Transcript Commissie Ruimte & Infrastructuur 06.12.2023
Tekst van het document
Mevrouw Best-Beemsterboer: Dat zijn de zogeheten vragenbomen. Het inderdaad vooraf indienen van een vraag door de burger. Daar heeft de gemeente heel veel vrijheid in hoe ze die regels willen formuleren en opstellen. Het mag namelijk bijvoorbeeld ook zijn dat die voorkant door de gemeente... Dat is overigens een apart proces, die regels opstellen. Daar zit wel een koppeling in naar het omgevingsplan. Maar het kan ook zijn dat de gemeente zegt van, we willen in het kader van dienstverlening bij iedere vraag dat er iemand invult dat er staat, bel uw gemeente. Zou ik niet aanraden, maar dat zou mogen. Of dat het heel uitgebreid is. Met twintig vragen in B2-taalniveau uitgelegd, letterlijk in de termen, u wilt een schuur bouwen. Dat is voor iedereen duidelijk wat een schuur is. En ik wil daar zonnepanelen op. De gemeente mag zelf die regels opstellen. En daar zijn ook allerlei voorbeelden al voor. De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Westendorp bedoelt dat er ook nog een loket blijft, waar je gewoon naartoe kan gaan om te vragen van, mag ik dit. De heer Westendorp: Is er hulp? Is er inderdaad een vergunningscoach-achtig traject of iets. Ik weet niet hoe dat nu geregeld is. Maar we gaan toch dingen veranderen. Het moet eenvoudiger worden. Maar dat zal in het begin zeker tot meer werkdruk leiden. En ik begrijp nu dat de gemeente dat vrij kan invullen.
Maar wellicht is er iemand uit het college die al een aanvulling daarop kan geven in de zin van, we zijn ook bezig om te kijken hoe we daarmee omgaan. Want het gaat wel beginnen 1 januari. De voorzitter: Ik kijk even naar de wethouder Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Niet anders dan op dit moment. Als iemand iets wil, dan voegt hij zich bij het loket en zegt, ik wil een bouwvergunning hebben. Hoe doe ik dat? En dan wordt hij bij de hand genomen om te zeggen van, dan moet u dat en dat doen. Die en die formulieren moet u invullen. En zo en zo moet u dat aanvragen. En ik denk dat in de nieuwe situatie dat dat ook zo gaat. Ik heb ook gevallen nu al gehad, mensen die bij mij komen en zeggen van, ik heb een bouwplan. Wat zou ik daarmee kunnen? En dan zeg ik over het algemeen, komt u bij mij. Maak een afspraak. En dan neem ik iemand van de afdeling van ruimtelijke ordening erbij. Voeren we het gesprek. En zeggen van, dat kunt u het beste zo of zo of zo gaan aanpakken. De voorzitter: Helder. Het zal niet een BEL zelfscankassa zijn zonder personeel. Laten we het daar maar op houden, denk ik. Blijft zoals het is. En ik kreeg nog een suggestie vanuit onze commissie ondersteuning, dat het wel een goed idee is. We hebben van die vaste reserveringen op de woensdagavond, waarin er geen raad is.
Dat het een idee kan zijn dat u met het college ons nog een keer meeneemt in een aantal oefeningen, hoe we in de nieuwe wet een aantal besluiten gaan nemen of hoe die worden voorbereid. U heeft hem in de agenda als reservering staan. Houdt u ze gereserveerd. Ik denk dat ze in overleg zullen worden ingevuld met een oefeningsavond. Ik ga naar het CDA. De heer Van den Berg zit al blij te kijken naar mij, want hij heeft al zitten schrijven en een aantal vragen. Gaat uw gang. De heer Van den Berg: Mijnheer de voorzitter, dank u wel. Ook dank aan u, die ons heeft gepoogd mee te nemen in deze presentatie. Dat is overigens goed gelukt. Als ik iets niet snap, dan ligt het vooral aan mij. Ik doe het maar in chronologische volgorde, voorzitter. Ik heb een vijftal vragen en opmerkingen. En sommigen zullen misschien heel kort en bondig kunnen zijn. De eerste, wat mij opviel, is dat het op een gegeven moment over de bevoegdheden van B&W ging. En een van de vragen die ik daarbij heb opgeschreven is, ruimer of minder ruimer? En dan vervolgens kwam daar een lijst B, omdat we die in 2021 al vastgesteld zouden hebben. Mijn vraag is eigenlijk concreet van, de ruimere bevoegdheden... En dan denk ik even als voorbeeld aan dat wij zeer recent mee hebben gemaakt dat een woonpand deels omgekat wordt naar een showroom schuine streep kantoor, van alles en nog wat.
Is dat dan in uw beleving een ruimere bevoegdheid? En tegelijkertijd zou ik
willen meenemen bij deze vraag ook, de BEL-gemeente is al gevallen. Maar als die colleges ruimere bevoegdheden hebben of eigen bevoegdheden hebben, dan kunnen die van Eemnes weleens haaks staan op die van Laren. Maar als wij daar dan niet van weten, omdat dat een collegebevoegdheid is in Eemnes, hoe gaan we dan onze inwoners aan die kant van Laren daarbij betrekken? Dat is eigenlijk vraag één die ik zou willen stellen. En ik kijk even naar de voorzitter. De voorzitter: Zullen we misschien deze maar eerst even beantwoorden. De heer Van den Berg: Precies. De voorzitter: Omdat er ook een referentie is naar een zaak die al geschied is. Daar kan de wethouder misschien iets over zeggen. Mevrouw Wissing. Mevrouw Best-Beemsterboer: In het kader van de bevoegdheden, is het in mijn optiek niet per se ruimer dan dat we nu kennen. Nu mag het college ook vergunningen verlenen. Het college mag ook uitwerkingsplannen vaststellen, wijzigingsplannen. En de gemeenteraad stelt bestemmingsplannen vast. Dat blijft hetzelfde. In het geval van het bijvoorbeeld ombouwen naar een showroom, daar zou op dit moment, in de huidige situatie, ook al een vergunning voor die procedure zijn gekozen, waardoor het college ook bevoegd is.
En wat straks is en nu ook is, als het een plan is met aanzienlijke gevolgen of maatschappelijke gevolgen, dan kan er worden gekozen, we gaan dan voor een planwijziging, want we willen echt de functie wijzigen. Er verandert vooral iets in de terminologie. En dat er adviesrecht van de raad in de plaats komt van de verklaring van geen bedenkingen. En wat betreft de drie gemeentes. Het besluit adviesrecht een delegatie is gelijk voor alle drie de gemeentes op dit moment. De voorzitter: Die vraag daarmee voldoende beantwoord? De heer Van den Berg: Voor nu denk ik... De voorzitter: Voor nu wel? De heer Van den Berg: Ja. De voorzitter: Gaan we naar vraag twee. De heer Van den Berg: Dank u wel overigens voor het goede antwoord. Eigenlijk dat specifieke geval was vraagt twee. Maar die laat ik even liggen. Het kan zijn dat die Omgevingswet... En ik hoor het eigenlijk alle collega's ook zeggen, hoe maken we van alles mogelijk? Eigenlijk, en dat is een hele conservatieve opmerking, maar hoe houden wij zo meteen nog iets tegen? Het klinkt heel negatief, maar wij leven in Laren. En alles is hier, we gaan niet de hoogte in, alles op de vierkante meter moet plaatsvinden. En wij hebben niet alleen maar aardige inwoners, maar vooral ook heel veel projectontwikkelaars. Zijn wij voldoende ingericht, ook al eigenlijk naar aanleiding van andere vragen, dat wij zo meteen niet verrast worden met...
U zegt, we hebben een inventarisatie gemaakt van mogelijke planwijzigingen. Maar eerlijk gezegd denk ik dat wij in een dorp wonen waar zo meteen mensen commercieel al aan het denken zijn, hoe gaan wij hier onze zakken verder vullen? En dat klinkt heel negatief, maar ik stel hem maar scherp. Dat is een beetje een politieke opmerking. Maar hoe kunnen wij zo meteen... Omdat de bestemmingsplannen gaan over in het omgevingsplan. Eigenlijk zegt u, er gebeurt niet zoveel. Is dat ook echt zo of moeten we ons toch... De collega noemde een tsunami.
