CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Bovenlokale Samenwerking 25 mei 2023

Commissie Bovenlokale Samenwerking 25 mei 2023, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda24.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BOVENLOKALE SAMENWERKING VAN GEMEENTE LAREN d.d. 25 mei 2023

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond, het is acht uur. Zullen we beginnen? Goedenavond, welkom leden van de commissie, collegeleden, gasten en nog geen ambtenaren. Mijn naam is Ellen van Dorst en ik ben vanavond uw voorzitter. Graag stel ik voor, vooral voor de mee luisteraars via de streaming, onze gast de heer Korte, goedenavond, directeur van de Tomingroep en de leden van de commissie bovenlokale samenwerking. Rechts van mij de heer Evert de Jong namens Liberaal Laren. De heer Erik Koldenhof namens de VVD. Yvonne Berghorst namens D66. Links van mij de Eric Hurink namens Larens Behoud, mevrouw Mariëlle Bax, goedenavond, namens Larens Behoud. De heer Andreas Grunwald, Liberaal, Groen Laren, sorry. Mijnheer Ben Wichers Schreur ook van Groen Laren en de heer Erwin van den Berg van het CDA. Dan naast onze collegeleden, de burgemeester de heer Nanning Mol en mijnheer Flip de Groot, wethouder voor, nee, gewoon onze wethouder, zo is dat. En naast mij zit onze griffier mevrouw Els Boers. Goedenavond. Er is geen bericht van verhindering ontvangen maar ik mis daar toch wel iemand, naast u mijnheer Koldenhof. Ik zit naar het bordje te kijken. Jacqueline Timmerman is niet aanwezig. Oké, dank u wel. Verder hebben zich geen insprekers gemeld.

De agenda is u bekend, bent u het daarmee eens? Wij hebben daar geen veranderingen op, ik hoor hier aan linkerzijde de heer Hurink, die wil waarschijnlijk over de agenda iets opmerken. Mijnheer Hurink. De heer Hurink: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Ja, wat ik tegenkom en ik ben blij dat de directeur van de Tomin hier is, maar er staat een concept jaarstukken voor de Tomingroep staat erin en ik vind dat nou typisch iets voor de commissie financiën en niet voor deze commissie. En ik zou daar graag dat het presidium daar in de toekomst naar gaat kijken, dat als het financieel is, ik ben geen financieel deskundige, die hebben wij in een andere commissie zitten. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk, ik kan hier wel op antwoorden, maar ik denk dat ik daarvoor even de burgemeester misschien vraag, wilt u daarop reageren? De heer Mol: Voorzitter, u maakt de agenda. De voorzitter: Ja, ik zit daar inderdaad, op zich, deze vraag is al vaker gesteld en ik weet dat in het presidium dit onderwerp ter sprake zal komen. Mag ik het zo afronden en dat we het daar verder bespreken? Dank u wel. Verder nog vragen over de agenda? Dan bij deze mag ik agenda vaststellen.

2.

Vaststellen lijst adviezen en conclusies vergadering commissie BLS d.d. 20 april 2023 De voorzitter: Mededelingen, agendapunt 3. Zijn er mededelingen? Excuus, ojee, 2, excuus. Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie BLS van 20 april. Zijn hierover opmerkingen inhoudelijk? Ik kijk rechts, ik kijk links. Nee, naar aanleiding van het verslag, de besluiten? Nee, ook niet. Dan is deze ook hierbij vastgesteld. Dank u wel.

3.

Mededelingen De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 3 zoals ik reeds zei. Zijn er mededelingen vanuit de commissie dan wel vanuit het college? Weer kijk ik links en ik kijk rechts. De heer De Groot, ik geef u het woord. Hij doet het niet. De heer De Groot: Ja, in deze commissie is gepleit als het gaat over de regionale samenwerkingsagenda om aandacht te besteden aan cultuur. Morgen vindt een eerste verkennend gesprek plaats in portefeuillehouder overleg economie en innovatie. Dan zult u zeggen: nou, cultuur en economie? Nou, dat kan heel goed samengaan by the way. Maar in dit geval gaat het ook over de toeristische agenda en de kansen die daar liggen door een goede cultuuragenda. En, ja, dat was waarschijnlijk de meest aangewezen commissie. En ik zit daar morgen bij en u weet dat bij die commissies, mevrouw Bax is wel eens aanwezig geweest en u ook voorzitter, dat die gewoon toegankelijk zijn dus dat kan ik iedereen aanbevelen. Dank u wel. En dan nog twee, over de RES. Als het gaat over de RES dan komt er binnenkort een raadsinformatiebrief over de RES 2.0. Ik heb in andere commissie wel eens medegedeeld dat die weinig impact zal hebben voor de Gooi en Vechtstreek maar het is goed om daar kennis van te nemen. En binnen dat kader wordt ook een project opgestart op de A1 om te kijken of we daar zonne-energie kunnen opwekken in dat gebied van en direct eromheen.

Verder zijn thema's die daar aan de orde geweest zijn in het laatste overleg de zogenaamde RES Noord-Holland Zuid XXL over met name de infrastructuur. En ja, daar zijn wel mogelijkheden om bijvoorbeeld binnen bedrijven en binnen bedrijventerreinen met elkaar te zorgen dat je het gebruik kan optimaliseren en elkaars ruimte die je hebt op het net te gebruiken en dat was met name het thema toen. Tot zover. De voorzitter: Dat ben ik heel blij mee en dat is het zogenaamde OER-project als ik me goed herinner, bij de RES 2.0. De heer De Groot: Ja, als het gaat over de A1, ja. De voorzitter: Nou, heel erg fijn. Aan rechterzijde, de heer Koldenhof wil daar iets aan toevoegen denk ik. De heer Koldenhof: Nou nee, ik heb een puntje van orde dat als we de luisteraars willen bedienen, dan moeten we even uitleggen wat de RES is want niemand weet dat hierbuiten. De voorzitter: Dat is een hele goede, dank u wel. Mag ik dan nog even terug naar wethouder De Groot? Ik denk dat hij dat het beste kan uitleggen. De heer De Groot: Ja, dat is de regionale energiestrategie. De regionale energiestrategie van Noord-Holland en die wordt verdeeld in Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid en het Gooi maakt zoals u weet deel uit van Noord-Holland Zuid. En dus binnen die regio worden afspraken gemaakt over de opwekking van energie.

De voorzitter: En ik vond het inderdaad mooi wat u zei over ruimte en het ruimte bespreking binnenkort. Dat is erg belangrijk want daar zitten echt een paar plannen in waarvan het heel verstandig is dat de raad ook even kijkt naar de agenda van de portefeuillehouders overleggen, die waar u ook naar verwijst. Dank u wel. Ja, ik kijk nog even rond. Daarmee is de mededelingen vanuit de commissie, nee.

4.

Stand van zaken Regiobestuur / terugkoppeling Regio G&V De voorzitter: Oké, dan gaan we graag over naar agendapunt 4, stand van zaken regiobestuur en terugkoppeling uit de regio Gooi en Vechtstreek. Dan geef ik nu graag het college de gelegenheid om een terugkoppeling te geven vanuit de regio. Dat deed de heer De Groot net ook al, maar misschien dat ik vanuit het algemeen bestuur van de regio aan burgemeester Nanning Mol het woord mag geven. De heer Mol: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat de belangrijkste onderwerpen vanuit de regio ook vanavond op de agenda staan, zoals de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Volgens mij hebben wij binnenkort een regiopodium over de regionale huisvestingsverordening en ik roep u allemaal op om als u daar tijd voor heeft daarbij aanwezig te zijn. Ten eerste hebben wij de afgelopen tijd meerdere regiopodia gehad die allemaal vrij goed en ontspannen en zeer inhoudelijk zijn verlopen, met heel veel input vanuit de raden zelf en veel onderling gesprek. Dus als wij ervoor willen zorgen dat er een goede deelname, daarmee ook een goede input vanuit Laren geborgd wordt, is natuurlijk ook belangrijk dat zoveel mogelijk leden vanuit deze commissie daarbij aanwezig zijn. Ik weet, voorzitter, dat u altijd een trouw bezoeker bent, maar ik weet dat u het ook op prijs stelt als u vergezeld wordt door meerdere collega's.

