Transcript Commissie Ruimte & Infrastructuur 15.11.2023
Tekst van het document
In de maatregelen kijken we ook naar een aandacht objecten lijst. Dat zijn de eerste objecten die daarin hoog scoren zijn natuurlijk objecten waar we de tijden niet halen. Maar ook portiekflats hoogbouw, minder zelfredzaam en kinderdagverblijven. Minder zelfredzaam vanwege de ontvluchting. Kinderdagverblijven kunt u denk ik zelf invullen waarom we dat als extra risico zien. En hoogbouw en portiek ook vanwege de moeilijkere ontvluchting. Repressief. Dit is dat samenspel van mensen, voertuig en posten. Wat doen we als veiligheidsregio? We investeren in nieuwe voertuigen. De komende jaren vervangen we echt het complete wagenpark en vaartuigenpark van brandweer Gooi en Vechtstreek. Waarbij er nieuwe tankautospuiten komen, nieuwe natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. Nieuwe boten zijn gekomen, nieuwe redvoertuigen en nieuwe HV. Ik noemde net bewust de natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. Want we investeren ook echt in dat toenemende klimaatrisico. Daarin investeren we in een wendbaar voertuig. Maar ook een voertuig wat meer water kan nemen. Want dat is wat we ook signaleren. Het waterleidingnet veranderd in ons gebied en ook in de natuur hebben we steeds vaker meer water nodig. Dus dat nemen we dan zelf mee. Specifiek voor Laren. Rietkapobjecten zijn niet meegenomen in de landelijke systematiek. Het is landelijk een kleiner risico als hier in de gemeente.
Wij hebben hem natuurlijk wel in beeld. En we hebben ook een tweetal specialistische rietkapteams. Een in Laren een in Blaricum gepositioneerd. Dat team is ook in ontwikkeling. We doen onderzoek naar veilig optreden werken op hoogte. Maar we kijken ook naar op wat voor een manier kunnen we daarin innoveren? En op wat voor een manier kunnen we verantwoorden inzet doen op rietkappen met een minimaal risico voor onze mensen? Want uiteindelijk is een rieten kap natuurlijk nooit een mensenleven waard. Dat moeten we ook goed in ogenschouw houden. Dus het optreden willen we zo veilig mogelijk organiseren. In de maatregelen monitoring en sturing. We kijken naar die vitaliteit van de posten en de
operationele prestaties. Ik had u beloofd dat ik in zou gaan op het normenkader. Nou dit is dat normenkader. Daarin ziet u categorie 1. Die heb ik nu al een paar keer A genoemd. Wat is dan de bandbreedte? De bandbreedte is dat je tussen de 4 en 10 minuten ter plaatste moet zijn. Dat halen we in Laren gewoon hartstikke goed. De dekking in Laren is sowieso goed op orde. U ziet woningen categorie 2. Dat zijn woonhuizen met zelfredzame personen. Daar is de bandbreedte 7 tot 13 minuten. En de referentiewaarde is dan 10 minuten. Ook dat weten we gewoon goed te realiseren. En dan categorie 3. Dat zijn de verspreid liggende woningen. Dat is meer dat landelijke gebied. En daar heb je dan 12 tot 18 minuten de tijd voor. Als je dan kijkt dan zult u zich voorstellen dat we een verschil hebben tussen de dag en de nachtsituatie. En overdag is er een ander verkeersbeeld. Overdag is er ook een andere beschikbaarheid voor onze mensen en onze vrijwilligers. Je ziet in de dag situatie dat we een paar wat rode gebieden hebben. Heel makkelijk te zien is De Vesting van Naarden omdat dat zo'n kenmerkend cirkeltje is met een sterretje er in. En u ziet dat Laren gewoon in het groen is waarbij we zowel overdag als avond nacht weekend onze snelheden halen. Regionale maatregelen.
Dit is dat hoe zien we er als regio uit? We werken met 12 kazernes, een kleine 500 mensen, 16 tankautospuiten en we hebben diverse specialismen waaronder een quick respond team, een drone team, een groot water transport, logistieke ondersteuning en die rietkapteams. Ik denk dat het even omwille van de tijd dat ik verder doorga. Nogmaals heeft u vragen over wat we in de regio hebben rijden dan hoor ik dat zo meteen graag van u en zal ik dat nader toelichten. Hoe ziet het eruit in Laren? 11.500 inwoners. U bent daarmee ongeveer 5 procent van onze regio. En als we dan kijken naar het aantal incidenten zijn het er 128 geweest in 2022. En als we dat afzetten naar ons regionale percentage is het 6 procent. Dus het inwonersaantal en het aantal incidenten voor ons als brandweer loopt mooi in de pas. Dan hebben we aan de rechterkant een staafdiagram staan. En daar staat de categorisering van incidenten. Leefmilieu. Denk dan aan bijvoorbeeld er wordt een vreemde lucht uit een rioolput geroken. Dan komen we meting doen. U ziet 36 brandincidenten. Dat is zowel woningbrand als buitenbrand. U ziet 20 gezondheid incidenten. Dat kan een reanimatie oproep zijn. Dat kan ook zijn afhijsen patiënt. Als iemand op hoogte is ondersteunen we de ambulance. 18 ongevallen. Dat kunnen verkeersongevallen zijn. 12 dienstverleningen. Een dienstverlening dat kan de spreekwoordelijke kat in de boom zijn.
Dat kan de tak zijn die van de zieke boom afgewaaid was. Wij hebben hem niet gekapt hè? Een dienstverlening dat kan ook zijn dat we ter plaatse gevraagd worden bij stormoverlast of zoiets dergelijks. Een tweetal alarmen. Dat zijn over het algemeen OMS meldingen. Hoe doen we het in post Laren? We werken met 36 vrijwilligers. Daar doen we uitrukken mee binnen en buiten de gemeente. Want ook onze vrijwilligers van Laren worden wel is opgeroepen bij een hulpvraag van de omliggende gemeenten. Of bij een grootschalige inzet zoals ook omliggende gemeenten wel is in Laren extra hulp moeten komen verlenen. Dat is die kracht van de samenwerking. Specifiek willen we natuurlijk ook even vermelden dat er een aantal appartementen boven de kazernes zijn waar nu ook weer vrijwilligers wonen. En dat is echt een gouden formule want die vrijwilligers zijn natuurlijk als ze op bed liggen supersnel bij de kazerne. En supersnel voor de uitruk. Wat betekent het nieuwe dekkingsplan voor de gemeente Laren als we dan kijken naar voertuigen? Er komt een nieuwe eerste TS. Dus dat blijft helemaal gelijk. Het tweede voertuig is nu een combivoertuig TS natuurbrand. En dat wordt een TS natuurbrandbestrijding. Echt specialistisch op natuur en water. Het rietkapteam blijft het rietkapteam waarbij we wel in een doorontwikkeling zitten. Dan hebben we een dienstvoertuig. De 4 keer 4.
Dat is de Mercedes Gelande die ingezet wordt als verkenningsvoertuig bij natuurbrand. Maar die ook wel is een gestrande mountainbiker of wandelaar oppikt voor de ambulance. Daar zijn we met de ambulance in gesprek over hoe zien jullie dat in de toekomst? Hoe kijken jullie daar naar? En we zijn zelf natuurlijk aan het nadenken over op wat voor een manier gaan we dat verkennen bij natuurbrand vormgeven? Daarnaast staat er een schuim blus container ‘....’ En een motorspuitaanhanger. Dit is equipment die we moeten gaan vervangen. Ze zitten aan een termijn maar waar we nog niet helemaal uit zijn. Waarom niet? De kijk op motorspuitaanhangers die is aan het veranderen. Mede door dat we die specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen aanschaffen. Schuim ligt landelijk
heel erg onder de loep vanwege fluoriden. Vanwege PFAS. Allerlei milieu aspecten. Als brandweer zeggen we wij hebben wel schuim nodig voor specifieke toepassingen. Maar natuurlijk willen we ook geen milieudelicten of rampen veroorzaken. Dus dat is nog een wankel evenwicht waar we gewoon de ontwikkelingen volgen. Er wordt ook steeds meer met biologisch afbreekbare schuim geëxperimenteerd waarbij het ene onderzoek dan uitwijst dat er wel PFAS in zit en het andere onderzoek dat het er niet in zit. Kortom een ontwikkeling die we volgen. Ik zie dat er een vraag is voorzitter. De voorzitter: Er is een vraag. Ja ik heb hem ook gezien. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, een aanvullende vraag. Maar dan ga ik even naar de Jeep terug. Want nu gaat het over vervanging. Bij het onderzoek doorontwikkeling staat dan de Jeep bij ons beter bekend als de Hannie 2 ook voor vervanging aangemerkt of niet? De heer Ferrari: De zoals u hem noemt Hannie 2. Ik kende de term niet, maar het voertuig is wel aan zijn termijn. Het is echter een, laat ik zeggen, meer dan robuust voertuig. Dus we maken er geen haast mee om dit voertuig nu overhaast te gaan vervangen. Hoe moet u dat zien? We werken altijd met een financieel en een technische afschrijving. U zult begrijpen dat de financiële afschrijvingstermijn. Het voertuig is volgens mij uit 2006. Die is al bereikt.
