Agendabundel
Tekst van het document
1De gemeente Opsterland werkt momenteel met een buurtbegroting. Kijk op: https://stemvan.opsterland.nl/
Ook Amsterdam Oost is hiermee bezig: Home | Oost Begroot | Oud Oost (amsterdam.nl) 2 Zie de bijlage ‘PWE in het kort’ voor meer informatie en/of de website
https://www.tudelft.nl/tbm/pwe/pwe-basics of: www.populytics.nl De gemeente Súdwest-Fryslân maakte al gebruik van de PWE: Inzicht in waarden van inwoners bij het energiebeleid van Súdwest-Fryslân dankzij PWE-methode · Democratische energietransitie · Lokale Democratie (programma Democratie in Actie) (lokale-democratie.nl) Ook voor de aanleg van de Lelylijn wordt gebruik gemaakt van de PWE: Denk mee over de Lelylijn - Wevaluate (raadpleging.net)
dilemma’s worden weergegeven waarin de standpunten van alle partijen evenveel aan bod komen. Er wordt input gevraagd van alle fracties, maar het vraagt een relatief kleine tijdsinvestering van de raadsleden. De PWE wordt in 4 tot 6 maanden tijd vormgegeven door Populytics. Om objectiviteit te waarborgen werken zij samen met een conflictbemiddelingsbedrijf. Kanttekening 1: Een terugkoppeling vanuit de raad over het advies is noodzakelijk. Kanttekening 2: De dilemma’s mogen niet sturend zijn. Kanttekening 3: De kosten van een PWE zijn tussen de 30.000 en 100.000 euro.
Financiën De actiepunten onder de punten 1 tot en met 4 uit bovenstaand programma kunnen (grotendeels) worden uitgevoerd binnen het huidige budget van griffie en raad zoals vastgelegd in de programmabegroting 2023. Voor het invoeren van een buurtbegroting en/of het organiseren van een PWE (zie hierboven onder 5 en 6) is samenwerking tussen raad en college, cq. griffie en ambtelijke dienst voorwaardelijk. Zo nodig zal een separaat voorstel voor financiering van deze plannen, al dan niet in het kader van de programmabegroting 2024, aan de raad worden voorgelegd. Uitvoering De opzet is om de voorstellen uit het programma te integreren in de werkwijze van de raad en griffie. Dat betekent dat de uitvoering van het programma vraagt om langdurige bereidheid om te investeren in menskracht en budget. Voor het ontwikkelen en opstarten van de verschillende onderdelen is de betrokkenheid en inzet van raadsleden nodig. Dat zal in mindere mate ook gelden voor het voortzetten en onderhouden van de verschillende deelprojecten. Dit kan met het huidige groepje meedenkers, maar ook met andere belangstellenden voor het hele of delen van het programma. Vervolg Uitgangspunt is dat we in 2023 met de hierboven beschreven onderdelen aan het werk gaan. Uiteindelijk zal de raad op basis van de opgedane ervaringen moeten beoordelen in hoeverre de verschillende onderdelen succesvol zijn.
Uit deze beoordeling zal ook duidelijk moeten worden wat dit voor de toekomst betekent voor de ondersteuning vanuit de griffie. Dan zal ook voor de langere termijn de vraag aan de orde komen of deze ondersteuning binnen de huidige middelen en formatie mogelijk is.
Bijlage – Wat hebben we al in gang gezet? •
‘Boodschap voor de Raad’ Dit is de meer aansprekende titel voor het instrument Burgeragendering. Een publiekscampagne moet helpen dit nieuwe instrument bekendheid te geven. Met Tienskip is afgesproken dat kansrijke projecten die tijdens hun projectdagen worden bedacht door jongeren, via burgeragendering een Politiek Podium kunnen krijgen. Hopelijk trekken we daarmee ook een jonger publiek naar raadzaal, tribune en livestream.
•
‘Wat-wil-ik-tabel’ voor inwoners Om ook de andere middelen die inwoners hebben om in contact te komen met de raad duidelijker te maken, is een overzicht voor inwoners gemaakt naar analogie van de raadsinstrumenten-tabel. Een publiekscampagne moet helpen om meer bekendheid te geven aan alle mogelijkheden om invloed uit te oefenen.
•
Educatief aanbod opschalen, met focus op mbo We hebben Tienskip opdracht gegeven om in drie jaar tijd het aantal mbo-studenten dat zij via projectdagen in aanraking brengen met de rol van de lokale politiek, uit te breiden van 600 in 2022-2023 naar 1000 in 2024-2025. Daarbij geldt een inspanningsverplichting om naar evenredigheid studenten van niveau 1 en 2 te bereiken. De middelen die de raad in het verleden besteedde aan het eigen programma PolitX worden voortaan hiervoor ingezet: zo bereiken we met minder griffie-inzet veel meer jongeren. Dit komt naast de eigen doelstelling van Tienskip om projectdagen voor steeds grotere aantallen scholieren in het voortgezet onderwijs te organiseren. Daarnaast zijn we bezig - in overleg met coördinatoren van het Firda College en Aeres - met het ontwikkelen van een (burgerschaps)docentendag met een educatief programma in de raadszaal. Veel burgerschapsdocenten hebben geen maatschappijleer-achtergrond en kunnen op deze manier hun kennis ten opzichte van de lokale democratie vergroten/opfrissen. Het programma wordt in de toekomst gebruikt om mbo-studenten in de raadszaal te ontvangen. Naar schatting hebben we afgelopen jaar (maart 2022-maart 2023) 450 à 500 leerlingen en studenten ontvangen op het stadhuis (klassenbezoeken, rollenspelen e.d.).
