Agendabundel
Tekst van het document
Initiatiefvoorstel Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen, maar de raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Hier is bepaald dat een lid van de raad een initiatiefvoorstel kan indienen; met deze formulering wordt tot uitdrukking gebracht dat dit recht aan elk individueel raadslid toekomt, drempelsteun is dus niet vereist (MvT, Kamerstukken II 2000/01, 27751, 3, p. 109). Het tweede en derde lid van artikel 147a van de Gemeentewet bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld.
Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Het ontbreken van de eis van drempelsteun bij het recht van initiatief staat ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie. De Gemeentewet maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen en overige initiatiefvoorstellen. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel voor een verordening indienen. Een dergelijk voorstel moet aanhangig worden gemaakt door het schriftelijk en ondertekend aan de voorzitter te zenden (eerste lid). De verdere wijze van behandeling moet de raad zelf regelen. De raad moet ook regelen op welke wijze en onder welke voorwaarden overige initiatiefvoorstellen (voorstellen die betrekking hebben op iets anders dan een verordening) in behandeling worden genomen.
Ook dit initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen. In het tweede lid is een termijn gesteld van [periode] om het college in de gelegenheid te stellen zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. In het vierde lid van artikel 147a van de Gemeentewet is sinds 1 februari 2016 bepaald dat het college de gelegenheid moet krijgen om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Het college moet immers de besluiten van de raad uitvoeren (artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet). Deze zgn. voorhangregeling is uitgewerkt in het tweede lid van dit artikel. Het is in eerste instantie aan de indiener om te beslissen wat hij met die inbreng doet en uiteindelijk beslist de raad over het al dan niet gewijzigde voorstel (MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33691, 3, p. 2-3). Het derde lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst nadat het college in de gelegenheid is gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Als de oproep voor die vergadering echter al verzonden is, dan plaatst de voorzitter het niet op de agenda van eerstvolgende, maar daaropvolgende raadsvergadering.
Dit laat de mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 8, tweede lid, voor te stellen het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Voor zover de in het tweede lid gestelde termijn dan nog niet verlopen is zal er echter niet over het voorstel besloten kunnen worden (artikel 147a, van de Gemeentewet, juncto tweede lid van artikel 30). Dit staat er weliswaar niet aan in de weg dat er al over wordt beraadslaagd in de raadsvergadering, maar de voorzitter van de raad zal dan vervolgens de stemming over het voorstel aan moeten houden totdat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Ook kan nadere beraadslaging op dat moment wenselijk worden geacht. Voor het overige is het aan de raad om vervolgens te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder wordt behandeld als het op de agenda staat. Indien de wensen of bedenkingen van het college daar aanleiding toe geven kan de indiener van het voorstel eventuele wijzigingen doorvoeren. Hij of zij is daartoe echter niet verplicht, omdat de Gemeentewet alleen aangeeft dat het college de mogelijkheid moet hebben om een visie op het initiatiefvoorstel te hebben. Er is geen verplichting om de wensen of bedenkingen ook daadwerkelijk in het voorstel te verwerken.
Artikel 39. Collegevoorstel Artikel 39 heeft betrekking op het uitgangspunt: ‘De raad gaat over zijn eigen agenda’. De raad is de enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel dat het college heeft voorbereid kan agenderen. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is (bijvoorbeeld omdat zij een voorstel willen wijzigen). De raad moet hier toestemming voor geven (eerste lid). Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel, dat door het college verder voorbereid is, opnieuw wordt behandeld. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de agendacommissie overlaten. Artikel 40. Interpellatie Artikel 40 stelt nadere regels bij artikel 155, tweede lid, van de Gemeentewet.
Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge of schriftelijk vragenrecht en is een zwaarder instrument. Het gaat om het recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig, omdat de vergaderorde wordt doorbroken. Artikel 41. Schriftelijke vragen Het vragenrecht stelt de leden van de raad in staat informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. Deze dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. Niet de voorzitter, maar het college of de burgemeester geeft daarom het schriftelijke antwoord. In de praktijk zal een schriftelijk antwoord van het college vaak door de desbetreffende portefeuillehouder gegeven worden (artikel 168 van de Gemeentewet). De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld wenselijk is dat de verantwoordelijke portefeuillehouder of de burgemeester in de raadsvergadering e.e.a. komt toelichten en nadere vragen komt beantwoorden. Artikel 42.
Inlichtingen In artikel 42 wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. De passieve inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 169, derde lid, van de Gemeentewet is de klassieke informatieplicht die het college opdraagt de door de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij het openbare belang zich daartegen verzet. Dit recht om inlichtingen te vragen komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee wordt voorkomen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen belemmeringen opwerpt tegen het vragen van inlichtingen door een raadslid of raadsminderheid. Wel kan de raad via het reglement van orde op grond van doelmatigheidsoverwegingen een zekere ordening aanbrengen in
de wijze waarop het inlichtingenrecht wordt uitgeoefend. De raad gaat immers over zijn eigen agenda en de vergaderorde. De weigeringsgrond ‘strijd met het openbaar belang’ is, zo blijkt uit de bewoordingen van artikel 169 van de Gemeentewet, wettelijk objectief en algemeen omschreven. Het moet dan gaan om zwaarwegende belangen. In de praktijk bestaan verschillende wettelijke en politieke figuren om als de raad en het college met elkaar te communiceren buiten de openbaarheid. De openbaarheid van stukken en vergaderingen bijvoorbeeld kan al dan niet tijdelijk worden opgeheven. Vervolgens kent de Gemeentewet een algemene actieve inlichtingenplicht. Artikel 169, tweede lid, van de Gemeentewet verplicht het college uit eigen beweging de raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het college moet permanent nagaan welke informatie de raad behoeft voor een goede taakvervulling. Hier liggen grote politieke risico’s als de raad het college in het ongewisse laat over de aard en omvang van de gewenste informatie. In het geval dat raad en college daarover geen afspraken maken is de kans groot dat het college de raad veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren komt dan weinig terecht. Dezelfde risico’s doen zich voor met betrekking tot een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht.
Artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet verplicht het college de raad vooraf te informeren over de voorgenomen uitoefening van een gemeentewettelijke bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, van de Gemeentewet indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien de raad daarom verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. De term ‘ingrijpend’ is in de wet niet nader omschreven. De raad en het college dienen, op basis van de situatie in de eigen gemeente, tot een afbakening te komen. De wetgever heeft destijds het oog gehad op substantiële financiële gevolgen van privaatrechtelijke overeenkomsten. De raad en het college moeten hier derhalve zelf een modus in vinden.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen In art. 43 het zogenaamde Experimenteerartikel wordt de grondslag gegeven om af te wijken van hetgeen in dit RvO is bepaald. Hiervoor is de raad bevoegd om besluiten te nemen op voorstel van het Presidium. Deze procedure heeft voldoende waarborgen om doordachte en verantwoorde besluiten te nemen hierover. Het geeft de raad de benodigde flexibiliteit in zijn werkwijze die in de afgelopen jaren zo nodig is gebleken.
1 2021-09-02 Wijzigingstabel RvO
Wijzigingstabel RvO Aan het raadsvoorstel is een extra alinea toegevoegd onder Vervolgstappen: De werkwijze van de raad zoals vastgelegd in dit Reglement van Orde wordt na het kerstreces geëvalueerd. De zittende raad kan op basis van die evaluatie besluiten tot aanpassing en/of adviezen formuleren voor de werkwijze van de nieuwe gemeenteraad die op 16 maart 2022 wordt gekozen. In het concept reglement van orde zijn de volgende wijzigingen aangebracht. Art 10
lid 5
13
6
14
3
16
5
18
1
20
3
Concept 12 juli 2021 Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Tijdens de behandeling van een onderwerp wordt per fractie door één woordvoerder het woord gevoerd. Sprekers voeren het woord op aangeven van de voorzitter.
Raadsleden en fractie-assistenten die tijdens het actualiteitenuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk om 18.00 uur op de maandag voorafgaand aan De Actualiteit bij de griffier. [toelichting Hoofdstuk 2, paragraaf 2] De agendacommissie bepaalt op advies van de griffer of en in welke volgorde de vragen en mededelingen worden behandeld.
Inwoners van en organisaties gevestigd in de gemeente Leeuwarden kunnen deelnemen aan een Informatieve bijeenkomst. Het Besluit kent twee verschillende soorten agendapunten: a. Hamerstukken. Over de hamerstukken vindt geen debat plaats en wordt besloten zonder stemming, tenzij de raad anders beslist. b. Bespreekstukken. Over bespreekstukken vindt uitsluitend debat plaats voor zover
Concept 2 september 2021 Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na registratie. Tijdens de behandeling van een onderwerp wordt per fractie in de regel door één woordvoerder het woord gevoerd. Sprekers voeren het woord op aangeven van de voorzitter. De voorzitter bepaalt de sprekersvolgorde in de vergadering. Als daarbij het criterium van fractieomvang wordt gekozen, gaat dit aan de hand van de verkiezingsuitslag. Raadsleden en fractie-assistenten die tijdens het actualiteitenuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en de vragen uiterlijk om 18.00 uur op de maandag voorafgaand aan De Actualiteit bij de griffier. De agendacommissie bepaalt op advies van de griffer of en in welke volgorde de vragen en mededelingen worden behandeld. Daarbij gaat de commissie uit van ongeveer twee minuten voor het stellen van de vraag en een korte toelichting daarop, en van ongeveer vijf minuten voor de beantwoording van de vraag. Inwoners van en organisaties gevestigd in de gemeente Leeuwarden, en andere belanghebbenden kunnen deelnemen aan een Informatieve bijeenkomst. Het Besluit kent twee verschillende soorten agendapunten: a. Hamerstukken.
Over de hamerstukken vindt geen debat plaats en wordt besloten zonder stemming, tenzij de raad anders beslist. b. Bespreekstukken. Over bespreekstukken vindt uitsluitend debat plaats voor zover
4
het standpunten en meningen betreft die niet in Het Debat aan de orde zijn geweest. In Het Debat is besloten agendapunten als hamerstuk of bespreekstuk aan te merken. In Het Besluit worden de in Het Debat aangekondigde en besproken moties en amendementen afgehandeld. [toelichting, onder paragraaf 4] Daarnaast worden in deze vergadering de in Het Debat eerder aangekondigde en besproken moties en amendementen afgehandeld. Het streven daarbij is deze moties en amendementen zoveel als mogelijk voor aanvang van de vergadering openbaar te maken via de vergaderapplicatie.
27
30
42
[toelichting] In de Winsumuitspraak … heeft beïnvloed.
3
De besluitenlijst bevat tenminste: (…) c. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van fracties die voor of tegen stemden [toelichting]
het standpunten en meningen betreft die niet in Het Debat aan de orde zijn geweest. In Het Besluit worden de aangekondigde moties en amendementen afgehandeld; in de regel zijn die reeds besproken in Het Debat. [tekst van besluit van het Presidium:] Moties en amendementen worden zoveel als mogelijk reeds in de debatvergadering aangekondigd en besproken. Streven daarbij is ook vroegtijdige openbare publicatie zodat de inwoners en de pers zo vroeg mogelijk over de moties en amendementen kunnen beschikken. Er zijn situaties denkbaar waarin dit politiek onwenselijk is. We streven ernaar vroegtijdige publicatie tot uitgangspunt te nemen en latere indiening en publicatie tot uitzondering te maken. In geval een raadslid zich wil onthouden van stemming is het raadzaam de relevante jurisprudentie te raadplegen: ABRvS, 7 augustus 2002, uitspraak 200200897/1, ABRvS 30 juni 2010, LJN BM9710, AB 2010/310, ABRvS 22 juni 2011, LJN BQ8863, AB 2011/261, ABRvS 6 februari 2013, LJN BZ0796. De besluitenlijst bevat tenminste: (…) c. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding van de namen van fracties die voor of tegen stemden
Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de Gemeentewet, dat betekent dat bij staking der stemmen het voorstel wordt geacht verworpen te zijn.
[geschrapt; heeft betrekking op art. 24]
Onder de ‘stukken’ als bedoeld in het derde lid worden verstaan: geheime stukken, waaronder de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) en ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Het raadsinformatiesysteem kent de functionaliteit om informatie alleen toegankelijk te maken voor geautoriseerde personen, veelal alleen raadsleden.
