CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 17 februari 2022

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda21.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE LAREN d.d. 17 februari 2022

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Wilt u stil zijn, want wij gaan beginnen. Ik zie nog geanimeerde gesprekken tussen de VVD en Groen Laren. Altijd, heel goed. Dit is de laatste gemeenteraad voor de gemeenteraadsverkiezingen. Althans, er volgt natuurlijk nog een officiële afscheidsraad waarbij we feestelijk stilstaan bij uw afscheid, voor degenen die afscheid nemen en memoreren wij alles wat er natuurlijk gememoreerd moet worden en gaan wij ook allerlei persoonlijke toespraken doen. Maar qua inhoudelijke beslispunten is dit vandaag de laatste gemeenteraad voor de verkiezingen. Ik zal bij de sluiting nog bij een paar relevante punten stilstaan. U heeft allemaal deze week natuurlijk de aangekondigde coronamaatregelen gehoord die in drie stappen volledig versoepeld zullen worden. Echter, vanavond hanteren wij nog de huidig geldende coronamaatregelen en geldt er nog steeds anderhalve meter afstand en of u zoveel mogelijk wilt blijven zitten en bij bewegen een mondkapje op doet. Er staat frisdrank op tafel. Ik hoop dat er ook frisdrank beschikbaar is voor de mensen op de publieke tribune. Later volgt nog een borrelhap zodat u energiek blijft. Er hebben zich een aantal mensen aangemeld voor de publieke tribune, hen heet ik dus ook van harte welkom. Hartstikke fijn ook een aantal trouwe gezichten en vaste gezichten, bekende gezichten.

Dat is ook weer fijn dat we dat op de laatste raad na twee en een half jaar corona, dat we dat weer hebben. Dan ziet u rechts van mij een griffier en wie scherp is, ziet dat dat niet Willem Nedermeijer is. Dat is mevrouw Tosca de Jong, de griffier van de gemeente Blaricum, want onze griffier is geveld door corona. Achter mij zit ook niet mevrouw Kroon, maar daar zit mevrouw Muntslag van het secretariaat, want ook mevrouw Kroon is geveld door corona. Dan ziet u ook vanavond onze gemeentesecretaris niet, want hij is positief getest op corona. Ja, allemaal jonge mensen met jonge kinderen, dan word je toch wat sneller getroffen, blijkbaar, maar dat wil zeggen dat wij vandaag met een totaal geïmproviseerde ondersteuning de vergadering gaan ondersteunen, dus mijn vriendelijke verzoek aan u is, als u wilt escaleren, doet u dat dan rustig aan. Dan kunnen wij u ook bijhouden. Er zijn vooralsnog geen moties of amendementen ontvangen voor de agenda en daarom verzoek ik u de agenda conform het voorstel dat u heeft, dus inclusief de hamerstukken, als zodanig vast te stellen. Is dat het geval? Dan stel ik de agenda inclusief de hamerstukken, dus dan gaan we deze hamerstukken dus ook als hamerstuk behandelen, vaststellen.

2.

Integriteitsschending De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 2 en dat heet de integriteitsschending. Daar heeft u stukken voor ontvangen, heeft u ook het een en ander over kunnen lezen, maar die gaan wij in een aantal fases behandelen. Dus mijn verzoek aan u is of u helder mijn instructies wilt volgen zodat we op het moment dat ze aan de beraadslagingen toe zijn ook daadwerkelijk beraadslagingen gaan doen. Ik zal zo meteen als eerste het woord geven aan de heer Erwin van den Berg die een korte verklaring wil afgeven. Dan geef ik een inleiding op het voorstel wat voor ligt, daarna geef ik het woord aan de heren Van Goozen en Stam die een korte verklaring willen afleggen en daarna pas geef ik het woord voor de beraadslagingen. Bent u daarmee akkoord? Dan gaan we dat als zodanig doen. Dan geef ik als eerste nu het woord aan de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het raadsonderwerp wat dadelijk volgt … De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, iets meer afstand van de microfoon, alstublieft. Ja.

De heer Van den Berg: Niet te ver, niet te dicht. Ik zal opnieuw beginnen. Naar aanleiding van het agendapunt 2 dadelijk het volgende. Zoals heel veel al weten, in ieder geval hier in deze zaal, ben ik formeel sinds 2017 wijlen heer Wortel opgevolgd als voorzitter van de Stichting voor de feestweek Laren, beter bekend als het Oranje comité. Naar aanleiding van dit stuk heb ik vorige week vrijdag 4 februari in een brief aan u, burgemeester, die functie toen per direct neergelegd. Inmiddels heb ik van u ook een brief terug ontvangen. De belangrijkste overweging is, om dat hier nu zo te melden, omdat die brief nog niet verder breed bekend is, dat ik met dat afscheid nemen of het neerleggen van die functie ervan uitga dat ik dadelijk in de vergadering onbelast aan dat agendapunt kan deelnemen. Tot zover deze enigszins zakelijke mededeling. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan geef ik nu een korte … Wacht even, mijnheer Van Goozen, ik ga eerst even een korte inleiding doen op het voorstel wat voor ligt. De afgelopen tijd hebben wij in diverse gremia gesproken over integriteit en tijdens een van deze gesprekken is een melding gedaan dat het raadslid de heer Van Goozen een betaalde opdracht had aangenomen van de gemeente Laren.

Dat is op basis van de gemeentewet en de gedragscode integriteit volksvertegenwoordigers van de gemeente Laren, verboden en daarmee een schending van de integriteitsregels. Deze melding is door mij onderzocht en inderdaad is gebleken dat er sprake was van een aannemen van werk en daarmee een schending van de integriteitsregels. Die wet is er natuurlijk uiteindelijk niet voor niets. Ik heb conform de gedragscode een advies voor u opgesteld, want uiteindelijk is het aan de raad om een oordeel te vellen en wij stellen u voor geen sanctie op te leggen, dat wordt ook onderbouwd in het voorstel, maar wel ook als raad in de nabije toekomst in gesprek te gaan over integriteit in de brede zin. Ook dat beslisvoorstel wordt in het raadsvoorstel onderbouwd. Dan wil ik eerst het woord geven aan de heer Van Goozen, voor een verklaring. De heer Van Goozen: Dank u wel, voorzitter. Beste collega’s raadsleden, geacht college. Eind 2021 heb ik met mijn bedrijf eenmalig betaalde werkzaamheden verricht voor de gemeente Laren. Het betrof hier de snelheidscampagne met borden en spandoeken in het dorp. Dit had wettelijk gezien niet mogen gebeuren, ik betreur dit ten zeerste, en het zal ook niet meer voorkomen. Het verdient aanbeveling om dit voor de huidige en de toekomstige raadsleden helder te hebben zodat dit soort misverstanden niet meer kunnen plaatsvinden.

Omdat dit raadsvoorstel mijn persoon betreft, zal ik deze discussie plaatsnemen op de publieke tribune. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Goozen neemt plaats op de publieke tribune en dan is nu het woord aan wethouder Stam. De heer Stam: Mijnheer de voorzitter. In de zomer van 2021 ontstond het idee om, mede door de voortdurende drukte met de autospots en de supercars, om op korte termijn een verkeerscampagne te gaan maken om het verkeer in het dorp meer attent te maken op de gewenste snelheid in het dorp. Dat is door mij ambtelijk besproken, maar dreigde vast te lopen in de snelheid van ontwerp en uitvoering en het bleek niet eenvoudig om op deze termijn een bedrijf te vinden die dat voor ons kon regelen. Afgelopen jaren heb ik Hans van Goozen een aantal meegemaakt bij openingen van winkels en tentoonstellingen waarbij hij heeft laten zien zeer goed in staat te zijn om dergelijke klussen te kunnen realiseren. Ik heb hem toen benaderd en gevraagd of hij in staat en bereid zou zijn een dergelijke klus op zich te nemen. Dat bleek hij te zijn en in het najaar van 2021 zijn op verschillende plekken in het dorp door zijn bedrijf ook borden geplaatst en spandoeken opgehangen.