•
Basiscursus lokale democratie Afgelopen jaren bood de gemeenteraad inwoners eenmaal per jaar een gratis ‘basiscursus lokale politiek’ aan. Deze cursus was gebaseerd op de cursus Politiek Actief van ProDemos of werd ook geheel verzorgd door trainers van ProDemos. In de cursus leggen we speciale nadruk op het onderdeel ‘invloed op de politiek’. De ervaringen met het aanbieden van een meer ‘toegankelijke’ editie in 2021, zowel voor minder validen als voor bijzondere doelgroepen, bieden perspectief hier jaarlijks een nieuwe groep belangstellenden richting de politiek te trekken. In enkele gemeenten zijn goede ervaringen opgedaan met eigen varianten van deze cursus. Die ervaringen willen we betrekken bij het inrichten van een nieuwe editie in het najaar 2023.
•
Jongerenparticipatie Naar aanleiding van de motie jongerenparticipatie uit de raadsvergadering van 13 juli 2022, werken jongeren, het college en de griffie samen aan een event. Het event vindt plaats in mei (exacte datum nog onbekend) en heeft als doel om jongerenorganisaties met elkaar en met lokale politici in contact te brengen. De jongeren nemen het stadhuis een middag over en er
vinden door het hele stadhuis verschillende activiteiten plaats. Mogelijk is dit de start van een terugkerend event met jongerenorganisaties en in een later stadium wellicht ook andere geïnteresseerde jongeren.
1 Bijlage: PWE raadpleging in het kort
1. Wat is PWE? Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) is een raadplegingsmethode die gebruikt kan worden om te achterhalen hoe grote groepen burgers in een specifieke context publieke waarden wegen en hoe zij vinden dat waarden concreet moeten worden vertaald in beleid. De essentie van een PWE is dat een keuzesituatie van een overheid wordt nagebootst waardoor burgers het dilemma kunnen doorleven. Op een laagdrempelige manier zien burgers het vraagstuk, ze krijgen een overzicht van de gevolgen van de beleidsopties te zien en de beperkingen die er zijn (bijv. beperkt budget). Vervolgens geven burgers een advies inclusief een onderbouwing. Dit levert een scherp beeld op van hun voorkeuren, van gemeenschappelijke waarden, hoe waarden volgens burgers moeten worden vertaald in beleid en welke zorgen er achter weerstand zitten. In deze animatie wordt de methode uitgebreid toegelicht.
PWE geeft een stem aan het stille midden Een sterk punt van PWE is dat de methode goed aansluit bij de participatiebehoeften van het ‘stille midden’. De methode is laagdrempelig, deelname kost ongeveer 20 minuten en je kan meedoen waar en wanneer je maar wilt. Dit zorgt ervoor dat niet alleen de ‘usual suspects’ meedoen aan een PWE. Aan de andere kant vindt de middengroep dat methoden als een opiniepeiling of een referendum een complex vraagstuk te veel platslaan tot een ‘Ja/Nee-keuze’. Een PWE gaat een stuk verder omdat deelnemers hun voorkeuren kunnen uiten op basis van een totaalplaatje van beleidsopties en effecten. Deelnemers krijgen de kans om beleidsopties in samenhang te beoordelen, ze kunnen hun voorkeuren motiveren en nuanceren en eigen ideeën aandragen. Ook wordt aan burgers gevraagd wat beleidsmakers met het advies moeten doen. De ervaring leert dat ongeveer 5% van de burgers wil dat de overheid alleen op basis van de uitkomsten van een PWE een keuze maakt. De meeste deelnemers vinden het fijn dat zij via de PWE hun stem op een goede manier kunnen laten horen, maar tegelijkertijd willen zij dat beleidsmakers beslissingen nemen op basis van advies van burgers en deskundigen.
PWE vergroot het begrip tussen burgers en beleidsmakers Burgers ervaren de overheid soms als een black box die besluiten produceert. Steeds meer burgers willen weten welke afwegingen, opties en dilemma's aan deze besluiten voorafgaan. Doordat burgers in de PWE als het ware in de schoenen van de besluitvormer staan, krijgen zij meer begrip van en voor (de complexiteit van) de keuzes die een bestuurder moet maken en de dilemma's waar bestuurders voor staan. Aan de andere kant vergroten de uitkomsten van een PWE het begrip bij beleidsmakers voor waarden, zorgen en gevoelens van (on)rechtvaardigheid van burgers. Deze inzichten geven beleidsmakers de kans om hun plannen te verbeteren.
Kijk voor meer informatie op www.populytics.nl of mail info@populytics.nl voor een presentatie of workshop over de waarde van PWE voor uw vraagstuk of organisatie.
PWE is wetenschappelijk onderbouwd PWE is een wetenschappelijk onderbouwde methode. Over de methode werd gepubliceerd in tijdschriften als PLOS One, Social Science & Medicine, Transportation Research Part A en Water Resources & Economics. PWE geeft een representatief beeld over voorkeuren van burgers voor beleidsopties. Met geavanceerde technieken brengen we in kaart in hoeverre verschillende groepen burgers waarden anders afwegen, welke gemeenschappelijke waarden zij delen en hoe deze inzichten concreet kunnen worden vertaald in beleid. Bestuurders ervaren PWE als een zorgvuldige methode die rijke en concrete inzichten oplevert die ervoor zorgen dat je als bestuurder met zelfvertrouwen beslissingen kan nemen.
