2019-06-17 Bijlage Reactie en antwoordnota zienswijze definitief
Tekst van het document
Bijlage 3 Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Leeuwarden – Gebiedsontwikkeling WTC/Cambuur Het ontwerpbestemmingsplan Leeuwarden – Gebiedsontwikkeling WTC/Cambuur heeft in de periode vanaf 25 april 2019 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 18 zienswijzen binnengekomen. Hierna wordt de inhoud van de zienswijzen samengevat en volgt per punt het gemeentelijke commentaar. Zienswijze 1 Liander A.
In het plangebied bevindt zich een gasdrukmeet- en regelstation, gelegen aan de Harlingertrekweg. Dit is een type B inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Op dit station zijn de regels uit de Wet milieubeheer en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) van toepassing. In het ontwerp is aan de grond waarop het gasdrukmeet- en regelstation is gevestigd, de enkelbestemming 'Verkeer - Parkeerterrein’ toegekend. In de planregels van deze bestemming is niet aangegeven dat de functie nutsvoorziening is toegestaan. Gelet op de ruimtelijke uitstraling van het bovengenoemd station wordt verzocht het gasdrukmeet- en regelstation binnen de bovengenoemde bestemming te koppelen aan de functieaanduiding 'nutsvoorziening’ op de verbeelding en de daarbij behorende veiligheidscontour (Activiteitenbesluit - zone). Door deze wijze van bestemmen is de aanwezigheid van een gasdrukmeet- en regelstation voor derden zichtbaar en wordt beter geborgd dat de veiligheidsafstanden ten opzichte van respectievelijk kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten nu en in de toekomst in acht worden genomen.
Reactie: Liander vraagt om het gasdrukmeet- en regelstation positief te bestemmen en om een veiligheidscontour op te nemen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Het positief bestemmen van nutsvoorzieningen wordt in de Leeuwarder standaard voor bestemmingsplannen alleen gedaan als er sprake is van een nutsvoorziening met een omvang die groter is dan 15 m2 of een hoogte groter dan 3 meter. Nutsvoorzieningen met een kleinere maatvoering zijn namelijk vergunningsvrij op grond van artikel 2, bijlage II, Besluit omgevingsrecht en het is derhalve niet nodig om deze nutsvoorzieningen op te nemen op de verbeelding (en in de planregels). Vanwege het veiligheidsbelang zal de veiligheidscontour (Barim – zone) wel worden opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan en wordt de bijbehorende regeling opgenomen in de regels in artikel 20 lid 4. Zienswijze 2 Defensie A.
In de toelichting, de regels en op de verbeelding wordt op juiste en adequate wijze ingegaan op de diverse belangen van de vliegbasis Leeuwarden. Het bestemmingsplan geeft het Ministerie van Defensie dan ook geen aanleiding opmerkingen te maken.
Reactie: Wij danken het Ministerie van Defensie voor deze reactie.
1
Zienswijze 3 Prorail A.
Het plan zoals dat nu voorligt geeft onvoldoende informatie over de aspecten geluid, trillingen en andere omgevingsaspecten. Prorail verzoekt het huidige en geplande (ongehinderd) gebruik van de spoorbaan met de bijbehorende voorzieningen (dus inclusief het emplacement) te borgen. Daarbij vraagt Prorail bijzondere aandacht voor de laad- en losplaats, alsmede de activiteiten van de werkplaats van Stadler.
Reactie: In het bestemmingsplan is een uit te werken woonbestemming opgenomen. Uit onderzoek blijkt dat ter plaatse een aanvaardbaar woonklimaat kan worden gerealiseerd. Meer gedetailleerd onderzoek zal worden verricht in het kader van het uitwerkingsplan. Op dat moment is onderzoek naar geluid, trilling en diverse andere omgevingsaspecten beter mogelijk omdat dan meer duidelijkheid bestaat over de concrete uitvoering van de voorziene woonbestemming. Het vooraf onderzoeken van elke mogelijke uitwerking is niet noodzakelijk, omdat de uitwerkingsregels een volledige beoordelingsmogelijkheid bieden (zie bijvoorbeeld ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3051, r.o. 22.3 – 22.7). Pas bij de uitwerking moeten de verschillende elementen onderzocht en geborgd worden. Om de belangen van Prorail en anderen in het plangebied te verzekeren worden aan de uitwerkingsregels van artikel 13.2 de volgende leden toegevoegd: e. f. g.
sprake moet zijn van een aanvaardbaar akoestisch klimaat waarbij geluid van de activiteiten van het spooremplacement Leeuwarden dient te worden betrokken; sprake moet zijn van een aanvaardbaar trillingsklimaat; het huidige en geplande gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, inclusief het emplacement, de laad- en losplaats en de werkplaats van Stadler, kan worden voortgezetrespectievelijk plaatsvinden.
Voor het nieuwe sub e wordt allereerst verwezen naar bijlage 19 bij de toelichting op het bestemmingsplan ("Onderzoek weg- en spoorwegverkeerslawaai Snekertrekweg 23"). Hierin is inderdaad vermeld dat het geluid van de activiteiten van het spooremplacement Leeuwarden zelf (het inrichtingslawaai) niet is beoordeeld. Wel is al vermeld dat deze naar verwachting lager zullen zijn dan de geluidsbelasting op de maatgevende noordgevel van het gebouw ten gevolge van wegverkeer. Voor het nieuwe sub f geldt dat ten behoeve van de vaststelling van het uitwerkingsplan onderzoek wordt verricht naar de te verwachten trillingsniveaus, waarbij de uitwerking zodanig moet zijn dat het trillingsklimaat aanvaardbaar is. Daarbij kan in het uitwerkingsplan bijvoorbeeld een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen die de mogelijkheid van het bouwen van woningen afhankelijk stelt van het voldoen aan de streefwaarden in de SBR-richtlijn. Door het opnemen van deze regels in de uitwerkingsplicht (artikel 13) worden de belangen van Prorail, Stadler en toekomstige bewoners zeker gesteld.
2
Zienswijze 4 Intergamma B.V. en Robus Bouwmarkt B.V. A.
Reclamanten geven aan zich niet te kunnen verenigen met het ontwerpbestemmingsplan omdat hun concrete initiatief niet wordt gefaciliteerd. Aangegeven wordt dat het initiatief nog nader zal worden uitgewerkt en dat de raad wordt verzocht hieraan medewerking te verlenen. Tevens stellen reclamanten dat de ontwikkelaars/eigenaren van deze locatie niet onwelwillend staan tegenover deze ontwikkeling.
Reactie: Het initiatief voor een bouwmarkt wordt naar voren gebracht door twee partijen die geen eigenaar zijn van de gronden en gebouwen waarop dat initiatief betrekking heeft en ook daarop anderszins geen rechthebbenden zijn. Het programma waarin het bestemmingsplan voorziet betreft een integrale gebiedsontwikkeling door de Stadion Ontwikkelcombinatie Cambuur BV (SOC). De gemeente heeft slechts een faciliterende rol. De SOC heeft geen bouwmarkt opgenomen in hun programma, zodat er geen aanleiding is een dergelijke mogelijkheid in dit bestemmingsplan op te nemen. Mochten de initiatiefnemers op enig moment met de SOC tot overeenstemming komen over de vestiging van een bouwmarkt ter plaatse, dan kunnen initiatiefnemers de SOC daarvoor vanzelfsprekend te zijner tijd een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor afwijking van het dan vigerende bestemmingsplan indienen. Deze aanvraag zal op dat moment worden getoetst aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder ook de gemeentelijke beleidskaders). Zienswijze 5 Wijkbelang Westeinde A.
Verplaatsing
1.