Alleen technisch afgeschreven is het voertuig verre van. Dat geeft ons tijd om even goed na te denken over wat willen we nou met, met name de inzet op dat personenvervoer? Want daar zit ook een hele nieuwe wereld van wet- en regelgeving achter die ten tijde van de aanschaf van de Mercedes Gelande anders was. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, een aanvullende vraag? De heer Van den Berg: Ja een aanvullende vraag en een opmerking. Deze investering is destijds door de gemeenteraad nog beklonken en ik denk dat Jacqueline er ook bij was. Daar ging toen die discussie over. Dus we hebben toen niet een verkeerde beslissing genomen. Want hij rijdt nog steeds. En de naamgeefster was Hannie Meulenkamp die destijds toch voor een dieselauto voor stemde ondanks dat ze GroenLinks was. Maar ik vind het belangrijk om onze collega's hier aan tafel mee te nemen dat we toen een investering hebben gedaan die dus nu nog steeds 15 na bijna 20 jaar later nog functioneert. De voorzitter: Goed. Met referentie aan mevrouw Timmerman in plaats van... Precies. Gaat u door. Ik vroeg net, komt u aan het eind van de presentatie? De heer Ferrari: Zeker, zeker. Als er nog 30 seconden is voor een hele mooie aanvulling. Dit voertuig is landelijk ook zeer begeert omdat het een Mercedes Gelande is.
De collega's uit Amsterdam hadden laatst gevraagd zou die alsjeblieft bij ons op een open dag mogen komen voor gehandicapte kinderen. En u raad het al. We zijn daar netjes geweest en kregen keurig een bekeuring milieuzone overschreden. Samenvattend. Dit is de laatste slide voorzitter. In het concept regionale dekkingsplan hebben we de risico's van de gemeente Laren voldoende afgedekt. De kwaliteit van de brandweerzorg is en wordt daarmee behouden en voor rietkap objecten doen we aanvullend de inzet van dat rietkapteam wat we verder professionaliseren. En wat we ook zeer waarderen. Door een risicogerechte aanpak kan oud materieel waar nodig vervangen worden en ontstaat financiële ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. In Laren is dat die tweede TS wat nu een combivoertuig is. Wat we vervangen door een specialistisch voertuig zodat we beter voorbereid zijn op natuurbranden. Door de samenwerking tussen vrijwilligers en beroeps kan repressieve dekking worden gegarandeerd. Bij een lagere beschikbaarheid kunnen dagdienst ondersteuningen worden ingezet om met elkaar te zorgen voor een veilig Laren. Dat was mijn presentatie. Dank u wel voorzitter.
De voorzitter: En wie wil dat niet? Ja dank u wel voor de presentatie. U krijgt applaus, want het was een zeer uitvoerige presentatie. Maar ook boeiend, al zeg ik het zelf. Als je er niet dagelijks mee te maken hebt. Gelukkig hebben er, de meesten in ieder geval, weinig tot nooit mee te maken. Maar dat is volgens mij uiteindelijk ook een belangrijk doel. Dank daarvoor. Ik ga even kijken bij de commissieleden. Mijnheer Grunwald die stak als eerste zijn vinger op, dus dan ga ik bij u beginnen. De heer Grunwald: Ja. Dank u wel. Ik wil u allereerst bedanken voor uw uitgebreide uitleg over de stand van zaken. En tegelijkertijd wil ik u ook feliciteren als organisatie. U hebt een beeld geschetst van een organisatie die weinig zorgen kent. En dat is dus om in dezelfde terminologie te blijven bijna ongekend in Nederland. Dus het gaat goed met de brandweer. En ik ben blij dat de overheid in een dusdanige mate voor de brandveiligheid zorgt dat we gerust kunnen gaan slapen straks als we hier weer klaar zijn. Blijft dat ik een aantal concrete vragen hebben. U had het over risicogerichte brandweerzorg. Dat doet mij vermoeden dat u de risico's inschat van wat er kan gebeuren als er iets gebeurt. En in het ene geval zal het meer zijn dan in het andere. Dat in het verlengde ervan voelt dat toch als een soort efficiëntiemaatregel. Wat op zichzelf natuurlijk niet slecht is.
Maar de vraag is dan natuurlijk bent u voldoende geëquipeerd voor calamiteiten? Grotere calamiteiten. Er komt binnenkort weer een vlieg via de aanvliegroute in de buurt van Laren. Als zo'n ding naar beneden komt bent u daar tegen opgewassen? Dat is een vraag. Andere vraag is komt het vaak voor dat er loos alarm is? En hebt u daar last van? Of moet u daar aparte maatregelen voor treffen. En het viel me ook nog op dat de formatie in Laren welgeteld uit 36 vrijwilligers bestaat. En ik vroeg me af zijn daar dan geen mensen in dienst bij de brandweer? Of hoe werkt dat dan? Misschien kunt u dat nog even uitleggen. Dank u wel. De voorzitter: Ja. Dank u wel voor de concrete vragen. Wie? Mijnheer Oomkens. Want u stak net al de vinger. Ga het rijtje af. De heer Oomkens: Dank voorzitter. Ja een hele en concrete en hele praktische vraag. Ik liep een paar dagen geleden op de hei. En ik weet dat er op de hei op een aantal plaatsen waterputten zijn. Kunnen jullie er gebruik van maken? De voorzitter: Ja dank u wel. U krijgt zo antwoord dus. Mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Ja dank u wel mijnheer de voorzitter. Ja ook hartelijk dank voor de presentatie. Ik heb een hele concrete vraag.
Ten eerste hoe vaak in het afgelopen jaar is er een elektrische auto hier in brand gevlogen in het dorp? En die buurt accu's waar u het over had hebben die als die die mensen misschien thuis in een garage hebben hangen of in een bijkeuken of misschien ergens centraal in de buurt. Als die in brand gaan hebben die dan hetzelfde brandverloop als het accu pakket in een elektrische auto? En zijn die ook zo ontzettend moeilijk blusbaar? Hoe pakt u dat dan aan? De voorzitter: Nou wil eigenlijk voorstellen om de andere helft zo meteen te doen. Want anders dan wordt het heel veel schrijven. En wij zijn dat gewend zeg maar even om veel vragen eerst op te schrijven en dan antwoorden ondertussen te bedenken in hetzelfde moment. Maar u misschien niet dus kunt u misschien deze 1, 2, 3, 4, 5, 6 vragen alvast 6 vragen volgens mij beantwoorden? Dank u wel. De heer Ferrari: Ja dank u wel voorzitter. Ik denk dat het me gaat lukken. Mijnheer Grunwald. De risicogerichte brandweerzorg wat klonk als een efficiëntiemaatregel. Zijn we voldoende geëquipeerd voor nieuwe ontwikkelingen? Ja. We zijn voldoende geëquipeerd voor de ontwikkelingen die we nu aan zien komen die er dagdagelijks zijn. Wij zijn natuurlijk altijd wat terughoudend daarin als u zegt ben je voldoende voorbereid op alles wat er op je af kan komen. Als er morgen besloten wordt tot een compleet andere energie. Heel Laren
gaat morgen over op waterstof. Dan kan ik nu niet zeggen dat we daar voldoende voor geëquipeerd zijn. Want dat moet ik dan opnieuw met onze specialisten beschouwen. Op alles wat we op dit moment aan zien komen zijn we voldoende toegerust. Dat is die risico inventarisatie die we in kaart hebben. De heer Grunwald: Mag ik nog even teruggaan? Ik had als voorbeeld gegeven als een vliegtuig hier naar beneden komt. De heer Ferrari: Ja. De heer Grunwald: Lukt het dan ook nog? De heer Ferrari: Dan lukt het zeker. Dat is waar ik u eerder voor zei dat is de kracht van samenwerken. Het is tuurlijk wel zo u geeft het voorbeeld als er een vliegtuig naar beneden komt. Als er een vliegtuig direct na Schiphol naar beneden komt staat er een crashtender klaar. Op het moment dat er morgen laten we het niet. Laten we het afkloppen. Maar op het moment dat er morgen een vliegtuig in Laren neerstort dan komen en schalen we ontzettend snel op met heel veel tankautospuiten. Maar de dichtst bij zijnde crashtender komt wel vanaf Schiphol. Zo werkt het in het land. We kunnen nu eenmaal niet overal een crashtender neerzetten. Overigens als je een crashtender weer vergelijkt. Als we 3 tankautospuiten hebben brengen we min of meer dezelfde hoeveelheid water op. Dus we doen dan alternatieve maatregelen om dat incident te bestrijden. Maar echt waar.
