CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Commissie Maatschappij en Financiën 21 juni 2023, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda14.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN FINANCIËN VAN GEMEENTE LAREN d.d. 21 juni 2023

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Mag ik jullie verzoeken om plaats te nemen? Hartelijk welkom bij deze vergadering van maatschappij en financiën op 21 juni 2023. Aanwezig zijn namens het college de heer Van Midden, de heer Mol, de heer Westerkamp en de heer De Groot. Voor de fracties zijn aanwezig Ben Wichers Schreur en Andreas Grunwald voor Groen Laren. Marius van Stempvoort en Thijmen Jacobse van Larens Behoud. Jolanda de Graaf, Van de Graaf. Mevrouw Graafsma: Graafsma. De voorzitter: Jolande Graafsma, sorry, mijn excuses voor het CDA. Evert de Jong voor Liberaal Laren. Stef Merckx en Desirée Niekus voor de VVD en Ellen van Dorst voor D66. Ook de tribune is gevuld, daar zijn we altijd heel blij mee. We hebben vandaag en ik wens natuurlijk ook een hartelijk welkom aan de luisteraars thuis van deze stream, daarom vraag ik u ook te wachten voordat u wat zegt dat ik uw naam genoemd heb zodat de luisteraar thuis ook weet wie aan het woord is. En dan ga ik nu naar de agenda van dit moment. De agenda is best wel vol, er staan achttien punten. Het is nu acht uur, als we dit voor elf uur klaar willen hebben betekent dat dat we iets meer dan tien minuten hebben per onderwerp. Als ik dat deel door de fracties komen we op een spreektijd van één minuut 45 inclusief het antwoord van het college. Dat wordt heel erg lastig.

Daarvoor heb ik een voorstel en dat is het volgende: we gaan zo meteen na punt 5 de rondvraag, gaan we indexeren welke onderwerpen we willen bespreken ja of nee. Ik ga na punt 5 de rondvraag ga ik alle onderwerpen af, kijk ik of er een hand opgestoken wordt, als er een hand opgestoken wordt gaan we dit onderwerp bespreken. Wordt er geen hand opgestoken, dan kunnen we ervan uitgaan dat het college heel goed haar werk heeft gedaan en dat het vanaf dat moment een hamerstuk is. Afwezig in deze vergaderin g is de heer Lobregt van het CDA, wij wensen hem een fijne vakantie. En dan is mijn vraag: kunt u daarmee leven met het feit dat wij op deze manier de agenda gaan behandelen? Ja?

2.

Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 24 mei 2023 De voorzitter: Dan gaan we naar de vaststelling van de lijst van adviezen en conclusies van de vergadering commissie M&F van donderdag, of de datum 24 mei 2023. Zijn hier vragen of opmerkingen over? Nee, kom ik nog even terug op de opening. Dank je wel Els, dat is de griffier. Agendapunt 6 is komen te vervallen en dat wordt in de kadernota gewoon besproken.

3.

Mededelingen De voorzitter: Zijn er mededelingen vanuit de commissie? Nee, gaat goed zo. Zijn er mededelingen vanuit het college? Gaat ook heel goed.

4.

Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Zijn er meldingen van de portefeuillehouders met betrekking tot gemeenschappelijke regeling? Als we op dit tempo doorgaat, redden we negen uur, dat gaat heel goed.

5.

Rondvraag De voorzitter: Oké, dan de rondvraag. Dat klinkt een beetje raar dat we dat nu al doen, maar dat hebben we toe besloten en dat is tijdens de commissie R&I heel goed bevallen. Zijn er fractieleden die een rondvraag hebben? Begin ik met de heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja, ik heb de vorige keer gevraagd om cijfers van het Brinkhuis. Tot op heden heb ik daar niets van gehoord en ik vind het toch als raadslid om de controlerende taak te kunnen doen dat wij over die jaarstukken moeten kunnen beschikken. Als ik hier alle dingen zie van allerlei andere gemeenschappelijke regelingen, die kregen we ook keurig hun jaarrekening en ik vind dat ik mijn werk anders niet voldoende kan doen als ik geen inzage krijg in de jaarrekening van het Brinkhuis. En anders zal ik na 1 juli want dan moeten alle verbonden partijen dat ingeleverd hebben, zal ik een WOB-verzoek moeten doen. Nou, dat lijkt me heel vervelend als ik dat ... De voorzitter: Nou kunnen we van twee wethouders een antwoord verwachten, de wethouder Brinkhuis dat is de heer Westerkamp en de wethouder financiën is de heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter ik zal wel even antwoorden.

Het Brinkhuis is geen verbonden partij of iets dergelijks, het is gewoon een partij die gesubsidieerd wordt en ik wil voorstellen dat we de financiële situatie van het Brinkhuis bespreken op het moment dat de jaarrekening besproken wordt, dat is 5 juli, want dan zult u ook de resultaten en de bijdrage aan het Brinkhuis zien. De voorzitter: Kunt u daarmee leven, mijnheer De Jong? De heer De Jong: Nee, daar kan ik niet mee leven want het is jaarlijks, al vele jarenlang dat wij heel veel geld erin stoppen en ik vind dat wij niet onze taak kunnen verrichten op het moment dat we er geen inzage in hebben. Het zwembad komt ook altijd fatsoenlijk met een presentatie waarin ze aan de raadsleden die willen komen duidelijk laten zien wat ze gedaan hebben. Ik vind dat het hoort dat het Brinkhuis dat ook moet doen. Anders zal ik toch met een motie moeten komen om te testen of wij als raad geïnformeerd willen worden over zo'n belangrijk onderdeel waar we ieder jaar meer moeten betalen dan wat we vaak begroot hebben. Dus ik vind dat gewoon echt niet kunnen. De voorzitter: Mijnheer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, u hoort mij niet zeggen dat de heer De Jong geen inzicht krijgt in de resultaten, de financiële situatie van het Brinkhuis, u hoort mij alleen melden op welk moment ik dat graag ook met de heer De Jong zou willen bespreken.

