CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Besluitvorming (raad) 17 februari 2021, gemeente Leeuwarden20.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Blad 3

Vervolgacties Wij stellen u voor om een ontwerp vvgb conform artikel 6.5, lid 1 Bor vast te stellen. Na de vaststelling van de ontwerp vvgb zal de ontwerp omgevingsvergunning met de ontwerp vvgb en overige stukken ter visie worden gelegd voor zienswijzen. Vervolgens zal de gemeenteraad worden gevraagd een definitieve vvgb af te geven. Het college is bevoegd een besluit te nemen over de eventueel ingediende zienswijzen en om de omgevingsvergunning te verlenen. Leeuwarden, 26 januari 2021, burgemeester en wethouders van Leeuwarden,

burgemeester. {{Signer1}}

secretaris. {{Signer2}}

*Dit document is rechtsgeldig digitaal ondertekend.

1 Bouwtekening.pdf

7380+

7380+

4 st. zonnepanelen ca. 1690x1000 /stuk

5950+

5950+

5500+

5500+

2900+

2900+

peil = 0+

peil = 0+

Voorgevel -oostzijde-

Rechter zijgevel -noordzijde-

Achtergevel -westzijde-

Linker zijgevel -zuidzijde-

Rookmelder woning: zoals voorgeschreven volgens art. 6.21-1 bouwbesluit 2012. Te voldoen aan NEN 2555 NB: geluidseis verdieping: min. Ga;k= 36 dB

Art. 6.8: De elektrische voorzieningen voldoen aan NEN 1010 (bij lage spanning) met inachtneming van de regeling bouwbesluit

6

6

7380+ 22x50

3

22x50 22x50

22x50

22x50 22x50

22x50 22x50

22x50 22x50

22x50 22x50

22x50

22x50

22x50

22x50

22x50 22x50

22x50 22x50 22x50

22x50

22x50

5950+

Art. 2.67: Ontwikkeling van brand en rook van constructie-onderdelen grenzend aan de binnenlucht, bepaald volgens NEN-EN 13501-1: Rookklasse s2; brandklasse D.

NB: geluidseis verdieping: min. Ga;k= 36 dB platdak dakkapel: (Rc ≥ 6,0 m²K/W) 140 mm Kingspan Therma dakisolatie 18 mm underlayment balklaag 38x120 hoh 400; def. op aanwijs constructeur 2x12.5 mm gipsplaatplaf. op regels dik 22

Art. 2.68: Ontwikkeling van brand van constructieonderdelen grenzend aan de buitenlucht, bepaald volgens NEN-EN 13501-1: Klasse D. Art. 2.69: Ontwikkeling van brand en rook aan de bovenzijde van een vloer, hellingbaan of trap, bepaald volgens NEN-EN 13501-1: Rookklasse(m.u.v. delen grenzend aan buitenlucht) s1fl; brandklasse Dfl.

5500+

22x50

5500+

22x50 22x50

22x50

22x50

22x50

22x50

5500+

22x50

22x50

22x50 67x114

4047

22x50

22x50 22x50

22x50

22x50 22x50

22x50

22x50

22x50

4047

22x50

Art. 2.71: Daken zijn niet brandgevaarlijk, bepaald volgens NEN 6063.

22x50 22x50 22x50 22x50

5

549

2900+

3840+

2900+

2900+

9 67x114

beganegrondvloer: 70 mm cementdekvloer gestorte gewapende betonvloer op aanwijs contructeur isolatie (Rc ≥ 3,5 m²K/W)

67x114

4

peil = 0+

8460

Doorsnede B

7000

Afd. 2.4 trap (nieuwbouw woonfunctie): breedte ≥ 800 mm vrije hoogte ≥ 2300 mm aantrede tpv klimlijn ≥ 220 mm optrede ≤ 188 mm (maximaal hoogteverschil ≤ 4 meter) min. breedte tredevlak 50 mm; en tpv klimlijn 230 mm klimlijn tot zijkant trap ≥ 300 mm

7000

1517

2411

100

3822

3842

1641

334

1517

1642

o.s.

334

334

382 1980

100 400

400

1.01 Overloop 6,2m²

3446

100

1650

100 1550

g.s. Ø 75 v.w. Ø 75 w.t Ø 50

w.t Ø 50

h.w.a. Ø 100

3067

100

3167

334

o.s.

100 940 382

aansluiting openbaar vuilwaterriool

Beganegrond

standleiding en beluchting Ø 110

w.c Ø 110

douche Ø 75

Verdieping

Beganegrondvloer

w.c Ø 110 standleiding en beluchting Ø 110

beluchting riool Ø 110

hellend daken: (Rc ≥ 6,0 m²K/W) keramische dakpan/ panlatten/ tengels prefab geïsoleerde dakplaat dik 203 mm gordingenconstructie / spanten op aanwijs constructeur

1540 334

800

verdiepingsvloer: 70 mm cementdekvloer kanaalplaatvloer VBI AL- 200 mm o.g.

beganegrondvloer: 70 mm cementdekvloer gestorte gewapende betonvloer op aanwijs contructeur isolatie (Rc ≥ 3,5 m²K/W)

334

334

1500+ vl.

1289 100

2600+ vl. 2300+ vl.