Maar kunt u daar iets nog op ingaan hoe je ook als gemeente bijvoorbeeld behoudend kan opereren, als je iets niet wil? Mevrouw Best-Beemsterboer: Daar kan ik zeker wat over aangeven. De bestemmingsplannen blijft echt huidig recht. Als een projectontwikkelaar een plan indient dat niet past in het bestemmingsplan, dan past het ook niet. Zoals het nu ook niet past, dan past het op 1 januari ook niet. En op dat moment gaan we het traject in van het indienen van een principeverzoek, de intake- en omgevingstafel. Is het plan wenselijk en haalbaar? En dat huidige recht wordt vervolgens geïnventariseerd. En dan wordt er inderdaad gekeken of dat een-op-een wordt vertaald naar het omgevingsplan. Dat kan zijn dat als een plek nu een hele beperkende hoogte is opgenomen zonder afwijkingen, dan zou dat straks ook een-op-een terug kunnen komen in het omgevingsplan In inderdaad een veel meer behoudender opstelling. Terwijl er misschien ook wel zaken kunnen zijn waar een iets andere opstelling... Wat ik net al zei, misschien kennen we nu een vergunningsplicht en die vergunning wordt altijd verleend. Daarvan kunnen we ook zeggen, we regelen dat via een andere rechtsvorm, want we verlenen altijd de vergunning. En straks hebben we in het omgevingsplan, naast het omzetten van het huidig recht ook allemaal instrumenten om zaken wel of niet toe te staan.
We kunnen zo meteen in het omgevingsplan ook verbodsbepalingen opnemen. Een verbod om ergens een bepaalde activiteit te verrichten of een bepaald bouwwerk te realiseren. En daarbij geldt, het huidige recht is het uitgangspunt. En daarvan wordt de afweging gemaakt, gaan we dat een-op-een omzetten? Moet dat op een iets andere manier? Eigenlijk net als bij de bruidsschat overnemen. Misschien moeten we de hele regel schrappen, want het kan zijn dat de regel echt nooit wordt toegepast. Of moeten we hem iets aanpassen, dat het juist iets strenger moet of iets minder streng? Maar op 1 januari is het beschermd onder het huidige recht. Als het daarin niet past, dan past het niet. De heer Van den Berg: Helder. De voorzitter: Is dat voldoende? De heer Van den Berg: Ja. De voorzitter: Ik had er zelf een aanvulling over, want u triggert mij wel, mijnheer Van den Berg. Volgens mij is er sprake van initiatiefrecht. En ik ben dan benieuwd hoe dat in relatie staat tot de Omgevingsvisie en hoe daarmee om wordt gegaan bij zo’n intaketafel? Dat is een hele technische. Mevrouw Best-Beemsterboer: Sowieso geldt, als die visie er is, dat een van de zaken waar in het kader van de intaketafel naar wordt gekeken, is of het initiatief inderdaad pas in die Omgevingsvisie. Dat is de integrale visie voor de hele gemeente.
Als het initiatief daarin niet past, dan kan het nog steeds zijn dat we het initiatief wel mogelijk gaan maken, maar dat we heel goed moeten motiveren, waarom wijken we af van die visie? Voldoen we in hoofdlijnen nog wel of wijken we helemaal af? En dat kan bijvoorbeeld bij een ontwikkeling zo zijn dat daar niet op geanticipeerd was nog in de visie. In principe geldt ook straks onder het nieuwe recht, iedere initiatiefnemer mag inderdaad een initiatief indienen. Alleen dat moet wel eerst langs al die tafels, waarin onder andere aan de visie wordt getoetst. En dan wordt bepaald, is dat plan inderdaad wenselijk of haalbaar? De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank u wel voor de opening van mijn volgende vraag. Alsof wij elkaar vooraf hebben gesproken.
De voorzitter: Ik maai u het gras voor de voeten weg. Dat was niet de bedoeling. De heer Van den Berg: Maar dat geeft ook niet, want uiteindelijk moeten we elkaar scherp houden. Ik ga overigens over naar de vraag over die initiatieftafels, waar mijn... U zegt, dat gaan we inrichten. Zijn we over aan het nadenken. Mijn collega van de VVD zei net al van, het is al zo 1 januari. Nou moet ik u bekennen dat ik deels in dit werk zit. En vorig jaar hebben wij in een gemeente volgens de initiatieftafel een plan ingediend. En waar u mij mee triggerde, waarom ik wel dat erbij vertel, want anders is het een beetje onaardig, daar zitten geen wettelijke termijnen aan, aan die initiatieftafel. En dat is juist de allergrootste frustratie daar, dat je een jaar lang met iets wat maatschappelijk heel gewenst is, een jaar lang achteraan loopt te leuren en helemaal niet vriendelijk overkomt daar. Je krijgt ook geen nee. Dat is een voordeel. Hoe kunt u ons helpen? En misschien is dat, zonder het meteen in te vullen, op die avond waar de heer Loeff... Waar onze voorzitter net naar al verwijst. Want die initiatieftafel, daar moet het eigenlijk in de voorkant gebeuren, voor de inwoners heb ik het dan maar even over.
Hoe kan u ons daarin meenemen? Is dan ook bijvoorbeeld een idee om daar aan de hand van een casus een botsproef te doen? Door gewoon te zeggen van, we benoemen het ook op zo'n avond die we hebben, om te voorkomen dat die initiatieftafel zo meteen gaat sleuren en leuren en dat er niks uitkomt. De voorzitter: Mevrouw Wissing. Mevrouw Best-Beemsterboer: Dat lijkt me sowieso een goed idee. Ook om met elkaar te beproeven, als we zo'n initiatief binnenkrijgen, wat is dan de te volgen weg daarna? Moet dat inderdaad altijd via een planwijziging of via een BOPA? En ik kan wel kort noemen dat over de intake- en omgevingstafel, daar is al veel over uitgedacht. Daar is al mee geoefend inderdaad. Daar hangen op dit moment geen termijnen aan. Ik denk dat dat ook wel deels moet blijken uit daadwerkelijk initiatieven die we zo meteen kunnen behandelen onder de Omgevingswet. Of het toch nodig is om daar iets van termijnen... Om inderdaad ook aan de burger aan te geven van, bijvoorbeeld de intaketafel is om deze zoveel weken. Binnen drie weken krijgt u antwoord. Dat is ook een belangrijk onderdeel van weer de winkel openhouden, om een goed beeld te krijgen van, wat houdt dat voorbereidingsproces in? Maar ook, hoe gaan we iedereen op dezelfde manier behandelen? Hoe gaan we de zaak toetsen? Wat moet wel/niet worden aangeleverd? En wat voor tijd hangen we daaraan? Beiden lijkt me goed.
Enerzijds nadenken, is het handig om daar toch iets van termijnen... Zover dat het natuurlijk lukt. En anderzijds lijkt mij een botsproef, om gevoel te krijgen bij die voorbereiding en bij het proces, zeker geen verkeerd idee. De voorzitter: Helder. Suggestie wordt overgenomen. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik kom tot afronding, voorzitter. Want sommige vragen zijn dan deels al beantwoord of die komen misschien straks nog een keer ergens terug. Ik vroeg mij alleen nog af, het ging heel even over het B2-niveau. Het moet leesbaar zijn. Is er een loket voor de echte inwoner, de burger die gewoon een kleinere... Of dat dat als het grotere plannen worden of het zijn commerciële partijen die vragen indienen of adviseurs die vragen indienen, wordt daar naar uw beleving... Is het daar nog verstandig om daar een onderscheid in te maken of moet dat zich allemaal gewoon via één route gaan uitwerken? Mevrouw Best-Beemsterboer: In principe is er één loket waar alle initiatieven over binnenkomen. Als we bij een ontwikkelaar voor een groot plan niet die hele vragenboom gaan doorlopen, want die wil geen schuur bouwen met de zonnepanelen erop. Die zal waarschijnlijk met het plan direct een principeverzoek indienen en dan juist veel meer in het omgevingsplan.
