones met voldoende dekking, voedsel en rust. Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties. Holen en andere dagrustplaatsen die regelmatig in gebruik zijn door een otter zijn herkenbaar aan uitwerpselen, ottergeil en krabheuveltjes in de omgeving. De otter houdt geen winterslaap (Zoogdiervereniging). Gezien het huidige gebruik van het plangebied met een grote recreatiedruk en het ontbreken van ottersporen is het niet aannemelijk dat het plangebied belangrijk leefgebied vormt voor otters. Het is echter niet uit te sluiten dat incidenteel een otter het plangebied doorkruist. In het plangebied zijn geen sporen van dassen aangetroffen. Ook zijn in de directe omgeving van het plangebied geen dassenholen aangetroffen. Vanwege de ligging van het plangebied op een landtong en het ontbreken van bosjes in de omgeving van het plangebied is het redelijkerwijs uit te sluiten dat dassen binnen het plangebied leefgebied vinden. De noordse woelmuis leeft in hoge vegetaties met vooral grasachtige planten. Het is een soort die erg gevoelig is voor concurrentie van onder andere aardmuis, veldmuis en rosse woelmuis.
In gebieden waar andere woelmuizen voorkomen, leeft de soort veel in natte terreinen, zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Uit een ecologische quickscan uit 2011 (Ecologische toetsing Herinrichting Swette -De Burd, 2011) blijkt dat in polder De Burd de concurrenten rosse woelmuis, veldmuis en aardmuis voorkomen. Het is daardoor niet aannemelijk dat noordse
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
28
woelmuis in de drogere delen van het plangebied, waar de private tuinen zijn beoogd, voorkomt. In het plangebied zijn geen ‘molshopen’ van noordse woelmuis aangetroffen, maar deze worden voornamelijk gevormd in gebieden met een lage grondwaterstand. Het voorkomen van noordse woelmuis in het deel van het plangebied waar drassig rietland aanwezig is, is niet uit te sluiten. Hier is marginaal geschikt habitat aanwezig. Hoewel het oppervlakte van de biotoop aan de kleine kant is, is het, gezien het bekende voorkomen van deze soort in de Alde Feanen niet uitgesloten dat de soort aanwezig is. De locaties binnen het plangebied waar kort gemaaid grasland aanwezig is, zijn niet geschikt als leefgebied voor noordse woelmuis vanwege het ontbreken van voldoende dekking. Vanwege het recentelijk uitgevoerde grootschalig onderhoud en beheer is het uit te sluiten dat noordse woelmuis buiten het natte rietland voorkomt. De waterspitsmuis is in 2011 door ecologisch adviesbureau FaunaX vastgesteld langs de Wide Burd. Waterspitsmuizen komen voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Geschikt habitat wordt gevormd door de oost-west verlopende Neare Burd / Wide Burd. Deze watergang is rijk begroeid met een verlandingsvegetatie van riet en kruiden.
Het leefgebied van de waterspitsmuis is langgerekt en loopt evenwijdig aan een oever. De actieradius loopt uiteen van 30 tot 160 meter. De sloten en grenzend aan het plangebied en de oevers daarvan vormen geschikt leefgebied voor de waterspitsmuis. De waterspitsmuis komt daardoor mogelijk ook binnen het plangebied voor. Als waterspitsmuizen in het plangebied voorkomen, is het vanwege het recentelijk uitgevoerde grootschalig onderhoud en beheer in het plangebied vrijwel uit te sluiten dat waterspitsmuis ver buiten de oevers van de watergangen en het drassige rietland leefgebied vindt, zie foto’s 1 en 2. Daarnaast is het niet aannemelijk dat waterspitsmuizen voorkomen in het kort gemaaide grasland binnen het plangebied. Effectbeoordeling Het onderzoeksgebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. De voorgenomen ontwikkeling zal geen effect hebben op de functie van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen. Na het inrichten van de tuinen, zal het plangebied even geschikt zijn als foerageergebied. Negatieve effecten van voorgenomen plannen op het foerageergebied van vleermuizen zijn uit te sluiten. Mogelijk behoort het plangebied tot het leefgebied van een aantal grondgebonden zoogdieren van FFtabel 1. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op deze soorten.
Na de herinrichting van het plangebied, zal het plangebied nog even geschikt zijn als leefgebied voor zoogdieren van FFtabel 1. Mogelijk dat het plangebied tijdelijk minder geschikt is als leefgebied gedurende de werkzaamheden voor de inrichting van de tuinen. Mogelijk vormt het plangebied een onderdeel van het leefgebied van steenmarter. Het plangebied vormt echter geen belangrijk deel van het leefgebied van steenmarter. Doordat de oevers met riet behouden blijven en de tuinen na herinrichting geen barrières hebben en natuurlijk worden ingericht met onder andere riet, zal het plangebied in de nieuwe situatie even geschikt zijn als leefgebied voor steenmarters. Een negatief effect op de steenmarter kan worden uitgesloten.
