Transcript extra raadsvergadering 3 juli 2024
Tekst van het document
De voorzitter: Dank, mevrouw Timmerman. Helder. Dat zijn zes behoorlijke puntige inbrengen met een duidelijk betoog. Met ook zorgen over het financieel perspectief van de gemeente, met ook duidelijke hints naar het college waar bezuinigd kan worden en duidelijke hints waar ook geïntensiveerd kan worden. Met andere woorden, de raad biedt het college een behoorlijk divers mandje aan suggesties voor de uitwerking van de begroting aan. Ik kijk even naar het college. Ik denk dat de schorsing niet nodig is. De heer Van Midden zal met name de beantwoording over de financiën en alles verder rondom zijn portefeuille voor zijn rekening meenemen en dat zal het leeuwendeel zijn. De heer De Groot zal zich met name richten op de onderwijshuisvesting en de duurzaamheid heb ik met name teruggehoord. En de heer Rood alles rondom verkeer en wonen, et cetera. Dat zijn een beetje de hoofdelementen die ik in de algemene beschouwingen terugluister. Ik verzoek de leden van het college ook even goed hun WhatsApp in de gaten te houden want daar wordt ook de ambtelijke bijstand via verleend. U krijgt in de mail een overzicht van alle gestelde vragen. Dan ga ik als eerste de heer Van Midden vragen te reageren namens het college. Wil hij daarvoor gebruikmaken van het spreekgestoelte? De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik pak een aantal dingen gewoon even in zijn algemeenheid.
Allereerst het zeg maar ravijnjaar. Dat komt er gewoon aan en daar hebben we als alle ruim driehonderd gemeenten ook mee te maken. En ons motto, als de hemel omlaag valt hebben we met zijn allen een blauwe pet, dus hebben we allemaal daarmee te maken. Wat we nu vooral aan het doen zijn, dat hebben we in onze Kadernota ook gedaan en dat is ook overeenkomstig het VNG-advies, is gewoon transparant maken van, nou, Pagina 30 van 53
wat gebeurt er nu en waar ontstaat het gat? Nou, dat hebben we in de Kadernota proberen aan te geven eigenlijk langs drie lagen. Van nou, wat is nou het effect van de daling van de algemene uitkering? Nou, die is ongeveer 1,5 miljoen, is ongeveer 5 procent van de begroting. Ik heb twee weken geleden met alle wethouders van financiën met de commissaris van de Koning Noord-Holland bij elkaar gezeten, waaronder ook de grote steden Amsterdam, Zaandam, Velsen. En dan zie je eigenlijk dat we eigenlijk als we kijken naar de verhoudingen in de begroting eigenlijk met zijn allen hetzelfde effect ondervinden van die daling van die algemene uitkeringen. We zijn 3 tot 6 procent van onze begroting kwijt. In de Kadernota laten we ook zien wat de, ja, wat we noemen autonome ontwikkelingen zijn, de stijging van de prijzen en stijging van de lonen. Nou, daar kunnen we ook eigenlijk heel weinig aan doen. Bovendien willen we alle zeg maar mensen die voor ons werken ook fatsoenlijk betalen dus ook conform de cao. Alleen je ziet dat het doorwerkt in alle regelingen die we hebben. Niet alleen zeg maar onze eigen BEL-organisatie maar ook in de regio, in de Veiligheidsregio, eigenlijk alle gemeenschappelijke regelingen. Dat heeft best wel een groot effect. Nou, dat hebben we ook laten zien in de Kadernota.
En dan uiteindelijk proberen we ook te laten zien van, joh, maar welke ruimte hebben we nou om echt beleid te kunnen voeren, echt nieuwe dingen te kunnen doen? Nou, daar zie je eigenlijk op dit moment dat het, ja, ik noem het steeds klein bier is maar redelijk klein bier is, je heel weinig manoeuvreerruimte hebt. Waarbij we ieder geval in de Kadernota zien dat de investering in het onderwijsprogramma de komende jaren een van de grootste investeringen is. Nou, dat betekent dat we voor 2025 nog een resultaat hebben van 8 ton ongeveer. Althans, schatten we in. We zullen uiteraard ook in antwoord op de vraag van de heer Koldenhof zoveel mogelijk alles wat we zeg maar in staat hebben in de reserve stoppen om het gewoon op te potten. Dat hebben we ook gedaan vorig jaar. Dit jaar is dan voor 2023 het resultaat iets minder maar dat gaat ook naar de reserves en dat zullen we dan het komend jaar ook blijven doen. Ja, en dan krijgen we in 2026 het ravijn waarbij er dus een flink tekort optreedt van 1,5 miljoen. Hoe gaan we daarmee om? Dat is ook de vraag die eigenlijk iedereen stelt. We hebben het ook in de Auditcomité besproken. Daar hebben we gezegd van, nou, we gaan als Auditcomité in december bij elkaar komen en dan gaan we bespreken van welke scenario's zijn er nu of zien we zitten om uiteindelijk tot bezuinigingen te komen.
Nou, dat traject gaan we in, daar zullen ongetwijfeld mooie dingen uitkomen. En die zullen we dan in januari is de planning geloof ik even zo uit mijn hoofd ook met de commissie en met de raad gaan bespreken. Wat ik wel zie, en dat vind ik best wel een lastige, is ook in de gesprekken met de wethouders van andere gemeenten dat de bezuinigingen over het algemeen heel klassiek zijn, om het zo maar even te zeggen. Er wordt gekeken naar bezuinigingen op subsidies, het zwembad wat dichtgaat, bezuinigen op het groen en dat zijn allemaal vrij voor de hand liggende dingen maar zijn ook even zeg maar de dingen die je eigenlijk ter beschikking hebt als je echt wil bezuinigen. Nou, we hebben gezien met groenonderhoud, daar hebben we in 2020 en 2021 op bezuinigd, dat je uiteindelijk in de loop van de tijd en de deskundigen zeggen over dat is meestal een periode van drie jaar, daarvan de rekening betaalt. Dus uiteindelijk zeg maar, ja, wellicht nog meer kwijt bent om uiteindelijk het herstel te betalen van de gevolgen van die bezuinigingen dan zeg maar het effect van de bezuiniging zelf. Dus daar moeten we in ieder geval heel voorzichtig mee zijn. Dus kort samengevat, we gaan daarover in gesprek maar in eerste instantie wel binnen de Auditcommissie daar met de financieel deskundige scenario's voor ontwikkelingen. Wij weten ook niet hoe het kabinet zich verder zou gedragen.
We hebben gezien in het akkoord dat er wat uitspraken gedaan zijn over de voorgenomen bezuiniging in de Jeugdwet, jeugdzorg van 511 miljoen die teruggedraaid wordt. Er worden wat uitspraken gedaan ook over de SPUK, de SPUK-uitkeringen die dan, nou ja, althans is het voornemen, overgeheveld worden naar de algemene uitkering. Maar dan met een korting van 10 procent op de SPUK-uitkering zoals ze nu lopen. Daar wordt gesproken ook over het vervallen van opschalingskorting waar wij natuurlijk als kleine gemeente mee te maken hebben. Maar er staat bijvoorbeeld ook in dat eventueel beperkingen opgelegd worden als het gaat om de OZB-verhoging dus dat maakt het ook alweer lastig. Dus wat uiteindelijk de uitkomsten daarvan zullen zijn, dat weet niemand. Wat we wel zien is dat de algemene uitkering gaat Pagina 31 van 53
veranderen. De heer Koldenhof geeft in zijn betoog aan het trap op, trap af systeem en suggereert dat ook voor de regio te doen. De Rijksoverheid gaat juist van de trap op, trap af systeem af, die gaan een indexatiesysteem inrichten wat gebaseerd is op het bruto product ingaande 2022 dus eigenlijk met terugwerkende kracht. Dus die trap op, trap af systematiek wordt helemaal verlaten. Dus er wordt een soort, veel meer een soort geleidelijke systematiek en waarbij die schokken dan zeg maar zoals ze met trap op, trap af waren voorkomen worden. Bruto binnenlands product is de techniek ervan. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Koldenhof. Ja. De heer Koldenhof: Ja, dank u, voorzitter. Maar zegt u daarmee dat het ook verboden is om het op die manier te blijven doen? Ook al zegt het Rijk, wij doen het zeg maar op een andere manier of we adviseren het op een andere manier. Allemaal niet, ik begrijp niet goed wat u, wat het tegen zou houden om met de regio organisatie daar ook over te praten? Want ja, als wij minder geld krijgen, waarom zou dat dan niet met hun besproken kunnen worden? Anders begrijp ik u niet goed. De voorzitter: De wethouder. De heer Van Midden: Nee, ik zeg niet dat het ... Ik, mijnheer de voorzitter, ik zeg niet dat het niet kan besproken worden. U suggereert zeg maar trap op, trap af systeem ook voor de regio te gaan hanteren.
