CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Ruimte en Infrastructuur 21 september 2022

Commissie Ruimte en Infrastructuur 21 september 2022, gemeente larenBij agendapunt: Opening, vaststelling agenda17.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE CIE R&I VAN GEMEENTE LAREN d.d. 21 september 2022

1.

Opening, vaststelling agenda De voorzitter: De klok werd acht. Hartelijk welkom allemaal op deze, zal ik maar even zeggen, eerste commissievergadering in nieuwe samenstelling na de installatie van het college van R&I van de gemeente Laren. Allemaal hartelijk welkom, commissieleden en uiteraard ook de mens op de publieke tribune, ambtelijke ondersteuning en ik zal maar zeggen ook de luisteraars op internet die wellicht ook men ons meeluisteren. Daar kom ik zo meteen nog even op terug. Allereerst hebben wij zo meteen de vaststelling van de agenda, maar dan kan ik al wel vast even mededelen dat wij twee afwezigen hebben voordat we dat doen, namelijk de heer Oomkens en mevrouw Krapels. Die wordt vervangen, begrijp ik. En de heer Oomkens kan maar beter thuisblijven, kunnen we zeggen. Oké, prima. Wat ik u verzoek ook vanavond voordat we overgaan tot de vaststelling van de agenda, is dat u alstublieft via mij wil spreken. Want zoals ik al zei, we hebben luisteraars op internet die nu of allemaal later een keertje willen terugluisteren en dat gaat alleen goed als u het via mij doet. Als we dat kunnen afspreken, dan komt het vast goed. Dan ga ik over naar vaststelling van de agenda. Kunt u instemmen met het voorstel zoals het is voorgelegd? Ja, prima. Dan stellen we dat vast. En dan gaan wij, heb ik nog het punt sprekers.

Wij hebben geen sprekers vanavond, dus we kunnen direct door naar agendapunt twee.

2.

Vaststelling van de lijst adviezen en conclusies vergadering commissie R&I d.d. 20 april 2022 De voorzitter: dat betreft de vaststelling van de lijst adviezen en conclusies van de vergadering commissie R&I van 20 april. Dat is al best een tijd geleden. Ik weet niet of u nog weet wat u toen allemaal heeft gezegd, maar het staat op papier. Iemand behoefte om daar nog het woord over te voeren of kunnen we dat vaststellen? Goed, dan stellen we dat vast onder dankzegging van de opstellers.

3.

Mededelingen De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt drie. Dat zijn de mededelingen. Vanuit u, vanuit de commissie, behoefte om een mededeling te doen? Ja. Dan vanuit het vak wethouders. Mijnheer Westerkamp. De heer Westerkamp: Vanuit het college, mijnheer de voorzitter. Dames en heren, in de Gooi en Eemlander en de sociale media zijn de afgelopen periode diverse berichten verschenen ten aanzien van het Brinkhuis en dan met name het moeten verdwijnen van de bewegingsinstructeurs uit hun huidige zaal in relatie tot het verhuizen van het college van B&W staf en de griffie. Nu het raadhuis verkocht is, neemt de onrust toe. Wethouder Van Midden praat de raad daar volgende week verder over bij wat betreft de verkoop van het raadhuis, maar het college heeft nu toch wel behoefte om u over de huidige stand van zaken en het komend proces ten aanzien van de verhuizing te informeren. Even kort de voorgeschiedenis. De raad heeft begin dit jaar besluit genomen over verhuizing van het college, de staf en de griffie naar het Brinkhuis. Dit college voert dat besluit uit. Belangrijke randvoorwaarde is de geslaagde verkoop van het huidig raadhuis. Nu dat is gebeurd, gaan we voortvarend aan de gang. Maar voordat ik uw meeneem, moet er toch wat van mijn hart.

Omdat ik toch wel zie in de sociale media dat er ook in de Gooi en Eemlander wordt gesteld dat er al besluiten genomen zijn, willen wij u daar toch wat nuancering in aanbrengen. Voor het zomerreces heb ik samen met de gemeentesecretaris met alle bewegingsinstructeurs een gesprek gevoerd. In dit gesprek heb ik de dames aangegeven dat ze feitelijk te vroeg zijn, maar gezien hun zorg ik begrijp dat ze graag in gesprek wilde. Dat ze

te vroeg aan tafel zaten, had ermee te maken dat ik, als verantwoordelijk wethouder voor het Brinkhuis en de verhuizing van het gemeentebestuur, dit laatste overigens samen met mijn collega Jan van Midden, bepaalde ideeën hebt over het herhuisvesten van het college, staf en griffie. De eerste opzetten die gemaakt zijn, die u al kent, gaan uit van kantoren voor elk lid van het college individueel. In deze tijd van flexibel en hybride werken en dat je als bestuur open en transparant toegankelijk wil zijn, past zo’n inrichting niet. Dat is mijn visie. Op het moment dat ik met de bewegingsinstructeurs aan tafel zat, had ik nog niet mijn visie kunnen delen met mijn collega’s. Inmiddels is dit wel gebeurt en gaan we kijken wat dat dan in de praktijk betekent. Ik wil bijna wel stellen dat we wellicht minder ruimte in beslag nodig hebben, maar dat kan ik nog niet hard maken. Vandaar dat ik de dames heb gemeld dat zodra we echt aan het project van de verhuizing gaan beginnen, we dan met elkaar om tafel gaan. Maar niet alleen met hen, maar met alle gebruikers van de locaties van het Hart van Laren. Want we hebben het niet alleen over het Brinkhuis, maar ook over Schering en Inslag. Wat gebeurt er nu? Nu de verkoop rond is, gaan we concreet aan de slag met de verhuizing. Voor de aansturing van het project verwerven we een projectleider.

Ik heb daar vanmiddag een eerste kandidaat voor gesproken, volgende week een tweede. De projectleider krijgt opdracht om bestuurlijk en operationeel te zorgen dat de verhuizing geregeld wordt. We verwachten ergens in het eerste kwartaal formeel te verhuizen. Aandachtspunten vanuit onze kant: de raad kent de schetsen van de inrichting die eerder gemaakt zijn. Het college, zoals ik al eerder zei, wil daar graag met een projectleider goed naar kijken om, zoals net al aangegeven, een moderne, open en toegankelijke werkomgeving te creëren en het ruimtebeslag goed te bekijken. De verschillende activiteiten en opgeslagen spullen uit het raadhuis worden geïnventariseerd en plekken elders worden daarvoor gevonden. Zo is er binnenkort een gesprek over de wijze waarop we de kunst uit de opslag die in het raadhuis blijft, blijven exposeren en over de burgemeester schilderijen. Ook met de Stichting Feestweek wordt een afspraak gemaakt over hun spullen. Wat gebeurt er in het Brinkhuis? Vooropgesteld is het goed om te markeren dat de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de verschillende gebruikers bij de directeur van het Brinkhuis ligt. Zoals al gesteld, zijn er nog steeds gebruikers die niet tevreden zijn met de aangeboden alternatieven. De gesprekken daarover worden binnen het project verhuizing nog voortgezet.

Zoals het vorig college bij de besluitvorming heeft gezegd, is er in principe voldoende ruimte om alle activiteiten in het Hart van Laren complex voort te zetten, maar mogelijk niet op dezelfde tijd of in dezelfde zalen die tot nu toe gebruikt worden. Maar dat is een puzzel die de komende maanden definitief gelegd wordt. Daarover is op dit moment nog niets besloten. Ondertussen ziet u wel dat de visie Brinkhuis al op onderdelen uitgevoerd wordt, onder andere door de herinrichting van de hal, de balie en de opening van het terras. Uiteraard blijven we de raad informeren zodra er nieuws of verdere ontwikkelingen zijn. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Westerkamp. Een vraag? Ja, de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Hartelijk dank, wethouder, om enige toelichting te geven. U zegt: de mensen zijn te vroeg. Ik krijg de indruk dat een aantal mensen denken dat ze te laat zijn, omdat er al een hele hoop dingen gecommuniceerd zijn. Er is al een vlekkenplan gepubliceerd. Er is al gesproken over de inrichting en over het verdwijnen van een aantal locaties binnen het gebouw. Dus ik ben blij dat u zelf zegt dat ze te vroeg zijn, omdat de meeste mensen denken dat ze te laat zijn en het al een gelopen koers is. En dat brengt me tot de volgende vraag. Hij geeft aan dat er gesprekken gaan volgen.