1.02 Badkamer 5,8m²

3450

4439

1.03 Slaapkamer GO= 12,0m²; VR= 9,0m²

3722

100 382

54x139

67x114

1000

38x120

67x114

38x120

67x114

54x139

382

67x114

1460

1410

400

koken

67x114

1780

2460

67x114

0.02 Toilet 1,2m²

1240 100

100 2332

67x114

0.01 Hal 4,5m²

laden

w.p./boiler Ø 50 w.m. Ø 75

67x114 67x114

0.01a Mk 0,3m²

1400

100

2766

2600+ vl.

67x114

spoelen

3255

4338

3255

4610

100

2300+ vl.

6280

0.05 Berging / wm / dr 2,8m²

1.05 Slaapkamer GO= 10,4m²; VR= 6,7m²

1.04 Inloopkast GO= 4,5m²

8460

2800

1500+ vl.

67x114

wm / dr

3200

38x120

54x69

4846

67x114

38x120

54x69

38x120

38x120

67x114

wp

laden

h.w.a. Ø 100

kolom staal vlgs opgaaf constructeur

0.04 Berging / techniek 2,0m²

0.03 Woonkamer / keuken 34,7m²

67x114

90x114

90x114

67x114

382

h.w.a. Ø 100

raveelijzer langs trapgat verzonken in vloer aanbrengen

1676

334

platdak dakkapel: (Rc ≥ 6,0 m²K/W) 140 mm Kingspan Therma dakisolatie 18 mm underlayment balklaag 38x120 hoh 400; def. op aanwijs constructeur 12.5 mm gipsplaatplaf. op regels dik 22 onderslagligger(s) staal vlgs opgaaf constructeur

100 1000 382

3653

onderslagligger(s) staal vlgs opgaaf constructeur

5136

3000

vloerafscheiding: hoogte = 1000 mm; tpv raam 850 mm hor. afstand tot de vloer < 50 mm breedte openingen < 200; tot 700 + vloer openingen < 100 mm geen opstapmogelijkheden tussen 200 en 700 mm + vloer

Doorsnede C

3347

67x114

art. 2.17 t/m 2.20 afscheiding naast de trap: hoogte > 850 mm boven vk trede hor. afstand tot de trap < 50 mm breedte openingen < 200 tot 700 + tredevlak openingen < 100 mm geen opstapmogelijkheden tussen 200 en 700 mm + tredevlak

peil = 0+

8460

Doorsnede A

2165

Art. 6.12 en 6.13: De voorzieningen voor drink- en warmwater voldoen aan NEN 1006 en de hieraan via ministeriele regelingen verbonden voorschriften.

10 4

peil = 0+

7000

382

Art. 3.23: De scheidingsconstructie van de sanitaire ruimtes is aan de zijde die hieraan grenst voorzien van tegelwerk tot een min. hoogte van 1,2 m resp. 2,1 m in bad- en doucheruimtes (eea te voldoen aan NEN 2778)

67x114

2

67x114

Art. 3.9-2: mechanische voorzieningen tbv ventilatie, warmteopwekking of -terugwinning veroorzaakt in een niet gemeenschappelijke verblijfsruimte van de gebruiksfunctie een maximaal karakteristiek installatie-geluidsniveau van 30 dB, bepaald volgens NEN 5077.

3678+

940

35°

940

22x50

22x50 22x50

22x50 22x50

22x50

22x50

4045+ 3678+

22x50

22x50

22x50

22x50

3840+

48°

48°

67x114

5

0

0

4045+

verdiepingsvloer: 70 mm cementdekvloer kanaalplaatvloer VBI AL- 200 mm o.g.

P1

P1

NB: geluidseis gevel beganegrond: min. Ga;k= 33 dB Gevelopbouw (hout): (Rc ≥ 4,5 m²K/W) 214 mm kalkzandsteen 38x140 hoh 600 mm regelwerk 140 mm minerale wol tussen de regels 50 mm Isover RKL-31 facadeplaat regelwerk 22x27 mm hor. /vert. 1 18 mm houten gevelbekleding

8460

8

22x50

22x50

5950+

22x50

Gevelopbouw hsb: (Rc ≥ 4,5 m²K/W) 12,5 mm gipsplaat; 15 mm multiplex regels 38x184 hoh 600 mm minerale wol tussen de regels 50 mm Isover RKL-31 facadeplaat regelwerk 2x 27 mm hor. /vert. 18 mm houten gevelbekleding

7

22x50

NB: geluidseis gevel verdieping: min. Ga;k= 36 dB

22x50

7380+ 22x50

7380+

22x50

hellend dak: (Rc ≥ 6,0 m²K/W) keramische dakpan/ panlatten/ tengels prefab geïsoleerde dakplaat dik 203 mm gordingenconstructie / spanten op aanwijs constructeur

o.s.

aansluiting openbaar schoonwaterriool

Verdiepingsvloer

Kapplan

Nieuwbouw woning Jelsum

17082A

Stichting Dekema State

Opdrachtgever

Overzichtstekening

Onderwerp

Vergunningsfase

C1-01 1:100 02-06-2020 21-10-2020 BM /SvS INFO@ADEMA-ARCHITECTEN.NL VLEESMARKT 7 | 9101MH DOKKUM | 0519-295665 OOSTERKADE 1 | 9711RS GRONINGEN | 050-2073141 IJSSELKADE 60 | 826 1A H KA M PEN | 0519-295665

