CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-09-28 1ste Methodiekbeschrijving Jeugdondersteuners IKC Leeuwarden

Informatieve bijeenkomst - oranjezaal 25 oktober 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma Kansen voor Kinderen 217.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Interdisciplinaire samenwerking in het IKC

In de Steunstructuur 12- komt de deskundigheid vanuit verschillende betrokkenen samen. Diverse professionals (medische) zorg, kinderopvang, onderwijs en het gezin werken nauw samen. Het gaat hierbij niet om het realiseren van een apart interdisciplinair zorgteam, maar om de dagelijkse samenwerking in het IKC in het kader van preventie. Voor succesvolle interdisciplinaire samenwerking zijn verschillende componenten van belang (Bronstein, 2003; Widmark et al., 2011):

Hupmiddel bij het toetsen van bouwstenen voor samenwerking: • Gemeenschappelijke visie en pedagogisch klimaat - Is er sprake van gemeenschappelijk eigenaarschap van doelen en visie? Is er sprake van wederzijds respect voor de visie, uitgangspunten, doelen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van professionals in het team? • Flexibel - Stellen professionals zich flexibel op en nemen zij verschillende rollen aan in het team? Zijn de professionals in de gelegenheid om afstand te kunnen nemen van de eigen expertise als deze minder relevant is? Werken professionals samen vanuit de vraag van het kind, de ouders en het netwerk? • Betrouwbaar - Stellen professionals zich betrouwbaar, integer en betrokken op en waren zij bereikbaar voor elkaar? • Feedback - Geven professionals elkaar feedback en kritiek (open communicatie) en hebben zij een positieve houding ten opzichte van samenwerking? • Gedeelde urgentie - Wordt de urgentie gedeeld en is er sprake van onderlinge afhankelijkheid, waarbij de professionals elkaars deskundigheid nodig hebben om de doelen te bereiken? Wordt er geïnvesteerd in goede persoonlijke verhoudingen en het leren kennen van elkaars werkwijze? • Afspraken en regie - Worden er duidelijke afspraken gemaakt over de regie op verschillende samenwerkingsniveaus? Is er sprake van heldere afspraken over de vorm van de samenwerking, de wijze van financiering en de inzet

van mensen en middelen? • Bereikbaarheid – Zijn professionals goed bereikbaar? • Gemeenschappelijke taal - Is er sprake van een gedeeld begrippenkader? • Werkomstandigheden – Wordt er geïnvesteerd in goede werkomstandigheden? Krijgen professionals goede training, permanente ondersteuning en wordt hen een passende caseload geboden? • Mandaat - Is er sprake van een team met een stevig mandaat en een concrete opdracht? • Reflectie – Wordt er gereflecteerd op het samenwerkingsproces? Is er gelegenheid voor teamleden om elkaar feedback te geven en het proces van hulpverlenen en samenwerken te evalueren? Wordt er samen naar concrete oplossingen gezocht? (Douwes, Metselaar & Sies, 2019)

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 24 van 46

•

Vertrouwen in interacties tussen professionals, waarbij elk afhankelijk is van de ander om zijn of haar doelen te bereiken (in anderen, inzet, realistische verwachtingen en gezamenlijke planning).

•

Nieuw gecreëerde professionele activiteiten.

•

Flexibiliteit (opzettelijke rolvervaging).

•

Gemeenschappelijke doelen.

•

Reflectie op het proces: met elkaar nadenken en overleggen over de manier van samenwerken.

•

Toewijzing van verantwoordelijkheden: duidelijke taakverdeling, genoeg hulpmiddelen, wederzijdse kennis en feedback.

•

Professionele ontmoeting: gelijkheid tussen professionals, openheid, consensus en continuïteit.

Vereisten voor goede teamsamenwerking (Verheyden & De Lange, 2016) zijn in de Steunstructuur 12- vertaald naar concrete uitgangspunten. Professionals bezitten naast hun vakinhoudelijke competenties het vermogen om boven het eigen specialisme te staan, betrouwbaar te zijn en open te communiceren. Ze zijn inventief en hebben lef. Effectieve teamsamenwerking wordt gekenmerkt door een gedeelde urgentie en onderlinge afhankelijkheid en een open communicatie en reflectie op de samenwerking. Professionals die interdisciplinair samenwerken, worden ondersteund door een organisatie die in staat is om het gezamenlijke belang boven het eigen belang te laten prevaleren. In de praktijk van de Steunstructuur 12- worden duidelijke samenwerkingsafspraken gemaakt over vorm en inzet van mensen en middelen, werkprocessen en eindverantwoordelijkheid. Er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een gezamenlijke taal, concrete werkprocessen en goede werkomstandigheden voor betrokkenen. 6.2

Preventie voor kinderen en gezinnen met een verhoogd risico: werkzaamheden jeugdondersteuner

De jeugdondersteuner is op het IKC aanwezig en vormt de verbinding tussen kinderopvang, onderwijs en zorg. Het doel van de jeugdondersteuner is een zo optimaal mogelijke ontwikkeling van het kind te bewerkstelligen. Preventief werken en normaliseren zijn hierbij sleutelbegrippen. Voor een deel zijn de werkzaamheden van de jeugdondersteuner curatief van aard. Invulling van de werkzaamheden is afhankelijk van factoren op verschillende niveaus, bijvoorbeeld het type problematiek in de casus, aansturing en betrokkenheid directie en IB-er, kenmerken van het IKC en ook de kenmerken van de jeugdondersteuner zelf. Daarnaast is de invulling van het werk van de jeugdondersteuner afhankelijke van de ruimte en kennis in een IKC om ‘out of the box’ te kunnen denken en handelen. Hiermee wordt bedoeld dat op andere wijze naar hulpvragen, inrichting onderwijs, gedrag van professionals (bijvoorbeeld leerkrachten en pedagogisch medewerkers) wordt gekeken. De werkzaamheden van de jeugdondersteuner richten zich op meerdere doelgroepen, maar primair op het kind. Daarnaast staan ouder/verzorgers centraal in de aanpak, evenals de leerkrachten en pedagogisch medewerkers van de kinderopvang binnen het IKC. De jeugdondersteuner richt zich op: •

Het initiëren en uitvoeren van preventieve activiteiten.

•

Het in een vroeg stadium oppikken van probleemsignalen.

•

Het ondersteunen van de gezonde ontwikkeling bij life-events en het vinden van een passende en effectieve preventieve aanpak. NHL Stenden Hogeschool | Pagina 25 van 46

•

Het inspireren en motiveren van ouders en het interprofessioneel team.

•

Het bieden van lichte opvoedondersteuning aan ouders en verzorgers, tijdelijke praktische hulp, voorlichting, informatie en advies op de werkvloer (coaching on the job).

•

De verbindende schakel zijn tussen kinderopvang, onderwijs en het vrij-toegankelijk ondersteuningsaanbod.

De jeugdondersteuner werkt op de locatie nauw samen met de jeugdverpleegkundigen van de GGD en de sociaal werker van het gebiedsteam. 6.3

Fasering

In de aanpak is globaal onderscheid te maken in een drietal fasen. Deze fasen zijn met name van toepassing in het geval van gerichte preventie, d.w.z. geïndiceerde preventie voor individuen met een verhoogd risico (zie inleiding). De jeugdondersteuner ondersteunt in dat geval casussen gericht op kind en/of hun systeem. De stappen die de jeugdondersteuner hierin zet, hangen samen met de wijze waarop en de mate waarin een team is samengesteld waarin signalen binnenkomen en worden besproken. 1. Startfase In deze fase komt een signaal van een verhoogd risico bij kinderen op bedreiging van hun ontwikkeling binnen bij de jeugdondersteuner. Dit kan via de IB-er, de directeur, een leerkracht of pedagogisch medewerker zijn maar ook via ouders/verzorgers of via de jeugdondersteuner zelf. Deze fase omvat ook het verder onderzoek doen naar wat er speelt. Dit kan bijvoorbeeld door middel van observaties, gesprekken met betrokkenen, kind gesprekken, huisbezoeken. Voor een goede uitvoering van de werkwijze geldt, dat de jeugdondersteuner deze ‘tools’ tot zijn beschikking heeft. Het doel van deze fase is het in kaart brengen van wat er speelt en het uitzetten van lijnen om adequaat te kunnen handelen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen melden, onderzoeken en kennismaken. Deze stappen kunnen subonderdelen van deze eerste fase worden gezien.