In hoeverre gaat u daar ook, behalve de huurders uiteraard en ik neem aan het college, gaat u ook deelnemers en de gebruikers van het Brinkhuis meningen in overwegingen en het uiteindelijke besluit? De heer Westerkamp: Nou, dat laatste gebeurt natuurlijk in principe via bijvoorbeeld de bewegingsinstructeurs, maar ik heb er geen enkele moeite mee als ook de huidige gebruikers die dus lessen

volgen bij deze partij, ook hun zegje willen doen. Daar zie ik geen enkel probleem. En wat betreft dat vlekkenplan waar u het over heeft, dat is dus wat ik de dames voor de zomer heb gezegd, dat dat dus niet correct is, omdat dat een heel ander verhaal gaat worden. Maar ja, zij … En ik snap het wel. Ik bedoel, verandering is altijd lastig, dat geeft angsten. En ja, als je dat dan maar veel roept naar elkaar dat dat allemaal gaat gebeuren, dan wordt die angst alleen maar groter. En ik heb het in een paar gesprekken al geprobeerd om dat weg te nemen, omdat er gewoon echt nog niets is besloten. Alleen de directeur had natuurlijk toen nog, interim-directeur, had de opdracht van het vorige college: ga aan de gang met de gebruikers. Zorg er op basis van wat er al lag en wat er in januari door u is aangenomen, ga ermee aan de gang. Toen wij aan te raden als college, toen heb ik tegen de directeur gezegd, weet je, we gaan even pas op de plaats maken, want je hebt grote kans dat verhaal straks er heel anders uit gaat zien. De voorzitter: Dank u wel. U mag nog een vervolgvraag stellen. De heer Vos: Dat is heel fijn, voorzitter. U zegt, u heeft er geen moeite mee om de gebruikers ook uit te nodigen.

Kunt u ons of mij beloven dat de mensen ook daadwerkelijk uitgenodigd worden? Of moet u dat nog in overweging nemen? Want ik denk dat dat een hele hoop zorgen van mensen die ook met petities en dergelijke bezig zijn, weg zou nemen. De voorzitter: Duidelijke vraag. De heer Westerkamp: Ja, dat is een duidelijke vraag, want wij zaterdag op het nazomerfeest ook de petitie aangeboden. Een mevrouw wist niet wie ik was, dus dat was een interessant gesprek. Ja, in overweging, ik vind het prima. Kijk, wij stellen juist ook een projectleider aan die ook dat soort processen goed in banen kan leiden. Maar u weet zelfs dat wij graag zo vroeg mogelijk iedereen erbij willen betrekken. Dus ik heb daarop zich helemaal geen moeite mee en ik wil ook best die toezegging doen, want die mensen zijn natuurlijk wel afhankelijk van waar hun in beweging is en dus uiteindelijk gaan zitten. Dus die zijn natuurlijk een eerstaangewezen persoon. Maar verder geen enkel probleem denk ik. Dat kunnen we denk ik ook in passen in het hele project. De voorzitter: Dank u, wethouder, voor deze toezegging. Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: De heer Vos heeft al heel veel vragen van mij eigenlijk gesteld. Ik heb er nog één en dat is over de projectleider.

Komt die uit de Bel of wordt die extern aangetrokken? En waarom een projectleider? De heer Westerkamp: Nou, omdat dat een proces is, dat merkt u al aan alle commotie die in de media is, dat daar veel partijen bij betrokken zijn en dat je het niet eenmaal zo doet. Hij komt niet uit de omgevingsvisie organisatie. We hebben de vraagstelling bij de Bel neergelegd en de Belg geeft aan dat zij niet de capaciteit hebben. Dat komt deels ook door de opvang van Oekraïners, waardoor er gewoon veel medewerkers naast hun gebruikelijke werk ook nogal die taken moeten uitvoeren. En men heeft ook heel eerlijk gezegd, wij hebben ook niet de kennis om zo’n proces van verhuizen, herinrichten et cetera, goed te kunnen begeleiden. Dus dat is voor ons de keus geweest, hoewel we dat liever niet doen, om toch hier een externe projectleider op te zoeken. De voorzitter: Goed, dan wel. Ik dacht de heer Van den Berg. Ja.

De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Allereerst de wethouder dank voor de uitgebreide toelichting. Een beetje een vraag van praktische aard. We leven bijna eind september. Ik hoor u zeggen het eerste kwartaal hopelijk te gaan verhuizen en dan nog het hele proces van bespreken en nog verbouwen. Heb ik goed begrepen dat het eerste kwartaal 2023 is of hebben we het over een jaar later of in welke tijdspan? En deze vraag is niet vervelend bedoeld, maar vooral om ook realistisch zijn. De heer Westerkamp: Nee, dat ben ik helemaal met u eens. Je moet ook realistisch zijn. In onze uitvragen richting de externe partijen hebben wij duidelijk ons tijdpad aangegeven. Daar zijn twee partijen op die hebben gesteld dat zij hun uiterste best doen om daarbinnen te zijn. Althans, een offerte zeker daarop gericht. Maar goed, je weet even niet op dit moment ook hoe we natuurlijk met aannemers et cetera zit. Dat is eventueel een beperkende factor. Maar wat betreft een partij heeft een tijdschema neergelegd, die zet wel een hoge druk, vooral bij hen. Maar wij verwachten wel dat die realistisch kan zijn. De voorzitter: Goed, dank u wel. De heer Westerkamp: Wij houden er rekening mee, 1 april. En het zou misschien een paar weken later kunnen, maar dat weten we nog niet. Dat hangt van ook aannemers of et cetera. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Laatste vraag van de heer Van der Maas.

De heer Van der Maas: Dank u, voorzitter. We zijn zeer content met uw uiteenzetting, mijnheer de wethouder, en blij dat u helderheid verschaft. Nog geen duidelijkheid, maar dat moet nog komen ongetwijfeld in de komende periode. Ook waardering voor de voortvarende aanpak zoals nu het hele Brinkhuis wordt aangepakt. Alleen de vraag is, hoe zit dat met de kostenverhouding? Want nu zien wij dat er volledig geschilderd wordt. Er wordt allemaal nieuw meubilair geplaatst en we krijgen straks een verbouwing wat … Staat dat niet haaks op elkaar? Is het niet beter dat in volgorde in één keer te doen? Kostentechnische vraag dus. De voorzitter: Dank u wel, duidelijke vraag. De heer Westerkamp: Die is voor mij te kostentechnisch om er direct op te antwoorden. Ik weet dat het huidige wordt gebruikt, zit gewoon in het budget van Brinkhuis zelf. Staat los van het budget dat wij gebruiken voor verhuizing. Maar ik wil die vraag graag in de organisatie neerleggen als u daar schriftelijk antwoord op wilt hebben. De heer Van der Maas: Ik hoef daar geen schriftelijk antwoord … De voorzitter: Nee, dat … Ik zei nog één vraag, dus ik wil graag verder met de vergadering. En dit gaat erg gedetailleerd worden. U krijgt nog antwoord over de kosten en dan gaan wij dit onderwerp afronden. Ik dank u wel. Had u nog een andere mededeling, wethouder? Nee? Dan wethouder De Groot, als ik het goed heb.

De heer De Groot: Voorzitter, ik was iets te vroeg, want dat was voor het volgende punt. Het is een hele korte. Het betreft ook wel het Brinkhuis. Eind van de middag heb ik een mail gekregen van de directeur van het Brinkhuis dat het Brinkhuis het steunpunt wordt van, zeg ik het goed, de VVV van Gooi en Vechtstreek. Dat zei een van de zestien informatiepunten gaan worden, dus dat vind ik …

De voorzitter: Dat zal zeker publiek aantrekken. Dank u wel voor de mededeling, interessant. Daar zijn nu even geen vragen over. Dat zullen we tegen die tijd wel gaan ervaren. Dan sluit ik hiermee de mededelingenronde af. 4.

Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: En dan gaan wij door naar de meldingen van de portefeuillehouders met betrekking tot de Gemeenschappelijke Regelingen. Heeft u een mededeling? En dat is de heer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u voorzitter. Als we kijken naar Gooi en Vechtstreek, regio Gooi en Vechtstreek, dan zien we dat de eerste vergaderingen waren vooral opstart. In het Algemeen Bestuur, waarin ik de heer Mol verving, hebben we gesproken over de agenda, de bestuursagenda. En die komt u binnenkort naar u toe. Dat betekent dat na vaststelling daarvan ook weer meer in de inhoudelijke kant te gaan samen en met elkaar kunnen discussiëren over de beleidsstukken die voorbijkomen. Dat is met betrekking tot de Gooi en Vechtstreek. Ik ben vandaag bij de algemene vergadering van de MRA geweest, bij het bestuur en bij het symposium. En daar zijn twee dingen van belang. Eén is dat, kijkend naar de agenda daar, dat gaat ook naar de raden toe en dat vind ik ook een mooie gang van zaken. Dat betekent als we en over de begroting en op lange termijn de agenda hier goed over kunnen praten. Een ander mooi ding is dat er een project is vanuit de MRA.

Dat is gas terug, vijftien procent gas terug, wat internationaal zeer gewaardeerd wordt en wat ons kan helpen bij een project wat we toch wel op de rails hebben staan, maar dan als een eenmalig project. In het kader van die energiearmoede actie, die we van het najaar gaan doen. Dat gaat over fix teams die helpt om gebouwen, mensen die problemen hebben met verduurzaming verder te helpen. Dus we gaan kijken of we daar aansluiting in kunnen vinden. Een soort persoonlijke mededeling. Namens de Gooi en Vechtstreek ben ik trekker voor het transitiefonds wat ingesteld is door de provincie en de MRA, wat gaat helpen om innoverende bedrijven te helpen opstarten en laten doorgaan en zorgen voor een extra boost van de energietransitie hier. Dus dat doe ik graag samen met Arno Schepers uit Hilversum. Dus dat krijgt ook nog een vervolg en daar krijgt u nog wat meer over te horen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de wethouder. Geen vragen over? Dat is prima. Dan wachten wij de resultaten daarvan uiteraard in de toekomst graag af en die horen we graag opnieuw hier, dan wel in de commissie BLS, want MRA is natuurlijk ook deels bovenlokaal. En dan is het even aan u natuurlijk om ook te bepalen waar we wat bespreken. Maar in het kader van de energiecrisis op dit moment denk ik dat elke informatie die ons iets verder helpt zeer welkom is. Dank u.

Dan andere mededelingen uit de Gemeenschappelijke … Of sorry, krijgen, ik zie een vinger. De heer Westendorp: Als het mag. De voorzitter: Ja. De heer Westendorp: Heb ik toch een vraag met betrekking tot de opmerking van vijftien procent minder gas. Daar willen we naar kijkt, wilt u naar kijken wat wij daarmee kunnen lokaal. Nou, de winter is aanstaande, dus er is niet zoveel tijd. Hoe schat u in, hoe kunnen we daar gebruik van maken kunnen we daar op ‘…’ op korte termijn? De heer De Groot: Nou, op korte termijn komt er een actie die gebaseerd is op fondsen die we van het Rijk hebben gekregen om een actie te doen tegen energiearmoede, die een vergelijkbare scope heeft. Dus met als doelstelling om te helpen huishoudens te verduurzamen met dingen die al direct effect hebben. Dus dat zou

dus kunnen helpen om die actie door te trekken naar de toekomst toe. Zo zie ik dat. Onze actie, die van het najaar moet losgaan, en hopelijk kunnen we daar continuïteit aanbieden via dat andere project. De heer Westendorp: Oké. De heer De Groot: Dus dan hebben we gewoon een extra doorlopend iets. De voorzitter: Ja? Dank u wel, mijnheer Westendorp. Dan zijn dat de opmerkingen en de meldingen van de portefeuillehouders. 5.

Stand van zaken Omgevingswet De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt vijf en dat betreft een vast agendapunt met betrekking tot de stand van zaken Omgevingswet. Zijn er mededelingen daarover te doen op dit moment? Mijnheer … De heer …: Voorzitter, er staan twee agendapunten gerelateerd aan de Omgevingswet op de agenda. De voorzitter: Dat klopt, bij agendapunt 6.2.

6.

Raadsvoorstellen 6.1 Verordening Nadeelcompensatie gemeente Laren 2023 De voorzitter: Oké, dan gaan wij ook direct door naar de raadsvoorstellen. En het eerste raadsvoorstel dat we behandelen betreft de verordening Nadeelcompenstatie gemeente Laren 2023. En uiteindelijk is het de bedoeling om in de gemeenteraad deze nieuwe verordening vast te stellen. Maar voordat het zover is, heeft u vast wel een opmerking of een vraag. Wie mag ik als eerste het woord geven? De heer Vos? De heer Vos: Ja, heel graag voorzitter. Dank u wel. Ja, het stuk lezende, komen er eigenlijk drie hele belangrijke vragen bij mij op en mogelijk kan de wethouder daar ons enigszins in helpen. Het is een hele transactie van de hele wet na de andere en het is een enorm lijvig document. En ja, eventjes een paar maanden terugkoppelend hebben wij hier een motie raadsbreed aangenomen dat ook stukken in het begrijpelijk Nederlands gesteld gaan worden. Ik vind het een uitdaging om dit stuk te lezen en ik denk dat ik geen ongeoefende lezer ben. Maar ik zou het zeer op prijs stellen als de wethouders kunnen toezeggen dat hier ook een toegankelijke versie van komt. Want een drempel van vijfhonderd euro, dat is één. Maar een drempel om te kunnen begrijpen waar het eigenlijk over gaat en de weg te kunnen bewandelen die er is als je denkt benadeeld te hebben, dan lijkt me wel een hele belangrijke.

Dus dat was mijn eerste vraag, in hoeverre u daar iets mee wil doen, want onze site is niet heel toegankelijk en deze stukken helpen daar ook niet mee. Dus dat is mijn eerste vraag. Dan weet ik niet in hoeverre, en daar kunt u mij misschien wel iets maken, dit een belangrijk iets of niet. Want in hoeverre is er in het verleden ook een heikel punt gebleken? Met andere woorden, gelukkig is er iemand van de Bel aanwezig die ons kan vertellen in hoeveel gevallen is er sprake van geweest dat mensen hier een beroep op gedaan hebben en daar ook in gehoord zijn en ook de juiste papiertjes hebben ingeleverd, om toch even iets te noemen over dat stuk? Dus daar ben ik heel nieuwsgierig naar. En bovendien, hoeveel van die verzoeken dan ook ingewilligd zijn of niet ontvankelijk of dergelijke? Want het is lastig om een mening te vormen als je niet weet hoe belangrijk het is. Dat is mijn tweede vraag. En dan is mijn derde vraag, vijfhonderd euro, dat lijkt mij nogal willekeurig. Ik begrijp dat u een drempel wil. Dat is natuurlijk een beetje in het licht van mijn tweede gestelde vraag. Ik vind dat een beetje vreemd, want stel

dat jij denkt je recht te moeten halen en je loopt het risico om vijfhonderd euro erbij in te schieten. Ik vind dat eigenlijk een beetje gek. Ik denk dat iedere burger in Nederland er recht op heeft om gehoord te worden zonder het feit of de dreiging dat hij daar geld aan kwijt is. Dus ik vind die vijfhonderd euro tamelijk willekeurig. En nou, u hoort al uit mijn woorden dat ik er ook iets van vindt. Maar misschien zou u willen onderbouwen waarom u vijfhonderd euro zo’n prachtig bedrag vindt. En dat zijn mijn drie vragen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Heel duidelijk. Dank u wel, mijnheer Vos. Dan ga ik naar … Ik wou eigenlijk het rondje langs, als u het goed vindt. Of wilt mevrouw Timmerman als tweede heel graag? Dan ga ik eerst naar de heer Westendorp van de VVD. De heer Westendorp: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik had inderdaad ook een paar vragen die ook wel enigszins aansluit bij de opmerkingen van de heer Vos, dus ik had ook even de griffie in mailtje gestuurd vorige week om te vragen om wat meer context te geven bij de verordening, want we krijgen deze Nadeelcompensatieverordening toegestuurd, maar er zit natuurlijk een hele achtergrond en geschiedenis achter. En om goed te kunnen beoordelen wat deze verordening nou eigenlijk is, hebben we eigenlijk wat context nodig.