Nou, dat gaat verdwijnen. Maar ik wil best met de regio een trap op, trap af systeem hanteren hoor. Dat als wij minder krijgen dat de regio ook minder krijgt hè want dat is eigenlijk wat u wilt. Ja. Maar mijn opmerking was in zijn algemeenheid van trap op, trap af systeem is juist een systeem waar we met zijn allen vanaf willen omdat we toch gezien hebben dat het te veel schokken teweegbrengt in een uitkering. Nee, dat niet maar goed, laten we die technische discussie maar niet meenemen. Even kijken, ik pak dan even de dingen ook. De interne beheersing van de BEL-organisatie, wat CDA ook aankaartte. Nou ja, ik heb daar uiteindelijk ook wat over gezegd in het bespreken van de Jaarrekening, dat heeft echt prioriteit en daar moeten we echt nu stappen in nemen en wij zullen ook met een plan komen. Wij hebben op dit moment een tijdelijke invulling van de controllerfunctie van Saskia die hier net bij zat maar uiteindelijk gaan we ook die functie zeg maar vast inrichten. Mijn grote ambitie is om vanuit die nieuwe controllerfunctie uiteindelijk ook het hele risicobeheersing en procesbeheersing gewoon structureel goed op te zetten. Dan is het groenbeheer, het onderhoud ervan. Ja, daar is inderdaad, daar is gewoon heel veel chagrijn over en eigenlijk op alle fronten. Om even een korte schets te geven waar wij vandaan kwamen.
We hebben tot oktober of september vorig jaar hebben we het SIGHT-contract gehad. Nou, daar waren we met zijn allen ontevreden over. Ook SIGHT, die heeft uiteindelijk het werk gewoon domweg uit zijn handen laten vallen waardoor we op dat moment een waanzinnig probleem hadden. Dat heeft eindelijk ook geleid tot een afkoopsom richting SIGHT van het contract van ruim 2 ton die dan in de Jaarrekening van het jaar ervoor is opgenomen of in de Jaarrekening is opgenomen. Vanaf dat moment heeft de buitendienst het onderhoud op zich genomen. Dat konden we ook doen omdat in de periode oktober tot januari, februari de plantjes en de bloemetjes en het gras niet zo hard groeit dus we waren goed in staat om dat te onderhouden. Ik moet zeggen, in die periode zag het dorp er ook een stuk beter uit dan onder het SIGHT-bewind. Inmiddels is dat wat veranderd. We hebben ook, en dat is natuurlijk, op een gegeven moment komt alles samen, met uitzonderlijke klimatologische omstandigheden te maken met hoge temperaturen, hoge vochtigheidsgraad waardoor alles groeit als een bezetene. Wat we nu gedaan hebben is dat wij vanaf 1 april met de systematiek van vrijwillige transparante aanbesteding het groenonderhoud uitbesteed hebben aan een aantal partijen. En dan moet je denken aan grasmaaien, snoeien, kolken zuigen, nou ja, alle dingen die bij de openbare ruimte terechtkomen.
Dat is een, dat zijn tijdelijke, dat is een tijdelijk contract, zijn tijdelijke contracten tot 1 januari 2026 want in de tussentijd willen we ons Pagina 32 van 53
voorbereiden om een hele nieuwe aanbesteding te gaan doen. En uiteindelijk vanuit die nieuwe aanbesteding zeg maar het structureel goed in te richten met partijen die uiteindelijk zeg maar het hele onderhoud van die openbare ruimte gaan doen. Wat heel erg belangrijk daarin is, en dat is eigenlijk de vraag ook zoals mijnheer Loeff hem stelt, is het college bereid ook aan extra kosten te betalen voor het groenonderhoud? Wat heel erg belangrijk is, is een kwaliteitsdiscussie van het groen. Van, nou, welke kwaliteit willen we waar hebben? Want die vertaalt zich onmiddellijk ook naar budgetten. Daar hebben we een paar weken geleden een soort proeven van gehad in een presentatie van het bureau wat zeg maar die hele kwaliteitsdiscussie en de aanbesteding van het openbaar groen begeleidt. Waarin we met de drie raden gezamenlijk en vanuit Laren was er helaas maar één raadslid aanwezig, twee wethouders en een commissielid. Hans, mijnheer Van Goozen. Waarbij ook zeg maar, ja, gespeeld werd van, nou, stel nu dat je kwaliteit A wil hebben op al je gazons bij wijze van spreken, hoe vertaalt zich dat uiteindelijk in budgetten? En andersom, als je dit budget hebt, hoe vertaalt zich dat in kwaliteit? Nou, wat ik wil doen met de raad is uiteindelijk de discussie over de kwaliteit gaan voeren, ook vanuit het groen beleidsplan wat we opgesteld hebben.
Dat geeft heel duidelijk aan wat wij zien als hoofdstructuren en nevenstructuren en beeldbepalende elementen in het dorp, waaronder de brinken. Ik denk dat we vanuit die zeg maar visie goed kunnen kijken van, oké, als we die structuren hebben, welke kwaliteitsniveaus horen daarbij? En dat varieert van A tot en met D. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een beetje een déjà vu. Ik heb precies deze discussie een jaar of drie, vier geleden gehoord dat we gingen kijken naar verschillende eisen. Ik kan me herinneren dat er A-, B-, Ckwalificatie was want dan konden we heel goed bepalen hoe mooi het kon worden en hoe verwaarloosd het kon worden in de buitengebieden zal ik maar even zeggen, tegen welke prijs. Ik hoor u daarna zeggen dat we eigenlijk een beetje spijt hebben van die exercitie en nu gaan we hem weer doen. Nou, begrijpt u mijn déjà vu, wethouder? De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Ho, stop. Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Een hele andere interruptie. Wat ik graag wilde horen, uw visie wilde horen over het in eigen beheer doen want dat is echt jaren echt prima gegaan.
De voorzitter: Mevrouw Timmerman op hetzelfde punt? Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, inderdaad, daar had ik ook om gevraagd van, waarom is dat niet doorgegaan? Want er wordt nu weer een heel verhaal opgehangen over aanbesteden en dat is natuurlijk allemaal mooi en aardig. Maar dat wordt allemaal buiten de deur gedaan door grote machines en wij willen gewoon dat onze eigen mensen het doen. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, dat de wethouder het nog wel kan volgen na drie interrupties. Maar de interruptie die ik wilde maken is het laatste woord wat die ongeveer uitsprak was, kwaliteit in het dorp. Bij de inbreng heb ik aangegeven dat we graag het hele dorp op één niveau zouden willen hebben. Kunt u daar nader op ingaan? De voorzitter: De wethouder. Overigens, probeert u iets puntiger te beantwoorden. Dank u. Pagina 33 van 53
De heer Van Midden: Ik kon de vraag niet goed verstaan van de heer Van den Berg want of het ‘…’. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: U had het over kwaliteitsniveaus, A, B, C en in mijn inbreng had ik het over een gelijkmatige kwaliteitseis over het hele dorp, of u daar dan wat nader over in kunt gaan? De voorzitter: De microfoon van de heer Van den Berg glijdt naar een heel ander kwaliteitsniveau, misschien kan die even vervangen worden. O, ja, komt in orde. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, eigenlijk is dat wel aan u. Kijk, als u op een gegeven moment zegt van, joh, we willen een gelijkmatig kwaliteitsniveau hebben over het hele dorp heen, dan is dat uiteraard iets wat we moeten bespreken alleen dat heeft ook een bepaalde prijs. Maar die mogelijkheid is er gewoon. Wat de vraag betreft van mevrouw Timmermans over de eigen buitendienst. De eigen buitendienst krijgt ook een plaats zeg maar in het hele onderhoud alleen we zien dat de mensen en de middelen niet aanwezig zijn om het totale onderhoud door de buitendienst te kunnen laten doen. En de déjà vu van mijnheer Vos. Er zijn inderdaad afspraken gemaakt want er is nu een handboek over verschillende kwaliteitsniveaus. Alleen we zien ook met de uitvoering van het contract van SIGHT dat er onvoldoende toezicht was op de uitvoering ervan.