En als de heer De Jong daar een aparte presentatie over wil hebben vanuit het Brinkhuis, dan zouden we dat op verzoek kunnen organiseren. De voorzitter: Daar moet ik wel bij zeggen dat dit gebruikelijk was. We hebben hem de laatste jaren niet zo vaak gehad maar het was gebruikelijk. Mijnheer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Ja voorzitter, dank u wel. Een vraag die wellicht wat lastig te plaatsen is voor het college maar dit gaat naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad waarin de bouwkosten werden genoemd en dat met name de grondprijs enorm is gestegen. Nou hebben we hier in Laren natuurlijk een situatie waarin de grondprijs ook enorm hoog is en ik vroeg mij af of daarmee de gemeente wil overwegen, althans het college wil overwegen, om in plaats van een grondverkoop, zoals in het geval van de Kweek voor het stichten van een

aantal sociale huurwoningen, dat de gemeente daar eigenaar blijft van de grond en daar een erfpacht van maakt, hetgeen het een heel stuk aangenamer maakt voor degenen die daar sociale huurwoningen wil gaan stichten. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter. Ik, op de Kweek kan ik niet reageren, want dat is van mijn collega Frits Westerkamp. Ik wil wel even reageren op het artikel in het Financieel Dagblad. Inmiddels zijn er meer artikelen over verschenen. Het is mij uit het hart gegrepen en toevallig hebben we een paar weken geleden ook intern in het college gezegd: ik zou eigenlijk eens wat rekenmodellen willen ontwikkelen om eens te kijken wat uiteindelijk op dit moment de rendementseisen zijn van de ontwikkelaars, ook in relatie tot de grondprijs, om eens te kijken van, nou, waar zitten nou marges en waar kan je eventueel ook financieel als gemeente in bijdragen? Nou, dat gaan we binnenkort doen. We hebben daar de hulp ook in gevraagd van Nanne Zwiep GEM Crailo, die ervaring heeft in dat soort dingen, om dat soort modellen te gaan ontwikkelen. Want ik heb het idee dat we daarmee beter ook stevig in het zadel kunnen zitten in de discussie met ontwikkelaars.

En ik moet je heel eerlijk zeggen, op het moment dat de ontwikkelaar zegt: nou, we kunnen het niet ontwikkelen omdat we, nou ja, huizen in het dure segment moeten verkopen, ja, dat vind ik steeds een lastige discussie omdat die steeds daar eindigt en ik wil eigenlijk voorbij die discussie gaan kijken: oké, maar wat zijn wel de mogelijkheden? Nou, wat De Jonge ook zegt is dat die uiteindelijk ook, ja, is aan het rendementen ook van die ontwikkelaars wil gaan, ja, tornen om het zo maar even te zeggen, in het kader van de, ja, grote woonambitie die we hebben. Ik moet zeggen als liberaal vind ik dat een wat lastig verhaal, maar ik kan me daar wel in meevoelen en ik wil daar wel in ieder geval bewuster inzicht in hebben, in dat soort cijfers. Dus het is mij uit het hart gegrepen. Wat betreft de Kweek en de verkoop van de grond, daar kan denk ik collega Westerkamp op antwoorden. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Midden. Mijnheer Westerkamp. De heer Westerkamp: Ja, dank u voorzitter. Ja kijk, daar heeft u natuurlijk al in een voortraject bepaald dat die grond verkocht zou worden. Nou ja, volgende week bij de raadsvergadering zou in principe het worden vastgesteld. Ik weet dat bij de erfgooierswoningen men de erfpacht heeft afgekocht dus ik weet niet zeker of de woningbouwvereniging zit te wachten op een erfpachtovereenkomst.

Maar ik wil u wel toedoen , want ik vind het eigenlijk ook wel dat ik daar met collega Van Midden over moet hebben want die gaat over het vastgoed, die gaat over onze gronden, of dat erfgoedovereenkomst, althans een, als je dat opstelt, of dat ook voor Gooi en Om ook echt gunstiger is, gezien de grondprijs die we vragen. Dus dat wil ik wel kijken of we daarachter kunnen komen, kunnen informeren voordat de raadsvergadering plaatsvindt en dan kan ik dat bij het onderwerp op de raadsvergadering aan u melden. De heer Merckx: Ja, dank je wel. De voorzitter: Nog anderen die een vraag hebben voor de rondvraag? Nee, dan sluiten we dit punt af. 6.

Kadernota Laren 2024 De voorzitter: En dan komen we nu bij dat beroemde punt dat we gaan indexeren. De kadernota is dus komen te vervallen, dus het eerste agendapunt waar u uw hand over kan steken op het moment dat u erover wil spreken is de HBEL visie sociaal domein 2023. Wie wil hierover spreken? Ik zie er zo al vier dus dat is heel goed. Dan het advies aanwijzing lokale publieke media-instelling voor een periode van vijf jaar, met ingang van 8 december en dat gaat om NH Gooi. Wie wil daarover praten? D66 en de VVD. Dan de zienswijzeprocedure ontwerpbegroting OFGV 2024. Ja, zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling

Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, is daar iemand die wat op wil zeggen? Ja, zo komen we nog aan alle agendapunten. De vaststelling regionale samenwerkingsagenda RSA. Niemand? D66, gemist. Sorry, Ellen. Ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling BEL combinatie. Ook twee. Zienswijze begroting 2024 kennisname eerste begrotingswijziging 2023 en de conceptjaarstukken 2022 Goois Natuurreservaat. Larens Behoud. Dan de zienswijze … Ja, maar als er een is dan gaan we er al over praten dus dat scheelt. Zienswijze begroting 2024 en de resultaatbestemming 2022 van de regio Gooi en Vechtstreek. Ja. Daarover heb ik een punt, daar is iemand van de regio voor en ik kan me voorstellen dat met deze warmte deze persoon graag verder eerder in de agenda wil komen te staan. Bent u het daarmee eens? Oh, je hebt haar alleen nog niet gezien, dan hoor ik wel wanneer ze binnenkomt. Of nee, oké. Die, oké. Dan gaan we naar de Europese aanbesteding accountantsdiensten jaarrekeningcontrole 2024 tot en met 27. Dat is een wettelijk ‘…’ iets dus ik kan me voorstellen dat dat een hamerstuk is. Zijn er, ja, dat is een hamerstuk dus. Dan de jaarstukken 2022 BEL combinatie, ook twee tot drie fractie die wel willen praten. En dan de programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025 2027 van de BEL. Ook daar wil men over spreken.

