Transcript Commissie Ruimte & Infrastructuur 07.02.2024
Tekst van het document
Het blad wat er nu nog ligt, is particulier blad wat in de openbare ruimte is gedumpt, om het maar even zo te zeggen en dat laten we nog even liggen. De voorzitter: Dat is dus een kwestie van de buurt aanspreken. Mijnheer Oomkens, nog een aanvullende vraag? De heer Oomkens: Het kan heel goed zijn dat dat op verschillende plaatsen voorkomt. Bij mij in de staat is het niet zo. Er ligt een heleboel blad wat afkomstig is van de hele grote boom en die is voor achtennegentig procent eigendom van de gemeente. Ik heb het bij elkaar geveegd, maar er ligt een grote berg en als hij kan worden weggehaald. En anders meld ik hem wel even aan via die manier. De voorzitter: Misschien is dit iets voor de meldpunt openbare ruimte, mijnheer Oomkens. We hebben het hier meer over beleidsachtige zaken en nu komt u met uw privé straat. De heer Oomkens: Nou nee, er zijn er zijn meer straten waar nog steeds blad ligt. Alleen dat blijkt dan particulier blad te zijn, wat keurig netjes bij elkaar is geveegd en niet is opgehaald. Het valt mij alleen op en dat is de reden dat ik de vraag stel. De voorzitter: Ik kan de opmerking bevestigen dat ook bij mij om de hoek inderdaad door tuinlieden uit een straat wat gedumpt is, om het zo maar te zeggen, tot mijn persoonlijke ergernis. Maar goed, daar moeten we ons allen, daar moeten we zeker lering vertrekken. De heer Van Midden.
De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter. En dat het inderdaad de heer Oomkens opvalt, is heel mooi, want het betekent dat inderdaad het contrast met prachtige schone omgeving die met de blad campagne
gedaan is en de hoopjes particulier ook heel groot is en dat, hoop ik, noopt ook mensen om dat volgende keer niet meer te doen. De voorzitter: Waarvan akte. Ik keek even rond, want er was nog iemand. Heer Van den Berg had nog een afvullen rondvraag punt en de heer Westendorp ook. De heer Van den Berg, een rondvraag. De heer Van den Berg: In Parijs hebben ze bedacht om de parkeertarieven wat omhoog te gooien voor grote auto's. En nou was het zo dat in die hele fijne Volkskrant van de week ook het dorpje Laren weer werd genoemd. En dat brengt me eigenlijk nog even bij de vraag enerzijds, we worden daar dan in genoemd, nou ja dat kun je zeggen laat maar gaan, maar het ging daarover SUV’s, maar daar wordt een getal van volgens mij als ik het goed zeg zestienhonderd kilo per auto en volgens mij is een gemiddelde stationcar ook al zeg maar boven de zestienhonderd kilogram. Dus ik vroeg me eigenlijk wel af, naar aanleiding van deze kleine introductie, in verband met het verkeersonderzoek, de verkeersambities die we hebben, wanneer we daar nog weer, los van de planning die we daarin hebben, hoe zeg maar dit het komend jaar nadrukkelijk naar voren wordt gehaald. De voorzitter: Maar wat was nou precies uw vraag? De heer Van den Berg: Of dat, met die introductie, of dit ook naar voren had gehaald. De voorzitter: Maar wat? De SUV? U heeft het over SUV’s.
Ik begrijp uw vraag niet, wat is uw vraag? De heer Van den Berg: Het gaat over grote auto's en betaald parkeren en we moeten auto's uit het dorp halen. Daar gaat deze discussie over en dat bracht mij erop, wij zijn hier ook bezig met een verkeersambitieplan. Hoe staat het daarmee? Wanneer kunnen we daar zeg maar inhoudelijk met de nieuwe wethouders en het nieuwe college, op welke termijn mogen we daarover praten? De voorzitter: Ik vat hem samen dat u vraagt naar de voortgang van de verkeersvisie. De heer Van den Berg: Ja dat zei ik net. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, is een bijzondere aanleiding. Maar wij hebben een, ik weet die datum niet, maar er is een sessie gepland over de eerste versie, een soort vijftig procent versie van de verkeersvisie. Daarin kunnen dus de fracties aangeven hoe ze denken over dilemma's die zijn opgehaald, zeg maar, niet alleen hier, maar ook in gesprekken met het dorp. En dat is binnenkort. Ik weet de datum alleen niet uit mijn hoofd. Maar dat kunt u vinden. En dan zijn er allerlei denkrichtingen mogelijk over het meer autoluw maken van het centrum bijvoorbeeld. Dat zou best een onderwerp zijn. Maar ik weet niet, ik denk ook niet dat dat per autotype uitgesplitst gaat worden. Ik heb daar in ieder geval zelf geen idee over.
De voorzitter: Misschien is het goed dat we dit ook meenemen in het presidium, dat we even in de gaten houden wanneer we de planning kunnen verwachten van de verkeersvisie. Is dat een idee, mijnheer Van den Berg? Ja. De heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, geestig dat de heer Van den Berg zijn vraag heeft geleid uit de Bol-an, want het was zojuist op de Bol-an gezet, dat bericht. Maar goed, even kort van stof want dat kan ook. De verkeersvisie, ik had een gerelateerde vraag, want we hebben eind vorig jaar besproken dat een onderzoek zou gaan
plaatsvinden wat snel door het college zou worden geïnitieerd, slot tijden voor vrachtverkeer, met name in de ochtend en de spitstijden voor de kinderen. We hebben nu, we zijn nu twee wethouders verder letterlijk, dus ik ben heel bang dat die opdracht verloren is in beeld. Maar wellicht is dat niet zo, dus ik wilde eigenlijk alleen deze opmerking even plaatsen als reminder. Maar wellicht heeft u ook alvast een kleine update. Dank u. De heer Van Midden: Nou dat laatste niet. Ik werd wel net ingefluisterd dat dat inderdaad vooruitlopend op de verkeersvisie opgepakt zou worden. Dus ik zal u daarover informeren wat de status is. Maar ik was even, ik dacht dat de discussie over SUV’s ging en daarover werd mij niks ingefluisterd. De voorzitter: Nee, het betreft de motie om inderdaad het zwaar vrachtverkeer onderzoek eerder mee te nemen. Dus dat staat ook bij u nu in het geheugen en ik zie de wethouder naast u ook knikken. Ja. De heer Westendorp nog? De heer Westendorp: Nog een afsluiting. Letterlijk in de in de notulen van de vergaderingen staat: Nog deze aanstaande winter 2023 te starten met de voorbereiding van de pilot venstertijden zwaar vrachtverkeer, die in de eerste helft van 2024 zal worden uitgevoerd. Dus de druk is hoger dan wellicht nu bekend. De voorzitter: En daarmee gememoreerd door een van de indieners. 10.
Vernieuwen schuur aan de Zevenend Laren De voorzitter: Dan gaan we verder naar agendapunt tien en dat is het vernieuwen van een schuur aan de Zevenend te Laren. En daarvoor hebben we een aantal mensen in de zaal. We hebben de ambtelijke ondersteuning van mevrouw Alexandra Over van vastgoedbeheer. U mag vast aan tafel komen zitten want we hebben voldoende stoelen volgens mij en u bent van het cluster vastgoed en grondzaken van de BEL combinatie. En we hebben twee insprekers die zich in deze volgorde gemeld hebben. Dat is de heer Retrae, aanwonende en mevrouw Ottenhof, aanwonende en die krijgen beide vijf minuten. Mag ik de heer Retrae vragen om als eerste hier aan tafel te komen zitten? En u heeft uw inspraak reactie ook al bij de griffie aangeleverd en u kunt hem dus rustig straks teruglezen omdat hij bij ons in het raadsinformatiesysteem wordt opgenomen. De heer Retrae. Aan de zijkant zit een knopje en dan zit aan de voorkant een rood knopje en als dat aangaat dan kunt u luid in de microfoon spreken. De heer Retrae: Ik ga even staan. Ik spreek snel. U heeft namelijk het stuk al, dus dan kunnen we er mooie hard doorheen. Leden van de commissie, voorzitter en griffier, hartelijk dank dat ik in de gelegenheid wordt gesteld hier vanavond in te spreken. Ik zal proberen u aan de hand van de feiten en mijn visie zo volledig mogelijk te informeren.