KADER A3 1:100 landscape

ADEMA ARCHITECTEN

Blad / formaat A1 Schaal Datum Gewijzigd Getekend / Gezien

1 ROB Jelsum - Bouw woning Op 'e Terp naast nr. 16.pdf

Leeuwarden Omgevingsvergunning Jelsum - Bouw Woning Op 'E Terp Naast Nr. 16 omgevingsvergunning

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0080.30001OGV01-0001

11-05-2020

concept voorontwerp ontwerp

projectnummer:

20190515 projectleider:

gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001: 2008

aangesloten bij

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Omgevingsvergunning Jelsum - Bouw woning Op 'e Terp naast nr. 16

2

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Projectgebied

7

1.3

Planologisch regeling

8

1.4

Leeswijzer

11

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

13

2.1

Omgeving plangebied

13

2.2

Huidige situatie

13

2.3

Gewenste situatie

14

2.4

Verkeer en parkeren

17

Hoofdstuk 3

Beleidskader

19

3.1

Rijksbeleid

19

3.2

Provinciaal beleid

19

3.3

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

23

4.1

Mer-beoordeling

23

4.2

Bedrijven en milieuzonering

24

4.3

Luchtvaartlawaai

24

4.4

Industrielawaai

24

4.5

Wegverkeerslawaai

25

4.6

Luchtkwaliteit

25

4.7

Water

26

4.8

Ecologie

27

4.9

Bodem

28

4.10

Archeologie

28

4.11

Cultuurhistorie

29

4.12

Externe veiligheid

30

4.13

Kabels, leidingen en zoneringen

30

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

33

5.1

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

33

5.2

Economische uitvoerbaarheid

33

Hoofdstuk 6

Juridische regeling

35

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

3

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

37

Bijlage 1

Watertoets

39

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

43

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

53

Bijlage 4

Welstandsadvies

101

Bijlage 5

Onderzoek dorpsbelangen

105

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

4

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

5

Ruimtelijke onderbouwing

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

6

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

7

Hoofdstuk 1

Inleiding

1. Schrijfwijze adres met kleine “e”. Op 'e Terp. (op voorblad)

1.1

Aanleiding

Op het perceel Op 'e Terp 16 te Jelsum bevindt zich een karakteristieke woning. Het voornemen is om de woning te renoveren. Daarnaast is het initiatief opgevat om op de gronden ten noorden hiervan een nieuwe woning te bouwen. Hiervoor wordt een bestaand bijgebouw bij de woning op Op 'e Terp 16 gesloopt. Op deze locatie wordt een vrijstaande woning gebouwd. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Bûtengebiet en doarpen' is de bouw van de woning in strijd met het geldende bestemmingsplan. De gemeente Leeuwarden wil medewerking verlenen aan het project. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan dit door het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voorwaarde hierbij is dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ter onderbouwing hiervan is een ruimtelijke motivering noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin en zal deel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning.

1.2

Projectgebied

Het projectgebied betreft een gedeelte van de gronden van het perceel Op 'e Terp 16 te Jelsum. De ligging is weergegeven in figuur 1.1.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

8

Figuur 1.1

1.3

Ligging projectgebied

Planologisch regeling

Het projectgebied maakt deel uit van het bestemmingsplan Bûtengebiet en doarpen, dat is vastgesteld in 2015 door de voormalige gemeente Leeuwarderadeel. Huidig gemeente Leeuwarden. In dit bestemmingplan is het plangebied bestemd als 'Woongebied'. De woonfunctie is op basis van het geldende bestemmingsplan al toegestaan. De bouw van de woning is in strijd omdat er op de geprojecteerde locatie geen bouwvlak ligt. Bebouwing dient namelijk binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden. Daarnaast kent het projectgebied onderstaande dubbelbestemmingen: Waarde - Archeologie. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend zijn aangetoond dat het project archeologisch uitvoerbaar is. Paragraaf 4.10 gaat hier nader op in. Waarde - Beschermd dorpsgezicht. De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van Jelsum, zoals beschreven in Bijlage 3 van de toelichting van het geldende bestemmingsplan. Paragraaf 4.11 Cultuurhistorie gaat hier nader op in. Waarde - Oudheidkundige waarden.

De voor 'Waarde - Oudheidkundige waarden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de oudheidkundige betekenis en visuele herkenbaarheid van verhoogde woonplaatsen. Paragraaf 4.11 Cultuurhistorie gaat hier nader op in. Tot slot zijn onderstaande gebiedsaanduidingen van toepassing: geluidszone - industrie. De voor 'geluidszone - industrie' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege de