Al die regels gaan kijken van, past mijn plan? Wat kan wel of niet? Maar die dient in ieder geval op dezelfde manier het initiatief in. En of een burger een plan indient dat niet
voldoet aan het omgevingsplan, alles gaat via de intake- en omgevingstafel. Alleen de zwaarte van behandeling zal natuurlijk wel verschillen. Maar in principe altijd één loket. De heer Van den Berg: Dan de laatste vraag. Mijnheer Loeff, kijk ik naar u. Maar ik denk dat iedereen die zou gesteld kunnen hebben. En dat is vooral, wij worden nog geïnformeerd. Maar hoe gaan wij echt dadelijk onze inwoners duidelijk en in B2-niveau informeren dat deze wet gewoon er is. Om te voorkomen dat wij als raadsleden, en die zullen we toch wel krijgen, allerlei vragen krijgen waar we zelf soms geen antwoord op hebben. En dan kijk ik eigenlijk vooral naar u, of dat een gedeelde vraag is vanuit deze commissie. Hoe gaan wij dit nu echt makkelijk en goed en duidelijk communiceren met onze inwoners? De voorzitter: Lijkt me een goede vraag. Maar ik zie mevrouw Wissing al kijken. Er zal ongetwijfeld het een en ander aan landelijke voorlichting gebeuren, maar ik denk dat de gemeenten dat ook zullen doen, toch? Hoop ik. Mevrouw Best-Beemsterboer: Zeker. Een van de acties waar op dit moment ook aan wordt gewerkt, is communicatie. Onder andere duidelijke teksten op de website. Ook voor het aanvragen van straks initiatieven. Daar wordt zeker aan gewerkt. En ook voor de brieven die straks worden verstuurd als iemand een aanvraag indient. De voorzitter: Dank. Ik zie de wethouder.
Die wil graag nog iets toelichten. Wethouder Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ik wil ook iets vragen. Ik ben ook nieuw in dit gedeelte. De voorzitter: De wethouder met een vraag. Helemaal goed. De heer Den Dunnen: We kennen op dit moment verschillende bestemmingsplannen, waarbij met name het bestemmingsplan beschermd dorpsgezicht heel erg conserverend en behoudend is. Straks krijgen we één omgevingsplan. Hoe kun je die differentiatie, die nu in de bestemmingsplannen zit, in het omgevingsplan hebben straks? De voorzitter: Mevrouw Wissing, verschil bestemmingsplan en omgevingsplan, zonder beschermd dorpsgezicht. Mevrouw Best-Beemsterboer: Zoals al gezegd, die beschermende regels in het bestemmingsplan blijven gewoon gelden en staan totdat je ze gaat aanpassen. En in het kader van het omgevingsplan. Stel we hebben een regeling voor beschermd dorpsgezicht, waarin heel duidelijk staat wat je wel en niet mag wijzigen. Dergelijke regels kun je zo meteen ook overnemen in je omgevingsplan dan wel aangepast aan hoe je dat moet formuleren onder de Omgevingswet. Maar ook daarin kunnen we bescherming opnemen voor dorpsgezichten, voor archeologie. En dat kunnen we ook nog meer uitbreiden, omdat we al die aspecten van de fysieke leefomgeving betrekken. Misschien speelt er wel iets met dorpsgezicht en duurzaamheid.
Dat zou meer in integrale regels opgenomen kunnen worden in het omgevingsplan, waarmee nog meer duiding kan worden gegeven aan die bescherming. De voorzitter: Kortom, dat het worden weer wijzigingen die kunnen worden voorbereid na 1 januari. Dank. Dat waren uw vragen, heer Den Dunnen? Ja? Oké. Voor nu. Dan dank ik u voor de uitgebreide toelichting. En u hebt de presentatie allemaal in iBabs gekregen. U kunt alle begrippen nog een keer oefenen. Dat wordt een drukke kerstvakantie voor u en voor ons en voor de burger en voor de ontwikkelaar, want ik denk dat
iedereen na 1 januari zal bedenken, hoe heet dit nu precies? U blijft nog even zitten. We hebben nog een aantal andere agendapunten. En dan komen we straks verder op de agendapunten waarin we een aantal zaken rond de verordening fysieke leefomgeving gaan bespreken. Dank voor nu. 6.
Stand van zaken vluchtelingenopvang De voorzitter: Dan gaan we verder met het volgende agendapunt. En dat is de stand van zaken vluchtelingenopvang. En ik kijk eventjes wie daarover het woord wil nemen. Het college. De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Kortheidshalve wil ik verwijzen naar de besloten vergadering straks. De voorzitter: U mag de microfoon weer iets dichterbij zetten. De heer Den Dunnen: Kortheidshalve wil ik verwijzen naar de besloten vergadering straks. De voorzitter: Dank. Dat geeft iets meer richting. Helder.
7.
Rondvraag De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt. En dat is de rondvraag. En de rondvraag bestaat uit vragen. En er is er al één schriftelijk gesteld door Liberaal Laren, inzake een flyer die is verspreid. Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat ik verstaanbaar ben. Doet hij het? Want hij knippert de hele tijd al. Waar het eigenlijk om gaat, is dat er gisteren viel er bij mij en ook bij andere mensen een folder in de bus, met een bedrijf wiens naam niet genoemd werd, alleen een 06-nummer, uit Eemnes. En die kwam met een eindejaarskorting. De infiltratie van het hemelwater, dat binnenkort verplicht wordt, zo staat er op de folder. En als u nu snel bent, dan kunt u dat nog voordelig doen. Ik heb gebeld met dit bedrijf. Tenminste, ik heb het 06-nummer gebeld, omdat er geen bedrijfsnaam op staat. En volgens zeggen is dat bewust gedaan, omdat ze eigenlijk bij mensen langs willen komen naar aanleiding van als ze bellen. Ik kreeg daar niet een echt lekker gevoel bij. En dit is een sloopwerkbedrijf uit Eemnes, blijkt. Ik heb hem opgezocht op internet. En ik wilde eigenlijk aan de wethouder vragen, omdat wij natuurlijk via Laren Regenklaar al die infiltratiewerkzaamheden gratis kunnen doen... Niet helemaal gratis natuurlijk, want het is, via opcenten van de rioolheffing betalen we daar collectief voor.
Ik zou eigenlijk aan het college willen vragen of dat ze contact op willen nemen met deze mijnheer, dat wij dat in Laren anders geregeld hebben. En misschien dat de inwoners gewaarschuwd kunnen worden via een artikeltje in het Larens Journaal dat als er mensen zijn die niet weten dat het collectief en gratis kan, dat die op kosten gejaagd worden door deze folder. De voorzitter: Een beetje de mevrouw Hertsenberg van onze commissie vanavond, mevrouw Timmerman. Ik ga naar het college. Misschien eerst even de vraag van, wordt het verplicht of is het verplicht en B, kan het college hier iets aan doen? Wie van de collegeleden kan daarop reageren? De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Er is het programma Regenklaar. En daarin wordt inderdaad geadviseerd zoveel mogelijk af te koppelen en afkoppelen van uw hemelwater en dergelijke. Op te vangen in uw eigen zaak. Maar wij werken niet met andere partijen die nu ineens flyeren en u helpen bij het aansluiten of het een of ander. Dat doen we niet. Ik denk dat het verstandig is dat we er iets over opnemen op onze website. Want het Larens
Journaal is al gedrukt voor de laatste keer van het jaar, denk ik. Dat wordt een beetje aan de late kant. Maar in ieder geval denk ik dat we iets op de website zullen opnemen dat dit overbodig lijkt. De voorzitter: Het lijkt me een duidelijk antwoord. Mevrouw Timmerman nog. Nu doet uw microfoon het niet. Mevrouw Timmerman-Hamers: Wel of niet? De voorzitter: We moeten even kijken of er een... Mevrouw Timmerman-Hamers: En ook de inwoners inderdaad. Dat er geen mensen die niet weten dat het via Laren Regenklaar gebeurt. Want die zijn er natuurlijk altijd. Dat die niet op kosten gejaagd worden door deze firma, die door de telefoon zei dat hij ook voor de gemeente Laren, Eemnes en Blaricum werkte. De voorzitter: We hopen dat het hele dorp luistert naar deze commissievergadering. Dan is vervolgens de website mededeling overbodig. Maar de toezegging van de wethouder om het ook op de website te plaatsen, is denk ik een hele duidelijke dat men zich kan melden om het via de gemeente te laten uitvoeren. En dank mevrouw Timmerman voor uw alertheid op dit soort reclames en ook het nabellen van de 06-nummers. Want dat vind ik wel een mooie actie van u. Dan gaan we verder naar het volgende agendapunt, als er verder geen... Ik zie nog mijnheer Oomkens. U had nog een rondvraagpuntje? De heer Oomkens: Zeker. En dat betreft La Gare.
