CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Besluitvorming (raad) 22 februari 2023, gemeente Leeuwarden24.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Mei-inoar foar ús bern

Samenvatting hoofdstuk 3 De Friese gemeenten werken in partnerschap met maatschappelijke partners aan het realiseren van maatschappelijke doelstellingen. Er zit een verschil tussen partnerschap opschrijven en dit ook daadwerkelijk uitvoeren. De wijze waarop het partnerschap precies wordt ingevuld, is onderwerp van gesprek voor het jaarplan van 2023 (zie hiervoor hoofdstuk 5).

verkennen gemeenten en onderwijs op welke manier een contextgerichte aanpak, met gebruik van de in de gemeente aanwezige steunstructuren, kan bijdragen aan het versterken van het pedagogisch klimaat op scholen. •

We gaan meer praktijk- en datagericht monitoren. Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s), monitoring en sturingsinformatie. Deze informatie is belangrijk om de zorgbehoefte scherp in beeld te krijgen en te houden. Hierbij ontstaan aanknopingspunten om het bestaande aanbod beter te laten aansluiten op de zorgbehoefte of ontbrekend zorgaanbod te ontwikkelen. Daarnaast is het gezamenlijk duiden van de gegevens een belangrijke ontwikkelstap.

•

We willen meer dan nu leren van ervaringsdeskundige ouders en jeugdigen. Gedurende de looptijd van de regiovisie bouwen we verder aan bestaande initiatieven, zoals het regionaal jongerennetwerk en de jeugdwelzijnsraad.

Eén onderdeel van een goede samenwerking is een lerend netwerk. Met en rond jeugd en gezin vormen gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, huisartsen, gecertificeerde instellingen, kennisinstellingen en andere partners al één groot netwerk. In dit lerend netwerk gaan we aan de slag met de volgende thema’s:

•

•

Normaliseren is een belangrijk uitgangspunt om in gezamenlijkheid verder uit te werken. De afgelopen jaren heeft dit thema vooral een beleidsmatige invulling gekregen en minder in de dagelijkse praktijk van professionals. Om hieraan bij te dragen versterken we gezamenlijk het opvoedkundig klimaat in gezinnen, de omgeving, wijken, scholen en in voorzieningen als kinder- en peuteropvang. Vanuit de Friese gemeenten ondersteunen we het streven naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt. Inclusief betekent dat scholen (in samenwerking met gemeenten) voor alle jongeren een veilige plek zijn waar ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In intensieve samenwerking

Het lerend netwerk is breder dan alleen de regio Fryslân. Bovenregionaal wordt samengewerkt met Groningen en Drenthe op het niveau 3Noord. Ook hier wordt toegewerkt naar een passende governancestructuur.

13

3. Samen leren en ontwikkelen Met een duidelijke visie voor de jeugdhulp en de leidende principes uit hoofdstuk 2 is de vraag hoe de Friese gemeenten en maatschappelijke partners hierop gaan sturen. Dit hoofdstuk beschrijft onze sturingsfilosofie, de governance, het (lerend) zorglandschap en de (boven)regionale samenwerking. Het gaat om de afspraken 4 en 5 uit de NvO.

Mei-inoar foar ús bern

3.1 Sturingsfilosofie De sturingsfilosofie beschrijft de manier waarop gemeenten willen sturen op het realiseren van hun maatschappelijke doelstellingen. De Friese gemeenten kiezen voor partnerschap met maatschappelijke partners omdat verwacht wordt dat hiermee het bereiken van maatschappelijke resultaten en daadwerkelijke transformatie in de jeugdhulp de meeste kans van slagen heeft. Het gaat bij partnerschap om de gezamenlijke overtuiging dat met respect voor ieders rol en positie en vertrouwen op elkaars kennis en expertise samengewerkt wordt om een gezonde en veilige ontwikkeling voor de jeugdigen in Fryslân te realiseren. Gemeenten en maatschappelijke partners vullen elkaar aan in plaats van alles zelf of vanuit het eigen perspectief of belang te willen doen. We willen in Fryslân een goede en gedragen balans vinden tussen vertrouwen en controle enerzijds en formaliteiten en normen anderzijds. Ons uitgangspunt is dat we partnerschap zien als morele verantwoordelijkheid voor iedere betrokkene bij de jeugdhulp. Dit partnerschap gaat verder dan samenwerking. Uit onder andere de evaluatie van het bekostigingsmodel voor de specialistische jeugdhulp in Fryslân is gebleken dat er op dit moment nog onvoldoende sprake is van partnerschap.

Er is sprake van onderlinge concurrentie tussen aanbieders en gemeenten geven zelf niet altijd het goede voorbeeld met betrekking tot het gewenste gedrag. Het gaat veel tijd kosten om het ideaalbeeld van partnerschap te realiseren en het vertrouwen in elkaar

te herstellen en vervolgens te bewaren. Tegelijkertijd is partnerschap als sturingsfilosofie nodig, omdat de gewenste inhoudelijke transformatiebeweging zoals beschreven in het vorige hoofdstuk anders niet haalbaar is. Een sturingsfilosofie die niet alleen het eigenbelang aanwakkert, maar ook zorgt voor het (willen) realiseren van het gezamenlijke en maatschappelijke belang is nodig. Daarvoor is ook partnerschap tussen aanbieders onderling nodig. Er zit echter een groot verschil tussen partnerschap opschrijven en partnerschap daadwerkelijk in de praktijk brengen. Toch denken we dat we dit kunnen bereiken door: 1. Een gedeelde visie op inhoud vast te stellen. 2. Gezamenlijk vaststellen van leidende principes. 3. Een gedeelde visie op de (invulling) partnerschap te realiseren. 4. Tijd te nemen om dit samen op te bouwen en hierop te reflecteren. 5. Scholing, training en coaching voor medewerkers voor de juiste rolinvulling te organiseren. Met deze regiovisie zetten we een belangrijke stap om punt 1 en 2 te realiseren en maken we de keuze voor de sturingsfilosofie expliciet. Hiervoor leggen we met het vaststellen van de regiovisie ook het bestuurlijke commitment vast. Punt 3 tot en met 5 vragen meer tijd en inzet. In hoofdstuk 5 wordt vooruitgekeken naar het vervolg op de regiovisie, waarbij ook de (structurele) wijze van overleg aan bod komt.

Dit dient mede als een platform om het partnerschap gezamenlijk verder te concretiseren en, ook op het uitvoerende niveau, eigen te maken.

14

“Het gaat bij partnerschap om de gezamenlijke overtuiging dat met respect voor ieders rol en positie en vertrouwen op elkaars kennis en expertise samengewerkt wordt”.

Mei-inoar foar ús bern

3.2 Lerend zorglandschap Bij partnerschap als sturingsfilosofie hoort een lerend netwerk. Jeugdigen en gezinnen, gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, huisartsen, gecertificeerde instellingen, kennisinstellingen en andere partners vormen samen al één groot netwerk, bestaand uit allerlei kleinere netwerken die continu in beweging zijn. We willen meer en bewuster gebruik gaan maken van de kracht van ons regionaal lerend netwerk om onze doelen te bereiken. We willen de mogelijkheden van (de samenwerking in) de jeugdhulpketen beter benutten, actief leren van elkaars kennis en ervaringen en daarmee de kwaliteit van hulp verbeteren. Voorop staat dat beter weten moet leiden tot anders dóen. Preventie en normaliseren De afgelopen jaren is het begrip normaliseren vooral uitgelegd op de manier dat de verantwoordelijkheid voor jeugdigen allereerst bij henzelf en hun opvoeders dient te worden gelegd en dat men indien nodig een beroep doet op jeugdhulp. In operationele zin heeft de betekenis van normaliseren voor de ontwikkeling van de algehele pedagogische steunstructuur, het professioneel handelen en samenwerking, nog te weinig samenhangende invulling gekregen. Het is daarom van belang dat we de komende tijd als regio het thema normaliseren actief oppakken en manieren ontwikkelen om dit in de praktijk concreet te maken.