2. Uitvoering PWE op hoofdlijnen In het algemeen ziet dit traject er als volgt uit. Samen met een klankbordgroep worden de keuze-opties die worden voorgelegd in een PWE vormgegeven (fase 1). Na het definitieve ontwerp en een testfase (fase 2) kan een grote groep burgers eenvoudig meedoen aan de PWEraadpleging (fase 3). Wij analyseren daarna de antwoorden en vertalen deze naar een overzichtelijke rapportage (fase 4). De resultaten bieden we optioneel aan een groep burgers aan (“Burgergesprekken” of "Burgerforum"), zodat zij deze inzichten kunnen omzetten in een advies aan VWS (fase 5). Een dergelijk traject hebben we reeds succesvol doorlopen in Sudwest-Fryslan (zie populytics.nl/sudwest-fryslan). Hieronder volgt een beschrijving van de vijf fases. De looptijd vanaf de start van de opdracht tot het opleveren van de rapportage is ongeveer 3 maanden (fase 1 t/m 4). Indien daarna ook burgergesprekken plaatsvinden, is de totale doorlooptijd ongeveer 4-5 maanden.
Fase 1: doelen en randvoorwaarden van de PWE vaststellen (4-6 weken) We voeren een vooronderzoek uit gericht op het in kaart brengen van hoe een PWE een bijdrage kan leveren aan de strategische discussie rondom kwaliteit van de zorg in Nederland. Er zijn verschillende mogelijke ontwerpen van een PWE-raadpleging afhankelijk van de scope en de doelen van de raadpleging. Een PWE-raadpleging kan bijvoorbeeld dienen om algemene principes voor besluitvorming te bepalen (een 'strategische PWE'). Er kunnen in een PWEraadpleging ook concretere beleidsopties voorgelegd worden waartussen deelnemers een afweging moeten maken, rekening houdend met (budget)beperkingen (een 'operationele PWE'). In deze context zouden dit bijvoorbeeld voorstellen vanuit de WRR-studie zijn. Specifiek zullen we tijdens dit vooronderzoek de randvoorwaarden, de scope en de doelen van de PWE vaststellen. Wij doen dit in nader te bepalen sessies met stakeholders, beleidsmakers, experts en bijvoorbeeld patiënten. Vervolgens zullen we één of meerdere concept PWE’s opstellen en
Kijk voor meer informatie op www.populytics.nl of mail info@populytics.nl voor een presentatie of workshop over de waarde van PWE voor uw vraagstuk of organisatie.
toetsen met betrokkenen. Het eindproduct van fase 1 is een concreet voorstel voor een PWE die we willen uitvoeren.
Fase 2: uitwerken van de PWE (4 weken) Nadat de precieze variant van een PWE-raadpleging is bepaald en er een positief besluit is genomen om te starten met fase 2 begint de ontwerpfase. We werken de consequenties van verschillende keuzeopties uit en maken een testversie met een instructievideo. Ook wordt er een taalcheck uitgevoerd door een taalbureau om de raadpleging geschikt te maken voor laaggeletterden. Deze testversie wordt getest in een sessie. Door verschillende partijen in het ontwerpproces te betrekken beogen we een breder draagvlak voor de uiteindelijke aanbevelingen te realiseren.
Fase 3: burgers nemen deel aan de PWE (4 weken) Burgers en maatschappelijke partijen kunnen een advies geven via de PWE-raadpleging in ons Wevaluate platform. We werken veelal met een combinatie van een gesloten en open raadpleging. In de gesloten raadpleging kan een representatieve steekproef deelnemen. Dit geeft een representatief beeld van de voorkeuren van inwoners. De open raadpleging is voor iedereen toegankelijk, zodoende kan iedereen die dat wil meedoen en zijn/haar voorkeuren doorgeven. Er zijn verschillende manieren om deelnemers te werven, bijvoorbeeld door middel van een betaald panel, het versturen van brieven en een mediacampagne. Voor deelnemers die hulp nodig hebben of samen de raadpleging willen invullen kunnen wij een helpdesk opzetten. In sommige gevallen werken we ook met een papieren versie van de raadpleging en bestaat de mogelijkheid de straat op te gaan met Ipads om straatinterviews af te nemen.
Fase 4: Analyse en rapportage (2 -4 weken) We analyseren de data met statistische technieken zoals het multiple discrete continuous extreme value model (MDCEV) en Latente Klasse Cluster Analyses (LKCA). Met het MDCEVmodel bepalen we hoe burgers de verschillende keuzeopties waarderen en hoe zij de verschillende maatschappelijke kosten en baten afzonderlijk en in combinatie met elkaar waarderen. Met een LKCA kunnen we achterhalen of verschillende groepen burgers de keuzeopties en de kosten en baten verschillend wegen. Hebben mannen en vrouwen of jongeren en ouderen bijvoorbeeld andere voorkeuren? En verschillen de preferenties tussen mensen die wel of geen intensief gebruik maken van een bepaald type zorg? Vanuit de kwalitatieve onderbouwingen die deelnemers geven destilleren we (rechtvaardigheids)principes die belangrijk gevonden worden door burgers, we achterhalen welke waarden burgers delen, welke waarden er achter weerstand en zorgen zitten en we definiëren kansen die burgers zien. We analyseren ook hoe burgers vinden dat Kijk voor meer informatie op www.populytics.nl of mail info@populytics.nl voor een presentatie of workshop over de waarde van PWE voor uw vraagstuk of organisatie.
gemeenschappelijke waarden en oplossingen om zorgen weg te nemen moeten worden vertaald in praktische handelingsperspectieven. We presenteren de resultaten in een rapport.
