CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 27.09.2023

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda21.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Want als wij gewoon als raad nu positief besluiten om het in een bestemmingsreserve te gooien, te doen, dan zouden wij ook een motie kunnen aannemen, of een toezegging, dat wij inderdaad gewoon een beheersstichting gaan oprichten vanuit Laren en daar kunnen andere gemeentes naar harte aan meewerken, maar dan stoppen wij ons geld daarin. En de reden om dit nu zo te ondersteunen is ook wel dat, en dat is in de commissie ook al aan de orde geweest, op het moment dat het in onze gemeentebegroting zit, zitten we hier nu al bij elkaar, maar over vier jaar of over acht jaar kan er een andere gemeenteraad zitten en die kan ook

een ander besluit nemen over een bestemmingsreserve. En eigenlijk is een krachtig Goois Natuurreservaat, moet ieders wens zijn. Dus zonder al te veel omhaal van woorden zou ik aan de heer Loeff willen vragen of die aanscherping die ik geef, het is niet om hem van hem af te pakken, van Larens Behoud af te pakken, maar of we met Larens Behoud en de anderen hier aan tafel een motie kunnen inbrengen dat wij de wethouder verzoeken om de beheersstichting gewoon uit te werken, punt. En dan gaan anderen meedoen of niet meedoen. Dan besluiten we wel positief. ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Uw eerste termijn is voorbij. Eerst de wethouder nu. Mijnheer Van Midden, gaat uw gang. De heer Van Midden: Ja dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb eerlijk toch het idee dat we de discussie in de commissie dunnetjes aan het overdoen zijn. Want volgens mij hebben we eigenlijk alles wat net gezegd is, ik wil niet zeggen letterlijk maar vrijwel letterlijk ook in de commissie aan de orde gehad. Desalniettemin zal ik alle vragen beantwoorden. Allereerst de optie van de stichting oprichten die uiteindelijk de gelden belegt. Natuurlijk is dat een oplossing. We hebben zeker geen rapport die zegt van goh, dat is geen oplossing.

Alleen op het moment dat jij een stichting opricht dan moet je uiteindelijk ook in je statuten en in je beleggingsrendement gaan regelen hoe je uiteindelijk ook die gelden wil gaan beleggen. Of je dat meer of minder risicovol wil doen, in wat voor soorten beleggingen je gaat beleggen en dat soort dingen. Daarbij moet je dus in eerste instantie ook eens worden over je risicobereidheid, dus in welke mate ben je bereid risico te nemen of niet. En daar werden we het simpelweg niet over eens. Er waren gemeenten die zeggen, we willen geen enkel risico lopen, echt nul, en gemeenten die zeggen van nou, we zijn best wel bereid gemiddeld risico te lopen. Het GNR heeft zelf natuurlijk daar ook een stem in. Het is geen beleggingsinstelling, dus die wil ook niet beleggen. Die zeggen, wat moeten we? We zijn natuurbeheerders, dus wij moeten zorgen dat we de natuur onderhouden. Dus op het moment dat je het daar niet over eens wordt vervalt die optie. Het is ook belangrijk om te melden dat we ook een Wet fido hebben, dat is financiering decentrale overheden, die uiteindelijk verbiedt dat decentrale overheden beleggen en dat is naar aanleiding van de Icesave-affaire waarbij uiteindelijk door overheden, lokale overheden, belegd werd wat vreselijk misgegaan is. Uiteindelijk heeft die Wet fido gezegd, dat willen we niet meer.

Dus wij mogen gewoon niet beleggen, wij mogen alleen maar schatkistbankieren, krijgen we een bescheiden rendement en dat is het. Dus elke optie om in wat voor vorm dan ook, of met een stichting of te gaan beleggen, die is niet haalbaar. We mogen, de heer Loeff kijkt mij vragend aan, we mogen als gemeente gewoon niet beleggen. De heer Loeff: Voorzitter, mag ik daar een aanvullende vraag op stellen? De voorzitter: Wacht even, interruptie op de heer Van Midden. De heer Loeff. De heer Loeff: De vraag is ook niet of wij gaan beleggen als gemeente. De vraag is om een stichting op te richten waar wij dat geld aan schenken, doteren, dat zal een vorm zijn, zodat de stichting gaat beleggen. En dan doen wij dat als gemeente niet. De voorzitter: Ja mijnheer, ik zag meer interrupties. Ik kijk nog even rond. Ik zag mevrouw Timmerman in ieder geval. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. Er ligt nu eigenlijk met de besprekingen een heel ander voorstel voor. En de vraag is dan, als wij het daarmee eens zijn, en ik zou daar veel meer van willen weten voordat je daar ja of nee op zegt, moeten wij dan met dit voorstel akkoord gaan? Ik twijfel nog.

De voorzitter: De heer Merckx. De heer Merckx: Ja, nee, ik wil het even over de Wet Fido, inderdaad dat betreft gemeentes en decentrale overheden. Het is een aparte stichting, dus die staat helemaal apart daarvan. En er zijn heel veel stichtingen voor het beheer van de gelden van de nazorg van de afvalverwerking. Dat loopt allemaal hartstikke prima. De heer …: Dat is wat anders. De heer Merckx: Nee, maar dat is ook stichting. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Even verdergaan. Bovendien, het voorstel van de heer Loeff zie ik als een soort tweetrapsraket. Allereerst akkoord gaan met het voorstel en als we akkoord zijn met het voorstel hebben we het geld van een miljoen en dan kijken of we die miljoen uiteindelijk kunnen onderbrengen in de stichting om meer rendement eruit te halen. En daarvan zeg ik, wat je ook doet en welke vorm je ook kiest, uiteindelijk ben je toch als decentrale overheid bezig met beleggen wat gewoon niet mag. En of je het nou in de stichting doet of niet, dat is uiteindelijk een vehicle wat je zelf instelt om het eigenlijk te omzeilen. Laat ik hem maar even zo zeggen. Bovendien, als ik het gewoon even afpel, als we kijken naar beleggen. Uiteindelijk hebben we een miljoen over de hele looptijd is dat gemiddeld vijf ton wat je op jaarbasis belegt, een procent meer of minder rendement is ongeveer vijfduizend euro.

De vraag is of je uiteindelijk in je beleggingsstrategie dat extra rendement gaat halen bovenop de rekeningcourantrente die we misschien krijgen vanuit onze bestemmingsreserve. Bovendien wil ik u misschien voor de aardigheid even wijzen op een artikel wat gisteren in het Financieel Dagblad verschenen is over de stichting van prins Bernhard, die heeft een lymf-stichting waarbij hij gelden bijeenbrengt om te investeren in patiënten die lymfklierkanker hebben, zoals hij. Die belegde ook, die dacht ook veilig te beleggen in obligaties en die heeft een enorm verlies geleden op die veilige belegging waardoor hij uiteindelijk de uitkeringen voor dat onderzoek niet meer kan doen en moet zorgen dat hij weer extra middelen genereert. Uiteindelijk zie je dat, ook al wil je beleggen en ook al denk je veilig te beleggen in obligaties, het risico is dat je uiteindelijk je geld niet hebt. En dat wil ik niet. Ik wil er uiteindelijk ervoor zorgen dat we vanuit die bestemmingsreserve het geld kunnen betalen en volgens de inloopschema's zoals we ze hebben en ik wil dat uiteindelijk dat geld niet verdwijnt waardoor ik het uit mijn reguliere exploitatie moet gaan halen. Dat vind ik dan weer zonde. We hebben die bestemmingsreserve, die wil ik daar goed voor kunnen gebruiken. En wat ik zeg, er zijn allerlei technisch-juridische zaken die het gewoon niet mogelijk maken.

De voorzitter: Een interruptie van de heer Loeff. De heer Loeff: Voorzitter, eigenlijk hoor ik de wethouder hier zeggen, ik wil graag het geld uitgeven volgens een termijn van twintig jaar omdat ik niet het risico wil aangaan dat we binnen een beleggingsbeleid wat ook twintig jaar is, misschien meer geld kunnen binnenhalen, maar dat het misschien ook in vijftien jaar op kan zijn. En dat vind ik eigenlijk een beetje merkwaardig, want ik denk dat we de kans, en gewoon letterlijk als je de statistieken bekijkt, is het altijd meer waard geworden. En natuurlijk kan het een keer minder zijn, maar ik denk dat we dat risico best kunnen nemen. De voorzitter: De heer Van Midden.

