CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Ruimte & Infrastructuur 06.12.2023

Commissie Ruimte en Infrastructuur 6 december 2023, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda29.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE EN INFRASTRUCTUUR VAN GEMEENTE LAREN d.d. 6 december 2023

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur. Hartelijk welkom allemaal. Ik open de vergadering. En u verwacht hier Erik Koldenhof als voorzitter van deze vergadering, maar die heeft zich vanochtend ziek gemeld of althans afgemeld wegens corona en wilde niemand besmetten. Nou zit ik zelf ook met een beetje een soort van bronchitis, maar daar heb ik een mooi keelsnoepjes voor gekregen. We hopen dat ik deze avond u hier doorheen kan leiden. En u bent hier in ieder geval verder allemaal in min of meer gezonde toestand, laten we hopen. U zit in ieder geval compleet aan tafel met vervangers. En we gaan in deze vergadering van de commissie R&I vanavond een aantal punten behandelen. Welkom ook aan de luisteraars thuis. Dat is, en dat weten de commissieleden inmiddels, belangrijk, als u gaat spreken dat u dat even doet via de voorzitter. Dat we ook even de namen kunnen vermelden. En dat we dan weten via het transcript dat u ook gesproken heeft. Vandaag zijn aanwezig van de fractie van Larens Behoud de heer Hans van Goozen en mevrouw Nicole van Oort. Van de VVD de heer Niels Westendorp en mevrouw Ellis de Brouwers. Van het CDA de heer Van den Berg en de heer Jan-Huug Lobregt. En die vervangt mevrouw Corrie Krapels. Dan hebben we vanuit Groen Laren de heer Bart Vos en de heer Ben Wichers Schreur. Die vervangt de heer Jos Jansen.

Mevrouw Jacqueline Timmerman en de heer Boudewijn Oomkens van de Liberaal Laren. En van D66, mevrouw Frederique Fontaine en Yvonne Berghorst. En verder hebben we een leuk gevulde publieke tribune. Niet allemaal belangstellenden, maar ook nog mensen die input leveren, straks in onze vergadering. In het bijzonder welkom aan de heer Van den Berg. Net heeft kennis gemaakt. Nieuwe teamleider Ruimte. Belangrijk dat wij een nieuwe teamleider Ruimte hebben in in ieder geval onze gemeente, maar ook voor de andere gemeenten. Want er gaat heel wat gebeuren. We hebben vanavond een aantal besluiten over de Omgevingswet op de agenda staan, die we gaan voorbereiden. En ik denk dat daar nog wel wat vragen over zijn, maar ook nog wel wat toelichting gewenst is. Dan ga ik u nog melden dat na afloop het verzoek is om niet weg te lopen, maar even bij elkaar te blijven. Dan gaan we even naar een aparte ruimte, want dan is er nog een klein besloten gedeelte. Dat zal ik straks na afloop ook nog even zeggen. Maar de commissieleden na de vergadering nog even bij elkaar voor een mededeling die hierna volgt, na deze vergadering. Dan, de opening gehad hebbende, gaan we naar de vaststelling van de agenda. Kan ik die zou vaststellen? Ik kijk in de rondte. Dat is het geval. Er zijn inmiddels ook via iBabs nog een aantal stukken bijgekomen, heeft u gezien.

Maar die komen ook bij de verschillende punten nog wel weer aan de orde.

2.

Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie R&I d.d. 15 november 2023 De voorzitter: Gaan we meteen door naar agendapunt 2. En dat is de vaststelling van de lijst adviezen en conclusies van de vergadering van de commissie van 15 november. En daar gaan we even doorheen lopen. Iemand iets naar aanleiding van of met betrekking tot? Nee? Dan stel ik deze ook vast, met dank aan Antoinette voor het immer goede verslag wat wij daarvoor krijgen. Zeer veel dank daarvoor. En dan hebben wij een aantal zaken die daar nog onder hangen. En dat zijn ook beantwoordingen die we daar hebben staan. Het transcript hebben we. Maar we zien ook een toezegging over de kapvergunning. En dat was een vraag onder andere van Liberaal Laren. En inmiddels is daar ook het kapformulier Zevenend 26A. En Groen Laren. Ik zeg het verkeerd... Een vraag van groen Laren en het kapformulier Zevenend 26A is daar bijgevoegd. Ik ga ervan uit dat dat op dit moment ook voor u voldoende beantwoord is. Ik zie de heer Vos. U mag ook allemaal

eventjes als commissielid het rechterknopje indrukken. Dat is straks voor het spreken wat makkelijker. Mijnheer Vos, u wilde nog iets zeggen. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik ben een beetje sprakeloos. Ik heb er een maand op gewacht en nu krijg ik vanmiddag op de valreep kennelijk, ik heb mijn mail niet meer geopend na zes uur, dat ding dan hier binnen. Is het werkelijk de bedoeling om ons gek te krijgen? Dat we eerst een maand moeten wachten en op de valreep komt er alsnog een verhaal binnen. Ik ben hier echt bijzonder ontstemd over, mijnheer de voorzitter. Bijzonder ontstemd. En ik denk dat ik ook in mijn verontwaardiging, boosheid en irritatie over ga uitspreken in de aanstaande raad. Want zo kunnen we niet aan het werk. Als we eerst een maand moeten wachten en op de valreep nog een keertje iets krijgen, zo zijn we niet getrouwd. De voorzitter: Dat is een toevoeging op wat hier ter tafel is gekomen. Ik zie mevrouw Timmerman ook knikken. Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ik wil eigenlijk zeggen dat ik het er volledig mee eens ben, want op deze manier kunnen wij niet werken. De voorzitter: Duidelijk. In ieder geval, ik neem aan dat het college dat meeneemt en dat daar nog niet het laatste woord over gezegd is, als ik de heer Vos begrijp. Ik laat het hierbij, want u heeft aangegeven dat u het nog op een andere plek ter sprake wil brengen.

En dat is natuurlijk prima. 3.

Mededelingen De voorzitter: Dan gaan wij verder naar het volgende agendapunt. En dat zijn de mededelingen. Ik kijk eventjes eerst naar de kant van het college. Dat ook, en dat vergat ik natuurlijk helemaal, volledig vertegenwoordigd is. Jullie zijn zo vanzelfsprekend hier altijd aanwezig, dat ik jullie bijna oversla. Maar jullie hebben natuurlijk een heel belangrijke rol. Flip De Groot en Jan van Midden en Jan den Dunnen. Welkom alle drie. Het rondje mededelingen. Ik zie de heer Den Dunnen naar de knop. De heer Den Dunnen: Ik wilde alleen mijn nederige excuus maken naar aanleiding van de vorige opmerking. Er was sprake van meerdere kapvergunningen in het Zevenend. De voorzitter: U mag de microfoon iets dichterbij zetten. De heer Den Dunnen: En vandaar dat wij de kapvergunningen gemixt hadden tussen twee verschillende bomen. En het heeft inderdaad tot vanmiddag geduurd voordat we de juiste hadden. Helaas, excuus. De voorzitter: In ieder geval excuses van de wethouder. En ik ga door naar andere mededelingen van het college. Andere leden van college. Is dat niet het geval. Nog mededelingen vanuit raadsleden? Geen mededelingen vanuit de raad. Dat gaat heel vlot vanavond.

4.

Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt. En dat is agendapunt 4. En dat zijn de meldingen van de portefeuillehouders met betrekking tot de Gemeenschappelijke Regelingen. Ik kijk weer even naar het college of er vanuit de Gemeenschappelijke Regelingen nog nieuws is wat... Nee, geen nieuws? Geen vergaderingen geweest? Geen belangrijke besluiten genomen? Nee. Dan is dat wat betreft dit agendapunt.

5.

