CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvullende zienswijze van de VvE Súderburd

Debat 13 september 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Aanvullende zienswijze van de VvE Súderburd17.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PlasBossinade Advocaten N.V. Postadres Postbus 1100 9701 BC Groningen

PlasBossinade

Bezoek- en factuuradres Leonard Springerlaan 9-E 9727 KB Groningen

advocater nota rissen

www.plasbossinade.nl + 31 (0)50 52143 33 Tel. KvK : 01144514

Aantekenen De gemeenteraad en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden Postbus 21000 8900 JA LEEUWARDEN

Groningen, 22 juli 2021

AANVULLENDE ZIENSWIJZE

Inzake : Suder Burd/advies Onze ref. :20180375 -14/wrv/ah/21-01448340 Uw ref. : nadere zienswijze bestemmingsplan "Leeuwarden-Arken en woonschepen" Zaaknummer 2226422-2020

mr. W.R. van der Velde Advocaat Tel. direct : (050) 521 43 65 Fax direct : (050) 525 54 35 E-mail : vandervelde@plasbossinade.nl

Geachte gemeenteraad, geacht college In bovengenoemde zaak treed ik op als advocaat-gemachtigde van de Vereniging van eigenaren Suder Burd te Grou en de volgende personen: •

Gerrit Lubbartus Mulder (eigenaar Djerreblom 1) Staalmeesterslaan 204 1057 NT Amsterdam

•

Jan Schelte Bernhard Schram (vruchtgebruiker Djerreblom 11) Boulevard 32 3707 BN Zeist

•

Dirk Sluijmer (eigenaar Snoekebled 6) C. Schellingerlaan 5 3703 SB Zeist

•

Sijtze Marten de Vries (eigenaar) Djerreblom 12 9001Grou

•

Everardus Petrus van der List (eigenaar Djerrebom 6) Prins van Wiedlaan 34

PlasBossinade advocaternotarissen

2242CE Wassenaar

Zienswijze d.d. 26 mei 2020 1.

Op 26 mei 2020 diende ik bij uw gemeenteraad een zienswijze in op het ontwerpbestemmingsplan Leeuwarden-arken-woonschepen. Aanleiding voor die zienswijze was het voornemen van B&W om in het bestemmingsplan Leeuwarden Arken en Woonschepen op de Suder Burd binnen de Ecologische Hoofdstructuur (thans Natuurnetwerk Nederland) de bouw van drie recreatie arken met bergingen, steigers, boothellingen en private tuinen mogelijk te maken. Wat stellen B&W aanvullend voor?

2.

B&W hebben uw gemeenteraad voorgesteld het bestemmingsplan voor wat betreft de drie recreatiearken aan de Suder Burd gewijzigd vast te stellen. Die wijziging is zowel ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan als ten opzichte van de bestaande situatie (gaaf en open natuurgebied, ecologische hoofdstructuur) ingrijpend en komt neer op het volgende: Drie forse arken -

de bouw van drie permanente recreatiearken met bakoppervlakten van 205 m2 (2 verdiepingen hoog), 85 m2 en 65 m2. Het ontwerp-bestemmingsplan kent voor álle andere recreatiearken een maximale oppervlakte van 65 m2 (artikel 3.2 sub b onder 5). Onder het huidige bestemmingsplan zijn ter plaatse helemaal geen bouwwerken toegestaan. Recreatiearken zijn krachtens het bestemmingsplan maximaal 3 meter hoog. De recreatiearken aan de Suder Burd zouden 3,5 en 6 meter hoog gebouwd mogen worden. De forse ark van de familie Kuperus ziet er als volgt uit:

ON

PlasBossinade advocater nota rissen

Dit zijn de drie arken aan de Minne Finne. Alleen de middelste ark (61 m2, 1 bouwlaag) voldoet aan de afmetingen die gelden voor recreatie-arken in het bestemmingsplan Leeuwarden Arken Woonschepen)

-

In het bestemmingsplan is niet geregeld dat de plekken aan de Suder Burd alléén bestemd zijn voor de drie arken die nu aan de Minne Finne liggen. Het staat de water en landeigenaren vrij om aan de Suder Burd drie heel andere arken neer te leggen.

Veel qroter dan de drie arken die aan de Minne Finne liggen -

Het is opvallend - en onnodig - dat de recreatiearken die B&W mogelijk willen maken aan de Suder Burd qua afmetingen fors afwijken van de drie bestaande recreatiearken aan de Minne Finne. In de tabel hieronder worden de in het ontwerp-bestemmingsplan opgenomen afmetingen vergeleken

met de werkelijke

recreatiearken aan de Minne Finne:

3

afmetingen van de

drie

PlasBossinade advocaternotarissen

Ark

Lengte (m)

Breedte (m)

Hoogte (m)

Oppervlakte (m2)

1 Aanduiding Vergund Werkelijk Vergund Werkelijk Vergund Werkelijk Vergund 1 Werkelijk

Aantal verdiepingen Vergund

Werkelijk

Van Slooten

EHS-8027

18

14,4

6

4,2

3

2,7

85

61

1

1

Kuperus

EHS-8026

29

26,2

7

6,3

6

5,5

205

165

2

2

Ket

EHS-8025

17

14,0

6

3,6

3,5

3,0

65

51

1

1

Familie

Bestemmingsplan Arken

-

17 (max)

6 (max)

3 (max)

65 (max)

1(max)

Als het 'alleen maar' zou gaan om verplaatsing, dan zou de maximale maatvoering in het bestemmingsplan overeenkomen met de afmetingen van de bestaande arken aan de Minne Finne. Dat is niet zo: aan de Suder Burd worden (veel) grotere recreatiearken mogelijk gemaakt. Dat voedt de gedachte dat B&W het mogelijk willen maken om aan de Suder Burd andere en grotere recreatiearken te bouwen, dan de bestaande arken aan de Minne Finne. Waarom anders nieuwbouwruimte toekennen?

Met bijgebouwen die nergens anders zijn toegestaan en aan de Minne Finne niet aanwezig zijn -

Bij de drie recreatiearken aan de Suder Burd mogen bijgebouwen tot maximaal 20 m2 en 4 meter hoog worden gebouwd. Bij alle andere recreatiearken in de gemeente Leeuwarden mogen geen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd (tenzij reeds aanwezig). Voor de goede: op de huidige ligplaatsen van deze recreatiearken aan de Minne Finne zijn geen bouwwerken toegestaan en dus ook niet aanwezig. De eigenaren van deze drie arken krijgen dus gratis en voor niets - en anders dan alle andere recreatiearken in Leeuwarden - bouwmogelijkheden voor bijgebouwen van 20 m2.

En grote _

tuinen

Bij de recreatiearken op de Suder Burd worden vier private tuinen aangelegd van 700 tot 1.350 m2. Dat gebeurt in een gebied dat thans de bestemming 'Natuurgebied' heeft met daarbij de aanduiding "gaaf gebied" (artikel 6 van het bestemmingsplan Buitengebied Boarnsterhim). En in afwijking van de door uw Raad vast te stellen welstandscriteria Zowel de oude als de nieuwe welstandscriteria voor arken verbieden terrassen en balkons. Zie bijvoorbeeld art. 3.2.6 sub b en d van de nieuwe welstandscriteria.