Mijn doel is u in staat te stellen met deze informatie het voorstel van het College genuanceerder te kunnen beoordelen en de raad goed te kunnen adviseren. Want daar gaat het om. Mijn echtgenote en ik wonen op een mooie locatie in het centrum van Laren in een ‘wevershuisje’, een gemeentelijk monument. Ter zake. De anonieme desinformatie over het schuurtje, die gepubliceerd is in de media, komt niet van ons, niet van mijn vrouw en mij, maar moet bewust aangereikt zijn door belanghebbenden. Het laat zich raden, gezien de selectief gekozen standpunten, uit welke hoek dat komt. De redacteur, publicist was desgevraagd niet bereid zijn bron te noemen, was niet beschikbaar voor wederhoor noch om de situatie zelf in ogenschouw te komen nemen. De raad en uw commissie hebben middels een schrijven van de huurster van het schuurtje mijns inziens onjuiste feiten en argumenten vernomen, die deels ook al in de media waren verschenen. Wij hebben bewust daarop niet publiekelijk gereageerd op de zin en onzin die te berde is gebracht. Maar de wijze waarop wij worden bejegend en afgeschilderd stoort ons in hoge mate. Wij zijn van mening dat de informatie-uitwisseling primair hoort plaats te vinden hier in deze commissie
en niet in de media. Immers hoor en wederhoor en eigen ‘fact checks’ zouden toch de basis behoren te zijn voor objectieve mening- en besluitvorming van uw commissie R&I. De relevante feiten zijn ons inziens het volgend: Het schuurtje is eigendom van de gemeente, mevrouw huurt het schuurtje al bijna dertig jaar voor een luttel bedrag. Wij zijn daarin feitelijk geen partij. Wij zijn noch huurder, nog eigenaar, noch anderszins, wij zijn aanwonenden. Het onderhoud is al tenminste tien jaar een punt van discussie tussen verhuurder en huurster. Wij en de andere buren aan de St. Janstraat met name, die direct zicht hebben op het gebouwtje, dringen al veel langer aan op uitvoering van achterstallig groot onderhoud. Termen zoals stevig schuurtje en de stelling dat het altijd prima onderhouden en netjes bijgehouden is, staan in schril contrast met de bouwkundige die spreekt van gevaarzetting en noodzaak tot vernieuwbouw. Er is bepaald meer nodig dan de dakgoot schoonmaken en schilderen. Vorm vooral uw eigen oordeel, kom zelf kijken, zie als dat niet kan de foto’s, ik heb er een A4 mapje van bij me als dat nodig is, en lees het rapport van de bouwkundige. De gemeente gaat niet onnodig een schuurtje herbouwen. De bewering dat het schuurtje niet bestaat, of niet bij het kadaster bekend zou zijn is een gelegenheidsargument. Het staat er sinds 1909, is uitgezocht.
Mevrouw betaalt huur en ze zegt dat ze onderhoud pleegt. Het staat wel degelijk op een BEL BGT kadastrale kaart. Dat het schuurtje onderdeel zou zijn van een buurt- of burengeschil is onjuist, de buren en wij hebben belang bij goed onderhoud, veiligheid voor onszelf, onze kleinkinderen en andere bezoekers. En het oog van de buren en passanten wil ook wat. Dat wij groot onderhoud zouden belemmeren en dat door beplanting mevrouw het schuurtje niet kan bijhouden is niet juist, het is precies andersom, juist wij pleiten voor onderhoud, mevrouw weet dat en de gemeente ook. Het schuurtje is aan twee zijden deels bedekt met een haag en klimop en aan onze kant staat een beukenhaagje ter camouflage van de lelijke, verveloze, verrotte wand. Het ladderrecht maakt onderhoud, in overleg uiteraard, altijd mogelijk en door ons is toegezegd dat de beukenhaag daarvoor tijdelijk weggehaald wordt. Ook dat is bij mevrouw Over en de gemeente bekend. Bij herbouw van een mooi, veilig, beeldbepalend schuurtje in de huidige stijl kan de haag eventueel ook weg blijven. Al deze feiten zijn bekend, ook bij de gemeente, ook bij de huurster. Dat er sprake zou zijn van ongelijke behandeling onttrekt zich aan onze waarneming, wij weten niet beter dan dat mevrouw het schuurtje met de grond waarop het staat in eerste instantie niet wilde kopen.
Uiteindelijk heeft de gemeente bij vijf gegadigden voor grondaankoop en ook bij mevrouw het aanbod om het schuurtje te kopen ingetrokken en daartegen is kennelijk geen beroep mogelijk. Maar dat is iets tussen de gemeente als eigenaar/verhuurder en de huurster. Het stukje grond dat wij kochten grenst volledig aan onze tuin, wij hebben het voor eigen rekening en risico geschoond van Japanse Duizendkoop en met het oog op privacy en veiligheid omsloten met een hek en blijvend groene haag zoals bij de koop is overeengekomen tussen ons en de gemeente. Dat wij recht van overpad hebben is een feit, dat recht hebben de verschillende bewoners van ons huis al vijftig jaar, het is in alle akten van levering opgenomen en bij het kadaster vastgelegd. Wij zullen dit recht en gebruik nooit opgeven! Het pad is onze enige toegang en er liggen nutsvoorzieningen onder, er zijn vele redenen waarom wij dit recht pertinent weigeren op te geven, en één daarvan is overigens dat het helemaal niets met het schuurtje te maken heeft. Overigens heeft mevrouw hetzelfde recht van overpad dat ook wij hebben over hetzelfde pad.
Tenslotte: De Gemeente heeft grond verkocht voor de vraagprijs en bestrijdt thans de Duizendknoop op het terrein wat zij nog in bezit heeft, ze heeft het grindpad keurig vernieuwd en neemt als eigenaar haar verantwoordelijkheid door de geplande realisatie van een veilig en in stijl herbouwd schuurtje. Daarmee wordt de totale opknapbeurt en renovatie van het gehele terrein nu gecompleteerd. Wij hebben een perceeltje grond bij onze tuin kunnen voegen en behouden onze privacy achter het schuurtje, de haag en het hek. En ons adres en poort met huisnummer blijft zichtbaar en vindbaar vanaf de straat. De huurster houdt haar huurcontract en krijgt om niet notabenen, de beschikking over een mooie, volledig nieuwe stijlvolle bergruimte zonder huurverhoging en ook het toekomstig onderhoud neemt de gemeente correct voor haar rekening. Kortom, er ligt een gebalanceerd pakket van het College dat alle partijen voordelen biedt en dit tot
voor kort verwaarloosde stukje Laren voor de gemeente haar aanwonenden en omgeving naar onze mening veel mooier maakt. Dank u wel. De voorzitter: Dank, heer Retrae, voor uw inspraak en u mag weer terug op uw plaats, maar mag ook blijven zitten maar naast u komt buurvrouw te zitten. De heer Retrae: Heel gezellig. De voorzitter: En dat is mevrouw Ottenhof. U bent aan wonende en ook u krijgt vijf minuten. Mevrouw Ottenhof, welkom. Mevrouw Ottenhof: Dank u, mijnheer de voorzitter. Kent u het wandelpad, het fietspad… De voorzitter: U mg de microfoon iets dichterbij u zetten, mevrouw Ottenhof, dan is het ook voor iedereen goed te verstaan. Mevrouw Ottenhof: Kent u het wandel- fietspad dat Zevenend met de Eemnesserweg verbindt? In het verleden zijn er allerlei ideeën geweest om de grond die daar ligt ateliers voor kunstenaars of kleine huisjes, verouderen of starters te bouwen. Uiteindelijk heeft de gemeente ervoor gekozen om de grond naast het pad aan omwonenden als tuingrond aan te bieden. Daarbij heeft echter niet iedereen een gelijke kans gekregen. De ene buur kon zijn tuinen uitbreiden, de andere niet. Ik huur vanaf 1997 een schuurtje van de gemeente dat netjes bijgehouden wordt. Zo is er een nieuwe betonnen vloer ingelegd. De dakconstructie is vier jaar geleden verstevigd en bestaat er een plan om de zijkanten aan te pakken.
