CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Besluitvorming (raad) 13 september 2021, gemeente Leeuwarden35.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Rho Adviseurs B.V.

blz 16

20190232

Afwegingskader Woningbouw Gemeente Leeuwarden wordt hier nader op ingegaan. Kleinschalige bedrijvigheid Een belangrijk uitgangspunt in het Streekplan is dat bedrijfsontwikkelingen aansluiten bij het type kern van een stedelijk centrum, een regionaal centrum, een bedrijfsconcentratiekern of een overige kern. Hierdoor komt een ruimtelijke verdeling tot stand die bijdraagt aan sterke steden en een vitaal platteland. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de programmering van bedrijventerreinen en de vestigingsvoorwaarden voor afzonderlijke bedrijven en voorzieningen. De vestigingsvoorwaarden voor afzonderlijke bedrijven en voorzieningen zijn per kern bepaald. Deze voorwaarden zijn zowel van toepassing op het bestaand stedelijk gebied van een kern als op een uitbreidingslocatie bij een kern. In de overige kernen is ruimte voor lokale bedrijven. Er wordt ingezet op kleinschalige bedrijvigheid die binnen een woonwijk plaats kan vinden. Het gaat dan ook om lichtere bedrijvigheid. Ook wordt ingezet op bedrijvigheid passend bij de haven. Aangezien er met dit bestemmingsplan op het perceel kleinschalige bedrijvigheid uit milieucategorie 2 mogelijk worden gemaakt, is de bedrijvigheid niet in strijd met het provinciaal beleid.

Vaarwegenverordening Fryslân In de Vaarwegenverordening Fryslân is onder andere het beheer geregeld van de provinciale vaarwegen en staan de regels voor de veiligheid op het water. Voor het bouwen van twee van de drie woningen aan De Boarn te Jirnsum is een ontheffing van de verbodsbepalingen zoals die gesteld zijn in de Vaarwegenverordening Fryslân 2014 benodigd. De 3de woning valt buiten de beheerzone (10 meter breed) waarop de VVF 2014 van toepassing is. Tevens is voor de trailerhelling met een afmeervoorziening binnen de beheersgrens van 10 meter een ontheffing nodig. De benodigde ontheffing is inmiddels verleend. Zie hiervoor bijlage 2. Indien er overige bouwwerken binnen deze zone gerealiseerd worden zal hiervoor ook een ontheffing nodig zijn. Dit kan pas op het moment dat hiervoor concrete uitgewerkte plannen voor beschikbaar zijn. Geconcludeerd kan worden dat het provinciaal beleid de ontwikkeling van het plangebied niet in de weg staat. 3.3

Gemeentelijk beleid

Welstandsnota Leeuwarden 2016 Een welstandsnota wordt gebruikt voor het toetsen van nieuwe (ver)bouwplannen aan redelijke eisen van welstand. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief met het gemeentelijke welstandsbeleid geregeld. Dit is vastgelegd in de op 30-11-2015 door de raad vastgestelde 'Welstandsnota Leeuwarden 2016'. bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 17

Het plangebied maakt in de welstandsnota deel uit van het welstandsgebied 'bedrijventerreinen'. Voor eventuele nieuwbouw plannen op de te behouden bedrijfsgronden kan met betrekking tot de welstandbeoordeling voor dit gebied volstaan worden. De geldende welstandsnota biedt onvoldoende toetsingskader om toekomstige aanvragen om omgevingsvergunning voor de woningen te beoordelen. Hierom zijn voor de woningen aparte welstandsrichtlijnen opgesteld en worden afzonderlijk vastgesteld. Deze zijn als bijlage 1 opgenomen. Afwegingskader Woningbouw Gemeente Leeuwarden Het gemeentelijk woonbeleid is in 2015 geactualiseerd en is vervat in het document Afwegingskader Woningbouw Gemeente Leeuwarden. De gemeente ziet de komende decennia een bevolkingsgroei voor de gemeente. Deze groei is voornamelijk te verwachten in het stedelijk gebied. Gekozen wordt voor een flexibel sturingsinstrument dat ruimte biedt om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Dit biedt marktpartijen ruimte om nieuwe initiatieven te ontwikkelen. De gemeente wil de komende 5 jaar in het stedelijk gebied circa 2.750 woningen bouwen. Voor dorpen is een behoefte aan 250 woningen. De woningbouw wordt voor circa 70% geconcentreerd in een gebied dat op de kaart van de bijlage die bij het document 'Afwegingskader Woningbouw Gemeente Leeuwarden' is weergegeven. Het plangebied is niet op de kaart aangewezen.

In gebieden buiten deze kaart om wordt alleen meegewerkt als dit de leefbaarheid in het gebied vergroot, er sprake is van herstructureringsopgave of gewenste herbestemming overige bebouwing. Tevens wordt niet meegewerkt aan woningen kleiner dan 65 m2. In de dorpen wil de gemeente consolideren en de kwaliteit behouden. Uitbreidingslocaties zijn hier dan ook niet gewenst. Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van 3 grondgebonden koopwoningen op een herstructureringslocatie. De woningen worden aangeboden in het luxe segment passend bij de schaal van het dorp. Daarnaast wordt ingezet op woningen die een aanvulling zijn op de bestaande voorraad (anders dan wat er overwegend staat). De voorgestelde ontwikkeling past binnen het afwegingskader.