De flitskracht van de brandweer zeker hier in Gooi en Vechtstreek is hartstikke snel. Met een druk op de knop hebben we heel snel heel veel voertuigen. De voorzitter: Goed. Ja. De heer Ferrari: Dat laten we bij menige brand ook zien. De voorzitter: Ja. Volgende vraag. Over loos alarm. De heer Ferrari: Loos alarm. Rijden we vaak op loos alarm? Ja dat hangt natuurlijk altijd af van de definitie wat is een loos alarm? Een loos alarm laten we zeggen zoals we hem standaard hanteren is de OMS melding. Het automaatje in de volksmond. Dat is eigenlijk een melding die afgaat in bijvoorbeeld een verzorghuis en waarbij er een broodje verbrand was. Die meldingen zijn ontzettend teruggelopen. Omdat we daar een nieuwe ontwikkeling op doen. We verifiëren veel langer met de meldkamer totdat we echt een bevestiging hebben. Het is mis of het is een loze melding. Dus daarin is een enorme reductie voorbij gekomen. Waarom zei ik het hangt af van de definitie? Wat is een loze melding? Ja het gebeurt natuurlijk ook wel is dat je ergens wordt geroepen. Ik noem even wat. We komen de december maand weer aan. Er staat een kerstboom in de brand. Dat gebeurt altijd in de eerste week van januari. Wij met toeters en bellen de straat in om die kerstboom te blussen. Als je dan aankomt. Een kerstboom doet er ongeveer 30 seconden over. Ja dan kijken we naar hoopje schroeiend dennenhout.
Als u dat als loze melding verstaat zijn het er uiteraard wat meer. Maar nee hoor. U hoort van ons uit geen klachten. Dan zei u de formatie. Dat was de derde vraag. Formatie 36 vrijwilligers. Zijn er geen beroeps dan? Ik moet u even aangeven de formatie is de ruimte die we hebben voor post Laren. We zijn nog op zoek naar mensen want we hebben de formatie niet volledig ingevuld. Dus als er geïnteresseerden zijn kunnen ze zich melden bij Hugo hier aan mijn zij. Als u circa 4 minuten vanaf de kazerne woonachtig ben of werkzaam meld u aan. Want daar is altijd nog plek. De specifieke sub vraag was is er geen beroepsbezetting? Nou dat had ik in mijn toelichting heb ik Hugo als voorbeeld genoemd die ook wel eens op de kazerne werkzaam is. Maar zo zijn er ook collega's van risicobeheersing op de kazerne werkzaam. Zo is er een medewerker van finance af en toe op post Laren werkzaam. Dus ons beroepspersoneel zetten we ook in
om een bijdrage te leveren aan de repressieve inzet hier in Laren. Dan voorzitter mag ik naar de vragen van. Oh mevrouw Oom. De voorzitter: De waterputten van mijnheer Oomkens. De heer Ferrari: Ja. Mijnheer Oomkens. De heide. Waterputten. Kunt u er gebruik van maken? Als algemeen begrip moet ik u even melden dat waterputten die specifiek voor de brandweer zijn aangelegd die hebben altijd een goede toetrede voor ons en kunnen we ook daadwerkelijk gebruiken. Er zijn ook wel eens waterputten die bijvoorbeeld een ander belang dienen. Weet ik het. Een waterput voor om de dieren te voorzien van drinken. En dan kan ik me zomaar voorstellen dat we daar niet bij kunnen komen. Daarnaast zijn er soms ook specifieke locaties waar ze geen voertuigen willen. Omdat een voertuig dan meer milieuschade zou opleveren als gewoon een stuk gebied of een stuk heide opgeven. De voorzitter: Ja, mijnheer Oomkens wil nog verhelderende vraag of een mening meegeven. De heer Oomkens: Nee, in dit geval bedoel ik met name de putten die er zijn van het waterleidingbedrijf. De voorzitter: Op de heide hier zijn putten. De heer Oomkens: Ja. Er zijn nogal wat van die putten. De voorzitter: Drinkwater. Voor de drinkwater. Van het drinkwaterbedrijf. De heer Oomkens: U had het over een speciaal voertuig wat extra water kan meenemen. Als u die putten zou kunnen gebruiken misschien helpt dat.
De heer Ferrari: Ja, laten we. Ja, we rijden in het voertuig met een computer. Daarin staan alle te gebruiken wateraansluitingen van het waterleidingbedrijf. Dat zijn soms geboorde putten. Dat zijn soms ook brandkranen. En die kunnen we uiteraard gebruiken. Want onze voertuigen kunnen we altijd met drinkwater vullen. De reden waarom ik specifiek zei we krijgen een grotere behoefte om ons eigen water mee te nemen is omdat er is een strijdigheid in belangen tussen waterleidingbedrijf en ons als brandweer. Als brandweer willen we heel graag een zo dik mogelijke leiding met zoveel mogelijk water er uit zodat we zo snel mogelijk water kunnen vullen in onze voertuigen. Het belang van een waterleidingbedrijf is super schoon drinkwater van een zo veilig mogelijke kwaliteit. En hoe realiseren ze dat? Door de leiding die diameter zo klein mogelijk te maken zodat de stroomsnelheid maximaal is. Want stilstaand water of langzaam stromend water is een slechte kwaliteit. Dus daar is een strijdigheid van belangen waarbij we die ontwikkeling aan zien komen en dus meer water gaan meenemen omdat het vullen nou eenmaal langzamer gaat als het waterleiding zijn net heeft gerenoveerd. Ik hoop dat dat voldoende toelichting is. De voorzitter: Ja. Duidelijk antwoord. Ja, dank u wel. De heer Ferrari: Anders word ik misschien te technisch. De voorzitter: Hoeveel elektrische auto's in brand? Vertel.
De heer Ferrari: Juist. Mevrouw Fontaine. Hoeveel elektrische auto's? Dat ga ik voor u uitzoeken maar dat sturen we toe aan de griffie. Want die cijfers heb ik niet paraat mevrouw Fontaine. De brand van de accu in de laat ik het even noemen de Tesla powerwall is dat nou hetzelfde? Ja. Het brandverloop is hetzelfde alleen de
afmetingen zijn kleiner. Dus een powerwall of zo'n thuisaansluiting moet je zien als bijvoorbeeld 10 tot 15 fietsenaccu's grootte. Als ik even in kilowatts uitdruk zo'n thuisaccu is 10 kilowatt. Een voertuig heeft soms 40 soms 80 kilowatt batterij. Dus dat zijn andere dimensies. Een fietsenbatterij is 1000 watt dus 1 kilowatt dat zijn de grootste fietsbatterijen die we zo'n beetje voorbij zien komen. Uiteindelijk is het allemaal hetzelfde. Het is allemaal lithium ion. Het is alleen het formaat dat tuurlijk bepaald hoe intens de brand is en hoeveel giftige gassen en stoffen ervan af komen. Vandaar ook dat de oproep altijd gedaan wordt laat s ‘nachts je telefoon niet aan de lader. Want dat is een heel kleintje. Laat s’ nachts je fiets niet op. En zo in die context moeten we het zien. Het grootste formaat dat is die buurt batterij. Dat is eigenlijk een container. Een 40 voet container vol met accu's. Dat is een heel andere orde als alles wat we tot op heden genoemd hebben. Daar zien we wel dat daar echt bij de goede bouwers brandweersystemen aan gekoppeld worden zodat we gelijk water er op kunnen zetten zodat er gelijk spanning afgeschakeld wordt. Want anders zijn die risico is enorm. De voorzitter: Heel duidelijk. Ja. Ik ga aan de kant. Even duidelijk een vraag nog want we willen ook een beetje door.