Al met al hebben één winst gemaakt, we hebben een punt minder om over te spreken. Dat betekent dus dat u een spreektijd hebt inclusief antwoord van het college van ongeveer twee minuten want we missen dus een onderwerp nu. Mijn vraag is dan ook aan u om het kort en bondig te houden en dat is niet alleen een vraag aan de fracties en de woordvoerder van de fractie, maar ook een vraag aan het college. Dan heb ik nog een voorstel over de manier van vergaderen. We kunnen twee dingen doen: we kunnen alle fracties afgaan met hun vragen en aan- en opmerkingen en vervolgens naar het college voor de antwoorden. We kunnen ook direct het antwoord krijgen van het college met als gevolg dat we waarschijnlijk geen dubbele vragen krijgen of twee keer dezelfde vraag, dat scheelt tijd. Maar dat betekent wel dat u als fractie op dat moment, ja, kan ik me voorstellen dat u ook die vraag wil stellen en dat dan even niet kan doen, want hij is door een andere fractie gesteld. Aan u wat u wil. Zullen we het eerste doen? Optie een, zijn we het daarover eens. 7.

HBEL visie sociaal domein 2023 De voorzitter: Dan gaan we naar de, agendapunt 7, de HBEL visie sociaal domein 2023. We hebben zojuist een bespreking, een presentatie van gekregen, dus u bent al heel erg ingelicht. De gemeente Laren wil de inwoners in hun zorgbehoefte ondersteunen. Daarvoor zetten wij in op de sociale basis en preventieve maatregelen. Wanneer nodig helpen we inwoners met passende ondersteuning zoveel mogelijk lokaal en laagdrempelig. We gaan, mevrouw Van Dorst wou had hierover een aantal vragen en mevrouw Graafsma had hierover een aantal vragen en mevrouw Niekus, de heer Jacobse van het CDA en Andreas Grunwald van het Groen Laren. Zullen we gewoon aan de linkerkant beginnen? Mijnheer Jacobse van Larens Behoud. De heer Jacobse: Voorzitter, ik voel me vereerd dat ik deze woeste vergadering voor u mag openen. Ik red het binnen twee minuten. Let op, als jij het ook doet, is het goed. We kunnen heel lang over dit stuk praten, maar dat gaan we niet doen. We vinden het acceptabel en we vinden het zelfs keurig geschreven. Wij zijn getroffen door het woord transformatie, die heb ik meegemaakt met de heer Van Dunnen dus laat dat maar zijn voor wat het is. Ik wil een opmerking maken en die komt uit het rapport van de adviesraad en dat zal i k u voorlezen, de laatste regel.

De adviesraad zegt: we zouden graag zien dat het niet alleen gaat om kwantitatieve evaluaties, maar ook om klanttevredenheidsonderzoek en bijvoorbeeld een analyse van ontvangen klachten. Dat brengt mij niet primair op mijn vraag, maar wel op de opmerking. Laat dit stuk, hoe goed het nu ook lijkt en is en bedoelt, want ik weet zeker dat hier heel hard aan gewerkt is en dik voor elkaar, laat dit stuk ook leiden tot wat hier gevraagd wordt. Laten we een op een evalueren, laten we spreken met de mensen, laten we zorgen dat we weten wat er in het veld gebeurt, dat is belangrijker dan dat we onze modellen in de lucht houden. Wij gaan mee met dit voorstel. Dank u vriendelijk.

De voorzitter: Oké, dus u heeft geen vragen? Mijnheer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Ja, dank je wel voorzitter. Allereerst, we kunnen ons prima vinden in dat stuk. Twee dingen die ik wil vragen. Het eerste is: er wordt uitgegaan van een aantal basisprincipes. Nou, die onderschrijven we van harte. Basisprincipe acht zegt sturen op resultaten, zicht en grip op aantallen, kosten, kwaliteit en tevredenheid op basis van monitoring en evaluatie. Dat is een goed voornemen. Ik zou willen vragen of het mogelijk is om in de volgende jaarrekening daar zeg maar actief aandacht aan te besteden wat er gedaan is om dit ook te effectueren, om zeg maar de kosten in relatie tot kwaliteit allemaal beheersbaar te houden. Want we hebben net gezien dat, ja, het is zeg maar een kwetsbaar geheel, er kunnen makkelijk wat mensen bijkomen, kunnen ook weer eraf gaan in die zin, maar veel marge hebben we niet. En om die voorzieningen tot de lengte vandaag ook overeind te houden, is het dus belangrijk dat we dus scherp op sturen, actief. Dus mijn vraag is of daar ook in jaarstukken verteld kan worden op welke manier er actief toezicht op gehouden is en op gestuurd wordt. En het tweede is, nou ja, we hebben nou net weer het elfde uur zo'n presentatie gehad over een aantal globale dingen en er is ons dus een papier in het vooruitzicht gesteld wat dus alle details zal moeten prijsgeven.

Maar we zitten dus nu eigenlijk al een stuk te bespreken waarbij die gegevens eigenlijk wel heel interessant zouden zijn geweest. In het verleden hebben we dus een soort dashboard toegezegd, dat is ook … De voorzitter: Wilt u naar uw vraag gaan? De heer Grunwald: Aantal keren verstrekt, maar zeker niet regelmatig, dus de vraag is: kunnen we dat dashboard weer invoeren met een zekere regelmaat? Dat hoeft zeker niet elke maand van ons maar misschien wel in elk kwartaal zou dat heel handig zijn om zicht te kunnen houden op de ontwikkelingen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Grunwald. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, ja dank u. Even kijken naar … De voorzitter: Nee, we gingen om de beurt, we gingen vragen aan, dat werd net … De heer De Groot: Dus ja, van mevrouw Van Dorst geen vragen heb ik begrepen. Van mijnheer Jacobse in principe ook niet maar die kwantitatieve kant en die tevredenheid die in basisprincipe acht zit, dat zijn wel dingen die verder ontwikkeld gaan worden. We hebben een aantal KPI’s om op te sturen, dat is ook richting mijnheer Grunwald. Betekent ook dat we daar ook regelmatig over gaan rapporteren. Of het eens per kwartaal is of een keer per trimester, maar we gaan daar een bepaald ritme in krijgen en dat mondt natuurlijk ook altijd uit in de jaarrekening, waarbij ook een rapportage is waar we terug kunnen kijken op het jaar zelf.