De voorzitter: Mag ik daar als voorzitter op reageren? De afgelopen keer was het echt heel fijn om vanuit Laren waren er drie afgevaardigden vanuit onze vijftien leden. Dus inderdaad, dat is wel jammer dat er soms te weinig is maar er waren er alweer drie. Dus daar was ik ook blij mee. Dank u wel burgemeester. Iemand anders nog een opmerking naar aanleiding van het algemeen bestuur regio Gooi en Vechtstreek?

5.

Startnotitie actualisering gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Dan ga ik maar, dan ga ik graag over naar agendapunt 5, startnotitie actualisering gemeenschappelijke regeling regio Gooi en Vechtstreek. In deze startnotitie geeft het algemeen bestuur een preadvies over enkele wijzigingen in de wet gemeenschappelijke regeling. Dit is om de raden optimaal te faciliteren bij het vergroten van de democratische legitimatie en hun kader stellende en controlerende rol. De startnotitie beschrijft daarnaast het proces om de actualisatie van de regeling vorm te geven. Wederom geef ik graag het woord aan burgemeester Nanning Mol die als algemeen bestuur waarschijnlijk daar even een korte toelichting misschien op kan geven. De heer Mol: Voorzitter dank. Ik ben eigenlijk ook wel nieuwsgierig allereerst naar de vragen van de leden van de commissie, die kan ik dan meteen in mijn inleiding meenemen. De voorzitter: Dat lijkt mij heel prima. De commissie, ik begin aan rechterzijde. Is daar een vraag naar aanleiding van de start startnotitie? De heer De Jong: Nee, Liberaal Laren geen vragen. Ik ben betrokken erbij geweest, dus ik ken de inhoud maar we zijn daarmee akkoord. De voorzitter: Mee akkoord. De heer Koldenhof, VVD. De heer Koldenhof: Dank u wel voorzitter. Ik ben niet betrokken geweest dus dan vraag ik gewoon ronduit als dat mag.

Een aantal dingen die mij opvielen in de stukken, we nemen kennis van de startnotitie, dat lijkt me op zich prima. Wat ik alleen bij de toelichting een beetje vreemd vond is, of bij, ja, bij het kunnen indienen van een zienswijze bij het onderdeel A, daar wordt eigenlijk nu gesuggereerd om de reikwijdte uit te breiden

omdat alles niet anders niet alles gehonoreerd zou kunnen worden. Die zin die verbaasde mij een beetje omdat ik me kan, niet, dat ik me afvraag of elke zienswijze überhaupt wel gehonoreerd kan worden. En begreep ik namelijk ook in diezelfde teksten dat snelheid soms geboden is en bestuurlijke drukte vermeden moet worden. Ja, dat is nou eenmaal de consequentie van regionale samenwerking. En dan vraag ik me af of dit nou een doel is van die wet, van die aanpassing van de wet, laat ik het zo zeggen. Dus bij onderdeel B was ik benieuwd wie nou eigenlijk bepaalt wanneer er gelegenheid wordt geboden aan de ingezetenen of belanghebbenden om betrokken te worden en onder welke voorwaarden. Dat komt niet echt duidelijk naar voren in dit stuk wat mij betreft. En bij onderdeel C, vorige week was ik wat dan, begreep ik nu dat het genoemd is, maar in ieder geval was ik aanwezig bij het regiopodium. Krijgt soms een beetje het karakter van een Lagerhuisdebat had ik de indruk maar in de basis lijkt me dit voorlopig voldoende voor de regionale afstemming. Dus juist een extra adviescommissie draagt ook wat mij, wat de VVD betreft zou dat bijdragen aan nog meer bestuurlijke drukte, zoals eigenlijk ook in de raadsinformatiebrief is genoemd. Dus wat mij betreft is dat ook niet gewenst voorlopig. Dan wordt, voorzitter, gevraagd om akkoord te gaan met het voorgestelde proces.

Wat is eigenlijk de reden van dat de actualiseringen pas op 1 mei 2024 in werking gaan treden en niet gewoon op 1 januari? Waarom is of wordt het tussen 3 april jongstleden en 7 september als ik die planning inlees eigenlijk niks, lijkt er alsof er niks wordt gedaan, het zijn toch vijf maanden. Dus het lijkt me redelijk om als burgers betrokken zijn rekening te houden met een zienswijzetermijn waarbij je kijkt naar het zomerreces. Maar voor een politieke organisatie lijkt me dat een beetje overdreven om daar zo lang de tijd voor te nemen. En dan refereer ik ook maar even aan de brief waarin juist benadrukt wordt dat het gaat om snelheid. Dan over de preadviezen. Nou, wij gaan, we zijn natuurlijk uiteraard positief over het gaan werken met startnotities. De regiopodia lijken mij een zinvolle manier om de komende tijd geïnformeerd te blijven en wat betreft de participatie inzetten en de bevoegdheid van het algemeen bestuur om te bepalen welke participatie wordt ingezet, hoe zal zich dit verhouden tot verschillende lokale participatieverordeningen die er zijn of er aankomen? Of klopt het dat ik ergens heb gelezen dat er een regionale participatieverordening aankomt en dan niet een lokale, want ik begreep eerder dat er hard gewerkt wordt aan een lokale participatieverordening.

Dus en dan tot slot voorzitter de zienswijze kenbaar maken aan het algemeen bestuur van de regio, de VVD gaat daar in eerste instantie mee akkoord. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Koldenhof: Dat was het. De voorzitter: D66, mevrouw Berghorst. Mevrouw Berghorst: Dank u wel voorzitter. Ja, ik kom heel even terug op de rol van het regiopodium dat hier heel positief wordt beschreven en die ook in de … Wacht eens even, ik zit even fout. Sorry. Nee, toch wel. Ook in het beslisvoorstel voor onze raad over de startnotitie staat dat nadat alle lokale zienswijzen zijn ontvangen zullen deze worden besproken in het algemeen bestuur en in een regiopodium. En vervolgens wordt hun input meegenomen in een definitief ontwerp gemeenschappelijke regeling, die ter vaststelling naar de colleges en raden gaat. Ik wijk wat af in mijn zeg maar mening over het regiopodium in die zin dat de laatste keer was het goed bezocht, ook vanuit Laren heb ik begrepen. En mijn buurman is daar heel enthousiast over, dan kan ik me voorstellen. Ik ben vaak in een regiopodium geweest, al vele jaren eigenlijk en dat was dan vaak toch wel een behoorlijke ondervertegenwoordiging uit de raden. En dat, ja, vind ik op zich een punt van zorg, want het regiopodium speelt in dit geval een belangrijke rol of wat betreft de startnotitie maar over andere wezenlijke belangrijke onderwerpen van de regio ook.

En je kan wat dat betreft toch maar, zou je eens moeten kijken: hoe kun je de presentie vanuit de raden in het regiopodium, ja, een push geven en dat kan natuurlijk niet met

een dwangmiddel maar een enthousiasmeringsmiddel, een bewustwordingscampagne of wat dan ook. Dus dat is eigenlijk de enige opmerking die ik op dit moment zou willen maken. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar mijn linkerzijde, de heer Hurink, Larens Behoud. De heer Hurink: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Nou, ik heb eigenlijk niet zoveel aanmerkingen. Ik ben blij om te lezen dat de heer Mol een fantastische inzet heeft gedaan hierin. Ik ben ook blij met het feit dat regio ambassadeur niet meer er is. Dat was toch een lastig ding en zeker als het ging om de bijvoorbeeld de regionale samenwerkingsagenda was dat best lastig om dat samen te stellen. Ik denk dat we hier een goed concept hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga verder. Mevrouw Bax? Larens Behoud. De heer Grunwald. Geen? Mijnheer Wichers Schreur. De heer Wichers Schreur: Ja, dank u wel mevrouw de voorzitter. Ja, vanuit Groen Laren zijn wij ook blij met dit stuk. Het is natuurlijk niet onbelangrijk zeg maar gewoon dat we die democratische legitimatie van zeg maar dit soort regionale lichamen zeg maar dus versterken. En het ja, onderhavige nota die draagt daaraan bij. Een, twee vraagjes denk ik erbij. Dat is ten eerste natuurlijk het nog niet opnemen van de bepaling voor gemeenschappelijke adviescommissie.

