Transcript Commissie Ruimte & Infrastructuur 10.09.2025
Tekst van het document
En dat duurt best nog een tijd, maar we moeten toch wel een keer die ontwikkeling in gaan zetten en gaan versnellen. Dus wij kunnen het onszelf niet te makkelijk maken van, er mag niks. Nou is dat dus een afweging van botsende belangen en die hebben we hier vrij precies proberen te maken. De hoeveelheid oranje vakjes is nog best aanzienlijk, dus er is nog een grijs of in dit geval oranje gebied. Daarin is nauwgezette toetsing en maatwerk dus aan de orde en daarin speelt de commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan dus een belangrijke adviserende rol. Dus dat brengt mij ook bij de opmerking over wat bij de kanttekening staat. Ja, er wordt dus dan wel degelijk nog steeds getoetst en kan er dus ook worden afgewezen. Dus als een vakje oranje kleurt, dan is het gewoon een kwestie van beoordeling van de situatie ter plekke. En dan kan je niet zomaar automatisch op de automatische piloot een oordeel vellen, dat is dan maatwerk. Dat er veel vragen zouden kunnen komen, ben ik helemaal eens met de heer Oomkens. Aan de andere kant zou ik willen dat er heel veel mensen naar dit soort voorlichtingsbijeenkomsten kwamen en niet pas in de actiestand komen als ze zelf een afwijzing of de buren een toewijzing krijgen. Maar de praktijk leert anders. Dus hoe meer mensen, hoe beter. En als het langer moet duren of we moeten dubbele sessies organiseren, dan ben ik eigenlijk alleen maar blij.
Dan de heer Vos van Groen Laren. Dank voor de aanmoediging om dit mogelijk te maken. Ik zei al eerder dat die salderingsregeling afgeschaft wordt is eigenlijk wel de hoogste tijd. Maar ik zit hier niet om politieke opvattingen over nationaal beleid te vorderen, maar dat is ook een kwestie van dat het van Europa gewoon niet meer mag. En de salderingsregeling had ook een groot aantal remmende effecten die nadelig zijn. Maar goed, hierover kunnen we een keer met een glaasje best wat verder filosoferen. Feit is wel dat die zonnepanelen zo snel in prijs blijven dalen, dat is al een hele langjarige ontwikkeling, dat eigenlijk die 33
terugverdientijden zo bizar kort waren dat nu met de afschaffing ze ook nog steeds onder de tien jaar blijven. En dat is voor veel consumenten een tipping point om wel of niet in dit soort voorzieningen te investeren. Ze zitten nu meestal op zes, zeven jaar en dat is gewoon prima. Om hoeveel aanvragen het gaat, daar hebben we geen antwoord op. Maar Vincent De Kievit zal straks wel iets al wel zeggen over getallen en dan moeten we maar even kijken of dat voldoende is voor dit moment. De fractie van de VVD, de heer Niels Westendorp vroeg ook, kunnen we dit kwantificeren? Om hoeveel monumenten gaat het? Nou, dat is dezelfde beantwoording door de heer De Kievit. En dat punt van die andere verduurzamingen zei ik al, daar ben ik het van harte mee eens dat dat aandacht behoeft. Zijn er alternatieven voor zonnepanelen? Ja, dat is natuurlijk wel het opwekken van stroom. Aardgas is een manier om huizen te verwarmen en om aan warm tapwater te komen. Dat is relatief gezien het goedkope spul en stroom is het dure spul. Ik zeg het maar even op zijn Hollands. Als je nou van aardgas af beweegt, en dat doet nog lang niet iedereen, maar dat is natuurlijk wel het eindplaatje waar we naartoe werken, en je doet niets aan het beperken van de warmtevraag en je gaat wel proberen al die stroom te kopen, dan is het huishouden duurder uit.
Terwijl met zonnepanelen demp je dat prijsverschil, dus daarom wordt die combinatie met zonnepanelen vaak gemaakt. De stroomvraag stijgt door de warmtepomp, om maar eens wat te noemen. Die gebruikt natuurlijk ongeveer drie delen omgevingswarmte, maar ook één deel stroom en dat is een best duur goedje. Maar met zonnepanelen wek je dat zelf op en heb je toch een voordelige rekensom. Zo werkt dat ongeveer. U merkt buiten de raad om ben ik ook wel eens met deze materie bezig. Maar verder is dit allemaal portefeuille de heer Flip De Groot. Maar die alternatieven voor verduurzaming, ja, opwek maakt de som gewoon beter. Dus verder ben ik het met u eens inhoudelijk, maar huishoudens kiezen toch graag voor zonnepanelen als dat kan. Dan kom ik bij de fractie van D66, mevrouw Berghorst. Ja, ik denk dat ik die vraag veiligheidshalve maar aan de deskundige overlaat. Want, maar ik heb wel al gezegd, dus wat is de impact op beeldkwaliteit, wat is de impact op de ambitie om duurzame huishoudens ook in Laren te creëren? Het zal altijd een afweging blijven. Dat is de politieke insteek en technisch geef ik hem dan door aan de heer De Kievit. De voorzitter: Ja. Dank u wel, wethouder. De heer De Kievit, kunt u nog wat bijschijnen over de praktijk en over de cultuurhistorische waarde.
De heer De Kievit: Ja, het binnenvlak, of daar wel zonnepanelen mogelijk zijn of niet? Nou, in principe is dat altijd mogelijk. Dus eigenlijk alleen op het moment dat het gekeerd is richting de openbare ruimte, dus ook echt in die zin heel goed zichtbaar is vanaf de openbare ruimte, dan zal zo'n vlakje eerder rood of oranje kleuren. Maar dus het binnenvlak wat richting de andere dakvlakken van de flankerende woningen staat, dat is vaak groen gekleurd, omdat daar prima zonnepanelen op de plaats zijn zonder dat dat echt zichtbaar zal zijn of een grote impact zal hebben. In bepaalde situaties zou het net kunnen als je er schuin voorstaat als je heel goed kijkt, dat je ergens misschien nog een klein beetje van een zonnepaneel ziet. Maar daar moet je echt moeite voor doen. Op het moment dat je gewoon echt door de straat kijkt bijvoorbeeld, dan zal het vaak niet zichtbaar zijn. Dus dat is een situatie waarin er eigenlijk gewoon ruimte is om zonnepanelen te plaatsen binnen een beschermd gezicht, zonder dat dat een aantasting van het karakter of de cultuurhistorische waarde van een beschermd gezicht geeft.
En dat is eigenlijk ook het volgende en dat is denk ik ook een andere vraag die ik daarmee beantwoord, wat is dan de afweging ten aanzien van de cultuurhistorische waarde? Wordt daar ook de hele omgeving meegenomen of wordt alleen naar het individuele pand gekeken? Het idee ook van dit afwegingskader is dat juist ook hiermee inzichtelijk wordt waar eigenlijk die kansen zijn voor zonne-energie binnen een beschermd gezicht of op monumenten. In plaats van dat, zoals eigenlijk nu vaak de situatie is, dat aanvragers die komen met een verzoek om zonnepanelen te plaatsen. Dat is vaak juist op
34
locaties waar het lang niet altijd mogelijk is, terwijl de locaties waar het vaak goed mogelijk is, ja, daar komen misschien bijna geen aanvragen naar. Dus er gaat ook een bepaalde stimulerende werking vanuit van, het is prima mogelijk om zonnepanelen vaak te plaatsen op cultureel erfgoed, alleen dat vergt echt maatwerk. Dat mag geen aantasting zijn voor de cultuurhistorische waarde of het karakter. Maar daar moet je eerst inzicht in hebben van, hoe zit dat dan en waar zit dat? Nou, dit afwegingskader probeert daar echt die duidelijkheid in te scheppen. Maar de omgeving, het straatbeeld is zeker heel belangrijk. Ik denk dat dit afwegingskader vooral ook vanuit dat perspectief is opgesteld. Dus hoe kun je wel ruimte creëren of in ieder geval inzichtelijk maken waar wel de ruimte is voor zonne-energie, zonder dat daarmee eigenlijk een verstoring van het karakter of de cultuurhistorische waarde kan optreden. Nog even ten aanzien van het platte dak. Het is zelfs zo dat dat vergunningsvrij is eigenlijk. Dus mogelijk heeft u een vergunning gekregen voor het plaatsen van zonnepanelen op een plat dak binnen een beschermd gezicht, terwijl de wettelijke regels eigenlijk gewoon zeggen dat het vergunningsvrij is. Kijk, dus daarom is het ook heel belangrijk om dat nog nader inzichtelijk te maken.