In 2.3. Beschrijving nieuwe situatie en activiteiten, Snekertrekweg wordt gesproken over 'verplaatsing’. In 4.1.3 a. Supermarkt wordt de verplaatsingsoptie verder uitgewerkt. Het (abstracte) begrip ‘verplaatsing' komt o.a. ook voor in Bijlage 3 Functionele mogelijkheden WTC e.o. (blz. 22 - 2015] van de door de gemeenteraad vastgestelde 'Visie profilering Leeuwarder binnenstad, de Centrale en WTC-ontwikkeling'. Daarin is het begrip 'verplaatsing' nog gekoppeld aan de voorwaarden zoals die waren opgenomen in de ‘Detailhandelsstructuurvisie’ van mei 2014. Deze voorwaarden zijn echter in 2016 geschrapt bij het vaststellen van de 1e Wijziging Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden. Het (abstracte) begrip 'verplaatsing' duikt op meer plaatsen op. Ook de provincie Fryslan gebruikt die term. Niet in geding is, dat er in het pand aan de Snekertrekweg sprake is van werkelijk aanwezige 2.720 m2 wvo aan supermarktruimte, zijnde 1.892 m2 wvo waar Jumbo in zit en 828 m2 wvo waar Budget Food. Bovendien is er sprake van duizenden, niet benutte, maar planologisch wel toegestane m2 wvo voor supermarkten. Volgens de toelichting gaat het om planologische meters die mogen worden verplaatst tot het door de initiatiefnemers gewenste aantal van 3.852 m2 wvo. Dat kan, omdat de beheersverordening op deze locatie veel meer (nota bene zelfs meer dan 45.000 m2 bvo) m2 wvo toestaat.
Volgens reclamant is dit een gevolg van een ‘gat’ in de bestemmingsplannen, waardoor destijds ter plaatse de gemeentelijke Bouwverordening gold. Tevens geeft reclamant aan dat de vestiging van supermarkten destijds beleidsmatig ongewenst was. Vervolgens is reclamant van mening dat in de beheersverordening is nagelaten het aantal m2 voor supermarkten te begrenzen op het
3
werkelijk aanwezige aantal m2 aan supermarkten. Deze ruimte wordt nu aangewend om de verplaatsing van meer dan de werkelijk aanwezige m2 wvo via een juridische ‘spitsvondigheid’ mogelijk te maken en te verantwoorden. Reclamant is van mening, dat het bij verplaatsing moet gaan om reële en feiteliik aanwezige m2 aan supermarkten en niet om fictieve m2 wvo. Tevens wordt aangegeven dat het gelet op de historie van de ontwikkeling van supermarkten op deze locatie, niet aannemelijk is, dat er in de komende jaren meer dan de nu aanwezige m2's wvo zullen worden gerealiseerd. Reactie: Onbenutte planologische mogelijkheden worden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als ‘bestaand’ en niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2015:2062). Het uitgangspunt is derhalve de planologische, bestaande situatie en niet de feitelijke situatie. Daarbij komt dat de locatie aan de Snekertrekweg bij in gebruikname van de detailhandel op de WTC/Cambuur locatie komt te vervallen en zal plaatsmaken voor woningbouw. Er wordt slechts gebruik gemaakt van een zeer gering aantal planologische meters om te verplaatsen. Het merendeel wordt uit de markt gehaald (door vaststelling van het bestemmingsplan en geborgd door een artikel in de planregels dat hier zorg voor draagt). B.
Gemeentelijk beleid
1.
In 3.3 Gemeentelijk beleid wordt ingegaan op de Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden. Reclamant geeft aan van mening te zijn dat daarbij een belangrijke passage ontbreekt, namelijk de volgende: 'Wij streven ernaar de voorzieningen voor dagelijkse boodschappen op buurt- en wijkniveau in stand te houden. Uitgangspunt voor het detailhandelsbeleid voor supermarkten in de gemeente Leeuwarden is dat er in elke wijk minimaal een supermarkt aanwezig zou moeten zijn. Dit is van belang voor de leefbaarheid van de woonwijken en dorpen’. De gemeenteraad dient volgens reclamant op grond van dit uitgangspunt bij een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan aantoonbaar en gemotiveerd een afweging te maken van alle betrokken belangen. Nu zij vorengenoemd uitgangspunt voor het detailhandelsbeleid voor supermarkten in 2017 heeft vastgelegd, komt aan dit uitgangspunt in de afweging een nadrukkelijk belang toe. Hierbij is de vraag aan de orde welke betekenis moet worden toegekend aan de komst van twee nieuwe grote supermarkten in het westen van de stad ervan uitgaande, dat er in elke wijk minimaal een supermarkt zou moeten zijn. Gevraagd wordt om voornoemde passage aan de toelichting toe te voegen.
Reactie: Gemeente Leeuwarden hanteert het uitgangspunt instandhouding van buurt- en wijkwinkelcentra voor dagelijkse boodschappen. Dit beleidsuitgangspunt is vastgelegd in de Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden 2014, mei 2017 - 1ste wijziging en wordt ook benoemd in de toelichting van het bestemminsplan. Het bestemmingsplan inclusief alle daarbij behorende stukken (onder andere het ladderraport) geeft aan dat het initiatief in lijn ligt met de uitgangspunten van de gemeente. Een extra aanvulling achten wij om die reden dan ook niet nodig. C.
Laddertoets supermarkt
Het door reclamant ingediende rapport 'Toets Ladder voor duurzame verstedelijking WTC/Cambuur Boulevard - onderdeel supermarkten - tegen het licht gehouden’ van 19 mei 2019 is bij de beantwoording van de zienswijzen betrokken.
4
1.
Reclamant is van mening dat, in tegenstelling tot wat Stec suggereert, er geen ruimte is voor uitbreiding van het aantal m2 wvo aan supermarkten tot 2027 in de gemeente Leeuwarden en dus ook niet voor de extra meters bij de beoogde vestiging van de beide supermarkten op de locatie WTC/Cambuur. Stec baseert naar mening van reclamant deze ruimte op een onwaarschijnlijk hoge koopkrachttoevloeiing van buiten de gemeente van 25%.
Reactie: Stec concludeert op basis van eigen lokaal onderzoek (2012), de sterke (boven)regionale functie van de stad en het Fries koopstroomonderzoek (2017) dat Leeuwarden een sterke aantrekkingskracht kent waarbij een percentage van 20 tot 25% realistisch is. Gezien het onderliggende onderzoek is er voor ons geen aanleiding hieraan te twijfelen. Ook wordt er door reclamant geen onderbouwing geleverd die anders doet uitwijzen. 2.
Het rapport van de Stec groep deugt op een aantal onderdelen niet en schetst een te rooskleurig beeld van de positieve effecten van de beoogde komst van beide supermarkten en onderschat de negatieve effecten voor de bestaande supermarkten in het westen van de stad.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij u naar onze beantwoording onder C.1 van deze zienswijze. 3.
De Stec-groep heeft verzuimd de omzeteffecten van de vaststaande komst van de AHvestiging aan de Tesselschadestraat in zijn berekeningen mee te nemen.
Reactie: Uit nader onderzoek door de Stec-groep blijkt dat de gehanteerde cijfers van Locatus niet desupermarkt aan de Tesselschadestraat bevatten. De gegevens zijn per abuis niet in het onderzoek van STEC betrokken. Het betreft hier echter een kleinere supermarkt met een netto winkelvloeroppervlakte van 1000 m2. Gelet op het uiteindelijke totaal, zowel qua omzet als metrages in Leeuwarden betekent dit een beperkt verschil. Gelet op tevens het groot aantal planologische meters supermarkt dat komt te vervallen op de Snekertrekweg is het een acceptabel effect en zal in de niewe situatie sprake zijn van het terugbrengen van planologische supermarktmeters. 4.
5
De kans is groot, dat de buurtsupermarkten in Westeinde en aan de Eksterstraat in oud west hun deuren moeten sluiten. Dat is een gevolg van de komst van de AH-supermarkt aan de Tesselschadestraat en de beoogde komst van twee grote supermarkten op de locatie WTC/Cambuur die samen ruim 1.100 m2 wvo groter worden, dan de winkels die ze achterlaten. Er komt dus meer dan 2.150 m2 wvo bij in het westen van de stad. De door reclamant berekende omzetderving voor deze supermarkten ligt tussen de 17 en 25% en dat is ruim boven de kritische grens van wel of niet verdwijnen, van 12%. Hoe hoger het percentage omzetderving boven deze grens uitkomt, des te groter is de kans, dat een supermarkt zijn deuren moet sluiten. Daardoor is er op het schaalniveau van wijk of buurt sprake van een duurzame ontwrichting en grote kans op leegstand. Dat is in strijd met het gemeentelijk detailhandelsbeleid, zoals dat laatstelijk in 2017 is vastgesteld. Daarin is als uitgangspunt voor het detailhandelsbeleid voor supermarkten in de gemeente Leeuwarden opgenomen, dat er in elke wijk minimaal een supermarkt aanwezig zou moeten zijn. Dit is volgens de raad van belang voor de leefbaarheid van de woonwijken en dorpen. De gemeente streeft er daarbij naar de voorzieningen voor dagelijkse boodschappen op buurt- en wijkniveau in stand te houden.