Dit stevige schuurtje staat overigens niet in het Kadaster vermeld. Tegelijktijdig zou het fijn zijn met wat extra tuingrond het recht van overpad op te heffen, omdat de buren aan wie het overpad verleend moet worden na aankoop van de gemeentegrond nu zelf een toegang tot hun huis kunnen maken. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest om dit schuurtje te kopen. De gemeente was hiervan op de hoogte. De andere buur heeft echter op zijn nieuw aangekochte stukje grond struiken tegen het schuurtje gezet, waardoor er geen onderhoud meer gepleegd kan worden. Daardoor is onenigheid in de buurt ontstaan, die de gemeente op wil lossen door aan te bieden een nieuw schuurtje te bouwen, kosten 18.000 euro. Dank u. De voorzitter: Dank, mevrouw Ottenhof, voor uw inspraak reactie. U mag beiden weer plaatsnemen. Maar misschien zijn er, ik kijk nog even, blijft nog even zitten, vragen vanuit de commissie aan u en een van u beiden. Ja dat zie ik aan twee kanten, aan drie kanten. Ja nou ga ik een rondje maken, vragen aan de commissieleden. U mag nog even blijven zitten, mevrouw Ottenhof. Ja. Ik begin even bij de heer Hurink. De heer Hurink: Dank u wel, mevrouw Ottenhof, mijnheer Retrae. Ik ben afgelopen week een paar keer wezen kijken en ik heb met u beiden gesproken. Mevrouw Ottenhof, ik heb ook foto's genomen van het schuurtje en ik begin eerst even bij mijnheer Retrae.
Hoe lang heeft u de grond in uw bezit die u heeft aangekocht? De heer Retrae: Een jaar ongeveer. De heer Hurink: Oké. Het onderhoud wat achterstallig is, is al veel ouder. Waarom heeft u, want u zegt u kunt er niet bij vanwege de beukenheg, maar daarvoor kon u er wel bij. Toen heeft u geen onderhoud gepleegd. Mevrouw Ottenhof: Ik heb zeker onderhoud gepleegd. De heer Hurink: Maar niet aan de achterzijde. Wilt u de microfoon openzetten?
De voorzitter: U mag het via de microfoon beantwoorden. Mevrouw Ottenhof: Ik heb zeker onderhoud gepleegd. Het schuurtje, ik heb daar nog foto’s van, van het begin van ’97, dat viel in elkaar. Het hoorde op de grondstuk van de familie Bus. De familie Bus heeft de grond daarna aan de gemeente overgegeven. Het was hun privé tuin waar waarop het schuurtje geplaatst is. De heer Hurink: Oké. Nee, maar het gaat om het onderhoud, u zegt u heeft onderhoud gepleegd… De voorzitter: Even via de voorzitter, mijnheer Hurink. Mijnheer Hurink, graag via de voorzitter. We gaan niet rechtstreeks in discussie, als u nog een gebruik, een aanvullende vraag heeft dan kan dat via mij. De heer Hurink: Dan heb ik nog een aanvullende vraag. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Hurink: U zegt dat het beukenhaag je in de weg staat. Heeft u aan de heer Retrae gevraagd of u onderhoud mag plegen? Mevrouw Ottenhof: Ik heb aan mijnheer Retrae gevraagd of hij er rekening mee wilde houden toen die daar bezig was om zijn struiken neer te zetten. Van denkt u daarom dat ik erbij wil om rondom het schuurtje heen te kunnen lopen? Dat heb ik altijd gedaan ik, ik heb rondom het schuurtje de planken kunnen verven en rondom kunnen lopen. De heer Hurink: Prima.
En wat was erop zijn antwoord? De voorzitter: Dat mag weer via de…we gaan nu niet in een hele discussie met de insprekers, u mag nog één vraag stellen en daarna ga ik naar de andere vraag stellers, want anders gaan we in debat. Dat is niet de bedoeling van deze commissie. De heer Hurink: Is goed. U heeft dus aangegeven dat u graag bij de achterzijde ook wil zijn. Wat was daarop zijn antwoord? Mevrouw Ottenhof: Heeft niet veel antwoord daarop gegeven. De voorzitter: Dan is dit het antwoord. Ik ga naar mevrouw De Brouwers. Mevrouw De Brouwers: Ja, dank u wel. Ik heb ook een vraag. Is het inderdaad min of meer nalatigheid geweest van de gemeente dat toen mevrouw blijkbaar het aangeboden stuk wilde kopen, de aangeboden schuur, dat daar niet op gereageerd is, zijn daar papieren van? Is dat waar? Klopt dat? En waarom heeft de gemeente het aanbod teruggetrokken? En dan heb ik nog een volgende vraag, er wordt gezegd er wordt tien jaar al onderhoud gepleegd voor de schuur, dat wordt georganiseerd door de gemeente en de huurster. En dat is eigenlijk naar volle tevredenheid. Zo ik het begrijp, in ieder geval volle tevredenheid van de huurster.
Wordt dat voortgezet? Klopt dat ook? En dan vinden wij verder dat we eigenlijk in dit soort ja toch min of meer buurt… De voorzitter: Mevrouw De Brouwers, ik ga even, wat u vindt mag u straks zeggen, maar u heeft nu een aanvullende vraag gesteld aan één of twee. Heeft u dat gesteld aan mevrouw Ottenhof of aan heer Retrae? Aan wie van de twee?
Mevrouw De Brouwers: Ik had hem aan mevrouw Ottenhof gesteld. Ook eigenlijk aan de gemeente. De voorzitter: Ja, als u hem aan de gemeente stelt, dan kunt hem straks stellen. Dus wilt u? Wilt u dit aan mevrouw Ottenhof stellen? Mevrouw De Brouwers: Aan mevrouw Ottenhof graag. Mevrouw Ottenhof: Ik heb dus al aangegeven dat ik van het begin af aan, aan de gemeente gevraagd heb dit schuurtje te kunnen kopen. Ik heb in die tijd ook met mijnheer Stam enkele gesprekken erover gehad. Hij kon toen geen uitsluitsel geven, want hij wist niet wat er met grond eromheen zou gebeuren. Ik heb toen, een keer die grond wel verdeeld werd, aan de andere omwonenden, heb ik aangegeven bij de gemeente, ik wil die grond, ik wil graag mijn schuurtje kopen. Daar heb ik een bod van gekregen, daar heb ik een aanbod van gekregen op papier. Daar heb ik meteen gereageerd en gezegd bij de gemeente ik ga daarop in, ik koop het voor dat bedrag. Het wonderlijke is dat er een gesprek plaatsgevonden heeft met mijn buurman en daarna is besloten dat de buurman die grond kon kopen, maar ik kon niet meer beschikken over mijn aanbod en niet meer het schuurtje kunnen kopen. Dat daar heb ik gewoon de papieren van. De voorzitter: Helder. Dank voor uw antwoord. Ik ga even kijken naar de andere kant. Ik zag, ja nou ik zie nu dat iedereen een vraag wil stellen aan de insprekers. Ik begin met mevrouw Timmerman.
Mevrouw Timmerman: Ik heb een paar vragen eigenlijk voor mijnheer nummer vijftien, u zegt dat u geen partij bent en dat is inderdaad correct. U bent geen eigenaar, u bent geen huurder, u woont ernaast. U heeft het over onjuiste informatie verspreiden en hoor en wederhoor. Ja, ik vind dat zo langzamerhand een behoorlijke… Laat maar. Een behoorlijk gehalte van rijdende rechter krijgen, dat wilde ik eigenlijk zeggen. De voorzitter: Maar wat zijn uw vragen, mevrouw Timmerman? Mevrouw Timmerman: En dat vind ik heel erg jammer, want het gaat hier over een raadsvoorstel. Onderhoud, u zegt ja ik… De voorzitter: Mevrouw Timmerman, ik wil u vragen gewoon een verduidelijkende vraag te stellen, want anders ga ik verder naar de volgende spreker. De discussie voeren wij straks in de commissie. Wat zijn uw aanvullende vragen, mocht u die hebben? Als u die niet heeft, hoeft dat niet. Mevrouw Timmerman: Mijn aanvullende vraag is eigenlijk, ik wil van mijnheer weten of dat hij, hij woont er al een hele tijd, dat schuurtje staat er al heel lang, het is eigendom van de gemeente, de gemeente is verantwoordelijk voor het buitenonderhoud, of mijnheer al eens de gemeente heeft aangesproken of dat die het buitenonderhoud aan wil pakken? De heer Retrae: Jazeker. De voorzitter: Dat is een kort antwoord en heel duidelijk.