En dat is ook wat dit afwegingskader ook doet, ook dat wordt daarmee juist beter inzichtelijk gemaakt van, wanneer kunnen eigenlijk gewoon zelfs zonder vergunning zonnepanelen geplaatst worden? Even kijken hoor. O ja, de kwantiteit, hoe vaak komt dit nou voor? Wat is de zin en het nut van dit afwegingskader? Als het misschien om maar enkele aanvragen per jaar gaat, nou, is het dan noodzakelijk om dan zo'n afwegingskader te hebben? Nou, dat is natuurlijk een logische vraag. Nou heeft Laren behoorlijk veel monumenten, 250 circa. Niet een precies aantal, maar ergens daar in de buurt. En ook het beschermde gezicht van Laren is aanzienlijk qua omvang, dus daar bevinden zich behoorlijk wat panden in. En dat zijn vaak ook juist vanwege de locaties en de status die het heeft, dat eigenaren ook denken van, nou, er kan toch niks, dus ik doe ook, ik ga ook geen aanvraag doen. Dus de kans is ook doordat dat nu beter inzichtelijk wordt aan de voorkant, dat er juist daardoor ook gestimuleerd wordt dat er weer meer aanvragen gaan komen. Omdat ze zien, o, wacht, ik heb een dakvlak, daar kan het helemaal geen kwaad gezien de waarde om daar zonnepanelen op te plaatsen. Dus het is ook afhankelijk van, ja, hoe goed duidelijk is wat er wel en niet kan. En ja, van oudsher leeft daar toch echt wel die gedachte, op een monument kun je niks en binnen een beschermd gezicht kan je niks.
Maar dat is dus helemaal niet zo, want er zijn genoeg situaties waarin prima zonnepanelen geplaatst kunnen worden zonder dat dat kwaad kan. Maar goed, als commissie Ruimtelijke Kwaliteit waar ik ook, ja, op de achtergrond bij betrokken ben bij de BEL Commissie, komen er best nog wel wat aanvragen binnen. Dat gaat met vlagen. Natuurlijk twee jaar terug toen de energieprijs omhoogschoot, toen was er in één keer een run op de aanvragen. Nu zie je dat er inderdaad een rem op zit vanwege mogelijk afschaffen van de salderingsregeling. Maar goed, dat zijn ups en downs. En ook, ja, dat verandert in de loop der tijd, terwijl dit afwegingskader is eigenlijk ook voor de lange termijn. Dit geeft ook richting en helderheid voor de komende tien, twintig jaar. En in die periode kan natuurlijk van alles gebeuren wat dat betreft. Maar waar de commissie Ruimtelijke Kwaliteit vaak mee te maken heeft, is dat misschien zelfs wel in negen van de tien gevallen er eerst een aanvraag binnenkomt voor zonnepanelen, waarvan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet zeggen, meestal nog in vooroverleg van, ja, helaas, op deze manier kunnen hier geen zonnepanelen op, want daarmee wordt de monumentale waarde of dat karakter van het beschermde gezicht of dat straatbeeld wordt er te veel mee geschaad.
Vervolgens denkt natuurlijk de commissie mee van, wat is er dan wel mogelijk met zo’n pand? En uiteindelijk hopen we dan dat er natuurlijk uiteindelijk een positief advies uit kan volgen en een plan komt wat wel mogelijk is. Maar eigenlijk wat we hopen met dit afwegingskader, en waar we eigenlijk ook al ervaring mee hebben met een vergelijkbaar afwegingskader in een andere gemeente, is dat het juist omdraait. Dus dat negen van de tien aanvragen die binnen gaan komen in één keer goed zijn en door kunnen. Dus dat er eigenlijk veel minder tijd ook zowel vanuit de aanvrager als vanuit de gemeente ingestoken hoeft te worden om zo'n vergunningaanvraag af te handelen. Want wat we ook zien is dat op het moment dat iemand twee, 35
drie keer terug moet komen elke keer met een plan, op een gegeven moment haken mensen af en zeggen, ja, nu is het me gewoon de tijd en energie en de moeite niet meer waard om ermee door te gaan. En dat is zonde, want vaak is er toch wel iets mogelijk zeg maar. Dus dan denk ik dat ik alle vragen wel gehad heb. De voorzitter: Dank, mijnheer De Kievit. Maar misschien is er toch nog een restvraag. Dus ik ga nog even naar mevrouw Van Dorst. Maar u bent niet de woordvoerder voor dit punt, dus u zult het met uw collega moeten bepalen. Dan ga ik eerst even naar een ander. Mijnheer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nog toch even, het heeft al heel wat verduidelijking gegeven. Maar toch denk ik dat we ook intern nog even een rondje goed moeten kijken. Ik heb nog één vraag wellicht wat mij zou kunnen helpen en misschien ook andere commissie- en raadsleden. Die argumentatie van de commissie kwaliteit, is daar wat meer informatie over beschikbaar? Dat we inzicht krijgen in de argumentatie om de context beter te begrijpen en goed te zien, wat is nou het verschil wat er wordt voorgesteld door het college ten opzichte van wat de commissie vindt? Want ik denk dat daar misschien een heel belangrijk afwegingskader ook voor ons ligt. Dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: U komt zo meteen. Ja, dat is uw vraag. Ja, anderen nog? Mijnheer Oomkens.
De heer Oomkens: Ja, dank, voorzitter. Ik zit nog even te kijken naar het advies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de afwijking van het college. Er wordt in het verhaal gesproken over een onderscheid eigenlijk in aflopende bescherming voor wat betreft panden in het beschermd dorpsgezicht. En het laatste, de minst interessante zoals mijn huis, dat zijn dan zogenaamde neutrale panden. De commissie geeft aan dat ze moeite hebben of adviseren eigenlijk de gemeente om zonnepanelen in het voordakvlak van neutrale panden niet al te makkelijk op te nemen. En daarvan zegt het college van, nou, wij vinden dat dat best kan. En dan staat er dat er sprake dient te zijn van een goed onderwerp. Ik neem aan dat er wordt bedoeld, goed ontwerp? En in een evenredige afweging met het belang van de energietransitie is er geen tot minimale verstoring die zou kunnen optreden acceptabel. Ik vind dat heel tricky. Ik vind dat iets wat hoort bij de adviescommissie en niet bij het college en ik heb daar echt grote moeite mee. Ja, dan het punt waarbij wordt gezegd, de uitgangspunten in het afwegingskader zijn leidend boven de inhoud van de Welstandsnota. Ja, daar gaan we echt op geen enkele manier mee akkoord. De Welstandsnota is heel zorgvuldig vastgesteld. Dit afwegingskader zien wij als een precisering, nadere uitleg, hoe je het ook noemen wil, maar die Welstandsnota die staat op nummer 1.