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
29
Mogelijk komen incidenteel otters voor binnen het plangebied. Het plangebied vormt echter geen belangrijk onderdeel van het leefgebied van otters en de voorgenomen plannen zullen geen negatief effect hebben op de otter. Doordat de oevers met riet behouden blijven en de tuinen na herinrichting geen barrières hebben en natuurlijk worden ingericht met onder andere riet, zal het plangebied in de nieuwe situatie even geschikt zijn als leefgebied voor otters. In het plangebied komen mogelijk waterspitsmuis en noordse woelmuis voor. De sloten en hun oevers, het drassige rietland en het riet in het water en op de oevers van het Pikmeer blijven ongewijzigd, zie figuur 3. Het geschikte biotoop van genoemde soorten bevindt zich daardoor buiten de grenzen van de beoogde private tuinen. Omdat daarnaast de tuinen landschappelijk worden ingericht, zie figuur 3, en geen obstakels worden geplaatst in de tuinen die als barrière kunnen dienen, zullen de voorgenomen plannen geen negatief effect hebben op de eventuele migratie van de noordse woelmuis en waterspitsmuis. Incidenteel kunnen individuen op de locatie van de beoogde private tuinen aanwezig kunnen zijn.
Aangezien het geschikte biotoop voor de genoemde soorten buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden ligt, zijn negatieve effecten uit te sluiten, indien mitigerende maatregelen worden genomen om het doden of verwonden van individuen te voorkomen. Mitigerende maatregelen Voor de soorten van FFtabel 1 geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een algehele vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Het is derhalve niet noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen voor de zoogdiersoorten van FFtabel 1. Het plangebied vormt mogelijk leefgebied van noordse woelmuis en waterspitsmuis. Om negatieve effecten op de soorten uit te sluiten dient het verwijderen van het riet op de locaties van de beoogde tuinen te worden uitgevoerd buiten de kwetsbare perioden voor noordse woelmuis en waterspitsmuis. Het voortplantingsseizoen van de waterspitsmuis loopt van april tot september en van de noordse woelmuis van april tot oktober. Dit houdt in dat het verwijderen van riet alleen in de periode november tot en met maart mag worden uitgevoerd. Conclusie Het plangebied en de omgeving daarvan zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten op het foerageergebied zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Vanwege het ontbreken van bebouwing of bomen zijn er geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen of vliegroutes van vleermuizen binnen het plangebied.
Het plangebied vormt mogelijk leefgebied van noordse woelmuis en waterspitsmuis. Om negatieve effecten op de soorten uit te sluiten dient het verwijderen van het riet te worden uitgevoerd buiten de kwetsbare perioden voor noordse woelmuis en waterspitsmuis. Dit houdt in dat het verwijderen van riet alleen in de periode november tot en met maart mag worden uitgevoerd.
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
30
7
Conclusies
Beschermde gebieden De voorgenomen plannen zullen geen negatieve effecten tot gevolg hebben op het Natura 2000-gebied Alde Feanen. De voorgenomen plannen zullen geen negatieve effecten tot gevolg hebben op het Nationaal Park De Alde Feanen. Als gevolg van de ingreep vindt geen aantasting plaats van het ecologisch functioneren van de EHS. Door de tuinen bij de woonboten landschappelijk in te richten met riet en grasland wordt positief bijgedragen aan het functioneren van de EHS.
Beschermde soorten In het plangebied komen mogelijk verschillende beschermde soorten voor die vermeld staan in de tabellen van de Flora- en faunawet, zie tabel 1 op de volgende pagina. Soorten van FFtabel 1 Mogelijk wordt het plangebied gebruikt door enkele grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die zijn opgenomen in FFtabel 1. De voorgenomen plannen hebben mogelijk een tijdelijk negatief effect op zoogdieren en amfibieën van FFtabel 1. Voor de soorten van FFtabel 1 geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een algehele vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Het is derhalve niet noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen. Soorten van FFtabel 2 In het plangebied komen mogelijk de beschermde vissoorten paling en rivierdonderpad (beide FFtabel 2) voor. De voorgenomen plannen zullen geen negatief effect op mogelijk voorkomende beschermde vissoorten hebben. Soorten van FFtabel 3 Het plangebied en de omgeving daarvan zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten op het foerageergebied zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Vanwege het ontbreken van bebouwing of bomen zijn er geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen of vliegroutes van vleermuizen binnen het plangebied. Mogelijk komen heikikkers (FFtabel 3) voor in het plangebied.
Door mogelijk verstorende werkzaamheden uit te voeren in de winterrustperiode van heikikkers (november t/m februari) worden negatieve effecten op heikikkers voorkomen. Mogelijk komen incidenteel ringslangen voor binnen het plangebied. Het doden of verwonden van ringslangen kan worden voorkomen door mogelijk verstorende werkzaamheden uit te voeren in de winterrustperiode van ringslangen: grofweg half oktober t/m half maart. Het plangebied vormt mogelijk leefgebied van noordse woelmuis en waterspitsmuis. Om negatieve effecten op de soorten uit te sluiten dient het verwijderen van het riet te worden uitgevoerd buiten de kwetsbare perioden voor noordse woelmuis en waterspitsmuis. Dit houdt
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
31
in dat het verwijderen van riet alleen in de periode november tot en met maart mag worden uitgevoerd. Soorten van FFtabel vogels Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemeen voorkomende vogelsoorten. De voorgenomen plannen zullen geen negatieve effecten hebben ten aanzien van foerageergebied en of broedgebied. Na de herinrichting zal het gebied even geschikt zijn als foerageer- en broedgebied voor vogels. Indien exemplaren aan het broeden zijn, kan het verwijderen van riet en andere beplanting niet plaatsvinden zonder deze dieren te verstoren. Door riet en andere beplanting buiten het broedseizoen van vogels te verwijderen/snoeien wordt voorkomen dat er negatieve effecten zullen optreden ten aanzien van vogels. Tabel 1. Overzicht mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten Soort(groep)
Amfibieën
Bescherming
FFtabel 1
Functie
Mogelijk
Ontheffing
plangebied
effect
nodig
Landhabitat
Ja, tijdelijk
Nee, algehele
Maatregelen
-
vrijstelling
Grondgebonden
FFtabel 1
zoogdieren
Leef- en
Ja, tijdelijk
foerageergebied
Nee, algehele
-
vrijstelling
Paling
FFtabel 2
Leefgebied
Nee
-
Rivierdonderpad
FFtabel 2
Leefgebied
Nee
-
Steenmarter
FFtabel 2
Leefgebied
Nee
-
-
Otter
FFtabel 3
Leefgebied
Nee
Noordse
FFtabel 3
Leefgebied
Ja
Nee, mits
Maaien riet in de
maatregelen
periode november
worden
tot en met maart.
