Transcript commissie M&F 17 juni 2026
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ & FINANCIËN VAN GEMEENTE LAREN d.d. 17 juni 2026
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Het is 20.00 uur precies. Hierbij open ik de vergadering van de commissie maatschappij en financiën van de gemeente Laren. Mijn zoons vroegen aan mij: pap, ben je thuis woensdagavond? Ik zeg: nee, we hebben vergadering. Ah, het is net de mooiste avond met de mooiste wedstrijden van het WK-voetbal. Die missen we. Het is nu al verrassend, want de Democratische Republiek Congo heeft net gelijkgemaakt tegen Portugal. Het is heel spannend. Vandaag zijn aanwezig tijdens de vergadering namens Larens Behoud … Overigens dank aan de griffier voor de zorgvuldige voorbereiding van deze vergadering. Helaas hebben we zeer veel wijzigingen moeten doorvoeren, omdat op het laatste moment de samenstelling van de deelnemers nog significant is gewijzigd. We gaan toch beginnen. Met namens Larens Behoud zoals verwacht mevrouw Chantal Bakker. Desiree Niekus is helaas verhinderd, zij is vervangen door de heer Thijmen Jacobse. Dan hebben we namens de VVD de heer Wessel Krale. Namens D66 Rachel Beishuizen en Rainier Beelen. Namens Liberaal Laren is Evert de Jong aanwezig. Namens Groen Laren is aanwezig Andreas Grunwald en Carmen Luke. Namens het CDA hebben we Jolanda Graafsma in ons midden. Vanuit het college zijn aanwezig de wethouders Van Midden en Koldenhof en onze gemeentesecretaris die mevrouw Petra Zwanikken.
Graag spreken via de voorzitter, zodat het voor de mensen thuis die meeluisteren duidelijk is wie spreekt. Ook voor het vaststellen van de agenda is dat van belang voor de juiste vermelding in de livestream en in het transcript.
2.
Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 20 mei 2026 De voorzitter: Dan ga ik over naar punt 2 van de agenda, de vaststelling van de lijst van advies en conclusies van de vergadering van de commissie maatschappij en financiën van 20 mei 2026. Kunt u instemmen met die lijst van adviezen? Uitstekend, dan stellen we dat vast.
3.
Mededelingen De voorzitter: Gaan we over naar punt 3, de mededelingen. Zijn er mededelingen vanuit de commissie? Geen mededelingen vanuit de commissie. Zijn er mededelingen vanuit het college? Ook niet.
4.
Terug- en vooruitblik Regio-zaken portefeuillehoudersoverleggen | Regio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt, dat is de terug- en vooruitblik van de Regio-zaken. Zijn er mededelingen vanuit de portefeuillehoudersoverleggen van de Regio Gooi en Vechtstreek? Ik zie de heer Koldenhof nee schudden. Zijn er dan mededelingen voor aankomende portefeuilleoverleggen voor de Regio Gooi en- Vechtstreek? Ook niet. Zijn vanuit de commissie nog vragen of mededelingen? Ik kijk even rond. Ik zie geen vragen of mededelingen.
1
5.
Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan gaan we naar punt 5, meldingen portefeuillehouders met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen. Zijn er mededelingen met betrekking tot de andere gemeenschappelijke regelingen? De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u wel, voorzitter. Vorige week woensdag heb ik namens Laren de intentieovereenkomst getekend met betrekking tot de toekomstige inrichting van het sociaal ontwikkelbedrijf Gooi en Vechtstreek. Daarover heeft u inmiddels ook een raadsinformatiebrief ontvangen, die op de agenda staat van de raad van 24 juni onder het nummer A-9. Het gaat om de eerste stap in de samenwerking met de regiogemeenten in de Gooi en Vechtstreek en dus niet meer met Almere. Hoe we naar een nieuw sociaal ontwikkelbedrijf gaan toewerken tot aan de beoogde startdatum van 1 januari 2028. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Koldenhof. Ik denk een mooie eerste stap. Zijn over deze mededeling vragen vanuit de commissie? Niet. Zijn er nog verdere mededelingen vanuit het college? Niet. Dan sluiten we dit punt.
6.
Toelichting raadsinformatiebrief vaststellen Uitvoerings- en handhavingsstrategie Vergunningen, Toezicht en Handhaving en Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2026 De voorzitter: Dan gaan we over naar punt 6, toelichting van de raadsinformatiebrief vaststellen uitvoeringsen handhavingsstrategie Vergunningen, Toezicht en Handhaving en uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2026. Portefeuillehouder is de heer Jan van Midden. Ambtelijke ondersteuning vindt plaats door Elise Kuijer. Zij is strategisch beleidsadviseur vergunning en handhaving van de BEL-combinatie. Er zijn technische vragen ingediend door D66, mevrouw Rachel Beishuizen en het CDA, mevrouw Jolande Graafsma. Begrijp ik het goed, mijnheer Van Midden, dat er eerst een presentatie is door mevrouw Elise Kuijer? De heer Van Midden: Jawel, mijnheer de voorzitter, dat begrijpt u heel goed. Er is uitsluitend een presentatie door mevrouw Elise Kuijer. Dat was ook de wens van de raad, om wat toelichting te krijgen op de strategie voor VT&H, vergunning, toezicht en handhaving en ook het uitvoeringsprogramma. Dat gaat Elise presenteren. In de presentatie beginnen we eerst hoog over op strategisch tactisch niveau. Wat uiteindelijk onze missie is en wat de lijnen zijn.
We laten ook zien hoe wij daar op uitvoeringsniveau mee omgaan, onder andere door het dashboard te tonen waarmee wij uiteindelijk de uitvoering monitoren. Er zijn inderdaad vragen gesteld vanuit D66 en vanuit het CDA, als ik het goed heb. Die vragen zullen tijdens de presentatie beantwoord worden. En voor zover ze niet beantwoord worden, zal Elise er apart op ingaan. Naast Elise is ook Pim Loman aangeschoven. Hij is teammanager binnen VT&A. We zijn goed uitgerust om dit vanavond op een goede manier aan de commissie te kunnen presenteren. Dan mag ik het woord geven, met uw toestemming, mijnheer de voorzitter, aan mevrouw Kuijer. De voorzitter: Heel graag. Mevrouw Kuijer, gaat uw gang. Mevrouw Kuijer: Ik kijk even naar rechts. Ik zag een hand omhoog gaan. Mevrouw Bakker: ‘Dank u. Mijnheer Van Midden, wilt u iets langzamer spreken? …’(00:06:50) 2
De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik ga dat proberen. De voorzitter: Heel graag. Mevrouw Kuijer: Dank u wel. Dat is ook gelijk voor mij een seintje. Als ik enthousiast ben gaat het ook nog wat sneller. Vooral aangeven als u het niet meer kunt volgen. Mijn naam is Elise Kuijer, strategisch adviseur VTH binnen de BEL-combinatie. Allereerst bedankt dat ik een presentatie mag geven over ons beleid. We hebben mooie stappen gemaakt sinds verleden jaar september tot nu. Ik neem jullie graag mee in de stappen die we hebben gemaakt. Allereerst, ik werk hier inmiddels zeven jaar. We gaan het niet helemaal over mijn carrière hebben, maar wel de passie waarmee ik achter dit stuk sta en de stappen die we maken. Ik ben hier als handhavingsjurist begonnen. Ik heb corona meegemaakt, Oekraïne meegemaakt vanuit de OOV, openbare orde en veiligheid. Waar lopen we tegenaan? De continue stappen die we moeten nemen en de hoeveelheid werk die er op ons afkomt.
Zijn dat landelijke ontwikkeling of crises en hoe ga je daarmee om? Voor VTH is dat ook een stuk: wat komt er op ons af en met welke risico's krijgen wij te maken? Welke stappen maken we dan? Aan de hand daarvan hebben wij vorig jaar in september de keuze gemaakt om naar het beleid te kijken dat we al hadden, de uitvoerings- en handhavingsstrategie: waar lopen we tegenaan en wat kunnen we daarin aanpassen? Allereerst neem ik jullie mee in de wettelijke taken waar wij voor aan de lat staan. Wij vallen onder de omgevingswet en het omgevingsbesluit en daarin staat dat wij een aantal stukken dienen op te stellen. Net zoals de P&C-cyclus binnen een gemeente of een bedrijf hebben wij ook een BIG-8-cyclus, zoals hier staat. Hij staat plat, hij hoort rechtop, maar dat was voor de pagina mooier om het zo te doen. Wat we zien is dat wij te maken hebben met een strategische cyclus die vastzit aan het coalitieakkoord met een termijn van ongeveer vier jaar. We stellen gezamenlijk met het college een strategie op. Eén keer per jaar passen we die aan. In september hebben wij die bepaald met elkaar en einde van het jaar hebben we hem geëvalueerd. Wij vallen onder het interbestuurlijk toezicht, dat toetst of wij de stukken hebben ingediend en of ze van een bepaalde kwaliteit zijn. Uit die beoordeling kwam naar voren dat wij het niet op orde hadden.