En de volgorde omkeren, daar gaan wij onder geen enkel beding mee akkoord. Dank. De voorzitter: Helder. Mevrouw Berghorst. Mevrouw Berghorst: Een korte vraag. Kunnen buren of andere omwonenden een rol spelen in het al dan niet toekennen van een vergunning door te protesteren daartegen? Tegen het aanbrengen van de zonnepanelen zijn. De voorzitter: Ja, helder. Dat is nog een vraag. Mevrouw Van Oort. Mevrouw Van Oort: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een procedurele vraag. Want dit afwegingskader komt straks ook in de raadsvergadering om wel of niet te worden vastgesteld. En ja, wat dan? Komt het dan nog ter inzage te liggen of wanneer kan er dan met dit model gewerkt worden? 36
De voorzitter: Ja. Dan gaan we naar de wethouder Rood. De heer Rood: Dank u, voorzitter. Met uitzondering van de eerste vraag kan ik ze allemaal beantwoorden, dus dat zal ik eerst doen. Ja, de heer Oomkens is het meer eens zeg maar met de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit dan met het college dat voorstelt om het ambtelijk voorbereide stuk of het extern voorbereide stuk moet ik zeggen van MooiSticht, om dat te volgen. Dat is een opvatting natuurlijk. Wij hebben … Ik wil daar toch nog wel over zeggen dat, kijk, als je het vanuit alleen maar Ruimtelijke Kwaliteit bekijkt, hoe minder zonnepanelen, hoe beter, want dan zie je meer hoe een gebouw was. Zo simpel is het. We hebben als overheid ook wel andere dingen te doen en andere ambities en daar is het dus een kwestie van een goed midden vinden. En dat is de reden dat wij een ander voorstel doen, maar daar kun je over van mening blijven verschillen. Dit is in ieder geval de reden dat wij zijn afgeweken van dat advies. Hebben buren nog iets in te brengen? In eerste aanleg is het zo dat de buren hebben natuurlijk een belang, dus dat kan … Kijk, die zien zonnepanelen, ik vind dat zelf prachtig, maar dat hoeft niet voor iedereen te gelden. Dus die kunnen als er een vergunning wordt verleend daar een bezwaarprocedure, een zienswijze op indienen en dan wordt dat behandeld en dan gaat dat zo zijn gebruikelijke weg.
Of dat heel kansrijk is, dat weet ik niet, maar dat zal de praktijk uitwijzen. Maar dat is de procedure. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Westendorp. De heer Westendorp: Een interruptie voor mijn begrip. De vergunning is toch Omgevingswet is toch participatie eerst of hoe werkt dat? De heer Rood: Ja, nou, dat weet ik niet heel precies. De heer De Jonge is weg, maar je kan ook soms aangeven, ik heb geen participatie gedaan. Om er iets over te zeggen is wel verplicht. Ja, dat is in sommige gevallen mogelijk. En of dat in dit geval zo is, dat zou ik niet weten. In ieder geval hebben de buren belang en die hebben ook nog steeds de beroep- en bezwaarmogelijkheden die bij elke vergunning zijn. Als ze belanghebbend zijn, anders zijn ze niet ontvankelijk. Dus dat is de rol van de buren. De voorzitter: Tweede en laatste interruptie van de heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, excuus. Voor de duidelijkheid, het hoeft niet nu te worden opgelost. Maar volgens mij is bij omgeving wordt er via de Omgevingswet moet je participeren voordat je überhaupt, dat is een voorwaarde om überhaupt een vergunning te kunnen indienen. U zegt nu dat dat niet zo is. Dan zou ik graag binnenkort even willen horen voor welke gevallen dat in Laren niet zo is? De voorzitter: Helder. Mijnheer Rood.
De heer Rood: Ik zeg niet dat het niet zo is, voor een goed begrip, voordat dat weer tot misverstanden gaat leiden. Ik zei dat ik niet wist of het in dit geval participatie verplicht was. Wat ik wel zei, is dat je aan moet geven, heb je aan participatie gedaan? En dan is soms, nee. En ik zeg niet dat dat een hele briljante route is, maar die kun je wel volgen. Dus dat is wat ik heb aangegeven en zo zit de wet in elkaar, daar kan ik verder niet iets aan toe of af doen. De vraag van mevrouw Van Oort, wanneer gaan we hierover beslissen? Ja, dat is natuurlijk in principe aan het presidium. Dus wij, dit is het voorstel. Als u erover wilt beslissen, dan is die besluitvorming mogelijk wat ons betreft.
37
De voorzitter: Oké. Er is toch nog wel … O, sorry. Ja, mijnheer De Kievit. De heer De Rood: Ja, het overkomt ons de tweede keer al. De eerste vraag van de heer Westendorp zou ik graag doorgeven. De voorzitter: Ja. De heer De Kievit: Nog even een aanvulling op de afweging van het advies van de commissie waar dan het college van afwijkt. We hebben natuurlijk vanuit MooiSticht drie commissies, waarvan de BEL Commissie één commissie is. We hebben natuurlijk heel veel ervaring, dat doen wij op met alle vijf de commissies. De BEL Commissie is in die zin echt onafhankelijk ook van de wijze waarop dit afwegingskader is opgesteld, maar natuurlijk is de kennis en ervaring die zij hebben is wel meegenomen bij de opstelling van dit afwegingskader. Wat we gewoon zien, is dat er in de afgelopen vijf, zes jaar in het kader van de energietransitie gewoon ook ontwikkelingen zijn geweest op cultureel erfgebied eigenlijk door heel Nederland. Ook op nationaal niveau, ook als we het hebben over Rijksmonumenten. Dus ook vanuit het Rijk wordt er aangegeven van, geef meer ruimte voor bijvoorbeeld de plaatsing van zonne-energie. Dat is onder andere ook waarom de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed zijn eigen richtlijnen aan de hand waarvan zij adviseren of er zonnepanelen op Rijksmonumenten mogelijk zijn, al een jaar of drie, vier terug flink verruimd heeft.
En daarbij zit altijd een voetnoot, het is maatwerk. Dus dat betekent dat natuurlijk de wetgeving geeft ook aan, het karakter van en de cultuurhistorische waarde van een beschermd gezicht of van een monument mogen nimmer onevenredig worden geschaad. Dus er zit altijd wel een belangenafweging in. Maar het kan nooit zo zijn natuurlijk dat de energietransitie in die zin zwaarder weegt dan het belang van het cultureel erfgoed. Dus daar is een balans in gezocht en daarbij is eigenlijk ook zelfs een veilige marge aangenomen in dit afwegingskader om eigenlijk altijd te voorkomen dat er dus die verstoring of die schade aan die waarden of dat karakter van een beschermd gezicht kan plaatsvinden. Dat is iets waar de BEL Commissie nog wel, nou, die vindt dat spannend. Dat is op zich ook begrijpelijk, maar uiteindelijk zijn zij zelf degene die de aanvraag toetsen, ook aan de hand van de criteria. En de criteria die bepalen of uiteindelijk op een situatie waar in eerste instantie gezegd wordt van, nou, hier zouden mogelijk zonnepanelen kunnen op de voorkant, dan moet je nog steeds aan ontwerpcriteria doen. Het moet wel voldoen. Dat betekent dat er eigenlijk alleen maar een goed ontwerp mogelijk is. Dus situaties waarin je zegt van, nou, zoals die zonnepanelen nu in een soort van legpuzzel op zo'n dak rondom pijpjes en dakkapellen heen gelegd zijn, nou, dat is eigenlijk dus niet mogelijk.
Waardoor als er al dus zonnepanelen in zo'n situatie kunnen, het er ook op een fatsoenlijke en nette manier opgelegd zal worden. Dus de kans, en dan moet de commissie uiteindelijk zelf nog een advies over geven aan het college, dus de kans dat er eigenlijk ongewenste situaties optreden is gewoon vrij klein. Dus dat is even nog een aanvulling. De voorzitter: Ik zie op uw reactie allemaal vingers opnieuw komen. Maar ja, we hebben eigenlijk geen nieuwe termijn meer. Maar goed, mevrouw Van Oort nog en mijnheer Westendorp. Mevrouw Van Oort: Ik zou graag een nieuwe, verduidelijkende vraag willen, want in de tekst wordt in bewoording gezegd, geen tot minimale verstoring. En vervolgens staat er ergens weer, niet te ernstige verstoring. Dus dan, ja, wat is dan je maatstaf zeg maar? Dus die verduidelijking zou ik graag willen horen. De voorzitter: En mijnheer Westendorp.