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

9

geluidszoneringsplichtige inrichtingen op de vliegbasis Leeuwarden. Paragraaf 4.4 Industrielawaai gaat hier nader op in. geluidszone - luchtvaart 50 - 55 Ke. De voor 'geluidszone - luchtvaart 50 - 55 Ke' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege het luchtvaartverkeer. Paragraaf 4.3 Luchtvaartlawaai gaat hier nader op in. luchtvaartverkeerzone - ILS Verstoringsgebied. De voor 'luchtvaartverkeerzone - ILS Verstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het voorkomen van verstoring van het ILS systeem van de vliegbasis Leeuwarden. Paragraaf 4.13 Kabels, leidingen en zoneringen gaat hier nader op in. luchtvaartverkeerzone - invliegfunnel. De voor 'luchtvaartverkeerzone - invliegfunnel' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een invliegstrook voor de luchtvaart. Paragraaf 4.13 Kabels, leidingen en zoneringen gaat hier nader op in. vrijwaringszone - radarverstoringsgebied. De voor 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Paragraaf 4.13 Kabels, leidingen en zoneringen gaat hier nader op in. In onderstaand figuur is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

10

Figuur 1.2

Uitsnede geldende verbeelding

Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Parkeren Tot juli 2018 was het op grond van de gemeentelijke bouwverordening mogelijk om regels te stellen ten aanzien van parkeernormen. Vanaf die datum zijn alle stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening vervallen en is het bestemmingsplan het enige instrument waarmee parkeernormen kunnen worden afgedwongen. Derhalve heeft de gemeente een partiële herziening vastgesteld. Deze partiële herziening stelt normen voor het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar moet zijn bij verschillende functies. De regeling geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Leeuwarden, inclusief het grondgebied van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en het deel van Littenseradeel dat nu bij Leeuwarden hoort. Dit bestemmingsplan is primair gericht op het borgen van de bestaande parkeernormen zoals ze zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Leeuwarden 2014.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

11

Partiële herziening Archeologie ontwerp 13-11-2017 De gemeente is bezig met de voorbereiding van een bestemmingsplan ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in de gemeente. Dit parapluplan is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden, exclusief de gronden van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel, voor zover er sprake is van archeologische (verwachtings-)waarden. Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Onderhavig plangebied is opgenomen in dit bestemmingsplan en is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0,30 m beneden maaiveld verstoren moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 Beleidskader worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 5 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

12

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

13

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Omgeving plangebied

Het (terp)dorp Jelsum ligt ten noorden van de stad Leeuwarden. Vermoedelijk is de terp waarop Jelsum ligt ontstaan door het aaneengroeien van verschillende éénhuizige terpen op de kwelderwal. De geschiedenis van de terp is in de verkaveling en het wegenpatroon goed terug te zien. Deze is sinds de eerste kaart waar het dorp op voorkomt nauwelijks veranderd. Het projectgebied ligt in het zuidelijk deel van het dorp en betreft het eigenlijke dorpscentrum. De dorpskern heeft door zowel de bebouwing als de beplanting een besloten karakter. De bebouwing in het dorp bestaat uit vrij forse boerderijen enerzijds en eenvoudige huizen anderzijds. Vanwege de historische waarde van de terp van Jelsum, is deze in 1991 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De structuur van de wegen en in het bijzonder de wegen rondom de terp vormen hierin een belangrijk element. Op 'e Terp betreft één van die wegen.

2.2

Huidige situatie

Het projectgebied betreft een gedeelte van de gronden van het woonperceel van Op 'e Terp 16. In de huidige situatie is het gebied in gebruik als tuin bij de bestaande woning. Tevens staat hier een klein schuurtje. In figuur 2.1 is een luchtfoto van het projectgebied weergeven. In figuur 2.2 is een vooraanzicht weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

14

Figuur 2.1

Huidige situatie in het plangebied

Figuur 2.2

Aanzicht plangebied

2.3

Gewenste situatie

Het project bestaat uit de realisatie van een vrijstaande woning. De woning komt direct ten noorden van de bestaande woning te staan. Met het beoogde bouwproject wordt het kadastrale perceel opgesplitst in twee kadastrale percelen. De woning wordt in dezelfde rooilijn gebouwd als de bestaande woning. Een situatietekening is weergeven in figuur 2.3. Een impressie in figuur 2.4. De woning krijgt een oppervlakte van circa 60 m2 en een bouwhoogte van 7,4 meter. De goothoogte aan de voorzijde bedraagt 4,5 meter en de goothoogte aan de achterzijde bedraagt 2,9 meter. Het bouwplan is reeds ter welstandbeoordeling voorgelegd aan welstandsavisiering Hus & Hiem. Hus & Hiem heeft een positief welstandsadvies afgegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

15

Figuur 2.3

Tekening toekomstige situatie

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

16

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

17

Figuur 2.4

2.4

Impressie toekomstige situatie

Verkeer en parkeren

Verkeersafwikkeling De woning wordt ontsloten op de weg Op 'e Terp. Deze weg heeft voldoende capaciteit voor de verkeersafwikkeling van de toekomstige woning. Daardoor ontstaat er hier geen onveilige verkeerssituatie of verkeersoverlast. Parkeren Voor het parkeren geldt als uitgangspunt dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor de nieuwe functies wordt aangelegd. De parkeerbehoefte is bepaald op basis van de CROW kentallen (publicatie 317). Dit overeenkomstig de gemeentelijke parkeernorm. Voor een vrijstaande woning geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning. In het projectgebied is ruimte voor één parkeerplaats. Een tweede parkeerplaats kan niet op eigen erf worden gerealiseerd. Op het terrein van de theeschenkerij, aan de ( op 25 meter van het plangebied op het adres Op 'e Terp 9) is een parkeerplaats beschikbaar ten behoeve van deze woning. Er wordt een overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer om het parkeren op die locatie te borgen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

18

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het ruimtelijk beleid dat het kader vormt voor dit project. Hierbij komt het provinciaal en het gemeentelijk beleid aan bod. Dit beleid is afgestemd op het Rijksbeleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening.

