CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie M&F 17 juni 2026

Commissie Maatschappij en Financiën 1 juli 2026, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst van adviezen en conclusies d.d. 17 juni 202621.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ik spreek dan ook namens mijn voorganger, namens de organisatoren en de mensen van Tomingroep dat je niet overal altijd bij aanwezig kunt zijn. Daar heb ik begrip voor. Misschien heeft het ook te maken met dat het om een heel beperkt aantal mensen in Laren gaat. Dat wil niet zeggen dat die mensen niet belangrijk zijn. Ik geloof ook niet dat de gemeenteraad dat vindt, maar wel dat de grote aantallen waar je het over hebt hier heel klein zijn. Ik ben in ieder geval blij dat er vanuit het college meer dan voldoende aandacht is voor het reilen en zeilen van Tomingroep, gelet op de ontwikkelingen die al heel lang spelen. We zullen het de komende tijd ook nauw in de gaten houden en zeker in de komende anderhalf jaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Koldenhof. Ik kijk nog even rond. Zijn er nog andere voor de tweede ronde? Nee? Mevrouw Luke. Mevrouw Luke: Dank je wel, voorzitter. Met mijn vraag over het inkoopbeleid doelde ik voornamelijk op het inkoopbeleid van de gemeente Laren zelf. Ons inkoopbeleid en of we daar gebruik maken van SROI-beleid en dus die voorbehouden opdrachten, want dat zou inkomensverhoging kunnen werken voor Tomingroep. Daarbij wilde ik inderdaad ook de bedrijfsmatige overweging meegeven, maar daar ging je ook al over verder, omdat je aangaf dat de financiering die nu vanuit Den Haag komt niet meer echt past bij de bedrijfsmatige invulling van de Tomingroep.

En dat daar voor de toekomst een andere invulling voor komt. Dat sloeg ook op mijn tweede vraag over de doelgroepsverbreding richting mensen vanuit de participatiewet. Die vraag is voor mij beantwoord, maar de eerste vraag over het inkoopbeleid van gemeente Laren zelf nog niet. De voorzitter: Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk moet ik de vraag doorspelen naar mijn rechter buurvrouw. Zij zal misschien meer weten van het inkoopbeleid, personeelsbeleid en social responsibility, de inspanning die de gemeente maar met name de BEL-organisatie natuurlijk levert. Dat kan mevrouw Zwanikken hopelijk 17

beantwoorden. Hoe het in de toekomst ook met die gelden gaat, daar komt nog een plan over. Daar kan ik nu nog niet op vooruitlopen. De voorzitter: Zijn er nog aanvulling, mevrouw Zwanikken? De heer Koldenhof: Hoe zit het met de social responsibility verantwoordelijkheid? Mevrouw Zwanikken: Onze afdeling inkoop heeft dat hoog op de agenda staan op alle manieren. Op materiële zaken sowieso. En wij hebben als het gaat om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ook mensen bij ons in de personeelskantine in dienst via Sherpa, dat is voor ons een hele bewuste keuze. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zwanikken. Dan wil ik dit punt sluiten. Ik heb geen toezeggingen gehoord, mevrouw de griffier. Kan dit als een hamerstuk of een bespreekstuk door naar de raad? Ik schat in als hamerstuk. Ik zie iedereen knikken. We adviseren een hamerstuk voor de raad. 8.

Zienswijze t.a.v. Begroting GNR 2027 Laren De voorzitter: Over naar punt 8 van de agenda, dat is de zienswijze ten aanzien van de begroting Goois Natuurreservaat 2027. Portefeuillehouder is Jan van Midden. Er is geen ondersteuning vanuit de ambtenaren. Door het bestuur van het Goois Natuurreservaat, GNR, wordt de begroting 2027 voorgelegd voor het indienen van een eventuele zienswijze door de participanten. De raad krijgt de mogelijkheid om hierop te reageren. Voorstel, één: in te stemmen met de begroting 2027 Goois Natuurreservaat. Twee, het besluit als zienswijze kenbaar te maken bij het Goois Natuurreservaat. We gaan de volgende volgorde hanteren in de behandeling. De eerste termijn is wederom de commissie die vragen kan stellen ter beeldvorming. De wethouder kan daarop antwoorden. Vervolgens in de tweede ronde is er oordeelsvorming en ook wederom een laatste mogelijkheid voor de wethouder om daarop te antwoorden. Er zijn geen schriftelijke vragen gesteld. Ik wil graag mevrouw Graafsma het woord geven. Mevrouw Graafsma: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één kleine vraag. In bijlage 5 op pagina 24 staat een staat van baten en lasten. Wat mij opvalt is dat bij het kolommetje 2028, baten van subsidies van overheden, een groter getal staat dan bij de andere jaren. Ik vraag me af waar dat verschil vandaan komt.

Is dat een te verwachte extra subsidie? Waar is dat voor bedoeld? Dat was mijn enige vraag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Graafsma. Mijnheer De Jong. De heer De Jong: Wij kunnen het eens zijn met de jaarstukken en begrotingen. We zijn dat alle blij dat alle inwoners van de Wijdemeren nu ook mee gaan betalen. De voorzitter: Dat is goed nieuws, mijnheer De Jong. De heer Krale. De heer Krale: Ik heb ook goed nieuws, voorzitter, want voor de VVD Laren is de belangrijkste conclusie van deze nota dat de kosten in ‘27 met ongeveer zes procent zullen afnemen. Daar zijn we heel blij mee. Dank u wel. De voorzitter: Wat een goed nieuws. Wie kan ik het woord geven vanuit D66?

18

De heer Beelen: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen de begroting volgen, maar we willen voorkomen dat het alleen een boekhoudkundige behandeling wordt. Ik begrijp dat GNR voor Laren een wezenlijke partner is in natuur, recreatie en ruimtelijke kwaliteit. We zijn daarom benieuwd wat die begroting concreet betekent voor de gebieden rond Laren en wanneer de raad wordt betrokken als zonering of gebruik veranderd, heb ik gelezen. Ik heb twee concrete vragen. Wanneer worden we geïnformeerd over de uitkomsten van het draagkrachtonderzoek waar sprake van is, naar de balans tussen natuur en recreatie. En kunnen die uitkomsten nog leiden tot aangescherpte zonering in de GNR-gebieden rond Laren, zoals de Zuiderheide, Laarderhoogte en Het Laar? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ons goed vinden in de begroting voor 2027. Een mooi voorbeeld van hoe je ook met beperkte tot beschikking zijnde middelen, maar wel met focus en prioritering toch je programma u kunt uitrollen. We kunnen akkoord gaan met de zienswijze door het college. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Dan de fractie van Larens Behoud, mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ook wij zijn blij dat wij een stukje minder mogen gaan betalen als Laren zijnde. We zijn het eens met de zienswijze en de begroting.

De voorzitter: Dank u wel, dat is kort maar krachtig. Mijnheer de wethouder. De heer Van Midden: Voorzitter, allereerst vraag van het CDA. De staat aan lasten op bijlage 5, pagina 24 als het gaat om basissubsidies overheden waar het vandaan komt. Ik wil daarvoor verwijzen naar de begrotingswijziging 2026 die ook bij de stukken zit. Dan ziet u in een staat van baten dat er extra subsidies binnengekomen zijn, onder andere de provinciale SNL-subsidie voor natuurbeheer en wat andere subsidies, van de stichting steun. Daar zie je het verschil in bedrag ontstaan. Ik raad u aan om daarnaar te kijken, want anders moet ik het zelf helemaal gaan uitzoeken en oplezen. Als u naar aanleiding daarvan nog vragen heeft, dan ben ik altijd beschikbaar. Mevrouw Graafsma: Dan ben ik alleen nieuwsgierig waarom dat dan sec bij 2028 genoemd wordt. De voorzitter: Dank u wel. We zijn nog niet in de tweede termijn. Gaat u door met uw beantwoording. De heer Van Midden: Dat weet ik niet, mijnheer de voorzitter. Het is zo gedetailleerd, daar moet ik even naar kijken. Dat kan ik hier niet à la minute opzoeken en beantwoorden. De vraag van D66 wat uiteindelijk de begroting betekent voor Laren en wanneer Laren geïnformeerd wordt over de uitkomst van het draagkrachtonderzoek, dat weet ik niet.

