Transcript Gemeenteraad 03.11.2023
Tekst van het document
Daarna zullen mijn collega's, collegecollega's de verdere vragen beantwoorden. Ik begin met de VVD. De VVD heeft een motie ingediend om onderzoek te doen naar de uitvoeringsmogelijkheid en bijbehorende meerkosten als op de toegangswegen beheerskwaliteit A wordt toegepast. Dat zullen we doen. We zijn op dit moment bezig een nieuw groenplan te maken, het uitvoeringsplan. We zijn ook aan het kijken, welke
kwaliteitsniveaus brengen welke kosten met zich mee en andersom: als we bepaalde kwaliteitsniveaus willen hebben, wat zijn de kosten die daarmee gemoeid zijn? Dus ik zal deze suggestie ook meenemen in het hele uitvoeringsplan van het groenplan om te kijken wat uiteindelijk die financiële consequenties zijn. En uiteindelijk zal het uitvoeringsplan ook aan u als raad voorgelegd worden voor besluitvorming. De voorzitter: Wethouder, misschien is het goed om even te vermelden dat u kunt starten met de uitvoering van de motie op het moment dat die is aangenomen. U bent voor de motie, maar … De heer Van Midden: Ik ga wel heel snel in mijn enthousiasme. Ik vind hem sympathiek. Laat ik het maar even op deze manier dan zeggen, maar heel goed, dank u wel, mijnheer De voorzitter. De vragen zijn eigenlijk alleen maar door de VVD gesteld in de vorm van moties, dus uiteindelijk kan ik ook zeggen dat het verzoek van de VVD om vertegenwoordigers van Bijzonder Laren en ‘…’ en ook inwoners erbij te betrekken in het uitwerken van de verlichting mij zeer sympathiek overkomt en ik van harte kan aanbevelen. Dan gaat het niet zozeer om de om de armaturen, maar met name om de soorten verlichting die we willen hebben, ook kijkend naar de dieren. Dan kom ik even verder. Dan is de motie van D66.
Voordat de motie behandeld wordt van D66, waarin gevraagd wordt een overzicht van alle toegekende en aangevraagde en afgewezen subsidies over het jaar 2024 te verstrekken; afgewezen subsidies voor 2024 kan ik niet verstrekken want die moeten nog uiteindelijk vastgesteld worden door het college en uiteindelijk ook u als raad. Het overzicht van alle voorgenomen toe te kennen subsidies treft u aan in de uitvoeringsinformatie die hoort bij de begroting. Die staan daar vrij specifiek omschreven, dus wat mij betreft is dat ook afdoende. Dan kom ik bij de vraag van D66: kosten bestuur verhoogd. Hoe komt dat? Die vraag is mij niet helemaal duidelijk. Wat mij betreft gaan de kosten voor het bestuur juist naar beneden dus ik zou graag met D66 daar heel specifiek even naar willen kijken, waar uiteindelijk hun vraag vandaan komt. De reservering van 32.000, is dat voldoende voor onderhoud groen? Dat is het niet, want die reservering die is voor de degeneratie van pleinen, onder andere, zoals die opgenomen staat. De huidige budgetten die we voor het onderhoud groen hebben, die trekken we nog even door tot komende jaren, in afwachting van alle nieuwe plannen die we nu aan het aan het maken zijn. D66 zegt, openbaar groen niet bezuinigen door inwoners te betrekken. Het is wat mij betreft juist andersom.
Er hebben heel veel inwoners aangegeven dat ze graag verantwoordelijk willen zijn voor het openbaar groen in hun omgeving. Dat hebben wij uiteindelijk ook terug laten komen in ons groenplan waarbij we als een van de belangrijkste thema's op tactisch niveau die zelfwerkzaamheid van inwoners hebben en dat gaan we verder uitwerken. Het is ook vanuit de gedachte dat we uiteindelijk ook als gemeente niet elk grassprietje recht kunnen leggen in Laren en juist door de inwoners erbij betrekken, ben je uiteindelijk veel meer over de hele linie in staat tot onderhoud om het groen goed te organiseren. Dus daar komen we op terug. De VVD heeft daar ook wat suggesties voor gedaan als het gaat om het amendement met betrekking tot het beheer van het groen. Dan kom ik bij de vragen van Liberaal Laren: anticiperen op tekorten in 2026 en verder. Ja, dat doen we inderdaad, als we kijken naar de oproep die de VNG gedaan heeft, dat is niets anders geweest dat de VNG heeft gezegd, ga voor 2026 en ‘27 realistisch begroten en dat hebben wij gedaan. We hebben realistisch begroot op tekorten die in die twee jaren ontstaan, maar ook vanuit de gedachte dat we de reserves die we opgebouwd hebben en nog kunnen opbouwen in de twee komende jaren uiteindelijk voldoende zijn om die tekorten te overbruggen.
Alleen, onze grote hoop, of mijn grote hoop, maar eigenlijk landelijk voor alle wethouders financiën, zie ik, is dat we uiteindelijk zullen zien dat de rijksoverheid in haar beslissingen de incidentele gelden die steeds naar ons toekomen, zullen vervangen door structurele gelden om uiteindelijk de taken die wij steeds meer als gemeente op ons krijgen, kijken we bijvoorbeeld naar het hele gezondheid, gezondheid van de jeugd, om die uiteindelijk ook structureel te kunnen invullen. Dat dat zien we ook op het gebied van duurzaamheid terugkomen. We krijgen steeds eenmalige bijdragen om uiteindelijk aan onze taak te kunnen voldoen. Dit willen we uiteindelijk vervangen hebben door structurele bijdragen, zodat we
uiteindelijk over de lange termijn gewoon structureel daarop kunnen begroten en ook structureel kunnen investeren in met name ook medewerkers die uiteindelijk die plannen moeten gaan ontwikkelen. En als je vraagt, hoe staan de partijen landelijk daarin? De vraag kwam ook volgens mij vanuit CDA. Wat doen de vertegenwoordigers van de landelijke partijen, welke invloed oefenen ze uit? Dat heb ik gedaan zelf als wethouder financiën via mijn partij, de VVD, als wethouder financiën VVD, waarbij wij input gegeven hebben aan het verkiezingsprogramma van de VVD op dit gebied. Als het goed is, ziet u hopelijk dat terugkomen in een verkiezingsprogramma. Ik geloof dat de meeste partijen wel op die manier ook, landelijke partijen, ermee omgegaan zijn. De vraag die vanuit Liberaal Laren terugkomt over die OZB. We zeiden die zou gelijk blijven, maar we zien vijf ton stijging. Dat klopt. Uiteindelijk zeggen wij niet dat de OZB gelijk gaat blijven, we zeggen dat de OZB jaarlijks zal stijgen met ten hoogste inflatie. Dat hebben we gedaan. En die vijf ton, ik kan hem heel simpel voorrekenen: onze totale woningportefeuille is ongeveer 5 miljard. Als ik daar een promilletje van afneem dan is dat vijf ton, dus die grote bedragen op begrotingsniveau komen terug, omdat die hefboom langs die woningportefeuille zo groot is. 5 miljard, maar in profiel 5 ton. Dat is eigenlijk het sommetje.
Dus ik wil het graag nog een keertje voorrekenen. Maar zo zit het in mekaar. De rioollasten. Hoe lang gaat die stijging door? Dat weet ik niet. Ik weet wel dat de ambitie en de druk op rioollasten steeds groter gaat worden, als we kijken naar klimaatadaptatie in de zin van droogte, maar ook het verwerken van grote hoeveelheden regen, dus de verwachting in zijn algemeenheid is dat de kosten voor de riolering toe zullen nemen. Alleen het uitgangspunt is dat het uiteindelijk kostendekkend moet zijn. Dus vanuit de kostendekkendheid zal die stijging naar verwachting plaatsenvinden. Hoe veel weet ik niet, eerlijk gezegd, op dit moment. Dat zal de toekomst nog moeten uitwijzen. Even kijken dan … Ja, de buurtbezoeker. Waar zit ik dan? De voorzitter: Vraag 21 De heer Van Midden: De buurtbezoeker. Inderdaad. CDA stelt de vraag, de buurtbezoeker zoekt verbinding met mensen. Maar dat zijn op dit moment met name gepensioneerden en mensen die niet werken. Dat is niet mijn ervaring. Maar, en daar plannen wij heel bewust op, we doen het op twee wisselende dagen: op de woensdag en de vrijdag en dat doen we van drie tot zes, waarbij we zien dat in het eerste deel over het algemeen de gepensioneerden en niet-werkende komen, en in het tweede deel de mensen komen die net van hun werk terugkomen en even langskomen bij het buurtbezoek.