Stand van zaken Omgevingswet De voorzitter: En dan gaan we over naar agendapunt 5. U ziet, we gaan er snel doorheen, publieke tribune, maar dat is niet altijd zo. We hopen dat het een korte avond wordt, maar je weet het maar nooit. Agendapunt 5, de stand van zaken Omgevingswet. En daarvoor hebben we een aantal mensen die een presentatie gaan geven. Medewerkers van het bureau, moet ik even goed kijken, Ruimtelijke Denkers Wissing. Ik heb de namen van jullie nog niet, maar kom naar voren, zou ik zeggen. En ik zit even te kijken wat handig voor jullie is, naast het college plaatsnemen voor de presentatie met betrekking tot de Omgevingswet. Wij kunnen kiezen. Ga gerust zitten. En misschien is het goed om te vermelden dat D66 in het kader van de volgende agendapunten over de Omgevingswet een aantal vragen heeft gesteld, naar aanleiding van agendapunt 10. En ik begrijp dat jullie die in deze prestatie ook aan de orde zullen stellen. Het is goed denk ik om die vragen daar even bij te houden. Ik kijk even ook naar mevrouw Fontaine en mevrouw Berghorst, die ze hebben ingediend, om te kijken of die in deze presentatie al afdoende beantwoord zijn. En anders komen ze in het vervolg. Even graag uw naam voor ons allen, wie u bent. En dan is aan u het woord voor de presentatie. Mevrouw Best-Beemsterboer: Helemaal goed. Goedenavond, ik ben Daniëlle Best van Bureau Wissing.

En ik ga jullie door deze presentatie heen praten. De heer Den Dunnen: Mijnheer de voorzitter, mag ik een kleine interruptie maken? De voorzitter: Zeker. De wethouder Den Dunnen. De heer Den Dunnen: U heeft straks een heleboel stukken op de agenda staan. Daar zal mevrouw Wissing ongetwijfeld aan refereren. Mijn verzoek aan u is, als u inhoudelijke vragen heeft over al die stukken dat u die ook, als mevrouw Wissing haar verhaal gehouden heeft, stelt. Niet straks bij het te behandelen stuk nog een keer daar op al die stukken terugkomen, tenzij het politiek is. Maar als u inhoudelijke vragen heeft, dan graag dat tegelijk na de presentatie van mevrouw. De voorzitter: En misschien nog even de vraag, blijft u dan ook nog bij de behandeling van de agendapunten of is dat dan ambtelijke ondersteuning? Want dan kijken we even naar de wethouder. De heer Den Dunnen: Ik neem aan dat ze daar dan ook even bijblijft. De voorzitter: Maar dan is het voor de zekerheid misschien handig om daar nog even stand-by te zijn. Ik zie een vraag van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dat is eigenlijk meer een vraag aan u. Als ik het goed begrijp, de vragen die we hebben, die stellen we dan zo meteen al. Maar wat gaan we dan bij de behandeling van die punten nog doen? De voorzitter: Dat is een goede vraag. Misschien bent u dan wel helemaal beantwoord en kunnen we het heel snel doorgeleiden.

Dat zou het mooiste zijn. Maar als er dan nog vragen zijn, dan kan ik me voorstellen dat we daar nog een rondje langs de fracties doen. De heer Van den Berg: Maar dat u dat als voorzitter... Dat we niet straks... De voorzitter: Zeker. We zullen proberen om alles zo uitgebreid mogelijk te doen. Want het was een heel pakket van verordeningen en het zijn een aantal tabellen met heel inhoudelijke wijzigingen. Het lijkt me goed dat we dat heel zorgvuldig behandelen. En ik ben alleen maar blij dat u er ook bij blijft voor de latere

agendapunten, zodat we in ieder geval alle technische vragen uit de weg kunnen ruimen en op kunnen lossen. Gaat uw gang. Mevrouw Best-Beemsterboer: Dank u wel. Misschien vooraf inderdaad even voor zo meteen de andere punten. Wij weten met name iets zo meteen van de besluiten. Het Clusterbesluit en het omgevingsplan. Er is ook nog ondersteuning voor de verordening fysieke leefomgeving en de Laadvisie. Dan weten jullie dat. Stand van zaken Omgevingswet, omgevingsplan. Waar wij het vanavond met jullie over willen hebben. Eerst even een korte terugblik op de Omgevingswet. Wat is die wet ook alweer? Wat komt er op ons af? Het is bijna 1 januari. De wet treedt bijna in werking. Daarna lichten we graag even toe wat de stand van zaken is van het omgevingsplan van de gemeente Laren. Ik ga daarbij ook graag even in op de bruidsschat. Daar waren ook een aantal vragen over gesteld. We lichten vanavond ook graag iets toe over de bevoegdheden van de gemeenteraad ten opzichte van het college. En het laatste agendapunt voor vandaag is de omgevingsvergunning en het omgevingsplan. Hoe zien die eruit op hoofdlijnen? Korte terugblik op die Omgevingswet. Integrale wet die vanaf 1 januari in werking treedt en eigenlijk allerlei wetten vervangt die we nu kennen op het gebied van onder andere de ruimtelijke ordening, natuur, milieu. Al die wetten worden samengevoegd tot één integrale wet.

En dat gaat de Omgevingswet heten. Onder die Omgevingswet kennen we een aantal zogeheten kerninstrumenten. We hebben straks de Omgevingsvisie. Die geldt op Rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau. We hebben een aantal programma's. Er zijn decentrale regels. Dat is het omgevingsplan. De gemeente maakt straks een omgevingsplan. En dan gelden er nog een aantal algemene regels. Die komen tegelijkertijd met de Omgevingswet. En dan hebben we nog de omgevingsvergunning en het projectbesluit. Dat zijn de kerninstrumenten van die grote integrale wet, waar allerlei wetgeving die we nu kennen, misschien wel bekend het vergunningsvrij bouwen, het activiteitenbesluiten, de Wet ruimtelijke ordening, de Wabo, dat gaat straks allemaal op in de Omgevingswet op 1 januari. En waar we vanavond eigenlijk vooral even op gaan richten, is het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Dat staat centraal voor vanavond. Op 1 januari, over een week of drieëneenhalf, dan treedt die Omgevingswet in werking. En op dat moment heeft iedere gemeente in Nederland ook een omgevingsplan. Nog niet het plan dat helemaal voldoet aan de bepaling van de Omgevingswet, maar iedere gemeente krijgt een omgevingsplan van rechtswege. En wat we in dit plaatje kunnen zien, wat er eigenlijk gebeurt...

We hebben op dit moment allemaal bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, we hebben een aantal natuurlijk verordeningen, beleid van de gemeente. Al die huidige regels worden tezamen met de bruidsschat, en ik zal zo meteen even toelichten dat de bruidsschat inhoudt, als het ware opgerold op 1 januari. En dat vormt samen het tijdelijk omgevingsplan. Dat omgevingsplan is letterlijk alle regels bij wijze van spreken, die we nu hebben uitgeprint, nietje eromheen en dat is het omgevingsplan. En wat vervolgens alle gemeentes in Nederland moeten doen, is dat omgevingsplan gaan uitrollen tot het omgevingsplan dat voldoet aan de bepaling van de Omgevingswet. Daarvoor hebben we in ieder geval tot 2032 om dat te doen. En dat betekent ook dat al die onderdelen, de huidige regels, de bruidsschat, die moeten allemaal verwerkt worden in dat omgevingsplan. En dat is een groot proces, waar onder andere de gemeente Laren voor staat de komende jaren. Maar dit krijgen we in ieder geval op 1 januari. Dat betekent ook dat bijvoorbeeld een initiatief dat binnenkomt, wordt nog getoetst aan de regels in het bestemmingsplan. Op het moment dat hij niet voldoet, dan moet er onder de nieuwe wet gewerkt gaan worden. Ga ik zo meteen allemaal verder toelichten. Wat onderdeel is van het tijdelijk deel, is de zogeheten bruidsschat. Misschien in de wandelgangen daar al iets over gehoord.