Fase 5 (optioneel): Burgergesprekken/burgerforum (6 weken) Een groep burgers wordt bij voorkeur aselect geselecteerd om de uitkomsten van de PWE door te vertalen in aanbevelingen. In Súdwest-Fryslân en Gelderland hebben we hier goede ervaringen mee. Gemeenteraadsleden vinden het fijn als hun eigen inwoners de resultaten van een inwonersconsultatie duiden en toelichten. Dit resoneert beter dan wanneer een onderzoeker dit doet. In vorige processen is ook gebleken dat burgers goed in staat zijn de essentie uit een PWE-raadpleging te halen en zij zijn vaak ook creatief in het omzetten van de resultaten van een PWE in handelingsperspectieven. Over het algemeen bestaat dit traject uit vier tot vijf sessies. De gesprekken worden begeleid door twee moderatoren en een notulist die helpt bij het schrijven van een advies. Indien gewenst kunnen burgers ook experts raadplegen. Deze fase bieden we optioneel aan en is geen standaard onderdeel van de PWE-raadpleging. Het is ook mogelijk het traject af te ronden met een door Populytics opgeleverde rapportage.
Kijk voor meer informatie op www.populytics.nl of mail info@populytics.nl voor een presentatie of workshop over de waarde van PWE voor uw vraagstuk of organisatie.
4.1.1 Amendement; PWE raad en inwoners - VVD 1 Amendement PWE - VVD
Amendement: Onderzoek toepassing PWE De Raad van de gemeente Leeuwarden, in vergadering bijeen op 12 april 2023, behandelende het raadsvoorstel Programma Raad en Inwoners. Besluit Het voorgestelde besluit al volgt te wijzigen: Oorspronkelijke tekst 1. Meer zichtbaarheid van de raad creëren door a. een nieuwe interactieve website voor raad en inwoners b. een wekelijkse pagina over de raad in de Huis aan huis c. voor de inhoud van site en raadspagina een jongerenreporter in te schakelen. 2. Direct contact tussen raadsleden en inwoners stimuleren door inwoners laagdrempelig en actief te betrekken in de vergadercyclus. 3. De invloed van bewoners op de besluitvorming te vergroten door het instrument van de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) toe te passen. • De kosten voor de hoofdlijnen 1 tot en met 3 te dekken uit de lopende begroting voor Raad en Griffie. • In samenspraak met het college te onderzoeken of buurt- en dorpsbegrotingen in de toekomst een instrument kunnen vormen waarmee de invloed van bewoners op de besluitvorming vergroot kan worden. Te wijzingen in 1. Meer zichtbaarheid van de raad creëren door a. een nieuwe interactieve website voor raad en inwoners b. een wekelijkse pagina over de raad in de Huis aan huis c. voor de inhoud van site en raadspagina een jongerenreporter in te schakelen. 2.
Direct contact tussen raadsleden en inwoners stimuleren door inwoners laagdrempelig en actief te betrekken in de vergadercyclus. 3. De invloed van bewoners op de besluitvorming te vergroten door te onderzoeken of, op welke wijze en bij welk onderwerp het instrument van de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) kan worden toegepast. • De kosten voor de hoofdlijnen 1 tot en met 3 te dekken uit de lopende begroting voor Raad en Griffie.
• In samenspraak met het college te onderzoeken of buurt- en dorpsbegrotingen in de toekomst een instrument kunnen vormen waarmee de invloed van bewoners op de besluitvorming vergroot kan worden. Namens de fracties VVD
ChristenUnie
CDA
Marcel Visser
Carlijn Niesink
Fokelien van der Meulen
GroenLinks
PvdA
D66
Roger Dragstra
Joost de Caluwe
Gabriëlle Copini
Gemeentebelangen
Christiaan Okkema
4.1.2 Amendement; PWE fase 6: correctieve raadpleging - FvD 1 Amendement PWE fase 6: correctieve raadpleging -FvD
Amendement: ‘PWE fase 6: correctieve raadpleging’ De raad van de gemeente Leeuwarden in vergadering bijeen op 12 april 2023 bij de behandeling van het raadsvoorstel ‘Raad en inwoners’
Constaterende dat: • •
de online tool ‘Participatieve waarde evaluatie’ (PWE) onderdeel is van het ‘Raadsvoorstel raad en inwoner’ in de PWE vijf fasen worden beschreven welke het mogelijk maken voor burgers om mee te praten en te adviseren over denkrichtingen van nieuw beleid
Overwegende dat: • •
in de verschillende fasen van de PWE sturing kan optreden of op andere wijze de representativiteit in het geding kan komen het van essentieel belang is voor het nut van het instrument PWE dat de uitkomst van een PWE traject representatief is voor de gehele doelgroep
Besluit: het volgende onderdeel toe te voegen aan het raadsvoorstel: Bij punt 3, het instrument Participatieve waarde evaluatie (PWE), wordt toegevoegd: ‘Aan de PWE wordt een zesde fase toegevoegd: correctieve raadpleging’. Toelichting Om te waarborgen dat de adviezen -die tot stand zijn gekomen uit fase 1 t/m 5 van de PWEook daadwerkelijk op een neutrale wijze tot stand zijn gekomen en breed worden gedragen, dient het uiteindelijke advies in een raadpleging voorgelegd te worden middels een heldere Ja/Nee keuze. Net als voor de overige besluiten op hoofdlijnen zal een en ander uitgewerkt moeten worden (zie de paragraaf Uitvoering in het raadsvoorstel). Daarbij gaat het t.a.v. een correctieve raadpleging onder meer om de bepaling van de groep deelnemers op wie het advies betrekking heeft, de wijze van uitnodigen en stemmen, de vraagstelling, de bepaling van de geldigheid van de raadpleging en de vaststelling van een meerderheidsuitslag en de bepaling van de gevolgen daarvan.