Of althans, dat wij best wel wat werk aan de winkel hadden om daar goed aan te voldoen. Aan de hand daarvan zijn wij om de tafel gegaan. We hebben met elkaar gekeken naar de uitvoeringsorganisaties en het uitvoeringsprogramma. En we zijn gaan kijken: de monitoringsset die wij nu hebben en de evaluatierapportage die we ook richting de raad sturen, dat is heel veel tekst. Wat staat er nu? Wij liepen ertegenaan dat je uitvoeringstaken hebt en je hebt de visie, de doelen en uiteraard ook de wensen van de raad en het college. Hoe breng je dat nu samen? Dit is wat we jaarlijks doen. De strategie stellen we één keer per vier jaar vast. Wel kijken we jaarlijks wat daar aangepast moeten worden, maar de operationele cyclus betreft het uitvoeringsprogramma. Een van de dingen die wij in ons werk meenemen is de ja-mits-benadering. Alles wat wij doen is uit de gedachte: we kijken met de inwoners mee en kijken naar de mogelijkheden die wij zien binnen de wettelijke kaders die we hebben. Ook zijn we klantgericht en transparant. We proberen daar ook met de Woo, de wet open overheid, transparant te zijn naar de inwoners toe. We kunnen ook niet alles, daar zijn we ook eerlijk in. We proberen daardoor risicogericht te sturen. Dat is een stap die wij nu aan het nemen zijn met de uitvoerings- en handhavingsstrategie. En we behandelen de inwoners gelijk. Dan kijken we terug naar de oude situatie.
We hadden een uitvoerings- en handhavingsstrategie, ongeveer twee jaar geleden heb ik daar de eerste start mee gemaakt in deze functie. We hebben geprobeerd om met de oude strategie aan de slag te gaan. Werkt dat? Daar kwam vanuit het IBT, het interdisciplinair toezicht, dat de SMART-doelen niet goed stonden. Je hebt heel veel doelen niet concreet. Wat ga je dan doen? We realiseerden ons dat er in het dagelijkse werk een hoge werkdruk was. Daardoor ontstaan risico's. Je kunt je werk niet volledig doen. De veiligheid komt onder druk te staan en de wettelijke termijnen van besluiten komen in het geding. Hierdoor en 3
door de snelheid die we hadden, was de kwaliteit niet op het niveau dat we wenselijk vonden. Hierdoor hebben we geen scherpe keuzes kunnen maken en dat was dan ook terug te zien in de beoordeling van het interbestuurlijk toezicht. Dit is het eerlijke verhaal dat wij willen delen. Daarnaast hebben we wel een kanteling gemaakt. De waan van de dag brengt ons dat we telefoontjes krijgen van inwoners, vragen vanuit bestuurders en collega's. We willen graag het liefst alles doen, maar in de waan van de dag kunnen we niet alles doen. Wat hebben we gedaan? We zijn van proactief naar reactief gegaan. Daardoor kun je niet alles op oppakken. Dat hebben wij dan ook in die score teruggezien. Wat wilden we nu? We wilden van reactief naar proactief. Je wilt de basis op orde hebben en daardoor ook aan het stuur komen te staan. Je wilt keuzes maken in de doelen die je stelt met elkaar en kijken welke doelen je oppakt. We kunnen niet alles, we gaan daarin prioriteren en dat gaan we oppakken. Niet meer de IBT-score als aanleiding, het zwart-op-wit krijgen van je beoordeling, maar eerst de basis op orde brengen met de uitvoering als doel. Hoe hebben we dat gedaan? We zijn eerst bij alle teams langsgegaan alsmede de bestuurders. We hebben daar gesprekken gevoerd: herkennen jullie dat beeld dat wij zien? Dat werd herkend. Aan de hand daarvan zijn we met de teams en de clusters apart gaan zitten.
We hebben ook met hen, alsmede met de bestuurders en het management, gezeten om alle prioriteiten te bespreken. Uit het oude stuk was wel bekend dat we heel veel doelen en prioriteiten hadden, maar we kunnen niet alles doen. We hebben alle prioriteiten die wenselijk zijn voor de aankomende periode op een lijst gezet. Aan de hand daarvan zijn we gaan benchmarken in de regio om te kijken welke kengetallen daarachter hangen en hoeveel activiteiten wij aangevraagd zien worden in onze systemen. Daar kwam een capaciteitsbeperking uit en die hebben we voorgelegd bij het college. Aan de hand daarvan hebben wij de strategie vastgesteld. We hebben daar doelen, personele middelen, financiële middelen aangehangen en aan de hand daarvan hebben wij gezamenlijk een strategie opgesteld. Die is pas geleden vastgesteld door het college. Wat hebben we hierin opgenomen? We proberen uiteraard zo dicht mogelijk bij het coalitieakkoord van Laren te blijven. Dat geldt natuurlijk ook voor Blaricum en Eemnes, want we werken geharmoniseerd. Daar zijn zes speerpunten voor aankomende periode uit naar voren gekomen. Wat we ook hebben geleerd, is dat de doelen die in het oude stuk stonden niet altijd aansloten bij de wettelijke taken die we hadden. Het was extra boven op de wettelijke taken die we al hebben. Wij hebben nu geprobeerd om het klein te houden.
Eerst de dingen doen die we wettelijk gezien al moeten. En als we tijd over hebben, pakken we nog de extra prioriteiten op die daarbuiten vallen. Dit zijn de zes die we gezamenlijk hebben gekozen. Monumenten houdt in de instandhoudingsplicht van de monumenten. Als bevoegd gezag zijn we verplicht om daarop te handhaven. Daar gaan we ook voor het eerst mee starten. Voor bouwen zonder vergunning zijn we op dit moment een projectplan aan het schrijven, dat betreft de bouwwerken in het voorerf van de percelen. Voorkomen van ondermijning is voor alle drie de gemeentes naar voren gekomen. Dat deden we al bij algemene plaatselijke verordening-vergunningen, maar dat gaan we nu ook doen bij omgevingsvergunningen. Als mensen een vergunning aanvragen voor het bouwen van een woning, dan kunnen we daarop toetsen als we daar activiteiten voorzien waar dat nodig is. Dan hebben we de wet kwaliteitsborging voor het bouwen alsmede de brandveiligheid. We hebben daar nu betere data voor, dus we kunnen daar beter op meten en sturen. De WKB, de wet kwaliteitsborging is nieuw en we gaan kijken wat dat inhoudt. Wat zien wij daarvan terug? Werkt het in ons voordeel of zijn we daar alsnog extra administratie aan kwijt? Ook het kappen en de herplantplicht voor bomen, maar dat spreekt denk ik voor zich. Hoe werken we daarmee.
