CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

4.-NOVEX-Eindrapport-Economische-Verdieping-NOVEX-Lelylijn-Addendum-Bureau-BUITEN-

Debat Raadzaal 9 oktober 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Onderzoeksresultaten Lelylijn: https://delelylijn.nl/onderzoeksresultaten/42.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Lelylijn MIRT-onderzoek NOVEX

Titel: Aansluiting onderliggende onderzoek Economie op rapportage “Toekomstbeelden voor noordelijk Nederland met de Lelylijn, Denkrichtingen NOVEX Lelylijn 2050” (Studio Bereikbaar - 5 maart 2024) Inleiding Rijk en regio hebben in december 2022 een gezamenlijke projectorganisatie ingesteld die de opdracht heeft om onderzoek te doen naar de Lelylijn. Het onderzoek is de combinatie van een MIRT-onderzoek en het opstellen van een Ontwikkelperspectief voor het NOVEXgebied Lelylijn. In het NOVEX-deel wordt in een integraal Ontwikkelperspectief uitwerking gegeven aan de bijdrage van de Lelylijn als backbone van de ontwikkeling van noordelijk Nederland voor de economische structuurversterking, de verstedelijkingsopgave en de verbetering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid. De projectorganisatie heeft hiervoor Studio Bereikbaar ingeschakeld en met behulp van de methode “ontwerpend onderzoeken” wordt daar invulling aan gegeven. Van Houtskoolschets naar Denkrichtingen In de verkennende Houtskoolschets NOVEX Lelylijn (juli 2023) is vanuit kernkwaliteiten, kansen en ambities een beeld ontwikkeld dat verbindingen legt op diverse schaalniveaus. Vervolgens is, in nauwe samenwerking met de bestuurlijke achterbannen, gewerkt aan het scherp krijgen van de programmatische invulling en de ruimtelijke neerslag daarvan.

Dit om de opgaven in het gebied NOVEX Lelylijn concreet te maken en om dilemma’s, keuzes en denkrichtingen te schetsen., die vervolgens verder getoetst en gevalideerd worden. Verdiepende onderzoeken als bouwstenen voor Denkrichtingen Ter onderbouwing van de vier Denkrichtingen voor een NOVEX Lelylijn (maart 2024) zijn op diverse thema’s verdiepende onderzoeken gedaan: op het gebied van Wonen (Companen), Economie (Bureau Buiten), Landbouw (Elzinga en Oterdoom), Natuur en Landschap (RHDHV) en WABOS (Sweco). Vanaf maart 2024 worden de Denkrichtingen uitgewerkt, getoetst, geëvalueerd en beoordeeld. Resultaat is het Ontwikkelperspectief Lelylijn dat wordt verwacht in de zomer van 2024.

“NOVEX Ontwikkelperspectief -Economische Effecten Lelylijn (Eindrapportage)”, (Bureau Buiten, 20 februari 2024) Het onderzoek van Bureau Buiten biedt inzicht in de potentiële effecten van de Lelylijn op de economie en werkgelegenheid, waarbij de volgende onderzoeksvraag centraal staat: “Kan de Lelylijn potentieel bijdragen aan de economie en economische structuurversterking van Noordelijk Nederland en daarbij ook een bijdrage leveren aan het versterken van de nationale economie?” Onder Noordelijk Nederland wordt voor dit Novex-onderzoek verstaan, de (delen van) provincies gelegen aan het NOVEX bundelingstracé A6/A7/A32: Noordelijk Flevoland, Fryslân en Groningen. In het onderzoek wordt ingegaan op de effecten op de economie en werkgelegenheid van de potentiële stationslocaties Lelystad, Emmeloord, Lemmer, Joure, Heerenveen, Drachten, Leeuwarden, Leek, Groningen Suiker en Groningen, allen gelegen langs het NOVEX bundelingstracé. Het onderzoek is gebaseerd op een literatuur- en data-analyse om de effecten van mobiliteit op de economie in beeld te brengen. Aanvullend is er een gespreksronde met gemeenten en provincies langs het tracé van de Lelylijn gehouden. Ten behoeve van het opstellen van een ontwikkelperspectief is in juni 2024 een expertsessie gehouden op het thema economie. Hierin is nader gesproken over de potentiële banengroei in relatie tot

toe te voegen woningen, agglomeratiekracht, vasthouden van talent, vestigingsklimaat en relatie met (economie van) de Randstad en Noord-Duitsland. Inhoudelijke relatie met Denkrichtingen Bureau Buiten heeft een prognose opgesteld van het aantal extra banen bovenop de WLOscenario’s tot 2050 als gevolg van de komst van de Lelylijn op stations-gemeenten op het hypothesetraject. Studio Bereikbaar heeft het rapport van Buiten gebruikt als belangrijke input voor het opstellen van de Denkrichtingen. Per Denkrichting is aan de hand van de prognoses van Buiten een ruimtelijke inschatting gemaakt van het aantal potentiële banen op de stationslocaties. De onderbouwing (of sowieso de wenselijkheid) zal in de MIRTverkenning nader moeten worden onderzocht. In essentie zijn de door Buiten benoemde aantallen banen, de te verwachten effecten bij realisatie van een Lelylijn op basis van extrapolatie van waargenomen trends en ontwikkelingen van economische ontwikkelingen als gevolg van een spoor/infrastructuurontwikkeling. In de Studio Bereikbaar rapportage worden met de denkrichtingen wijzigingen in diverse beleidsvelden verondersteld en ambities van regionale/lokale overheden toegevoegd. Deze leiden per Denkrichting tot bepaalde aantallen potentiële banen.

Bij opstelling van het ontwikkelperspectief zal op basis van doorrekening en weging van ambities, doelen en indicatoren per locatie tot een potentieel aantal banen worden berekend. Verantwoording Het onderzoek van Buiten is inmiddels opgeleverd en moet worden gezien als een tussenproduct, een eerste inschatting naar de economische effecten van de Lelylijn. Naar aanleiding van de Denkrichtingen en in aanloop naar het Ontwikkelperspectief zullen er ongetwijfeld aanvullende vragen op het gebied van economie worden gesteld die nader onderzoek vereisen. Deze paragraaf is ter verduidelijking van de relatie tussen de Denkrichtingen en het rapport economie opgesteld vanuit de projectorganisatie Lelylijn en met goedvinden Bureau Buiten, de opsteller van het rapport “NOVEX Ontwikkelperspectief -Economische Effecten Lelylijn”.

NOVEX Ontwikkelperspectief Economische Effecten Lelylijn (Eindrapportage)

Aangeboden aan: Datum: Auteurs: Projectnummer:

Projectgroep NOVEX-gebied Lelylijn 20 februari 2024 Joost Hagens, Rutger van Raalten, Bart van Rijkom 2025

Inhoudsopgave Management samenvatting

4

1

Inleiding economische verdieping

9

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en onderzoeksvraag economische verdieping Uitgangspunten onderzoek Aanpak Leeswijzer

9 9 10 10

2

Kernachtige Schets Economie Noordelijk Nederland

11

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10

Bruto Binnenlands Product & toegevoegde waarde Werkgelegenheid Bedrijfsvestigingen Bevolkingsontwikkeling Werklocaties Innovatie en concurrentiekracht Brede Welvaart & Talent in de Regio Recreatie en toerisme hotspots Noordelijk Nederland SWOT-Analyse Economie Noordelijk Nederland Conclusie Economie Noordelijk Nederland

11 12 16 17 19 21 22 24 26 28

3

Economische effecten

31

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

Op welke treinreiziger heeft de Lelylijn effect? Aantrekken en behoud bedrijvigheid Behouden en aantrekken van talent Brede welvaartseffecten Agglomeratie-effecten Kansen voor vrijetijdseconomie Effecten gedifferentieerd naar schaalniveaus Effecten op werkgelegenheid (kwantitatief) Ruimtelijke neerslag Extra impuls vanuit additionele woningbouw

31 33 36 37 38 39 40 44 46 47

4

Conclusies

49

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Beantwoording hoofdvraag 49 Wie maakt er potentieel gebruik van de Lelylijn en waarom? 50 Draagt de Lelylijn bij aan het aantrekken en behouden van bedrijvigheid en talent? 50 Wat zijn potentiële positieve en negatieve effecten van de Lelylijn? 50 Wat is het potentiële effect van de Lelylijn gedifferentieerd naar schaalniveau? Zijn er effecten te verwachten voor aangrenzende regio’s? Welke? 51 4.6 Zijn op de knopen langs de Lelylijn agglomeratie-effecten te verwachten? 53 4.7 Welke kansen biedt de Lelylijn voor de vrijetijdseconomie? 53 4.8 Wat is het potentieel kwantitatief effect van de Lelylijn op de werkgelegenheid? 53 4.9 Wat is de potentiële ruimtelijke neerslag van de Lelylijn? 54 4.10 Aanbevelingen voor vervolgonderzoek en kennisleemtes 56 5