Ze vormen gezamenlijk de aanloopfase naar het daadwerkelijk zetten van vervolgstappen. 2. Fase van uitvoering In deze fase worden de gemaakte afspraken uitgevoerd. Het doel

In de praktijk… Eén van de IKC’s werkt in de startfase aanvullend met een preventieve aanpak/screening 0-7 jarigen. Hiervoor is de jeugdondersteuner wekelijks op de werkvloer bij 0-7 jarigen. In samenwerking met leerkracht en pedagogisch medewerker worden drie keer per jaar basiszaken in kaart gebracht met een scan (Werken Met Kwaliteit, de WMK kaart). Uit conclusies volgen interventies.

is om ouders vaardigheden bij te brengen die hun draagkracht vergroot. De jeugdondersteuner kan tevens coaching on the job op de werkvloer van de kinderopvang of het onderwijs verzorgen. Laagdrempelige hulp, bijvoorbeeld lichte opvoedingsvragen, worden door de jeugdondersteuner zelf opgepakt. Ook observaties en kind gesprekken worden door de jeugdondersteuner zelf uitgevoerd. Binnen de gespreksvoering maakt de jeugdondersteuner gebruik van muzische agogische middelen (bv. poppen, lego, Playmobil, stiften etc.).

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 26 van 46

Met de aanwezigheid van de jeugdondersteuner is de kennis en ervaring in huis om een verwijzing veelal te voorkomen. Belangrijk in deze fase zijn de overleggen die een jeugdondersteuner voert met betrokkenen binnen het IKC, maar ook met de ouders en de

In de praktijk…

betrokken professionals als gebiedsteam, jeugdverpleegkundige, cul-

Eén jeugdondersteuner stelt veiligheidsplannen op wanneer er sprake is van onveilige thuissituaties. Andere jeugdondersteuners werken niet met een dergelijk plan, maar stemmen af met de sociaalwerker van het gebiedsteam. In alle gevallen geldt: Korte lijnen zijn belangrijk.

tuur-sport-mediacoaches en hulpverleningsinstanties. 3. Fase van afsluiting Afsluiting kan betekenen dat een situatie is opgelost naar tevredenheid van ouders en het IKC. Ondersteuning kan in dat geval worden afgebouwd in deze fase. Het is daarbij nog wel belangrijk dat de jeugdondersteuner zichtbaar blijft voor de ouders, dat hij/zij monitort en ook dat het voor ouders helder wat ze kunnen doen als er weer (hulp)vra-

gen ontstaan. De jeugdondersteuner blijft de kinderen volgen zolang ze aanwezig zijn binnen het IKC en blijft op laagdrempelige wijze in contact met ouders door af en toe een praatje te houden met de ouders, bv. op het schoolplein. Relevante informatie wordt opgeslagen in het daarvoor bestemde registratiesysteem. Afsluiten kan ook betekenen dat externe hulp wordt ingezet. Voor de jeugdondersteuner eindigen dan de werkzaamheden, al blijft monitoring en zichtbaar zijn ook dan van belang. 6.4

Duur, intensiteit en frequentie en aard van contact (individueel en collectief)

Duur, intensiteit en frequentie De jeugdondersteuner schat als case-regievoerder in of de ondersteuning binnen het IKC georganiseerd kan worden. De duur van ondersteuning aan kinderen en gezinnen kan verschillen. Is er bijvoorbeeld sprake van multiproblematiek, echtscheidingsproblematiek of gedragsproblematiek of ouders die niet mee willen of kunnen werken, dan speelt een situatie vanzelfsprekend langer dan wanneer er lichte opvoedingsondersteuning noodzakelijk is waarbij één of twee keer contact afdoende is. Wat ook van invloed is op de duur van de ondersteuning, is of een situatie binnen het IKC kan worden begeleid of dat externe hulp nodig is. Wanneer er externe hulp noodzakelijk is, vraagt dat vanwege het beleggen van de regie ook tijd van de jeugdondersteuner. De intensiteit van het contact dat de jeugdondersteuner met de ouders heeft, is ook afhankelijk van het type problematiek. Globaal kan wel gesteld worden dat in de uitvoeringsfase het contact het meest intensief is. Zichtbaar en beschikbaar zijn, blijft wel belangrijk. De meeste contacten met ouders en kinderen vinden face to face plaats, maar ook via telefoon, mail en app.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 27 van 46

Locaties van contact tussen de jeugdondersteuner en gezinnen, zijn het IKC en de thuissituatie. Huisbezoeken worden met name in de startfase gebruikt om een situatie goed in kaart te brengen en/of omdat ontmoeten in de vertrouwde omgeving van de ouders het contact vergemakkelijkt. Het blijft echter ook na de startfase van belang om huisbezoeken af te leggen om geen signalen te missen om goede ondersteuning te kunnen bieden. De jeugdondersteuner gaat in de regel nooit ongevraagd op huisbezoek. Het ongevraagd op huisbezoek gaan, is soms een must als kinderen niet op het IKC zijn, ouders niet te bereiken zijn en er wel zorgen zijn om het kind. Kortom, alleen bij situaties waarbij sprake is van grote zorg en/of crisis. Vooral bij kinderen/gezinnen die nog niet bekend zijn binnen de hulpverlening. Kind gesprekken vinden hoofdzakelijk plaats op het IKC om het kind een neutrale, veilige plek aan te bieden zonder dat hij/zij zich teveel laat leiden door loyaliteit naar de ouders toe. Ondersteuningsbehoefte en aard van de ondersteuning De jeugdondersteuner zet verschillende methoden vanuit de hulverlening in, bijvoorbeeld systeemgericht werken, oplossingsgericht werken, competentiegericht werken, Transactionele Analyse, rouwverwerking, uitgaan van de eigen kracht en motive-

In de praktijk… Op één van de IKC’s wordt door de jeugdondersteuner binnen het basisteam, samen met IB-er, directie en GGD gewerkt aan het samenwerken met leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Over en weer vindt er kennisoverdracht plaats. Een training en workshops over signaleren en gespreksvoering bij kindermishandeling zijn aan leerkrachten en pedagogisch medewerkers aangeboden. Deze zijn ontwikkeld door de IB-er, een leerkracht met kennis en ervaring van oplossingsgericht werken en de jeugdondersteuner. In het najaar vindt het tweede deel van deze training plaats. Deze wordt door het Regiecentrum gegeven. De IB-er heeft georganiseerd dat volgend jaar verschillende disciplines workshops gaan geven aan leerkrachten en pedagogisch medewerkers over de organisaties waarmee gezinnen te maken (kunnen) krijgen. Op een ander IKC wordt er door de jeugdondersteuner actief aangesloten bij trajecten die door de directie worden uitgezet, waaronder ouder betrokkenheid, gespreksvoering, VVE coaching.

rende gespreksvoering. Wat en in welke mate er hulpverleningsmethoden worden ingezet is afhankelijk van ondersteuningsbehoefte van kinderen en gezinnen en van de achtergrond van de jeugdondersteuner. Afstemming op het niveau en de achtergrond van de ouders is hierbij van groot belang. Ook van belang in het contact is om niet te oordelen en naast de ouder te staan. Empathie tonen waar kan en daadkrachtig optreden waar nodig. De hierboven genoemde methoden worden met name in individueel contact toegepast. Bij kinderen worden daarnaast ook muzisch agogische middelen ingezet, zoals tekeningen, plaatjes en kaartjes. Op collectief niveau worden middelen ingezet. Jeugdondersteuners geven psycho-educatie en voorlichting over hun taak aan leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Op de IKC’s zorgen jeugdondersteuners ook voor trainingen gericht op kinderen en/of hun ouders. Over de drie IKC’s heen zijn de volgende middelen ingezet: •

Kies training;

•

Voorlichting aan ouders over de invloed van social media;

•

Reizende koffertje;

•

Buitenspeeldag; NHL Stenden Hogeschool | Pagina 28 van 46

•

Samen koken;

•

Een voorlichting over het puberbrein;

•

Lef dag;

•

Meidenvenijn;

•

Ouderavonden;

•

Gezinsgerichte stimuleringsprogramma’s als Instapje, Opstapje en Opstap.