Dus in die zin werkt het wat mij betreft goed en zeker op de vrijdagen zien we dat het grootste deel van Nederland, en zeker ook in Laren niet werkt en in staat is om langs de buurtbezoeker te komen, dus in die zin heb ik … Of thuis werkt en die in staat is naar die buurtbezoeker te komen, dus in die zin herken ik uw kritiek niet. Dan ga ik naar vraag 33 over de kosten van de verbouwing van het Brinkhuis. Daar zullen we binnenkort als college verantwoording over afleggen, meneer Van den Berg, dus in die zin komen daar aan tegemoet. De vraag of er al nieuwe afspraken zijn met de parochie. Ik heb dat vorige keer volgens mij aan de raad al even uitgelegd. De gesprekken zijn nog gaande. Er is een kleine vertraging opgetreden, maar we zijn nog gaande en die zijn constructief wat mij betreft. In zijn algemeenheid vraagt de raad, gaat het tempo wel snel genoeg? Het gaat wat mij betreft nooit snel genoeg. Het goede nieuws is dat we, als we kijken naar de belangrijkste visie die we moesten ontwikkelen, dat afgelopen jaar gedaan hebben, dus ik kijk naar groenplan, de woonvisie, duurzaamheid, koersdocument van mijn collega Flip De Groot. Daar moeten nu de uitvoeringsprogramma's in wat mij betreft hoog tempo ook bij opgesteld worden en over besloten worden. Dus in die zin proberen we het tempo echt hoog te houden. Dan vanuit Groen Laren.
Ook hier weer over het ravijnjaar en of dit opgevangen wordt door de verkoop van het raadhuis. Wat mij betreft niet. Dat heb ik ook beloofd met de opbrengst van het raadhuis. Laten we zeggen, die zetten we gewoon apart of die zitten in de algemene reserve, maar die gebruiken we niet om gaten te dichten, tenzij het heel erg nodig is om Laren overeind te houden. In beginsel probeer ik de gaten te dichten van de andere onderdelen van de algemene reserve en dat zou voldoende moeten zijn, als we kijken naar de
begroting nu de verwachte ontwikkeling van de kengetallen. Als ik kijk naar de kengetallen dan stuur ik op dit moment op tweetallen. Dat is de solvabiliteit en dat is de schuldratio, dat is de verhouding eigen vermogen schuldenlast, want de solvabiliteit gaat dat goed. We zitten nu boven de 20 procent en daardoor zitten we in een wat veiliger risicoprofiel. Als ik dat voor de lange tijd doortrek, zullen we daar wel blijven. Die zullen daar wel blijven, laat ik het even zo zeggen. De schuldratio, dat is een wat lastigere in die zin, dat die op dit moment nog gebaseerd is op de huidige investeringsprogramma's, met name ook in wegen. Daar gaan we met nieuwe voorstellen komen, omdat met name ook de kosten voor die programma's gestegen zijn en daarnaast gaan we ook nieuwe investeringsprogramma’s opstarten, zoals onder andere in het onderwijs. Dus die ratio zal onder druk komen te staan. Daar kan ik heel eerlijk in zijn. Maar dat is juist het gesprek wat ik ook met u als raad wil aangaan, van tot hoeverre zijn wij bereid uiteindelijk die ratio's onder druk te laten staan, tot welk niveau? En dat is wat mij betreft ook het goede gesprek wat we moeten voeren, ook in relatie tot de voorzieningen die we hebben. De voorzitter: Wethouder, wanneer hebben we dat gesprek? De heer Van Midden: Die zal komen. Ik denk dat de eerste gesprekken al heel snel plaats zullen vinden.
Op moment dat het onderwijshuisvestingsprogramma gepresenteerd zal worden. Moet je je voorstellen, dat is een programma wat zich uitstrekt over zo’n beetje 15 jaar, met een taalinvestering van rond de 30 miljoen. Dat is een forse investering, dus daar zullen alle financiële consequenties nog goed inzichtelijk gemaakt moeten worden. Dus dat zal het eerste moment zijn dat we over substantiële investering met mekaar gaan praten. En daar achteraan komen ook de wegenprogramma's, die we op dit moment ook aan het herijken zijn als het gaat om budgetten, zoals ze ooit vastgesteld zijn in 2017. Dat zal ook op redelijk korte termijn komen. Het eerste is het integraal huisvestingsplan voor het onderwijs. En dan ga ik even ... Groen Laren vraag naar een realistische begrotingen als het gaat om het zwembad en het Brinkhuis. Daar hebben we net twee weken geleden een presentatie over gehad van én het Brinkhuis én het zwembad. Als ik even met het zwembad begin, dan zien we dat we uiteindelijk jaarlijks onze normale bijdrage kwijt zijn. Die we dan in de verdeling tussen Blaricum en Eemnes betalen plus uiteindelijk ook verantwoordelijk zijn voor het tekort wat jaarlijks ontstaat. Dat tekort heeft alles te maken met het verschil in bezoekersaantallen tussen waar de raad uiteindelijk de besluitvorming op gebaseerd heeft en wat ze werkelijk zijn.
Dan zie je uiteindelijk dat het zwembad goed in staat is om de huidige bezoekersaantallen goed te managen en er eigenlijk heel weinig ruimte is, ondanks alle pogingen die zij doen, om dat nou substantieel veel hoger te laten zijn, dus we zullen moeten accepteren dat de financiële situatie is zoals hij is, tenzij de raad uiteindelijk besluit om anders met een zwembad om te willen gaan. Maar dat is dan niet aan mij. Wat het Brinkhuis betreft hebben we laten zien dat we vanaf 2024 een evenwichtige subsidierelatie hebben, waarbij wij jaarlijks vaststellen welke subsidie wij als raad aan het Brinkhuis willen verstrekken om hun sociaal-maatschappelijke functie in te kunnen vullen, wetende ook dat die sociaal-maatschappelijke functie altijd geld kost. Alleen de vraag is: hoeveel geld willen we dat laten kosten? Die beslissing ligt bij u als raad, dus in die zin, mijnheer Vos, hoeft u zich geen zorgen te maken. De VVD stelde ook de vraag over de stijging kosten rioolheffing en afloop Regenklaar, de pensioenperspectief. Dat heb ik net even beantwoord. Pensioenwettoekomstperspectief is dat het wel wat zal gaan stijgen. De biodiversiteit, waar zit die in de begroting, zoals die door Larens Behoud is gesteld. Die zit nog niet in begroting en die PM-posten weet ik ook niet.
Hij gaat natuurlijk wel komen als onderdeel van het uitvoeringsprogramma, want we hebben ook in het groenplan gezegd dat biodiversiteit een van de belangrijkste thema's is, dus die zal echt een positie ook gaan krijgen in het uitvoeringsplan, met ook de bijbehorende begroting, dus hij komt eraan en ik weet niet op dit moment waar hij zit in de begroting, eerlijk gezegd. Dan heb ik mijn vragen volgens mij beantwoord. Want ook Larens Behoud had een vraag over de extra kosten voor de burgerzaken.
De heer …: De vraag over de burgerzaken neem ik mee. De heer Van Midden: Dan is het goed. Dan heb ik volgens mij, mijnheer De voorzitter, alle dingen die voor mijn rekening kwamen beantwoord tenzij u constateert dat ik iets vergeten ben, of tenzij de raad … De voorzitter: Nou, of ik heb het zelf niet opgemerkt, maar volgens mij staat hier nog een vraag van Larens Behoud open over de biodiversiteit. De heer Van Midden: Ja, die zei ik. Ik weet niet of wij een PM in de begroting hebben opgenomen, maar hij gaat uiteraard een plek krijgen in de begroting, omdat we in het groenplan gezegd hebben dat dit een van de belangrijkste thema's is, ook in de uitwerking van het groenplan. De voorzitter: Heel goed. Dan houden we het hierbij. Overigens complimenten, want u heeft een behoorlijk aantal vragen beantwoord. Bijna allemaal. Dank. Dan vraag ik wethouder Den... o, wacht, ik zie vragen. Dat mag. De heer Loeff. De heer Loeff: Dank u, voorzitter. Wij hadden eigenlijk de vraag gesteld aan de wethouder financiën om de projecten die komen in samenhang aan ons te presenteren. En wat u nu zegt is, er komt eerst een plan over de huisvesting van de scholen en dan komt er een ander plan over weer een ander onderwerp en uiteindelijk gaan we met elkaar afpellen waar we dan vinden dat een investeringsrisico wel of niet genomen kan worden.