Die heb ik gekregen toevallig vandaag, dus ik ben heel blij dat u ook aanwezig bent, mijnheer Van Amstelvelden, om straks wat toelichting te geven. Want ik heb eigenlijk op basis van uw verhaal al een veel beter beeld waar we eigenlijk naar aan het kijken zijn. Dus mijn voorstel zou zeker zijn om even een korte samenvatting te geven van waar dat nou vandaan komt. Dan geeft dat veel meer context van deze verordening en dan weten we ook waar de vijfhonderd euro vandaan. Dan weten we ook meteen hoeveel gevallen er de afgelopen jaren geweest zijn in Laren. Dat zijn er één of twee. Dat is heel weinig. Maar hij was ook persoonlijk opgevallen, of ons was ook persoonlijk opgevallen, dat die vijfhonderd euro grens, die zet ons ook aan het denken. En ik heb van meerdere partijen al gehoord dat iedereen dat is opgevallen. Inmiddels met de context die we zo gaan krijgen, krijg je daar al een veel beter beeld bij. Maar dan kunnen we het daar alsnog over hebben. Een aantal andere zaken die mij opvielen, was niet zozeer de Nederlandse taal in eerste instantie, want het is gewoon een verordening in mijn ogen. Maar er wordt gepleit voor een vaste adviescommissie bijvoorbeeld.

Dat is ook een element dat als je meerdere, als je op regelmatige basis experts nodig hebt uit verschillende domeinen, dan is het misschien aantrekkelijk om een soort personen vast aan je te binden, zodat het ook wat efficiënter is. Op basis van de gegevens die ik inmiddels heb ontvangen dat het aantal gevallen vrij laag is en op één hand te tellen is in een aantal jaren, dat echt planschade toentertijd werd geclaimd en nu dus Nadeelcompensatie. Ja, dan is dat eigenlijk een discussie zonder nieten, dus wellicht hoeven we daar niet zoveel aandacht aan te besteden. Maar dat was wel iets wat me opviel. Wat ik wel zou willen meegeven is dat er in de verordening ook wordt gesproken, hoe gaan we die verordening uiteindelijk kenbaar maken? Nou, daar zijn natuurlijk de geëigende gemeentelijke lokalen en staatslokalen voor. Maar daar stond geen communicatiekanaal tussen wat de burger gaat bereiken in mijn ogen. Dus ik ben er erg voorstander van dat als dit allemaal goed wordt gekeurd, dat we ook echt als commissie en raad gaan nadenken hoe we dit op een fatsoenlijke manier in hapklare Nederlandse brokken gaan communiceren aan onze inwoners. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is. Ik denk dat dat onze vragen zijn op dit moment en in afwachting ook van het antwoord straks denk ik dat we een stap verder kunnen komen. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Westendorp.

U verwijst ook even naar iemand die we nog niet hebben genoemd, maar hij is inmiddels aan de tafel ambtelijke bijstand toegevoegd in de persoon van de heer Van Amersfoort, als ik het goed begrepen heb. Zal straks ook, voor zoveel nodig, naast de wethouder ook nog een toelichting geven. Mevrouw Timmerman, mag ik u het woord geven?

Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja hoor. De voorzitter: Liberaal Laren. Mevrouw Timmerman-Hamers: Ja, wij hadden in eerste instantie gelezen dat, het staat letterlijk in het stuk, dat er in feite niets veranderd. Maar dat is dus niet zo, alleen al die vijfhonderd euro is erbij gekomen. Dus er is eigenlijk geen sprake van een neutrale overgang zoals in het voorstel staat. Die vijfhonderd euro, ik ben zelf even gaan zoeken in de wetten en artikelen die genoemd werden en daar staat niet dat dat moet, maar een gemeente kan dat invoeren. En ik kan me voorstellen dat een gemeente die inderdaad heel veel schadeclaims in het verleden heeft gehad, dat die denkt nou, laten we dat maar doen. Maar aan de andere kant werpt dat zo’n ongelooflijke drempel op degenen die geen geld hebben en dan is er recht afhankelijk van de hoogte van je financiën en dat mag natuurlijk nooit. Ik heb gisteren naar de troonrede geluisterd en toen zij onze koning letterlijk, en dat ging dan over de hoogte van de griffierechten, dat alle Nederlanders moeten ongeacht de dikte van hun portemonnee hun recht kunnen halen. En ik vind dat dat hier ook geldt. Dus die vijfhonderd euro willen wij er gewoon uit hebben, tenzij er aangetoond wordt dat het echt de spuigaten uitloopt, maar dat geloof ik dus niet. Dat is één. Dan de overgangsregeling.

Er staat hier in het voorstel dat de aanvragen die nu zijn gedaan als de omgevingswet ingaat, dat die dan onder de nieuwe regeling vallen. Nou staat er, dat ben ik ook even gaan kijken, want normaal gesproken is dat met een overgangsregeling niet zo. En nu staat er dus letterlijk over overgangsrecht in de wet dat de schadeveroorzakende besluiten of handelingen voor de inwerkingtreding van de omgevingswet geldt het oude recht. Met andere woorden, dan is het oude recht en de verschillen van het oude en het nieuwe recht zijn mij niet helemaal duidelijk, want er is geen staartje gemaakt van dit is oud en dit is nieuw. Dus eigenlijk tegen de wettelijke bepaling in en daar wil ik graag wat over horen waarom dat op deze manier in de verordening is gekomen. En dan nog een vraag over de adviescommissie. Het is ons niet helemaal duidelijk wanneer die adviescommissie nu wel en niet nodig is en of die nu wel of niet permanent opgericht wordt. En ook de kosten daar. Dat is het voorlopig, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel mevrouw Timmerman. Mijnheer Van den Berg, we gaan het rondje langs, van het CDA. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Een helder verhaal op zich. Nadeelcompensatie, planschade gaan we vanaf nu niet meer benoemen. Iets over de commissie.

Als wij in Laren weinig meer te doen hebben gehad, is mijn vraag nog of überhaupt daarvoor een vaste commissie in moeten schakelen of dat je dit gewoon bij een ambtenaar neerlegt die een dergelijk verzoek kan afwikkelen, al dan niet met behulp van. En dat brengt mij bij het punt, dat is vraag één, of dat allemaal in Omgevingsvisieverband moet, dat er ook weer een Omgevingsvisiecommissie op komt. Dat is eigenlijk dan de aanvullende vraag. En met betrekking tot de vijfhonderd euro zou ik de wethouder vragen hoe ik dat moet zien in perspectief. Want het kan gaan over financiële schade aan je bedrijf, dan wel een waardevermindering als er padelbanen naast je huis komen. Maar dan hebben we het al gauw over deskundige inhuur van minimale tarieven van 125 tot 175 euro per uur, als je deskundigenkosten moet maken als gemeente om het verhaal te doen. En in dat verband voert me af hoe de vijfhonderd euro komt en of dat überhaupt op dat soort bedragen, een vijfhonderd euro of duizend euro schade, überhaupt valt te benoemen. Daar zou ik graag wat technische toelichting op willen hebben, hoe men dat bedacht heeft in het voorstel. En voor het overige is het alleen maar goed dat er deze verordening ligt en is een allerlaatste vraag of deze verordening nog uitzonderingen kent ten opzichte van wat er zeg maar gewoon normaal gebruik in Nederland en bij andere gemeentes is.

De voorzitter: Ja, dank u wel, mijnheer Van den Berg. Ja, mijnheer Van Goozen van Larens Behoud. Oh, u bent nog niet aangesloten. Nu wel.

De heer Van Goozen: Ja, wel. De voorzitter: Toch? De heer Van Goozen: Ja. Nou ja, ook ik ben het met de heer Vos eens. Weer een lijfelijk stuk met niet de verwachte heer en Janneke taal, dus wij moesten ons er doorheen ploeteren. Ook de hoogte van de vijfhonderd euro lijkt ons te hoog voor alle burgers dat iedereen op een gelijke grondslag zo’n bezwaar kan doen. Dus daar hadden we ook een vraag over en voor de rest denk ik dat alles wel gesteld is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Goozen, voor deze aanvullende vraag. Mevrouw Fontaine van D66. Mevrouw Fontaine: Staat die aan? Ja, hij staat aan. Ik had een aantal vragen opgesteld. Ik heb ook gekeken op de site van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, want het betreft een landelijke regeling.