Ik weet ook niet waar het eventueel toe kan leiden in termen van aanscherping van beleid, als het gaat om Laarderhoogte en Het Laar. Het is een toezegging dat ik dat navraag bij GNR. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er in de tweede ronde nog vragen of opmerkingen? Niet. Dan is uw voorzitter in ieder geval blij dat hij ook in 2027 nog hard kan lopen door de natuur. We hebben geen toezeggingen. Is dit een hamer- of een bespreekstuk? Ik ga ervan uit dat het een hamerstuk is. Hameren. We adviseren een hamerstuk.

19

9.

Zienswijze jaarrekening BEL Combinatie 2025 De voorzitter: We gaan er waarschijnlijk bij punt 9 net zo snel doorheen als bij punt 8, dat is namelijk de zienswijze voor de jaarrekening BEL-combinatie 2025. De portefeuillehouder is wederom de heer Van Midden. Ambtelijke ondersteuning door de heer Edo van Bree. Mijnheer van Bree is adviseur planning en control bij de BEL-combinatie. De BEL-combinatie is de gemeenschappelijke werkorganisatie van de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren. Het bestuur van de BEL-combinatie stelt de jaarrekening voorlopig vast en de raden van de deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om zienswijze in te dienen. Voorstel, één: de raad neemt kennis van het positieve resultaat en de goedkeurende verklaring, maar hecht groot belang aan blijvende verbetering van de interne beheersing. Tweede: de raad vraagt expliciet de opvolging van onrechtmatigheden en een helder plan om herhaling te voorkomen, vooral bij de aanbesteding en contractbeheer, dit besluit als zienswijze toe te sturen aan het bestuur van de BEL-combinatie. Technische vragen zijn ingediend door het CDA, mevrouw Jolande Graafsma. We gaan wederom qua volgorde een eerste termijn doen waarin vragen gesteld kunnen worden. Dan kan de wethouder de vragen beantwoorden met hulp van de heer Van Bree. Vervolgens komen we in de oordeelsvorming.

Dan is er een tweede termijn voor de wethouder en de heer Van Bree. Het CDA heeft een aantal technische vragen ingediend. Ik wil graag mevrouw Graafsma het woord geven. Mevrouw Graafsma: Wilt u dat ik ze allemaal voorlees of zijn ze bekend? De voorzitter: Ik zou ze even voorlezen, als ik u was, mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Het zijn er veel, ik waarschuw vast. Als wij het hebben over de BEL-organisatie en het niet in controle zijn van deze organisatie, dan worden wij, het CDA Laren, altijd een beetje meewarig en glazig aangekeken. Dat geeft helemaal niet. Volgens de accountant heeft de BEL-organisatie na een langzame start een mooie inhaalslag gemaakt. Echter het niet in controle zijn rondom de contractering en de aanbestedingen is een zware omissie. Vraag: hoe heeft de BEL-organisatie dit opgepakt? En hoe is men nu in controle aan het komen of gekomen? Ook is er significant meer geld aan externe medewerkers uitgegeven. Tevens zijn er meer mensen in vaste dienst gekomen dan eruit zijn gegaan. Vraag: wordt voor 2026 het aantal externe medewerkers en de afhankelijkheid daarvan verminderd? Welke targets heeft de BEL-organisatie hiervoor? Ook is het begrote tekort van de BEL-organisatie van 700.000 euro omgeslagen in een overschot. Ook dit heeft te maken met tekort aan personeel waardoor dienstverlening niet heeft plaatsgevonden.

Vraag: zijn deze tekorten aan personeel nu verholpen en opgelost? Vraag: wat is nu de visie van de BEL-organisatie op het personeelsbeleid? Hoe zorgt de BEL-organisatie dat de gemeenten in de toekomst niet verrast worden en de dienstverlening op pijl blijft? Het ziekteverzuim blijft ook in 2025 onverminderd hoog, 8,6 procent. Vooral langdurig verzuim is een aandachtspunt. Vraag: wat doet de BEL-organisatie hieraan? Er zijn inderdaad maatregelen genomen die moeten leiden tot een verdere verlaging van het verzuim en de werkdruk. Het verzuim is in 2025 verder gedaald met 0 procent. Vraag: verwacht u diezelfde verdere daling voor 2026? Ook voor de implementatie van het nieuwe financiële systeem is budget overgeheveld naar 2026. Betekent dit een verdere vertraging van deze implementatie? Vraag: wat is de status van de IT-beveiliging? Is deze up-to-date? Is de wethouder tevreden over de voortgang van de digitaliseringsagenda van de BEL-organisatie? Kortom, de CDA-fractie is ervan overtuigd dat er vorderingen worden gemaakt. Echter, de organisatie is er nog lang niet. Hopelijk worden onder leiding van de nieuwe directeur verdere stappen gemaakt. Graag krijgen wij in het najaar een presentatie van de nieuwe directeur met zijn plannen om de slagkracht van de organisatie te vergroten. Als laatste merken wij op dat het gebruik AI niet genoemd wordt in de jaarrekening.

Laten wij het erop houden dat dit opvallend is. Dan zijn er nog een paar nabrandertjes. Op pagina 3 van 3 van het raadsvoorstel wordt gesproken over ombuigingen gemeente Eemnes en Laren. Vraag: in hoeverre zijn deze

20

nog nodig? Beleggingen zijn niet meer toegestaan, wordt gezegd. Is dit een besluit vanuit de landelijke overheid of vanuit de BEL-organisatie zelf? Dit waren onze vragen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Graafsma. Dan ga ik naar de fractie van Larens Behoud. Wie kan ik het woord geven? U blijft stil. Dat is hoogst uitzonderlijk voor u, mijnheer Jacobse. Dan mijnheer Grunwald, denk ik. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben geen verdere vragen. Wij sluiten ons graag aan bij de vragen van het CDA. We willen toch benadrukken dat wat door het college in de zienswijze is gezet van heel erg groot belang is. En dat we er met zijn allen op moeten toezien dat dit nagekomen wordt en bij een volgende keer ook weer tot significante verbeteringen heeft geleid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Dan ga ik naar mijnheer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: De gemeente Laren dient een gedegen financieel beleid te voeren. De opmerking die nu komt, heb ik al veel vaker gemaakt. We laten nu het overschot van de BEL in de reserves van de BEL zitten. De gemeente Laren leent voor alles geld, want we hebben helemaal geen geld, we hebben alleen maar schulden. En als we dan geld elders zetten, dan moeten we meer lenen als het nodig is. We hebben nog allerlei andere organisaties die we hebben moeten financieren.

Gaat de wethouder zorgen dat het geld dat nu in de reserves van de BEL gestort wordt, dat dat naar de gemeente Laren komt zodat wij minder hoeven te lenen? Dat lijkt me wel wenselijk. Daar wil ik gelijk bij aangeven dat als de BEL geld tekortkomt, we altijd geld kunnen storten. Er is helemaal geen probleem. Het hoeft helemaal niet. Een gedegen financieel beleid waarin we minder hoeven te lenen, lijkt mij heel wenselijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Dan ga ik naar mijnheer Krale. De heer Krale: Dank u wel daarvoor, voorzitter. De zienswijze die hier voorligt is heel scherp en de VVD begrijpt goed waarom. De belangrijkste vraag die wij hebben, is: hoe kan het dat er bij de slotwijziging ‘25 nog een verlies van zeven ton werd verwacht en er uiteindelijk een overschot van zeven ton resteert? Dat is toch een verschil van bijna anderhalf miljoen in totaal. Waar zit hem dat in? En van welke datum is de slotwijziging geweest ? Hoe dicht zit dat op het einde van het jaar? Hoe kan het dat die inschatting zo verkeerd is geweest? Een andere vraag: wanneer verwachten we de reactie op de zienswijze te ontvangen? Het zou ook relevant zijn om die te ontvangen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Krale. Mevrouw Beishuizen. Mevrouw Beishuizen: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij veel van de voorgaande vragen.