38
De heer Westendorp: Ja, dank u, voorzitter. Nou is er landelijk beleid en een tendens legt u uit, dus dat is heel duidelijk. En begrijp ik dan dat onze commissie Ruimtelijke Kwaliteit strenger is dan wat er nu op landelijk niveau gebeurt. Moet ik dat begrijpen? En als dat zo is dan is mijn vraag die nog niet beantwoord is, kunnen wij inderdaad meer inzage krijgen in de argumentatie van de commissie? De voorzitter: Ja. Mijnheer De Kievit, gaat u verder? Dat laatste kunt u niet beantwoorden, want dat moet de wethouder beantwoorden. Maar het eerste misschien wel, wat mevrouw Van Oort vroeg. De heer De Kievit: Nou, ik kan wel iets zeggen over de argumentatie van de commissie. Zoals het eigenlijk nu gaat dat betekent dat elke situatie individueel beoordeeld moet worden. Het blijft ook maatwerk. Maar dat is dus ook lastig, omdat er eigenlijk helemaal niks op papier staat. De Welstandsnota geeft eigenlijk op geen enkele manier handvaten hoe hiermee om te gaan met zonnepanelen. Er zitten zelfs enkele criteria in die zeggen, er moet materialisering en kleuren en dergelijke moeten aansluiten bij het beschermd gezicht. Nou, dat maakt het dus vaak al vrij lastig om überhaupt zonnepanelen binnen een beschermd gezicht toe te staan. Dus vandaar dat ook gezegd is van, dat moet nader aangevuld worden.
Maar goed, het lastige is dus, omdat je dus altijd die individuele situaties hebt, er is geen vaste lijn. Dus die commissie moet het elke keer weer opnieuw beoordelen. En eigenlijk maakt dit kader maakt eigenlijk die argumentatie van die commissie, dus hoe ze iets beoordelen, eigenlijk voor het eerst pas echt goed inzichtelijk voor iedereen aan de voorkant. In plaats van dat ze dus aan de achterkant een advies krijgen waarin natuurlijk per situatie beoordeeld wordt of het wel of niet goed is en waarom het wel of niet goed is. Dus eigenlijk kun je zeggen van, voor het eerst wordt het hiermee juist wel inzichtelijk, ook hoe de commissies met deze materie eigenlijk hun beoordeling doen. En er was nog een vraag, die ben ik even kwijt. De voorzitter: Even kijken, de vraag van mevrouw Van Oort, is er een minimum en wat is de reikwijdte nu? Dus hoe, ja, wat is nou, wat is dan die interpretatievrijheid om het zo te zeggen? De heer De Kievit: Ja. Nou, in principe is dat dus ook aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit om vanuit hun deskundigheid en vanuit hun onafhankelijke positie met hun deskundigheid daarover te adviseren. En uiteindelijk is natuurlijk aan het college om daarin dan die belangenafweging te maken om wel of niet een vergunning te verlenen.
Maar goed, dat is dus ook precies de reden waarom je een commissie Ruimtelijke Kwaliteit hebt, om eigenlijk dat lastig meetbare gebied wat eigenlijk niet te kwantificeren, of ja, eigenlijk te kwantificeren is in cijfertjes om maar zo te zeggen, om daar dus iets over te kunnen zeggen. Iets waar het college eigenlijk op kan vertrouwen en op kan bouwen. De voorzitter: Goed. Nee, want dan kunnen we wel zes rondes gaan doen, maar we hebben hier nou eenmaal de afspraak we gewoon twee termijnen doen. En ik wil vragen aan de wethouder, want er is wel een essentiële vraag gesteld over, is het nu een precisering van iets of staat het boven het kader van de Welstandsnota? U hebt daar antwoord op gegeven, maar zo staat het er niet. Dus wat stelt u nog voor om daarmee te doen? De heer Rood: Ik begrijp niet goed wat u bedoelt met, zo staat het er niet? De voorzitter: U hebt mondeling aangegeven, het zijn nadere regels buiten de Welstandsnota. Maar dat is een extra kader, zoals het ook genoemd wordt, voor de commissie Ruimtelijke Kwaliteit, maar het staat er niet boven wat in de tekst in de toelichting blijkbaar staat. 39
De heer Rood: Volgens mij heb ik aangegeven dat het een preciezer en verbeterd kader is om af te kunnen wegen wanneer wel, wanneer niet en wanneer hangt het ervan af. En dat wil niet zeggen dat, ik heb toen aangegeven, dat betekent niet dat de Welstandsnota er verder niet toe doet. Maar die, zoals de heer De Kievit net al aangaf, zegt die niet zo heel precies dingen over zonnepanelen, waar dat wel kan, waar dat niet. Dus dat betekent dat je elk geval altijd moet toetsen. Met dit kader gaan we dat uitwerken en betekent dat een aantal gevallen niet meer getoetst zal worden door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit, omdat het wel kan of omdat het bijvoorbeeld al niet kan. En dat is het antwoord. De voorzitter: Goed. Prima. Dan vraag ik de commissie of het stuk met dit antwoord door kan naar de raad om vast te stellen? D66, ja. Liberaal Laren, nee. Groen Laren, ja. Ja. VVD, nee en CDA? De heer Van de Berg: Ja, we zijn een uur verder over dit onderwerp. Ik wil eigenlijk vragen wat de wethouder er zelf van vindt? Vermoedt hij dat het in de raad het gaat halen of niet? De voorzitter: Nee, dat is ... Excuus. De wethouder heeft al voorgesteld om het voor te stellen, om vast te stellen. Daar is hij volgens mij in zijn beantwoording niet op teruggekomen, dus dat staat. Mijnheer Westendorp.
De heer Westendorp: In het geval dat het naar de raad gaat, zou ik wel nog steeds meer context op papier willen hebben vanuit de commissie Ruimtelijke Kwaliteit wat nou hun argumentatie is? Want die wil ik echt heel goed begrijpen en ook begrijpen waarom het college dan een andere mening heeft. En als het dus naar de raad wordt doorgevoerd, tenminste, ik weet niet of andere commissieleden daar ook zo over denken, dan zou ik wel wat meer bagage ook vanuit die commissie willen hebben om die afweging te kunnen maken. Anders heb ik alleen maar eigenlijk het geluid vanuit het college en niet het geluid vanuit de commissie. De voorzitter: Mijnheer Rood, een laatste antwoord. De heer Rood: Wij hebben de bedenkingen van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit zowel op papier als vanavond ook mondeling proberen toe te lichten. Ik kan kijken of er nog documenten van zijn of zo die ik naar u toe kan sturen, maar dat weet ik nu zo niet. Hun boodschap is volgens mij duidelijk en de reactie van het college is ook uitvoerig verwoord. Dus volgens mij heeft u alle instrumenten om tot besluitvorming over te gaan. Maar wat er is, kan ik u sturen. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg over het proces? De heer Van den Berg: Ja, het proces dan nu. Want fijn dat u dat nog een keer herhaalt. Het is volgens mij nog niet een antwoord wat de fractie van de VVD wil horen. Dan gaan we het gewoon behandelen.
Dan stemt het CDA voor behandeling. De voorzitter: Dat is dan wat u betreft vast. Maar ik zie ook dat de meerderheid wil dat het behandeld wordt, dan gaat het door naar de raad. En dan zal het een bespreekstuk worden vermoed ik wel, want er valt nog voldoende over te zeggen in de … Ja.