Mevrouw Fontaine: Heeft de brandweer ook richtlijnen naar privémensen toe voor waar ze het beste zo'n accu aan de muur zouden kunnen hangen? Of zover mogelijk weg bij het huis of voor de buurt accu. De heer Ferrari: Bij de buren is echt een heel mooi antwoord. Wij verwijzen tuurlijk altijd naar de leveranciersvoorschriften. Want het is voor ons niet te doen om al die verschillende types, en dat zijn er inmiddels heel erg veel omdat bij te houden. Maar over het algemeen is het advies in een bijgebouw en niet in het hoofdverblijf. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Loeff van Liberaal van Larens Behoud. Neem mij niet kwalijk. De heer Loeff: Nog steeds ja. Dank u voorzitter. Dank voor de presentatie. Heel inzichtelijk. Ik had wel een vraag over het rietkapteam. En daar zei u van we zijn bezig met het door ontwikkelen. Wat ik een beetje hoor uit de wandelgangen. En u zegt het eigenlijk zelf ook. Mensenlevens zijn heel belangrijk en zeker van het personeel. Aan de andere kant is er ook een beetje de constatering de jaren dat in de brandbestrijding, en dat hoor ik gewoon algemeen, er wordt gezegd van nou we laten iets liever gecontroleerd uitbranden dan dat we echt beperkend gaan blussen.
Nou dat is aan de andere kant natuurlijk heel vervelend voor een eigenaar van een pand als een pand helemaal afbrand terwijl die eigenlijk met een ingreep die misschien nu risicovoller is maar straks misschien op een andere manier kan worden uitgevoerd. Ook kan worden beperkt. En dat leidt mij ook tot de vraag over hoogwerker. Want die wordt dan vaak ingezet maar dan is de aanrijtijd weer heel erg lang. Of hij is kapot. Heb ik ook weleens gehoord. Kunt u daar iets over zeggen of daar progressie in is en wat dan doorontwikkeling precies inhoudt? De voorzitter: Ja, dank u wel. Anderen? We hebben eigenlijk een woordvoerder per onderwerp. Maar ik vind dat het wel mag. Mevrouw Van Oort: Dank u wel voor uw heel duidelijke presentatie. Ik had een vraag over de een na laatste sheet die ging over. Dat is een beetje een lijn van de beantwoording op de vraag van mijnheer Grunwald over de capaciteit. Ja. En dat staat zeg maar een beetje in lijn huidig en beoogd. Maar daarvoor het aantal uitrukkingen staat een lijn. Dus is dat ook met oog voor de toekomst? Hebben jullie daar ook een verwachting van? Blijft het dan zo? Is dat daarom een lijn of kunt u daar een soort inschatting van maken?
De voorzitter: Ja. Dank u wel voor de vraag. Microfoon graag uit. Anderen nog? Nee? Goed dan zijn dat de laatste vragen en dan hopen we dat u ons daar nog wat over kunt vertellen. De heer Ferrari: Ik ga mijn best doen mijnheer de voorzitter. Mijnheer Loeff, het rietkapteam in de context van gecontroleerd uit laten branden dat dat een beetje de tendens de laatste tijd is. Zoals wij hier met zijn drieën op een rij zitten zijn we alle 3 brandweerman in hart en nieren. Dus er is niks frustrerender als dat wij bij een klus komen en dat we met elkaar moeten constateren we laten hem gecontroleerd uitbranden. Op het moment dat we dat besluit nemen dan zijn er risico's in het spel. En dan zijn er risico's in het spel waarvan we zeggen die wegen niet op tegen wat we aan het redden zijn. En dat klinkt soms zuur maar dan zijn het maar stenen en is het maar een rieten kap. Als dat betekent dat we onze mensen echt in onverantwoorde gevaren, let op dat woord onverantwoord moeten inzetten dan maken we die keuze. Daarnaast en we hebben het er eerder deze avond al gehad over de omgevingswet. Het is ook wel een beetje de lijn waarin er op het moment geconstrueerd wordt. Dus bijvoorbeeld bedrijfspanden worden groter en groter. En eigenaren worden er dan ook op gewezen op het moment dat die compartimenten zo ontzettend groot worden dan kunnen we hem als brandweer niet meer houwen.
Dan kunnen we alleen nog inzetten op de belendingen. En dan is er sprake van een afbrandscenario. Dus dat wordt dan al bij de ontwikkeling meegegeven. Specifiek op rietkap is natuurlijk een andere ordegrootte. Dat betreft veelal woonhuizen. Waar wij en waar die doorontwikkeling over gaat is dat we vooral willen dat we bewust risico's afwegen aan de voorkant in relatie tot wat we aan het redden zijn. En wij zijn er nadrukkelijk niet op uit om alles aan de voorkant gecontroleerd af te laten branden want dan doen we ons eigen vak teniet. Maar u moet zich voorstellen er is als brandweerman ook het allermooiste is om zingeving in je inzet te hebben. Het aller frustrerendste is om met elkaar te kijken naar hoe de vlammen uit het dak komen. Dus nee dat is niet waar we op uit zijn maar wel de risicoafweging die ik u eerder schetste. De hoogwerker. Dat was uw sub vraag hieraan gerelateerd. Dat is inderdaad bij een rietkap de meest veilige wijze. Want een rietkap is per definitie niet super veilig om op te treden of op te werken. Iedereen die rietdekkers ziet, ziet natuurlijk ook dat dat in de stationaire situatie al een bezigheid is waarvan je denkt zo dat is wel echt een vak. Kan je nagaan als er ook vlammen bijstaan. Heel veel water bij komt kijken. Dan nemen die risico's natuurlijk toe.
Wij denken dat we daar een zorgvuldig proces op hebben ingericht met diverse veiligheden waardoor we toch dat dak op kunnen. Ideaal is het altijd als de hoogwerker erbij komt zodat we van bovenaf de brand kunnen bestrijden. Dat zal altijd een preferent scenario zijn mijnheer Loeff om de brand te bestrijden. Alleen helaas in de doorrijdbaarheid en in het formaat van een hoogwerker kunnen we er lang niet altijd bij komen. En dat zorgt dan dat we een ander middel uit onze tool box moeten halen. Want lang niet overal kunnen we met een hoogwerker bij komen. De hoogwerkers zijn ook. De voorzitter: Is er behoefte aan een verduidelijkende vraag, mijnheer Van den Berg? De heer Van den Berg: Ja. Een verduidelijkende vraag voorzitter. Niet overal kan de hoogwerker komen maar aanvullend aan de vraag is dat dan duidelijk in Laren waar die punten zijn of is daar maatwerk dan nu? In aanvulling op de vraag van mijnheer Loeff. De heer Ferrari: Is er duidelijk waar die punten zijn? Nee want het is natuurlijk ondoenlijk om de hele tijd te kijken hier kan ik wel komen hier kan ik niet komen. Dat wordt een databestand waar je niet mee kan werken. Voorzijde woning wel. Achterzijde woning niet. Linkerflank wel. Rechterflank niet. Dat is onwerkbaar. Wat we doen is we alarmeren hem sowieso en schatten ter plaatse in of het wel of niet ingezet kan worden.
Tegelijkertijd zijn onze specialistische teams allang met de voorbereidingen begonnen. Dus dit is altijd ter beoordeling van de eerste bevelvoerder die op de eerste auto zit. Die jongens of meiden kijken gelijk naar is hier opstelplek voor dit voertuig? Dan ga ik toch even naar de sub vraag van mijnheer Loeff. Want dat was een
hoogwerker gaat ook wel is kapot. Dat klopt. We spreken overigens over een redvoertuig. Want we hebben in Gooi en Vechtstreek in Bussum een ladder staan. De overige kazernes werken met hoogwerkers. En de nieuwe voertuigen die aankomen voor de autoladders. Maakt verder niet uit. Technische verduidelijking. En ze zijn in aantocht in 2024 ‘...’ 3 of ‘..’. 4 worden nieuwe voertuigen geleverd. Tot die tijd doen we er natuurlijk alles aan om voertuigen operationeel maximaal inzetbaar te hebben. Maar zoals altijd aan het einde van de levensduur krijg je wat kuren. Anders was vervanging ook niet nodig geweest. De voorzitter: En dan komen we aan de laatste vraag. De heer Ferrari: Ja. Van mevrouw Van Oort. Die vroeg naar aanleiding van deze slide de doorontwikkeling. En wat betekent dat voor de uitrukken? De doorontwikkeling in voertuigen betekent eigenlijk niets voor uitrukken want uitrukken beïnvloed je aan de voorkant van de keten. Dus dan moet de omgeving veranderen. Andere risico's. En niemand kan nu inschatten hoe zo'n energietransitie verder uit gaat pakken of dat ik zo meteen mevrouw Fontaine moet aangeven in 2022 waren er 20 elektrische branden, in 23 50 en in 24 100. Ja dat kunnen we niet inschatten. Daarin zijn we afhankelijk van de telefoontjes 112. De voorzitter: Mooi. Het is altijd goed om dat nummer nog eens even te herhalen aan het eind van de afronding.