3.2.6

Overige criteria

a) Het totaalbeeld moet een evenwichtige compositie van volumes vormen en in zijn vormgeving, materiaal en kleur passen in zijn omgeving. b) (Terras)hekken, toegevoegde terrassen, kooien en dergelijke zijn niet toegestaan. c)

d)

Andere noodzakelijke toevoegingen, zoals schoorstenen moeten door hun maatvoering en vormgeving passen in het totaalbeeld van de ark. Toevoegingen mogen het beeld niet domineren. Balkons en terrassen zijn alleen toegestaan aan de korte zijde of aan de aan de lange zijde (waterkant) als loggia. Deze terrassen zijn niet op het dak van de ark toegestaan.

2

PlasBossinade advocaternotarissen

De ark van Kuperus heeft twee terrassen op het dak van de begane grond van ongeveer 2 x 25% van de oppervlakte. De overige 50% is de eerste verdieping. Ook de beide andere arken hebben twee terrassen. Is het niet merkwaardig dat de gemeente iedere ark-eigenaar terrassen verbiedt, behalve bij de nieuw te plaatsen arken aan de Suder Burd? Waarom willen B&W de Grouster Vastgoed Maatschappij B.V. zo bevoordelen? 3.

Het is een raadsel waarom B&W de GVM B.V. zoveel cadeau doen: -

Drie nieuwe ligplaatsen in natuurgebied;

-

Grotere ligplaatsen dan thans aanwezig aan de Minne Finne;

-

Bijgebouwen die op de Minne Finne niet aanwezig zijn en nergens in de gemeente zijn toegestaan;

-

Royale en private tuinen in een natuurgebied.

Moet de gemeente medewerking verlenen? 4.

Nee, daartoe is de gemeente(raad) niet verplicht.

5.

Volgens B&W zijn deze forse bouwmogelijkheden in een natuurgebied noodzakelijk, omdat drie bestaande arken aan de Minne Finne verplaatst zouden moeten worden. Dat is echter niet juist.

6.

In de eerste plaats is dat onjuist omdat aan de Suder Burd dus veel meer (bouw)mogelijkheden worden gecreëerd dan thans aanwezig op de Minne Finne.

7.

De Grouster Vastgoedmaatschappij B.V. (GVM B.V.) heeft er bovendien zélf voor gekozen om de Minne Finne te bebouwen met dure kavels. Daardoor was er kennelijk geen plek meer voor de drie recreatiearken die daar lagen. Eén van de recreatiearken (verreweg de grootste) is eigendom van de familie Kuperus, aandeelhouders — bestuurders van de GVM B.V.

8.

Dat de ligplaatsen aan de Minne Finne vanwege de commerciële belangen van de GVM B.V. moeten verdwijnen, is een gevolg van de keuze van de GVM B.V. De keuze voor woningbouw op de Minne Finne betekent echter niet automatisch dat die ligplaatsen dáárom verplaatst moeten kiezen de worden naar de Suder Burd. De GVM B.V. kan er bijvoorbeeld ook voor ligplaatshouders uit te kopen of naar een andere plek te verplaatsen.

9.

In de exploitatieovereenkomst Minne Finne (d.d. 2018) heeft de GVM B.V. met de gemeente hierover het volgende afgesproken (artikel 18.3): "In verband met de realisatie van de woningbouw en de inrichting van het toekomstig openbaar gebied op de Minne Finne, dient de exploitant voor eigen rekening en risico ervoor te zorgen dat de drie aanwezige woonarken verplaatst worden. De gemeente heeft een inspanningsverplichting om planologisch medewerking te verlenen aan de verplaatsing van deze recreatiearken."

10.

Na drie verloren procedures bij de rechtbank, alle drie de eerder verleende vergunningen zijn door de rechter vernietigd

en drie negatieve adviezen van de bezwaarschriftencommissie

5

PlasBossinade advocaternotarissen

hebben B&W zich daarvoor inmiddels wel voldoende ingespannen. Deze inspanningsverplichting gaat niet zover dat uw gemeenteraad daarom verplicht zou zijn om een bestemmingsplan vast te stellen, dat u ruimtelijk en landschappelijk niet wenselijk acht. Als gemeenteraad heeft u het genomen laatste woord over het bestemmingsplan; een door B&W op zich inspanningsverplichting bindt uw gemeenteraad niet. 11.

Overigens is het niet zo dat de rechter zoals het college in de toelichting op de wijziging en in antwoord op de vragen van de VVD suggereert de vergunningen slechts om een formeel punt vernietigd heeft en de vergunningen inhoudelijk wel in orde zouden zijn. Het tegendeel is het geval, er is een valse start gemaakt zodat de rechter aan de inhoud niet eens is toegekomen, iets wat door de rechter bij de schorsing van

de eerdere vergunningen en door de

bezwaarschriftencommissie wel is gedaan, de vergunningen zijn in strijd met vrijwel alle van toepassing zijnde regelgeving Het college poogt met de toelichting en het antwoord op raadsvragen van de inhoud weg te blijven. 12.

Ook de gemeentelijke bezwaarschriftencommissie heeft (zeer) negatief geoordeeld over het voornemen om drie grote recreatie-arken te bouwen op/aan de Suder Burd (zie hierna nr. 15 en bijlage 1)

13.

Is het niet merkwaardig dat de GVM B.V. met haar eigen nieuwbouwplanen haar eigen ligplaats (althans, die van de familie Kuperus) verkoopt voor zeer veel geld, en dan vervolgens meent dat de gemeente maar voor een nieuwe ligplaats moet zorgen? "Tijdelijke" vergunning voor de ark van Kuperus volgens bezwarencommissie in strijd met gemeentelijke regels en beleid

14.

B&W hebben, nadat eerdere vergunningen door de rechter geschorst waren en er dus een verbod was om ter plaatse werkzaamheden uit te voeren op 11 maart 2020 een zogenaamd "tijdelijke" (voor de duur van drie jaar) vergunning verleend voor de ark van Kuperus, vlak buiten het gebied waar de schorsing op zag. Die ark zou er "zogenaamd" drie jaar blijven liggen. Dat was natuurlijk een truc, omdat het de bedoeling van B&W en Kuperus is dat de recreatieark daar permanent blijft liggen. Het is cliënte nog steeds onduidelijk waar die drie jaren vandaan komen? De drie beroepen die door GVM tegen die schorsing zijn ingesteld zijn door de Raad van State niet-ontvankelijk verklaard.

15.

De Bezwaarschriftencommissie heeft op 6 augustus 2020, dus na het indienen van de eerdere zienswijze advies uitgebracht over deze tijdelijke' omgevingsvergunning. Een kopie van dat advies is als bijlage 1 bijgevoegd. De Bezwaarschriftencommissie heeft vastgesteld (op bladzijde 14 onder "conclusie") dat de recreatieark van Kuperus zowel wat betreft locatie als wat betreft afmetingen (te lang, te breed en te hoog) in strijd is met vrijwel alle hierop van toepassing zijnde regelgeving.

16.

Dat klopt, want de drie door B&W voorgestelde recreatiearken aan de Suder Burd zijn in strijd met: -

het huidige bestemmingsplan: Met de huidige natuurbestemming en aanduiding wordt het gaaf en open landschap beschermd en gevrijwaard van iedere bebouwing;

A

PlasBossinade advocaternotarissen

-

gemeentelijke nota "Welstand op het water d.d. 18 december 2015": Geen woonschepen in open landschap;

-

ontwerp welstandscriteria arken (april 2020):

Het open karakter van het landschap

buiten de bebouwde kom moet zoveel mogelijk in tact worden gehouden; -

ontwerp bestemmingsplan arken en woonschepen:

Maximale oppervlakte 65 m2;

maximale hoogte 3 m, géén bijgebouwen; -

beleidsnotitie recreatiewoningen 2016: Recreatiewoningen (waaronder recreatiearken) maximaal 70 m2. Bij uitzondering 120 m2.