[geschrapt; heeft betrekking op art. 9 van de modelverordening van de VNG, dat niet is opgenomen in dit RvO]
4.2 Bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 1 Dossier 1386 voorblad.pdf
Besluitvorming (raad) Dossiernummer
1386
Extern Zaak ID
Z229869-2020
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
13 september 2021
Agendapunt
4.2
Omschrijving
Bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155
Eigenaar
Mollema-Jong de, Selma de
Portefeuillehouder
Hein de Haan
Bijlagen Raadsvoorstel bestemmingsplan Jirnsum -Rijksweg 55 Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Jirnsum- Rijksweg 55 Gewijzigd bestemmingsplan Jirnsum-Rijksweg 55 Welstandscriteria Zienswijzen op ontwerp bestemmingsplan Jirnsum-Rijksweg 55 Geagendeerd
Vergaderdatum
Collegevergadering
22 juni 2021
Besluitvorming (raad)
13 september 2021
Toelichting Het bestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155 biedt een juridisch-planologische regeling voor het perceel Rijksweg 155, gelegen tussen de Rijksweg en de Boarn in het overgangsgebied tussen het dorp en bedrijventerrein It String. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 3 woningen aan De Boarn, achter de percelen Rijksweg 145-151. Hiervoor wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt. Aan de voorzijde blijft het bestaande bedrijfspand met inpandige bedrijfswoning behouden voor bedrijfsdoeleinden (bedrijven milieucategorie 1 en 2 met mogelijkheid voor dienstverlening). De gronden achter het bestaande bedrijfspand houden ook de bedrijfsbestemming met de mogelijkheid om opslagunits te realiseren. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 20 augustus tot en met woensdag 30 september 2020 ter inzage gelegen. Ook het ontwerpbesluit tot het vaststellen van een hogere waarde ten gevolge van industrielawaai, dat ten behoeve van dit bestemmingsplan is opgesteld, heeft gedurende deze periode ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingediend. Er wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijze in de bijgevoegde “Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155”. De zienswijze geeft
aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan en tot aanpassing van het besluit tot het vaststellen van de hogere waarde (dit besluit is gemandateerd en daarom niet bijgevoegd). Er zijn welstandscriteria opgesteld voor de drie nieuwbouw woningen die zullen worden gerealiseerd op grond van het bestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155. Deze welstandscriteria hebben ter inzage gelegen van donderdag 10 december 2020 tot en met woensdag 20 januari 2021. Er zijn geen inspraakreacties ingediend tegen de welstandscriteria. In het ontwerpbestemmingsplan was aangegeven dat nog nader onderzoek moest plaatsvinden naar de grondwaterverontreiniging ter plaatse van de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 155. Daarom kon dit plan nog niet eerder ter vaststelling worden aangeboden. Wij hebben onlangs de rapportages ontvangen betreffende deze verontreiniging. De resultaten van deze onderzoeken vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Het bestemmingsplan en de welstandscriteria worden hierbij ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Voorgesteld besluit 1. Aan de gemeenteraad voor te stellen om: a. de “Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155” vast te stellen; b. het bestemmingsplan “Jirnsum – Rijksweg 155” gewijzigd vast te stellen onder toekenning van het nummer NL.IMRO.0080.13003BP00-VG01; c. geen exploitatieplan vast te stellen; d.
de welstandscriteria voor de drie nieuwbouw woningen Jirnsum - Rijksweg 155 vast te stellen en een dag na bekendmaking in werking te laten treden; Besluit 1. De gemeenteraad besluit: a. de “Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155” vast te stellen; b. het bestemmingsplan “Jirnsum – Rijksweg 155” gewijzigd vast te stellen onder toekenning van het nummer NL.IMRO.0080.13003BP00-VG01; c. geen exploitatieplan vast te stellen; d. de welstandscriteria voor de drie nieuwbouw woningen Jirnsum - Rijksweg 155 vast te stellen en een dag na bekendmaking in werking te laten treden;
1 Raadsvoorstel bestemmingsplan Jirnsum -Rijksweg 55
Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Zaaknummer: Z229869-2020 --------------------------------------------------------------------------------------Aan de gemeenteraad. Inleiding Het bestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155 biedt een juridisch-planologische regeling voor het perceel Rijksweg 155, gelegen tussen de Rijksweg en de Boarn in het overgangsgebied tussen het dorp en bedrijventerrein It String. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 3 woningen aan De Boarn, achter de percelen Rijksweg 145-151. Hiervoor wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt. Aan de voorzijde blijft het bestaande bedrijfspand met inpandige bedrijfswoning behouden voor bedrijfsdoeleinden (bedrijven milieucategorie 1 en 2 met mogelijkheid voor dienstverlening). De gronden achter het bestaande bedrijfspand houden ook de bedrijfsbestemming met de mogelijkheid om opslagunits te realiseren. Overleg Het voorontwerp van het bestemmingsplan is van 20 februari tot en met 1 april 2020 onderwerp geweest van overleg. De gebruikelijke overleginstanties zijn verzocht om een reactie. Van 3 overlegpartners is een reactie ontvangen. Deze overlegreacties en de reactie van ons college hierop zijn opgenomen in bijlage 17 en 18 bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 20 februari 2020 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. In het kader van de inspraak is er op 27 februari een inloopbijeenkomst gehouden in MFC It Kattehûs te Jirnsum. Hier kon het voorontwerpbestemmingsplan worden ingezien en konden vragen worden gesteld. Naar aanleiding van de geboden inspraak zijn 4 inspraakreacties ontvangen waarin opmerkingen over het voorontwerpbestemmingsplan zijn gemaakt. Deze inspraakreacties en de reactie van ons college hierop treft u eveneens aan in bijlage 17 en 18 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 20 augustus tot en met woensdag 30 september 2020 ter inzage gelegen. Ook het ontwerpbesluit tot het vaststellen van een hogere waarde ten gevolge van industrielawaai, dat ten behoeve van dit bestemmingsplan is opgesteld, heeft gedurende deze periode ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is gericht tegen het ontwerpbestemmingsplan en tegen het ontwerpbesluit tot het vaststellen van de hogere waarde. Deze zienswijze is als bijlage 19 opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan. Voor de reactie van ons college verwijzen wij u naar de bijlage “Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155”.
De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de toelichting van het
Blad 2
bestemmingsplan. Er wordt voor de onderbouwing naar de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 157 verwezen en beter gemotiveerd waarom kan worden afgeweken van de richtafstanden. Ambtshalve wijziging In het ontwerpbestemmingsplan was aangegeven dat nog nader onderzoek moest plaatsvinden naar de grondwaterverontreiniging ter plaatse van de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 155. Wij hebben hiervoor een onderzoeksrapport en een rapportage betreffende binnenluchtmetingen ontvangen, waarvan de resultaten zijn verwerkt in de toelichting en welke zijn opgenomen als bijlage 8 en 9 bij de toelichting van het bestemmingsplan. De resultaten van de onderzoeken vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Vaststelling bestemmingsplan Gelet op hetgeen hiervoor is vermeld bij zienswijzen en ambtshalve wijziging, stellen wij u voor het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Exploitatieplan Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden.