Nou wou ik eigenlijk zelf nog een vraag stellen. Als dat mag leden van de commissie? Namelijk één. Nee één over de voorlichting aan mensen met een rieten kap. Doet u? Want even een aanvulling eigenlijk op wat mijnheer Van den Berg vraagt en wat mijnheer Loeff vraagt. Gebeurt daar iets specifieks mee om bijvoorbeeld de paden rondom het huis vrij te houden zodat? Ik weet niet of u daar iets specifiek. Hebben we daar een bepaalde campagne voor of iets dergelijks? De heer Ferrari: Ik keek al even naar mijn collega aan mijn rechterhand. We hebben geen specifieke campagne. Ik weet wel dat de wijkbrandweerman, dat is in Laren mijnheer Hans Schotsman die besteed er wel eens aandacht aan als mensen proactief met vragen bij hem komen. Dus op die manier wordt er wel aandacht aan besteed. Maar geen campagne in de zin zoals u het stelde. De voorzitter: Nee. Nee mijnheer Van den Berg nog een laatste? De heer Van den Berg: Ja. Vooral aan u voorzitter. Want u brengt daar mij mee op het idee. Tegenwoordig is het natuurlijk nogal mode om overal een rieten kap op te leggen. Vroeger was het zo om en om. Dan mochten er niet 2 riet naast elkaar. Dus ik denk dat het voor ons als gemeenteraad wel een nadenkertje is als er onmogelijke plekken zijn waar iemand een rieten kap wil maken dat je dat misschien in de bouwvergunning zelfs over na moet denken. Want dan komt die vanzelf wel terug.
Dat is eigenlijk preventief. De voorzitter: Het is helemaal niet de bedoeling om andere regels erbij te bedenken mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nee, voorzitter dat weet ik. Maar het is wel een aardige discussie voor ons. De voorzitter: Dat is helemaal niet de bedoeling. Goed. Wij ronden af. Maar mijnheer Van Midden die is nog zie ik denk ik eigenlijk ook even namens de burgemeester denk ik. Of misschien wilt u nog een laatste woord richten tot ons allen? Maar met name ook tot mijnheer van de brandweer. De heer Van Midden: Ja heel kort. Dank u wel mijnheer de voorzitter. Hartelijk dank voor de sterke inhoudelijke presentatie. Ik ben ook heel blij dat er nieuwe ontwikkelingen als het gaat om energietransitie en dat soort zaken ook meegenomen zijn. Ik denk dat we met zijn allen kunnen constateren dat we met de
mensen die hier nu zitten een uitermate deskundige en professionele organisatie hebben. En dat stelt gerust kan ik u vertellen. Ik weet niet hoe het met de andere leden van de commissie zit maar wat mij betreft heel goed gedaan. Dank je wel. De voorzitter: Ja. En dat vonden wij allemaal uit het applaus blijkend. Dank u wel. Wij ronden dit punt af. U bent uiteraard vrij om nu lekker naar huis te gaan. Tenminste ik hoop niet dat u nog hoeft uit te rukken vanavond. En dat kan. U gaat richting het Haagse dus veel succes en keep up the good work zou ik zeggen. Dank u wel. De heer Ferrari: Dank u wel. Gaan we doen. 9.
Huisvestingsverordening regio Gooi & Vechtstreek 2024 De voorzitter: Dan gaan wij over ondertussen naar een agendapunt dat al eerder op de agenda heeft gestaan namelijk. Dus de verschillende fasen van bespreking van de huisvestingsverordening regio Gooi en Vechtstreek 2024. Dit is eigenlijk nu de bedoeling om deze huisvestingsverordening vast te gaan stellen in de gemeenteraad volgende of aan het eind van de maand. Er is al heel veel over gesproken en daarom ook gelet op de tijd wil ik eigenlijk voorstellen om 1 termijn te doen als u dat goed vindt. Dus als u de vragen heeft dan kan de wethouder den Dunnen daar nog eventjes op antwoorden. Maar volgens mij moet dat lukken want alle punten die eerder al zijn ingebracht die zijn verwerkt. Dan als u daar mee. Ik zie knikkende gezichten dus daar ben ik blij om. Dan wil ik vragen wie wil als het eerste graag het woord? Mijnheer Vos. De heer Vos: Ja, dat wil ik graag doen mijnheer de voorzitter. Ik zal het ook kort houden, want zoals u het zelf al gememoreerd heeft, dit is al een paar keer de revue gepasseerd en ik kan mij herinneren dat hier aan tafel iemand zat vanuit de BEL Combinatie. Ik weet niet of dezelfde dames nu tegenover mij zit. Dat zou kunnen. Neem me niet kwalijk mijn geheugen. Die buitengewoon competent was en als beide buitengewoon goede antwoorden gegeven heeft.
Dus ik denk dat we de dingen die we toen besproken hebben vrij uitgebreid. En ik kan mij herinneren dat met name over voorrang ging en dergelijke goed verwoord zijn. En wat ons betreft geen verdere op aanmerkingen of anderszins. De voorzitter: Ja. Prima. De heer Vos: Is dat kort genoeg, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Ja. Heel fijn. Dank u wel mijnheer Vos. Mijn complimenten. Mijnheer Oomkens. De heer Oomkens: Dank voorzitter. Het volgende. Ik raakte een beetje in verwarring bij het doornemen van de bijlage. In eerste instantie bijlage 1. Bijlage 1.4.1.25 dat is in beide bijlagen dezelfde nummering. Daar staat ten aanzien van de regionale criteria dat het voorkomen van geweld een criterium is in de toewijzing. Als er in bijlage 2 kom dan staat er dat bij geweld er geen sprake is van urgentie. En toen was ik de weg kwijt. Wat is het nou? Is het nou wel of niet? De voorzitter: Dan zegt u dank u wel voorzitter dat was mijn vraag en dan doe. Of heeft u nog een andere vraag? Want u laat zo'n lange stilte vallen dus dan. Mijnheer Oomkens vertelt u. Heeft u nog een andere vraag?
De heer Oomkens: Ik heb nog een andere vraag. De bouwstenennota. Bouwstenennota en dan hebben we het over pagina 8. Daar staat vetgedrukt 2021 in met voorrang voor lokale binding aangeboden in Blaricum 30 procent van totale aanbod en Laren 17 procent. En dan nog andere gemeenten ook percentages. Zowel het aanbieden. Dat staat iets verderop. Met lokale voorrang als eerste verhuur nieuwbouw en bestaande bouw vallen onder het maximum percentage en moet als zodanig worden gerapporteerd. Is er op een of andere manier aan te geven hoe het komt dat Blaricum bijna 2 keer zo veel heeft aangeboden aan mensen met een lokale binding dan Laren? Ik ben daar best benieuwd naar. De voorzitter: Goed. Dank u wel voor uw vragen. Dan ga ik nu naar mevrouw Fontaine. Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Wij zijn heel tevreden met deze huisvestingsverordening want hij is heel vaak besproken. Maar ik zal iedereen ook aan willen raden wat heel erg nuttig is geweest en veel inzicht heeft gegeven dat zijn de paar keren dat er ook een regiopodium over was waarbij je dan met de verschillende raden en commissies van diverse gemeentes om de tafel zit. Dat was eigenlijk mijn enige opmerking. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Oort van Larens Behoud. Mevrouw Van Oort: Ja, dank u wel voorzitter. In ieder geval complimenten op het stuk. Het is een duidelijk stuk.