woelmuis
genomen Waterspitsmuis
FFtabel 3
Leefgebied
Ja
Nee, mits
Maaien riet in de
maatregelen
periode november
worden
tot en met maart.
genomen Vleermuizen
FFtabel 3
Foerageergebied
Nee
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
-
-
32
Soort(groep)
Vogels
Bescherming
Vogels
(niet jaarrond
Functie
Mogelijk
Ontheffing
plangebied
effect
nodig
Foerageer en
Nee, mits
-
broedgebied
uitvoeren
beplanting buiten
maatregelen
het broedseizoen
beschermd)
Maatregelen
riet en andere
van vogels verwijderen/snoeien
7.1
Wet natuurbescherming Onder de nieuwe Wet natuurbescherming blijven soorten van de huidige FFtabel 1 in Friesland vrijgesteld van de verbodsbepalingen blijkt uit de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017. Rivierdonderpad, paling, kleine modderkruiper en bittervoorn zijn onder de nieuwe wet niet meer beschermd. Dat betekent dat bij werkzaamheden in watergangen geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd voor deze soorten. Echter, dient altijd rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Noordse woelmuis en waterspitsmuis blijven beschermd en ontheffingsplichtig onder de Wet natuurbescherming. De bescherming van vogels blijft in de praktijk ook gelijk aan de huidige situatie.
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
33
Geraadpleegde bronnen Literatuur
+ Bos F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De
+ +
+ +
+ + +
+ + +
dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Buro Hemmen. 2005. Nationaal Park De Alde Feanen Beheer- en Inrichtingsplan In Nije Faze. Creemers R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie). 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. Cuppen, J.G.M. & B. Koese, 2005. De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag Korsten, E. en Regelink J.R. Herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en andere ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging- rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Limpens, H., K. Mostert, W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Brochure: Buiten aan het werk? Houd tijdig rekening met beschermde dieren en planten, 22 februari 2005. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
Provinciale Staten van Fryslân. November 2016. Ontwerp verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017. Rijksdienst voor ondernemend Nederland, soortenstandaard heikikker, versie 2.0, december 2014. Tonckens ecologie, 2013. Ecologische toetsing Herinrichting Swette -De Burd.
Internet
+ Natura 2000-gebieden, www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx, 17-11+
+
+ + + + +
+
2016. Effectenindicator, http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&ta b=1, 17-11-2016. Begrenzing nationaal par De Alde Feanen: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapsgebied.aspx?id=np20&groep=2, 18 november 2016 www.quickscanhulp.nl, NDFF, 14-11-2016 13:49:55' www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1, 17-11-2016 Informatie nationaal park Alde Feanen; http://www.np-aldefeanen.nl/, 17-11-2016 http://www.np-aldefeanen.nl/8817/beheer,17-11-2016 Informatie NNN: http://www.fryslan.frl/kaarten/kaart.html?t=Natuurbeheerplannen 2017 ontwerp&e=117000,530000,226000,620000&l=natuur_beheerplannen2017;1;100;1;2;3;4;5&b =bmk, 17-11-2016 www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
34
+ www.compendiumvoordeleefomgeving.nl + www.eis-nederland.nl + Informatie gestreepte waterroofkever: http://minez.nederlandsesoorten.nl/content/gestreeptewaterroofkever-graphoderus-bilineatus, 24-11-2016.
+ www.libellennet.nl + www.ravon.nl + Soortinformatie beschermde vissen:
+ + + + + + + + + +
http://www.ravon.nl/Infotheek/Soortinformatie/Vissen/tabid/1394/Default.aspx, 1 december 2016. www.soortenbank.nl www.telmee.nl www.vlindernet.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl Informatie otters; http://www.zoogdiervereniging.nl/otterinnederland, 25-11-2016. Informatie steenmarter; http://www.zoogdiervereniging.nl/de-steenmarter-martes-foina, 25-112016. Informatie noordse woelmuis; http://www.zoogdiervereniging.nl/de-noordse-woelmuismicrotus-oeconomus, 25-11-2016. Informatie waterspitsmuis; http://www.zoogdiervereniging.nl/de-waterspitsmuis-neomysfodiens, 25-11-2016. www.verspreidingsatlas.nl
Quickscan flora en fauna en toets EHS, De Burd te Grou, december 2016
35
Gearchiveerd: dinsdag 1 juni 2021 16:14:49 Van: Aan: Onderwerp: RE: brief afwijken verordening Precisie: Normal
Dag Geja, Dank voor je vlotte reactie. De rechters waren nadrukkelijk op zoek naar documenten waaruit de provinciale instemming bleek. Het feit dat er geen zienswijze was ingediend vonden de rechters nogal mager. We zijn er nu van overtuigd dat we met jouw reactie en met jullie brief van 28 november 2017 voldoende in handen hebben. M et vriendelijke groet, \itap2Peter Jager | Adviseur Planontwikkeling Cluster Ruimtelijke Ordening
\itap2
\itap2E peter.jager@leeuwarden.nl T 058 – 233 85 77 / 06 – 52 51 20 54
\itap2Gemeente Leeuwar den Oldehoofster ker khof 2 Postbus 21000, 8900 JA LEEUWARDEN T 14 058 | www.leeuwar den.nl | Twitter | Facebook
\itap2
\itap2Aanwezig: maandag t/m vr ijdag
Van: Wielen-Berg, Geja van der <g.vanderwielen@fryslan.frl> Verzonden: dinsdag 20 oktober 2020 14:29 Aan: Jager, Peter <peter.jager@leeuwarden.nl> Onderwerp: FW: brief afwijken verordening \cbpat8LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.