Reactie: Uit het Stec-rapport blijkt dat er effecten kunnen optreden ten aanzien van bestaande supermarkten, afhankelijk van de afstand tot WTC gebied met 8 – 11%. Hierbij wordt opgemerkt dat dit percentage wellicht nog iets hoger ligt in verband met de zich nog te vestigen supermarkt op de voormalige LPF-locatie. Een mogelijk omzeteffect is wil echter niet zeggen dat een supermarkt ook daadwerkelijk moet of gaat sluiten. Het door reclamant gehanteerde percentage van 12%, als zijnde kritische grens, wordt op geen enkele manier onderbouwd. Dit ondeschrijven wij daarom ook niet. Gelet op het nieuwe verblijfsgebied dat wordt gecreëerd en de functies die hiervan deel uit maken, waaronder de supermarkten en de sluiting in hetzelfde gebied van de locatie Snekertrekweg (waardoor de uiteindelijke toevoeging van feitelijke meters slechts ondergeschikt is en tevens past bij de nieuwe en ruimere manier van presenteren van artikelen in supermarkten), wordt dit vanuit het een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en ook vanuit toepassing van de ladder van duurzame verstedelijking aanvaardbaar geacht. Bovendien heeft de eigenaar van de Poiesz supermarkt in Westeinde schriftelijk aangegeven richting het wijkpanel dat zij voornemens zijn om de locatie in Westeinde uit te breiden zodra de Lidl vertrekt, wetende van de ontwikkelingen in het WTC-gebied.
De angst voor omzetderving lijkt hier dus niet te zijn. Dit blijkt ook wel uit het feit dat de eigenaar geen zienswijze heeft ingediend. 5.
Eenzelfde lot dreigt de overblijvende supermarkt aan de Snekertrekweg te treffen. Maar daar is sprake van een solitaire vestiging waarbij het instandhouden van een buurtwinkelcentrum niet aan de orde is.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording onder C.4 van deze zienswijze. 6.
De laddertoets supermarkten van de Stec-groep voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Burgemeester en wethouders van Leeuwarden hebben op basis van het Stec-rapport onderdeel supermarkten in redelijkheid niet tot het besluit kunnen komen, dat dit onderdeel aan de toets voldoet. Daarvoor ontbreekt een zorgvuldige, deugdelijke en toereikende, op onderzoek gebaseerde onderbouwing en motivering. Dat is in strijd met artikel 3.46 van de Awb. Minimaal is een 'second opinion’ noodzakelijk, waarbij uitdrukkelijk ook wordt gekeken naar de effecten op de buurtsupermarkten in de omgeving.
Reactie: Er wordt door reclamant niet duidelijk gemaakt welke gebreken er zouden kleven aan het onderhavig Stec-rapport. In zeer algehele bewoordingen wordt verwezen naar artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht. Wij zijn van mening dat er een goed rapport is opgeleverd door een professionele partij die zeer kundig is op het gebied van o.a. de ladder voor duurzame verstedelijking. Er bestaat voor ons geen aanleiding te veronderstellen dat dit rapport niet zou voldoen, gezien o.a. de zorgvuldige onderbouwing en diepgang. Door reclamant is daarnaast geen rapportage van een terzake deskundige overlegd waaruit anders blijkt. Wij conformeren ons dan ook aan het voorliggende Stec-rapport en zien geen aanleiding te concluderen dat de rapportage niet aan de wettelijke vereisten zou voldoen en daarmee ook niet aan het gestelde motiveringsvereiste. 7.
6
Samenvattend is reclamant van mening dat de voorliggende laddertoets voor supermarkten niet deugt. De laddertoets voor supermarkten moet zijn gebaseerd op een deugdelijk onderzoek naar de betekenis en de gevolgen voor de bestaande supermarkten in het westen van de stad. En dat is niet het geval. Waar de laddertoets voor supermarkten concludeert, dat de effecten gering zijn, blijkt uit het eigen onderzoek, dat de effecten voor de bestaande buurtsupermarkten groot zijn.
Reactie: Verwezen wordt naar de beantwoording onder C.6 van deze zienswijze. Tevens dient het Stecrapport te worden gelezen in combinatie met onze reactie zoals opgenomen in de toelichting (paragraaf 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking). 8.
Mocht de conclusie (deels) worden gedeeld dan vraagt reclamant de toets voor supermarkten te laten herzien en daarbij de conclusies van het door reclamant ingestelde onderzoek te betrekken. Een andere optie die door reclamant wordt aangedragen is een 'second opinion’ te laten uitvoeren, waarin uitdrukkelijk aandacht wordt besteed aan de effecten voor de buurtsupermarkten in de omgeving.
Reactie: Hiervoor wordt nogmaals verwezen naar beide voorgaande antwoorden onder C.6 en C.7. Aanvullend wordt opgemerkt dat ook de buurtsupermarkten in het onderzoek en het uiteindelijke Stec-rapport zijn betrokken. Dit komt op verschillende plekken in het rapport (direct en indirect) tot uitdrukking, o.a. op de pagina’s 8, 11 en 12. D.
Betekenis voor Westeinde
1.
De kans is groot dat de supermarkten in Westeinde en in oud west hun deuren moeten sluiten, als de plannen voor de beide nieuwe supermarkten op de locatie WTC/Cambuur in de volle omvang doorgaan.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording onder C.4 van deze zienswijze. 2.
Er is distributieplanologisch gezien geen ruimte voor de beoogde 1.130 extra m2’s wvo op de locatie WTC/Cambuur.
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder C.6 van deze zienswijze en voor het overige wordt verwezen naar de conclusies zoals opgenomen in het Stec-rapport ten aanzien van het onderdeel supermarkten en de inhoudelijke reactie zoals opgenomen in in de toelichting (paragraaf 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking). 3.
1
De positieve grondhouding van de directie van Poiesz neemt de zorgen van reclamant over het voortbestaan van een buurtsupermarkt in Westeinde niet weg. Dat komt door de berekende hoge omzetderving door reclamant bij de bestaande supermarkten van 17-25%, die optreedt door de komst van de nieuwe AH aan de Tesselschadestraat en de extra m2’s wvo op de locatie WTC/Cambuur. Reclamant vindt dat risico te groot en doet een beroep op de raad, niet in te stemmen met de extra m2’s wvo op de locatie WTC/Cambuur boven de 3.100 m2 wvo.1 Door nu qua m2’s wvo met nagenoeg ‘gesloten beurzen' te werken, neemt
In de plannen van de initiatiefnemers is sprake van twee nieuwe supermarkten op de locatie WTC/Cambuur; Jumbo met 2.045 m2 wvo en Lidl met 1.807 m2 wvo. Samen gaat het om afgerond 3.850 m2 wvo. Jumbo is nu nog gevestigd aan de Snekertrekweg met 1.892 m2 wvo. Aan de Snekertrekweg zit nu ook nog Budget Food met 828 m2 wvo. De m2’s van beide supermarkten worden verplaatst naar de locatie WTC/Cambuur. Samen gaat het om 2.720 m2 wvo. Er ontstaat ruimte voor 2.720 + 370 [niet benutte m2 wvo winkelcentrum Westeinde) is afgerond 3.100 m2 wvo op de locatie WTC/Cambuur. Aldus de berekening van reclamant.
7
het aantal m2 wvo in het westen van de stad niet of nauwelijks toe en ontstaat distributieplanologisch gezien - in ogen van reclamant een bruikbare oplossing. Reactie: In de laddertoets is gerekend met het totaal gevestigde aanbod van supermarkten in Leeuwarden. Met ander woorden: de gerealiseerde supermarktmeters per 1 januari 2018. De verwachting is dat beide ontwikkelingen (twee supermarkten op de WTC/Cambuur locatie –die grotendeels worden ‘gevuld’ met de meters van de locatie Snekertrekweg- en nieuwvestiging van een Albert Heijn aan de Tesselschadestraat) tezamen een iets groter omzeteffect hebben dan uitsluitend de supermarktontwikkeling op de locatie WTC/Cambuur. Gezien de metrages van de beoogde supermarkt aan de Tesselschadestraat en de korte afstand tussen beide ontwikkelingen verwachten we dat de supermarkt aan de Tesselschadestraat een kleiner verzorgingsgebied gaat bedienen dan de supermarktontwikkeling op de WTC/Cambuur locatie. Het voorstel van reclamant om met “gesloten beurzen” te werken (in afwijking van de plannen die voorliggen) wordt dan ook niet gehonoreerd. 4.