Ik heb een eigenlijk meer over de inhoud van de ruimte die er is en ook nu in het huidige plan en het nieuwe plan wordt gegeven. Of de verordening. Over de toewijzing door het college aan wie er recht heeft op een woning. En dat is in de nieuwe verordening staat het bij artikel 3.3 woningen van een bepaalde aard of grootte. Woningen kunnen door burgemeesters en wethouders worden aangemerkt als. En daar staat het woord kunnen. Dus ik ben benieuwd hoe het college dat dan voornemens is om in te vullen? En dan doel ik eigenlijk ook op de gevoel van die toewijzing. Want stel ze wijzen bijvoorbeeld alleen maar Laarders toe dan zou dat dus gevolgen hebben voor de doorstroming binnen Laren. En dan zou ik ook graag willen vragen als evaluatie hoe dan bijvoorbeeld in het dorp. Nu heb je ondanks de start van de bouw van 8 sociale huurwoningen op de Harmen Vosweg. Hoe is dat daar gegaan? Ik ben benieuwd of daar misschien nu aan 7 Laarders is toegekend en wat dan ook daar het gevolg was voor de doorstroming? Omdat we te maken hebben met woningnood en het bouwen van woningen ja dat is natuurlijk een logische oplossing voor om die woningnood aan te gaan. Maar het oplossen van de doorstroming dat heeft natuurlijk ook een enorm effect wordt gezegd. Dus hoe is het college van plan om in ieder geval met dat artikel om te gaan als het in ieder geval gaat om nieuwbouw? Dat was het.
De voorzitter: Ja. Dank u wel. Wilt u de microfoon uitdoen? Ja. Anderen nog? Mevrouw Krapels van het CDA. Mevrouw Krapels: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Dank u wel. Het CDA is blij dat die huisvestingsverordening in dusdanig stadium is dat die straks ook naar de raad kan. Fijn dat die wooncoach er ingekomen is. En ook fijn dat er afspraken gemaakt zijn voor Laren dat personeel zoals voor de brandweer ook een plekje krijgen. Dat is ook nieuw. Wat die huisvestingverordening tot doel heeft is natuurlijk dat wij op een bepaald moment meer sociale huurwoningen hebben. En dat er ook meer mensen een woning hebben. Wat mij dan bevreemd is het feit dat bij de Erfgooierswoningen een aantal woningen leeg staan. We zitten met een krapte op de sociale woningmarkt. En hoe kan het dan zo zijn dat er gewoon bij de Erfgooiersweg bij een aantal woningen gewoon op dit moment leeg staan? Is er dan geen activiteit om te kijken of daar bewoners in die huizen zouden willen gaan wonen? Is er dan niet een soort leegstandswet en moet de gemeente daar dan niet actief in optreden? Dat was mijn vraag.
De voorzitter: Ja. Dank u wel. Dan zijn dat de vragen. Dan gaan we naar wethouder Den Dunnen voor de beantwoording. En hij wordt, daar ga ik mijnheer Vos ambtelijk ondersteunt door mevrouw Jordans. Beleidsmedewerker wonen van de BEL Combinatie. Mijnheer Den Dunnen gaat uw gang. De heer Den Dunnen: Ja dank u wel. De meeste antwoorden zullen toch van mijn linkerhand moeten komen. Ik heb het hele stuk doorgelezen en ik moet u eerlijk zeggen ik vond het nog erger dan de belastingwetgeving. Het is tot in detail. En je kan dus ook echt zien dat het een stuk is wat door de jaren heen gegroeid is. En ik kan me haast geen woningsituatie meer voorstellen die niet in de huisvestingsverordening zou kunnen passen of ergens ingevoegd zou moeten worden. Dat was mijn algemene indruk. Dat laatste van die Erfgooierswoningen daar kan ik wel van zeggen. Dat heeft te maken met de renovatie van die woningen die eigenlijk noodzakelijk is maar waar geen middelen voor zijn. En de woningbouwvereniging die zit daar nog steeds op te kijken van wat moeten we daar mee doen? Gaan we dat verkopen of niet? Willen we dat nog wel verhuren? Hun uitgangspunt is weet ik uit het verleden dat zij dat eigenlijk wel wilden verkopen. Maar daar heeft de toenmalige raad tegen gezegd van nee dat doen we niet. En in dat vacuüm zit het op dit moment. Er is geen leegstandwet bij mijn weten.
Maar ik kijk naar mijn linkerbuurman, -buurvrouw waarmee je dat kan verbieden. Aan jou de verdere antwoorden. De voorzitter: Dan, mevrouw Jordans kan op een aantal andere vragen een antwoord geven of gaat u nog op dit onderwerp door? Mevrouw Jordans: Nou voor het laatste. Als het gaat om Erfgooierswoningen wat betreft sociale huur dan denk ik niet dat ze leeg staan. En als ze dan leeg staan dan zal daar een goede reden voor zijn. Want dan kan het zijn dat er een mutatie of onderhoud plaatsvindt. Dus dan heeft het betrekking op de woningen waar de wethouder het net over had. Het gaat dan over een ‘...’ Dus dat is dan geliberaliseerde huur. Er bestaat wel zoiets als een leegstandswet. Dat is gewoon een algemene wet. Misschien bedoeld u de leegstandsverordening. Leegstandswet ziet op tijdelijke verhuur van woningen die leegstaan als er bijvoorbeeld sprake is van sloop, nieuwbouw, renovatie of een woning die in de verkoop staat. Een gemeente zou een leegstandsverordening kunnen optuigen als er sprake is van veelvuldige leegstand maar dat doe je vaak als er heel veelvuldig sprake van is. En in dit geval zit daar een reden achter. Overigens zijn we bezig met een nieuwe prestatieafspraken met de coöperatie en dit punt komt daar ook in terug. En dat betekent dat het college ook in gesprek gaat met de coöperatie op dit punt.
Voor wat betreft de vraag doe ik ze even in volgorde van mijnheer Oomkens. Die stelde een vraag over iets een urgentiegrond als het gaat om geweld. U verwees naar een aantal bijlagen. Ik weet niet precies welke u bedoeld. Maar als ik kijk naar de verordening zoals de voorligt dan is er een urgentiegrond wel als er sprake is van geweld of reële bedreiging dan kan dat grond zijn om urgentie te verkrijgen. Daar is overigens niks aan gewijzigd want die staat er al sinds jaar en dag in. Dus voor de goede orde. Die stond er in en die blijft er in staan. Dan maakt u een opmerking ook over het percentage voorrang. Dat stond in de bouwstenennota. Dat Blaricum 17 procent of sorry Blaricum 30 procent met voorrang had toegewezen en Laren op enig moment 17 procent. En 2022 zijn dat volgens mij de cijfers die in de nota stonden. Dat is te verklaren door als er een nieuwbouwproject wordt opgeleverd dan kiest een gemeente er vaak voor om die nieuwbouwwoningen toe te wijzen aan lokale inwoners. Nou in Blaricum is dat bijvoorbeeld in de Blariummermeent geweest met 32 huurwoningen waar dan een gedeelte. Dus dat drukt dan heel erg op het percentage. En het kan ook zijn dat er een keer een urgentie is afgegeven. Dat wordt ook daar in meegenomen.
En omdat beide gemeentes zowel Blaricum als Laren een lage mutatiegraad hebben is elke woning die dan lokaal wordt toegewezen al best wel groot percentage op het totaal. De voorzitter: Wilt u nog een verhelderende vraag? We hebben maar 1 termijn mijnheer Oomkens.
De heer Oomkens: Ja ja. Nee exact even terugkomen op mijn eerste vraag. Ik heb gezegd bijlage 1. Dat is de huisvestingsverordening. Daarin staat onder punt 4.1.2 lid 5 geweld is wel een criterium. En in bijlage 2 staat onder hetzelfde punt dat geweld geen aanleiding is voor urgentie. De voorzitter: Die vraag heeft u ook gesteld. De heer Oomkens: En daar zit een tegenspraak in die of verklaard moet worden of er uit moet. Maar er moet iets bij worden gedaan. Want nu klopt het niet. De voorzitter: Die vraag heeft u geprobeerd te beantwoorden, mevrouw Jordans, maar het is een nogal technische vraag die inderdaad heel erg politieke consequenties zou of consequenties zou kunnen hebben. Ik stel toch voor om die vraag dan even buiten de vergadering verder af te doen. En dan krijgt u voordat wij een besluit nemen over de huisvestingsverordening een schriftelijk antwoord. Dat lijkt me de beste oplossing als u dit niet nu acuut. En dat kan ik mij voorstellen hoor. Dat hoeft ook niet. De heer Den Dunnen: Kan een heel kort een antwoord krijgen. Kort krijgen. De voorzitter: Mijnheer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Het een gaat over in de woning blijven en het ander gaat over de toewijzing van de woning. En daar wordt die 2 criteria van geweld bij benoemd. Bij geweld in punt 5 wat u noemt dat geldt over de aanvrager redelijkerwijs niet langer meer in de woning kan blijven.