Maar wij vroegen u of u de projecten in samenhang met ons bereid bent te bespreken, want anders dan gaan wij straks iets zeggen over scholen en zeggen dat is goed of niet goed. Vervolgens komt er een groenplan en zeggen we dat is goed of niet goed, terwijl wij moeten heel zuinig zijn op de centen en wij willen graag een integrale afweging kunnen maken waar wij ons zuinige spaargeld of andere geld wel of niet aan gaan besteden. Dat is eigenlijk de vraag, of de wethouder daar een toezegging op kan doen. De voorzitter: De wethouder. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer voorzitter, en dank u wel voor de vraag, mijnheer Loeff. Daar wil ik zeker een toezegging op doen, want die integraliteit is heel erg belangrijk om inderdaad te kijken, zetten we het geld in ook voor de juiste middelen en ook op het juiste moment. Dank u wel, mijnheer voorzitter. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Mag ik dan nog even? De voorzitter: Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog geen antwoord gehad op mijn laatste vraag, die last but not least, dat het college ons binnenkort gaat vragen over akkoord voor een lening van 1,6 miljoen voor de vervanging van de Ledverlichting de straatlantaarns. Dat is niet in de begroting opgenomen. Heb ik bedacht, maar dat kan anders zijn. Dan had ik daar graag nog een antwoord willen hebben.
En over de staat van het openbaar groen; mijn bedoeling was eigenlijk om aan te geven: daar zijn bezuinigingen op aangegeven. Dat is een lager bedrag dan het vorige jaar en dat verbaasde mij, omdat het aan de andere kant vraagt om juist het openbaar groen te versterken. Dat waren nog twee voor mij niet helemaal duidelijke antwoorden. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder.
De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer voorzitter. Om over het openbaar groen meteen in te gaan. Zoals het er nu in staat, is het nog eigenlijk op basis van de huidige groenplannen. We zijn nu nieuwe plannen aan het ontwikkelen en we zijn ook opnieuw aan het kijken naar de hele uitvoering als het gaat om het integraal beheer van de openbare ruimte, zoals u weet, met onze huidige contracten uitvoeren. Vooruitlopend daarop hebben we eigenlijk nog niks gedaan met de huidige kosten, dus we bezuinigen ‘…’ het niet, maar we verhogen de kosten ook niet, totdat we met nieuwe voorstellen ook richting uw kant komen. Het tweede wat de Ledverlichting betreft, is een goeie. De voorzitter: Wacht even, hoor, wethouder. Een interruptie van de heer … ja, wel of niet? De heer Koldenhof: Nee, ik wilde mijn vinger alvast opsteken om u zo te vragen wat nu de vergaderorde is, of wij namelijk nu tussendoor vragen mogen stellen aan de wethouder of dat we dat in een tweede termijn doen. De voorzitter: Dat zal ik u zeggen.
De wethouder beantwoordde zijn vragen zo snel dat ik u soms zag opkijken van, maar ik heb een verduidelijkende vraag over antwoord en ik wilde dat eigenlijk gewoon in deze termijn van de wethouder toestaan, want dan heeft u gewoon duidelijkheid als u daarmee kunt leven, dus beschouw ik ze maar eventjes als interrupties, omdat het tempo zo hoog lag dat ik dacht, ik moet soms ook nog eventjes nadenken van, wat zegt hij nou eigenlijk? Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Het is voor de patatgeneratie misschien ook niet zo makkelijk om dat allemaal bij te houden in dit tempo. Daar kan ik mij wel iets bij voorstellen. Dan de generatie die wat ouder is, de verloren generatie dan, of niet? Misschien behoren we tot dezelfde. Over de beantwoording van de wethouder ten aanzien van de verlichting; dat gaat mij niet alleen om het licht, maar het gaat mij ook om de keuze voor de armaturen, voor de goede orde, want juist daarin kan je een verschil hebben in het centrum ten opzichte van de buitengebieden, maar ook om te voorkomen dat er niet zes types komen die allemaal hun eigen onderhoudscontract nodig hebben, et cetera. Dus het is niet alleen de verlichting. Dan heeft u geantwoord, en dan ga ik dat even voor D66 overnemen, dat de subsidies allemaal in de uitvoeringsinformatie staan. Maar dat is niet helemaal wat wij bedoelen.
Het gaat er ook om; wat is er aangevraagd en wat heeft u niet gehonoreerd bijvoorbeeld. Want dat is ook een gesprek dat wij als gemeenteraad met elkaar zouden kunnen hebben om bepaalde partijen bijvoorbeeld hier eens aan tafel of in de zaal te krijgen, die niet bediend zijn met een subsidieaanvraag, maar die dan een pleidooi kunnen doen om hier in de zaal de raad te overtuigen van, u moet ons wel steunen, maar het college wil het niet, maar wij willen het wel. Dan kunnen we daar een gesprek over hebben. Dus ik vind het een uitstekende gedachte van D66. En hoe het ook verwoord is, dat doet het wat mij betreft niet toe. Maar het gaat om dat politieke signaal, dat je dan ook echt bewoners en organisaties hier aan tafel krijgt. Om daar ook te laten zien dat we er voor hun zijn. Dus het is niet die technische informatie, wat u wel heeft gehonoreerd, en dat is dan nogal ingewikkeld om te vinden trouwens. Dat volgende en dan is nog betrekking tot de kengetallen. Daar heeft u op zich een goed antwoord gegeven. Snap ik ook wel.
En u zegt ook terecht dat 20 procent is het in ieder geval, wat ook landelijk genormeerd wordt van, dat is op zich voor een gemeente als dit voldoende nu, maar wat is de toekomst, gelet op alle signalen voor financiering van de gemeente in de komende jaren? Is dat dan voldoende of moeten we naar 22 procent of moeten we naar 24 procent of moeten we naar 21,2 procent? Ik bedoel, ergens moet je dan een visie op ontwikkelen en gewoon 20 procent zeggen, dat is voldoende. Dat vind ik een beetje mager als ik eerlijk ben. Maar ik weet zeker dat u daar vast wel een visie op , dus ik wil beschouw u niet als van mager allooi, maar wel dat er alvast een beeld achter moet zitten. En het geldt eigenlijk ook hetzelfde voor het andere onderwerp, waar de burgemeester even eigenlijk zelf u interrumpeerde, over de termijn, waarop dat zou moeten plaatsvinden. Ik denk dat je dat
eerder in meerdere fases moet doen, omdat het hangt heel erg af van de investeringsplannen die er op dat moment liggen. Je kan daar nou volgens mij niet echt in één keer zeggen, dit is de ratio en dit moet het zijn, want anders krijgen we een soort 3 procentnorm in Europa, waar niemand zich vervolgens aan gaat houden, behalve de allerbeste jongetjes van de klas. Maar de vraag is of wij überhaupt wel, en dat is dan een politieke discussie, wel het beste jongetje voor de klas moeten willen zijn. Dat was het. De voorzitter: De wethouder. De heer Van Midden: Om meteen in te gaan, mijnheer voorzitter, op de laatste opmerking van mijnheer Koldenhof, dat is inderdaad vraag, of we het beste jongetje van de klas moeten zijn en dat is ook het gesprek wat ik met u als raad wil aangaan. De heer Koldenhof: En de subsidies? De heer Van Midden: Ik weet niet of wij overzichten hebben van subsidies voor het komend jaar die we eventueel afgewezen hebben, maar ik ben zeer bereid om daar gewoon naar te kijken en daar inzicht over te geven. Ik weet niet of we de informatie beschikbaar hebben, hoor, dus dat is de enige armslag die ik even maak. De voorzitter: Mevrouw van Dorst, daar nog een verhelderende opmerking over? Mevrouw Van Dorst-Brakel: Inderdaad een verheldering. We hebben dat altijd gehad. Het is een paar jaar geleden niet meer boven water gekomen.