En dat betekent ook dat we het dan over de learnings kunnen hebben. We zien het ook wel als ontwikkelmodel waar we in interactie met u kunnen proberen dit nog verder door te ontwikkelen. Dat is het. De voorzitter: En het dashboard? De heer De Groot: Dat is, dat betekent dus, dat zit en komt allemaal vanuit het dashboard en dat dashboard wordt ook verder doorontwikkeld op basis van die visiedocumenten. Dus dat is continu een beweging. Maar presentatie die u net gehad heeft komt vanuit het dashboard. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Graafsma van het CDA.

Mevrouw Graafsma: Ja, ik sluit me graag aan bij de opmerkingen en vragen van mijn twee voorgangers, mijnheer Grunwald en mijnheer Jacobse. En ik heb zo'n beetje het gevoel dat dit hele stuk gewoon nog helemaal niet klaar is, dus ik heb eigenlijk het gevoel dat we moeten zeggen laten we het voorlopig vaststellen. De voorzitter: Wilt u daarop reageren, mijnheer De Groot? De heer De Groot: Ja, met dat ik het totaal niet met mevrouw Graafsma eens ben. Dit is een visiedocument. Ik denk ook dat de basisprincipes tot een zeer behoorlijk niveau zijn uitgediept, zodat je kunt zien wat de effecten daarvan zouden kunnen zijn. En uiteraard hebben we daaronder de praktijk zitten waarover je die rapportages krijgt. Maar het is niet de bedoeling dat we een visie en uitvoering door elkaar halen, dit gaat puur over de visie, over hoe wij tegen het sociaal domein aankijken en wat wij daarop willen doen en op welke manier wij met de mensen om willen gaan die afhankelijk zijn van dat sociale domein. En ik denk dat eerlijk gezegd dat in acht pagina's keurig verwoord is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Graafsma, u wilt nog een vervolg? Mevrouw Graafsma: Dank u wel, ik neem wel genoegen met dit antwoord voorlopig. De voorzitter: Oké. Mijnheer De Jong had geen vraag geloof ik. Nee, dan gaan we naar mevrouw Niekus van de VVD. De heer Merckx van de VVD. Mevrouw Niekus van de VVD.

Het lijkt net pingpongen. De heer Merckx. De heer Merckx: Voorzitter, blijkbaar gaan heren eerst in plaats van dames eerst, excuses daarvoor, maar mevrouw Niekus volgt gelukkig wel de klok. Ja kijk, het is een, het is natuurlijk een lastig document want u hebt gelijk voorzitter, of de wethouder heeft gelijk, het is een visie. Maar het is er wel eentje waarvoor we nog een keer naar de oogarts moeten, want blijkbaar is, er komt een vaagheid uit naar voren die ons inderdaad tot zorgen baart. En dit gaat met name over een aantal van de basisprincipes die inderdaad juist zijn zoals de heer Grunwald het al zei, dat zijn allemaal prima principes. Een van de belangrijke dingen waar wij ons met name zorgen over maken is de overzichtelijkheid van het aantal partijen. En we weten allemaal op dit moment dat er een heel aantal partijen worden gebruikt die zorg verlenen. En daar zitten allerlei haken en ogen aan en wij zouden het erg graag zien dat daar een gelimiteerd aantal zorgverleners wordt uitgezocht, zodat het met name kosten en kwaliteit in de juiste hand blijven. Dat is echt voor ons een belangrijk punt zodat we kunnen meten en zodat we weten en zodat we ook niet in hele vervelende situaties terechtkomen waar wij vorige week samen met de burgemeester over hebben gesproken.

Dus graag daar aandacht voor, hoe kan dit, om de vraag concreet te stellen, hoe kan dit concreet worden gemaakt in het aantal zorgaanbieders? En daarnaast, ja, het is een wollig document, dus ik hoop dat de visie dat er inderdaad ook ruimte is om een keer naar de opticien te gaan en het allemaal wat scherper neer te zetten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Groot, wenst u te reageren? De heer De Groot: Nou, ik heb plus een dus dat valt wel mee. En als het gaat over de visie zelf, ik denk dat dat op het juiste niveau geschreven is en voldoende houvast geeft over de belangrijkste basisprincipes, hoe we die wensen te implementeren en daarmee om willen gaan. Dat is een. Het tweede is dat als het gaat over de inkoop, daar wil ik twee dingen over zeggen. Een, dat past denk ik niet per se in dit document. We zien en dat bleek ook uit de presentatie die u gemist heeft maar, dat is wat het is, dat we veel meer steeds dingen in eigen regie, in eigen beheer doen en dat we minder verwijzen. Dat is een. En dat dat ook goede effecten heeft op de controle op de kwaliteit en op de kwantiteit en op de financiën. Twee, al eerder is er een beleidsbrief tot u gekomen vanuit de regio, waarin aangegeven wordt dat het aantal partijen waar we gaan inkopen als regio

teruggaat. De concentratie wordt groter, dat betekent ook dat daardoor de schaal waarop ze kunnen opereren beter wordt, betekent ook dat we meer van ze kunnen vragen. En dus dat is al bestaand beleid, kan ik u mededelen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Dorst, D66. Nee, er is een woordvoerder per, ja. Mevrouw Van Dorst: Nou ja, ik wou inderdaad dat mededelen dat wij heel content zijn met deze visie. Die hebben we al in concept besproken, de vragen die gesteld zijn, zijn onzes inziens heel goed beantwoord. Ik had een vraag, de hervormingsagenda jeugd is vorige week ondertekend binnen de VNG. Misschien zou u daar de stand van zaken ons over kunnen informeren hoe dat precies voor ons zal uitwerken. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ik wou dat ik dat al kon. Mijnheer Satyane heeft al aangegeven dat hij ook bezig is met een notitie om dat uit te werken, daar is hij echt nog wel even mee bezig. Ik heb het idee dat het akkoord als zodanig veel beter is dan wat er al lang boven ons hoofd hangt, dus dat dat wel enig gevoel van opluchting mag geven dat dit erdoorheen is maar de precieze uitwerking daar kan ik u weinig over zeggen, dat het goed is dat het afgesloten is, die mening heb ik wel. De voorzitter: Dank u wel.

Als ik zo om me heen kijk en vooral kijk nadat de antwoorden van door de heer De Groot waren gegeven dan kan ik tot de conclusie komen dat dit wel een hamerstuk is. Klopt dat? Ja, dan is dit een hamerstuk. Dan is mijn vraag om toch nog wat korter te worden want we gaan toch wel weer heel lang in gesprek en dus dat we wat sneller door de agenda heen kunnen gaan. En houd er ook rekening mee dat de raadsvergadering die komende woensdag door de heer Mol wordt gehouden 22 agendapunten heeft, dus we hebben er nu achttien maar dan hebben we er 22, dus. 8.