De heer Van Midden: Ja, ik ben een andere mening toegedaan. Ik zal het risico niet nemen en zeker niet als je kijkt wat je uiteindelijk aan rendement haalt. Uiteindelijk willen we het geld gewoon steeds beschikbaar hebben om aan het GNR te betalen voor de exploitatie, zonder dat je het uit je eigen exploitatie moet halen. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, hoe langer we er weer over gaan praten, mijn interruptie is eigenlijk dat nou juist dat laatste argument eigenlijk niet. Wij moeten gewoon als gemeente betalen, alleen dat geld wat uit die gemeente en provincie komt, komt nu extra op ons af en dat willen we op een veilige manier beleggen zodat er een rendement uitkomt. Want we gaan, dat is natuurlijk wel wat de heer Loeff net stelt en daar moet de wethouder dan nog maar één keer iets over zeggen. Nu begint het erop te lijken dat deze constructie gedaan wordt om ons aan de ene kant als Laren eigenlijk wat vrij te spelen, in mijn woorden. Voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, wat ik van de heer Loeff begrijp is dat hij het jammer vindt als we interen en hij zou het liefst hebben dat we uiteindelijk niet interen maar op basis van wat rendement het potje in stand weten te houden.

Dan zou ik willen verwijzen aan het schema zoals we dat opgesteld hebben, waarin het ingroeimodel is, dan moet je toch heel wat rendement halen om uiteindelijk de stortingen die je aan GNR doet in die veertien jaar die wij dan zeggen, om die uiteindelijk met extra rendement terug te halen. Maar los daarvan, wat ik al zeg, het is A beleggingstechnisch onverstandig en B is het fiscaal-juridisch gewoon niet mogelijk. ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Mijnheer Merckx, de heer Grunwald was eerst. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter. Ja voorzitter, het geeft geen pas dat de wethouder eigenlijk de mogelijke winstmarges op een investering van het bedrag ridiculiseert. Want 1 procent is gewoon bijzonder laag, zou ik zeggen. Dus dat klopt niet, ik krijg op mijn spaarrekening meer. Maar goed, daarnaast is het natuurlijk ook complexer. Dus kijk, in het ergste geval gaan we dus als Laren alleen een regeling treffen. Maar het kan natuurlijk ook nog heel mooi zo zijn dat andere gemeentes ook nog meedoen. Dus het is toch wel iets complexer en wat ik nu mis is eigenlijk een toezegging om te onderzoeken welke mogelijkheden er dan zijn en die ook te presenteren zodat we daar dus een goede keuze uit kunnen maken. Want nu is het allemaal een beetje voorgekookt of zo en vervolgens wordt het een beetje afgekapt van als ze het anders willen.

Dat vind ik niet zo gemakkelijk, eerlijk gezegd. Dus de vraag blijft staan om dat goed te onderzoeken en aan de raad te presenteren welke mogelijkheden er zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Merckx. De heer Merckx: Ja, nou dit is eigenlijk exact wat ons voorstel is geweest en het blijft uitermate vreemd om te horen dat het juridisch-fiscaal niet mogelijk is terwijl daar rapporten over zijn, BMC een advies heeft geschreven en dat wij dat niet hebben en dat we dus eigenlijk ook geen goed oordeel hierover kunnen vellen. Bovendien sluit ik me aan bij het feit dat het hier gaat over heel eenvoudig, er is een gouden handdruk geweest en dat is een stamrecht en dat willen we in stand houden. En interen op dat stamrecht is niet wat we hier willen doen. Het is hartstikke mooi dat de gemeente Laren vijftien jaar lang minder geld uitgeeft aan het GNR en dat we dus, wat is het, bijna 70.000 euro per jaar op onze begroting besparen. Maar dat is niet de

bedoeling. Het was niet de bedoeling van de provincie en de gemeente dat wij een begrotingsvoordeel zouden halen. Het was de bedoeling dat het GNR in staat zou zijn om de toekomst veilig te stellen. En daar gaat het om en het gaat niet over onze begroting. Het gaat over de natuur van het Gooi en daar wil ik een antwoord op. De voorzitter: Ik hoor een aantal verhelderende vragen in de interrupties en ik hoor een aantal standpunten. Maar ik hoor vanuit de heer Grunwald ook een soortement aanscherping van een eventuele toezegging die de wethouder kan doen. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik ga niet inhoudelijk meer in op alle opmerkingen van de heer Merckx, want volgens mij haalt hij alle fiscale regimes op dit moment door elkaar. Want om het nou te vergelijken met stamrecht is een hele andere situatie. De heer Merckx: Sorry, mag ik even een interruptie, maar dit is… Het is een voorbeeld, mijnheer Van Midden en niet het door elkaar halen. Er zijn fiscaal-juridische adviezen en er is een advies van het BMC en dat haal ik niet door elkaar. Dank u wel. De voorzitter: Maar laten we nu even voorkomen voor de rest van de discussie dat we elkaar hierover in de haren vliegen. De heer Van Midden, focus even op de oplossing.

De heer Van Midden: Ja, ik wil het voorstel van de heer Grunwald wel volgen, dat we zeggen we gaan in beginselakkoord met het voorstel zoals het hier ligt. Dat betekent dat we uiteindelijk die miljoen als Laren krijgen en van daaruit gaan we kijken hoe die miljoen op zo gunstig mogelijke wijze kunnen beleggen, maar in ieder geval laten renderen zodat we in ieder geval zoveel mogelijk rente daarop maken. En of dat nou in de vorm van het onderbrengen in een stichting waarin we gaan beleggen of in de vorm gewoon een rentevergoeding op de gelden die uiteindelijk in je rekeningcourant staan is, dat gaan we dan verder onderzoeken. Maar daar wil ik dan wel een toezegging op doen. De voorzitter: En wat is dan concreet de toezegging die u wil doen? De heer Van Midden: Dat wij gaan kijken hoe we die miljoen zo optimaal mogelijk kunnen laten renderen. Ik wil het woord beleggen niet gebruiken want dat vind ik ook een beetje een gevaarlijke term op dit moment. Maar hoe we dat optimaal kunnen laten renderen, zodanig dat de periode van interen zo lang mogelijk is. De voorzitter: Helder. Ik heb de wethouder een toezegging horen doen aan de raad om tegemoet te komen aan het voorstel voor het zorgvuldig parkeren van de gelden. Ik kijk nu voor een derde termijn naar de leden van de raad. Eigenlijk de tweede termijn hoor, ik smokkel een beetje nu. Tweede termijn, ik kijk eerst naar de heer Loeff.

De heer Loeff: Dank u, voorzitter. Misschien nog voor de scherpte van de toezegging. Betekent dat wij een stuk tegemoet gaan zien waarin u het beleggen in een stichting nog een keer nader aan ons toelicht, wat daar de verwachte rendementen zijn? Plus een eventuele kans op hoe je dat dan doet. Want u ziet een belemmering maar wij zien daar geen belemmering. En dan ten tweede, dat u daarbij zet van als het via de normale rente volgens de gemeentestandaard wordt weggezet en uitgekeerd. En als we die twee staatjes hebben dan kunnen wij dus een afweging maken wat de beste optie is. Dat is eigenlijk wat u zegt, daar komt u mee, een vergelijkingsstudie.

De voorzitter: Wacht even, mijnheer Van Midden. Ik doe eerst een rondje langs de raad nog. De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, ik kan mij even helemaal vinden in het in het laatste voorstel van de wethouder om te kijken om optimaal rendement te maken. Daarnaast wil ik daar nog één ding aan toevoegen. Wij zijn ten eeuwige dage verplicht om GNR te betalen. Dus als we dit opmaken, geeft niet, dan we moeten we het gewoon uit de begroting halen. Dus we moeten dat geld gewoon uitgeven. Dus dat zijn we verplicht. De voorzitter: De heer Merckx. De heer Merckx: Ik kan me aansluiten met die opmerking dat het onderzoek eigenlijk al gedaan is en dat alle adviezen bekend zijn. Dus we zijn hier onszelf voor de gek aan het houden. Dus ik begrijp niet zo goed waarom dat niet al gedaan is. En daarnaast ja, maar er is zoiets dergelijks als een, ik vind toch een belangrijk element hier, het woord interen. Dat wordt constant gebruikt terwijl dit eigenlijk helemaal niet de bedoeling is geweest van de afkoopsom. Dank wel. De voorzitter: De heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij kunnen ons in het laatste voorstel ook vinden. Met dien verstande dat ik … De voorzitter: Het was uw voorstel. De heer Grunwald: Ja uiteraard.