Naast maatschappelijke partners zoals scholen, jeugdgezondheidszorg (jgz), zorgaanbieders en gemeenten, verdienen jeugdigen en hun netwerk in deze concretisering een prominente plek aan tafel. De huidige Jeugdwet schrijft immers voor dat het kernconcept de-medicaliseren, ontzorgen en

normaliseren verwezenlijkt kan worden door ‘onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen’. Dat vraagt van de regio om een eenduidige beleving van het thema en de daarbij gepaard gaande acties, zoals het versterken van de pedagogische context, de afweging van de professional en alternatieve oplossingen voor of naast jeugdhulp. Dit raakt aan de geschetste beweging die we in de jeugdhulp willen maken, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Onderwijs en Jeugdhulp Vanuit de Friese gemeenten ondersteunen we het streven naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt, waarbij normaliseren opgevat dient te worden als het omarmen van variëteit tussen mensen. Inclusief betekent dat scholen (in samenwerking met gemeenten) voor alle jongeren een veilige plek zijn, waar ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dit betekent niet dat de schoolomgeving voor iedere jeugdige hetzelfde moet zijn. Kinderen en jongeren zijn verschillend en dat mag tot uiting komen in de context waarin zij les krijgen. Inclusiviteit betekent dat in de basis de ondersteuning aansluit bij de omgeving waarin een leerling zich bevindt. Als er wel extra ondersteuning nodig is, dan draagt dit bij aan de jeugdige in de onderwijscontext.

In intensieve samenwerking verkennen gemeenten en onderwijs op welke manier een contextgerichte aanpak, met gebruik van de in de gemeente aanwezige steunstructuren, kan bijdragen aan het versterken van het pedagogisch klimaat op scholen. Om elke jeugdige zich optimaal te laten ontwikkelen is in sommige gevallen extra steun, hulp in de thuissituatie of

15

behandeling van een professional nodig. Door middel van een lerende aanpak onderzoeken jeugdige en gezin, scholen, jeugdgezondheidszorg, gemeenten en zorgaanbieders hoe jeugdhulp bijdraagt aan een integrale oplossing. Het vertrekpunt van de cyclus van de lerende aanpak is de aanname dat samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugd bijdraagt aan het vergroten van ontwikkelkansen van jeugdigen. Maatschappelijke opgaven Prioritering is belangrijk. Met welke grote maatschappelijke opgaven voor onze regio gaan we aan de slag, welke verbeteracties zijn nodig en wie trekken hierbij samen op? Hiervoor stellen we jaarplannen op. Dit plan is geen beleidsplan, maar is bedoeld als concrete te-doen-lijst. Samen met onze maatschappelijke partners stellen we vast welke maatschappelijke opgaven prioriteit krijgen en waar we precies naartoe werken. Naast de jaarplannen behouden we het meerjarig perspectief, zodat we de doelstellingen en ambities uit deze regiovisie vasthouden. Naast nieuwe initiatieven geeft het plan weer hoe lopende en aanpalende acties en projecten bijdragen aan het realiseren van de resultaten. We doen dit onder andere door verbindingen te leggen met en tussen verschillende actuele ontwikkelingen, zoals de Friese Preventieaanpak en het project Geweld hoort nergens thuis.

Meer informatie over de jaarplannen leest u in hoofdstuk 5, waarin we het vervolg op de regiovisie schetsen. Monitoren: Praktijk èn datagericht transformeren Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk om jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van

Mei-inoar foar ús bern

KPI’s, monitoring en sturingsinformatie. Samen met onze maatschappelijke partners werken wij aan goed ingerichte regionale informatievoorziening. Deze informatie is de basis voor een regionale monitor waarmee we structureel relevante informatie bieden over de stand van zaken en de ontwikkelingen in de jeugdhulp en de gemeentelijke toegang. Het gaat dan ook vooral om het verbeteren en effectiever benutten van bestaande data, informatie en expertise in het verbeterproces. Hierdoor kan steeds beter proactief gehandeld worden in plaats van reactief en kunnen trends en ontwikkelingen beter worden voorspeld. Duidelijkheid in het gebruik van indicatoren is de basis om te kunnen verbeteren. Daarin bestaat een stevige samenhang tussen informatie uit de lokale infrastructuur, zoals onderwijs, basisondersteuning, wijk-/gebiedsteams en het regionale hulp- en ondersteuningsaanbod. In samenwerking met kennis- en data-experts verkennen we welke databronnen belangrijk zijn en afstemming vragen om onze maatschappelijke opgaven te kunnen volgen. Het leren van casussen valt eveneens onder praktijkgericht transformeren. Om effectief te leren van de praktijk blijven we gebruik maken van de bevindingen van onze partners, inzichten in hulptrajecten van de expertisetafels (REX Jeugd, JENN, Team Toegang) en de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland.

Om te weten of we slagen in onze regionale ambities toetsen we dit altijd bij jeugd en gezin. Nog niet overal halen we hun ervaring op een eenvoudige en gestructureerde manier op. We onderzoeken of een gezamenlijk instrument hierbij kan helpen, evenals het samenbrengen van lokale cliëntervaringsonderzoeken. In de komende jaren worden data uit het berichtenverkeer verrijkt met data uit andere bronnen. We intensiveren het gebruik van de basisset aan landelijke indicatoren voor het monitoren van de outcome van jeugdhulp. Ook zullen we regelmatig gesprekken plannen rond het thema ‘Samenwerken aan Resultaten en Kwaliteiten’ waarin we aan de hand van tellen en vertellen samen met partners de gegevens vertalen in informatie. Handelen: Effectief samen leren en ontwikkelen Een lerende regio is per definitie dynamisch en de netwerkstructuur waarbinnen er geleerd wordt, moet duurzaam zijn. Binnen dit netwerk zijn heldere afspraken gemaakt over wie wat doet: 1. Hoe de samenwerking vorm krijgt in de praktijk. 2. Op welke schaal samenwerking het best kan worden georganiseerd. 3. Welke kwaliteitseisen we daaraan stellen. Om vervolgens samen te leren, is een proces dat onderhouden moet worden.

“Cijfers geven niet een goed beeld hoe ik de hulp ervaar. Smileys werken voor mij bijvoorbeeld al beter”. (jeugdige over cijfers in de jeugdhulp)

16

Naast inzicht en openheid over het eigen doen en laten van de betrokken partners, vereist dit ook een gezamenlijke leervriendelijke cultuur. Tegenvallende resultaten en onderliggende oorzaken kunnen in deze cultuur besproken worden. Een voorstel voor een gezamenlijke lerende omgeving wordt gedaan in het afsluitende hoofdstuk over het vervolg op de regiovisie. Ervaringsdeskundigheid en jongerenparticipatie Kinderen-, jongeren- en opvoederparticipatie zijn een essentieel onderdeel van beleidsontwikkeling in de jeugdhulp. Daarbij gaat het zowel om de participatie van jongeren vanuit hun ervaring met jeugdhulp als jongerenparticipatie gericht op alle jongeren uit de regio. Er is al een aantal initiatieven tot stand gekomen waarbij gebruik gemaakt wordt van deze kennis en ervaring. Deze willen we de komende jaren verbinden en versterken: 1. Jongerenadviesraden - kinderburgemeesters Jongerenparticipatie krijgt in diverse gemeenten al vorm, onder andere in lokale adviesraden of in de vorm van een kinderburgemeester. De door hen als belangrijk aangemerkte thema’s willen wij in het jeugdbeleid zichtbaar maken en laten aansluiten op elkaar. 2. Zorgbelang – de Adviesvangers Via Zorgbelang zijn jongeren uit diverse cliëntenraden met elkaar verbonden.