We hadden inderdaad altijd een lijst, waarvan wij zelf bij D66 juist zeiden, dat zijn nou die kleine dingen waar we als raadsleden precies voor kunnen staan, dus inderdaad, die lijst was er altijd wel, dus daar zou ik graag op terug willen. De heer Van Midden: Ja, maar als ik begrijp van de heer Koldenhof, die zegt inderdaad een lijst van toegewezen en afgewezen subsidies, dat we daar ook inzicht krijgen en eventueel het gesprek aan kunnen gaan. Dus daar ben ik zeker toe bereid. Ik leidde uit die vraag alleen maar af of die data beschikbaar zijn. Naar de toekomst toe natuurlijk wel, want dan kunnen we het gewoon op gaan schrijven. De voorzitter: Wacht, we maken het meteen even scherp. Welke toezegging doet u nu? De heer Van Midden: ‘…’ raad vanaf 2024 van toegewezen en afgewezen subsidies. De voorzitter: Ja, hij ligt er nu, hè. Oké De heer Koldenhof: Voorzitter, De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ik gaat toch maar even daarop dan in. Wij moeten nu een begroting vaststellen, dus dan is daarmee bepaald dat die en die subsidies zijn gehonoreerd en daarmee de anderen dus niet.
Maar ik vind wel dat we daar nog eens een keer een gesprek over moeten hebben, hoe we dat dan beter kunnen doen en misschien moeten we toch met terugwerkende kracht eens even kijken, hoe liep dat nou voor aanvragen voor ’24, zodat we dat vanaf ‘25 dan beter kunnen doen, want volgens mij dien je als D66 ook een motie in met oog op het volgend jaar, hoe het beleid moet zijn, dus dan ben je nu te laat als je nu nog die lijst wil zien over ‘24.
De voorzitter: Maar ik ga even ingrijpen nu. Voor de scherpte: als mensen een subsidie aanvragen, dan toetsen wij dat aan beleid wat door de gemeenteraad is vastgesteld. Dus het college doet geen nattevingerwerk bij het toewijzen of het afwijzen van subsidie en ik hoop dat dat in hoge mate geruststellend antwoord is op uw vraag. De subsidies die deze begroting staan, die staan in deze begroting, die stelt u vast. U doet hier eigenlijk de oproep van wij willen toch als raad, vinden wij, dicht staat bij onze inwoners, in de toekomst wat meer inzage en eventueel grip hebben over de subsidies die wel of niet toegewezen worden. Ik hoor de wethouders zeggen van, ik begrijp de oproep, ik doe de toezegging dat ik ga kijken hoe ik daar vorm aan kan geven. Is dat voor nu even voldoende? Want met terugwerkende kracht gaat hem natuurlijk niet worden. De heer Koldenhof: Nee, dan praat ik even voor mezelf, maar voor de VVD, maar dat hoeft wat mij betreft ook niet. Maar het gaat erom, wat ik net probeer uit te leggen; het kan zo zijn wij weten het niet dat aanvragen zijn gekomen van muziekvereniging of balletclub voor nieuwe pakjes of een drumstel, maar wij weten niet of die subsidie ingediend is, ook niet of hij afgewezen is. En dan kan het wel zo zijn dat de muziekvereniging hier langskomt en zegt van, wij willen toch de raad bewegen om die subsidie toe te kennen.
Als dat allemaal niet aan de orde is, want wij honoreren hier altijd alle subsidies, dan hebben we een ander gesprek. De voorzitter: Helder. De wethouder. De heer Van Midden: Mijnheer De voorzitter, om even te helpen, u verwijst naar het beleid. Eigenlijk hebben wij als college maar één ding te doen: de toetsing aan het beleid en als uiteindelijk de toetsing aan het beleid de uitkomst heeft dat een subsidie afgewezen wordt, dan kunt u hoogstens met ons in gesprek gaan en zeggen van, u heeft het beleid verkeerd toegepast. Dan zeggen we inhoudelijke discussie over wel of niet juist toekennen van een subsidie en als u het beleid wil aanpassen, dan moet u uiteindelijk nieuw beleid daarover vaststellen. De heer Koldenhof: Dat is mijn intentie niet, voorzitter. Dan heb ik het idee dat er een onuitputtelijke bron is voor subsidieaanvragen. Wie ook maar wat vraagt en het past binnen de subsidieverordening dan honoreren wij dat. Dan weet ik dat, maar dan kom ik daar wel een keer op terug in een volgende begroting. De heer Van Midden: Mijnheer De voorzitter, ik wil daar graag een nuance bij plaatsen. Als je kijkt ook naar de subsidies zoals ze nu toegekend zijn en in de begroting staan en ook vanuit de materialiteit, dan zie je dat d grootste subsidies er allemaal wel in staan.
Er is natuurlijk een veelheid aan wat kleinere subsidies, bijvoorbeeld de subsidie van een 100-jarig bestaan van een hockeyclub om maar even een dwarsstraat te noemen. Dat vloeit voort uit ons subsidiebeleid. Daarnaast krijg je ook nog, en daar refereerde mevrouw Van Dorst aan in de motie, we gaan natuurlijk ook nog het uitvoeringsplan voor het groenplan maken. Dan gaan we ook budgetten vaststellen voor zelfbeheer. Binnen die budgetten gaan we natuurlijk ook subsidies toekennen aan mensen voor wel of niet zelfbeheer. Dat is ook weer een vorm van subsidie die je uiteindelijk ook binnen je groenplan en ‘…’ beleid, wat je binnen je groenplan vastgesteld hebt, gaat uitvoeren. Dus uiteindelijk is het een veelheid aan dingen. Maar het belangrijkste is dat voor ons het enige ijkpunt is, het beleid wat u als raad heeft vastgesteld. Punt. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst en dan sluit ik het onderwerp af. Mevrouw Van Dorst-Brakel: In mijn motie staat ook de verordening is van 2011 al en om de vier jaar zou die terug moeten komen bij de raad. En dat was ook een van de dingen waar ik op wilde wijzen. Het is al zo'n ouwe verordening. Dat was mijn laatste opmerking en verder kunnen we dit verder nog eens uitwerken. Dat lijkt me een hele goeie.
De voorzitter: Het goeie nieuws is. De wethouder wil ermee aan de slag en de motie ligt hier ter tafel. Dus u kunt zo meteen zeggen of u voor of tegen bent. Ik ga nu naar de heer Vos. De heer Van Midden: Volgens mij, ik had nog één vraag te beantwoorden van mevrouw Van Dorst over de lantarenpalen, de 1,7 miljoen. Uiteindelijk zijn de kosten daarvan die in de begroting komen, de kosten voor rente en aflossing van die financiering. Ik weet niet uit mijn hoofd wat er precies in het plan stond, maar we hebben op dit moment in de huidige begroting kosten staan van zo’n 60.000 euro per jaar voor de verlichting, maar die is nog vanuit het vorige plan en loopt door tot 2040. Als ik dat contant maak, zijn die kosten vele malen hoger dan de kosten die we nu gaan besteden aan die aan die verledding. Dus in die zin is het voor een beperkt deel mee begroot en de rest nog niet. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. De heer Koldenhof kwam er ook al op terug en het was ook mijn : gaan we hier nu iedere keer reageren op de opmerking van de wethouder, of gaan we een tweede termijn? Ik ben ik ben even de draad bijster, want ik heb ook een heel snelle vraag naar aanleiding van het verhaal van de wethouder. Bewaar ik die tot de tweede termijn, tot de andere heren ook aan het woord zijn geweest.