-

de Verordening Romte Fryslán 2014; Bouwen in de EHS (NNN) is verboden;

-

de Verordening Romte Fryslán 2014:

Een nieuw complex van recreatiearken in

natuurgebied is niet toegestaan; -

provinciale structuurvisie Grutsk op 'e Romte!: Bouwen in grootschalig open gebied en aantasten weidsheid/leegte is ongewenst;

17.

Het is onbegrijpelijk dat B&W, ondanks de strijdigheid met alle regels, de bouw van drie forse recreatiearken mét bijgebouwen, steigers en boothellingen en mét drie private tuinen in een natuurgebied (deels EHS) willen toestaan. Bovendien is er op deze wijze sprake van grote rechtsongelijkheid en bestaat het risico van precedentwerking voor andere afwijkingen. De heer Kuperus heeft tijdens een kort geding tegen de VvE over de door GVM B.V. voorgenomen aanleg van een weg van de ligplaatsen naar de Burdweg, deels over privé-terreinen van de VvE, aangegeven dat hij het gebied toch moet kunnen ontwikkelen. Deze voorgenomen weg is, naast inbreuk op privé-eigendom bovendien in strijd met de aanvraag voor de vergunningen waarin GVM B.V. steeds heeft aangegeven de aangevraagde ligplaatsen slechts per boot te willen bereiken. De kort geding rechter heeft GVM B.V. en R.J. Kuperus verboden de weg aan te leggen en privé- terreinen te betreden).

18.

B&W hebben het uitgebreide en zorgvuldige advies van de Bezwaarschriftencommissie naast zich neergelegd. Op 18 november 2020 hebben B&W, zeer summier gemotiveerd, besloten de tijdelijke omgevingsvergunning toch te handhaven (bijlage 2). Daarover loopt nog een procedure bij de rechtbank die cliënten gezien de gebrekkige motivering door B&W en de eerdere uitspraken van de rechtbank met veel vertrouwen tegemoet zien. Geen nieuwe bouwwerken in ecologische hoofdstructuur/cultuurnetwerk Nederland. De drie arken én tuinen met bijgebouwen liggen volledig in NNN

19.

Op de kaart "Natuurnetwerk Nederland verschil 2014 — 2021", die hoort bij de (ontwerp) Provinciale Omgevingsverordening is te zien dat de arken en tuinen geheel liggen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS):

7

PlasBossinade advocaternotarissen

Q Over

M

Content

i= Legenda

+

Legenda Natuurnetwerk Nederland (NNN) verschil 2014 - 2021 NNNnieuw

Cl

NNNvervallen Natuurnetwerk Nederland (NNN) NNN water

bh NNN overige natuur

C." 5>7

NNN beheergebied

bi Natuur buiten NNN

Bron: Ontwerp-provinciale Omgevingsverordening 2022

20.

Dat dit gebied in zijn geheel tot het NNN behoort, is een logisch vervolg op de in 2017 gerealiseerde herinrichting van de landtong. Toen zijn alle bosschages en bomen verwijderd en is het gebied geschikt gemaakt voor weidevogels. Deze wijze van natuurontwikkeling vloeide voort uit de herinrichting Swette-de Burd, die onder meer als doel had het gebied geschikt te maken (als broedgebied) voor weidevogels.

21.

Ook in het Natuurbeheerplan 2022 (vastgesteld door GS op 29 juni 2021) behoren de landtong en het water tot de EHS/NNN: Home -

Natuurbeheerplan 2022

QDetails I $$Basiskaart Q Over

0 Content

i- Legenda

Legenda

~

+ ~

®

Natuurbeheerplan 2022 Agrarisch zoekgebied Open grasland

U

0 Open akkerland rage dooradering

Beheergebled: N00.01 Nog om te vormen naar natuur

®i7mov

Eaheen,ue N00.01 Nog om te vormen naar natuur

iM

Sub, diabel ja

Nattedooradenng

Taakstalling Nieuwe Natuur Beheergebled N00.01Nogomtevormennaarnatuur

l

N00.02 Om te vormen natuur

Ambt

Nl0.02 Vochtig hooiland

EHS

Binnen EHS

Zoomen na - r

NO 1.01 Zee en wad NO 1.02 Duin-en kswldedandschap

E NO1.04 Zand-enkalklandschap

8

PlasBossinade advocaternotarissen

Home LDetails

Q Over

urbeheerplan 2022 uoEBasiskaart

[3 Content

l-

Legenda

+

Legenda Natuurbeheerplan 2022 Natuurbeheerplan 2022 Agrarisch zoekgebied Open grasland

0 Open akkerland

Droge dooradering

Beheergebied: N04.02 Zoete Plas

ni

Eehaertyoe N04.02 Zoete Plas

Natte dooradering

I Sabs'.d,accd 9JJI ja

T`,l ell"ng Bestaande Natuur

Beheergebied

3

N00.01 Nog om te vormen naar natuur N00.020mtevornennatuur N01.01 Zeeen wad

Amcit_

N04.02 Zoete Plas

EHS

Binnen EH

Zoomen naar

N01.02 Duin- en kweldedandschap N01.04Zand-enkalklandschap NO3.01 Beek en Bron N04.02 Zoete Plas N04.03 Brak water

De taakstelling voor het landgedeelte is 'Nieuwe Natuur', met de ambitie 'Vochtig hooiland'. Het is evident dat permanente recreatie-arken met bijgebouwen, steigers, boothellingen, harde walbeschoeiing én private tuinen met bomen en bosschages in strijd zijn met deze taakstelling en deze ambitie. Ecologische quick scan uit 2016 is verouderd en achterhaald 22.

B&W verwijzen voor hun voorstel om in de NNN nieuwe recreatiearken te bouwen naar een - in opdracht van GVM B.V opgestelde "quickscan Flora en Fauna en toets EHS van Staro, uit december 2016. Dit rapport is inmiddels bijna vijf jaren oud en bovendien achterhaald, onder meer: -

omdat Staro er ten onrechte vanuit gaat dat het (gehele) gebied niét tot de EHS/het NNN behoort. Dat is dus uitdrukkelijk wél het geval.

-

Omdat Staro geen rekening heeft gehouden met het Natuurbeheerplan 2022 en de Provinciale Omgevingsverordening 2022.

-

omdat in het Staro-rapport geen rekening is gehouden met (harde) water/landafscheiding zoals betonnen walbeschoeiingen.

GS zijn niet akkoord met dit plan 23.

B&W verwijzen voorts naar een brief van GS van 28 november 2017 en enkele mails met provinciale ambtenaren. Daaruit zou moeten blijken dat GS akkoord zijn met de bouw van drie arken op de Suder Burd en dus met het ontwerp bestemmingsplan.

24.

Die conclusie is niet juist. De brief van 28 november 2017 van GS is gebaseerd op een ander inrichtingsplan, waarin de recreatiearken buiten de EHS gebouwd zouden worden. Alleen de

G7

PlasBossinade advocaternotarissen

tuinen zouden in de EHS komen te liggen. Dat is dus aantoonbaar onjuist. De tuinen, arken en bijgebouwen liggen thans volledig in de EHS/het NNN. Daar ziet de instemming van GS dus duidelijk niét op. 25.