Reclamant is van mening dat formeel de resterende 370 m2 wvo in winkelcentrum Westeinde 'uit de markt’ gehaald zouden moeten worden. Dat lijkt reclamant in goed overleg tussen Poiesz en de gemeente, juridisch te regelen. Op het moment, dat Aldi zou sluiten op de Snekertrekweg en de supermarktmeters daar 'uit de markt' zouden worden genomen, kan Lidl desgewenst alsnog groeien naar de beoogde ruim 1.800 m2 wvo. Ook Jumbo zou nog iets kunnen uitbreiden. Datzelfde zou zich kunnen voordoen bij Jumbo aan de Eksterstraat. Het 'uit de markt’ halen van deze m2’s wvo zou extra ruimte bieden voor 874 m2 wvo op de locatie WTC/Cambuur. Deze optie zou echter inhouden, dat een buurtsupermarkt verloren gaat.
Reactie: Er bestaat voor ons geen aanleiding meters ‘uit de markt’ te halen in winkelcentrum Westeinde. Er wordt om de ontwikkeling mogelijk te maken gebruik gemaakt van een verplaatsing van supermarktmeters. De plus aan meters die terecht komt op de locatie WTC/Cambuur (slechts ca. 1130 m2) komt voort uit met name de ruimere opzet/uitstalling van de producten zoals die door moderne supermarkten wordt gehanteerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een zeer gering aantal planologische meters om te verplaatsen. Het resterende deel van de planologische meters aan de Snekertrekweg wordt uit de markt gehaald (door vaststelling van het bestemmingsplan en geborgd door een artikel in de planregels dat hier zorg voor draagt). Verder wordt op deze plek verwezen naar de beantwoording onder C.6. Tevens verwijzen wij hiervoor nogmaals naar het Stecrapport in combinatie met onze reactie zoals opgenomen in de toelichting (paragraaf 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking). 5.
Wat Westeinde betreft, kan het risico van sluiting worden weggenomen, door voor een optie te kiezen waarbij het te verplaatsen aantal m2’s wvo (nagenoeg) gelijk blijft, Westeinde een volwaardige supermarkt kan krijgen en de beoogde nieuwe supermarkten op de locatie WTC/Cambuur iets moeten inleveren. Het volgen van deze optie houdt in, dat voor de locatie WTC/Cambuur het maximale aantal m2’s wvo aan supermarkten afgerond op 3.100 m2 vwo (= 4.340 m2 bvo) aangehouden dient te worden.
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder D.4 van deze zienswijze.
8
E.
Overschot of tekort
1.
In 4.1.3 laddertoets (inhoudelijk), Onderverdeling naar functies a. Supermarkt, Onderbouwing benodigde metrages, staat in de vijfde alinea, dat er - los van de planologische ruimte - sprake is van een overschot van afgerond 1.000 m2 wvo ten opzichte van de geconcludeerde marktruimte (700 m2 wvo) en feitelijk te verplaatsen bestaande metrages (2.120 m2 vwo). Reclamant vraagt zich af, of er op grond van deze redenatie niet sprake is van een tekort in plaats van een overschot van afgerond 1.000 m2 wvo. Immers: het programma betreft 3.852 m2 wwo op de nieuwe locatie. De marktruimte zou 700 m2 vwo zijn en het aantal te verplaatsen m2 van de Snekertrekweg volgens het college 2.120 m2 wvo. 3.852 m2 wvo - 700 m2 wvo - 2.120 m2 vwo levert volgens reclamant een tekort op van 1.032 m2 vwo. Bovendien is het (feitelijk) aantal te verplaatsen m2 wvo volgens reclamant niet 2.120, maar 2.720 m2 wvo (1.892 WVO Jumbo + 828 wvo Budget Food. Zie Stec-rapport voetnoot onderaan blz. 10. Bestreden wordt dat er sprake is van marktruimte van 700 m2 wvo tot 2027. Tevens wordt er verwezen naar de bijgevoegde rapportage ‘Toets Ladder voor duurzame verstedelijking WTC/Cambuur Boulevard - onderdeel supermarkten - tegen het licht gehouden'. Volgens dit rapport is er tot 2027 geen sprake van marktruimte, maar eerder van een fors overschot.
Reactie: Het woord “overschot” betekent een ‘te veel’ aan meters van ca. 1000 m2 wvo. Dit blijkt ook uit de afsluitende zinsnede in de vijfde alinea: “Dat is in het oordeel van de gemeente een acceptabele marge op een totaal aanbod van ruim 40.000 m2 wvo aan supermarktmeters in de gemeente Leeuwarden …”. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording onder C.6. van deze zienswijze en naar het Stec-rapport in combinatie met onze reactie zoals opgenomen in de toelichting (paragraaf 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking). F.
Regels
1.
In artikel 7 Detailhandel - Supermarkt 7.1.a lid 3 worden kantoren ten behoeve van supermarkten en overige dagelijkse detailhandel opgevoerd. Lid 3 wekt de indruk, dat kantoren geen deel uitmaken van de supermarkten. De begripsbepaling 1.24 bruto vloeroppervlak geeft de volgende betekenis: de totale beschikbare vloeroppervlakte inclusief magazijn- of opslagruimte, loopruimte, sanitaire voorzieningen, kantoorruimte en verblijfsruimte voor personeel, buitenwerks gemeten. Kantoren zitten daar dus bij in. Het 3e lid lijkt dus overbodig, in ieder geval voor supermarkten.
Reactie: Artikel 7.1.a.3 betreft een verduidelijking op dit punt zodat “diepgraven” in onderliggende begripsomschrijvingen niet nodig is. Het dient dan ook als een “extra” te worden beschouwd en is geen onvolkomenheid in de regels. 2.
9
In artikel 7 Detailhandel - Supermarkt, 7.3 Specifieke gebruiksregels sub a. staat dat er niet meer dan twee supermarkten mogen komen. Reclamant concludeert dat er op grond daarvan ook één hele grote supermarkt kan komen. Reclamant acht dat ongewenst, omdat van een grootschalige supermarkt een nog grotere aantrekkingskracht uitgaat op de directe omgeving en van een nog grotere omzetderving sprake zal zijn. Gevraagd wordt het maximale aantal m2 bvo per supermarkt te begrenzen tot 2.700 m2 bvo, opdat er niet één grootschalige supermarkt kan komen.
Reactie: De conclusie dat er op basis van de planregels ook één grote supermarkt zou kunnen komen klopt. Uitgangspunt voor het bestemmingsplan is maxmaal twee supermarkten aangezien op basis van het voorziene programma voor de gebiedsontwikkeling (zie bijlage 9 bij de toelichting) sprake is van 2 supermarkten met bijbehorende metrages (1.807 en 2.045 m2 wvo). De regeling is juist op deze manier verwoord om te voorkomen dat er meer dan twee supermarkten zouden kunnen komen binnen de beschikbare meters zoals verwoord in de regels. Reclamant stelt dat een grootschalige supermarkt een grotere aantrekkingskracht heeft op de directe omgeving en er sprake zal zijn van een grotere omzetderving. In het ladderrapport wordt een uitvoerige onderbouwing voor de twee supermarkten beschreven. Hierbij wordt uitgegaan van een breed verzorgingsgebied voor de twee beoogde supermarkten. Hoewel gemiddeld gezien een supermarkt een straal van circa 2 km bedient, wordt verwacht dat een groot deel van de omzet buiten een straal van 2 km komt. Ter onderbouwing worden meerdere argumenten gegeven: Het totaalconcept van WTC/Cambuur heeft een sterk regionale functie en bedient daarmee een groot publiek; Er zijn twee landelijke supermarktformules met sterke aantrekkingskracht en marktconforme maten beoogd. Zo ontstaat er voor consumenten een aantrekkelijke locatie voor dagelijkse boodschappen.