Ik heb het al eerder aangegeven, we kunnen niet alles oppakken, dus we hebben gezamenlijk gekeken naar een prioriteitenlijst. We hebben die gehaald uit de vorige strategie, ook omdat die werkbaar was voor ons. We gaan hebben nu afgesproken dat we deze jaarlijks gaan bekijken. Zien wij nog steeds dezelfde risico's of zien wij landelijke ontwikkelingen of lokale ontwikkelingen waardoor die prioriteitenlijst verandert? Het kan zijn dat een hoge prioriteit volgend jaar op een medium of lage prioriteit komt te staan, maar voor nu 4
is dit hoe wij werken. Komt er een melding binnen, dan kijken we ook … Als we volledig in de capaciteit zitten, dan kunnen we alles op pakken. Alleen hoge prioriteit gaat natuurlijk voor medium of low priority. Dan hebben we de cijfers als stuurinformatie. Voorheen hadden we de strategie, een zwart-op-wit stuk met daarin de doelen opgenomen, je gaat aan het werk en aan het einde van het jaar moeten we een evaluatierapportage opstellen. Daaruit kwam naar voren dat wij bepaalde doelen niet hadden gehaald, dat wij beter konden sturen op zaken, dat we de capaciteit niet op orde hadden, maar dat deden we vooral vanuit een zaaksysteem. Dat werkte niet volledig. Dat was niet het volledige beeld dat wij graag zouden willen. Heb je voldoende personele middelen, voldoende financiële middelen en haal je die doelen? Wat hebben wij gedaan? Dit is een voorbeeld van wat wij doen. We hebben gekeken naar aanvragen en meldingen. De toezichtmomenten hebben we beter in kaart gebracht. Handhavingszaken en termijnen en werkvoorraad. Zo kunnen we ook de capaciteit zien. Dit is een screenshot van wat het zou kunnen zijn, maar ik wil jullie graag meenemen in het dashboard dat wij hebben. Ik denk dat dat een beter beeld geeft en laat zien dat wij echt aan het roer komen te staan. Dan ga ik even naar ons dashboard.
Een van de vragen die werd gesteld is, ik weet niet of dat al mag: er wordt gesproken over richtlijn, dwangsommen en termijnen. Aan wie worden deze betaald? Voordat ik verderga, beantwoord ik deze vraag. Dwangsommen vallen toe aan de algemene middelen van de gemeente, in dit geval de gemeente Laren. Hoe vaak worden deze opgelegd? We zien hier het dashboard van de gemeente. Hier zien we de handhavingszaken die wij hebben binnengekregen. Handhavingsbeschikking betreft de handhavingstaken die wij binnenkrijgen die wij zelf oppakken. Daar gaan we proactief naartoe. Handhavingsverzoeken worden door de inwoners aangevraagd en daar moeten we wettelijk gezien een besluit op nemen. Zoals jullie kunnen zien, dan haal ik Blaricum en Eemnes hieruit, is dit wat er voor Laren is binnengekomen. In 2026 zijn er op dit moment … De heer Grunwald: Mag ik heel even interrumperen? Sorry, maar het is niet te volgen, eerlijk gezegd. Mevrouw Kuijer: Sorry. De heer Grunwald: Het is niet te lezen. U bent toch moeilijk verstaanbaar. Die stukken die eronder liggen zijn ook al niet zo makkelijk te lezen. Ik kom daar straks nog wel even op terug, maar kunt u het misschien wat globaler doen zodat de hoofdlijnen wat beter zichtbaar worden? Dank u wel. Mevrouw Kuijer: Jazeker. Ik ga proberen om het wat globaler te laten zien. De vraag was gesteld: hoe vaak werden er dwangsommen opgelegd.
Voor dit jaar, dat ziet u dan helaas niet groter in beeld, hebben we één bestuurlijke boete opgelegd, één besluit last onder dwangsom, drie last onder dwangsommen. In totaal zijn het vijf stuks. Nu kijk ik even rond in de zaal. Als u het niet helemaal kunt volgen, vindt u het nog steeds wenselijk om een globaal beeld te krijgen van het dashboard of is dit voldoende? De voorzitter: Gaat u vooral door met uw presentatie, mevrouw Kuijer. Mevrouw Kuijer: In het midden ziet u een tabel staan. Ik zie het op het scherm, de cijfers zijn inderdaad niet volledig duidelijk. Wat we hier proberen te doen is een algeheel beeld krijgen van wat wij binnenkrijgen. Dit is een overzicht van het cluster omgevingsvergunningen. Wat wij in het systeem binnenkrijgen per zaaktype is opgenomen per regel. Ik geef een aantal voorbeelden van een bouwactiviteit die is aangevraagd of het kappen van een boom. We hebben hierbij de cijfers van vorig jaar gepakt die we binnen zagen komen en daarop hebben we geraamd. In de bovenste regel staan 127 bouwactiviteiten. Dat is het aantal dat in 2025 is binnengekomen, daarop hebben we geraamd. De donkere balk laat zien hoever we dan zijn ten opzichte van 5
het jaar. Aan het begin van het jaar hebben we 127 geraamd en op dit moment zijn er 52 binnengekomen. Per zaaktype kunnen wij nu heel feitelijk zien: wat komt er binnen? Wat hebben we geraamd? En hoe staan we ten opzichte van het jaar dat we hebben geraamd? Het algehele beeld van vergunningen dat nu is binnengekomen is 54,5 procent. We willen hierbij een beter beeld geven, ook richting het college en de raad, van wat wij ramen of dat overeenkomt met wat we nodig hebben, zodat wij een duidelijker beeld richting eenieder kunnen geven. Dit is ook gedaan voor de andere afdelingen. Ik denk dat dat voor nu voldoende is. Zullen we overgaan op de vragen? De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, misschien nog handig om op te merken, als je kijkt naar een aantal aanvragen. We maken een prognose, die leiden we af van de begrote inkomsten uit omgevingsvergunningen. In die zin is het ook een verdienmodel. Naarmate je uiteindelijk meer behandelt, krijg je ook meer inkomsten. Dat is een continu spel van inkomsten versus de beschikbare capaciteit die je uiteindelijk hebt om daarop in te in te zetten. Als we kijken naar de doelstelling voor dit jaar die we hebben in de begroting, die volgens mij al twee ton geplust was, zien we dat we voor dit jaar aardig op schema liggen. Omzettechnisch loopt dat goed.
Mevrouw Kuijer: Ik ga vragen … Mogen we verder met de vragen? De voorzitter: U wilde volgens mij verder gaan met het beantwoorden van de vragen die gesteld waren door D66 en het CDA. Dan kunnen we zo meteen naar de aanvullende vragen. Mevrouw Kuijer: Een van de vragen die werd gesteld was: kan het college specifiek voor Laren inzichtelijk maken welke VTH-werkzaamheden in 2026 door beperkte capaciteit niet proactief konden worden opgepakt, later worden gepland of alleen reactief worden behandeld? Daarin kunnen we voor 2026 duidelijk zijn. Wij hebben op dit moment te weinig capaciteit. Daarop hebben we ingehuurd en zijn bijna alle functies nu vervuld. Met de capaciteit die we nu hebben, kunnen we alles oppakken wat we hebben gepland. Daarin hebben we nog geen achterstand. We werken op dit moment achterstanden bij met de inhuur die we op dit moment hebben zitten. Een van de vragen was, er wordt voor geworven voor BEL-collega's in vaste dienst. Hoe makkelijk of moeilijk is het om die te vinden? Dat is niet makkelijk, het is moeilijk om die te vinden. De arbeidsmarkt is krap en er is veel vraag, maar weinig aanbod. Daarnaast hebben we ook grote gemeenten om ons heen die meer bieden, bijvoorbeeld Amersfoort of Hilversum. Collega’s maken sneller de overstap naar een andere gemeente. Het financiële plaatje speelt daar ook in mee.
Welke acties zijn er tot nu toe ondernomen om dit op te lossen? Er is een nieuwe recruiter bij de BEL-combinatie aangenomen, die zal zorgen voor extra promotie. Die is daar al mee gestart dit jaar om extra promotie te doen, dan wel op de website dan wel op social media. We hebben inmiddels ook gewerkt met een extern bureau dat actief heeft gezocht naar de juiste match. Dat bureau is actief gaan zoeken naar collega's. Dat heeft helaas niet tot resultaat geleid. Ook zijn de vacatureteksten inmiddels aangepast. Wij hebben ons ook verbonden met de verordening aan de kwaliteitscriteria. 3.1, dat zijn wettelijke vereisten die wij als VTH-team hebben. Wij dienen de raad te informeren of wij hieraan voldoen of niet. We proberen bij het opstellen van de vacatureteksten ook gelijk te kijken of we daar een slag in kunnen slaan om de collega's daar ook aan te laten voldoen. Ook is de trend dat heel veel mensen ontslag nemen om van loondienst naar zzp te gaan. Dat zien we ook bij oud-collega's helaas terug, dat is ook een financiële keuze. De volgende vraag was: er zijn drie activiteiten en evenementen benoemd waar de prioriteit op ligt, toevallig in elk dorp één. Dat zijn de Blaricumse kermis, de Trekkertrek in Eemnes en onze Winter Village.