Pas later in mijn gesprek met de burgemeester en de gemeentesecretaris ben ik gewezen op het bestaan van artikel 15 in de gemeentewet waarbij is bepaald dat een gemeenteraadslid geen betaalde opdracht voor de gemeente mag uitvoeren. Ik was daar absoluut niet van op de hoogte en ook Hans en de betreffende ambtenaar blijkbaar niet. Duidelijk is mij nu dat de conclusie moet zijn dat deze opdracht

niet had mogen worden gegeven. Ik voel me daar, met Hans van Goozen even verantwoordelijk voor. Ik was niet op de hoogte van de formele regeling in de gemeentewet en had het in hindsight daarom ook niet aan Hans van Goozen moeten vragen. Er is zeker geen eigen belang in het geding geweest, ik wilde slechts dat het project snel en goed zou worden uitgevoerd. Wel moet ik, om met koningin Máxima te spreken, constateren dat het achteraf gezien een beetje dom is geweest. Ik betreur deze gang van zaken, dit had niet mogen gebeuren en in het college en in de organisatie van de BEL zijn inmiddels duidelijke afspraken gemaakt dat dit ook niet meer zal voorkomen. De voorzitter: Dank aan de heer Stam. De heer Stam blijft gewoon zitten, want die is te gast in de raad en neemt niet deel aan de beraadslagingen. Dan komen we bij de beraadslaging over dit voorstel. U wordt voorgesteld om, in het licht van deze integriteitsschending, als uw mening uit te spreken dat u het betreurt dat deze integriteitsschending heeft plaatsgevonden en dat de direct betrokkenen, waaronder de heer Van Goozen en de heer Stam, zich er onvoldoende van bewust waren dat de regels zijn overtreden.

U wordt voorgesteld de heer Van Goozen geen sanctie op te leggen en u wordt voorgesteld voor het zomerreces gesprekken te voeren over de borging van de integriteit van het openbaar bestuur in Laren, want deze wet die is overtreden, die is er uiteindelijk niets voor niets, u dient onafhankelijk te zijn. Voor de beraadslaging kijk ik rond wie daarover het woord wenst te voeren, voordat wij een besluit nemen over het beslisvoorstel. Ik kijk rond. Allemaal? Dan ga ik op volgorde, begin ik bij de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is geen mooi onderwerp om mee te beginnen, morgen moet mijnheer Teeuwissen bij mij het riool ontstoppen en dat is heel hard nodig, maar daardoor wordt het niet per se leuker en dat gevoel heb ik ook vanavond als we het hier over deze affaire hebben, want het is gewoon geen mooie affaire. Waarom is het niet mooi? Dat heeft niet zozeer te maken met het bedrag als wel de schade die het toe berokkent aan ons, aan ons hier aan deze tafel. Wij zitten hier aan deze tafel omdat wij vertrouwd worden. Er zijn ons dingen toevertrouwd en de mensen die op ons gestemd hebben, die hebben dat in het volste vertrouwen gedaan bij het idee dat wij ons houden aan regels en dat wij te vertrouwen zijn. Wat er gebeurd is, is het beschamen van dat vertrouwen.

Dat vind ik een heel kwalijke zaak, want we hebben het moeilijk om mensen enthousiast te krijgen voor deze tafel, om mensen ervan te overtuigen dat wat er gebeurt in de politiek, dat het belangrijk is. Als er dan op deze manier een affaire ontstaat, is dat niet fraai. Dan zeg ik het heel voorzichtig. Het allereerste wat je als raadslid mag doen, is de eed afleggen en die eed is heel belangrijk, want daarmee geef je aan dat je je ervan bewust bent wat je wilt en wat je gaat doen en welke verantwoording dat op je legt en waar je je aan dient te houden. Dat is geen misverstand. Als ik door het rode licht rijdt, dan is dat geen misverstand, dat is een foutje. Dan houd ik me niet aan de regels en als ik me niet aan de regels houdt, dan is dat vervelend want dan krijg ik een incasso op de mat. Wat ons nu voorligt, is dat er een overtreding is begaan en dat wij daarna moeten gaan nadenken hoe we voortaan overtredingen tegengaan. Dat is een beetje gek, vind ik eerlijk gezegd, want op het moment dat ik door het rood rij, hoeft mijn vrouw niet opnieuw examen te doen voor haar rijbewijs. Naar mijn idee is het niet alleen onze collega waar ik wat op aan te merken heb. Ik denk ook dat de wethouder, hier te gast, dus die zal ik niet te hard vallen, dit ook had moeten weten en met een achtjarige ervaring kan het volgens mij niet zo zijn dat je niet op de hoogte bent van regels.

Als dat zo is, dan maak ik me zorgen. Laat ik het maar eventjes zo zeggen. Kortom, ik waardeer enorm uw inzet, mijnheer de voorzitter, ik denk dat u dat buitengewoon integer en volgens de regels van het spel heeft gedaan, maar de consequentie en het voorstel zoals het voorligt, daar ben ik niet zo blij mee. Daar wou ik het in eerste instantie bij laten, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Vos. Het woord is aan de heer De Bondt van fractie van de VVD.

De heer De Bondt: Ja, mijnheer de voorzitter, ik heb er nog eens de Dikke Van Dale op na gezocht en integriteit staat voor rechtschapenheid en onomkoopbaarheid. Dat is met name daar aangegeven als een persoonlijke eigenschap. Integriteit is sindsdien, want de Dikke Van Dale bestaat alleen nog op het internet en niet meer in boekvorm, zoals ik hem nog in de kast heb staan, is integriteit een soort containerbegrip geworden waarbij dingen als vriendjespolitiek, elkaar de bal toe spelen ook een rol gaat spelen. Dat hebben we een tijdje terug in Limburg kunnen zien waar het provinciaal bestuur na enige discussie in zijn geheel is afgetreden. Zelfs de Commissaris van de Koning is afgetreden. Overigens is die heel kort daarna benoemd tot waarnemend burgemeester in Enschede, omdat hem eigenlijk niks te verwijten viel. Er zijn veel onderzoeken geweest en eigenlijk zeggen die onderzoeken: er is niks gebeurd wat in strijd is met integriteit, maar het heeft wel de schijn gewekt en ook dat moet worden vermeden. Tot van de week zelfs ex gedeputeerde Koopmans zei: ik heb niks verkeerds gedaan volgens dat onderzoek, niks anders als de schijn tegen hebben en ik maak me op voor een terugkeer in de politiek. Les één uit die geschiedenis zou eigenlijk moeten zijn dat we in ieder geval daarmee uiterst zorgvuldig moeten omgaan.

Dit soort zaken krijgen in de publiciteit heel veel aandacht en in feite geschiedt er al heel veel schade aan personen en organisaties wanneer dat breed uitgemeten wordt. Mijnheer de voorzitter, pleit ik daarmee betrokkenen vrij? Nee. Dat zeker niet, er is wel degelijk sprake van een overeenkomst die in strijd is met de gemeentewet. De betrokken heren en het ambtelijk apparaat hadden zich dat moeten realiseren, maar ze zijn daar kennelijk nonchalant mee omgegaan. Wij delen het oordeel en het voorstel van de burgemeester. Daarmee zou ik eigenlijk voldoende zijn ingegaan op het voorstel, ware het niet dat collega Van den Berg daar een dimensie aan toegevoegd heeft. Hij werpt de stelling op dat raadsleden geen bestuurslid zouden kunnen zijn van een organisatie, een vereniging, een instelling, die op enigerlei wijze financiële ondersteuning heeft van de gemeente en hij legt zijn functie neer van voorzitter van het Oranjecomité en van de feestweek Laren. Mijnheer de voorzitter, hoeveel waardering ik ook heb voor zijn inbreng, deze stelling gaat mijn fractie veel te ver. Feit is dat een aantal raadsleden zich ook buiten de raad om inzetten voor de Larense gemeenschap. Laren is trots op de vele vrijwilligers en organisaties die in hoge mate bijdragen aan onze veelgeprezen sociale activiteiten. Als raadsleden zich daarvoor inzetten, verdienen zij onze waardering.