De heer Retrae: En overigens, het onderhoud aan alle kanten heb ik nooit helemaal duidelijk gekregen of dat nou bij de gemeente zou liggen of bij mevrouw zou liggen. Feit is wel dat er, ook voordat ik de boompjes daar neer heb gezet ter camouflage van die lelijke, kapotte schuur, dat er toen ook al struiken tegenaan stonden en toen was het nog gewoon gemeente eigendom, dat stukje grond wat ik heb. Dus ook toen is er geen onderhoud gepleegd en overigens ben ik samen met mevrouw bij mevrouw Over geweest en daarop hebben
wij afgesproken dat dat altijd beschikbaar is onder het ladderrecht bij ons, wie dan ook de eigenaar is, om onderhoud te plegen en dat staat zwart op wit. De voorzitter: Dank voor uw antwoord. Ik ga naar mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Ik denk, dat is, ik heb eigenlijk een vraagje maar. Ik wou even er wel bij zeggen… De voorzitter: Alleen de vraag en aan wie u hem wil stellen. Mevrouw Van Dorst: Ik ga het heel kort maken, heel kort. Ja, mevrouw Ottenhof, ik vind dat er inderdaad een verkeerde verwachting is gezet bij uw vraag van koop. Daar zou ik nog graag, maar dat ga ik straks aan de wethouder vragen, inderdaad wat meer informatie over willen hebben. De voorzitter: Maar wat is precies uw vraag? Mevrouw Van Dorst: Mijn vraag is, recht van overpad, daar valt u over. Dat zou u graag dat de buurman dat zou opheffen. Dat was ook een van uw vragen, maar u heeft zelf ook een recht van overpad op de andere tuin. Hoe gaan we daarmee om? Dus dat is ook een beetje vraag aan u, hoe staat u daarin? De voorzitter: Mevrouw Ottenhof. Mevrouw Ottenhof: Recht van overpad, dat is één pad wat langs mijn huis loopt, langs mijn tuin loopt, naar de woning van mijn buurman. De buurman, die heeft een stuk grond bijgekocht van de gemeente.
Dus dat is mijn vraag, of de buurman, of ik dat pad bij het schuurtje kan kopen samen en dat de buurman zijn eigen ingang maakt naar zijn nieuwe grond die hij heeft kunnen kopen. De voorzitter: Een andere ingang. Mevrouw Van Dorst: Dat ken ik, dat was mij duidelijk. Dat begrijp ik. Dat is eigenlijk ook de patstelling, maar ik was even benieuwd, uw andere buren, die hebben ook recht van overpad waar u weer een voordeel aan heeft. Hoe staat u daarin? Mevrouw Ottenhof: Ja maar dat is elf, dat is het kleine deeltje vooraan, dat is inderdaad zo ja. De voorzitter: Helder, ja. Ik ga naar de heer Vos, aanvullende vraag. De heer Vos: Ja dank u wel, voorzitter. Ik ga zeker een vraag stellen, maar ik ga ook eerst even een ontboezeming doen. Ik heb wel het gevoel dat we hier met een soort amusementsprogramma bezig zijn, zo langzamerhand. Is dit nou werkelijk dat we als volwassen mensen dit hier doen? Een vraag aan u allebei, heeft u overwogen naar de Rijdende Rechter te gaan, want daar worden dit soort dingen besproken. Ik vind dit echt een beetje vreemd. Het is niet in het algemeen belang dat wij hier deze discussie voeren op dit moment. De voorzitter: Laten we dit als een opmerking van uw kant zien. Ik weet niet of de insprekers daarop willen reageren. Dat mag, maar dat hoeft niet, wat mij betreft. De heer Van den Berg, aanvullende vraag aan de insprekers?
De heer Van den Berg: Ja dank u wel, voorzitter. Eigenlijk aan allebei een vraag, want het doet voorkomen alsof het over het onderhoud gaat. Maar nu gaat het eigenlijk in deze ronde vooral over overpad en de een wil het niet kwijt aan de ander. Gaat het nu over het overpad of gaat het echt over het onderhoud van het schuurtje? Die vraag stel ik aan allebei de insprekers, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Ottenhof, waar gaat het u om? Mevrouw Ottenhof: Het gaat erom dat het verkeerd is gegaan eigenlijk. Ik heb het aanbod gekregen van de gemeente om dat schuurtje te kopen met de grond eronder. Ja? Daar heb ik ja tegen gezegd, ik ben naar de gemeente gegaan, ik heb erover gesproken, ik heb gezegd ik accepteer het, dat aanbod. En dan krijg ik te horen, dezelfde dag, uw buren hebben het wel kunnen kopen en we gaan niet verder om u het schuurtje te verkopen. Dat is het grote punt. De voorzitter: Helder. Dat is uw onvrede. De heer Retrae. De heer Retrae: Waar wilt u antwoord op hebben nog? De heer Van den Berg: Op die vraag, gaat het nou over het onderhoud van het schuurtje met een lelijke achterkant of gaat het over het overpad wat u niet kwijt wil? De heer Retrae: Het gaat over het schuurtje, maar mevrouw betrekt daar het recht van overpad bij. Dat recht van overpad maakt niks uit voor de bereikbaarheid van het schuurtje. Blijft precies hetzelfde.
Overigens, het eerste stuk van het pad aan mijn poortkant, loopt mijn eigendom, mijn grond tegen het schuurtje aan, tot en met zelfs de deur in het schuurtje. Dus eigenlijk zou mevrouw recht van overpad naar het schuurtje moeten hebben van mij, maar daar gaan we allemaal niet over spelen. Daar moeten we absoluut niet een punt van maken, maar ik wil het maar even duidelijk stellen. De heer Van den Berg: De vraag is beantwoord. De voorzitter: De toelichtingen zijn helder. Voordat ik het stuk in de commissie er bespreking ga geven, want het wordt behoorlijk ingewikkeld, waarbij we een financiële component hebben en een herbouw component en nog een aantal andere componenten, wil ik erg graag het woord geven aan de wethouder, die, de inspraak horende en de vraag van de commissie, misschien nog iets wil toelichten omdat dit ook voor de tweede keer nu in de commissie is. Misschien is er van vanuit uw kant enige duidelijkheid te schaffen over het voorstel, want wij spreken over een voorstel wat wij straks, als wij hier allemaal dit besproken hebben, al dan niet gaan doorglijden naar de gemeenteraad om een beslissing te geven over een budget van 18.000 euro. Ik vat het maar even kort samen. De wethouder. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter.
Laat ik allereerst stellen dat ik het echt werkelijk ongelooflijk jammer vindt dat we in deze discussie rond het schuurtje terechtgekomen zijn en we ook in een soort beschuldiging tussen partijen over en weer komen over zaken die eigenlijk helemaal niks met het schuurtje te maken hebben. Vooral ook, en mijnheer Retrae gaf het ook al aan zijn betoog, omdat er mensen zijn die met hele goede bedoelingen en met hele goede afspraken met de gemeente uiteindelijk een stukje grond gekocht hebben en uiteindelijk ook een soort dader blijken te zijn in de hele, zeg maar, communicatie en publicatie die verschenen is op social media. Dat vind ik verschrikkelijk jammer. Vooral ook omdat uiteindelijk het voorstel ingegeven is door hele edele motieven, waarbij we eigenlijk iedereen willen beschermen. Alleen het kost 18.000 euro. We hebben op een gegeven moment gezegd ook van nou, het
schuurtje is in verval en of nou wel of niet goed onderhoud gepleegd is, die discussie die wilden wij niet eens aangaan, en wie schuldig is. We hebben ieder geval laten constateren: Het is zodanig in verval dat het vervangen moet worden. En die urgentie om te vervangen was aanwezig, omdat we vanuit de buurt daar klachten over kregen. Er inderdaad gevreesd werd voor het in elkaar storten van dat schuurtje, zoals de heer Retrae al aangaf, dat wij gezegd hebben van nou, dan gaan we dat onderhoud doen. Dat hebben we uiteindelijk laten taxerenen is een bedrag van 18.000 euro geworden. En waarom? Nou, we zijn verhuurder, wij hebben als verhuurder gewoon de plicht, wettelijke plicht ook, om ervoor te zorgen dat het verhuurde in goede staat blijft, in ieder geval in stand blijft. En dat hebben we ook vooral gedaan om de huurster te beschermen, want die huurt inderdaad het schuurtje. Dat is niet een gering bedrag. Dit is een forse investering waarvan gezegd hebben, die willen we als gemeente doen. U kunt gewoon blijven huren tegen he bedrag waar u nu voor huurt, dus in feite blijft de hele situatie in stand. Zo helpen we uiteindelijk ook u gewoon het schuurtje te behouden en daarvan gebruik te kunnen maken. We hebben ook inderdaad al gesproken over de koop van schuurtje.