Inwoners zijn daardoor bereid een grotere afstand af te leggen voor een (gecombineerd) supermarktbezoek. Kortom, hierdoor spreiden mogelijke effecten zich over een groter aantal supermarkten in Leeuwarden dan uitsluitend de supermarkten uit de directe omgeving; De locatie is goed ontsloten, ook voor inwoners uit andere delen van Leeuwarden; Het gebied ten zuiden en westen van de ontwikkeling bestaat uit bedrijvigheid. Daardoor moeten de beoogde supermarkten hun omzet ook elders uit de stad halen (buiten de straal van 2 km). Dat maakt ook dat uitgaan wordt dat circa 40% van de omzet uit straal van 2 kilometer komt en merendeel van omzet van buiten deze straal. Er bestaat dan ook geen aanleiding de regels op dit punt aan te passen. 3.
In artikel 7 Detailhandel - Supermarkt, 7.2.1 gebouwen en 7.3 Specifieke gebruiksregels, lid b, is het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van supermarkten bepaald op maximaal 5.406 m2. Dit aantal van 5.406 m2 bvo komt overeen met 3.852 m2 wvo van de beide beoogde supermarkten op de locatie WTC/Cambuur samen. Gevraagd wordt het gezamenlijke aantal m2 bruto vloeroppervlakte te beperken tot 4.340 m2 bvo (= 3.100 m2 wvo), zijnde het reële en feitelijke aanwezige aantal m2 bvo op de locatie Snekertrekweg + het aantal m2 bvo, dat vrijvalt in winkelcentrum Westeinde bij vertrek van Lidi en uitbreiding van Poiesz.
4. Reactie: Er bestaat geen aanleiding om de metrages terug te brengen. Voor de beantwoording wordt verwezen naar de diverse reacties onder C. Laddertoets supermarkt en D. Betekenis voor Westeinde van deze zienswijze. Zienswijze 6 Wijkbelang Vossepark A.
Geluid
Het rapport van Royal Haskoning DHV (second opinion) is betrokken bij de beantwoording van de zienswijzen.
10
1.
Aangegeven wordt dat men geschrokken is van het ontwerp bouwplan Cambuurstadion. Dit ontwerp heeft open zijden. Met name de op de wijk gerichte hoek NO zal tijdens wedstrijden, die vooral in de avonduren gespeeld zullen worden, werken als een megafoon met enorme geluidsoverlast tot gevolg. De nachtrust van -met name jonge kinderen- zal dan ernstig verstoord worden. Hier gaat het bestemmingsplan niet (onvoldoende) op in. De geluidsnorm moet aangescherpt worden om deze overlast te beperken. Als de norm aangescherpt wordt zal het ontwerp bouwplan aangepast moeten worden met geluidswerende en absorberende maatregelen.
Reactie: Een bestemmingsplan geeft “slechts” de kaders aan waaraan een toekomstig bouwplan moet voldoen. Hiertoe is op de verbeelding een bouwvlak opgenomen met daarbij de maximum bouwhoogte. Hierbinnen moet de bebouwing worden gerealiseerd. Daarnaast zijn er nog regels opgenomen in artikel 6 Cultuur en ontspanning – Stadiongebied voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In het kader van het met elkaar doorlopen proces is echter al vanaf de start van het proces gekeken naar het voorziene bouwplan en de mogelijke gevolgen die dat met zich meebrengt ten aanzien van met name geluid. Om die reden is een doorrekening gemaakt van het bouwplan met open hoeken (worst case) en zijn de effecten ten aanzien van de geluidsbelasting op de omgeving daarmee ook meegewogen. Gebleken is dat kan worden voldaan aan de hiervoor geldende wettelijke vereisten, waarbij de gevelbelasting nog verder omlaag is gebracht door toepassing van een green wall. Met andere woorden zijn de voorziene bouwplannen al op voorhand gedeeld en doorgerekend om voor iedereen inzichtelijk te maken of de plannen daadwerkelijk op de voorziene manier kunnen worden gerealiseerd, wat de mogelijke gevolgen zijn en wat hiertoe moet worden gedaan om overlast te voorkomen. Het uiteindelijke bouwplan zal aan het vastgestelde bestemmingsplan worden getoetst.
Daarnaast moet worden voldaan aan aanvullende wet- en regelgeving zoals het Bouwbesluit. Uit het geluidsonderzoek komt naar voren dat het stadion voldoet aan de van toepassing zijnde regels ten aanzien van geluidhinder. In de toekomst zal de bedrijfsvoering moeten voldoen aan de normen zoals die gelden op grond van de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit. Deze normering wordt opgenomen in de omgevingsvergunning milieu die is vereist voor het stadion. 2.
De bevoorrading van de winkels en (Mc Donalds)restaurant zal geluidsoverlast geven evenals de glasbakken die geplaatst zullen gaan worden. Het ontwerpbestemmingsplan (geluidsrapportage) gaat hier niet op in. Dit zou naar het oordeel van reclamant wel moeten.
Reactie: De bevoorrading van voorzieningen is meegenomen in het akoestisch onderzoek. De bevoorrading van de beide supermarkten en de drogist zijn als aparte geluidsbronnen beoordeeld in het akoestisch onderzoek, zie ook tabel 2 met de aangehouden bedrijfssituatie uit het onderzoek. Voor de supermarkten is de bedrijfssituatie goed te definiëren, vandaar dat de geluidsbronnen apart zijn beschouwd. De bevoorrading van de overige winkels en de Mc Donalds is verwerkt in de toegekende geluidsruimte van de bestemmingen. Anders gezegd, voor het betreffende bedrijf binnen de bijbehorende milieucategorie is een bepaalde hoeveelheid geluidsruimte noodzakelijk (in dB(A) per m2, zie ook tabel 2 en de toelichting in het rapport). Hiermee is het betreffende bedrijf voldoende beoordeeld inclusief bijbehorende geluidsbronnen zoals bevoorrading. Daarnaast zijn ook de parkeerbewegingen van personenauto’s van alle bedrijven apart beschouwd en meegenomen in het onderzoek.
11
De glasbakken zijn niet apart beoordeeld, mede omdat dit geen inrichtingsgeluid is maar een openbare voorziening. Dat neemt niet weg dat het geluid van de glasbakken richting de woningen beperkt kan worden, bijvoorbeeld door het zorgvuldig kiezen van de locatie van de glasbakken. In de gemeente wordt bovendien standaard gebruik gemaakt van ondergrondse glasbakken, waardoor het geluid, doordat mensen hun flessen in de glasbak gooien, zeer gering is. In het kader van het inrichtingsplan is hier zorgvuldig naar gekeken. 3.
In de geluidsrapportage is in de Bilderdijkstraat (Bilderdijkflat) een geluidsmeting gedaan op 5 meter hoogte. De meeste bewoners in deze flat hebben op de derde etage (7,5 meter) slaapkamers ingericht. Men is van oordeel dat de geluidsmeting in de Bilderdijkstraat op 7,5 meter hoogte had moeten worden gemeten. Wellicht dat de uitkomsten van de geluidsnormen in het ontwerpbestemmingsplan aangescherpt moeten worden.
Reactie: Volledigheidshalve wordt op deze plek aangegeven dat de genoemde waarden in het geluidsrapport geen gemeten waarden maar berekende waarden zijn op basis van een opgesteld 3D rekenmodel. De Bilderdijkflat kent maar één gevel (de hoogst geluidsbelaste zuidgevel) in de richting van het WTC gebouw/Cambuurstadion. Voor de tweede verdieping is dat een blinde en dus ook dove gevel, die niet beoordeeld behoeft te worden. Op deze zuidgevel wordt de hoogste geluidsbelasting dus berekend op de eerste verdieping, zoals gedaan in het rapport. Op de beoordeling van de berekende maximale waarden heeft een eventuele tweede verdieping hier geen invloed. Op de verder van de geluidsbron gelegen zijgevels is de geluidsbelasting altijd lager, ook door het effect van een zijgevel die deels wordt afgeschermd van de geluidsbronnen. B.
Representatieve bedrijfssituatie
1.
De representatieve bedrijfssituatie is niet volledig (tabel 2 bijlage 18 van paragraaf 1.2.1) (zie second opinion RHDHV).