Zijn deze evenementen willekeurig gekozen of wat is de reden dat deze activiteiten zijn gekozen? Hierbij is de keuze gemaakt om de grote evenementen te doen en dat zijn toevallig 6
deze evenementen. Voor Laren is het Winter Village ook het meest constructieve evenement van Laren. Dat betekent niet dat enkel deze evenementen gecontroleerd worden. Taptoe is bijvoorbeeld laatst ook gecontroleerd. Dat is een controle in samenwerking met de politie en de brandweer geweest. De prioriteitenlijst in de bijlage is erg lang. Zijn dit daadwerkelijk de prioriteiten? Ik ga hier uit van de prioriteitenmatrix en niet de toezichtmatrix Bbl, die in de bijlage zit. Als we het over de prioriteitenmatrix hebben als de matrix die aangeeft of het risico hoog, midden of laag. Dat is een lange matrix, maar nog niet zo lang als bijvoorbeeld de regiogemeenten om ons heen, met bijvoorbeeld Bunschoten met 4,5 pagina. Wij hebben echt de vorige strategie gepakt, die werkte voor ons goed. We hebben daarbij ook gekeken met het team en met het college: herkennen wij ons hier nog in? Daar zijn een aantal kleine wijzigingen in geweest. Ook zijn sommige in de prioritering van hoog naar laag gegaan of andersom. Dat is voor ons kloppend op dit moment. Zijn er verdere efficiëntieslagen te maken in de uitvoeringen? Daar kunnen we eerlijk over zijn: betere registratie, daar zijn we echt wel mee begonnen. Dat geldt eigenlijk voor elk cluster van VT&H: de registratie kan echt worden verbeterd, waardoor er beter gemeten kan worden. Daardoor kunnen we de sturing ook beter doen.
Betere samenwerking met andere teams, maar ook met ketenpartners. Dat kan zowel aan onze kant liggen als aan de kant van de ketenpartners. Snellere afstemming zorgt voor ons voor snellere besluitvorming. In het digitaliseren van werkzaamheden is er zeker nog een inhaalslag die wij kunnen maken. Wat zijn de belangrijkste uitdagingen en verbeteringen in de uitvoering die mogelijk zijn? Dat is van de strategie naar uitvoering. Dat is een stap die we al hebben gemaakt en waar we mee begonnen zijn in september. Krijg nu maar de collega's mee van reactief, in de waan van de dag, naar proactief werken. In plaats van de waan van de dag gaan we op de prioriteiten en de doelen zitten. Dat is heel makkelijk gezegd, maar in de praktijk merken we toch, krijg die collega's waarmee om inderdaad te zeggen: dit telefoontje moet wachten, want het heeft een lagere prioriteit. De collega die een andere, hogere melding heeft binnengekregen, die gaat voor. We hebben soms inwoners die 10 keer blijven bellen, dan moet je je rug recht houden om te zeggen: dit heeft op dit moment geen prioriteit. Het kan voor een inwoner wel voelen dat het een hoge prioriteit heeft, dus we proberen altijd wel het gesprek aan te gaan, maar in de waan van de dag dienen de collega’s daar nog een slag in te slaan.
Een visie voor de toekomst, een droom zou zijn om te kijken: kunnen wij dat wat wij nu doen … Wij hebben bijvoorbeeld 50 handhavingstaken. Wat leveren deze 50 handhavingszaken op in de fysieke leefomgeving? Dat zou mooi zijn. Niet alleen maar dat wij de cijfers kunnen laten zien, maar ook jullie kunnen meegeven: dit heeft in de fysieke leefomgeving een bepaald gezondheidsvoordeel of een andere slag opgeleverd. Wat gaat goed in de uitvoering? Daar kunnen we voor heel VTH en voor vergunningen aangeven dat we een duidelijker beeld hebben van de workload. Dat geeft zowel rust voor de collega’s alsook voor de teamleider, afdelingsmanager, maar ook het college. We kunnen dan een beter gesprek met elkaar kunnen hebben. En als wij toch het gevoel hebben dat we op een bepaald punt overlopen, dat we een eerlijk gesprek met elkaar kunnen hebben: we gaan op dit moment de lage prioriteiten niet oppakken, omdat wij een piek zien op een bepaalde zaak. Besluiten te laat genomen dat was verleden jaar 82 procent. Op dit moment zitten we al op 91 procent en de collega's worden ook maandelijks nu betrokken bij besluiten die te laat worden genomen. Waarom is dat? Wat speelt daar? Bij toezicht hebben we een enorme achterstand weggewerkt, bij Blaricum verleden jaar al en voor Laren hebben we dat dit jaar gedaan. We zitten nu ook met de toezichthouders op goede capaciteit.
We zijn weer zo goed als bij. Hierdoor hebben we afgelopen week kunnen starten met het eerste doel: bouwwerken in het voorerf. Samen met de collega’s van vastgoed en informatiebeheer gaan wij kijken: wat zien wij met de systemen die we al hebben? Om daar een projectplan op te schrijven. Aan het begin van het jaar zaten we voor handhaving iets ruimer in het jasje vanwege de inhuur. We hadden geraamd om een inhaalslag te maken met het intrekken van vergunningen met een aantal van 10. Als er een vergunning is verleend voor bouwen of slopen, dan heeft een 7
inwoner daar een jaar de tijd voor. Wordt het niet binnen een jaar gerealiseerd, dan zouden we de vergunning kunnen intrekken. Inmiddels hebben we er 36 gedaan, dat is een mooie slag ten opzichte van wat we hebben geraamd. Dat was vooralsnog mijn presentatie en de antwoorden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kuijer. Voor de vergadering graag spreken via de voorzitter. Zijn er vanuit D66 nog aanvullende vragen? Mijnheer Beelen. De heer Beelen: Ik ben een nog jeugdig commissielid, nat achter de oren, die nog niet eens weet hoe de microfoon aan moet, maar bij dezen is het gelukt. Wij hadden een vraag gesteld over die VTH-werkzaamheden die niet proactief worden opgepakt, later worden geplant of alleen reactief worden behandeld. Ik meende in de stukken gelezen te hebben dat dat nu daadwerkelijk het geval was. En ik dacht dat net uw antwoord was dat het niet zo is? Mevrouw Kuijer: Het is voor mij de eerste keer dat ik hier zit. Kan ik gewoon antwoorden of niet? Dat klopt. In de stukken staat ook dat we inderdaad een best wel fors capaciteitstekort hebben voor onze afdeling. Als we het zo gaan bekijken, dan zouden we inderdaad stukken niet kunnen oppakken. Alleen omdat we nu hebben ingehuurd zitten we op de juiste formatie. Op dit moment pakken we alles op wat we hebben beschreven.
Mochten er toch mensen uitvallen, dan dienen we met het college om tafel te gaan om te kijken wat we laten vallen en waar we op gaan sturen. De voorzitter: Mijnheer Krale, zijn er vanuit u vragen? De heer Krale: U geeft nu net aan: we pakken op wat we hebben beschreven. Bedoelt u dan alleen de high priorities of alle prioriteiten die nu opgepakt kunnen worden? Of wat u liever zou willen prioriteiten, maar waar u niet aan toekomt? Eigenlijk komt u nu aan alles toe wat u zou willen doen? Mevrouw Kuijer: We komen toe aan wat we willen. Daarbij moet ik wel zeggen, we hebben het uitvoeringsprogramma laat vastgesteld. We zitten nu halverwege het jaar, dus we lopen wel achter in het opstellen van de projectplannen. Als ik zeg: we gaan alles oppakken, dan lopen we wel een klein beetje achter in het oppakken van de doelen, maar we zijn er wel mee bezig. Als we zeggen: handhaving gaat per morgen al aan de slag voor bouwwerken in het voorerf, dat is niet het geval. De projecten lopen wel of die worden opgepakt. Vooralsnog, als er een melding binnenkomt, gaat er op dit moment gelijk iemand naartoe. De voorzitter: Mijnheer De Jong. De heer De Jong: U heeft het over dat meldingen die binnenkomen opgepakt worden, maar er komen natuurlijk ook veel heel veel dingen niet binnen.