Maximaliseren effecten

Bijlage 1 – Bronnen

2

57 59

Bijlage 2 – Ramingsmodel banen & werklocaties & ruimtelijke neerslag

63

Bijlage 3 – Werkgelegenheidsontwikkeling

66

Bijlage 4 – Ontwikkeling bedrijfsvestigingen

70

Bijlage 5 – Bevolkingsontwikkeling

72

Bijlage 6 – Bevolkingsontwikkeling (Prognoses, Primos & gemeentelijk)

74

Bijlage 7 – WLO Scenario’s

75

Bijlage 8 – Kaarten onderwijs, kennisinstellingen, campuslocaties

76

3

Management samenvatting Inleiding & hoofdvraag (meer info: hoofdstuk 1) In dit onderzoek worden de economische effecten van de Lelylijn (uitgaande van het bundelingstracé met de A6/A7/A32) in kaart gebracht. Bureau BUITEN, adviesbureau voor economie en omgeving, heeft in opdracht van het projectteam Novex Ontwikkelperspectief Lelylijn in de periode oktober – december 2023 het verdiepend economisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn te lezen in dit rapport en worden hieronder samengevat. De centrale vraag die is gesteld luidt als volgt: “Kan de Lelylijn potentieel bijdragen aan de economie en economische structuurversterking van Noordelijk Nederland en daarbij ook een bijdrage leveren aan het versterken van de nationale economie?”

Belangrijkste conclusies onderzoek huidige economie Noordelijk Nederland (H2) De belangrijkste conclusies die we uit het onderzoek naar de economie van Noordelijk Nederland (waartoe in dit kader Flevoland, Fryslân en Groningen gerekend worden en niet Drenthe!) trekken zijn als volgt: • De werkgelegenheidsgroei en werkloosheid zijn vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde; • BBP per inwoner en toegevoegde waarde blijven achter, maar groeien; • Noordelijk Nederland is een groeiregio en de bevolkingsgroei gaat er sneller dan eerder gedacht; • Kijkend naar de brede welvaart is het gemiddeld genomen goed leven in Noordelijk Nederland; • Er is ontwikkelpotentie voor diverse sectoren/clusters. • Er zijn behoorlijke verschillen binnen Noordelijk Nederland en tussen steden en plattelandsgebieden; daar gaat in het hoofdstuk twee ook aandacht naar uit.

Belangrijkste conclusies: Kwantitatieve effecten (meer info: hoofdstuk 3 & 4) Substantiële werkgelegenheidsgroei, met name in Groningen en Leeuwarden Voor het verwachte aantal extra banen in 2035 – 2050 gerelateerd aan de Lelylijn is met een bandbreedte gewerkt. Het aantal extra banen in Noordelijk Nederland wordt geschat tussen de 17.700 en 25.200 banen, met de grootste toename in de gemeente Groningen en Leeuwarden (in absolute en relatieve zin). In de tabel hieronder staat de raming van het aantal banen en extra banen effect van de Lelylijn. De banengroei is gebaseerd op literatuur over de effecten van railinfrastructuur en gedifferentieerd naar type gemeenten (grote steden, middelgrote steden, kleinere/landelijke gemeenten) geraamd. Figuur: Potentieel effect op werkgelegenheid door Lelylijn LISA WLO Hoog Extra banen effect Lelylijn Gemeente

Banen 2022

Banen 2035

Banen 2050

Groningen 169.800 179.900 185.400 Heerenveen 34.530 36.600 37.700 Leeuwarden 80.340 85.100 87.700 Lelystad 39.390 45.400 53.600 Noordoostpolder 27.750 32.000 37.800 Smallingerland 31.260 33.100 34.100 Urk 13.090 15.100 17.800

4

Banen 2050 scenario Laag 8.300 1.100 3.900 1.400 1.000 1.000 200

Banen 2050 scenario Hoog 11.100 1.700 5.300 2.100 1.500 1.500 500

Totaal WLO Hoog + extra banen effect Lelylijn Banen Banen 2050 2050 scenario scenario Laag hoog 193.600 196.500 38.800 39.400 91.600 93.000 55.000 55.700 38.700 39.200 35.100 35.700 18.000 18.300

Fryske Marren* Westerkwartier* Totaal

22.140 23.500 24.200 25.270 26.800 27.600 443.570 477.500 505.900

400 400 17.700

700 800 25.200

24.500 28.000 523.300

24.900 28.400 531.100

* Hierbij is uitgegaan van een station in Leek (Westerkwartier) en stations in Lemmer en Joure (Fryske Marren) voor stoptreinen.

Extra bevolkingsvolgende banen als gevolg van extra woningbouw In de parallel uitgevoerde studie van Companen naar de effecten van de Lelylijn op de woningmarkt wordt geconcludeerd dat de Lelylijn in potentie tussen de (afgerond) 24.000-31.000 extra woningen tot 2050 kan betekenen. Die extra woningen en groei van het aantal inwoners leiden tot een toename van bevolkingsvolgende werkgelegenheid. Die extra bevolkingsvolgende werkgelegenheid is berekend op een plus van afgerond 5.000-7.000 banen (bovenop de maximaal 25.000 banen die hiervoor zijn berekend). Die groei zou dan met name in Groningen en Flevoland komen, omdat de extra bevolking in Friesland al nodig is voor het behoud van draagvlak voor voorzieningen en het invullen van de banen die als effect van de Lelylijn zijn berekend. Extra vraag naar kantoren, bedrijventerreinen en ruimte voor banen in gemengd stedelijk gebied De groei in extra banen door de Lelylijn is vertaald naar hectare bedrijventerreinen en extra m2 bruto vloeroppervlakte kantoren. Extra banengroei vraagt om circa 137-200 extra ha bedrijventerrein in de onderzochte gemeenten in Noordelijk Nederland, waarvan 50-67 ha in de gemeente Groningen en 2332 ha in de gemeente Leeuwarden. Het extra aantal m2 kantooroppervlakte komt op 74.000-101.000 m2, waarbij het merendeel in de gemeenten Groningen en Leeuwarden landt.

De extra banengroei buiten bedrijventerreinen en kantoorpanden ligt naar verwachting tussen de 7.400-10.600 banen. De raming van banen en extra vraag naar kantoren, bedrijventerreinen (figuur 4.4. en 4.5.) houdt nog geen rekening met de extra berekende werkgelegenheid door extra woningbouwontwikkeling als gevolg van de Lelylijn (zie alinea hierboven). Figuur: Potentieel effect op extra ha bedrijventerrein, extra m2 kantoor en extra overige banen als gevolg van Lelylijn. Extra ha Extra m2 kantoor Overige banen (niet bedrijventerrein bedrijventerrein, kantoor) Gemeente

Groningen Heerenveen Leeuwarden Lelystad Noordoostpolder Smallingerland Urk Fryske Marren Westerkwartier Totaal**

ha 2050 ha 2050 m2 2050 m2 2050 Banen 2050 Banen 2050 scenario scenario scenario scenario scenario scenario Laag Hoog Laag Hoog Laag Hoog 50 67 40.000 53.000 3.300 4.400 13 19 3.000 5.000 500 800 23 32 19.000 25.000 1.600 2.100 16 24 4.000 6.000 600 900 11 17 3.000 4.000 400 700 12 17 3.000 5.000 500 700 3 7 0 0 100 200 4 8 1.000 1.000 200 400 5 9 1.000 2.000 200 400 137 200 74.000 101.000 7.400 10.600

* Hierbij is uitgegaan van een station in Leek (Westerkwartier) en stations in Lemmer en Joure (Fryske Marren) voor stoptreinen.