De bruidsschat is, zoals het Rijk het omschrijft, het cadeau van het Rijk waarin circa zeshonderd regels worden overgezet naar de gemeente. Dat geldt voor iedere gemeente. Die krijg je cadeau. En die regels komen bijvoorbeeld uit nu nog het activiteitenbesluit, milieuwetgeving, uit het Bouwbesluit, besluit omgevingsrecht. Daar zit het vergunningsvrij bouwen in. Daar komen alle regels van de bruidsschat vandaan. De bruidsschat is overigens al beschikbaar, toegankelijk. Mocht iemand hier zin in

hebben om zeshonderd regels te lezen, dat kan alvast. Maar die krijg je. Die worden opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. En daar zitten heel veel verschillende onderwerpen in. Er zitten bijvoorbeeld een aantal bouwregels in over het vergunningsvrij bouwen, wat we nu kennen uit de BOR. Er zitten regels in voor de voedingsmiddelenindustrie. Er zitten regels in voor lozingen, riolering, emissies van geluid, geur, trillingen door bedrijven, zwerfafval en archeologie. Dit is slechts een selectie van het aantal onderwerpen wat in de bruidsschat staat. Wat vervolgens de gemeente daarmee moet doen. Die moet aan het einde van de overgangsfase, 2032, al die bruidsschatregels analyseren en vervolgens verwerken tot eigen regels of laten vervallen. Die keuzes worden gemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan. Net zoals dat de keuzes worden gemaakt, hoe worden de huidige bestemmingsplannen omgezet naar het omgevingsplan, wordt er ook nagedacht over de regels van de bruidsschat. Wat gaan we daarmee doen? Daar hebben we drie opties bij. Schrappen. We laten de regel gewoon helemaal vallen. We gaan de regel een-op-een overnemen. Of we gaan die iets aanpassen. Bijvoorbeeld dat de inhoud van de regel iets aangepast wordt aan de gemeentelijke situatie. Het maken van die keuzes wordt opgenomen in het plan van aanpak voor het omgevingsplan.

Er wordt een plan van aanpak gemaakt, hoe gaan we dat omgevingsplan maken? Wat komt daarin? Wanneer gaan we welk onderdeel doen? En vervolgens wordt ook gekeken, welke regels moeten verplicht terugkomen? De gemeente is bijvoorbeeld straks verplicht om in zijn omgevingsplan regels op te nemen voor geluid. En de eerste aanzet daartoe staat in de bruidsschat. En wat belangrijk is om te weten, al die keuzes die daar nog voor gemaakt moeten worden, die worden, in het kader van het opstellen van de planwijziging van het omgevingsplan, ook voorgelegd aan de gemeenteraad. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven, wij gaan voor dit gebied alvast echt het omgevingsplan omzetten naar zoals de Omgevingswet heeft bepaald. En dan gaan we ook alvast deze bruidsschatregels omzetten. Dat hoeft ook niet allemaal in één keer. Die zeshonderd regels hoeven we niet allemaal één keer een besluit over te nemen. Dat kan ook in fases. Dan in het kader van dat omgevingsplan opstellen, een beknopte statusupdate. Want ook de gemeente Laren is samen met de gemeente Eemnes en de gemeente Blaricum al druk bezig met de voorbereiding van dat omgevingsplan. Waar dee focus op ligt, is op dit moment alle noodzakelijke voorbereidingen en de noodzakelijke raadsbesluiten. Dat is ook een later agendapunt vanavond. Er zijn een aantal besluiten nodig, voorbereidingen nodig om goed voorbereid te zijn op die 1 januari.

En een aantal besluiten zitten nog op dit moment in routing voor besluitvorming. Wat ook heel belangrijk is, is dat op 1 januari de gemeentelijke winkel open blijft. En daarmee bedoelen we, er komen initiatieven binnen, er worden vergunningen aangevraagd. Dat gaat straks allemaal onder de nieuwe wet. En dan moet de gemeentelijke winkel wel openblijven, dat die aanvragen ook ontvangen kunnen worden en dat er gewerkt kan worden met de nieuwe instrumenten die de wet voorschrijft. Op dit moment wordt er druk aan gewerkt om te verkennen, welke mogelijkheden hebben we? Wat voor proces hoort erbij? Wat voor inhoud hoort daarbij? Hoe gaan we dat inrichten? En dat wordt zover mogelijk al voorbereid voor 1 januari. Dan in relatie tot echt het omgevingsplan. Daar wordt vooral mee gestart vanaf het eerste kwartaal volgend jaar. Onderdeel daarvan is onder andere de verordening fysieke leefomgeving, die dit jaar nog wordt vastgesteld. We hebben nog een bodemplaat voor het omgevingsplan. Die is gereed. En de Omgevingsvisie wordt voorbereid. Ook voor dat omgevingsplan wordt er al het een en ander gemaakt, voorbereid en over nagedacht. En vanaf januari volgend jaar gaan we daarmee verder. En wat heel belangrijk is, allerlei technische voorbereidingen voor het in behandeling nemen van de vergunningen. Misschien heeft een van jullie wel via het Omgevingsloket een vergunning ingediend.

Dat werkt ook straks allemaal anders op 1 januari. En dat hele systeem en het Digitaal Stelsel Omgevingswet kennen straks geen ruimtelijke plannen meer. Dat wordt allemaal omgezet. En de gemeente is zich daar druk op aan het voorbereiden om al die technisch voorbereiding ook af te ronden. Dan in het kader van de bevoegdheden van gemeenteraad en college, want daarin verandert ook het een en ander. En wij lichten graag een aantal zaken daarvan toe. Ik heb hier even een aantal voorbeelden opgenomen van de verschillende bevoegdheden die je straks hebt als gemeenteraad of college onder de Omgevingswet. Helemaal links in de tabel staat,

voorbeelden van wat bevoegdheden nog kunnen zijn van de gemeenteraad. In het midden staan bevoegdheden van het college. En helemaal rechts in de tabel staan mogelijke delegatie van raad naar college. Ik zoom trouwens zo meteen ook even specifiek in op de situatie in Laren, waarin al een aantal keuzes zijn gemaakt. De gemeenteraad is bijvoorbeeld het bevoegd gezag om de Omgevingsvisie en alle wijzigingen daarop vast te stellen. Datzelfde geldt voor alle wijzigingen van het omgevingsplan. Net zoals dat nu bestemmingsplannen worden vastgesteld. De variant daarop onder de Omgevingswet, het omgevingsplan en alle wijzigingen daarvan worden door de raad vastgesteld. Daarbij geldt overigens nog wel een beperkte delegatie naar college voor een aantal onderdelen. Dat is vastgelegd in het besluit delegatie en adviesrecht. Kom ik zo meteen even op terug. Wat bijvoorbeeld ook een bevoegdheid is van de gemeenteraad, is welstandsbeleid vertalen naar beleidsregels. Dat zijn regels die in het omgevingsplan nog nadere uitleg behoeven. Echt vaststellen van die beleidsregels is een raadsbevoegdheid. Het aanwijzen van de Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit en Rijksmonumenten ligt ook bij de raad. Monitoring van de kwaliteit van participatie ligt ook bij de raad. Net zoals de monitoring van programma's en omgevingswaarden En als laatste hebben we nog het verzwaard adviesrecht.

De gevallen waarin bij een vergunningaanvraag de raad verplicht om advies moet worden gevraagd. Dat ligt natuurlijk ook nog bij de raad. En dan nog het besluiten dat participatie verplicht is bij een BOPA, Buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat is ook een bevoegdheid van de gemeenteraad. Dan heeft het college als bevoegdheid dat zij de omgevingsvergunningen verlenen. Dat is ook vastgelegd in de Algemene Wet Bestuursrecht. Het college verleent de omgevingsvergunningen. Het college kan ook advies verlenen als college, tenzij de raad dat verzwaard adviesrecht van toepassing heeft verklaard. En het college mag eventueel ook beleidsregels vaststellen die duiding geven aan beoordelingsregels in het omgevingsplan. En wat dan mogelijk gedelegeerd kan worden van raad naar college is delen van het omgevingsplan vaststellen, in bepaalde gevallen, en een voorbereidingsbesluit vaststellen bij wijziging omgevingsplan. Dat is mogelijk. Als we dan vervolgens inzoomen op de gemeente Laren. Op 22 december 2021 is het besluit adviesrecht en delegatie genomen. Daarin heeft de raad al besloten welke zaken omtrent dat omgevingsplan worden gedelegeerd. Er is in ieder geval een aantal gevallen aangewezen wanneer het college dat verzwaard adviesrecht, het bindend advies moet vragen aan de gevallen, zoals beschreven in lijst A. De bijlage bij dit besluit.