Maar goed, het is natuurlijk verschillende malen op verschillende manieren verwoord, dus ik moet even nog bevestigen dat het nog hetzelfde is wat door ons hoofd ging. Maar ik zou graag willen aanvullen dat ook toenadering gezocht wordt tot andere gemeentes om ze voor dit voorstel te interesseren, want het is een gemeenschappelijk ding, het Goois Natuurreservaat, en niks zou mooier zijn dan dat er zoveel mogelijk mensen aan meedoen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja voorzitter, ik concludeer dat als wij hiermee instemmen, dan gaan we gewoon compleet akkoord met wat er nu voorligt en dus ook inclusief het woordje interen wat we eigenlijk niet willen horen. En daaraan toevoegen wil ik dan graag dat als wij dat met een toezegging van de wethouder kunnen doen dat inderdaad dat stichtingsverhaal met wat de heer Merckx net al zegt er allemaal al ligt, dat we dat langs krijgen. Maar daarin zou ik ook wel mee willen wegen dat inderdaad andere gemeentes eventueel kunnen aanhaken. Maar nog het belangrijkste is dat wij gewoon het zuiver gaan splitsen straks nog een keer in een vervolg dat wij gewoon onze eigen normale gebruikelijke bijdrage blijven doen en dat we dit geld, zoals de heer Merckx net zei, stamgeld, gouden handdruk, dat we dit geld gewoon in een volgende ronde structureel te behouden voor het GNR.

Dat is wel wat ik ook hoop, dat dat dan in dat voorstel terugkomt. Maar goed, daar kunnen we dan over gaan spreken. Dan stemmen we nu wel voor zoals het er nu ligt. De voorzitter: Ja even, want u heeft nu verschillende inkleuringen gegeven aan de toezegging van de wethouder. En ik heb de wethouder horen zeggen in zijn toezegging dat hij een voorstel wil doen aan de raad om een vorm voor te stellen of vormen, voor te stellen en te verkennen en voor te stellen waarmee de uitgekeerde gelden van het Goois Natuurreservaat zo optimaal mogelijk kunnen renderen. Dat zijn de letterlijke woorden die ik hem heb horen zeggen. En dat is de toezegging die hij doet, die daarna komt, nadat u hebt ingestemd met het hoofdvoorstel. Ja? En ik denk dat de wethouder wel zo slim is om zoveel mogelijk

mee te nemen wat u heeft meegegeven wat er in deze ronde naar voren is gekomen. Maar dat is de letterlijke tekst die hij heeft gezegd in de toezegging. Mijnheer Van den Berg, als laatste nog. De heer Van den Berg: Dan heb ik een vraag aan u, maar dan komt het gewoon in de gewone behandeling ook weer via een commissie? De voorzitter: Ik neem aan dat dat het geval is. Of hij stuurt een raadsinformatiebrief waar u zo blij van wordt dat nu het er nooit meer over hoeft te hebben. De heer Van den Berg: Ik zou willen aanscherpen om hem maar wel gewoon langs de commissie te laten gaan, want er zijn te veel vragen hier nu die we eigenlijk niet hadden moeten stellen. De voorzitter: Mensen … De heer Van Midden: Die toezegging, voorzitter, die wil ik graag doen want ik krijg ook steeds meer de behoefte om het toe te lichten van mijn kant en de commissie is de meest geëigende vorm. Ik wil ook even ingaan op de opmerking van de heer De Jong. Over dat we uiteindelijk toch altijd moeten betalen. Ja dat is natuurlijk zo. Dat regelen we niet met wat we nu voor hebben liggen, dat regelen we met de participantenovereenkomst waarin de participanten met elkaar afgesproken hebben dat we met zijn allen tot de lengte van dagen garant staan, om het zo zeggen, voor de exploitatie van het Goois Natuurreservaat.

Dus met andere woorden, waar we ook het geld vandaan halen, of het nou uiteindelijk uit die bestemmingsreserve is die op termijn zal verdwijnen of waar dan ook in de exploitatie, wij zijn op basis van die participantenovereenkomst altijd gehouden onze bijdrage te leveren. De heer Merckx: Een laatste opmerking … De voorzitter: De heer Merckx nog één keer. De heer Merckx: Ja voorzitter, waarbij ik graag in de toezegging zou horen dat er ook wel degelijk mee wordt genomen, niet alleen het beste rendement maar ook het mogelijk instellen van een beheersstichting, want dat heb ik namelijk niet horen … De voorzitter: Wacht even, ik ga nu een streep trekken. De wethouder heeft een letterlijke toezegging gedaan. Ik neem aan dat hij in zijn overwegingen ook de beheersstichting zal meenemen, maar hij heeft een toezegging gedaan, die heeft hij verwoord, die zal hij nakomen. Daar moet u het even mee doen. En als u dan bij een commissiebehandeling nog iets wilt invoegen, dan kan dat. Maar hier houden we het even bij. Overigens, dit is wel een goed gesprek. Want u heeft allemaal, voelt u de morele plicht om zo zorgvuldig mogelijk met deze middelen om te gaan en ze zo goed mogelijk te borgen voor een volgende generatie die kan zorgen voor het Goois Natuurreservaat. We gaan over tot stemming.

Het hoofdvoorstel, de beheer van de afkoopsommen van het Goois Natuurreservaat vanuit de uittredende participanten, het volgende voorstel inzake de verdeling van de afkoopsommen vast te stellen, in te stemmen met het instellen van een bestemmingsreserve, het te ontvangen aandeel van Laren van de afkoopsommen van minimaal 972.000 euro in deze bestemmingreserve te doteren, jaarlijks het begrote bedrag voor financieringstekort bijdrage GNR te verhogen met een ingroeibedrag en het overige van de jaarlijkse participantenbijdrage te bekostigen uit deze bestemmingsreserve. De fracties die willen instemmen met het hoofdvoorstel, kunnen die dit kenbaar maken? Dat zijn de fractie van Larens Behoud, de fractie van D66, de fractie van het CDA, de fractie van Groen Laren. Ik kijk naar de fractie van de VVD, dat zijn de leden Koldenhof en Westendorp voor, mevrouw Timmerman en de

heer De Jong van Liberaal Laren, dus de fractie van Liberaal Laren is ook voor. Kunnen de leden die tegen het voorstel zijn dit kenbaar maken? Dat zijn de heer Merckx en mevrouw Niekus, als u dat vindt, dan moet u echt even wat duidelijker uw tegenstem kenbaar maken nu. Dat zijn dan de heer Merckx en mevrouw Niekus. En daarmee is het voorstel aangenomen. 17. Zomernota 2023 De voorzitter: Dan kom ik bij de Zomernota. Welke fracties wensen hierover het woord te voeren? Dat zijn alleen mevrouw Niekus van de VVD en de heer … Alleen mevrouw Niekus van de VVD. Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Het is een mooie nota en ik moet zeggen dat het sociaal domein er erg goed uitkomt. Ik wil graag alleen een toelichting op de huren van het Brinkhuis, daar staan bedragen in, lasten van 25.000 euro en inkomende huren van Brinkhuis, baten 28.000. Waar zijn deze bedragen terug te vinden en waarom staan deze bedragen hier? De voorzitter: Mijnheer Van den Berg? De heer Van den Berg: Ik gun iedereen een vraag, maar dit is wel een hele technische vraag in een politieke arena. De voorzitter: U moet griffier worden, mijnheer Van den Berg. Het valt me de hele avond al op. U heeft echt deze rol helemaal gemist. We kijken even naar het college, als ze een antwoord hebben op de vraag is het mooi. Zo niet, die vraag had eigenlijk eerder gesteld moet worden.