De brief van 2017 houdt geen rekening met en gaat dus voorbij aan de provinciale doelstellingen (Nieuwe natuur, vochtig hooiland) zoals die blijken uit het Natuurbeheerplan 2022 en de ontwerp provinciale Omgevingsverordening 2022.

26.

In de brief van GS van 28 november 2017 gaan GS bovendien uit van een landschapsplan dat leidt tot "het herstellen van natuurlijke- en landschappelijke waarden die eerder op de landtong aanwezig waren." Het huidige landschapsplan voldoet daar zeker niet aan. Dat gaat namelijk uit van bomen, bosschages, tuinen et cetera. Dat staat haaks op het ecologisch beheer en de NNN doelstellingen voor dit gebied en heeft met "natuurlijke- en landschappelijke waarden die eerder op de landtong aanwezig waren" helemaal niets te maken. Het landschapsplan staat ook haaks op de provinciale taakstelling ('nieuwe natuur') en ambitie ('vochtig hooiland') uit het Natuurbeheerplan 2022.

27.

In de brief van 28 november 2017 geven GS voorts aan dat de natuurdoelstelling op de Suder Burd is gericht op de ontwikkeling van botanische waarden en dat er luwe en natuurvriendelijke oevers zijn gerealiseerd. Dat laatste klopt, maar wordt met de bouw van drie arken nu juist ongedaan gemaakt. Het landschapsplan is daarmee in strijd en dat geldt ook voor het aanbrengen van een harde oeverafscheiding (betonnen damwanden). Het voorgeschreven landschapsplan (met bomen en bosschages) staat haaks op de natuurlijke inrichting van het gebied als (open weidevogel)landschap en vochtig hooiland.

28.

Kort en goed is er géén toestemming van GS voor dit bestemmingsplan dat toestaat om midden in het NNN drie recreatiearken te bouwen. Die goedkeuring komt er natuurlijk ook niet omdat nieuwbouw van recreatiearken op deze locatie niet nodig is en volledig in strijd is met de doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland. Het hoofddoel van het NNN is immers om de achteruitgang van het areaal aan natuur en de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen, te herstellen en te behouden. Het is natuurlijk in strijd met die doelstelling om (onnodig) drie nieuwe recreatiearken in het NNN te bouwen.

29.

Opvallend is ook dat B&W voor het binnenterrein van de zuidelijke punt van de betreffende landtong op de Suder Burd op maandag 15 maart 2021 aan GVM een vergunning hebben verleend om het terrein op te hogen, zogenaamd in het kader van onderhoud. Dit terwijl het onderhoud kort daarvoor in het kader van de herinrichting Swette de Burd net was geschied en het terrein zich net weer aan het ontwikkelen was als broedgebied. Toen de VvE op vrijdag 12 maart merkte dat er grootschalige werkzaamheden werden verricht en daarvoor geen vergunning was gepubliceerd en vragen stelde aan de behandelend ambtenaar werd er geschreven dat er een vergunningsaanvraag lag maar dat er grote achterstanden waren. Die aanvraag bleek van 11 maart en is dus binnen 2 werkdagen verleend, vreemd als er sprake zou zijn van grote achterstanden. Het gevolg is dat het natte weidegebied daags voor het broedseizoen 2021 is opgehoogd met ca 30 cm zand/aarde waarmee het nestelen van vogels in dat natuurgebied echt onmogelijk is gemaakt (het gras was weg) en ook de reeën zijn verdwenen. Waarom doet B&W zoveel moeite om GVM B.V. als projectontwikkelaar zo tegemoet te komen in een natuurgebied?

10

PlasBossinade advocater (iota rissen

Nieuwe

(waaronder

recreatiewoningen

recreatiearken)

zijn

in

strijd

met

de

Verordening Romte 30.

In de zienswijze van 26 mei 2020 heb ik uiteengezet dat en waarom nieuwe recreatiearken in strijd zijn met artikel 5.1.2 van de Verordening Romte Fryslán. Dat artikel verbiedt de bouw van nieuwe - ook kleinschalige -

complexen van recreatiewoningen (ook recreatie-arken) in het

buitengebied. GS hebben geen vrijstelling of ontheffing verleend voor dit nieuwe complex van recreatiewoningen buiten een recreatiekern en niet grenzend aan bestaand stedelijk gebied. In de reactie op de zienswijzen of de plantoelichting hebben B&W aan deze strijdigheid geen aandacht besteed. 31.

Ook de artikelen 2.14 t/m 2.16 van de provinciale ontwerp-omgevingsverordening 2022 laten de nieuwbouw van recreatiewoningen (waaronder ook recreatiearken) op deze plek niet toe. De bouw van nieuwe recreatiewoningen (waaronder recreatiearken) in het buitengebied is in strijd met provinciaal beleid en provinciale regels. Nieuwe stedelijke ontwikkeling

32.

De drie forse recreatiearken, met bijgebouwen, boothellingen, steigers en private tuinen zijn een nieuwe stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Het ruimtegebruik wijzigt substantieel (van natuur naar intensieve recreatie) en over een veel grotere oppervlakte dan 500 m2. Dat betekent dat in de plantoelichting moet worden gemotiveerd waarom deze nieuwe stedelijke

ontwikkeling

niet binnen het bestaand stedelijk

gebied

kan worden

van

april

gerealiseerd. Die motivering is er niet. 33.

Onder

verwijzing

naar

een

uitspraak

van

Raad

van

State

5

2017

(ECLI:NL:RVS:2017:943) menen B&W dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat het gaat om recreatieve voertuigen of vergelijkbare onderkomens; die zouden niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Dat is op zichzelf juist, maar B&W vergeten daarbij te vermelden dat het in die zaak ging om een kampeerterrein waar ruimte

werd

geboden aan uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto's, caravans of

stacaravans oftewel onderkomens die na kort gebruik niet meer aanwezig zijn. Permanente recreatiearken, zeker van deze omvang, met de daarbij behorende bebouwing zijn zonder meer permanent aanwezig en zijn dus een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Inrichting van de tuinen overeenkomstig het "beheerplan" is in strijd met natuurlijk en open karakter en bovendien niet afdwingbaar 34.

B&W vinden het kennelijk belangrijk dat de private tuinen worden ingericht conform het beheerplan zoals neergelegd in het stedenbouwkundig en landschapsplan De Burd van oktober 2018 (artikel 6.1 sub a onder a). Los van het feit dat dit beheerplan in strijd is met de oorspronkelijke en huidige natuurwaarden in het gebied, is de inhoud van dit landschapsplan vaag en rechtsonzeker en daarom niet handhaafbaar. In het plan wordt gewerkt met vage en daarom niet te handhaven begrippen zoals: De tuinen moeten hun landschappelijke karakter (?) behouden; Een boothellinkje (?) per woonboot; -

Een terrasje (?) van tegels;

11

PlasBossinade advocaternotarissen

-

Een bescheiden bij het landschap passende (?) tuinafscheiding;

-

Het terrein wordt zo min mogelijk aangepast (?) en behoudt in basis (?) zijn natuurlijke karakter (?).

35.