Mijn vraag is, zijn er in de verordening na de compensatie variabelen die op gemeentelijk niveau kunnen worden ingevuld? En zo ja, welke zijn dat? En indien dat bijvoorbeeld de hoogte is van het normaal maatschappelijk risico wat genoemd staat, op basis waarvan wordt het normaal maatschappelijk risico betaalt en wie doet dat? En kunnen er ook voorbeelden gegeven worden van aanvragen die ongegrond zou zijn, ja of nee? Omdat, je betaalt inderdaad, overigens het bedrag vijfhonderd euro staat niet vast, maar op de site van de Vereniging Nederlandse Gemeenten staat dat het om een maximumbedrag gaat van vijfhonderd euro, waarvan ik dus uitga dat je dat per geval of per gemeente zou mogen regelen. En is er informatie, kan er informatie ter beschikking komen op basis waarvan gedupeerden een inschatting kunnen maken of hun aanvraag al dan niet gegrond is? Dat zijn eigenlijk onze vragen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Fontaine. En dan zijn we het rondje rond en dan denk ik dat we het woord te geven aan de wethouder die ons wat kan bij schijnen. De heer …: Zeker. Als ik het niet kan, dan kan de heer Van Amersfoort dat zeker. Klopt de vragen van D66. Daar heb ik de antwoorden met eind van de middag binnengekregen, dus die heb ik u nog niet kunnen doen.

Maar daar staan wel een aantal vragen die u allen heeft gesteld wel in, dus ik wou daarmee beginnen om dan vervolgens te kijken bij welke partijen er nog vragen open zijn, of ik die kan beantwoorden of dat dat de ambtelijke ondersteuning is. Allereerst bij D66. Is er reeds een aanvraagformulier beschikbaar waarmee mogelijk gedeputeerde aanvraag in kunnen dienen? We hebben een formulier voor planschade zoals we die nu al door huidige wetgeving kennen. Dit formulier zal worden omgebouwd. De tweede vraag was over de variabelen. Zijn er in de verordening Nadeelcompensatie variabelen die op gemeentelijk niveau kunnen worden ingevuld? En zo ja, welke zijn dat? De gemeente vult zelf geen variabelen in. Indien dat bijvoorbeeld de hoogte is van het normaal maatschappelijk risico, op basis waarvan wordt de NMR bepaald en wie doet dat? Nou, dan krijgt u nu dus ook een heel technisch antwoord. Het percentage varieert tussen de twee en vijf procent. De verzoeken worden voorgelegd aan een gespecialiseerd bureau. Zij bepalen dit. De afdeling geeft de volgende handvatten aan de rechtspraak mee om tot een juiste hoogte van het normaal maatschappelijk risico te kunnen besluiten.

Als eerste, indien een ontwikkeling naar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gedurende een reeks van jaren gevoerd ruimtelijk beleid past, mag de drempel van vijf procent als normaal maatschappelijk risico worden gehanteerd. Indien aan één van beide indicatoren maar voor een deel wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van vier procent in beginsel aangewezen. Indien in een van beide indicatoren in zijn geheel niet wordt voldaan of indien aan beide indicatoren deels wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van drie procent in beginsel aangewezen. En als laatste, indien slechts aan één van de beide indicatoren voor een deel wordt voldaan of aan beide indicatoren in het geheel niet wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van het minimum van twee

procent in beginsel aangewezen. U krijgt de antwoorden ook schriftelijk allemaal toegestuurd, hoor. Want ik kan snappen dat u dat niet kunt volgen. Kunnen er voorbeelden gegeven worden van aanvragen die ongegrond zijn of zouden zijn? Dat kunnen we doen, echter niet op deze korte termijn. En bedoelt u een casus uit Laren of elders in Nederland, dan wel fictieve voorbeelden? De volgende vraag was, wie bepaalt of een aanvraag al dan niet gegrond is? Dat is het college van B&W. Is er informatie beschikbaar voor potentiële aanvragers c.q. gedeputeerden op basis waarvan zij een inschatting kunnen maken of een aanvraag al dan niet gegrond is? Ja, die is er. Info daarover staat al op de website van de gemeente. Verder zullen aanvragers zelf natuurlijk ook wat enig onderzoek te doen of informatie inwinnen bij de gemeente. Dan de laatste vraag. Dat gaat over de vijfhonderd euro. Uit de stukken van de VNG maak ik op dat het recht dat geheven wordt maximaal vijfhonderd euro bedraagt. Het zou dus mogelijk moeten zijn om het te heffen recht bij aanvraag van Nadeelcompensatie afhankelijk te laten zijn van de financiële situatie van de aanvrager. Is mijn veronderstelling juist? Het antwoord: in zekere zin wel, ja. De vijfhonderd euro die overigens nu al geldt, is bedoeld om het ongemotiveerd indienen van compensatieverzoeken te voorkomen.

Als een verzoek ingediend, wordt, tenzij het volstrekt duidelijk is dat de aanvraag wordt afgewezen, de aanvraag voorgelegd aan een gespecialiseerd adviesbureau. De kosten daarvan, waar de heer Van den Berg naar vroeg, bedragen los van de ambtelijke capaciteit tussen de vijftienhonderd en drieduizend euro. Met andere woorden, het indienen van een verzoek kost de gemeente altijd geld. De vijfhonderd euro krijgt men terug als Nadeelcompensatie wordt toegekend. Het loslaten van deze bijdrage wordt niet geadviseerd vanuit onze zijde. Dan ga ik even het rijtje langs van de vragen. Ik ben het helemaal met u eens, mijnheer Vos, in begrijpend Nederlands. We hebben toen, heb ik de motie namens het college van u ook omarmd. Maar ook daarbij gelijk gezegd dat dat wel een proces is wat gaandeweg komt. Maar wij kunnen deze verordening, of in ieder geval niet zozeer de verordening als wel de toelichtingen heb ik al gezien vanuit de ambtelijke zijde, in het begrijpelijk Nederlands verzorgen. Dan was uw tweede vraag een heikel punt geweest. Nu kan ik mijn eigen handschrift niet lezen. Kunt u … De heer Vos: Voor hoeveel … De heer …: Het heikel punt geweest. De heer Vos: Hoeveel zaken? Hoeveel situaties … De heer …: Ja, hoeveel zaken. Dat is heel technisch. Ik had gehoopt dat u die dan van tevoren had ingediend, want dan had ik het kunnen laten uitzoeken.

Maar als u dat antwoord nog graag wilt, dan gaan wij dat … Is dat hier aan de rechterzijde zie ik net dat dat te beantwoorden is. Mijnheer Van Amersfoort. Althans, als het van de voorzitter mag. De voorzitter: Mijnheer Van Amersfoort, schijnt u ons bij alstublieft. De heer Van Amersfoort: Dank u wel, voorzitter. Ik heb begrepen dat er de afgelopen jaren één verzoek om Nadeelcompensatie is ingediend. En dan hebben we het over het kerstbomenlandje, als ik het goed zeg. Dus het komt zeer sporadisch voor. De heer …: Was dat in Laren, voorzitter? De voorzitter: Laten we dat straks even in de tweede … Als u daar echt iets over wil weten. Maar het lijkt ook aan de andere kant niet de bedoeling om hier zaken op zichzelf te gaan bespreken. De vraag is beantwoord met het aantal en gaan we door naar het antwoord van de volgende vraag. Mijnheer de wethouder.

De heer …: Vanuit de VVD-zijde van de heer Westendorp. Dat is leuk, Westerkamp, Westendorp. Nou, de context geven, dat laat ik graag even aan de heer Van Amersfoort zo direct even over. Nou, u heeft eigenlijk al, en dat is ook richting mevrouw Timmerman, het antwoord gegeven over die vaste adviescommissie. Gezien het zeer lage aantal, de heer Van den Berg zei het ook al, zijn wij niet van plan om die te gaan instellen, ook niet in Omgevingsvisieverband. En ik ben het met u eens, wij gaan kijken hoe we dit goed kenbaar maken bij onze inwoners dat dat duidelijk is. De planschade is natuurlijk al voor veel mensen, naar mijn weten, soms als het nodig is wel die weg te vinden, maar we gaan ook kijken hoe we dit goed communiceren. Kijk ik even naar de ambtelijke ondersteuning dat we dat in ieder geval met de communicatie opnemen hoe we dat het beste kunnen doen. Liberaal Laren, u had het ook al over de vijfhonderd euro. Daar is het antwoord nu al opgegeven. Ja, dat is een technische vraag. Althans, die laat ik graag aan mijn buurman over om die te beantwoorden. Uw vraag over van, hoe zit dat verschil nou met die oude rechten en met die nieuwe? Niet geheel over, want u zei wel dat die vijfhonderd euro nieuw was, maar die zat er al in, in de oude regeling van de planschade.

Voorzitter, mag de heer Van Amersfoort? De voorzitter: Dan geven we over de overgangsregelingen in relatie met de omgevingswet. Dat heeft u volgens mij gevraagd. Goed. Mevrouw …: Hij had nog een vraag over de overgangsregeling. De voorzitter: Ja. Mevrouw …: Ja. De voorzitter: Mijnheer Van Amersfoort. De heer Van Amersfoort: Dank u wel, voorzitter. Omdat er materieel geen verschil zijn tussen die huidige verordening van planschade en straks de nieuwe verordening Nadeelcompensatie hebben we gemeend dat we zeggen van joh, in huidige gevallen die dus op dit moment niet lopen. Maar mochten die wel lopen voordat de verordening in werking treedt, ja, die zouden dan net zo goed onder die geur van de nieuwe verordening afgewikkeld kunnen worden. Dat is de gedachte. De voorzitter: U zegt: de overgangsregeling is daarom eigenlijk niet nodig. Gaat u door, mijnheer de wethouder, met de rest van de beantwoording van de vragen. Of was u naar uw mening klaar? De heer …: Ja, volgens mij, want ik heb volgens mij de vraag, de opmerking van het CDA ook gehad over of de commissie op Omgevingsvisieniveau is. Of ben ik er nog eentje vergeten? De heer …: Nee. De voorzitter: Volgens mij was er inderdaad nog een vraag van de heer Van den Berg die nog niet helemaal beantwoord is.

De heer Van den Berg: Nou, ik wilde naar de voorzitter zeggen, volgens mij heeft voor dit moment de wethouder het voldoende beantwoord, ja. De voorzitter: Prima. Behoefte aan een tweede ronde? Ja, de heer Vos. Oh, daar zeker. Kort nog een tweede ronde dan.

De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. En nogmaals dank voor de antwoorden. Ja, als het op papier al moeilijk leesbaar is, ik denk dat als iemand thuis zit te luisteren naar de toelichting op de indicatoren en de percentages, dat is volgens mij ook een gevalletje abracadabra. Volgens mij kunnen we dit soort toelichtingen misschien of achterwege laten, of op een andere manier zeggen. Maar goed, dat is even een persoonlijke ontboezeming. Wel een vraag, en die denk ik dat die wat verder gaat als het ongehavende voorstel. En de heer Westendorp heeft het goede initiatief genomen om vragen te stellen vooraf en heeft daarin een informatievoorsprong. Dat is heel mooi. Dat is ook plezierig denk ik. De vraag is, moeten we dat tot gebruik verheffen? Moeten we dat allemaal gaan doen? Want dat maakt de discussie toch een beetje diffuus.

Want er is een kennis voor verschil tussen u en u heeft helemaal gelijk dat u die heeft opgehaald, maar daarom zitten we eigenlijk een beetje met de verhalen achter waarvan ik denk ja, dan kunnen we voortaan deze commissie wel schriftelijk afdoen, want dan stellen we ons vragen op en dan krijgen we de antwoorden en een kunnen we ook lekker thuisblijven en gewoon lekker voetballen kijken, dus … De voorzitter: Prima, mijnheer Vos … De heer Vos: Ik zou het graag … De voorzitter: Vragen gesteld direct aan de heer … De heer Vos: Nee, ik stel niet aan de heer Westendorp. Ik stel … De heer Westendorp: Nee, maar ik zou hem willen aanvullen. Ik ben het helemaal eens. De voorzitter: Mijnheer Westendorp, eerst de heer Vos. Bent u door uw vragen heen? De heer Vos: Nee, ik heb mijn vraag nog niet gesteld. Want ik zou eigenlijk willen, en de heer Westendorp gaat er vast iets heel verstandigs over zeggen, dat we hier misschien in het presidium of als commissie en als raad eventjes heel helder in moeten zijn hoe we dan omgaan met informatie. Dat dat of via de griffie gedeeld wordt en binnen een bepaalde tijd, want nu krijgen we een beetje een vreemde discussie. Dat was mijn vraag, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter: U heeft eigenlijk geen vraag gesteld, maar ik begrijp wel dat u de richting in wil, hoe is de verordening op de ambtelijke bijstand geregeld en hoe communiceren we elkaar daarover op het juiste moment, zodat iedereen al dan niet afhankelijk van de afspraken, inflatieniveau heeft? De heer Vos: Ik had het niet beter kunnen verwoorden. De voorzitter: En we gaan nog niet naar de wethouder, die wel zijn vinger opsteekt. Maar eerst gaan we gewoon naar de heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, want ik heb een opmerking eigenlijk over hetzelfde euvel, even los van het feit dat ik toevallig degene was die er toch even wat context probeerde op te halen, omdat ik het zelf gewoon wilde begrijpen. Dat kan iedereen doen, maar dit heeft te maken met niet alleen gelijke informatie hebben, maar ook met op het juiste moment de juiste informatie delen. Als ik eigenlijk naar dit agendapunt kijk, als ik heel eerlijk ben, ik ben wel nieuw, maar ik ga gewoon zeggen wat ik merk, is dat als wij de context van tevoren hadden geweten, bijvoorbeeld oude verordeningen en nieuwe verordeningen zijn in feite één op één overgenomen, die vijfhonderd euro bestond al, we hebben het over één geval in twee jaar, dan vraag ik me af

wat we nu aan het doen zijn. Dus ik zou … Nee, maar dat meen ik heel serieus. Dat is echt zo van de tijd. Er zijn heel veel andere dingen die heel belangrijk zijn. Kunnen wij niet gaan nadenken, dat wil ik bij de wethouder neerleggen of de wethouders en de burgemeester, over een proces dat wij van tevoren context krijgen en niet alleen een verordening, waardoor wij een meer vruchtbare discussie kunnen hebben? Want als wij van tevoren van de heer Van Amersfoort hadden gehoord, dit is de context, want ik heb hem vanmiddag even gesproken, dan kijk je al heel anders naar de verordening en dan hadden we dit waarschijnlijk vrij snel afgetikt. Dus ik vind dit echt iets om over na te denken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Westendorp. Heeft u ook nog voor de tweede ronde een vraag? Nee? Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel. Ik ben het met de vorige spreker trouwens eens. Ik ben er nog niet uit daardoor eigenlijk, omdat wij die content nog niet hadden, over dat overgangsrecht. Omdat er in de wet namelijk iets anders staat. Daar staat wat het oude dan nog geldt en dat is vijf jaar nog geldig. En dan zou dat inderdaad, omdat de Nadeelcompensatie ook over andere dingen gaat dan alleen ontroerend goed. En er is natuurlijk maar één geval geweest, maar dat wil niet zeggen dat het zo blijft. Ik zou het toch nog graag conform de wet opstellen.

De voorzitter: Duidelijke vraag. En die komt nog even in de tweede termijn terug. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja. Nou, de vragen in de eerste ronde waren goed beantwoord. Ik sluit me wel aan eigenlijk bij mijn buurman aan de overkant van de VVD, maar ik ga nog een slag verder. Eigenlijk is Nadeelcompensatie en wat hier staat, is gewoon met. En de belangrijkste vraag is beantwoord. Wij wijken niet af, wij doen geen rare dingen, dus dit is gewoon de wet. En volgens mij krijg je de wet ook niet in toegankelijk Nederlands uitgelegd. Ik denk dat het bij de communicatie zo veel belangrijker is dat mensen weten van, nou, waar ligt dat formulier, waar heeft het zich betrekking op? Maar ook bijvoorbeeld nog heel simpel van, het is hartstikke leuk dat er een adviescollege komt of een taxateur die komt zeggen nou, de planschade, of sorry, de Nadeelcompensatie is bedrag x. Maar iemand maakte zelf ook deskundigenkosten. Nou, dat zou dan denk ik ook goed zijn om aan de voorkant te ventileren of je daar wel of niet een tegemoetkoming in krijgt of dat je bijvoorbeeld eerst dan zelf duizenden euro’s uit moet geven om überhaupt aan te laten proberen tonen dat je Nadeelcompensatie leidt.