Ik fiets regelmatig door Laren en ik zie op heel veel plekken zaken die niet op orde zijn, waarvan ik zeker weet dat dat niet juist is. Vroeger had je mijnheer Joop Jägers die door het dorp fietste. Hij kende de situatie, hij pakte dingen aan. Hij zei: dat kan niet, dat moet je aanpassen. En hij ging dan ook een half jaar later nog eens kijken of het gebeurd was. Ik heb nu de indruk dat de meldingen gedaan worden en ik constateer dat in het dorp een heleboel zaken gewoon gebeuren. Dat mensen aanbouwen, dingen doen, dingen in tuinen zetten die niet in de haak zijn. En dat dat helemaal niet opgepakt wordt, maar alleen de meldingen. Ik denk dat daar heel veel blijft, daar ben ik van overtuigd. Hoe gaat u dat oppakken?
8
De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik pak hem even. Dat is terecht geconstateerd door de heer De Jong. Daarom is het zonder vergunning bouwen op het voorterrein een van de hoogste prioriteiten, om een voorbeeld te noemen. Tot voor kort konden we dit alleen maar reactief oppakken op basis van meldingen die we kregen. We zijn nu de omslag aan het maken om dat proactief op te pakken, dus zelf ook waarnemingen kunnen doen. En daar waar de waarneming moet leiden tot handhaven, daar ook daadwerkelijk handhaven. De tijden van mijnheer Jägers zijn er niet meer, ik heb hem ook nog gekend, maar we proberen dat wel te benaderen in onze strategie en de uitvoering. De heer De Jong: Voorzitter. Prima, maar dan komen de mensen die het dorp niet kennen en voordat ze er dan achter zijn wat er speelt. Het wordt een hele lastige zaak, want je moet heel kritisch zijn. Je moet een geheugen op gaan bouwen en gaan controleren als je dingen gemeld hebt of het daadwerkelijk daarna ook is gebeurd. Dat wordt heel lastig. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, dat is een terechte constatering. Als er gezegd wordt: je moet het dorp kennen, dan heb ik daar wel wat moeite mee, want ik denk dat een deskundige wel dingen kan waarnemen die niet kloppen. We krijgen bijvoorbeeld ook signalen dat er in het voorterrein van monumenten dingen gebouwd zijn die daar niet thuis horen.
Dan hoef je geen kenner te zijn van het dorp om goed te kunnen beoordelen of dat in strijd is met de vergunning of dat er helemaal geen vergunning voor is verleend. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong: Nog één … Dan moet je wel weten dat het monument is. Dan moet je wel de boel goed op een rij hebben, want anders zie je dat niet. De voorzitter: Volgens mij hangt er zo’n bordje op een monument, dus dan kan je het daar wel aan zien, mijnheer De Jong. Mevrouw Graafsma. Graafsma: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de beantwoording van bijna al mijn vragen. Ik had bovenaan nog één vraag. Op bijlage A2.1 op pagina 14 van 50 staat een kolom met al die belangrijke aandachtspunten. In het kader van de woningnood zou ik heel graag, zodra de capaciteit dat toelaat, ook splitswoningen en verkaveling toegevoegd zien. ik neem aan dat jullie nu voldoende capaciteit hebben. Ik hoop dat er snel van gaat komen in Laren dat dat goed gevonden gaat worden. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ik zal erop reageren. We hebben onlangs in de commissie R&I gesproken over kavelsplitsing. Heel kort samengevat heeft de commissie besloten om kavelsplitsing van de agenda af te halen, om daar niet verder mee te gaan. We zullen die suggestie niet oppakken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Midden.
Mevrouw Graafsma: Begrijp ik het dan goed dat in Laren kavels niet gesplitst mogen gaan worden? De heer Van Midden: Dat begrijpt u heel goed. Mevrouw Graafsma: Jammer. 9
De voorzitter: Wie kan ik het woord geven van Larens Behoud? Mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Ik zal dat doen. Ik heb een aantal opmerkingen. Eerst het goede nieuws. Ik vind en vond dat u een voortreffelijke presentatie had. Ik kom uit het bedrijfsleven en ik was blij verrast het dashboard terug te vinden. Heldere stukken, goed verhaal. Ik heb een deel niet verstaan, maar we hebben hier wel slechtere presentaties. Ik vond dit wel oké. Efficiënt en effectief, zou je denken. Op hetzelfde moment leun ik over dezelfde reling als waar mijnheer De Jong hangt. Hij zegt: dat kunnen we allemaal wel bedenken, dat hebben we fijn getheoretiseerd en we hebben de mensen daar geoptimaliseerd. Hoe pakken we wat er is, zoals we weten dat het is? Dan kom ik bij die mijnheer die ik niet ken op een fiets die door het dorp ging. Ik heb bedacht hoe ik dat zie. En ik moet jammer genoeg zeggen: dat is niet meer. Das war einmal. Er fietsen geen ambtenaren meer door het dorp om te kijken wat er aan de hand is. Laat staan dat ze door het dorp fietsen om vast te stellen dat het niet gebeurd is. Laat staan dat ze vaststellen dat het helemaal fout zit. Dat is de inleiding op mijn eerste vraag. Stel dat u goed geluisterd heeft naar mijnheer De Jong en u gelooft in uw eigen presentatie, hoe doen we dat dan? Mevrouw Kuijer: Ik vind het heel fijn dat u dit zegt.
Want als ambtenaar zijnde of voor deze gemeente werkende heb ik hetzelfde gevoel. Het liefst zou ik alles willen oppakken en wil ik onze collega's naar buiten, echt. Dan heb ik een werkethiek dat ik denk: laten we alles maar naar binnen halen. Alleen de werkelijkheid is dat we dat afgelopen jaren absoluut niet op die manier hebben gedaan in verband met de hoeveelheid werk. Stel je voor, we sturen onze toezichthouders naar buiten en we zeggen: haal alles maar binnen wat je ziet. Daarin moeten we opnieuw prioriteren. We zitten nu wat ruimer in ons jasje, dus ze zijn ook zeker wel meer binnen. We zien dat ook wel echt terug in de cijfers, als we zien wat zij hebben gedaan ten opzichte van vorig jaar. De realiteit is dat de gemeenten zijn gegroeid en wij zijn daar niet in meegegroeid. Een oud-collega, een toezichthouder, gaf ook aan: vroeger ging ik hier door de straat heen in Eemnes. Dan wist ik van elke straat wel wat er mis was. Alleen hebben we nu de Zuidpolder erbij gekregen en in Blaricum bijvoorbeeld Blaricummermeent. We zijn heel erg gegroeid en hebben niet meer een toezichthouder op elke straat. We hebben daarin ook een achterstand opgelopen, dat is het eerlijke verhaal. Mijn wens zou ook echt zijn om op alles te kunnen handhaven, maar dat kan helaas niet.
We proberen echt van reactief meer naar proactief te gaan, maar daarin dienen we ook jaarlijks te bekijken: waar ligt de focus op? En om gelijktijdig met die matrix te bepalen wat de hoogste prioriteit heeft. Is dat die schutting van één meter twintig of is dat een pand dat bouwtechnisch niet goed in elkaar zit? De heer Jacobse: Goed, prioritiet. Die drie items die u noemde, hoogste prioriteit, midden en laag, een paar vragen daarover. Hebben we de capaciteit om heel veel midden op te schalen naar hoog? Of blijft het hele spul een beetje in het lage hangen? Heeft u de mensen in huis om het te doen? Heeft u de kennis in huis? Weten we welke monumenten er in Laren staan? Kennen we de status van die monumenten? Dan komt er ineens een mijnheer die een winkel begint in een of ander prachtig monumentenpand. Hoezo dan? Wie controleert dat en hoe pakken we dat aan? Dit is de zorg die ik in het dorp ook hoor. Dit is de zorg die ik deel met mijnheer De Jong. Ik denk dat u een heel goed verhaal heeft. Ik snap het wel, maar werkt het ook? De heer Van Midden: Ik wil daar nog wat over zeggen. Voor monumenten hebben we gewoon een kaart, dus we weten wat de monumenten zijn in het dorp. Daar heeft een gerenommeerd partijlid van u ook een enorme bijdrage aan geleverd in het verleden, dus die hebben we. Als we kijken naar de inzet op handhaving.