Advies aanwijzing lokale publieke media-instelling voor een periode van vijf jaar, met ingang van 8 december 2023 De voorzitter: Dan komen we bij de lokale omroep, het advies aanwijzing lokale omroep publieke mediainstelling voor een periode van vijf jaar met ingang van 8 december 2023. Het Commissariaat van de Media, hierna het Commissariaat, heeft een verzoek ingediend bij de gemeenteraad om advies uit te brengen over de aanwijzing van de stichting lokale omroep Hilversum, Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren, hierna de stichting NH Gooi, om met ingang van 8 december 2023 aangewezen te worden als lokale publieke media-instelling voor de diverse gemeenten. Wie wil hierover het woord? Mevrouw Dorst en de heer Merckx. Begin ik met mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel voorzitter. Wij zijn akkoord met de aanwijzing voor de media. Ik wilde alleen als het mogelijk is een vraag stellen over een relevant onderwerp en dat is Radio Oekraïne. Deze radio is als ik het mag geloven door duizenden mensen beluisterd. Iets wetend over Buma rechten vraag ik me af of Radio Laren, die geheel afhankelijk is van sponsoren, dit heeft kunnen bekostigen. Zouden wij uit onze Rijksbijdrage voor vluchtelingenopvang, Oekraïners, hier iets voor kunnen reserveren? Kort en krachtig. De voorzitter: Wie mag ik daar het woord over geven? De heer Westerkamp: Voorzitter, ja, ik zal antwoorden.

De voorzitter: De heer Westerkamp. De heer Westerkamp: U overvalt me met de vraag. We weten dat er middelen vanuit de Oekraïne wel in overschot zijn, maar we weten ook dat we natuurlijk nog een taak hebben richting opvang asielzoekers die straks uit de spreidingswet naar voren komt, dus ik hou daar echt wel een slag om de arm. We kunnen eens gaan kijken maar dan denk ik dat we ook vanuit Radio Oekraïne ook wat meer informatie moeten hebben over wat speelt er et cetera, voordat ik hier überhaupt een toezegging … Maar ze kunnen natuurlijk ook een subsidie aanvragen, hoor ik net al aan mijn rechterzijde en die over financiën gaat. De voorzitter: Mag ik even inbreken? Het punt is, het gaat hier niet over Radio Oekraïne, het gaat hier over NH Gooi. Dus ik denk dat dit onderwerp een ander moment is. De heer Westerkamp: Nee, maar daarom zeg ik: dat is het enige wat ik kan zeggen daarover. En ja, ik snap uw vraag maar dat is niet zo even een twee drie te beantwoorden. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, maar ik ben blij dat het in ieder geval genoemd is. Dank u wel. De voorzitter: De heer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Ja voorzitter, dank u wel.

Voor mij is de vraag: als we nou kijken naar de hoeveelheid mensen die naar NH Gooi radio luisteren en naar de Dorpsradio, hebben we daar enig inzicht in, in eigenlijk wat dan de bijdrage per luisteraar is en zouden we niet gewoon er verstandig aan doen om te zeggen wij willen een van deze twee steunen en die, wat is het, bijna achtduizend euro maar één keer uitgeven, maar dan wel aan degene die de grootste aantal luisteraars heeft. De voorzitter: Ook hier wil ik wat over zeggen. NH Gooi heeft bij het Commissariaat van de media de aanvraag ingediend, Dorpsradio heeft dat niet gedaan. De heer Merckx: Daar gaat mijn, daar gaat deze vraag niet over, voorzitter. Maar hij triggert me. De voorzitter: Mijnheer Westerkamp. De heer Westerkamp: Mijnheer Merckx, ik snap uw vraag, maar ik denk dat uw voorzitter het juiste antwoord geeft. Er is maar een partij die het verzoek heeft gedaan om de zendmachtiging te krijgen en dat is NH Gooi. En het is niet aan ons om te zeggen: ja, dat moet een andere partij zijn. Men moet het verzoek bij het Commissariaat van de Media indienen om in aanmerking te komen. En als ik het helemaal verkeerd heb, dan kijk ik even naar mevrouw Demirbag, die aan mijn linkerzijde zit, die daar veel specialistischer is dan ik en als de voorzitter toestaat zou ik graag aan haar willen vragen om wellicht hier een toelichting op te geven.

De voorzitter: Nou ben ik alleen de naam ging heel snel. Demmerbag? De heer Westerkamp: Demirbag. De voorzitter: Demirbag. Mevrouw Demirbag. De heer Merckx: Ja voorzitter, ja sorry mevrouw Demirbag, maar kijk, het gaat mij niet over de vraag of wie hier een zendmachtiging heeft aangevraagd. Mij gaat het om het feit: wie krijgt de meeste luisteraars voor het geld dat Laren uitgeeft? Dat is mijn vraag, het gaat mij niet over wie is hier de zendgemachtigde? Het gaat het

mij om, als ik achtduizend euro uitgeef, wie heeft daar, waar hebben de inwoners van Laren het meeste profijt bij en wie luisteren het meest? De voorzitter: Ik geef u het woord. Mevrouw Demirbag: Ja, ik begrijp de vraag, alleen we kunnen natuurlijk niet een partij dwingen om een aanvraag in te dienen. En ik snap dat u die cijfers wilt weten, alleen er sprake is nu, er is een aanvrager en we hebben een wettelijke rol hierin, dus het is niet dat wij hierin zelf een partij aanbieden, maar een partij schrijft zich, dient zich aan als geïnteresseerde en vanuit het Commissariaat hebben wij de wettelijke verplichting om advies uit te brengen. Dus als daar meerdere partijen een advies op hadden, een aanvraag hadden ingediend, dan had je daar ook veel specifieker naar kunnen kijken maar die luxe hadden we sowieso niet in deze positie, dus daar is ook op die manier niet naar gekeken. Brengt zich mee, is de partij wel geïnteresseerd om een aanvraag in te dienen, gelet het feit dat die is niet ingediend. Ik hoop dat ik daar de vraag mee heb beantwoord. De voorzitter: Mijnheer Merckx. De heer Merckx: Ja, dank u wel voor het antwoord, maar ik denk dat we naast elkaar heen praten in dit opzicht. Ik heb achtduizend euro, die geef ik uit. Mijn vraag is: waar krijg ik de grootste waarde voor mijn achtduizend euro? Bij de Dorpsradio of bij NH Laren. Wat wettelijk is, is iets heel anders.