Daarbij willen wij vooral richting het CDA zeggen dat wij hopelijk nooit meewarig hebben gekeken. Complimenten voor de vragen die zijn gesteld. En vooral dat het zo vroegtijdig en zo uitgebreid van tevoren is ingediend. We hopen dat anderen dat voorbeeld zullen volgen. Verder kunnen wij ons in zienswijze vinden met de zorgen die er zijn, maar er staat ook duidelijk dat daar een plan voor moet komen. De voorzitter: Dank u wel. Tot zover de commissie. Dan wil ik de heer van Midden het woord geven, denk ik. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, dat denkt u goed. Zal ik eerst de vragen van het CDA beantwoorden? Mevrouw Graafsma zegt wel dat het veel vragen zijn, maar ik vind het uitermate relevante vragen die vrij uitgebreid wil beantwoorden. Even naar de inleiding van het meewarig, glazig aankijken en de controle rondom de continuerende aanbestedingen die niet in orde zijn en een zware omissie worden gevonden. De vraag, hoe heeft de BEL-organisatie dit opgepakt en hoe is men nu in controle? Eind 2025 21

hebben we het handboek algemeen inkoopbeleid en algemene inkoopvoorwaarden regionaal vastgesteld, tussen aanhalingstekens. Er lopen gesprekken om een inkoopmodule aan te kopen die zorgt voor autorisatie vooraf en dat de aanvragen het inkoopbeleid volgen. Wat je nu ziet bij die huidige onregelmatigheid is dat die met name betrekking heeft op contracten die in het verleden gesloten zijn. Daar zit één heel groot IT-contract bij dat een aantal jaren doorloopt, wat in één keer dat grote bedrag aan onregelmatigheid heeft veroorzaakt. Met deze maatregelen hopen we dat te voorkomen. U constateert dat er significant meer geld aan externe medewerkers is uitgegeven en er meer mensen in vaste dienst gekomen zijn dat dat er uitgegaan zijn. Dat is mooi, denk ik. De vraag: wordt voor 2026 het aantal externe medewerkers en afhankelijkheid daarvan verminderd en welke targets heeft de BEL-organisatie hiervoor? We hebben daar geen concrete target voor, maar ons beleid en handelen zijn daar wel op gericht. Dat hebben we al een keer eerder ook aan u verteld. We gaan door met het project arbeidscommunicatie, waarmee we ons steeds beter positioneren op de arbeidsmarkt. Onze discussie over het logo en de naam is daar een voorbeeld van geweest. Daarnaast wordt verder ingezet op het terugbrengen van inhuur en vervangen door vaste krachten.

Voor het opvangen van vacatures op cruciale plekken en het voorzien in tijdelijk werk blijft inhuur een noodzakelijk instrument om de diensten aan gemeenten te kunnen blijven leveren. Dat hoorden we net ook al bij het VTH-verhaal: uiteindelijk willen we het bouw- en woningtoezicht goed kunnen. Dat betekent dat we in de huidige situatie nog gebruikmaken van inhuur. We hopen dat dat in de komende tijd kunnen vervangen door vaste krachten. Dat is uiteindelijk ons beleid. Tevens is het begroot tekort van de BEL-organisatie van 7 ton omgeslagen in een overschot met vraagteken. Ook dit heeft te maken met het tekort aan personeel waardoor dienstverlening niet heeft plaatsgevonden. Dat ziet u inderdaad goed. Overigens, als we het over de kwaliteit van onze dienstverlening hebben, dan kan ik ook verwijzen ook naar: waar staat je gemeente? Waarbij je ziet dat ondanks de onderuitputting van met name de publieke dienstverlening onze kwaliteit van dienstverlening als hoog en goed ervaren wordt door onze inwoners. Dat is nog steeds goed nieuws. Uw vraag is, zijn deze tekorten aan personeel nu verholpen en opgelost? Nee, dat is nog niet verholpen en opgelost. Het verloop blijft relatief hoog. Er zijn nog steeds veel nieuwe medewerkers die ingewerkt moeten worden.

Er zijn nog steeds externen nodig voor ziekte en vacaturevervanging op cruciale plekken en voor het doen van tijdelijk werk zoals projecten. De verbetering is ingezet, constateert u zelf, maar we zijn er nog niet. Ook is structurele formatie aangevraagd vanuit de BEL voor de interne recruiter die gaat helpen bij de werving van personeel. We hebben daar incidenteel al mee geëxperimenteerd. We zien dat de uitkomsten daarvan goed zijn, dus we gaan voorstellen om dat recruitment structureel in te gaan richten voor de werving van personeel. Wat is nu de visie van de BEL-organisatie op het personeelsbeleid? Hoe zorgt de BEL-organisatie dat de gemeenten in de toekomst niet verrast worden en de dienstverlening op peil blijft? De komende tijd willen we meer grip hebben op de drie indicatoren die ons het meeste vertellen over de gezondheid van onze organisatie: het verloop, het verzuim en de medewerkerstevredenheid. Die indicatoren bewegen zich langzaam de goede kant op. Dan komt er ruimte om te bouwen aan de lange termijn. Verrassingen zijn nooit uit te sluiten, maar het gaat er uiteindelijk om hoe we hiermee omgaan. Wat ik net al zei, de dienstverlening aan onze inwoners blijft hoog en wordt zeer gewaardeerd, dat is uiteindelijk een heel belangrijk gegeven. Het ziekteverzuim blijft ook in 2025 onvermeld hoog, 8,6 procent en vooral langdurig verzuim is een aandachtspunt.

Dat is het probleem. Langdurig verzuim is heel lastig te beïnvloeden, zeker als het verzuim is dat niet direct met werkgerelateerde omstandigheden te maken heeft. Als we kijken naar uw vraag wat de BEL-organisatie hieraan doet, dan blijkt uit het laatstgehouden medewerkerstevredenheidsonderzoek dat de eerste resultaten zichtbaar zijn op het gebied van verzuim, werkdruk en balans tussen werk en privé, hoewel daar nog uitdagingen liggen. In die zin wordt het wat positiever. HRM heeft in 2025 de zogeheten Pulse geïntroduceerd als een vast meetinstrument. Deze korte periodieke survey biedt inzicht in ten eerste signalen van stress, werkdruk en spanningen die kunnen leiden tot ziekteverzuim, waardoor tijdig passende ondersteuning kan worden ingezet. Ten tweede geeft dat systeem de mate en de oorzaken van werkdruk binnen teams aan, zodat gerichte interventies en maatwerkinterventies mogelijk zijn. Ten derde geeft het aan in welke mate teamleiders binnen de nieuwe organisatie medewerkers voldoende vertrouwen, richting en ondersteuning bieden. Uiteindelijk geeft dat 22

inzicht in daar waar de verbetering kan plaatsvinden. Deze inrichten inzichten vormen input voor gerichte leiderschaps- en teamontwikkeling. Verder zijn in 2025 de rollen van de arbocoördinator en de preventiemedewerkers inhoudelijk ontwikkeld. De invulling van deze functies staat gepland voor 2026. Dat zal in de loop van het jaar plaatsvinden. Ook is een oriëntatie uitgevoerd op de arbodienstverlening die primair is gericht op preventie in plaats van curatie, waarin psychologische ondersteuning standaard onderdeel uitmaakt van het aanbod. Op basis van deze samenhangende maatregelen is de verwachting dat zowel het verzuim als de ervaren werkdruk in de loop van 2026 verder zullen afnemen. U geeft aan dat er maatregelen genomen zijn die moeten leiden tot de verdere verlaging van verzuim en werkdruk. Het verzuim is in 2025 verder gedaald met 0 procent, dus niet gedaald. Verwacht u dezelfde daling in 2026. Verwijzend ook naar het antwoord op de vorige vraag, het is heel moeilijk om voorspellingen te doen over de ontwikkeling van het ziekteverzuim. De voorgestelde maatregelen die ik net noemde, zullen naar verwachting een drukkend effect hebben, alleen de werkelijkheid is situationeel bepaald en kan afwijken. We hebben goede hoop. Voor wat betreft de implementatie van het nieuwe financiële systeem is het budget overgeheveld naar 2026. Dat klopt.