Of gaan we hier à l'improviste iedere keer reageren op dingen, want dan hebben we het eindeloos over kleine onderwerpjes. Ik zou graag van u horen, hoe u dat voor u ziet. De voorzitter: Zoals we het altijd doen, geef ik meteen in de eerste termijn van het college de raad de kans om verduidelijkende vragen aan de wethouder te stellen op de antwoorden die hij heeft gegeven. En dat die antwoorden van de wethouder die kwamen, en dat is ook zijn grote talent in zo'n hoog tempo, dat ik nu gewoon iedereen even toesta om verduidelijkende vraag op zijn antwoorden te stellen. Want dan hebben we dat maar gehad en volgens mij helpt dat ook voor de discussie, merk ik hier. Mijnheer Vos, gaat uw gang. De heer Vos: Want in dat geval zou ik mijn vraag ook willen stellen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Vos: Fijn. Dank u wel. Ik wil eigenlijk reageren op de opmerking van de wethouder met betrekking tot de solvabiliteit. Hij zegt het gaat de goede kant op. Ik zie dat het pijltje toch naar beneden gaat. Dus ik ben een beetje verrast over de mededeling dat solvabiliteit de goede kant opgaat en hetzelfde geldt voor de schulden en naar aanleiding van bezoekersaantallen bij het zwembad.
Volgens mij is heel nadrukkelijk ook aangegeven in de presentatie van het bestuur van sportorganisaties dat ze eigenlijk calculeren met 80.000 mensen en dat is dan redelijk maar eens uitgaven 100.000 en moet er een taakstellend verhaal komen? Dat is eigenlijk het belangrijkste en dat was volgens mij tijdens de presentatie de laatste keer een van de heikele punten, want ieder jaar zijn we aan het bijlappen, omdat we uitgaan van een te hoog aantal. Moet dat dan niet bijgesteld gaan worden, moet dan niet die taakstelling anders gesteld worden? Ik geloof dat ik het niet duidelijk zeg, als ik uw gezicht zie. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Mijnheer De voorzitter, mijnheer Vos stelt heel duidelijk, en ik begrijp hem ook nog, alleen de vraag is of je hier deze discussie wil gaan voeren. Uiteindelijk voeren we de discussie tijdens de presentatie met het zwembad, en volgens mij zijn we daar op een goeie manier ook uit mekaar gegaan, met te constateren van, dat gat zoals het vastgesteld is tussen de oorspronkelijke besluitvorming van de raad en het
werkelijke aantal bezoekersaantallen, daar moeten we een beetje mee leren leven. Dat is ook daar voorgerekend. Ik zou niet weten hoe ik daar weer opnieuw een discussie over moet gaan voeren, tenzij u zegt, in het kader van de begroting, ik wil daar iets nu iets mee gaan doen. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Dat laatste wat u zegt, dat lijkt mij handig en goed want als wij alsmaar rekenen op een subsidiebijdrage gebaseerd op 100.000 bezoekers die we nooit van zijn langzalzeleven halen, altijd rond de 80.000, wat echt een heel mooi aantal is. Dan zou je dus inderdaad de begroting moeten aanpassen en die taakstellende begroting op 80.000 mensen moeten zetten, niet op 100.000 want anders zal jaar na jaar die sportorganisatie, dat bestuur, tekortschieten en dat is eigenlijk. Een beetje onterecht, lijkt mij, want in een ver verleden is er een streefaantal genoemd. Dat wordt nu iedere keer gehandhaafd en omdat we eigenlijk dat streefgetal te hoog hebben gelegd, zadelen we nu het bestuur van het zwembad ieder jaar op met de taak om te gaan scheumen om geld erbij te halen. En daar doen we onszelf ook tekort mee, want daardoor hebben we ieder jaar weer dezelfde discussie. Moeten we weer gaan bijlappen? De voorzitter: De wethouder. De heer Van Midden: Wat de heer Vos constateert, dat klopt natuurlijk.
Dus uiteindelijk hebben we elk jaar discussie, alleen van die discussie wil ik juist af door te laten zien vanuit het management van het zwembad, we doen het gewoon hartstikke goed. We doen het beter dan de benchmarken om het zo maar even te zeggen, als het gaat om het aanbod van de diensten en ook de bezoekersaantallen, de ontwikkeling van de bezoekersaantallen. Op het moment dat u als raad het anders wilt, laat u weten hoe dat dan wilt hebben. Maar vooralsnog hebben we uiteindelijk te maken met én de bijdrage die wij betalen van ruim twee ton plus het tekort van het verlies wat we hebben? Dat is de wereld zoals hij in ieder geval binnen het zwembad nu is. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ik denk dat we als raad moeten overwegen, inderdaad, om die norm opnieuw te gaan bekijken en op basis van een aangepaste norm gaan zeggen, dat is een reëel aantal 80.000. Dat is ook te realiseren en geen genoegen te nemen met ieder jaar de rituele dans dat we erbij moeten lappen, waarvan we eigenlijk het jaar daarvoor al weten dat we tekort gaan schieten, want daarmee maken we de begroting niet helderder. En volgens mij is dat hier aan deze tafel algemeen de mening ook wel, dat het zwembad het goed doet.
Het is een schip van bijleg dat is voor ieder zwembad, maar om ons zelf eigenlijk zand in de ogen te strooien door jaar na jaar die norm te hoog te houden, vertroebelen we de begroting en vertroebelen we ook het goeie werk wat de stichting doet. De voorzitter: Heeft nog meer vragen? De heer Vos: Ja, ik wil nog graag reactie op mijn opmerking over de cijfers dat de solvabiliteit helemaal niet zo vrolijk oogt. Van uw verhelderende grafiekje word ik niet blij. En u zegt dat we de goede kant opgaan dus dan moet ik hem misschien op zijn kop houden of hem anders interpreteren. Ik weet het niet. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: De heer Vos en ik behoren allebei tot de verloren generatie, maar we hebben toch allebei een ander soort blijheid, om het maar even zo te zeggen. Ik ben blij omdat we uiteindelijk van de
solvabiliteit van, wat is het, al meer dan twee jaar geleden, van onder de 10 procent afkomen en nu zitten we boven de 20 procent. Als ik zelf ga rekenen dan zit ik iets hoger dan wat u daar heeft staan, even niet rekening houdend met extra financieringen. Dus in die zin zit zitten we gewoon aan de goeie kant van het spectrum. Alleen de marges, en dat is wat Liberaal Laren ook al zei, zijn natuurlijk heel smal en juist omdat die marges zo smal zijn moeten we ook de goede keuze steeds proberen te maken en ook voor onszelf bepalen van, wat is uiteindelijk een niveau wat we willen hebben tot de lengte van jaren. Daarover gaan we het gesprek aan. Dus in die zin treft u mij ondanks mijn verloren generatie redelijk blijmoedig aan, want het is veel slechter geweest. Zo simpel is het, mijnheer De voorzitter. De heer Vos: Ik denk op zich dat de raad in de breedte wel in de eerste termijn oproept van als in de toekomst heel veel financiële verplichtingen aangaan dan willen wij daar toch in samenhang een oordeel over kunnen vellen omdat steeds elk los project niet iets zegt over wat het voor de algemene financiële positie betekent. Volgens mij heeft u daar begrip voor getoond en daar moeten we ook iets mee, he? U heeft een toezegging gedaan. De heer Van Midden: Daar moeten we zeker iets mee.