Ik noem het altijd het grote schaarstespel, om het zo te zeggen. De capaciteit is per definitie schaars. In die zin moet je continu kijken wat je het eerste oppakt met die schaarse capaciteit. Per definitie is het te veel om met de 10
bestaande capaciteit op te pakken. Dat hebben we nu op een goede manier ingericht door vanuit leidende principes te kijken: wat zijn onze prioriteiten en uiteindelijk de capaciteit op die prioriteiten in te zetten. Dat wordt nauwkeurig bewaakt. Het grootste gevaar is dat je je alleen maar focust op hoge prioriteit, waardoor de middenprioriteiten nooit meer aan bod komen en er een soort stuwmeer van middenprioriteit ontstaat die niet afgewerkt zijn. Daar wordt actief op gemanaged. Het is nou eenmaal zo dat we niet alles tot in alle dieptes kunnen oppakken in het dorp. Daar is het te groot voor, te complex voor en daarvoor is de investering te groot. In die zin proberen we de capaciteit in te zetten waar het echt ingezet moet worden. Vandaar dat we ook risicogestuurd aanpakken, zoals het zo mooi heet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Midden. Zijn er nog aanvullende vragen vanuit Larens Behoud? De heer Jacobse: Er broeit van alles. De voorzitter: Kunnen we het kort houden, mijnheer Jacobse? De heer Jacobse: Ik ga het kort houden, mijnheer de voorzitter. Dank u vriendelijk. Woningbouwvereniging versus monumenten versus uw inzet. Hoe werkt dat? Mevrouw Kuijer: Zou u daar iets … De voorzitter: Voor deze ene keer, maar u doelt op de Ericaweg neem ik aan? Nee? Gaat uw gang. Mevrouw Bakker: Dank u, mijnheer de voorzitter.
‘…’(00:44:00) De voorzitter: Deze vraag is voor een andere commissie, begrijp ik van u. Mijnheer Jacobse, kunt u uw microfoon uitzetten? Wilt u deze vraag beantwoorden, mijnheer Van Midden, of moet dit een schriftelijke vraag worden voor de commissie R&I? De heer Van Midden: Ik wil hem wel beantwoorden. Uiteindelijk als de woningcorporatie eigenaar is van de woning en u wilt daar iets in doen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, dan is de woningcorporatie het aanspreekpunt. En als het particulier eigendom is, dan is degene die eigenaar is de aanvrager van de vergunning en ons aanspreekpunt. Ik weet niet precies waar u naar zoekt of wat de eigenlijke vraag is, maar dat is over het algemeen de situatie. Mevrouw Bakker: ‘…’ (00:45:01) De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik denk dat we niet op specifieke gevallen moeten ingaan. Als het commissielid daar een antwoord op wil hebben, dan stel ik voor om daar buiten de commissie om naar kijken en een antwoord op te geven. Mevrouw Bakker: ‘…’(00:45:32) De heer Van Midden: Volgens mij is dat afhankelijk van het soort aanvraag. ‘Ik denk dat de locatie die u bedoelt …’(00:45:45)
11
De voorzitter: Ik stel voor dat u schriftelijke vragen stelt voor de commissie R&I. Wie kan ik het woord geven van Groen Laren? Mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Allereerst bedankt voor de ongetwijfeld deskundige presentatie, maar ondanks de aardige woorden van mijn collega Jacobse heb ik het niet kunnen volgen. Ziet u dat maar als opbouwende kritiek. Ik wil u best wel voorzien van welke dingen er voor mij moeilijk waren. Ten tweede, het is zo dat we heel erg veel regels hebben die we moeten handhaven en onvoldoende capaciteit om dat ook te doen. Zeer terecht dat u met een stuk komt wat daarin voorziet, om te kijken: hoe kun je dat het beste oppakken, handhaven en ook continueren en daar eenduidigheid in brengen. Daarvoor onze lof, dat die poging in ieder geval gedaan wordt. Het is wel te hopen dat de handhaving uiteindelijk ook gestalte krijgt en dat we niet alleen maar bezig zijn met dit model. Dan inhoudelijk een vraag, aansluitend bij de heer De Jong en mijnheer Jacobse. We hebben weinig capaciteit om te handhaven, dus we moeten dat zelf doen en prioriteren in dezen. Daarbij zijn we dan toch aangewezen op de ogen van de samenleving, van de inwoners. Daar wordt ook in voorzien. Zij kunnen dingen melden die hen opvallen.
Mijn vraag is: hoe garandeert u dat de inwoners niet met een antwoord zoals dit heeft geen prioriteit, afgewezen worden en vervolgens geen meldingen meer doen omdat het in hun ogen geen zin meer heeft? Dank u wel, voorzitter. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, ik zal het wel doen. Als er een handhaafverzoek vanuit een inwoner gedaan wordt, dan moeten we daar sowieso wat mee doen. Dan zullen we niet zeggen: het heeft geen prioriteit, dus we doen er niks mee. Ik kan me wel voorstellen dat we schuiven in de termijnen waarmee er wat gaan doen, maar we zullen het nooit niet doen. In die zin zullen we alles oppakken wat op ons afkomt. De heer Grunwald: Aanvullende vraag. De voorzitter: De laatste aanvullende vraag, mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Wordt de inwoner hierover ook geïnformeerd of moet hij maar wachten? Mevrouw Kuijer: Er kunnen op verschillende manieren meldingen worden gedaan. Via een handhavingsverzoek zijn we verplicht om binnen de wettelijke termijn te reageren. Er kan ook een melding worden gedaan met adresgegevens of een telefoonnummer, daarop kunnen we reageren en dat doen we ook altijd. Er kan ook anoniem gemeld worden. We hebben daar geen gegevens, dus die pakken we wel op, maar die hebben niet de eerste prioriteit om op te pakken, tenzij er een hoog risico is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kuijer voor de toelichting.
Dank u wel, mijnheer Van Midden. Mevrouw Kuijer, hartelijk dank voor de presentatie en het mooie dasboard dat u heeft ontwikkeld, waardoor er meer transparantie is ontstaan rondom de handhaving en vergunningverlening. Veel dank daarvoor. Ik denk dat u ons gaat verlaten en ik wens u een prettige avond. En u kunt dan wel voetbal kijken. Ik weet niet of u een liefhebber bent. Mevrouw Kuijer: ‘…’(00:49:34) De voorzitter: De tweede helft. Er zijn nog meer wedstrijden op de avond, mijnheer Jacobse.
12
7.
Conceptbegroting 2027 en conceptjaarstukken 2025 Werkvoorzieningsschap Tomingroep De voorzitter: Dan wil ik overgaan naar punt 7, dat is de conceptbegroting 2027 en de concept jaarstukken 2025 Werkvoorzieningsschap Tomingroep. Er staat hier portefeuillehouder Jan van Midden, maar ik zat net tijdens de broodjes naast mijnheer Koldenhof en hij zei: dit is mijn punt. Ik dat u portefeuillehouder bent, mijnheer Koldenhof? Er staat op mijn blaadje Jan van Midden, maar de heer Koldenhof is dus de portefeuillehouder. Dan hebben we ambtelijke ondersteuning van de heer Jan-Dirk de Goeij. Mijnheer De Goeij is bijna een BA’er geworden, een bekende ambtenaar binnen de commissie. Hartelijk welkom weer, mijnheer De Goeij. Mijnheer De Goeij is senior projectleider sociaal domein bij de gemeente Huizen. Dat zijn over het algemeen wel liefhebbers van voetbal, mensen uit Huizen. Mag ik dat niet zeggen? Ze hebben twee voetbalclubs en die doen het allebei hartstikke goed, weet ik. De heer De Goeij: Alleen mijn naam al. De voorzitter: Het werkvoorzieningsschap Tomingroep stelt jaarlijks een conceptbegroting op. Deze wordt door het algemeen bestuur van Tomingroep vastgesteld. Over de conceptbegroting kan de gemeenteraad een zienswijze indienen om zo aandachtspunten mee te geven aan het bestuur van de verbonden partijen. Gelijktijdig wordt de concept jaarrekening ter kennisname aangeboden.