Uw vraag is of dit een verdere vertraging betekent van deze implementatie. Nee, dat betekent het niet. Het goede nieuws is dat het financiële systeem is geïmplementeerd. Twee weken geleden hebben wij het projectteam decharge verleend. U krijgt als raad nog een raadsinformatiebrief hierover. Hoe dat gegaan is en hoe dat budgettair is verlopen. Nu we het geïmplementeerd hebben, gaan we verder. Daar hebben we een plan van aanpak voor. We gaan het verder stapsgewijs verbeteren en verder implementeren. Wat is de status van de IT-beveiliging en is deze up to date? Is de wethouder tevreden over de voortgang van de digitaliseringsagenda van de BEL-organisatie? Ik kan hier alleen in zijn algemeen op antwoorden, dat zult u begrijpen. De beveiliging krijgt nodige aandacht, maar het is en blijft een kwestie van proberen de raarste snelle ontwikkelingen goed bij te houden, want die gaan gewoon snel. En om de medewerkers op te voeden om prudent om te gaan met de vaak vertrouwelijke informatie waarmee gewerkt wordt en de privacyaspecten ervan. Wat wij nu doen is vooral de oplossingen in de preventieve sfeer zoeken, want die zijn het meest simpel. Dat betekent dat we complexe wachtwoorden invoeren en die ook niet willen laten rondslingeren. Schermen afsluiten als je niet op je werkplek zit. Updates zo snel mogelijk downloaden. Open netwerk verwijderen als er buitenshuis gewerkt wordt.

De digitaliseringsagenda staat nog aan het begin van zijn ontwikkeling. Met de voorbereiding daarvan zijn we bezig, maar dat wordt nog verder uitgerold. Dan zegt de CDA-fractie dat ze ervan overtuigd is dat vorderingen worden gemaakt, echt een organisatie is nog lang niet. Hopelijk worden er onder leiding van een nieuwe directeur verdere stappen gemaakt. Wij maken de nieuwe directeur al drie weken mee en ik merk dat hij zeer ambitieus is als het gaat om maken van verdere stappen. Graag krijgen wij in het najaar een presentatie van de nieuwe directeur met zijn plannen om de slagkracht van de organisatie te vergroten. Dat zullen we meenemen. De BEL staat er altijd voor open om een update te geven in de raden over de organisatie. Volgens mij is het sowieso een lopende afspraak om dat met een zekere regelmaat te doen. Als laatste merken wij op dat het gebruik van AI niet genoemd wordt in de jaarrekening. Laten we het erop houden dat dit opvallend is. Op dit moment kan ik hierop antwoorden dat AI voorzichtig zijn intrede maakt in de BEL-organisatie. We streven ernaar om het niet als een losstaand kunstje in te voeren, maar in te bedden in bestaande processen en werkwijzen. Er staan heel veel nieuwe aanbestedingen op de rol. Daar zullen we, waar het behulpzaam is nadrukkelijk ook AI in betrekken. Dan nog een aantal restvragen.

Op pagina 3 van het raadsvoorstel wordt gesproken over ombuigingen gemeenten Eemnes en Laren. De vraag in hoeverre deze nog nodig zijn. Daar gaan we nog mee aan de slag. Dat hangt af van het meerjarig begrotingssaldo over de jaren 2027-2030. Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen van het samenstellen van de begroting voor deze gemeenten. Op dat moment zullen we dan zien of er verdere ombuigingen nodig zijn. Dan constateert u dat beleggingen niet meer zijn toegestaan. U vraagt of dit een besluit vanuit de landelijke overheid is of vanuit de BEL-organisatie. Ik had zelf het idee dat het CDA dit wel zou weten, want dat is iets vanuit de landelijke overheid en is het opgenomen in de wet financiering decentrale overheden, voor de kenners: de wet Fido en in de RUDO, de regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Die maatregelen zijn ooit genomen naar de ‘i-safe affaire’(01:39:28), zoals u ongetwijfeld weet. Dit waren de 23

antwoorden op de vragen van het CDA. Dan ga ik snel over naar mijn andere bestand met de andere vragen. Liberaal Laren merkt op dat gemeente Laren een gedegen financieel beleid dient te voeren, waarvan akte. Het overschot van de BEL laten wij in de reserves BEL zitten, meer lenen. Het raadslid vraagt eigenlijk: gaat de wethouder ervoor zorgen dat er geld in de reserves van Laren gestopt wordt en niet in de BEL, zodat wij minder hoeven te lenen? Wij hebben de afspraak gemaakt dat de BEL een reserve mag aanhouden tot maximaal 2 procent van de totale begroting, geloof ik. Dat is een reserve die het managementteam naar eigen goeddunken kan aanwenden voor versterkingen of investeringen in de BEL-organisatie, onder het motto dat voor deze gelden geen toestemming vooraf gevraagd moet worden, maar verantwoording achteraf afgelegd moet worden. Dat hebben we ooit besproken en besluitvorming op georganiseerd. In mijn ogen is dat modern management. Bij de BEL-organisatie zit nu een kwalitatief heel goed managementteam en dat je dat team ook de financiële slagkracht geeft om zelf beslissingen te kunnen nemen over investeringen in de BEL-organisatie tot op zekere hoogte. En waar ze later richting het BEL-bestuur en de raden verantwoording over aflegt. Dat is de achtergrond. De VVD vraagt zich af waarom er in eerste instantie een overschot is en uiteindelijk een tekort.

Hoe kan het dat de inschatting zo verkeerd is geweest? Als ik het kort door de bocht zeg, omdat we een soort silo-gewijze benadering hebben nog steeds en we over het geheel niet precies zien waar budget uitgenut moet worden en waar budget wordt gevraagd. Dat zie je ook als je kijkt naar de resultaten. We zien vooral een onderuitputting op R&I. Ik geloof 5 ton, uit mijn hoofd. Op publiek domein en andere gebieden zie je weer dat er extra budget gevraagd wordt. Wat wij willen en ook in de zienswijze laten terugkomen, is dat de organisatie en het managementteam integraal gaat kijken naar hun financiële positie. Waar hebben we overschotten? Waar hebben we tekorten? En hoe kun je van het totaaloverzicht uit de BEL het geld het beste investeren? Het slaat een raar figuur als je in eerste instantie 7 ton vraagt van de gemeenten en als je een paar maanden later consulteert dat je het niet meer nodig hebt. Dat is ook wat we in de zienswijze opgeschreven hebben, om dat te verbeteren. Wanneer kunnen we de reactie op de zienswijze van het BEL-bestuur kunnen verwachten. Volgens mij komt die net na de zomer in september? Ja. Even toegangscode. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen beantwoord, als ik het goed heb. Ik kijk nog voor de zekerheid. Ik heb daarmee alle vragen beantwoord, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de wethouder.