Bovendien vinden wij, in het algemeen, dat de raadsleden daardoor ook met beide voeten plat in de samenleving staan en uitstekend kunnen aanvoelen wat er onder de bevolking leeft. De voorzitter: Mijnheer De Bondt, de casus van de heer Van den Berg, waar hij een verklaring ook over heeft afgelegd, staat eigenlijk een beetje los van de casus die hier voorligt. Of vindt u het relevant om het hierin te betrekken? De heer De Bondt: Ik rond ook af, voorzitter, met ongeveer dezelfde constatering als waar u naar op weg was, namelijk, natuurlijk nemen zij niet deel aan de beraadslagingen of de stemming hierover, maar het derde punt van het raadsvoorstel om voor de zomer hierover een discussie aan te gaan, juichen wij van harte toe. Ook wij hebben behoefte aan verduidelijking. Hoe het met de gemeentewet zit, dat is ons inmiddels allemaal glashelder. Dank u wel. De voorzitter: Dank, de heer De Bondt. De heer Wegter alstublieft. De heer Wegter: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik ben het eens met de heer Vos die begon met dat dit allemaal niet zo fraai is en ook afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de politiek als zodanig.

Natuurlijk, je zou kunnen zeggen, het is een bananenschil, het is een relatief klein project waar het over gaat en dus moeten we het vooral niet groter maken dan het is, en we hebben er allemaal belang bij, denk ik, om de geloofwaardigheid van de politiek inderdaad zoveel mogelijk te blijven steunen. Dus zaken niet uit haar proporties halen, lijkt mij volstrekt juist en in die zin kan ik ook wel enigszins de woorden van de collega van de

VVD begrijpen. Dat gezegd zijnde kunnen we natuurlijk niet om de conclusie heen die overigens ook door de VVD wordt gedeeld, dat hier sprake is van een integriteitsschending. Integriteitsschending, de regels zijn niet gevolgd. Ja, daar moeten we niet omheen draaien, we moeten ook ter wille van de politiek daar waar zaken fout zijn gegaan, moeten we ook bereid zijn die eerlijk op tafel te leggen en de bespreking die aan deze vergadering vooraf gaan van de afgelopen tijd, hebben mij de indruk gegeven dat we in het algemeen allemaal bezorgd zijn over de stand van zaken en allemaal bereid zijn daar op een constructieve wijze over na te denken hoe we dit kunnen hoe we dit, of de eerste plaats, hoe we dit kunnen beoordelen en vooral ook hoe we kunnen vermijden dat in de toekomst een dergelijke situatie zich opnieuw zal voordoen. Kortom, als wij naar het voorstel kijken zoals het hier voorligt, kunnen wij in grote lijnen de conclusie daarvan wel delen. Niettemin ben ik zo vrij toch een paar, laat ik maar zeggen, nuanceringen aan te brengen als u mij toestaat, met betrekking tot de tekst die voorafgaat aan de conclusie van het voorstel. Ik weet overigens niet of het nog de bedoeling is dat we nog een tweede ronde krijgen in dit debat maar vooralsnog moeten toch twee dingen kwijt.

Ik lees in het stuk dat de heer Van Goozen wordt gezegd dat hij wist dat het wellicht in strijd was met de integriteit. Ik meen op grond van goede informatie die ons eerder heeft bereikt dat een de heer Van Goozen op grond van eerdere situaties op de hoogte was dat het niet wellicht, maar dat het in strijd zou zijn. Dus het woord wellicht, in dit geval, daar heb ik toch echt moeite mee. Tenzij men informatie onjuist is, maar dat kan ik niet voorstellen want het kwam van een zeer welingelichte bron. Hij heeft zich eerder een situatie voorgedaan waarbij uiteindelijk gebleken is dat hier van schending sprake zou zijn en dat dus de betrokken intentie toen niet is omgezet in daden. Kortom, de heer Van Goozen wist wel degelijk dat dit in strijd was met de regels. Niet wellicht, maar in strijd was. Dus dat punt moet ik echt maken, ik kan er niet onderuit. Het andere punt is, met betrekking tot de wethouder die ik natuurlijk ken als een voortreffelijke bestuurder en ik kan me voorstellen dat hem zo nu en dan ook wat ontgaat. Dat is in dit geval blijkbaar het geval. Ik verbaas me daar wel over, moet ik eerlijk zeggen, hem kennende. Maar ik neem het op zijn woord aan. Niettemin is het enigszins ingewikkeld als je dan de tekst leest waarin staat dat zowel de heer Van Goozen en de heer Stam hadden bij de facturatie twijfels of de heer Van Goozen de opdracht wel had mogen doen.

Met andere woorden, iets in afwijking van wat vanavond de wethouder zei, was toentertijd toch al van twijfel sprake zowel bij de heer Van Goozen als bij hemzelf. Niettemin dat gezegd zijnde, kan ik me voorstellen dat in zijn drukke bestaan zaken niet helemaal in het juiste licht worden gezien en kan ik me dus wat dat betreft nog wel enigszins in de situatie inleven. Dat gezegd zijnde, voorzitter, wacht ik graag ook nog de discussie af met betrekking tot de inbreng van de collega’s voordat we tot conclusies komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank aan de heer Wegter. Het woord is aan mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamer: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook wij betreuren het zeer dat dit is gebeurd en het is nu al eerder gezegd, het is heel schadelijk voor het vertrouwen van een raad die het vertrouwen van het dorp zou moeten hebben. Dat is de basis. Ook is het een vertrouwensbreuk, vind ik, van het bestuur, want in het hele verhaal wordt de verantwoordelijkheid van de wethouder nog onder geschoffeld aan dat van het raadslid. Dat is dus het besluit nummer één. Als haar mening uit te spreken dat zij dit ten zeerste betreurt dat deze integriteitsschending heeft plaatsgevonden. Eigenlijk zouden wij daar een punt achter willen zetten en niet … Wij kunnen ons niet vinden in dat de heer Van Goozen zich er onvoldoende van bewust zijn dat zij de regels overtreden hebben.

Het is hier al eerder gezegd, mijnheer Van Goozen is al een keertje eerder teruggefloten en de wethouder die zegt in de krant, wij wisten van niets, terwijl uit het rapport blijkt dat ze wel degelijk wisten dat ze dingen deden die niet konden en ze hebben het alleen niet verder onderzocht, althans, zo wordt het ons voorgeschoteld. Mijnheer Van Goozen heeft het over een misverstand, mijnheer Stam heeft het erover dat het niet eenvoudig was een bedrijf te vinden en dat hij niet op de hoogte was van de gemeentewet. Dat laatste vind ik shocking voor een wethouder. Echt, als je acht jaar wethouder bent en je

bent niet op de hoogte van de gemeentewet dan vind ik dat echt shocking. Punt twee van de besluiten die u vraagt, de heer Van Goozen geen sanctie op te leggen. Het is de laatste vergadering voordat we de verkiezingen ingaan, daar kunnen wij goed mee leven, maar ik moet heel eerlijk zeggen dat toen ik hiervan hoorde en toen ik dit las en toen wij hoorden dat de beide heren een mea culpa zouden uitspreken, dat ik dacht, nou, als de beide heren nou echt ballen hebben, dan zeggen ze: wij stappen er uit, want wij zijn ongelooflijk fout geweest en wij willen niet dat de rest van de raad en het college verder hiervan schade ondervindt. Wij willen het vertrouwen herstellen. Dat is niet gebeurd. Nummer drie van wat u van ons vraagt als raad voor het zomerreces gesprekken te voeren over de borging van de integriteit van het openbaar bestuur in Laren. Mag ik iedereen er nog even op attenderen dat wij op 18 juni jongstleden een integriteitsavond hebben gehad waarbij ook artikel 15 uitgebreid met een casus over, dat had met catering te maken die betaald in een gemeente gebracht werd door een raadslid, behandeld is. De sheets zijn ook daarna nog nagestuurd en je kunt dat nog duidelijk lezen.

Daar is op die avond van 18 juni afgesproken dat er een vervolg op zou komen en wij hebben afgesproken dat we dat na de verkiezingen zouden doen met het oog op de nieuwe gemeenteraad, zodat ook zij daarvan op de hoogte gesteld zouden worden. Dus ook het feit dat beide heren die daar eigenlijk aanwezig hadden moeten zijn, zover ze er niet waren, hiervan op de hoogte hadden kunnen zijn. Dan heb ik nog iets. De kieswet. Dan wordt er op een gegeven moment een advies gegeven in het voorstel en dat is van: wij gaan over de integriteit praten, alsof daar een verband tussen zit, tussen deze integriteitsschending en wij gaan erover praten. Nou, dat heb ik net al gezegd, we hebben er al over gepraat en er zou nog een vervolg komen. Dus ik wil dat eigenlijk helemaal loskoppelen ervan en zeker het stukje over raadsleden die maatschappelijke betrokkenheid hebben bij stichtingen en verenigingen, ook dat staat er volkomen los van. Ik zou eigenlijk willen voorstellen om ons alleen maar met de integriteitsschending bezig te houden en de rest is, dat heeft er totaal niets mee te maken. Er is een raadslid en een wethouder, die zijn beiden in de fout gegaan en daar gaat het vanavond over. Ik zou het daar ook eigenlijk bij willen laten en niet allerlei andere zaken erbij betrekken, zoals mijnheer De Bondt ook probeerde, want we moeten dit gewoon sec behandelen. Dank u wel.