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 18

20190232

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Algemeen

Uit de bestaande omgevingssituatie kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden voortkomen voor dit bestemmingsplan. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat er een goede omgevingssituatie ontstaat. In de volgende paragrafen zijn de randvoorwaarden die voortvloeien uit de omgevingsaspecten beschreven. 4.2

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) heeft als belangrijkste doel het bestrijden en voorkomen van geluidhinder. Op grond van de wet zijn verschillende vormen van geluidhinder te onderscheiden die directe raakvlakken hebben met de ruimtelijke ordening. Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat de geluidsbelasting op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. In veel gevallen is deze norm 48 dB. Voor wegverkeersgeluid is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd omdat de te realiseren woningen inclusief de bedrijfswoning in de geluidzone liggen van de Rijksweg/Terprane. Het onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd. Voor de nieuw te realiseren woningen geldt dat deze komen te liggen binnen de geluidzone van de Rijksweg/Terprane. De berekende geluidbelasting vanwege de Rijksweg/Terprane is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Voor de nieuwe woningen zijn derhalve geen hogere waarden nodig in het kader van wegverkeerslawaai. Voor de woning in het bestaande kantoorpand van Verhoeve Groep geldt dat de berekende geluidbelasting vanwege de Rijksweg/Terprane niet meer bedraagt dan Lden = 57 dB. De voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale grenswaarde van Lden = 63 dB niet.

Legalisatie is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder wat betreft wegverkeerslawaai. Voor de woning dient een hogere waarde te worden vastgesteld. Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidzone mag de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet worden overschreden. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 19

niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. In de huidige situatie maakt het gehele plangebied deel uit van het gezoneerde industrieterrein op grond van de Wet geluidhinder. Om deze reden is rondom het plangebied een geluidzone opgenomen. Zoals in paragraaf 2.2 is aangegeven, worden de bedrijfsmatige mogelijkheden in het plangebied afgewaardeerd. Dit heeft de consequentie dat het plangebied niet meer als gezoneerd industrieterrein wordt aangemerkt en dat de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen komt te vervallen. In plaats daarvan wordt een geluidzone voor industrielawaai aan het plangebied toegekend. Voor de nieuwe woningen, alsmede voor de toekomstige bedrijfswoning, is een akoestisch onderzoek door FUMO uitgevoerd (zie bijlage 4) om de geluidbelasting uit te rekenen en zo nodig hogere waarden vast te stellen. Voor de berekening van de resultaten voor de woningen is het geactualiseerde zonebeheersmodel van het industrieterrein “It String“ te Jirnsum” gehanteerd. Hierbij is uitgegaan van een maximaal opgevulde zone. De hiermee berekende geluidbelasting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) op 3 rekenpunten (zie tabel 1). De berekende geluidbelastingen moeten als hogere waarde vast worden gesteld. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt, 55 dB(A) etmaalwaarde.

Op basis van de minimale geluidwering van 20 dB(A) conform het Bouwbesluit kan het binnenniveau voldoen aan een maximum van 35 dB(A). De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) met betrekking tot industrielawaai wordt op vijf rekenpunten overschreden. De gemeente gaat voor deze woningen, net als geldend voor de omliggende woningen een hogere waarde van 55 dB(A) vast stellen.

Conclusie Voor alle nieuwe woningen binnen het plangebied en de inpandige bedrijfswoning aan de Rijksweg 155 wordt een hogere waarde vastgelegd van 55 dB(A).

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 20

4.3

20190232

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Ten behoeve van de ontwikkeling is een ecologisch quickscan uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 14 bij de toelichting toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek besproken. Soortenbescherming Voor de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden voor het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect, omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming.

Naar aanleiding van de quickscan Wet natuurbescherming is geconcludeerd dat er ter plaatse sprake is van het voorkomen van een of meerdere strikt beschermde soort(en) beschermd onder de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Nationaal beschermde soorten. Het betreft de huismus, de vleermuis, en de grote modderkruiper. Voor de vleermuis geldt dat deze boven het waterlichaam (De Boarne) voorkomen. Vanwege de bescherming die vliegroutes en foerageergebieden genieten, wordt geadviseerd om negatieve effecten op de mogelijke vliegroute en/of foerageergebied boven de Boarne te voorkomen. Het is hierbij vooral belangrijk om tussen zonsondergang en zonsopkomst uitstraling van fel licht over het wateroppervlak te voorkomen. Bij de uitwerking van de plannen wordt hier rekening mee gehouden. Nader onderzoek naar vleermuizen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Voor de grote modderkruiper geldt dat deze zich mogelijk in de aanwezige sloot in het plangebied bevindt. Omdat de sloot ongemoeid blijft, is nader onderzoek niet noodzakelijk. Tot slot is voor de huismus wel een nader onderzoek nodig. Dit onderzoek heeft inmiddels plaats gevonden (zie bijlage 15). Op grond van het uitgevoerde nader onderzoek wordt geconstateerd dat binnen de invloedssfeer van de geplande bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 21

sloopwerkzaamheden een jaarrond beschermd nest van huismus aanwezig is. Ook zijn er mogelijk nesten van vogelsoorten aanwezig waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Het voorkomen van een essentieel foerageergebied van huismussen binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Voor de voorgenomen sloop van de westelijke loods is een ontheffing (huismus) verleend door de provincie Fryslân. De ontheffing is als bijlage 16 toegevoegd. Op basis van de genoemde voorwaarden uit de ontheffing wordt de gunstige staat van instandhouding van de huismus niet aangetast. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wnb. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), thans genoemd Natuurnetwerk Nederland. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang. Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied op ruime afstand van beschermde natuurgebieden. Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 13 toegevoegd.

Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet boven de 0,00 mol N/ha/jaar uit komt. Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De ontwikkeling heeft, mede gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effecten op natuurwaarden die op grotere afstand liggen. 4.4

Luchtkwaliteit

Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Maatgevende stoffen in Nederland zijn hiervoor stikstofdioxide en fijn stof. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit in Nederland zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 22

20190232

toetsing. Er worden slechts 4 wooneenheden en bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 mogelijk gemaakt. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan. 4.5

Bodem

Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Voor de ontwikkeling is in 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Antares. De onderzoekslocatie van dit onderzoek komt overeen met het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. Het onderzoek is als bijlage 6 toegevoegd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek was het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse. Uit het uitgevoerd verkennend bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat er in de grond en het grondwater voornamelijk maximaal een licht verhoogde gehalten/concentraties zijn aangetoond. De licht verhoogd gemeten gehalten/concentraties zijn dusdanig gering verhoogd dat risico's voor de volksgezondheid en het milieu als verwaarloosbaar mogen worden beschouwd. Aanvullend onderzoek hiervoor wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Naast de licht verhoogde gehalten in de grond zijn een aantal spots matig tot sterke verontreiniging aangetoond welke nader onderzocht dienen te worden om de ernst, omvang en eventuele spoedeisendheid te bepalen. Werkzaamheden in de verontreinigde grond zijn niet toegestaan zonder toestemming van het bevoegd gezag.

De locatie ligt in de bodemfunctieklasse Industrie. Gezien de voorgenomen herontwikkeling naar Wonen dient de terugsaneerwaarde Wonen gehanteerd te worden waardoor rekening gehouden dient te worden met sanering van de bovengrond van het gehele terrein. Locatie woningbouw Omdat er wel sprake is van een beperkte mate van bodemverontreiniging, moet de bodem worden gesaneerd. Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld. Na de uitvoering van het plan van aanpak is de kwaliteit van de bodem geschikt voor woningbouw. Er wordt hierbij voor een functiegerichte sanering gekozen op het gehele terrein. De sterk verontreinigde toplaag wordt ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. Op basis van de huidige rapporten (boorstaten en analyses) is een vrij exacte bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 23

inschatting te maken van de omvang. Het overige (licht verontreinigde) terreindeel krijgt ook een leeflaag constructie waarbij er in de eerste meter tot klasse wonen gesaneerd. Deze terugsaneerwaarde tot klasse wonen (in de eerste meter) geldt (m.u.v. funderingslaag onder het asfalt wat achterblijft) voor het gehele bouwperceel. Toestemming van de gemeente voor deze werkwijze zal via BUS melding worden aangevraagd. Aangezien dit een gestandaardiseerde werkwijze is, wordt hierbij geen enkel bezwaar van het bevoegd gezag verwacht. Voor de uitvoering van een bodemsanering met de beoogde omvang zijn voldoende financiële middelen beschikbaar. Asbest Ten aanzien van asbest is uit het onderzoek naar voren gekomen dat er sprake is van asbestverdachte bodemlagen. Hiervoor is een nader onderzoek conform NEN5707 uitgevoerd om te bepalen of er daadwerkelijk geen sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Dit onderzoek is uitgevoerd door Antea (d.d. 03-07-2020). Dit onderzoek is als bijlage 7 aan het bestemmingsplan toegevoegd. Het onderzoek naar asbest in de grond volgens de NEN5707 heeft uitgewezen dat de grond in de mengmonsters vrij is van asbest. Uit het onderzoek naar asbest in de puinlaag conform de NEN5897 blijkt dat er een licht verhoogd gehalte aan asbest is gemeten.

Er is derhalve geen sprake van een overschrijding van de grenswaarde voor aanvullend onderzoek (50 mg/kgds) of de interventiewaarde (100 mg/kgds). Opslagunits (deel achter bedrijfspand) (noord oostkant plangebied) Aan de zuidkant van het plangebied worden opslagunits gerealiseerd. Ter hoogte van de opslagunits zijn matige verontreinigingen gevonden met PAK en/of minerale olie (boringen 17, 18 en 45). Voor dit terreindeel is nader onderzocht of hier sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Voor dit gedeelte van het plangebied (oostkant) is een nader bodemonderzoek uitgevoerd door Antea (d.d. 03-07-2020). Dit onderzoek is als bijlage 7 aan het bestemmingsplan toegevoegd. De resultaten ter plaatse van deze boringen geven vanuit de Wet bodembescherming verder geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarden. Deze resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor het gebruik van dit gedeelte van het plangebied. Ter hoogte van boring 6 is op basis van het bodemonderzoek aangetoond dat er sprake is van een sterke verontreinigingsspot, welke volledig is afgeperkt. Het oppervlakte van de sterke olieverontreiniging bedraagt circa 60 m2. Aangezien de verontreinigde laag gemiddeld 0,5 meter dik is, is het volume van de verontreiniging geschat op 30 m3.