Een aantal jongeren (zogenoemde adviesvangers) in het netwerk daagt hun leeftijdsgenoten uit mee te denken, ideeën aan te dragen of hun mening te geven over vragen van gemeentes en organisaties. 3. ExpEx Bestaat ook uit getrainde jongeren die zelf ervaring hebben in de jeugdhulp en die zich inzetten als maatje van jongeren en/of adviseur van instellingen en overheden. 4. Kenniswerkplaats – leren van praktijkervaringen

Mei-inoar foar ús bern

3.3 Het zorglandschap In het project ‘Leren van praktijkervaringen in de hulpverlening’ reflecteren jongeren, ouders, hulpverleners en beleidsmakers samen op vragen uit de praktijk. Doel is om samen te leren van zowel de hulpverleningstrajecten waarin de hulp vastliep, als waarin de hulp juist goed verliep. Elke deelnemer denkt mee vanuit eigen ervaring, kennis en expertise. Naast de bestaande initiatieven zetten we ons als regio in om jongeren vaker de gelegenheid te bieden om onderwerpen te agenderen en mee te denken over regionale thema’s. Dat vraagt van ons dat we participatie voor hen toegankelijker maken door bij jongeren aan te sluiten in taalgebruik en vindplekken als het onderwijs, sportverenigingen, jongeren- en buurtwerk beter te benutten en door digitaal op bijvoorbeeld social media goed zichtbaar te zijn.

De regio Fryslân heeft goed zicht op het gebruik van zorg, het aantal gecontracteerde partijen en de soort ondersteuning die deze aanbieders verzorgen. Toch ontbreekt nog specifieke informatie over lacunes en trends in het zorgaanbod. Om de gewenste beweging te kunnen vaststellen èn te kunnen maken is de juiste (sturings) informatie over de belangrijkste ontwikkelingen in het zorglandschap noodzakelijk. Het is belangrijk om te benoemen dat het zorglandschap niet alleen gaat over jeugdhulp, maar ook over de raakvlakken met onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg, wijk-/ gebiedsteams en andere voorliggende voorzieningen. De onderlinge samenhang is nodig om de juiste beweging te kunnen maken, zowel in visie als in informatie. Zo krijgen alle jeugdigen en gezinnen passende hulp en is alle hulp en ondersteuning beschikbaar. Sturing vanuit de gezamenlijke gemeenten is hierbij gewenst om het mogelijk te maken dat maatschappelijke partners gemakkelijker kunnen samenwerken, bijvoorbeeld door op en af te schalen. Om meer inzicht te krijgen in het zorglandschap gaan we onder andere aan de slag met de volgende punten:

1. Meer inzicht in het zorglandschap begint met het inzicht in welke jeugdhulpaanbieders welke hulp leveren. Hoewel dit grotendeels bekend is, willen we dit meer overzichtelijk presenteren om de beweging in het zorglandschap beter in beeld te krijgen. 2. De analyse bij de start van ieder traject is essentieel. Een goede analyse zorgt ervoor dat passende hulp ingezet kan worden. Daarnaast geeft dit informatie over de behoefte aan bepaalde typen hulp en ondersteuning. Deze informatie benutten de Friese gemeenten om hierop kunnen te sturen. 3. De contractmanagers van de Friese gemeenten en Sociaal Domein Fryslân halen in gesprekken met zorgaanbieders op waar de lacunes in het preventieve èn specialistische zorglandschap liggen. Zo bundelen contractmanagers kwantitatieve data en kwalitatieve gegevens uit gesprekken met maatschappelijke partners. 4. Er dient een infrastructuur te komen waarin gezamenlijk geleerd wordt. Tegelijkertijd moeten we beter gebruik maken van de bestaande infrastructuur. Zo is er bijvoorbeeld het Regionaalexpertise Team Jeugd (REX Jeugd), het JENN, Team Toegang en de leerstructuur van de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland. Deze punten bieden goede aanknopingspunten om het zorglandschap beter in beeld te krijgen en hier vervolgens gerichter op te sturen.

Het slothoofdstuk en paragraaf 3.2 in deze regiovisie raken aan deze infrastructuur waarin we gezamenlijk leren.

17

Mei-inoar foar ús bern

3.4 Arbeidsmarkt­ problematiek Er is sprake van spanning op de arbeidsmarkt. Vrijwel alle sectoren hebben te maken met een tekort aan gekwalificeerd personeel. Hetzelfde geldt in het sociaal domein. Voor alle stakeholders is het belangrijk aandacht te besteden aan ‘employer branding’ en het werkgeluk van medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt vraagt mogelijk ook om een nieuwe inrichting van hulp en zorg en hoe we ons werk doen. Als gemeenten herkennen en erkennen we de uitdagingen op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan voor de jeugdhulp. Goed geschoold en voldoende personeel is een randvoorwaarde om te komen tot een succesvolle uitwerking van de regiovisie in Fryslân. Tegelijkertijd zijn de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt niet de verantwoordelijkheid van de Friese gemeenten. Omdat voldoende geschoold en gekwalificeerd personeel een voorwaarde is voor duurzaam goede jeugdhulp, gaan gemeenten èn jeugdhulpaanbieders wel hierover in gesprek. De jeugdhulpaanbieders hebben hierbij een initiërende rol waarbij zoveel mogelijk aangesloten wordt bij lopende initiatieven zoals bij de leerschool van NHL Stenden.

3.5 Regionale en bovenregionale samen­werking tussen gemeenten Gegeven onze schaal (in totaal zijn er op 1 januari 2022 in Fryslân 15.000 jeugdigen die aangewezen zijn op jeugdhulp) kunnen we voor weinig voorkomende jeugdhulp niet altijd zelf een kwalitatief volwaardige of bedrijfseconomisch haalbare infrastructuur in stand houden. Daarvoor is samenwerking op het niveau van de drie noordelijke provincies (vier jeugdhulpregio’s) noodzakelijk. Het feit dat het rijk nog werkt met centrumgemeenten voor bijvoorbeeld gesloten jeugdhulp, maakt de bovenregionale samenwerking extra complex. Op het niveau van 3Noord zijn initiatieven genomen om met begeleiding vanuit het landelijke ondersteuningsbureau Transformatie jeugdhulp te onderzoeken welke governancestructuur passend en werkzaam is op bovenregionaal niveau. Centrumgemeenten, jeugdhulpregio’s en betrokken jeugdhulpaanbieders zijn gezamenlijk in overleg over een passende governance-structuur die in staat is snel beslissingen te nemen over onderwerpen die op bovenregionaal niveau aandacht vragen. Wijzigingen in de Jeugdwet en bestuurlijke afspraken in de Hervormingsagenda kunnen in de periode 20232026 nog leiden tot een andere governance op regionaal, bovenregionaal of landelijk niveau.

18

Mei-inoar foar ús bern

Samenvatting hoofdstuk 4

4. Opdrachtgeverschap van de Friese gemeenten

De 18 Friese gemeenten willen de administratieve lasten voor alle maatschappelijke partners zo laag mogelijk houden. Tegelijkertijd zijn er bepaalde keuzes gemaakt die de administratieve lasten beïnvloeden. Deze keuzes zijn gemaakt omdat de administratieve handelingen bijdragen aan het duurzaam leveren van kwalitatieve jeugdhulp.

De regiovisie onderstreept het belang van het maken van afspraken over het opdrachtgeverschap van gemeenten en jeugdhulpregio’s. Zo dienen regio’s de administratieve lasten laag te houden (afspraak 6), zorgvuldigheidseisen te hanteren (afspraak 7) en reële tarieven te bieden (afspraak 8). In onderstaande teksten komen deze drie onderwerpen aan bod.

Jeugdhulpaanbieders mogen van ons de zorgvuldigheidseisen verwachten ten aanzien van inkoopprocedures. We publiceren tijdig, hanteren meerjarige contracten en bieden continuïteit van zorg. De tarieven in de regio zijn gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en tot stand gekomen in overleg met jeugdhulpaanbieders.