Dat ook als gevolg van de bezuinigingsmaatregelen die getroffen zijn dat al eigenlijk snel verdween en het echt vanuit de kosten aangestuurd werd. Waardoor je uiteindelijk zeg maar een lager kwaliteitsniveau had dan oorspronkelijk de bedoeling was met ook de kosten die daarbij horen. De voorzitter: Ja, dat mag. Deze even eerst. De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Maar dan begrijp ik goed dat het systeem was inderdaad wat we hadden met het kwaliteitsniveau en de prijzen. Maar ik hoor u zeggen, dat klopte wel maar alleen de uitvoering was niet navenant of overeenkomstig de afspraken. Maar dan is het toch een kwestie van, ja, dat een beetje een vies woord in Laren geloof ik, handhaving of nakomen van afspraken, dan had daar toch de oplossing gezocht kunnen worden? De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Daar had die zeker gezocht moeten worden. De voorzitter: De heer Loeff en dan mevrouw Timmerman. De heer Loeff: Ja, ik weet niet wat voor antwoorden maar kijk, ja, dan had die ook gezocht moeten worden. Alleen dat heeft uiteindelijk tot escalatie geleid met SIGHT waardoor het contract zeg maar gestopt is. Maar in de nieuwe situatie waarbij we ‘…’ gaat het nadrukkelijk ingericht worden. En wat we nu zien is dat voor de tijdelijke situatie die we nu hebben, dat we uiteindelijk het toezicht op dit moment veel beter ingericht hebben.
Dat betekent niet dat het allemaal goed gaat, dat gaat het ook niet, maar we zien wel dat als het fout gaat, dat we er bovenop zitten en uiteindelijk heel snel dingen weten te herstellen. Dus dat is in ieder geval de winst maar dat is alleen voor de tijdelijke situatie zoals we die nu hebben. Als we uiteindelijk vanaf 2026 gewoon goede contracten hebben met goede uitvoerders, dan ga je heel sterk sturen op de contracten en natuurlijk in de uitvoering daarvan. Wat in het verleden gewoon niet plaatsgevonden heeft. De voorzitter: Nee, mijnheer Grunwald. Mijnheer Vos. Pagina 34 van 53
De heer Van Midden: Ja, mijnheer Vos, ik kom op die manier kom ik niet door alle vragen heen als we blijven inzoomen op het groen. De voorzitter: Nee, maar snap ik maar de Kadernota moet ook de gelegenheid bieden om te debatteren. Ik kom nog bij een interruptie van de heer Loeff. De heer Loeff: Ja, voorzitter, ik hoor de wethouder eigenlijk de Kadernota nog een keer uitleggen. We zijn bezig met een proces en daar staat een bedrag voor, 125.000 euro. Maar ik hoor niet een antwoord op de vraag die wij stellen heel concreet, een extra impuls in de begroting op te nemen. En dat is een duidelijke wens die ik ook bij de andere partijen hoor. Ik denk dat het verstandig is dat u daarop reageert hoe u de begroting zodanig in gaat richten dat daar meer financiële armslag is om ook meer te doen en dat staat los van aanbestedingen. De voorzitter: Dat klopt. Maar even voor de scherpte, de wethouder beantwoordt alle vragen op volgorde van de inbreng van de fracties en dat was een vraag die later aan de orde kwam. Dus mijn voorstel is, want anders dan zitten we hier echt, wordt het echt heel vroeg in de ochtend, dat we de wethouder de ruimte geven om even puntig de vragen van de fracties te beantwoorden zodat u daar in de tweede termijn wat mee kan en wie weet dat het nog ergens toe leidt. Vraag ik de wethouder om ook even puntig op de inbreng in te gaan. Terug naar de wethouder.
De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, dank u wel. Dan ga ik verder met de sport van het CDA. U vraagt aandacht voor de sport en vertrouwt erop dat de gemeente de sportaccommodaties en de sportverenigingen blijft steunen. Nou, dat zullen we zeker doen. U geeft aan commerciële initiatieven niet toe te juichen van verenigingen. Ja, ik vind dat er eigenlijk niks mis mee is als verenigingen zelf commerciële initiatieven ontplooien om uiteindelijk hun financiële basis gewoon beter te maken. Dat betekent niet dat je dat tot elke prijs wil doen, wat u uiteindelijk zeg maar als gevaar ook ziet. Maar uiteindelijk is het, ja, zie ik ook heel graag dat verenigingen zelf proberen uiteindelijk een financiële basis met eigen initiatieven verder te verstevigen. Dan heb ik volgens mij alle dingen, althans, als het gaat om mijn zaken van het CDA behandeld. Groen Laren heeft het over duurzaamheid. De voorzitter: De fractie van Groen Laren heeft een vraag gesteld over de financiële huishouding. De heer Van Midden: Ja, dat zit ook eigenlijk besloten in mijn antwoord over hoe we met het ravijnjaar omgaan. Kijk, ik zal, wij zien niet als, ik zal niet als James Dean zeg maar keihard op dat ravijn afrijden. Ik wil u overigens wel ook zeggen dat we, dat ik niet alleen in de auto zit maar we zitten eigenlijk met zijn allen in een bus die op het ravijn afrijdt.
En ik denk dat we met zijn allen in gesprek moeten ook gaan hoe we uiteindelijk zeg maar de gevolgen van het ravijn af willen wentelen. En dat is, wat ik al zei, is iets wat we ook nadrukkelijk in de Auditcomité hebben besproken. Overigens verbaasde me dat de heer Vos van Groen Laren het heeft over het brandstofpeil van het vehikel en niet over een elektrische auto, maar dat even terzijde. De voorzitter: Gaat u door. De heer Van Midden: Dan ga ik even naar de meicirculaire. Ja, de meicirculaire, dat is een goede, die is nog niet verwerkt in de Kadernota. Dat gaan we wel op korte termijn doen maar de meicirculaire zoals die onlangs verschenen is in 2024 is er nog niet in verwerkt. Het komt eraan. Even kijken. Nou, ik heb wat de VVD betreft al gezegd over hoe we dan met het tekort omgaan en de opdracht die u me meegeeft. Overigens is vorige week VNG-congres gehad. Het VNG is ook met Sharon Dijksma als frontvrouw gaat nadrukkelijk ook in gesprek Pagina 35 van 53
met het nieuwe kabinet om zeg maar de situatie te bespreken. Alleen het kabinet is zoals u weet vandaag aangesteld en is nog niet zeg maar in staat geweest om die gesprekken te voeren dus dat gaat komen. U geeft ook aan dat jullie gaan een eigen vuist maken richting eigen VVD-minister van Financiën. Dat doe ik via de lijn van de wethouders financiën van de VVD waar ik in een prachtige appgroep zit. Volgens mij heb ik dan de vragen van de VVD. De voorzitter: Er is nog een vraag gesteld over biodiversiteit en groenbeleid. De heer Van Midden: Ja, om dat een impuls te geven. Ja, dat zit in het groenbeleidsplan. Daar hebben we ook al aangegeven dat dat een van de belangrijkste prioriteiten is, naast zelfbeheer. Dus uiteindelijk gaan we daar invulling aan geven. Dat zullen we ook uiteindelijk terugzien ook in de kwaliteitsdiscussie die we gaan hebben. Dan heb ik volgens mij de vragen van de VVD gehad. De voorzitter: Klopt. De heer Van Midden: Larens Behoud heb ik inmiddels volgens mij ook gehad als het gaat om mijn dingen, ravijnjaar, belastingen verhogen. Ja, belasting verhogen. Als college hebben we daar op dit moment de visie over dat we, dat staat in het collegeakkoord, dat we de belastingen niet verhogen. De voorzitter: De heer Loeff.