40
De heer Van den Berg: Gaat u nog in de conclusie? Want de wethouder zegt net via u, ik ga dan nog wel kijken of er wat stukken zijn die ik kan toesturen. Maar ik weet het niet, maar dat we dat niet een paar dagen voor de raad krijgen. Ik vind dan eigenlijk als het behandeld wordt, is dat zoals dit er nu is. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: Het laatste was, zoals het behandeld wordt? De heer Van den Berg: Het wordt behandeld met de informatie die nu hier is. Ik bedoel … De voorzitter: Ja, uiteraard. De heer Van den Berg: Ja. De voorzitter: Ja, en dan is het aan … Dit wordt altijd behandeld, want er zijn geen andere stukken nu. Maar u kunt, als u nog extra informatie heeft, de wethouder gaat kijken of hij wat informatie kan toesturen. Ik kan niet beoordelen wanneer hij dat doet. Uw verzoek is duidelijk dat dat tijdig moet om nog een oordeel te kunnen geven en dat kunt u dan ter plekke bij de raadsbehandeling. De heer Van den Berg: Maar dat is het procedurele. Als ik zou twijfelen of het te beoordelen valt aan de stukken die er nu zijn, dan zou ik moeten zeggen, het is niet behandelbaar. Ik vind eigenlijk gewoon dat we klip-en-klaar moeten zeggen, dit zijn de stukken, dit is er en dat gaat straks in bespreking. Anders gaan we straks stukken bespreken die we hier niet in de commissie hebben besproken.
Ik wil ook eigenlijk gewoon zorgen dat de wethouder wel, want die zegt eigenlijk van, ik wil wel wat sturen, maar ja, ik weet niet wat er nog meer is. Dat maakt het een beetje diffuus. De voorzitter: Volgens mij maakt u het nodeloos ingewikkeld, want het is altijd mogelijk als u dat verzoekt om nadere informatie toe te sturen. Die kunt u dan nog gebruiken bij de raadsbehandeling. Daarom maak ik er een bespreekstuk van, althans, dat is mijn voorstel. Dus dat kan van alles zijn. Maar wat u vaststelt is gewoon het voorliggende kader. Daarmee lijkt mij gewoon dit geen, volgens mij is er geen verwarring over, dit is een punt. En als u straks zegt, ik wil iets uit het kader wijzigen, dan komt u met een amendement. Heel duidelijk. De heer Vos: Mag ik wat zeggen, voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel. Maar naar aanleiding van de opmerking van mijnheer Westendorp begrijp ik dat er nog wat extra eigenlijk gewenst is, zegt u met zoveel woorden. En als dat komt, dan ben ik benieuwd wat de wethouder daarop zegt. En dan kom ik bij mijnheer Van den Berg, maar is dat dan relevant of niet? De voorzitter: Maar mijnheer Vos, dat is toch altijd zo? De heer Vos: Ik zit nu een beetje in het drijfzand. Sorry. De voorzitter: Dat is altijd zo.
Als u vraagt om extra informatie aan het college en u vindt die informatie niet relevant of u vindt het onvoldoende, nou, dan velt u daarover een oordeel en dan bepaalt u straks wat u stemt. Heel duidelijk. En zo gaan we het volgens mij altijd doen en ook deze keer. Ik sluit de beraadslaging
41
over dit punt en het stuk gaat door naar de raad. De wethouder komt nog met nadere informatie voor u ter beoordeling en dan wordt het een bespreekstuk voor de raad. 11. Project Natuurbrug Westerheide - N525 De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt 11, het project natuurbrug Westerheide. Ook daar even nog een korte toelichting. Want het gaat natuurlijk over uw mening over het realiseren van een natuurbrug, maar het gaat eigenlijk ook nog over welke van de twee varianten? Dat wil zeggen, in het besluit wordt namelijk aan de provincie eigenlijk opgedragen om een van de twee varianten uit te werken, maar er staat niet in het besluit welke variant. Dus er moet een duidelijke en waarschijnlijk nog met een amendement aan het besluit straks worden toegevoegd dat de provincie de opdracht krijgt van de raad of het verzoek van de raad om die variant 1 of 2 uiteindelijk uit te werken. Dat is niet helemaal duidelijk een besluit gekomen, dus ik vertel u dat graag even van tevoren, zodat u daar ook misschien in uw beantwoording zo helder mogelijk over kunt zijn. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Van Goozen. De heer Van Goozen: Ja, dank u wel, voorzitter. In het coalitieakkoord hebben we natuurlijk altijd gesproken over een tunnel. Tenminste, we zouden ons hard maken voor een tunnel. Om diverse redenen is dat helaas niet doorgekomen. Nu zijn er een aantal varianten.
U zegt 1 en 2, maar ik opteer eigenlijk voor variant nummer 3. Dat is een beetje de verwarring, want er wordt over twee varianten gesproken, maar er staat dus niet bij variant 2 of 3. Maar wij gaan voor variant 3. Dat is de toog, de ronde variant. Ja, we hebben pas nog een rondleiding gehad. We zijn daar nog gaan kijken met GNR en ja, het lijkt ons op die plek dan de beste oplossing. Wat we er wel in mee zouden willen nemen is dan de laan, het laanzicht, hoe noem je dat, dat dat ook in het herstel wordt meegenomen. Er zitten wat hiaten in de bomen langs de laan en dat is een mooie gelegenheid om dat meteen te herstellen. Of tenminste, om daarbij te plaatsen. Dus voor ons is het variant 3. De voorzitter: Helder. Wie? Mijnheer Oomkens. De heer Oomkens: Dank, voorzitter. Ja, wij betreuren het ook bijzonder dat we nu worden geconfronteerd met een brug, terwijl we altijd een warm voorstander zijn geweest van een tunnel of in ieder geval verdiepte ligging. Ja, het zicht op de laanstructuur blijkt belangrijker te zijn en als ik me niet vergis ook de verkeersveiligheid is hiermee beter geborgd. Er is nog wel een puntje. We hebben nu die ontwerpen voor en eerlijk gezegd neigen wij ook iets meer naar de boogconstructie, maar misschien is een tussenstap ook nog te overwegen. Er is op het, hoe heet dat ontwerp, het ontwerpend onderzoek is een advies uitgebracht door ARO.
De provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling. Nu is het zo dat de ervaringen met deze provinciale Adviescommissie zeker in het recente verleden niet altijd helemaal bijzonder positief zijn geweest. Dus we zouden in overweging willen geven om onze eigen Welstand, oftewel de vrienden van MooiSticht, te vragen om een advies hierin? De voorzitter: Dat is uw inbreng? De heer Oomkens: Dat was hem. De voorzitter: Oké, prima. Wie van D66? Want beiden hebben graag, willen graag het woord voeren. Ik weet het. Maar ook hier is maar één woordvoerder mogelijk. Mevrouw Berghorst.
42
Mevrouw Berghorst: Nee, wij kiezen duidelijk voor variant 3, de boogconstructie. Waar zo even ook aan gerefereerd werd wat betreft MooiSticht, die hebben zich al uitgesproken. En alle überhaupt discussies over boogconstructie en bovengronds of ondergronds, die zijn natuurlijk al heel vaak gevoerd. Vandaar dat wij het nu heel kort houden. De voorzitter: Ja. Dan anderen? Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, voorzitter, dank u wel. Nou, het is eigenlijk natuurlijk jammer dat dat allemaal zo lang moet duren voordat we dit nu hier krijgen. Ik ben, vanuit de raad zijn wij betrokken geweest op een gegeven moment nog in een tussentraject ergens. Daar kwamen ook een aantal varianten voor en vanuit allerlei diverse kanten voldoen eigenlijk de varianten, of het nou 1, 2 of 3 is, maar het maakt eigenlijk niet zo heel veel uit. Volgens mij moeten wij gaan kiezen voor de variant die het gewoon volgende week gaat halen of over twee weken. En als dat variant 3 is, dan kiezen wij ook voor variant 3 en hopen we dat deze natuurbrug zo gauw als mogelijk wordt aangelegd. De voorzitter: En dan de VVD, mijnheer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Die natuurbrug brug die is hard nodig.