De voorzitter: En wat is dan uw voorstel ten aanzien van beslispunt twee? Mevrouw Timmerman-Hamer: Mijn voorstel … De voorzitter: Mevrouw Timmerman, ik ga u helpen. U doet hier ter plekke een mondeling amendement op het voorstel dat voorligt en u zegt, ik wil als volgt de beslispunten wijzigen, namelijk dat beslispunt één slecht behelst de zin: als ze haar mening uitspreken, dat zij het ten zeerste betreurt dat deze integriteitsschending heeft plaatsgevonden. Beslispunt twee overeind te houden, want daar heb ik u niets over horen zeggen, en beslispunt drie te laten vervallen. Mevrouw Timmerman-Hamer: Precies. En punt twee, onder dat hele punt twee, onder het advies, ook te laten vervallen. Ik heb dat ook nog in een amendement die ik bij me heb, dus die kan ik straks nog even geven. De voorzitter: Maar wilt u dat nu doen? Want de griffier heeft er, denk ik, behoefte aan om daar beschikking over te hebben. Ik ga naar de heer Van den Berg van de fractie van het CDA. De heer Van den Berg: Kijken dat ik niet te dichtbij zit of te ver weg zit, voorzitter. Er zijn al inmiddels wat woorden over gezegd. Met de verklaring die ik aan de voorzijde van dit agendapunt heb gegeven, heb ik daarmee ook bedoeld te zeggen dat dat voor mij daarmee ook klaar is. De heer De Bondt gaat daar nog even weer op in. Ik laat dat verder hier rusten, omdat dat inderdaad niet het onderwerp is hier.

Maar wel dat ik dat besluit wat ik heb genomen, ieder besluit moet ieder voor zich nemen en heeft iedereen een eigen

verantwoordelijkheid. Dat kan altijd natuurlijk iedereen anders beleven. Dan het voorstel. De woorden betreurenswaardig zijn al gevallen. Het is, zoals al een enkele collega zegt, dit straalt op ons af en het is natuurlijk uitermate vervelend dat dit ook nog net in de laatste vergadering is, waardoor er ook een andere dynamiek ontstaat, want als dit aan het begin van een raadsperiode gebeurt, kan ik me voorstellen dat er nog weer heel andere ideeën gaan opborrelen en of dit dan een goede start zou zijn van een college. Ik ga het besluit in onze inbreng in deze termijn, splits ik inderdaad in de besluiten één en twee die u net heeft genoemd en ik zal ook wel het amendement van mevrouw Timmerman daarbij meenemen. Punt drie zie ik los daarvan en als daar nog de behoefte aan is om daarover door te praten, dat dan in de volgende termijn te doen. Zonder allerlei kwalificaties te willen geven, denk ik dat de heer Van Goozen, zeer gewaardeerd als ondernemer vier jaar geleden in de raad is terechtgekomen en inderdaad kwaliteit levert en zich inderdaad misschien niet bedacht heeft dat wat hij gedaan heeft niet zou kunnen. Ik denk dat hij altijd iedereen wil helpen, dus als je het in dat licht beziet, kan je zeggen, het is gewoon puur stom.

Maar het is wel, zoals de heer Wegter ook zegt, dat je wel iets meer mag verwachten van een raadslid en ik ben ook wel benieuwd of er naar aanleiding van de heer Wegters inbreng nog andere opmerkingen bijkomen. Het is wel zodanig lastig dat als wij over een paar weken verkiezingen hebben, je elkaar allemaal weer tegenkomt en deze fout zal hij niet meer maken, en die zal nooit meer iemand maken, maar het is volgens mij ook een regel die eigenlijk wel iedereen zou moeten kunnen kennen, ook al doe je nog niet zo lang mee. Dat is ook even iets wat ook wel onderbelicht blijft, het is al, zoals mevrouw Timmerman ook zegt en volgens mij ook anderen, het gaat vooral over de heer Van Goozen, ons collega raadslid. De rol van de heer Stam wordt wel benoemd maar wordt op een andere manier samengevat. Maar eigenlijk vinden we als CDA-fractie het ook nog wel schokkend dat dit kennelijk in het BEL kantoor, in de BEL combinatie heeft kunnen gebeuren.

De heer Stam zei daarstraks dat daar inmiddels overleg is geweest en dat dat nooit meer kan gebeuren, dat is mooi, dat die mededeling gekomen is, maar volgens mij is het juist met zo’n luciferhoutje als dit is, want het gaat niet om een heel groot bedrag op zichzelf, alhoewel voor een heleboel mensen dit wel heel veel geld is, is het toch wel zorgelijk dat dat kennelijk zomaar allemaal heeft kunnen gebeuren in de BEL combinatie en dat er kennelijk ook geen tegenmacht is, ambtelijk, om ergens iets of iemand op de vingers te tikken dan wel te informeren van dat dat niet mag. Dus daar zou ik het ook graag nog wel over willen hebben in deze ronde van de integriteitsschending, want het gaat niet alleen om dat raadslid, om de wethouder, maar ook nog wel om het ambtelijk apparaat wat daar ter ondersteuning van ons bijstaat. Dat gezegd hebbende over de heer Van Goozen, dan komen we inderdaad ook bij het stukje in de toelichting die u geeft. Nou, allebei zeggen ze eigenlijk van, we hebben twijfels.

Hebben we het wel of niet geweten en de heer Stam, zeer gewaardeerde wethouder en met ‘…’ snelheid ons overal mee doorheen nemen, dat we hard moeten lopen als raadsleden om hem zo nu en dan bij te benen, politiek, heeft ons toch ook de afgelopen jaren wel een aantal keren meegenomen ook wel proberen te overtuigen dat, als het zeker over zaken ging die een wet of wat aangingen, zijn juridische kennis en zijn meestertitel. Dat maakt het dan wel weer extra zuur als je dan nu zegt dat je van die wet dan niks geweten hebt. Het is lastig, want hij mag daar niks over zeggen, maar soms denk ik wel eens van, was het in dit geval misschien gewoon niet beter geweest als hij zegt ja, ik heb het misschien nog wel geweten, maar ik heb er niet helemaal een actieve herinnering meer aan, is niet de beste opmerking maar ik heb er enorm spijt van dat ik leg het anders uit, want ik wil de Larense gemeenteraad schuine streep het college geen kwaad doen. Dat zou een andere benadering zijn en misschien nog met een andere conclusie en dat mis ik nog wel in het hele verhaal. Want iedereen gaat naar ons toe zitten kijken van wat wij vanavond hier besluiten en wat we ook besluiten, het is nooit goed.

Want of we gaan op scherp en dan zitten we hier collega’s misschien extra te bezwaren en aan de andere kant, als we niks doen of we gaan mee, dan zegt misschien wel een deel in het dorp, nou, ze houden elkaar allemaal de hand boven het hoofd en dat is ook wel de ingewikkeldheid, denk ik, die de heer De Bondt benoemde van we moeten het niet groter maken dan het is, maar we moeten het ook niet kleiner maken als het is. Dan een hele praktische, want u zegt zelf in uw

voorstel van, de opdracht is geëindigd en is klaar. Nou, ik reed toevallig van de week, we komen weer wat meer buiten de deur sinds corona wat minder wordt, althans het wat meer vrijheid krijgen. Op de Hilversumseweg hangt een doek al een week of wat los te wapperen maar er staan ook verderop in het dorp ook nog borden en ik ben dan heel praktisch, maar dan denk ik eigenlijk wel van, hoe gaan we daarmee om? Want als een van die borden of die doeken moet vervangen worden, wie gaat dat dan doen? Het is een hele praktische, maar omdat u nogal stellig schrijft, de opdracht is geëindigd, denk ik van, wie gaat daar dan nu ook over? Wie is daar probleemeigenaar van in technische uitvoerende zin? Ik probeer daarmee ook gewoon scherp te krijgen dat sommige woorden soms, als je daar weer over doordenkt, een andere lading kunnen krijgen. Dan nog even met betrekking tot het besluit zelf, er is al wat over gezegd door mevrouw Timmerman. Als ik lees in het besluit waar staat de integriteit schendingen plaatsgevonden en dat de directe betrokkenen, waaronder de heer Van Goozen en de heer Stam, zich er onvoldoende van bewust waren dat er regels overtreden werden.