Er is ter plaatse sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Derhalve worden deze gronden gesaneerd. Geadviseerd wordt voorafgaand aan de ontwikkeling van de locatie deze verontreiniging middels een BUS procedure of met een saneringsplan te melden aan het bevoegd gezag en te bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 24

20190232

saneren. Bij de uitwerking van de plannen wordt hier uitvoering aangegeven. Na sanering zijn de gronden geschikt voor de woonfunctie in de bedrijfswoning. Eindsituatie bodemonderzoek, Grondwaterverontreiniging In het plangebied heeft in 2021 een eindsituatie bodemonderzoek plaats gevonden van het grondwater na het uitvoeren van een grondwatersanering ter plaatse van de voormalige tanklocatie. Daarnaast is tevens een interventiewaarde-overschrijding met bovengenoemde brandstofcomponenten gemeten op de locatie tijdens een verkennend bodemonderzoek (kenmerk: 2018011 ‘Verkennend bodemonderzoek Rijksweg 141 te Jirnsum’, 11-4-2018). Doel van het onderzoek is om de omvang en ernst vast te stellen van deze verhoogde gehalten aan brandstofcomponenten. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd. In het onderhavig onderzoek zijn plaatselijk (en tevens perceel overschrijdend) waarnemingen gedaan welke duiden op verhoogde gehalten aan brandstofcomponenten. Analytisch zijn in de ondergrond (onder grondwaterniveau) lokaal verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten en minerale olie aangetoond. Op het bronperceel (nummer 155) is de grondwaterverontreiniging in verticale zin begrensd tot onder de interventiewaarde (circa 6,0 m -mv.). In horizontale richting zijn op het bronperceel in het grondwater slechts licht verhoogde waarden gemeten.

Op het buurperceel zijn op basis van de gevonden zintuiglijke waarnemingen en gevonden grondconcentraties in de verzadigde zone eveneens sterk verhoogde gehalten aan brandstofcomponenten aanwezig. De aanwezige restverontreiniging in het grondwater is in omvang bepaald. Resumerend kan worden gesteld dat ten aanzien van de nog aanwezige verontreiniging sterk verhoogde concentraties zijn gemeten waarvoor een saneringsnoodzaak bestaat. De geschatte omvang van het sterk verontreinigde gebied bedraagt circa 1.125 m3. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat de sterke verontreinigingen in het grondwater over het terrein van Rijksweg 155 alsook Rijksweg 151 aanwezig zijn. Rondom deze locatie worden op de locaties licht tot sterk verhoogde concentraties en gehalten gemeten. De verontreiniging is hiermee begrensd en vastgelegd en geadviseerd wordt om de grondwatersanering te beschouwen als afgerond. Gezien echter de bepaalde omvang wordt geadviseerd om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag. Hierbij lijkt het uitvoeren van sanerende maatregelen voor de hand te liggen. Hierbij moeten de technische mogelijkheden goed worden overwogen daar (traditionele) grondwateronttrekking in het verleden niet heeft geleid tot een gesaneerde locatie.

Voor de sanerende maatregelen in het grondwater kan in dit geval derhalve een nieuw saneringsplan worden opgesteld. Bedrijfspand (met bedrijfswoning) In 2018 is rondom het pand bodemonderzoek uitgevoerd. Er zijn geen nieuwe gegevens bekend over de bodem onder het pand. Wel is bekend dat er een restverontreiniging zit. Na de sanering is onder het pand namelijk verontreinigde bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 25

grond achtergebleven. En ook het grondwater is nog verontreinigd; dat is met het onderzoek in 2018 bevestigd. Het plan is om het bedrijfspand als zodanig te blijven gebruiken. Er is geen reden om aan te nemen dat dit met risico's gepaard gaat. Onderdeel van het pand is echter ook een bedrijfswoning; dat is een gevoeliger gebruik. Voordat deze bedrijfswoning gerealiseerd kan worden, moet bepaald worden of de restverontreinigingen tot risico's leiden. Hiervoor heeft een nader luchtonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd. Het luchtonderzoek is uitgevoerd ten behoeve van het afsluiten van de uitgevoerde sanering. Het doel van het luchtonderzoek is het vaststellen van mogelijke humane gezondheidsrisico's als gevolg van het uitdampen van de eventuele restverontreinigingen naar de binnenlucht. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat er geen vluchtige organische oplosmiddelen (VOS) waaronder BETXN en minerale oliën (C6-C16) zijn aangetoond boven de TCL-waarden, voor zover beschikbaar. Uit het onderzoek volgt dat er voor de onderzochte componenten in de gemeten periode, geen sprake is van humane gezondheidsrisico's als gevolg van het uitdampen van de grond-/grondwaterverontreinigingen naar de binnenlucht. 4.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving, bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Tevens is door de Brandweer een advies afgegeven. Dit advies is als bijlage 10 bij de toelichting toegevoegd en waar relevant in onderstaande paragraaf verwerkt. Risicorelevante inrichtingen Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied zijn risicobronnen gelegen waarvan de risicocontouren of het invloedsgebied zijn gelegen binnen het plangebied. Transportzones spoor, weg en water Voor dit bestemmingsplan is alleen transport van gevaarlijke stoffen over water (Prinses Margrietkanaal) van belang, omdat in de directe nabijheid van het plangebied geen aangewezen wegen liggen. Over de De Boarn, die langs het plangebied loopt, vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. De ontwikkeling ligt op 1.200 meter van de transportroute.