Kevin Oudhuis namens FVD Leeuwarden
4.2 Afvalstoffenverordening 2023 en 10e wijziging APV a.g.v. invoering Ja-sticker 1 Dossier 2192 voorblad.pdf
Besluitvorming (raad) Dossiernummer
2192
Extern Zaak ID
2023-021066
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
12 april 2023
Agendapunt
4.2
Titel
Afvalstoffenverordening 2023 en 10e wijziging APV a.g.v. invoering Ja-sticker
Eigenaar
Ruiter, Thor
Portefeuillehouder
Evert Stellingwerf
Bijlagen Raadsvoorstel Afvalstoffenverordening 2023 en 10e wijziging APV a.g.v invoering Jasticker Afvalstoffenverordening 2023 Was-wordt-tabel afvalstoffenverordening Geagendeerd
Vergaderdatum
Collegevergadering
7 maart 2023
Besluitvorming (raad)
12 april 2023
Besluitvorming (raad)
10 mei 2023
Toelichting Om milieubelasting door het verspreiden van ongeadresseerd reclamedrukwerk te verminderen, stelt het college voor om de Ja-sticker in te voeren. De Ja-sticker draait het Nee-sticker systeem om. Ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt dan niet meer standaard bezorgd, tenzij inwoners middels een sticker aangeven dit wél te willen ontvangen. Deze aanpassing is niet van toepassing op huis-aan-huisbladen, berichten over werkzaamheden of activiteiten in de buurt en andere uitingen van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties. Om de Ja-sticker in te kunnen voeren dient de afvalstoffenverordening en de APV te worden aangepast. Het college stelt daarom aan de gemeenteraad voor om de afvalstoffenverordening en de APV te wijzigen. Voorgesteld besluit
1. De gemeenteraad voor te stellen om: a. de Afvalstoffenverordening vast te stellen conform bijlage; b. de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden te wijzigen waarbij op 1 oktober 2023 artikel 2:6 lid 3 vervalt;
1 Raadsvoorstel Afvalstoffenverordening 2023 en 10e wijziging APV a.g.v invoering Ja-sticker
Raadsvoorstel Afvalstoffenverordening 2023 en 10e wijziging APV a.g.v invoering Jasticker Zaaknummer: 2023-021066 ----------------------------------------------------------Aan de gemeenteraad. Inleiding In december 2020 heeft uw raad besloten tot uitvoering van het “Uitwerkingsplan Goed Scheiden Loont”. Onderdeel van dit uitwerkingsplan is het introduceren van een opt-in systematiek voor ongeadresseerd reclamedrukwerk binnen de gemeente Leeuwarden. Met dit raadsvoorstel leggen we de definitieve invoering hiervan aan uw raad ter besluitvorming voor. Aanpassing Afvalstoffenverordening Leeuwarden en wijziging APV Voor de introductie van een opt-in systeem is het noodzakelijk de afvalstoffenverordening te wijzigen. Ook is een technische aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) nodig. Hierbij volgen we het voorbeeld van de VNG en andere gemeenten waar het opt-in systeem is ingevoerd. Tegelijkertijd is de afvalstoffenverordening aangepast zodat wordt voldaan aan de nieuwe Omgevingswet. Dit zijn wijzigingen van een meer technische aard. De aanpassingen zijn gemaakt conform het model van de VNG. In de bijgevoegde was-wordt-tabel zijn de aanpassingen inzichtelijk gemaakt. Invoering ja-sticker voor ongeadresseerd reclamedrukwerk Afval dat niet ontstaat, hoeft ook niet te worden ingezameld en verwerkt.