Met ingang van de Omgevingswet worden ook een aantal bevoegdheden gedelegeerd aan burgemeester en wethouders door middel van het Algemeen Delegatiebesluit. En in dat besluit is ook aangegeven om te evalueren gaandeweg het proces. Een aanvulling op dit besluit is nu in voorbereiding. En dat heeft te maken met de uitwerkingsbevoegdheden en de wijzigingsbevoegdheden. We kennen vanaf 1 januari geen uitwerkingsplan meer en geen wijzigingsplan. Maar voor de tijdelijke situatie heeft het Rijk daar iets voor bedacht, om wel op een soort van gelijk instrument verder te kunnen met het mogelijk maken van zulke plannen. Dit nog even samenvattend. Wat is dan die lijst B? Wat zijn de gevallen waarin het college bevoegd is tot wijziging van het omgevingsplan? Dat is de integratie van regels in gemeentelijke verordeningen. De wijziging van de planregels, zoals begripsbepalingen. Stel we moeten een begrip iets anders formuleren of een begrip toevoegen aan het omgevingsplan, dan mag het college daarover besluiten. Het inpassen van zogeheten BOPA’s, Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dat zijn namelijk vergunningen die zijn al verleend en die moet op een gegeven moment worden verwerkt in het omgevingsplan. Daar mag het college over besluiten.

Het college mag ook besluiten over het stellen van maatwerkregels en het stellen van exploitatieregels voor kosten, vooral bij aangewezen bouwactiviteiten. Dit is al besloten in 2021. Er is al nagedacht over een verdeling van college en raad. Als we dan vervolgens kijken naar die bevoegdheden, hoe gaan we dan straks initiatieven mogelijk maken, na 1 januari? Daarbij is belangrijk om te noemen dat er nog een aantal projecten doorlopen. Ontwerp bestemmingsplannen die nu ter inzage gaan voor 1 januari worden afgemaakt onder het huidig recht. Dat geldt ook voor vergunningen die nog dit jaar zijn aangevraagd. Die worden ook afgemaakt onder het huidige recht. Alles wat na 1 januari, nieuwe projecten, nieuwe aanvragen, die vallen allemaal onder bepalingen van de Omgevingswet. Op het moment dat

we dergelijke initiatieven mogelijk gaan maken. De gemeenteraad is bevoegd gezag bij alle planwijzigingen. En het is heel belangrijk om te noemen, op 1 januari is er al een omgevingsplan, van rechtswege. Ieder initiatief waarvoor een wijziging nodig is, is een wijziging van je omgevingsplan. Maar dat zijn bijvoorbeeld ook de komende jaren alle wijzigingen die ertoe leiden dat dat omgevingsplan van de gemeente Laren gaat voldoen aan de bepaling van de Omgevingswet. We krijgen in ieder geval tot 2030 planwijzigingen die concreet gaan over een nieuw initiatief, maar ook planwijzigingen die gaan over het omgevingsplan opstellen, zodat die voldoet aan de bepalingen van de wet. Uitzondering hierop betekent de onderdelen die gedelegeerd zijn aan het college, zoals net aangegeven. Het college is het bevoegd gezag voor de verlening van de omgevingsvergunningen. Zowel de Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten als de binnenlandse, de zogeheten OPA's. Dat werkt op dit moment ook al zo onder het huidig recht. Maar het college moet, net zoals nu de verklaring van geen bedenkingen van een gemeenteraad, verplicht advies inwinnen bij de gemeenteraad voor de aangewezen gevallen in het raadsbesluit adviesrecht en delegatie.

Met het oog op, wie gaat over het mogelijk maken van welk initiatief, sta ik er ook graag even bij stil, hoe gaan we dan vervolgens de initiatieven mogelijk maken? Dit schema laat zien hoe het straks werkt onder de Omgevingswet. Er wordt een principeverzoek ingediend. Dit is natuurlijk heel schematisch. Er zitten nog allerlei stappen tussen. En op het moment dat een principeverzoek wordt ingediend, hebben we als het ware twee afslagen. We hebben de wijziging van het omgevingsplan, de zogeheten planwijziging. Daar is de gemeenteraad voor aan zet. En we hebben de omgevingsvergunning, waar het college van B&W voor aan zet is. En die omgevingsvergunning bestaat uit de omgevingsvergunning voor de OPA, dat is binnenplans. Zo meteen in het omgevingsplan staat dat het bijvoorbeeld vergunningsplichtig is om een nieuw gebouw neer te zetten. Dan is in dat omgevingsplan die vergunningsplicht geregeld. En dat is binnenplans. Als iets echt helemaal niet past in dat omgevingsplan, dan gaan we door middel van een BOPA, buitenplans, afwijken. En in dat geval kan het nodig zijn dat binnen het advies van de raad wordt gevraagd, op het moment dat het een initiatief is die voorkomt aan de lijst van gevallen waarvoor bindend advies moet worden gevraagd. Daarbij hebben we ook nog verschillende procedures. De wijziging van het omgevingsplan is altijd uitgebreid. 26 weken.

In een omgevingsvergunning is in principe 8 weken reguliere procedure, tenzij wordt besloten, vanwege bepaalde omstandigheden, dat de uitgebreide procedure van toepassing is, 26 weken. Dat betekent in theorie ook dat als de reguliere procedure van toepassing is en niet anders is besloten voor een BOPA, dat ook binnen die 8 weken bindend advies aan de raad moet worden gevraagd. Dat is goed om even mee te geven. En wat ook goed is om mee te geven, die wijzigingen van het omgevingsplan. We maken geen plannen meer op zichzelf. Nu is een bestemmingsplan een op zichzelf staan project. Dat kunnen we gewoon als los product opstellen en vaststellen. Straks hebben we één omgevingsplan voor de hele gemeente. En die wordt constant gewijzigd en aangepast en aangevuld. We hebben geen plannen echt meer op zichzelf staand. Wat betreft die omgevingsvergunning. We kennen nu de vergunning op grond van de Wabo, Wet algemene bepaling omgevingsrecht. En we gaan zo meteen naar de omgevingsplanactiviteit. We spreken ook straks onder de Omgevingswet van activiteiten en functies. Vandaar dat we ook in het kader van de vergunningen het hebben over een omgevingsplanactiviteit. Zoals gezegd, we hebben daarvoor de binnenplanse variant, afgekort de OPA. Dat is ook het makkelijkste om te onthouden. De OPA is binnenplans.

En dat is de activiteit waarvan in het omgevingsplan is geregeld dat een vergunning nodig is. Mocht een plan helemaal niet passen, die is in strijd met het omgevingsplan, dan zijn er twee routes. We doen een planwijziging of we doen een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit. Dat is een mond vol. Afgekort noemen we dat de BOPA. En of we een planwijzing in een omgevingsplan gaan doen of een BOPA gaan aanvragen of een OPA, we hebben het zo meteen niet meer over een goede ruimtelijke ordening. Dat is waarschijnlijk ook een veel gehoorde term. Als we het nu ook hebben over een bestemmingsplan. We hebben het straks over de gehele fysieke leefomgeving. Elk initiatief waarvoor je een vergunning aanvraagt of een planwijziging nodig hebt, moet worden getoetst aan een zogeheten evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De opvolger van een goede ruimtelijke ordening. En door middel van een

motivering wordt dat inzichtelijk gemaakt. En het beste voorbeeld wat ik voor een evenwichtige toedeling van functie aan locatie kan geven. Ergens staat een woonwijk. Iemand wil een bedrijf vestigen met veel geluidsbelasting. Die gaan we natuurlijk niet direct naast de zijgevel neerzetten van de woning. Dat gaan we evenwichtig toedelen, zodat dat bedrijf kan functioneren, maar ook dat die woningen daar een goed woon- en leefklimaat hebben. Dat heeft alles te maken met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. En deze toets, die we straks kennen, gaat ook over veel meer aspecten dan de ruimtelijke ordening. We hebben ook straks te maken met thema's, zoals gezondheid, duurzaamheid, milieu. Het omgevingsplan gaat over de gehele fysieke leefomgeving. Er staan zo meteen ook in dat omgevingsplan, ten opzichte van voorbeeld nu een bestemmingsplan, geluidsregels of regels voor duurzaamheid, regels voor gezondheid, regels voor zwerfafval, regels voor energiemaatregelen. We krijgen daarbij ook veel meer regels in dat omgevingsplan, omdat het gaat over de hele fysieke leefomgeving. En met de komst van de Omgevingswet kennen we ook een ander proces, wat betreft het mogelijk maak van initiatieven. Ik zal jullie niet te veel vermoeien met hele uitgebreide schema's. Maar wat straks heel belangrijk is, is die voorbereiding.