Rond het Prinses Margrietkanaal zijn geen EV-knelpunten wat betreft het persoongebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het Prinses Margrietkanaal is een zogenaamde 'zwarte vaarweg'. Op zwarte bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 26

20190232

vaarwegen wordt alleen gebruik gemaakt van binnenvaartschepen en niet van zeeschepen. Voor deze vaarwegen zijn risicolijnen vastgesteld, waarbij het PR vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over die vaarweg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Binnen deze risicolijn is bebouwing in beginsel niet toegestaan. Voor vaarwegen die door de binnenvaart worden gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gelden geen afstanden. Het Prinses Margrietkanaal betreft een vaarweg waar het plaatsgebonden risico op het midden van de vaarweg nu en in de toekomst naar verwachting lager is respectievelijk zal zijn dan 10-6 per jaar. Voor de GR berekening dient te worden gerekend met vervoersintensiteiten zoals vermeld in bijlage III tabel Basisnet water van de regeling het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Over de vaarweg worden conform bijlage III van de Regeling Basisnet vloeibare brandstoffen (LF1, LF2) en toxische gassen (GT3) vervoerd. Het vervoer van de brandbare vloeistoffen is maatgevend voor de risico's. De ontwikkeling ligt op 1.200 meter van de transportroute. Rond het Prinses Margrietkanaal zijn geen EV-knelpunten wat betreft het PR en GR. Buisleidingen Ten zuiden van het plangebied, op een afstand van meer dan 900 meter, lopen ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen van de Gasunie.

Het plangebied valt buiten het invloedsgebied van de leidingen. Advies Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid een repressief advies te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In een dergelijk advies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. Hierbij valt te denken aan onder meer bereikbaarheid, de beschikbaarheid van bluswater en de opkomsttijden. Op 26 juni 2019 is een advies van de brandweer ontvangen. Bestrijdbaarheid Wanneer een grote brand ontstaat moet de brandweer gebruik maken van de primaire-, secundaire of tertiaire bluswatervoorziening. De primaire bluswatervoorziening in de vorm van een brandkraan is aanwezig in de nabijheid van het plangebied. De secundaire- en tertiaire bluswatervoorziening in de vorm van open water is aanwezig uit 'De Boarn' mits deze bereikbaar is voor de brandweer. Om dergelijk bluswater te onttrekken dient een opstelplaats geschikt voor de brandweer te zijn. Er wordt een extra opstelplaats gerealiseerd ten behoeve van de woningen. Deze opstelplaats komt op de toegangsweg naar de woningen. Door middel van een bordje en aanduiding op de weg zal aangegeven worden dat hier sprake is van een opstelplaats, dit om te voorkomen dat hier auto's worden geparkeerd. Bereikbaarheid Het plangebied is bereikbaar via meerdere toegangswegen.

Voor de woningen is sprake van een doodlopende weg zonder keermogelijkheid. Geadviseerd wordt om eisen te stellen aan deze weg ten aanzien minimale breedte, bochtstraal en bestand bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 27

tegen bepaald tonnage aan belasting. De toegangsweg zal voldoen aan de gestelde eisen. Opkomsttijd De opkomsttijd voor het plangebied is ca. 12 minuten. Het plangebied ligt in een risicogebied waarvoor een opkomsttijd van 12 minuten geldt. In het kader van opkomsttijden ziet de brandweer geen knelpunten. Conclusie Uit oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.7

Water

In deze waterparagraaf wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In de zogenaamde waterparagraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Op 1 maart 2019 is voor het plan de digitale watertoets doorlopen. Op dit plan is de normale watertoetsprocedure van toepassing. Regionale waterkering Een deel van plangebied ligt binnen de beschermingszone van de regionale waterkering. De regionale waterkering beschermt het achterliggende gebied tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. De regionale kering heeft met een bepaalde hoogte een kerende werking. De kerende werking moet men ten allen tijde handhaven. Langs de regionale kering ligt een beschermingszone van 5 meter. Het is niet toegestaan om werken uit te voeren aan de kade of in de beschermingszone. Binnen de beschermingszone van 5 meter van deze regionale kering vinden geen ingrepen plaats. Een uitsnede van de leggerkaart is weergeven in figuur 4.1. Hierop is de kering grijs gearceerd. Hoofdwateren Het water ten noorden van het plangebied betreft water dat in beheer is/en wordt onderhouden bij het waterschap.

Bij ingrepen binnen deze zone is een watervergunning vereist. De initiatiefnemer zal hier dan ter zijner tijd een vergunning voor aanvragen en in overleg gaan met het Wetterskip.