Wat is bijvoorbeeld dat "landschappelijke karakter"? Is dat het actuele landschappelijke karakter, dat wil zeggen open en gaaf (weidevogel)gebied of wordt daarmee gedoeld op het gebied of op de aanwezigheid van bomen en bosschages (niet natuurlijk aanwezig). Met landschappelijk karakter is dus niet duidelijk of daarmee de situatie voor of na de herinrichting van de Swette-de Burd bedoeld wordt. Het beheer was de afgelopen 25 jaar altijd gericht op kruidenrijk grasland en weidevogels, maar het landschapsplan gaat uit van een geheel andere inrichting van het gebied.

36.

Omdat

de

hoge arken en

vele

bomen

winddraaiing

en

luwte

veroorzaken

zijn

alle

watersportverenigingen in Grou ook tegen deze ontwikkeling. Overige onjuistheden 37.

De legenda op de kaart op bladzijde vijf is niet te lezen. Ook is op de tekening niet te zien of er steigers, vlonders, damwanden, een palenrij of steenstort wordt gerealiseerd.

38.

Op bladzijde zes wordt verwezen naar een beheerplan van de gemeente Leeuwarden. Het is niet duidelijk wat daarmee wordt bedoeld. Er is helemaal geen beheerplan van de gemeente Leeuwarden.

39.

Op bladzijde zes wordt een bouwhoogte en een goothoogte vermeld van respectievelijk 4 m2 en 3 m2. Waarschijnlijk wordt 4 en 3 m bedoeld. Dat is zeer hoog, zeker omdat de GVM B.V. het maaiveld net heeft opgehoogd. Het zou beter zijn de bouwhoogte te definiëren ten opzichte van de waterspiegel, net zoals de nokhoogte van de arken is gedefinieerd. Nog beter is het om helemaal geen bouwwerken toe te staan.

40.

Voorts is artikel 6.1 onder a niet omschreven als een voorwaardelijke verplichting, maar als de verplichting om los van het gebruik van de gronden de tuinen in te richten en te onderhouden overeenkomstig het stedenbouwkundig en landschapsplan uit 2018. Een bestemmingsplan kan niet dergelijke verplichtingen bevatten. Conclusie

41.

Cliënten verzoeken uw Gemeenteraad om het natuurlijke, gave en open landschap op de landtong van de Suder Burd te handhaven en daarom niet de bouw van drie forse recreatiearken met bijbehorende bouwwerken en de aanleg van private tuinen mogelijk te maken.

Hoogachtend, W.i,. van der Velde ~

12

~~

D

c~sBt~s`~~f(llad e advocaternotarissen

bijlage 1

Leeuwarden, 6 augustus 2020 Advies van de Adviescommissie bezwaarschriften, Algemene Kamer, aan burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden Samenstelling van de commissie: De heer drs. H. Schukking (voorzitter) De heer mr. H.J. Bos (lid) Mevrouw mr. J. Wiersma-Veenhoven (lid) De heer drs. J.J. Bouwmeester, secretaris

Bezwaarschriftnummer: BZW.1.20.0176.01

Indieners: Bezwaarden: Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou De heer G. L. Mulder uit Amsterdam De heer J.S.B. Schram uit Zeist De heer D. Sluijmer uit Zeist De heer S.M. de Vries uit Grou De heer E. P. van de List uit Wassenaar Gemachtigde: De heer mr. W. R. van der- Velde van PlasBossinade advocaten en notarissen

Onderwerp: Bezwaar tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor een tijdelijke aanlegplaats voor een recreatie-ark op de locatie de Burd te Grou.

Datum van de hoorzitting: 29 juni 2020

Advies van de commissie: De commissie adviseert burgemeester en wethouders om: 1, 2. 3.

het bezwaarschrift gegrond te verklaren; het bestreden besluit te herroepen, en; alsnog een besluit te nemen op de aanvraag voor een omgevingsvergunning middels toepassing van de procedure behorende bij artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten derde, Wabo.

Bijlage: verslag van de hoorzitting

BZW.1.20.0176.01 Blad 2

1. Inleiding De Adviescommissie bezwaarschriften (hierna: commissie) brengt hierbij advies uit over het bezwaarschrift d.d. 24 maart 2020, aangevuld bij schrijven d.d. 18 juni 2020, van de heer mr. W.R. van der Velde, namens de Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou, de heer G.L. Mulder, de heer J.S.B. Schram, de heer D. Sluijmer, de heer S.M. de Vries en de heer E.P. van de List. Het bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van burgemeester en wethouders d.d. 11 maart 2020 waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor een tijdelijke aanlegplaats voor een recreatie-ark op de locatie de Burd te Grou. De commissie heeft op 29 juni 2020 een openbare hoorzitting gehouden. Het verslag van de hoorzitting is als bijlage bij dit advies gevoegd. In dit advies zal de commissie eerst aangeven wat de relevante regels zijn. Vervolgens worden de feiten kort weergegeven. Daarna geeft zij mede aan de hand van de wettelijke bepalingen een beoordeling van de bezwaren en het bestreden besluit. Tot slot formuleert de commissie het advies aan burgemeester en wethouders.

2.

Regelgeving en beleid

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Artikel 2.1 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. het bouwen van een bouwwerk, b. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, C. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet, d. ( ... ),

Artikel 2.10 1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien: a. de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 of 120 van de Woningwet; b. de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij de bouwverordening of, zolang de bouwverordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, met de voorschriften die zijn gesteld bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, achtste lid, van de Woningwet dan wel bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 120 van die wet; c. de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan, of de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.

1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, tenzij de activiteit niet in strijd is met een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12;

BZW.1.20.0176.01 Blad 3

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend; e. de activiteit een wegtunnel als bedoeld in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels betreft en uit de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden blijkt dat niet wordt voldaan aan de in artikel 6, eerste lid, van die wet gestelde norm. 2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2. 1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.

Artikel 2.11 1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, waaromtrent regels zijn gesteld in een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien het werk of de werkzaamheid daarmee in strijd is of in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. 2. Indien sprake is van strijd met de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt de aanvraag. mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.

Artikel 2.12 1.

Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening: 1. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking, 2. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of 3. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; b. (...)

Artikel 2.23 1. In een omgevingsvergunning voor een voortdurende activiteit kan worden bepaald dat zij, voor zover zij betrekking heeft op die activiteit, geldt voor een daarbij aangegeven termijn. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van activiteiten als bedoeld in het eerste lid categorieën gevallen worden aangewezen waarin in de omgevingsvergunning wordt bepaald dat zij slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn. Bij de maatregel kan ten aanzien van die termijn worden bepaald: á. een maximum gedurende welke deze kan gelden, of b, in welke categorieën gevallen deze kan worden verlengd.