Zoals gezegd, we maken geen projecten meer op zichzelf staand. In principe, een omgevingsvergunning is nogal een op zichzelf staand project, maar die moet uiteindelijk ook worden verwerkt in dat omgevingsplan. En we moeten toetsen aan de hele fysieke leefomgeving. Dat betekent dat er allerlei disciplines, allerlei verschillende belangen zorgvuldig moeten worden afgewogen. En dat er heel goed moet worden gekeken, hoe gaan we zo'n initiatief mogelijk maken? Er wordt al druk nagedacht over, hoe ziet dat voorbereidingsproces eruit? Hoe gaan we die verschillende belangen afwegen? Hoe gaan we initiatieven mogelijk maken? Dat betekent dat als er straks een principeverzoek wordt ingediend, wordt er bijvoorbeeld eerst gekeken, kan vergunningen die afhandelen of moeten we die integraal toetsen? Dan wordt hij ook behandeld op de intake- en omgevingstafel. Misschien ook wel ergens gehoord dat we die straks kennen. En die intake- en omgevingstafel zijn bedoeld om de verschillende initiatieven integraal af te kunnen wegen. En dan bijvoorbeeld ook om advies te vragen bij onze externe partners, zoals provincie, waterschap, veiligheidsregio. Die komen veel eerder in het proces aan de orde. Waarmee ook veel eerder duidelijkheid moet komen over de haalbaarheid en wenselijkheid van een plan. En vanuit die tafels volgt ook advies aan het college.

Gaan we meewerken aan dit initiatief of niet? In principe zit er geen rol voor de raad in, tenzij voorafgaand advies wordt gevraagd voor een specifiek geval. Dit is alleen nog maar de voorbereiding, zonder dat we al in een wettelijke procedure zitten. De wettelijke procedure betekent, we hebben de hele voorbereiding gedaan, we hebben de intake- en omgevingstafel gehad, het initiatief is wenselijk, haalbaar. Er moeten waarschijnlijk nog wel wat zaken gebeuren, zoals onderzoeken. En op dat moment wordt in geval van de BOPA, de Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit, een vergunning ingediend en wordt ook gepubliceerd dat de vergunning is aangevraagd. Dan gaan we of de 8 weken termijn volgen of we gaan de 26 weken termijn volgen. Dat zijn de gevallen waarop op dat moment wordt besloten dat de uitgebreide procedure van toepassing is. En een van de besluiten die ook nu is voorgesteld, is om die uitgebreide procedure als kader ook te koppelen aan de gevallen van het adviesrecht van de raad. Daarmee het kader neer te leggen. Mocht je een plan indienen wat op de lijst staat waar ook adviesrecht voor nodig is, dan is dat een kader om te bepalen van, dan gaan we werken met de uitgebreide procedure. Door dat besluit wat wij hebben voorgesteld, is het ook mogelijk om binnen 26 weken dat adviesrecht aan de raad te vragen, in plaats van binnen 8 weken.

En het is vooral geredeneerd uit het feit dat de uitgebreide procedure mag van toepassing worden verklaard voor gevallen waar bijvoorbeeld een groot maatschappelijk belang of die grote gevolgen kunnen hebben. Dat zijn ook juist de gevallen die op de lijst staan van het adviesrecht van een raad. Dan is het ook logisch om daarvoor de uitgebreide procedure te volgen. En wat belangrijk is, of we 8 of 26 weken, participatie is verplicht. En één van de zaken die vanaf volgend jaar wordt opgepakt, is een participatiebeleid in het kader van het kunnen toetsen van de verschillende aanvragen. En dan alsnog wordt natuurlijk besloten over de vergunning of die wordt verleend of geweigerd. Dan een iets ingewikkelder plaatje. Het omgevingsplan. Wat daar ook bij speelt, en veel meer dan

nu bij een bestemmingsplan, is dat dat hele voorbereidingsproces veel uitgebreider is. Enerzijds omdat we ook bij dat omgevingsplan toetsen aan de fysieke leefomgeving. Ook moeten allerlei belangen worden afgewogen. En wat heel belangrijk is, we werken continu aan één plan. Ook als er een initiatief wordt ingediend, dan moeten we goed kijken, hoe gaan we dat omgevingsplan dan wijzigen? Is er ook een andere wijziging ingediend, die mogelijk met elkaar kunnen conflicteren? Of hebben we twee plannen waarvoor we maar een deel van de regels hoeven aan te passen van het omgevingsplan? Want we hoeven straks, als we een plan gaan wijzigen, niet de hele set aan regels te maken, zoals we nu kennen bij bijvoorbeeld een woningbouwplan. We hebben een bestemming groen. We hebben een bestemming water. We hebben een archeologische dubbelbestemming. Straks kan het zijn, omdat je één omgevingsplan hebt, dat je alleen de regel moet wijzigen voor het aantal woningen op een bepaalde plek of de regels voor een bouwhoogte. En regels voor archeologie, als die hetzelfde blijven, dan blijven ze zitten in het omgevingsplan. Dan hoef je ze ook niet te wijzigen.

Ook in het kader van het aanpassen van het plan moet heel goed worden gekeken, wat moet er dan worden aangepast en hoe gaan we dat doen? De voorbereiding vraagt meer tijd, in het kader van afweging en hoe wordt het plan aangepast? En ook bij een planwijziging wordt dat behandeld op de intake- en omgevingstafel. En vervolgens vanuit daar wordt het planproces voorbereid. Er wordt gekeken, welke regels moeten we opstellen, welke geometrie, hoe gaan we dat motiveren? Het plaatje daarboven, dat is een voorbeeld van de voorbereidingsprocedure. Pas als we al die gekleurde stapjes hebben gedaan, dan start de wettelijke procedure. Dat moeten we eerst hebben afgerond. 26 weken zit in het plaatje daaronder, in het grijs. In principe, ik noem het maar even het gekleurde plaatje bovenin, daar zit geen wettelijke termijn aan vast. De gemeente kan uiteindelijk wel bepalen welke termijn ze daarvoor willen hanteren. Dat is de vraag, hoe lang er nodig is om van daadwerkelijk de aanvraag tot de voorbereiding van de planwijziging te komen. En op het moment dat dat hele traject is afgerond, dan start de wettelijke procedure. Dan wordt het bekendgemaakt, we gaan een planwijziging doen. Wordt er kennisgeving gedaan. En de planwijziging wordt als ontwerp ter inzage gelegd. De gewijzigde set aan regels. En dat is in principe een bevoegdheid van het college.

En zoals het nu op dit moment ook werkt, kan het best zijn dat die ontwerp planwijziging ook nog langs de raadscommissie gaat. En vervolgens hebben we ook nog steeds zienswijzen. De Omgevingswet heeft dat niet afgeschaft. Die hebben we ook straks nog steeds. Nog steeds 6 weken termijn voor zienswijzen. En na die 6 weken wordt de planwijziging vastgesteld door de gemeenteraad. We kennen ook geen voorontwerp meer. Er kan geen voorontwerp ter inzage worden gelegd. We kennen alleen ontwerp en vaststelling en daartussen de periode voor zienswijzen. En daarna start het traject van het mogelijk beroep bij de Raad van State. Ook dat blijft bestaan onder de Omgevingswet. Die 26 weken start op het moment bekendmaking planwijziging. Dan gaat de 26 weken termijn lopen. Ik heb heel veel informatie gegeven. Omgevingsplan in een notendop. Omgevingsvergunning in een notendop. Ik kan me heel goed voorstellen dat er nog allemaal vragen zijn. De voorzitter: Dank voor de presentatie. En ik moet dan heel erg terugdenken aan 2011, toen minister Schultz van Haegen deze wet invoerde en zei van, het moet eenvoudig beter worden. Dat is wat er uitgekomen is. Dan weten we weer als we een wetswijziging willen maken. Ik ga ervan uit dat er een aantal vragen zijn, als ik deze presentaties zo hoor. En ik ga een rondje maken. Ik kijk even naar de verschillende fracties. Eén, twee, drie, vier.