De varianten die over zijn gebleven, want we hebben wel degelijk ook geprobeerd daar nog een draai aan te geven, daar zijn allemaal goede argumenten voor aangevoerd, is inderdaad variant 3 wat ons betreft. Die lijkt het meest vriendelijk voor het oog. Eén ding zouden wij nog kwijt willen, is dat de impact is behoorlijk, maar het is ook noodzakelijk. Dus die afweging, die kunnen we maken met zijn allen. Maar er zijn ook kansen, want op het moment dat je dat gebied aanpakt, er blijkt dat de laan van bomen, dat daar wel bepaalde onderhoudstechnieken op kunnen worden losgelaten om eigenlijk die laan ook zeg maar weer te upgraden en ook in de gezondheid. Nou, dat is iets wat bij het Goois Natuurreservaat vandaan kwam. Ik zou graag aan het college mee willen geven om te kijken of we dat niet integraal kunnen meepakken? Want dan maken we er nog een iets extra moois van. De voorzitter: Ja. Anderen? Ja, mijnheer Wichers-Schreur. De heer Wichers-Schreur: Dank u wel, voorzitter. Ik zou me echt willen aansluiten bij dat laatste wat mijnheer Westendorp heeft gezegd. Ik ben blij dat we nu op dit punt zijn aangekomen en dat we voor het laatst hebben gehoord, maar in het coalitieakkoord hadden we iets anders bedacht. Want we moeten nu echt deze keus maken. En wat ons betreft zeggen we gewoon, zitten we er niet zo erg hard in zeg maar welke van de drie varianten we hier naar voren brengen.
Als men zegt van, dat het voor het oog vriendelijker is en de lage structuur wat duidelijker zichtbaar is, dan kiezen wij ook voor 3. De voorzitter: Helder. Mijnheer Rood. De heer Rood: Dank u wel, voorzitter. Ja, ten eerste goed om te constateren dat er een brede steun is voor het ontwikkelen van deze natuurverbinding. Het is een mooi sluitstuk van een heel stelsel aan natuurverbindingen en dat is goed voor de uitwisseling van genetisch materiaal tussen allerlei soorten, groot en klein. Dus dat is mooi. Dan zijn er een aantal fracties die pleiten voor variant 3, dat is die gebogen getoogde constructie. Ik denk dat dat ook bij de provincie, et cetera, en bij GNR een heel populaire oplossing is. Waarom staat het dan niet in het voorstel? Omdat het eigenlijk, kijk, wij moeten reageren op aanvragen van een initiatiefnemer voor 43
dit ecoduct, voor deze natuurverbinding. Die hebben twee varianten als favoriet aangewezen. Eén is de rechter het viaduct waar veel meer materiaal en ook dus veel meer verstoring van het doorzicht plaatsvindt en de ander is die getoogde. Dus eigenlijk kan ik prima uit de voeten als deze raad aangeeft, laten we maar pleiten voor variant nummer 3. Maar de hele precieze volgorde zou zijn, is dat we een aanvraag afwachten en daarover dan de vergunningprocedure starten. Maar nogmaals, als signaal is er geen enkele verwachting dat dat tot grote ruzie zou leiden, noch bij GNR, noch bij de provincie. Maar zij zijn de initiatiefnemer en ook de financier van het hele verhaal. Dus dat gezegd hebbend ben ik blij met de uitspraken van de fracties en ben ik het eens met een opmerking nog van de heer Westendorp over versterking van die laanstructuur. Dat, volgens mij liggen daar inderdaad kansen en moet je die ook benutten. Zeker omdat iets verderop de laanstructuur dus ook wat minder duidelijk wordt. Nog een argument om tegen de tunnel te pleiten, en dat zeg ik dan in de richting van de fractie van Liberaal Laren, is de argumenten die u zelf al noemde. Maar ook dat het aanleggen van zo'n tunnel echt een hele, hele grote impact zou gaan hebben op de bereikbaarheid van het Mediapark en de rest van Hilversum. Dus eigenlijk is dat echt, je kan daar geen kant op natuurlijk.
Je kan moeilijk de hei op met een noodweg of zo. Dus die tunnel, dat zou een eigenlijk onuitvoerbare klus worden of een verdiepte aanleg. Dus dat heeft ook nog in het ontwerpend onderzoek een rol gespeeld. Maar de ecologie en zo is ook van belang en het behoud dus nogmaals van die zichtkwaliteit. Met het CDA ben ik eens dat het lang heeft geduurd. Maar ik hecht er toch aan dat deze gemeenteraad als bevoegd gezag gewoon een uitspraak doet over deze ontwikkeling, want het heeft gewoon grote impact. Op zich is de provincie natuurlijk hogere overheid, maar ik vind deze route verreweg het beste en past ook goed in onze bestuurlijke cultuur in Nederland. Dan heb ik alles gezegd wat ik wilde zeggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat hebt u ook. Ik heb wel nog een vraag eigenlijk over, kijk, de meeste fracties, als ik het goed heb beluisterd, zijn voor die gebogen variant. Dat is dan waarschijnlijk variant 3. Net heb ik al even de suggestie gedaan dat we daar een amendement voor gaan voorbereiden. Waar dan de meeste fracties, of misschien nog wel iedereen, straks voor zal stemmen om dat mee te geven in het verhaal. Nu heb ik eigenlijk ook het idee dat iedereen vindt dat die Hilversumseweg ook tegelijkertijd moet worden aangepakt. Dat dat op een of andere manier moet worden meegenomen.
Hoe … Is dat de bedoeling? Wat … De heer Rood: Ja, in diplomatieke zin moeten we natuurlijk wel een beetje voorzichtig zijn met het heel makkelijk uitgeven van geld wat niet van ons is. Dus als u het, het ligt een beetje aan de formulering denk ik, maar als u dat netjes diplomatiek formuleert, dan vind ik dat een uitstekend amendement. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, moet het nou een amendement zijn of kunnen we gewoon niet, want dat is nog veiliger, gewoon een motie van aanbeveling meegeven? Ik denk dat dat eigenlijk veel sterker is. De voorzitter: Ik, maar dan moet ik het even naar mijn partij zeggen, maar ik denk dat de motie voor beide dingen wellicht beter is. De heer Van den Berg: Exact. De voorzitter: Goed, dan gaat het door naar de raad, omdat er nog wel een motie zal worden opgesteld. De griffier zal dat initiatief van ons op zich nemen gelukkig. En dan wordt het sowieso een bespreekstuk, want dan kan iedereen nog een mening hebben over die motie. Mijnheer Van den Berg. 44
De heer Van den Berg: Nou, ik wilde via de voorzitter laten weten dat als de griffier een motie voorbereidt op enerzijds de keuzevariant en anderzijds de versterking van de laanstructuur, dat het CDA daarin meestemt, dus mee wil indienen. De heer …: Wij ook. De voorzitter: Ja, dus dat zal voor de meeste partijen gelden. Ja, ja. Mijnheer Oomkens. De heer Oomkens: Ik wil toch een tweede ronde vragen, als dat mag? De voorzitter: Zeker. Die vraag meteen stellen. De heer Oomkens: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik hoor zojuist ter rechterzijde dat er reeds een advies door Welstand c.q. MooiSticht zou zijn uitgebracht. In dat geval zouden wij dat heel graag willen ontvangen. De voorzitter: En de wethouder kan dat waarschijnlijk wel toezeggen? Hij knikt al, dus dan is de toezegging dat u het advies van MooiSticht nog ontvangt via de griffier. Ja? Oké, dat gezegd hebbende gaan we naar … Sluiten we dit agendapunt af. Zoals gezegd met het stuk gaat … Ik kijk even naar het besluit en in ieder geval de voorkeur in de motie meegevend. Dan ronden we dit punt af. 12. Verlengen bestekken openbare ruimte De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 12. Het verlengen van bestekken openbare ruimte. De aanhouder wint, er is zelfs nog ambtelijke ondersteuning in de persoon van de heer Bendeler aanwezig om eventueel uw vragen te beantwoorden. Maar we gaan eerst even naar de commissie.