Het betreft in dit geval een private ontwikkeling waarbij de enige verhaalbare kosten voor de gemeente bestaan uit ambtelijke kosten en een planschaderisico. Met de initiatiefnemer zijn overeenkomsten gesloten over de afwikkeling van deze kosten. Wij stellen u daarom voor om te besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. Welstandscriteria woningen Deze welstandscriteria zijn opgesteld voor de drie nieuwbouw woningen die zullen worden gerealiseerd op grond van het bestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155. De welstandscriteria hebben als onderdeel van het voorontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan al ter inzage gelegen. In de publicaties hiervoor waren de welstandscriteria echter niet benoemd. Daarom hebben de welstandscriteria nog apart ter inzage gelegen van donderdag 10 december 2020 tot en met woensdag 20 januari 2021. Er zijn geen inspraakreacties ingediend. Voorgesteld wordt de welstandscriteria voor de drie nieuwbouw woningen Jirnsum - Rijksweg 155 vast te stellen. Vervolgacties op hoofdlijnen Het bestemmingsplan ligt na vaststelling door de gemeenteraad voor een periode van zes weken ter visie voor beroep. Na deze periode treedt het bestemmingsplan in werking.
Blad 3
Leeuwarden, 22 juni 2021 Burgemeester en wethouders van Leeuwarden, burgemeester, secretaris.
*Dit document is rechtsgeldig digitaal ondertekend.
1 Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Jirnsum- Rijksweg 55
Reactie- en antwoordnota zienswijze ontwerpbestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155
Het ontwerpbestemmingsplan Jirnsum – Rijksweg 155 heeft van donderdag 20 augustus tot en met woensdag 30 september 2020 ter inzage gelegen. Ook het ontwerpbesluit tot het vaststellen van een hogere waarde ten gevolge van industrielawaai, dat ten behoeve van dit bestemmingsplan is opgesteld, heeft gedurende deze periode ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is gericht tegen het ontwerpbestemmingsplan en tegen het ontwerpbesluit tot het vaststellen van de hogere waarde. Hieronder wordt de inhoud van de zienswijze samengevat en daarna volgt per punt het gemeentelijke commentaar. Zienswijze – Concorp In een brief van 28 september 2020 heeft Concorp een zienswijze ingediend. Het plangebied ligt naast de vestiging van Concorp. Gevreesd wordt dat de nieuwe ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt de bedrijfsvoering van Concorp belemmeren. Daarom is de zienswijze ingediend met het verzoek het bestemmingsplan en het besluit hogere waarde aan te passen.
1. Vastgesteld wordt dat het ontwerpbesluit tot het vaststellen van de hogere waarde niet overeenkomt met datgene wat is gesteld in de reactie op de inspraakreactie van Concorp. Daarin is aangegeven dat een maximale hogere waarde wordt verleend van 55 dB(A) op alle nieuwe woningen (bijlage 15 toelichting bestemmingsplan, Resultaten overleg en inspraak, inspraakreactie 3 – reactie punt 11). Zo is het niet opgenomen in het ontwerpbesluit. De in het ontwerpbesluit opgenomen waarden zijn bepaald op basis van het akoestisch onderzoek waarbij is uitgegaan van een maximaal opgevulde zone. Twee van de vier woningen hebben een geluidbelasting groter dan 50 dB(A) in een maximaal opgevulde zone. Het weghalen van bebouwing kan leiden tot een andere akoestische situatie, waardoor de opgenomen hogere waarden niet meer zouden volstaan. Het vaststellen van een hogere waarde van 55 dB(A) op alle woningen is niet belemmerend voor de geprojecteerde woningbouw, aangezien de conform het Bouwbesluit gestelde minimale geluidwerking eis van 20 dB(A) ertoe leidt dat het maximale binnenniveau van 35 dB(A) wordt gewaarborgd. Daarom wordt verzocht om voor alle woningen een hogere waarde van 55 dB(A) te verlenen, ter bescherming van de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein, waaronder Concorp. 2.
Opgemerkt wordt dat het bestemmingsplan niet aantoont of er gevolgen zijn voor de maatwerkvoorschriften geluid, zoals die zijn opgesteld voor Concorp. In de ruimtelijke onderbouwing bij het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen nabij één of meerdere bedrijven, moeten de “akoestische milieubelangen” van het bestaande bedrijf in de milieuvergunning of op basis van het Activiteitenbesluit een belangrijke rol spelen. 3. De inpandige bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 155 wordt op grond van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt en daarom is hier geen sprake van bestaand recht. Aangezien dit een nieuwe ontwikkeling is, moet ook deze bedrijfswoning voor alle aspecten beoordeeld worden op basis van een maximale invulling van het bestemmingsplan. Er wordt voor deze bedrijfswoning niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Er is gemeten tot de dichtstbijzijnde gevel van een bestaand gebouw van Concorp, maar de afstand moet worden gemeten tot de bestemmingsgrens waar categorie 3.2 bedrijven zijn toegestaan. De afstand tussen de perceelsgrens van Concorp en de bedrijfswoning bedraagt ca. 42 meter. Bovendien bedraagt de afstand tussen de bedrijfswoning en het perceel Rijksweg 157 maar ca. 25 meter, ook voor dat perceel moet een richtafstand van 50 meter worden aangehouden.