Alle fracties willen wel een vraag stellen. Ik begin bij D66, want jullie hadden een vraag gesteld over de zeshonderd verschillende regels. En ik kan me zo voorstellen dat jullie daar nog wat nadere toelichting op die regels hebben. Mevrouw Fontaine: Jazeker. Het is een enorme vragenschat. De voorzitter: Mevrouw Fontaine.

Mevrouw Fontaine: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Zeshonderd regels. Gaan die regels, als daar bepaald wordt of eraan vastgehouden wordt of dat ze veranderd worden, regionaal aangepakt worden in regiopodia, zodat er één lijn bijvoorbeeld in de BEL-gemeentes is. Mevrouw Best-Beemsterboer: Dat is wel de bedoeling. In ieder geval op milieuvlak wordt er zoveel mogelijk ook samengewerkt met de Omgevingsdienst. Juist om te kijken, hoe kunnen we die regels zo goed mogelijk vertalen? Ook omdat milieuvraagstukken gaan natuurlijk de gemeentegrens over. Als een bedrijf op de gemeentegrens zit, dan stopt daar niet het geluid. En we kunnen ook juist van elkaar leren. Het wordt in ieder geval binnen de BEL-gemeentes in zoveel mogelijk gezamenlijk opgepakt. En dat geldt ook voor de voorbereiding van de omgevingsplannen. Er kan heel veel van elkaar worden geleerd en gekeken worden van, hoe kunnen we elkaars krachten benutten? Dat wordt zeker opgepakt en ook gekeken in de regio, wat ligt er al? Kunnen we daar gebruik van maken? Kunnen we daarvan leren? Dat gebeurt zeker. Mevrouw Fontaine: Dank u wel. En mocht ik tijd hebben in de kerstvakantie, waar kan ik die zeshonderd regels vinden? Mevrouw Best-Beemsterboer: Ik denk dat het het handigste is om daar een linkje voor te sturen. Maar sowieso kan ik de website aanraden van het IPLO. Dat is I, P, L, O.

Dat is de algemene website waarin allerlei informatie te vinden is. En daar zijn ook alle geconsolideerde teksten van onder andere de bruidsschat en de Omgevingswet te vinden. En ook allerlei handige informatie. Mevrouw Fontaine: Dank u wel. Mag ik nog een vraag stellen, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: U mag nog een vervolgvraag stellen. Mevrouw Fontaine: Heel fijn. Hij gaat nu over een ander onderwerp. De voorzitter: Mag ook. Mevrouw Fontaine: De 26 weken, is dat niet heel erg lang? Want het klinkt niet zoveel, maar het is wel een half jaar. Zijn er ook gevallen misschien dat de verklaringen van geen bezwaar door de raad in procedures gevat kunnen worden die 8 weken duren of wordt dat nog per geval bekeken? Kunt u daar een antwoord op geven? De voorzitter: Mevrouw Wissing. Mevrouw Best-Beemsterboer: 26 weken is overigens een termijn die we nu ook al veel kennen bij bestemmingsplannen. Als we echt kijken van ontwerp tot daadwerkelijk vaststelling en alle stappen daartussen. Het aanpassen van plannen, behandelen van de zienswijze, het langs college brengen, langs raad, dan zijn we ook altijd al 6 maanden minimaal bezig. 8 weken wordt het sowieso niet, want dit is wettelijk bepaald dat het uitgebreid moet.

Maar wat natuurlijk wel kan, stel er worden geen zienswijzen ingediend, dan ben je natuurlijk veel minder lang bezig om dat allemaal samen te vatten en het plan aan te passen. Daarin zou dan wat versnelling kunnen plaatsvinden. Maar we hebben nog steeds te maken met, wanneer vergadert het college, de raad? Wanneer kunnen we plannen daar inbrengen? En moet er nog afstemming plaatsvinden? Nog extra participatie? Ik denk, bij de meeste plannen zullen we toch wel zitten aan die 6 maanden. Mevrouw Fontaine: Dank u wel voor uw antwoord.

De voorzitter: Dank. Daarmee zijn uw vragen beantwoord. En u hebt gezien, archeologie zit als een van de bruidsschatkeuzes als een soort voorproefje in de beslissingen die we gaan nemen. Gaan we naar Liberaal Laren. Ik zie de heer Oomkens. De heer Oomkens: Dank, voorzitter. Ik heb wat dingen genoteerd. Maar in de eerste plaats eigenlijk, ik denk dat dit voor heel veel leden van deze commissie een ontzettende berg informatie is en volstrekt nieuw. En eigenlijk vind ik het jammer dat wij nu, pak hem beet, anderhalf jaar bezig zijn. De invoering van de Omgevingswet is een aantal keren uitgesteld. En eigenlijk is het te betreuren dat wij niet met zijn allen eerder zijn geïnformeerd over de inhoud van de Omgevingswet en wat er op ons afkomt. De voorzitter: Ik ga u even in de reden vallen, want we hebben wel een aantal voorbereidende bijeenkomsten gehad. Ook met de vorige raad zelfs al. Ik wil u eigenlijk verzoeken even te beperken tot de vragen. Later, bij de volgende agendapunten, kunt u ook dit soort opmerkingen maken. De heer Oomkens: Heel goed. Ik heb verder genoteerd, vanaf 1 januari 2024 hebben we geen bestemmingsplan meer, maar één omgevingsplan. Concrete vraag. Hoe vertaalt dat zich naar de huidige situatie? We hebben nu in ons dorp een X-aantal bestemmingsplannen. Vanaf 1 januari hebben we één omgevingsplan.

De voorzitter: De vraag om het inzichtelijk te maken? Wat zien wij straks? De heer Oomkens: Kan er iets tussen wal en schip vallen? Is er iets waar we ons zorgen over zouden moeten maken? De voorzitter: Mevrouw Wissing. Mevrouw Best-Beemsterboer: In principe valt er niks tussen wal en schip. De bestemmingsplannen die we nu allemaal kennen in de gemeente Laren blijven gelden totdat ze worden vertaald naar omgevingsplanregels. Die echt voldoen aan een Omgevingswet. Dat betekent ook dat als er een initiatief wordt ingediend en die voldoet aan het huidige bestemmingsplan, dan kan dat initiatief ook mogelijk worden gemaakt. Dat blijft in principe gelden. Ruimtelijke plannen blijft ook in de lucht als informatiebron, om in ieder geval de plannen te kunnen raadplegen. En daarnaast is er heel veel overgangsrecht geregeld. Mochten er toch zaken... Dat is altijd bij een wetswijziging. Dat was ook toen we naar de Wet ruimtelijke ordening gingen. En er is ook nog heel veel overgangsrecht. Maar om ons nu even te beperken tot de bestemmingsplannen. Die blijven gewoon gelden. Die worden alleen samengevoegd tot één omgevingsplan. Maar het huidige recht blijft voorlopig het huidige recht. We krijgen alleen met het nieuwe recht te maken op het moment dat het niet meer past. Dat betekent ook dat de ambtenaren in verschillende wetten zo meteen nog zitten te werken.

En we voegen ook nog steeds bestemmingsplannen toe die nu in procedure zijn. Die worden ook nog aan dat tijdelijk deel toegevoegd. En daarvoor blijft ook het huidige recht gelden. De voorzitter: Helder. Dank. Iets gerustgesteld? Het blijft een heel pak informatie. Dat gaat heel goed. Ik ben het met u eens dat het inderdaad zoeken is naar, hoe gaan al die nieuwe termen heten? Maar eigenlijk is het zo dat inderdaad het bestemmingsplan het omgevingsplan wordt. Zo moet je het zien. Totdat wij iets wijzigen als raad. Daar komt het eigenlijk op neer. Ik zie mevrouw Timmerman knikken. En we gingen naar één woordvoerder per fractie. Ik ga naar de fractie van Groen Laren. De heer Wichers Schreur.