Volgens mij hebben we daar eerder in dit kader ook over gepraat, ik begrijp dat dat dus op dit moment niet mogelijk is, omdat niet alle raden hebben ingestemd met het instellen van zo'n commissie. De voorzitter: Dat klopt, ja. De heer Wichers Schreur: Vraag is wel zeg maar, wanneer worden wij gevraagd om daarmee in te stemmen? Maar dat, ja, die vraag die kan dan waarschijnlijk beantwoord worden. Want daar hangt de rest van het proces dan vanaf wat hier dus geschetst wordt zeg maar, wat in een later stadium en een volgende aanpassing zou kunnen zijn. En dan is eigenlijk mijn volgende vraag is zeg maar gewoon, de heer Koldenhof gaf al aan zeg maar gewoon dat de invoering uiteindelijk pas in mei plaatsvindt, maar wat ik dan nog zou willen weten, is: hoe gaan we dus ook deze regeling, deze aanpassing evalueren zodanig dat we dus ook een volgende stap kunnen maken als dat nodig is. De voorzitter: U bedoelt dit rapport, dat dat ook geëvalueerd wordt. De heer Wichers Schreur: Nou, de regeling eigenlijk ‘…’zeg maar gewoon. De voorzitter: De regeling an sich, ja. De heer Wichers Schreur: Ik bedoel, het is iets wat hiermee nog niet klaar is denk ik. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Dan vraag ik aan het CDA, de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel.

Allereerst complimenten aan de opstellers van het stuk en ook aan onze burgemeester die hier alweer een paar jaar, volgens mij vanaf begin dat hij hier aangetreden is, benoemd is, aan heeft getrokken. Mooi dat we een stapje vooruitzetten. Ik zeg een stapje. We hebben natuurlijk een goed voorbeeld en dat is vanuit deze gemeente en dit is hoe wij samenwerken met Hilversum en Gooise Meren in de GEM Crailo. En daarom heb ik eigenlijk een concrete vraag die hieruit voortvloeit, want bij de GEM Crailo gaat dat goed zeg maar als we samen moties en amendementen indienen. Op bladzijde vier

van de startnotitie daar staat dan op een gegeven moment: een eenduidige beantwoording van moties en amendementen. En ik zou graag nog een toelichting willen hoe we dat zeg maar in de praktijk gaan doen, want alle deelnemende gemeenten hebben een eigen cycli en eigen vergaderstructuren et cetera, hoe wij moeten duiden het woord: als u tijdig een motie of een amendement aanlevert dan zullen we het faciliteren door dat tijdig kenbaar te maken, te voorzien van een reactie en deze via de griffies te verspreiden onder de gemeenteraden. En het is niet een vervelende vraag maar we weten hoe moeilijk dat bij GEM Crailo met drie gemeenten al is om dat gecoördineerd te krijgen, dus hoe deze mooie zin die ons overigens zeer aanspreekt, hoe dat praktisch gaat uitwerken en of daar ook extra aandacht voor komt. En voor de rest hebben wij behoudens deze enige vraag verder geen op- en aanmerkingen en zullen we in de raad ook voor stemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Berg. De burgemeester trok zijn jasje reeds uit en gaat op alle vragen antwoorden geven. Mijnheer Nanning Mol. De heer Mol: Voorzitter dank. Ik ben overigens, ik heb vanmiddag een interview gegeven op de dorpsradio. Daar had de interviewer zich voorgenomen om mij gedurende twee uur met excellentie aan te spreken, dat heb ik nog nooit meegemaakt, maar hij heeft stug volgehouden.

Ik geloof dat ik wel dertig keer excellentie ben genoemd. Volgens mij is dat niet eens de formele aanspreektitel maar als je dat twee uur meemaakt dan ben je inderdaad wel behoeftig om je jasje uit trekken. Dus dan wordt het vanzelf wat informeler van. Om met de laatste opmerking van de heer Van den Berg te beginnen over het tijdig kunnen voorzien van moties en amendementen van een goed advies, eigenlijk is het hele idee van wat wij doen voorkomen dat voorstellen van het algemeen bestuur kunnen rekenen op bergen moties en amendementen vanuit de gemeenteraden omdat we eigenlijk al met de adviescommissie bestuurlijke vernieuwing hebben geprobeerd toe te werken naar een besluitvormingssysteem waarbij gemeenteraden juist heel erg sterk aan de voorkant betrokken worden. Vandaar ook de introductie van die startnotities en een veel prominentere plek van de regiopodia waar we niet alleen aan beeldvorming doen maar ook al echt meningen willen ophalen vanuit de gemeenteraden, weliswaar niet formeel of dat we gemeenteraden er echt aan houden, maar dat we al een beetje de nieren proeven over welke kant gemeenteraden op denken bij de oplossing van een bepaald probleem.

En we het dus ook heel erg belangrijk vinden om het echt bij de gemeenteraden zelf te laten welke uitdagingen zij zien voor de regio, welke problemen zij willen oplossen en wat ze de meest passende oplossing van een probleem vinden. In onze nieuwe regionale samenwerkingsagenda is daarmee dus ook niet een soort kant en klare gesamtkunstwerk bij aanvang van een nieuwe cyclus, waarbij het algemeen bestuur wel eens even uitlegt aan de gemeenteraden wat ze voor de regio moeten beslissen, maar een soort agenda tool waarin we eigenlijk gedurende vier jaar tijd nemen om over grote onderwerpen met elkaar van gedachten te wisselen en een langjarige koers voor de regio uit te stippelen. En daarmee hebben we ook eigenlijk met de door de gemeenteraden omarmde adviezen van de adviescommissie destijds die al bestond uit leden vanuit de gemeenteraden al behoorlijk geïnvesteerd in een fatsoenlijke democratische legitimiteit van regionale besluitvormingen. Vandaar dat we hebben gezegd: nou, die nemen we alvast mee in, eigenlijk de invulling geven van een goede uitvoering van de ideeën van de gewijzigde wet op de gemeenschappelijke regeling. Nou, wat is onze gemeenschappelijke regeling? Eigenlijk de set van spelregels waarmee we met elkaar samenwerken binnen de gemeenschappelijke regeling genaamd regio Gooi en Vechtstreek.

En wij hebben naast het omarmen van de adviezen van de bestuurlijke adviescommissie die al in hele hoge mate de gemeenteraden veel meer in positie brengen ook nog formeel een aantal dingen toegepast, dus echt goed omschreven bij welke besluitvorming er formeel een zienswijzeprocedure gehanteerd moet worden waar het algemeen bestuur zich ook dus ook echt aan moet houden. Wij hebben alvast een kan-bepaling over participatie opgenomen. Wat houdt dat in, namelijk daarin zeggen we eigenlijk dat het algemeen bestuur in samenspraak met de gemeenteraden komt tot de voorstellen hoe ze participatie gaan invullen bij een grote

wijziging. En het is dan altijd iets waar een startnotitie aan voorafgaat, dus dan doen wij in de startnotitie die naar de gemeenteraden gaat een voorstel hoe wij een participatie willen doen, zodat de gemeenteraden zelf eigenlijk kunnen beslissen of zij die participatie voldoende vinden of dat ze nog meer willen. En daarbij gaan we komen met een regionale participatienota, dat heeft u goed gelezen, mijnheer Koldenhof, die komt er ook aan. En dan hebben wij nog een verkenning gedaan naar een gemeenschappelijke adviescommissie. Vanuit sommige gemeenteraden was de behoefte om eigenlijk de participatie van de raden te laten stollen, zeg ik dan maar even, in echt een formeel ingerichte gemeenschappelijke adviescommissie van leden vanuit de gemeenteraden die daar dan gewogen een advies kunnen geven aan het algemeen bestuur.

En wij hebben, zeggen eigenlijk zoveel als: ja, daar zijn wij niet tegen, sterker nog, het is misschien wel een goed idee maar moeten we niet eerst even een tijdje met elkaar proefdraaien hoe we de hele raadsparticipatie vormgeven voordat we nu formeel een gemeenschappelijke adviescommissie gaan inrichten? want dan gaan we tegen dilemma's aanlopen waar ik denk de meeste gemeenteraden en niet op zijn voorbereid en ook helemaal geen zin hebben, bijvoorbeeld als je een gemeenschappelijke adviescommissie gaat inrichten, hoe regel je dan de gewogen stemmen vanuit de verschillende gemeenteraden? Krijgt Laren een stem of een zetel en krijgt Hilversum er zeven? Ik roep maar wat. Nou, daar hebben we nog, iedereen die achter de inrichting van zo'n adviescommissie staat beseft denk ik nog niet wat voor vragen daarachter schuilgaan. En vandaar dat wij hebben voorgesteld: laten we nou voordat we meteen in de showroom aanwijzen welke auto we met welke extra’s willen, laten we eerst eens een tijdje proefrijden met alles wat we al hebben bedacht en hoe we dat uiteindelijk uitvoeren, want zoveel regiopodia hebben we nog helemaal niet gehad.