Reactie: Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording onder A.2 van deze zienswijze. 2.
Niet de juiste aannames/uitgangspunten zijn gebruikt voor het vastleggen van de representatieve bedrijfssituatie (zie second opinion RHDHV). Daardoor is sprake van een hoger geluidsniveau voor de representatieve geluidssituatie dan nu wordt aangegeven.
Reactie: Hierna wordt puntsgewijs ingegaan op de opmerkingen in de second opinion van Royal Haskoning DHV (RHDHV). Onze reactie volgt hierna puntgewijs. a.
12
Bij een voetbalwedstrijd is geen rekening gehouden met maximale geluidsniveaus. Dit is onterecht, want als er een doelpunt valt zullen alle supporters tegelijkertijd juichen, wat een duidelijk hogere geluiduitstraling geeft dan gedurende de rest van de wedstrijd. In het genoemde geluidsvermogen van 122 dB(A) is rekening gehouden met het praten van supporters, niet met het juichen van supporters. Dit laatste geeft een geluidsvermogen van 100 dB(A) per supporter. Bij 15000 supporters die tegelijkertijd juichen geeft dit een geluidsvermogen van circa 141 dB(A).
Reactie: Het totale geluidsvermogen van 122 dB(A) is, zoals aangegeven, gebaseerd op de VDI 3770 “Emissionskennwerte technischer Schallquellen Sport- und Freizeitanlagen”. Hiervoor is 80 dB(A) per persoon aangehouden. Dat komt volgens de VDI overeen met “shouting, normal voice”. Dat is dus niet ‘praten’ van de supporters. In het geluidsvermogen is al inbegrepen dat ‘geschreeuwd’ wordt, en dat continu gedurende 2 uur. Het gaat hier immers over het gemiddelde (en niet maximale) geluid over de bedrijfsperiode. De 122 dB(A) van de toeschouwers is ook in overeenstemming met figuur 6 uit de VDI richtlijn met het totale geluidsvermogen van een stadion met 15.000 toeschouwers. De 80 dB(A) per persoon is ook uitgangspunt in de afsluitende paragraaf 5.3 Karakteristieke geluidsemissie van hoofdstuk 5 over voetbalstadions uit de VDI richtlijn. Overigens ligt in de regel de grenswaarde voor het piekgeluidsniveau 20 dB boven de grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. In de beoordeling voor de pieken is een bepaalde ‘ruimte’ aanwezig ten opzichte van de gemiddelde waarden. In de rapportage versie 6, zoals opgenomen in het ontwepbestemmingsplan, is de beoordeling piekgeluid reeds meegenomen. b.
Er is geen rekening gehouden met muziekgeluid. Er zal waarschijnlijk muziek worden gespeeld voor en na de wedstrijd, tijdens de rust en mogelijk na een doelpunt. Voor muziekgeluid geldt een straffactor van 10 dB, daarom dient dit meegenomen te worden. Bovendien wordt op muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. Niet bewezen is dat muziekgeluid niet relevant hoorbaar is. Dit zou door berekeningen moeten worden aangetoond. Dit kan door het inschatten van het niveau van het muziekgeluid dat wordt geproduceerd in het stadion, en vervolgens te berekenen welke niveaus optreden bij de woningen, rekening houdende met de (geplande) inrichting van het gebied. Uit een vergelijking van het bij de woningen optredende muziekgeluid en een inschatting van het referentieniveau van het omgevingsgeluid kan vervolgens worden beoordeeld of het muziekgeluid bij de woningen hoorbaar is. Als muziekgeluid bij de woningen hoorbaar is, geldt hiervoor een apart beoordelingskader, omdat dit als extra hinderlijk wordt beschouwd.
Reactie: In het akoestisch rapport is uitgangspunt dat het muziekgeluidsniveau niet herkenbaar zal zijn op de waarneempunten om de hinderlijkheid in de omgeving te voorkomen. Dit uitgangspunt is genomen omdat bij de gemiddelde geluidsproductie het muziekgeluid niet of nauwelijks bijdraagt in vergelijking met het geluid dat het publiek produceert. c.
Ook vanwege andere inrichtingen is geen rekening gehouden met muziekgeluid. Muziekgeluid kent een straffactor van 10 dB, bovendien wordt hierop geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. Daarom dient hieraan extra aandacht besteed te worden. Dit geldt zowel voor de horeca ruimtes in het Cambuur stadion, als voor het casino.
Reactie: Het voornoemde vraagt in het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan geen extra aandacht. Uitgangspunt is dat de afzonderlijke inrichtingen uiteindelijk altijd moeten voldoen aan de geldende geluidsgrenswaarden. d.
13
De school (ROC Friese Poort) wordt in de avondperiode als niet geluidsgevoelig beschouwd. Volgens de website worden hier echter diverse volwassenenopleidingen, - cursussen en trainingen gegeven. Dit zal vaak in de avond plaatsvinden.
Reactie: Er is met ROC Friese Poort gesproken over de geluidsbelasting in de avondperiode. Uit de reactie van het ROC Friese Poort blijkt dat er sprake is van avondonderwijs, dat kan van maandag tot en met donderdag. Het gebruik van het gebouw van ROC Friese Poort tijdens avondonderwijs in lokalen aan de geluidbelaste gevel heeft geleid tot deze nadere afstemming. Los van eventuele maatregelen ter vergroting van de geluidsisolatiewaarde van de gevelwering van de betreffende geluidsgevoelige ruimten, ziet de school kans om tijdens de avondperiode lesruimten te gebruiken die niet worden belast met bovenmatige geluidhinder. Dit is een acceptabele oplossing, te meer omdat de wedstrijddagen veelal vallen op avonden dat er geen les wordt gegeven. Dit wordt ook onderstreept door het feit dat de ROC geen zienswijze heeft ingediend. e.
De woningen aan de Heliconweg hebben maximaal 5 bouwlagen, hier is geen rekening mee gehouden. Dit is te zien aan bijlage 4, blad 10, hierin is een overzicht opgenomen van de beoordelingshoogtes. De hoogste beoordelingshoogte beschouwd is 10 meter, dit komt overeen met de vierde bouwlaag. Het is wenselijk een beoordelingshoogte beschouwd van 13 meter toe te voegen. Dit is o.a. relevant omdat de geluidsuitstraling van het Cambuur Stadion voor hogere ontvangerhoogtes groter is.
Reactie: Deze constering is niet juist. In bijlage 4 blad 10 is zichtbaar dat de hoogste beoordelingshoogte 12 meter is. f.
Bestelbusjes zijn beschouwd als personenauto’s. De ervaring is echter dat de geluidsproductie van bestelbusjes hoger is. Personenauto’s hebben echter een geluidsvermogen van circa 90 dB(A), bestelbusjes van circa 94 dB(A).
Reactie: Moderne bestelbusjes worden niet anders gezien dan een gangbare moderne personenauto. Detaillering naar ‘bestelbusjes’ geeft dan ook geen extra geluid ten opzichte van de totale hoeveelheid verkeer. g.
Voor het geothermie gebouw is een geluidsvermogen gehanteerd van 75 dB(A). Voor de condensorbanken wordt een geluidsvermogen van 79 dB(A) gehanteerd. Dit wordt beide relatief beperkt geacht. Uit ervaring blijkt dat beide bronnen ook een geluidsvermogen kunnen hebben van 85 a 90 dB(A). Gevraagd wordt te onderbouwen waarom deze relatief beperkte geluidsvermogens zijn aangehouden.
Reactie: Er is geen sprake van geothermie in het plangebied, maar uitsluitend een gesloten en geïsoleerd gebouw ten behoeve van de verspreiding van de energie. Dit gebouw staat ten zuiden van het stadion, dichtbij de Harlingertrekvaart. Voor wat betreft de condensorbanken wordt uitgegaan van moderne installaties die voldoen aan de moderne eisen. Uit de samenwerking met een grote supermarktketen voor de vernieuwing van de koelerbanken, waar deze soms in stedelijk gebied op korte afstand van (boven)woningen worden geplaatst, blijkt dat een geluidsvermogen van 79 dB(A) zeker haalbaar is. Voor het overige wordt niet inhoudelijk gemotiveerd / onderbouwd waarom hier van 85 à 90 dB(A) uitgegaan zou moeten worden in een nieuwe situatie. h.