De heer Wichers Schreur: Dank u, voorzitter. Ik zal daar het woord doen. Dank u voor de presentatie. Als er een ding in ieder geval duidelijk is geworden, is het hoe complex dit hele dossier is. En toch is er nog een redelijke helderheid in de presentatie. Het enige punt waar ik een beetje op blijf hangen, is die BOPA. Je maakt plannen. En daar heb je dan een uitzondering op, op zo’n plan, zo’n BOPA. Kan zo’n BOPA een precedentwerking hebben? Dat wil zeggen dat je eigenlijk met het toekennen van een BOPA een feitelijke wijziging op je omgevingsplan maakt. Of moet je een volgende zaak, die vergelijkbaar is, weer geheel onafhankelijk door dezelfde molen halen? Mevrouw Best-Beemsterboer: In algemene zin geldt dat bij ieder initiatief sowieso moet worden afgewogen of er sprake is van precedentwerking. Maar belangrijk is, met een BOPA wordt in principe niks gewijzigd. We wijzigen ook niet de onderliggende functie of de onderliggende regels. We wijken alleen af. Stel we hebben ergens een locatie voor wonen. Daar mag je tot acht meter hoog bouwen. Er komt een dakopbouw op. Die past niet. Er wordt een BOPA verleend om een dakopbouw erop te zetten van drie meter. Dan geldt aanvullend dat daar drie meter bouwhoogte is toegestaan. Maar alle regels die daar al golden op die locatie blijven van toepassing.

Daarbij geldt dan natuurlijk wel dat als een BOPA wordt verleend voor die dakopbouw van drie meter en de buurman vraagt die ook aan en die wordt afgewezen, dan kan er mogelijk sprake zijn van precedentwerking. Dat kennen we eigenlijk nu ook al. Dat verandert niet. En daarom is het ook heel belangrijk dat al die vergunningen moeten binnen vijf jaar verplicht zijn verwerkt in het omgevingsplan. Dat hoeft overigens pas na 2032. Dat is wel belangrijk om te vermelden. En daarmee ontstaat ook, in het kader van precedentwerking, heel veel informatie over, welke regels gelden precies op die locatie? En is daar inderdaad bij die buurman iets anders op het moment dat die vergunning wordt aangevraagd. Ik hoop dat dat wat informatie geeft. De heer Wichers Schreur: Dank u wel voor die informatie Ik denk wel in de praktijk dat het een en ander zal gebeuren dan met die BOPA’s. De voorzitter: Is wel interessant. Aanvullende vraag van, hoe gaat het met juridische consequenties? Want ik denk dat u daar een beetje op doelt. Betekent dat, dat we nieuwe rechtspraak krijgen, nieuwe uitspraken en hoe is dan de verwachting dat daarmee wordt omgesprongen? Wat het effect is? Mevrouw Best-Beemsterboer: In algemene zin geldt, is dat er sowieso allerlei nieuwe jurisprudentie, rechtspraken komen vanaf 1 januari, omdat we gaan toetsen aan een nieuwe integrale wet die gaat over de hele fysieke leefomgeving.

Het omgevingsplan biedt veel meer ruimte voor lokaal maatwerk, daar waar je dat wil als gemeente. Die spelregels zijn deels al door de wet vastgelegd, maar die bieden juist ook heel veel ruimte om als gemeente echt invulling te geven aan je omgevingsplan. Er zal nog echt heel wat jurisprudentie over komen, net zoals dat we dat nu eigenlijk ook al kennen. En met die jurisprudentie ontwikkelen ons ook steeds verder voort onder de Omgevingswet. Een deel van de spelregels kennen we al en een deel van de spelregels zal ook wel moeten blijken uit de rechtspraak en jurisprudentie, zoals de afgelopen jaren het speelveld rondom de Wet ruimtelijke ordening is gevormd. De voorzitter: We gaan naar Larens Behoud. En ik zie mevrouw Van Oort haar vinger opsteken. Mevrouw Van Oort. Mevrouw Van Oort: Dank u wel, voorzitter. Ik was benieuwd, de nieuwe Omgevingswet moet het eigenlijk juist allemaal eenvoudiger maken, is het idee. Eén plan. En bij een initiatief voor een bouwwerk iets, ik ben benieuwd, wordt dat ook de burger makkelijker gemaakt, dat bouwen wat meer gestimuleerd kan worden? Er

is veel behoefte aan woningen, aan woningbouw. Verwacht u ook dat dit straks het dan makkelijker maakt, het hele proces eigenlijk? De voorzitter: Mevrouw Wissing. Mevrouw Best-Beemsterboer: Wat in ieder geval meehelpt zo meteen, is op het moment dat het hele systeem werkt en alles aan de voorkant ook goed is geregeld, dat de informatie voor de burger toegankelijk wordt. Er is straks een loket waarin door middel van een vragenboom een heel lijst aan vragen doorlopen kan worden. Ik wil een schuur bouwen en daar wil ik ook zonnepanelen op en ik wil een boom kappen. Heb ik daar een vergunning voor nodig? Dat is een systeem wat de gemeente moet inrichten. Maar dat is veel toegankelijker dan dat we nu kennen. Want nu hebben we, misschien wel bekend, het Omgevingsloket. Een enorme waslijst aan allerlei afwijkingen, moeilijke termen. Dat moet in ieder geval eenvoudig beter worden. Dat het aan de voorkant voor de burger beter toegankelijk is, de informatie. En in het kader van het mogelijk maken van initiatieven kunnen we zaken bespoedigen. Dat zijn echt keuzes die in het kader van het omgevingsplan gemaakt kunnen worden. Er is veel ruimte voor lokaal maatwerk. In het kader van het omgevingsplan kan bijvoorbeeld worden gekozen om zaken die nu vergunningsplichtig zijn dan toch een iets minder zwaar rechtsmiddel mee te geven. Bijvoorbeeld dat een melding moet worden ingediend.

Dat is toch iets minder zwaar dan een vergunning. En daarmee kunnen eventueel ontwikkelingen worden bespoedigd. Maar dat zijn echt keuzes die te maken hebben met het maken van de regels van het omgevingsplan. Maar die ruimte is er wel om die keuzes ook te maken. De voorzitter: Nog een andere vraag, zie ik. Mevrouw Van Oort: Ook over de kosten. Stel iemand dient een bouwaanvraag in. Er komen wat meer verplichtingen bij, heb ik begrepen. Het controleren van de bouw moet dan door een externe worden gedaan. Een bepaald kostenplaatje hoort erbij. Kunt u een beetje duidelijk maken welke... Het klinkt alsof het allemaal iets duurder gaat worden dan. Kunt u daar wat over zeggen? Mevrouw Best-Beemsterboer: In dit kader kan ik daar weinig over vertellen. Dit zijn ook echt wel vraagstukken die bijvoorbeeld samenhangen met een nieuwe legesverordening. In principe, de procedures kennen we een beetje zoals we ze nu kennen. Alleen hebben we daar minder varianten op. Echt qua kostenverhaal kan ik daar zelf op dit moment geen antwoord op geven. De voorzitter: Dat waren uw vragen, mevrouw Van Oort? Mevrouw Van Oort: Ik had wel nog een vraag over het omgevingsplan. Als er een wijziging is, wat is dan de procedure daarbij? Want dan begrijp ik dat het ook langs de raad gaat. Die kan het vaststellen.

Komt het dan weer ter inzage? Wat is uw verwachting ervan? En verwacht u vaak een wijziging? Want als mensen initiatief nemen, hoeft het niet altijd ertoe te leiden dat ook het omgevingsplan dan hoeft te veranderen. Mevrouw Best-Beemsterboer: Er zullen initiatieven in ieder geval zijn waarvoor het niet mogelijk is om het af te handen door middel van een vergunning. Die moeten in ieder geval via een planwijziging. En ik verwacht wel dat we de komende jaren heel veel planwijzigingen gaan zien. Ook omdat dat omgevingsplan echt moet worden ingevuld met regels die voldoen aan een bepaling van de Omgevingswet. Wat een belangrijk onderdeel is van het plan van aanpak is, hoe gaan we dat faseren, die verschillende planwijzigingen? Wat we bijvoorbeeld bij veel gemeentes zien, is dat, even los van de initiatieven waar ook een wijziging voor nodig is, dat hele gebieden in één keer worden omgezet. Bijvoorbeeld de dorpskernen of het buitengebied. Daar wordt

een set aan regels helemaal gemaakt, zoals die voldoet aan de Omgevingswet. En dan kan dat in één keer worden vastgesteld in plaats van dat we dat gebied in tien stukjes gaan opknippen. Maar in ieder geval tot 2032 verwacht ik veel planwijzigingen. En het kan ook zijn dat er meerdere planwijzigingen worden voorgelegd, omdat bijvoorbeeld drie onderdelen van de regels worden gewijzigd. Net zoals dat er nu drie bestemmingsplannen op de agenda zouden kunnen staan, zijn er dan drie planwijzigingen. Maar dan wordt wel dat ene plan op die drie punten gewijzigd. En dan moet vooraf natuurlijk wel worden gezorgd dat dat niet conflicteert met elkaar. Mevrouw Van Oort: Mag ik nog één vraag? De voorzitter: Laatste vraag. Zeker. Mevrouw Van Oort: Op dit moment als je nu nog een vergunning aanvraagt ,een bouwvergunning, dan wordt er eigenlijk verwacht dat je dat vrij zelfstandig aanpakt. Dat je dat zelf toetst eerst, is het vergunningsvrij of niet? En ik begrijp dat straks vanaf 1 januari dat de gemeente meer een soort van klantvriendelijke uitnodiging heeft. Je wordt ontvangen bij een bepaalde ontwerptafel. Hoe gaat dat dan precies? En hoe is dat dan ook voor de ambtelijke bezetting? Ben ik benieuwd. Zijn jullie daar klaar voor? Misschien ook dat. Mevrouw Best-Beemsterboer: In ieder geval geldt ook daarvoor, voor het inzichtelijk maken van de burger weer die vragenbomen vooraf.