19

Mei-inoar foar ús bern

4.1 Lage administratieve lasten Ook in onze jeugdhulpregio willen we de admini­stratieve lasten voor alle maatschappelijke partners, zoals jeugdhulp­ aanbieders, verwijzers en gemeenten, zo laag mogelijk houden. Tegelijkertijd zijn er bepaalde keuzes gemaakt die invloed hebben op de admini­stratieve druk in de regio: • De keuze voor ons bekostigings­systeem (trajectfinanciering en resultaatsturing) draagt eraan bij dat er administratieve handelingen noodzakelijk zijn buiten het berichtenverkeer om. • Per perceel is de best passende uitvoeringsvariant (inspanningsgerichte, resultaatgerichte of taak­gerichte financiering) gekozen. Dit geeft voor betrokkenen extra administratieve lasten. Toch denken we dat het voordeel van maatwerk, dat we op deze manier kunnen zoeken, opweegt tegen de extra administratieve lasten. • Het werken met hoofd- en onderaannemers, de verplichting van een kwaliteitsverslag (m.i.v. 2023) en het door jeugdhulpaanbieders vragen om aan te tonen dat van effectieve interventies gebruik wordt gemaakt, legt een extra claim op alle partijen. Deze keuzes zijn gemaakt omdat de admini­stratieve handelingen bijdragen aan het duurzaam leveren van kwali­tatieve jeugdhulp. In verschillende bijeen­komsten is samen met jeugdhulp-aanbieders gesproken over deze thema’s.

De komende jaren willen we bij de uitwerking van de regiovisie het verminderen van admini­stratieve handelingen opnemen als één van de thema’s om gezamenlijk uit te werken. Dit heeft ook te maken met de gevolgen van admini­stratieve lasten voor de verschillende onderdelen uit deze regiovisie. Zo leiden te veel administratieve lasten bijvoorbeeld tot minder werkplezier en daarmee tot extra inspanningen op de arbeidsmarkt.

4.2 Zorgvuldigheids­eisen De uitgangspunten die rondom tijdigheid in de NvO zijn opgenomen zijn ook voor onze jeugdhulpregio in de lopende inkoopprocedures (Wonen en Specialistische Jeugdhulp) en bij de toekomstige procedures uitgangspunt van handelen. Jeugdhulpaanbieders mogen van ons verwachten dat we de inkoopprocedures uiterlijk 1 april voorafgaand aan het nieuwe contractjaar publiceren. De inkoopprocedure ronden we uiterlijk af op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van nieuwe contracten. Het uitgangspunt dat we meerjarige contracten sluiten met jeugdhulpaanbieders, vullen we ook daadwerkelijk in. Voor de percelen Specialistische Jeugdhulp (SJH) en Wonen is de termijn twee keer vier jaar. Voor Hoogspecialistische Jeugdhulp is dat vijf jaar, voor Enkelvoudige Dyslexie twee keer twee jaar (vanwege de te verwachten landelijke ontwikkelingen in dat perceel) en voor Pleegzorg ook twee keer vier jaar. Continuïteit van zorg bestaat uit twee elementen: de continuïteit voor jeugdigen en de continuïteit van jeugdhulpaanbieders. • Voor de continuïteit van zorg richting jeugdigen is in elk van de inkoopprocedures in de betreffende raamcontracten aangegeven dat jeugdhulpaanbieders verplicht zijn te zorgen voor die continuïteit van zorg.

Er is hiervoor een exit-protocol ontwikkeld die ingevuld wordt als een jeugdhulp-aanbieder stopt (of moet stoppen) met het leveren van zorg in onze regio. • Als het gaat om de continuïteit van jeugdhulpaanbieders volgen wij nauwgezet de ontwikkelingen rondom jaarresultaten, liquiditeit en solvabiliteit tijdens de periodieke contractmanagementgesprekken en voortgangsgesprekken (op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau).

20

4.3 Reële tarieven Wij werken in onze regio niet met aanbieder-specifieke tarieven, maar met generieke tarieven. Dat houdt in dat we werken met gemiddelden voor onder meer de opslag overhead die we hanteren. Ook hanteren we een norm voor de productieve uren van direct bij de hulpverlening of behandeling betrokken functionarissen. Door het gebruik van generieke tarieven bestaat de mogelijkheid dat voor sommige jeugdhulp-aanbieders geldt dat zij hun exploitatie niet volledig gedekt krijgen. In dat geval kijken we naar de positie van de betreffende jeugdhulp-aanbieder in het totale zorglandschap en zullen we afhankelijk van de impact die het wegvallen van het aanbod heeft, in gezamenlijkheid zoeken naar oplossingen voor exploitatieproblemen. We lossen deze uitdagingen niet op door de tariefstelling aan te passen, maar spreken een pakket met maatregelen af die maken dat ook de bedrijfsvoering van de betreffende jeugdhulp-aanbieder past binnen de kaders die de generieke tarieven bieden. De regio Fryslân vindt dat de tarieven reëel zijn. Deze zijn en blijven in de toekomst gebaseerd op zorgvuldig onderzoek. De bevindingen met betrekking tot een uit te voeren kostprijs-onderzoek en onze afwegingen in dat kader, zijn transparant en worden voorgelegd aan en besproken met de betrokken jeugdhulpaanbieders.

Mei-inoar foar ús bern

5. Vervolg op regiovisie

Samenvatting hoofdstuk 5 Ook het vervolg van de regiovisie willen we in partnerschap vormgeven. In jaarplannen worden de concrete acties en thema’s benoemd waarmee we dat jaar aan de slag gaan. Het eerste jaarplan geldt voor 2023. Daarnaast zijn we structureel met elkaar in gesprek op bestuurlijk, tactisch en operationeel niveau. De overlegstructuur wordt na de zomer van 2022 opgezet en hier wordt gezamenlijk toegewerkt naar het eerste jaarplan van de regiovisie.

De Friese regiovisie geeft de koers aan voor de komende jaren in de jeugdhulp. Zoals iedere visie geeft ook de Friese regiovisie jeugdhulp vooral op hoofdlijnen de richting van de jeugdhulp aan. Wat we willen bereiken in de jeugdhulp wordt duidelijk, maar hoe we dit gaan bereiken komt nog in mindere mate aan bod. Alleen door deze ‘hoe-vraag’ gezamenlijk als gemeenten met de maatschappelijke partners in te vullen, brengen we de jeugdhulp in de regio Fryslân een stap verder.

21

Mei-inoar foar ús bern

5.1 Jaarplannen De Friese gemeenten willen de concretisering vormgeven via jaarplannean èn een overlegstructuur. In de jaarplannen komt concreet aan bod wie op welk moment met welke acties aan de slag gaat. Net zoals bij de regiovisie is het zaak om met een brede vertegenwoordiging van maatschappelijke partners tot de jaarplannen te komen en deze uit te voeren. Het zijn immers niet alleen gemeenten, maar ook jeugdhulpaanbieders, GI’s, onderwijs, GGD en huisartsen die een rol hebben en krijgen in de uitwerking van de regiovisie. De jaarplannen bevatten ook een stevige analyse van de huidige situatie. Gecombineerd met de geschetste beweging in deze regiovisie creëren we hiermee een beeld van de nog te zetten stappen. We behouden eveneens het meerjarig perspectief uit deze regiovisie in de jaarplannen. De ambities, doelstellingen en uitgangspunten blijven zo leidend voor de jaarplannen.

5.2 Structureel overleg Om de concretisering en de voortgang van de regiovisie te borgen is een structurele manier van overleg noodzakelijk. We moeten, met andere woorden, samen in gesprek zijn en blijven om de juiste beweging in de jeugdhulp voort te zetten en te borgen. We zetten het uitgangspunt partnerschap hiermee ook bij de concretisering van de regiovisie door.

2. Tactisch Alle verschillende onderdelen van het jaarplan moeten nader ingevuld worden. Op het tactisch niveau opereren onder andere de beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, (team)managers en contractmanagers van maat­ schappelijke partners èn gemeenten. Zij vormen de schakel tussen het uitvoerende en bestuurlijke niveau en schrijven beleid en voeren projecten uit.

De structurele wijze van overleg geven de Friese gemeenten op drie niveaus vorm.