1
4. Bij de richtafstanden op grond van de VNG uitgave Bedrijven en milieuzonering is uitgegaan van een normale bedrijfsvoering. Concorp werk echter niet uitsluitend in de dagperiode, maar ook in de avondperiode. Daar is bij de toets aan de richtafstanden geen rekening mee gehouden, zodat ook daarom niet is aangetoond dat Concorp niet in de bedrijfsvoering (met name t.a.v. geur) wordt belemmerd. Ook is voor de drie reguliere woningen niet aangetoond dat er in de avondperiode sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Reactie gemeente:
1. Helaas constateren we dat de tekst zoals opgenomen in de nota Resultaten overleg en inspraak niet overeenkomt met het ontwerpbesluit tot het vaststellen van de hogere waarde. Op basis van de tekst van het ontwerpbesluit, waarin staat dat voor de woningen een maximale hogere waarde van 55 dB(A) wordt vastgesteld, werd er vanuit gegaan dat voor alle woningen een maximale hogere waarde wordt verleend van 55 dB(A). Dit blijkt niet zo te zijn. De tekst in het besluit geeft niet een volledig beeld, deze verwijst naar de tabel die ook is opgenomen in het ontwerpbesluit. Daarin is maar voor een aantal woningen een hogere waarde van 55 dB(A) opgenomen. Het ontwerpbesluit zoals dat is gepubliceerd is op zich wel goed. We hielden de waarden aan uit het akoestisch onderzoek, omdat dit gebruikelijk is en voor het mogelijk maken van deze ontwikkeling op dit moment die waarden volstaan. Op het moment dat gebouwen, die er nu staan en een afschermende werking hebben, worden gesloopt dan zullen de hogere waarden eventueel niet meer voldoen. Stel dat dit zich voordoet, dan is er op dat moment een nieuw besluit hogere waarde nodig op basis van nieuw akoestisch onderzoek.
Het vaststellen van een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) zou dan zonder problemen kunnen plaatsvinden, doordat het binnenniveau van de nieuwe woningen is gewaarborgd door het Bouwbesluit, zoals u terecht stelt in uw zienswijze. Op grond van uw zienswijze hebben we uitgezocht wat mogelijk is om u tegemoet te komen in uw zienswijze. Het gemeentelijk beleid voor het vaststellen van de hogere waarde verwijst naar artikel 5.4 Besluit Geluidhinder. Op grond van jurisprudentie bij dit artikel moeten we een zo laag mogelijke waarde vergunnen, in de regel is dat de waarde zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek. In deze concrete situatie kan echter geredeneerd worden dat een zo laag mogelijke waarde, een waarde is waarbij rekening wordt gehouden met de sloop van de tussenliggende bebouwing. Veiligheidshalve en ter voorkoming van toekomstige procedures en administratieve lasten gaan we daarom toch uit van een hogere waarde van 55 dB(A) voor alle gevels van de woningen. Het besluit tot het vastellen van de hogere waarde zal daarom gewijzigd worden vastgesteld ten opzichte van het ontwerpbesluit. 2. In de ruimtelijke onderbouwing wordt duidelijk aangegeven dat de huidige woningen bepalend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Concorp. Er is dan ook geen aanleiding om de maatwerkvoorschriften aan te passen. Dit is daarom ook niet benoemd. 3.
De inpandige bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 155 is inderdaad niet toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Wel is sprake van een bestaande bedrijfswoning. Er is eerder ook een bouwvergunning verleend voor het realiseren van een woning op deze locatie. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is benoemd dat de woning op grond van het geldende bestemmingsplan niet is toegestaan en dat sprake is van legalisatie van de bedrijfswoning. Wel wordt in de toelichting, 4.10 tweede alinea onder het kopje Concorp, onterecht verwezen naar deze woning. Er staat het volgende opgenomen: “In dit geval bevindt de woning van de Rijksweg 155 zich op een kortere afstand dan de beoogde woningen in het plangebied”. Hier had moeten staan dat de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 157 zich op een kortere afstand dan de beoogde woningen in het plangebied bevindt. Deze bedrijfswoning is bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Concorp. 2
De tekst in de toelichting, 4.10 tweede alinea wordt hierop aangepast en ook ten aanzien van de richtafstanden, waar niet aan wordt voldaan (zie ook onze beantwoording bij punt 4). De afstand tussen de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 155 en het perceel Rijksweg 157 volstaat gelet op de huidige bedrijfsactiviteiten op het perceel Rijksweg 157. De toegestane activiteiten op het perceel Rijksweg 157 zijn overigens wel opgenomen in het zonemodel. De berekeningen voor het akoestisch onderzoek hebben dus plaatsgevonden inclusief die activiteiten. 4. Dat Concorp ook werkt in de avondperiode is wel meegenomen in de beoordeling op grond van de Wet geluidhinder (de berekening voor het bepalen van de hogere waarden, waarbij het nog steeds gaat om een acceptabel geluidniveau). Ten aanzien van geur zijn ook de bestaande woningen en bestaande bedrijfswoning bepalend. Doordat er sprake is van bestaande woningen dichterbij, waarbij geen klachten komen over het woon- en leefklimaat (de geur van de bedrijfsvoering van Concorp wordt waarschijnlijk niet als hinderlijk ervaren), kan er vanuit worden gegaan dat ook voor de nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de avondperiode is ook sprake van aan- en afvoer van goederen.
Ook daarvoor geldt dat de bestaande woningen hier meer hinder van zullen hebben dan de nieuwe woningen, omdat zij dichterbij en aan de Rijksweg zijn gesitueerd. De bestaande woningen en de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 157 zijn bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Concorp. Doordat de nieuwe woningen op een grotere afstand van het bedrijf worden gerealiseerd, is al aangetoond dat Concorp niet in de bedrijfsvoering wordt belemmerd door de nieuwe woningen. Daarbij kan worden gesteld dat de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 155 mogelijk is, omdat de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 157 dichterbij is. Voor de nieuwe woningen geldt dat deze bovendien verder van het bedrijf Concorp komen dan de bestaande woningen aan de Rijksweg. Conclusie zienswijze De zienswijze, punt 1, leidt tot aanpassing van het besluit tot het vastellen van de hogere waarde. Er zal een hogere waarde van 55 dB(A) voor alle gevels van de woningen mogelijk worden gemaakt. De zienswijze, punt 3, leidt tot aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan. In de tweede alinea van paragraaf 4.10 zal worden verwezen naar de bedrijfswoning op het perceel Rijksweg 157. Daarnaast wordt gemotiveerd waarom kan worden afgeweken van de richtafstanden.
3
1 Gewijzigd bestemmingsplan Jirnsum-Rijksweg 55
Jirnsum - Rijksweg 155
Leeuwarden
bestemmingsplan
blz 2
20190232
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Stedenbouwkundige inpassing 2.4 Verkeer en parkeren Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Geluid 4.3 Ecologie 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bodem 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water 4.8 Archeologie 4.9 Cultuurhistorie 4.10 Bedrijven- en milieuzonering 4.11 Kabels en leidingen 4.12 MER (Milieu effect rapportage) verantwoording Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels 5.1 Algemeen 5.2 Beschrijving juridische regeling Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Algemeen 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3 Grondexploitatie
5 5 5 6 8 9 9 11 12 13 14 14 14 16 18 18 18 20 21 22 25 27 29 30 30 33 34 35 35 35 37 37 37 37
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING
39
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
40 46 51
Welstand- en stedenbouwkundige uitgangspunten Ontheffing vaarwegenverordening Onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.