Dag Peter, In de frequente mailwisseling (die gezien kan worden als informeel vooroverleg en die jij ongetwijfeld ook nog in jouw mailbox hebt) omtrent genoemd project hebben wij aangegeven dat er mogelijkheden zijn in de EHS, mits er geen sprake zal zijn van significante effecten. In het ecologisch onderzoeksrapport is geconcludeerd dat er geen significante effecten zijn te verwachten. Ambtelijk hebben wij aangegeven dat wij het wel eens zijn met de conclusie dat hier geen sprake is van significante effecten, wanneer de plannen
worden uitgevoerd conform het inrichtingsplan en planologisch wordt geborgd dat één en ander ook op lange termijn zo wordt onderhouden/beheerd. In het ontwerp was het beheerplan geborgd. Wij hebben op dit punt dan ook geen zienswijze ingediend. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om in de toelichting een goede onderbouwing op te nemen. Het lijkt ons niet zinvol om een brief te schrijven met het akkoord van de provincie met daarbij onze onderbouwing. Wij hebben geen zienswijze ingediend, dus wij zijn akkoord. De onderbouwing is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Voor de onderbouwing kun je putten uit de mailwisseling. Tot slot voor de goede orde: er is hier geen sprake van een afwijking van de VR. Het plan valt onder 7.1.1 lid 2 van de VR (een ruimtelijke plan in de EHS dat niet leidt tot significante aantasting). Met vriendelijke groet, Geja van der Wielen-Berg Beleidsmedew erker Ruimte Afdeling Omgevingszaken
Tw eebaksmarkt 52 (bezoekeradres)
Werkdagen: ma t/m do 058 2925778
Postbus 20120, 8900 HM Leeuw arden (058) 292 5925 / provincie@fryslan.frl WhatsApp: 06 10 26 88 31
g.vanderw ielen@fryslan.frl
w w w .fryslan.frl Volg ons op social media!
•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••• Tink oan it miljeu f oar 't jo beslute dizze mail te printsjen / Denk aan het milieu v oor u besluit deze mail te printen.
••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Van: Jager, Peter <peter.jager@leeuwarden.nl> Verzonden: Thursday, October 8, 2020 9:36:36 AM Aan: Jilderda, Fin <f.jilderda@fryslan.frl> CC: Mollema-Jong de, Selma <selma.mollema@leeuwarden.nl> Onderwerp: brief afwijken verordening Dag Fin, We zijn afgelopen dinsdag bij de rechtbank Groningen geweest in verband met de vergunning voor de verplaatsing van de arken van de Minne Finne in Grou naar de Burd. Het beroep is ingediend door de VVE van het aangrenzende recreatiepark. In de rechtbank is uitgebreid gesproken over de strijd met de verordening Romte en de ligging in de EHS. De rechter miste in het dossier een goede onderbouwing om af te wijken van de verordening Romte en het standpunt hierover van de provincie. Wij hebben betoogd dat dit is onderbouwd in de ruimtelijke onderbouwing en de “Quickscan flora en fauna en toets EHS De Burd”, maar de rechter miste de rol van de provincie. De rechter vond het onvoldoende dat de provincie ‘kennis heeft genomen van de stukken en geen zienswijze heeft ingediend’. Je kent dit dossier natuurlijk goed, want we hebben hier diverse malen vooroverleg over gehad. En in verband met de ligging in de EHS zijn er door jullie de nodige eisen gesteld aan de inrichting van het gebied. Conform deze wens is er een landschapsplan opgesteld. Dit plan is met jullie gedeeld en dit plan is ook bij de aanvraag/vergunning gevoegd.