3. Operationeel Professionals in de uitvoering (van gemeenten en maatschappelijke partners) komen direct in aanraking met het beleid, de werkwijze en gemaakte afspraken op bestuurlijk en tactisch niveau. Zij worden actief betrokken op tactisch niveau om vooraf mee te denken bij de projecten, maar geven ook na implementatie aan wat wel en niet werkt. Zo creëren we een werkwijze waarin de effectiviteit van het beleid in de uitvoering leidend is voor ons handelen.

1. Bestuurlijk De bestuurders bewaken de ambities en doelstellingen uit de regiovisie. Realiseren we de juiste beweging in de jeugdhulp en het zorglandschap? Hierin zitten niet alleen bestuurders van de Friese gemeenten, maar ook de bestuurders van de belangrijkste ketenpartners. De jaarplannen worden op dit niveau vastgesteld. Om gezamenlijke verantwoordelijk­ heid te creëren worden aan verschillende thema’s uit de jaarplannen verantwoordelijke bestuurders gekoppeld, zowel van gemeenten als van de maatschappelijke partners.

22

We werken in de drie niveaus vanuit het vertegen­ woordigings­model. Dit betekent dat met een selectie van maatschappelijke partners de drie niveaus ingevuld worden. Wij streven hierbij naar een zo goed mogelijke afspiegeling van de maatschappelijke partners. Verder krijgen ervaringsdeskundigen een plek in de structurele manier van overleg om de kans op realistisch en effectief beleid te vergroten.

Mei-inoar foar ús bern

5.3 Vaststellen regiovisie

5.4 Jaarplan 2023

De vaststelling van de regiovisie vindt plaats in de 18 Friese gemeenteraden in het najaar van 2022 of begin 2023. Het opzetten van de overlegstructuur en de eerste stappen in de concretisering worden al eerder gezet.

In voorbereiding op de jaarplannen heeft in mei 2022 een gesprek plaatsgevonden tussen gemeenten en maatschappelijke partners. Onder andere de prioritering van het jaarplan stond op de agenda. Uit het gesprek is naar voren gekomen dat in ieder geval de onderstaande thema’s als eerste de aandacht vragen bij het opstellen van het jaarplan 2023:

In de dagelijkse praktijk is sprake van een eigen dynamiek. Jeugdhulpaanbieders, wijk- en gebiedsteams en individuele professionals zijn dagelijks bezig met hun belangrijke werk en bedenken dan soms vernieuwende ideeën die passen bij de beweging die wij in deze regiovisie benoemen. Voor dergelijke initiatieven, die een regionale impact kunnen hebben, moet ruimte zijn.

•

In de op te stellen jaarplannen geven we onder andere aan of er initiatieven zijn die als thema regionaal opgepakt kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het initiatief dat de aanbieders Hoogspecialistische Jeugdhulp willen nemen om de samenwerking met wijk- en gebiedsteams te versterken op het gebied van vroegsignalering. Door deze innovatieve thema’s op te nemen in de jaarplannen en een plek te geven in de regionale initiatieven, werken we samen gericht aan het verbeteren van de gespecialiseerde jeugdhulp in Fryslân.

We werken samen met maatschappelijke partners aan de volgende twee resultaten: 1. Het eerste jaarplan voor concretisering van de regiovisie is opgesteld samen met maatschappelijke partners in het eerste kwartaal van 2023; 2. De overlegstructuur zoals hierboven beschreven is opgezet in het eerste kwartaal van 2023 en op ieder niveau heeft tenminste één bijeenkomst plaatsgevonden.

•

•

•

We versterken de samenhang tussen onderwijs en jeugdhulp. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over het concretiseren van de rol- en taakverdeling tussen specifieke functies en het verduidelijken (en toepassen) van bestaande afspraken tussen gemeenten en het onderwijs. Dit raakt aan de belangrijke preventieve rol van het onderwijs. We concretiseren partnerschap tussen gemeenten en maatschappelijke partners. We beschrijven hoe we met elkaar samenwerken en wat we wanneer van elkaar verwachten. We concretiseren de precieze rol van de wijk- en gebiedsteams (ten aanzien van specialistische jeugdhulp èn de sociale basis). De toegang speelt een belangrijke verbindende rol in de jeugdhulp en vormt een basis voor normaliseren. We geven ervaringsdeskundigen (ouders en jeugdigen) een structurele stem bij het uitwerken van de regiovisie. We maken in het jaarplan 2023 afspraken over de wijze waarop we dit organiseren.

23

Jaarplan 2023

Vragen en meer informatie

www.friesejeugdhulp.nl

oktober 2022

1 Brief advies Adviesraad sociaal domein Leeuwarden over De Fryske Regiovisie Jeugdhulp 2023-2026

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leeuwarden

Betreft : Fryske Regiovisie Jeugdhulp Datum : 28 november 2022

Geacht College, Hartelijk bedankt voor uw adviesaanvraag over de Fryske Regiovisie Jeugdhulp. Als adviesraad maken we graag gebruik van de mogelijkheid om u te adviseren. We zijn verheugd om te vernemen dat de gemeente Leeuwarden zich samen met de andere Friese gemeenten blijvend inzet voor goede jeugdhulp. De themagroep jeugd waardeert de samenwerking met de betrokken beleidsambtenaren en de tijd die is genomen om de ontwikkelde Fryske Regiovisie Jeugdhulp toe te lichten in een gesprek. In dit gesprek hebben we kennisgenomen van de ontwikkeling van de visie voor de regio en gesproken over de te verwachten lokale invulling. In het gesprek hebben we aandacht gevraagd voor de volgende thema's: -

Inzetten op normaliseren. De verbinding met het lokale accent in de gemeente Leeuwarden gezien de IKC vorming. Wat inclusief onderwijs vraagt van de betrokken actoren in de gemeente Leeuwarden met aandacht voor het pedagogisch klimaat en het gedachtegoed “it takes a village to raise a child".

De adviesraad adviseert positief op de voorgelegde Fryske Regiovisie Jeugdhulp. Tijdens het gesprek is toegelicht dat de concretisering wordt uitgewerkt in een jaarplan. De adviesraad, specifiek de themagroep jeugd, stelt het op prijs om betrokken te blijven bij de concrete implementatie van de Fryske Regiovisie Jeugdhulp voor de gemeente Leeuwarden. We kijken uit naar het vervolg en wensen u veel succes met de afronding van deze Regiovisie.

Hoogachtend, namens de Adviesraad Sociaal Domein Leeuwarden

R. de Boer, voorzitter

Adviesraad Sociaal Domein Leeuwarden

www.asdleeuwarden.nl

info@asdleeuwarden.nl

1 Raadsvoorstel Vaststellen Fryske Regiovisie Jeugdhulp 2023-2026

Raadsvoorstel Vaststellen Regiovisie Jeugdhulp Zaaknummer: 2023-006383 ----------------------------------------------------------Aan de gemeenteraad. Met dit raadsvoorstel stellen we u voor om de Fryske regiovisie jeugdhulp vast te stellen. Inleiding De 18 Friese gemeenten zetten zich blijvend in voor goede jeugdhulp. Een scherpe visie, sterke regionale samenwerking en goed opdrachtgeverschap zijn belangrijke voorwaarden voor goede jeugdhulp. In de Fryske regiovisie jeugdhulp komen de ambities in de jeugdhulp voor de periode 2023 – 2026 aan bod. Hiermee willen de Friese gemeenten blijvend passende en kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp leveren. De regiovisie sluit aan bij de door gemeenten in Nederland vastgestelde Norm voor Opdrachtgeverschap1 (NvO). De NvO beschrijft aan de hand van acht afspraken handvatten om de samenwerking en het opdrachtgeverschap te versterken. Alle gemeenten in Nederland hebben zich gecommitteerd aan de NvO en daarmee de afspraak om de acht afspraken vast te leggen in een regiovisie voor de jeugdhulp. De gemeenteraad is op verschillende momenten geïnformeerd over de achtergrond, de bedoeling en de totstandkoming van de Fryske regiovisie. Zo hebben in januari 2022 en mei/juni 2022 informatiebijeenkomsten plaatsgevonden over de regiovisie. De leden van uw gemeenteraad hebben gedurende deze bijeenkomsten ook inhoudelijke aandachtspunten mee kunnen geven.