In ieder geval over de huidige situatie, want mevrouw heeft het niet gekocht en of ze het nou wilde of niet wilde, het beeld wat bij mij ontstaan was, dat mevrouw het niet wilde, alleen naar de situatie van vandaag heb ik op dit moment te maken met het Didam-arrest, dus als ik het schuurtje aanbied, zeg maar, aan mevrouw in de verkoop, moet ik het openbaar verkopen. Dan kunnen verschillende mensen zich melden om het schuurtje te willen kopen. Ik weet dat er kapers op de kust zijn. In onze inschatting was ook dat mevrouw dan het schuurtje kwijt zou zijn, in ieder geval niet de gelegenheid krijgt om het zelf aan te schaffen. Dus vandaar dat we gezegd hebben, dan is dit de beste oplossing. Wij investeren als gemeente die 18.000 euro als verhuurder vanuit onze plicht om het te doen, het huurcontact kan gewoon in stand blijven, mevrouw kan beschikken over een schuurtje wat in goede staat is en de buurt heeft een schuurtje waar ze prima naar kunnen kijken, want het ziet er fatsoenlijk uit. Alle afspraken rondom onderhoud, zoals ze ook met mijnheer Retrae gemaakt zijn, zijn zoals hij geschetst heeft. Want we hebben ook afgesproken, nadrukkelijk bij de aankoop van het stukje grond, dat we altijd de mogelijkheid moeten hebben om onderhoud uit te kunnen voeren op het schuurtje, op de wand die grenst aan zijn tuin war het hek staat.
En dat hebben we ook vastgelegd en dat is ook toegezegd, dus in die zin komt de heer Retrae zijn afspraken heel goed na. Dus dat is eigenlijk het verhaal en het is jammer dat het uiteindelijk dit verhaal geworden is, want wat ik al zei, we hebben het echt vanuit nobele motieven gedaan om iedereen, zeg maar, tevreden te stellen en uiteindelijk komen we dan hierin terecht. Dus dat is even mijn korte inleiding, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Van Midden, voor de toelichting. Ik zie al vingers de lucht in gaan, en iedereen er iets over wil zeggen. Ik wil u wel vragen, in het kader van de discussie, om inderdaad te beperken tot het voorstel, omdat u straks als commissie moet besluiten of dit voorstel rijp is om in de gemeenteraad behandeld te worden. U hoeft nog geen mening te geven of u daarvoor of tegen zal stemmen. Dat kunt u in de raad nader motiveren, maar ik denk dat het goed is dat, in verband met de discussie en het tijdstip van de avond, u zich sec tot het schuurtje en het renovatie- c.q. herbouw voorstel beperkt. Ik kijk even naar degene die daar wat over willen zeggen. Mevrouw Timmerman stak als eerste de hand op. Mevrouw Timmerman: Dank u wel, voorzitter. Ja, vorige maand kregen we dit voorstel dat volstrekt onduidelijk en onbegrijpelijk was.
En nu hebben we wat meer informatie, maar ook heel veel informatie die er eigenlijk niets mee te maken heeft. Ja, er spelen eigenlijk twee dingen. Dat is de grondverkoop, die niet in het voorstel voorkomt, die al eerder gebeurd is, anderhalf jaar geleden, november of zo november ‘22 geloof ik. En koop of bouw, renoveren of herbouw van het schuurtje. En mijn eerste vraag is eigenlijk aan het college van: Dat schuurtje heeft een hele onduidelijke status. Hij komt niet in de begroting voor bij de bezittingen, hij staat niet op het Kadaster. Het is een onbestaand schuurtje in feite, maar de gemeente is eigenaar en de gemeente had dat al die jaren moeten onderhouden. Dat is niet gebeurd. Een mevrouw heeft zelf van
nummer dertien het dak vernieuwd, een nieuwe bodem erin gelegd, ondergrond, enzovoort, enzovoort en die heeft het zo goed en zo kwaad als het kon bijgehouden. En dan moet ik toch even die grondverkoop erbij halen eigenlijk, want dat kan niet anders, in juli 2022 is mevrouw van nummer dertien aangeboden, en daar heb ik de stukken van, om dertig vierkante meter pluste de zes vierkante meter van het schuurtje, om die te kopen. Daar heeft ze gelijk ja op gezegd. Op onduidelijke redenen, waar ik nu niet verder op in wil gaan, want er wordt er nog ingewikkelder, is het aangeboden vervolgens aan de buurman nummer vijftien, zonder schuurtje. En dan is eigenlijk mijn volgende vraag: Waarom is op dat moment niet gezegd nou, die dertig vierkante meter die liggen achter de tuin van vijftien, die krijgt dat stuk en dat schuurtje plus die zes vierkante meter daaronder mag mevrouw nummer dertien kopen. Daar is geen sprake van geweest. En dat is eigenlijk mijn volgende vraag, waarom is die wens is… De voorzitter: Mevrouw Timmerman, ik ga u even onderbreken. Ik heb het stuk in bespreking gegeven en dat gaat over het raadsvoorstel. Het raadsvoorstel omvat een krediet om een schuurtje te herbouwen.
We hebben er daarnet een uitgebreide discussie gehoord over voor, tegen en argumenten die gaan over recht van overpad, wel of niet kopen et cetera, ik vind dat een andere zaak en als u die vraag wil stellen dan moet u daar schriftelijke vragen over stellen. Dat kan, dan gaat u het college daarover bevragen, maar ik wil graag dat u dit voorstel, wat wij straks wel of niet naar de raad doorglijden waar wij over gaan beslissen, wil bespreken. Dus het gaat echt over het schuurtje zelf. Wilt u zich daartoe beperken? Mevrouw Timmerman: Oké, prima. Maar mijn, die vragen, die ga ik dan nog schriftelijk stellen, waarom dat niet tegelijkertijd is gebeurd? Er kunnen twee dingen gebeuren natuurlijk, of het schuurtje alsnog aanbieden aan die mevrouw en dan hoef je ook geen onderhoud meer te plegen. En dat Didam-arrest is hier wel van toepassing, maar dat kan heel goed met het Didam-arrest, omdat je daar, want dat staat namelijk ook in het voorstel, we kunnen het niet aanbieden, daarom ga ik er even op in, omdat het twee ongelijke gevallen zijn en mevrouw huurster is. En dan ben je altijd, heb je geen twee vergelijkbare gevallen zodat je willekeur zou krijgen. Dus met inachtneming van het Didam-arrest, de advocaten TRIP zijn daar heel duidelijk over, kan het gewoon aan mevrouw verkocht worden. Dat is één.
De heer Hurink: We hebben het over onderhoud, toch, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Hurink, even... Gaat u verder, mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman: En het andere is: De gemeente blijft gewoon eigenaar en die gaat het schuurtje renoveren, want als het wordt afgebroken mag het nooit meer worden opgebouwd, want het staat op de bestemming groen. En dan is het dag, schuurtje en dan moet er ook nog een keer of een bestemmingsplan verandering komen met een hele toestand, daar kan ook weer bezwaar tegen gemaakt worden. Ik zou zeggen nou, gemeente ga het lekker renoveren en óf verkopen, óf renoveren en de buurman moet gewoon gelegenheid geven dat het onderhouden kan worden. Punt. De voorzitter: Ik vat het even samen: Straks vragen aan de wethouder ofwel u hoeft het niet nu te beantwoorden, schrijft u het gewoon rustig op, want we gaan even de ronde maken. Eerste is van verhuur. Ik zie de wethouder popelen om iets te vinden te zeggen. De heer Van Midden: Voorzitter, ik zou toch even graag willen antwoorden op de vraag, omdat die ook waarschijnlijk, die antwoorden, bepalend zijn voor de vragen die de anderen zullen stellen. Allereerst even een opmerking over stukjes grond die verkocht worden en wel of niet met schuurtje. Het zijn twee verschillende stukken grond. Mijnheer Retrae heeft een stuk grond verkocht grenzend aan zijn tuin, waar dus geen schuur
op staat. Het stukje grond waar uiteindelijk mevrouw Ottenhof belangstelling voor heeft, is een apart stukje grond waar het schuurtje opstaat, dus dat zijn twee verschillende dingen. De voorzitter: Dat is duidelijk, maar ik vatte even de twee vragen samen voor u. De eerste vraag is, als mevrouw een huurrecht heeft op een schuurtje, zou dan het Didam-arrest niet gelden? Dat is volgens mij de samenvatting van vraag één en de andere vraag is: Op het moment dat u sloopt en nieuwbouw pleegt, dan is de bestemming groen, mag er dan zonder bestemmingsplan wijziging opnieuw een schuurtje worden gebouwd? Dat zijn eigenlijk de twee technische vragen die ik uit het betoog van mevrouw Timmerman destilleert. Klopt dat mevrouw Timmerman? Ja. Ga ik door naar mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen. Er is één schuurtje in eigendom van de gemeente, de andere schuurtjes die daar staan zijn in eigendom, mag ik veronderstellen, van de bewoners die daar zitten, of is dat anders? Dat is een vraag en ten… Dat is ook mijn vraag, van wie de andere schuurtjes zijn. En het tweede is het Didam-arrest, dat is inderdaad al van november 2021 en zou dat dus ook gegolden hebben voor grondverkoop? Daar had ik ook graag antwoord op gehad, want dat is later plaatsgevonden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos.