De jeugdondersteuner kan de GGD betrekken bij het organiseren van dergelijke activiteiten. Evaluatie van contacten Registratie van acties worden door jeugdondersteuners gedaan in het registratiesysteem van het onderwijs.

In de praktijk… Evaluatiemomenten worden door jeugdondersteuners verschillend ingevuld. Eén jeugdondersteuner benoemt expliciet tussentijds te evalueren als er gesprekken met een kind plaatsvinden en geeft aan met ouders op passende momenten te evalueren, afhankelijk van de hulpvraag. Op de andere locaties lijkt evaluatie minder gestructureerd plaats te vinden. Eén jeugdondersteuner maakt bij de afsluiting van het traject gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Dit instrument toetst de zelfredzaamheid op verschillende leefgebieden. Per leefgebied is aangegeven welke feitelijke omstandigheden bij welk niveau van zelfredzaamheid horen (Movisie, z.d.). De jeugdondersteuner maakt hierbij gebruik van schaalvragen. Schaalvragen worden ook door een andere jeugdondersteuner gesteld bij de evaluatie. Eén jeugdondersteuner gaf aan dat zij geen toegang heeft tot het registratiesysteem van de kinderopvang. Inzien van geregistreerde gegevens is voor de ouders altijd mogelijk. De jeugdondersteuners kunnen sinds juli ‘20 gebruik maken van MensCentraal als registratiesysteem, net als de sociaal werker van het gebiedsteam en de consulent van het Jeugdexpertteam. Dit bevordert de onderlinge samenwerking.

In de hiernavolgende tabel is de fasering van de ondersteuning door de jeugdondersteuner op individueel niveau samengevat.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 29 van 46

Steunstruc-

1.

Startfase

2.

Fase van uitvoering

3.

Fase van afronding

tuur 12Duur en intensiteit

Variabel. Indien ouders zelf de stap naar de JoK zetten, duurt deze fase vaak korter om dat er minder onderzoek nodig is dan wanneer zorgelijke signalen van anderen de aanleiding zijn.

De duur en intensiteit lopen uiteen. Afhankelijk van multiproblematiek,

Variabel.

echtscheidingsproblematiek of gedragsproblematiek of ouders die niet mee willen of kunnen werken, spelen situaties langer dan wanneer er lichte opvoedingsondersteuning nodig is waarbij een of twee keer contact afdoende is. Duur is afhankelijk van externe hulp; er is ook inzet (regie) van de JoK nodig als er externe hulp noodzakelijk is.

Doelen

Het in kaart brengen van wat er speelt en het uit-

Doel is om de problematiek terug te dringen of te stabiliseren. Daarnaast

De situatie is naar tevredenheid van ouders en het IKC

zetten van lijnen om adequaat te kunnen handelen.

kan een doel zijn om ouders vaardigheden bij te brengen om ze in de toe-

opgelost. Hulpverlening kan in dat geval worden afge-

Er wordt onderscheid gemaakt tussen melden, on-

komst draagkrachtig te laten zijn.

bouwd.

derzoeken en kennismaken.

Afsluiten kan ook betekenen dat externe hulp wordt ingezet.

Globale werk-

De JoK ontvangt een signaal over een kind. Dit kan

wijze

via de IB-er, de directeur, een leerkracht of pedagogisch medewerker, via ouders/verzorgers of de JoK signaleert zelf. De JoK doet onderzoek naar wat er speelt. Dit kan door middel van observaties, gesprekken met betrokkenen, kind gesprekken, huisbezoeken, etc.

Gemaakte afspraken worden uitgevoerd. Laagdrempelige hulp (lichte opvoedingsvragen), observaties en kind gesprekken kunnen door de JoK zelf worden opgepakt. De JoK gebruik van muzische agogische middelen (bv. poppen, lego, Playmobil, stiften etc.). Voor zwaardere problematiek zet de JoK het team in en kan ook doorverwezen worden. De JoK werkt nauw samen met de sociaal werker van het gebiedsteam.

Hulpverlening afbouwen. Van belang is dat de JoK zichtbaar blijft voor de ouders, dat hij/zij monitort en dat het voor ouders helder is wat ze kunnen doen als er weer (hulp)vragen ontstaan. De JoK blijft de kinderen volgen zolang ze aanwezig zijn binnen het IKC en blijft op laagdrempelige wijze in contact met ouders door af en toe een praatje te houden met de ouders, bv. op het schoolplein.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 30 van 46

Steunstruc-

1.

Startfase

2.

Fase van uitvoering

3.

Fase van afronding

tuur 12Afgesproken wordt wat er met het signaal moet

Belangrijk zijn de overleggen die de JoK voert met betrokkenen binnen het

Bij inzet van externe hulp eindigen voor de JoK de werk-

worden gedaan, wie er betrokken zijn en/of moeten

IKC, maar ook met de ouders en de betrokken professionals als ge-

zaamheden; monitoring en zichtbaar zijn, blijven van

en er worden taken verdeeld.

biedsteam, jeugdverpleegkundige, cultuur-sport-mediacoaches en hulp-

belang, evenals (tussentijdse) evaluatie.

verleningsinstanties. Korte lijnen zijn belangrijk. Opbrengst

Plan van aanpak met: 1) prioritering van doelen

Plan van aanpak wordt uitgevoerd.

en/of werkzaamheden waarbij de veiligheid van het

Relevante informatie is opgeslagen in het daarvoor be-

kind voorop staat, en 2) afspraken over wie de regie

stemde registratiesysteem.

houdt over de zorg. Locatie

Hulpverlening is afgebouwd of externe hulp is ingezet.

Locaties van contact zijn het IKC en de thuissituatie

Locaties van contact zijn het IKC en de thuissituatie (face to face, ook via

Locaties van contact zijn het IKC en de thuissituatie

(face to face, ook via telefoon, mail en app).

telefoon, mail en app).

(face to face, ook via telefoon, mail en app).

Huisbezoeken worden gebruikt om een situatie

Ook na de startfase van belang om huisbezoeken af te leggen om geen sig-

goed in kaart te brengen en/of omdat ontmoeten in

nalen te missen en om goede zorg te kunnen bieden.

de vertrouwde omgeving van de ouders het contact vergemakkelijkt.

De JoK gaat nooit ongevraagd op huisbezoek. Kind gesprekken vinden hoofdzakelijk plaats op het IKC, om het kind een neutrale, veilige plek aan te bieden.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 31 van 46

N.a.v. de aanpak Steunstructuur 12-… •

In de Steunstructuur 12- komt de deskundigheid vanuit verschillende betrokkenen samen. Diverse professionals (medische) zorg, kinderopvang, onderwijs en het gezin werken nauw samen. Voor succesvolle interdisciplinaire samenwerking zijn van belang: •

Vertrouwen tussen professionals, inzet, realistische verwachtingen en gezamenlijke planning.

•

Nieuw gecreëerde professionele activiteiten

•

Flexibiliteit

•

Gemeenschappelijke doelen

•

Reflectie op het proces

•

Toewijzing van verantwoordelijkheden

•

Professionele ontmoeting

•

De JoK is op het IKC aanwezig en vormt de verbinding tussen kinderopvang, onderwijs en zorg.

•

Invulling van de werkzaamheden van de JoK is afhankelijk van factoren op verschillende niveaus, bijvoorbeeld het type ondersteuningsbehoefte, kenmerken van het IKC en ook de kenmerken van de jeugdondersteuner zelf.

•

De Jok richt zich op: •

Het initiëren en uitvoeren van preventieve activiteiten.

•

Het in een vroeg stadium oppikken van probleemsignalen.

•

Het monitoren en ondersteunen van de gezonde ontwikkeling bij life-events en het vinden van een passende en effectieve oplossing.

•

Het inspireren en motiveren van ouders en het interprofessioneel team.

•

Het bieden van lichte opvoedondersteuning aan ouders en verzorgers, tijdelijke praktische hulp, voorlichting, informatie en advies op de werkvloer (coaching on the job).

•

Het zijn van de verbindende schakel tussen kinderopvang, onderwijs, het vrij-toegankelijk ondersteuningsaanbod en verwijzers van specialistische jeugdhulp.