Het voorkomen van afval staat daarom bovenaan de zogenaamde ‘Ladder van Lansink’; de prioriteitsvolgorde van afvalbeheer die vanaf 1979 in Nederland (en in veel landen daarbuiten) leidend is voor beleid. Tijdens de behandeling van het nieuwe afvalbeleid heeft uw raad ook meerdere keren aandacht gevraagd voor het voorkomen van afval. In het kader van afvalpreventie is er een reeds beproefde mogelijkheid om de hoeveelheid papierafval als gevolg van ongeadresseerd reclamedrukwerk terug te dringen. Huizen zonder nee/nee- of nee/ja-sticker krijgen gemiddeld 20 folders per week in hun brievenbus. Deze hoeveelheid neemt de laatste jaren af, maar volgens Milieucentraal gaat het nog steeds om ongeveer 26 kilo aan reclamedrukwerk per huishouden per jaar. Bovendien, zo blijkt uit verschillende onderzoeken, hebben de folders niet altijd het gewenste effect: zo’n 30% van de folders belandt ongelezen in de papierbak. Om deze onnodige verspilling tegen te gaan introduceren steeds meer gemeenten de ja-sticker voor ongeadresseerd reclamedrukwerk. Dit wordt ook wel een ‘opt-in’ systeem genoemd. Dit systeem betreft een omdraaiing van de huidige situatie. Traditioneel kunnen inwoners met een sticker kenbaar maken dat ze géén reclamedrukwerk willen ontvangen. Bij een opt-in systeem geven inwoners het juist aan dat ze wél prijs stellen op reclamedrukwerk. In de
Blad 2
nieuwe situatie ontvangen inwoners zonder sticker dus géén ongeadresseerd reclamedrukwerk. Deze aanpassing is niet van toepassing op huis-aan-huisbladen, berichten over werkzaamheden of activiteiten in de buurt en andere uitingen van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties. Dit vanwege de belangrijke communicatieve rol hiervan, met name voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn. Voor inwoners die reeds een nee/nee- of nee/ja-sticker gebruiken veranderd er niets. Enkel inwoners die nu géén sticker hebben, maar wél folders willen blijven ontvangen, zullen een sticker moeten gaan plakken. Samengevat komt dit neer op het volgende: Overzicht stickers NIEUW: ja-sticker geen sticker of nee/ja-sticker nee/nee-sticker
Ongeadresseerd reclamedrukwerk gewenst Ja
Ongeadresseerde huisaan-huisbladen gewenst Ja
Nee
Ja
Nee
Nee
De ja-sticker heeft zich bewezen als een effectieve maatregel om papierafval te reduceren en is ondertussen in veel gemeenten met succes ingevoerd. Onder andere in vergelijkbare gemeenten zoals Enschede, Haarlem, Gouda, Hengelo en Deventer. Ook in Zwolle, Groningen en Ooststellingwerf wordt over de invoering van de sticker nagedacht. Beoogd effect In de grondstoffen beleidsvisie die in 2019 door uw raad is vastgesteld wordt de ambitie geuit om te streven naar een afvalvrije samenleving in 2050. Dit moet onder andere worden bereikt door in te zetten op het voorkomen van afval. Het reduceren van de hoeveelheid ongeadresseerd reclamedrukwerk middels invoering van de ja-sticker sluit hier goed bij aan. Als college zijn we overigens niet tégen reclamefolders. Reclamefolders dienen onmiskenbaar een economisch belang. Het beleid richt zich vooral op het voorkomen van verspilling en onnodig afval. Hoeveel papier er met invoering van de ja-sticker exact bespaard zal gaan worden is op voorhand lastig te bepalen. Dit hangt namelijk af van het aantal huishoudens dat op dit moment nog geen nee/nee- of nee/ja-sticker gebruikt. Het exacte aantal is voor Leeuwarden onbekend. Op basis van ervaringen in Haarlem (4.8 KG reductie) en Utrecht (4.2 KG) schatten we de besparing op circa 4,5 KG papier per inwoner per jaar.
Over de gehele gemeente genomen betekent dit een besparing van circa 550.000 KG papier per jaar. Dit staat gelijk aan ongeveer 10% van de totale hoeveelheid oud papier in de hele gemeente. Argumenten Ook met de ja-sticker kunnen inwoners die dit wensen gewoon reclamefolders blijven ontvangen. Het beoogde effect doet zich met name voor bij inwoners die geen behoefte hebben aan folders maar nog geen sticker hebben geplakt.
Blad 3
Reclamefolders bestaan al voor een deel uit hergebruikt papier. Maar ook de productie, bedrukking, distributie, inzameling en recycling veroorzaakt negatieve milieu-impact. Het voorkomen van het ontstaan van papierafval is daarom duurzamer dan enkel het recyclen van papierafval. Gerichtere verspreiding, digitale folders en andere duurzame initiatieven vanuit de branche juichen we toe. De invoering van de ja-sticker is hier in de ogen van het college geen belemmering voor. Gedurende de afgelopen anderhalf jaar in aanloop naar dit raadsvoorstel is regelmatig contact geweest met FRL Groep, verspreider van onder andere reclamefolders. In overleg zijn voorkeuren en zorgen verkend. We hebben getracht hier zo goed mogelijk rekening mee te houden. Op verzoek van betrokken stakeholders stellen we daarom voor om een ruime overgangstermijn te hanteren en de ja-sticker per 1 oktober in te laten gaan. Kanttekeningen en risico’s Vanuit de branche van drukkers en verspreiders is de zorg geuit dat invoering van de ja-sticker kan leiden tot verhoogde distributiekosten van huis-aanhuisbladen en ander niet-commercieel drukwerk. Bij enkele gemeenten waar de ja-sticker reeds is ingevoerd is navraag hiernaar gedaan, maar bij deze gemeenten is geen informatie hierover bekend.