De heer Loeff: De vraag is dan hoe de wethouder denkt aan een sluitende begroting te komen met die kostenstijgingen die alleen maar kostenverhogend werken? De voorzitter: De wethouder. De heer Van Midden: Ja, maar dat is nou het punt waar we over in gesprek moeten gaan ook met de raad. Kijk, uiteindelijk moet het uit de lengte of de breedte. En als we zien dat we uiteindelijk door bezuinigingen het niet kunnen redden, dan hebben we ook nog andere instrumenten. De heer Koldenhof verwees ook naar de brief vanuit provinciaal toezicht die verschenen is. Hebben we gezegd van, nou, gesuggereerd werd van, nou, ga of onderzoek de mogelijkheid om eventueel incidenteel geld in te zetten. Nou, dat wil ik best wel onderzoeken, daar hebben we op dit moment ook reserves voor om dingen te kunnen doen. Alleen dan moet ik wel zicht hebben op een horizon dus uiteindelijk dat het beter wordt. Want anders, nou ja, bloed ik dood om het zo maar even te zeggen als gemeente. Maar op dit moment ieder geval voor de korte termijn is de OZB nicht im Frage. Maar goed, als uiteindelijk uit gesprek blijkt met de raad dat we uiteindelijk toch met de rug tegen de muur staan, ja, dan moeten in het begin gewoon alle opties bespreekbaar zijn.
Waar we ook nadrukkelijk aan het kijken zijn, en dat is met name ook in de portefeuille van mijn collega De Groot, en dat is ook de wens van het CDA die ook geuit is, welke verdienmodellen kunnen wij vinden om naast zeg maar de klassieke verdienmodellen, klassieke belastingheffing toch nog inkomsten te genereren. Daar hebben we sinds kort een student voor aangesteld, bestuurskunde, en die gaat voor ons wereldwijd onderzoeken of de best practices zijn van vernieuwmodellen van gemeenten die we hier toe kunnen passen. Ik weet niet, zei ik iets raars, mijnheer Loeff? De heer Loeff: Ja, wereldwijd een student op pad sturen klinkt heel mooi. Oké, digitaal.
Pagina 36 van 53
De voorzitter: We hebben een student. Dat is een mooie stap. Ik denk dat de heer Vos daar ook blij van wordt. Ik wijs u nog even op de vraag, mijnheer Van Midden, van de fractie van Larens Behoud of u bereid bent om in de begroting extra budget op te nemen voor een impulsverbetering groenonderhoud en biodiversiteit? De heer Van Midden: Ja, die bereidheid heb ik maar die bereidheid moet u als raad tonen. Kijk, uiteindelijk gaan we met elkaar in gesprek van, hoe willen we het groenonderhoud hebben, bij welk kwaliteitsniveau en welke prijs willen we daarvoor betalen? Alleen voor de korte termijn, uitgaande van wat we nu zeg maar geregeld hebben met die vrijwillige transparante aanbesteding, hebben we gezegd van, nou, om toch nog een extra impuls te geven voor komend jaar hebben we 125.000 euro nodig. Dat is eigenlijk een extraatje op het huidige budget en voor 2026 en verder gaan we met elkaar in gesprek. Als we vinden dat we uiteindelijk veel meer geld daarvoor moeten uittrekken omdat we een bepaald niveau willen hebben, dan is dat ook aan u om daar uiteindelijk een besluit op te nemen. De heer Loeff: Maar voorzitter, bij interruptie, de begroting komt eraan, die wordt nu voorbereid.
Dat betekent dus dat wij nu deze vergadering een motie moeten indienen om het college te verzoeken meer geld te reserveren omdat we anders weer twee jaar achter gaan lopen in de kwaliteit van het groenonderhoud en de impulsen. Begrijp ik dat goed? De cyclus loopt nu gewoon in de start naar november. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, dat klopt. Kijk, en het staat u natuurlijk vrij om een motie in te dienen maar ik probeer te zeggen dat we proberen op dit moment met de partijen die we hebben voor de korte periode het op orde te krijgen. Daar trekken we iets meer budget voor uit om gewoon een verbetering te hebben. Ik denk dat we de echte kwaliteitsslag gaan leveren op het moment dat we zeg maar opnieuw aanbesteed hebben met partijen waar wij een langjarige samenwerking mee zullen hebben. Dus ik zou eerder zeggen van, joh, wacht heel even ook zeg maar voordat we die kwaliteitsdiscussie gevoerd hebben want die gaan we in het najaar in oktober voeren. Dan kunnen van daaruit kijken van, joh, welke budgetten willen we vanaf 2026 en verder beschikken? De voorzitter: De heer … De heer Van Midden: Maar als u zegt van, joh, ik wil niet te lang wachten, ik wil er in 2025 al geld insteken. Ja, dan nodig ik u graag uit om een motie daarover in te dienen. De voorzitter: De heer Loeff. De heer Loeff: ‘…’ overwegen denk ik. Ja. De voorzitter: De heer Koldenhof.
De heer Koldenhof: Nou, ik hoor deze discussie. Ik denk dat ook, vraag ik eigenlijk meer aan eventueel een dreigende motie van Larens Behoud, maar of het toch niet verstandig zou zijn om even te kijken in het najaar ook, we hebben ’25, daar wordt wat voor geregeld. Maar we hebben in december heeft de wethouder net aangegeven een gesprek over, wat als er niks wordt gerepareerd? Dan vind ik het ook wel weer heel erg lastig om te zeggen, maar dit moet sowieso wel. Dus ik zou toch nog even de kaarten op tafel willen houden, als ik mag vragen aan Larens Behoud, voordat we nu opeens met één motie met één ding gaan komen.
Pagina 37 van 53
De voorzitter: Ik denk dat deze voldoende duidelijk is. We potten hem even op voor de tweede, voor uw eigen tweede termijn. De wethouder. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, ik ga er even wat sneller doorheen want anders sta ik inderdaad hier de hele avond en ik heb nog collega's denk ik die nog wat willen zeggen. Voor wat betreft de vraag van Larens Behoud over de areaaluitbreiding OZB, hoeveel? Daar kunnen we wel een inschatting van maken. Dat is natuurlijk afhankelijk van het aantal nieuwe huizen wat we onder andere gaan bouwen. Dus ik zeg in ieder geval toe om daar gewoon een schatting, een voorzichtige schatting over te maken. Wat D66 betreft, de zorgen over de BEL-organisatie. Ja, wij zijn voorzichtig positief. Ik vind dat de BEL-organisatie zich goed ontwikkelt, ook als het gaat om, nou ja, het management en de vaste contracten. Wat ons nog wel zorgen baart is ook het hele hoge ziekteverzuim want uiteindelijk moet je daar ook mensen voor inzetten om dat te vervangen. Daar hebben we op dit moment voor de komende tijd gaan we daar hele concrete afspraken over maken. Waarbij de ambitie is om in ieder geval 2025 het ziekteverzuim met één procentpunt te laten dalen. Even kijken, dan heb ik nog de totale leenportefeuille van Liberaal Laren en het risico wat we daarin lopen.
Ja, de leenportefeuille, die staat in de Jaarrekening van 2023 dus dat … En het risico wat we lopen in termen van, ja, ook, nou, maar uiteindelijk, Liberaal wil een doorrekening hebben van een aantal financiële consequenties, dat is eigenlijk het laatste stuk. Ja, ik kan toezeggen dat we die gaan doen. Ik kan het nu niet in één keer doorrekenen maar dat gaan we zeker doen. Concrete vraag ook om het mee te nemen voor de risico's van het Integraal Huisvestingsplan van scholen want dat vraagt u ook daarin. Dat zullen we ook meenemen, die kunnen we snel doorrekenen. Dus dat is wat mij betreft geen probleem. Dan heb ik volgens mij alle dingen te pakken die mij aangaan. De voorzitter: Ja, u heeft een, sommige vragen is dubbel gesteld want ook D66 heeft zich zorgen geuit over de staat van de groeiende openbare ruimte. De heer Van Midden: Ja, maar die heb ik al behandeld natuurlijk. De voorzitter: Ja, dat klopt, daar heeft u al een antwoord op gegeven. De heer Koldenhof als interruptie. De heer Koldenhof: Ja, voorzitter, want ik denk dat u zo meteen wethouder onderwijs het woord gaat geven over het onderwijs Huisvestingsplan. Maar de vragen die ik hoor zijn allemaal financieel van aard. Ik bedoel, ik geloof dat plan bij wijze van spreken wel, daar hebben we natuurlijk al uitgebreid over gesproken.
Ik wil zeker de wethouder van onderwijs het woord niet ontnemen maar ik wil van de wethouder financiën horen hoe hij hier nou naar kijkt? En wat hij daarin ons aan perspectief kan bieden of het nog niet weet? De heer Van den Berg: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik kijk even naar de heer Koldenhof want het klinkt misschien vanuit de oppositie een beetje raar maar ik neig er ook naar dat ik het eigenlijk het allerbelangrijkste vind dat we het hier over de financiën hebben en niet zozeer over de inhoud van de plannen. Dus ik kan de opmerking wel volgen. Liever nu nog een kwartier extra inhoudelijk met deze wethouder over financiën praten als dat we zo meteen nog een keer twee keer drie kwartier naar de inhoud moeten luisteren.
Pagina 38 van 53
De voorzitter: Nou, laten we dan even het licht van de wethouder van financiën schijnen op het vraagstuk, hoe passen we de financiële opgave van de IHP in het grotere verhaal? Maar het hoeft niet een kwartier te duren. De wethouder. De heer Van den Berg: Komt er dan nog wel een tweede ronde met de wethouder want ik heb nog twee punten die ik aan wil stippen bij hem. De voorzitter: Zeker maar ik probeer wel zo volledig mogelijk te zijn dat die nu alle vragen beantwoord heeft die in de eerste termijn zijn gesteld door u. De wethouder. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Voor wat betreft zeg maar de investeringen in het onderwijsprogramma. Ja, we zitten nu, we zitten in het beginstadium. Wat we nu gedaan hebben is dat we berekent hebben welk budget ervoor nodig is. Nou, dat is die 33,4 miljoen. We hebben aangegeven ook, en dat zie je terugkomen in de Kadernota van als we dat klassiek gaan financieren, dan zijn dit de rentelasten en de afschrijvingskosten die we hebben tot 2028. Die zullen verder oplopen een jaar daarna naar zo'n 8, 9 ton, dat is fors.
Uiteindelijk zullen we dat binnen het totaal moeten gaan bekijken en dan zullen we ook moeten kijken van, joh, kunnen we dat uiteindelijk dragen? Moeten we niet gefaseerd dingen doen, moeten we het op een andere manier doen? Er zijn ook zeg maar financiersconstructies in de markt waarbij je eigenlijk het risico helemaal kan afwentelen op een derde partij. Dat is een stichting waarbij je uiteindelijk zeg maar de eigendom overdraagt en eigenlijk opwellend financiert, zoals we dat ook besproken hebben. Dus er zijn nog allerlei opties om die financiering te kunnen doen maar dat moeten we nog verder gaan uitwerken. Dus op het moment dat dat concreter wordt en ook concreet voor besluitvorming, dan kunnen we de discussie op een goede manier voeren. De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Mag ik dan, ik weet eigenlijk niet eens precies hoe je dat moet noemen, maar een soort side-letter bij de begroting, maar het moet gewoon in de begroting denk ik, over het hele verhaal van de onderwijshuisvesting financiering. Want anders zit het weer ergens in al die cijfers verborgen en dan moeten we zelf weer gaan onderzoeken, waar zit het dan precies? Ik zou in dit geval voor zo'n grote beslissing voor de meerdere jaren, om daar echt een expliciete paragraaf of een programmaonderdeel in toe te voegen. De voorzitter: De wethouder.
De heer Van Midden: Ja, ik vind het een goed punt van de heer Koldenhof dus dat wil ik zeker doen. De voorzitter: Helder. Dank. Dan heeft volgens mij de wethouder alle gestelde vragen vanuit de politieke beschouwingen beantwoord. Dan ga ik naar wethouder … Ja toch? De heer Van Midden: Volgens mij wel. De voorzitter: Mooi, dan danken wij hem voor zijn aanwezigheid bij het spreekgestoelte. En vraag ik naar voren te komen de heer Rood. De griffier heeft mij gevraagd of u klaar bent voor hapjes en ik heb namens u dat toegezegd. De heer Rood. De heer Rood: Misschien heeft u zin in soundbites, dan heb ik er wel een paar. Ik loop de fracties langs en ik beperk natuurlijk tot de onderwerpen die in mijn portefeuille zitten. Om te beginnen het CDA, u zei, kunnen Pagina 39 van 53
we niet ook op korte termijn iets gaan doen aan sociale woningbouw? En dat is voor meer fracties van belang, voor sommigen ook wat minder, maar ik wil daar eigenlijk best opvolging aan geven. En de komende maanden in de zomer, terwijl wij in het college niet worden afgeleid door al uw vergaderingen, daar, nee, daar wat versnelling aan geven. Dus die handschoen die pak ik graag op. En daar ziet u dan … De voorzitter: Sorry, welke toezegging doet u nu? De heer Rood: Wat zei u? De voorzitter: Wat gaat u nu doen dan? De heer Rood: Kijken waar wij, met name als het gaat om projecten waar sociale woningbouw helemaal of grotendeels aan de orde is, of we daar snel mee aan de slag kunnen. Dan de fractie van Groen Laren, of het nou vragen zijn maar u zei, ja, welke kant gaat het eigenlijk op? En dan eigenlijk over twee visies, zowel verkeer als ook woningbouw. Maar dat is nu juist wat we eigenlijk aan het vragen zijn, niet alleen aan de fracties want u heeft daar zelf ook uw licht natuurlijk over laten schijnen, maar ook aan mensen in het dorp, digitaal en ook fysiek. En ja, dan klopt het dat wij nu nog niet een visie kunnen laten zien. We kunnen wat denkrichtingen verkennen, we kunnen wat dilemma’s schetsen. En dat laatste, want u ging wat dieper in ook dat de verkeersvisie veel meer moet betreffen dan het centrum. Ben ik helemaal met u eens. Gaat u ook echt lezen.
Maar de dilemma's die zijn min of meer toevallig vooral te vinden in het centrum. Zo toevallig is het natuurlijk niet want er komen een heleboel functies bij elkaar en daar knelt het al snel. Dus daar wilden we meer input van de inwoners en ook van u als raadsfracties voordat we nou met een verhaal naar u komen. En ja, die dialoog met inwoners en stakeholders, et cetera, juist als je dilemma's aan het beslechten bent, die vinden we heel erg belangrijk. Participatie sowieso voor vanuit het coalitieakkoord een belangrijk onderwerp en dat is net ook iets meer dan die succesvolle buurtbezoeken, waar ik blij ben met complimenten. U noemde even een wilde lijst, een wilde lijst aan locaties. Daar stonden inderdaad hele wilde dingen op, dat klopt want we hebben aan de inwoners gevraagd, wat zijn nou de ideeën? We hebben daar niet in willen censureren. En zo werkt participatie, als je dat vroegtijdig en aan de voorkant doet, en dat is ook eigenlijk best wel de bedoeling van de landelijke lijn, om juist, we kunnen beter nu de onrust hebben en dat dan integraal wegen en kijken wat we ermee doen dan dat we dat projectje voor projectje proberen aan te vliegen. In het verleden heeft de heer Van den Berg van het CDA dat wel eens ook van ad hoc of hapsnapbeleid genoemd en daar willen we denk ik inderdaad met zijn allen vanaf.
Overigens, dat hele locatieonderzoek is niet iets wat ik verzonnen heb hè, dat is gewoon uit de woonvisie, staat in het uitvoeringsprogramma en daar moeten we dan mee aan de slag. U vroeg, wanneer komen we toe aan het splitsen van kavels? Ja, ook dat staat in datzelfde uitvoeringsprogramma voor volgend jaar op het programma. Dus daar moet u nog heel eventjes geduld mee hebben. We kijken daarbij ook goed naar de vorderingen die Blaricum daarin maakt. Dan ga ik naar de fractie van de VVD. U zei, er zit een eenzijdige focus op sociale woningbouw op. Ik kan me voorstellen dat dat zo lijkt, is eigenlijk natuurlijk niet aan de orde. Als wij tegen projectontwikkelaars zeggen, je moet één derde sociaal realiseren, dan worden er ook twee derde in andere prijsklasse gerealiseerd. Maar het realiseren van sociale woningbouw vereist bestuurlijk wel veel aandacht in een dorp als Laren omdat hier de prijzen best heel hoog zijn van grond. U zei ook, er zijn weinig experimenten en kleine stapjes op het gebied van verkeer. Dat zal ik me aantrekken en ik zal kijken wat daarin versneld kan worden. Is 40.000, vroeg u ook nog, voldoende om de ambities en het uitvoeringsprogramma op het gebied van wonen, om dat te realiseren? Het is 40 K extra hè dus het is ten opzichte van het doorlopend geraamde bedrag is het eigenlijk eenmalig.
Juist omdat er heel veel acties en activiteiten voor die afdeling die met wonen en bouwen bezig is in 2025 gelden hebben we er 40.000 extra bij geraamd. Dat is een bedrag wat uit de afdeling komt dus als zij denken dat ze het ermee gaan redden Pagina 40 van 53
dan hoeven wij het eigenlijk alleen maar te honoreren. U stelt de budgetten vast maar dit is wat zij aanvragen en wat wij in het voorstel hebben meegenomen. Dan ga ik snel naar Larens Behoud. De voorzitter: Nog even, u moet ons toch even helpen nog. Want u doet een toezegging aan de VVD over het versnellen van experimenten op het gebied van verkeer maar wat gaat u dan precies doen? De heer Rood: Ja, daar overvalt u me nou wel enigszins mee. De voorzitter: Nou ja, even voor de scherpte. De heer Rood: Ik heb het signaal gehoord. De voorzitter: Ja, dat snap ik voor de scherpte. De raad, we moeten wel voor elkaar duidelijk hebben welke toezegging we nou gaan waarmaken. Want anders dan gaan wij op pad met iets waar de raad misschien een verkeerde verwachting bij heeft. De heer Rood: Ja. Nou, ik heb in de afgelopen maanden natuurlijk best eens verwezen in de discussies over verkeer naar bijvoorbeeld, er komt een verkeersvisie en daar kunnen we die dingen in vaststellen. Maar je hoeft niet met alles natuurlijk ook te wachten tot er een visie ligt die door de raad is vastgesteld. We hebben hier een pittige discussie gehad bijvoorbeeld over het verhaal vrachtwagens. Nou, dat soort. Ik neem aan dat daar eigenlijk op gedoeld werd met een enkele zin in de algemene beschouwing van de VVD-fractie en ik trek me dat aan.
Dus is dat een concrete toezegging, nee, maar ik heb wel goed begrepen wat deze fractie daarmee bedoelt en ik wil dat ook aangeven. De voorzitter: De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja, het is een detail. Eigenlijk past het hier niet bij maar ik wilde toch de wethouder vragen wat hij na de bespreking van de motie, maar die niet helemaal goed was behandeld over het vrachtverkeer of niet helemaal goed beantwoord, wat hij sindsdien heeft gedaan? Want u heeft toen ook toezeggingen gedaan dat er binnenkort een keer contact zou worden opgenomen, met iedereen zou worden gesproken. We zijn al over die termijn heen. De voorzitter: De wethouder. De heer Koldenhof: Ja, ik heb gevraagd of er een afspraak kan komen met uw partijgenoot en daar heb dit, daar heb ik verder nog niet van gezien of die in mijn agenda staat maar dat kan ik zo controleren. En als u het niet weet dan zal er nog niet actie op zijn ondernemen maar dan zal ik dat morgen eventjes nog wat extra aandacht geven. Maar dat komt goed. Als ik dat vraag dan komt dat doorgaans goed. De fractie van Larens Behoud. Ja, areaaluitbreiding, dat levert natuurlijk extra inkomsten op. U vroeg welke areaaluitbreiding moet ik dan aan denken? Dat is eigenlijk natuurlijk aan de gemeenteraad om straks een uitspraak te doen over hoeveel woningen erbij zouden kunnen komen.
En daar volgt dan als resultaat natuurlijk de financiële gevolgen uit. We sturen daar neem ik aan niet financieel op, we bouwen niet om geld te verdienen maar we bouwen om mensen een dak boven het hoofd te geven. De vraag over erfgoed, er is natuurlijk beperkte ambtelijke capaciteit voor erfgoed. Dat is in de orde van grootte van twee uur per week, dat is niet heel veel. Er ligt een belangrijke uitdaging op het gebied van verduurzaming van erfgoed, dat is lastig. En uw suggestie eerder om daarop in te huren of in ieder geval te zorgen dat dat werk kan worden uitgevoerd met mensen die daar expertise op hebben, daar heb ik tot nu toe nog niets mee gedaan. Zal ik ook in nauwe samenwerking Pagina 41 van 53
met wethouder Groot op gaan pakken. Het kost natuurlijk wel ook weer middelen want uit de middelen die voor duurzaamheid voor de gemeente zijn, die zijn verder, komen in de algemene middelen terecht. De heer Loeff: Voorzitter, bij interruptie. Kan ik ervan uitgaan dat wethouder De Groot dan vanuit duurzaamheidsportefeuille hier nog een reactie op geeft? Want die middelen waren vorig jaar gewoon ter beschikking gesteld specifiek voor ondersteuning, ambtelijke ondersteuning voor verduurzaming. En die hebben we toen heel nadrukkelijk gesuggereerd dat die ook juist aan erfgoed ten goede zou komen. De voorzitter: Volgens mij zit toch echt portefeuille Rood dus ik kijk nog een keer naar de wethouder. De heer Rood: Wat zei u het laatste, voorzitter? De voorzitter: Nou, de heer Loeff wil heel erg graag weten, die wil gewoon werk gaan maken van beleid hierop. En hij weet dat we hiervoor middelen hebben gekregen en hij wil graag weten wat we met die middelen hebben gedaan, of het uiteindelijk ergens toe geleid heeft? En als daar, ik kijk even, misschien dat … Dan komt de heer De Groot in zijn termijn erop terug zo meteen en als het dan nog niet duidelijk is, dan gaan we er even schriftelijk op terugkomen. Gaat u dan rustig verder. De heer Rood: Dan kom ik bij de fractie van Liberaal Laren en die zegt over Laren Regenklaar, ja, dat is een prestigeproject. Dat is het natuurlijk niet.
We moeten denk ik zorgen dat het dorp droge voeten houdt in het centrum en dat is een enorme inspanning. Het project loopt al heel lang en heeft zijn eerste resultaten al maar intussen gaat het steeds harder regenen dus dat blijft een punt waar we heel scherp op moeten zijn. Dus een prestigeproject zou ik het zeker niet willen noemen, het is heel erg noodzakelijk. Dan noemde u het onderzoek naar woningbouwlocaties een hobby. Ja, ik zeg nog een keer, dat vloeit voort uit het feit dat u een woonvisie heeft vastgesteld, dat locatieonderzoek. En ook gesteund door Liberaal Laren en daar staat dit gewoon in de lijst uit te voeren zaken dus dat gebeurt dan gewoon. En dan ben ik door mijn lijstje heen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Rood. Over regenval gesproken, wij hebben vandaag, de burgemeesters hebben vandaag vijf natuurbrandbestrijdingsvoertuigen overgedragen aan de regiobrandweer met een sleuteloverdracht op het terrein van het Goois Natuurreservaat, waar de directeur van het Goois Natuurreservaat bij aanwezig was. Dat doen wij in het licht van het feit dat wij lange periodes met droogte verwachten en eventuele natuurbranden. Helaas goot het vanmorgen dus de overdracht leidde tot een drijfnatte directeur van het GNR, een drijfnatte brandweercommandant en zes drijfnatte burgemeesters. Nou, het contrast kon niet groter zijn.
De heer Loeff: Voorzitter, mag ik daar een vraag over stellen? Betekent dat dan ook dat er minder blusvoertuigen aan Groene Gerritsweg staan als resultaat van deze nieuwe aanschaf? De voorzitter: Wij hebben één brandblusapparaat, brandbluswagen ingeruild voor een natuurbrandbestrijdingsvoertuig, wat ook regulier ingezet kan worden. Dat was u bekend. De heer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Ik begin met de opmerking, vraag van Groen Laren geladen over onbestede middelen van 600.000 euro. Met de vraag erbij of de opmerking erbij of er niks gebeurd is? Het laatste bestrijd ik ten zeerste. Er zijn heel veel dingen gebeurd afgelopen jaar, allerlei acties op het gebied van isolatie. We hebben allerlei plannen ontwikkeld, Koersdocumenten die u geaccordeerd heeft en daarin zat ook een uitvoeringsplan en wij werken conform het uitvoeringsplan. Daarin worden wij, zijn wij voorzien met Pagina 42 van 53
middelen. Voor de warmtevisie, daar zijn er middelen door het Rijk ter beschikking gesteld. Op het moment dat de warmtevisie in de uitvoering komt gaan wij die middelen besteden. Betekent wel altijd weer een technische operatie om dat door te schuiven maar daarvoor zijn termijnen opgenomen en die gaan wij handhaven of halen we naar voren. Ik breng ook nog in herinnering dat we zeg maar ook nog wat hoop hadden gevestigd op het ‘…’ project in de vorige jaren. En dat die natuurlijk de bodem zijn ingeslagen. Maar er gebeurt wel degelijk wat en het gebeurt in het goede tempo, in ieder geval het tempo wat door uw raad is vastgesteld. De voorzitter: Een interruptie van de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vind dat heel moeilijk om dat te volgen en om er ook begrip voor te hebben. Want als budgetten doorgeschoven worden, dan begrijp ik dat dat budget in eerste instantie was toegewezen aan een bepaalde periode, daar had u een planning voor gemaakt. En als die dan doorgeschoven wordt dan was of de planning niet deugdelijk of er is niet snel genoeg gehandeld. Maar wat u nu zegt dat snijdt geen hout, dat kan niet. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Nou, dat klopt wel want dat geld wat we gekregen hebben vanuit zeg maar de Jettenmiddelen voor het personele inzet, ja, dat wordt geleidelijk wordt dat besteed.
We hebben nu een team van mensen opgeleid die nu uitvoering geven aan het plan want zo is dat vorig jaar vastgesteld. En dat geldt voor de warmtevisie, hoefde niet in die periode uitgegeven te worden. Dus dat betekent dus dat wij die middelen ter beschikking hebben op het moment dat wij aan die warmtevisie gaan werken. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Maar u zegt, er is geld beschikbaar gesteld, Jetten-geld. Dan ga ik geld besteden aan bepaalde zaken en dat heb ik gedaan. Maar niet allemaal goed want ik heb nu geld door moeten schuiven van ‘23 naar ‘24. Dan klopt er toch iets niet? Dan is het toch misgegaan? Dan is het toch of niet goed gepland of het is niet goed uitgevoerd, een van die twee. Dan kunt u niet zeggen, nee, dat is wel goed gedaan want dat is aantoonbaar niet zo. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Ja, dat bestrijd ik. Dat geld is ter beschikking gesteld, daar is een planning over afgesproken in de raad wanneer dat tot uitvoering zou komen. En nou, dat is conform het plan. En ja, misschien moet u het plan dan nog even bekijken, dan zult u zien wat daarin staat. De voorzitter: De heer Vos voor de laatste keer. De heer Vos: Ja, dat is goed, voorzitter. Nee, daar komt u niet mee weg dat ik het nog een keer moet lezen want dan hoeft u geen budgetten door te schuiven.
Als u budgetten moet doorschuiven dan is er kennelijk iets niet goed uitgevoerd wat wel op de planning stond en waar geld voor gereserveerd wordt. En dan vind ik het een echte jij-bak om mij te verwijten dat ik het niet gelezen heb dus daar neem ik geen genoegen mee. De voorzitter: De heer De Groot voor de laatste keer.
Pagina 43 van 53
De heer De Groot: Dat laatste heb ik niet gezegd dat u het niet gelezen heeft. Ik verwijs ernaar dat wij conform de planning de zaken uitvoeren en dat we daar gelukkig al in een vroeg stadium middelen hebben voor gekregen die steeds in de jaarschijven terugkomen. Dat klopt en dat betekent dus ook dat we dat gelukkig nog hebben op het moment dat we toe zijn aan dat onderdeel van ons duurzaamheidsprogramma. De voorzitter: Gaat u verder. De heer De Groot: Ja, Larens Behoud, erfgoed. Ja, ik herinner me de discussie nog goed vorig jaar. Ik heb aangegeven dat daar zeg maar twee dingen in spelen. Eén, als het gaat in zijn algemeenheid van erfgoed en dat soort dingen, ja, dat is eigenlijk meer en meer een welstandskwestie. En de andere kant hebben we ook te maken, en in die zin heeft de heer Rood daar ook een keer een antwoord op gegeven, dat hij met de welstandsnota die welstandsaspecten aan het pakken is. Natuurlijk spelen er natuurlijk ook verduurzamingskwesties en die zijn regulier onderdeel van datgene wat we gaan uitvoeren in het kader van ons, in de uitvoering van het programma. Daarin wacht ik nog op een welstandsnota waarin de mogelijkheden gegeven worden om bijvoorbeeld in isolatieprogramma's en in de zonnepanelen, om daar wat ruimte te hebben om ook met monumenten of beeldbepalende gebouwen onze inspraak te doen. De voorzitter: De heer Loeff.
De heer Loeff: Ja, voorzitter, u herinnert zich misschien de discussie maar u begrijpt dan toch niet de vraag die we toen hebben gesteld. Er zijn heel veel specifieke gebouwen in het dorp, vaak van voor 1940, die hele specifieke aanpak vereisen. En u zegt nu, ja, dan gaan we de welstandsnota aanpassen. Maar dat is niet de vraag. De vraag was toen om uit die specifieke gelden die vanuit het Rijk beschikbaar waren iemand aan te nemen met deskundigheid op het gebied van die vooroorlogse bebouwing, die erfgoed, om zodoende de eigenaren van bijvoorbeeld villa's specifiek advies te kunnen geven. En dat is nu iets wat al dan niet in handen is bij de Hut van Mie maar wat eigenlijk gewoon in the house moet worden geleverd. Hetzij voor Rijksmonumenten, hetzij voor gemeentelijke monumenten, maar ook voor al die panden die niet beschermd zijn en onder een welstandsregime vallen. Dus het is niet de nota die voor ons hoeft te worden aangepast, het gaat om specifieke deskundigheid waar u gewoon de middelen voor hebt en die u specifiek daarop zou kunnen inzetten en voor zou kunnen werven. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Mijn antwoord erop is, dat gaat ook gebeuren. We zitten met twee problemen.
Eén heeft te maken met het soortenmanagementplan, dat de bescherming van dieren vergt dat je, als het gaat bijvoorbeeld als er spouwmuren aanwezig zijn bij de isolatie, dat er een soortenmanagementonderzoek moet plaatsvinden. Wij zijn een van de eerste gemeentes in Nederland die dat opgepakt heeft. Dat betekent dat wij daarmee de huiseigenaar ontzorgen en dat we daardoor dus zorgen dat we dat ook daadwerkelijk kunnen inzetten. Dus als het gaat over de isolatie van dit soort projecten op het moment dat we soortenmanagementplan in uitvoering hebben. En met een pre-SMP mogen werken, wat op dit moment in Noord-Holland nog niet veroorloofd is. Pre-SMP betekent dat op het moment dat je een aantal maatregelen genomen hebt, bijvoorbeeld in de spouwmuren een kastje voor vleermuizen, dat je dan alsnog spouwmuurisolatie mag toepassen. Op dat moment kunnen we ook het programma gaan uitvoeren die specifiek voor deze doelgroep is. Maar het is zeker een van zeg maar die villa-aanpak is zeker een van de dingen die op ons netvlies staat wat de komende tijd, de komende jaren moet gaan gebeuren. De heer Loeff: Voorzitter? Pagina 44 van 53
De heer De Groot: En dat betekent ook dat we daar middelen voor in gaan zetten of daarvoor iemand voor aannemen of dat we daar iemand voor inhuren. Dat is een vraag die dan komt op het moment met een project zover kunnen zijn. De voorzitter: De heer Loeff. De heer Loeff: Ja, voorzitter, hier blijkt toch dat de wethouder zich nog even moet verdiepen. Want soortenmanagement gaat over dieren en vleermuizen en we hebben het over erfgoed. En juist bij vooroorlogse panden is isolatie, spouwmuurisolatie dodelijk voor het pand. Ook voor de vleermuis, maar ook voor het pand. Dus als de vleermuis gered is, is het pand afgeschreven na 20, 30, 40 jaar. Dus in die zin vraag ik echt de deskundigheid op erfgoedgebied en niet het voldoen aan regeltjes om vleermuizen te herplaatsen. De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Ja, ik denk dat we daar nog wel eens een keertje van gedachten over moeten wisselen. Want kijk, het is duidelijk de intentie om met goede aandacht voor de kwaliteit van erfgoed een duurzaamheidsprogramma door te kunnen voeren. Dat betekent ook dat op het moment dat wij zover zijn in die plannen, dat we daar kennis voor in huis nemen. De voorzitter: Heel goed.