De heer Vos: Volgens mij heb ik mijn mening al gegeven in een eerdere ronde. Ik vraag me wel af wat het algemeen belang is van deze discussie, wat zijn we hiermee bezig? Daar zijn volgens mij andere podia voor. Wat ik er wel over kwijt wil en dat is dan een vraag voor de wethouder, is hier nog erfenis van één van uw voorgangers, want daar riekt het wel een beetje naar. De voorzitter: Dank de heer Vos. Ik ga naar de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, dat we hier nog weer over praten heeft natuurlijk wel met de kwaliteit en het rammelende voorstel van de vorige ronde te maken, omdat niemand, die verwarring leidt ertoe dat we het nu weer hier op de agenda hebben staan. Maar dat brengt ook inderdaad wel met zich mee, en daarom mijn vraag, aanvullende vragen net ook, omdat ik zomaar het idee hebt dat het eigenlijk helemaal niet meer over een schuurtje en het onderhoud gaat. Los even van of dat wel of niet in een Kadastrale legger als schuurtje staat et cetera, hoor ik overpad er rondom omheen lopen, ik hoor het Didam-arrest, ik hoorde de heer Vos net al een suggestie doen waar ik heel benieuwd naar ben, hoe de wethouder hierop gaat antwoorden.
Strikt genomen was dit, ik heb er volgens mij twintig jaar langs gefietst naar school om de kinderen weg te brengen, het heeft mij daar altijd prima in die omgeving daar mooi ruig, groen, midden in ons dorp. Doe al zo lang mee dat ik weet dat er inderdaad wel eens over gesproken is over woningbouw en over parkeerplaatsen. Allemaal interessante ontwikkelingen die nooit tot stand zijn gekomen. En dan moeten wij opeens achter van allerlei gedoe komen door het onderhoud of het vervangen van een schuurtje. Ik ga u zeggen, want dat heb ik in de vorige keer al gezegd, vervang dat schuurtje in dezelfde wijze, zoals het er nu ook ligt. Ga het niet verkopen. Niet eens zozeer om het Didam, maar als mevrouw ooit een keer de huur op zegt, zie ik hier op die zes vierkante meter opeens een prachtig mooi openbaar toilet. Direct ontsloten aan onze winkelstraat. En u hoort mij al praten, we hadden natuurlijk daar nooit grond moeten verkopen aan aangrenzende huizen, maar dat is een andere discussie. Volgens mij rammelt dat aan alle kanten, want het was allemaal Didam waardig al op dat moment, maar nogmaals antwoord, voorzitter, het schuurtje gewoon maar in stijl hetzelfde herstellen, niet verkopen. Volgens mij mag je, als je een investering doet als eigenaar, wel iets aan de huurprijs doen dus dat mag en dat kan en dat zou ik ook adviseren, want we moeten wel een beetje normaal doen.
Want het heeft dan ook genot. Maar nou komen we nog wel op één allerlaatste punt en
dat was die verduidelijkende vraag: Het gaat om over het schuurtje heen lopen en over een recht van erfpad. Als ik me het een beetje goed voorstel, staat het schuurtje eigenlijk los van het eigendom van mevrouw Ottenhof en loopt daar nog een paadje tussendoor, waar dan formeel een overpad op zit. Ik kan wel op zich begrijpen, vanuit die rechten die daar liggen, dat het niet zo relevant is of je dan over de achterkant er wel of niet uit kan, want het is mij zeer de vraag of die achterkant een formele ontsluiting heeft en een overpad heeft na dat pad. Dus daar zou ik ook van weg willen blijven. Maar mijnheer maakte nog wel een tussendoor opmerking waar die zei, nou, daar willen we het maar niet over hebben, als wij die investering van 18.000 euro gaan doen, zei hij nog wel dat zijn eigendom eigenlijk nog een beetje half onder het schuurtje, door de deur heen loopt en eigenlijk mevrouw nog een overpad nodig heeft om in het schuurt te komen. En daar zou ik nog wel even naar willen kijken en adviseren aan de wethouder om naar te kijken. Dat het niet zo kan zijn dat we nu zo meteen 18.000 euro in een schuurtje stoppen en de discussie over het overpad en wie dan wel waar niet mag komen, blijft hangen. Dat dit allemaal het gevolg is van onzorgvuldige verkoop van gemeentegrond, is duidelijk.
Maar zo wil ik mijn inbrengen, voorzitter, meegeven en dat laatste wil ik echt wel adviseren, want mijnheer kan nu wel zeggen het speelt niet, maar als mijnheer ooit verkoopt en de volgende eigenaar zeg maar dat is mijn grond, dan hebben we weer een nieuwe discussie en daar moeten we hiervan wegblijven. De voorzitter: Dank, mijnheer Van den Berg, voor uw inbreng. De heer Hurink. De heer Hurink: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik ga het niet hebben over recht van overpad. Ik ga het niet hebben over verkoop. Er is een huurovereenkomst, over een schuurtje wat zes vierkante meter bedraagt. Er is geen onderhoud aan gepleegd de laatste jaren en het ziet er niet uit en het is onveilig. Er wordt ook gevraagd om 15.000 euro, exclusief btw, dus we hebben het over 15.000 euro. Het enige verzoek wat ik aan het college heb, er zijn vier offertes aangevraagd, er heeft er één geantwoord, kijk of er nog meer offertes binnen kunnen komen, zodat het eventueel wat goedkoper wordt. Maar dat het gedaan moet worden, is gewoon een feit. De voorzitter: Dank voor uw inbrengen. U mag een interruptie geven als we het bij deze ronde houden. De heer… : Nou dat is denk ik in die zin onderhoudend, in de huidige wereld van aannemers, voor die 15.000 euro moet je er geen uur langer meer overheen kijken, want de offertes worden er alleen maar duurder van. De voorzitter: Een duidelijke opmerking.
Ik kijk nog even naar de VVD, mevrouw De Brouwers. Mevrouw De Brouwers: Ja, ik denk dat we daar helemaal mee in zijn. We zouden heel graag zien dat er misschien toch nog een of twee andere offertes aangevraagd werden. Ik kan me herinneren dat we de vorige discussie ook heb laten horen dat we 18.000 euro voor eigenlijk de renovatie een heel groot bedrag vinden en anders zou ik willen adviseren het inderdaad even aan wat klusjesmannen te vragen. Ik heb al heel veel gehoord dat dat voor veel minder geld zou komen. Dan zouden worden niet over moeten twijfelen om het onmiddellijk te laten doen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vos. De heer Vos: Ja ik heb… Het moet niet veel gekker worden hè. En dan gaan we als we weer een paar offertes erbij hebben, nog een avondje er verder over bakkeleien? Hou eens even op. De voorzitter: Waarvan akte. Ik ga…
De heer Vos: Dat meent u toch nier, mevrouw, dat we nog extra offertes moeten gaan opvragen? De voorzitter: Mijnheer Vos, dank. Ik ga voor de beantwoording naar het college, naar wethouder Van Midden. De heer Van Midden: Ja dank u wel, mijnheer de voorzitter. Allereerst ingaand even op de vraag van Liberaal Laren, die heeft ook de meeste vragen gesteld, als ik het even zo terug zie. Nou, over de grond had ik net al gezegd hè, dat het twee verschillende stukken grond zijn. Een stuk grond, zeg maar, aangrenzend aan de tuin van mijnheer Retrae en een stuk grond waar het schuurtje op staat, wat grens aan de tuin van mevrouw Ottenhof, met recht van overpad ertussen. En, zeg maar, een discussie over wie nu uiteindelijk verantwoordelijk is geweest voor het onderhoud en waar, zeg maar, de fout ligt, dat vind ik een weinig zinvolle discussie. Ik constateer alleen maar vandaag de dag dat het schuurtje gewoon in vervallen staat is en ik als verhuurder de plicht heb om dat op te knappen. En dat doe ik. Discussie over de koop, van waarom dat aanbod is ingetrokken of niet en of mevrouw Ottenhof wel of niet het aanbod had geaccepteerd, daar heb ik op dit moment ook niet zoveel aan. Ik constateer alleen op dit moment dat het niet verkocht is.