Status: vastgesteld / 17-05-2021
20190232
Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19
blz 3
Akoestisch onderzoek industrielawaai Uitdraai zonemodel Verkennend bodemonderzoek Aanvullend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek Eindsituatie bodemonderzoek restverontreiniging Rapport betreffende binnenluchtmetingen Advies brandweer Archeologisch bureauonderzoek Watertoets Stikstofberekening Ecologisch onderzoek Nader onderzoek huismus Ontheffing Wet natuurbescherming Resultaten van overleg en inspraak Overleg- en inspraakreacties Zienswijze
REGELS Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
85 203 205 497 635 729 756 759 783 787 797 822 827 837 847 867 871
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Bedrijventerrein Groen Tuin Verkeer Water Wonen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
872 872 885 886 886 889 890 891 892 893 897 897 898 899 900 902 904 905 905 906
BIJLAGEN BIJ REGELS
907
Bijlage 1
908
Staat van bedrijfsactiviteiten
VERBEELDING
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021
923
Rho Adviseurs B.V.
blz 4
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.
20190232
Status: vastgesteld / 17-05-2021
20190232
blz 5
TOELICHTING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In het zuiden van de gemeente Leeuwarden ligt het dorp Jirnsum. Het dorp is opgedeeld in twee verschillende soorten gebieden. Te weten het dorp zelf met de daarbij behorende woonfuncties en dorpsvoorzieningen én het bedrijventerrein It String ten zuiden hiervan. Op een gedeelte van de gronden van het bedrijventerrein, aan de Rijksweg 155 én langs watergang de De Boarn, zijn plannen om de gronden te herontwikkelen ten behoeve van een drietal vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande woning in het pand aan de Rijksweg bestemd als bedrijfswoning. Er is hierbij sprake van legalisering. Tot slot worden op het perceel achter de Rijksweg 155, ten oosten van de beoogde woningen, op termijn opslagunits gebouwd. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel waar Verhoeve Groen is gevestigd. Verhoeve Groen gaat na verkoop van het volledige perceel aan de ontwikkelaar naar een andere locatie verhuizen. Op dit moment zijn nog enkele bedrijven op het terrein gevestigd. Het plangebied ligt op de scheiding tussen het woongebied en het bedrijventerrein It String. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Jirnsum'. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk. 1.2
Begrenzing
Het herontwikkelingsgebied wordt begrensd door de kadastrale percelen bekend als (kadastrale) gemeente Grouw, sectie L, nummers 1422, 1423 en 316. De ligging van het plangebied is opgenomen in figuur 1.1.
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 6
20190232
Figuur 1.1 Ligging plangebied 1.3
Geldende bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Jirnsum', dat is vastgesteld op 3 oktober 2010 door de voormalige gemeente Boarnsterhim (huidige gemeente Leeuwarden). In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven.
Figuur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan In dit bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemmingen 'Bedrijventerrein' en 'Waarde - archeologische verwachtingswaarde 1'. bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.
Status: vastgesteld / 17-05-2021
20190232
blz 7
Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn bedrijven tot milieucategorie 3.1 toegestaan. Dit met uitzondering van de gronden die zijn aangeduid met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' én 'bedrijf'. Hier zijn respectievelijk bedrijven toegestaan tot en met categorie 2 en een 'groothandel en minerale olieprodukten (excl. brandstof) (milieucategorie 3.2). In onderhavig plangebied liggen deze aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 2' op het westelijk deel van het plangebied. Tot slot is de aanduiding 'industrieterrein wgh' van toepassing. Ter plaatse van de aanduiding 'industrieterrein wgh' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens bestemd zijn voor een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Voor de aanduiding geldt dat geen toename mag plaatsvinden van het aantal geluidsgevoelige functies. Deze aanduiding ligt over het gehele plangebied. Strijdigheid bouw woningen Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn alleen bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' toegestaan. De aanduiding 'bedrijfswoning' is op basis van het geldende bestemmingsplan niet in plangebied opgenomen. Het bouwen van drie woningen en het bestemmen van de bedrijfswoning is binnen de bestemming niet toegestaan. Het initiatief is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan.
'Waarde - archeologische verwachtingswaarde 1' Verder geldt in het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - archeologische verwachtingswaarde 1'. Binnen deze dubbelbestemming geldt dat bij ingrepen met een oppervlakte van 500 m2 archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Partiële herziening Archeologie ontwerp 13-11-2017 De gemeente is bezig met de voorbereiding van een bestemmingsplan ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in de gemeente. Dit parapluplan is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden, exclusief de gronden van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en Littenseradiel, voor zover er sprake is van archeologische (verwachtings-)waarden. Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Dit plangebied is niet opgenomen in dit bestemmingsplan en maakt derhalve geen deel uit van de partiële herziening Archeologie. Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Parkeren Tot juli 2018 was het op grond van de gemeentelijke bouwverordening mogelijk om regels te stellen ten aanzien van parkeernormen. Vanaf die datum zijn alle stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening vervallen en is het bestemmingsplan het enige instrument waarmee parkeernormen kunnen worden afgedwongen.
Derhalve heeft de gemeente een partiële herziening vastgesteld.
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 8
20190232
Deze partiële herziening stelt normen voor het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar moet zijn bij verschillende functies. De regeling geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Leeuwarden, inclusief het grondgebied van de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en het deel van Littenseradeel dat nu bij Leeuwarden hoort. Dit bestemmingsplan is primair gericht op het borgen van de bestaande parkeernormen zoals ze zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Leeuwarden 2014. De regeling hiervoor is in het bestemmingsplan verwerkt. De regels van dit bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. Zie hiervoor artikel 14.1 Voldoende parkeergelegenheid. Bestemmingsplan Leeuwarden - Kamerverhuur Tot slot is het bestemmingsplan Bestemmingsplan Leeuwarden - Kamerverhuur van toepassing. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om de verhuur en verkoop van kamers in de gemeente Leeuwarden te reguleren. De regels van dit bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. 1.4
Leeswijzer
De juridisch-planologische regeling van dit bestemmingsplan wordt in de volgende hoofdstukken nader toegelicht en gemotiveerd. Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op het plangebied en komt het plan aan de orde. Daarna volgt in hoofdstuk 3 een uiteenzetting van het relevante beleid. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de voor het plangebied relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld en onderbouwd. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 wordt tot slot de uitvoerbaarheid beschreven.