•

De aanpak van de steunstructuur wordt gekenmerkt door ‘out of the box’ te denken: op andere wijze kijken naar hulpvragen, inrichting onderwijs, gedrag van professionals (bijvoorbeeld leerkrachten en pedagogisch medewerkers).

•

De JoK werkt gefaseerd en planmatig in preventie voor kinderen en gezinnen met een verhoogd risico.

•

Toets regelmatig in de dagelijkse praktijk de bouwstenen van interdisciplinair samenwerken, zoals gemeenschappelijke visie, vertrouwen, flexibiliteit, afspraken, regie en reflectie.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 32 van 46

•

Maak duidelijke samenwerkingsafspraken over vorm en inzet van mensen en middelen, werkprocessen en eindverantwoordelijkheid.

•

Investeer in de ontwikkeling van een gezamenlijke taal, concrete werkprocessen en goede werkomstandigheden voor betrokkenen.

•

Geef invulling aan het takenpakket van de JoK: 1) initieer en voer preventieve activiteiten uit, voer regie waar nodig; 2) signaleer in een vroeg stadium problemen; 3) monitor en ondersteun de gezonde ontwikkeling; 4) inspireer en motiveer ouders en het interprofessioneel team; 5) bied lichte opvoedondersteuning aan ouders en verzorgers, tijdelijke praktische hulp, voorlichting, informatie en advies op de werkvloer (coaching on the job).

•

Borg de fasegewijze planmatige aanpak van de JoK.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 33 van 46

Steunstructuur 12- in de praktijk

Een jeugdondersteuner vertelt… Situatieschets Meisje zit niet lekker in haar vel en heeft last van wegvallen (absences). Dit wordt veroorzaakt door stress. Ouders maken zich zorgen en de kinderarts heeft ze doorverwezen naar een psycholoog. Het meisje ervaart veel stress op het IKC door sociale situaties (meidenvenijn) en omdat ze qua niveau moeite heeft om op school mee te komen met de rest van de groep. De ouders hebben gevraagd of de jeugdondersteuner mee wil kijken of ze echt een psycholoog nodig heeft. Of dat het voldoende is als de jeugdondersteuner zelf gesprekken met het meisje voert.

Acties - De jeugdondersteuner is bij de ouders thuis geweest om de situatie helder te krijgen. - Er vinden wekelijks gesprekken plaats met het meisje. - Er heeft een groepsobservatie plaatsgevonden en haar groep is betrokken bij de situatie. - De jeugdondersteuner hield een evaluatiegesprek met de ouders. - Er wordt contact onderhouden.

De uitvoerder over de interventie: “Deze casus kwam via de directeur bij mij terecht. Moeder had een gesprek met de directeur gehad en aangegeven dat het niet goed gaat met haar dochter en dat er een verwijzing naar de psycholoog ligt. Moeder is op de hoogte van mijn aanwezigheid binnen het IKC en vraagt of ik hier iets in kan betekenen. Voor de intake ben ik bij de ouders thuis geweest. Ouders vinden het over het algemeen fijn om in de thuisomgeving hun verhaal te doen. We hebben afspraken gemaakt over het plan van aanpak en het doel. Ik heb een aantal weken wekelijks gesprekken met dit meisje gevoerd. Al snel werd duidelijk dat er twee problemen spelen waardoor zij stress ervaart: ze heeft een eigen leerlijn voor rekenen en dit maakt dat ze een uitzonderingspositie heeft. Hierdoor kan ze niet meedoen met klassikale rekenactiviteiten en dit maakt dat ze zich buitengesloten voelt en dat ze zich schaamt. Daarnaast speelt er veel meidengedoe in deze groep waar ze last van heeft. Het rekenprobleem hebben we opgelost door samen (zij presenteerde en ik ondersteunde en vulde aan waar nodig) een presentatie te geven aan de klas over haar rekenprobleem en wat dit met haar doet. Maar ook over wat ze nodig heeft om zich beter te voelen. Het meidengedoe hebben we groter opgepakt omdat hier meer meiden last van hadden.

Ik heb wekelijks met de meidengroep gezeten en gesproken over wat er speelt. Heel simpel eigenlijk. Hierdoor ontstond er openheid en duidelijkheid. Daarnaast maakten we voor een week afspraken waar ik dan de week erna weer op terug kwam. Bijvoorbeeld dat als er een probleem speelt tussen twee kinderen dat je daar de andere meiden niet bij betrekt. Voor het meisje in deze casus heeft deze aanpak goed gewerkt. Met haar had ik ook de afspraak dat ze mij altijd mocht opzoeken als dit nodig was. Dit heeft ze een paar keer gedaan. Dan spraken we even en kon ze weer door. Tijdens mijn gesprekken met kinderen werk ik zoveel mogelijk oplossingsgericht. De oplossing komt dan uit het kind zelf. Na 5 weken heb ik met moeder geëvalueerd. Zij merkten thuis een duidelijk verschil: het wegvallen gebeurde niet meer en hun dochter was meer ontspannen. De wekelijkse gesprekken werden maandelijks (vinger aan de pols houden) en de gesprekken met de meidengroep is nog wel een tijdje wekelijks geweest (later zat hier ook meer tijd tussen). In groep 8 zitten elk jaar wel een aantal kinderen (jongens en meisje) die worstelen met zichzelf. Dit heeft te maken met de ontwikkeling die zij doormaken: puberteit, laatste basisschooljaar, peergroups.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 34 van 46

(vervolg praktijkvoorbeeld) Dit brengt onzekerheid met zich mee. Als hier vanuit het IKC aandacht en tijd aan besteed kan worden, kunnen de problemen klein gehouden worden en kan er gewerkt worden aan een stukje weerbaarheid, zelfvertrouwen en voorbereiden op het VO. Ook dit is preventief werken.”

De cliënt over de interventie: “Onze dochter had al een pittige tijd op school gehad. Ze zat in een klas waar veel kinderen zaten die om verschillende redenen meer aandacht vroegen. Onze dochter is van zichzelf een rustig meisje. Haar leerprestaties waren de afgelopen jaren omlaaggegaan en ze had moeite om mee te komen met de reguliere lesstof. Daarnaast speelde er veel rondom de kinderen onderling wat betreft vriendschappen en posities binnen de klas. Onze dochter was vaak het meisje waar meerdere kinderen mee wilde spelen maar dit maakte het ook voor haar vaak ingewikkeld. Ze moest leren haar grenzen aan te geven, bij zichzelf nagaan: wat wil ik en dat combineren met zich staande houden wat betreft haar leerprestaties. Wij als ouders maakten ons zorgen en zagen dat het haar veel energie kostte. Ze liep vast met hoe het met de meiden in de klas kon aanpakken. Ze werd zich steeds bewuster van het feit dat ze niet mee kon komen met de reguliere stof en dit deed veel met haar zelfvertrouwen. Naar school gaan was voor haar een pittige opgave. Op een gegeven moment kreeg ze last van, bleek later ‘absences’, ze heeft een scan gehad en daar kwam niks uit. In gesprek met de kinderarts kwam naar voren dat hij haar wilde doorverwijzen naar de psycholoog. Hij vermoedde op basis van de situatie dat het mogelijk te maken had met de situatie op school.

Als ouders wilden wij natuurlijk meewerken aan goede zorg voor onze dochter. We hadden alleen onze grote twijfel of een psycholoog de persoon zou zijn die zij nodig zou hebben. Zelf zagen wij meer in ondersteuning op school. Dit was namelijk de plek waar zij het meeste ‘last’ had. In de thuissituatie was het rustig en kon ze haar rust vinden. Ze kon thuis haar verhaal kwijt en we konden haar tot een bepaalde hoogte zelf goed ondersteunen. Maar juist op school, het ‘schoolsysteem qua leerlijnen’, de dynamiek van de voor haar ingewikkelde klas, maakte dat ze veel stress had. Dit veroorzaakte mogelijk ook haar absences. Wij zagen dat zij juist op school wat nodig had. Juist niet iemand van buitenaf die zich alleen op haar richtte als individu maar iemand die haar en de context eromheen kende. Iemand die de kinderen en de dynamiek van de klas kende. Maar ook iemand die op het IKC aanwezig was en kon inspringen op momenten waar het voor haar nodig was. Een wekelijkse afspraak met bijvoorbeeld een psycholoog op afstand en in een andere setting dan daar waar het zich afspeelde leek ons voor onze dochter niet de passende oplossing. Omdat dit IKC gelukkig een jeugdondersteuner heeft hebben we vanuit het IKC met de kinderarts besproken dat wij liever daar gebruik van wilden maken. Gelukkig konden we onze keuze aankaarten omdat ons IKC dit kon bieden.