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 28

Figuur 4.1

20190232

Uitsnede leggerkaart

Vrij voor de boezem Omdat het gebied vrij voor de boezem ligt wordt het niet door een waterkering beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Er moet daarom rekening gehouden worden met het maatgevende boezempeil. Dit peil, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Bij de verdere ontwikkeling van de bouwplannen wordt bij het bepalen van de aanleghoogte rekening gehouden met de droogleggingsnorm. Indien noodzakelijk wordt het Wetterskip gevraagd voor aanvullend advies. Toename verharding Met het project is geen sprake van een toename aan verharding. De ontwikkeling vindt plaats op volledig verharde gronden waar tot voor kort bebouwing stond. Watercompensatie is dan ook niet nodig. In de nieuwe situatie wordt de afvoer van het hemelwater rechtstreeks afgevoerd op het oppervlaktewater. Klimaatadaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.

Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemd advies wordt bij de uitvoering van bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 29

de plannen rekening gehouden. Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Afkoppelen en waterkwaliteit Om het aantal overstortingen van rioolwater en de belasting van rioolwaterzuiveringen te beperken, is het uitgangspunt om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In het geval van dit bouwplan kan het hemelwater afkomstig van verhard oppervlak worden geloosd op het oppervlaktewater. 4.8

Archeologie

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysiek leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Archeologisch onderzoek is volgens de provinciale advieskaart FAMKE nodig vanaf 500 m2 aan bodemingrepen. In het geldende bestemmingsplan is hier een regeling voor opgenomen die hierop is afgestemd. In het door de gemeente Leeuwarden gehanteerde archeologiebeleid geldt deze verwachting alleen voor het middendeel van het gebied. Omdat de beoogde ontwikkeling groter is dan 500 m2 is een archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage 11 toegevoegd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de kans op intacte archeologische resten erg klein is.

In overeenstemming met het ontwerpplan voor de herziening van de archeologische verwachtingswaarde in het plangebied, zoals te zien op de archeologische beleidskaart van de gemeente Leeuwarden, wordt geadviseerd om geen verder archeologisch vervolgonderzoek te doen en het plangebied vrij te geven. Indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet.

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 30

4.9

20190232

Cultuurhistorie

De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. De nieuwe inrichting voegt zich in de bestaande structuren en kenmerken van het dorp. Daarnaast vinden geen ingrepen aan de rivier de Boarne plaats. Het verloop van De Boarne blijft ongewijzigd. Het aspect cultuurhistorie heeft dan ook geen gevolgen voor het project. 4.10

Bedrijven- en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de milieuruimte van bedrijven voor het bestemmingsplan in beeld te brengen, wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009). In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor bedrijfsactiviteiten ten opzichte van een rustige woonwijk (voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar). Ten opzichte van een gemengd gebied gelden kleinere richtafstanden, zoals is opgenomen in onderstaande tabel. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand tot 'rustige Richtafstand tot 'gemengd gebied' woonwijk' of 'rustig buitengebied' 10 0 30 10 50 30 100 50 200 100 300 200 500 300 700 500 1.000 700 1.500 1.000

Wanneer niet voldaan wordt aan de richtafstanden, moet nader onderbouwd worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarbij de bedrijfsvoering van de aanwezige bedrijven gerespecteerd bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 31

wordt). In de VNG-brochure staat dat een gemengd gebied een gebied is met een matige tot sterke functiemenging, waarbij direct naast woningen ook andere functies voorkomen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Vanwege de ligging binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein (zie paragraaf 4.2), de ligging aan de rand van het dorp waar planologische mogelijkheden ten behoeve van bedrijvigheid gelden én de ligging langs een belangrijke ontsluitingsroute van de kern Jirnsum kan het plangebied worden gezien als gemengd gebied. De planologische mogelijkheden ten aanzien van bedrijvigheid gelden voor álle woningen aan het lint van de Rijksweg ten noordwesten van het plangebied. Hier zijn kantoren en bedrijven in de dienstverlening toegestaan, maar ook bedrijven uit onder andere milieucategorieën 1 en 2. Wat betreft de richtafstanden kan daarom aangesloten worden bij de afstanden die gelden voor 'gemengd gebied' conform bovenstaand tabel. Uit onderstaande uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan Jirnsum blijkt hoe de locatie te midden van deze andere (potentiële) bedrijfsfuncties is gesitueerd en hoe de woningen hier tussen liggen.

Figuur 4.2

Fragment plankaart bestemmingsplan Jirnsum

Voor de meeste bedrijven in de VNG-uitgave is geluid het maatgevende milieuaspect. Voor het bedrijf Concorp (Suikerwerkenfabriek) is het aspect geur maatgevend. Overigens worden de woningen niet in een 'leeg gebied' ontwikkeld: de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein dienen in hun bedrijfsvoering al rekening te bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 32