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.
Status: vastgesteld / 17-05-2021
20190232
Hoofdstuk 2 2.1
blz 9
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied is centraal gelegen in de kern Jirnsum en bevindt zich in het overgangsgebied tussen het dorp en bedrijventerrein It String. Het plangebied maakt deel uit van de gronden van het bedrijventerrein It String. Het water ten noorden van het plangebied maakt deel uit van watergang De Boarn. Functioneel Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een gemengd gebied waar woonen dorpsvoorzieningen naast elkaar voorkomen. De bebouwing is gelegen aan het lint van de Rijksweg. Ten zuidoosten bevindt zich het bedrijventerrein 'It String'. Hier zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3.1. Op de percelen Industriewei 15, Rijksweg 157 én Rijksweg 163 zijn tevens zwaardere bedrijven tot milieucategorie 3.2 toegestaan. Bebouwingsbeeld In de omgeving aan de Rijksweg is het bebouwingsbeeld zeer gevarieerd. In het centrum van het dorp staat de bebouwing zeer dicht op elkaar en op zeer korte afstand tot de weg. In figuur 2.1 is dit weergegeven. In zuidelijke richting verandert dit beeld. Hier staan de woningen, met een verspringende rooilijn, op ruimere, groene woonkavels. De woningen zijn voornamelijk uitgevoerd uit één woonlaag met kap. De kap staat zowel haaks als dwars op de weg. Voor aanzicht hiervan wordt verwezen naar figuur 2.2. Verder ten zuiden van het plangebied bevindt zich de bebouwing van het bedrijventerrein.
Hier is dan ook sprake van grootschalige bebouwing tot een hoogte van maximaal 12,5 meter.
Figuur 2.1 Streetview)
Aanzicht op de bebouwing aan de Rijksweg (centrum) (bron: Google
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 10
20190232
Figuur 2.2 Aanzicht op de bebouwing aan de Rijksweg (even zuidelijker) (bron: Google Streetview) Het plangebied Op het perceel is het bedrijf Verhoeve Groen gevestigd. Verhoeve Groen gaat na verkoop van het volledige perceel aan de ontwikkelaar naar een andere locatie verhuizen. Het betreft het perceel van de Rijksweg 155. De bedrijfsvoering hiervan is inmiddels beëindigd. Het perceel, gelegen in een bocht van de rivier De Boarn, is vrijwel geheel verhard met erfverharding en een drietal bedrijfsgebouwen. De twee noordelijk gelegen gebouwen volgen de richting van de De Boarn. Het zuidelijk gelegen gebouw is meer op de Rijksweg georiënteerd en maakt deel uit van het bebouwingsbeeld van het bedrijventerrein. Een gedeelte van het pand langs de Rijksweg is ingericht als bedrijfswoning. Voor een aanzicht van het gebouw wordt verwezen naar figuur 2.3.
Figuur 2.3 streetview)
Aanzicht op huidige bedrijfspand van de Rijksweg 155 (bron: Google
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.
Status: vastgesteld / 17-05-2021
20190232
2.2
blz 11
Toekomstige situatie
Het doel van het plan is om een herstructurering mogelijk te maken. De herstructurering draagt bij aan een zorgvuldig ruimtegebruik doordat er geen sprake is van onnodige uitgifte van nieuwe uitbreidingslocaties. Een overzicht van de beoogde situatie is weergeven in figuur 2.4.
Figuur 2.4
Mogelijk invulling toekomstige situatie
Het initiatief bestaat uit drie ontwikkelingen, te weten: 1. De bouw van drie woningen aan watergang De Boarn. Hiervoor wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt; De woningen hebben nog geen definitieve vormgeving. De woningen worden vrijstaand gebouwd op ruime, groene woonkavels. Op de kavels komen woningen met een oppervlakte van maximaal 150 m2 en een maximale inhoud van 750 m3. De woningen worden ontsloten op de Rijksweg. 2. Het bestaande bedrijfspand aan de Rijksweg 155 en de gronden daarachter een nieuwe bedrijfsmatige invulling geven. Het perceel aan de Rijksweg 155 blijft zijn bedrijfsbestemming behouden. Het pand wordt planologisch mogelijk gemaakt voor bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 en bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 12
20190232
tevens dienstverlening mogelijk te maken. Dienstverlening wordt alleen mogelijk gemaakt in het bestaande gebouw. Achter op het terrein is dienstverlening niet toegestaan. Daarnaast wordt de bedrijfswoning te gelegaliseerd. Hiermee wordt leegstand en verpaupering van het gebouw voorkomen en wordt tevens de levendigheid en bedrijvigheid in dit deel van Jirnsum te behouden. Tot slot blijven de gronden ten noordoosten van het bedrijfspand zijn bestaande bouwmogelijkheden conform het geldende bestemmingsplan behouden. In de toekomst worden de gronden mogelijk ingericht ten behoeve van bedrijven uit milieucategorie 1 en 2. Met dit bestemmingsplan wordt het niet meer mogelijk om op het perceel een bedrijf uit de categorie 'groothandel minerale olieproducten (exclusief brandstof), milieucategorie 3.2' te beginnen. Met dit bestemmingsplan vindt daarmee een afwaardering van dit gedeelte van het bedrijventerrein plaats van de maximaal toegelaten milieucategorie. Tevens vindt een afwaarding plaats van de toegestane bouwhoogte. Waar er eerst bebouwing met een maximale hoogte van 12,5 meter was toegestaan, bedraagt deze ter plaatse van de beoogde units met dit bestemmingsplan maximaal 8 meter. Deze gebouwen worden toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'opslag'. 3.