In Haarlem is een mild “waterbedeffect” geconstateerd: er zijn minder reclamefolders verspreid, maar het aandeel reclame-uitingen in de huis-aan-huis is licht toegenomen. Hieruit blijkt dat de ja-sticker juist ook een kans is voor huis-aan-huisbladen om meer reclame-inkomsten te genereren. Eventueel gestegen distributiekosten kunnen hiermee mogelijk gecompenseerd worden. Ook zijn er zorgen dat de ja-sticker een negatief effect heeft op de omzet van winkeliers. Zoals eerder aangegeven vindt het beoogd effect van de ja-sticker met name plaats bij inwoners die wel folders ontvangen maar die niet lezen. Ongelezen folders dragen niet bij aan de omzet van winkeliers. Inwoners die wel folders wensen te ontvangen, kunnen deze gewoon blijven ontvangen. Bovendien vind de communicatie tussen ondernemers en klanten in toenemende mate plaats via digitale kanalen. Het college beschouwt dit dan ook niet als een doorslaggevend argument om de ja-sticker niet in te voeren. Bij het inzamelen van oud papier zijn maatschappelijke verenigingen betrokken. Het beoogde effect van de ja-sticker is een reductie van circa 10% van de totale hoeveelheid papierafval. Aan de andere kant is het de verwachting dat door de invoering van Goed Terecht in Leeuwarden oud papier beter gescheiden zal worden.
Hierdoor belandt er minder papier in de sortibak en neemt de hoeveelheid gescheiden ingezameld oud papier juist toe. Het totale effect van beide maatregelen op de hoeveelheid oud papier is op dit moment nog niet goed te voorspellen, maar het is goed mogelijk dat de hoeveelheid ingezameld oud papier per saldo afneemt. Dit kan betekenen dat de inkomsten van verenigingen die oud papier inzamelen (per saldo) licht dalen. Hoewel het college zich realiseert dat deze vergoeding voor de verenigingen van belang is, stelt zij voor om verenigingen hier op dit moment (nog) niet voor te compenseren. Het gezamenlijke effect van de ja-sticker en de verbeterde afvalscheiding is op dit moment immers nog niet duidelijk.
Blad 4
Bovendien wordt de compensatie van verenigingen bekostigd vanuit de afvalstoffenheffing. Het verhogen van de vergoedingen moet daarmee worden betaald door alle inwoners. Dit vinden wij niet wenselijk. Tot slot neemt de hoeveelheid oud papier de afgelopen jaren al gestaag af, ook hiervoor is niet gecompenseerd. De komende jaren moet worden bekeken hoe de hoeveelheid oud papier zich verder ontwikkelt en welk beleid richting de organisaties daarbij wenselijk is. Financiën Bij invoering van de ja-sticker wordt een communicatiecampagne gestart. Hiervoor is €10.000,- begroot. Dit wordt gedekt uit het Communicatiebudget Afval. Vervolgacties op hoofdlijnen Indien uw raad besluit tot invoering van de ja-sticker, dan volgt een aanloopperiode om alle belanghebbenden voldoende tijd te geven om hierop te anticiperen. Uw raad wordt daarom nu voorgesteld om de afvalstoffenverordening en de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden gewijzigd vast te stellen. Deze treden dan per 1 oktober 2023 in werking. In aanloop naar 1 oktober wordt in samenwerking met de branche een communicatiecampagne gestart. De ja-sticker wordt bij alle belanghebbenden breed bekend gemaakt en gratis beschikbaar gesteld. Leeuwarden, 7 maart 2023, burgemeester en wethouders van Leeuwarden,
burgemeester. {{Signer1}}
secretaris. {{Signer2}}
*Dit document is rechtsgeldig digitaal ondertekend.
1 Afvalstoffenverordening 2023
Afvalstoffenverordening gemeente Leeuwarden
Besluit van de raad van de gemeente Leeuwarden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 maart 2023; gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen; besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenverordening gemeente Leeuwarden
§ 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;
inzameldienst: de krachtens artikel 3, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;
inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;
inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens;
perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waarbij de daadwerkelijke overdracht plaatsvindt op het moment dat de afvalstoffen in het inzamelmiddel of –voorziening zijn gebracht;
inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- en/of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een minicontainer, kca-box ten behoeve van één huishouden; dit wordt verstrekt door de BV Fryslân Miljeu Noord West en wordt in bruikleen gegeven;
milieupas: een identificatiemiddel met een uniek, digitaal pasnummer voor de individuele registratie en afrekening van het afvalaanbod;
gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;
gestapelde bouw: een woongebouw dat uit meer dan één bouwlaag bestaat en bestemd is voor bewoning door meer dan één huishouden, bijvoorbeeld een flat, een appartementencomplex, boven- en benedenwoningen en maisonnettes;
straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel;
Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. § 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst BV Fryslân Miljeu Noord West aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten. Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:
a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: - papier en karton; - groente-, fruit- en tuinafval; - verpakkingsglas; - textiel; - elektrische of elektronische apparatuur; - klein chemisch afval; - grof huishoudelijke afvalstromen. 3. Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons worden gezamenlijk ingezameld met het restafval. Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. 2.
In afwijking van het eerste lid is het verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 7 anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7, derde lid. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikel 9. Tijdstip van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de daarvoor door of namens burgemeester en wethouders vastgestelde tarieven zijn voldaan. Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten. Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1.
Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 4. Zwerfafval en overige Artikel 14. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;
b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.
Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden (huishoudelijke) afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. 4. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk 1.
In dit artikel wordt verstaan onder: • huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; • ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a) een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; b) drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties. 2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.
3. Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan. Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg en openbare plaats 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2.
Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren. Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken. § 4a. Kadavers van gezelschapsdieren Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die (tevens) belast is met inzameling van kadavers en gezelschapsdieren en kunnen een of meer verzamelplaatsen aanwijzen waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.
3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats. 5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 6. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.
§ 5. Handhaving en toezicht Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 3, 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 19a bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de Economische Delicten. Artikel 21. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. § 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c. in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; d.
in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”; e. in artikel 21 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”.
Artikel 23. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening gemeente Leeuwarden 2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 oktober 2023. Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Leeuwarden 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 april 2023. De voorzitter, De griffier,
TOELICHTING Algemeen 1. Inleiding De Afvalstoffenverordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden veranderd. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Uitvoeringsprogramma VANG – Huishoudelijk Afval om te komen tot minder huishoudelijk afval en tot het beschikbaar krijgen van meer waardevolle grondstoffen van de juiste kwaliteit. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein. Grondslagen De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), waarin de raad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een Afvalstoffenverordening vast te stellen.
De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. De artikelen 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wm bevatten voorschriften waaraan de Afvalstoffenverordening moet voldoen. De opname van paragraaf 4a inzake de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren heeft als grondslag artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren. Artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit GIHA) biedt een grondslag voor het niet gescheiden inzamelen van of kunststoffen, metaal en glas. Deze grondslag is gebruikt voor artikel 7, derde lid. 2. Hoofdlijnen van de Afvalstoffenverordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoor-, winkel- en dienstensector (hierna: KWD-sector)) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De Afvalstoffenverordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval, afval in de openbare ruimte en kadavers van gezelschapsdieren.
Huishoudelijke afvalstoffen Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe krachtens
deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, textiel of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld. Gescheiden inzameling van huishoudelijk afval Scheiden van de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval is op grond van artikel 1 van het Besluit GIHA de norm: a. groente-, fruit- en tuinafval; b. papier; c. metaal; d. kunststof; e. glas; f. textiel (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); g. gevaarlijke afvalstoffen (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De Afvalstoffenverordening geeft uitvoering aan de opdracht van artikel 3 van het Besluit GIHA om de verordening aan te passen om te voldoen aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit GIHA. Afzien van scheiding van groente-, fruit- en tuinafval is, op grond van artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit GIHA mogelijk, indien daarbij voldaan is aan artikel 10, derde lid, onder c of d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
De scheiding van groente-, fruit- en tuinafval is technisch niet haalbaar of brengt hoge economische kosten met zich mee (zie artikel 7). In artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen staat: “c. gescheiden inzameling is technisch niet haalbaar wanneer rekening wordt gehouden met goede praktijken op het gebied van afvalinzameling; d. gescheiden inzameling zou buitensporig hoge economische kosten meebrengen, rekening houdend met de kosten van negatieve milieu- en gezondheidseffecten van gemengde afvalinzameling en -verwerking, het potentieel voor efficiëntieverbeteringen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, inkomsten uit de verkoop van secundaire grondstoffen alsook de toepassing van het beginsel „de vervuiler betaalt” en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.”. Het is toegestaan om af te zien van gescheiden inzameling van glas, metaal of kunststoffen als voldaan is aan artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Voor de gemeente is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt voor wat betreft plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (hierna: PMD) (zie artikel 7).
De gezamenlijke inzameling van PMD is niet van invloed op het potentieel van hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing. Artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen regelt: “a. het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om overeenkomstig artikel 4 (van de Kaderrichtlijn afvalstoffen) voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere behandelingen voor nuttige toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt;”. In de nota van toelichting bij het Besluit GIHA wordt verwezen naar het Landelijk Afvalbeheerplan (hierna: LAP). Daarin staat, met name voor groente-, fruit- en tuinafval, uitgebreid toegelicht in welke gevallen van de uitzondering op de plicht tot gescheiden inzameling van de in artikel 1 van het Besluit GIHA genoemde huishoudelijke afvalstoffen, gebruik kan worden gemaakt. Als een uitzondering voor gescheiden inzameling wordt opgenomen in de Afvalstoffenverordening, dient de gemeente met enige regelmaat de rechtmatigheid van deze bepaling(en) te bezien. Deze beoordeling vindt op zijn minst elke keer plaats op het moment dat in het LAP op dit punt nieuwe inzichten en beleid worden opgenomen.
Met ingang van 1 januari 2025 treden de onderdelen f en g van artikel 1 van het Besluit GIHA in werking. Op grond daarvan moeten textiel en gevaarlijke afvalstoffen ook gescheiden worden ingezameld. De verordening hoeft, met het oog op de voorziene inwerkingtreding van deze onderdelen van het Besluit GIHA niet aangepast te worden. Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door KWD-sector binnen de gemeente van belang. De inzameling van bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels voor de inzameling door de inzameldienst of de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte. Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping en bewuste ontdoening (weggooien of achterlaten) maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt, verwaaid of aangevreten door dieren.
Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Kadavers van gezelschapsdieren
De Afvalstoffenverordening geeft eveneens uitvoering aan de verplichting van artikel 3.5 van de Wet dieren om regels op te nemen over het aangeven, ophalen, overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie paragraaf 4a). 3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. Het begrip inzameling is door de Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer.
Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars. Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten. Anderzijds regelt de verordening dat deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling door of het aanbieden ter inzameling aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze de aanbieding plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt ten aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen: