Transcript commissie M&F 16 november 2023
Tekst van het document
En als ze subsidie willen hebben, ja, dan kunnen ze bij ons een aanvraag indienen en dan zullen we die beoordelen. Mag ik even zeker … Pagina 48 van 56
De voorzitter: Ja, ja, zeker. Maar ik wil even kijken of de wethouder uitgesproken is. Ja? De heer Den Dunnen: Nee, ik denk, dat we ons moeten realiseren, dat dit soort initiatieven er zijn. En daar moeten we blij mee zijn. Dat zijn op zich hele mooie initiatieven. Maar ze kunnen niet permanent leunen op inkomsten of geld van gemeenten. Het is ook zo, dat de Brinkbus zelf voorziet in en aan het voorzien is in sponsoring, om de zaak in bedrijf te houden. Zij zorgen ook zelf voor hun chauffeurs en de criteria voor de chauffeurs. En dat zijn allemaal dingen waar wij als gemeente, ons niet mee bemoeien. De voorziter: Dat is een heldere. U, heer Grunwald, had nog een interruptie? De heer Grunwald: Ja, nee, dat is volstrekt helder. Maar de kern van de boodschap, van mijn vraag is ook een andere, misschien bent u niet de meest aangewezen wethouder, om daar een antwoord op te geven. De vraag is van, hoe kunnen we nou die synergie tussen die verschillende aanbieders van vervoer, dusdanig inbedden in Laren, dat we daar dus als gemeenschap, dus zeg maar dat één en één meer dan twee wordt. De voorzitter: Ja. Ik denk, dat de wethouder net gezegd heeft. Maar wilt u daar nog één keer op reageren? Ja, ik denk dat u … De heer Den Dunnen: Kijk, dan kunnen wij bij de verkeer- en vervoersvisie, kunnen we nog wel eens kijken van, of we daar een item daaraan kunnen wijden.
Maar nogmaals, ik neig er toch toe om particulier te laten, wat particulier is en des Rijks, wat des Rijks is. Mevrouw Niekus: Mag ik nog even iets over zeggen? De voorzitter: Ho, ja, u krijgt het woord hoor, u stak uw hand omhoog. Mevrouw Niekus nog een interruptie. Mevrouw Niekus: Ja, ik wil nog even over de verschillende vervoerssoorten, ook iets zeggen. De Brinkbus is een heel mooi sociaal initiatief voor alle inwoners. Er zijn zestig Laarders, die vrijwillig die bus rondrijden. Dat is voor dames en heren die slecht ter been zijn, die zelf geen auto kunnen rijden, die toch van A naar B moeten, naar de tandarts of naar de supermarkt. De mensen zijn sociaal, de chauffeurs die halen ook de rolstoeltje of hoe heten die, mobieltjes uit de auto's, zetten mensen bij de supermarkt neer. Het is een verbindend iets. De Trolleybus is iets anders. Dat is een bus, waarin ook echte rolstoelen in gaan. Die gaan ook over de grens van Laren. Deze bus blijft alleen binnen het centrum van Laren. En het is een heel sociaal iets. Mensen praten met elkaar. Rosa Spier doet er mee, Humanitas, die rijdt de mensen heen en weer. Is echt een initiatief van zoveel mensen in Laren, wat je echt moet om omarmen. Dan moet je ook geen andere vervoersorganisatie of iets anders mee gaan doen. Dat moet gewoon blijven voor de inwoners van Laren, want ze zijn superblij.
De voorzitter: Dank u wel voor uw mooie, vlammende betoog. Volgens mij heeft ook niemand dat ter discussie gesteld en zeker D66 zojuist niet. Ik dacht, ik ga jullie nog even verblijden en verrassen met nog een vierde variant. Want mocht u onverwachts en onverhoopt lid zijn van de ANWB, die hebben Automaatje. En daar, ik zeg het niet zomaar. Want om het nog wat extra ingewikkeld te maken, die rijden ook in ons dorp. Daar zijn ook mensen actief in. Dus dan en waarom ik het eigenlijk zeg, proberen met elkaar tot een conclusie te komen. Want dan kijk ik toch ook vooral even naar mevrouw Van Dorst van D66. U heeft dit op de agenda gezet, u heeft vragen gesteld. We hebben het besproken, het leeft. We merken eigenlijk en ik ga niet de wethouder woorden in de mond leggen, het zijn particuliere initiatieven. We hebben het besproken, het heeft onze aandacht. Maar de partijen moeten zelf iets gaan doen. Kijk ik naar u. De vragen zijn misschien nog Pagina 49 van 56
steeds niet allemaal helemaal naar tevredenheid geantwoord. Maar is de conclusie, goed, dat we het besproken hebben of moet het ergens terug naar presidium? Dat jullie zeggen, dit moet naar het presidium. Wilt u er nog iets mee? Dan kijk ik ook de anderen aan, uiteraard. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Nee, laat ik, ik vind het heel fijn met de antwoorden. Ik denk dat wij ervan moeten leren, dat als wij, als mensen subsidie willen of nodig hebben, dat ze het moeten aanvragen. En daar ging het mij natuurlijk om. Er zijn zoveel actieven of initiatieven in het Larense, waar mensen de weg niet weten naar ons gemeentehuis van, er zijn subsidies mogelijk. Daar ging het me om. Dit is een fikse subsidie, die ik zeker onderschrijf. Dat dat buiten, buiten kijf. Het gaat mij erom, dat men weet dat dit mogelijk is. En daar ben ik heel erg blij mee. Laten we daar trots op zijn in Laren, dat dit kan. Daarom wilde ik daar aandacht voor vragen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U ook bedankt. Ja, dan gaat er nog weer een hand omhoog. Ik hoop, dat u niet het verhaal van mevrouw Van Dorst. Het woord is aan de heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, de wethouder suggereerde nou net, dat … De voorzitter: Wel even de microfoon, graag. De heer Grunwald: Oh ja, sorry. De wethouder suggereerde zojuist, dat wellicht in het kader van het verkeersplan voor Laren aandacht aan besteed zou kunnen worden.
Mag ik dat dat toezegging opvatten? De voorzitter: Nou, ik denk, dat u op uw wenken bediend vond. Want als we nog even, als u me had laten afhameren, waren we bij agendapunt dertien en dan komt het vervoer in de Gooi en Vechtstreek ook weer terug. Dus ik zou, ik wil eigenlijk niet de wethouder voor de voeten lopen, maar D66 heeft iets aan de kaart gesteld. En als we nu een toezegging ontlokken, dan … Ik wil eigenlijk de wethouder, als u vraagt, of het een toezegging is, wil ik nu van de wethouder horen, hoe die, of hij ja of nee zegt. Dat is een beetje hard gesteld. Maar ik voorzie namelijk anders wat schuivende panelen. Dat we zo meteen niet meer weten, wat we met elkaar willen met dit onderwerp. De heer Den Dunnen: Nee, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Nee. En ik vind ook, dat we dat antwoord moeten respecteren in het licht van, dat wij dit goed met elkaar besproken hebben. En mijnheer Grunwald, even naar u toe. Dan kunnen er misschien allerlei andere ontwikkelingen, het staat op de band. Het wordt zo meteen, zal vast een keer eens terugkomen. En volgens mij is dan de mooiste oefening, die we vanavond gedaan hebben door met elkaar, jullie vooral met elkaar, dit te bespreken. Als we dat kunnen vasthouden, mijnheer Grunwald, dan is het dus ook niet, dat we morgen in de krant moeten lezen, dat de wethouder geen zin heeft om daar verder over te praten.
Want we moeten elkaar ook de ruimte geven, om deze discussie met elkaar zo te voeren. Dat gezegd hebbende, sluit ik hem af. 13. Raadsinformatiebrief update Vervoer Gooi & Vechtstreek, bespreking De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 13. Ik ga wel tegen u vertellen, dat het zes minuten voor half twaalf is. Mij maakt het niet uit, maar ik wil wel eigenlijk die laatste onderwerpen ook nog wel fatsoenlijk behandelen. Maar het zal dan wel ongeveer denk ik, kwart voor twaalf gaan worden. Maar ik wil eigenlijk proberen om dat dan in die twintig minuten, deze twee onderwerpen proberen te behandelen. Nogmaals, ik Pagina 50 van 56
heb het niet in de hand, u heeft het zelf in de hand, maar … Agendapunt dertien, Raadsinformatiebrief update Vervoer, Gooi en Vechtstreek, bespreking. Toelichting van de heer Merckx, want de VVD wil graag de huidige financiële situatie bespreken. Nou, mijnheer Merckx, aan u het woord. De heer Merckx: Ja, dank u wel voorzitter. Kijk, wij zijn natuurlijk zojuist al door de zeg maar, bestuursbegroting van de Gooi en Vechtstreek heen gegaan, waarin negenhonderdeenentachtigduizend euro tekort is gerealiseerd. Of genoteerd voor de regiovervoer. Wat we hebben gezien is, is dat dit een ja, een lastige, een lastig punt is. Want de Raadsinformatiebrief spreekt inderdaad, dat door de NEA-index er een, kosten gestegen zijn met zevenhonderdtachtigduizend euro. Vervolgens wordt er gezegd, er is, een tariefsverhoging heeft er plaatsgevonden. En dankzij die tariefsverhoging, hebben we in het eerste halfjaar een verbetering gezien van een financieel resultaat tot tweehonderdtwintigduizend euro afgerond, positief. En dus wederom, het woord verwarring komt hier naar boven. Want ik heb een raadsinformatiebrief ontvangen, waarin dus blijkbaar een positief resultaat is. Terwijl in de verslaglegging van de regio staat nog negenhonderdtachtigduizend euro negatief en dat wordt dan weer aangezuiverd door de gemeentes. Dus ja, help me out here, please. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merckx.
Iemand in de vooruit, die zegt, ik wil hier iets van vinden richting de heer Merckx? Het is niet het tijdstip hè? Ik ga u niet het woord ontnemen. Dus mijnheer Van Stempvoort, Larens Behoud. De heer Van Stempvoort: Dank u wel. Wat wij daarvan vinden, is dat we in het bedrijfsleven ook zien, hoe het gaat met vervoersmaatschappijen. Wat wij graag zouden willen zien in deze is, dat dit gelimiteerd zou worden, euro wise. Voor het onmenselijke vormen aan zou kunnen nemen. Kort en bondig. Merci. De voorzitter: Ja. Iemand anders nog? Ja, mijnheer Merckx, u mag daar met elkaar … De heer Merckx: Ja, als ik daar één toevoeging mag doen aan de heer Van Stempvoort. Kijk, we hebben gezien bijvoorbeeld, dat het opstaptarief in WMO is geloof ik, één euro of zo. Als ik het goed begrepen heb, van een gesprek met het bedrijf hè? Dus ook daar is dan inderdaad van, hoe wordt er gereageerd op de diverse vervoersstromen, de aanbieding, wat wordt er gedaan? Et cetera. Want als u een stijging met de NEA-index met zevenhonderdtachtigduizend euro heeft, hoe kan je dan niet je, zeg maar zorgen dat je je je kosten doorberekent? Dat blijkt er ook niet helemaal duidelijk uit. De voorzitter: Ja, de mijnheer Van Stempvoort, die knikt, voor degene die … Wie van de wethouders mag ik hier nog een reactie op vragen? Wethouder Flip de Groot. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter.
Ja, ik begrijp de zorg van mijnheer Van Stempvoort. We zien, dat de regio daadwerkelijk probeert en daar ziet u een aantal positieve resultaten uit, die in deze rapportage staan om de resultaten te verbeteren. Ook voor Laren heeft dat positieve consequentie gehad hè. Dus daar, door kortere ritten, een vast tarief te berekenen. No, dat pakt voor ons goed uit, dus dat is voor ons een individuele relatieve meevaller. Ik moet ook wel zeggen, dat als ik deze twee dingen naast elkaar zet, dat ik ook zelf nog wel een paar nadere vragen heb naar de regio. En dat de zorg die meegenomen wordt, hier ook wil uiten. Ik zal, ik wil een concrete doorrekening hebben en een goede beantwoording en voor de vragen van de heer Merckx. De voorzitter: Mag ik u dan wel uitdagen, dat dit een toezegging is?
Pagina 51 van 56
De heer De Groot: Dat is een harde toezegging. De voorzitter: Dan kijk ik even rond naar deze bespreking, die weer een ander karakter heeft. Mijnheer Merckx. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter, dank u wel, wethouder. Wij zien de informatie graag tegemoet. De voorzitter: Dank u wel , is agendapunt dertien hiermee behandeld. 14. Raadsinformatiebrief opvang asielzoekers gemeente Blaricum, bespreking De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt veertien, niet onbelangrijk. Daar hebben we dan wat mij betreft, zeg maar even als richting, ga ik op letten, een beetje een kwartier voor. Maar ik wil, nogmaals, u bent zelf aan het woord. Die raadsinformatiebrief gaat over de opvang asielzoekers gemeente Blaricum en dat is een bespreking. Op verzoek van D66, mevrouw Van Dorst. Want D66 wil graag informatie over de extra aanvraag van tweehonderd personen boven de reeds aangekondigde vijftig personen. Ze zegt ook, inderdaad zegt de fractie, de raad van Blaricum is inmiddels akkoord gegaan met die extra personen. Maar misschien meer daarom opportuun om te vragen aan u, dus ook eerst aan de commissie, is Laren betrokken? Wat zijn dan voor Laren de consequenties bij de opvang van die tweehonderdvijftig asielzoekers in het voormalige ziekenhuis in Blaricum, zo direct aan onze gemeente gelegen? Mevrouw Van Dorst, ik heb het zo in de rappigheid voorgelezen.
Wilt u nog een beetje context geven? Anders gaan we het in bespreking geven aan uw collega's. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Nee, dank u, voorzitter, was heel erg duidelijk. Wat we nog even to the point wilden vragen, de scholen, is daar contact mee geweest? Er zijn alleenstaande jongeren. Ik heb net vandaag begrepen, dat het vooral gaat om statushouders. Wat is er afgesproken over de ambtelijke ondersteuning? En is er überhaupt een veiligheidsrisico? Dat vind ik een klein vraagje. Maar dat waren nog even drie scherpe vraagjes. Verder was het een heel duidelijk, wat u voorlas. De voorzitter: Collega's, wie vindt hier iets van en wil hier iets over opmerken? In ieder geval, de fractie van Larens Behoud bij monde van de heer Jacobse. U bent aan het woord, mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Dat lijkt me goed nieuws. Laat ik beginnen met de verrassing, dat ik op 11 oktober aan de orde stelde, asielopvang in het voormalige ziekenhuis. De vraag stel aan de wethouder, daar vervolgens een notitie van krijg. En tot mijn verbazing zie ik, dat mevrouw dan dat verhaal nog een keer initieert en ook daar nog eens wat extra over wil horen. Dat vind ik bijzonder. De voorzitter: Ja, nog even. Laten we duidelijk, u valt, u vindt nu iets van de inbreng van … De heer Jacobse: Nee, daar vind ik helemaal niks van. Ik vind, ik heb een heel andere inbreng. Dat is de volgende.
Eigenlijk vind ik, nee, ik doe het anders. U krijgt van mij een aantal key words op dit onderwerp en daar hebben wij uitgebreid over gesproken in de fractie. Wij voelen ons als Larens Behoud pertinent verantwoordelijk, voor wat hier aan de hand is. Dit komt goeddeels op ons bordje en dan is de interessante vraag natuurlijk, of je Blaricum dat alleen moet laten oplossen? Ja, natuurlijk, want het is Blaricums grondgebied. Maar is dit geen BEL-affaire, moeten we niet dit gezamenlijk dragen? Ik zal u vertellen, ik heb er proefondervindelijk weinig mee gedaan. Maar ik ga u wel verklappen, dat de mensen die daar in dat ziekenhuis gehuisvest worden, die zijn wat eenvoudiger in Laren de berg af en vervolgens weer op, dan dat ze Pagina 52 van 56
in Blaricum terechtkomen. Dus de vraag of wij daar iets mee te maken gaan krijgen, die kun je positief beantwoorden. Dat gaat serieus gebeuren. Nou, dan een van de volgende woorden is de bezorgdheid, die wij daaromtrent willen uitspreken. Het gaat mij, het gaat me iets te makkelijk af, dat Blaricum daar in een mate van autonomie inroept van ja, natuurlijk. En dat gaan we dan doen, want dat is inmiddels al gebeurd. Ik heb een documentaire gezien vorige week en dat is geen ongepaste uitweiding. Een documentaire over een gemeente, die ook in overleg met het COA was. En die hebben drie maanden zitten op en neer wauwelen over waar dat over ging en hoe dat dan precies moest. Die kregen op donderdag een brief door de deur en op vrijdag stond de bus er. Mijnheer de voorzitter, ik wind me er bijna over op. Het kan niet waar zijn, het zal me niet gebeuren. Dat we in een parallelle gemeente waarmee we in een samenwerkingsverband zitten, ja, zegt op iets waar ze van, nauwelijks weten waar het over gaat. Het COA de eindverantwoordelijkheid heeft en neemt. Wij vervolgens geconfronteerd worden met tweehonderdvijftig mensen, die ik het beste van de hele wereld gun. En nog zestig loslopende kerels. Ik vind het fantastisch, alleen het gaat helemaal nergens over. En wij hebben dat met de fractie besproken en mijn fractie is not amused en dan ben ik heel voorzichtig.
De voorzitter: Ik denk, ook enige bescherming, nu dat u, u heeft uw betoog gedaan. Dat is de inbreng. Dan gaat nu de heer Lobregt van het CDA. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Mag ik hier even op reageren? De voorzitter: Ja, maar ik denk, om even te voorkomen dat, u krijgt zo meteen het woord. Want ik weet, wat u zo meteen wil zeggen. Maar om, anders wordt het misschien wat emotioneel of heel pittig. We moeten het een beetje zakelijk houden. Mijnheer Lobregt van het CDA. Die stak al net zijn als interruptie op … Uw inbreng. De heer Lobregt: Even aansluitend op de inbreng van mijnheer Jacobse, even heel kort. Hoe gaan we dit managen, vanuit de BEL of vanuit Blaricum-Laren? Ik denk dat, dat worden, de belangrijkste vraag is die we hier met elkaar moeten gaan beantwoorden. En, hoe gaat het COA ook deze mensen begeleiden, hoe nemen zij hun verantwoordelijkheid? En hoe zorgen we ervoor, dat deze mensen op een goede manier integreren in het dorp? De voorzitter: Dank u wel. Ja, de heer Grunwald. Maar nu is dan eerst nog even mevrouw Van Dorst, want inderdaad, ja, aan u het woord. Ik ga het ook niet invullen, ook. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ik denk, dat ik eerst even moet reageren op de heer Jacobse. Natuurlijk, u heeft het inderdaad genoemd. Maar vergeet niet, de afgelopen raadsvergadering kregen wij een bericht, dat Blaricum door de COA was benaderd voor tweehonderd extra asielzoekers.
Op dat moment is inderdaad de vraag gekomen, mogen wij hier iets uitgebreider over spreken? Want op dat moment toen dit bericht kwam, was het ook nog niet bij het college bekend. En dit is het gremium, waar wij nu met het college en onderling over kunnen praten, wat heeft dit voor consequenties voor Laren en waar moeten wij ons op voorbereiden? En dat is gewoon de vraag ook aan het college. College, bent u nu, het college van Blaricum, heeft u inmiddels met hun gesproken? Heeft u de consequenties besproken? Wat is er bekend over schoolgaande jongeren en dergelijke? Dus dat is een hele, niet terecht verwijt. De voorzitter: Ja. Maar om nu te voorkomen, ja, nou ja, nee, laat ik het anders … Dit is, mijnheer Jacobse wil nu zijn vinger omhoog steken. Dat mag en ik ga nog even de uitdaging aan. Maar ik verzoek u wel, om het een beetje wel in de vorm en toon Larens waardig houden.