Als u eens kijkt, mijnheer De voorzitter, naar de situatie van Laren; tot in het verleden bungelden we onderaan als het gaat om de financiële lijstjes. Inmiddels hebben iets naar boven opgeschoven, maar we staan bovenaan als het gaat om meest aantrekkelijke gemeentes van Laren. Dat komt omdat ons voorzieningsniveau zo goed is en dat heeft ook zijn prijs. Daar moeten we uiteindelijk die goeie balans in zien te vinden. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Mag ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: Daar mag u op reageren. De heer Vos: Dan kan ik er ook nog wel bij halen dat het gelukkig niet zoveel geregend heeft, maar dat is helemaal geen steekhoudend argument. Als ik kijk naar de staatjes zoals ze er staan, dan zie ik gewoon puur percentages, zie ik getallen en die zeggen mij niks over de woonkwaliteit of de staat van mijn gazon. Er staat alleen maar een netto schuldquote, waarvan ik alleen maar kan constateren: die loopt op. Hetzelfde geldt voor de solvabiliteit. Hij was misschien nog beroerder, ben ik helemaal met u eens, maar de tendens stemt mij niet gelukkig. De voorzitter: Ik denk dat nu het nu even moet doen met het antwoord dat de wethouder gegeven heeft. Wij gaan het zo meteen doen met uw oordeel verder. Heeft nog meer vragen? Dat was het? De heer Vos: Dan laat ik het hier even bij. De voorzitter: mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik wacht op de normale repliekenronde. De voorzitter: Ik zit de vergadering voor zoals ik dat elk jaar doe. Namelijk dat u in de eerste termijn van het college al meteen de verduidelijkende vragen kunt stellen. Dus als u zegt, mijn vragen zijn beantwoord. Ik ga zo meteen vinden wat ik vind, dan doen we dat zo. Heel goed. Kijk ik nog naar de heer Van den Berg. Zijn uw vragen allemaal …
Mevrouw Timmerman-Hamers: Voorzitter, nee, mijn vragen zijn nog niet beantwoord en ik heb er nog het een en ander over te zeggen, maar er komt, dacht ik, zo nog een repliekenrond. De voorzitter: Zeker, maar als u nog een verduidelijkende vraag aan de wethouder hebt op grond van zijn antwoorden op uw vragen, maar kunt u die nu stellen? Kan ook straks. Mag ook. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg Voorzitter, dank u wel. Een verduidelijkende of aanvullende vraag die naar mijn idee onvoldoende aan de orde is geweest of helemaal niet: een van de vragen die ging over de financiële administratie en dit is de begrotingsvergadering, maar daaraan gekoppeld zit natuurlijk ook de implementatie van het riskframework. Er waren twee vragen en ik zal hem dan nu maar verfijnen tot: heeft u één voorbeeld van een aanpassing die er heeft plaatsgevonden? Dat was vraag 4 in eerste instantie en vraag 5 was: welke aanpassingen worden door u in 2024 voorzien? Laten we ons dan nu ook beperken tot een voorbeeld wat u voornemens bent volgend jaar aan te passen, zodat u in uw verhaal van het riskframework die vraag heeft beantwoord. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer De voorzitter. Ik heb verschillende voorbeelden gegeven.
Als we kijken naar de aanpak van het riskframework, hebben we twee dingen gedaan, twee belangrijkste dingen gedaan: we hebben aan de ene kant gekeken, wat zijn vanuit het college gezien onze belangrijkste strategische risico's als het gaat om het verwezenlijken van onze opdrachten. Die hebben we in kaart gebracht, daar hebben we ook cijfers bij gezet, dus die stap hebben we gemaakt dat geeft heel veel inzicht, kan ik zeggen. Het tweede is, wat zijn nou uiteindelijk de belangrijkste operationele risico’s en die liggen met name in die BEL-organisatie. De BEL-organisatie, de controle is bezig het framework wat ooit bedacht is verder te implementeren. Die is in gesprek, ook met de teamleiders om te bepalen wat zijn nou de belangrijkste risico's in het domein waar jij voor verantwoordelijk bent en welke beheersmaatregelen tref je en heb jij een beeld ook uiteindelijk of die beheersmaatregelen effectief zijn? Die stap wordt steeds meer gemaakt. De eerste verkenning is geweest van, wat zijn de belangrijkste risico's? Van daar uit worden dan de verdere stappen gemaakt. Dus we zijn op weg.
Het is ook onderdeel van VIPE om dat uiteindelijk ook veel beter te krijgen en met name ook die teamleiders wat meer ook in die verantwoordelijkheid te drukken dat op het moment dat risico’s zich op een bepaalde manier ontwikkelen, zich ook tijdig melden binnen het managementteam om daar adequate maatregelen op te voeren, dus het helpt ons om uiteindelijk veel korter op de bal te kunnen zitten. De voorzitter: Dank, mijnheer Van den Berg. Dan ga ik naar de volgende wethouder. Dank aan de heer Van Midden. Dan vraag ik naar voren de heer Den Dunnen. De wethouder van financiën heeft altijd de grootste inbreng bij de begroting. Als u een interruptie wil doen bij de wethouder, omdat u een verduidelijkende vraag heeft, kan dat gewoon tussendoor, he? Meneer Den Dunnen, gaat uw gang. De heer Den Dunnen: Dank u, mijnheer De voorzitter. Dan zal ik gelijk maar als babyboomer erin springen. Ik heb bij de formatie stilgestaan bij het enorme ambitieniveau wat het college toen had en ik moet zeggen dat ik verheugd hebt gekeken naar het collegeprogramma en naar hetgeen wat er nu ligt, dat die ambitie daadwerkelijk geëffectueerd gaat worden en de tweede constatering die ik daarbij moet doen, is dat het vertalen van ambitie in visies en in uitvoeringsplannen, dat dat toch ook veel tijd kost.
Ik ga beginnen met de motie van VVD met betrekking tot het voorbereiden van een pilot venstertijden vrachtverkeer. Ik zou deze motie over willen nemen. Dan is dat wel vooruitlopend op de verkeersvisie. Op dit moment zijn we aan het experimenteren met de blauwe zone bij het Singer en daar constateren we dus dat zo'n experiment redelijk
veel ambtelijke capaciteit vraagt. Het vraagt nogal wat uitwerking. Verordening moet aangepast worden, je moet kijken naar ontheffingen en dergelijke, dus dat vraagt nogal wat ambtelijke capaciteit. Dus als ik dit honoreer, dan zult u ook moeten accepteren dat de verkeersvisie iets verder naar achteren schuift. De voorzitter: Wethouder, even voor de scherpte: ook uw ambitieniveau is niet stuiten, maar het is even aan het oordeel van de raad of ze inderdaad voor de motie stemmen of we hem gaan uitvoeren. De heer Den Dunnen: Maar ik wijs even op de consequentie, mijnheer De voorzitter. De voorzitter: Ja, nee, helder. Maar u zegt ik neem ik neem hem graag over. Wacht nog even de stemming af. Gaat uw gang. De heer Den Dunnen: Dan vraagt de motie Groen Laren onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden van het perceel Eemnesserweg voor sociale woningbouw. Dat komt mij bekend voor als een voorstel van, in de vorige raad dacht ik nog, van Larens Behoud. Ik denk dat dit onderdeel moet zijn van het vlekkenplan en dat zullen we daar ook in meenemen. Voor wat betreft Groen Laren, de motie … even kijken, wat was het ook alweer … onderzoek doen naar de mogelijkheid van de inzet van betaald parkeren. Dat zal zeker bij de verkeersvisie terecht moeten komen.
Wat hier ook heel belangrijk is dat wat de stakeholders hiervan vinden en met name ook Bijzonder Laren hoe die daarover denken? Want over het algemeen is betaald parkeren voor de winkelnering niet zo positief, maar we gaan dat zien en we zullen het zeker bij de verkeersvisie mee inbrengen om daar een gedegen oordeel over te hebben en ook een goede afweging te kunnen maken tegen die tijd. De Ligweide. Wat is de stand van zaken daarvan? Op dit moment is het zo dat de verkoop van de woningen, met name de twee-onder-een-kappers, nog niet helemaal wil vlotten. Een tweede probleem wat zich heeft voorgedaan is dat de nutsbedrijven veel langer nodig hebben met het aanleggen van hun nutsvoorzieningen dan in de planvorming was voorzien. Dat wordt pas, zoals het nu lijkt, week 17 volgend jaar. En het staat in het bouwrijp maken, dus degene die het af moet nemen, daar staat in bouwrijp maken en bouwrijp is inclusief nutsvoorzieningen. Dus de ontwikkelaar heeft gezegd, wij hebben dus nog even tijd om de verkoop van de twee-onder-een-kapwoningen verder in de markt te doen zetten en wij moeten spoed zetten achter de nutsbedrijven om hun aan te sporen tot het aanleggen van de nutsvoorzieningen. Dan kan pas de grond bouwrijp worden overgegeven. Dat wordt dus niet meer dit jaar. De voorzitter: Mevrouw Timmerman ter interruptie.