De heer Van Midden: Ik hoop naar believen. De voorzitter: Zijn er in de tweede ronde nog aanvullende opmerkingen? Ik kijk even rond. Nee. Dan de vraag: is dit een hamer- of een bespreekstuk? Mevrouw Graafsma: Als het aan ons ligt een bespreekstuk. De voorzitter: Bespreekstuk, hoor ik. Dan is het een bespreekstuk, denk ik, mevrouw de griffier. We adviseren het als bespreekstuk. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, mag ik daar een vraag over stellen? De voorzitter: Dat mag. De heer Van Midden: Uiteindelijk heb ik in mijn beleving adequaat de vragen beantwoord. Ik vraag me af wat dan de redenen zijn voor het CDA om, ondanks de beantwoording van alle vragen, het toch nog als bespreekstuk te willen agenderen? Mede ook om ons daarop voor te bereiden, eerlijk gezegd. Mevrouw Graafsma: Ik weet niet of dat mag, maar dit is een besluit van onze voorzitter, Jan Huug Lobregt. Hij is ook raadslid. Is het oké als hij hier antwoord op geeft? 24

De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Graafsma maar bevestigt mijn vermoeden. Ik zou graag van de voorzitter daar ook een verklaring voor willen hebben. De voorzitter: Ik denk dat dit voor ons als gemeente Laren een zodanig belangrijk item is dat we dit met elkaar in de raad moeten bediscussiëren. Vandaar. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik kan alleen maar zeggen dat het aan de raad is. De voorzitter: Het gaat over onze operatie. We zijn niet in control. We kunnen het over ons heen laten komen, maar ik denk niet dat dat goed is en dat we dit heel serieus met elkaar moeten bespreken. Excuus daarvoor. De voorzitter: Prima. Ik had de indruk dat we het ook serieus besproken hebben net in de commissie, maar blijkbaar niet voldoende voor het CDA, door het toch als bespreekstuk te agenderen. Uiteindelijk is het aan de raad en heb ik daar niks van te vinden. Prima zo. 10. Ontwerpbegroting 2027-2030 en voorstel resultaatbestemming jaarstukken 2025 Regio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Dan kunnen we over naar punt 10 van de agenda. Dat is de ontwerpbegroting 2027-2030 en voorstel resultaatbestemming jaarstukken 2025 van de Regio Gooi en Vechtstreek. De portefeuillehouder is wederom Jan van Midden. Ambtelijke ondersteuning is er ook wederom van de heer Edo van Bree. Hij is nog steeds adviseur planning en control bij de BEL-combinatie.

De Regio Gooi en Vechtstreek heeft de ontwerpbegroting 2027-2030 en het voorstel resultaatbestemming jaarstukken 2025 aangeboden. De Regio verzoekt de raad om uiterlijk 11 juli 2026 zienswijzen uit te brengen op de ontwerpbegroting en het voorstel, zodat de Regio deze kan meenemen in de definitieve besluitvorming. Voorstel, één: in te stemmen met de ontwerpbegroting 2027-2030 Regio Gooi en Vechtstreek, maar wel inhoudelijke zienswijze in te dienen. Twee: geen zienswijze in te dienen op het voorstel resultaatbestemming Regio Gooi en Vechtstreek. Er zijn technische vragen gesteld door Groen Laren, de heer Andreas Grunwald. We zullen wederom beeldvormend werken in de eerste termijn. De wethouder zal daar antwoord op geven met ondersteuning van de heer Van Bree. Vervolgens kan de commissie oordeelsvormend zijn in de tweede termijn en kan de wethouder daar verder op antwoorden met ondersteuning van de heer van Bree. Dan wil ik graag mijnheer Grunwald van Groen Laren het woord geven. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Allereerst kunnen wij instemmen met de zienswijze door het college en de daarin gestelde kritische vragen aan de Regio Gooi en Vechtstreek. Tijdens het doornemen van de stukken doornemen en door toevalligheid van de postbezorging kregen we toch een aantal specifieke vragen die we graag willen stellen.

Begin juni ontvingen inwoners van Laren of wijken van Laren bericht van de GAD dat de manier van het legen van de afvalcontainers per 1 juli aanstaande verandert. In plaats van de bekende achterladers zullen per deze datum nieuwe zijladers ingezet worden. Hiermee wijzigt de manier waarop afvalcontainers langs de weg gezet moeten worden. Onjuist geplaatste containers worden niet geleegd. We begrijpen dat de nieuwe manier van afvalcontainers legen zwaar en vuil mensenwerk bespaart en dat er hierdoor efficiënter gewerkt kan worden. Edoch, in de programmabegroting van de Regio Gooi en Vechtstreek staat onder de kop voor inwoners vanaf pagina 14, daarin kunnen wij wel het een en ander over die veranderingen terugvinden, maar blijven er nog vragen om beantwoord. Over de invoering van bovengenoemde werkwijze hebben wij de volgende vragen. Eén, vanwege uiteenlopende obstakels, perken, struiken, geparkeerde auto's enzovoorts, zoals bijvoorbeeld in de Teunenmijns en de Zonnedauw, om twee straten te noemen, kunnen niet overal de afvalcontainers op de gevraagde wijze neergezet worden. Hoe 25

dienen inwoners hiermee om te gaan? Aan de ene kant heb je struiken en beplanting en aan de andere kant staat het vol met auto’s. Hoe zet je je containers dan op een rijtje? Twee, kunnen inwoners in boven omschreven situaties die afvalbakken op ophaaldagen op straat zetten of op de oprit van woningen met een eigen parkeerplaats? Dat is een beetje een retorische vraag natuurlijk, dat weet ik wel, maar daar zal het wel op uitdraaien bij gebrek aan andere oplossingen. Drie, de inhoud van afvalbakken wordt gemaximeerd tot 50 dan wel 75 kilogram voor de grotere bakken. Te zware afvalcontainers worden niet geleegd. Hoe kunnen inwoners weten hoe zwaar de inhoud van hun afvalbak weegt? Vraag vier, vervolgens kan het gebeuren dat afvalbakken om een van bovengenoemde redenen niet worden geleegd. Waar en op welke wijze kunnen dan ook bejaarde inwoners 75 kilogram etensresten en klein tuinafval inleveren? Vraag vijf, is het om hygiëneredenen dan oké om de niet opgehaalde groenbak nog eens twee of drie, in totaal zes of zeven weken te laten staan, met de kans op een te zware bak? De actie van de GAD roept wat technische vragen op voor bewoners. De vragen zijn erop gericht om helder te krijgen hoe daarmee wordt omgegaan nu al bij voorbaat problemen worden voorzien. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald.

Wie mag ik het woord geven bij Larens Behoud? Mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Voorzitter, dank u wel. Ik zit met een probleem, maar dat zit ik wel meer, zoals u weet. Wij gaan mee in dit verhaal, met deze zienswijze, maar ik vind het wel bijzonder. Wij voelen ons een beetje een patiënt die bij een dokter zit die diverse medicijnen uitgereikt krijgt voor een kwaal waarvan de dokter bij de deur zegt: gaat u maar fijn naar huis, het komt allemaal goed. Ik zie u waarschijnlijk niet meer terug. De inhoud van de zienswijze legt een aantal zaken bloot waar wij het stuk voor stuk mee eens zijn. Daarom zijn we het met de zienswijze eens, maar dat wil nog niet zeggen dat het een lekker verhaal is. We kunnen daar nog heel lang over praten, dat gaan we niet doen. Ik pik er één zin uit: zonder volledig inzicht in de effecten op de begroting 2027-2030 is het lastig om de voorliggende begroting zorgvuldig te beoordelen en hierover een zienswijze te formuleren. U moet het mij niet kwalijk nemen. Ik heb geen zin om hier lastig te gaan doen of te gaan zitten stoken, maar dan moet je dit niet goedkeuren. Als wij naar stukken kijken waarmee we niet kunnen beoordelen of die begroting deugt, waarom gaan we dan met zijn allen gezellig met die zienswijze door? Ik heb daar geen antwoord op. Ik ga mee als iedereen meegaat, maar het gaat nergens over. Dat was het.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jacobse. Dan ga ik naar de fractie van D66. De heer Beelen: Wij hebben een aantal dingen gelezen. Er gaat 302.000 euro terug naar de gemeente. Dat lijkt me mooi. Er zijn ook een aantal structurele lastenstijgingen. Wij kunnen de richting volgen, maar het lijkt niet goed dat structurele kostverhogingen vanzelf in de begroting verdwijnen. Dat sluit een beetje aan op de bijdrage van mijnheer Jacobse. We moeten bijvoorbeeld kunnen zien wat indexatie of wettelijke noodzaak is en wat een beleidsmatige keuze is, het verschil daartussen. Een aantal vragen zijn al gesteld. Eén van de vragen die we nog hebben, is: kunnen we per kostenstijging misschien zien welk deel volatiele indexatie is of wettelijke noodzaak en welk deel dan een beleidsmatige keuze is? Zoals: we willen meer geld uitgeven aan public affairs, inkoop, risicobeheersing en organisatieontwikkeling. Het lijkt me handig om het verschil tussen die twee te kunnen zien. Misschien heb ik het niet goed gelezen, maar dat vond ik er niet in. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Beelen. De heer Krale van de VVD.