De vraag die wij hadden was niet passend geweest voor een IB-er of de reguliere leerkracht. We merkten als ouders dat dit voor de kinderarts in eerste instantie niet een geruststellende gedachte was. Ik merkte dat ook vanuit de kinderarts op een ‘oude’ manier van denken werd gedacht. Vanuit de standaard patronen werd er niet doorgevraagd en werd de meest voor de hand liggende oplossing aangereikt: ‘geïndiceerde duurdere zorg’. Hij gaf aan dat dit de juiste plek was want een kinderpsycholoog heeft de expertise en een IKC niet. Ik heb gelukkig de kans gekregen om uitleg te geven over de pilot van een jeugdondersteuner op ons IKC en kon onderbouwen dat ik, ook in het kader van preventie, juist hier de meerwaarde zag liggen voor onze dochter.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 35 van 46

(vervolg praktijkvoorbeeld) Vanuit onze visie wilde we graag passende ondersteuning, daar waar het kan en verantwoord is zo licht en kort mogelijk en het liefst zo dicht mogelijk in de buurt van haar eigen leefomgeving. Juist de inzet van een jeugdondersteuner die onderdeel is van school is wat zij nodig had. Want juist de preventieve functie van de jeugdondersteuner was in onze situatie een meerwaarde. Door te werken vanuit het IKC konden verdere problemen en dus ook duurdere zorg worden voorkomen. Een kostenbesparing die niet ten koste gaat van de ondersteuning maar juist een bijdrage levert aan meer kwaliteit en een stevigere vorm van preventie. Door de ondersteuning van de jeugdondersteuner heeft onze dochter steun gehad in het acceptatieproces van haar leerachterstand. De jeugdondersteuner bereide met haar voor hoe ze het in de klas kon bespreken. De jeugdondersteuner kende de klas, de docent en onze dochter. Hierdoor kon ze goed aanvoelen wat en wanneer er nodig was. Ook op het gebied van de sociale omgang met haar klasgenoten heeft ze door de jeugdondersteuner vaardigheden meegekregen die ze verder kan gebruiken. Doordat het allemaal in de schoolsituatie plaatsvond sloot het naadloos aan bij haar vragen.

Maar ook omdat de jeugdondersteuner bekend voor haar was en het op school ‘normaal’ was als je af en toe met ‘juf (naam)’ ging praten maakt het dat de jeugdondersteuner ook minder hoefde te werken aan het opbouwen van een band. Dit maakte dat er in de praktijk ook effectiever gewerkt kon worden en maatwerk geleverd kon worden qua zowel inhoud als tijd. Soms was drie kwartier genoeg en soms 5 minuten. Daarnaast waren de lijntjes met zowel de leerkracht als met ons kort. Dit maakt dat je systeemgericht kunt werken en een samenhangende aanpak kunt bieden. Onze dochter heeft door de inzet van de jeugdondersteuner een positieve en ‘veilige’ ervaring kunnen opdoen met hulpverlening. Ze heeft door de inzet van de jeugdondersteuner geleerd hoe ze in de praktijk in haar sociale contacten kan omgaan met conflicten en dilemma’s, ze heeft geleerd hoe ze kan leren omgaan met wat ze minder goed kan op school. We merkten dat ze zich door de jeugdondersteuner veilig voelde op school. Ze voelde zich veilig om haar zorgen te bespreken maar durfde/leerde ook om hulp te vragen. Deze ingrediënten hebben mede gemaakt dat ze haar basisschool periode relatief goed heeft kunnen afsluiten en gedurende de ondersteuning geen last meer had van absences. De ondersteuning is afgebouwd en onze dochter kan nu met veel zelfvertrouwen naar het voortgezet onderwijs.”

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 36 van 46

7

Onderbouwing Steunstructuur 12-

Tijdens de ontwikkelingen van transitie en transformatie van de jeugdhulp verdienen de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor jeugd onverminderd aandacht. Kwalitatief goede hulp draagt namelijk bij aan het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen. In de afgelopen jaren groeit de aandacht voor de effectiviteit van de zorg voor jeugd. De ontwikkelingen van praktijkverbetering vergen echter een lange adem. Het algemene beeld ontstaat van een sector die veel innoveert, maar uiteindelijk weinig vooruitgang boekt (Van Yperen, 2013). De vernieuwingen in het jeugddomein in Leeuwarden bieden de kans om dit beeld te doorbreken. De weg is ingeslagen om een steunstructuur te realiseren waarin de jeugdondersteuner in nauwe samenwerking met jeugdigen en ouders in het IKC en naaste omgeving ondersteuning biedt. Met het oog op het bestendigen van de samenwerking onderwijs-zorg-jeugd wordt geadviseerd om (Peters, 2018): •

te zorgen voor een evenwichtig palet aan professionals rond kinderen en jongeren, die ingeschakeld kunnen worden waar nodig. Om het IKC team te verbreden met medewerkers van jeugdhulp- en/of zorgorganisaties, afhankelijk van de populatie;

•

als onderwijs, jeugdhulp, zorg en gemeenten niet-vrijblijvende lokale afspraken te maken;

•

ouders en opvoeders vertrouwd te maken met het zorg- en jeugdhulpaanbod via het IKC. Met ouders actief samen te werken neem hen in ieder proces rond het kind goed mee te nemen.

Met het herinrichten van de steunstructuur in en om een IKC wordt in Leeuwarden gekozen voor een integrale aanpak waarin verschillende professies bij elkaar worden gebracht die met elkaar samenwerken ten behoeve van preventie, vroegsignalering en inclusie en professionalisering. 7.1

Onderbouwing Steunstructuur 12- op basis van actuele kennisbasis

Integrale preventieve aanpak In een integrale preventieve aanpak zitten drie noodzakelijke elementen verpakt (Van Arum, Verweij & Van der Veer, 2018): 1) vanuit het perspectief van het kind en zijn ouders/verzorgers en omgeving, met aandacht voor alle leefgebieden; 2) organisatorisch: het samenbrengen van functies en organisaties in een organisatievorm. Het gaat hierbij om het interprofessioneel samenwerken, ook wel multidisciplinair, interdisciplinair genoemd; 3) methodisch: Het onderling afstemmen van verschillende deskundigheden en werkwijzen – de kennis en kunde van professionals – om tot één, op elkaar afgestemd plan voor het kind en zijn ouders/verzorgers en omgeving te kunnen komen. In een dergelijke aanpak wordt in samenhang en afstemming domein overstijgend samengewerkt aan effectieve en efficiënte hulp en ondersteuning bij hulpvragen van gezinnen, dichtbij en ter preventie van (escalatie van) problematiek. De ondersteuning is gericht op het zo snel, eenvoudig en duurzaam mogelijk oplossen van meervoudige problemen. Het versterken van de veerkracht, het vergroten van zelfregie, zelfredzaamheid en participatie en het

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 37 van 46

benutten van het eigen netwerk daarbij, zijn vertrekpunt (IWW, 2021). Dit heeft voordelen (Van Arum, Verweij & Van der Veer, 2018): •

Laagdrempelig beschikbaar en zichtbaar, ondersteuning en zorg dichtbij;

•

Vroegtijdig signaleren en interveniëren;

•

Maatwerk in samenwerking met gezinnen en het netwerk;

•

Goede dosering (niet alles tegelijk) wanneer er verschillende vraagstukken spelen;

•

Prioriteren in samenspraak met degenen die het betreft;

•

Doublures af laten nemen en langs elkaar heen werken verminderen.