En bij de andere geweld artikel wat u bedoeld is over de toewijzing van de woning. De voorzitter: Dat zijn 2 verschillen. Dat is duidelijk. De heer Oomkens: Voorzitter, het wordt inderdaad technisch. Het antwoord voldoet niet. Ik zal de vraag schriftelijk stellen. De voorzitter: Goed. Heel fijn. Dank uw wel. Dan kunnen we daarmee door naar de vraag van mevrouw Van Oort. Mevrouw Jordans: Ja, dat ging over de ruimte. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: U zei net, denk ik terecht van de vraag komt terug bij de behandeling, maar nu zegt mijnheer Oomkens, ik ga een vraag stellen schriftelijk. Maar past dat dan precies in uw plaatje dat het college wel dat antwoord ook kan geven voor dat de raad is? De voorzitter: Ja kijk, de wethouder heeft alsnog een poging gedaan om uit te leggen wat het verschil is. Daarmee heeft hij eigenlijk antwoord gegeven op de vraag. Alleen de vragensteller die denkt ja het is me niet duidelijk of het klopt niet. Dus hij hebt zelf aangeboden ik stel een schriftelijke vraag. Maar wat mij betreft komt er in ieder geval voor de vaststelling van de verordening in de raad aan het eind van de maand een schriftelijk antwoord. Of hij daar nou wel of niet een schriftelijke vraag over heeft gesteld. Er komt een antwoord. Ja. Laatste beantwoording van de vraag van mevrouw Van Oort?
Mevrouw Jordans: Ja, die ging over de toewijzing of de ruimte die het college kan gebruiken als het gaat om woningen van bepaalde grootte. Die bepaling die in de huisvestingsverordening staat die ziet op dat woningen voor een bepaalde huishoudens toegewezen kunnen worden. Dus dan kunt u denken aan dat coöperaties een label kunnen plakken op een seniorenwoning. Of een label kunnen plakken voor een jongerenwoning. Dat is een bevoegdheid die het college heeft maar we hebben met de coöperaties afgesproken dat zij naar eigen inzicht dat alle coöperatie in de regio labels hangen aan woningen zoals een seniorenwoning een labelwoning en een Wmo aangepaste woning. Dus op die manier zit er een soort van voorrangsregeling in die door de coöperaties wordt bepaald. Dus dat is niet het college die bij elk voorstel bij elk vrijkomende woning gaat bepalen hoe die toewijzing geschiedt. Dat hebben we neergelegd bij de coöperaties. En dat voeren zij ook al jarenlang op deze manier uit. Dan stelde u een vraag over de Harmen Vosweg hoe dat nu gegaan is. Daar hebben we nog geen afspraken over gemaakt. Er staat natuurlijk in de verordening dat je per nieuwbouwproject afspraken kunt maken voor wat betreft de toewijzing. Ik gaf net al even aan we zijn bezig met de prestatieafspraken met de coöperatie en huurdersbelangenvereniging. Daar komt de Harmen Vosweg ook in terug dus als het zover is.
Meestal is dat ongeveer een half jaar voordat de woningen worden opgeleverd. Dan zitten we met elkaar om tafel om te kijken welke toewijzingscriteria we het beste kunnen waarbij altijd het uitgangspunt punt is doorstroming. En we hebben zelfs nu proberen we in de afspraken te zetten dat we experiment gaan toepassen om een zolang mogelijke verhuisketen toe te passen. Dus dat we dan niet alleen inzetten op doorstroming. Dus iemand betrekt een Harmen Vos woning en laat een sociale huurwoning achter. Omdat ook die achtergelaten woning ook weer toegewezen wordt aan een doorstromer. Dus die weer een woning ook weer achterlaat zodat aan het einde van de keten dan een starter terugkomt. Dus ik kan u geruststellen dat we met alle nieuwbouwprojecten die we hebben in de gemeente altijd ervoor zorgen dat er in ieder geval de Laarders aan bod komen. Dat was hem volgens mij. De voorzitter: Dat was hem. Ja ik wilde net zeggen, want ik zou het knap vinden als u nog... U rondt af? Wilt u afronden? Mevrouw Jordans: Ja, mevrouw Krapels had nog een vraag over… O, dat was van die woningen. Ja. De voorzitter: Ja dat is al gedaan namelijk. Mevrouw Jordans: Ja. De voorzitter: Ja. Die prestatieafspraken. Dat is misschien wel even een vraag van mij. Maar misschien willen ook meerdere dat weten.
Komt dat op enig moment hier terug? Want dan kunnen we op dat moment ook zien wanneer daar wat over wordt bepaald. De heer Den Dunnen: De prestatieafspraken zijn vorige week in het college geweest. Er zijn nog wat op- en aanmerkingen geweest. En dan gaat het gesprek beginnen met de woningbouwvereniging. En als dat klaar is dan komen de prestatieafspraken hier aan de raad ter kennisneming. De voorzitter: Goed. Prima. Dus u krijgt het nog te zien. U kunt het college ook in dit geval controleren. Dan wil ik gaan afronden. En dan hebben we dit punt volgens mij goed behandeld. En dan wil ik eigenlijk vragen of dit als hamerpunt naar de raad kan? Ja. dan doen we het als hamerpunt door naar de raad.
10. Raadsinformatiebrief Brink 19, bespreking De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 10. Het laatste agendapunt. Over de raadsinformatiebrief Brink 19. Larens Behoud en D66 hebben daar vragen over gesteld. Een hele rits om het zo te zeggen. Wie van beide partijen mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Loeff, gaat uw gang. De heer Loeff: Ja dank u, voorzitter. We hebben dit in het presidium samen met Liberaal Laren op de agenda laten zetten naar aanleiding van de vragen die wij eerder hadden gesteld vanuit Larens Behoud over Brink 19. Daar is een antwoord opgekomen van het college. En naar aanleiding van dat antwoord hadden we toch nog een aantal vragen waarvan we zeggen van ja dat is ons toch niet helemaal duidelijk. En het is niet zo dat ik alle vragen zal oplezen maar de strekking is eigenlijk van de verbazing dat het college zegt wij hebben hier een buitenplanse kruimelregeling toegepast. Dat was voor ons eigenlijk een verrassing. Wij hadden verwacht dat het college naar de raad zou komen met een wijziging bestemmingsplan. Of althans met een vraag van geen bedenkingen. Referent aan de eerdere vraag die we hebben gesteld. Maar kennelijk acht het college zich bevoegd om dat te doen. Nou wij zijn een beetje gaan kijken. En D66 en wij hebben gezocht en wij zien niet dat wijziging detailhandel in de 11 geldende kruimelregeling gevallen zit.
Dus wij zijn heel benieuwd hoe dat nou precies in elkaar zit en waarom het college denkt dat zij deze regeling heeft kunnen toepassen. En vervolgens zijn er ook leden van de raad bij de behandeling van de welstandscommissie geweest. En daaruit was toch behoorlijk wat zorgen over de aanpassingen die worden voorgesteld. Variërend van schuifpoorten tot en met tijdelijke zwembaden die ook zijn aangevraagd. Dus wij maken ons echt grote zorgen over de ontwikkeling. En dat alles inclusief illegale kap van bomen waar u wel van zegt ja wij gaan herplantplicht opleggen. Maar je ziet dat de hele tuin letterlijk is kaal geschoven. En het geeft bij ons geen goed gevoel. Tegelijkertijd zien wij dus dat u als college zegt van nou. Er lopen een aantal dingen. Dat is ook alweer even geleden dat u dat heeft beantwoord. Dus we zijn heel benieuwd naar de voortgang. Maar met name ook waarom u als college zegt van ja dit was ons toebedeeld om dit te wijzigen naar detailhandel. Ja wij zien daar toch behoorlijk wat zorgen. De voorzitter: Ja. Duidelijk. Wil mevrouw Fontaine nog iets toelichten? We gaan eerst zo meteen de wethouder aan het woord laten om de vragen te beantwoorden. En dan krijgen we daarna nog de. Of wilt u een vraag mevrouw Timmerman aan mijnheer Loeff? Mevrouw Timmerman: Nog een kleine aanvulling op. En dat gaat eigenlijk over... De voorzitter: Nee. Daarvoor heeft u nog niet de beurt.