Daaronder lees ik, als ik scherp lees, waaronder, dan denk ik van nou, daar zullen misschien nog mensen uit het gemeentelijk apparaat mee bedoeld worden, maar eigenlijk wil ik ook nog wel de vraag neerleggen of het nu echt een solo-actie is geweest tussen een wethouder en raadslid dan wel dat dit dus kan gebeuren zonder dat anderen in het college ervan weten en dat woordje waaronder brengt mij daartoe omdat zo hier op tafel te leggen en dat te vragen. Dan op het puntje van de sanctie, de heer Van Goozen heeft er al wat over gezegd. Ik denk wel dat het hem heel erg pijn doet, want hoe je het ook wendt of keert, blijft dit toch aan je hangen en kleven. Dit is er, denk ik, maar één, de opdracht aannemen. Ik denk dat er in die wet nog wel meer zaken misschien staan. Dus ik ben er nog niet helemaal over uit, maar ook nog wel gehoord hebbende de discussie en misschien de beantwoording van een aantal vragen, dat dat naar mijn gevoel het vooral over de heer Van Goozen gaat, terwijl ik denk, er zijn meer mensen in het spel. Dus ik laat nog even hangen of ik deze zin nou in dat besluitpunt van u zonder meer wil steunen. Dan ten aanzien van het amendement van mevrouw Timmerman, daar kunnen we ons wel in vinden. Het gaat over de integriteitsschending.

Laat duidelijk zijn dat op de andere zaken, daar waar het het maatschappelijk middenveld betreft en bestuurslidmaatschappen van stichtingen en verenigingen, dat moet gewoon terugkomen, maar ik denk dat ook zelfs blijvend moet terugkomen. Dat is niet iets wat we nu maar even gaan doen en door het nu in dit voorstel zo op te noemen, kan dat inderdaad als een soort reactie op het gebeuren lijken. Maar op LinkedIn bijvoorbeeld werden net al weer integriteitscursussen aan nieuw komende raadsleden en collegeleden aangeboden en ik zou het eigenlijk beter en sterker vinden, als het hier uit gaat maar wij vervolgens als raad wel degelijk ons besluit, wat we eerder hebben genomen daarover, actualiseren en gewoon bij voortduring ieder jaar tenminste daarover praten met elkaar. Omdat het kennelijk toch ingewikkeld is. Dus dat amendement van mevrouw Timmerman kan ik goed mee leven, inclusief wel de opmerking om onder besluitpunt één een punt te zetten achter die zin van, ik moet het goed lezen, integriteitsschending heeft plaatsgevonden, punt. Daar kan ik me ook goed in vinden. En nogmaals, over het derde punt, als dat in de vergadering wel op de agenda blijft, kom ik daar graag in de tweede termijn los daarvan op terug. Maar laat ik voor deze nu hier de inbreng van het CDA met betrekking tot de eerste twee punten. Terug aan u, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Van den Berg.

Het woord is aan de heer Loeff. De heer Loeff: Ja, voorzitter, dank u wel. Integriteit is een woord wat belangrijk is, heel belangrijk voor ons als raadsleden, maar niet als raadslid, ook als personen. Het gaat over geloofwaardigheid. Ben je geloofwaardig en ben je te vertrouwen? Dat zijn heel belangrijke kernbegrippen, niet alleen in het maatschappelijk leven, maar ook in je persoonlijk leven. Ben je integer naar een ander? Geloof je dat de ander naar jou iets doet wat waar is, wat klopt? Als we kijken naar deze, dit gremium, raadslidmaatschap, de functie van raadslid, dan zie je dat wij ons moeten houden aan de wet en dat is logisch. Het begrip wet is natuurlijk een heel duidelijke term.

We moeten ons houden aan de wet, dat moeten we allemaal. De heer Vos had het over de verkeerswet, waar je het had over het rode licht en het door het rode licht rijden. Hier is het heel duidelijk dat de wet is overtreden en het is overtreden door een persoon, overtreden door een persoon met een raadslidmaatschap en dat is belangrijk dat we daar naar kijken en dat we op een goede manier dit ook transparant en duidelijk bespreken met elkaar. Toen dit feit geconstateerd werd, is er door de burgemeester, niet in zijn rol als voorzitter van de raad, niet in zijn rol als voorzitter van dit college, maar als in zijn rol als bewaker van die integriteit een onderzoek gestart. Dat onderzoek hebben wij als raad ook kunnen lezen en daar is dit voorstel uitgekomen. De gemeentewet en de conclusie van het verhaal is ook dat we voorafgaand aan de bespreking een verklaring horen van degene die dit betrof en dat is in dit geval Hans van Goozen. Die verklaring lijkt me een heel duidelijke verklaring en die verklaring is een verklaring waarin die heel duidelijk aangeeft, het had niet mogen gebeuren, ik zeg heel duidelijk dat het me spijt en het zal niet meer voorkomen en dat is denk ik een heel duidelijke boodschap. Als we kijken naar het voorstel, dan zien we dat de burgemeester ook een conclusie trekt en de conclusie is ook een duidelijke.

Er is hier geen sprake van een persoonlijk gewin, er is hier niet sprake van het bevoordelen van de een of ander, er is hier sprake van een fout die is gemaakt doordat er een opdracht is uitgevoerd voor de gemeente. Die opdracht is uitgevoerd, zoals ik het zie, zoals wij het zien, met de beste bedoelingen. De wethouder wilde snelheid maken, hij vond iemand die dat snel kon en goed kon en de borden zijn geleverd in het belang van een snelle aanpak van een overlastsituatie en zorgen dat er heel snel iets werd gedaan aan het waarschuwen van autorijders die maar met veel te veel herrie en snelheid door het dorp zouden rijden. Dat is denk ik wel goed om in de gaten te houden. We leven in een kleine gemeenschap, we zitten in een ambtelijke situatie waar bij je, als je komt tot een opdracht, en ik heb zelf heel veel opdrachten gedaan voor de gemeente, het soms weken kan duren eer dat er opdrachten worden verstrekt en hier wilde de wethouder, het is niet goed te praten, maar hij deed het wel, snel handelen en de heer Van Goozen bood snel een oplossing. Die snelheid die juist moest worden bestreden als het gaat om snelle auto’s, leidt hier tot een ongeluk en dat ongeluk is een ongeluk wat hier transparant en publiek wordt besproken in deze raad.

Dat is goed, want dat vinden we prima dat dat op deze manier ook gebeurt, maar ik denk dat het belangrijk is dat we ook kijken naar wat dan door de burgemeester ook wordt geconcludeerd en wat hier ons wordt voorgesteld als conclusie. Daar kunnen wij ons in vinden. Het is een duidelijk voorstel waarin een aantal zaken worden geconcludeerd en er geen sanctie wordt opgelegd. Er is immers niet bevoordeeld, maar er is wel een fout gemaakt en ook wij betreuren, vanuit Laren Behoud, dat die fout is gemaakt. We zien aan de andere kant ook dat we met elkaar moeten kijken, hoe gaan we hiermee verder? Wat gaan we hier doen? Als we kijken naar wat hier verder op de agenda komt staan, daar hadden we het al over, maar dat is wel een heel belangrijke conclusie, dat we met elkaar gaan kijken naar integriteit op een heel breed gebied en niet alleen op het gebied van de gemeentewet, dan is het belangrijk dat we met elkaar steeds daarover in gesprek blijven. Dus wij ondersteunen het voorstel zoals het is aangeleverd en is opgesteld, waarbij de verschillende punten, zoals ze hier staan, ook in het besluit worden meegenomen. Uiteindelijk is het, denk ik, goed om te beseffen dat we met elkaar zitten in een kleine gemeenschap en die gemeenschap die staat voor een dorpsgemeenschap waar we met elkaar allemaal iets betekenen in deze samenleving. Dat we allemaal iets doen voor deze samenleving.