Ruimtelijke concentratie rond stations, gevolgd door de kern, minder in het ommeland De verwachting is dat de meeste extra banen (8.300-11.200) rond de stationsomgeving geconcentreerd zullen zijn, gevolgd door banen in de kern excl. de stationsomgeving (7.000-10.400) en het ommeland (2.400-3.600). In Groningen en Leeuwarden, waar relatief veel extra banen verwacht worden op

5

kantoorlocaties, wordt de extra banenconcentratie vooral verwacht rondom het station (50%) en in de steden zelf (40%). In de gemeenten Lelystad, Heerenveen, Smallingerland en de Noordoostpolder wordt ook uitgegaan van een impuls van het extra aantal banen rondom de stations (40%). In de gemeenten Westerkwartier en Fryske Marren verwachten wij een hogere ruimtelijke neerslag van het aantal extra banen in het ommeland (40%). In de tabel hieronder staat potentiële ruimtelijke neerslag van de extra banen door de Lelylijn weergegeven. Figuur: Potentiële ruimtelijke neerslag banen door Lelylijn Ruimtelijke neerslag banen Ruimtelijke neerslag banen scenario scenario Laag Hoog Gemeente

Stations- Kern excl. Ommeland StationsKern excl. Ommeland omgeving stationomgeving stationsomgeving omgeving Groningen 4.100 3.300 900 5.500 4.400 1.200 Heerenveen 500 400 200 700 700 300 Leeuwarden 2.000 1.500 400 2.700 2.100 500 Lelystad 600 500 300 800 900 400 Noordoostpolder 400 400 200 600 600 300 Smallingerland 400 400 200 600 600 300 Urk** 200 500 Fryske Marren* 200 100 100 100 300 300 Westerkwartier* 100 200 100 200 300 300 Totaal** 8.300 7.000 2.400 11.200 10.400 3.600 * Hierbij is uitgegaan van een station in Leek (Westerkwartier) en stations in Lemmer en Joure (Fryske Marren) voor stoptreinen. ** Vanwege het ontbreken van een directe aansluiting met een station op de Lelylijn en een ommeland is de volledige ruimtelijke neerslag voor Urk toegedeeld aan de kern.

Belangrijkste conclusies: Kwalitatieve effecten (meer info: hoofdstuk 3 & 4) De belangrijkste kwalitatieve effecten die beschreven staan in hoofdstuk 3 en 4, worden hieronder aangestipt: • Positieve agglomeratie-effecten in steden én tussen steden, maar bescheiden van omvang: de Lelylijn leidt op twee manieren tot vergroting van agglomeratie-effecten. In de eerste plaats op het schaalniveau van de stedelijke kernen zelf. Dat effect zal het grootst zijn in de steden Groningen en Leeuwarden en kleiner langs de andere knopen van de Lelylijn. De tweede manier loopt via het zogeheten ‘borrowed size’-effect: door de betere onderlinge verbindingen op het schaalniveau van de steden in Noordelijk Nederland profiteert elk van de steden in het netwerk van de ‘grotere nabijheid’ van de andere steden. Wel moet worden beseft dat agglomeratiekrachten klein zijn: een verdubbeling van massa/dichtheid leidt slechts tot een bescheiden verbetering van productiviteit. • Behouden en aantrekken van talent: Innovatie één van de drivers van economische groei in de toekomst. Behoud van en aantrekkingskracht op talent is hiervoor een cruciale voorwaarde. Door de Lelylijn verbetert de bereikbaarheid van banen, wat ervoor zorgt dat meer talent behouden blijft in Noordelijk Nederland en het aantrekkelijker wordt om in Noordelijk Nederland te gaan wonen.

• Brede welvaartseffecten: vanuit economisch perspectief zijn met name het terugdringen van de vervoersarmoede en inclusiviteit (van mensen die geen auto en/of rijbewijs-B hebben), de instandhouding van voorzieningenniveaus in landelijke gebieden positieve effecten van de Lelylijn. • Kansen voor de vrijetijdseconomie: er zijn met name kansen op vlak van de cultuursector (evenementen, sportwedstrijden, musea, stedelijk aanbod, UNESCO locaties, etc.). De recreatieve treinreiziger is namelijk veelal een cultuurbezoeker. Het gebruik van de trein voor buitenrecreatie is beperkt. Ook wordt niet verwacht dat bezoekers van bijvoorbeeld bungalowparken in Fryslân vaker de trein zullen pakken.

6

Geen substantiële negatieve economische effecten Er worden zowel in literatuur als in gesprekken, weinig tot geen negatieve en/of ‘leegtrek’-effecten gevonden die relevant zijn voor Noordelijk Nederland. Er is dus geen aanleiding om te veronderstellen dat de economie van Noordelijk Nederland negatief wordt beïnvloed door de Lelylijn. Tegelijkertijd kan de Lelylijn voor plattelandsgemeenten buiten de lijn, die dus geen station aan de Lelylijn hebben, een gemengd effect hebben. Positief in de zin van ook voor hen een betere bereikbaarheid in combinatie met verschillende modaliteiten van voor- en natransport. Maar dit reistijdvoordeel moet niet overschat worden. Een negatief risico is dat met name zakelijke diensten, maar bijvoorbeeld ook secundair en tertiair onderwijs bij eventuele verhuizing in sterkere mate naar de stations worden getrokken.

Belangrijkste conclusies: beantwoording hoofdvraag (meer info: hoofdstuk 4) “Kan de Lelylijn potentieel bijdragen aan de economie en economische structuurversterking van Noordelijk Nederland en daarbij een bijdrage leveren aan het versterken van de nationale economie?” Lelylijn draagt bij aan economie en economische structuurversterking, maar effect is bescheiden De Lelylijn draagt bij aan de economie en economische structuurversterking van Noordelijk Nederland en Nederland als geheel. De effecten zijn positief en breed, relatief klein, maar niettemin voor Noordelijk Nederland en voor Nederland wel van betekenis. In de literatuur leiden investeringen in (rail)infrastructuur en verbetering van de bereikbaarheid tot een groei van productiviteit en werkgelegenheid. Kennisintensieve en zakelijke diensten trekken naar stationsomgevingen en de vastgoedwaarden nemen toe, voor zowel werken (vooral dichtbij het station (straal van ca. 500m) als wonen (dichtbij aanzienlijk met een afstandsverval naar ook iets verder tot ca. 2km). Door de Lelylijn verbetert de bereikbaarheid van banen, wat ervoor zorgt dat meer talent behouden blijft in Noordelijk Nederland en het aantrekkelijker wordt om in Noordelijk Nederland te gaan wonen. De Lelylijn leidt tot extra banen en maakt extra woningbouw mogelijk.

Qua brede welvaart draagt de Lelylijn bij aan grotere baankansen voor mensen in Noordelijk Nederland, het instandhouden of verbeteren van voorzieningenniveaus (zie figuur 4.1 over de relatie tussen bereikbaarheid enerzijds en de samenhang tussen wonen, werken en voorzieningen anderzijds), het verduurzamen van het mobiliteitssysteem en het tegengaan van vervoersarmoede (en dus inclusiviteit voor mensen zonder auto en/of rijbewijs). Dat zijn de belangrijkste conclusies uit verschillende (meta-)analyses naar de economische effecten van investeringen in (rail)infrastructuur. De economische effecten zijn wel klein en moeten niet worden overschat. Voor de berekening van de werkgelegenheidseffecten is daarom in dit onderzoek gewerkt met kleine groeipercentages als gevolg van de Lelylijn (tussen +0,1% en +0,4% per jaar, afhankelijk van type stad en met een differentiatie in een laag en hoog scenario). Tot 2050 leidt dit tot een bescheiden maar betekenisvolle extra groei in banen en inwoners. Figuur: Positieve relatie tussen multimodale bereikbaarheid met wonen, werken en voorzieningen

7

Kennislacunes Er is onvoldoende inzicht in de kenmerken van de treinreiziger in Noordelijk Nederland. • Post-covid lijkt het hybride werken in sommige bedrijfstakken een structureel karakter te krijgen. De lange termijneffecten zijn echter nog niet bekend. Longitudinaal onderzoek naar het effect van thuiswerken is nodig, in het bijzonder met oog voor de effecten op de kantorenmarkt. • De mate waarin en wijze waarop de sterke clusters van de middelgrote steden – met name Drachten, Heerenveen en Emmeloord – optimaal kunnen profiteren van de Lelylijn is minder goed op (inter)nationale literatuur te baseren. Diepgaander onderzoek naar relevante trends voor en eisen en wensen van vestigingen in die clusters om de effecten van de Lelylijn te optimaliseren is wenselijk. • Er is nader onderzoek gewenst naar wat het effect is van de Lelylijn bij het doortrekken van een internationale treinverbinding en het versnellen van de verbinding Kopenhagen-Amsterdam (met o.a. treintunnel Puttgarden).