Een aantal maanden geleden heeft wethouder Westerkamp op mijn vraag of er zou worden gehandhaafd en hoe vaak, tot drie keer toe aangegeven dat er zou worden gehandhaafd. Inmiddels is duidelijk dat een viertal appartementen zijn samengevoegd tot twee. Dat zijn de appartementen 01 en 02 en 05 en 06, voor belangstellenden. Die worden bewoond alsof er niets aan de hand is. En ik ben heel benieuwd hoe het staat met het handhaven, wat is toegezegd? De voorzitter: Wethouder Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Toen ik de dossiers heb overgenomen van de heer Westerkamp, hebben we hier uitvoerig bij stilgestaan. En hij heeft mij meegegeven, er wordt gehandhaafd en wacht de juridische procedures met betrekking tot dit onderwerp af. En de juridische procedures lopen. De voorzitter: Dank. Een duidelijk antwoord. Wat niet wegneemt dat het inderdaad feitelijk zou kan zijn, zoals de heer Oomkens dit vaststelt. We wachten de juridische procedure verder af. Ik kijk nog even verder. De heer Oomkens: Dan heb ik nog wel een hele korte aanvullende vraag. De voorzitter: Een korte aanvullende vraag. De heer Oomkens: Is er zicht op wanneer die procedures tot een afronding komen? De voorzitter: De wethouder. De heer Den Dunnen: Mijn buurman fluistert een dezer dagen mogelijk uitspraak. De heer Oomkens: Mooi. We zijn heel benieuwd. De voorzitter: Afwachten. Per interruptie de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg: Overigens ga ik niet het gras voor de voeten weg maaien van een collega, maar wij kijken elkaar net aan. Wordt dan nu daar illegale bewoning... Want het is niet formeel opgeleverd, zoals het moet. De voorzitter: Dit is een interruptie naar de heer Oomkens. De heer Van den Berg: Ja, Oomkens. En dan vervolgens weer door naar de wethouder. De voorzitter: Maar uw interruptie is op de heer Oomkens. Want anders had u een vraag moeten stellen aan de wethouder. En dat doet u nu niet. De heer Van den Berg: Dan is deze interruptie aan mijnheer Oomkens. De voorzitter: De heer Oomkens. De heer Van den Berg: Is er dan naar uw beleving sprake van illegale bewoning? De heer Oomkens: Akkoord. Ben ik het helemaal mee eens. Dat is ook mijn vraag. Is er illegale bewoning? Gaan wij daarmee akkoord? De commissie en volgens mij ook de raad hebben zich duidelijk uitgesproken, afwachten procedures. Handhaven, ja of nee? Afwachten, ja of nee? De heer Van den Berg: Dan een interruptie terug, mijnheer de voorzitter. Want een interruptie is niet bedoeld om een ronde. Maar dan zou ik eigenlijk van de wethouder willen vragen of wij op de kortst mogelijke termijn gewoon goed omschreven wat de stand van zaken is en niet van, ik geloof dat we een dezer dagen iets gingen opvangen. De voorzitter: Die beschouw ik als een aanvullende vraag aan de wethouder.
De heer Den Dunnen: Mijnheer de voorzitter, er wordt gehandhaafd. Er is aangeschreven. En er is inderdaad de juridische procedure gestart. Er is bezwaar gemaakt door een andere partij. En dat ligt op dit moment bij de rechtbank. De voorzitter: En ik neem aan dat het college op het moment dat daar nadere mededelingen over zijn richting de commissie c.q. de raad komt. Daar mag ik van uitgaan. Ik zie instemmend knikken. Daarmee is deze vraag gesteld. Ik ga eerst naar mevrouw Van Oort. Die stak eerder haar vinger op. En dan de heer Westendorp. Mevrouw Van Oort: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag ook aan de wethouder. Dat gisteren in de Gooi en Eemlander, op 5 december, stond het bericht dat gemeente Gooise Meren gaat onderzoeken of ze in het voormalig Tergooi Blaricum tijdelijke huisvesting voor middelbare scholen kan realiseren. Is de wethouder daar bekend mee? En hoever is dat? Wat is de status daarvan? De voorzitter: De heer Den Dunnen, die ongetwijfeld de Gooi en Eemlander ook heeft gelezen. De heer Den Dunnen: Ik heb dat ook gelezen in de krant. Mij is niet bekend dat er bij ons een verzoek binnengekomen is. Maar dat hoeft natuurlijk ook niet, want het is Blaricum. Het wordt alleen wel heel erg druk, heb ik de indruk, daar. De voorzitter: Dank voor uw beantwoording. De heer Westendorp.
De heer Westendorp: Het ging eigenlijk over La Gare nog. Ik weet eigenlijk niet of ik daar nog terug op mag komen. De voorzitter: U mag daar nog een aanvullende vraag over stellen. Zeker. De heer Westendorp: Toch wel. Toch gewoon een technische vraag. Kan er een appartement worden opgeleverd in strijd met hetgeen wat is afgesproken? De wethouder heeft geoordeeld, we gaan handhaven. En vervolgens wordt er wel een appartement opgeleverd en gewoon bewoond. Kan dat überhaupt technisch? Misschien is het antwoord, we moeten procedures afwachten, want die zijn aangespannen. Of is het zo, als de gemeente handhaaft, dan wordt er gewoon niet opgeleverd. Dat is mijn vraag. De voorzitter: De wethouder. De heer Den Dunnen: Ik geef het woord aan mijn collega handhaving. Die zit er dieper in. De voorzitter: De heer Van Midden zat al een beetje de heer Den Dunnen te souffleren, maar neemt nu zelf het woord. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dat klopt. We handhaven. En bezwaar op die handhaving loopt. Wij verwachten voor kerst voorstellen in B&W. Een dezer dagen of weken wordt er met de adviescommissie bezwaarschriften door de ambtenaren gesproken. We zitten eigenlijk nog midden in het proces van handhaving en bezwaarmaking op de handhaving.
De voorzitter: Maar u zal ze niet uitzetten voor de kerst, neem ik aan mijnheer Van Midden, deze bewoners, toch? De heer Van Midden: Dat verwacht ik niet. De voorzitter: Dat was een beetje de strekking van de vraag, zoals ik hem begrepen van de heer Westendorp, min of meer. Maar u wacht de ontwikkelingen af. De heer Van Midden: Maar ik kan niet vooruitlopen, mijnheer de voorzitter, op de uitkomst. De voorzitter: Helder. De heer Van Midden: Ik kan alleen maar aangeven dat we midden in het proces zitten. Dat loopt. En we verwachten voor kerst in het college de voorstellen terug. De voorzitter: Helder. De heer Westendorp: Dat was overigens niet de strekking van mijn vragen. Dat wil ik wel even benadrukken, mijnheer de voorzitter. De strekking van de vraag is, volgen wij de juiste procedure? De voorzitter: Volgen wij de juiste procedure? De heer Van Midden: Ja, dat volgen wij zeker, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Helder. Dank. Dan daarmee deze ronde van vragen afgerond.
8.
Laadvisie gemeente Laren De voorzitter: Gaan wij over naar het volgende agendapunt. Dat is agendapunt 8. De laadvisie van de gemeente Laren. En daarvoor is portefeuillehouder Flip De Groot aanwezig, die graag van tevoren nog een korte toelichting wil geven. En hij heeft ook meegenomen voor de ambtelijke ondersteuning de heer Daan van Straten, beleidsmedewerker bij ruimtelijke ontwikkeling. En dan specifiek als het gaat over milieu en duurzaamheid. Heb ik toch begrepen ook? Dat is ook uw expertise toch? De heer Van Straten: Nee, ik ben van verkeer. De voorzitter: U bent van verkeer. De heer Van Straten: Maar dit onderwerpt ligt natuurlijk op het snijvlak van verkeer en duurzaamheid. De voorzitter: Kijk, neemt u mij niet kwalijk. We gaan eerst naar de wethouder, de heer De Groot. Over de agendering van dit stuk en de eventuele wijzigingen, omdat het al eerder ook in de commissie is geweest. De heer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Het is niet een fijne avond, voor mij persoonlijk, maar ik ga me zo goed mogelijk hier doorheen werken. Want we bespreken dat voor de tweede keer. En het is denk ik goed om even een aantal inleidende opmerkingen te maken voordat u het rondje ingaat. De vorige discussie ging eigenlijk over twee dingen.