Maar ik ken de heer Van Midden, die weet zoveel, hier gaat hij ook wel uitkomen. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb inderdaad een antwoord op die vraag en ook weer niet. En ik heb ook een antwoord op een aantal openstaande vragen die in de commissie zijn gesteld. Onder andere met betrekking tot de Oekraïne-gelden, de afschrijvingstermijn van de bomen staat ook nog open. Dus die pak ik ook meteen mee in de beantwoording als de raadsleden dat goed vinden. Voor wat betreft de huren van Brinkhuis … De voorzitter: Hallo? We hebben een commissiebehandeling gehad. Daar zijn vragen gesteld. Het moet nou niet veel gekker worden dat de wethouder hier vragen gaat beantwoorden die niet in de raad zijn gesteld. De heer Van Midden: Maar ik zou nog terugkomen op die vragen. De voorzitter: Wilt u het wel een beetje beknopt houden dan? Gaat uw gang. De heer Van Midden: Voor wat betreft de toelichting op de huren van het Brinkhuis, die gaat u krijgen. De huren op het Brinkhuis eigenlijk, laat ik het anders zeggen. We zijn uiteindelijk verhuisd naar het Brinkhuis van het gemeentehuis, daar hebben we kosten voor gemaakt, die zijn opgenomen in de begroting, die zijn verdeeld onder allerlei posten. Daar staan ook opbrengsten tegenover.

Wij willen uiteindelijk in de presentatie die we gaan houden over het Brinkhuis ook een totaaloverzicht geven van wat zijn nou uiteindelijk ook de kosten geweest die wij met de verhuizing hebben gemaakt. Wat is ook de huur die wij aan het Brinkhuis betalen en wat is uiteindelijk verder de stromen aan huurgelden. Dus ik kom daarop terug, want ik vind het een goede vraag die ik op een goed moment ook goed wil kunnen beantwoorden. Dan wou ik toch even op de dingen ingang die nog openstaan, mijnheer de voorzitter, heel kort. De heer De Jong stelde mij de vraag, klopt

dat wel, die bedragen die opgenomen zijn voor de Oekraïners? Zowel de opbrengsten als de uitgaven. We hebben dat even nagekeken, dat klopt. We hebben in dit jaar al ruim 1,3 miljoen ontvangen aan vergoedingen van de rijksoverheid. Dat zijn 146 nachten gedurende viereneenhalve maand en dat is dat bedrag. De kosten die we daarmee gemaakt hebben zijn velerlei kosten, die variëren tot aanschaf van gasflessen, verhuiswagens, bijdragen in ziektekosten en dat soort zaken, die optellen naar de totalen zoals ze vermeld staan. Het restant wat we hebben ten opzichte van de inkomsten en de kosten, die gaat uiteindelijk naar de risicoreservering. Eigenlijk zoals we dat met de jaarrekening gedaan hebben, alleen voor de begroting zitten we hem hier even op min, maar uiteindelijk bij het opstellen van de jaarrekening 2023, als we dit overhouden, zal het verschijnen. En dan zult u het ook zien op de definitieve jaarrekening. U zal het ook zien, als je alle posten bij elkaar optelt dat weer op dat totaalbedrag uitkomt van die 1,3 miljoen. Voor wat betreft de bomen en de herplantplicht. Daar heeft de VVD de vraag gesteld, waarom die 35 jaar afschrijftermijn, waarom is die niet 25 of 50 jaar? Voor de BEL-gemeenten is de inschatting gemaakt van de gemiddelde levensduur van 35 jaar. We hebben even gekeken bij andere gemeenten.

Hilversum hanteert voor planmatige vervanging 30 jaar, gemeente Bunschoten maximaal 40 jaar voor parken, sportvelden en groenvoorzieningen. In onze financiële ordening staat een afschrijvingstermijn voor openbaar groen, voor reconstructies en die gesteld op 10 jaar. Die vinden we erg kort. Vandaar dat we nu gezegd hebben, we willen eigenlijk een beetje op het gemiddelde, dan zitten van die 35 jaar. Het goede nieuws daarbij ook is dat we geen onderscheid maken in soorten bomen. Dus of nou een linde of een eik is, ze krijgen allemaal een afschrijvingstermijn van 35 jaar om het eenvoudig te houden. Ik hoop dat dit de vraag van de heer Koldenhof van VVD beantwoordt. De voorzitter: Ik kan toch wel met genoegen vaststellen dat de senioriteit van bepaalde raadsleden tot zulke grote hoogte is gestegen dat de wethouder gewoon ongevraagd nog de vragen beantwoordt hier. Dat is toch mooi. Kan ik voor een tweede termijn, ik kijk naar de raad of dit voldoende is of dat we tot stemming kunnen overgaan. De heer Merckx. De heer Merckx: Ja sorry voorzitter, als het nog mag. Er was nog een vraag die we hadden en dat ging … De voorzitter: We hadden een afspraak, er is maar één spreker per fractie. De heer Merckx: Ja dat was, maar de coördinatie liep even fout. De voorzitter: ‘…’ Maar hier blijft het eventjes bij. We gaan over tot stemming over het voorstel.

Ben ik nog verstaanbaar? Kunnen de fracties die instemmen met dit voorstel dit kenbaar maken? De fractie van Liberaal Laren, de VVD, Groen Laren, Larens Behoud, D66 en het CDA. En daarmee is de zomernota aangenomen. 18. Moties vreemd aan de orde van de dag 1.

Motie Groen Laren en D66; Psychologische-mentale ondersteuning Oekraïense kinderen en hun moedersgrootmoeders

De voorzitter: Kom ik bij agendapunt 18 en dat zijn de moties vreemd aan de orde van de dag. En de eerste motie is een motie van Groen Laren en D66 waarover mevrouw Fontaine het woord zal voeren, staat hier trouwens, en die gaat over de psychologische-mentale ondersteuning Oekraïense kinderen en hun moeders en grootmoeders. De heer …: Voorzitter, uw microfoon stoort.

De voorzitter: Ja, dit is de vierde microfoon die ik aangereikt heb gekregen maar het blijft misgaan. De heer …: Ik denk dat iedereen aan tafel eens moet kijken of iedereen de microfoon wel uit heeft staan. De voorzitter: Er is een soort ‘…’ plek in de zaal met een magische aardstraal waar op die plek die microfoon nooit werkt. Het klinkt gek maar het is wel waar. Gaat het zo beter? Nee, het wordt nog erger. ‘…’ in de zaal waar het gewoon vervelend gaat. Maar ik ga toch proberen het verder te doen. De motie over de psychologische-mentale ondersteuning Oekraïense kinderen en hun moeders en grootmoeders. Wie kan ik het woord geven om de motie toe te lichten? De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoop dat ik minder aardstralen ga uitstralen. Maar misschien ook wel en dat hoop ik ook echt van harte want het verzoek wat wij doen aan het college en het verzoek wat wij aan u doen om ons te ondersteunen in het verzoek heeft namelijk niks te maken met een politiek besluit. Het heeft ook helemaal niets te maken met geld eigenlijk. Het heeft ook niets te maken met oorlogszuchtig of vredelievend of wat dan ook. Het gaat gewoon puur om welzijn. En ja, welzijn van kinderen en geestelijk welzijn. En of die kinderen nou in Laren, Blaricum, Eemnes, Knolselderieveem of waar dan ook zijn, het is enorm belangrijk dat we heel voorzichtig zijn.

Kinderen die in oorlogsgebied hebben gezeten, daar valt echt niet zoveel op af te dingen. Dat is gewoon niet best. En die kinderen zijn hier, waren hier in Laren in de Rabobank, zijn nu op andere plekken, maar daarmee is het probleem, hun geestelijk welzijnsprobleem niet opgelost. En ik ben een leek in deze dus ik kan ook niet voorspellen wanneer het opgelost zal zijn. Maar ik weet wel dat het ontzettend belangrijk is om deze kinderen te steunen en ervoor te zorgen dat ze in goede handen zijn en dat er gewerkt wordt aan hun verbetering en aan hun welzijn. En gelukkig dat we vanuit het burgerinitiatief van gemeente Laren die zich met hart en ziel heeft ontfermd over deze mensen, een aantal mensen hebben die zich op, in eerste instantie vrijwillige basis maar ook op gewoon op geschoolde basis en ook op het gebied van expertise, zich bemoeid hebben met het welzijn van deze mensen. Daar hebben we een enorme mazzel aan gehad. Wij niet zozeer als wel die kinderen hebben er mazzel aan gehad dat daar een paar mensen waren die geschoold waren om die kinderen te helpen bij het verwerken van hun probleem, die, niet onbelangrijk, de taal spreken. Want mijn Oekraïens niet wat het nooit geweest is, dus het is ontzettend belangrijk dat we daar mensen gehad hebben en die zich daar enorm hard voor gemaakt hebben.