Maximaliseren van effecten (meer info: hoofdstuk 5) In hoofdstuk 5 is beschreven op welke wijze de economische effecten van de Lelylijn gemaximaliseerd kunnen worden. De positieve economische effecten van de Lelylijn kunnen versterkt worden door: • Optimaliseren aansluiting auto- en (E-)fietssysteem en busvervoer: Met een goed onderliggend OVsysteem, met P&R-voorzieningen, met stallingsfaciliteiten voor de (E-)fiets en met complementair deelvervoer (waaronder, maar niet uitsluitend, de OV-fiets) ontstaan de voorwaarden om de lijn zelf beter te exploiteren en het profijt ervan ook over de omliggende regio te verspreiden. • Concentratie van woningbouw, werken en voorzieningen op diverse schaalniveaus: het is logisch en noodzakelijk om woningbouw, bedrijvigheid en voorzieningen te concentreren op en rond de stationslocaties/kernen. Een extra impuls kan nog worden verkregen door op het schaalniveau van regio’s en provincies in (nog) sterkere mate te kiezen voor concentratie van verstedelijking. • Zoek naar stads- en regiospecifieke invulling van functies gekoppeld aan sterke clusters gekoppeld aan de Lelylijn: Zoek voor de meer op bedrijventerreinen georiënteerde economieën van Drachten, Heerenveen, Emmeloord en Urk naar wat hun sterke clusters nodig hebben en kijk in hoeverre die functies ruimtelijk kunnen worden ingepast in de wijdere stationsomgeving.

• Benut de Lelylijn als katalysator voor ruimtelijke ontwikkeling (cumulatief stapel-effect): Het strategisch inzetten van de Lelylijn als katalysator voor woningbouw, stedelijke verdichting rond stations en de ontwikkeling van werklocaties kan de ruimtelijke ontwikkeling van de aangrenzende gebieden versnellen. Een goed voorbeeld hiervan is de kantorenlocatie ten zuiden van Groningen Station, die kan worden ontwikkeld als een soort Zuidas van het Noorden. • Balans tussen het aantal stations en de reistijdwinst: individuele kernen zijn gebaat bij een station aan de Lelylijn. Maar hoe meer stations, des te kleiner de reistijdswinsten. In het bereikbaarheidsspoor van de Lelylijn moet dus aandacht zijn voor de optimale balans op de schaal van Noordelijk Nederland. • Zet de Lelylijn ook in voor goederenvervoer: De inzet van de Lelylijn voor goederenvervoer, zowel nationaal als internationaal, biedt potentie voor vergroting van de economische effecten. Naast wegen water- ontstaat er dan ook een spoorcorridor. • Nachttreinverbinding: Voor cultuur en leisure kan een nachttreinverbinding interssant zijn: vanuit de Randstad naar Groningen voor concerten en/of festivals en nog wel met de trein terug kunnen reizen en vice versa. • Goede aansluiting op andere (internationale) treinverbindingen: Er is de ambitie om de Lelylijn goed aan te sluiten op andere binnenlandse treinverbindingen.

Ook het uitbouwen van de Lelylijn naar een internationale treinverbinding kan positieve effecten hebben op zowel regionaal als internationaal niveau. Dat biedt nieuwe zakelijke kansen en culturele uitwisseling.

8

1 Inleiding economische verdieping 1.1 Aanleiding en onderzoeksvraag economische verdieping De Lelylijn kan als backbone een bijdrage leveren aan de economische structuurversterking, verstedelijkingsopgave en de verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid van Noordelijk Nederland. De vraag is hoe groot deze bijdrage kan zijn. Rijk en regio hebben in december 2022 een gezamenlijke projectorganisatie ingesteld die de opdracht heeft om onderzoek te doen naar de Lelylijn. Het onderzoek is de combinatie van een MIRT-onderzoek en het opstellen van Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied Lelylijn. Het Ontwikkelperspectief is gericht op het inzichtelijk maken van de ontwikkelpotentie van Noordelijk Nederland (waartoe Noordelijk Flevoland, Fryslân en Groningen gerekend worden en in dit kader Drenthe niet) bij de aanleg van de Lelylijn. Onderdeel van dit Ontwikkelperspectief is grip krijgen op de potentiële economische ontwikkeling in Noordelijk Nederland wanneer de Lelylijn wordt gerealiseerd.

Centrale vraag daarbij is: “Kan de Lelylijn potentieel bijdragen aan de economie en economische structuurversterking van Noordelijk Nederland en daarbij ook een bijdrage leveren aan het versterken van de nationale economie?” Bureau BUITEN heeft in opdracht van het projectteam Ontwikkelperspectief Lelylijn in de periode oktober – december 2023 het verdiepend economisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn te lezen in de volgende hoofdstukken in deze rapportage. Daarvoor nemen wij u graag mee in de gehanteerde uitgangspunten (§1.2), aanpak (§1.3) en kunt in de leeswijzer (§1.4) vinden.

1.2 Uitgangspunten onderzoek De volgende uitgangspunten zijn structurerend voor de economische verdieping: Sociaaleconomische structuurversterking Economische ontwikkeling gaat over de sociaaleconomische structuurversterking op de lange termijn en de bijdrage van economie en Brede Welvaart. De structuurversterking wordt daarmee het bevorderen van een duurzame, flexibele, beperkt kwetsbare (regionale) economie, die aansluit bij de kernkwaliteiten en mogelijkheden van de regio. Voeding voor het Ontwikkelperspectief en MIRT Het resultaat van het onderzoek wordt ingebracht in het proces van het opstellen van het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Lelylijn. Opsteller van het Ontwikkelperspectief is Studio Bereikbaar. Dit betekent dat gedurende de uitvoering van de economische verdieping veelvuldig is uitgewisseld met Studio Bereikbaar en deze rapportage en achterliggende inbreng en data zijn overgedragen. Het onderzoek levert de informatie die nodig is om eind 2024 een go/no-go besluit te nemen over een Startbeslissing voor de MIRT-Verkenning naar de Lelylijn. Aansluiting op schaalniveaus Houtskoolschets In juli 2023 is de verkennende ‘Houtskoolschets’1 voor het integrale Ontwikkelperspectief opgeleverd.

Daarin wordt onderscheid gemaakt naar vijf schaalniveaus die een cruciale rol vervullen om de volle breedte van de potentie van de nieuwe verbinding voor Noordelijk Nederland te benutten. In deze economische verdieping wordt aangesloten op vijf schaalniveaus: 1) Verbinding nationaal stedelijk

1

Houtskoolschets Integrale Ontwikkelperspectief Lelylijn: https://delelylijn.nl/wpcontent/uploads/2023/07/Houtskoolschets-integrale-ontwikkelperspectief-juni-2023.pdf

9

netwerk en het Noordelijk Nederlands stedelijk netwerk; 2) Verbindingen tussen de steden in het Noordelijk Nederlandse netwerk; 3) Stationsomgevingen; 4) De relatie met het ommeland; 5) Aangrenzende regio’s. Geografische scope economische verdieping Het onderzoek concentreert zich op Noordelijk Nederland: de provincies Groningen, Fryslân en Flevoland. Als werkhypothese voor het tracé van de Lelylijn is uitgegaan van een tracé van Lelylijn via de Noordoostpolder en Heerenveen naar Leeuwarden en via Drachten naar de stad Groningen, gebundeld met de A6, A7 en A32. Dit onderzoek is gericht op een brede strook rond het spoortracé, met specifieke aandacht voor de economische effecten rond de stations, de kernen en het ommeland. Daar waar verderaf van deze strook economische effecten verwacht kunnen worden, worden deze benoemd. Drenthe wordt in dit onderzoek slechts zijdelings meegenomen, omdat het niet langs het tracé van de Lelylijn ligt. Ook het zuidelijk deel van de Lelylijn – het traject Lelystad-Amsterdam – valt buiten de scope van dit onderzoek.

1.3 Aanpak Vooral kwalitatieve duiding economische effecten, onderzoek op basis van bestaande bronnen De economische verdieping is gebaseerd op een combinatie van bronnen: bestaand onderzoek/materiaal met betrekking tot de Lelylijn, beleidsdocumenten en data, wetenschappelijke literatuur, uitwisseling met andere onderzoeksbureaus en Maakdagen (zie ook 1.3) en een gespreksronde met gemeenten en provincies langs het tracé van de Lelylijn. De uitgevoerde kwalitatieve en kwantitatieve analyses in de economische verdieping zijn gebruikt om de potentiële economische effecten en ruimtelijke neerslag te duiden: deze duiding is vooral kwalitatief, en waar mogelijk (globaal) kwantitatief. Gesprekronde In de gespreksronde lag de focus op de verwachte economische ontwikkeling bij wel/geen Lelylijn, de mogelijke effecten op het gebied van economie en Brede Welvaart en de programmatische ambities, met name op het vlak van werken. Gesprokken is met strategen, adviseurs en programmaleiders van de volgende overheden: • Het Rijk: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; • Gemeenten: Noordoostpolder, Urk, Súdwest-Fryslân, Heerenveen, Smallingerland, Lelystad, Leeuwarden en Groningen en Westerkwartier; • Provincies: Flevoland, Fryslân en Groningen.