Die paar aanvullingen zou ik nog willen maken en voor de rest vind ik de minimale vijfhonderd euro prima, want we moeten voorkomen dat iedereen straks nadenkt rond het kader van de nieuwe omgevingswet: we gaan even gewoon een half A4’tje indienen en dan mag de gemeente aan het werk. Want de wethouder zegt, tussen de vijftienhonderd euro en drieduizend euro kost het gemiddeld de gemeente zo meteen ieder een formeel verzoek. En dat is natuurlijk een beetje afhankelijk, want als we in Laren echt tekeergaan en dat gaat om duurdere huizen, dan kom je er echt niet met dat soort bedragen. Dus ik zou die vijfhonderd euro op zijn minst graag overnemen. En als de laatste vragen onbeantwoord zijn, dan is het vooral communiceren waar de burger terecht kan en gaan wij in ieder geval ook in de raad hiermee akkoord. De voorzitter: Prima, dank u wel, mijnheer Van den Berg. Nee, Larens Behoud, D66, niet? Oké, prima. Ik kom nog even terug op het punt van, en dan mag de wethouder antwoorden op de antwoorden, maar op de ambtelijke bijstand en over hoe we daarmee omgaan. Ik stel voor dat in het presidium te bespreken. Dat is niet een zaak van het college, maar dat is iets van onszelf.

En in de … Oh, en er is, ik zou het bijna vergeten, er is ook nog een werkgroep bestuurlijke vernieuwing en daarin kan dat voorbereid worden en een kunnen we denk ik vanuit die weg ook dat eerst even bespreken in het presidium hoe we dat uiteindelijk zullen doen. En dan kan het ook des al dan niet moeten we die verordening aanpassen of zijn we het gewoon met elkaar eens

hoe we dat anders gaan doen. Maar dat komt dan nog wel. Ja? Dan nog voor de uiteindelijke inhoudelijke reactie naar de wethouder. De heer …: Ja, die ga ik ook gelijk naar mijn buurman doorgeven met nog die opmerking dat ik de heer Van den Berg dank voor zijn woorden en dat ik me daar ook volledig bij aansluit wat hij zei. Maar voor de andere technische vragen, ook van de heer Vos en van mevrouw Timmerman geef ik graag het woord, verzoek ik u het woord te geven aan de heer Van Amersfoort. De voorzitter: Ja, mijnheer Van Amersfoort. De heer Van Amersfoort: Dank u wel, voorzitter. Het overgangsrecht, ik zou dat even na moeten zoeken hoe dat juridisch zit. Wat we wel hebben gedaan, is het model van de Vereniging Nederlandse Gemeenten één op één overnemen. Dus dat is de tekst die u nu terugziet. En nog heel even die vijfhonderd euro. Op dit moment is het zo dat in artikel 6.4 van de WRO, de huidige wet ruimtelijke ordening, daar staat een bedrag van driehonderd euro genoemd. Maar die wet is al wat ouder, dus via verschillende tussentijdse algemene maatregelen van bestuur is dat bedrag van die driehonderd euro inmiddels opgetrokken naar vijfhonderd euro. En dat is ook jurisprudentie die dat onderschrijft, die vijfhonderd euro. Nou, ook hier adviseert de VNG een bedrag van vijfhonderd.

Dus ook daar hebben we dus één op één het advies van de VNG overgenomen en dat is ook conform de regeling zoals we die op dit moment in de verordening planschade hebben zitten. Misschien nog even een heel kort stukje context. Ook u, of een aantal van u is bekend met een aantal minimale acties die de VNG op papier heeft gezet en dat zijn acties die de gemeentes moeten uitvoeren voordat de wet in werking treedt. Het omzetten van de huidige verordening planschade naar de verordening Nadeelcompensatie is een van die acties. Ook hier, net zoals bij andere acties die we het afgelopen jaar, waar u een besluit over heeft genomen binnen het adviesrecht, participatie, delegatie, zo nog een paar, is de lijn dat de beleidsarm overgaan. Dus ook met deze verordening gaan we beleidsarm over. En dan zijn het in feite de juridische grondslagen die veranderen, namelijk een afdeling in de algemene wet bestuursrecht en titel vijftien in de omgevingswet. Die maken dat we dus die huidige verordening planschade moet omzetten naar een verordening Nadeelcompensatie die inderdaad breder is dan alleen planschade. Dus dat is in kort bestek de context. De voorzitter: Dank u wel voor deze uitleg en dan is daarmee een tweede ronde geweest. Dan sluit ik de beraadslaging aan een vraag ik aan u of u het stuk kunt doorgeleiden ter vaststelling naar de gemeenteraad? Ja.

En heeft u behoefte aan discussie of kan het opgevoerd worden als hamerpunt? Hamerpunt? De heer …: Eventjes een hamerpunt. De voorzitter: Ja, hamerpunt. Oké, prima. Dan was dit hem. De heer Vos: Ja, uhm. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik zou het toch even op prijs stellen als u we daar eventueel, maar dat kan altijd ook al is het een hamerstuk, daar toch wat dingen kunnen vragen. Met name als het gaat over de communicatie waarover gesproken is en de mate waarin dit op een begrijpelijke manier aangeboden gaat worden. Dus in die zin, als u mij dat kunt toezeggen, dan kan het wat mij betreft als hamerstuk erdoorheen.

De voorzitter: Ik hoor dat de wethouder eigenlijk al heeft toegezegd en nog een keer ook door de opmerking van de heer Van den Berg nog een keer opnieuw heeft onderstreept. Dus daarom dan … De heer Vos: Als die toezegging er is, dan heb ik er geen enkele moeite meer mee, voorzitter. De voorzitter: Ja. U heeft die toezegging in uw zak. Wij allemaal. Dus dan kunnen we dit doorgeleiden als hamerpunt naar de gemeenteraad. Dank u wel. Dan is dit onderwerp 6.1. 6.2 Bestuursopdracht Omgevingsvisie De voorzitter: Dan gaan we door naar onderwerp of agendapunt 6.2. Dat betreft het verlenen van de bestuurdersopdracht Omgevingsvisie. Dat wil zeggen, het vaststellen van deze bestuursopdracht. Ik ga wederom tegen de klok in, maar dan ga ik één partij verder opschuiven. VVD, als eerste behoefte eraan het woord te voeren? Mijnheer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, een paar kleine opmerkingen. Even kijken, wat ik of wat wij bedachten en wat we wilden vragen aan de wethouder is, de Omgevingsvisie heeft het over visie. Visie kijkt vooruit, maar is ook vanuit het nu bekeken. Dat kan over één of twee jaar anders zijn. Als we het vanuit het nu bekijken, betekent dat bijvoorbeeld dat er ook wordt gekeken naar wensen vanuit het coalitieakkoord.com die ook in de Omgevingsvisie terecht? Hoe werkt dat proces? Gewoon om het even iets beter te begrijpen.

Daar wordt ook gesproken dat er een visie door het ambtelijk apparaat wordt geschreven voor zowel Blaricum, Eemnes als Laren eigenlijk op hetzelfde moment, waarbij al die visies kunnen verschillen in principe. Is er ook een poging, ergens een poging om bepaalde dingen op basis van synergie of kansen ook enigszins gelijk te trekken in zo’n visie? Want zo’n visie gaat ook effect hebben op besluiten wellicht. Dus dat zou ik ook wel willen weten hoe dat proces werkt en of daar gebruik van wordt gemaakt. Kunnen we ergens optimaliseren of niet? Even kijken. Ja, een tijd geleden is er een voorbereidende informatieve vergadering geweest met betrekking tot de herijking duurzaamheidsbeleid. Dat was met de heer De Groot en een aantal afgevaardigden van de partijen. Daar zou een stuk uitkomen wat zou worden gedeeld. Mijn vraag is ook van, misschien een kleine statusupdate, maar met name de vraag is, heeft die herijking duurzaamheidsbeleid, dat heeft ook te maken met duurzame visie, die moet ook terugkomen in die Omgevingsvisie. Dus ook die verhouding zou ik graag willen begrijpen. Hoe wordt dat allemaal bij elkaar, aan elkaar gelijmd zeg maar? Dat was het voor nu. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Westendorp. Dan gaan we naar mevrouw Timmerman van Liberaal Laren. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter.