Artikel 3.10 1. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op: a. een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor zover er strijd is met het bestemmingsplan of een beheersverordening en slechts vergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°; b. (...);

BZW.1.20.0176.01 Blad 4

Besluit omgevingsrecht Artikel 2.7. Planologische gebruiksactiviteiten Als categorieën gevallen als bedoeld in artikel 2,12, eerste lid, onder a, onder 2', van de wet worden aangewezen de categorieën gevallen in artikel 4 van bijlage II. Bijlage II Besluit omgevingsrecht Artikel 4 Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:

11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Bestemmingsplan Buitengebied 2008 (Boarnsterhim) Artikel 7 Natuurgebied met waterrecreatief medegebruik 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor "natuurgebied met waterrecreatief medegebruil<" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. herstel, onderhoud en ontwikkeling van natuurlijke waarden verbonden aan vaarten, oevers, rietlanden, meren en eilanden; b, water- en dagrecreatief medegebruik, uitsluitend in de vorm van recreatieve vaarroutes, picknickvoorzieningen, visplaatsen, recreatieve aanlegplaatsen en naar de aard daarmee gelijk te stellen kleinschalige voorzieningen; c. het behoud en herstel van de cultuurhistorische herkenbaarheid van de gronden die op de plankaart zijn aangeduid met "gaaf gebied"; d, het behoud en herstel van natuurlijke en landschappelijke waarden zoals deze op de landschapskaart zijn opgenomen en zoals die in bijlage 1 van deze voorschriften zijn beschreven, met daaraan ondergeschikt: e, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; f. de inrichting en het beheer van vaarwegen voor zover de gronden zijn gelegen binnen de in artikel 28, onder b aangegeven beheersgrenzen; g.

bestaande aanlegsteigers ten behoeve van het aanleggen van vaartuigen; en voor zover de gronden op de plankaart zijn aangegeven met: h. "ligoever recreatief woonschip" tevens voor het innemen van een ligoever van een recreatief woonschip; i. "molen" tevens voor een windwatermolen; j. "botenhuis" tevens voor de stalling van boten; k. "steiger" tevens voor een aanlegsteiger, Voor zover de gronden zijn aangeduid met "ligoever recreatief woonschip" is het bestaande, dan wel een reeds vergund woonschip in de bestemming begrepen met inbegrip van de bijbehorende gronden en water overeenkomstig de bestaande indeling, verharding, beschoeiing, (aanleg)steiger en met inbegrip van eventuele bijgebouwen. 2. a.

Bouwvoorschriften Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van windwatermolens op de gronden op de plankaart aangegeven met "molen" gelden de volgende bepalingen:

b.

Voor het bouwen ten behoeve van een botenhuis op de gronden op de plankaart aangeduid met "botenhuis" geldt de volgende bepaling:

c.

Voor de overige doeleinden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

BZW.1.20.0176.01 Blad 5

d.

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: 1. ( ... ). 2. er mogen geen steigers en walbeschoeiingen worden gebouwd.

4, a.

Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken dan wel te laten gebruiken in strijd met de in lid 1 geven bestemmingsomschrijving. Tot een verboden gebruik als bedoeld in sub a wordt in ieder geval aangemerkt: 1. het uitvoeren van exploratie- en exploitatieboringen en het doen van seismologisch onderzoek; 2. het gebruiken dan wel laten gebruiken van een ligoever voor een recreatief woonschip afwijkend van het bepaalde in lid 1.

b.

Aonlegvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1, binnen de gronden op de plankaart aangeduid met "gaaf gebied": het ophogen, afgraven of afschuiven van gronden, het graven, verbreden en/of dempen van watergangen; 2. het aanleggen van voet- en fietspaden; 3. het realiseren van aanleggelegenheid; 4. het aanbrengen van walbeschoeiing en het aanleggen van verhardingen; 5. het ontgraven van gronden met een diepte van ten hoogste 2 meter. De onder a bedoelde vergunning wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het ruimtelijk beeld van een op de landschapskaart aangegeven en in bijlage 1 van de voorschriften beschreven gebied; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de verkeersveiligheid. De in sub a onder 5 bedoelde vergunning wordt niet eerder verleend dan nadat een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten is ontvangen. Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2. ( ... ). 3.

Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Artikel 2:4 1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. 2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Artikel 3:4 1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. 2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Artikel 3:46 Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.

BZW.1.20.0176.01 Blad 6

3.

Feiten

Bij aanvraag d.d. 2 maart 2020, ingekomen 2 maart 2020, heeft de heer R.J. Kuperus uit Grou een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een tijdelijke aanlegplaats voor een recreatieark op de locatie de Burd te Grou. Bij besluit d.d. 11 maart 2020, verzonden 12 maart 2020, kenmerk 11039066, hebben burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor de volgende activiteiten: Bouwen (artikel 2.1, eerste lid, onder a, Wabo) Aanleggen (artikel 2.1, eerste lid, onder b, Wabo) Strijd gebruik gronden/bouwwerken met RO (artikel 2.1, eerste lid, onder c, Wabo) Tegen dit besluit heeft de heer mr. W.R. van der Velde, namens de Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou, de heer G.L. Mulder uit Amsterdam, de heer J.S.B. Schram uit Zeist, de heer D. Sluijmer uit Zeist, de heer S.M. de Vries uit Grou en de heer E.P. van de List uit Wassenaar (hierna: bezwaarden), een bezwaarschrift d.d. 24 maart 2020, aangevuld bij schrijven d.d. 18 juni 2020, ingediend. Tevens hebben bezwaarden de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op 14 april 2020 heeft de voorzieningenrechter, zonder behandeling ter zitting, het verzoek om voorlopige voorziening (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet voldaan is aan het vereiste van onverwijlde spoed. Bij brief d.d. 18 juni 2020 heeft de heer mr. J.A. Vos, namens de heer F.J.

Kuperus, een schriftelijke reactie op het bezwaarschrift en nadere stukken ingediend. Naar aanleiding van dit bezwaarschrift heeft op 29 juni 2020 een openbare hoorzitting plaatsgevonden. Ter hoorzitting zijn verschenen: De heer J.N. de Blécourt (voorzitter VvE Suder Burd te Grou - bezwaarde) De heer- G.L. Mulder (bezwaarde) De heer S.M. de Vries (bezwaarde) De heer mr. W.R. van der Velde (gemachtigde van bezwaarden) Mevrouw M. Vreeswijk (namens burgemeester en wethouders) De heer mr. J.A. Vos van Stirling nieuwe advocatuur (gemachtigde van de heer R.J. Kuperus) De heer R.J. Kuperus (vergunninghouder) was met kennisgeving afwezig.

4.

Bezwaren

Samengevat zijn de volgende bezwaargronden naar voren gebracht: 1. Er is niets tijdelijks aan de situatie; vergunninghouder wil de ark permanent naar de Burd verplaatsen. 2. Vaststaat dat de ark na drie jaar niet zal worden verwijderd, zodat geen toepassing mag worden gegeven aan artikel 4, aanhef en onder 11, Bijlage II Bor. 3. Verweerder maakt zich schuldig aan détournement de pouvoir, door een tijdelijke omgevingsvergunning te verlenen voor een project waarvan - onder meer op basis van eerdere besluitvorming van verweerder - vaststaat dat het op deze locatie helemaal niet tijdelijk is. 4. Het is in strijd met een goede ruimtelijke ordening om een omgevingsvergunning-afwijkendgebruik te verlenen voor een bouwwerk waarvan op voorhand vaststaat dat het niet kan voldoen aan de welstandseisen van de gemeente. 5. Er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Verweerder stelt slechts dat een aanlegvergunning en gebruiksvrijstelling kan worden verleend, omdat ter plaatse reeds een verplaatste aanleggelegenheid aanwezig was en dat er daarom geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het ruimtelijk beeld. Echter, het bestemmingsplan voorziet in zijn algemeenheid niet in de aanwezigheid van recreatiearken langs de boorden van het meer; de ruimtelijke impact van de recreatie-ark met een oppervlakte van 203 m2 is groot;

BZW.1.20.0176,01 Blad 7

de recreatie-ark ligt volledig in EHS-gebied; in tegenstelling tot de oude situatie mag de recreatie-ark nu het gehele jaar hier liggen; bewijs van het permanente karakter is dat de recreatie-ark wordt aangesloten op nutsvoorzieningen. 6. In strijd met artikel 5,16, eerste lid, Bor is in de omgevingsvergunning niet opgenomen dat vergunninghouder na het verstrijken van de vergunde termijn verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande situatie te herstellen. 7. Het vergunde bouwplan betekent een forse inbreuk op de voorschriften en waarden van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Ter plaatse geldt de bestemming 'Natuurgebied met waterrecreatief medegebruik' waarin de natuurfunctie voorop staat. Bebouwing is niet toegestaan, 8. Het bouwplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening, 9. Het bouwplan is in strijd met het ontwerpbestemmingsplan Leeuwarden - Arken en woonschepen, de nota Welstand op het water (thans Welstandsnota ligplaatsen), met de Beleidsregel recreatiewoningen Leeuwarden, met de beleidsnotitie Het innemen van een ligplaats voor recreatieve woonschepen, zoals: strijdige afmetingen van de recreatie-ark strijdige locatie strijdige terrassen en balkons 10. Het bouwplan is voorts in strijd met de Verordening Romte Fryslán en de EHS. 11.