En we moeten echt nog wel een paar grote voorstellen draaien met elkaar om uit te vinden: vinden we dit nou lekker werken met die startnotities en die regiopodia op deze manier, voordat we zeggen van nou, dan zijn we er echt wel als regio uit hoe je het echt wil laten stollen en echt zo'n adviescommissie wil laten inrichten. Nou, ik hoop dat ik daarmee ook een beetje tegemoetkom aan een aantal gestelde vragen en wat een beetje de ideeën waren van het algemeen bestuur bij de vorming van deze startnotitie. Kijk dan even naar de vragen van de heer Koldenhof. Hij terecht een aantal kritische nota's ten aanzien van de startnotitie. Hij wijst volgens mij met name ook op, moet ik even kijken, ten aanzien van de zienswijze mogelijkheid wijst hij op de gemaakte opmerkingen over het uitbreiden van de reikwijdte. Ja kijk, wij hebben omdat wij natuurlijk als gemeenteraden zelf gaan over een aantal bevoegdheden vanuit de regio al best een omvangrijke besluitvormingsprocedure, het is al best wel wat, wat we met elkaar moeten doen met al die startnotities, zienswijzemogelijkheden, regiopodia. En wij hebben gezegd: nou, laten op deze drie punten, dat zijn echt cruciale punten vooralsnog even de zienswijzemogelijkheid formeel inbouwen wetende dat het overgrote deel van de onderwerpen al sowieso de gemeenteraden zelf over gaan, dus dat we sowieso al langs de gemeenteraad moeten.

En ja, ik denk eerlijk gezegd dat misschien de zin gewoon overbodig was, want het wekt bijna de suggestie of er nog veel meer is waar de regio over gaat, maar waar we u dan niet mee willen lastigvallen, maar dat valt eigenlijk wel mee. Dus ik denk dat het terecht een observatie is: staat het er niet een beetje overbodig, want ik denk dat er buiten deze drie voorgestelde zienswijzeprocedures niet heel veel meer is waarvan je nou zou kunnen zeggen, nou, daar moeten we echt mee langs de gemeenteraden, dat is echt allemaal wel klein bier. Dan de participatiebepaling heb ik volgens mij al voldoende toegelicht en ook hoe we dat dan doen met startnotities en daarin een passage opnemen over de wijze waarop we met participatie omgaan. Er is een vraag waar ik geen antwoord op heb en dat is waarom de actualisering pas ingaat op 1 mei, dus ik stel voor dat ik, ja, weet ik echt niet. Je kijkt er heel verbaasd bij, maar heb ik me niet in verdiept. Maar ik stel voor dat we dat of even schriftelijk doen toekomen of dat ik er in de gemeenteraad nog een opmerking over maak want er zal ongetwijfeld een goede reden voor zijn. Mevrouw Berghorst vanuit D66 ook trouwens een trouw bezoeker van onze regiopodia, wijst er terecht op dat het belangrijk is dat de opkomst zo hoog mogelijk is.

Vanuit de regio proberen we ervoor te zorgen dat de wijze waarop we de regiopodia plannen, namelijk zoveel mogelijk tussen zes en acht uur, zodat mensen daarna nog naar hun fractie kunnen. Dat je

kunt eten en drinken bij het regiopodium, dus dat je het ook meteen, je moet toch eten, dus laat ik dat dan maar bij het regiopodium doen. En dat we het kort en krachtig houden en daarmee zo laagdrempelig mogelijk te maken. En eigenlijk ook de presentatie van wat we vragen aan de gemeenteraden daar zo begrijpelijk en toegankelijk mogelijk maken. Ja en veel meer, ja, dan denk ik toch echt dat, ja, dit toch echt, we proberen raadsleden te faciliteren, maar ze moeten toch ook wel zelf willen komen. Dus ik geloof niet dat we het nog, ik denk over de inrichting kunnen we altijd nadenken hoe we het aantrekkelijker kunnen maken en misschien gaan voorzien nog in vervoer dat we raadsleden thuis gaan ophalen is een mogelijkheid of dat we een soort, dat iedereen nog een cadeautje krijgt, een goody bag na afloop is een mogelijkheid. Maar ik zou er eerlijk gezegd van af willen zien. En ik denk dat we al echt wel ons best doen om het zo goed mogelijk in te richten en ik hoop eigenlijk dat u ook in staat bent collega's zoveel mogelijk te enthousiasmeren om te komen. Ik weet dat de voorzitter daarvoor al haar stinkende best doet. Overigens, u vraagt nog, u wijst nog op het nadat alle lokale zienswijzen zijn ontvangen dat ze ook nog worden besproken in het regiopodium. Dat klopt.

Dan gaan we nog even met elkaar delen: nou, waar liggen misschien de pijnpunten en kunnen we het onderling met elkaar uitkomen en dat maakt de goede opkomst zo goed, zo ontzettend belangrijk. Nou, dan de dankbare uitspraak vanuit Larens Behoud, mijnheer Hurink dank voor overigens voor de waardering en u wijst er nog op dat u blij bent dat de regio ambassadeurs er niet meer zijn. Ik denk dat de opmerking er met name in gelegen ligt dat niet een of twee mensen namens een gemeenteraad altijd verantwoordelijk zijn voor het leveren van regionale input, maar dat wij tegenwoordig echt ook veel meer kijken naar dat inhoudelijk betrokken raadsleden op een thema zich ook regionaal verantwoordelijk voelen voor dat thema. Dus dat niet een iemand regionaal praat over bereikbaarheid en gezondheidszorg en cultuur en veiligheid maar dat woordvoerders openbare orde en veiligheid juist aanhaken bij zo’n thema of dat de woordvoerders vervoer en infrastructuur juist aanhaken en dat we daarmee ook een beetje een bezielend verband tussen de verschillende woordvoerders op een thema in de gemeenteraden krijgen, dat is eigenlijk een belangrijke reden daarachter. Dan de heer Wichers Schreur vraagt nog aandacht voor de gemeenschappelijk adviescommissie. Ja, deze startnotitie biedt u alle mogelijkheid om daar iets van te vinden.

Dus u zegt: ik wil echt per se die gemeenschappelijke adviescommissie kunt u dat vinden, kunt u er misschien nog wel een motie over indienen om er iets over in de zienswijze op te nemen. Maar eigenlijk ons voorstel was: laten we eerst nog even een tijdje droogzwemmen met alle, droog… zeg je dat zo, eerst even nog een tijdje oefenen met alle mogelijkheden die we aangereikt hebben gekregen en even wachten met het formeel inrichten van een adviescommissie. Maar ik weet dat er in andere gemeenteraden anders over wordt gedacht. En wanneer er, jazeker, de gemeenschappelijke regeling gaat als hij eenmaal is gewijzigd natuurlijk op een gegeven moment weer geëvalueerd worden. Nou, daar zitten altijd, daar zitten nooit zulke hele lange termijnen aan want de meesten krijgen ook altijd weer nieuwe wettelijke bepalingen die ingericht moeten worden en die gebruiken we meestal weer voor het meenemen van eventuele inhoudelijke wijzigingen. Daar gaat meestal niet vijf of tien jaar overheen. Maar wat het formele moment is, dat weet ik eerlijk gezegd niet. Voorzitter, volgens mij heb ik alle vragen beantwoord. De voorzitter: Ja, ik heb allemaal meegelezen en, ja, ik dacht wel … U zei alleen een motie indienen aan de heer Wichers Schreur en dat zou eigenlijk een amendement moeten zijn.

Als u zegt: nou, ik vind toch dat die adviesorgaan er wel moet komen, zou dat een amendement in de raad moeten zijn. Maar goed, dat is even een toevoeging. En ik dacht uw tip, D66 tipte aan inderdaad om mensen te enthousiasmeren. Ik dacht, is er ook een mogelijkheid om te zeggen, ja, we willen wat uitdragen, maar dan moet er echt een bepaald percentage aan raadsleden aanwezig zijn die hierachter staan? Maar dat is maar een idee, dat je in plaats van nog meer koekjes bij de koffie een andere manier om mensen er toch naar toe te trekken. Was er niet in, een suggestie. Dus een soort van drempel: je kan meepraten, heel graag, maar het heeft ook zin.

De heer Mol: Een soort quorum bedoelt u. De voorzitter: Een soort quorum, ja. De heer Mol: Ja, ik … Nou, dat vind ik een terecht, ik vind, ik snap dat u de vraag stelt. Persoonlijk heb ik vooral de ambitie de komende jaren ervoor te zorgen dat de besturen en de gemeenteraden in de regio Gooi en Vechtstreek vooral weer een beetje van elkaar gaan houden en het belang van regionale samenwerking zien en ook echt zin hebben in zo’n regiopodium omdat ze weten dat ze daar iets nuttigs kunnen doen. Dus ik denk dat vooral bij onszelf eerst de opgave ligt een aantrekkelijke vorm van regionale besluitvorming in te richten voordat we een soort, laten we eerst een tijdje de wortel gebruiken voordat we met de stok aan de slag gaan. De voorzitter: Oké, nou dank u wel. Ik dacht inderdaad dat alle vragen ruimschoots beantwoord zijn. Klopt dat? Nee, de heer Koldenhof zegt er is er nog een vergeten. Ik kijk de heer Koldenhof aan. De heer Koldenhof: Hangt een beetje vanaf of u nog een tweede termijn doet? Het hoeft voor mij niet hoor, maar dan heb ik nog twee korte opmerkingen, voorzitter. Dat gaat overigens wat mij betreft prima als de burgemeester in de raad nog even kort een mondelinge toelichting geeft over waarom die termijn op 1 mei is gezet. Hoeft van mij allemaal niet uitgebreid in een opgemaakte brief of in een schriftelijke mededeling. Dus wat dat betreft is dat akkoord.

En het andere is nog een vraag of een opmerking, ik vind het een beetje lastig. Wie is verantwoordelijk of wie stuurt de uitvoering van zo'n regiopodium aan? Dat wordt georganiseerd, begrijp ik wel door de organisatie aldaar, maar mijn indruk is dat het allemaal wel heel erg gezellig en Lagerhuisachtig is. En dat is aan de ene kant soms heel leuk maar ik denk als je wat verder wil met dit verhaal en ik hoef niet per se een uitgebreide adviescommissie, dan mag dat van mij wel iets professioneler. En ik weet niet of ik dat aan u kan doorgeven, dan bij deze. En ik ben helemaal geen voorstander van een quorum, zoals de burgemeester ook al niet was. Dank u wel. De voorzitter: Excuus, hij was niet aan. Dank u, mijnheer Koldenhof, lijkt me een heel terechte vraag. Ik kijk weer de burgemeester aan voor het antwoord. De heer Mol: Terechte vraag van de heer Koldenhof. Weet dat wij steeds weer het, kijk, elk onderwerp heeft een bestuurlijk trekker in het algemeen bestuur. Overigens van bijna alle onderwerpen die recent zijn gepasseerd in regiopodia was ik bestuurlijk trekker.

En dan stemmen we van tevoren echt heel goed met elkaar af: wat willen we bereiken bij dit regiopodium en hoe gaan we dat organiseren? En we leren ook steeds weer van elk regiopodium wat we anders willen want de meeste raadsleden en deelnemers weten ook heel goed informeel na afloop aan te geven of ze het wel of niet bevallen is, als ik het zachtjes mag uitdrukken. Dus wij kijken elke keer wel weer wat we de volgende keer anders moeten doen zodat we een beetje ook uiteindelijk vormgeven aan een regiopodium waarvan we weten dat dat kan rekenen op het hoogste enthousiasme vanuit de deelnemers. Dus ik snap dat u zegt: nou, het was wel erg heel gezellig en dat was weer een, eigenlijk een opvolging van een oproep van de raadsleden voorafgaand daaraan van, ja, we vinden het toch belangrijk om wat meer in een soort informele Lagerhuissetting met elkaar samen te komen. En dan kijken we of dat nou zo werkt en als dat dan weer een te gezellige setting was, gaan we de volgende keer weer wat strakker doen. De voorzitter: En dacht ik misschien ter aanvulling, het is de raad die natuurlijk de wethouders vraagt om dingen ook in het portefeuillehouder overleg of in het algemeen bestuur neer te leggen. Dus daar kan natuurlijk ook een informatiestroom komen naar het regiopodium. Wij kunnen het ook zelf aangeven, nietwaar?

De heer Mol: Nou, volgens mij ging de vraag van de heer Koldenhof met name over de vorm en de wijze van inrichting van zo'n regiopodium, hoe organiseer je daar wat je vraagt aan de raden en, ja, daar moeten wij gewoon mee … Ik heb een heel lang antwoord gegeven, korte antwoord is: u heeft gewoon gelijk, we moeten er ook een beetje van leren hoe we dat doen. De voorzitter: Ja en ik dacht dat het om de onderwerpen ging, dat was mijn misverstand. Dank u wel. Mevrouw Berghorst wil ook nog even wat opmerken. Mevrouw Berghorst: Ik wil graag een soort balans brengen wat betreft gezelligheid en nut en focus op de inhoud, want ik ben toevallig de laatste keer niet geweest en ik vond het juist het laatste jaar of misschien iets langer veel zakelijker geworden, echt to the point, was ik heel erg tevreden over en ik ben heel verbaasd dat nu opeens een gezellige bijeenkomst heeft plaatsgevonden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Berghorst. Wil iemand hier nog op reageren? Nee. Mijnheer Wichers Schreur. De heer Wichers Schreur: Ja, ik wil niet op dat punt ingaan, maar wel op uw interpretatie als dat ik zou hebben aanbevolen dat er een adviescommissie komt, want dat was echt niet de strekking van mijn betoog. Mijn betoog was er meer opgericht om verduidelijking te krijgen over de zinsnede dat er een verkenning zou komen van het nut, noodzaak, dan wel het instellen van een adviescommissie.

En dat proces dat nu dus het proces droogzwemmen wordt genoemd, dat stond mij dus helemaal niet helder voor ogen in deze notitie. En daar hebben we denk ik wel helderheid over gekregen, behalve dan dat we niet weten hoelang deze droogzwempartij zal duren. De voorzitter: Oké, dank u wel. Excuus. Dan mag ik waarschijnlijk dit agendapunt als afgesloten bedenken. En dat betekent dat wij dit meenemen naar de raad en is dat dan een hamerstuk, kunnen wij dit als een hamerstuk, sorry, ik moest eerst, zat even naar mijn tekst te kijken, die was een beetje vreemd. Dat kunnen wij als een hamerstuk dan meenemen naar de raad. Dank u wel. En daarbij moet ik ook even toezeggen dat u een toezegging heeft gedaan in de raad ook nog iets of die mei lengte op te merken, de vraag van de heer Koldenhof. De heer Mol: Als de griffier ook even scherp noteert en de mei lengte doorgeeft aan de gemeentesecretaris kom ik terug op de mei lengte. De voorzitter: Dank u wel. 6.

Conceptbegroting 2024 en conceptjaarstukken 2022 Werkvoorzieningsschap Tomingroep. De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 6, dat is de conceptbegroting 2024 en conceptjaarstukken 2022 werkvoorzieningsschap Tomingroep. De portefeuillehouder is de heer Flip de Groot en naast hem komt nu binnen de heer Korte, directeur van de Tomingroep. Ik geef graag het woord aan de wethouder die de heer Korte zal introduceren en daarna zou ik graag de fracties willen uitnodigen voor hun bijdragen. Is dat akkoord wethouder? Wethouder De Groot. De heer De Groot: Ja, uitstekend. Ik ben blij dat de heer Korte hierbij aanwezig is. Ik denk dat daarbij zeg maar ook op alle mogelijke manieren diepte gezocht kan worden als het gaat over de Tomingroep. Dat verdient het ook, het is een belangrijke instelling waar mensen werken ook uit onze gemeente, ‘…’ waren niet zoveel, als je

kijkt naar het domein van de Tomingroep dat gaat over de Gooi en Vechtstreek en Almere, dus dan zijn wij niet zo’n grote partij daarin. Maar ook wij, ook voor ons en voor een aantal mensen uit onze gemeente is dit een belangrijke werkplek waar ze zich kunnen ontwikkelen en eventueel ook naar een werkplek zelfstandig in de samenleving kunnen gaan. Dus ja, als we kijken naar de Tomingroep en naar de werkzaamheden dan zijn we eigenlijk, is mijn mening, nou, altijd verwend geweest met de Tomingroep, ook in financieel oogpunt. In veel regio’s, zo niet alle, worden er bijdrages vanuit de gemeente gevraagd. En nou, tot op heden is Tomingroep heel goed in staat geweest de eigen broek op te houden en reserves op te bouwen dus ik denk dat dat een bijzondere prestatie is. Maar we zitten nu in ander tijdsgewricht, ook andere dingen die gevraagd worden en we zien nu ook wel dat het bedrijfseconomisch, nou ja, om actie vraagt en dat vindt u ook terug in de conceptzienswijze die bij uw stukken zit. Nou, ik, misschien nog goed aan mijnheer Korte nog even wat podium te geven en zich voor te stellen. De voorzitter: Ja, mijnheer Korte, we hebben afgelopen dagen van u een presentatie gehad over het een en ander. Misschien is het leuk om dat nog even daar iets over te vertellen. Mijnheer Korte. De heer Korte: Voorzitter, dank u. Goedenavond.

Ja, uw wethouder gaf al aan, het gaat om een relatief kleine groep mensen, inwoners van uw gemeente. Ik heb het niet precies, maar ik denk ongeveer vijftien mensen die momenteel bij ons werkzaam zijn van de ongeveer 1400 die in totaal bij Tomingroep werkzaam zijn. Dus ja, het gaat over een klein deel maar het zijn wel mensen die zonder ondersteuning het niet redden op de arbeidsmarkt en daarvoor in ieder geval vanuit mijn visie het waardevol is om die ondersteuning te bieden en te zorgen dat mensen deelnemen. Niet alleen omdat werken voor mensen goed is. Voor heel veel mensen die lange tijd in de uitkering zitten, ontstaat allerlei problematiek die kan worden opgelost door mensen naar werk te helpen. Dus het is goed voor de mensen, gezonder, gelukkiger, voelen zich beter. Het is ook beter voor de huidige economie. We hebben op alle plekken, u zult het zien op alle busjes, daar staat: collega's gezocht dus we hebben er belang bij om alle handen in te zetten die maar enigszins kunnen om daarmee onze bedrijven en instellingen overeind te kunnen houden. En daarnaast, als mensen zelfstandiger zijn in hun inkomensvoorziening, zijn ze ook minder afhankelijk van publieke middelen en is het dus ook beter voor de samenleving op die manier.

Dus vandaar dat we het heel belangrijk vinden om in te zetten op zoveel mogelijk mensen zo regulier mogelijk naar het werk te brengen en dat is waar we mee bezig zijn. Tomingroep was van oudsher een bedrijf dat het zonder die gemeentelijke bijdrage kon, heeft dat ook heel goed bedrijfsmatig lange tijd kunnen doen. Maar dat was vooral op basis van de subsidie die we voor WSW kregen, een erg ruime subsidie. Sinds 2015 is er geen instroom meer voor mensen in de Wet Sociale Werkvoorziening, de WSW, maar wel vanuit de participatiewet. En heel simpel kort door de bocht krijgen we dan 15.000 euro subsidie minder per jaar dan voor iemand uit de WSW terwijl de problematiek niet per definitie anders is, soms zelfs vraagt er, is dan meer begeleidingsbehoefte en andere dingen nodig. En dat maakt dat het niet automatisch meer is dat wij in de toekomst nog zonder gemeentelijke bijdrage zullen kunnen werken. In eerste instantie ligt dat natuurlijk bij de organisatie zelf en met het bestuur samen zijn we druk aan het werk om te kijken: wat kunnen we nog anders en beter doen om te voorkomen dat er extra gemeentelijke bijdrage nodig is om een arbeidsmarktinstrument als Tomingroep in de lucht te houden.

En wat uw wethouder al zei, dat lukt in vrijwel geen enkele plek van het land nog en hier hebben we nog het geluk dat we nog een eigen vermogen hebben, waardoor we het nog een aantal jaren kunnen rekken. Nogmaals, onze eerste opdracht om te zorgen dat we dat zo lang mogelijk kunnen uitstellen maar ik kan niet uitsluiten dat op enig moment er een situatie komt waarbij we extra ondersteuning nodig hebben vanuit uw gemeente. Tenzij tegen die tijd de inzichten in Nederland op het gebied van de financiering van de participatiewet is veranderd. Tot die tijd zitten we wel met cijfers zoals die nu spelen. We hadden gedacht dat we het lange tijd nog beter zouden kunnen doen maar we worden overvallen door een aantal incidentele zaken, zoals energie, zoals wet op minimumloon dat sterk

stijgt en nog een aantal van die zaken waardoor het nu niet lukt, in ieder geval dit jaar niet om de cijfers boven nul te krijgen. We hebben een vrij donker scenario in de meerjaren doorkijk gegeven. Inmiddels weet ik dat we of gaan we ervan uit dat we dit jaar niet op de daarin genoemde min, even uit hoofd 3,7 miljoen uitkomen, maar het zal ergens tussen de min twee en de min drie uitkomen. Nog steeds een min, maar wel door allerlei maatregelen inmiddels minder dan we eerder dachten. Dat even als introductie, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Korte is hier vooral natuurlijk om vragen te stellen naar aanleiding van de begroting. Ik begin op mijn, ik begin deze keer op mijn linkerzijde. Mijnheer Erwin van den Berg van het CDA, heeft u vragen aan de wethouder of aan de heer Korte? Beide is mogelijk. De heer Van den Berg: Ja, dat snap ik. Nee, ik heb geen andere vragen, anders dan dat ik wel benieuwd ben maar dat zijn we denk ik allemaal, hoe dit zich in de komende jaren gaat ontwikkelen. En in dat verband is het enige eigenlijk wat ik nu kan of zou willen vragen, is of de wethouder een kleine bespiegeling nog kan geven hoe de andere gemeenten hier ook naar kijken en of er aandachtspunten zijn waardoor we op de langere termijn nog iets moeten gaan doen, buiten dat zeg maar het moment van nu.

En misschien dat aanvullend daarop dan de heer Korte ook nog vanuit zijn perspectief dat kan zeggen. Ik ben eigenlijk een beetje meer benieuwd naar de komende jaren, zonder dat ik weet dat we niet in de glazen bol kunnen kijken. Maar wel waar misschien we aandacht voor moeten hebben. De voorzitter: Vindt u het goed, wethouder, heer Korte, als we even een rondje vragen bij elkaar ... Oké, dank u wel. Dan ga ik graag naar de heer Wichers Schreur. Had u ook vragen, opmerkingen? De heer Wichers Schreur: In eerste instantie, dank voor de toelichting, het heeft heel veel verhelderd, dus daar blijven er ook weinig vragen over. Maar wel een vrij donker vooruitzicht en dat baart toch wel zorgen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Grunwald, had u nog? Nee, natuurlijk niet, sorry. Mijnheer Hurink. De heer Hurink: Ja, dank u wel mijnheer Korte voor de uitleg. Nou, u zegt het al, op alle busjes staat tegenwoordig collega’s gezocht en bij u is een hoop uitstroom, heb ik kunnen lezen. Kunt u het werk nog aan? Dat is vraag één. De volgende vraag is eigenlijk ook, in een van uw oplossingen om het tekort te verkleinen heeft u het over het ziekteverzuim naar beneden te brengen.

Nou snap ik dat bij uw medewerkers het ziekteverzuim waarschijnlijk wat hoger ligt dan in de reguliere arbeidsmarkt, maar is het dan zo extreem hoog dat het nog verbeterd kan worden? En volgens mij demp je daar niet de put mee namelijk. De voorzitter: Daar dempt u de put niet mee. Dank u wel, mijnheer Hurink. Dan kijk ik naar mevrouw Berghorst. Had u een, oké. Wat zegt u? Mevrouw Berghorst: Niet over de begroting. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u wel voorzitter. Ik ga er maar even zomaar vanuit dat ik over alle stukken in een keer wat mag … De voorzitter: Ja, dat dacht ik ook. De heer Koldenhof: Want als mevrouw Berghorst nu knikt dan wil ik haar graag de gelegenheid geven om alsnog gewoon alles in een keer te doen, dat is wel zo makkelijk voor de behandeling.

De voorzitter: Ik denk dat de heer Koldenhof daar inderdaad gelijk in heeft. Dus inderdaad ik zou allebei de stukken … Ja, ik kijk even naar de wethouder, gewoon allebei, ja. Mevrouw Berghorst. Mevrouw Berghorst: Dank u wel voorzitter. Ja, van onze kant zijn er twee vragen die specifiek betrekking hebben over de mensen die te werk kunnen worden gesteld. Wij denken dat, maar mogelijk dat dat ook in uw aanstaande pakket zit, maar regelmatig bezoeken van consulenten van HBEL maatschappelijke zaken bij mensen die weinig arbeidspotentieel hebben en ergens onderaan zeg maar op de participatieladder zijn beland en die met wat meer begeleiding hun weg naar de arbeidsmarkt weer terug kunnen vinden. Dat is een groep waarvan wij dachten dat die specifiek aandacht zou moeten krijgen. En de tweede betreft onderzoek naar waar er naast groenvoorziening en in huishoudelijk werk en inpakwerkzaamheden voor Tomin mensen met, die een wat minder grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en over meer arbeidspotentieel beschikken, leerwerktrajecten zouden kunnen worden opgezet. En wij weten dat er gedacht wordt aan ondersteuning in zorginstellingen maar welke mogelijkheden zijn er nog meer? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Berghorst. Dan geef ik graag het woord aan de heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Ja, dank u wel voorzitter.

Ik meen dat zelfs het verzoek van de VVD was geweest om deze stukken allemaal te agenderen, die kwamen een tijdje geleden naar ons toe. En toen dacht ik: dat ziet er behoorlijk alarmerend uit. Helaas kon ik niet zelf bij de onlinebijeenkomst de afgelopen dagen zijn dus kan misschien zijn dat ik iets vraag dat u al heeft uitgelegd, waarvoor dan mijn excuus bij voorbaat. Nou ben ik zelf, voorzitter, acht jaar lang voorzitter geweest van de raad van toezicht van een vergelijkbare organisatie in Amsterdam die het uiteindelijk ook heel moeilijk had door veranderingen en door veranderende wetgeving maar ook omdat het gewoon heel erg moeilijk is om tot succesvolle uitvoering van bedrijfsplan te komen. En ook hier als ik het weer zo allemaal zo lees en dan denk ik, ja, het is wel een heel erg ambitieus bedrijfsplan door directie voorgelegd waardoor het wel heel erg positief wordt voorgeschoteld maar dan moeten we nog maar afwachten of we het allemaal gaan halen. En dan vraag ik me wel af, ja, wie beoordeelt nou eigenlijk zo’n bedrijfsplan omdat ik in de veronderstelling ben nog even dat alleen bestuurders zeg maar wethouders en dergelijke in een soort toezichtsorgaan zitten. En ik vraag mij af of dat nou het geschikte gremium is om echt een gefundeerd oordeel te kunnen geven over zoiets als een bedrijfsplan van deze organisatie.

Ik denk eerlijk gezegd, dat kunt u wel merken aan mijn ondertoon, van niet, ook al omdat wij binnen de organisatie van de BEL helemaal niet zo sterk zijn in het adviseren van wethouders op dit soort onderdelen. En dus daarin, daar maak ik me echt zorgen over wie heeft dit dan goedgekeurd en snappen ze dan wel waar het om gaat? Nou, dan is uiteraard een belangrijk signaal dat ook meerdere keren wordt afgegeven, dat was ook de reden om het te agenderen, dat het vermogen in ieder geval rap daalt. En als het leeg is, de kas, wat gebeurt er dan? En wordt dan een voorschot genomen of in ieder geval vooruitzicht geschapen moet ik dan zeggen door de directeur dat dan de hand wordt opgehouden bij de gemeente, maar daar was ik dan toch even nog niet zo van plan om daarin te steunen. Dan weet u dat ook alvast. In hoeverre, vraag ik me wel af, moet de Tomingroep nou eigenlijk zwaar concurreren met de markt, terwijl de doelstelling natuurlijk toch net iets anders is. Maar mijn ervaring uit het verleden is dat je uiteindelijk toch ook als de organisatie moet concurreren met de markten, dat je prijzen dan vaak best wat hoger zijn.

Wat doet de directie maar wat doen wij ook en daar kijk ik zeker wel naar de gemeente zelf en naar allerlei andere partners in de samenleving, wat doen wij eraan om te zorgen dat er voldoende afname van de dienstverlening van bijvoorbeeld de Tomingroep plaatsvindt? Doen wij daar wel genoeg aan of gaan wij dan als gemeente ook gewoon zwaar concurreren op prijs in een aanbesteding, waardoor de Tomingroep door de gemeente zelf al wordt uitgesloten als leverancier. En dat geldt hetzelfde voor mijn ervaring uit het verleden, bijvoorbeeld met woningcorporaties. Die willen wel van alles van de gemeente maar zelf zijn ze niet bereid om dan ook iets voor de samenleving te

doen op deze manier. Nou, dan vind ik het niet mijn taak, dat is ook mijn argumentatie meteen maar erbij, om als gemeente dan maar bij te passen als het niet zo goed gaat. En hetzelfde geldt bijvoorbeeld over culturele instellingen. Gewoon simpele vraag: maakt bijvoorbeeld een Singer gebruik van uw diensten, ben ik dan wel benieuwd naar, want ze krijgen wel geld van ons. Nou, anderzijds begrijp ik ook dat het jaren achtereen lastig is geworden om voldoende instroom te krijgen. Ik lees in de jaarstukken van 2022 al dat de gemeenten zelf niet eens in staat zijn om de afspraken na te komen wat betreft het aanleveren van voldoende aantallen mensen. Mijn vraag is dan waarom dat dan niet lukt. En geldt dat dan in het bijzonder ook voor Laren, vroeg ik me af. Vervolgens voorzitter, wat is in dit geval de bedoeling met de zin, even een hele concrete, maar aan het einde van pagina twee van de bijlage over de toelichting op de begroting 2024: uiteraard is dit een situatie die we niet structureel kunnen volhouden. Dat is het citaat. Dan ben ik wel benieuwd naar wat het plan is. Wat op zich ook wel weer opmerkelijk is, voorzitter, is omdat er ook nog steeds voldoende mensen thuis op de bank zitten, hoe het dan kan dat er eigenlijk geen instroom is of niet voldoende instroom geleverd kan worden.

Kunnen we daar niet iets voor bedenken dat ook die mensen via de Tomingroep aan de slag kunnen ook al is het misschien niet de eerste doelgroep die in de doelstelling of in het bedrijfsplan voorkomt. En dan heb ik wel alvast vooruitkijkend want dat doet de directeur ook en dat doen we met z’n allen ook met de vraag ook van de heer Hurink van Larens Behoud, hoe gaat het over een aantal jaren? Kunnen we ook gewoon zeg maar privatiseren en daar gewoon een echte onderneming van maken met alle risico’s van dien. En dan met andere woorden eigenlijk wat bij de VVD natuurlijk ook past, moet je het niet gewoon helemaal aan de markt overlaten? En dan nog het laatste deel ook stukje uit de, citaat uit de begroting, dus dat ik net al noemde, namelijk van dat de situatie structureel niet vol te houden is. Wat is dan de zeggingskracht van, ook in een zienswijze, de zorg uit te spreken als gemeente. Wat zeg je dan? Al na één jaar heb ik begrepen zakt dit bedrijfsplan al door het ijs. Dus ja, wat is dan zorg of moet het dan niet iets meer zijn dan zorg? En nou, ik begrijp natuurlijk dat er scenario’s, dat is ook logisch, natuurlijk wordt onderzocht om hoe het verder moet.

Maar dan kom ik toch even terug op de vraag, wordt ook een beëindigingsscenario of een verkoopscenario meegenomen? Kunnen wij als gemeente met de Tomingroep ook stoppen? En wat is daarbij het wettelijk probleem in het licht van de participatiewet? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Pardon, mijnheer Koldenhof, heel erg duidelijk. Ik vraag de heer De Jong graag om zijn reactie. De heer De Jong: Ja, ik zou ook nog in het vervolg op wat er daarnet allemaal naar voren gebracht is heb ik ook over de instroom die onvoldoende plaatsvindt. Nou, niet alleen instroom, er is ook een forse uitstroom want het afgelopen jaar in de jaarrekening zie je al een forse uitstroom, de komende jaren ook weer. En ja, het aantal mensen wat naar mijn idee hier geholpen zou kunnen worden, dan vraag ik me af, die zullen ook toch niet minder worden dus waar blijven die mensen dan? Werken die elders, zitten die in de bijstand in de gemeente? Hoe kunnen we zorgen dat die toch weer ook hun plek vinden bij Tomin? Of ja, zijn die er niet en gaat dat niet gebeuren want, ja, hoe zit die markt in elkaar en hoe kunnen we stimuleren dat ze toch wel weer bij Tomin aan het werk gaan? De voorzitter: Dank u wel mijnheer De Jong. Ik kijk naar de wethouder en de heer Korte, graag uw reactie. De heer De Groot: Ja, dank u voorzitter.

Ja, er zijn veel vragen die, nou, moeilijk zeg maar vanuit een kader te beantwoorden zijn. Ik tik er maar even een paar dingen van boven naar beneden aan en als dan voor mijnheer Korte is dan zal ik dat met uw instemming doorgeven aan hem. En misschien even met de laatste vraag van mijnheer De Jong te beginnen. Als we kijken naar de populatie van Tomin, dat bestaat uit twee delen. Een is de traditionele sociale werkplaatsmensen. Nou, dat heeft een natuurlijk verloop en dat gaat iets sneller dan eerder geprognotiseerd, wat overigens positief effect heeft op financieel economisch gebied. Ik heb het niet

over de persoonlijke omstandigheden, maar financieel economisch gezien levert dat een positief effect. Uitstroom van het andere bedrijf, dat heeft, is een leerbedrijf, dat heeft uitdrukkelijke doelstelling om mensen uit te laten stromen, het liefst op zo hoog mogelijk niveau. Dus het is een leerbedrijf met als doel om mensen in staat te stellen om zelf volwaardig op de arbeidsmarkt te participeren. Degenen die dat niet kunnen proberen via projecten of andere werkzaamheden in ieder geval naar vermogen deel te kunnen laten nemen aan ook de arbeidsmarkt. Dat daarover. Mijnheer Van den Berg die vraagt bespiegeling van andere gemeentes hoe die erin zitten. Ja, ik zit in het algemeen bestuur van de Tomin en, nou, daar is natuurlijk gediscussieerd over de begroting en de jaarrekening. En zeg maar de zienswijze zoals zij die neerzetten, zoals die hier neergezet is, het concept zienswijze, is denk ik wel zeg maar de zienswijze die ik verwacht van een groot aantal gemeentes terug te zien. En ook daarmee ook van zeg maar de omringende gemeentes. Er zullen misschien mensen zijn, gemeenten zijn die wat scherper reageren en anderen die misschien nog wat milder reageren maar grosso modo is denk ik de concept zienswijzevoorstel is een weergave van de sfeer zoals die geldt in het algemeen bestuur. En dat raakt denk ik ook een ander punt van mijnheer Koldenhof.

Die zegt: ja, hoe zit nou die governance eigenlijk in elkaar en zijn de mensen die daar zitten in staat om zeg maar controle uit te voeren op datgene wat hier komt en de bedrijfsplannen. En er zit een raad van commissarissen, mensen met een achtergrond die waardoor ze in staat geacht moeten worden om een namens de aandeelhouders goede controle uit te oefenen op het geheel. Zelf worden we in Laren geadviseerd in HBEL-verband door een ambtenaar die zeg maar een groot deel van zijn tijd vrij heeft om hiermee aan de gang te gaan. Dus ik denk dat dat een professionele basis geeft om ons te adviseren. Maar inderdaad, afhankelijk van de achtergrond van degene die daar in het algemeen bestuur zit, heeft de een meer verstand van bedrijfsplan dan andere. Maar laat ik het zo zeggen, iedereen ziet dat op een gegeven ogenblik hier iets gebeurt waar je, nou, in principe niet blij van wordt. Je ziet graag dat dit soort instellingen rondom de nul draaien of het liefst, nou, die week nog wat overhouden. Dat betekent ook dat we dat met z’n allen ook gedeeld hebben en dat vindt u ook terug in deze concept zienswijze, dat wij in de aanloop van de midterm review van het huidige plan al de mogelijkheden bezien willen hebben hoe we binnen het raam van het bestaande plan kunnen reageren en de zaak beter te maken dan wel indien nodig te kijken of er een ander scenario’s nodig zijn.

Die worden uitgewerkt, daarvoor heeft mijnheer Korte een professionele staf en ik denk dat wij net zo goed als dat in andere situatie is, zeker gesteund door onze ambtenaren en door de raad van commissarissen goed in staat zijn daar onze mening over te vormen. Ja, concurreren met de markt en dat soort dingen, ik denk dat dat goed is dat mijnheer Korte daarop ingaat en misschien is dat wel goed om daarmee te beginnen. Kunt u over de opmerking van mijnheer Koldenhof verder. De heer Korte: Dank u. Of nog even over dat laatste punt … Mevrouw …: Excuus, voorzitter. De heer De Groot: Maar dat had ik van tevoren al aan u gevraagd. Mevrouw …: Excuus. De voorzitter: Microfoon uit, dank u wel. Mijnheer Korte, aan u het woord om de andere vragen te beantwoorden graag, dank u wel. De heer Korte: Dank u voorzitter, want begin nog even in vervolg op wat de wethouder net zei over de vraag van mijnheer Koldenhof over hoe die plannen worden beoordeeld. U zei: het is een direct, een plan dat door de directie is voorgelegd. Even ter verduidelijking, het plan waar we nu voor werken, zeg maar dit bedrijfsplan, is een plan dat in een werkgroep, die was samengesteld uit ambtenaren van alle gemeenten en mensen vanuit

Tomingroep samen is opgesteld onder begeleiding van Berenschot adviesbureau als externe partij. Dus het is niet een plan van mij of van ons maar van de hele samenwerking en die ziet ook toe op de hele keten. Dus het gaat niet alleen over wat gebeurt er bij Tomin, maar het gaat ook over wat gebeurt er bij gemeenten als het gaat om welke mensen worden aangeleverd en het gaat ook over het WSP als het gaat om welke mensen kunnen op welke wijze ook naar de markt bij werkgevers worden ondergebracht? Dus het is een breder plan dan alleen voor Tomingroep. Ik denk dat het handig is als ik even alle vragen langsga zoals ik denk dat die nog openstaan van u maar ook van anderen. Dat begon met de vraag hier over: kunnen we het werk nog aan als er steeds minder mensen zijn? Het klopt dat wij steeds minder mensen in eigen werksoort hebben, in het eigen bedrijf. Dat is ook goed, want we gaan ervan uit dat het voor de meeste mensen beter is om met begeleiding, met ondersteuning, met als het nodig is loonkostsubsidie, maar liever bij een regulier bedrijf te werken dan bij ons. Dat blijkt ook omdat de meeste mensen het best spannend vinden maar als ze daar eenmaal werken, dan zegt vrijwel iedereen ik had het eerder moeten doen, ik wil nooit meer terug en dat vind ik goed ook.

Dus de bedoeling is dat we uiteindelijk als eigen werksoorten alleen nog werk bieden aan mensen die echt niet onder andermans leiding kunnen werken of dat nog niet kunnen omdat ze nog in opleiding en ontwikkeling daarin zijn, of dat niet meer kunnen omdat ze niet meer mee kunnen komen op de markt en wij als vangnet ze weer in onze organisatie opnemen. En dat betekent automatisch dat wij op termijn een kleiner bedrijf zijn dan we in het verleden waren, toen wij de opdracht hadden om zoveel mogelijk werkgelegenheid in eigen huis te organiseren. Dan terug naar uw vraag, kunnen we het werk nog aan? Wat wij nu doen is eerst kijken wat verwachten wij aan hoeveel mensen zullen er bij ons zijn en dan pas kijken hoeveel werk past daarbij. Dus het aantal mensen en hun capaciteiten zijn leidend voor hoeveel werk wij nog aannemen en automatisch worden we daardoor kleiner. Om als voorbeeld in Almere deden wij het groenonderhoud in de hele stad nu doen we nog ongeveer een kwart van de stad en de rest van de mensen die echt daartoe in staat zijn detacheren we graag dan bij de aannemers die de rest van de stad ook onderhouden. Dus ja, we worden kleiner en als wij wel het werk hebben aangenomen op een verwachting van een aantal mensen en ze komen niet, ja, dan hebben we wel een probleem want dan kunnen we het werk niet aan en dan moet ik uitzendkrachten inhuren en dat is een dure oplossing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12832578/2