We zien ook dat in het dorp er heel veel sprake is van gegons. Gegons op social media, dat kan hard gaan, zeker in deze tijd. Gegons in de krant, trial by media, ik zeg maar eventjes een term die in het landelijke ook aan de orde komt. Ik wil er wel voor pleiten dat we ook als raad met elkaar bekijken hoe we omgaan met dit soort zaken. Want het is heel goed dat we transparant zijn en dat het open en duidelijk hier aan de orde komt. Dat vind ik ook goed dat het behandeld wordt. Aan de andere kant kunnen we met alle voorstellen, punten, komma’s en aanmerkingen, het schrappen van onderdelen, het toevoegen van zinnetjes, onszelf zoveel discussie en werk bevoordelen dat we de hele avond hiermee bezig kunnen zijn en misschien nog wel heel lang daarna ook. Ik zou willen voorstellen dat we het hier bij dit voorstel laten, dat we deze punten ook als besluit accorderen en dat we daarmee ook heel duidelijk op de

agenda zetten dat we in de komende periode met elkaar goed praten over die gemeentewet. De heer Van den Berg zei, er staat misschien nog wel meer in. Ook hij geeft aan, ik zag het ook eerlijk, ik ken niet de hele gemeentewet uit mijn hoofd. Dus we kunnen twee dingen doen, we kunnen óf een overhoring gemeentewet gaan houden, maar het lijkt me goed om daar op een plezierige manier en op een goede manier en op een integere manier met elkaar over in gesprek te gaan. Dus wij steunen ook van harte het tweede deel van dit voorstel zoals dat hier wordt gepresenteerd. De voorzitter: Dank, mijnheer Loeff. Dat was de eerste termijn van de zijde van de raad. Mijnheer Sakkers. De heer Sakkers: Dank u wel, voorzitter. Ik zou in de eerste termijn graag nog iets willen toevoegen. De voorzitter: Dat mag, u bent gekozen raadslid. De heer Sakkers: Mijn moeder was vorige week ziek en toen ben ik met grote spoed en haast naar haar toe gereden en toen reed ik door een rood stoplicht en daar heb ik een boete voor gekregen. Ik had de beste intenties, maar ja. De voorzitter: Dank. Ik heb de eerste termijn van de raad gehoord. Volgens mij is er behoefte, vanuit bepaalde fracties, aan een tweede termijn ik zal eerst op de procedure op een paar punten reageren.

Wat overigens goed is aan deze avond, is dat we hier in de openbaarheid over spreken dat is heel belangrijk, want wij zijn uiteindelijk, of u bent gekozen raadsleden en u moet verantwoording afleggen aan de kiezer. Dus het allerbelangrijkste is dat we niet over elkaar achter gesloten deuren spreken, maar openbaar met elkaar spreken. Hoe zijn we gekomen tot het voorstel? Ik heb een melding ontvangen, ik heb daarover afstemming gezocht in een besloten senioren convent. Ik heb een onderzoek gedaan, daarin ben ik ondersteund door de griffier en de gemeentesecretaris. Ik heb daarvan een verslag gemaakt en dat verslag heeft geleid tot een raadsvoorstel. In mijn beleving is vrijwel alles vanuit dat verslag geland in een voorstel. Als er zaken zijn die in uw beleving daarin niet geland zijn, is het niet aan mij, maar ook niet aan degene die kennis hebben van het verslag, vanavond, om daar mededelingen over te doen. Waarom zeg ik dat? Er is een vraag gesteld, van de zijde van de heer Wegter, die vraagt of er vanuit betrouwbare bron aanleiding is aan te nemen dat de heer Van Goozen eerder op de hoogte had kunnen zijn van het feit dat dit had kunnen gebeuren. We doen het vanavond met het voorstel dat hier ligt.

Maar ik ga het u makkelijk maken, namelijk, dat is eigenlijk ook helemaal niet relevant, de heer Van Goozen wordt als gekozen raadslid, die een eed heeft afgelegd, geacht dit te weten. Op basis daarvan moet u ook tot uw oordeel komen. Of het nou een eerste keer is of een derde keer is, u hoort, hij hoort dit te weten. Dan kom ik bij het voorstel dat hier ligt, namelijk de oorsprong van beslispunt twee, de heer Van Goozen geen sanctie op te leggen. Overigens, de heer Stam heeft, de heer Van Goozen en de heer Stam hebben beide een verklaring afgegeven, u moet dat meewegen in uw besluit. Beide voelen zich even verantwoordelijk voor hetgeen is gepasseerd. Het is aan u om dat te wegen. Echter, er zijn enkele vragen gesteld over sanctie rood licht. Dit had niet moeten gebeuren, het is aan u om daar een weging over te maken, maar de geldende wet- en regelgeving waar we hiermee rekening moeten houden, vallen onder het bestuursrecht. Het bestuursrecht kent geen sanctiemodus. Het bestuursrecht kent slechts mogelijkheden om een einde te maken aan een situatie. Dat is ook wat tot u is gekomen in het voorstel, namelijk de opdracht is afgerond, er is … De heer Van Goozen heeft een opdracht uitgevoerd, die is klaar. De situatie valt niet te beëindigen, want die is beëindigd.

Om dan de vraag van de heer Van den Berg te beantwoorden, nee, het kan natuurlijk helemaal niet meer zo zijn dat daar nog onderhoudswerkzaamheden aan worden verricht door het bedrijf van de heer Van Goozen. Punt, dat is klaar, dat kan absoluut niet meer. Is hier intern in de organisatie van de BEL uitgebreid aandacht aan besteed? Jazeker, de hele BEL organisatie is hiervan op de hoogte gesteld en er zijn ook intern maatregelen genomen. Dan kom ik nog even terug bij het

derde beslispunt, namelijk als raad voor het zomerreces gesprekken te voeren over de borging van de integriteit van het openbaar bestuur in Laren. In deze drie beslispunten landt wat we willen bereiken, namelijk uitspreken dat we er met zijn allen ontzettend van balen, zeg ik dan maar, dat dit is gebeurd. Dat we op grond van de wet- en regelgeving die ons is aangereikt er eigenlijk geen aanleiding is om een sanctie op te leggen. De vraag is overigens ook of de overtreding proportioneel genoeg is om daar een sanctie zoals de kieswet die behelst, proportioneel genoeg om die daaraan te verbinden. De situatie is beëindigd. Maar het belangrijkste is dat u in de openbaarheid tot een oordeel komt. Want er is nogal wat gebeurd. Er is al een krantenbericht verschenen in de Gooi en Eemlander, het heeft al in Laarder Courant De Bel gestaan, er ontstaat dynamiek in het dorp. De betrokken personen zijn al een vorm van, het is geen pretje voor ze. Er vindt al een vorm van openbare discussie plaats en ik denk dat er ook wel mensen zijn die dit in een ander oordeel zullen meewegen. Maar blijft erbij dat ook al hebben we een eed afgelegd, ook al weten we wat we wel en niet mogen, dit soort situaties komen voor. Daar is overigens niets Larens aan, dat gebeurt elders ook.

Daarin hebben we ook met elkaar de aanleiding gevonden om hier nog scherper met elkaar het gesprek over te voeren, want er kunnen allerlei dilemma’s plaatsvinden, of allerlei overtredingen plaatsvinden. Niet alleen die hier vanavond plaatsvinden, maar allerlei ingewikkelde situaties die van ons vragen dat we daar heel scherp met elkaar het gesprek over voeren. Dat doet niets af van wat wij vinden van de overtreding die hier plaatsgevonden. Het drukt ons wel met de neus op de feiten dat we hier vaker met elkaar over moeten kunnen spreken, wat wel en niet kan. Bij voorkeur openbaar en met elkaar, zodat onze inwoners daar ook getuige van zijn welke keuzes we daarbij maken. Want we komen allemaal in situaties terecht waar het voor het oog van de wet en de regel zwart wit is, maar wij ons daar niet van bewust zijn of dat het voor het oog van de wet- en regelgeving grijs is, maar we eigenlijk ook in het oog van de bewoner of van de kiezer weten, dit kan gewoon niet. Daarin ligt de oorsprong van het derde beslispunt. Zo zijn deze drie beslispunten tot u gebracht, het is aan u om daar een oordeel over te vellen. Het amendement van mevrouw Timmerman is een goed amendement, het stelt een verzakelijking, eigenlijk voor, als ik het zo mag noemen, van het voorstel dat voorligt. Dat kan heel goed, het is aan u om daar een oordeel over te hebben.