Er was en is voor vergunninghouder geen enkele noodzaak om de ark te verplaatsen en voor burgemeester en wethouders geen enkele noodzaak om daaraan medewerking te verlenen. Bezwaarden verzoeken de kosten van juridische bijstand die zij in deze procedure hebben moeten maken, te vergoeden.

5. Beoordeling van de bezwaren en het bestreden besluit Ten aanzien van de ontvankelijkheid Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou (hierna: vereniging) overweegt de commissie het volgende. De vereniging is een vereniging van eigenaren van recreatiewoningen op de Suder Burd te Grou. De vereniging is op 14 augustus 1997 middels een notariële akte opgericht, waarbij tegelijkertijd de statuten van de vereniging zijn vastgesteld. Ingevolge artikel 3 van deze statuten heeft de vereniging ten doel het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van eigenaren van woonhuizen en grond behorende tot de Suder Burd te Grou, gemeente Boarnsterhim, meer in het bijzonder het beheer van de onroerende zaken die in mandelige eigendom toebehoren aan de eigenaren, alles in de ruimste zin. De commissie is van oordeel dat de statutaire doelstelling van de vereniging functioneel voldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen constateren dat het belang van de vereniging rechtstreeks betrokken is bij de verleende omgevingsvergunning.

Aangezien een groot deel van de recreatiewoningen binnen 300 meter ligt van de tijdelijke aanlegplaats voor een recreatie-ark, en er vanuit een deel van deze woningen rechtstreeks zicht bestaat op de recreatie-ark, valt dan ook op voorhand niet uit te sluiten dat de eigenaren van deze recreatiewoningen gevolgen van enige betekenis van de recreatie-ark zullen ondervinden. Naast het statutaire doel van de vereniging is, om te kunnen bepalen of het belang van de vereniging rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit, van belang of de vereniging feitelijke werkzaamheden verricht met het oog op de behartiging van haar doelstelling. De commissie is van oordeel dat de vereniging diverse feitelijke werkzaamheden, zoals het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures, verricht met betrekking tot haar statutaire doelstelling.

BZW.1.20.0176.01 Blad 8

Gelet op het doel van de vereniging in samenhang met de omstandigheid dat de vereniging feitelijke werkzaamheden verricht met betrekking tot haar statutaire doelstelling, is de commissie van mening dat het belang van de vereniging rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. Dat de heer Kuperus stelt dat van alle eigenaren van het recreatiepark Suder Burd er slechts vijf ook op persoonlijke titel een bezwaarschrift hebben ingediend en de vereniging daarom geen collectief belang, maar slechts het belang van deze vijf leden vertegenwoordigt/behartigt, treft in de ogen van de commissie geen doel. Dat de overige leden niet ook zelfstandig bezwaar hebben gemaakt, wil niet zeggen dat zij daarmee niet tegen het afmeren van de recreatie-ark op de betreffende locatie zijn. De vereniging kan naar het inzien van de commissie dan ook worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de heren G.L. Mulder, J.S.B. Schram, D. Sluijmer, S.M. de Vries en E.P.

van de List blijkt dat zij als eigenaar dan wel vruchtgebruiker vanuit hun woningen op een afstand van minder dan 300 meter direct zicht hebben op de recreatie-ark, zodat op voorhand niet valt uit te sluiten dat - anders dan de heer Kuperus stelt - zij gevolgen van enige betekenis van de recreatie-ark zullen ondervinden. De commissie is dan ook van mening dat hun belang rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. Bovenvermelde personen kunnen naar het inzien van de commissie dan ook worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, Awb. Het bestreden besluit is een besluit in de zin van de Awb en is voor bezwaar vatbaar. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend en voldoet ook voor het overige aan de te stellen eisen (artikelen 6:5 en 6:7 Awb). De commissie acht zowel de vereniging als de individuele bezwaarden derhalve ontvankelijk in hun bezwaren. Nu alle bezwaarden ontvankelijk zijn in hun bezwaren ziet de commissie zich voor de vraag gesteld of burgemeester en wethouders (hierna: verweerder) terecht en op juiste gronden hebben besloten tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor een tijdelijke aanlegplaats voor een recreatie-ark op de locatie de Burd te Grou voor de activiteiten bouwen, aanleggen en het gebruiken van gronden/bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

Uitgaande van een volledige heroverweging op de grondslag van de ingediende bezwaren overweegt zij het volgende. Ten aanzien van de verleende omgevingsvergunning Bestemmingsplan Buitengebied 2008 De commissie stelt vast dat de betreffende aanlegplek voor de recreatie-ark (hierna: locatie) is gelegen binnen het gebied waarvoor het bestemmingsplan Buitengebied 2008 vastgesteld door de raad van de toenmalige gemeente Boarnsterhim op 10 maart 2009 (hierna: bestemmingsplan) van toepassing is. Op grond van dit bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming Natuurgebied met waterrecreatief medegebruik, met de aanduiding 'gaaf gebied'. Voorts is op de plankaart op deze locatie een steiger ingetekend. Het begrip steiger staat evenwel niet in de legenda als aanduiding vermeld. Voor wat betreft de bestemming Natuurgebied met waterrecreatief medegebruik overweegt de commissie dat in artikel 7, eerste lid (Bestemmingsomschrijving), van de (bestemmings)planregels is bepaald dat de voor Natuurgebied met waterrecreatief medegebruik aangewezen gronden in hoofdzaak zijn bestemd voor behoud en herstel van natuurlijke en landschappelijke waarden en daarnaast ook voor onder meer water- en dagrecreatief medegebruik, uitsluitend in de vorm van recreatieve vaarroutes, picknickvoorzieningen, visplaatsen, recreatieve aanlegplaatsen en naar de aard daarmee gelijk te stellen kleinschalige voorzieningen.

Voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met 'gaaf gebied' zijn de gronden bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische herkenbaarheid van de gronden. De commissie overweegt voorts dat in artikel 7, tweede lid (Bouwvoorschriften), onder c, van de planregels is bepaald dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd en in artikel 7, vierde lid (Gebruiksvoorschriften), onder b, aanhef en ten tweede, dat het verboden is een ligoever te gebruiken dan wel te laten gebruiken voor een recreatief woonschip afwijkend van het bepaalde in

BZW.1.20.0176.01 Blad 9

het eerste lid. Nu er én een recreatie-ark wordt afgemeerd én de locatie slechts voorziet in dagrecreatieve voorzieningen/aanlegplaatsen voor vaartuigen en niet in een aanlegplaats voor een permanent aanwezige recreatie-ark, is de commissie van mening dat het bouwplan op deze punten in strijd is met de planregels. Het bouwplan is dus in strijd met zowel de bouwvoorschriften als de gebruiksvoorschriften van artikel 7 van de planregels. De commissie stelt vast dat het bestemmingsplan voor deze strijdigheid geen toereikende afwijkingsmogelijkheid kent, zodat moet worden geconcludeerd dat voor dit bouwplan niet middels artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten eerste, Wabo van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. Verweerder heeft de aanvraag d.d. 2 maart 2020 van de heer Kuperus op grond van artikel 2.10, tweede lid, Wabo gelet op het voorgaande derhalve terecht ook aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor de activiteit 'Gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan'. Besluit omgevingsrecht 1 kruimelRevallenreeeling In artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten tweede, Wabo wordt verwezen naar in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Deze algemene maatregel van bestuur is het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor).

Verweerder heeft met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten tweede, Wabo, juncto artikel 4, aanhef en onder 11, van Bijlage II Bor medewerking verleend aan het bouwplan door een omgevingsvergunning voor de activiteit 'het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan' te verlenen. De commissie overweegt dat toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten tweede, Wabo een zogenoemde discretionaire bevoegdheid van verweerder is. Dit houdt in dat verweerder beleidsvrijheid heeft. Bij de toetsing van het besluit omtrent de verlening van de omgevingsvergunning in het kader van de heroverweging naar aanleiding van het ingekomen bezwaarschrift komen derhalve de belangen van bezwaarden aan de orde. Pas als gezegd kan worden dat verweerder in redelijkheid niet tot het bestreden besluit heeft kunnen komen, is die beleidsvrijheid overschreden. De commissie is van mening dat verweerder slechts toepassing aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten tweede, Wabo kan geven, mits wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening zoals bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dit artikel. Daarnaast is de commissie van mening dat bij een omgevingsvergunning voor de activiteit 'het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan' ook de belangen van derden moeten worden betrokken.

Artikel 4, aanhef en onder 11, van Bijlage II Bor bepaalt dat voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, Wabo waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten tweede, Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, in aanmerking komen: ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. De vraag die nu moet worden beantwoord, is of verweerder dientengevolge terecht en op juiste gronden gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid van het bestemmingsplan af te wijken op grond van het bepaalde in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, ten tweede, Wabo (de zogenaamde kruimelgevallenregeling). Hiertoe overweegt de commissie het volgende. Zoals de commissie hierboven al heeft geconstateerd, is het bouwplan in strijd met zowel de bouwvoorschriften als de gebruiksvoorschriften van artikel 7 van de planregels. De commissie is met bezwaarden van mening dat het vergunde bouwplan, zowel wat betreft de afmetingen van de recreatie-ark als wat betreft de gekozen locatie, een forse inbreuk op de voorschriften en waarden van het ter plaatse geldende bestemmingsplan betekent. De omgeving van de locatie kenmerkt zich door een open en landelijk natuurgebied.

BZW.1.20.0176.01 Blad 10

De recreatie-ark van de heer Kuperus heeft de volgende afmetingen: lengte ±29 meter, breedte ±7 meter en hoogte ±6 meter; de recreatie-ark heeft daarmee een oppervlakte van 203 m2. De recreatie-ark heeft twee etages en is voorzien van terrassen. De commissie volgt de heer Kuperus niet wanneer hij stelt dat de ark wegvalt in het landschap en harmonieert met het ruimtelijk beeld nu de ark is voorzien van een duurzame houten betimmering en het dak een bijpassende kleurstelling heeft gekregen. Gelet op de afmetingen van de ark en de overgelegde foto's vindt de commissie dat de ark desondanks fors aanwezig is in het open landschap. Dat de ark van de heer Kuperus in waterrecreatiegebied ligt, maakt dit niet anders. Dat niemand ooit aanstoot heeft genomen dat de recreatie-ark decennia lang aan de Minne F'inne heeft gelegen, zoals de heer Kuperus stelt, wil niet zeggen dat datzelfde zal gelden voor de thans ingenomen locatie aan de Burd. De locaties zijn niet vergelijkbaar. Beleidsregel recreatiewoningen Leeuwarden 2016 In de geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Leeuwarden wordt voor recreatiewoningen (waaronder ook recreatie-arken vallen) doorgaans een oppervlaktemaat van ten hoogste 70 m2 aangehouden.

In de Beleidsregel recreatiewoningen Leeuwarden 2016 heeft verweerder vastgelegd dat kan worden afgeweken van de geldende bestemmingsplannen ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte van recreatiewoningen tot een oppervlakte van ten hoogste 120 m2, met een goothoogte van ten hoogste 3 meter en een bouwhoogte van ten hoogste 7 meter. De commissie stelt vast dat de recreatie-ark van de heer Kuperus met een oppervlakte van 203 m2 deze maximaal toegestane oppervlakte van 120 m2 ruimschoots overschrijdt. Er is op dit punt dan ook strijd met deze beleidsregel. Notitie 'Het innemen van een ligplaats voor recreatieve woonschepen' In het onderhavige bestemmingsplan is in Bijlage 3 de notitie 'Het innemen van een ligplaats voor recreatieve woonschepen' opgenomen. Deze notitie mag dan zijn ingetrokken, feit is dat de notitie als Bijlage 3 nog steeds onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Deze notitie geeft het algemene beleidskader met betrekking tot recreatieve woonschepen. Op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan is ook deze beleidsnotitie vastgesteld. In deze notitie leest de commissie dat het gemeentelijk beleid gericht was (en is) op het continueren van de bestaande situatie; nieuwe ligplaatsen kunnen niet worden ingenomen. Al jaren wordt het vigerende beleid, eerst van de provincie en daarna van de gemeente Boarnsterhim, onverkort gecontinueerd.

Dit betekent tevens dat de gemeente geen medewerking verleent aan een uitbreiding van het aantal recreatieve woonschepen. De gemeente zal daarnaast geen nieuwe mogelijkheid voor het innemen van een ligplaats bieden, indien een bestaande ligplaats wordt 'Ingeleverd.' Op dit beleid zijn twee uitzonderingen mogelijk, namelijk wanneer sprake is van vervanging/modernisering van bestaande woonschepen of wanneer sprake is van een kleine verplaatsing van een woonschip, min of meer aan de bestaande ligoever. Voor de recreatieve woonschepen gelden maximale buitenwerkse maten, waarbij wordt uitgegaan van een maximale oppervlakte van het hele schip van 65 m2 en waarbij een maximale breedte is toegestaan van 6 meter en een maximale lengte van 17 meter. Het woonschip dient één bouwlaag te hebben met een maximale goothoogte vanaf de waterlijn van 2,75 meter en een bouwhoogte van 3 meter. Met dit laatste kan worden voorkomen dat een woonschip twee bouwlagen kan krijgen. De commissie stelt vast dat het bouwplan op al deze punten strijdig is met de notitie. Redelijke eisen van welstand Ten aanzien van de redelijke eisen van welstand overweegt de commissie dat bij een tijdelijk bouwwerk (zoals hier aan de orde) op grond van artikel 2. 10, eerste lid, aanhef en onder d, Wabo de (preventieve) toetsing aan redelijke eisen van welstand bij tijdelijke bouwwerken achterwege kan blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=f23d3f8e-7daa-426b-9b57-aedc8ba3c563