Voorstel één is om kennis te nemen van het conceptjaarstuk 2025 van het werkvoorzieningsschap Tomingroep. En twee, om kennis te nemen van de conceptbegroting 2027 van het werkvoorzieningsschap Tomingroep. Drie, de bijgaande zienswijze op de conceptbegroting 2027 van het werkvoorzieningsschap Tomingroep in te dienen. Dat is de volgorde van de behandeling en ik ga daar strikt op handhaven. Dat heb ik net geleerd bij punt zes. De eerste termijn is beeldvormend. Er kunnen vragen gesteld worden door de commissie. De vragen zullen beantwoord worden door de heer Koldenhof, de wethouder, met ondersteuning van de heer De Goeij. De tweede termijn is oordeelsvormend, dan kan de commissie met elkaar in discussie. Daarna zal de wethouder in de tweede termijn een woordvoering doen. Dan kunnen we … Er zijn geen schriftelijke vragen ingediend. Klopt dat? Dan gaan we over op de behandeling. Wie kan ik in de eerste termijn het woord geven van Groen Laren? Mevrouw Luke: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen als Groen Laren instemmen met de zienswijze, maar ik wil twee punten toevoegen. Ik had ook een punt over wat de transitie zou betekenen voor de inwoners van Laren die het aangaat, maar vanuit de mededeling van de heer Koldenhof begrijp ik dat we een intentieverklaring zullen tekenen om de diensten in het vervolg af te nemen van het toekomstig sociaal ontwikkelbedrijf. Die vraag is beantwoord.
Er zijn nog wel twee andere punten die ik graag inbreng. Het eerste punt gaat over de transitiekosten die ontbreken. In de begroting wordt er geen rekening gehouden met de kosten van de opsplitsing, maar die kosten komen er wel. Ik wil het algemeen bestuur vragen wanneer we een realistisch beeld krijgen van die kosten en hoe dat wordt verwerkt in de begrotingswijziging. Mijn tweede punt gaat over dat wij een actieve rol hebben zolang wij nog meedoen. Dat brengt me bij iets wat we ook in de vorige vergadering hebben besproken over de garantstelling. Dat wil ik hier herhalen omdat het de begroting opnieuw onderstreept. Tomingroep geld verliest, mede doordat de omzet vanuit de opdrachten achterblijft. De WSW-populatie krimpt namelijk onvermijdelijk, iets wat we ook al besproken hebben in de vorige vergadering. Dit is niet iets wat zal veranderen, maar we zitten niet machteloos zolang Laren nog deelnemer is. De vraagkant is namelijk iets waar wij wel invloed op hebben. We hebben eerder gevraagd of Laren consequent gebruikmaakt van SROI-beleid bij aanbestedingen in sectoren waar Tomingroep actief is? En of we ook gebruikmaken van voorbehouden opdrachten die gemeenten uitdrukkelijk de mogelijkheid bieden om opdrachten te gunnen aan organisaties met minimaal 30 procent medewerkers met een afstand op de 13
arbeidsmarkt? We hebben daar nog geen concreet antwoord op gehad en ik wil dat hier graag opnieuw agenderen. Ik weet overigens uit eigen ervaring bij vergelijkbare organisaties dat je met een bredere trajectladder meer mensen kunt bedienen, denk bijvoorbeeld aan mensen vanuit de participatiewet. Door de doelgroep te verbreden, creëer je ook meer financieel draagvlak. Of dat voor Laren na 2028 nog relevant is weet ik niet, maar tot die tijd hebben we die instrumenten en lijkt het me ook goed om ze te gebruiken. Voorzitter, ik sluit af. We zullen instemmen met de zienswijze zoals die voorligt, maar ik wil graag het college vragen om bij de volgende informatieronde mijn vragen mee te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Luke. Helder. Wie kan ik het woord geven van de fractie van Larens Behoud? De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan ook mee in de zienswijze. Wat ik nog graag kwijt wil is dat ik de indruk heb dat vanuit het college, maar met name ook vanuit het vorige college, er met grote inzet gewerkt en gekeken is en geprobeerd is om er nog wat van te maken, maar het is wat het is. We gaan veranderen, Almere gaat het zelf doen. Wij hebben met een andere organisatie te maken straks. Vanzelfsprekend zijn daar transitiekosten aan verbonden, maar het gaat mij op dit moment te ver en te diep om dat helemaal boven water te halen.
Ik ga even op een andere tour, ik haal hem uit de Gooi- en Eemlander: wat betekent het voor de werknemers in Gooi en Vecht wat er nu staat te gebeuren? Daar wilde ik het bij laten, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jacobse. Mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Ik sluit me aan bij de bij de vorige vragen en ook wij kunnen verder instemmen met de zienswijze. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Jong. De heer De Jong: De vorige keer hebben wij aangegeven dat volgens ons de volgorde verkeerd is. Dat je eerst de problemen op moet lossen en dat constructief moet doen, zaken verkopen en daarna moet splitsen. Er wordt hier een andere methodiek aangehouden door eerst te splitsen en daarna de problemen op te lossen. Er is heel lang gewacht, want in het bedrijfsleven zou je dit al jaren geleden aangepakt hebben. Hier wordt er pas echt aangepakt als er gigantische verliezen aankomen en het vermogen in 2027 vrijwel naar nul gaat. Het is heel laat. Verstandig van de wethouder dat hij net gezegd heeft dat er nu ingegrepen gaat worden. Ik hoop dat hij ook erachter zit dat er nu heel goed ingegrepen gaat worden en dat er rekening gehouden wordt met de medewerkers.
Daarbij heb ik de vraag: krijgen wij niet te weinig geld uit Den Haag hiervoor? We hebben dat over de schutting gegooid gekregen van Den Haag, die geeft geld en daar wordt ook in gesneden, maar die mensen zijn er gewoon en die moeten gewoon betaald worden. Ik denk dat het via de VNG toch ook richting Den Haag gevraagd moet worden: geef meer geld. Ik denk dat het niet alleen hier in deze regio speelt, maar ook in andere regio's. Dat laatste was mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Mijnheer Krale, zijn er vragen of opmerkingen van uw kant? De heer Krale: Dank u wel, voorzitter. Ik wil opmerken dat het helder is dat de Tomingroep nog maar korte tijd zal bestaan. De ontbinding is al ingezet, zou ik willen zeggen. Er lopen nu twee processen parallel: de ontbinding en de oprichting van een nieuwe organisatie. Daar is recent een intentieverklaring voor getekend om daarbij aan te sluiten of in ieder geval daarmee overeenkomsten aan te gaan. De enige vraag die ik heb: 14
kan het ook zijn dat naar aanleiding van die ontbinding er ook nog een financiële plus resteert voor de gemeente Laren? Er wordt nog vastgoed verkocht en dat staat misschien voor veel minder in de boeken dan het daadwerkelijk waard is. Wanneer weten we dat? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Krale, voor de heldere vragen. Mevrouw Beishuizen van D66. Mevrouw Beishuizen: Dank u wel, voorzitter. Onlangs in de vorige commissie hebben we het al uitgebreid gehad over de Tomingroep. Dat heeft ons veel informatie op geleverd, dus voor nu kunnen wij ons ook vinden in de zienswijze. Natuurlijk blijven we wel benieuwd naar het transitieplan en alles wat daarbij gaat. Met name dan kijkend naar de toekomst als de heer Koldenhof toen nog als raadslid terecht opmerkte: er zit ook iets in het systeem rond de financiering van dit soort organisaties. Wij zijn vooral benieuwd, maar dat zal meer voor de toekomst een gesprek worden, hoe gaan we zorgen dat de nieuwe organisatie waar de intentieverklaring voor is ondertekend, niet vergelijkbare uitdagingen krijgt? Dat is denk ik ook voor de raad van de 24 ste een goede vraag. De voorzitter: Een goede vraag. Dank u wel, mevrouw Beishuizen. Mijnheer Koldenhof, mag ik u het woord geven in de eerste termijn? De heer Koldenhof: Dank u wel, voorzitter.
Ik zal de beantwoording graag doen in samenwerking met de ambtenaar van dienst, om het zo te zeggen, maar u had hem al aangekondigd, mijnheer De Goeij. Ik ga hem zo meteen vragen om de antwoorden te geven over de transitiekosten die door Groen Laren zijn gesteld. Wat wij daar nu al van weten en hoe deze worden meegenomen in de begroting. Meerdere van u hebben gevraagd: wat betekent het voor de mensen straks, nu en in de toekomst? Alles is erop gericht om deze mensen een goede overstap te laten maken en om ervoor te zorgen dat de mensen op hun post kunnen blijven zitten waar ze nu zitten, dan wel een andere goede functie kunnen krijgen op het moment dat dat gaat spelen. De ervaring leert dat veel van de mensen die nu bij de Tomingroep werken, zeker de mensen die al heel lang daar werken, tot aan hun pensioen daar ongeveer kunnen blijven. Het is op dit moment niet te verwachten dat opdrachtgevers zullen wijzigen. Wat u terecht zegt: ook deze opdrachtgevers hebben de opdracht en de wens om mensen met op de arbeidsmarkt in te schakelen en willen dat ook blijven doen. Je weet natuurlijk nooit precies hoe de ontwikkeling over een jaar is en hoe de wereld er op dat moment uitziet. Alles is erop gericht om de mensen een zo storingsvrij mogelijke overstap naar de nieuwe organisatie te geven. Nu gaat het in Laren en ook in de andere gemeenten van de BEL om kleine aantallen.