3.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijk beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen draagt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voor dit project zijn de regels ten aanzien van de defensie van belang. Ten aanzien van defensie zijn de zones rond radarstations van belang. Op de vliegbasis Leeuwarden is een radarstation aanwezig en in Wier is een radarpost. Rond deze radars is een radarverstoringsgebied van toepassing. Binnen de radarverstoringsgebieden gelden bouwbeperkingen ten aanzien van de bouwhoogten. Met dit project wordt geen (nieuwe) bebouwing mogelijk gemaakt die van invloed is of kan zijn voor het radarverstoringsgebied. Het project is in overeenstemming met het Barro.

Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Bij ruimtelijke plannen dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevatten. Indien het project die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er ook gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uit jurisprudentie blijkt dat de ontwikkelingen die dit project voorstelt géén stedelijke ontwikkeling is. Er is pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij een toevoeging van minimaal 11 woningen. In dit geval gaat het om een toevoeging van 1 woning. Een verdere toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk.

3.2

Provinciaal beleid

Verordening Romte Fryslân Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. In deze

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

20

verordening is het beleid, zoals verwoord in het Streekplan, vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Indien dit niet mogelijk is, kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. Volgens de verordening valt de locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Hier kunnen stedelijke functies, zoals wonen, toegevoegd worden. In artikel 3 is bepaald dat een ruimtelijk plan voor woningbouw in overeenstemming moet zijn met een woonplan, dat de schriftelijk instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Hiervan mag afgeweken worden indien het woningbouwproject niet meer dan 11 woningen bevat en gelegen is binnen bestaand stedelijk gebied. In onderhavige situatie is sprake van het toevoegen van 1 woning. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014.

3.3

Gemeentelijk beleid

Afwegingskader Woningbouw Gemeente Leeuwarden De gemeente Leeuwarden heeft in juni 2016 een afwegingskader opgesteld met betrekking tot woningbouw. Met dit beleidskader legt de gemeente voor de komende vijf en tien jaar haar keuzes op het gebied van woningbouw vast. De gemeente verwacht dat het aantal inwoners nog lange tijd blijft stijgen en het aantal huishoudens stijgt zelfs nog sneller. Voor de dorpen ziet de gemeente een behoefte van 250 woningen in 10 jaar. Wanneer zich kansen in de dorpen voordoen, wil de gemeente deze benutten. Dit project past binnen de behoefte om in 10 jaar 250 woningen in de dorpen te bouwen. Er wordt hiermee voldaan aan de behoefte om dorps te wonen. Het project is daarmee in overeenstemming met het gestelde in het Afwegingskader Woningbouw Gemeente Leeuwarden. In de woningbouwafspraken met de provincie zijn voor de periode 2018 – 2025 120 woningen opgenomen voor herontwikkeling in de dorpen. Het huidige plan past binnen de geldende afspraken. Stichting Dekema State en dorpsbelangen hebben aangegeven dat er een behoefte is aan nieuwe woningen in het dorp. Dit wordt tevens door de bestaande bewoners en jongeren aangegeven (zie bijlage 5). De stichting vindt het daarnaast belangrijk dat de eertijds fraai woonstraat weer ingevuld wordt met een passende woning in plaats van een garage.

Welstandsnota gemeente Leeuwarden (2016) Per 1 januari 2020 moest alle regelgeving, waaronder de welstandsnota vanwege de gemeentelijke herindeling geharmoniseerd zijn. De Welstandsnota voor Leeuwarden moest gewijzigd vast worden gesteld voor het gehele (nieuwe) grondgebied van de gemeente Leeuwarden. Hiervoor worden de welstandsnota's van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel toegevoegd aan het Leeuwarder Welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft op 13 november 2019 besloten de welstandsnota's van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel vervallen te verklaren en de Welstandsnota voor Leeuwarden gewijzigd vast te stellen (namelijk hier zijn de welstandsnota's van Leeuwarderadeel en Littenseradiel aan toegevoegd). Voor Jelsum geldt het gemeentelijke welstandsbeleid dat is vastgelegd in de Welstandsnota (2011). Het plangebied ligt in het welstandsgebied 1 'Beschermd dorpsgezicht’. Het beleid is gericht op behoud en versterking van de historische kwaliteiten. Nieuwe initiatieven dienen binnen de marges van de cultuurhistorische waarden tot ontwikkeling te komen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

21

Het ambitieniveau is gericht op het handhaven en versterken van de bestaande kwaliteiten. Door het toetsen aan de criteria die voor dit gebied (beschermd dorpsgezicht) wordt een goede stedenbouwkundige inpassing gewaarborgd. Met het ontwerp is aangesloten op de bestaande structuren in de omgeving. In dit kader is de welstandscommissie Hûs en Hiem gevraagd om advies uit te brengen. Hus & Hiem heeft een positief welstandsadvies gegeven. Het welstandsadvies is als bijlage opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

22

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

23

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

Naast het feit dat ontwikkelingen in het projectgebied binnen het beleidskader van Rijk, provincie en gemeente tot stand moeten komen, moet rekening worden gehouden met de aanwezige functies in en rond het projectgebied. Uitgangspunt is dat er een goede omgevingssituatie ontstaat.