Op dit moment is Selma Mollema druk bezig met het bestemmingsplan arken en woonschepen en in dit bestemmingsplan zijn ook de vergunde arken voor de Burd opgenomen. De kans is natuurlijk levensgroot dat de VVE ook gaat procederen tegen dit bestemmingsplan. In verband met de juridische houdbaarheid van het bestemmingsplan zouden we graag van de provincie een brief krijgen waarin specifiek wordt vermeld dat de provincie akkoord is met de verplaatsing van de arken en waarin wordt onderbouwd dat het verantwoord is om af te wijken van de verordening Romte in verband met de EHS. Kan jij ervoor zorgen dat wij een dergelijke brief van jullie krijgen? Normaal gesproken doen we dit ‘aan de voorkant’ door middel van een formeel verzoek, maar dat lijkt me nu niet handig aangezien het bestemmingsplan al ter visie heeft gelegen. Ik hoor graag van jou. M et vriendelijke groet,
\itap2Peter Jager | Adviseur Planontwikkeling Cluster Ruimtelijke Ordening
\itap2
\itap2E peter.jager@leeuwarden.nl T 058 – 233 85 77 / 06 – 52 51 20 54
\itap2Gemeente Leeuwar den Oldehoofster ker khof 2 Postbus 21000, 8900 JA LEEUWARDEN T 14 058 | www.leeuwar den.nl | Twitter | Facebook
\itap2
\itap2Aanwezig: maandag t/m vr ijdag
<< Disclaimer >> Persoansgegevens en privacy De provinsje Fryslân giet sekuer mei jo persoansgegevens om en hannelet neffens de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Lês hjir ús Privacyferklearring. Persoonsgegevens en privacy De provincie Fryslân gaat zorgvuldig om met uw persoonsgegevens en handelt overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Lees hier onze Privacyverklaring.
DE BURD - GROU Stedenbouwkundig en landschapsplan - oktober 2018
Stedenbouwkundig en landschapsplan De Burd te Grou
Project 251-002 ir. Leander van Berkel bnt
29 oktober 2018
Aanwezig dijkje in landschap
Open ruimtes in het riet bieden ruimte voor ‘tuinen’
Vrij uitzicht over het water 251-002 Landschapsplan De Burd, Grou
Riet en gras als basis voor de tuinen, landschappelijk hek als afscheding tussen de tuinen Wilgen zorgen voor afscheiding tussen de tuinen en brengen beschutting in dit open landschap
De schuur in de tuin krijgt een hellend sedum of grasdak
251-002 Landschapsplan De Burd, Grou
Stedenbouwkundige opzet woonboten Locatie De Burd, Grou
De drie woonboten komen te liggen langs een groene landtong nabij het vakantiepark Djerreblom. Uitgangspunten voor de inrichting van het gebied zijn: • • • • • • • • • •
3 private tuinen van 700 tot 1.350 m2; De tuinen moeten hun landschappelijke karakter behouden; Een aanlegsteiger per woonboot; Een boothellinkje per woonboot; Berging van 20 m2 met een schuin sedumdak; Bij de berging een terrasje van tegels; Alle overige paden halfverharding of grasbetontegels; Rondom de tuinen, behalve aan de waterkant komt een bescheiden bij het landschap passende tuinafscheiding; Het terrein wordt zo min mogelijk aangetast en behoud in basis zijn natuurlijke karakter; Het binnengebied blijft gehandhaafd als vochtig hooiland. Er komt hier een extensief maaibeheer op.
Ruimtelijk zijn de drie tuinen opgenomen in het bestaande landschap. Drie grasvelden omsloten door brede randen van riet. Tussen de tuinen vormen bosjes van wilg de afscheiding tussen de tuinen. Het dijkje en het water vormen een natuurlijke begrenzing van de tuinen. In elke tuin staat een berging van 20 m2. Deze hebben een groen sedum- of grasdak en zijn landschappelijk ingepast met groepjes wilgen. De woonboten liggen in een open plek in het riet waardoor er vanuit de tuin een relatie ontstaat met de woonboot en het water. De oevers met stortsteen blijven gehandhaafd als overgang tussen water en land. Indien nodig wordt deze aangevuld. Ter hoogte van de ligplaatsen van de arken komen betonnen damwanden waardoor de arken veel meer en dichter in de oever kunnen worden gelegd dan dat dit bij het gebruik van een stortstenen talud het geval zou zijn. E.e.a. om de zichtbaarheid van de arken t.o.v. de op afstand gelegen recreatiewoningen nog meer te beperken en deze op natuurlijke wijze in het landschap te laten opgaan.
251-002 Landschapsplan De Burd, Grou
Verplaatsing 3 woon- en recreatiearken naar De Burd Gemeente Leeuwarden
Ruimtelijke onderbouwing (29 oktober 2018)
INHOUD
BLZ
1.
INLEIDING .................................................................................... 3
1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
Aanleiding ....................................................................................... 3 Ligging plangebied ......................................................................... 3 Geldend bestemmingsplan............................................................. 3 Leeswijzer ...................................................................................... 4
2.
BESTAANDE SITUATIE .............................................................. 5
2.1. 2.2.
Ruimtelijke & functionele structuur ................................................. 5 Bestaande ark en recreatieterrein .................................................. 5
3.
BELEIDSKADERS........................................................................ 7
3.1. 3.2.
Rijks- en provinciaal beleid............................................................. 7 Gemeentelijk beleid ........................................................................ 9
4.
PLANBESCHRIJVING ............................................................... 11
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
Gebiedsontwikkeling .................................................................... 11 Toevoeging 3 recreatiearken met tuinen...................................... 11 Beheerplan ................................................................................... 14 Verkeer en parkeren..................................................................... 15
5.
MILIEU- & OMGEVINGSASPECTEN ........................................ 16
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
Milieu ............................................................................................ 16 Waterhuishouding ........................................................................ 18 Flora & Fauna ............................................................................... 20 Cultureel erfgoed .......................................................................... 23 Leidingen ...................................................................................... 23
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................... 24
6.1. 6.2.