Want ik heb twee uitzenders en eentje dan als er eentje illegaal bezig is op dit moment, dan hebben we een Radio Veronica maar dan in onze achtertuin hebben we de heer De Zwart of de heer Hurink. De voorzitter: Mijnheer Westerkamp. De heer Westerkamp: Er is niemand illegaal hier bezig, mijnheer Merckx. De wet stelt gewoon dat er een partij dat moet doen en dat u de taal wellicht anders ziet omdat u uw geld wellicht wil besteden aan een partij die wellicht de meeste luisteraars heeft, maar dat is op dit moment niet aan de orde omdat die partij, de andere partij überhaupt geen aanvraag heeft ingediend. En wij zijn gebonden aan wettelijke regels en dat bent u ook als raadslid. De voorzitter: Ik neem aan dat het duidelijk is. Ik kan me voorstellen dat ook dit een hamerstuk is. Iedereen mee eens? Dan is agendapunt 8 ook een hamerstuk. Dank u wel voor uw komst mevrouw. 9.

Zienswijzeprocedure ontwerp-begroting OFGV 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9, de zienswijzeprocedure ontwerpbegroting OFGV 2024. De ontwerpbegroting OFGV 2024 en de eerste en tweede begrotingswijziging van 2023 is behandeld in het algemeen bestuur van de OFGV. Na deze behandeling start de zienswijzeprocedure bij de raden van de aangesloten gemeenten en staten van de provincie Flevoland en Noord-Holland. Wie over kan ik hier, wie kan ik hierover het woord geven? Mevrouw Graafsma en de heer Merckx. Nou, dan beginnen we met mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Ja, ik heb een korte vraag. Op pagina vier de tweede alinea het hoofdstukje voorwoord wordt gesproken over financiering van bodemtaken die overgeheveld worden naar de gemeente. Nou is mijn vraag of daar rekening mee gehouden wordt financieel gezien zeg maar voor de begroting kadernota. En

hetzelfde geldt voor de wet open overheid, daar zullen ook extra werkzaamheden bij de gemeente verricht gaan worden, begrijp ik. Dus mijn vraag is: is daar financieel gezien rekening mee gehouden? De voorzitter: Ik denk de heer Van Midden, want dit is financiën. Ik hoor net dat het de heer De Groot is. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, dit zijn van die typische vragen waarvan je denkt: had ik die maar even eerder gehad dan had ik daar nog even ruggespraak over kunnen hebben dus ik denk dat ik even die vragen te goed moet geven. Als het gaat over die grondtaken, dat waren provinciale taken, zijn naar de gemeente gegaan, wij vervolgens besteden uit en in de begroting zoals u die aantreft en de wijzigingen daarop is uiteraard rekening gehouden met wat daar gebeurt. Als de gemeente meer aanvragen heeft lopen of meer dingen wil controleren of meer vergunningen afgeeft waarbij de OFGV nodig is, dan moet je ook betalen. En de vervuiler betaalt waar, in ieder geval diegene die vervuiling wil voorkomen. Dus ik denk dat het zo zit, als u meer gedetailleerd wil weten, dan vraag u even om meer gedetailleerd deze vraag te stellen. In algemene zin denk ik dat hier prima alles nu geregeld is. De voorzitter: Mevrouw Graafsma. Mevrouw Graafsma: Ik ga erover beraden of ik dat nog even schriftelijk aan de wethouder zal vragen verder, oké. De voorzitter: Dank u wel.

De heer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Ja, dank u wel voorzitter. Eigenlijk een beetje in lijn van wat mevrouw Graafsma zojuist heeft gevraagd, is dat het OFGV mag geen heffingen en belastingen en kosten opleggen maar tegelijkertijd stijgen de kosten voor Laren met zo'n 30.000 euro. En zoals u net zelf al aangaf mijnheer De Groot is, eigenlijk is het de vervuiler betaalt en dus is eigenlijk de vraag: hoe kan Laren deze kostenstijging doorberekenen aan degene die de vergunning aanvraagt of wie dat moet hebben? Kunnen we dat in de leges verwerken of in de aanvraag, hoe kan dit, deze kostenstijging worden verrekend? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, ik moet dat precies nog uitzoeken maar ik neem aan dat de dingen die inderdaad gepaard gaan met de vergunningen, verlenen van vergunningen, dat die in de leges meegenomen worden want die moeten zoals je weet kostendekkend zijn en dat betekent ook dat die component meegenomen moet worden. Hoe dat precies zit, of dat precies zo is, ik denk het wel, maar zeker weten is wat anders. Dus ook dat is een typische vraag die ik graag al eerder gehad had. En ja, dat betekent dat denk ik een groot deel van die meerkosten wel op een of andere manier weer z’n weg vinden naar de gebruiker toe.

De voorzitter: Duidelijk genoeg antwoord, mijnheer Merckx? De heer Merckx: Ja, als de wethouder dat even inderdaad tijd voor nodig heeft maar ik zou en daar een antwoord op kan formuleren later dan prima. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Voor de rest geen vragen? Mag ik dit dan ook als hamerstuk neerzetten? Ook een hamerstuk. Dank u wel.

10. Zienswijze ontwerp-wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 10, zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Op 1 juli 2022 is de wet gemeenschappelijke regelingen Wgr gewijzigd. Omdat de wijzigingen in de Wgr ook gevolgen hebben voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek stelt het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio voor om deze regeling te wijzigen. Dit is wettelijk geregeld. Wie kan ik hierover het woord geven? Beginnen we met de heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja, op dit moment is de maximum zittingstermijn voor leden van het dagelijks bestuur voor Flevoland drie jaar en voor Gooi en Vechtstreek vier jaar. En nu moet het dus bij elkaar gevoegd worden en dan wordt het nu helemaal vrijgelaten. Het lijkt ons gewoon goed als er toch een maximum komt. Dan denken we toch aan vier jaar want het lijkt me niet handig dat iemand gewoon twaalf jaar lang in dat bestuur gaat zitten, dat moeten we niet willen met elkaar. En dus dat zou ik graag aangepast willen zien. Daarnaast, bij de jaarrekening kan geen zienswijze meer ingediend worden, dat moet bij de begroting. Maar op de begroting kun je een zienswijze indienen over de begroting en niet over de jaarrekening.