Nou is het probleem dat, als dan professionalisering boven de brief staat, daar wordt het meestal niet beter van en de professionalisering heeft ertoe geleid dat het welzijn van deze kinderen, maar ook de moeders en de grootouders die daarbij betrokken zijn, die zijn er niet zoveel mee opgeschoten. En vanuit het burgerinitiatief is er heel hard gewerkt aan het welzijn van die kinderen, daar zijn ook gewoon financiële middelen bij gezocht. Er is gewoon gevraagd aan particulieren, dit is ons probleem, zouden jullie ons willen helpen? Want dit is het probleem. En een aantal particulieren gezegd ja, dat doen we graag want daar zien wij het belang van in. En dat is heel plezierig om te zien, dat ongeacht de plek waar die mensen vandaan komen, waar ze wonen en wat hun afkomst is, dat mensen het van belang vinden om daarin te steunen. Nou is er van alles en nog wat gebeurd en ik noemde al dat verderfelijke woord professionalisering, daar kun je van alles van vinden, en het initiatief om die kinderen te helpen, de Notenkraker, dat is het codewoord van de mensen die daaronder daarmee bezig zijn, die hebben zelf nog wel geld bij elkaar gesprokkeld maar dat geld raakt wel een beetje op. En het gaat helemaal niet om de hele wereld, het gaat om een bescheiden bedrag.

Maar wij zouden het heel belangrijk vinden dat wij als gemeenteraad hier in Laren zouden zeggen, tjonge dat is belangrijk, dat het welzijn van kinderen en van mensen die in nood verkeren, dat we die steunen, dat we die helpen. En dan kunnen we ons enorm verstoppen achter allerlei politieke ideeën en procedures en het is geen verzoek, maar het is petitie. Daar kunnen we ons allemaal achter verstoppen, maar ik denk dat het ons zou sieren als we gewoon van harte zouden zeggen, college alsjeblieft we hebben 1,5 miljoen in een reserve gestopt ‘…’ en we

weten nog niet zo goed wat we ermee gaan doen. Maar ik heb mijnheer Westerkamp erover gehoord, laten we ons alsjeblieft garant stellen voor wat we kunnen doen. En dat is het heel in het kort. Dus als ik het helemaal platsla, dan vraag ik jullie hier aan tafel, steun ons in ons verzoek aan het college om de gemeente Laren zich garant te stellen voor het werk van de Notenkraker. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk even naar andere fracties vanuit de gemeente in reactie op deze motie. Eerst de medeindiener, of is het voldoende verwoord? Mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Het pleidooi is heel goed verwoord. Ik zou er nog aan toe willen voegen dat, het is ongelooflijk belangrijk dat de oorlog uit de kinderen gehaald wordt. Want wat gebeurt er als dat er niet uitgehaald wordt? Waarschijnlijk blijven de vluchtelingen hier voor langere tijd. En ja, als getraumatiseerde mensen, dat geldt ook voor de moeders en de grootmoeders, als daar niet aan gewerkt wordt dan kan het alleen maar van kwaad tot erger worden. En laten we God dankbaar zijn dat deze groep van de Notenkraker, dat die het op een professionele manier aanpakt. Ze spreken de taal, ze hebben het vertrouwen van de moeders en de kinderen en het behoed de hele samenleving denk ik voor veel erger als dat niet door zou gaan. De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja dank u wel, voorzitter.

Niemand kan aan de ene kant, als ik hoor zo ook de emotie die erin spreekt van de eerder woordvoerders, tegen zo'n plan zijn en tegen een project als dit. Ook de VVD is dat niet. Maar we hebben er volgens mij kort ook over gesproken in een commissievergadering en toen heeft het college aangegeven, ik weet even niet meer welke wethouder, maar wij gaan graag even met de organisatie in gesprek om ook te kijken, wat is precies situatie, moet het precies op deze manier, kan het ook verbeterd worden. En dan kom ik meteen met ook een waarde die de VVD eraan hecht, is om zoveel mogelijk over dit soort projecten in samenhang en in samenwerking te doen met andere organisaties in de regio. Dat antwoord heb ik nog niet gekregen. Via de tamtam heb ik wel begrepen dat er een afspraak was gepland die niet is doorgegaan. Maar ik hoor graag van wethouder wat de stand van zaken is. Zolang dat mij nog niet duidelijk is zal ik de motie zeker niet steunen. Een andere overweging waardoor het voor mij moeilijk wordt, of voor de VVD moeilijk wordt om het te steunen is, en dat is even een principiële, bij vrijwilligersinitiatieven, los van hoe belangrijk dit is maar even in het algemeen, dan denk ik ja, het is een vrijwilligersinitiatief en op het moment dat het geld op is, gaan we naar de gemeente. Ja maar dat is niet het karakter van een vrijwilligersinitiatief.

Dus daarvan vind ik ook principieel dat het eigenlijk niet op deze manier moet. En als het dan toch zou moeten, dan kom ik dus terug op het idee, doe het dan samen met de partijen die hierbij betrokken dienen te worden. Dank u wel. De voorzitter: De heer Loeff. De heer Loeff: Ja, dank u voorzitter. Mensen uit het dorp zijn vanaf heel vroeg betrokken geweest bij de opvang van de Oekraïners en dat vonden wij heel noodzakelijk en heel goed. En we zijn ook zeer blij dat er een burgerinitiatief, ik geloof zelfs dat het onder aanvoering en auspiciën van onze burgemeester was om hiermee aan de slag te gaan. We hebben gezien dat er heel veel geld is opgehaald uit de samenleving en dat is fantastisch. Daarmee is heel veel goed werk verricht en dat is ongelooflijk mooi. Maar we sluiten ons wel aan bij wat ook de VVD hier zegt. De vraag is waarom er dan nu opeens een beroep wordt gedaan op de gemeente. En daarbij komt de vraag, en dan ga ik ook terug naar de commissiebehandeling, dat wij hebben begrepen uit de commissiebehandeling dat de groep kinderen inmiddels in Blaricum is. En even los van dat bedrag van anderhalf miljoen, ik weet niet waar dat vandaan komt of waar dat gealloceerd is, maar dat hoor ik

graag van de wethouder, heb ik ook begrepen dat dit verzoek dus eigenlijk in eerste instantie gewoon met de wethouder van de gemeente Blaricum besproken zou moeten worden. En ik neem aan, en dat vind ik eigenlijk een beetje het lastige van de motie, dat het burgerinitiatief nu via twee partijen hier in dit gremium naar voren wordt gebracht. En dan denk ik ja, natuurlijk steunen wij kinderen die zorg en aandacht nodig hebben. Alleen ik denk dat de weg om dit via dit burgerinitiatief te doen gewoon eerst is om eens met verantwoordelijk wethouder te gaan praten en dan te kijken of je daaruit kunt komen. En als dat niet lukt om een of andere reden, kom dan terug bij partijen, mensen, et cetera of de samenleving. Maar ik vind het nogal een behoorlijk bedrag voor iets waarvan ik denk ja, volgens mij zijn er in het initiatief van hoe dit nu verder gaat heel veel in ieder geval gespreksaanknopingspunten om samen met elkaar te kijken hoe je deze mensen een rol geeft in de verdere zorg voor deze groep kinderen. Waar wij natuurlijk voorstander van zijn, dat dat ook gebeurt. Dus in die zin ben ik ook nog geen voorstander van het steunen van de motie, maar heel benieuwd naar het antwoord van het college. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Er is al door verschillende fracties wat over gezegd.