Op basis van deze overleggen is onder andere het belang in de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp benadrukt en uitgeschreven in de regiovisie. Voorafgaand aan de besluitvorming heeft in oktober 2022 wederom een informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor gemeenteraadsleden van de 18 Friese gemeenten. Bijeenkomsten met maatschappelijke partners De regiovisie is het resultaat van een zorgvuldig doorlopen proces met diverse maatschappelijke partners in de jeugdhulp, zoals het onderwijs, een vertegenwoordiging van huisartsen, jeugdhulpaanbieders en cliënten. Zij hebben op verschillende momenten uitgebreid inbreng gegeven op de 1 Meer informatie over de Norm voor Opdrachtgeverschap en de verschillende eisen is

te vinden via: https://sociaalweb.nl/nieuws/handreiking-regiovisie-en-factsheet-nvojeugd en https://vng.nl/nieuws/aan-de-slag-met-de-norm-voor-opdrachtgeverschap

Blad 2

regiovisie. Zo zijn er gesprekstafels georganiseerd over de ambities in de jeugdhulp, de sturingsfilosofie, het zorglandschap en leidende principes. In een consultatiefase is aan maatschappelijke partners gevraagd te reageren op de conceptteksten uit de regiovisie. De binnengekomen reacties op deze regiovisie zijn zorgvuldig gewogen. Sommige reacties hebben direct tot aanpassingen in de regiovisie geleid, terwijl andere reacties later bij het opstellen van de jaarplannen aan bod komen. Het proces om tot de regiovisie te komen is gebaseerd op partnerschap. De regiovisie dient mede dankzij dit proces een doorleefde regiovisie te worden. Adviesraad Sociaal Domein Leeuwarden (ASD) De adviesraad adviseert positief op de voorgelegde Fryske Regiovisie Jeugdhulp. De ASD vraagt aandacht voor de volgende thema’s: -

Inzetten op normaliseren. De verbinding met het lokale accent in de gemeente Leeuwarden gezien de IKC vorming. Wat inclusief onderwijs vraagt van de betrokken actoren in de gemeente Leeuwarden met aandacht voor het pedagogisch klimaat en het gedachtegoed “it takes a village to raise a child".

De adviesraad wordt betrokken bij de concrete implementatie van de Fryske Regiovisie Jeugdhulp voor de gemeente Leeuwarden. Regionaal en lokaal Deze Fryske visie is een regionale visie op jeugdhulp van de 18 Friese gemeenten. Tegelijkertijd krijgt de regiovisie per gemeente een unieke uitwerking en vertaling. Iedere gemeente heeft immers de pedagogische basis en preventieve voorzieningen op een eigen manier georganiseerd. De precieze weg naar het realiseren van de ambities en doelstellingen uit de regiovisie zal dus ook in iedere gemeente anders bewandeld worden. Het vaststellen van de regiovisie is een belangrijke stap in het realiseren van de doelstellingen uit de Fryske regiovisie jeugdhulp. De onderdelen van de regiovisie krijgen naast lokaal ook regionaal een nadere uitwerking. Ook dit vindt plaats in partnerschap. Hoofdstuk 5 beschrijft de wijze waarop de Friese gemeenten dit gaan realiseren. Het opstellen van concrete jaarplannen draagt bij aan het daadwerkelijk realiseren van de doelstellingen uit de Fryske regiovisie. Bij de uitwerking van de ambities en doelstelling op lokaal niveau kijken we nadrukkelijk naar de verbinding met lopende ontwikkelingen (zoals Kansen voor Kinderen 2, Kansrijke start, de uitwerking van Jeugdpreventie+). Bij nieuwe ontwikkelingen vormt de regiovisie een belangrijke leidraad.

Hervormingen jeugdzorg Op 13 mei 2022 hebben de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister voor Rechtsbescherming in een kamerbrief hun plannen beschreven voor de toekomst van de jeugdzorg. Op zowel inhoudelijke als administratieve thema’s worden tal van onderzoeken, ontwikkelingen en mogelijke hervormingen aangekondigd. Het gaat onder andere om diverse

Blad 3

wetstrajecten, het verkennen van nieuw financiële maatregelen, het versterken van de arbeidsmarkt, het verstevigen van de sociale basis, het aanpassen van de reikwijdte van de jeugdhulp en het vereenvoudigen van de uitvoeringspraktijk. Het laatstgenoemde vindt onder andere plaats door de marktwerking te verminderen, de samenwerking te intensiveren en de inkoop van zorg te verbeteren. Veel van de aankondigingen landen in vervolgtrajecten, zoals de Hervormingsagenda. De Hervormingsagenda is nog niet vastgesteld omdat Rijk en VNG geen overeenstemming hebben over de financiële afspraken. Begin 2023 worden de gesprekken tussen Rijk en VNG weer hervat. In de Friese inkooptrajecten in 2021 en 2022 is op diverse onderdelen al vorm en inhoud gegeven aan onderdelen van de Hervormingsagenda: het werken met effectieve interventies, het opstellen van een kwaliteitskader, de afbakening (aanpassing van de reikwijdte) van de specialistische jeugdhulp en het uitgaan van partnerschap zijn daar voorbeelden van. De verwachting is dat de Hervormingsagenda in het najaar van 2022 wordt vastgesteld. In de nadere uitwerking van de regiovisie zullen we uiteraard rekening houden met de uitwerking van de hervormingsagenda op landelijk niveau.

Beoogd effect • Blijvend realiseren van passende en kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp in de regio Friesland • Een optimaal werkend lokaal jeugdstelsel met een sterke sociale basis gericht op normaliseren en preventie en een toegang waarin het inzetten van de juiste hulp op het juiste moment, zo licht als mogelijk, maar zwaar indien nodig (ook wel Matched care) voorop staat. Argumenten • De regiovisie dient als kapstok voor de jeugdhulp in Friesland in de periode 2023 – 2026 Met het vaststellen van de regiovisie stelt de gemeenteraad een kapstok vast voor de jeugdhulp in gemeente Leeuwarden en heel Friesland. De kapstok kent verschillende vertakkingen en raakvlakken. Eén van deze vertakkingen is de lokale vertaling die iedere gemeente dient te maken. Voor de gemeente Leeuwarden betekent dit dat we voor 2023-2024 een lokaal jaarplan opstellen en dat we de uitgangspunten uit de regiovisie als leidraad nemen bij nieuwe ontwikkelingen. Op 9 november 2022 heeft u de motie ‘Sterke Gezinnen’ aangenomen. In de motie wordt het college opgeroepen de punten uit het Manifest Sterke Gezinnen waar mogelijk en toepasbaar binnen de Gemeente Leeuwarden te integreren in het beleid. Met de regiovisie wordt hier een uitwerking aan gegeven. De regiovisie sluit aan bij de volgende punten uit het Manifest Sterke Gezinnen: 1.