4.1

Mer-beoordeling

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een ruimtelijk plan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of m.e.r. - beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (onderdeel C en D), projectmer-plichtig (onderdeel C) of mer-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. De totale ontwikkeling maakt slechts 1 woning mogelijk en is daarmee niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig.

De woning wordt ontsloten op de bestaande weg Op 'e Terp. Er hoeven dan ook geen andere ontwikkelingen plaats te vinden, zoals de aanleg van nieuwe infrastructuur. Daarnaast is slechts sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling die geen relatie heeft met andere percelen of andere functies in de omgeving waarbij geen sprake is van een complex project, waar meerdere woningen, winkels of bedrijven worden gevestigd dan wel op stedelijke voorzieningen die een betekenis hebben voor de hele stad of een stadswijk. Daarnaast is op basis van het geldende bestemmingsplan de woonfunctie reeds toegestaan. Dit project voorziet dan ook niet in een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast blijkt uit de beoordeling in de hierna beschreven paragrafen dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure. Conclusie De ontwikkeling betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit-mer. Het doorlopen van een mer-procedure is niet nodig.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

24

4.2

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Rondom het projectgebied bevinden zich voornamelijk woningen. De dichtsbijzijnde bedrijfsfunctie bevindt zich op het perceel Aldlânsdyk 6. Hier is een bedrijf uit miliuecategorie 2 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Het perceel bevindt zich op ruim 50 meter. Aan de richtafstand wordt voldaan. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect milieuzonering de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg staat.

4.3

Luchtvaartlawaai

Het projectgebied ligt binnen de akoestische invloedsfeer van de militaire vliegbasis Leeuwarden. Van toepassing is het "Besluit militaire luchthavens". Het projectgebied ligt binnen de 50-55 Ke geluidzone van deze vliegbasis. Artikel 7 van het Bml geeft aan dat de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van onder meer woningen 65 Ke mag bedragen voor woningen die een open plek inde bestaande, te handhaven bebouwing binnen de bebouwde kom opvullen. Dit project betreft een inbreidingslocatie binnen de bestaande kern. De locatie heeft een geluidsbelasting van ten hoogste maximaal 55Ke en voldoet daarmee aan artikel 7 van het Bml. Het aspect luchtvaartlawaai is daarmee geen belemmering. Bij de toetsing aan het Bouwbesluit 2012 wordt rekening gehouden met de geluidbelasting vanwege luchtvaartlawaai. Op grond van artikel 3.4 van het Bouwbesluit 2012 dient de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie (gevel) bij een geluidbelasting van meer dan 50 Ke ten minste GA;k = 40 dB(A) te bedragen.

4.4

Industrielawaai

De Vliegbasis Leeuwarden is een in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein. De geluidzone valt over het plangebied. In het geldende bestemmingsplan is de aanduiding 'geluidszone industrie' van toepassing. Binnen het gebied met de aanduiding geluidszone - industrie mogen alleen geluidsgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) worden toegestaan, wanneer aangetoond is dat de geluidbelasting op de gevels niet hoger is dan de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). Het ministerie (Inspectie Leefomgeving en Transport) is bevoegd gezag. Er worden geen berekeningen of gegevens afgegeven door het ministerie met betrekking tot industrielawaai. Door de gemeente Leeuwarden is aangegeven dat er standaard een hogere waarde procedure wordt gevolgd, waarbij de hogere waarde wordt vastgesteld op 55 dB(A).

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

25

4.5

Wegverkeerslawaai

Algemeen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied.

Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd. Bij de vaststelling van hogere grenswaarden moet worden afgewogen of bronmaatregelen of maatregelen in de overdrachtssfeer kunnen worden getroffen. Toetsing De weg Op 'e Terp is een 30 km-weg. De Wet geluidhinder is daarmee niet van toepassing. Gezien de geringe intensiteit wordt een akoestisch onderzoek i.v.m. het waarborgen van een goed woon-/leefklimaat niet nodig geacht aangezien er vanuit het aspect luchtvaartlawaai al een hoog niveau van geluidwering noodzakelijk is.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2025) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10 ) van minder dan 18 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2 ) van minder dan 10 µg/m3 . De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus zeer goed. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft. Bij woningbouwplannen van minder dan 1.500 is dit het geval.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

26

Toetsing In dit plan is slechts sprake van het toevoegen van 1 extra woningen. Dit project valt daarom onder de regeling 'Niet In Betekenende Mate' en draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.7

Water

Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets wordt gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het projectgebied ligt in het beheergebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het project is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij Wetterskip Fryslân (kenmerk: 20190626-2-20868). In bijlage 1 is de watertoets toegevoegd. Hieruit blijkt dat de normale procedure van toepassing is. Bij de watertoets is ook een uitgangspuntennotitie toegevoegd waar bij de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden moet worden. Deze worden hierna nader beschreven. Hoofdwateren Het water ten oosten van het projectgebied betreft water dat in beheer is, en wordt onderhouden bij het waterschap. Binnen de beschermingszone van 5 meter van dit water vinden geen ingrepen plaats.