Mevrouw Timmerman-Hamers: Kunt u misschien ietsje harder praten? De heer Den Dunnen: Ik zal het proberen. Iets dichterbij. Dan de kosten voor het Brinkhuis. Daar is collega Van Midden uitvoerig op ingegaan. De kosten voor verkeer zijn nog niet begroot. Nee, dat klopt. We zullen eerst de visie moeten maken dat we weten wat we gaan doen en dan kunnen we ook begroten. Die visie die komt, laten we zeggen, halfweg volgend jaar, dus bij de kadernota volgend jaar zouden ook de kosten van de verkeersvisie naar voren komen. Tergooi. Parkeren bij Tergooi. Ik heb gisteren een overleg bijgewoond over het parkeren bij Tergooi en het blijkt dat daar heel veel ontwikkelingen zijn. Op dit moment is het zo dat het verpleeghuis Naarderheem daar zijn intrek in genomen heeft voor een gedeelte. Er zijn plannen met betrekking tot het verhuisvesten van statushouders. Tergooi zelf heeft aangegeven dat ze toch met een aantal poliklinieken nog terug willen naar de plaatsen daar. Dus er wordt geïnventariseerd van, wat zijn al deze activiteiten, wat blijven er aan parkeermogelijkheden over? Vervolgens hebben we gisteren afgesproken dat de directeur van Singer als eerste het initiatief gaat nemen om met de projectontwikkelaar daar te gaan praten van, hoeveel ruimte blijft er over, hoeveel ruimte kan het Singer daarvan krijgen en hoe kunnen we een
pendeldienstje opzetten in geval van grote tentoonstellingen tussen het Singer en de parkeerplaatsen bij Tergooi? De vijver op De Brink wacht op uitvoering. Op dit moment is het bestek in voorbereiding, de vergunningaanvragen zijn in voorbereiding, dus dat loopt volgens het plan zoals dat het laatst is geworden. Eenvoudig taalgebruik, die motie zijn we niet vergeten maar ik zal hem nogmaals onder de aandacht brengen van de afdeling communicatie, zodat zij inderdaad in alle uitgaande stukken, maar ook hier interne stukken, daar aandacht aan besteden. Groen Laren, bouwen en geen extra middelen. Nee. Ook daarvan zeggen we dus, we moeten eerst de plannen hebben. Eerst kijken waar kunnen we bouwen, voordat we kunnen zeggen van, wat gaat dat dan kosten? En dan gaat ook de discussie volgen, natuurlijk, wat gaan we daar dan bouwen? De … De voorzitter: Zeker, mijnheer Vos, gaat uw gang. De heer Vos: Ik waardeer mijnheer Den Dunnen enorm. Maar ik hoor de hele tijd, Er wordt aan gewerkt, wordt aan gewerkt, wordt aan gewerkt. Om maar even met die wethouder Amsterdam te spreken: in gelul kun je niet wonen en volgens mij kunnen we heel snel, als we dat willen, bijvoorbeeld de Eemnesserweg aanwenden en dat hetzelfde geldt voor parkeren. De heer Loeff: Voorzitter, per interruptie, dit is geen verduidelijkende vraag. We willen graag het debat zuiver houden.
De heer Vos: Jawel, maar ik heb mijn vraag nog niet gesteld, mijnheer Loeff, dus als u mij eventjes uit laat praten, zou dat heel plezierig zijn. De heer Loeff: Maar mijnheer Vos begint steeds betogen om vervolgens een reactie uit te lokken. De voorzitter: Zo meteen, de tweede termijn, dan kunt u allemaal vinden wat u vindt. Laten we inderdaad ons nu even beperken tot de verduidelijkende vragen. De heer Vos: Kunt u niet het tempo ophogen? laat ik het dan zo zeggen, als dat een mooie vraag is. De heer Den Dunnen: Als u dat zo concreet vraagt, dan moet ik u eerlijk zeggen, met name op het gebied van verkeer en vervoer is de capaciteit beperkt en de capaciteit die we daar hebben, zetten we in op de kleine experimenten die daar zijn. Ik heb van de week nog een nieuw experiment afgesproken rondom het plaatsen van fietsen. Fietsen, nietjes, ergens een klein dingetje, maar alle plannen vragen hun voorbereiding en alle plannen vragen hun, ja, zucht maar, hun arbeidscapaciteit en er is gewoon niet veel capaciteit op die afdeling. We moeten het roeien met riemen die we hebben en ik probeer, ik ben het zeker met u eens en zeker voor wat betreft bouwen, daar zoveel mogelijk druk op te zetten, maar ik heb wel geconstateerd dat dat niet eenvoudig is. Zeker ook voor de plannen die er zijn voor binnendorps te bouwen, dat dat lange processen zijn en processen die heel veel overleg vragen.
Maar om u tegemoet te komen zal ik u daar, voor wat betreft de Eemnesserweg, proberen dat naar voren te trekken om te kijken, kunnen we dat lostrekken en zouden we daar eerder een plannetje kunnen maken dan dat we voorzien hebben. De voorzitter: Mijnheer Den Dunnen, vervolgt u uw betoog. De heer Den Dunnen: De verkeersexperimenten. Zoals ik al zei, we zijn op dit moment bezig de blauwe zone bij het Singer in te richten. We hebben van de week een eerste bijeenkomst gehad in combinatie met de omgevingsvisie, waar de mensen ook konden reageren op verkeer en verkeersproblemen. En wij hebben van
de week afgesproken dat we ook zullen kijken, of we op een aantal plaatsen in het centrum van het dorp mogelijk wat meer fietsenstalmogelijkheden kunnen maken. Dus dat zijn de experimenten die dus op dit moment lopen en ook de gesprekken die daarover lopen. Dan de effecten van de omgevingswet op de bouwleges. Dat is op dit moment nog niet te zeggen. Sterker nog, u weet dat de Eerste Kamer nog steeds worstelt over de omgevingsvisie en de vraag begint weer boven de horizon te komen of de omgevingsvisie daadwerkelijk per 1 januari in kan gaan, want de Eerste Kamer heeft daar nog geen fiat op gegeven. Zoals het nu lijkt, en dat is even heel erg over de manchet, zou het ongeveer twee ton minder aan legesinkomsten het effect zijn van de omgevingswet zoals die er nu ligt, maar daarvan geeft het Rijk aan dat ze dat zullen compenseren. Dus wat dat betreft moeten we toch echt nog even afwachten van, welke kant gaat het uit en wanneer kunnen we daadwerkelijk beginnen met de invoering van de omgevingswet? Dat waren mijn antwoorden, mijnheer De voorzitter. De voorzitter: Ik kijk nog even rond naar de leden van de raad of zij nog verduidelijkende vraag hebben. De heer Loeff. De heer Loeff: We hadden nog een aanvullende vraag over de gevolgen van rechtszaken en hoe de wethouder daar tegenaan kijkt, omdat er sprake zal zijn van een hele nieuwe jurisprudentie.
Ik begrijp de voorzichtigheid rond de omgevingswet, maar ik ben benieuwd hoe hij dat ziet. Of er na invoering van de omgevingswet ook extra capaciteit op juridische zaken zal moeten worden gezet, omdat de jurisprudentie opnieuw moet worden opgebouwd. De heer Den Dunnen: Ik moet eerlijk zeggen, ik durf daar nog geen inschatting van te maken, want het zal met name heel erg vallen of staan met de wijze waarop er wordt omgegaan met de nieuwe gegevens van de omgevingswet. U weet dat daar de inspraak en de samenspraak met degene die iets wil van cruciaal belang zijn, hoe een bouwplan en dergelijk tot stand gaat komen. Dus het zal heel erg te maken hebben met de attitude, die met name het ambtelijk apparaat zal laten zien, in hoeverre wij daar tegen juridische procedures en dergelijke aan gaan lopen. De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Volgens mij heeft de wethouder hier in deze periode zijn maidenspeech zo ongeveer, zijn eerste optreden gehad, dus daarvoor mijn complimenten, voor de beantwoording. Ik heb eigenlijk nog een verduidelijkende vraag ten aanzien van uw suggestieve opmerking van, als u een pilot wil, dan gaat er iets anders naar achteren. Dat snap ik. Dat zou ik zelf ook zo zeggen.