Dus het lijkt me gewoon dat er toch een zienswijze op de jaarrekening moet kunnen komen, het kan niet zo zijn dat de colleges buitenspel gezet worden en hier dus op een gegeven moment niet met een zienswijze kunnen komen. Ook dat, ja, zou ik graag willen dat de gemeente Laren daar toch een zienswijze op. De voorzitter: Dank u wel mijnheer De Jong. Dan kijk ik naar de heer Mol als zijnde veiligheidsregio. Niet dat mijnheer Mol in zijn eentje de veiligheidsregio is hoor, maar. De heer Mol: Ja, ik moest even de zittingstermijn terugzoeken, want die is in het … Vooropgesteld, ik vind het twee hele goede vragen van de heer De Jong. De zittingstermijnen van het dagelijks bestuur die waren voor de Gooi en Vechtstreek dus verbonden aan een periode van vier jaar, gelijk aan de periode van een gemeenteraadsverkiezing. En die in Flevoland voor onbepaalde tijd, nou, die zijn geharmoniseerd en beiden dus voor onbepaalde tijd. Maar u moet weten dat in het bestuur van de veiligheidsregio zitten alleen maar burgemeesters. En du moment dat je burgemeester wordt van een gemeente zit je dus ook meteen in het bestuur van de veiligheidsregio en dus voor de periode dat jij burgemeester bent zit je dus ook in dat bestuur. En ik neem aan dat die daarmee samenhangt. Wij zijn er natuurlijk niet voor de eeuwigheid. Ik moet het kort houden vanavond, excuus.

Ja, ik kan hier enorme bespiegelingen over ophouden, zittingstermijnen van burgemeesters. Zeker als D66 natuurlijk een actieve rol in. Maar dat, daar laat ik me niet toe verleiden. De tweede vraag dat vind ik een buitengewoon opmerkelijke, ik zou het inderdaad heel vreemd vinden als wij geen zienswijze op de jaarrekening kunnen indienen. Dus we zoeken hem nu even op en als inderdaad die mogelijkheid niet is, dan nemen we in de zienswijze op dat we vinden dat die er wel moet zijn want u heeft gewoon een punt, gemeenteraden moeten de mogelijkheid hebben om iets te vinden van de financiële verantwoording van de veiligheidsregio, heeft u gelijk in. De heer De Jong: Ja nee, er stond dus dat je dat bij de begroting kan indienen, maar dan is de jaarrekening al geweest. Dus dat lijkt me niet handig want dan kun je volgens mij … De heer Mol: Ik vind beide documenten opportuun voor het indienen van een zienswijze, dus mijnheer De Jong, we kijken het even na of u aan het juiste eind zit, anders nemen we dat op in onze zienswijze. De heer De Jong: En ik wist niet dat het alleen de burgemeesters waren, want dan lijkt het prima dat die gewoon hun zittingstermijn. Ik had ook het idee dat wethouders erin zaten, maar dat, omissie mijnerzijds.

De voorzitter: Mag ik, ik ben geen boekhouder hoor maar een jaarrekening is een voldongen feit met debet en credit en daar kan je dan wel een zienswijze op inleveren maar ik denk niet dat dat iets heeft op het moment dat het saldo plus tien is of min tien is, daar kan je geenszins … Op de begroting zou je een zienswijze kunnen indienen, lijkt mij. De heer Mol: De jaarrekening van de gemeenschappelijke regelingen komen hier voorbij en we worden altijd in staat gesteld om zienswijzen in te dienen, ja. De voorzitter: Oké. Dan dank u wel voor het corrigeren van mij. De heer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Ja, dank u wel voorzitter. Even een iets andere vraag en daar heeft wellicht de burgemeester een veel beter inzicht op dan ondergetekende. Maar ik ben, ik was ietwat verbaasd om te zien dat eigenlijk alle crisisplannen gerelateerde artikelen, artikel 6 tot en met 9 in ieder geval, daarna ook nog een aantal anderen, dat die allemaal vervallen bij de samenvoeging tussen de twee veiligheidsregio's. Dus ik, dat gaf een beetje een raar van, waarom vervallen al deze artikelen waar eigenlijk de veiligheidsregio voor is opgericht en voor bestaat? Dus een beleidsplan, een crisisplan, een rampbestrijdingsplan, al die artikelen vervallen blijkbaar in het gezamenlijke document. Of ik heb het niet goed gelezen of ik ben, of er is iets anders. De voorzitter: De heer Mol.

De heer Mol: U moet mij even helpen naar welke artikelen want ik zit nu heel erg hard door de was wordt tabel heen te scrollen, maar dat helpt natuurlijk niet. De voorzitter: Mijnheer Merckx. De heer Merckx: Was en wordt. Artikel 6, artikel 9. Even kijken hoor, ik moet even … We hadden het zojuist over de opticien dus dan moet ik ook even goed kijken. Dat is op pagina twaalf begint in de was wordt lijst staat artikel 7, artikel 8, artikel 9 allemaal vervallen. Dan verplichte advisering vervalt, nou, een aantal andere. De heer Mol: Ik kan mij, ik ga proberen een antwoord te geven want volgens mij, al deze taken zijn reeds wettelijk geregeld voor de veiligheidsregio, namelijk het opstellen van een regionaal crisisprofiel, de rampenbestrijdingsplannen, het regionaal crisisplan, dat staat allemaal al in de wet opgenomen. Dus ik kan mij voorstellen dat vanuit een efficiëntieslag is gekozen om in de gemeenschappelijke regeling met name daarop te focussen waar de organisatie, zeg maar het setje spelregels van de organisatie, omdat als vanzelfsprekend wordt geacht dat wij de wettelijke taak zoals die is vastgelegd in de wet op de veiligheidsregio’s uitvoeren. Laat zo zeggen, op een hogere plek is reeds vastgelegd welke taken wij als veiligheidsregio moeten uitvoeren en daar houden wij ons ook aan. De heer Merckx: Uitstekend.

Als we dat even kunnen bevestigen, dan zou het fijn zijn, want we moeten wel een crisisbestrijdingsplan et cetera … De heer Mol: Als u scrolt naar pagina twintig ziet u het daar terug. De voorzitter: Scrollen duurt soms wat langer. Geven de heer Merckx even de tijd. De heer Mol: Het is precies zoals ik het zojuist heb gezegd, wettelijk zijn deze taken al helemaal geborgd dus er ligt geen noodzaak om die taken vast te leggen in de gemeenschappelijke regeling.