Toename verharding In een situatie waarin een terrein niet is verhard kan hemelwater infiltreren in de ondergrond. Wanneer een gebied (deels) wordt verhard dan stroomt hemelwater versneld af naar het oppervlaktewater. Om overlast te voorkomen, moet deze versnelde afstroom gecompenseerd worden om overlast te voorkomen. Wetterskip Fryslân hanteert een compensatienorm van 5 % bij plannen die vrij voor de boezem liggen. Voor bebouwd gebied is de ondergrens van 200 m² van toepassing, in het buitengebied geldt een ondergrens van 1.500 m². Met dit project is sprake van een toename aan verharding van minder dan 200 m². Het is daarom niet noodzakelijk om compenserende maatregelen te treffen. Klimaatadaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen.

Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemd advies wordt bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

27

Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater via een nieuw rioleringsstelsel aangesloten op het gemeentelijk riool. Uitgangspunt is dat dit voldoende capaciteit heeft voor de extra woning. Hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd op het eigen perceel of aangesloten op een nabij gelegen oppervlaktewater. Gebruik materialen Tot slot wordt met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk voorkomen.

4.8

Ecologie

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. in de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Toetsing Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als de Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoeelige Natura 2000-gebied is de Waddenzee op circa 12,3 kilometer afstand. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Binnen het plangebied wordt een vrijstaande woning toegevoegd. Naar verwachting zal het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied toenemen, maar zal deze toename relatief beperkt zijn.

Gezien de beperkte toename van verkeersbewegingen en de ruime afstand ten opzichte van Natura 2000-gebieden, kan redelijkerwijs gesteld worden dat de ontwikkeling in het plangebied geen significante gevolgen heeft voor deze beschermde natuurgebieden. Om hier zeker van te zijn is een stikstofonderzoek (bijlage 2) uitgevoerd om de stikstofdeposities van dit plan op omliggende Natura 2000-gebieden vast te stellen. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie van dit plan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Er zijn derhalve geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door dit project. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Toetsing Wat betreft de gebiedsbescherming, maakt het plangebied geen deel uit van een Natura 2000-gebied of een gebied dat onder het regime van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) valt. Het project maakt geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk die negatieve gevolgen hebben voor Natura 2000- of NNN-gebieden in de omgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

28

Er worden geen grote ingrepen aan beplantingen en watergangen voorgesteld. Wel wordt de bestaande schuur gesloopt. Echter is dit een eenvoudige bouwwerk, zonder spouwen, dakoverstekken of andere holten die voor bijvoorbeeld vleermuizen interessant zijn. Voorafgaand aan de sloop wordt zo nodig een inventarisatie gedaan van eventuele gebouw bewonende soorten. Om eventuele verstoringen te voorkomen worden sloopwerkzaamheden uitgevoerd buiten het broedseizoen (april-oktober). Het project veroorzaakt geen conflicten met de Wet natuurbescherming.

4.9

Bodem

Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat indien ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Toetsing Binnen het projectgebied wordt een bodemgevoelige object in de vorm van een woning voorgesteld. Daarom is ten behoeve van dit project een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage aan de onderbouwing toegevoegd. In de grond zijn enige verontreinigingen aangetroffen. Deze worden met de herontwikkeling van het terrein gesaneerd. Hiervoor wordt een een saneringsplan (BUS melding) opgesteld en gemeld bij het bevoegd gezag Wet Bodembescherming (in dit geval gemeente Leeuwarden). Na deze sanering is de bodem geschikt voor de toekomstige woonfunctie.

4.10

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Bestemmingsplan Bûtengebiet en doarpen Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt voor het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'.

Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

29

dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord. Partiële herziening Archeologie ontwerp 13-11-2017 De gemeente is bezig met de voorbereiding van een bestemmingsplan ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in de gemeente. Dit parapluplan is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden, exclusief de gronden van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel, voor zover er sprake is van archeologische (verwachtings-)waarden. Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Toetsing Onderhavig plangebied maakt deel uit van de partiële herziening Archeologie en is hierin aanwezen als 'Waarde - Archeologie 2'. Uit deze bestemming blijkt dat bij ingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 meter onderzoek nodig zal zijn. Voor de werkzaamheden met betrekking tot de woning is geen sprake van grondwerkzaamheden die dieper rijken dan 30 centimeter. Voor de werkzaamheden zoals leidingwerk, sleuven of andere werkzaamheden die dieper zijn dan 30 centimeter worden onder archeologische begeleiding worden uitgevoerd. Hiervoor wordt voorafgaand een Programma van Eisen opgesteld. Deze dient door het bevoegd gezag goedgekeurd worden. Dit dient te geschieden door een archeologisch gecertificeerd bureau.