Samenwerking Het verdiepend economisch onderzoek is uitgevoerd onder aansturing van en in afstemming met het projectteam Ontwikkelperspectief Lelylijn. Tijdens drie ‘Maakdagen’ is inbreng opgehaald bij alle bij het Ontwikkelperspectief betrokken partijen (gemeenten, provincies, waterschap, vervoerders, adviesbureaus en onderwijs) en is – net als gedurende het onderzoek – afgestemd met Studio Bereikbaar (trekker onderzoek Bereikbaarheid) en Companen (trekker onderzoek Wonen).

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u de schets van de economie en economische ontwikkeling van Noordelijk Nederland, resulterend in een SWOT-analyse. Hoofdstuk 3 beschrijft de effecten van de Lelylijn op verschillende schaalniveaus inclusief de globale ruimtelijke neerslag van deze effecten. Conclusies zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De rapportage sluit af met hoofdstuk 5 met aanbevelingen voor het maximaliseren van de economische effecten en aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Voor bronnen, achterliggende data en berekeningen en overige informatie verwijzen we naar bijlagen 1 t/m 8.

10

2 Kernachtige Schets Economie Noordelijk Nederland Dit hoofdstuk bevat de kernachtige schets van de economie van Noordelijk Nederland. Het maakt gebruik van analyses van data, eerder onderzoek, gemeentelijk en provinciaal beleid en ambities en interviews uit de gespreksronde. 2.1 Bruto Binnenlands Product & toegevoegde waarde BBP en toegevoegde waarde liggen lager dan Nederlands gemiddelde, maar groeien wel Het Bruto Binnenlands Product (BBP) – een maatstaf voor het regionaal verdienvermogen – ligt per inwoner lager in de provincies Flevoland en Fryslân dan in Nederland gemiddeld (figuur 2.1). Dat gold de afgelopen jaren ook voor de provincie Groningen, maar in 2022 niet. Groningen scoort wat hoger dan het Nederlands gemiddelde in sommige jaartallen, maar dat heeft met name te maken met het feit dat de opbrengsten van gaswinning onderdeel zijn van de data. Als verdisconteerd wordt voor de gaswinning, komt de provincie Groningen uit op vergelijkbaar niveau als Fryslân en Flevoland. Hoewel het BBP in Noordelijk Nederland lager ligt dan het Nederlandse gemiddelde, is de lijn wel positief: zowel het BBP als de bruto toegevoegde waarde (figuur 2.2), zijn de laatste tien jaar gegroeid. Figuur 2.1: BBP per inwoner in Nederland Flevoland, Fryslân en Groningen (2013-2022, CBS Regionale Kerncijfers) 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0 2013

2014

2015

Nederland

2016

2017

Flevoland

2018

2019

Fryslân

2020

2021

2022

Groningen

Figuur 2.2: Volumemutaties in % van de Bruto Toegevoegde Waarde van Noordelijk Nederland in %, 2013-2022, CBS 10 5 0 -5 -10 2013

2014

2015 Nederland

11

2016

2017 Flevoland

2018

2019

Fryslân

2020 Groningen

2021

2022

2.2 Werkgelegenheid 2.2.1

Ontwikkeling werkgelegenheid

De werkgelegenheid (figuur 2.3) in Flevoland groeide in de periode 2013-2022 met 20% (33.580 banen), in Fryslân met 11% (31.459 banen) en in de provincie Groningen met 13% (34.912). In abolute zin was de groei in Groningen daarmee het grootst, in relatieve zin is het aantal banen in Flevoland het sterkst gegroeid. In Nederland was de banengroei in deze periode 14%. Kijkend naar de ontwikkeling van de sterk groeiende sectoren (figuur 2.4), dan valt de groei van de bouw, horeca en zakelijke diensverlening in Flevoland en Groningen op. In absolute zin moet ook de groei van de logistiek in Flevoland worden genoemd. In Fryslân springen onderwijs en zorg eruit met hoge groeipercentages. Sectorale krimp was er ook: in Flevoland nam het aantal banen in de landbouw en ICT af (-2%), in Groningen gold die voor de industrie (-6%). Sterke relatieve werkgelegenheidsgroei was onder andere te vinden op Urk (in lijn met de bevolkingstoename), op de Waddeneilanden en in de steden Almere en Groningen (figuur 2.5). De totale werkgelegenheidsontwikkeling staat in de bijlagen (sectoraal op provinciaal niveau, op gemeentelijk niveau geaggregeerde werkgelegenheid). Figuur 2.3: Indexering werkgelegenheid Flevoland, Fryslân, Groningen en Nederland (van index = 2013 t/m, 2022). Bron: provinciale & CBS-cijfers 130% 120% 110% 100% 90% 80% 70% 2013 = index

2014

2015 Flevoland

2016

2017 Fryslân

2018 Groningen

2019

2020

2021

2022

Nederland

Figuur 2.4: Sectoren met de sterkste procentuele werkgelegenheidsontwikkeling Flevoland, Fryslân, Groningen (2013-2022). Bron: provinciale & CBS-cijfers Flevoland Friesland Groningen Bouw +45% Informatie & +29% Horeca +33% communicatie Horeca +35% Bouw +22% Onderwijs +21% Zakelijke en fin. +25% Horeca +21% Bouw +19% dienstverlening Figuur 2.5: Gemeenten met sterkste werkgelegenheidsontwikkeling Flevoland, Fryslân, Groningen (20132022). Bron: provinciale & CBS-cijfers Flevoland Friesland Groningen Urk +56% Schiermonnikoog +24% Groningen +20% Dronten +22% Ameland +24% Het Hogeland +12% Almere +20% Heerenveen, Vlieland +20% Westerkwartier +10%

12

Figuur 2.6: Werkgelegenheid per sector in %, 2022 Overige diensten Zorg

Onderwijs Overheid Financiële- en zakelijke diensten Informatie en communicatie Horeca Groothandel en logistiek Bouw Industrie Landbouw 0%

5%

10%

Nederland

Groningen

15% Fryslân

20%

25%

30%

Flevoland

Figuur: 2.7 en 2.8: Aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijdscategorie 15-65 jaar (2014-2021 links, 2021 rechts, CBS & Bewerking Bureau BUITEN). 800 750

Groningen

713

Fryslân

687

700 650 600 550 500

Flevoland

450

584

400 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Nederland

Flevoland

Fryslân

Groningen

Nederland

769 0

200

400

600

800

1000

Analyse werkgelegenheidsontwikkelingen E&E advies constateerde in 2021 dat Noord-Nederland (waar Drenthe in de analyse zat in plaats van Flevoland zoals in deze studie) wat minder sterk groeit dan het landelijk groeigemiddelde, qua werkgelegenheid. Deze conclusie trekken we niet voor Noordelijk Nederland. Flevoland groeit qua werkgelegenheid sneller dan Nederland, Fryslân en Groningen gemiddeld. Groningen en Fryslân liggen een fractie onder het Nederlands gemiddelde. Kijkend naar de sectorale verdeling van werkgelegenheid in Nederland, trekken we de conclusie dat de hoogwaardige kenniseconomie (specialistische zakelijke diensten, financiële dienstverlening en informatie en communicatie) relatief ondervertegenwoordigd zijn, terwijl de landbouw juist belangrijk is (zeker in Fryslân met 5%). Er zijn echter binnen Noordelijk Nederland grote regionale verschillen. Dit is onder meer zichtbaar in de ontwikkeling van de werkgelegenheid: in Oost-Groningen en Delfzijl en omgeving is het aantal banen beperkt en staat ook in de toekomst onder druk. De stad Groningen onderscheidt zich in Noordelijk Nederland, door de concentratie van (toonaangevende) kennis en bedrijvigheid en is de banenmotor van het noorden. De economie van Fryslân leunt op een sterk MKB dat actief is in verschillende economische clusters, maar het ontbreekt in Fryslân aan een echte ‘economische motor’.

De steden – met Leeuwarden voorop, gevolgd door Heerenveen en Drachten – zijn ook hier de relatief snelle groeiers.