En wat is daarmee de toezegging die u doet? De heer De Groot: Nou, we zijn inderdaad bezig met dat SMP, pre-SMP, wat een grote vertraging geeft op een aantal onderdelen van onze projecten die gaan over isolatie. We zijn bezig met zeg maar twee sporen in ons duurzaamheidsprogramma. Eén is proberen grootgebruikers aan te pakken en op die manier zeg maar het totale gebruik in Laren naar beneden te brengen. En te kijken naar zeg maar massa is kassa, grotere acties ook te doen. Nou, ik denk dat dit een project is wat een maatwerkproject is waar je dus met specifieke energie, specifieke aandacht, ik heb daar ook wel eens een keer met mijnheer Westendorp over gehad, dat we die dan gaan aanpakken met kennis van zaken op het gebied van erfgoed. En dat is de toezegging die ik doe. De voorzitter: Gaat u door. De heer De Groot: Ja, als het gaat over IHP. Ja, Liberaal Laren geeft een kader mee waarop zij zeg maar de uitkomsten van het onderzoek wat nu gaat plaatsvinden, waar in de afgelopen raad een voorstel voor aangenomen is. En ja, met die uitkomsten zult u uw eigen kaders op toepassen om te kijken wat u daar precies mee wil doen. En ik kan daar niet vooruitlopen. Wat mij betreft is het een keurig kader maar het is aan de meerderheid van de raad om te bepalen hoe zij hiermee om willen gaan. Ja, en verder over fasering wil ik ook nog wel een opmerking maken.
Fasering kan een voordeel opleveren maar kan ook een nadeel opleveren. Ja, dat kan wel een nadeel opleveren, mijnheer Vos. Als je alles in één keer kan aanbesteden met de partijen die dat integraal kunnen doen over de scholen heen kan dat grote kosten ‘…’. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer De Groot. Volgens mij zijn wij er dan. En dan heb ik van mevrouw Van Dorst? Mevrouw Van Dorst-Brakel: Niet zoveel vragen maar één vraag was, en dat vind ik best leuk om daar een soort van antwoord te krijgen. Wat belangrijk is binnen het sociaal domein is het goed volgen en evalueren. We hebben daar wel eens gevraagd van ook dat voor Laren specifiek gegevens te krijgen, heeft u daar al wat antwoord op over het beter kunnen volgen van het sociaal domein?
Pagina 45 van 53
De voorzitter: De wethouder? De heer De Groot: Ja, volgens mij, daar herhaal ik dan de discussie die we in de commissie hebben gehad, over de beschikbare informatie die we vooral uit Huizen krijgen. Ik heb vandaag nog in Huizen overleg gehad. Die willen heel graag in deze raad nog een keer komen om een heel specifiek programma af te draaien over de Larense situatie, wat ze met het prachtige Power BI-dashboard wat ze hebben ontwikkeld kunnen en ook allerlei ontwikkelingen die ze daarbij hebben. Ze zijn bezig ook om financiële cijfers te koppelen aan die prognoses dus ook voortschrijdende prognoses te kunnen doen of ten minste vanuit voortschrijdende gemiddelde prognoses doen zodat we beter kunnen begroten. Dus daar is van alles aan de hand waar we veel voordeel aan kunnen hebben juist op dat gebied. Dus ik zou graag, ik heb ook beloofd om dat mee te nemen naar het presidium of mee te geven aan het presidium om dat zo snel mogelijk te beleggen. De voorzitter: Dank. Dank voor de beantwoording. Dank, wethouder De Groot. Ik heb goed in de gaten gehouden of alle vragen beantwoord zijn. Als het … De heer Van Midden nog. De heer Van Midden: Ja, ik besef bij het document van Liberaal Laren lezend dat ik nog niet geantwoord heb op het wegenbeheersplan. De voorzitter: Doet u dat nu. De heer Van Midden: Ja. Dat komt eraan. Dat komt binnenkort in het college en Q3 in de raad.
En de topprioriteit is de Naarderstraat. En ik heb gezegd dat ik voordat ik afzwaai als wethouder in deze periode, dat de Naarderstraat helemaal gedaan is. De voorzitter: Kijk, nou, die toezegging is binnen. Dan heeft de wethouder vanmiddag een toezegging gedaan om alle gevraagde doorrekening van Liberaal Laren uit te voeren. Mijnheer De Jong. En hij heeft een toezegging gedaan richting de VVD om in de begroting een integraal coherent verhaal te maken over de financiering van onderwijshuisvesting en dat het helder leesbaar is. Wethouder Rood heeft een toezegging gedaan aan de fractie van het CDA om te kijken, daar waar sociale woningbouw sneller gerealiseerd kan worden, daar dat ook te versnellen. En hij heeft een toezegging gedaan aan de VVD om ook aan de slag te gaan met kleine experimenten om de verkeersveiligheid of de verkeersdoorstroming te verbeteren. En wethouder De Groot heeft een toezegging gedaan aan de fractie van Larens Behoud over erfgoed. Ik stel voor dat wij nog even vanuit het college een notitie maken waarmee wij heel zorgvuldig opschrijven wat wij, hoe wij deze toezeggingen gaan invullen zodat daar ook geen verschil van mening over is.
En wat volgens mij met name met erfgoed te maken is, dat wat de heer Loeff ook aangeeft, we hebben dus budget om maatwerk toe te passen bij erfgoed en verduurzaming, hoe wij dat interpreteren en hoe wij voornemens zijn dat toe te passen. Dan kan de heer Loeff daar altijd nog vervolgvragen in de commissie over stellen. Zullen we het zo doen? Dat was dan de reactie van het college op de algemene politieke beschouwingen. Dan ga ik voor een, volgens mij, en die hebben we heel uitgebreid gedaan, zijn we diepgegaan. Volgens mij hebben we dan ook eigenlijk de grootste meters gezet van het algemene, van de Kadernota. Ik kijk voor de tweede termijn naar de zijde van de raad. Dan hanteer ik dezelfde volgorde en dan ga ik als eerst naar de fractie van het CDA. De heer Van den Berg: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een ander apparaat maar ik begrijp dat die nog steeds kraakt. Eigenlijk wil ik twee antwoorden die de heer Van Midden gaf nog even op terugkomen. Eén is dat bij het groenbeheer gelijkelijk over het hele dorp dat door de heer Van Midden vertaald wordt dat dat dan aan ons als raad is of dat we daar meer geld voor uit willen trekken. Maar de essentie van de opmerking is meer dat wij binnen het geld wat wij hebben, en misschien wel zelfs nog een keer iets vermeerderd, op een Pagina 46 van 53
gelijkelijk manier het dorp benaderen. En niet meer vanuit die schillen gedachte dat op een enkele vierkante meter van het centrum er iedere week een grasmaaier rijdt en iets verder uit het centrum misschien maar één keer per maand of één keer per jaar. Dat is de essentie van die opmerking, daar hoeven we verder nu geen discussie over te hebben maar dat was misschien dat ik het niet helemaal goed had verteld. Eentje waar ik nog wel graag van de wethouder een reactie op hoor is dat onze opmerking over dat commerciële activiteiten bij verenigingen, en dan met name bij sportverenigingen ook. De wethouder die zegt eigenlijk dat die dat toejuicht. Maar de kunst van onze opmerking is eigenlijk dat wij, nou, gronden beschikbaar stellen middels erfpacht aan een voetbalvereniging of een hockeyvereniging. En als die verenigingen commercieel activiteiten gaan ontwikkelen, dan hebben we daarover straks bij de hockeyclub al een keer een voorbeeld van gehad, zo'n vereniging kan ook failliet gaan. En dan komt eigenlijk het punt terecht van, en dat is de vraag aan de wethouder, hoe die dan de rol van de gemeente ziet? Want dan moeten wij bijspringen en dat komt nooit uit en daar gaat het eigenlijk over.