Laat onverlet dat we het echt in ons achterhoofd moeten prenten dat we hier iets mee moeten. Want ik ben helemaal niet de bewaker van de integriteit, ik kan u namelijk helemaal niet bewaken als u op straat loopt, opdrachten aanneemt, dingen roept, zaken vindt. Ik kan u slechts behouden, ik kan u slechts tot de afgrond begeleiden. Als u daarna besluit te springen, kan ik u niet tegenhouden. Het enige wat ik met u kan doen, is ervoor zorgen dat we die scherpte met elkaar aanbrengen en dat in een gesprek met elkaar, in de openbaarheid. Ik denk dat ik daarmee de vragen die zijn gesteld in de eerste termijn en een aantal opmerkingen, daarop heb gereflecteerd. Het is eigenlijk nu aan u, als gekozen raad, om hier een oordeel over te vellen. Bent u voor, bent u tegen, wilt u het amendement steunen. Ik kijk even voor de tweede termijn rond. De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het is in de openbaarheid en u heeft dat meermalen benadrukt dat iedereen dat kan horen en dat laat tegelijkertijd de verplichting op ons om zuiver te koersen, want er wordt op ons gelet. Dat had natuurlijk eerder gebeurd moeten zijn, mensen weten, ik zit in een glazen huis, er wordt op ons gelet. De opmerking werd gemaakt, ja, de laatste of de eerste bijeenkomst van de raad. Dat werd niet relevant bevonden.

Nou, ik denk dat het juist misschien wel heel belangrijk is dat we nu op de valreep, juist voor de verkiezingen deze exercitie doornemen en ons heel erg bewust zijn van het feit waar het eigenlijk over gaat. Want wij vragen straks opnieuw vertrouwen en we zullen opnieuw te rade moeten gaan bij mensen. Denkt u dat we dat goed kunnen doen? Denkt u dat we voldoende op de hoogte zijn? Dat wij naar eer en geweten zullen handelen? Dat kan maar beter dan nu, want dan weten we de komende vier jaar wat er van ons verwacht wordt. Dat is één. Er werd gesproken over de BEL combinatie. Ik vind dat eigenlijk een beetje raar, dat dat, die zou ons moeten behoeden voor dingen die niet goed gaan of wel goed gaan. Daar mogen wij het helemaal niet over hebben. De ambtelijke organisatie valt onder verantwoording van de wethouder en die

mag nooit denken, goh, wat jammer dat die ambtenaren me er niet op gewezen hebben. Ik heb daar moeite mee. Ik denk dat het ambtelijk apparaat naar eer en geweten gehandeld en die kunnen we moeilijk meenemen. Dat lijkt me een heel vreemde gang van zaken. Dan eigenlijk het vervolg, een sanctie. U zei, mijnheer de voorzitter, het is geen pretje. Nee, dat is geen pretje. Nee, maar het is ook geen pretje om hier te zitten en we moeten voorkomen dat we nog meer van dit soort exercities moeten hebben. Mevrouw Timmerman zei al, ja, als ze ballen hadden, dan waren ze vertrokken. Dat denk ik eigenlijk ook. Ik denk dat ik me daar heel erg kan vinden in die woorden en als het straks in stemming gebracht zal worden, dan zal ongetwijfeld blijken dat we vrolijk verder gaan en er geen enkele maatregel genomen zal worden. Maar dat geeft eigenlijk wel buitengewoon te denken. Dan gaan we besluiten dat we in juni gaan praten met een nieuwe raad. Oké. Nou, mooi. Het amendement, ja, daar zou ik me in kunnen vinden, haal het er maar uit. Maar ik kan me eigenlijk helemaal niet in het voorstel vinden. Daar wou ik het bij laten, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank, de heer Vos. De heer De Bondt. De heer De Bondt: Ja, voorzitter, ik denk dat we het er met ze allen wel over eens zijn dat hier sprake is van een overtreding en dat we dat in hoge mate betreuren.

Met andere woorden, punt één van het voorstel wordt eigenlijk unaniem onderschreven. Dat is mijn conclusie in ieder geval van de eerste ronde. Ja, waar het om gaat is, zijn dan de volgende twee punten, eigenlijk. Het eerste punt, of althans het tweede punt van het besluit om geen sanctie op te leggen, heeft te maken met de aard, de omvang van de overtreding als zodanig, maar vooral ook van de verwijtbaarheid. Naar de mening van mijn fractie is daar niet in die mate sprake van dat daar naast spijtbetuiging en de verzekering dat dat niet meer voorkomt, dat er daarnaast ook nog een sanctie zou moeten worden opgelegd. Integendeel haast. Want het grote voordeel, laten we ook maar de positieve kant zien, is dat nu in het openbaar ook de raad daar niet alleen over gediscussieerd heeft maar ook zich nog veel meer bewust is geworden dan in het verleden wat er nou precies in de gemeentewet staat en hoe wij op bepaalde punten moeten handelen. Voorzitter, daarom juicht mijn fractie dat wel toe, want er zijn in het verleden ook andere handelingen door raadsleden in de raad en daarbuiten verricht waarvan je ook kan zeggen, het zou goed zijn om daar eens een keer indringend over dat soort aangelegenheden met elkaar te praten. Dus ik ben het er niet mee eens, om punt drie te laten vervallen.

Ik zou daar om willen van de zuiverheid van de discussie, daar nu niet verder op ingaan, maar ik denk dat zo’n discussie die ook wat mij betreft in het openbaar zou moeten plaatsvinden, die juichen wij van harte toe. Dank u wel. Dat betekent dus ook, het amendement dat ik niet gezien heb maar waar ik ongeveer de strekking van ken, dat wij die niet zullen steunen. De voorzitter: De heer Wegter. De heer Wegter: Dank u, voorzitter. Het amendement van mevrouw Timmerman zou ik geen bezwaar tegen hebben, maar het is voor mij ook niet van essentieel belang voor de discussie waar het over gaat. Dus wat mij betreft kan ik met punt één, zoals het hier staat, leven. Ook. Drie lijkt me een verstandige zaak om ook in de toekomst nog voor korte termijn zelfs de discussie over integriteit voort te zetten, dat lijkt me alleen maar verstandig, dat zou ieder jaar moeten gebeuren. We hebben een gedragscode, die wordt ook aan iedereen ter beschikking gesteld wanneer die de functie hier aanvaardt, dat geldt ook voor de collegeleden. Dat dat tijdig opnieuw aan de orde wordt gesteld, is er een prima. Ik zit in de maag met punt twee. Ik zal u eerlijk mijn mening geven, voorzitter. Ik denk uiteindelijk dat ik punt twee kan aanvaarden, maar ik heb de neiging om eigenlijk iets anders voor te stellen wat ik uiteindelijk niet zou doen, maar ik zal u die neiging toch niet onthouden.

Ik zou eigenlijk de neiging hebben om te zeggen punt twee te veranderen in de volgende zin. De heer Van Goozen te adviseren nader te overwegen of hij het in het belang van de Laarder acht wanneer hij

een rol in de Larense politiek, te weten lid van de gemeenteraad, wil blijven vervullen. Ik zal het niet amenderen, formeel, ik blijf ‘…’ maar ik vraag met name aan de voorzitter van Larens Behoud. We komen nu inderdaad in de verkiezingsretoriek, en het spijt me, dat heb ik ook niet gezocht, maar het is nu zover. Binnen een week, veertien dagen … De heer Loeff: Voorzitter, mag ik daar meteen op ingaan? De voorzitter: Een interruptie, de heer Loeff. De heer Loeff: Ik wordt rechtstreeks aangesproken nu door de heer Wegter. De heer Wegter: Maar ik heb nog niks gezegd. De voorzitter: Mijnheer Wegter … Wacht even, mensen. Uw opmerking, mijnheer Wegter, heeft voldoende aanleiding gegeven om daar een vraag over te stellen, dus dat mag de heer Loeff. De heer Loeff: Ik merk dat hiermee de heer Wegter zich meteen in de verkiezingsretoriek begeeft. Ik vind dat iedereen zelf hier een afweging in moet maken. Ik vind het uitermate pijnlijk, ik vind het ook schadelijk dat u deze opmerking je maakt, want u probeert hier iets te zeggen, maar u zegt het niet, en tegelijkertijd insinueert u het en wilt u het niet voorstellen. Ik zou u willen vragen om u gewoon bij de zaak te houden en bij het voorstel en dat u verder vindt, en dat doet u altijd zeer diplomatiek door mensen aan te spreken op hun gedrag of op andere zaken, doet u dat buiten dit gremium.