4.11

Cultuurhistorie

Toetsingskader Met de wijziging van het Bro per 1 januari 2012 dienen gemeenten nadrukkelijk aandacht te besteden aan het aspect cultuurhistorie. Het bestemmingsplan dient een beschrijving te geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Toetsing Binnen het projectgebied zijn beschermde cultuurhistorische waarden aanwezig. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn deze beschermd middels onderstaande dubbelbestemmingen. A. Waarde - Beschermd dorpsgezicht. De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van Jelsum. Voor de dorpskern, waar het projectgebied deel van uit maakt, zijn onderstaande eigenschappen van belang en dienen daarom gehandhaafd te blijven. Met dit project blijven alle genoemde karakteristieke eigenschappen gehandhaafd. Er worden geen gronden verhoogd of verlaagd en daarnaast is met het ontwerp van de woning rekening gehouden met het kleinschalige karakter van de woningen in de omgeving. Het historisch ruimtelijk karakteristiek van het gebied blijft in de gewenste situatie dan ook behouden.

Ten aanzien van het bouwplan heeft Hus en Hiem reeds een positief welstandsadvies afgegeven. 1. het reliëf in de vorm van de nog bestaande terp; 2. het ontsluitingspatroon en de profilering van de ringweg, de brink, de kleinschalige ontsluiting richting kerk en de Adlânsdyk; 3. de hierop georiënteerde bebouwingsstructuur met kleinschalige hoofdzakelijk individuele en dicht opeen gebouwde panden op korte afstand van de verharding; 4. de opgaande beplanting op de brink, rond de kerk en op een aantal particuliere erven, zoals aangegeven als "Opgaande beplanting" op de kaart "Ruimtelijke structuur" onder "belangrijke elementen" in van de toelichting ;

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

30

5. de klinkerbestrating van de wegen Op 'e Terp, de Skierhústerwei en de weg naar de kerk. B. Waarde - Oudheidkundige waarden. De voor 'Waarde - Oudheidkundige waarden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de oudheidkundige betekenis en visuele herkenbaarheid van verhoogde woonplaatsen. De verhoogde woonplaats is een belangrijk landschappelijk en cultuurhistorisch element in het landschap. Daarom is een bescherming opgenomen, die deze uitstraling handhaaft. Voor het ophogen en/of afgraven van is een vergunningplicht opgenomen. Met dit project is geen sprake van het ophogen en/of afgraven van gronden. Er wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de oudheidkundige waarden van het dorp. Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoering van het project niet in de weg.

4.12

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Toetsing Voor dit project is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit is naar voren gekomen dat het projectgebied niet gelegen is binnen een invloedzone van een risicovolle inrichting, transportroute of buisleiding. Ook ligt het projectgebied niet binnen de veiligheidszone van de vliegbasis van Leeuwarden. Conclusie Voor wat betreft het aspect externe veiligheid gelden geen beperkingen voor dit project.

4.13

Kabels, leidingen en zoneringen

Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing In en rondom het projectgebied is geen sprake van kabels en leidingen waarmee rekening gehouden dient te worden bij de uitvoering van dit project. Wel lopen over het projectgebied een aantal zoneringen in verband met: het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim van de vliegbasis van Leeuwarden; het vrijhouden van een invliegstrook voor de luchtvaart. het voorkomen van verstoring van het ILS systeem van de vliegbasis Leeuwarden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

31

Bovengenoemde aspecten zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd middels onderstaande gebiedsaanduidingen. luchtvaartverkeerzone - ILS Verstoringsgebied. De voor 'luchtvaartverkeerzone - ILS Verstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het voorkomen van verstoring van het ILS systeem van de vliegbasis Leeuwarden. luchtvaartverkeerzone - invliegfunnel. De voor 'luchtvaartverkeerzone - invliegfunnel' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een invliegstrook voor de luchtvaart. vrijwaringszone - radarverstoringsgebied. De voor 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Voor de gebiedsaanduidingen geldt een maximale bouwhoogte van 25 meter. De beoogde woningen in het projectgebied overschrijdt deze hoogte niet en zorgt dan ook niet voor een belemmering van de vliegbasis van Leeuwarden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

32

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

33

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5.1

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. De resultaten hieruit worden te zijner tijd in deze paragraaf verwoord. De ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken wordt daarna gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Eenieder wordt op deze wijze in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De initiatiefnemer draagt de kosten voor de bouw van de woning. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst. Voor dit project is sprake van een bouwplan. De gemeente sluit hiervoor met de aanvrager een anterieure overeenkomst, waarin onder andere ook het aspect planschade is geregeld. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daardoor niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

34

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

35

Hoofdstuk 6

Juridische regeling

Inleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de bouw van een grondgebonden woning in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Afweging Het project is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

36

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

37

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

38

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

39

Bijlage 1

Watertoets

Rho adviseurs voor leefruimte

20190515

datum 26-6-2019 dossiercode 20190626-2-20868 Wateradvies normale procedure Project: Ruimtelijke onderbouwing Jelsum - Op 'e Terp (bouw woning naast nummer 16) Gemeente: Leeuwarden Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Ruimtelijke onderbouwing Jelsum - Op 'e Terp (bouw woning naast nummer 16) heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan.

Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie.

Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning, zie bij onderdeel Waterwet voor meer informatie over dit onderwerp. De locaties van de hoofdwateren kunt u vinden op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/leggerkaart Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=944be659-42c8-486e-8db2-37ce2074da7f