13

De werkgelegenheidsgraad (aantal banen per inwoner) is in Noordelijk Nederland lager dan in Nederland als geheel. Verklaringen die hiervoor gegeven worden, zijn de demografische opbouw van de regio, de productiestructuur en specifieke regionale kenmerken, zoals de kwaliteit van het ondernemerschap, aldus E&E-advies. In Flevoland ijlt de banengroei structureel na op de bevolkingsgroei, maar is er wel sprake van een min of meer gestage stijging van het aantal banen ten opzichte van het aantal inwoners. Het werkloosheidspercentage in Noordelijk Nederland bevindt zich op een vergelijkbaar (laag) niveau als het landelijke gemiddelde. De werkloosheid in het tweede kwartaal van 2023 was in Nederland 3,4%, in Flevoland 3,7%, in Fryslân 3,5% en in Groningen 3,9%. Werkgelegenheid recreatie en toerisme We hebben ook de werkgelegenheidsdata over recreatie en toerisme van Noordelijk Nederland geanalyseerd: deze groeide met 4% (Provincie Groningen), 2% (Flevoland) en 1% (Fryslân) tussen 20182022, tegenover 1% in Nederland. Groningen groeide qua recreatie en toerisme werkgelegenheid dus vier keer zo snel als het Nederlands gemiddelde. De werkgelegenheidscijfers in recreatie en toerisme laten een (beperkte en logische) dip zien tijdens de coronacrisis (2020-2021), maar zijn inmiddels weer op het niveau van voor de coronacrisis.

Figuur 2.9: Ontwikkeling Recreatie en Toerisme werkgelegenheid (LISA afbakening & data) 24.000 22.000 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 2018

2019

2020 Flevoland

2.2.2

2021 Fryslân

2022

Groningen

Raming aantal banen 2030 en 2050 o.b.v. WLO Hoog 2030 en 2050

In deze paragraaf wordt de sectorale werkgelegenheid van de provincies Flevoland, Fryslân en Groningen geraamd. Dat doen we op basis van de WLO- scenario’s die ontwikkeld zijn in de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO) door het Centraal planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2015. De WLO-scenario’s geven een doorkijk naar de middellange (2030) en lange termijn (2050). Er zijn twee WLO-scenario’s. In scenario Laag gaat een gematigde economische groei van 1% per jaar samen met een beperkte demografische ontwikkeling. Het scenario Hoog combineert een hoge(re) economische groei van 2% per jaar met een relatief sterke bevolkingsaanwas. Deze referentiescenario’s zijn beleidsarm ingevuld, er is geen rekening gehouden met woningbouwplannen. Ze bieden daardoor een inzicht in toekomstige knelpunten en kansen en vormen zo een kader om na te denken over (toekomstig) beleid. Als plus op de referentiescenario’s, is in dit onderzoek gekeken naar het mogelijke effect van de woningbouwwoondeals op de werkgelegenheid en de onderlinge afhankelijkheid van deze ontwikkelingen. In paragraaf 3.9 wordt hier verder op ingegaan. In deze studie gaan we voor Noordelijk Nederland uit van het hoge WLO-scenario, omdat uit de periode 2015-2023 gebleken is dat de daadwerkelijke ontwikkeling ongeveer gelijkloopt aan het hoge scenario.

De gehanteerde groeicijfers per sector staan weergegeven in de bijlagen. De raming komt tot stand op

14

basis van de landelijke WLO-scenario’s en houden geen rekening met regionale/provinciale sectorale ontwikkeling(en), die iets kunnen afwijken van het landelijk beeld. Figuur 2.10: Raming werkgelegenheid Flevoland WLO Hoog 2030, 2050 Banen per sector - Flevoland 2022 Raming WLO Hoog 2030 Landbouw 6.245 5.951 Industrie 19.025 17.841 Bouw 10.225 10.307 Groothandel en logistiek 50.455 52.092 Horeca 7.945 8.334 Informatie en communicatie 6.885 7.223 Financiële- en zakelijke diensten 41.690 44.434 Overheid 8.315 9.076 Onderwijs 14.605 15.941 Zorg 30.270 33.039 Overige diensten 9.530 9.997 Totaal 205.190 214.235

Raming WLO Groei t/m 2050 Hoog 2050 4.868 -1.377 14.014 -5.011 9.706 -519 52.092 1.637 8.674 729 7.517 632 48.127 6.437 10.229 1.914 17.967 3.362 37.238 6.968 10.405 875 220.836 15.646

Let op: We constateren bij de bovenstaande raming op basis van de WLO-Hoog scenario’s dat deze groeicijfers niet goed passen bij Flevoland (gezien de bevolkingsontwikkeling en grootschalige woningbouwplannen). Het CPB en PBL hebben in 2020 een actualisatie van de invoer voor mobiliteitsmodellen2 uitgevoerd, waarbij het aantal geraamde banen naar boven bijgesteld is. Als we deze cijfers extrapoleren (wat we voor Flevoland wel relevant vinden en voor Fryslân en Groningen niet, want die gaan uit van krimp), komen we tot een totale werkgelegenheidsgroei van 74.000 banen in Flevoland t/m 2050. Figuur 2.11: Raming werkgelegenheid Fryslân WLO Hoog 2030, 2050 Banen per sector - Fryslân 2022 Raming WLO Hoog 2030 Landbouw 14.524 13.841 Industrie 41.152 38.591 Bouw 21.013 21.182 Groothandel en logistiek 64.516 66.610 Horeca 15.164 15.907 Informatie en communicatie 5.687 5.966 Financiële- en zakelijke diensten 45.037 48.001 Overheid 14.642 15.981 Onderwijs 22.058 24.076 Zorg 60.041 65.533 Overige diensten 13.977 14.662 Totaal 317.811 330.349

2

Raming WLO Groei t/m 2050 Hoog 2050 11.321 -3.203 30.313 -10.839 19.946 -1.067 66.610 2.094 16.556 1.392 6.209 522 51.991 6.954 18.012 3.370 27.135 5.077 73.861 13.820 15.260 1.283 337.214 19.403

https://www.pbl.nl/publicaties/actualisatie-invoer-mobiliteitsmodellen-2020, raming CPB/PBL komt in dataset voor Flevoland tussen 2018 – 2050 neer op 83.000 banen, die geëxtrapoleerd zijn naar de 2022 cijfers. En dan komt de groei neer op 74.000 banen tussen 2022-2050.

15

Figuur 2.12: Raming werkgelegenheid provincie Groningen WLO Hoog 2030, 2050 Banen per sector - Groningen 2022 Raming WLO Raming WLO Hoog 2030 Hoog 2050 Landbouw 9.265 8.830 7.222 Industrie 31.614 29.646 23.287 Bouw 16.067 16.196 15.251 Groothandel en logistiek 56.005 57.822 57.822 Horeca 14.601 15.317 15.941 Informatie en communicatie 11.884 12.467 12.975 Financiële- en zakelijke diensten 46.573 49.638 53.764 Overheid 19.073 20.817 23.463 Onderwijs 27.231 29.722 33.499 Zorg 62.762 68.502 77.209 Overige diensten 14.702 15.423 16.051 Totaal 309.777 324.380 336.485

Groei t/m 2050 -2.043 -8.327 -816 1.817 1.340 1.091 7.191 4.390 6.268 14.447 1.349 12.105

In de raming volgens de WLO-scenario’s komt de (autonome) groei van de werkgelegenheid in Flevoland tot 2050 uit op afgerond 16.000 banen, die we in dit kader op basis van latere berekeningen van het CPB en PBL hebben gextrapoleerd naar 74.000 banen, in Fryslân op 19.000 banen en Groningen op 12.000 banen. In totaal komt de totale geraamde werkgelegenheidsgroei tot 2050 in het NOVEX Lelylijngebied neer op 105.000 banen.

2.3 Bedrijfsvestigingen In de bijlagen is de ontwikkeling van het aantal bedrijfsvestigingen in Flevoland, Fryslân en Groningen opgenomen. Er waren in 2022 in Flevoland 51.845 vestigingen, in Fryslân 70.080 en in Groningen 63.605. In alle provincies nam het aantal vestigingen in alle sectoren toe, met uitzonder van de sector overheid in Fryslân. Deze groei heeft te maken met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De groei van het aantal vestigingen is te verklaren door de groei van het aantal ZZP’ers (wat niet terugkomt in de openbare data van Flevoland, Fryslân en Groningen die in dit kader onderzocht zijn). Dit is eerder en uitvoeriger onderzocht door E&E Advies in de Stand van het Noorden (2021). Hieruit blijkt dat het aantal werkgevers in Noord-Nederland en Nederland als geheel stabiel is, maar het aantal ZZP’ers sterk groeit (120% groei in de periode 2008-2019). Ook in Flevoland is dat het geval, waarbij overigens naast de groei van ZZP’ers ook het microbedrijf (2-9 werkenden) groeit (bron: Flevoland Monitor 2023). Voor een diepgaande analyse van de ontwikkeling van het aantal bedrijfsvestigingen verwijzen we naar het Rapport Stand van het Noorden. Figuur 2.13: Ontwikkeling aantal ZZP’ers en werkgevers in Noord Nederland en Nederland (Bron: Stand van het Noorden, E&E Advies met LISA-data, Indexcijfer 2008)

16

Figuur 2.14: Absolute ontwikkeling van banen bij werkgevers en ZZP’ers in Noord Nederland

Het CBS heeft onderzoek gedaan naar bedrijfsverhuizingen. Tweederde van de verhuizingen vindt plaats in de eigen gemeente: de gemiddelde verhuisafstand is slechts 7,5km. Bij verhuizingen tussen gemeenten is de gemiddelde afstand 19 kilometer. Verhuizingen over meer dan 100 kilometer, wat in Nederland toch al gauw neerkomt op een verhuizing naar een ander landsdeel, komen weinig voor (2,5 procent van de intergemeentelijke verhuizingen). Bedrijven verhuizen veelal vanwege privé motieven van de ondernemer.