Wat ik jammer vind, en daarom stel ik dat als eerste eigenlijk aan de orde, maar dat heeft ook te maken met een soort van transparantie. Er wordt wel heel veel over ik en wij en we gesproken en aan de andere kant worden er ook namen doorgestreept. Dus ik zou in ieder geval een vraag terug willen stellen aan de indieners. Het klinkt allemaal heel sympathiek, de Notenkraker, maar het is toch wel belangrijk om te weten wie of wat dat dan zijn en in welke verantwoording er afgelegd wordt, et cetera. Dat is een hele zakelijke benadering, maar dat is als eerste wat ik daarover op wil merken. In de onderliggende stukken worden partijen en namen genoemd, voor zover ik ervan op de hoogte ben was onder andere bijvoorbeeld de summerschool die genoemd is vorig jaar een aanleiding voor heel veel mensen in het dorp om geld op te gaan halen. En dat was om op dat moment, toen wisten we nog niet of er geld wel of niet overbleef en wisten we ook niet hoe lang de oorlog zou duren of nog gaat duren, omdat dat gewoon niet tot de taak op dat moment van de gemeente behoorde en er viel een gat. Daar is een heleboel geld opgehaald en dat brengt mij eigenlijk bij de opmerking nu, dat klinkt ook wel misschien hard en zakelijk, maar dit is maar voor één jaar maar ik geloof niet dat het daarmee opgelost is. Dus wat is de duurzaamheid naar 2025, 2026? Dan nog een andere aanvullende opmerking.

Dit is de oorlog in de Oekraïne, maar er vinden meer oorlogen plaats en er komen meer getraumatiseerde kinderen in Nederland binnen en die moet ook gewoon opgevangen worden. Maar ik vraag mij werkelijk wel af of dit dan het moment is om nu zomaar zo'n motie aan te nemen en op het risico af dat je dan hardvochtigheid toegemeten krijgt of niet het goede voor ogen hebt, vind ik eigenlijk ook wel dat, ons is vorig jaar verteld met die burgerinitiatieven, die zijn als het ware ingeschakeld door de gemeentes om een extra plus te geven in de uitvoering. En die kinderen die zijn niet alleen maar, die geldbedragen die opgehaald zijn in ieder geval in Laren zijn niet alleen maar naar kinderen in Laren gegaan maar ook, want toen vingen wij kinderen ook uit Blaricum op of Eemnes. We hebben het heel genereus met zijn drieën aangesproken, maar nu wordt alleen maar onze gemeente gevraagd om dit te steunen. Dus het is al door de heer Loeff en ook al door anderen al gezegd, ja er missen gewoon eigenlijk een aantal zaken hierin. En op het risico af dat wij zo meteen een motie wegstemmen die in de basis best goed is, mis ik gewoon een aantal principepunten. En dan kun je heel populair zeggen nou, ik ga er gewoon wel in mee, maar hier zit ik als raadslid en omdat het toch allemaal wel ook wel in de ik- en wij-vorm is en er wel heel veel bijgehaald wordt.

En dus met de bezwaren of de opmerkingen die we maakten met betrekking tot andere vluchtelingen met kinderen, denk ik dat wij er wijs aan doen, als wij nou unaniem zeggen dat wij de gedachte van de motie wel begrijpen maar hem niet gaan aannemen, maar wel de wethouder opdragen de zaak echt op te pakken. Maar dan wel weer in samenspraak met het burgerinitiatief. Dat zou ik als CDA eigenlijk het liefste zien, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, wij vinden de motie heel sympathiek maar kunnen de betogen van de VVD en Larens Behoud en het CDA ondersteunen. En dan hebben we misschien toch wel een hele zakelijke vraag. Staat in de voorwaarden van de anderhalf miljoen dat je dit hier eruit mag halen? Want dat moet je natuurlijk ook zeker weten voordat je dat gaat doen. Dus dat was nog onze vraag. De voorzitter: De heer De Groot, namens het college. De heer De Groot: Ja, dank u voorzitter. Ja, deze motie vraagt om zorg en schreeuwt om zorg en heeft ook een aantal elementen erin die iedereen hier aanspreekt. Als ik kijk naar wat er gevraagd wordt en de techniek ervan gaat het dwars door een aantal kaders heen. Mijnheer De Jong heeft het al genoemd, het gaat over hoe gaan we inkopen, bij wie gaan we inkopen, hoe geconcentreerd gaan we inkopen en dat soort dingen. Dat is allemaal technisch, maar daar hebben we wel mee te dealen want het zijn de kaders die de raad mij opgedragen heeft en dus dat betekent ook dat ik daarnaar heb te leven. Dat is één. Dus alle opmerkingen die daarover gemaakt zijn door de partijen die zeggen van nou, de gedachte spreekt ons aan maar we ondersteunen die motie niet, die deel ik. Ik ontraad zelfs de motie. Neemt niet weg dat dat maar de helft van het verhaal is.

Want ik vind, en dat heeft mijn collega Westerkamp toegezegd, dat de zorg die geuit wordt iets is wat geadresseerd wordt door de stichting waar we heel veel aan te danken hebben in Laren. Die we heel hoog achten. En dat betekent ook dat ik heel graag met deze stichting optrek, maar wel binnen de kaders die er zijn, rekening houdend met dat primaat bij mijn collega's, bij mijn zeer betrokken collega's als het gaat over de Oekraïners, bij in Blaricum en Eemnes ligt. Maar desondanks wil ik dit, deze zorg, meenemen en uitwerken en u bij de volgende commissie een stand van zaken geven van wat daar uitgekomen is. Ik meen dat de projectleider over een week weer terug is van vakantie, dus ik ga daar aan de slag mee op het moment dat hij terug is en ik ga u zeker hierover berichten en het signaal nemen wij zeer serieus. Dank u. De voorzitter: Dank. Dat is de wethouder in reactie op de motie. Ik kijk voor een tweede termijn naar de raad en ik begin bij de indieners van de motie. De heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Laten we maar meteen aansluiten op een opmerking van de wethouder over de projectleider die op vakantie is en volgende week zich mogelijk weer over lot van deze mensen zou kunnen ontfermen. Misschien geen mooiere illustratie van het begrip professionalisering. De voorzitter: Mijnheer Vos, hier breek ik even in.

De heer Vos: Dat mag, maar ik ben nog niet klaar, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dit is een medewerker van onze organisatie, er zijn veel mensen die zich ontfermen over het welzijn van de Oekraïense vluchtelingen. Een medewerker moet ook gewoon op vakantie kunnen. Dat doet niks af aan de professionaliteit. De heer Vos: Dat ben ik helemaal met u eens, voorzitter, en daar heeft u ook helemaal gelijk in. Maar professionalisering betekent meer als alleen maar het woord en heeft ook te maken met zorg en met zorgzaamheid. Even ingaand op een aantal opmerkingen, er wordt niet gevraagd om geld, er wordt geen stuiver gevraagd. Er wordt alleen gevraagd om een garantstelling zodat het werk voortgezet kan worden. En het is heel simpel, op een moment dat in de pers ter ore kwam dat er anderhalf miljoen verdiend was tussen aanhalingstekens aan de opvang van vluchtelingen, was het natuurlijk volstrekt onmogelijk om nog geld op te

gaan halen bij particulieren. Dus ja, dat is wel een beetje jammer. Ja, het is misschien zakelijk, mijnheer Van den Berg, en er zijn meer oorlogen. Ja, maar misschien moeten we maar eens over nadenken wat we daarmee willen. Maar we hebben nu te maken, hier en nu met twintig mensen die beschadigd zijn. Heel simpel. En mijnheer Koldenhof, de afspraken, kijk, waar een wil is, is een weg. Er is een burgerinitiatief, dat zijn een aantal organisaties, die zijn ermee bezig. Dus als we dat willen formaliseren, dan is dat waarschijnlijk niet zo heel moeilijk. Dat is snel genoeg gedaan. En zijn genoeg paraplus die u daarna wil aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Dus ja, laten we maar zeggen dat dat goed te regelen is. Waar een wil is, is een weg, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer voorzitter. Waar ik eigenlijk op in zou willen gaan, destijds als je naar de drie gemeentes kijkt, eigenlijk zien we de vluchtelingenopvang als een BEL-kwestie, Blaricum, Eemnes en Laren. Laren heeft destijds de grootste, by far de grootste rijksbijdrage gekregen, specifiek voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. En naar ons idee bestaat de opvang van vluchtelingen, ja voor een groot gedeelte fysiek, maar zeker ook een mentaal stuk. En psychologische opvang, dat hoort er zeker bij. Dat wou ik nog wel vermeld hebben.