26

De heer Krale: Dank u wel. In de voorgestelde zienswijze worden naar mening van de VVD veel terechte vragen gesteld. Er wordt ook om meer informatie gevraagd, onder andere omdat de kosten van de Wmo met bijna 25 procent omhoog gaan. Tegelijkertijd wordt de handhaving afgeschaft en de functie public affairs en lobby structureel ingericht terwijl daar nog niet toe is besloten. Wij onderschrijven dan ook dat daarnaast gevraagd wordt om actief op de besparing doelstellingen te sturen en de raad daar periodiek over te informeren. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Wij sluiten ons volledig aan bij de zienswijze van het college. Alleen wij missen een punt daarin. Een niet onbelangrijk punt: de totale personele lasten van de Regio stijgen met 8 procent in 2027 ten opzichte van 2026, terwijl wij duidelijk afgesproken hebben en door hen is bevestigd dat zij het rustig aan zouden doen en wij als gemeente vonden dat de kosten in de hand gehouden moesten worden. Hoe kan het dat de personele kosten met 8 procent omhooggaan? Ik neem aan dat er 4 procent inzit en dat de andere 4 procent nieuwe mensen zijn. Dat zou niet anders kunnen. Wat gaan die nieuwe mensen dan doen? En hoe zit het met de efficiency van deze organisatie? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Mevrouw Graafsma van het CDA. Mevrouw Graafsma: Dank u wel, voorzitter.

Wij danken de Regio Gooi en Vechtstreek voor het toesturen van de programmabegroting. Wij vinden het fijn dat de Regio meedenkt over de financiële situatie van de deelnemende gemeenten. Het is ook goed om te zien dat de Regio heeft nagedacht over bezuinigingen c.q. reorganisatie binnen hun eigen organisatie. Echter, de besparingen die dit oplevert, zijn beperkt. Wij zijn op zoek naar een structurele reorganisatie binnen de Wmo, GGD en dus de uitvoering van de regelingen. Hier kunnen en dienen verdere efficiëntieslagen gemaakt te worden. Dit kunnen wij als gemeente niet alleen, maar zullen wij samen met de landelijke overheid moeten doen. Vraag: wordt er binnen de Regio expliciet nagedacht over de efficiëntieslagen in de uitvoering. Een voorbeeld: iemand heeft al 15 jaar Wmo-hulp en is 80 jaar oud. Bij verhuizing moet de indicatiestelling opnieuw gedaan worden. Waarom is dit? En kan dat niet efficiënter? Ook in de contractering van de uitvoerders van de Wmo kan nog veel verbeterd worden. Zijn hier al acties op? Dit waren onze vragen. Verder kunnen wij akkoord gaan met de zienswijze. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Graafsma. Dan geef ik het woord aan de wethouder dan wel de heer Van Bree. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer voorzitter. We waren nog de antwoorden aan het afstemmen.

Ik zal eerst de wat meer algemene vragen beantwoorden en dan op de specifieke vragen van Groen Laren ingaan als slotstuk. Larens Behoud bij monde van de heer Jacobse zegt: ik voel mij als een patiënt die bij de dokter is. Waarbij de dokter bij de deur zegt: gaat u fijn naar huis. Ik vind het een niet lekker verhaal, zeker niet zonder volledig inzicht in effecten van de bezuiniging 2027. Ik neem aan dat hij 2026 bedoelt? Dat klopt, dat is ook waar we de zienswijze op geschreven hebben. Op dit moment is de Regio aan het bekijken en bespreken en de besluitvorming aan het organiseren over een aantal bezuinigingen in 2026. Die zijn voor een deel beleidsarm, een deel beleidsrijk. Die voorstellen worden op dit moment voorbereid voor de verschillende raden van de gemeenten. Ze moeten ook voor de definitieve besluitvorming door het algemeen bestuur. Dan komen ze naar de raden om daar ook wat van te vinden. Vooruitlopend daarop presenteren de begroting van 2027. De 27

heer Jacobse maakt de opmerking: ik vraag me af of het deugt. Het deugt wel degelijk, maar het is gevoelsmatig een wat lastig figuur dat je zegt: ik weet nog niet wat het in 2026 zal opleveren en ik moet over 2027 al iets vinden. Dat heeft alles te maken met de systematiek van de Planning- en Controlcycli, die een hele lange doorlooptijd heeft en niet precies volgtijdelijk plaatsvindt. Dat was voor ons geen reden om hierom de begroting tegen te houden, maar wel om een kritische noot te plaatsen om in toekomstige situaties zo’n proces sneller te doorlopen. Wij hebben uitgebreid met de drie gemeenten hierover gesproken. Ik moet ook zeggen dat deze zienswijze in nauw overleg met Blaricum en Eemnes is samengesteld. We waren er met zijn drieën van overtuigd dat we op deze wijze dat signaal moesten afgeven. Dat is de achtergrond, mijnheer Jacobse. Dan moet ik weer … D66 stelt vragen over structurele lastenstijgingen die niet als vanzelf in de begroting verdwijnen en wil graag een onderscheid maken of de indexatie wettelijk is of beleidsmatig, onze eigen keuzes zijn. Wat is noodzaak? Ik wil daar verwijzen naar de begroting en de specifieke tabel voor Laren. Daar kunt u precies per post zien wat indexatie is, dus noodzaak is, en wat voortkomt uit beleidskeuzes. Daar staat het helemaal gespecificeerd, bijna op de cent. Ik raad u aan om daar goed naar te kijken.

Mocht u naar aanleiding daarvan vragen hebben, dan ben ik te allen tijde bereid om daarop te antwoorden. De VVD onderschrijft het initiatief om naar een besparing te streven, goed. Liberaal Laren mist één punt, de totale personele lasten stijgen met 8 procent in 2027 ten opzichte van 2026. Ze zouden het rustig aandoen. Hoe kan dit? Heeft dit te maken met nieuwe mensen? Ja. Een deel is cao, een ander deel is nieuwe mensen. Het meest in het oog springende is de manager public relations. Daar maken we een kritische opmerkingen over in de zienswijze. Als we kijken naar de besluitvorming erover, dan hebben we als Regio in eerste instantie besloten om dat incidenteel te financieren, bij wijze van pilot. Dat we vervolgens de pilot evalueren in 2026 en dan bepalen of we uiteindelijk hiermee verdergaan en structureel willen financieren. Uiteindelijk is deze manager public relations al meegenomen in de begroting. Daarom hebben we in de zienswijze gezegd, als uit die evaluatie blijkt dat de nut en noodzaak van deze manager niet aanwezig of bewezen is in de pilot, dan behouden we ons het recht voor om dat budget alsnog uit de begroting te halen. De andere investeringen hebben te maken met de versterking van het risicobeheer in de organisatie, IT en datagestuurd werken. De Regio verwacht hierdoor besparingen, als we het goed doen.

Vandaar dat we in de zienswijze hebben opgenomen: monitor die besparing heel goed en houd ons goed op de hoogte van de mogelijke besparingen die er kunnen ontstaan. Dan heb ik … Ik word er steeds uitgegooid. Het CDA merkt op dat de besparingen beperkt zijn en wil op zoek naar structurele besparingen. Zij vraagt of binnen de Regio expliciet nagedacht wordt over efficiency in de uitvoering. Dat wordt het, dat zijn juist de besparingen in 2026. Als het gaat om de uitvoering van sociaal domein, waarbij u met name doelt op de Wmo, de uitvoering van de Wmo zit niet in de Regio, maar die zit hoofdzakelijk bij de H-BEL. De Regio houdt zich bezig met het inkopen van de zorg, met de contracten met de met de zorgverzekeraars. De efficiencyslag die we daar aan het maken zijn, is dat we alle maatwerkcontracten die nog bij de gemeente zitten uiteindelijk naar de Regio willen overhevelen, om daar centraal de inkoop te regelen. We denken dat het daar efficiënter kan. De initiële investering daarbij is ongeveer 3 ton, zo uit mijn hoofd. De verwachting is dat als we dat goed doen het tot een besparing bij de gemeente zou moeten leiden, in ons geval bij de H-BEL. Dat moet de toekomst gaan uitwijzen. Daarmee heb ik volgens mij alle vragen beantwoord. Ik kijk nog naar mijn rechterhand, die heeft geen aanvullingen. Dan is dit voor de eerste ronde, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

U heeft de vragen van Groen Laren nog niet beantwoord. Daar zou u later op terugkomen. Als voorzitter weet ik natuurlijk niet wanneer later is, maar het zou prettig zijn als dat nu kan.