Coördineer en verbind binnen de gemeente alle initiatieven rondom gezinsondersteuning 2. Zorg voor een ruim, breed en laagdrempelig aanbod van opvoedondersteuning 8. Kijk bij hulpvraag van een gezinslid integraal naar het gezin als geheel

Blad 4

Jeugdige en gezin centraal (‘het gewone leven is het uitgangspunt’). Het gewone leven van jeugdige en gezin is en blijft altijd het uitgangspunt. Dit betekent dat we altijd sámen met jeugdige, gezin en omgeving vaststellen wat nodig is om hen te ondersteunen en hulp niet afsluiten zonder vast te stellen dat zij op eigen kracht verder kunnen. 10. Werk aan acceptatie en herwaardering van de waarde van het gezin in al haar samenstellingen Positief opgroeien is het basisuitgangspunt, waarbij ouders in hun rol als opvoeder centraal staan. Mede-opvoeders hebben elk een eigen rol en taak en werken intensief samen, zeker met de betrokken ouders en jeugdige. Vertrouwen in en versterken van de pedagogische kwaliteit in het gezin, de school, de omgeving en de wijk zijn belangrijke voorwaarden. Om het positief opgroeien mogelijk te maken is een goede verbinding tussen de betrokkenen in het pedagogische klimaat (school, het gezin en de wijk) essentieel. 12. Laat mensen niet vastlopen in systemen en protocollen De bedoeling staat centraal: regels en protocollen faciliteren de bedoeling. Is dat niet het geval? Dan verdwijnen de betreffende regels of passen we ze aan. •

De regiovisie is tot stand gekomen met inbreng van maatschappelijke partners Het gehele proces om tot de Fryske regiovisie te komen is ingericht op basis van partnerschap. Dit alles met het doel om een ‘doorleefde’ regiovisie te realiseren. Alle onderdelen uit de regiovisie zijn het resultaat van overleg met maatschappelijke partners. Door jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, cliënten, huisartsen, de GGD en het onderwijs bij iedere stap te betrekken is de kans op een gedragen visie vergroot. Na de besluitvorming vragen de Friese gemeenten aan de maatschappelijke partners om zich te committeren aan de inhoud en het vervolg van de regiovisie.

•

De regiovisie gaat verder dan alleen de visie, maar beschrijft ook een concreet vervolg. Een visie beschrijft per definitie het “wat” en nog minder het “hoe”. In hoofdstuk 5 van de Fryske regiovisie staat beschreven hoe gemeenten Leeuwarden samen met maatschappelijke partners, andere Friese gemeenten en SDF het “hoe” gaan invullen. Via concrete jaarplannen wordt gezamenlijk uitgesproken en opgeschreven hoe de ambities en doelstellingen uit de regiovisie gerealiseerd kunnen worden.

•

De regiovisie voldoet aan de afspraken uit de Norm voor Opdrachtgeverschap In de Norm van Opdrachtgeverschap staat beschreven dat gemeenten een regiovisie dienen op te stellen samen met maatschappelijke partners. Concreet geven acht afspraken de minimale inhoud van de regiovisie aan. De acht afspraken komen allen terug in de regiovisie. Het is belangrijk om te benoemen dat de acht eisen verschillen in orde van grootte. Zo gaan een aantal afspraken over administratieve lasten, zorgvuldigheidseisen en reële tarieven, terwijl andere afspraken gaan over ambities en doelstellingen. Dit betekent dat sommige van de afspraken nog een

Blad 5

verdere uitwerking krijgen in jaarplannen. Een aantal onderdelen uit de Friese inkooptrajecten in 2021 en 2022 raakt aan de afspraken uit de NvO. Zo komt de afspraak over de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties ook terug in de inkooptrajecten, en is een kostprijsonderzoek uitgevoerd om tot reële tarieven te komen.

Kanttekeningen en risico’s Een belangrijk onderdeel van het succes van de regiovisie is afhankelijk van de samenwerking tussen de Friese gemeenten en maatschappelijke partners. Zoals beschreven in de regiovisie gaan de Friese gemeenten uit van partnerschap en gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het uitvoeren en concretiseren van de onderdelen uit de regiovisie. Gezamenlijke verantwoordelijkheid betekent ook dat de invulling van het vervolg mede afhankelijk is van de maatschappelijke partners. Er gebeurt van alles in de jeugdhulp in Leeuwarden en heel Friesland. In de uitwerking van de regiovisie dient de juiste verbinding aangegaan te worden met de andere relevante visies en de daaruit volgende processen. Het gaat hier bijvoorbeeld over de aansluiting met de Friese Preventieagenda en de Samenwerkingsagenda. Bij het opstellen van de jaarplannen wordt nadrukkelijk de verbinding gemaakt met deze (en andere relevante) visies en processen. Gezamenlijke verantwoordelijkheid en partnerschap vraagt veel van maatschappelijke partners. Zo nemen ze een belangrijke rol in bij het uitvoeren van de Fryske regiovisie. Uiteraard gaat dit gepaard met de inzet van medewerkers en tijd. Het is belangrijk om waar mogelijk de juiste verbindingen te maken met bestaande werkgroepen en initiatieven om zo de kans op dubbel werk te verkleinen.

Financiën Het vaststellen van de Fryske regiovisie jeugdhulp heeft geen directe financiële consequenties. De financiële middelen die benodigd zijn voor de implementatie van deze visie worden verwerkt in het nog op te stellen jaarplan 2023 dat naar verwachting in Q2 2023 gereed is. Vervolgacties op hoofdlijnen • De concretisering van de regiovisie vindt plaats in samenwerking met de maatschappelijke partners. De eerste gesprekken hierover hebben reeds plaatsgevonden. De resultaten van deze gesprekken worden gebundeld in het jaarplan voor 2023.

• •

Naast de vaststelling van de regiovisie door de 18 gemeenteraden, nodigen we regionaal ook de maatschappelijke partners uit om zich te verbinden aan de inhoud en de vervolgstappen. Het college hecht veel waarde aan de betrokkenheid van de gemeenteraad bij het vervolgproces. De precieze invulling hiervan is onder andere besproken tijdens de regionale bijeenkomst die in oktober 2022 heeft plaatsgevonden. Het college rapporteert op de gebruikelijke wijze naar de raad en indien het nodig is om nadere kaders te stellen wordt de raad betrokken.

Blad 6

•

SDF organiseert jaarlijks een bijeenkomst voor de gemeenteraden van de 18 Friese gemeenten over de voortgang van de Fryske regiovisie jeugdhulp. Naast de voortgang, komt hier ook de verhouding met andere regionale processen aan bod.

Leeuwarden, , burgemeester en wethouders van Leeuwarden,

burgemeester. {{Signer1}}

secretaris. {{Signer2}}

*Dit document is rechtsgeldig digitaal ondertekend.

4.3 Vaststellen bestemmingsplan “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” 1 Dossier 2152 voorblad.pdf

Besluitvorming (raad) Dossiernummer

2152

Extern Zaak ID

2022-276360

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

22 februari 2023

Agendapunt

4.3

Titel

Vaststellen bestemmingsplan “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee”

Eigenaar

Herder den, Anne den

Portefeuillehouder

Hein de Haan

Bijlagen Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Barrahûs Reactienota zienswijzen bestemmingsplan Barrahûs Nota ambtshalve wijzigingsvoorstellen Barrahûs brief gemeenteraad stikstofberekening 8-2-2023 Stikstof memo + berekening Leeuwarden - Middelsee jan 2023 Geagendeerd

Vergaderdatum

Collegevergadering

17 januari 2023

Besluitvorming (raad)

22 februari 2023

Toelichting Het bestemmingsplan “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” heeft ter visie gelegen. Er zijn twee zienswijzen ingediend, nl van ProRail en van een bewoner. De zienswijze van ProRail leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De gemeenteraad wordt voorgesteld het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Voorgesteld besluit 1. Aan de gemeenteraad voor te stellen om: a. De reactie- en antwoordnota zienswijzen inzake “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” vast te stellen; b. De nota ambtelijke aanpassingen inzake “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” vast te stellen; c. Het bestemmingsplan “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” gewijzigd vast te stellen onder toekenning van het nummer NL.IMRO.0080.06028BP00 -VG01;

d. Geen exploitatieplan vast te stellen; e. Op dit besluit de Crisis- en herstelwet van toepassing te verklaren;

Besluit 1. De gemeenteraad besluit a. De reactie- en antwoordnota zienswijzen inzake “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” vast te stellen; b. De nota ambtelijke aanpassingen inzake “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” vast te stellen; c. Het bestemmingsplan “Leeuwarden – Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee” gewijzigd vast te stellen onder toekenning van het nummer NL.IMRO.0080.06028BP00 -VG01; d. Geen exploitatieplan vast te stellen; e. Op dit besluit de Crisis- en herstelwet van toepassing te verklaren;

1 Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Barrahûs

Raadsvoorstel Bestemmingsplan Leeuwarden - Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee Zaaknummer: 2022-276360 -------------------------------------------------------------------------------------------Aan de gemeenteraad. Aanleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Leeuwarden - Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee’ heeft ter visie gelegen vanaf 20 oktober 2022. Het is nu gereed om ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad. Algemeen In het zuidelijk deel van de wijk Middelsee, bij het bestaande buurtschap Barrahûs, zal ruimte worden geboden voor organische gebiedsontwikkeling. Hier kunnen de toekomstige bewoners hun eigen kavel kiezen (ligging, omvang, vorm) en daarop een woning van hun keuze bouwen. Uitgangspunt is dat er minimale regels gaan gelden. Zienswijzen Tijdens de zienswijzentermijn heeft er geen inloopbijeenkomst plaatsgevonden. Het bestemmingsplan heeft namelijk in het kader van de inspraak ook ter visie gelegen, in welke periode al een bijeenkomst heeft plaatsgevonden. Daarnaast is er persoonlijk gesproken met de bestaande bewoners van het gebied. Er zijn twee zienswijzen ontvangen, van ProRail en van een bewoner van het gebied. De zienswijze van ProRail gaat in op het onderzoek naar mogelijke trillingshinder.