Maar aan de andere kant, denk wel; we hebben als raad wel de afgelopen jaren ook al meer geld gegeven structureel aan de ambtelijke organisatie om die op te bouwen en verder uit te breiden. Die visie was eigenlijk al tot eind dit jaar beloofd. Hij is alweer een half jaar opgeschoven, dus ik vind het wel een beetje flauw als u dat nu nog een keer zo zegt. Kunt u anders nog niet iets duidelijker aangeven, waarom dat dan zou moeten? De heer Den Dunnen: Wat ik heb aangetroffen is een nieuw hoofd van de afdeling, die recent is aangenomen en die zich nog aan het inwerken is, twee medewerkers die daar met hart en ziel bezig zijn met de lopende zaken en met de lopende zaken zijn zij behoorlijk bezet. Dus om deze extra dingen erbij te doen, en de verkeersvisie zit ook daadwerkelijk in de planning van hun arbeid. Alleen wat u nu vraagt, wilt u dat naar voren halen? Ja, zeg ik, ik wil dat naar voren halen, maar dat heeft wel consequentie dat dat die totale visie dan wat naar achteren schuift. De voorzitter: Ik denk dat u het hier even mee moet doen, mijnheer Koldenhof. Mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman-Hamers: Even een vraagje: u zegt over de omgevingswet, dat vergt een andere attitude ook van onze inwoners, een andere manier van omgaan met. Hoe gaat u dit communiceren met de burger? Want het is nu al november en als het in december toch wordt aangenomen, wat ik wel denk, want eigenlijk wordt de bal met de motie die is aangenomen bij De Jonge neergelegd en die wil het per se laten doorgaan. Dus ik heb er weinig fiducie in dat het alsnog afketst. Hoe gaat u dit communiceren met de burger? De heer Den Dunnen: Zoals u weet hebben wij van de week een inloopavond gehad in het Brinkhuis, waar de omgevingswet op grote posters gepresenteerd is, waar de inloper reacties konden geven. Waar ze gesprek konden aangaan met de mensen, de ambtelijke staf die daarbij aanwezig was. Vervolgens hebben we een tent gehad bij de Jumbo van de week, waar je dus bij de koffiebar ook weer de reacties zou kunnen geven en vragen had kunnen stellen rondom de omgevingswet en de inhoud van de omgevingswet. Als het goed is, staan ze vandaag op de markt, een aantal medewerkers van ons, die ook daar weer informatie geven en flyers uitdelen, dat als u reacties heeft en als u nog wat verder wil, dan kunt u ook schriftelijk en digitaal reageren op wat er op dit moment van de omgevingswet bekend is en hoe het er voorstaat. Dus dat is het communicatietraject wat op dit moment gelopen wordt.
De voorzitter: Mevrouw Timmermans, een vervolgvraag? Mevrouw Timmerman-Hamers: Dat is allemaal prima. Ja, een vervolgvraag. Maar ik heb er bijvoorbeeld in het Larens Journaal niets over gelezen. Mensen moeten het wel weten. De voorzitter: De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Als dat nog niet gebeurd is dan zullen we daar alsnog aandacht aan moeten besteden. De voorzitter: Mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer De voorzitter. Het heeft wel degelijk in het Larens Journaal gestaan en daarbij heb ik nog een opmerking: de bijeenkomst gister bij de Jumbo is vanwege de storm afgelast en verplaatst naar volgende week donderdag. De voorzitter: Kijk, dat is actuele informatie. Dank u wel. Dan was dat, wat mij betreft, de reactie van de heer Den Dunnen, waarbij die twee toezeggingen heeft gedaan: verduidelijking over eventuele uitvoering van de motie over verkeer, dat dan wel een andere prioriteit naar achter geschoven zal worden en hij heeft een toezegging naar de fractie van Groen Laren gedaan over het mogelijk naar voren halen van het project aan de Eemnesserweg, voor de duidelijkheid van de verslaggeving. Dank u wel mijnheer, Den Dunnen en complimenten. U schuift moeiteloos in weer in het gemeentebestuur als wethouder. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Hier de volgende boomer, het is niet anders.
Ik begin bij een motie van de VVD over het BIZ het onderzoek naar de mogelijkheden om te kijken of er bijdragen komen middels heffing voor investeringen die wij doen in de openbare ruimte. Ik denk dat het goed aansluit bij hoe wij kijken naar het profijtbeginsel, ook met onze plannen en ideeën over de forenzenbelasting, dat we zoeken naar mogelijkheden om dekking te vinden van kosten bij mensen die ook daadwerkelijk profiteren van datgene wat gaat gebeuren in het centrum, dus wij omarmen deze motie. We bevelen hem aan. Dat is, denk ik, de juiste constatering in het licht van de eerdere opmerkingen van De voorzitter. De motie van D66 over het Gooische Nest. Die ontraden we. Het loopt ver vooruit op de besluitvorming. Ik heb nog geen stuk gezien, dus ik denk dat we op basis van de inhoud moeten beslissen of iets wel of niet past bij de manier waarop we met welzijn willen omgaan. U weet
dat dit soort stukken ook u passeren in één of twee lezingen, dus dat lijkt me meer dan voldoende om op dat moment uw opvattingen daarover te geven. Dan Groen Laren. Een standpunt van de MRA, duidelijk te maken als het gaat over natuur. Ja, dat is een permanente actie. Als we kijken naar het verleden dan zien we in de verstedelingsstrategie van de MRA heel duidelijk het groene karakter van de Gooi en Vechtstreek benadrukt, daarin geborgd. Dat betekent ook dat je de MRA daarin als bondgenoot hebt, ook de kracht van het landschap is daarin heel sterk in, benadrukt. Dat zijn ook typische dingen die we graag hier vanuit ‘t Gooi beschermd zien, dus ik denk dat dat gebeurt. En ook in de concept-propositie voor de MRA die nu in behandeling is, die hier ook in de commissie is geweest, zien we ook heel duidelijk het groenblauwe karakter van de Gooi en Vechtstreek benadrukt en naar voren gebracht richting de MRA. Ik denk dat dat aangeeft dat we hier genoeg aan doen. Dan de motie over … De voorzitter: Wethouder, wat is uw advies over de motie? De heer De Groot: De motie is, ik zou zeggen, overbodig maar ... De voorzitter: Gaat u door. De heer De Groot: Openbaar toilet. Die zeg maar onderzoek doen, terwijl die dan ook vervolgens in een jaar gerealiseerd moet worden met locatieonderzoek en dat soort dingen. Dat ontraden we zeer.
Ik heb ook de woorden van de heer Westerkamp in mijn oren geknoopt om niet in dit soort dingen te investeren. We hebben wel gewerkt in de afgelopen periode om binnen de horeca met het Singer en Brinkhuis … De heer Koldenhof: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: De wethouder bedoelt, denk ik, mijnheer Westendorp in dit geval. De heer De Groot: Dat klopt. Ik moest wel even aan mijnheer Westerkamp denken, maar het is inderdaad de heer Westendorp. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder gaat door. De heer De Groot: Dus ook dat indachtig, maar ook dat dit hier gevraagd wordt om een locatie te vinden zonder dekking, zonder te weten wat het is, wat het structureel kost. Ik denk, hier kan ik niets mee, dus ik ontraad deze zeker. Ik ga door. CDA, herontwikkeling college De Brink. U heeft een aantal vragen gesteld. De antwoorden daarop zijn allemaal ja, maar wel met een kanttekening. De kanttekening is dat de huidige bestemming, en dat is ook in lijn met de opmerking van mevrouw Van Dorst: het is een onderwijsinstelling, een technische onderwijsinstelling, die we hard nodig hebben, waar op dit moment nog steeds 530 leerlingen les hebben. Een stabiliserend aantal, waarbij ook initiatieven genomen worden om deze school aantrekkelijk te hebben en te houden. Er zijn inderdaad gesprekken geweest met Huizen over mogelijke verhuizing .
Op het moment dat de school dat wil, dan gaan we daar nadrukkelijk over in gesprek. Ik hou wat dat betreft ook wel de vinger aan de pols natuurlijk. Ik weet ook wel hoe belangrijk deze plek is in het dorp, maar het is nadrukkelijk aan de school om de richting te bepalen. We hebben daar ook op zich helemaal niets over te zeggen. Het is denk ik zelf vanuit initiatieven in het verleden geweest dat die school er is. Zolang ze niet zelf weg willen, duwen wij ze niet weg. Dan de intrigerende vraag van Groen Laren, ik meen dat hij ook vanuit de andere fractie nog kwam, over de meer ontvangen gelden voor het portefeuilleonderdeel duurzaamheid. Dat