Economische uitvoerbaarheid ...................................................... 24 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................ 24
Bijlage 1: Landschapsplan De Burd Bijlage 2: Watertoets Bijlage 3: Flora- en faunaonderzoek
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
1
Voorliggende onderbouwing heeft betrekking op de aanvraag omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan'. Later zullen de diverse aanvragen omgevingsvergunning 'bouwen' worden ingediend.
Plangebied (gelegen op 85 m zuidelijk van de rand van het recreatiecomplex aan de Djerreblom (bron: ruimtelijkeplannen)
Globale ligging plangebied in groter verband (rode cirkel) Bron: http://maps.google.nl
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
2
1.
INLEIDING
1.1.
Aanleiding
Al jarenlang spannen diverse partijen zich in om vanuit stedenbouwkundig en toeristisch oogpunt het waterfront aan de noordoostzijde van het centrum van Grou een nieuw aanzicht te geven. Dit deel van het centrum ligt namelijk al jarenlang braak, en dat komt de uitstraling van het dorp niet ten goede. In het kader van de nu voorgestane herinrichting van dit waterfront, worden de drie daar gelegen woon- en recreatiearken verplaatst naar De Burd, waar reeds steigers voor recreatief gebruik aanwezig zijn. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing beschrijft deze verplaatsing op de ruimtelijk en planologisch relevante aspecten. Dit voor de benodigde afwijking van het vigerende bestemmingsplan. Op de locatie De Burd worden daartoe 3 permanente ligplaatsen voor de recreatiearken gecreëerd, waarbij op het vaste land private tuinen bij de recreatiearken worden aangelegd. Aanvullend zal er binnenkort een bestemmingsplan in procedure worden gebracht waarbij de arken aan de Minne Finne worden wegbestemd.
1.2.
Ligging plangebied
Het plangebied De Burd ligt in de omgeving van Grou in het verlengde van de straat Djerreblom in het buitengebied van de gemeente Leeuwarden. Het plangebied betreft een deel van een landtong aan de noordkant van het Pikmeer. De noordgrens van het plangebied betreft een sloot. De oostelijke, zuidelijke en westelijke grens worden gevormd door het Pikmeer. De drie recreatiearken komen te liggen langs de oostelijke rand en zuidelijke punt van de groene landtong zuidelijk van en nabij het 85 meter meer noordelijk gelegen vakantiepark Djerreblom (zie voorgaande afbeeldingen).
1.3.
Geldend bestemmingsplan
Voor de planlocatie geldt het “Bestemmingsplan Buitengebied 2008”. De verplaatsing van de arken naar onderhavige locatie en het gebruik van het landdeel als tuinen bij de recreatiearken is in strijd met de gebruiksbepalingen van de natuurbestemming en waterbestemming. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing beschrijft de relevante aspecten in het kader van de voorgestane afwijking van het bestemmingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
3
Tevens geldt voor de planlocatie een tweetal andere bestemmingsplannen: • Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Plan voor de zon (planstatus: vastgesteld 13 februari 2017). Dit plan bevat een aanvullende regeling voor het plaatsen van zonnepanelen; • Bestemmingsplan Leeuwarden - Kamerverhuur (planstatus: vastgesteld 25 oktober 2016). Dit plan bevat een aanvullende regeling voor kamerverhuur. Onderhavige ontwikkeling is niet in strijd met deze partiële plannen.
1.4.
Leeswijzer
Deze Ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: • in hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven; • in hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op dit plan; • in hoofdstuk 4 komt de planbeschrijving aan bod; • in hoofdstuk 5 worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten besproken; • in hoofdstuk 6 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod;
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
4
2.
BESTAANDE SITUATIE
2.1.
Ruimtelijke & functionele structuur
Het plangebied bestaat voor het grootse deel uit riet en ruigte en open water. De oevers bestaan uit stortstenen en riet. Daarnaast is een groot deel van het plangebied kort gemaaid grasland ten behoeve van recreatie. In het plangebied staan geen bomen of struiken. De bomen en struiken die tot voor kort aanwezig waren, zijn in het kader van regulier en grootschalig beheer en onderhoud door de terreinbeheerder (recreatieschap) verwijderd.
2.2.
Bestaande ark en recreatieterrein
Aan de westzijde van de landtong ligt een ark. Bij deze ark wordt een stuk land beheerd als tuin; kort gemaaid grasland. Het plangebied is een drukbezochte plek voor recreanten op het water. De twee aanwezige aanlegsteigers liggen voornamelijk in de lente en de zomer vol met plezierboten. Aanleggen is toegestaan voor maximaal drie dagen. De recreanten die aanleggen met de boot gebruiken het land om te recreëren en te barbecueën. Navolgende foto’s (bron: Staro) geven een beeld van het plangebied.
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
5
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
6
3.
BELEIDSKADERS
In deze paragraaf worden kort de ruimtelijk relevante beleidskaders beschreven voor alle deelgebieden.
3.1.
Rijks- en provinciaal beleid
De aard en omvang van onderhavig project is van dusdanig beperkte omvang, dat deze zich voegt binnen algemene planologische en ruimtelijke beleidsuitgangspunten van het rijk en de provincie. In het kader van de verplaatsing van de recreatiearken naar een gebied waar de overheid zich mede richt op behoud, beheer en ontwikkeling van natuurwaarden, is hierna ingegaan op de specifieke gebiedsdoelstellingen voor natuurbescherming. Voor de gebiedsgerichte bescherming is gekeken naar de aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. De ligging van natuurgebieden (Wet Natuurbescherming), het Nationaal NatuurNetwerk en de aanwezigheid van Nationale Parken in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Wet Natuurbescherming Uit de kaarten van de gebiedendatabase op de website van het ministerie van Economische Zaken (EZ) en de themakaarten van provincie Friesland blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 2,2 kilometer ten noordoosten van het plangebied ligt. Dit betreft het Natura 2000-gebied Alde Feanen.