20190232

houden met de al bestaande woningen in de omgeving. Langs de Rijksweg staan al woningen die dichter op het bedrijf gepositioneerd staan dan de beoogde woningen. Afgewaardeerd deel industrieterrein Het plangebied maakt nu nog deel uit van het gezoneerde industrieterrein "It String" en wordt t.b.v. de ontwikkeling gedezoneerd. Het perceel/pand aan de Rijksweg 155 blijft zijn bedrijfsbestemming behouden en wordt planologisch mogelijk gemaakt voor bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 en dienstverlening. Dienstverlening wordt alleen mogelijk gemaakt in het bestaande gebouw. Achter op het terrein is dienstverlening niet toegestaan. De richtafstand voor bedrijven in milieucategorie 2 bedraagt 10 meter in gemengd gebied; de nieuwe te realiseren woningen binnen het plangebied voldoen aan deze richtafstand. Concorp (Suikerwerkenfabriek: zonder suiker branden, p.o.>200 m2) - milieucategorie 3.2 Ten oosten van het plangebied is het gezoneerde industrieterrein It String gevestigd. Het dichtstbijzijnde bedrijf betreft een suikerwerkenfabriek Cocorp, uit milieucategorie 3.2. Voor deze bedrijven geldt een richtafstand van 50 meter voor geur en van 30 meter voor geluid in gemengd gebied. De nieuwe te realiseren woningen aan de Boarne komen op een afstand van ten minste 70 meter ten opzichte van het bedrijf te liggen. Aan de richtafstanden voor geluid en geur wordt dan ook voldaan.

Binnen het pand Rijksweg 155 is een inpandige bedrijfswoning aanwezig. In het bestemmingsplan wordt daarvoor een aanduiding bedrijfswoning opgenomen, waarmee de bedrijfswoning bestemmingsplantechnisch wordt gelegaliseerd. Door de voormalige gemeente Boarnsterhim is in het verleden wel een vergunning verleend voor deze bedrijfswoning, waarmee het gebruik als bedrijfswoning formeel wel is toegestaan. De afstand van deze woning tot de perceelsgrens van Concorp bedraagt ca. 40 meter.Ten opzichte van Concorp wordt daarmee voldaan voor de richtafstand voor geluid, maar niet voor geur. Ondanks dat er sprake is van formeel toegestaan gebruik (vergunning Boarnsterhim) is nagegaan of er enerzijds een aanvaardbaar woon- en leefklimaat mag worden verwacht en anderzijds of Concorp niet zal worden belemmerd in de bedrijfsvoering voor het aspect geur. Geurgevoelige objecten zijn woningen, maar ook gebouwen waar langdurig mensen kunnen verblijven. Dit geldt ook voor woningen op een gezoneerd industrieterrein, kantoren etc.. Rondom de inrichting van Concorp bevinden zich nu al (voormalige) kantoorgebouwen (Verhoeve), woningen op het industrieterrein (bijvoorbeeld ook de bedrijfswoning direct naast Concorp aan de Rijksweg 157, maar ook de bedrijfswoning van een hoveniersbedrijf).

Er is momenteel geen sprake van geurklachten vanwege Concorp, ook niet bij de inpandige bedrijfswoning aan de bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 33

Rijksweg 155. Om die reden mag worden aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat t.a.v. het aspect geur in de omgeving van Concorp. Verder maakt het bestemmingsplan geen geurgevoelige objecten mogelijk die dichter bij worden gesitueerd dan de al aanwezige geurgevoelige objecten (met name Rijksweg 157). Van extra belemmeringen van Concorp door deze ontwikkeling, is dan ook geen sprake. Verder geldt dat Concorp onder de werking van het Activiteitenbesluit valt, in het bijzonder artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit (vangnetvoorschrift), omdat er geen sprake is van een IPPC-installatie/Bbt-conclusies en geur niet is geregeld in hoofdstuk 3, 4 of 5 van het Activiteitenbesluit, zodat artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit van toepassing is. Hierin staan geen normen of grenswaarden opgenomen, anders dan een "aanvaardbaar niveau". Toekomst bedrijf Rijksweg 155 Het bestaande bedrijfspand aan de Rijksweg 155 wordt planologisch mogelijk gemaakt voor bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 en tevens voor dienstverlenende bedrijven. Dit betekent voor de bestaande woningen in de omgeving dat het woonen leefklimaat verbetert. Het gebouw wordt namelijk omgezet van een bedrijf uit milieucategorie 3.2 naar een bedrijf tot hoogstens categorie 2. De nieuwe woningen komen op een afstand van meer dan 10 meter tot de grens van de inrichting van het perceel.

Aan de richtafstanden voor bedrijven uit categorie 2 wordt dan ook voldaan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat aspect milieuzonering de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. De bedrijven worden ook niet in hun bedrijfsactiviteiten en uitbreidingsmogelijkheden beperkt omdat bestaande woningen en/of geurgevoelige objecten al op kortere afstand zijn gelegen. Voor wat betreft het aspect geluid geldt dat de nieuwe woningen aan de Boarne en de (formeel vergunde) inpandige bedrijfswoning voldoen aan de richtafstanden voor geluid. Daarnaast geldt dat het aspect geluid van Concorp wordt geregeld middels de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit. De huidige maatwerkvoorschriften blijven van toepassing. 4.11

Kabels en leidingen

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 34

20190232

In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het gebied. 4.12

MER (Milieu effect rapportage) verantwoording

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. Dit bestemmingsplan maakt slechts 3 woningen mogelijk en is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Daarnaast wordt de ontwikkeling, gelet op de aard en de omvang, ook niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van drie vrijstaande woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Met dit bestemmingsplan is sprake van een ruimte beslag dat beperkter is dan de huidige planologische mogelijkheden. Verder vinden geen wijzigingen aan de wijze van ontsluiting plaats en wordt de parkeerbehoefte, net als in de huidige situatie, binnen het plangebied opgelost. Daarnaast leidt de ontwikkeling niet tot een hogere verkeersaantrekkende werking dan in de huidige situatie mogelijk is. Op basis van voorgaande wordt de beoogde ontwikkeling niet gekwalificeerd als stedelijk ontwikkelingsproject. Er behoeft dan ook geen besluit te worden genomen of een MER nodig, dan wel niet nodig is.