14
Bij een wedstrijd is ervan uit gegaan dat gedurende 2 uur geluid wordt geproduceerd. De belangrijkste geluidsbron wordt gevormd door het publiek. Aangezien het publiek duidelijk eerder binnenkomt en later weggaat dan de duur van de voetbalwedstrijd, wordt het
genomen tijdsbestek te kort geacht. Dit geldt zeker indien een wedstrijd wordt verlengd en strafschoppen kent. Een bedrijfsduur van 2,5 à 3 uur wordt realistischer geacht. Reactie: In de berekeningen is uitgangspunt dat het ‘schreeuwend’ publiek gedurende 2 uur actief is, hoewel een totale wedstrijd langer zou kunnen duren. Dat is gemiddeld genomen voldoende om een complete wedstrijd te representeren. Het publiek is niet de gehele wedstrijd actief (schreeuwend) maar alleen in de fase dat er gevoetbald wordt. Dat is ongeveer 90-95 minuten per wedstrijd. Dat een wedstrijd wordt verlengd komt zelden voor, en nooit in de reguliere competitie. Als er dan al verlenging is dan komt daar 30 minuten speeltijd bij. Als er dan in hoge uitzondering strafschoppen worden genomen duurt het ‘schreeuwen’ van publiek nog 10-15 minuten langer. Er kunnen altijd uitzonderingen zijn, maar de beoordeling gaat niet uit van die uitzonderlijke situaties. Bovendien is de berekening al uitgegaan van worst case in die zin dat, zoals aangegeven, publiek in de praktijk nooit twee uren lang ‘schreeuwt’ en het stadion zal ook niet altijd uitverkocht zijn (gemiddelde bezetting wordt ingeschat op 12.000 toeschouwers) hetgeen ook minder geluid door publiek betekent. i.
In het onderzoek wordt ervan uitgegaan dat het een gemengd gebied betreft, dus een gebied met afwisselend wonen en werken. Naar de mening van reclamant is hier geen sprake van. Er is een duidelijke scheiding tussen industrieterrein (waar geen woningen aanwezig zijn) en het naastgelegen woongebied (waar zich niet of nauwelijks bedrijven bevinden). Het bestemmingsplan geeft dit ook aan, de functie van de woonwijk is wonen (geel), niet wonen in combinatie met werken. Het feit dat er een drukke ontsluitingsweg aanwezig is, maakt het nog niet tot een “gemengd gebied”. Bij het beoordelen van de situatie ter plaatse van de woningen (daar waar mogelijke hinder optreedt) is de karakterisering woonwijk in de stad meer van toepassing. Dit geeft een beoordelingskader dat 5 dB strenger is. Een etmaalwaarde van 45 a 50 dB(A) ligt dan ook meer in de rede. Conform de publicatie Bedrijven en Milieuzonering geldt voor een rustige woonwijk (standaard) een etmaalwaarde van 45 dB(A), voor gemengd gebied standaard van 50 dB(A). Na bestuurlijke afweging kan dit met 5 dB verhoogd worden.
Reactie: De afweging gemengd gebied moet in een breed kader worden gemaakt. Daarbij gaat het vooral om functiemenging ten opzichte van de woonwijk, en niet ten opzichte van een enkele woning, of dat de woonwijk zelf de bestemming wonen heeft. De VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” kent twee typen gebied: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de
15
toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In het onderhavig gebied is sprake van een stedelijke omgeving met functiemenging, zoals ook blijkt uit figuur 2 in het akoestisch rapport. Gezien de ligging van de woningen en specifiek de voor geluid relevante woningen aan de zijde van het plangebied, is sprake van ligging nabij andere functies zoals het WTC terrein, de Elfstedenhal, allerlei kantoren in de omgeving en drukke wegen zoals de Heliconweg aan de oostzijde, de Harlingerstraatweg aan de noordzijde en op iets grotere afstand de Slauerhoffweg aan de westzijde. Het gebied kan hier gezien de omgeving worden aangeduid als gemengd gebied, en niet als rustige woonwijk die vergelijkbaar is met bijvoorbeeld een rustig buitengebied zoals omschreven in de VNG publicatie. j.
Uit het geluidsonderzoek blijkt dat de geluidsbelasting bij de woningen ten hoogste 55 dB(A) etmaalwaarde is. Dit wordt hoog geacht. In het geluidsonderzoek wordt ook aangegeven dat de woningen in principe te dicht bij het stadion zijn gesitueerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is dit ook het geval. De publicatie bedrijven en milieuzonering geeft voor een stadion een richtafstand van 300 m. De woningen zijn op duidelijk kortere afstand gelegen van de combinatie Stadion en WTC. Er moet een bestuurlijke afweging plaatsvinden om dit plan mogelijk te maken. Onduidelijk is of deze heeft plaatsgevonden, en zo ja welke motivering hierbij is gehanteerd.
Reactie: Deze afweging is in het kader van het vaststellen van het stedenbouwkundig plan door de gemeenteraad gemaakt. Daarbij zijn alle mogelijke vormen van mogelijke hinder (waaronder geluid) voor de omgeving meegenomen in de afwegingen. Geluid was daarbij ook al door de bewoners aangedragen als zorg, dit onderwerp heeft dan ook veel aandacht gekregen. Omdat de gemeenteraad er aan hecht dat er wel aan wettelijke geluidsnormen wordt voldaan en omdat het stadion zich inderdaad binnen de 300 meter bevindt, is er ook akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat in concept ook al bekend was ten tijde van het vaststellen van het stedenbouwkundig plan. Hier is toen ook al op voorhand een toezegging gedaan voor een goede geluidswerende voorziening, zoals die nu ook gerealiseerd gaat worden. Voor alle volledigheid, ook de VNG publicatie voorziet in geluidsbelastingen tot 55 dB(A), waarbij uiteraard de afweging en motivatie weer zorgvulig moet zijn, zie ook het beoordelingskader in bijlage 2 van het akoestisch onderzoek. k.
In het geluidsonderzoek worden diverse maatregelen benoemd. Onduidelijk is welke daarvan worden doorgevoerd.
Reactie: Er wordt een green wall gerealiseerd. De wijze van uitvoering is onderdeel van het inrichtingsplan dat parallel door de gemeenteraad wordt vastgesteld. l.
Niet beschouwd als maatregel is het toepassen van geluidsabsorptie bij de tribunes. Niet beschouwd als maatregel is het dichtzetten van de hoeken van het stadion.
Het dichtzetten van de hoeken is geen onderdeel van het plan dat is ingediend door de initiatiefnemer en om die reden ook niet meegenomen in het onderzoek. Het ontwerp is tot stand gekomen na een ontwerpproces met vertegenwoordigers van alle geledingen binnen de voetbalclub. Daarbij is een stadion ontworpen dat vooral een sfeer moet oproepen die bij de aard van Cambuur past. Het zicht van binnen naar buiten is daar een belangrijk onderdeel van. Aangezien er voldaan wordt aan de wettelijke normen is dit ook niet nodig. Geluidsabsoberende voorzieningen op de
16
tribunes wordt in het verdere ontwerpproces wel meegenomen, dit in combinatie met de geluidsinstallatie. 3.
Voetbalwedstrijden behoren tot de representatieve bedrijfssituatie en kunnen niet op grond van de “regelmatige afwijkingen van de reguliere bedrijfssituatie" in een maatwerkvoorschrift worden gevat, waardoor hogere geluidswaarden tijdens voetbalwedstrijden in de avondperiode mogelijk zijn (paragraaf 1.2.3). Zie hiervoor ook bijlage 2 uitspraak ABRvS 26 januari 2005 nr. 200400465/1.