Pagina 53 van 56
De heer Jacobse: Uiteraard, voorzitter. Alle informatie die vorige week boven water kwam, heeft zes weken geleden al in de krant gestaan. Er is geen streep aan toegevoegd. Ik heb het document van Blaricum hier, het gaat over Blaricum in en uit. De gegevens zijn allang bekend. Alleen, er zit weinig bite op, want er gebeurt niet zo heel veel. Behalve, dat we zo meteen geconfronteerd worden met de aanwas van de mensen. Die komen gewoon binnen. De voorzitter: En, niemand benoemt dat hier, maar we hebben ook nog met een eigenaar van Ter Gooi te maken, dus die doet ook nog mee. Maar eigenlijk hoor ik jullie dan toch allemaal wel hetzelfde zeggen, de vraag van D66. En of hij nou zes weken geleden wel of niet in de krant heeft gestaan, de grap is van dit verhaal natuurlijk wel, je mag als politieke partij iets op de agenda zetten. Het is in het presidium geweest. Wij hebben als presidium gezegd, daar zit ik ook in, we gaan dit zo bespreken. Dus ja, dat kan wel eens een keer, kun je misschien wat nutteloos vinden of niet vervelend vinden of niet leuk vinden, maar dat bespreken we met elkaar. Dat samenvattende, kijk ik of ik een poging mag doen, mevrouw Van Dorst. Eerst nog een reactie van de wethouder, heel goed dat u uw vinger opsteekt. De heer Den Dunnen: Laat ik wat kou uit de lucht halen. Wij lazen ook uit de krant als college, dat wat er gebeurde.
Wij hebben zelfs geconstateerd, dat Blaricum bewoners van Laren aangeschreven had, die daar in de directe omgeving zaten, dat dat zou gaan gebeuren. We hebben als college ons ongenoegen uitgesproken in de richting van het college van Blaricum, middels een brief en ze hebben daar ook met een brief op geantwoord. Vervolgens hebben vorige week de beide burgemeesters van Laren en Blaricum, de koppen bij elkaar gestoken en hebben daar vervolgens, dat uitvoerig doorgesproken. Het ongenoegen met elkaar kenbaar gemaakt en daarmee de kou uit de lucht gehaald. Vervolgens is afgesproken, dat we een bestuurlijk overleg zullen optuigen en dat hebben we intussen gedaan. Het bestuurlijk overleg bestaat uit de drie wethouders, wethouder van Eemnes, een wethouder van Laren en een wethouder van Blaricum. Wij hebben daar van de week over vergaderd. En gezegd van oké, wij willen graag betrokken zijn bij de afspraken, die gemaakt worden met het COA. Wij willen graag de ins and outs weten van, wat er met de COA precies wordt afgesproken. Het is voor een periode van tweeëneenhalf jaar en het zijn asielzoekers met een, hoe heet dat ook alweer, met een verblijfsvergunning. Dus het aantal is alleen genoemd, geschat op wat daar zou kunnen. Het COA is nog niet zover, dat ze al zeggen van nou, dat die mensen zijn er al en die hebben we al geselecteerd. Dat moet nog gebeuren.
Dat zijn dan wel mensen die gebonden zijn aan de regio, dus ze zijn bedoeld voor de hele regio. Vervolgens hebben we gezegd van ja, en hoe gaan we dit dan ambtelijk regelen? Want zowel Eemnes als ik uit Laren hebben gezegd van, we willen niet weer de toestand, zoals we dat hebben gehad met Oekraïners en zoals we dat met de Klaas Bouthal gehad hebben. Dat er een onevenredig beroep wordt gedaan op de ambtelijke organisatie, waardoor een deel van onze werkzaamheden te lijden hebben onder de activiteit van het COA in Ter Gooi. Daarvan heeft de secretaris van Blaricum een bestuursopdracht geschreven en daarvan heeft de directeur van de BEL organisatie gezegd, zoals de bestuursopdracht en nu voorligt, daar kan ik niet mee uit de voeten. Ik ben best bereid om een projectenorganisatie op te zetten, maar die projectorganisatie, ook daar zal ik een aantal uren voor moeten hebben. En mijn organisatie zal, kunt u daar niet mee belasten. Dus het zal een externe projectorganisatie moeten worden, althans die mensen worden extern ingehuurd worden en ook die lasten, zullen ten laste moeten komen, die kosten zullen ten laste moeten komen van het COA.