We hebben ook tegen mevrouw Ottenhof gezegd zegt van nou, in onze beleving is het Didam-arrest geldig en moeten wij uiteindelijk het aanbieden aan de markt. Ik weet ook niet waarom het niet zo zou moeten, omdat ik, als ik alleen al hele kleine stukjes grond, zeg maar, verkoop aan Liander voor elektriciteitskastjes, moet ik dat ook al openbaar bekendmaken om eventueel andere bieders de gelegenheid te geven om daar te reageren, dus ik zou ik nu ook niet weten waarom het hier niet het geval zou zijn. En het belangrijkste, als ik het verkoop aan mevrouw Ottenhof dan heb ik ook het probleem van het achterstallig onderhoud nog niet opgelost, want dan ga ik mevrouw Ottenhof vragen om die investering van 18.000 euro te doen om het schuurtje op te knappen. En daar wilden we haar voor beschermen. Ik geef u even, zeg maar, de overwegingen mee die wij gedaan hebben. Even kijken, als ik dan… Bestemmingsplan wijzigen, ik weet niet of daar een bestemmingsplan wijziging nodig is. Wat we wel gezien hebben is dat we een vergunning nodig hebben om dat te kunnen doen. Dus ik weet niet of dat een relatie met het bestemmingsplan dan heeft, maar het is wel vergunningplichtig. Dus dat dat klopt wel. D66 vraagt naar de eigendommen van de andere schuurtjes. Ja, dat weet ik niet. Ik ga ervanuit dat de andere schuurtjes op eigen grond staan.
En dat de schuurtjes dus ook eigendom zijn van de grondeigenaar. Maar ik heb daar verder geen zicht op. Het CDA geeft aan uiteindelijk eens te zijn met die herbouw en vraagt wel iets aan de huurprijs te doen. Ja, dat willen we niet. We hadden iets van joh, als we gewoon de prijs die mevrouw Ottenhof nu betaalt zo laten. Het is inderdaad een gering bedrag en het wordt jaarlijks geïndexeerd met drie procent. En dat willen we eigenlijk zo laten. En dat zijn volgens mij… Ja, over meerdere offertes, ik weet niet of we nog in de fase zitten dat we ergens anders nog een offerte over kunnen vragen. Kijk ik wil best wel aanbieden om nog één offerte proberen elders aan te vragen, maar daar niet al te veel tijd aan te besteden om ook in ieder geval voort te kunnen. Dus dat zullen we even onderzoeken, mijnheer de voorzitter. En volgens mij heb ik daarmee de meeste vragen, of eigenlijk alle vragen beantwoord. De voorzitter: Dat denk ik ook. Ik zie de heer Van den Berg, maar de heer Van den Berg steekt heel vaak zijn vinger op.
Wat was uw vraag die niet beantwoord is? De heer Van den Berg: Nou, ik heb gezegd, we zijn het eens met de investering, maar er is net iets gezegd door mijnheer Retrae, die zegt mijn grond loopt nog deels onder het schuurtje voor de deur langs en ik heb gevraagd als wij die investering doen wil ik tot in lengte van jaren… De voorzitter: De heer Retrae antwoordt dat dat niet het geval is. Dus daarmee is deze vraag wat mij betreft ook buiten de orde.
De heer Van den Berg: Dat werd wel gezegd. De heer Retrae: Heb ik zo nog een minuutje, zo meteen? De voorzitter: U heeft zo nog een minuutje. Ik ga proberen een conclusie te trekken. Er ligt een voorstel voor een investering van 18.000 euro. Die moet bewerkstelligen dat straks het schuurtje wordt afgebroken en herbouwd, volgens één offerte die is uitgebracht. Er ligt een verzoek van de commissie, althans voor een aantal leden van de commissie, om te kijken of er nog een tweede offerte kan worden aangevraagd. Ik heb gehoord van de wethouder dat hij daar naar wil kijken, om te kijken of hij nog een offerte kan aanvragen voor een herbouw die in dezelfde stijl goedkoper uitvalt. Waarmee dan aan een deel van de wens van de commissie tegemoet kan worden gekomen. En ik constateer dat daarmee, zeg maar, het voorstel in ieder geval besproken zal gaan worden in de raad. Want u zegt niet het is niet rijp voor discussie, dus we gaan het doorglijden naar de raad, waarbij dan de wens is dat u voor de raadsbespreking nog duidelijkheid geeft over die tweede offerte, zodat de raad een beslissing kan nemen over dit bedrag, wat gedoteerd moet worden. Dat laat onverlet dat er heel veel andere vragen van u zijn. Ik zie met de vingers over rechten van overpad, et cetera. Daarvan concludeer ik dat dat een andere kwestie is, die ligt in het verleden c.q.
in de toekomst, maar die kunt u middels raadsvragen richting de wethouders sturen. Als u vragen heeft over de vorige collegeperiode, waar dingen wel of niet gebeurd zijn of zouden zijn, dan is dat iets wat daar moet liggen en schriftelijk ingediend kan worden en beantwoord kan worden. En ik denk dat ik daarmee goed samenvat. Mocht dat niet zo zijn... Ik zie mevrouw Timmerman nog. Mevrouw Timmerman: U zegt een offerte, maar is dat voor nieuwbouw of is dat voor renovatie? Want dan zou ik dat beide willen. Want hij kan ook gerenoveerd worden, dan hoeft er niet afgebroken te worden. De voorzitter: Het wordt een ingewikkelde kwestie. Ik laat dit even bij het college. U heeft gehoord wat de commissie u meegeeft en ik laat het even aan u om te kijken wat de betreffende aannemer adviseert om te doen. En als er een aannemer is die zegt, ik ga hem renoveren met een stevig resultaat, wat er goed uitziet, dan is dat wat de commissie betreft ook akkoord. Maar dat ligt, denk ik, even bij het college. Mevrouw Timmerman: En daarnaast wil ik eigenlijk nog eventjes op een antwoord dat ik heb gekregen over het Didam-arrest… De voorzitter: Mevrouw Timmerman, ik ga nu niet in op het Didam-arrest. We sluiten dit punt, want anders gaan we de hele discussie heropenen. Als uw meningen heeft over het Didam-arrest, dan mag u die aan de wethouder meegeven. Maar dat is nu op dit moment niet aan de orde.