Gaat u akkoord met de afgesloten overeenkomsten en met de meerkosten? Wie? Mevrouw van Dorst? Mevrouw Van Dorst-Brakel: Wij gaan daarmee akkoord. De voorzitter: Anderen? Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, akkoord. De voorzitter: Geen anderen? Nou, dat is mooi. Dan … Ja? O ja, ik kijk rond al drie keer. Mevrouw Timmerman, er mag ook nog een vraag gesteld worden. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik heb … Wij ondersteunen het, we hebben het er al eerder over gehad. Alleen op pagina 3 van dat voorstel zien wij de dekking hiervoor en dan zien we dat er minder straatreiniging en minder onderhoud groen hier staat. Is dat de dekking? Wij begrijpen het niet helemaal. Pagina 3, het staatje dekking 2025-2026. En dan wordt er aan straatreiniging 20 duizend minder uitgegeven en openbaar groen bijna een ton. En dat kunnen wij eigenlijk niet helemaal rijmen met het voorstel. De voorzitter: Heldere vraag. Komt zo in de beantwoording. Mijnheer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel. Ja, wat een vraag is die ons nog bezighield. Als je wil gaan verlengen, is dan alles al op een dusdanig niveau dat het ook uitgevoerd kan gaan worden? Want als het nog niet het nulniveau, ik weet 45
niet hoe ik het moet zeggen, het gewenste niveau bereikt is, dan kun je dat natuurlijk ook niet gaan handhaven. Dus zou de wethouder kunnen aangeven wat op het ogenblik dan de stand van zaken is? Is er ook nog achterstallig onderhoud dat er nog bij moet komen of hoe is de situatie op het ogenblik? De voorzitter: Ja, dank u wel. Mijnheer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Eén korte vraag die nog even opkwam. Bij de beschrijving van het doel staat dat op basis van een tweejarige pilot moet de buitendienst haar rol oppakken als volwaardige partij in samenwerking, enzovoort. Waarom twee jaar? Even een vraag. De voorzitter: Volgens mij zijn dat de vragen. Er zijn drie concrete vragen gesteld. Wethouder Van Midden. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, de voorzitter. Ik zou de vragen graag laten beantwoorden door Sandor Bendeler, want hij heeft niet voor niets de hele avond zitten wachten om uiteindelijk zeg maar on stage te kunnen. Dus Sandor, de floor is yours. De voorzitter: Zal ik dat doen? De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, doet u dat maar. De voorzitter: Dan doe ik dat. Dan kan u uw microfoon uitdoen en dan geef ik graag mijnheer Bendeler het woord. De heer Bendeler: Dank u wel. Op vraag één over de dekking van 2025, 2026 heeft het te maken met de Kadernota van ’25.
Daar hebben we de bedragen opgenomen, die hebben we opgeteld in de bedragen die u ziet staan. En voor ‘26 staat er nu in de Kadernota 125 duizend euro opgenomen en die gaat later bij straatreiniging en groen toegevoegd worden. Maar dat is meer om daar duidelijkheid over te laten zien. Dan op dit moment de stand van zaken van het onderhoud, op dit moment is het onderhoud op orde. En natuurlijk hier en daar zal hier wel een plek zijn wat niet op orde is. Wij gaan wel extern schouwen uit laten voeren, omdat ik er ook zelf zeker van wil zijn dat het onderhoud op orde is voordat we op 1 januari ook een deel nog weer bij de buitendienst gaan beleggen. Maar laat ik zeggen dat we 90 procent op orde hebben op de beeldkwaliteit, zoals we dat met u hebben afgesproken over 2025. Dan de vraag, waarom over twee jaar de buitendienst? We zijn de afgelopen maanden heel druk geweest om de buitendienst overnieuw op te tuigen. We hebben, om u een beeld te geven, van de dertig medewerkers die we hebben werken bij ons, hebben er tien afscheid van genomen. Pensioen, maar ook mensen die elders zijn gegaan, omdat we graag met de cultuur aan de gang willen gaan en dat we willen zorgen dat we ook een meerwaarde zijn voor de drie dorpen.
En het mooiste voorbeeld wat ik altijd kan geven, we hadden een veegmachinechauffeur en als die een dag geveegd had, zat die op drieënhalf uur vegen, dat de bezem naar beneden was. Dat kunnen we zien hoelang we vegen. Sinds kort hebben we daar, monitoren we dat ook. Als je een externe partij gaat vragen zie je de auto acht uur aan het vegen. En wij willen gewoon dat we gewoon meer gaan vegen, dat de bezem meer naar beneden is, dat we efficiënter gaan werken. Nou, daar heb ik echt twee jaar voor nodig om dat goed op orde te krijgen. Dus de juiste mensen op de juiste plek, maar ook, hoe gaan we het nou inrichten? En om u een voorbeeld te noemen, we hebben vorige week een heisessie gehad en dan zitten we te denken om gebiedsgericht te gaan werken, dus per plaats een vast team mensen met een vaste groenploeg, een vaste bomenploeg, een vast serviceteam om de paaltjes recht te zetten af als er schade ergens is en dat we veel 46
efficiënter werken. Maar heel simpel, het gaat al heel lang op deze manier bij de buitendienst zo en we hebben onze handen vol eraan om dat tij te keren. En daar heb ik echt twee jaar voor nodig om dat voor elkaar te krijgen, daarom twee jaar. De voorzitter: Helder antwoord. Dan korte tweede ronde? Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ik wou alleen complimenten uitbrengen. Als dit lukt, dan zijn we denk ik heel erg blij. De voorzitter: Goed. Prima. Dan met deze opmerkingen en de antwoorden bedoel ik eigenlijk, kan het dan als hamerstuk naar de raad? Ja. Prima. Goed, dan gaat het als hamerstuk naar de raad. Dan sluiten we daarmee het agendapunt 12. 13. Rondvraag De voorzitter: En gaan we naar het laatste agendapunt, de rondvraag. Wie van u? Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Een rondvraag die gericht is aan mijnheer Van Midden, wethouder Van Midden in eerste instantie. Ik heb een mail in cc of doorgestuurd gekregen van de bewonersgroep rondom de Harmen Vosweg. Die voelen zich wat verlaten dat toch de laatste afspraken die daar allemaal gemaakt zijn, niet uitgevoerd worden. En die hebben een brief of een mailwisseling al enige tijd met de wethouder. Ik wilde eigenlijk van de wethouder weten of hij die met die mail, nou, ik neem aan dat die ermee bekend is? Maar dat is vraag één.
En vraag twee is, of die daarmee aan de slag gaat en ons daarvan terug wil koppelen hoe dat opgelost gaat worden? De voorzitter: Wie verder? Ja, mijnheer Oomkens. De heer Oomkens: Dank, voorzitter. Ja, ik heb ook een vraag voor wethouder Van Midden. Hij is hiervan op de hoogte. Begin dit jaar werd ik gebeld door een bestuurslid van de Scouting Maggy Lekeux en die vroeg mij eens te kijken naar hun WOZ-beschikking en hun aanslag onroerendezaakbelasting. Dat is mijn professie, dus ik heb gezegd, ik wil dat doen, maar ik wil het even met de wethouder overleggen. Want uit principe hou ik mij niet bezig met advisering binnen het dorp, ik vind dat niet helemaal goed passen. Maar in dit geval wou ik een uitzondering maken. Ik heb dat met de wethouder overlegd en ik heb ook tegen de Scouting gezegd, ik doe dit om niet. Waar ik vervolgens tegenaan liep, is de wijze van waarderen. Bij woningen is het de vergelijkingsmethode, bij bedrijfsmatig onroerend goed is het heel kort gezegd tien keer de huur. Bij dit soort objecten, die veelal een maatschappelijke bestemming hebben en toch wel heel bijzonder zijn, is het de gecorrigeerde vervangingswaarde. De voorzitter: Maar toch, dit kan een heel lang technisch verhaal worden. Stelt u gewoon uw vraag alstublieft? De heer Oomkens: Nee, nee, ik hou het kort.