Want dan wil ik eerst mevrouw Fontaine is medeindiener. Lijkt me netter om haar eerst de gelegenheid te geven. Mevrouw Timmerman: Ja. Maar… De voorzitter: Daarna mag u. Mevrouw Fontaine, gaat uw gang. Mevrouw Fontaine: Ja dank u wel mijnheer de voorzitter. Ja wij hadden nog een extra vraag. Misschien is het een hele domme vraag hoor van D66, maar ik dacht ik ga hem toch stellen. We willen graag weten of de gemeente niet om hoe heet dat ook alweer een verklaring van geen bezwaar? Die is niet gevraagd aan de raad. En waarom dat niet gebeurt is? Oftewel eigenlijk is de strekking van het verhaal is die hele vergunning wel terecht verstrekt? Dank u wel. De voorzitter: Goed. Mevrouw Timmerman?
Mevrouw Timmerman: Dank u wel voorzitter. Ja de worden nu eigenlijk alleen maar de laatste vragen behandeld. Maar dit heeft wel een voorgeschiedenis. De vorige raadsvergadering hebben we mijnheer Loeff en ik samen gevraagd of dat het de beantwoording van de vragen van Larens Behoud over Brink 19 of dat die in de eerstvolgende commissievergadering, dat is vandaag behandeld konden worden. Wij hebben daar ook nog. Dat staat er ook iets bij gezegd waarom we dat wilden. En ja dat is… De voorzitter: Maar bedoeld u nu dat u de antwoorden al had verwacht of dat u nu kunt afwachten dat de wethouder antwoord gaat geven? Mevrouw Timmerman: Nou ik wilde er eigenlijk nog een vraag aan toevoegen. Want ik ben hier niet in gekend in die laatste vragen heel eerlijk gezegd. En dat vind ik eigenlijk wel jammer. En dat is de rol van de welstand. Naar mijn idee. Ik ben bij alle welstandsvergaderingen over Brink 19 geweest. Die werd nogal ingeperkt door voor afgenomen besluiten. En dat wil ik ook eigenlijk aan de wethouder vragen hoe die dat ziet. De voorzitter: Goed. Dan gaan we nu naar wethouder voor de beantwoording met de 2 aanvullende vragen van D66 en van Liberaal Laren. Maar misschien kunt u dat gewoon larderen in de beantwoording. De heer Den Dunnen: Ja dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik zal mijn best doen.
Maar u moet zich realiseren dat ik ook halverwege dit traject maar ingestapt ben en ik niet helemaal deelgenoot ben geweest van de besluitvorming die in eerste instantie binnen het college heeft plaatsgevonden. Die besluitvorming heeft bij mijn weten in mei ergens plaatsgevonden. En daarin heeft het college gemeend en ambtelijk geadviseerd dat zij gebruik kon maken van een kruimelafwijking buitenplanse afwijking kruimel geval. En daarvoor de vergunning of de bestemming van dat pand kon omzetten van woning naar detailhandel. Ik kan me daar verschillende argumenten bij voorstellen waarom dat college dat gedaan heeft. Het past denk ik binnen de winkel diagonale zoals je die in Laren kent. De winkel is logisch en in het verband en in het verlengde ook van de andere winkels. Het geeft een stuk versterking van die hoek van het Brink denk ik waarin je dus de aantrekkelijkheid van het totale Brink en Brink omgeving bevorderd als je daar een winkel in dat pand zet. Dat zijn argumenten. Maar nogmaals ik ben daar niet bij geweest. Maar dat zouden voor mij argumenten zijn om dat inderdaad toe te staan. Tweede is dat het een unieke winkelsoort is die er nog niet is. Het is meer een winkelbeleving een productbeleving die daar neergezet zou gaan worden. Dus hij is ook uniek in zijn soort. Dus dat zou ook een argument kunnen zijn om dat te doen.
En dan is het aan het college inderdaad om gebruik te maken van de buitenplanse bevoegdheid die door de raad aan het college is toegekend om deze kruimelgevallen daarvoor toe te passen. En als zodanig heeft het college daar gebruik van gemaakt. Wat er vervolgens is gebeurd, daar ben ik wel deelgenoot van geworden is dat de eigenaar enthousiast aan de slag gegaan is met de omgeving van zijn nieuwe winkel om daar zo snel mogelijk actie op te ondernemen. En daar hebben we direct gezegd van ho, ho, dit is niet de bedoeling. Dit gaat op een manier die wij niet voor ogen hebben. En bovendien hier zijn procedures voor die gevolgd moeten worden. En dat ziet u ook in de antwoorden die we vandaag hebben gegeven is dat we hebben daar direct de procedureregels aangetrokken en gezegd van let op u moet voor het veranderen van het pand moet u bouwvergunningen hebben. U moet voor het aanleggen van uw tuin en dergelijke een vijver moet u ook vergunningen hebben. Voor de hekken en toegangspoorten moet vergunningen hebben. Kortom u moet geheel volgens bestemmingsplan en geheel volgens de geldende procedure zult u dus uw aanvragen moeten doen. Dat proces dat loopt intussen. De eigenaar heeft intussen ook verschillende aanvragen ingediend. Hij heeft zijn voorliggende aanvragen weer teruggetrokken. Dus hij is zelf ook op dit moment in een stukje heroverweging.
Maar dat wordt gewoon behandeld zoals een normaal bouwplan en normaal binnen het bestemmingsplan enzovoort hoort te worden behandeld. En dat geldt ook voor de tuin en de aanlegvergunningen. Daarvan heb ik gezegd van dat dat
gewoon regulier behandeld moet worden. En vandaar dat u ook in de antwoorden hier ziet van is allemaal in behandeling, is allemaal in behandeling, is allemaal in behandeling. Dat is de status op dit moment. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Mijnheer Loeff. De heer Loeff: Ja voorzitter dank u wel. Ik begrijp dat de algemene vraag van de wethouder en dat die is ingestapt, maar wij hadden juist een aantal eigenlijk best wel technische vragen gesteld die toch niet beantwoord hoor. Want u zegt de kruimelregeling bestaat uit een lijst van gevallen die de raad zou hebben vastgesteld. Dus ik neem aan dat op die lijst staat die de raad, niet deze raad maar een vorige raad staat dat de wijziging van wonen naar detailhandel dus een kruimelregeling is waarvoor geen verklaring van bedenkingen noodwendig of nodig zal zijn. Dus ik ben heel benieuwd waar die lijst is en of u ons die lijst kan verstrekken. Want ik lees gewoon op de website over het omgevingsrecht dat het rijk een aantal gevallen heeft aangewezen en daar zie ik niet de wijziging wonen detailhandel onder. Dus ik ben heel benieuwd naar uw motivering voor toepassing van deze regeling. De andere vraag die ik nog heb gaat eigenlijk over het gevolg daarvan. En dat is ook waar mevrouw Timmerman op doelt. Als je dat namelijk wijzigt dan kom je in ander regime.
En dan zie je dus opeens dat parkeerplaatsen en straks misschien nog een verknipte inritvergunning gewoon worden aangevraagd. En dan denk ik waar bent u als college in belandt? Want u kunt wel zeggen ja het gaat regulier. Maar welke middelen heeft u dan nog om bijvoorbeeld de monumentale haag te handhaven? Die wij toch heel bijzonder vinden. Om te voorkomen dat er schuifhekken worden geplaatst. Om te voorkomen dat er een tijdelijk zwembad wordt geplaatst. Want ja als het detailhandel is gelden er misschien wel andere regels en richtlijnen. Dus ik ben heel benieuwd of u daar in die techniek ons wat kunt meenemen. Nog even los van de politieke discussie wat we daar van vinden. Want dat is niet voor deze vergadering. Maar juist die toepassing van de kruimelregeling dat is voor mij niet duidelijk. De voorzitter: Ja. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Het was eigenlijk meer aan de indieners van de vragenstellers. Want ik hoor mijnheer Loeff al zeggen wat we er politiek van vinden. Zou u ook mee willen nemen daarin mijnheer Loeff dat in het licht van de huidige woningnood en het feit dat de woning lang te koop heeft gestaan voor heel veel geld. Waar eigenlijk gewoon hiermee ook latente woonruimte hebben. Weliswaar misschien voor duurdere huur of duurdere koop.