Wat is het visie-element en hoever gaat dat laden? En aan de andere kant waren er een vragen en suggesties in de zin van, kunnen we zorgen dat het datagedreven wordt, dat het adaptief is, vraag gestuurd en dat soort dingen? En ik denk dat dit stuk wat dat betreft goed aangeeft wat daar op dat gebied aan wensen aanwezig waren in de commissie. Over het begrip laadvisie, ik kan me de semantische discussie daarover goed voorstellen, maar echter het is een landelijk programma. Het wordt hier door de MRA uitgerold. Wordt overal laadvisie genoemd. Ook in Blaricum. Het is ook een iets waar allerlei andere dingen op lopen. Het is geen eigenwijsheid dat het nog steeds laadvisie heet. Integendeel. Maar het leek ons, omdat dit nog straks met andere gemeentes en in de MRA en met Blaricum nog verder uitgerold wordt, dat we deze term dan maar gebruiken zoals die is. Gekozen zoals die is. Inhakend ook op uw vraag aan de ambtenaar, die hier aanwezig is, het is op zich geen visie op duurzaamheid. Het gaat hier over beleid wat je doet, omdat er een visie is op duurzaamheid die leidt tot een verplichting voor automobilisten om voor 2030 alleen nog maar elektrisch te rijden. En dat betekent ook dat voor degenen die niet in de eigen tuin een laadpaal neer kunnen zetten, maar toch gedwongen worden om elektrisch te rijden, dat die een voorziening krijgen in de buurt, bij hun huis.
En dat ook voor een prijs die in ieder geval reëel is of in ieder geval zo reëel mogelijk is. Dat is de opzet van dit stuk. En daarin vindt u een aantal afwegingskaders om die te plaatsen. En de belangrijkste daarvan is dat het vraaggericht is. De vraag van de automobilist staat hierbij centraal. In die zin is het ook participatief. Ik vind, over semantisch gesproken, het woord participatie kan ook weer vragen opleveren. Maar juist omdat het bottom-up is en niet top-down, vinden wij het een goede benadering om de automobilist maximaal in staat te stellen om zijn eigen keuzes hierin te maken en zich voor te bereiden op de toekomst. Tot zover. De voorzitter: Dank, heer De Groot. Ik heb gezien dat er ook een aantal vragen ingediend waren. Ik ga eerst eventjes naar de vraag van D66. En dan geef ik het stuk verder in behandeling. En ik zie heer Vos en mevrouw Timmerman, heer Westendorp, alle fracties, de heer Lobregt en de heer Van Goozen, die hierover het woord willen. Ik begin even met D66, want die had een aantal technische vragen gesteld, die ook zijn behandeld. En
misschien de eerste vraag aan de fractie van D66, de vertegenwoordigers, of hier voldoende antwoord op is gegeven? Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Er is zeker voldoende antwoord op gegeven. Alleen het lijkt me toch wel, met uw goedkeuring, om voor de luisteraars thuis toch kort even de vragen te stellen en dat daar de antwoorden dan op gegeven kunnen worden. Ik zal het zo kort mogelijk houden. Op zich was het fijn om weer in de laadvisie te duiken. Dan kom je toch weer allerlei dingen tegen die eerder niet zo waren opgevallen. En het eerste wat ons opviel, is dat het streven is dat de laadsessies betaalbaar moeten blijven voor zowel de hoge als de lage inkomensgroepen. En onze vraag was, wat verstaat men onder betaalbaarheid? Is die ergens aan gerelateerd of gekoppeld? Bijvoorbeeld aan de prijzen voor benzine en het aantal kilometers dat gereden kan worden met een volle accu of dan wel met een volle tank? En vanwaar de koppeling van betaalbaarheid met hoge en lage inkomensgroepen? De beleving van betaalbaar is onder deze groepen toch wel zeer verschillend. Dan hadden we een vraag met betrekking tot de plaatsing van losse laadpalen in de publieke ruimte. Worden de direct omwonenden ook geïnformeerd? En wat wordt er met eventuele bezwaren gedaan? Immers een laadpaal voor de deur kan overlast veroorzaken door bijvoorbeeld laadpaal kleven.
En wordt de brandweer gevraagd om advies met betrekking tot de plaatsing, mede in verband met onder andere de afstand tot rieten kappen? De laatste weken hebben er toch ook een aantal berichten gestaan in de kranten van een aantal autobranden, waarvan ik het sterke vermoeden heb dat het om elektrische auto's gaat. Dan onder het kopje financiële kaders. Plaatsing op verzoek van een e-rijder, omdat hij zelf geen gelegenheid heeft om op eigen terrein een laadpaal te plaatsen. Moeten aanvrager op zijn minst een direct aanwonende zijn? En gaat er ook afstemming plaatsvinden met de aanwonenden? En dan vervolgens hadden we nog een vraag. Er wordt gesproken over de plaatsing van strategische laadpalen. Wat wordt er precies verstaan onder een strategische laadpaal? Daar was ik benieuwd naar. En moet een aanvrager van een laadpunt kosten betalen aan de gemeente? En zo ja, hoeveel? En dan, de gemeente Laren beperkt zich in eerste instantie tot het zogeheten reguliere laden. Hetgeen betekent laadpalen met een vermogen tot 22 kilowatt. Opladen met een 11 kilowatt laadpaal duurt ongeveer 8,5 uur. En met een 22 kilowatt laadpaal ongeveer 4,5 uur. Welke types laadpalen gaan waar geplaatst worden? En dan, in de RIB duurzaamheid staat dat netbeheerder TenneT voor de komende jaren een netcongestie waarschuwing heeft afgegeven.
Wat is het aantal laadpalen particulier en publiek dat het net nog aankan op dit moment, zonder dat er een gerede kans is op uitval? Dat waren de vragen die wij hadden. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Fontaine, dank voor het voorlezen van de vragen. Dat beschouw ik eventjes als voor de notulen, maar de antwoorden zijn daar ook al opgegeven. Ik verwacht eigenlijk dat u daarmee nu bekend bent, want anders wordt het een beetje een herhaling van wat u al heeft gekregen. En ook de antwoorden komen in de openbare stukken. Daar staan ze overigens al. Iedereen die nu uw vragen heeft gehoord, die kan daar de antwoorden ook op terugvinden. Daarmee geef ik het stuk ook verder in behandeling. Maar mocht dit uw bijdrage zijn, dan mag dat ook. Dan gaan we vervolgens naar de volgende. Mevrouw Fontaine: Ik vind het prima. Ik heb de antwoorden hier ook voor me staan. Maar dan weten de mensen thuis ook waar het over gaat. De voorzitter: De luisteraars weten dat u zich goed hebt verdiept in dit punt. Mevrouw Fontaine: Kijk. De voorzitter: En hebben ook uitgebreide antwoorden gezien hier van het college.
Mevrouw Fontaine: Dank u wel. De voorzitter: Dank daarvoor. Ik ga eerst naar de heer Vos, want die stak heel enthousiast zijn hand op om hier ook het woord over te willen voeren. De heer Vos. De heer Vos: Dat heeft u juist geïnterpreteerd, mijnheer de voorzitter. Dank u wel. Tijdens de vorige ronde, met betrekking tot deze visie, heb ik het aanbod gekregen van de wethouder om een aanvullend college te geven over de betreffende visie. En ben ik maar op zoek gegaan. Maar ik zie nog steeds geen visie. Want wat is de visie? Als ik het goed begrijp, moeten alle auto's kunnen rijden, alle elektrische auto's. Dat is namelijk belangrijk, staat hier. Ik kan me toch niet voorstellen dat dat de visie is, eerlijk gezegd. Want dat is het enige wat ik zie in de eerste zin. Ik zou nogmaals mijn vraag willen stellen, die ik ook vorige keer gesteld heb aan de wethouder. Wat is het feitelijke vertrekpunt? Er wordt wel gesproken over een strategie en hoe we het gaan doen, maar met welke gedachte in ons achterhoofd? Moet iedereen maar dat kunnen of zo? Ik ga een beetje gissen. Laat ik dat maar niet doen, want dan krijgen we misverstanden. Dat zou ik graag willen vragen. De voorzitter: Dat was uw vraag betreffende in dit stuk. Ik ga naar de wethouder. De heer De Groot. De heer De Groot: Dank u.