Reactie: Hiervoor verwijzen wij u naar de tekst in bijlage 2 van het rapport. Op grond van het Activiteitenbesluit artikel 2.20 kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen. Op grond van lid 1 kan de gemeente andere geluidsgrenswaarden stellen, bijvoorbeeld een grenswaarde van 55 dB(A) in plaats van 50 dB(A). Dit onder de voorwaarde, dat een binnengrenswaarde van 35 dB(A) als gevolg van een inrichting is gewaarborgd. Het uitgangspunt van de gemeente is dat deze binnenwaarde van 35 dB(A) zal worden gewaarborgd. Er is onderzoek uitgevoerd naar de geluidwering van de woningen aan de Nicolaas Beetsstraat. Dit is gedaan door een steekproef te doen bij 2 woningen. Er is daarbij feitelijk gemeten of de isolerende werking van de gevel dusdanig is dat er aan de binnenwaarde van 35 db wordt voldaan als op de gevel een geluidswaarde van 55 dB is. Uit dit onderzoek blijkt dat die binnenwaarde wordt behaald. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 30 bij de toelichting. Voor de motivatie van het maatwerkvoorschrift zegt de toelichting op het Activiteitenbesluit dat aanleidingen voor een maatwerkvoorschrift kunnen zijn: de maatschappelijke ontwikkelingen, individuele bedrijfseconomische redenen en dergelijke. Op grond van artikel 2.20 lid 6 is het mogelijk om voor bepaalde activiteiten in een inrichting maatwerkvoorschriften te stellen.
Hierbij is de eis voor het binnenniveau indirect losgelaten. Dit lid ziet dus op specifieke activiteiten in een inrichting. Het bevoegd gezag kan daarbij voorschriften vaststellen met betrekking tot de duur van de activiteiten, het treffen van maatregelen, de tijdstippen waarop de activiteiten plaatsvinden of het vooraf melden per keer dat de activiteit plaatsvindt. Blijkens de toelichting betreft deze bepaling twee afwijkingsmogelijkheden, dat zijn een regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie (ABS) of een incidentele bedrijfssituatie (IBS) zoals omschreven in paragraaf 5.3 van de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening”. Een ABS ziet op een situatie die in principe niet meer dan één dag-, avond- of nachtperiode per week optreedt, bijvoorbeeld het eens per week lossen door een meelwagen bij een bakkerij of het 20 avonden per jaar overwerken bij een houtbewerkingsbedrijf. Het gaat voor het Cambuurstadion overigens om een stadion dat multifunctioneel gebruikt wordt en niet uitsluitend bedoeld is voor voetbalwedstrijden. In het stadion worden o.a. de volgende functies gerealiseerd: horeca, winkels, een school, waarmee het stadion ook meerdere dagen per week geopend zal zijn. Een enkele wedstrijd in de 14 dagen zou op grond van dat multifunctioneel gebruik aangemerkt kunnen worden als een regelmatige afwijking.
Op grond van meer recente jurisprudentie over regelmatige afwijking kan worden gesteld dat een bescheiden afwijking tot maximaal 52 keer per jaar kan worden toegestaan. Dat kunnen ook min of meer ‘normale’ bedrijfssituaties zijn, zoals de avondopenstelling van een pretpark (Walibi, uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2015:2686 op 17 04 2015) of elk jaar terugkerend overwerk (garnalenverwerker in Zoutkamp, uitspraak ECLI:NL:RVS:2015:2907 op 16 09 2015, waarbij sprake is van extra geluidsruimte in 3 keer 10 dagen per jaar voor Kerst, Pasen en Pinksteren.
17
4.
Er moet een kwantitatief maximum komen voor uitzonderingssituaties geregeld via maatwerkvoorschrift die hogere geluidswaarden mogelijk maken dan de grenswaarde (paragraaf 1.2.4.) Dit maximumaantal moet naar redelijkheid en billijkheid bijgesteld worden. Het maximum van 64 wordt veel te hoog geacht.
Reactie: Een en ander zal nader worden bekeken in het kader van de benodigde vergunningen. Indien blijkt dat dit aan de orde is zal een dergelijk voorschrift worden opgenomen. 5.
Bijlage 6 van bijlage 18 is onvolledig (paragraaf 1.2.5.). De metingen inclusief voetbalwedstrijden moeten worden toegevoegd.
Reactie: De bijlage 6 is volledig, de situatie inclusief voetbalwedstrijden is opgenomen in bijlage 6 blad 165 en 166 (bron: hoofdgroep) van de rapportage. C.
Parkeren
1.
Te kennen wordt gegeven dat er grote zorgen zijn over parkeeroverlast, met name tijdens voetbalwedstrijden en evenementen in het stadion en in het WTC. Het parkeerregime zoals dat nu geldt werkt niet afdoende (blauwe zone 2 uur vrij parkeren). Er moet volgens reclamant een blauwe zone komen voor de gehele week met maximaal 1 uur parkeren voor de gehele Vosseparkwijk. Voor bezoekers kan de huidige parkeerkraskaart gebruikt blijven worden. Wel zou deze kraskaart met een code voor alleen de Vosseparkwijk beperkt moeten worden.
Reactie: Het parkeerregime op het WTC-terrein zal blauwe zone gaan worden. In de huidige situatie is er tijdens evenementen betaald parkeren. De kans op zogenaamd uitwijkgedrag (bezoekers willen niet betalen voor parkeren) is dan aanwezig, bijvoorbeeld naar de Vosseparkwijk. Wij verwachten dat door de invoering van blauwe zone op het WTC-terrein in plaats van betaald parkeren, in combinatie met de inzet van verkeerregelaars /stewards tijdens grote evenementen en voetbalwedstrijden, het parkeren van bezoekers in de Vosseparkwijk wordt ontmoedigd / voorkomen. Bovendien zijn er voldoende (gratis) parkeeralternatieven waar bezoekers middels bebording en informatie op diverse websites naar toe worden verwezen. 2.
Een parkeerregime heeft een goede werking als dit regime ook gehandhaafd wordt. Reclamant maakt zich ernstig zorgen omdat het huidige regime onvoldoende wordt gehandhaafd met parkeeroverlast tot gevolg. Inzet van de parkeerpolitie zou intensiever moeten en zeker tijdens voetbalwedstrijden en evenementen.
Reactie: Naast de inzet van de gemeentelijke handhavers worden tijdens de grote evenementen en voetbalwedstrijden ook verkeerregelaars en stewards ingezet. Dit om er voor te zorgen dat de bezoekers van de evenementen en de voetbalwedstrijden gaan parkeren op de daarvoor aangewezen plekken, en niet in de Vosseparkwijk. Wij gaan daar ook op handhaven. 3.
18
Een regelmatige (bijvoorbeeld eens per halfjaar) evaluatie zal nodig zijn om het parkeerregime adequaat te kunnen aanpassen.
Reactie: Wij hebben inmiddels een werkgroep Mobiliteit opgericht met als doel om voorafgaand aan de plannen na te denken over het sturen van het verkeer naar de juiste plekken. Deze werkgroep zal ook in stand blijven na gereed komen van de plannen, juist met als doel om te evalueren en bij te sturen als dat nodig is. De werkgroep Mobiliteit bestaat o.a. uit vertegenwoordigers van de gemeente, WTC, Cambuur, bedrijvenpark De Zwette, wijkpanel Westeinde, wijkpanel Vosseparkwijk en enkele bewoners van de Schrijversbuurt. D. 1.
Lichthinder Tijdens de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp lichthinder uitvoerig aan de orde geweest o.a. het laatst uitgebrachte rapport (23-04-2019) uitgevoerd door firma Oostendorp Nederland B.V. Op het rapport heeft reclamant een second opninion laten uitvoeren door Royal Haskoning. De inhoud van deze second opinion wordt ingebracht als zienswijze.
Reactie: Naar aanleiding van de vragen en opmerking uit de second opinion is er een aantal punten aangepast in het eerdere lichtonderzoek zoals dit was opgenomen bij het ontwerpbestemmingsplan. Alle lichthinderbeperkende obstakels zoals bomen en/of heggen en/of hekken zijn weggelaten, waardoor uitgegaan wordt van het meest negatieve scenario (worst case) voor wat betreft de lichthinderberekeningen. Ook zijn de afwijkingen van de gevels van de woningen gecheckt en waar nodig aangepast. Tevens is de intensiteit op de 1e verdieping meegenomen in de berekeningen (echter de ervaring leert dat de hoogste waardes gemeten worden op de begane grond aangezien licht naar beneden schijnt). Het aangepast rapport is opgenomen als bijlage 21 bij de toelichting. De uitkomst van het aangepaste onderzoek is dat er binnen de richtlijnen wordt gebleven en dat er derhalve geen overschrijding van de richtlijnen is. Overigens ligt de borging van de lichthinder vast in de regels van het bestemmingsplan. Het aangepaste onderzoek heeft hier geen gevolgen voor. 2.