Uit de effectenindicator van het Ministerie van EZ blijkt dat de volgende effecten mogelijk zijn bij de activiteiten wateren landrecreatie in de buurt van Natura 2000-gebied Alde Feanen: • Oppervlakteverlies; • Verontreiniging; • Verstoring door geluid; • Verstoring door licht; • Verstoring door trilling; • Optische verstoring; • Verstoring door mechanische effecten. Aangezien het plangebied buiten de Natura-2000 ligt, kunnen alleen effecten optreden op het Natura 2000-gebied middels externe werking. Oppervlakteverlies en verstoring door mechanische effecten zijn derhalve op voorhand uitgesloten. Gezien de aard van de voorgenomen plannen, het aanleggen van tuinen en het plaatsen van drie recreatiearken, en de relatief grote afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, zijn ook de overige effecten op voorhand uit te sluiten. De voorgenomen plannen zullen geen negatieve effecten tot gevolg hebben op het Natura 2000-gebied Alde Feanen.
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
7
Nationale Parken Een Nationaal Park is een aaneengesloten natuurgebied van minimaal 1.000 hectare met bijzondere planten en dieren. Er zijn 20 Nationale parken in Nederland. Deze behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de gebiedendatabase van het ministerie van Economische Zaken blijkt dat het plangebied grenst aan het Nationaal Park De Alde Feanen. Met betrekking tot Nationale Parken geldt dezelfde wet- en regelgeving dan voor de EHS. Externe werking wordt in de beoordeling voor de EHS niet meegenomen. De voorgenomen plannen, zullen derhalve geen negatief effect hebben op het Nationaal Park De Alde Feanen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Landelijk wordt gesproken over het Natuurnetwerk (NNN, voorheen EHS genoemd). In Friesland is er voor gekozen om de term EHS te blijven hanteren. In deze rapportage wordt daarom ook de term EHS gebruikt. Gedeputeerde Staten van Fryslân hebben op 27 september het Natuurbeheerplan 2017 vastgesteld. Uit de gegevens van de website van provincie Friesland blijkt dat het plangebied in het “Natuurbeheerplan 2017” gedeeltelijk behoort tot de EHS, zie onderstaande figuur.
De locaties voor de recreatiearken liggen gedeeltelijk binnen de EHSwater; beheertype zoete plas. De private tuinen in het oostelijk gedeelte van het plangebied vallen buiten de EHS-overige natuur, de westelijke delen vallen erbinnen. De private tuin van één van de arken valt gedeeltelijk binnen de zuidelijke punt van de EHS en de private tuin in het westelijk deel van het plangebied valt gedeeltelijk samen met de EHS. De effectbeoordeling voor de EHS, de zogenoemde EHS-toets, is uitgevoerd in het kader van een natuurtoets door Staro (zie verderop in deze ruimtelijke onderbouwing).
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
8
Bro; ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in 2017 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen en uitgebreide omgevingsvergunningen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Omdat het hier evenwel de verplaatsing van 3 bestaande woonarken betreft, is de aard en omvang van het project niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Momenteel wordt in de jurisprudentie een parallelle vergelijking gemaakt met woningbouwprojecten, die vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Het betreft in dit initiatief slechts 3 recreatiearken die reeds bestaand zijn. De Verordening Romte Fryslân 2014 bevat in hoofdstuk 5 het beleid en de regels voor dag- en verblijfsrecreatieve ontwikkelingen. De daarin opgenomen bepalingen voor vakantiewoningen en jachthavens hebben allen betrekking op nieuwvestiging of uitbreiding van een schaal die voorliggende ontwikkeling ver te boven gaat. Bovendien betreft het hier geen nieuwvestiging of uitbreiding van voorzieningen, maar verplaatsing van voorzieningen. Dit is niet in strijd met de verordening, zo is ook bevestigd door de provincie (zie overlegreactie zoals toegelicht in hoofdstuk 6 van deze onderbouwing).
3.2.
Gemeentelijk beleid
Voor de planlocatie geldt de Structuurvisie Boarnsterhim 2018 (opgesteld door de voormalige gelijknamige gemeente. Daarin is de planlocatie opgenomen binnen het in onderstaande kaart weergegeven “zoekgebied recreatieve ontwikkeling”.