En ja, er wordt niet in, ja alleen maar naar Laren. Dat komt omdat Laren nog het meeste geld over heeft van die eenmalige rijksbijdrage voor de opvang van vluchtelingen. Dus laten we het zien als een BEL-geheel. Bij Laren zijn initieel de meeste vluchtelingen binnengekomen, die zijn door samenloop van omstandigheden nu verdeeld over Laren en Eemnes. Dus we begrijpen eigenlijk ook niet waarom dan de verantwoordelijkheid alleen bij … Of nee, bij Blaricum en Eemnes, waarom die alleen bij Blaricum zou liggen. Ik zie het meer als een gedeeld iets. En wat mijnheer Vos ook aangeeft, we vragen niet om specifiek om het bedrag, maar wel om een soort van waarborg dat gaande de besprekingen die inderdaad gaan komen, en we hopen dat ze ook heel snel worden vlotgetrokken, dat in ieder geval een continuering kan plaatsvinden van de begeleiding van die kinderen door dit team. Wat er ook moge komen uit de besprekingen. Maar dat dat niet wordt stopgezet. De voorzitter: Hebben de andere fracties nog behoefte om het woord voeren of was hun inbreng in de eerste termijn voldoende? Volgens mij is dat het geval. Dan kijk ik nog naar de wethouder in reactie op de reactie van de indieners. De heer De Groot: Ja, ik meen dat ik een hele goede toezegging heb gedaan om hiermee aan de slag te gaan. De garantstellingen, dat soort dingen, op deze manier zo te regelen, daar ga ik niet in mee.

Wij gaan zo snel mogelijk aan de slag en ik heb een toezegging gedaan wanneer ik erop terug kom en daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Even nog, het is nog even heel goed om te weten, wij zijn door het rijk vergoed voor de opvang van Oekraïners. Daar hebben wij veel geld aan overgehouden, mede omdat heel veel inwoners zich ook hebben ontfermd over de vluchtelingen en ook hebben meegeholpen. En wij, en u, hebben ook gezegd dat het geld wat wij overhouden apart geborgd blijft voor vluchtelingenvraagstukken in de toekomst. Dus even voor de helderheid, die rijksbijdrage wordt altijd besteed aan zaken die samenhangen met de opvang en begeleiding van vluchtelingen. Even ter verduidelijking, want anders denkt iemand dat wordt allemaal verjubeld aan Laren Regenklaar of zo, maar dat is niet het geval. Dat kan ook nooit zijn, u heeft dat geborgd. Kunnen we overgaan tot stemmingen over de motie? Een stemverklaring van de heer Vos. De heer Vos: Ik zou graag een schorsing willen hebben, voorzitter. De voorzitter: Dat kan. Is vijf minuten voldoende?

De heer Vos: Ja, dat is voldoende. De voorzitter: We schorsen de vergadering voor vijf minuten. Schorsing De voorzitter: De schorsing is voorbij. Ik hervat de vergadering en ik geef het woord aan de aanvrager van de schorsing en dat is de heer Vos van de fractie van Groen Laren. De heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is dit een unicum dat de indieners of de vragers voor de schorsing eerder weer zitten als dat de opening weer van de vergadering plaatsvindt. Maar dit terzijde. Ja, wij hebben heel nadrukkelijk even gevraagd om een schorsing want er speelt iets. We hebben namelijk niet gevraagd om geld, we vragen om hooguit 3 procent van het totaalbedrag wat er staat. Dat valt nog wel mee. En zeker als je het afzet tegen de kosten van een regenboogzebrapad of iets dergelijks. Ons verzoek is heel duidelijk, mijnheer de voorzitter, en heel simpel. We willen graag een hoofdelijke stemming met betrekking tot ons voorstel. En we trekken het niet terug en we willen graag van u persoonlijk horen wat u vindt van ons voorstel. De voorzitter: En als er gevraagd wordt om een hoofdelijke stemming, dan doen we dat. En dan gaat de griffier de lijst voorlezen. De heer …: Voorzitter, ik wil daar ook een stemverklaring bij afleggen. De heer …: En ik ook. Mevrouw …: En ik ook. Dat moet je van tevoren aangeven. De voorzitter: Dat klopt.

Dat doen we dan voorafgaand aan de hoofdelijke stemming. Dat doen we dan nu. Wie wil er een stemverklaring afgeven? Mag allemaal hoor, doen we gewoon. Eens even kijken, eerst de heer Loeff. De heer Loeff: Voorzitter, ik wil benadrukken dat ik het belangrijk vind dat Oekraïense kinderen gesteund worden en dat projecten worden voortgezet, maar ik ga wel tegen deze motie stemmen omdat ik van mening ben dat er binnen de gemeente met de organisatie op dit moment voldoende mogelijkheden zijn om te praten over een voortzetting en dat dat ook tijdig geregeld zal worden. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk als stemverklaring geven, ik zal ook tegen de motie stemmen, maar ik wil erbij zeggen dat ik het een zeer sympathiek gebaar vind en dat ik het heel goed vind dat de beide indieners dit onder onze aandacht gebracht hebben. Ik heb in de afgelopen M&Fvergadering heel duidelijk gehoord van wethouder Westerkamp dat hij heeft toegezegd om met de mensen in contact te treden. En dat lijkt mij eerlijk gezegd de eerste stappen die we moeten doen, want dat is nog niet voldoende gebeurd. En ik denk zeker dat Laren als gemeente het een en ander zou kunnen bijdragen als dat nodig is. Want ook wij allemaal vinden het natuurlijk heel erg belangrijk dat kinderen die in problemen zijn ondersteund kunnen worden, maar die gesprekken eerst.

En wij vinden het ook erg belangrijk dat het vanuit de organisatie BEL in goede harmonie met elkaar afgesproken kan worden. Dus zodoende dat ik helaas tegen de motie zal tegenstemmen.

De voorzitter: Helder. Zijn er nog andere stemverklaringen? De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter, het CDA stemt tegen de motie onder de volgende stemverklaring, dat ik het jammer vind dat de beide indieners niet de handreiking hebben aangenomen om de motie terug te trekken waarmee we unaniem als raad hadden kunnen zeggen dat we de motie begrijpen en de wethouder opdragen om ernaar te kijken. Want nu, dat deze motie nu waarschijnlijk gaat afgestemd worden geeft een negatief effect op dit hele belangrijke werk wat eigenlijk in het vooruitzicht zit en dat vind ik jammer. Maar dat reken ik niet het CDA aan, maar wel de beide indieners. De voorzitter: We gaan over tot de hoofdelijke stemming. ‘…’ (Buiten microfoon) Mevrouw Boers: Nummer 9. De heer …: Wie is nummer 9? De heer …: Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Tegen. De heer …: De heer De Jong. De heer De Jong: Tegen. De heer …: De heer Vos. De heer Vos: Voor. De heer …: De heer Grunwald. De heer Grunwald: Voor. De heer …: Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Tegen. De heer …: Mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Voor. De heer …: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Tegen. De heer …: De heer Loeff. De heer Loeff: Tegen.

De heer …: De heer Van Goozen. De heer Van Goozen: Tegen. De heer …: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Tegen. De heer …: De heer Hurink. De heer …: De is afwezig, excuus. De heer …: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Tegen. De heer …: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Tegen. De heer …: De heer Merckx. De heer Merckx: Tegen. De heer …: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Tegen. De voorzitter: Drie stemmen voor en hoeveel stemmen tegen? ‘…’ De motie is verworpen. 2.