Waar het op neerkomt is dat door de wijze van waarderen de hoeveelheid onroerendezaakbelasting die een scouting moet betalen uitermate hoog is. Zij hebben net een nieuw pand, de andere scouting heeft u net het een en ander verbouwd. In dezelfde categorie zou bijvoorbeeld Ons Genoegen vallen. Wat ik zou willen … De heer Van den Berg: Voorzitter? 47
De voorzitter: Ja, mijnheer Van den Berg. De heer Oomkens: Wat ik zou willen vragen. De voorzitter: Mijnheer Oomkens, even wachten. Mijnheer Van den Berg, wat wilt u vragen? De heer Van den Berg: Ja, ik heb een interruptie. Enerzijds denk ik dat het hier niet helemaal hoort, maar de wethouder is er. Maar vraagt Liberaal Laren nu aan de wethouder om een reactie of een nader onderzoek op maat naar die WOZ-beschikking van de scouting? Want anders krijgen we een hele verhandeling, maar we hebben helemaal geen stuk. Dus ik wil eigenlijk aan u vragen is, is dit … Liberaal Laren stelt voor aan de wethouder, kijkt u eens naar de beschikking? Dat is denk ik het verhaal. De voorzitter: Ik weet niet of het ... Maar nog … De heer Oomkens: Nee, dat is bepaald niet het verhaal. De heer Van den Berg: Dan hebben we nog een ander probleem. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, dank u. Dat is klaar. Mevrouw Timmerman. Nee, mijnheer Oomkens heeft nog steeds gewoon het woord dus, maar ik verzoek u wel om kort te blijven en niet een heel persoonlijk verhaal eraan te koppelen. De heer Oomkens: Nee, ik kom nu tot de zaak. De zaak is dat er in verschillende gemeenten voor dit soort gevallen een vrijstelling is opgenomen in de belastingregeling.
En ik zou willen voorstellen of willen vragen aan de wethouder om erover na te denken om dat ook voor dit soort instellingen, die verder geen inkomsten hebben en ook geen subsidie ontvangen, om dat in Laren ook zo toe te passen? De voorzitter: Helder, punt, vraagteken. De heer Oomkens: Het had wat inleiding nodig. De voorzitter: Vraagteken. Nee, maar uw vraag is nu duidelijk. De heer Oomkens: Ja, mooi. De voorzitter: Dat is een vraag. Mevrouw Timmerman? Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik heb geen vraag, maar een opmerking naar mijnheer Van den Berg. Dit is een rondvraag en het is à titre personnel en dit heeft in feite niets met Liberaal Laren te maken. De heer Van den Berg: Goed, maar dan ga ik … De voorzitter: Nee, mijnheer Van den Berg, u krijgt gewoon niet meer het woord, want dat gaan we allemaal niet doen. Dat hakketak hier en weer, dat gaat u maar lekker buiten doen. De heer Van den Berg: Ik vind dat u zich wel wat mag matigen, voorzitter.
48
De heer Van den Berg: Nee, mijnheer Van den Berg, echt. Nee. Niet. Anderen? Mijnheer Vos. Of wilt u nu mee gaan hakketakken? Of heeft u een vraag voor de rondvraag? De heer Vos: Ik heb geen vraag, ik ga ook niet hakketakken, maar het duurde wel lang. De voorzitter: Dank u. Anderen nog een vraag voor de rondvraag? Ja. Mevrouw ‘…’(03:16:48). Mevrouw …: Ja, ik heb graag een vraag voor de voorzitter of voor de wethouder. Ik kan me herinneren dat een paar commissievergaderingen geleden de wethouder heeft beloofd de volgende keer wat uitgebreidere informatie te geven over de stand van de vluchtelingen en zeker ook van de Oekraïners. Wanneer denkt u dat we inderdaad wat uitgebreidere inlichtingen krijgen? Wordt er überhaupt al een beetje over de toekomst van ze nagedacht? Ten slotte zitten ze daar nu bijvoorbeeld op de Woensberg al twee jaar. Wat wordt eraan gedaan en ook een heel klein beetje inlichtingen over, hoe is het met de financiën gesteld voor de vluchtelingen? Kost dat de gemeenten geld, krijgen we daar voldoende voor van de overheid? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Goed, prima. Dat zijn de rondvragen. Dan ga ik naar de wethouder. Allereerst denk ik over de Harmen Vosweg. Mijnheer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, mijnheer Van den Berg, de mail is mij bekend. Dat is een vrij uitgebreid verhaal met heel veel vragen.
De vertegenwoordigster van de bewoner krijgen uitgebreid schriftelijke reactie op haar mail, met daarbij ook de uitnodiging om verder met elkaar in gesprek te gaan om te kijken hoe we alles voor elkaar kunnen krijgen. De voorzitter: Goed. Prima. Dank u wel. Dan de volgende vraag, mijnheer Van Midden. De heer Van Midden: De vraag van of de opmerkingen van Liberaal Laren over de WOZ-waarde van Maggy Lekeux. Volgens mij had ik al toegezegd aan de heer Oomkens om daarnaar te gaan kijken en over na te denken in het gesprek wat we eerder erover gehad hebben. Want ik vind het inderdaad een zeer sympathieke suggestie. En ik heb er ook nooit bij stilgestaan, terwijl ik ook aan de andere kant heb gezegd, ‘…’(03:18:42) Laren hebben we dezelfde discussie met de gemeente gehad over de WOZ-waarde en de ozb. Dus ik beloof ernaar te kijken. Ik kan ook nog geen uitkomst garanderen, maar kijken zal ik zeker. De voorzitter: Dat zijn de toezeggingen van de heer Van Midden. Dan mijnheer Rood. De heer Rood: Dank u, voorzitter. Ja, de vraag over vluchtelingen. Als het gaat om het asiel en COA is er op dit moment gewoon niet heel veel te melden. Anders dan ik eerder vandaag heb aangegeven, wij zijn op zoek naar een locatie om vluchtelingen op te vangen.
Dat gaat nog enige tijd in beslag nemen en zodra daar een resultaat van is ambtelijk voorbereid, dan komt dat in het college en dan komt het daarna ook natuurlijk naar de raad toe in een of andere vorm, want dat hangt er dan ook maar net van af. De opvang van Oekraïners, er zijn natuurlijk enkele Oekraïners die bij gezinnen in Laren worden opgevangen, maar dat zijn kleine getallen. Wij hebben geen grotere opvang, zoals in het pand wat nu Nispen gaat worden, maar wat de Rabobank was. Daarin zijn Oekraïners opgevangen, maar dat is natuurlijk alweer enige tijd geleden. Er is nu niet een heel duidelijke kans voor ons om Oekraïners te huisvesten. Dus was het maar zo, want er komen nog steeds
49
Oekraïners uit die oorlog naar Nederland toe en eigenlijk zitten we in heel Nederland vol. Dus als er een kans zich voordoet dan grijp je die met beide handen aan, maar er is nu niet een pand wat leegstaat of zo. De voorzitter: Goed. Duidelijk. Daarmee komt u er verder niet op terug, ook al is dat de vraag. Maar u komt erop terug op het moment dat er iets gaat spelen, als ik het zo begrijp? Ja? Oké, prima. Dan ronden we de rondvraag hiermee af. 14. Sluiting De voorzitter: En dan sluit ik de vergadering.
50