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
9
De structuurvisie richt zich in dit gebied op het volgende beleid: Door de ligging van de gemeente Boarnsterhim (midden in het merengebied) vormt water gerelateerde recreatie een belangrijke economische drager. Recreatieve ontwikkelingen doen zich vooral voor in aansluiting op en rond de grote meren en de daartussen liggende vaarten en kanalen. Op de kaart is een 'zoekgebied recreatieve ontwikkelingen' aangewezen. Binnen dit gebied zijn kleinschalige (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen mogelijk, gerelateerd aan watersport. Met name de Staande Mastroute vormt een nieuwe ontwikkelingsas voor recreatiebedrijven. Het recreatieve zoekgebied deelt de recreatieve functie met de agrarische en natuurfunctie. Ontwikkelingen van agrarische en natuurfuncties zijn mogelijk, maar moeten bij voorkeur de recreatie en het toerisme versterken/ondersteunen. Naast de Staande Mastroute vormt ook het zuidelijk deel van de Burd een zoek gebied voor watergerelateerde ontwikkelingen. Dit gebied maakt echter ook onderdeel uit van de EHS, wat betekent dat recreatieve ontwikkelingen hier een extensief karakter hebben. Recreatieve ontwikkelingen in het buitengebied moeten de landschapsstructuur respecteren/versterken. Grootschalige ontwikkelingen, zoals jachthavens en grote campings, moeten aansluiting vinden bij de bestaande recreatiekernen Grou, Akkrum en Wergea.
Voor alle (recreatieve) ontwikkelingen geldt dat ontwikkelingen die een mogelijk significant effect hebben op de Natura 2000 gebieden Alde Feanen, Sneekermeergebied en De Deelen niet mogelijk/toegestaan zijn. Dergelijke aanvragen dienen individueel en specifiek te worden beoordeeld en vragen om maatwerk Voorliggende ontwikkeling past geheel binnen de recreatieve doelstellingen die zijn toegekend aan de oeverzone bij De Burd. De nadere toetsing van landschappelijke en ecologische waarden is gedaan in een specifiek ecologisch onderzoek (zie hierna) en de uitwerking van een plan voor de landschappelijke inpassing met een beheerplan. Conclusie beleidskader Vanuit het ruimtelijk en planologisch beleid van de gemeente en hogere overheden zijn er geen belemmeringen om af te wijken van het bestemmingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
10
4.
PLANBESCHRIJVING
4.1.
Gebiedsontwikkeling
In het kader van de verplaatsing van de drie arken vanuit Grou is initiatiefnemer voornemens binnen het plangebied drie recreatiearken te plaatsen aan nieuwe steigers. De drie recreatiearken komen te liggen langs een groene landtong, op aanzienlijke afstand van het vakantiepark Djerreblom. Hierbij worden op de landtong drie private landschapstuinen gerealiseerd van ongeveer 700 tot 1.000 m2 groot (zie hierna). Ruimtelijk zijn de drie landschapstuinen opgenomen in het bestaande landschap. Drie reeds bestaande grasvelden worden omsloten door brede randen van riet. Per recreatieark zijn een boothelling, aanlegsteiger en berging van 20m2 met een schuin sedumdak voorzien. Aan de westzijde van het plangebied is reeds een woonark aanwezig. Bij deze woonark zal ook een landschapstuin worden gerealiseerd van ongeveer 700 m2. In de huidige situatie is het terrein aangrenzend aan de woonark reeds beheerd als tuin. Het terrein bestaat uit kort gemaaid grasland. Aanwezige bomen en struiken zijn hier reeds verwijderd in het kader van het grootschalig beheer en onderhoud.
4.2.
Toevoeging 3 recreatiearken met tuinen
Randvoorwaarden voor de inrichting van het gebied zijn: • 3 private tuinen van 700 tot 1000 m2. • De tuinen moeten hun landschappelijke karakter behouden. • Één aanlegsteiger per recreatieark. • Één boothelling per recreatieark. • Berging van maximaal 20 m2, maximaal 4 meter hoog, met een schuin aflopend sedumdak. • Bij de berging een terrasje van tegels. • Alle overige paden halfverharding of grasbetontegels. • Rondom de tuinen, behalve aan de waterkant komt een bescheiden bij het landschap passende tuinafscheiding. • De bestaande steigers worden verwijderd en vervangen door kleinere steigers bij de arken. • Verlichting wordt uitsluitend functioneel toegepast, dat wil zeggen gedimd, naar beneden gericht en alleen waar noodzakelijk, zoals bij de aanlichting van de steigers naar de arken (in verband met een veilig en doelmatig gebruik). • Het terrein wordt zo min mogelijk aangetast en behoud in basis zijn natuurlijke karakter. • Het binnengebied blijft gehandhaafd als vochtig hooiland. Er komt hier een extensief maaibeheer op. Ruimtelijk zijn de drie tuinen opgenomen in het bestaande landschap. Drie grasvelden omsloten door brede randen van riet. Tussen de tuinen
Ruimtelijke onderbouwing De Burd
251-002
oktober 2018
11
vormen bosjes van wilg de afscheiding tussen de tuinen. Het dijkje en het water vormen een natuurlijke begrenzing van de tuinen. In elke tuin staat een berging van 20 m2. Deze staan zo gesitueerd dat ze vanaf het water nauwelijks waarneembaar zijn en direct bereikbaar zijn vanaf het pad. Bij de berging ligt een terras. De wilgen schermen het terras en de berging af van de omgeving. De recreatiearken liggen in een open plek in het riet waardoor er vanuit de tuin een relatie ontstaat met de recreatieark en het water. De oevers met stortsteen blijven gehandhaafd als overgang tussen water en land. Indien nodig wordt deze aangevuld. Ter hoogte van de ligplaatsen van de arken komen betonnen damwanden waardoor de arken veel meer en dichter in de oever kunnen worden gelegd dan dat dit bij het gebruik van een stortstenen talud het geval zou zijn. E.e.a. om de zichtbaarheid van de arken t.o.v. de op afstand gelegen recreatiewoningen nog meer te beperken en deze op natuurlijke wijze in het landschap te laten opgaan.