Dat alles hebben we van de wijk besproken en we hebben afgesproken, dat we over een veertien dagen, drie weken dan wel wanneer er sneller ontwikkelingen zijn, dat we dan opnieuw bestuurlijk bij elkaar komen en met elkaar afstemmen, wat er precies gaat gebeuren. Voor wat betreft scholen en naar scholen toegaan enzovoort, dat weten we allemaal nog niet. Want we weten nog helemaal niet, wat voor mensen er komen, hoeveel men… ja, hoeveel er mogelijk zijn. Dat zijn tweehonderdvijftig, maar hoeveel
Pagina 54 van 56
er daadwerkelijk komen en hoe dat die eruit zien en wat de samenstelling daarvan is, daar is nog geen kijk op. Dus dat … De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ook dank, dat u even nog terecht zei van, ik denk dat ik kou uit de lucht kan halen. Want ik ga even naar de indiener kijken, die dat, mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Nou, dit is precies het antwoord, waar wij heel erg op wachtten, de duidelijkheid. Want wij hadden inderdaad ook begrepen, dat het, dat Laren hierin nog niet betrokken was. Ik heb begrepen, dat daar nou goede afspraken over zijn. Dat wij ook weten, wat ons boven het hoofd hangt. Daarvoor heel hartelijk dank voor, voorzitter en wethouder. De voorzitter: De heer Lobregt, CDA. De heer Lobregt: Nou, als ik u begrijp, weten we eigenlijk nog helemaal niet, wat ons boven het hoofd hangt hè. Want hè, er komen tweehonderdvijftig mensen, waarvan we niet weten wie het zijn hè. Wat het gecompliceerd maakt is, dat het mensen met een verblijfsvergunning zijn. Betekent, dat het geen asielzoekers meer zijn. Betekent ook, dat COA dan waarschijnlijk niet de zorg voor die mensen gaat faciliteren. Maar, want het zijn gewoon mensen, ingezetenen van Nederland, dus die maken gewoon gebruik van de zorg, zoals die voor ons geregeld is.
Dus ik denk, dat het wel heel goed zou zijn, om dan ook met elkaar te bespreken welke punten, onderwijs, zorg, vervoer, et cetera wordt, wat er dan allemaal, wordt het, voor die mensen geregeld moet worden. En wat dat dan van onze infrastructuur vraagt. Dus ik denk, dat er eigenlijk nog heel veel uit te zoeken is. Maar dat zegt u zelf ook, mijnheer Den Dunnen. Dus, maar het is denk ik, goed om ons daar ook in mee te nemen, wat het dan uiteindelijk gaat vragen van ons als gemeenschap. De heer Den Dunnen: Ja, er wordt heel duidelijk … De voorzitter: De heer Den Dunnen, wethouder. De heer Den Dunnen: Er wordt heel duidelijk gesproken over asielzoekers met een verblijfsstatus. Dus daarmee willen ze aangeven, dat het COA daar nog wel vol verantwoordelijk is. Het zijn geen statushouders, want dan zouden ze dus klaar zijn en zouden ze in kunnen gaan burgeren. Nee, dit zijn asielzoekers met een verblijfsstatus. De voorzitter: Met die toevoeging. Laat denk ik onverlet dat, want dat is denk ik, het appèl wat de commissie doet op het college. Al was het maar, om geen ruis in de wereld te krijgen, aan welke kant van het dorp dan ook. Fijn dat we ook dit, zo met elkaar hebben kunnen bespreken. Ik ga daar verder niet een conclusie aan verbinden. Anders dan, dat de wethouder er volgens mij nu dichtbij zit en wij als raad betrokken zijn bij dit onderwerp, als raadscommissie.
En dan moet je op een gegeven moment naar een einde van een vergadering komen. En terwijl ik dit zeg, geef ik jullie een compliment, want op twee minuten na hebben we, leven we op dit moment om drieëntwintig uur drieënveertig, bijna kwart voor twaalf. Is vanavond erg lang geweest. Maar ik hoop, we hebben een volle agenda gehad, maar ik hoop ook, dat echt iedereen het idee heeft, dat we de tijd en de ruimte hebben gehad om datgene te zeggen, wat we moeten zeggen met elkaar. De bo… We gaan nu afronden. Ik ga sluiten om drieëntwintig uur vierenveertig. Onder dankzegging en wel thuis. 15. Sluiting
Pagina 55 van 56
Pagina 56 van 56