28

De heer Van Midden: Heel goed, ik ga even de antwoorden op zoeken. Ik ben heel blij en dat klinkt misschien gek, want we praten over een begroting van de Regio van 111 miljoen euro en mijnheer Grunwald stelt vragen over vuilnisbakken. Ik vind dat dat hele terechte vragen zijn, want daar zullen al onze inwoners best mee te maken hebben en vragen over hebben. In die zin ben ik blij dat u deze begroting aangrijpt om deze vragen te stellen. Dan ga ik zoeken waar ze staan in mijn mailbox. Ik kan ze zo snel niet vinden. Daar komt het. Ik sla de inleiding over, mijnheer Grunwald, met uw goedvinden. Dan begin ik bij vraag 1. Vanwege uiteenlopende obstakels, perken, struiken, geparkeerde auto's, zoals bijvoorbeeld heel specifiek in de Teunenmijns en de Zonnedauw kunnen niet overal de afvalcontainers op de gevraagde wijze neergezet worden. Hoe dienen inwoners of bewoners hiermee om te gaan? Dit is het antwoord: de inzameling van de afvalcontainers door middel van zijbelading gebeurt in principe op plaatsen waar dit ook haalbaar is. Bij de overgang van inzameling met achterlader naar inzameling met zijlader zullen de chauffeurs de kliko's in het begin terugzetten op de wijze waarop deze voortaan aan de weg moeten worden gezet. Dit is een indicatie voor de inwoner om de volgende keer de bakken op die plek en op die manier neer te zetten.

De ervaring van de GAD is dat deze overgangssituatie op die manier heel snel went. Vraag twee: kunnen inwoners in boven omschreven situaties de afvalbakken op ophaaldagen op straat of op opritten van woningen met een eigen parkeerplaats neerzetten? Het is niet toegestaan om opritten voor woningen te blokkeren of de minicontainers op de straat te zetten. Dat klinkt misschien heel gek, maar het is zelfs wettelijk verboden om een afvalcontainer op je eigen oprit te zetten, zodanig dat die geblokkeerd wordt. De afvalbakken moeten op de openbare weg worden aangeboden, zodat de grijparm van de wagen erbij kan. Afval inzamelen op eigen grondgebied is niet toegestaan. Dan is de derde vraag: de inhoud van de afvalbakken wordt gemaximeerd op 50 kilo voor 140 liter en 65 kilo voor 240 liter. Te zware afvalcontainers worden niet geleegd. Hoe kunnen inwoners weten hoeveel de inhoud van hun afvalbakken weegt? Het antwoord hierop is: de grijparm arm van de wagen kent een beperking in het aantal kilo's dat kan worden opgetild. Met name de groene afvalcontainer voor GFE, etensresten en klein tuinafval kan zwaarder worden. Andere afvalstromen, zoals papier en karton of rest plus PMD, zullen dit maximale gewicht niet halen. Het maximale gewicht is zorgvuldig bepaald en wordt alleen overschreden als er onjuist afval in de afvalcontainer zit.

Hierbij valt te denken aan zwaar tuinafval zoals stonken, aarde en zand. Afvalbakken met verkeerd aangeboden afval blijven staan met een notificatie voor de inwoner aan de bak. Vraag vier: het kan gebeuren dat afvalbakken om een van de bovengenoemde redenen niet geleegd kunnen worden. Waar en op welke wijze kan een tussen haakjes bejaarde inwoner 65 kilo etensresten en klein tuinafval inleveren? Groot tuinafval kunnen inwoners gratis op elk punt van de drie scheidingsstations inleveren. Ook bestaat er de mogelijkheid het grove tuinafval tussen aanhalingstekens tegen betaling op te laten halen door het maken van een grofvuilafspraak. Vraag vijf: is het om hygiënereden oké om een niet opgehaalde groenbak nog eens twee of drie, in totaal vier of zes weken te laten staan met de kans op een dan te zwaar beladen bak? Antwoord: het niet ledigen van minicontainers heeft regelmatig als oorzaak dat er onjuist afval wordt aangeboden. Wanneer een inwoner het onjuiste afval verwijdert uit de minicontainer wordt deze alsnog geleegd. Dat waren mijn antwoorden. Wat ik al zei, het zijn gedetailleerde vragen. Ik heb mij laten leiden door de antwoorden van de medewerker van de GAD. Iets anders kan ik op dit moment niet. Als u nog aanvullende vragen heeft, dan neem ik die mee en zal ik die voorleggen. Ik heb ook opgemerkt dat ik deze vragen heel goed vindt.

En ik kan me voorstellen dat dit breed in de regio leeft. Ik zou de Regio willen adviseren of de GAD een soort Q&A op te stellen waar we dit soort vragen voor alle inwoners in kunnen beantwoorden. Ik vind het hele relevante vragen waarvan ik me kan voorstellen dat er in alle dorpen mensen mee worstelen. In die zin mijn dank en ik hoop dat het voldoende is geweest om de vragen te kunnen beantwoorden.

29

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de wethouder voor de antwoorden in eerste termijn. Zijn er nog aanvullingen in de tweede termijn? Mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. De GAD heeft het goed voor zichzelf geregeld. Het gaat namelijk precies op de manier die hun voor ogen staat zonder aandacht voor de inwoners. In de antwoorden die u geeft kan het heel goed mogelijk zijn dat mensen toch een paar 100 meter met die afvalbak moeten gaan lopen om die ergens neer te zetten. Vervolgens komen die op plekken terecht waar al wat bakken staan. Er komen plekken 25, 30 afvalcontainers op een rij moeten staan. Die staan dan allemaal in de perken die langs de weg staan. Het groen wordt er echt niet mooier op. Vervolgens wordt ook nog gezegd: u kunt het wel zelf wegbrengen of het grofvuil bellen à 25 euro. Dat zijn natuurlijk geen antwoorden. Ik denk wel dat het zaak is om heel goed te kijken hoe het werkt voor de inwoners en hoe je dat optimaal kunt afstemmen, zodat de inwoner er zo min mogelijk last heeft en de GAD ook. Als uiteindelijk heel veel mensen bellen: u heeft mijn container niet geleegd, dan wordt de GAD ook horendol. Ik ben wel blij met uw toezegging om het te overleggen met GAD of er een vraag-en-antwoordstukje kan komen, zodat de bewoners beter worden geïnformeerd.

Veel liever zou ik zien dat er een soort overgangsperiode komt, zodat bewoners eraan kunnen wennen. En daarbij misschien iemand een maandje meerijdt, die containers die niet 100 procent goed geplaatst zijn toch op de plek zet, zodat ze meteen meegenomen kunnen worden of iets dergelijks. Kijk goed naar hoe dat samenspel optimaal kan verlopen, is mijn vraag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Zijn er in de tweede termijn andere fracties die nog iets willen toevoegen? Ik zie u nee schudden. Dan wil ik in de tweede termijn wederom het woord geven aan de wethouder. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Als je als je goed luistert naar de antwoorden die de GAD geeft, dan is in eerste instantie de inwoner verantwoordelijk voor het afval dat de inwoner in zijn of haar bak gooit. De GAD zegt, als er sprake is van normaal gebruik, ook voor de groene bak, dan is het geen enkel probleem om die bak mee te nemen, want dan voldoet het altijd aan het gewichtscriterium. Het begint met de inwoners. Ik ga ervanuit dat de inwoners daar goed over worden voorgelicht. Je hoeft maar één keer je neus te stoten en je weet dat je het de volgende keer anders moet doen. Als het gaat om een paar 100 meter lopen met afvalbakken, Laren is niet zo groot dat mensen een paar 100 meter met afvalbakken moeten lopen.