Ik heb juist aangegeven dat ik me goed kon voorstellen dat er vragen kwamen over het visiegehalte van het stuk, maar ik heb daarop... Mijn antwoord is, we hebben te maken met een ontwikkeling dat straks alleen maar auto's op de weg mogen die elektrisch zijn. Dat je ook alleen maar elektrische auto’s kunt kopen. En dat niet iedereen in staat is om dat in zijn eigen tuin te realiseren, zodat wij als overheid aan de bak moeten om een aantal dingen te realiseren. Ik vind het woord visie, heb ik ook al aangegeven, wat zwaar voor dit. Maar dit is een woord wat door de hele MRA zo gebruikt wordt. Wat ook in Blaricum zo gehanteerd is en door de raad heengegaan is. En waar ik me kan voorstellen dat u niet zo blij mee bent. Maar het is ook geen eigenwijzigheid dat ik het gehandhaafd heb. Maar het heeft te maken met het feit dat we straks met diverse gemeentes moeten werken. Met Blaricum. Dat we niet met verschillende visies, met verschillende laadacties zijn, met verschillende namen. Ik heb het maar geprobeerd zo simpel mogelijk te houden. En uw bezwaren daarop, die kan ik me goed voorstellen. Maar ik stel toch voor om het zo te houden, zoals het hier staat. Dank u wel. De voorzitter: De heer Vos, u kijkt een beetje zorgelijk. De heer Vos: Ik begrijp er helemaal geen klap van. Mag dat misschien even kort samenvatten. Mag ik mijn verdriet uitspreken.
Want u zegt, straks hebben we een visie die is niet gelijk aan die van Blaricum. Dat zou best kunnen, maar hoe kan ik dat dan beoordelen? U gebruikt zelf de hele tijd het woord laadvisie in het document. Als ik ze ga tellen voor iedere keer laadvisie krijg ik een euro, dan heb ik een leuke avond. Op de een of andere manier moet er sprake zijn van een visie. Alleen ik lees hem niet. Wat is in één of twee zinnen uw vertrekpunt? Wat wilt u? Iedereen een laadpaal in de tuin of gratis bier. Ik weet het niet. De voorzitter: De wethouder gaat het nog een keer proberen uit te leggen hoe het zit met de visie. De heer De Groot: Ik kan het ook nog wel een paar keer vertellen. Ik ga met de heer Vos mee dat het woord visie misschien wat zwaar gebruikt is. Maar in ieder geval is er sprake van een situatie waarop geacteerd moet worden. Namelijk dat tijdig meegegroeid wordt met het aantal elektrische voertuigen. En dat niet iedereen in staat is om die palen, zelf in de grond of ander manieren te realiseren, op straat neer te zetten. Dat betekent ook dat wij als overheid een rol hebben om daar zorg voor te dragen. Dat is een klein stukje visie, voor mijn part. Maar het zware woord visie, dat deel ik met u, dat is wat hoog op het paard. Maar verder, voor de rest
denk ik dat de inhoud voor zich spreekt. En dat de laadvisie overal elders gehanteerd wordt, daar kan ik ook niks aan doen. Dit is zoals dit ding landelijk wordt uitgerold. En ik doe het ermee. En ik hoop dat u het daar ook kunt doen. De voorzitter: Eigenlijk zegt u, het is een stukje systematiek dat we overal het woord laadvisie hanteren. Terwijl misschien de heer Vos constateert dat daar wat te weinig echte visie in zit, maar meer een uitrolbeleid, als ik het zo hoor. Mijnheer Vos. De heer Vos: Vraagt u om een bevestiging van mij? De voorzitter: Hoeft niet hoor. Ik weet dat u nog een keer hetzelfde wil vragen, maar ik denk dat de wethouder dan hetzelfde antwoordt. Maar we zullen dit ongetwijfeld misschien nog wel in de raad ook een keer uitspreken. De heer Vos: Ik kan hier helemaal niets mee. De voorzitter: Dat is dan een duidelijk statement, mijnheer Vos. Ik ga naar mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. Overigens moet me van het hart dat ik het wel eens ben met mijn linkerbuurman, want wij hebben die vraag toen ook gesteld. Wij zien geen visie. En die zie ik nog steeds niet, ondanks de uitleg van de wethouder. Op 13 september is de laadvisie behandeld. Daar is inderdaad veel commentaar op gekomen. Die is teruggenomen. Er zou een ander iets voor terugkomen. Ik heb nog een aantal vragen uit de vorige keer.
En die zouden daarin verwerkt worden eventueel. En die ga ik nog maar een keertje stellen. Hoeveel particuliere laadpalen zijn er in Laren? En het is namelijk belangrijk als je de behoefte moet bepalen hoeveel er nodig zijn in de openbare ruimte, hoeveel er al zijn bij particulieren op alle opritten. Want er wordt uitgegaan van regionale cijfers. En bijvoorbeeld Hilversum is toch een andere gemeente dan Laren. Dat lijkt mij heel zinnig. Als je de prognose benodigde laadpalen op pagina 7 bekijkt, dan zijn dat inderdaad de regionale cijfers. En Laren en Blaricum zijn wat dat betreft toch wel uitzonderingen, denk ik. Wij hebben vorige week informatie gekregen, een informatieavond van de brandweer. En toen is het ook over rieten kappen gegaan. Is het college, want dat zie ik hier ook niet in terug, voornemens om richtlijnen hierbij te zetten vanuit de informatie van de brandweer van vorige week, dat was vorige week, geloof ik, met het oog op het plaatsen, waar zet je ze neer onder rieten kappen en dergelijke? Moet daar zoveel meter vandaan enzovoort? In parkeergarages, onder appartementen enzovoort. Dat mis ik namelijk ook bij de regionale visie. En wie houdt eigenlijk toezicht op de plaatsing? Want de gemeente is eigenaar van de laadpalen in de openbare ruimte, maar ze worden niet door de gemeente geplaatst.
En wie houdt daar toezicht op? Ze worden nu nog weleens midden op de stoep geplaatst en zo. Even kijken hoor. Dan de stekkerklevers. Daar hebben we het ook vorige keer over gehad. De controle daarop is minimaal of gebeurt eigenlijk helemaal niet. En ik heb nu begrepen dat de oplossing gemeentelijk wordt gezocht in het plaatsen van meer laadpalen en dat ze niet van plan zijn om te gaan handhaven als auto's dag en nacht bij een stekker staan. Alleen als er een benzineauto staat, dan wordt er wel gehandhaafd. Ik zou eigenlijk willen weten wat daar de overweging is om niet te gaan handhaven als iemand daar de hele dag staat. En dat zou ik ook eigenlijk veranderd willen zien. Dan zijn er twee stukjes, want er zou eigenlijk amper iets veranderd zijn, heb ik vernomen op de presidiumvergadering toen ik het had over de veelheid van stukken van... Of dat die laadvisie er nog wel bij kan. Dat de locatie van de keuzes door middel van een kaart gemaakt worden, in samenwerking met de MRA. En daar hebben wij bezwaren tegen. Wij bepalen zelf wel als Laren waar wij laadpalen willen en kunnen. En dat laten we niet over aan de MRA. Dan hadden we net zo goed niet zelfstandig kunnen blijven. En de groei van de laadpalen heeft natuurlijk grote impact op het elektriciteitsnet en de openbare ruimte. En
daarom willen wij het zoveel mogelijk eigenlijk inperken. Er staat ergens in de stukken dat de openbare laadpalen van groene energie komen. Dat heeft geen impact op, ik doe dat even uit mijn hoofd, de stroomvoorziening. Misschien niet voor de stroomvoorziening, maar wel voor het netwerk. Want als je duizend auto's op een snelweg hebt en er kunnen er eigenlijk maar honderd rijden, dan krijg je ook congestie. En dat krijg je nu ook. Ook daarover hebben we eigenlijk een vraag van, hoe wilt u dat oplossen? Dat was het wel zover, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dat zijn ze? De wethouder. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Als het gaat over... Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik heb nog een vraag. De voorzitter: Een laatste vraag. Mevrouw Timmerman-Hamers: Op de presidiumvergadering werd er gezegd dat er dezelfde stukken zouden zijn als op 13 september, maar er zit nu in één keer een regionale visie als bijlage bij. De voorzitter: Bijlage. Mevrouw Timmerman-Hamers: En hetgeen wat we nu hebben voorliggen, is daar eigenlijk een verkorte versie van. De voorzitter: Een aanvullende vraag over de... De heer De Groot: Ik zie dat meer als een opmerking. En dat klopt, want het gaat over een landelijk programma, wat door de MRA hier in de regio uitgerold wordt en waarin wij deelnemen.