De bewoner gaat in op hoe lang hij in het gebied woont, de aanduiding op de verbeelding waar geen aansluitende wegen op de Brédyk mogen komen en op het uiterlijk van het geluidsscherm. Voor de reactie op de zienswijzen wordt verwezen naar de bijgevoegde reactienota. De zienswijze van ProRail leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ambtshalve wijzigingen Ambtshalve wordt voorgesteld om enkele wijzigingen door te voeren. Dit betreft met name het herstel van regels in verband met een kennelijke verschrijving en met regelgeving op het gebied van stikstof die veranderd is. De ambtshalve wijzigingen zijn opgenomen in de ‘Nota ambtshalve wijzigingsvoorstellen’ in de bijlage. Financiën Het plangebied Barrahûs maakt deel uit van het staduitbreidingsplan De Zuidlanden/Middelsee. Voor de Zuidlanden/Middelsee is een exploitatieopzet vastgesteld waar het plan Barrahûs deel van uitmaakt. De exploitatieopzet Zuidlanden/Middelsee is kostendekkend voor alle deelplannen gezamenlijk en is recentelijk geactualiseerd. De binnen Barrahûs te ontwikkelen gronden zijn in eigendom van de gemeente. Kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd. Het is niet noodzakelijk een exploitatieplan op te stellen zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.

Blad 2

Vervolg Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het besluit gepubliceerd en bestaat er de mogelijkheid beroep aan te tekenen bij de Raad van State. Leeuwarden, 17 januari 2023, burgemeester en wethouders van Leeuwarden,

burgemeester. {{Signer1}}

secretaris. {{Signer2}}

*Dit document is rechtsgeldig digitaal ondertekend.

1 Reactienota zienswijzen bestemmingsplan Barrahûs

Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Bestemmingsplan Leeuwarden - Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee Het ontwerpbestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Leeuwarden - Buurtschap Barrahûs onderdeel van Middelsee’ heeft in de periode vanaf 20 oktober 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ontvangen. Hieronder wordt de inhoud van de zienswijzen samengevat en volgt het gemeentelijke commentaar. Zienswijze 1 - ProRail Op 1 december 2022 heeft een overleg plaatsgevonden tussen ProRail, gemeente en Rho adviseurs. Het doel van het gesprek was de zienswijze te bespreken om te onderzoeken of de gemeente de punten op de juiste manier heeft geïnterpreteerd. Ook een oplossingsrichting is besproken. A. Trillingen. Met betrekking tot trillingen veroorzaakt door het treinverkeer geeft ProRail aan dat in het kader van het trillingsonderzoek te kort is gemeten. Eén trein van ieder type zou niet voldoende zijn. De enige manier om vast te stellen dat die ene gemeten trein in voldoende mate representatief is, is door meer treinpassages over een langere periode te meten. Daarnaast onderbouwt het trillingsrapport niet op welke manier de aanleg van een wal en de ophoging van het land zou leiden tot een reductie van trillingen.

Om die redenen vindt ProRail dat er wel degelijk aanleiding is om aan de uitkomsten van het onderzoek te twijfelen. ProRail verzoekt alsnog zorgvuldig onderzoek uit te voeren. Reactie: A. Er zal aanvullend trillingsonderzoek plaatsvinden. Echter, dat onderzoek zal pas uitgevoerd worden zodra het terrein bouwrijp gemaakt is en opgehoogd is. Dan is er sprake van een definitieve situatie met betreking tot de ondergrond en zetting. Een meting op dat moment geeft betere informatie over mogelijke trillingshinder voor de te realiseren woningen. Om te borgen dat dit onderzoek na vaststelling van het bestemmingsplan plaatsvindt, wordt een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen voor de te bouwen woningen in een zone van 100 meter vanuit het spoor. De toelichting zal worden aangepast in die zin dat de aanvullende regeling zal worden uitgelegd. De volgende voorwaardelijke verplichting zal worden opnemen in de regels van de woonbestemming, waarbij de eerste regel ziet op trillingsonderzoek op gebouwniveau. De tweede regel op maaiveldniveau. Als uit het trillingsonderzoek op maaiveldniveau blijkt dat de trillingen binnen de normen blijven, dan stopt de oderzoeksverplichting. Voldoe je hier niet aan, dan moeten berekeningen uitgevoerd worden op gebouwniveau. Hiervoor is de eerste regel opgenomen.

De formulering van de voorwaardelijke verplichting luidt als volgt: Voorwaardelijke verplichting a. Het bouwen van bouwwerken is alleen toegestaan binnen de aanduiding 'overige zone - aandachtsgebied trillingen' wanneer uit een (dynamische) berekening van de trillingssterkte blijkt dat er wordt voldaan aan de streefwaarden voor woningen in nieuwe situaties voor herhaald voorkomende trillingen zoals bedoeld in de Meet- en beoordelingsrichtlijn “Hinder voor personen in gebouwen” (Stichting Bouwresearch, geactualiseerde versie 2002). b. In afwijking van lid a. is het bouwen van bouwwerken binnen de aanduiding 'overige zone - aandachtsgebied trillingen' toegestaan indien uit trillingsonderzoek blijkt dat de trillingssterkte op maaiveldniveau voldoet aan de streefwaarden voor woningen in nieuwe situaties voor herhaald voorkomende trillingen zoals bedoeld in de Meet- en beoordelingsrichtlijn “Hinder voor personen in gebouwen” (Stichting Bouwresearch, geactualiseerde versie 2002).

1

Conclusie zienswijze 1: deze zienswijze leidt tot een aanpassing in het bestemmingsplan in die zin dat in de regels een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van trillingsonderzoek en dat deze regeling in de toelichting wordt uitgelegd. Zienswijze 2 – bewoner van het gebied A. Bewoner geeft aan in de inspraakreactie vemeld te hebben dat hij in het gebied woont sinds 1976 en dat hij dat niet terugziet in de gemeentelijke reactie. B. Indiener geeft aan dat er stippellijnen tegenover zijn pand zijn opgenomen op de verbeelding en dat hij aanneemt dat dat een zone is waar geen ontsluitingsweg op de Brédyk mag komen. Hij verzoekt deze zone te vergroten, over de voledige lengte van zijn perceel. C. Indiener geeft aan met de gemeente in gesprek te zijn geweest over het uiterlijk van het geluidsscherm. Indiener verzoekt hedera te plaatsen tegen het scherm. Reactie: A. Voor de ruimtelijke kaders van het bestemmingsplan en voor het indiener van een inspraakreactie of zienswijze is het niet van belang hoe lang iemand in het gebied woont. Vandaar dat dat niet is vermeld. B. Het klopt dat de aanduiding tegenover het pand van indiener is opgenomen om juridisch vast te leggen dat er geen aansluiting vanuit de nieuwe wijk op de Brédyk wordt gemaakt tegenover zijn pand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=4d5fb033-b0ec-4677-87a3-3562680ec46a