Dat betekent wel dat we ons daar persoonlijk op kunnen focussen om echt te zorgen dat deze mensen hier zo min mogelijk hinder van ondervinden. Dat met betrekking tot de toekomst van deze mensen. Die transitiekosten kom ik zo op terug. Misschien kan de heer De Goeij ook ingaan op of er nog een financiële plus te verwachten is. Het zou natuurlijk kunnen, maar dan moet het wel heel goed gaan met de organisatie. Uiteindelijk wordt zo'n organisatie ontbonden en dan kun je op dat moment kijken: wat blijft er nog over? Dat zou ook een positief bedrag kunnen zijn dat verdeeld moet worden, al is het maar één euro. De plannen over hoe we dat precies gaan doen, die komen in het komend halfjaar en in ‘27 allemaal nog naar ons toe en daar waar u over gaat uiteraard ook naar u toe. Dat betekent dat zo'n intentieovereenkomst die ik net heb getekend een soort commitment afgeeft, maar zonder verplichting, zeg ik er uitdrukkelijk bij. Dat kunt u teruglezen in die intentieovereenkomst, die in ieder geval de intentie uitspreekt wat we samen gaan doen. Het zijn nu drie gemeenten en straks twee. De Wijdemeren fuseert met Hilversum en Gooise Meren, die samen een nieuw bedrijf gaan oprichten. Eigenlijk tekenen wij niet meer dan een dienstverleningsovereenkomst waardoor onze mensen aan het werk kunnen bij de nieuwe werkorganisatie. Daarbij is het risico dan heel beperkt zou zijn, dat 15
is min of meer afgesproken in die dienstverleningsovereenkomst. Toch, ook dan blijven wij ook wettelijk verantwoordelijk voor onze mensen uit Laren, om het zo te zeggen. De vraag over te weinig geld uit Den Haag, dat hangt ervan af over welke groep we het hebben, maar dat kan mijnheer De Goeij denk ik beter uitleggen. Voor sommige mensen krijgen we meer geld dan misschien nodig is en voor een deel minder geld. Dat is misschien een van de problemen die in de afgelopen periode mede de situatie heeft veroorzaakt en waar we tegenaan zijn gelopen. Nog even kijken, geld naar Den Haag. Dan vraagt mevrouw Beishuizen: hoe voorkomen we dat de risico’s in een nieuwe organisatie opnieuw opspelen. Dat weet ik niet. Ik kan zeggen, dat zal wel meevallen, maar ik heb geen idee. Dat blijft uiteindelijk altijd ook een bedrijfsrisico, dus ik moet daar eerlijk in zijn. Een politiek antwoord is dat we zorgvuldig kijken naar het nieuwe plan. Er zitten ook stappen in waar wij u nog van op de hoogte zal brengen en daar kunt u op dat moment meekijken en adviseren, zodat we er gezamenlijke verantwoordelijkheid voor dragen. Tot slot, wat ik al zei: het gaat om een dienstverleningsovereenkomst die wij straks sluiten, dus het risico ligt dan niet bij ons. Mijnheer De Goeij, mag ik u vragen voor de rest van de beantwoording? De heer De Goeij: Jazeker, even kijken.
De transitiekosten ontbreken in de begroting 2027 van de Tomingroep, overigens ook in de begroting 2026. Dat is met reden, omdat die transitiekosten worden begroot in het transitieprogramma en die worden gedekt uit regionale middelen waarvan de gemeente Almere, in het geval van de Tominregio de penvoerder is. Vooralsnog zijn die middelen voldoende, die worden al jarenlang verstrekt en dat gaat om ettelijke miljoenen. In principe is daar nu dekking voor, maar er wordt nog gewerkt aan diverse onderdelen van die transitie. Op dit moment is de begroting van de transitie 2026 bekend en door het bestuur van de GR vastgesteld. Aan de begroting voor 2027 wordt nog gewerkt. Er staat ook in de stukken vermeld dat als dat mocht leiden tot een begrotingswijziging van de GR, dat er dan opnieuw informatie uw kant op komt met een verzoek op zienswijze. Dan was er de vraag over het geld uit Den Haag. Ik denk dat de wethouder dat correct heeft verwoord. Voor een bepaalde doelgroep is de financiering zeer ruim, dat zijn de WSW’ers. In het geval van Laren is dat de WSW’er, want dat is er één. Daarnaast is er de financiering van de participatiewet, dat volgt ook uit de intentie die de participatiewet heeft. De WSW, de naam zegt het al, de wet sociale werkvoorziening. Het was de bedoeling dat er werk voor die mensen werd geregeld in een werkbedrijf.
De participatiewet gaat van heel andere principes uit. Die gaat ervan uit dat de inwoner met een afstand tot de arbeidsmarkt wordt ontwikkeld in zo’n bedrijf en zoveel mogelijk inclusief, dat is dan het woord wat gebruikt wordt in een regulier bedrijf, wordt geplaatst met begeleiding vanuit dat bedrijf. Daar is de financiering op afgestemd. Daarin zie je dat heel veel sociaal ontwikkelbedrijven zoals de Tomingroep bedrijven zijn met eigen producten en diensten geld verdient om de doelgroep werk te geven. Die bedrijven komen in de problemen omdat de financiering daar niet op is geënt. Dat is denk ik een belangrijk punt waar de beide gemeenten die straks eigenaar worden van het Gooise bedrijf, Hilversum en Gooise Meren, goed naar zullen kijken in het businessplan dat in de rest van dit jaar zal worden ontwikkeld. Daar zal een ander businessmodel voor gemaakt moeten worden, omdat je anders met dezelfde tekorten geconfronteerd wordt als nu het geval is. Daar is ook een transitieperiode voor. En ook in het transitieproces zijn er afspraken gemaakt over wat er op 1 januari 2028 overgaat en hoe dat verder wordt doorontwikkeld. De voorzitter: De heer Koldenhof heeft nog een aanvulling. De heer Koldenhof: Ik realiseer me dat ik de tweede vraag van Groen Laren nog niet had beantwoord over die aanbestedingsinvloed.
Als het goed is, dan is dat heel beperkt om dat direct als gemeente te doen, omdat het is overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling. Daar is zelf een raad van commissarissen, et cetera aan verbonden, dus die bepalen het beleid. Wij als gemeente kunnen niet afdwingen dat er zoveel procent bij 16
bedrijven kan worden ingeleend voor mensen of dat er zoveel mensen te werk kunnen worden gesteld, een heel ouderwets woord, aan het werk geholpen kunnen worden met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wij hebben daar geen directe invloed op. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Koldenhof. Wie kan ik nog het woord geven in tweede termijn voor de oordeelsvorming? Mijnheer De Jong. De heer De Jong: Het is niet echt oordeelsvormend, maar de Tomingroep had een aantal bijeenkomsten gepland. Ik had graag van de Tomingroep gehoord hoe zij hierin staan en hoe zij zaken willen aanpakken. Er bleek te weinig belangstelling te zijn van de raden, terwijl iedereen in alle raden weet wat hier speelt en hoe belangrijk het is. Ik vind het heel kwalijk dat dat niet doorgegaan is en dat er te weinig belangstelling uit de verschillende raden is geweest. Dat wil ik toch memoreren. De voorzitter: Misschien kan de heer Koldenhof daar toelichting op geven? Het enige wat mij bijstaat is dat er heel veel verschillende mogelijkheden waren om te bezoeken. Ik kan me voorstellen dat er per vergadering of per bijeenkomst te weinig belangstelling was, maar anders kan ik me daar niks bij voorstellen. Mijnheer Koldenhof? De heer Koldenhof: U vraagt mij bijna om een antwoord te dichten. Dat kan ik wel. Allereerst is er de hoge druk voor de gemeenteraad om overal bij aanwezig te zijn. Daar heb ik ook begrip voor.