Vroegsignalering en inclusie De maatschappelijke taak van (voorschoolse) kinderopvang heeft in toenemende mate betrekking op preventie en vroege signalering van mogelijke problematiek met betrekking tot het gedrag of de ontwikkeling van het kind of gerelateerd aan een situatie in het gezin (Slot & Leseman, 2019). Preventie of vroege interventie is in het belang van het kind, het gezin en de pedagogische voorziening omdat het ervoor kan zorgen dat er sneller passende hulp of ondersteuning ingezet kan worden die mogelijke verergering of escalatie van problemen kan voorkomen. Het is ook in het belang van de samenleving omdat het kostenbesparend kan werken wanneer er vroeg ingegrepen kan worden en zwaardere, dus duurdere, vormen van ondersteuning of hulpverlening mogelijk voorkomen kunnen worden. Centrale vragen m.b.t. effectiviteit van vroegsignalering zijn: Wordt er meer gesignaleerd en leidt dit dan ook tot laagdrempelige vormen van ondersteuning? Hier is nog weinig over bekend (Slot & Leseman, 2019). De bescheiden kennisbasis met eerste uitkomsten van onderzoek naar een aantal programma’s en studies (Slot & Leseman, 2019) is relevant voor de onderbouwing van de Steunstructuur 12-. Een eerste effectstudie naar het programma Alert4you laat zien dat medewerkers na afloop van de interventie beter weten hoe ze moeten handelen.

Er waren geen effecten op het beter signaleren, de contacten met ouders of de ervaren competenties in de omgang met de problematiek (Fukkink, Trienekens & Kramer, 2011). Alert4you is een initiatief waarin kinderopvang en jeugdvoorzieningen samenwerken in het signaleren en begeleiden van jonge kinderen en hun gezinnen bij problematiek die niet direct betrekking heeft op achterstanden gerelateerd aan opleidingsniveau van ouders. In dit programma gaat het om het vergroten van kennis en vaardigheden van medewerkers in de kinderopvangsector om ze meer bewust te maken van mogelijke problematiek en hoe hierin te handelen. Onderzoek naar het programma Pedagogisch PACT laat in vier van de zes onderzochte proeftuinen zien dat na bijna twee jaar sprake was van minder doorverwijzingen naar externe zorgprofessionals en instellingen (PACT Wetenschapsteam, 2017). Betrokken leerkrachten en pedagogisch medewerkers geven aan dat ze beter met een grote diversiteit van kinderen om kunnen gaan en dat ze zich gesterkt voelen in hun pedagogisch denken en handelen. Daarnaast bleek een verschuiving zichtbaar waarin de inzet van zorg steeds meer gericht is op normaliseren en inclusie (van curatief naar preventief) en het versterken van het pedagogisch klimaat.

In het kader van PACT is in een aantal IKC’s gewerkt aan het creëren van een inclusieve speelleeromgeving door interprofessioneel samenwerkende teams van pedagogisch medewerkers, leraren en toegevoegde jeugdhulp. De maatschappelijke business case (mBC) naar de interventies Passende Kinderopvang en De School Als Vindplaats (Sinzer, 2017) geeft een indicatie dat de opbrengsten van deze interventies groter zijn dan de benodigde investeringen. In Passende Kinderopvang wordt kinderen met een zorgvraag zo lang en goed mogelijk opvang geboden binnen NHL Stenden Hogeschool | Pagina 38 van 46

reguliere kinderopvang, maar met extra begeleiding en ondersteuning van tweedelijns ambulant begeleiders. De School als Vindplaats richt zich op het tijdig en adequaat signaleren van niet-onderwijs gerelateerde problematiek en vervolgens op het bijdragen aan een oplossing door het verbinden van de IKC’s en sociale gebiedsteams (Slot & Leseman, 2019). Ontwikkeling en onderbouwing Jeugd Ondersteuner Kindcentra Leeuwarden De aanloop naar de Steunstructuur 12- en de inzet van Jeugd Ondersteuner Kindcentra is ruim een decennium geleden begonnen met de ontwikkeling van IKC’s waarin primair onderwijs en kinderopvang samenwerken. In de loop van deze ontwikkeling zijn casussen onder de loep genomen, is een breed bestuurlijk draagvlak ontstaan en wordt de urgentie ervaren om het verschil te willen maken: normaliseren, problematiek terugdringen en daarmee de kosten verminderen. Ten behoeve van de onderbouwing worden in de eigen praktijk de elementen tegen het licht gehouden waarvan bekend is dat ze er toe doen (Verheyden & De Lange, 2016). Voor goede interdisciplinaire teamsamenwerking bezitten professionals hun vakinhoudelijke competenties, maar ook het vermogen om boven het eigen specialisme te staan, betrouwbaar te zijn en open te communiceren. Ze zijn inventief en hebben lef.

Effectieve teamsamenwerking wordt gekenmerkt door een gedeelde urgentie en onderlinge afhankelijkheid en een open communicatie en reflectie op de samenwerking. Professionals worden ondersteund door een organisatie die in staat is om het gezamenlijke belang voorop te stellen. Duidelijke samenwerkingsafspraken zijn belangrijk, en er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een gezamenlijke taal en concrete werkprocessen (Verheyden & De Lange, 2016). 7.2

Conclusies en aanbevelingen op basis van de tussenrapportage januari 2020

In februari 2020 is in een tussenrapportage verslag gedaan van de opbrengst van de Steunstructuur 12- zoals deze ervaren wordt door betrokkenen nadat rond de zomer van 2019 actief van start is gegaan met de werkwijze (Metselaar, Wienen, Oenema-Mostert & Dijkstra, 2020). Er worden zeven conclusies naar aanleiding van de ervaringen met de Steunstructuur 12- en de opbrengsten ervan getrokken (zie kader). Conclusies n.a.v. eerste (tussen)evaluatie: 1.

Alle betrokken partners in de uitvoering zijn tevreden en ervaren de urgentie van de rol van de jeugdondersteuners.

2.

Leerkrachten geven aan meer toe te komen aan lesgeven in de klas.

3.

Leerkrachten waarderen de tips en ondersteuning van de jeugdondersteuners.

4.

Jeugdondersteuners maken onderdeel uit van de zorgstructuur, ze zijn bekend, hebben een rol en worden als deskundig ervaren.

5.

Er is door de inzet van de jeugdondersteuner toegang verkregen tot gezinnen die anders niet open zouden staan voor hulp.

6.

Inzicht verworven dat de nieuwe rol van de jeugdondersteuner om vernieuwingen op strategisch niveau vragen.

7.

De jeugdondersteuner brengt verandering en transformatie tot stand.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 39 van 46

Deze conclusies worden kort toegelicht: 1)

Alle betrokken partners op uitvoeringsniveau geven tevredenheid en urgentie van de rol van de jeugdondersteuners aan. Leerkrachten, directeuren, pedagogisch medewerkers en Intern Begeleiders (coördinatoren passend onderwijs) zijn allemaal positief. Dat is opvallend, omdat onderwijs/kinderopvang en jeugdhulp twee gescheiden systemen zijn die in de regel met enige argwaan naar elkaar kijken. Er lijkt zodoende echt een fundamentele en positieve ontwikkeling in gang gezet te zijn.

2)

Leerkrachten geven aan dat zij weer meer toekomen aan het lesgeven in de klas. De inzet van de jeugdondersteuners is van invloed op de werkwijze van de leerkrachten en de pedagogisch medewerker. De aanwezigheid en werkwijze van de jeugdondersteuners heeft effecten op het onderwijs- en kinderopvangsysteem. De komst van de jeugdondersteuner levert een nieuwe taakafbakening van de leerkracht en pedagogisch medewerker op. Zij kunnen meer focus leggen op hun hoofdtaak, het ondersteuningsdeel is voor de jeugdondersteuner.

3)

Alle betrokken leerkrachten geven aan iets te hebben aan de tips of de ondersteuning van de jeugdondersteuner en bevestigen de benodigde expertise en competentie van de jeugdondersteuners.

4)

De jeugdondersteuners maken op alle drie de pilotlocaties onderdeel uit van de zorgstructuur, ze zijn bekend, ze hebben een rol en worden als deskundig ervaren. De jeugdondersteuner heeft goed beeld van alle jeugdhulp- en zorgtrajecten die er lopen op het IKC. In hoeverre de steunstructuur nog in een opbouwfase verkeert of al verder uitgekristalliseerd is, verschilt per locatie. Op twee van de drie IKC’s is een goede link tussen onderwijs en kinderopvang zichtbaar en speelt de jeugdondersteuner ook een rol op de kinderopvang. De aanpak van de jeugdondersteuner is in hoge mate context- en persoonsafhankelijk. Dit betekent dat op de ene locatie de jeugdondersteuner ingezet wordt in de groep of voor groepsinterventies. En dat op een andere locatie de inzet voornamelijk gericht is op het individu (kind, gezin).