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

Hoofdstuk 5 5.1

blz 35

Toelichting op de planregels

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het bestaande bestemmingsplan Jirnsum van de voormalige gemeente Boarnsterhim. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2

Beschrijving juridische regeling

Bestemming Tuin De bestemming Tuin is dienstbaar aan de bestemming van de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Bij de bestemmingsregeling voor de tuinen is uitgegaan van het principe dat die gebieden uit ruimtelijke overwegingen onbebouwd moeten blijven en ook als zodanig in gebruik zijn. Bestemming Bedrijventerrein De te behouden bedrijfbebouwing van de Rijksweg 155 en de gronden ten noorden hiervan behouden de bestemming Bedrijventerrein. De regeling is afgestemd op het geldende bestemmingsplan. Binnen de bestemming is een bedrijf uit de categorieën 1 en 2 en dienstverlenende bedrijven toegestaan. Binnen de aanduiding 'bedrijfswoning' is een bedrijfswoning toegestaan. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden met een maximale bouwhoogte van 8 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' zijn gebouwen toegestaan die mogen worden gebruikt voor bedrijfsmatige of opslag. Daarnaast is het alleen toegestaan om in het voorste gedeelte van het plangebied bedrijven ten behoeve van dienstverlening te vestigen. Dit is middels de aanduiding 'dienstverlening 'geregeld. Bestemming Groen Het groen ten noorden en zuiden van de nieuwe ontsluitingsweg krijgen de bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 36

20190232

bestemming Groen. Hier is geen bebouwing toegestaan. In de bestemming Groen is daarnaast de aanduiding 'specifieke vorm van groen - opgaand groen' opgenomen. Hier moeten de gronden voorzien zijn van opgaande groenvoorzieningen. Op deze manier word het woongebied van het bedrijventerrein ruimtelijk van elkaar gescheiden. Bestemming Verkeer De ontsluitingsweg van de woningen krijgen de bestemming Verkeer. Bestemming Water Het bestaande water ten noorden van het plangebied, welke een aansluiting heeft op het hoofdwater, krijgt de bestemming water. Bestemming Wonen De toekomstige woningen krijgen de bestemming 'Wonen'. De woningen dienen binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden. De woning zal binnen een bouwvlak worden gebouwd en de oppervlakte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 150 m² bedragen. De inhoud van een hoofdgebouw zal ten hoogste 750 m³ bedragen. De goothoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) aangegeven goothoogte. In dit geval is dat maximaal 4 meter. Gebiedsaanduiding geluidzone - industrie De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn naast de voor die gronden aangewezen bestemming(en), mede aangeduid voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten vanwege het geluidgezoneerde industrieterrein.

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

Hoofdstuk 6 6.1

blz 37

Uitvoerbaarheid

Algemeen

In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en overleg Het voorontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van 20 februari tot en met woensdag 1 april 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Op 27 februari 2020 heeft een inloopbijeenkomst plaatsgevonden. De volgende overlegpartijen zijn per mail in kennis gesteld van het ter visie gaan van het voorontwerp bestemmingsplan: Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân, Brandweer Fryslân en dorpsbelang Jirnsum. Er is hen verzocht om een overlegreactie. Gedurende deze periode zijn drie overlegreacties ontvangen van Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en Brandweer Fryslân. Daarnaast zijn vier inspraakreacties ontvangen van Liander, Concorp en twee omwonenden. De inhoud van de overlegen inspraakreacties zijn samengevat en per punt is vervolgens aangegeven wat met deze reactie is gedaan. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 17. Op basis van de overlegreacties en de inspraakreacties is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast. De (geanonimiseerde) reacties zijn tevens als bijlage toegevoegd Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van 20 augustus tot en met 30 september ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijzen ontvangen. Deze is als bijlage 19 toegevoegd. Op basis van deze zienswijze is paragraaf 4.10 van de toelichting gewijzigd. De zienswijzennota is als bijlage 19 toegevoegd.

Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan. 6.3

Grondexploitatie

Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 38

20190232

Financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarin de gemeente geen directe financiële rol of belangen heeft. De ontwikkelaar kan het project volledig financieren. Er zijn voldoende financiële middelen beschikbaar, waarbij tevens in de begroting rekening is gehouden met het saneren van de gronden. Daarmee is de financiële haalbaarheid voldoende gewaarborgd. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst. De beoogde ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' grondexploitatieregeling aangemerkt. Voor dit plan wordt geen anterieure overeenkomst afgesloten. In dit geval zijn de ambtelijke kosten contractueel afgedekt en verder worden er leges gerekend. Tot slot wordt met de gemeente een planschadeovereenkomst afgesloten. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd.

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

20190232

blz 39

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 40

Bijlage 1

20190232

Welstand- en stedenbouwkundige uitgangspunten

bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.

Status: vastgesteld / 17-05-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=8030ce9d-31ec-4fbf-b9c8-3cdedaee0a18