Afwaardering bedrijventerrein In het geldende bestemmingsplan is het gehele plangebied aangeduid als 'industrieterrein wgh' met mogelijkheden voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen. Door de transformatie van het plangebied wordt, ten behoeve van een verbetering van het woon- en leefklimaat, deze mogelijkheid niet meer in het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied wordt dus uit het zoneringsplichtige deel van het bedrijventerrein gehaald en komt hiermee in de geluidzone voor industrielawaai te liggen. Hier is in dit bestemmingsplan een regeling voor getroffen. 2.3
Stedenbouwkundige inpassing
Er zijn voor de woningen welstand- en stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld. Dit document is als bijlage 1 toegevoegd. De nieuwe woningen dienen aan deze uitgangspunten te voldoen. Dit betekent dat de nieuw toe te voegen woningen in de tweede lijn komen te staan vanaf de Rijksweg met een oriëntatie op het water van De Boarn. Een uitzondering hierop is de noordwestelijke kavel. Deze is primair georiënteerd op de Rijksweg en in tweede instantie gericht op De Boarn. De woning op deze kavel vult optisch het lint langs de Rijksweg. De toekomstige woningen zullen qua maatvoering en ritmiek aansluiten bij de al aanwezige bebouwing en structuur van de directe omgeving. De typologie die in Jirnsum voorkomt, is een bouwvolume van één laag met een kap. De kappen komen voor in de vorm van zadel, schild en ring kappen. Deze typologie is ook wenselijk bij de nieuw te realiseren woningen. Zo wordt er aangesloten bij de structuur van het dorp. Het bouwplan is dan ook stedenbouwkundig inpasbaar.
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.
Status: vastgesteld / 17-05-2021
20190232
blz 13
Voor eventuele nieuwbouwplannen op de gronden ten noordoosten van het bestaande bedrijfspand gelden de welstandscriteria uit de 'Welstandsnota Leeuwarden 2016'. Het plangebied maakt in de welstandsnota deel uit van het welstandsgebied 'bedrijventerreinen'. Voor een toekomstig bouwplan kan met betrekking tot de welstandbeoordeling voor dit gebied volstaan worden. 2.4
Verkeer en parkeren
De locatie is goed ontsloten via de bestaande inrit. Deze mondt uit op de Rijksweg. Voor het parkeren geldt conform het gemeentelijke parkeerbeleid als uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein opgelost wordt. Voor de grondgebonden woningen met een oppervlakte van groter dan 120 m2 geldt een parkeernorm van 2,0 plekken per woning. Dit betekent dat er 6 parkeerplaatsen nodig zijn. Bij de woningen is hier gezien de kavelgrootte voldoende ruimte beschikbaar. Voor nieuw te vestigen bedrijven op het bestaande bedrijfsperceel gelden de parkeernormen uit het gemeentelijke parkeerbeleid. In dit bestemmingsplan wordt een regeling opgenomen waarmee gewaarborgd wordt dat nieuwe ontwikkelingen moeten voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 14
20190232
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het beleid van het rijk, de provincie én de gemeente geeft uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In dit hoofdstuk zijn deze uitgangspunten weergegeven. 3.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels over de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking.
Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro en waarbij een voormalige bedrijfsfunctie gedeeltelijk wordt vervangen door een woonfunctie. De resterende gronden blijven in gebruik als bedrijfsfunctie. Daarom hoeft alleen een beschrijving van de behoefte te worden gegeven. Uit het beleid van de gemeente dat is beschreven in paragraaf 3.3, blijkt dat er een behoefte is aan woningen. 3.2
Provinciaal beleid
Streekplan Fryslân 2007 “Om de kwaliteit fan de romte” In het Streekplan (vastgesteld door Provinciale Staten op 13 december 2006) wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de provincie aangegeven. Het streekplan is de schakel tussen het abstracte rijksbeleid en het concrete gemeentelijke beleid. Het bovenlokaal belang wordt benadrukt bij het in stand houden en verder ontwikkelen van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte. Stad en platteland hebben elkaar nodig en ondersteunen elkaar. Het doel is een economisch sterk en tegelijkertijd mooi Fryslân. De provincie Fryslân zet meer dan voorheen in op de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit bij veranderingen in bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Rho Adviseurs B.V.
Status: vastgesteld / 17-05-2021
20190232
blz 15
het gebruik en de inrichting van de ruimte. Ruimtelijke kwaliteit dient zowel voor economische, sociale als culturele belangen en is daarmee voor alle functies in Fryslân essentieel. Verordening Romte Fryslân De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening voorziet niet in nieuw beleid. Uitsluitend geldend provinciaal ruimtelijk beleid is omgezet in algemeen geldende regels. Het gaat met name om beleid in het Streekplan Fryslân 2007, het Derde provinciale Waterhuishoudingsplan 2010-2015 en het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan. Het uitgangspunt is dat de verordening niet meer regelt dan noodzakelijk is. Wat elders al goed geregeld is (in het Barro of in andere wet- en regelgeving) hoeft niet over te worden gedaan. Verder is rekening gehouden met de verantwoordelijkheid van gemeenten. Binnen randvoorwaarden is ruimte voor lokaal maatwerk. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 1) Binnen bestaand stedelijk gebied wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies, voor zover deze naar aard en omvang passen bij de kern. De provincie is terughoudend met het toestaan van stedelijke functies in het landelijk gebied. Uitbreidingen aansluitend op bestaand bebouwd gebied zijn wel (onder voorwaarden) toegestaan.
Het plangebied van dit bestemmingsplan is gelegen in bestaand stedelijk gebied. Wonen (artikel 3) Artikel 3.1.1. van de provinciale verordening stelt dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Regionale woningbouwafspraken Zowel de provincie als het Rijk gaan uit van een regionale afstemming van de woningbouw- programmering. De provincie bepaalt op basis van bevolkingsprognoses en in overleg met gemeenten en regio's hoeveel woningbouwruimte er is in een bepaalde periode. Afspraken hierover in de stadsregio Leeuwarden lopen tot 2020. In de Verordening Romte gaat de provincie in op regionale afstemming en heeft de provincie tevens aangegeven dat gemeenten een actueel woonplan moeten hebben. De gemeente Leeuwarden heeft met de partners van de stadsregio Leeuwarden woningbouwafspraken gemaakt. Deze zijn vastgelegd in de regionale woonstrategie, met behulp van een zogenoemd beleidskader. De provincie acht het aanvaardbaar dat de gemeente Leeuwarden in de periode 2016 tot 2025 een woningbouwprogramma van 3.500 tot 4.500 woningen mag realiseren. Dit in verband met de verwachte huishoudensgroei van de gemeente Leeuwarden. Dit blijkt uit een brief van 19 december 2018 van de provincie Fryslân.
In paragraaf 3.3 onder het kopje bestemmingsplan Jirnsum - Rijksweg 155 Status: vastgesteld / 17-05-2021