Ik wil een schuur bouwen met zonnepanelen erop en ik wil een boom kappen. Dat eigenlijk vooraf al heel veel informatie op te halen is. En voor de intake- en omgevingstafel geldt dat daar inderdaad een initiatiefnemer eventueel uitgenodigd kan worden om een nadere toelichting te geven of nadere stukken aan te leveren. Dat is veel meer vooraf in gesprek als daadwerkelijk het plan er ligt. En wat betreft ambtelijke capaciteit. Er wordt nu al goed nagedacht over de inrichting van de intake- en omgevingstafel, ook hoe dat ambtelijk wordt georganiseerd. Want dat vraagt inderdaad ook dat verschillende ambtenaren van verschillende disciplines aansluiten om bijvoorbeeld bij de omgevingstafel zaken te bespreken. De voorzitter: Helder. Dat waren alle vragen van u? Ja? Dan gaan we naar de VVD. De heer Westendorp. De heer Westendorp: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dank voor de presentatie. We hebben inderdaad een aantal presentaties gehad. En langzaam beginnen de contouren een beetje helder te worden. Maar toch nog een paar vragen. Zoals u zei, wordt er veel gedecentraliseerd op het gebied van regels. Er komt toch wel weer wellicht een kleine tsunami van activiteiten ook naar de gemeente toe. Dat zal extra werkdruk bij de BEL wellicht genereren. Misschien is dat gedekt door overheidssubsidies, waardoor er mensen kunnen worden aangenomen. Daar zou ik graag iets meer over willen weten.

Maar ik zou ook van u willen horen, een inschatting, want zojuist gaf u al een opmerking dat u in het begin veel wijzigingen verwacht wat er bij de commissies en bij de raad terecht gaat komen. Want het aantal raadsleden en commissieleden zal niet snel toenemen. Dat moeten wij allemaal gaan verwerken. Kan u daar iets over zeggen, zodat we een idee hebben? En eigenlijk een vervolgvraag daarop is, is het, als het antwoord bevestigend is dat het inderdaad meer werk gaat opleveren, met name in het begin? Want we moeten ook ergens aan wennen. Is het dan handig om niet alleen een presentatie, maar ook een soort training te krijgen bij de procedures die bij ons behandeld gaan worden, dat we weten waar we het over hebben vanaf het begin? Dat is al een idee en een suggestie. Afhankelijk van het antwoord. Een andere vraag. Het wordt allemaal makkelijker aan de voorkant voor de burger om bepaalde procedures door te lopen. Dat is wel vaker gezegd in de digitalisatiegolf waar we in zitten. Maar ook daar zien we bij allerlei andere overheidsloketten dat toch een groot gedeelte van de burgers het

moeilijk vindt om dat soort processen te doorlopen, omdat het abstract is of om welke reden dan ook. Hoe gaan we daarmee om, als de mensen zelf eigenlijk de aanvraag niet voor elkaar kunnen krijgen? Mevrouw Best-Beemsterboer: Misschien om met het eerste punt te beginnen, subsidies. Dat zou ik graag onder de noemer van alle kosten willen brengen. Daar kan ik op dit moment zelf weinig aan toevoegen. Wat betreft wat er allemaal langs de raadscommissies en de raad komt, dat lijkt me een heel wezenlijk onderdeel van het plan van aanpak van omgevingsplan, om dat ook uit te lijnen. Bijvoorbeeld een onderdeel daarvan is een planning te maken, wanneer verwachten we de eerste grootschalige planwijziging? En hoe gaan we dat ook in routing doen voor het bestuur? En ook om na te denken over, hoe vaak gaan we planwijzigingen op wel welke manier langs het college in de raad brengen? Dat zijn zaken waar zeker over na wordt gedacht, maar dat moet nog verder worden uitgewerkt. En in het kader van de trainingen en dergelijke, een heel belangrijk onderdeel in dat kader van echt dat opstellen van het omgevingsplan dat helemaal voldoet aan de bepaling van de Omgevingswet, is het betrekken van de raadscommissie, de raad en het college in allerlei vormen. Onwijs belangrijk. Dan wel in trainingen, in informerende sessies, in technische sessies om uit te leggen hoe het werkt.

Wat komt er zo meteen op ons af? Wat zijn de termen? Wat zijn de keuzes? Bijvoorbeeld uit mijn eigen werkveld zien wij dat we nu al vaak ook presentaties doen bij een gemeenteraad om echt uit te leggen van, we gaan straks een planwijziging doen. Dat houdt dit in. Of we gaan deze keuzes maken. En we gaan vooraf heel erg uitleggen, wat houden die keuzes in? En wat zijn de gevolgen? Ook om jullie meer gevoel te geven bij de Omgevingswet en wat jullie rol daarin is. Dat zou ik graag mee willen nemen in het kader van het opstellen van het omgevingsplan. De voorzitter: U had nog een vervolgvraag daarop? De heer Westendorp: Ja, nog een kleine vervolgvraag op deze eerste vraag. Theoretisch kan het zo zijn dat wij in januari al te maken krijgen met een omgevingsplanwijziging. En er wordt nu over nagedacht hoe we de raad en de commissie gaan trainen. Is dat niet lichtelijk aan de late kant, vraag me dan af? Mevrouw Best-Beemsterboer: Misschien ter kleine geruststelling. We zijn op dit moment, in het kader van het openhouden van de winkel, aan het inventariseren of er planwijzigingen worden verwacht op 1 januari. Die verwachting is er op dit moment niet. In geen van de drie gemeentes. Wel dat er mogelijk een eerste planwijziging, laten we zeggen, derde kwartaal volgend jaar komt. Dat betekent dat we die eerste paar maanden daarvoor kunnen benutten.

We hebben namelijk, samen ook met het ambtelijk apparaat van de gemeentes, geïnventariseerd, welke initiatieven liggen er? Welke projecten liggen er? Zou dat eventueel afgehandeld kunnen worden met een BOPA of een OPA, zodat we wel op 1 januari de winkel open kunnen houden. Dat is wel gebeurd. Op dit moment verwachten wij niet in de eerste paar maanden meteen een planwijziging van het omgevingsplan. Daarnaast kan ook gewoon aan initiatiefnemers worden meegegeven dat mocht het nodig zijn dat er echt wel meer tijd voor nodig is, ook omdat de gemeente gewoon nog dat hele proces door moet vanaf 1 januari. Dat is de transitieperiode waar we staan. En daarin is de gemeente Laren, ook Eemnes, Blaricum, eigenlijk alle gemeentes in Nederland niet anders. Er zullen ook genoeg initiatiefnemers daar op verschillende plekken tegenaan lopen, totdat het een en ander werkt en het omgevingsplan echt is uitgebouwd. De voorzitter: Helder. Denk ik, vraag beantwoord. De heer Westendorp: Behalve mijn tweede vraag over de voorkant die eenvoudiger wordt, maar dat we nog steeds te maken krijgen met inwoners die wellicht moeite hebben om dat voor elkaar te krijgen. Wat voor een ondersteuning is daarvoor geregeld?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13678634/2