En ik ben blij dat zij dat voortouw nemen, ook om te zorgen dat de energieprijzen centraal ingekocht worden, zodat iedereen daarvan kan profiteren. Er zijn een aantal vragen die u stelt, die eigenlijk ook al bij de beantwoording van de D66 vragen zaten. Ik zal dat proberen nog kort mee te nemen. Even iets over de rieten kap. Uiteraard wordt gekeken naar de brand met de brandweer, waar wel of niet iets... Waar gevaar zit en iets is. Overigens waar de meeste rieten kappen zijn, zijn ook de mogelijkheden om het op het eigen terrein te doen. Maar wellicht zijn er enkele uitzonderingen. Maar natuurlijk moet daar met enige omzichtigheid naar gekeken worden. Als het gaat over de laadpaalklevers. Een optimale oplossing is er niet. De keuzes zijn vermeld bij de antwoorden van de vragen van D66. Ik denk dat van alle slechte dat de minst slechtste is. En beter kan ik het ook niet maken. Zo simpel is het. Uw vraag over de netcongestie. Ook dat is een vraag die bij D66 naar voren is gekomen. Zoals het nu is, in het onderliggende net, kunnen wij doorgaan. Het is niet uitgesloten natuurlijk dat dat ook nog ergens een keertje misgaat, maar dan gebeurt dat op een schaal die maakt dat de elektrificatie van het wagenpark in Nederland niet doorgaat.
Kijkend naar wat op er op dit moment geïnvesteerd wordt in het onderliggende net hier in Laren, heb ik daar een positief gevoel over dat we dit programma volgens deze getallen kunnen uitrollen. Verder gaat het hier over een adaptief programma. Dat betekent ook dat het is vraaggericht. En op het moment dat er minder vraag is, dan zullen we ook minder laadpalen plaatsen. Zo simpel is het. We kunnen het wel hebben over allerlei aantallen, maar het is een adaptief programma. Het aantal palen wat gezet moet worden, is afhankelijk van de vraag. En niet iets wat wij top-down bepaald hebben.
De voorzitter: Volgens mij waren er nog drie vragen die mevrouw Timmerman had gesteld, namelijk de aantallen... De heer Vos: Bij interruptie, voorzitter. De voorzitter: Sorry? De heer Vos: Bij interruptie. Mag dat? De voorzitter: Interruptie van de heer Vos. De heer Vos: Begrijp ik dan goed dat uw visie is dat het vraaggericht is? Iedereen die wil, die kan een paal krijgen? Heb ik dat goed begrepen dan? De heer De Groot: Nee. De voorzitter: De heer De Groot. Die geeft het woord aan de heer Van Straten. De heer De Groot: Voor de technische kant geef ik eventjes... De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Iedereen die een laadpaal wil hebben, omdat hij dat nodig heeft, kan die aanvraag doen. En dan wordt beoordeeld of diegene een eigen parkeerterrein heeft of parkeerplaats op eigen terrein. En er wordt gekeken of er binnen een straal van tweehonderd meter al een openbare laadpaal is. Als dat niet het geval is, dan komt diegene in aanmerking voor een paal in de buurt. En dat is ook het geval als er al een laadpaal binnen een tweehonderd meter straal staat die heel goed gebruikt wordt. Dat is ook al in de beantwoording aan D66 gemeld. De voorzitter: Ik kijk nog eventjes. Mevrouw Timmerman, u hebt nog drie vragen die niet beantwoord zijn, als ik zo heb gezien. Klopt dat? Mevrouw Timmerman-Hamers: Sorry. De heer Van Straten: Ik kan ook nog wel even...
De voorzitter: Had u alle vragen voldoende beantwoord? Want ik dacht dat u nog een vraag had gesteld over de private laadpalen. Hoeveel dat er ongeveer zijn. Of dat wordt bijgehouden. De heer Van Straten: Die heb ik ook genoteerd, inderdaad. Dat is onbekend. In principe, mensen die een parkeerplaats op eigen terrein hebben, die hebben een laadmogelijkheid op eigen terrein. Zo zit het. En hoeveel dat er zijn en hoeveel mensen daadwerkelijk op eigen terrein laden, dat is niet bekend. Maar het is wel een mogelijkheid. Dat is gunstig. De voorzitter: U stelt eigenlijk van, hoe meer er op privaat terrein zijn, hoe minder er op publiek terrein moeten. Dat is eigenlijk de stelregel. De heer Van Straten: Klopt.
De voorzitter: En dan was er nog een vraag zag ik, van mevrouw Timmerman, over het toezicht op de plaatsing. Daar had u ook iets over gevraagd, wie er toezicht houdt? De heer Van Straten: Dat is het team toezicht en handhaving die dat doen. Die bekijken of er bijvoorbeeld een benzineauto bij een laadpaal staat. Dat gaat in afstemming met de MRA-E. De gemeente kijkt waar geschikte plaatsen zijn. En dat gaat dan in afstemming met de MRA-E. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik had ook nog een vraag over de handhaving. Omdat daar in stond van, wij handhaven daar niet op als er een stekkerklever is. En hetgeen wat wij dan gaan doen, is meer laadpalen plaatsen. En dat vond ik een hele rare. En ik wilde eigenlijk vragen hoe u dat zag. Als er heel veel stekkerklevers, zijn dan komen er ook heel veel laadpalen bij, waardoor dat er meer stekkerklevers erbij komen. De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Dan is eigenlijk de strekking van, als er heel vaak een e-rijder bij een laadpaal staat, dan wordt hij veelvuldig gebruikt. En dat zal ook uit de data blijken. En dan is het nodig om een laadpaal bij te plaatsen. En feitelijk is het ook zo dat een e-rijder ook een parkeerder is, net als een benzinerijder. Dat is eigenlijk tegen elkaar weg te strepen.
Mevrouw Timmerman-Hamers: Mag ik nog een aanvullende vraag? De voorzitter: Een laatste aanvullende vraag, want er zijn nog een aantal andere fracties. Mevrouw Timmerman-Hamers: Aan de wethouder vragen van, zouden we het niet in de APV kunnen opnemen? De voorzitter: Suggestie voor de heer De Groot, opname in de APV. Mevrouw Timmerman-Hamers: Kwestie van handhaven. De heer De Groot: Voor zover dat al niet het geval is. Maar het is voor zolang iemand daar mag parkeren, dan is dat op zich binnen de bevoegdheden ook die de APV geeft. Maar ik vind het een interessante gedachte. Ik wil daar nog eens een keertje naar kijken. Dank u wel. De voorzitter: Dat zegt de wethouder toe. Dank. Dan gaan we naar de andere kant van de zaal. En ik kijk naar de heer Lobregt. Zullen we daarmee beginnen? Gaan we zo het rijtje af. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik ben maar een invaller vanavond. Ik vroeg aan mijnheer Van den Berg, wat moet ik eigenlijk doen? En toen zei hij, je moet goed luisteren, een beetje glimlachen en niet in slaap vallen. De voorzitter: Dat is gelukt tot op heden? De heer Lobregt: Ja, tot op heden is dat gelukt. En ik heb eigenlijk goed opgelet. Ik kreeg in één keer een positieve brainwave, over alle vragen die gesteld worden rondom rieten kappen en waar zo'n ding dan komt. En dan krijgen we straks een mooie Omgevingswet.