Ja, ik heb eigenlijk in alle bijeenkomsten die we hebben gehad over de omgevingswet begrepen dat de Omgevingsvisie toch een vertaling is van de structuurvisie en alles wat er eigenlijk al is. En als ik dit stuk lees, dan krijg ik meer de indruk dat er een heel nieuw stuk gemaakt wordt door een extern bureau. En dan vraag ik me af, hoe goed kent die Laren en onze optiek dan? Daarnaast heb ik ook gelezen dat het coalitieakkoord er ook in verweven wordt. Nu is een coalitieakkoord iets van vier jaar en een Omgevingsvisie, dat is iets voor de lange termijn. Dus ik vind dat niet … Wij hadden daar een beetje rare gedachten over, van dat accordeert niet met elkaar. Dat hoort daar ook niet in. Een Omgevingsvisie is echt voor de lange termijn. En dan, er wordt gezegd 31 duizend euro voor de kosten van het bureau en het huren van de ruimtes en dergelijke per gemeente. Het is hetzelfde bureau dat eigenlijk alles doet voor de drie gemeenten. In de zomernota, dat is een andere commissie, daar staat al honderdduizend per jaar uitgetrokken voor de thematafels die ook daarbij horen eigenlijk, maal vier. En ik vraag me eigenlijk af hoe die verhouding met de kosten zit. Hebben wij voldoende ruimte om het op te vangen? Wie zitten er in de

stuurgroep? Want er wordt over een stuurgroep gesproken. Geen idee wie daarin zitten. En wat is eigenlijk de rol van de individuele burger? Want als het inderdaad zo is dat een heel nieuw instrument wordt opgetuigd, Omgevingsvisie, die eigenlijk min of meer losligt van alle andere beleidsstukken die wij al hebben, dat het dus niet één op één of bijna één op één structuurvisie is, waar is dan de rol van de individuele burger aan de voorkant? Want dat zou ik dan eigenlijk heel … Want er staat van alles in en allemaal tijdpaden en een stuurgroep aan belangenorganisatie. Maar de individuele burger, daar zitten we toch met z’n allen voor, dacht ik? Dus een aantal vragen die ik graag beantwoord zou willen hebben. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Timmerman. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja. Nou, ik hoop niet dat ik in herhaling val, maar de meest beste zin die mij opviel in het stuk lezen is: ‘De bestuurders op en het contourendocument en het coalitieakkoord vormen samen het uitgangspunt voor het opstellen van de Omgevingsvisie met uitbesteding en aan een adviesbureau.’ Nou, ik mag verbeterd worden, maar de Omgevingsvisie heeft volgens mij alles met de omgevingswet te maken en daarom moet die ook een nieuwe titel krijgen en moet de zaken bij elkaar gevoegd worden.

En het zal niet beleidsarm zijn, maar eigenlijk wil ik wel de vraag stellen of de visie die Laren heeft in allerlei stukken heeft neergelegd, of die niet gewoon het juiste vertrekpunt vormt voor de Omgevingsvisie van Laren? En ik zou daarbij op willen merken en de vraag aan de wethouder, daar waar het dan gaat afwijken omdat het college een aantal ambities heeft geformuleerd, dat eerder als een amendement op de Omgevingsvisie die er gewoon eigenlijk al ligt. Alleen die samengevat worden in plaats van hem erin te gaan verwerken, want daarin volg ik mevrouw Timmerman. We doen dit allemaal omdat er een omgevingswet komt en daarom moeten we een Omgevingsvisie hebben. Dus laten we ook goed aan onze burgers uitleggen dat we niet opeens een heel nieuw plan gaan maken voor Laren. Dat als stelling, maar daar hoor ik graag een reactie van de wethouder op. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel mijnheer Van den Berg. Mijnheer Van Goozen. De heer Van Goozen: Ja, dank u wel voorzitter. Wij hadden een ander zinnetje eruit gehaald. Dat is: ‘Het resultaat is een vastgestelde Omgevingsvisie met input en draagvlak vanuit de samenleving.’ En onze vraag is, hoe gaan we de burgers erbij betrekken, bij dit verhaal? Is dat weer via de thematafels of komt er een app? Of ik weet het niet.

Maar hoe krijgen we de participatie van de burger in dit verhaal? De voorzitter: Dat was uw vraag? Ja. Mijnheer Van der Maas, D66. De heer Van der Maas: Voorzitter, laat ik met het slot beginnen. Wij kunnen ons goed vinden in de bestuursopdracht. Er is veel werk voor gezet en dat zal ongetwijfeld goedkomen. Maar wij zijn het, net als onze partners aan de linkerzijde, eens dat het heel belangrijk is hoe de burgerparticipatie gaat plaatsvinden. En we zouden daar graag iets van zien dat het college daar ook aan de opdrachtgever duidelijk een formulering meegeeft hoe dat in te steken, zodat we dus echt een hele goede samenspraak met de burgerij in Laren krijgen op die nieuwe Omgevingsvisie, wat eigenlijk gewoon een nieuw bestemmingsplan is ongeveer. De voorzitter: Dat was uw vraag? De heer Van der Maas: Dat was de vraag. De voorzitter: U mag naar mij kijken, hoor.

De heer Van der Maas: Ja zeker. De voorzitter: Ik ben uw voorzitter. De heer Van der Maas: Ja. Sorry voorzitter. De voorzitter: Oké. Dan mag u uw microfoon uitdoen. Dan gaan we naar de heer Vos van Groen Laren. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, dat is al door een paar mensen hier aan tafel al gememoreerd en ik had dezelfde vraag. Er wordt gesproken over participatie en belangrijk dat iedereen daarin meedenkt. En als ik dan kijk in het stappenplan en er staan zeven mooie stappen, dan zie ik een hele hoop groepjes, stuurgroepen en dergelijke, extern bureau. Maar wat de heer Van Goozen ook al memoreert, die zo gewenste participatie zie ik niet in dat stappenplan terugkomen. Dat vind ik wel heel verrassend. Dus in die zin denk ik dat we met drie mensen zijn die dezelfde vraag hebben. Mijn tweede vraag is eigenlijk misschien een beetje kinderachtig. Maar 31 duizend euro wekt bij mij de indruk dat daar heel goed over nagedacht is. Dat daar een hele mooie, goede rekensom aan ten grondslag ligt waarom je op 31 uitkomt. Als ik een schatting moet maken, kom ik heel zelden op getallen als 31 of 27 uit. En ik veronderstel dus, mijnheer de voorzitter, dat hier een buitengewoon doordacht verhaal achter zit. En daar zou ik graag ter achtte van gemaakt worden. Excuses voor het ingewikkelde Nederlands. De voorzitter: Misschien is het een priemgetal, daarom? Wie weet.

De heer Vos: Nee, het is geen priemgetal. De voorzitter: Het is geen priemgetal? Oké. 31. Goed, dat zijn de vragen. Dan gaan we voor beantwoording naar de wethouder. Wethouder Westerkamp. De heer Westerkamp: Voorzitter, ik zal zoveel mogelijk beantwoorden. Maar wat ik niet kan, zal mevrouw Van der Marel naast mij daarbij verder helpen als ambtelijke ondersteuning. Ja, mijnheer Vos, 31 duizend euro. Ik denk als we van elke opdracht of wat dan ook moeten uitleggen waarom hij precies op dat bedrag komen, ik zou het niet weten, maar dat kan mevrouw Van der Marel vast wel uitleggen wat daarvoor een doordacht verhaal achter zit. Ja, dat is denk ik ook een bepaalde berekening die op basis van informatie bij bureaus daarop uitkomt. Maar dat antwoord laat ik graag aan haar over. Kijk, het uitgangspunt van de omgevingswet en het opstellen van de Omgevingsvisie is dat het een stuk is waar natuurlijk een aantal dingen, zoals ook de heer Van den Berg zei, die u al heeft opgesteld in de eerdere stappen, zoals de contourennota et cetera, als basis vormen, maar de input van de samenleving. Want samen met de samenleving stelt u de Omgevingsvisie op. Dat zegt de wet ook nadrukkelijk, dat daar de inwoners, de samenleving, de ketenpartners, provincie, alles en iedereen moet daarbij worden betrokken. En of je dat doet via de thematafel, via burgerpanels, via app, dat gaan wij straks zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11897736/2