Als u dit op deze manier in de discussie brengt, hier in deze raad, dan protesteer ik hier heftig tegen. De voorzitter: Mijnheer Wegter, gaat uw gang. De heer Wegter: Dank voor uw interruptie, maar u hebt mij onderbroken op waar ik precies wil komen. Ik vind dat het eigenlijk aan de betrokkenen zelf is om een dergelijke conclusie te trekken. Dat is mijn mening. Dat is ook de mening van mevrouw Timmerman, als ik haar goed begrijp. Dat is wat ik eigenlijk vind en ik zal het logisch hebben gevonden dat vanavond dat zou zijn uitgesproken ‘…’. Maar dat gebeurt niet, daar neem ik kennis van en dat betreur ik. Dan is het inderdaad verder aan u en aan uw collega’s om zelf de conclusies te verbinden aan datgene wat zich vanavond afspeelt, daar gaat het om. Ik steun dus per saldo punt twee, zoals het hier staat, maar ik had eigenlijk verwacht, in het belang van Laren en als u wil in het belang van Larens Behoud, dat hier vanavond open kaart zou zijn gespeeld en gezegd is wat men vindt van het belang van Laren in dit ‘…’. Daar ging het mij om. De heer Loeff: Voorzitter. De voorzitter: De heer Loeff. De heer Loeff: Volgens mij is er heel duidelijk een verklaring afgegeven door de heer Van Goozen en die verklaring is uitermate duidelijk, dat is ook het enige wat hier door de heer Van Goozen zelf gezegd is. Het is ook heel duidelijk dat hij hier niet aan tafel zit.

Ik ga hem hier niet op verdedigen of adviseren of aanvallen, et cetera. Het lijkt me een helder verhaal, zoals hij heeft gezegd wat zijn spijtbetuiging is. De voorzitter: Helder. We moeten de opmerking van de heer Wegter beschouwen als een vorm van een appél. De heer Vos.

De heer Vos: Ja, voorzitter, ik wilde graag even ingaan op de woorden van mijnheer Loeff, als u me toestaat. U geeft aan een verklaring van meneer Van Goozen, ik heb in die verklaring alleen het woord ‘misverstand’ gehoord en volgens mij is dat, volgens mij, maar dat kan mijnheer Wegter misschien beamen, eigenlijk de reden voor zijn opmerking. Want het is een beetje raar om het een misverstand te noemen. De voorzitter: Ik ga door naar mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik had eigenlijk het amendement gemaakt omdat ik het zakelijk en simpel en zuiver wilde houden. Sec eigenlijk, op de zaak gericht, en die integriteitsgesprekken waren al in gang gezet, dus dat heeft er in feite niets mee te maken. Ik heb al uitgelegd waarom ik achter ‘plaatsgevonden’ van punt één een punt wilde, omdat er zelfs in het voorstel staat dat men zelfs al bij de facturering twijfelden of dat ze er wel goed aan deden, maar er verder niets mee gedaan hebben. Dus dan ben je er dus niet onvoldoende van bewust, maar dan ben je er dus wel van bewust, maar heb je er niets mee gedaan. De heer Van Goozen geen sanctie op te leggen, ik heb dat eigenlijk net al gezegd. Het is jammer dat er geen eigen conclusies getrokken zijn en ik wil dat eigenlijk uitbreiden met ook de wethouder, want die is en blijft verantwoordelijk hiervoor.

Er werd inderdaad net over de BEL gesproken, maar ook daar is de wethouder verantwoordelijk voor. Die gesprekken, ja, prima, maar er wordt hier nu ten onrechte bij punt drie een verband gelegd tussen we gaan er nu wat aan doen, want wij zien nu dat er iets fout is gegaan. Dat is ook hetgeen wat wij eigenlijk tegen hebben, tegen punt twee van het advies van, we gaan er nu aan werken, want we hadden het niet in de gaten, met ze allen als raad. Dat betwist ik volkomen, we hebben al een avond gehad. Bovendien, iedereen zou dit moeten weten, dat het niet kan en zo zijn er andere zaken die in de gemeentewet staan. Dus ik zou dit er nog steeds echt uit willen hebben om het simpel en zuiver te houden. Als dat in het begin eigenlijk al was gebeurd, dan hadden we hier niet een half uur over hoeven te praten over een uur en dan hadden we gewoon ons bij de feiten te houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mevrouw Timmerman. Uit uw pleidooi blijkt klip en klaar dat uw amendement overeind blijft. Nog even ter verduidelijking, voor de raad, over punt twee, geen sanctie op te leggen. Dat vindt zijn oorsprong in de kieswet artikel X8, namelijk dat er een beëindiging van het lidmaatschap kan plaatsvinden wordt beoogd als er nog een voortduring plaatsvindt van de overtreding en die is er niet meer.

Dus de kieswet is niet de grond om deze situatie daar een oordeel over uit te spreken, dat doet u al in beslispunt één. Ik wil u daar toch echt even op wijzen dat het beslispunt twee daar niet de juiste voor is. Ik kijk door. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, voorzitter, ik heb de indruk dat de heer Wegter nog geen antwoord heeft gekregen op zijn … Ja, u heeft er wel iets over gezegd, over het woordje ‘wellicht’. Ik heb hem er ook niet op terug horen komen, maar daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar hoe dat hij daarnaar kijkt nu antwoord daarop is gekomen ik heb zelf nog aangehaald het woord ‘waaronder’ en daarbij gebruikt de bewoordingen of het een solo actie is, dan wel of dat dit toch ook in een breder verband in het bestuur wel of niet bekend, en dan is het niet zozeer om te zoeken naar extra problemen, maar meer gewoon om het heel duidelijk te noemen. Hoe kan zoiets, en kan dat dan inderdaad alleen een op een gebeuren? Dat is het doel van die vraag. Nog geen antwoord op gehad. De voorzitter: Stop, stop, dit moet u even herhalen, want dit heb ik niet goed verstaan. De heer Van den Berg: Nou, waaronder. Er staat in de tekst van de besluitvorming ‘waaronder’. De voorzitter: Waar staat dat dan?

De heer Van den Berg: Als, ik ga het even gewoon herhalen. Besluit, als haar mening uit te spreken dat zij het ten zeerste betreurt dat deze integriteitsschending heeft plaatsgevonden en dat de direct betrokkenen, waaronder de heer Van Goozen en de heer Stam, zich er onvoldoende van bewust waren dat er regels overtreden werden. De voorzitter: Ja, en onder waaronder moet u verstaan een medewerker van de BEL organisatie, dat klopt, ja. De heer Van den Berg: Dus daarmee gezegd hebbende dat dit een solo-actie schuine streep, dit is de wethouder en raadslid en daar zijn verder geen anderen bij betrokken anders dan die ene ambtenaar die … De voorzitter: Ja. De heer Wegter: Er staat te weten, te weten in plaats van waaronder. De voorzitter: Ja, waaronder, er is ook iemand die … De heer Van den Berg: Ja, het is een beetje hetzelfde kaliber als waar de heer Wegter op duidt met het woordje wellicht. We gaan het nu niet helemaal op Nederlands afvinken, maar er staat ook een aantal keren ‘ook’ en als je die zinnen soms leest, dan heeft ‘ook’ kan een heel andere draai aan geven en dat is ook wat mevrouw Timmerman bedoelt, denk ik, met … De voorzitter: Helder, vervolg uw betoog. De heer Van den Berg: Nou ja, volgens mij mogen we er iets over zeggen. De voorzitter: Zeker, dat heeft u gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11252722/2