En ik heb heel goed naar Daniëlle, was het geloof ik, geluisterd. En als we hier eens gewoon een initiatieftafel van maken, ergens in het eerste kwartaal, dan
hebben we meteen een oefening dat we kunnen kijken van, hoe werkt dat met die Omgevingswet? En we kunnen mooi kijken waar al die laadpalen dan komen. Wordt het een geweldig voorstel eigenlijk. Ik werd er zelf helemaal blij van. Ik weet niet of dat ik doorsla in mijn enthousiasme vanavond. Gewoon om even over na te denken. Dan had ik ook nog gewoon een aantal vragen. De prijsvorming, hoe gaat die plaatsvinden? En ik ben het ook wel eens met mijnheer Vos over de visie. Waar ik eigenlijk naar op zoek ben, is een duurzaamheidsvisie van de gemeente Laren. Dan kunnen we deze laadpalenvisie daar onder schuiven. Volgende week, kijk ik al even vooruit, naar de vergadering van M&F, daar hebben we een visie over LED verlichting. Ook iets met duurzaamheid. Maar ik denk dat we dat als gemeente Laren veel integraler zouden moeten aanpakken. En eigenlijk met een duurzaamheidsvisie zouden moeten komen, waar we al deze partjes dan onder kunnen hangen. Want nu komt het wat ad hoc op mij over. Verder vroeg ik me af, hoeveel ruimte is er eigenlijk nog op het net? Die vraag is ook al gesteld.
Maar kunt u daar niet over met TenneT in conclaaf gaan om te kijken van, hoe ver kunnen we daar dan in gaan de komende jaren? Wat is eigenlijk de visie van TenneT daar dan op? Verder vroeg me af, in het kader van de uitvoering, is er voldoende expertise binnen de BEL Combinatie om dit te coördineren en ervoor te zorgen dat dit op een goede manier geïmplementeerd wordt? Ook in het kader van de duurzaamheid en de duurzaamheidsvisie. En dan al laatste wil ik dan mijnheer Vos toch nog wel geruststellen. Mocht het op een gegeven moment zijn dat u stil komt te staan met uw elektrische auto, omdat er nergens een laadpaal is, dan kunt u altijd, ik heb een deux chevaux, daar heeft u mij weleens in zien rijden, dat is een groene deux chevaux, die is ook groen, met mij mee rijden hiernaartoe. Dat is ook gezellig. Dan lossen we dat zo op. De voorzitter: Dat zijn heel veel praktische tips voor een invaller. Daar ben ik wel blij mee. En ik denk de wethouder ook. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Wat betreft de RO-kant, dan begeven we ons op het terrein waar anderen weer op thuis zijn. Dan geef ik graag het antwoord op die suggestie bij mijn buurman. Ik kan me voorstellen dat die vraag komt over die duurzaamheidsvisie. We hebben natuurlijk het koersdocument duurzaamheid. Maar in principe is dit een uitvloeisel van duurzaamheidsbeleid van de overheid.
Die zegt, wij vinden het een goede zaak dat iedereen vanaf 2030 alleen maar elektrische auto's mag rijden. En dat betekent ook dat op dat moment niet iedereen in staat is om zelf op zijn eigen terrein een laadpaal neer te zetten. En dan is het van belang dat wij als overheid daarop inspelen. Vandaar ook dat landelijke programma. Vandaar ook de MRA, die daarin ondersteunend is geweest. Vandaar ook dat we dat hier doen. Op lange termijn overigens zijn er weldegelijk kansen als die laadpalen er eenmaal staan en we verder zijn in de warmtevisie om dat batterijengebruik eventueel op een andere manier te gaan gebruiken. Maar dan zijn we al een stadium verder. In die zin komen we wel een keertje met die laadpalen terug in de duurzaamheidsvisie, maar verderop in de komende jaren. De link is er wel, maar indirect. Die ruimte op net, die vraag is al eerder aan de orde geweest. Zoals ik ernaar kijk, hebben we voorlopig in ieder geval nog de ruimte om dit project uit te rollen. En het kan zijn dat we ergens op beperkingen gaan lopen, maar daar zijn we echt absoluut niet de enige. Dat zal dan ook zeker betekenen dat mocht er een nieuwe deux chevaux komen, dat u die dan ook kunt kopen na 2030. Dat is dan een geruststellende toezegging van mij kant. De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Ik kan nog wel wat aanvullen inderdaad.
Met die netcongestie, ik snap wel die zorg daarover. Er is ook het fenomeen slim laden. En dat betekent dat als een elektrische auto bij een laadpaal staat en er is veel bijvoorbeeld windenergie of zonne-energie, dan gaat hij laden. En als er juist krapte op de net is, dan schakelt die laadpaal uit. En zo wordt ook netcongestie voorkomen. Die slimme toepassingen zit al
in die laadpalen. Dat is even ter geruststelling. Nu is het wel zo dat volgens mij in de samenleving steeds grotere behoefte is aan elektrische toepassingen. Dat er op enig moment netcongestie gaat optreden, dat kan gebeuren. Maar daar is het laden niet de enige factor in. En dan nog die prijsvorming. Dat kan ik ook nog wel wat aanscherpen. Het is heel handig dat dat platform MRA-E er is, want die ontzorgt de gemeente en collectief oefenen die invloed uit op de netbeheerder om een concurrerendere prijs te bieden. En als afzonderlijke gemeente die strijd moeten aangaan met die netbeheerder is die kans kleiner dat die prijs scherp wordt. Dat is nog even een toevoeging. De voorzitter: De wethouder nog een toevoeging. De heer De Groot: En dat betekent ook dat we op dat platform MRA-E op de expertise terug kunnen vallen, zowel op de inkoop als op de uitrol van dit programma. En u merkt dat we ook ambtelijk mensen hebben die in staat zijn hier op een juiste manier mee om te gaan. De heer Van Straten: En MRA-E is een hele professionele organisatie, die heel kundig is en de gemeente goed bijstaat, moet ik zeggen. De voorzitter: Dank. Met de toezegging over de groene deux chevaux aan de heer Vos, gaan we nu naar de VVD. Benieuwd naar de inbreng. De heer Lobregt: Excuus, ik had nog wel even een aanvullende vraag. De voorzitter: Wilt u het kort houden, want we hebben...
De heer Lobregt: Ik hou het kort, maar ik wil ook gewoon nog wel even... Ik bracht het wat vrolijk, maar ik wil ook nog wel eigenlijk even een antwoord op mijn suggestie om het mee te nemen in de nieuwe Omgevingswet. De voorzitter: Dat heeft de wethouder net toegezegd dat hij dat met zijn collega zal bespreken. De heer Westendorp van de VVD. De heer Westendorp: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer een constructieve bijdrage te geven, want we hadden inderdaad best wel wat opmerkingen bij de eerste versie van de laadvisie. Ik zie nu een visie waar een aantal dingen wel in zijn opgenomen, om mee te beginnen. Dank daarvoor. En ik denk dat we even moeten doorbouwen om dit ook constructief te houden. Of het een laadvisie heet of niet, dat maakt nu even niet uit, het gaat ook over de inhoud. Het valt me van Groen Laren in dat opzicht erg tegen dat er niet is mee gedacht en juist vanuit jullie expertise om te kijken hoe we dit verder kunnen verbeteren. Nu even terug naar onze opmerkingen en vragen. Te beginnen bij de data. Heel blij dat er is opgenomen dat die data toegankelijk zijn en dat we daarop kunnen sturen. Ik denk dat je dan gewoon een optimaal beleid zou kunnen uitvoeren. Maar mijn vraag is wel, hebben wij nu al toegang tot die data? Want de vorige vergadering bleek dat dat wellicht niet het geval was.
En als dat nu niet zo is, dat betekent dat wij met alle nieuwe contracten data kunnen gaan ontsluiten. Of kunnen we ook deze huidige contracten openbreken en toch die toegang tot die data verkrijgen? Dat is denk ik wel iets wat belangrijk is voor de uitvoering. Technische vraag. De verkeersvisie is ook een visie die weer gerelateerd is aan de laadvisie, kan ik mij zo voorstellen. Daar gaan het later over hebben. Stel dat we daar bepaalde uitgangspunten benoemen die dwars gaan op die laadvisie, die laadvisie, en dat is een technische vraag, kunnen we die gewoon op elk moment aanpassen, als ze hem nu vaststellen? Dat vind ik wel van belang. Want ik wil eigenlijk ook inderdaad vanuit een meer integrale optiek kijken, ook