5)

Op alle drie de pilotslocaties heeft de jeugdondersteuning toegang gekregen tot gezinnen die anders niet open zouden staan voor hulp. Dit komt doordat de jeugdondersteuner laagdrempelig is en de jeugdondersteuner de relatie tussen leerkracht – ouder (die er altijd is) gebruikt en als uitgangspunt neemt en zodoende vertrouwd wordt. Ook wordt op verschillende IKC’s genoemd dat huisbezoeken mogelijk zijn geworden. Het betreft dan niet alleen huisbezoeken van de jeugdondersteuner, maar ook van andere ondersteuning uit de wijk waarmee voorheen geen contact met gezinnen tot stand kwam.

6)

Op organisatieniveau betekent de nieuwe rol van de jeugdondersteuner ook nieuwe wensen en benodigdheden in de structuur rondom de jeugdondersteuner die meer op strategisch niveau liggen. Opbrengst van deze pilot is het inzicht dat met deze nieuwe rol ook systemen moeten mee veranderen.

7)

De jeugdondersteuner is een ‘vehikel’ om verandering en transformatie tot stand te brengen. Door een andere rol toe te voegen binnen het IKC worden processen blootgelegd, wordt de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang versneld en wordt meer duidelijk welke ‘overbodige’ functies er zijn of functies die kunnen worden toegevoegd aan de rol van de jeugdondersteuner (denk aan de mogelijkheid om te indiceren voor VVE). NHL Stenden Hogeschool | Pagina 40 van 46

7.3

Nog niet behaalde opbrengsten

Naast het benoemen van de opbrengsten, heeft het tussentijds ophalen van de ervaringen ook inzicht opgeleverd in een vijftal reflecties op nog niet behaalde opbrengsten en aspecten die in de nabije toekomst aandacht behoeven. Ook deze aandachtspunten zijn relevant wanneer de steunstructuur op andere plaatsen van start gaat. 1)

De Steunstructuur 12- is méér dan alleen de inzet van de jeugdondersteuners. De implementatie van de Steunstructuur 12- is medio 2019 op drie IKC’s in Leeuwarden van start gegaan door de inzet van drie jeugdondersteuners. De steunstructuur is echter meer dan alleen de inzet van de jeugdondersteuners. De steunstructuur omvat alle aspecten van interdisciplinair en integraal werken en vergt zodoende doorlopend investeren in de elementen die daarin cruciaal zijn, zoals vertrouwen tussen professionals, flexibiliteit, gezamenlijke visie, gemeenschappelijke doelen, reflectie, duidelijke taakverdeling, genoeg hulpmiddelen, wederzijdse kennis en feedback (zie 6.1).

2)

Er is minder dan gedacht aangetroffen dat de jeugdondersteuners meer preventief kunnen gaan werken door er echt eerder bij te zijn. We zien nu dat de jeugdondersteuner vooral preventief is in het (verder) escaleren van situaties. De beweging naar voren (kleine signalen oppakken, voorstellen voor collectieve inzet in de jongere groepen, groepen ouders) komt (nog) niet in hoge mate uit de verf. Dit wordt mogelijk verklaard door het gegeven dat er nog niet heel lang, rond de zomer van 2019, met de jeugdondersteuners gewerkt wordt. En bij aanvang van de inzet van de jeugdondersteuner lag er een urgente vraag naar het oppakken van langlopende, actuele casuïstiek. We zien wel de gerichtheid van de jeugdondersteuners op meer preventie en de verwachting is ook dat deze stap snel gemaakt gaat worden.

3)

Op niet alle pilotlocaties is de rol van de jeugdondersteuner volledig duidelijk en is de koppeling gemaakt met professionals uit het onderwijs die betrokken zijn bij zorg (overkoepelende teams, samenwerkingsverband enz.).

4)

Zoals benoemd is de jeugdondersteuner een ‘vehikel’ om verandering tot stand te brengen. Hij/zij vervult een disruptieve rol. Er valt nog winst te behalen in het buiten kaders denken en handelen.

5)

Er zijn gezinnen die beter bereikt worden en waar de jeugdondersteuner mag ondersteunen in het gezin. Nog niet geheel duidelijk is of het ook lukt om laagfrequent de gezinnen langdurig te ondersteunen (i.p.v. meer reguliere kortdurende interventies vanuit de jeugdhulp).

6)

In de structuur/systeem achter de jeugdondersteuner is nog niet veel veranderd. Dat maakt dat jeugdondersteuners te kampen hebben met wachtlijsten en veel organisatiedynamiek. Mogelijk biedt het Jeugdexpertteam daarin in positieve zin verandering.

7.4

Stimulerende en belemmerende factoren voor de Steunstructuur 12-

De tussentijdse inventarisatie heeft aan het licht gebracht wat voorwaarden zijn voor het goed uit de verf laten komen van de steunstructuur en het tot zijn/haar recht laten komen van de jeugdondersteuner. In onderstaande tabel is samengevat wat op basis van de tussentijdse inventarisatie de stimulerende en belemmerende factoren zijn op de verschillende organisatieniveaus van de steunstructuur 12-.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 41 van 46

Tabel 1: Stimulerende en belemmerende factoren per organisatieniveau van de steunstructuur 12Top 3 stimulerende factoren Jeugdondersteuner

1. 2. 3.

Directie IKC (directeur / IB)

1. 2. 3.

Onderwijsbesturen

1. 2. 3. 1. 2.

Gemeente

3.

Projectleiding

1. 2. 3.

Top 3 belemmerende factoren

Kennis en expertise; Invoegen + onafhankelijke positie houden; Langdurige relaties en vertrouwen.

1. 2.

Visie, ruimte en positie geven; Stimuleren van goed pedagogisch/didactisch klimaat; Aanspreken van personeel.

1. 2.

Opnemen onderwijs zorg in overkoepelende visie; Directeuren en IB ruimte geven voor innovatie; Investeren in pedagogisch en didactisch klimaat in de IKC.

1.

Investeren in lange termijn; Investeren in ruime opvatting preventie (eerder bij, relationeel); Sturen op transformatie en inhoud.

1.

Optimaal speelruimte geven; Kritische luis in de pels op functies omtrent de jeugdondersteuner; Daadkracht en ruimte om systemen aan te passen en rollen te veranderen.

1. 2. 3.

3.

3.

2. 3.

2. 3.

Ingezogen raken in het systeem; Blijven bieden van behandeling & ondersteuning op individuele leerling; Niet kunnen schakelen van perspectief Vaagheid in rollen en posities; Geen taken overlaten aan de jeugdondersteuner; Geen samenwerking met kinderopvang waardoor inzet eerder niet tot stand komt. Meedoen omdat andere IKC’s ook meedoen; Zorg als losstaand (andere agenda) zien van ontwikkelingen in IKC; Niet sturen van directies. Sturen op systemen in plaats van inhoud; Alleen de ‘voorkant’ van de keten veranderen; Korte termijn resultaten i.p.v. relationeel lange termijn. Operationeel te betrokken; Afhankelijk van 1 persoon; Te weinig ruimte binnen gemeentelijke systemen (systeemdominantie).

De kwaliteit van de uitvoering van de Steunstructuur 12- wordt vergroot door het versterken van de stimulerende factoren en het beperken van de belemmerende factoren.

N.a.v. de onderbouwing Steunstructuur 12-… •

Samenwerking onderwijs-zorg-jeugd, zoals in de Steunstructuur 12- vorm krijgt, wordt bestendigd door: •

te zorgen voor een evenwichtig palet aan professionals rond kinderen en jongeren, die ingeschakeld kunnen worden waar nodig. Om het IKC team te verbreden met medewerkers van jeugdhulp- en/of zorgorganisaties, afhankelijk van de populatie;

•

als onderwijs, kinderopvang,jeugdhulp, zorg en gemeenten niet-vrijblijvende lokale afspraken te maken;

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 42 van 46

•

ouders en opvoeders vertrouwd te maken met het zorg- en jeugdhulpaanbod via het IKC. Met ouders actief samen te werken neem hen in ieder proces rond het kind goed mee te nemen.