We hebben het hier over een investeringsvoorstel. De heer Van den Berg: Voorzitter, aan u een vraag over die investering. U maakte net een samenvatting. Volgens mij gaat het over dit voorstel. Het is 18.000 euro, inclusief btw, dat is waar we zo meteen over gaan stemmen, dat krijgt de wethouder mee terug, maar u maakte daar een toevoeging aan om nog voor de raadsvergadering een tweede offerte. Ik wil echt benadrukken dat ik dat niet gezegd wil hebben, want het punt blijft. Misschien wordt die vijfhonderd of duizend euro duurder. Maar als wij in de komende twee weken, ik weet niet hoeveel ambtelijke uren moeten verbranden, wordt die duurder. Dus ik zou willen vaststellen, bent u met mij eens dat het gaat over het budget van 18.000 euro? De voorzitter: Wat mij betreft akkoord, als u daar allen mee in kunt stemmen dat u dat niet vóór de raadsvergadering wil, maar dan heeft u daar nog wat meer tijd voor, dan gaat het gewoon over een
investeringsvoorstel. Dan leiden we dat door naar de raad, waarbij we ons voorzitter meegeven dat we ons echt beperken tot het voorstel, zoals dat daar ligt. Ik wil u nog een minuut de gelegenheid geven om te reageren op wat u gehoord heeft. Aan de afronding. Ik ga beginnen met de heer Retrae. De heer Retrae: Mag ik zo galant zijn om het aan mevrouw te laten? De voorzitter: Dat mag ook, dat vind ik ook heel netjes. Mevrouw Ottenhof. Als u als eerste zou willen, u hoeft niets te zeggen, maar u mag nog iets zeggen als u dat zou willen. Mevrouw Ottenhof: Ik wil nog één ding heel graag toch laten weten, ik zou heel graag dat schuurtje met grond willen kopen. De voorzitter: Uw oproep is helder. Dank u wel, mevrouw Ottenhof. De heer Retrae. De heer Retrae: Wat ik jammer vind, is dat er een paar misverstanden boven de markt blijven hangen, alsof wij niet onderhoud zouden willen, alsof niet die boompjes weg zouden gaan als dat nodig is, alsof het schuurtje niet verrot is, alsof er een nieuw dak op ligt, er ligt geen nieuw dak op, alsof het niet op een kadastrale kaart zou staan. Dat wordt iedere keer maar herhaald en het is gewoon niet waar. De voorzitter: Helder, uw opmerking is meegegeven aan de commissie, waarvan akte. Dan sluit ik dit punt af, met dank voor uw inbreng en gaan we dit terug zien in de komende gemeenteraad. 11.
Raadsinformatiebrief verplaatsing buis voor gastransport-hogedruk aardgasleiding weg over Anna’s Hoeve Laren, bespreking De voorzitter: En dan gaan we naar agendapunt elf en dat is een voorstel, althans een raadsinformatiebrief over de verplaatsing van een buis voor gastransport hoge druk van de aardgas leiding die loopt bij de weg over Anna’s Hoeve. En dit was een raadsinformatiebrief en die is via het presidium door de fractie van Liberaal Laren op deze agenda geplaatst. En ik wil daarom de heer Oomkens het woord geven van Liberaal Laren om dit toe te lichten, wat uw punt is ter bespreking. De heer Oomkens. De heer Oomkens: Dank, voorzitter. Ja, dit punt is op de agenda van deze commissie gekomen omdat Liberaal Laren, in de persoon van Jacqueline Timmerman, inzag dat hier een principieel onjuiste procedure wordt gevolgd door het college van B&W. Ik wil er graag op wijzen dat een wijziging van het bestemmingsplan te allen tijde eerst moet worden besproken in deze commissie en in principe ook in de raad. In dit geval is dat zeker noodzakelijk. Ik zal dat aangeven. Ik heb hier de informatie nota. Die is overigens ongedateerd. Er wordt ons aanleiding aangegeven, de raad wordt middels deze informatie nota geïnformeerd, omdat de impact van het voorstel beperkt is en er sprake is van tijdsdruk door de invoering van de omgevingswet.
Nou, die is volgens mij een week of zes geleden ingevoerd, dus die tijdsdruk, geen idee waar het vandaan komt. Dan wordt er bij de kernboodschap aangegeven, het verleggen en inwerking houden van het gas tracé is van groot algemeen belang. Dat onderschrijven wij natuurlijk. Voorts wordt er gezegd, de effecten die ontstaan in vergelijking met de huidige situatie, zijn verwaarloosbaar. Nou, dat onderschrijven wij niet. Verder worden gesteld dat archeologische waarde niet worden geschaad. Dat kan niet worden onderschreven, want dat veel te kort door de bocht. Vervolgens, consequenties, leidingen komen niet dichterbij gevoelige gebieden of bestemmingen te liggen. De invloed op de omgeving is dan ook verwaarloosbaar. Nou, dat kan niet worden onderschreven als je het verhaal hebt gelezen. En dan staat er bij het vervolg, notabene, in december 2023 wordt het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Ja, ik was redelijk verbijsterd, laat ik het zo zeggen. Vervolgens
ben ik gaan kijken naar het rapport wat hieraan ten grondslag ligt, het rapport van VDH Omgevingsadvies, dat is van 30 oktober 2023, is ook al vier maanden uit en heeft bovendien de status concept. In het begin wordt er aangegeven dat de locatie westelijk van de A27 zou liggen, later wordt het niet gerectificeerd, maar uit de kaartjes blijkt dat het dat wel heel duidelijk oostelijk van de A27 is. Waar gaat het hier om bij dit verhaal? Gasunie wil graag twee afsluiterschema's die verouderd zijn vervangen. Dan hebben we de S-6535, die wordt vervangen door een passtuk en de S-6210, die wordt gereconstrueerd en naar het oosten verlegd. Nou, als ik dan eens ga kijken naar de conclusie van dit verhaal, dan staat er op basis van bovenstaande uitwerking, milieukundige aspecten, geen significante nadelige gevolgen worden voorzien. Wel gelden een aantal aandachtspunten en aanvullende maatregelen die genomen moeten worden alvorens de milieukundige situatie volledig en actueel in beeld is. De volgende acties zijn in ieder geval noodzakelijk alvorens de uitvoering kan worden opgestart. Nou dan hebben we een aanvullend archeologisch proefsleuvenonderzoek. Wordt genoemd op pagina twintig. Er moet een programma van eisen voor worden opgesteld en bovendien wordt er gemeld dat de gemeente Laren hiervoor bevoegd gezag is, oftewel de raad kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld.
College van B&W kan in zijn hemd worden gezet als het niet wordt geregeld. Een AERIUS-berekening moet worden uitgevoerd en aangetoond dat het 0,00mol/ha uitstoot niet overschrijdt. Is nog niet gebeurd, althans blijkt nergens uit. En dan, om het uitgevoerde natuurkundig onderzoek verder compleet te maken, dient er een aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Ik heb hem nergens kunnen vinden bij de stukken, dus ik neem aan dat het nog niet is gebeurd. Als ik dan ga kijken over... De voorzitter: Mijnheer Oomkens, ik neem aan dat u een aantal vragen heeft, want u doet nu heel veel constateringen, maar wat vraagt u precies aan het college? Of aan ons, dat kan ook. De heer Oomkens: Ik kom zo bij de vragen en mogelijk aan de hele commissie. Op pagina drieëntwintig van het rapport wordt gemeld dat er definitief dertienhonderdtwintig vierkante meter bos moet worden gekapt, mogelijk vierhonderdvijf vierkante meter en de kans dat er nog meer moet worden gekapt is ook aanwezig. Dat kappen gebeurt binnen het NatuurNetwerk Nederland, waarvoor de provincie Noord-Holland de aangewezen partij is. Er wordt een melding gemaakt van een compensatie plan wat moet worden opgesteld.
Ja, ik heb al die dingen nog niet gezien, ik zie een rapport wat een concept status heeft, dat vier maanden oud is en in ik zie nu een informatienota waarbij wordt aangegeven of we hier maar eventjes mee akkoord willen gaan. De voorzitter: Dat is uw vraag aan het college? De heer Oomkens: Dit horende, ik weet dat het van uw voorganger afkomstig is, maar wat is de mening van het college hierover? De voorzitter: Ik zie de wethouder, de heer Rood, die hier iets over wil zeggen. De heer Rood. De heer Rood: Dank u. Ja, dank voor deze vragen. Het is natuurlijk zo dat een bestemmingsplan wordt vastgesteld door de raad, dus daar kunt u ook tegen zijn. Dan wordt het niet vastgesteld. Dus dat is uw bevoegdheid. En het is natuurlijk normaal gesproken als het een bestemmingsplan is met grote impact op, waarin allerlei dilemma’s zitten, goed gebruik om een eerste versie daarvan met de commissie te bespreken, dan kan er eventueel een gewijzigde versie ter inzage komen. Dit is natuurlijk een wat technische aangelegenheid, waarin er een planologische afweging is gemaakt. Want je moet al die punten natuurlijk wel netjes langslopen door een bureau. En de conclusie van dat bureau, dat heeft u kunnen lezen. U heeft ook gelezen is dat er eigenlijk geen grote bezwaren zijn om deze buisleiding te verleggen, wat ook noodzakelijk is want dat heeft u ook kunnen zien.