Als ze dat wel moeten, ik zie in verschillende plekken in Laren dat afvalbakken verzameld worden in een straat of een wijk. Ik kan me voorstellen dat dat in de nieuwe situatie nog steeds gebeurt. Ik heb zoiets, laat de markt dat zelfs maar oplossen. De derde suggestie om daar iemand mee te laten lopen om dingen te corrigeren. Mijn inschatting is dat ze dat zullen doen, dat ze in die overgangssituatie toch met extra capaciteit gaan kijken of het goed ingeregeld kan worden. Zoals ik het GAD ervaar, is het een professionele organisatie die over het algemeen goed nadenkt over dit soort dingen. Dat betekent niet dat er geen dingen fout kunnen gaan. De heer Grunwald: Voorzitter, ik moet even interrumperen. De voorzitter: Mijnheer Grunwald, via de voorzitter alstublieft. De heer Grunwald: Voorzitter, de wethouder ridiculiseert de problematiek. Hij probeert hier recht te praten wat krom is. Ik zou toch willen dat u daar wat serieuzer mee omgaat en niet probeert om alle problematiek die is aangedragen weg te wuiven of als niet relevant aan te merken.

30

De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, volgens mij was dat niet de strekking van mijn antwoord. Ik heb twee dingen gezegd. Eén als het gaat om de bakken en het gewicht van bakken, dat is vooral de eigen verantwoordelijkheid van inwoners om daar het juiste afval in te gooien. Twee, ik heb gezegd dat mijn inschatting is dat het GAD in de overgangssituatie, over twee weken ongeveer, extra capaciteit zal inzetten om alles ordentelijk te laten verlopen, zodat ze ieder geval in de beginfase al de grootste onregelmatigheden eruit halen. En voor de latere fases het soepel kunnen laten verlopen. Ik zou willen zeggen, laten we eerst kijken hoe dat gaat onder het motto: een mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest. Eerst kijken hoe dat gaat en als we dan zien dat er dingen niet goed gaan, grijpen we daar indien nodig alsnog in. De voorzitter: Is het daarmee afdoende beantwoord, mijnheer Grunwald? De heer Grunwald: Wat mij betreft niet. De voorzitter: Dank u. De heer Grunwald: Dank u wel voor het antwoord. De voorzitter: Het meest bijzondere verhaal dat ik overigens heb gehoord over dit fenomeen, mijnheer de wethouder, is dat een van mijn kennissen zijn bak kwijt was. Wat doe je dan in Laren? Dan ga je naar je camerasysteem om op zoek te gaan naar de bak. Ik hoor het hier naast me al zeggen, dus het is een bekend fenomeen.

Het afval is inderdaad met bak en al ingeslikt door de vuilniswagen. Hij wordt zijn bak gewoon kwijt. Dan was de bak te licht, dat denk ik niet. Die is gewoon kwijt. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, het adres staat op je bak. Daar zit een labeltje op. In die zin is het makkelijk te zien en krijgt hij een nieuwe. De voorzitter: Mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: ‘…’(02:14:19) De voorzitter: Hadden wij toezeggingen voor dit punt? Een Q&A op de website. Is dit een hamerstuk of een bespreekstuk? De heer Jacobse: ‘…’(02:14:46) De voorzitter: Een bespreekstuk. De heer Jacobse: ‘…’ De voorzitter: Heeft u het dan specifiek over de GAD of in bredere zin? Dank u wel. Het wordt een bespreekstuk. Mijnheer de wethouder. De heer Van Midden: Hier kan ik niks mee. We zijn de begroting aan het bespreken en ik kan me voorstellen dat er vragen leven over de afvalbakken, maar om uiteindelijk het antwoord op de afvalbakken aanleiding te maken om het een bespreekstuk laten zijn, dat gaat me dan te ver, eerlijk gezegd.

31

De voorzitter: Dat is niet het geval. Kunt u dan nader aanduiden waarom het een bespreekstuk is, mijnheer Jacobse. Dat mag aanduiden. De heer Jacobse: Dat is mijn commentaar geweest op de zienswijze, waar ik vijf vraagtekens gezet heb, terwijl van ons verwacht wordt dat we hem inkoppen. Dat doen we niet. Ik wil hem in de raad hebben en ik wil er met mijn fractie over praten. De voorzitter: Is het duidelijk nu voor u? U zit te kijken alsof u water ziet branden, mijnheer de wethouder. De heer Van Midden: Nee, en ook geen vuilverbranding. Het is aan de raad, dus ik schik mij hierin, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Bespreekstuk. 11. Wijziging gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Huizen, Blaricum en Laren ivm toetreding gemeente Eemnes De voorzitter: Dan gaan we naar het laatste onderwerp van de vergadering, dat is de wijziging gemeenschappelijke regeling gemeentebelastingen Huizen, Blaricum en Laren in verband met de toetreding van de gemeente Eemnes. De portefeuillehouder is Jan van Midden, geen ambtelijke ondersteuning. Het college stelt de raad voor in te stemmen met de ontwerpwijzigingen van de gemeenschappelijke regeling gemeentebelastingen Huizen, Blaricum en Laren in verband met de toetreding van de gemeente Eemnes en de wijziging van de naam in: gemeenschappelijke regeling gemeentebelastingen Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren, H-BEL.

De raad wordt voorgesteld dit besluit als zienswijze kenbaar te maken met de colleges van de centrumgemeenten en de gastgemeente. Het voorstel is om in te stemmen met de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling in verband met de toetreding van de gemeente Eemnes tot de gemeenschappelijke regeling gemeentebelastingen Huizen, Blaricum, Laren en Eemnes, H-BEL. Het besluit als zienswijze kenbaar te maken bij de colleges van de centrumgemeenten en de gastgemeente. Dan gaan we naar de eerste termijn, die is beeldvormend. De tweede termijn kan de wethouder daarop antwoorden en de tweede termijn van de commissie is dan oordeelsvormend. Rest mij overigens ook nog de heer Edo van Bree bedanken voor zijn ambtelijke ondersteuning bij de vorige twee punten. Er zijn geen schriftelijke vragen. Dan wil ik graag het woord geven aan de fractie van D66. Mevrouw Beishuizen: Dank u wel, voorzitter. Kort en bondig, wij kunnen hiermee instemmen. Wij vinden dit een logische stap en dat zal ook de samenwerking binnen de BEL een stuk logischer en robuuster maken. Akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Krale. De heer Krale: Voorzitter, wij juichen dit ook toe. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Jong. De heer De Jong: Wij zijn blij dat de gemeente Eemnes besloten heeft om toe te treden tot deze organisatie.

Ik had nog aanvullend dat de gemeente Huizen niet van plan is de forensenbelasting van de gemeente Laren te

32

gaan uitvoeren. Als de gemeente iets wil, dan zou dat toch ambtelijk moeten gaan gebeuren. Ik vraag me af of dat op een andere manier kan. Misschien wil Baarn dat wel gaan doen voor ons? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: CDA kan ook akkoord gaan. We hebben geen vragen of opmerkingen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Graafsma. Mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Beter laat dan nooit, zou ik zeggen. Bij de eerste kans hebben ze nog verstek laten gaan, maar bijna inzien denk ik een goede move. Wellicht moeten we de provincie te zijner tijd met een gemeente uitbreiden als dat zo doorgaat. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker: Ook wij vinden dit dol fijn. De voorzitter: Ik bespeur een enorme eensgezindheid. Mijnheer de wethouder, wilt u daar nog iets over zeggen? De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik wilde ingaan op de opmerking die de heer De Jong maakte over dat Huizen geen trek heeft om forensenbelasting invoeren. Dat is niet zo. Sterker nog, we gaan juist een projectopdracht formuleren om de invoering van de forensenbelasting mogelijk te maken. De enige toets die we nog moeten doen is het aantal woningen wat ervoor in aanmerking komt, maar we gaan die opdracht geven aan Huizen. De voorzitter: Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17150498/2