•

Een integrale preventieve aanpak behelst drie noodzakelijke elementen: •

vanuit het perspectief van het kind en zijn ouders/verzorgers en omgeving, met aandacht voor alle leefgebieden;

•

organisatorisch: het samenbrengen van functies en organisaties in een organisatievorm;

•

methodisch: Het onderling afstemmen van verschillende deskundigheden en werkwijzen – de kennis en kunde van professionals – om tot één, op elkaar afgestemd plan voor het kind en zijn ouders/verzorgers en omgeving te kunnen komen.

•

Over effectiviteit van vroegsignalering is nog weinig bekend. De uitkomsten van onderzoek naar een aantal programma’s en studies onderbouwen de Steunstructuur 12-.

•

Met de Steunstructuur 12- worden positieve ervaringen opgedaan zoals: betrokken partners in de uitvoering zijn tevreden en ervaren de urgentie van de rol van de JoK, leerkrachten geven aan meer toe te komen aan hun taken, leerkrachten waarderen de tips en ondersteuning van de jeugdondersteuners, er is door de inzet van de jeugdondersteuner toegang verkregen tot gezinnen die anders niet open zouden staan voor hulp.

•

Aandachtspunten in de uitvoering van de Steunstructuur 12- zijn onder andere: •

het versterken van de rol van de JoK in de beweging naar voren (kleine signalen oppakken, voorstellen voor collectieve inzet in de jongere groepen, groepen ouders) in plaats van het preventief werken in het (verder) escaleren van individuele situaties.

•

de weerbarstigheid van het ‘out of the box’ denken en handelen. Er valt nog winst te behalen in het buiten kaders denken en handelen.

•

Borg de uitgangspunten samenwerking onderwijs-zorg-jeugd en de elementen van een integrale preventieve aanpak in de dagelijkse praktijk.

•

Versterk de stimuleren de factoren en beperk de belemmerende factoren op de verschillende organisatieniveaus van de Steunstructuur 12-.

•

Monitor de ervaringen met de Steunstructuur 12- breng een leer- en verbeterbeweging op gang.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 43 van 46

8

Tot slot

Voor deze methodiekbeschrijving wordt een ‘state of the art’ en bruikbare outline gehanteerd. In de werksessies met de jeugdondersteuners heeft de methodiekbeschrijving werkenderwijs inhoud gekregen. De doelgroep en de aanpak in concrete fasen en stappen zijn in de methodiekbeschrijving in beginsel uitgewerkt. In deze methodiekbeschrijving ligt vooralsnog het accent op het tweede en derde niveau van preventie en de daarbij behorende fasering. Zoals benoemd, wordt in de verdere doorontwikkeling van de methodiek in de dagelijkse activiteiten steeds meer naar de ‘voorkant’ van het preventiecontinuüm opgeschoven. Er zal steeds minder sprake zijn van gerichte preventie voor individuen ten gunste van universele en selectieve preventie voor alle kinderen en gezinnen verbonden aan het IKC. De methodiekbeschrijving zal in de toekomst in lijn met deze beweging verder uitgewerkt worden en zich verder toeleggen op het borgen van de werkzame principes van interdisciplinair samenwerken. Met deze methodiekbeschrijving wordt een ‘levende document’ beoogd waarin de eerste verkenning van een methodiekontwikkeling zijn beslag krijgt. Hiermee kan het proces voortgezet worden van het werkenderwijs beschrijven van de methodiek in een overdraagbaar document.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 44 van 46

9

Bronnen

Bastiaanssen, I. (2019). Effectief werken in het veranderende jeugdveld. Naar een gezamenlijke visie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Bastiaanssen, I., Hamberg, H., & Ince, D. (2020). Interventies rond opvoeden en opgroeien: meer lacunes dan overvloed. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Booijink, M., Kuiper, C., & Lammersen, G. (2012). Hoe schrijf ik een handboek. Een schrijfwijzer om succesvolle interventies schriftelijk overdraagbaar te maken. Utrecht: Movisie. Bronstein, L. R. (2003). A model for interdisciplinary collaboration. Social Work, 48(3), 297-306. Douwes, R., Metselaar, J., & Sies, A. (2019). Factsheet Bouwstenen Interdisciplinair Samenwerken in de schoolcontext. Leeuwarden: Academische Werkplaats Transformatie Jeugd Friesland. Foolen, N., Van der Steege, M., & De Lange, M. (2011). Beschrijven van methodisch handelen. Handreiking om te komen tot een overdraagbare interventie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Fukkink, R. G., Trienekens, N., & Kramer, L. J. C. (2011). Video feedback in education and training: Putting learning in the picture. Educational Psychology Review, 23 (1), 45-63. doi:10.1007/s10648-010-9144-5 IWW (2021). Over integraal werken in de wijk. Geraadpleegd van: https://www.integraalwerkenindewijk.nl/overintegraal-werken-de-wijk. Kwaliteitskader Jeugd (2016).

Kwaliteitskader Jeugd Toepassen van de norm van de verantwoorde werktoedeling in de praktijk. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut Metselaar, J., Wienen, B., Oenema-Mostert I., & Dijkstra, J. (2020). Herinrichten steunstructuur in en om school: ontwerpgericht praktijkgericht onderzoek naar een nieuwe steunstructuur in het PO/KOV (IKC) in Leeuwarden. Tussenrapportage. Leeuwarden: NHL Stenden Hogeschool. NJi (2021a). Kennisdossier: Integrale kindcentra. Geraadpleegd van: https://www.nji.nl/nl/Kennis/Dossier/Integralekindcentra-en-brede-scholen. NJi (2021b). Databank Effectieve Jeugdinterventies. Geraadpleegd van: https://www.nji.nl/nl/Databank/DatabankEffectieve-Jeugdinterventies/Wat-is-een-jeugdinterventie. PACT-wetenschapsteam (2017). Inclusie door interprofessionele samenwerking: Resultaten van de proeftuinen van PACT. Verkregen via: https://www.pedagogischpact.nl/publicaties/eigen-uitgaven Peeters, R. (2018). Mét andere ogen. Advies voor versnelling en bestendiging van de samenwerking onderwijs-zorgjeugd. Op verzoek van de coalitie onderwijs-zorg-jeugd, 23 november 2018. Sinzer (2017). Maatschappelijke Business Case. Vroeginterventie en vindplaatsgericht werken op school en opvang. Gemeente Nijmegen. Slot, P., & Leseman, P. (2019). Investeren in kinderen van 0-12 jaar. Bevindingen uit de wetenschap. PACT voor Kindcentra. Den Haag: Het Kinderopvangfonds.

NHL Stenden Hogeschool | Pagina 45 van 46

Stals, K., Van Yperen, T.A., Reith, W., & Stams, G.J. (2008). Effectieve en duurzame implementatie in de jeugdzorg Een literatuurrapportage over belemmerende en bevorderende factoren op implementatie van interventies in de jeugdzorg. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut/Universiteit Utrecht. Van Arum, S., Verweij, S., & Van der Veer, K. (2018). Wat werkt bij integraal werken in de wijk. Cliënt en professional In vertrouwen samenwerken aan een oplossing. Utrecht: IWW. Van Yperen, T.A. (2013). Met kennis oogsten. Monitoring en doorontwikkeling van integrale zorg voor jeugd. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Van Yperen, T.A., Van de Maat, A., & Prakken, J. (2019). Het groeiend jeugdzorggebruik. Duiding en aanpak. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Verheyden, E., & De Lange, M. (2016). Wat werkt bij integrale jeugdhulp? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Voskuylen, H., & Michorius, J. (2018). Herinrichten steunstructuur in en om school: Opdracht voor het opzetten van een onderzoeksplan voor komende 1 ½ jaar met een meerjarig perspectief uitgevoerd door lectoren van NHL Stenden met als thema; De kracht van samen: aanpak sociaal domein. Leeuwarden: Gemeente Leeuwarden. Widmark, C., Sandahl, C., Piuva, K. & Bergman, D. (2011) Barriers to collaboration between health care, social services and schools. International Journal of Integrated Care.

De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM), Movisie. Geraadpleegd van: https://www.movisie.nl/tool/zelfredzaamheid-matrix-zrm?gclid=EAIaIQobChMI5p

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=c2a32558-de89-448d-a32c-133341b97502