2.4 Bevolkingsontwikkeling

Figuur 2.15: Bevolkingsontwikkeling Flevoland, Fryslân, Groningen (2013-2022), relatieve en absolute groei per gemeente

Fryslân is naar inwoneraantal de grootste provincie van Noordelijk Nederland (654.019 inwoners in 2022), gevolgd door Groningen (590.170) en Flevoland (434.771). Het aantal inwoners in Fryslân en Groningen is stabiel: de afgelopen 10 jaar (2013-2022) groeide het aantal inwoners in beide provincies met 1% in totaal. Flevoland groeide qua aantal inwoners met 9% in dezelfde periode. In absolute zin ging het in Flevoland om 36.330 personen, in Fryslân om 7.164 personen en in Groningen om 8.465 personen. De bevolkingsontwikkeling staat weergegeven in de figuur rechts. Nederland kent een regionaal sterk gedifferentieerde demografische ontwikkeling. De bevolking groeit met name sterk in de Randstad. Daarbuiten is de groei minder sterk. In het E&E Rapport Stand van het Noorden (2021) wordt zowel uitgegaan van een krimp van de bevolking van Noord-Nederland, als van een krimp van de beroepsbevolking (als gevolg van vergrijzing). Echter, de nieuwste Primos Prognose (2023) weerspreekt dit beeld, en gaat tot 2035 uit van bevolkingsgroei in plaats van afname, en in sommige gevallen ook na 2035 tot 2050 (voor de Primos Prognose en gemeentelijke prognoses, zie de bijlagen). Ook uit gesprekken (met onder

17

andere Fryslân en Groningen) blijkt dat de eerdere prognoses te laag blijken en dat de daadwerkelijke bevolkingsontwikkeling sneller gaat dan eerder voorzien. De krimp van de bevolking wordt pas na 2035 verwacht, waarbij in het achterhoofd gehouden moet worden dat prognoses langjarig te laag uitvallen en actualisatie van deze gegevens de komende jaren dus aandacht verdient. Voor de duidelijkheid: we hanteren in dit onderzoek dezelfde bevolkingsgroeiprognoses als Companen, die de woningmarktontwikkelingen in relatie tot de Lelylijn onderzoeken. Figuur 2.16: Prognose bevolkingsontwikkeling 2023-3050 (Primos) Provincie Bevolking 2023 Bevolking 2035 Bevolking 2050 Flevoland Fryslân Groningen Totaal

445.659 655.880 596.240 1.697.778

541.643 662.323 600.690 1.804.656

643.312 643.864 568.300 1.855.476

Groei ’23-‘35

Groei ’35-‘50

95.984 6.443 4.450 106.877

101.669 -18.459 -32.390 50.820

Figuur 2.17 en 2.18: Functionele woningmarktgebieden (links) en verwachte bevolkingsgroei (rechts), 2023 – 2037 (Primos Prognose 2023).

Kijkend naar de leeftijd van de bevolking, dan valt op dat de groene druk afneemt en de grijze druk3 toeneemt in alle provincies. De ontwikkeling van de grijze druk van Groningen loopt nagenoeg gelijk aan het Nederlands gemiddelde; de grijze druk is in Flevoland substantieel lager dan in andere provincies.

3

De groene druk is het aantal personen jonger dan 20 jaar als percentage van het aantal 20-64-jarigen. De grijze druk is het aantal 65-plussers als percentage van het aantal 20-64-jarigen. Definitie: CBS.

18

Figuur 2.19 en 2.20: Ontwikkeling groene (links) en grijze (rechts) druk in Nederland, Flevoland, Fryslân en Groningen in %, (2014-2023)* 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Nederland

Flevoland

Nederland

Flevoland

Fryslân

Groningen

Fryslân

Groningen

*Nederland lijkt in de grafiek rechts te ontbreken, maar valt nagenoeg gelijk met Groningen.

2.5 Werklocaties 2.5.1

Bedrijventerreinen & kantorenlocaties Noordelijk Nederland

Veel bedrijventerreinen in Noordelijk Nederland, en dan ook met name de grote bedrijventerreinen van Groningen, Drachten, Heerenveen en Emmeloord, liggen langs de Lelylijn. Er zijn weinig kantorenlocaties langs de Lelylijn. De kantorenlocaties bevinden zich met name in Groningen (Stationsgebied-Zuid) en de westkant van Groningen (Peizerweg, Suikerunie, Kranenburg). Figuur 2.21: Bedrijventerreinen langs de Lelylijn (Bron: IBIS Bedrijventerreinen) (categorie onbekend = segment bedrijventerrein ongedefinieerd)

19

2.5.2

Campuslocaties, (kennis)clusters en innovatiedistricten

Noordelijk Nederland heeft een aantal kennisclusters. Die zijn door Berenschot (2021) in de analyse voor het Deltaplan deel B ingedeeld in de volgende categorieën: Economisch cluster Noordelijk Nederland Waterstof en energietransitie Medische en lifescience technologie Watertechnologie Smart Area

HTSM/Digitalisering/Ma akindustrie Circulaire en groene economie Agrofood

Logistiek

Maritiem

Kennis

Omschrijving van het cluster Het aandeel banen in de duurzame-energiesector als ook het aandeel hernieuwbare energie neemt in Noordelijk Nederland sterk toe. Ook loopt Noordelijk Nederland voorop in de ontwikkeling van (groene) waterstofproductie, -transport en -toepassing. Het Healthy Ageing Network Noord- Nederland maakt Noordelijk Nederland al jaren tot het Europese voorbeeld op het gebied van active & healthy ageing. Noordelijk Nederland heeft een sterk en groeiend kennis- en bedrijvencluster op het gebied van water (Wateralliantie op wereldniveau). In Noordelijk Nederland is er volop experimenteer- en praktijkruimte voor Smart initiatieven – o.a. SmartMobility, SmartShipping, SmartFlying en SmartFood – om van start-up naar scale-up te komen. Op het vlak van digitalisering en hoogwaardige maakindustrie kent Noordelijk Nederland sterke kennisinstellingen, diverse multinationals en een dynamische startup scene. De inzet van Noordelijk Nederland op watertechnologie, duurzame energie, health, landbouw, circulair bouwen, groene chemie en recycling en hergebruik sluit goed aan bij de transitie naar een circulaire en groene economie. Noordelijk Nederland kent een sterke (inter)nationaal toonaangevende agrofoodsector, met name groot op het gebied van zuivel, eiwit, suiker, aardappelzetmeel en pootaardappelen.

Kenmerkend voor de sector zijn hoogtechnologische, innovatieve landbouw, hoogopgeleide agrariërs en koppeling met andere sectoren. Noordelijk Nederland biedt met havens, businessparken en twee regionale burgerluchthavens voor groot handelsverkeer de logistieke infrastructuur voor multimodale en steeds duurzamere bevoorrading van de stedelijke agglomeraties in Nederland. Afgelopen jaren hebben regionale overheden en het maritieme bedrijfsleven gezamenlijk geïnvesteerd in een betere rechtstreekse toegang naar zee bij de Afsluitdijk. Daarmee is een groei van de shortsea shipping, banencreatie en meer samenwerking tussen werven en binnenhavens in gang gezet. In de vier noordelijke provincies werkt het bedrijfsleven nauw samen met regionale opleiders en kennisinstellingen. Dat doen ze in het besef dat kennis, kunde en vernieuwing de sleutelfactoren zijn om in de kenniseconomie een robuuste positie te verwerven. De regionale opleiders en kennisinstellingen hebben hun krachten gebundeld in de Universiteit van het Noorden.