Motie Larens Behoud; Plaatsing telecomzendmast in Hilversum

De voorzitter: Dan kom ik bij de tweede motie vreemd aan de orde van de dag, dat gaat om de motie van de plaatsing van de telecomzendmast van de fracties van Larens Behoud en D66. Wie kan ik het woord geven? De heer Loeff. De heer Loeff: Ja voorzitter, dank u wel. Ik begreep van mijn collega-fractievoorzitter dat zij toch zich terugtrekt van deze motie omdat ze dat nog niet in de fractie had besproken. Dus in die zin dient Larens Behoud deze in ieder geval alleen in en gaan we kijken hoe straks de stemming is bij, nou dat hoeft voor mij niet hoofdelijk hoor, bij deze motie. Een korte toelichting, we hebben eerder in de commissie gesproken over de zendmast en het voornemen van de gemeente Hilversum om een hoge zendmast te plaatsen bij Anna’s Hoeve die het zicht doorkruist eigenlijk, het coulisselandschap schaadt van het Goois Natuurreservaat en wij weten dat er een goed alternatief is, namelijk de brandweerkazerne die daar iets verderop staat. Het college van Hilversum stelt zich steeds op het standpunt en zegt van wij willen dat niet op die brandweerkazerne, heeft er allerlei argumenten voor. De brandweer schijnt er ook argumenten voor te hebben, want zijn bang voor interferentie. En uiteindelijk is er in het hele procedureverhaal ook door bewoners geklaagd en die zeggen, wij zien dit niet in die wijk, bij willen liever dat hij op de brandweerkazerne geplaatst kon worden.

U heeft uit de media misschien gelezen, De Gooi- en Eemlander, die hier gelukkig weer aanwezig is met een

nieuwe verslaggever, ben ik blij om, dat het college definitief nee zegt tegen plaatsing op de brandweerkazerne. Ja, en dat is eigenlijk een beetje een rare koppige houding omdat eigenlijk alle seinen, wat wij weten uit onderzoek, op groen staan om hem gewoon op de brandweerkazerne te kunnen plaatsen. Er is namelijk uit rapporten gebleken dat er geen interferentiegevaar is. Er zijn voorbeelden van andere brandweerkazernes waar een C2000- of een P2000-systeem prima samengaat met een telecomsysteem van Vodafone of andere merken. Kortom, er lijkt een soort merkwaardige onwil te bestaan binnen hetzij de brandweer, hetzij de veiligheidsregio om deze mast niet te willen plaatsen. En daarom dachten wij, u heeft in uw raadsinformatiebrief keurig gezegd, wij kunnen als gemeente Laren in beroep maar wij achten daarbij de kans op succes niet heel groot, maar we hebben van een ander middel. En dat betekent u bent zelf aandeelhouder, wij zijn zelf eigenlijk belanghebbenden in de veiligheidsregio en dus zouden wij eigenlijk de vertegenwoordiger in de veiligheidsregio uit ons dorp willen vragen om de veiligheidsregio erop te wijzen dat er prima een zendmast op de brandweerkazerne kan worden geplaatst en bij een aanvraag daar positief op te adviseren. Dat is nog heel netjes gesteld, dus dat is geen dwang om u aan het lijntje te leggen.

Maar dat is wel om u vanuit een andere positie de middelen te geven om de mast daar te plaatsen. En deze motie is eerder door D66 ook in Hilversum ter tafel gebracht en daar met meerderheid van stemmen aangenomen. Dus vandaar dat ik hem hier namens Larens Behoud ook inbreng. De voorzitter: Ik kijk naar de andere fracties van de gemeenteraad wat zij vinden van deze motie. Ik kijk als eerste naar de fractie van het CDA. De heer Van den Berg: Dank u wel, voorzitter. De vorige keer hebben wij tegenstemt om een rechtszaak te beginnen, omdat we vinden dat het eigenlijk over Hilversum gaat. Maar er is één punt in deze overwegingen die meespeelt om nu een ander geluid te laten horen. En dat is inderdaad dat de eigenaar van de brandweerkazerne in augustus heeft aangegeven open te staan voor een gesprek met het Hilversums college over de plaatsing van een zendmast op het dak. Dat hebben wij zelfs ook nog gehoord die avond toen wij daar waren met een aantal raadsleden. Dat gezegd hebbende en de het medeweten dat wat de heer Loeff net zegt, het college in Hilversum, of dat de commissie in Hilversum zelf ook een dergelijke motie heeft overgenomen, zullen wij deze motie zonder verdere omhaal van woorden steunen. De voorzitter: De fractie van D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter.

Ja, het was inderdaad een stukje communicatiestoornis waardoor ik zelf dat niet heb kunnen ondertekenen, want wij hadden nog een derde idee erbij om te kijken, mocht dit allemaal niet lukken, want ik ondersteun zeker het verzoek dat de burgemeester in contact treedt om dit toch te ondersteunen. Maar daarnaast hadden wij willen vragen om ook een alternatieve plek misschien te kunnen bespreken. Dat was even onze toevoeging, waardoor dit eventjes communicatief fout ging. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: ‘…’. Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is al eerder aan de aan de orde geweest en toen hebben wij als gemeente Laren inderdaad kenbaar al gemaakt met het oog op het illusielandschap om die mast daar niet te plaatsen. Daar waren wij ook grote voorstander van. Nu dat de brandweerkazerne ook inderdaad gezegd heeft dat hij er positief, of de eigenaar van de brandweerkazerne er positief tegenover staat dat de mast daar kan staan, ja steunen wij natuurlijk van harte deze motie. We staan er helemaal achter. De voorzitter: De heer Koldenhof van de VVD.

De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. We sluiten ons aan bij de vorige sprekers wat betreft hun overwegingen. Wat ik eigenlijk ook nog wel een belangrijke vind is de horizonvervuiling die dit eigenlijk oplevert voor het natuurreservaat. Nou hebben wij volgens mij, althans wij niet maar de deelnemende partijen van het GNR een uitermate ingewikkelde discussie gehad over de besteding van het geld van NoordHolland en Amsterdam en dat leidt ook al niet tot een eensgezind standpunt anders dan we agree to disagree. En hier is dat wederom het geval. Ik vind dat eigenlijk wel ernstig dat een buurgemeente, een grote buurgemeente die medeverantwoordelijk is voor de aanblik van het natuurreservaat, om daar zo min mogelijk horizonvervuiling te hebben maar doet alsof het allemaal maar moet kunnen. En ik zou ook dat dan misschien niet via het overleg met brandweer, want dat vind ik gewoon prima, om daar die mast te plaatsen. Maar toch ook om dat nog eens aan uw collega's te willen overbrengen van de gemeente Hilversum. Wij steunen voor verder dan ook de motie. De voorzitter: De fractie van Groen Laren. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ja twee dingen, als ik het verhaal lees denk ik, we hadden volgens mij iets gezegd over Nederlands B1 of zo in een grijs verleden. Maar goed, dat grijs is misschien wel heel lang geleden. Dat terzijde.

En voor de rest, ja kijk als die kan voorkomen dat inderdaad, wat heer Koldenhof al zegt, dat daar allerlei nare dingen gaan staan die de horizon vervuilen en we kunnen die suggestie doen. Ja, dat kun je alleen maar van harte ondersteunen volgens mij. En als blijkt dat dat ook geen technische beperking geeft en net zo goed is, waarom niet? Volgens mij kan dat ook in drie zinnen, mijnheer Loeff, en hoeft dat niet met zoveel humbug daaromheen. De heer Koldenhof: Voorzitter, bij interruptie. Waar ik wil, ik moet toch erg lachen om deze opmerking van mijnheer Vos, die ongeveer niks in drie zinnen doet en dat hij uit uitgerekend met deze suggestie aan mijnheer Loeff komt. Met alle respect. De heer …: Ja maar mijnheer Koldenhof, maar volgens mij wel in korte zinnen met begrijpelijke taal en niet met allerlei onbegrijpelijk jargon. Begrijpelijkheid van tekst zit niet in lengte, maar volgens mij in de constructie en het gebruik van woorden. De voorzitter: Ik voel dat we in een goede sfeer vibreren naar een afronding van deze avond, voordat we de motie gaan behandelen. Ik kijk nog even naar het college. Ik wil ook nog wel wat zeggen als we vertegenwoordiger in de veiligheidsraad, maar kijk eerst naar de portefeuillehouder Zendmasten. Of zal ik de motie doen? Ja oké, nee helder. Volgens mij heeft u in gezamenlijkheid gezegd dat u de motie wilt steunen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14415456/2