Noordelijk Nederland heeft een aantal campuslocaties en innovatiedistricten waarvan enkele op wereldniveau. Die zijn niet altijd bekend bij het brede publiek. We onderscheiden in Noordelijk Nederland de volgende campuslocaties en innovatiedistricten: Zernike Campus en UMCG Groningen; Energiecampus, Watercampus en Dairy Campus Leeuwarden; University Campus Leeuwarden; Innovatiecluster HTSM in Drachten; Sportstad en circulair cluster Heerenveen; Eemshaven in Het Hoge Land; Chemiecluster Delfzijl; Lelystad Airport en luchtvaartgerelateerd cluster in Lelystad; Maritiem- en Visserijcluster Urk; MITC Cluster Noordoostpolder. Kaarten van de onderwijs, kennisinstellingen en campussen in Noordelijk Nederland, Drenthe en Overijssel en Leeuwarden-specifiek zijn te raadplegen in de bijlagen. BCI (2018) heeft onderzoek gedaan naar campussen en kennisclusters in Nederland, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. BCI richtte zich in dit onderzoek op campussen waar een geografische concentratie/ bundeling van bedrijven en instituten is gevestigd en waar tussen de partners gezamenlijke R&D-/ open innovatierelaties centraal staan. In totaal zijn 82 campusinitiatieven beoordeeld. Hiervan zijn er 35 als ‘echte’ campus of campusinitiatief geclassificeerd volgens de gehanteerde definities door BCI. Eén van

20

de uitkomsten van het meest recente onderzoek naar campussen is dat de Zernike Campus Groningen in nog geen zes jaar tijd is uitgegroeid van startende campus tot een van de grootste volwassen campussen van nationaal belang. Daarnaast is Campus Groningen de snelst groeiende campus in Nederland en de op een na grootste campus qua totale werkgelegenheid. In de figuur hieronder worden de Nederlandse campussen die binnen de BCI-definitievallen beoordeeld. Figuur 2.22: Campussen in Noordelijk Nederland en ontwikkelingsfase Groningen: 1. Campus Groningen (Groningen) Friesland: 11. Watercampus, 18. Dairy campus (beide Leeuwarden) Flevoland: 31. Emerging Disease Campus (Lelystad)

2.6 Innovatie en concurrentiekracht In Noordelijk Nederland zijn hoogwaardige kennisinstituten en innovatieclusters aanwezig. Deze paragraaf beschrijft het innovatief vermogen van Noordelijk Nederland en haar economische concurrentiekracht. Voor een beeld van het innovatief vermogen en economische concurrentiekracht is gekeken naar de volgende aspecten: • Export: de mate van export geeft aan in hoeverre bedrijven in staat zijn internationaal te concurreren. De CBS definitie van een importeur/exporteur is een bedrijfsvestiging die op jaarbasis voor minstens €5.000 importeert of voor minstens €5.000 euro exporteert. In 2022 was dit in Groningen 8,1%, in Fryslân 8,2% en in Flevoland ook 8,2%. Het Nederlands gemiddelde is 9,1%, dus Noordelijk Nederland scoort op dit vlak iets ondergemiddeld. • In het rapport Stand van Noorden staat dat het aandeel exporterende vestigingen in Fryslân 4,9% en in Groningen 5,0% was in 2019. Het Nederlands gemiddelde lag op 6,2%. CBS-cijfers voor Flevoland voor 2018 laat een beduidend hoger aandeel zien van 7,9% [Bronnen: Stand van het Noorden, 2021; CBS vestigingen exporterende bedrijven 2018]. • Innovatieve bedrijven: het aantal innovatieve bedrijven binnen provincies ligt procentueel het hoogst in Groningen (2,6%), gevolgd door Fryslân (2,3%) en Flevoland (1,9%). Het Nederlands gemiddelde is 2,0%.

In absolute aantallen gaat het om 1.670 innovatieve bedrijven in de provincie Groningen, 1.821 in Fryslân en 1.061 in Flevoland. Grofweg een derde van deze innovatieve bedrijven is kleiner dan 10 fte [Bron: Innovatiespotter.nl, 2023]. • Onderzoek & Ontwikkeling-uitgaven: deze uitgaven geven de mate weer waarin bedrijven willen investeren in toekomstige innovaties. De O&O-uitgaven zijn in beeld gebracht voor de drie noordelijke provincies in de Innovatiemonitor. De resultaten laten een negatieve trend in investeringen in O&O, waarbij de O&O-investeringen als percentage van de omzet daalt van 20% in 2019 naar 15% in 2021, wat zorgelijk lijkt voor de toekomstige innovatiekracht. Gemiddeld waren 4,7 werknemers van de gemonitorde bedrijven direct betrokken bij O&O-activiteiten. [Bron: NoordNederlandse Innovatiemonitor SNN & RUG]. • Koplopers: het aandeel koplopers geeft een beeld van de mate waarin de bedrijven actief bezig zijn met innovatie, en of zij innovatie-output genereren. Ook hier zijn alle cijfers voor de noordelijke provincies beschikbaar. Uit de resultaten blijkt dat Groningen en hoger aandeel koplopers (51%) kent en in 2021 groeide kende ten opzichte van een jaar eerder; in Fryslân is een tegengesteld beeld te zien, met een negatieve trend in aandeel koplopers, naar 47% in 2021.

21

• Regional innovation scoreboard (figuur onder): in dit scoreboard van de Europese Commissie worden EU-regio’s vergeleken op basis van hun innovatiekracht, uitgedrukt in een score. De score voor Nederland voor 2023 is 140; voor Groningen ligt de score op 136, gevolgd door Fryslân (129) en Flevoland (109). De hogere score van Groningen ten opzichte van Fryslân en Flevoland wordt voor een belangrijke deel verklaard door de hogere output vanuit het hoger en universitair onderwijs. Over langere termijn laten alle drie provincies een gestage groei zien op en Innovation Index, met een dipje in de coronajaren. Een soortgelijk beeld is terug te vinden in de Entrepreneural ecosystem index voor ondernemerschap van Cloosterman & Stam uit 2020. Zij zetten de provincie Groningen op de 4de plek van alle Nederlandse provincies; Flevoland en Fryslân volgen op respectievelijk plaats 9 en 10. [Bronnen: EC, 2023; Cloosterman & Stam, 2020]. Figuur 2.23: Innovation Index Score Flevoland, Fryslân, Groningen en Nederland, 2016-2023 150 140 130

Flevoland

120

Fryslân

110

Groningen

100

Nederland

90 80 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2.7 Brede Welvaart & Talent in de Regio Het CBS concludeert uit hun monitor Brede Welvaart ‘hier en nu’ (2002) dat Nederland qua welzijn lijkt verdeeld in noord en zuid: regio’s met een hoog welzijn liggen vooral in het noorden. In materieel opzicht is de welvaart vooral hoog in de Randstad en Noord-Brabant. Qua gezondheid is de brede welvaart in het noorden ook hoger dan het zuiden, zij het dat de noordoostelijke regio’s hierop een uitzondering vormen. De brede welvaart is Flevoland is over alle indicatoren heen bekijken vrij gemiddeld ten opzichte van het landelijke beeld, maar het beeld voor Flevoland is minder gunstig voor de thema’s wonen en samenleving. Regionale verschillen binnen Noordelijk Nederland zijn vooral te zien in Fryslân en Groningen, waarbij de meer stedelijke gemeenten zoals Groningen en Leeuwarden goed scoren op veel brede welvaartsindicatoren en Oost-Groningen en Noord-Friesland onder het Nederlands gemiddelde scoren. Daartegenover staat dat veel plattelandsgemeenten een relatief schone en veilige leefomgeving bieden, met meer natuur en minder emissies van fijnstof. In Fryslân is sprake van schijnbare tegenstelling, ook wel de Friese paradox genoemd: het inkomen per hoofd van de bevolking is relatief laag, terwijl de tevredenheid met het leven juist relatief hoog is.

Volgens het Fries Sociaal Planbureau hechten Friesen waarschijnlijk minder waarde aan het economische en meer aan sociale, culturele en andere aspecten van het leven (zoals ‘mienskip’, rust, ruimte en Friese cultuur). De kaartbeelden hieronder geven de het brede welvaartsbeeld in het ‘hier en nu’ (links) en ‘later, voor volgende generaties’ (rechts) weer. Uit het rechtskaartbeeld komt naar voren dat Noordelijk Nederland in de toekomst relatief hoger scoort, vergeleken met de rest van Nederland. TNO doet in het kader van de NOVEX-Lelylijn onderzoeken een analyse van de effecten van de Lelylijn op de brede welvaart, mede hierom gaan we er in dit kader niet nader op in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=b40fb384-ef3e-4bef-9a84-f40b741288b5