De heer Merckx: Dan geloof ik u burgemeester, geen reden om aan de woorden van de burgemeester te twijfelen, voorzitter. De voorzitter: Totaal niet. Dan staan we voor het punt, gaan we dit een hamerstuk maken c.q. een bespreekstuk? Hamerstuk, dan is het hierbij een hamerstuk. De heer Mol: Oh sorry, niet om te interveniëren maar de gemeentesecretaris fluistert mij zojuist in dat dit dus ook geldt voor de zienswijze op de jaarrekening dus dat inderdaad dat gewoon is opgenomen. En hij kan even helpen, dan is mijnheer De Jong ook tevreden, mijnheer Hurink als dat mag. De voorzitter: Dan gaan we, laten we de secretaris graag aan het woord. De heer Van Waveren: Ja en ik zal het proberen puntig te houden, voorzitter, maar misschien dat het weer scheelt voor de wisselingen die daarna nodig zijn. Bij deze hele herziening is gekeken om teksten niet letterlijk allemaal uit te schrijven in de gemeenschappelijke regeling als ze al in wetgeving geregeld zijn want als dan de wetgeving veranderd moet je ook weer de regeling aanpassen. En daarom bijvoorbeeld voor de jaarrekening wordt nou verwezen naar artikel 34 35 van de wet gemeenschappelijke regelingen waarin staat dat voor 15 april de jaarrekening aan de raden toegezonden moet worden in concept, dus daarmee bestaat die zienswijzemogelijkheid nog steeds. De voorzitter: Dank u wel. Dat was dus agenda nummer 10, een hamerstuk. 11.

Vaststelling regionale samenwerkingsagenda (RSA) 2023 - 2026 regio Gooi en Vechtstreek De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 11, vaststelling regionale samenwerkingsagenda RSA 2022 2023, nee, 2023 2026 de regio Gooi en Vechtstreek. De gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en de regio Gooi en Vechtstreek, Wijdemeren en hebben een aantal gemeentelijke uitvoeringstaken belegd bij de regio Gooi en Vechtstreek. De RSA beschrijft deze regionale opgave waarop de gemeenten willen samenwerken. Wie wil hierover het woord? Niemand? De heer Grunwald. Mijnheer burgemeester Mol, wilt u misschien eerst nog wat toevoegen? Nee, dan geef ik de heer Grunwald van Groen Laren graag het woord. De heer Grunwald: Dank u wel voorzitter, heel kort even. Ja, het zijn weer hele lijvige stukken geworden die daar ingediend wordt en de vraag is toch of dat allemaal stuk helderder en korter vooral geformuleerd kan worden zodat je dus inderdaad na het lezen van het stuk ook nog een idee hebt wat er nou eigenlijk in stond . Dus dat is een vraag om daar aandacht aan te besteden. En ja, ik denk de bespreking van zo’n onderwerp, ja, we hebben net de hele commissie BLS de deur uitgedaan en tegelijkertijd zitten we te zuchten onder de agenda van vandaag.

Het blijft moeilijk en ik vraag toch even aan het college in samenwerking met fractievoorzitters en het presidium toch eens te kijken of we nou niet eens echt een goede lijn kunnen vinden om zeg maar uitgebalanceerde agenda's te hebben die recht doen aan de onderwerpen waar ook de juiste mensen inzitten. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Mag u dat hierop aangeven dat het hier om de gemeenteraden gaat en niet om de colleges die hier invloed op hebben. Maar verder had u geen vragen? Dan de heer Van Stempvoort. Mevrouw Van Dorst: Voorzitter?

De voorzitter: Ja? Mevrouw Van Dorst: Ik had ook nog een vraag. De voorzitter: Ja, maar de heer Van Stempvoort ook, dus ik ga eerst daarheen. De heer Van Stempvoort: Inderdaad wel een lijvig stuk maar als het goed is maar eventjes mijn, even een spiegel voorhouden, dan heeft het geen financiële consequenties voor Laren, dat stemt me wel weer vrolijk maar dat is ook even een checkvraag misschien bij mijnheer Van Midden. De voorzitter: Mijnheer Van Midden, wenst u daarop te antwoorden? Of de heer Mol, over de financiële consequenties voor Laren? De heer Mol: Voorzitter, deze RSA is met zo’n mooi en leuk en anders dan ooit tevoren participatietraject tot stand gekomen, laat ik nadat de fracties hun zeer waarderende woorden over deze stukken hebben uitgesproken die zo leesbaar en zo in samenwerking met de raden zijn opgesteld, eerst even de vragen af te wachten. De voorzitter: Mevrouw Van Dorst. Nee? Mevrouw Van Dorst: Mijn excuses, ik was ook iets te … Volgende agendapunt. De voorzitter: Oké, geen verdere vragen. Nee, gaan we de RSA afhameren dan? De heer Mol: Voorzitter, dat zou echt zonde zijn.

Met alle respect, wij hebben onder leiding van Laren op een geheel andere wijze deze regionale samenwerkingsagenda opgesteld met een aantal betrokken regiopodia die goed zijn bezocht vanuit de raden, waar zelfs vanuit de raden nieuwe onderwerpen zijn aangebracht en wij echt ervoor hebben gekozen om een regionale samenwerkingsagenda te maken die helemaal door de gemeenteraden zelf is geschreven en die er ook in voorziet dat wij niet in één klap een soort totaal coalitieakkoord voor de regio voorleggen ter goedkeuring, maar eigenlijk in een aantal fases de komende jaren over grote vraagstukken die spelen onze regio in gesprek komen. En het is echt een enorme ruk aan het stuur en de wijze waarop wij met elkaar de regio besturen. En ik hoop ook echt dat we vanuit Laren de komende jaren daar een bijdrage aan de inhoudelijke gesprekken kunnen leveren. Voor degenen die hier al langer zitten, mevrouw Niekus zal het zeker ook weten en de heer De Jong, eerdere regionale samenwerkingsagenda's die konden wel zeventig amendementen verwelkomen vanuit de gemeenteraden omdat de gemeenteraden het spuugzat waren dat de regio weer eens voorschreef wat er allemaal, wat ze allemaal moesten vinden. Volgens mij is dit een mooie nieuwe route om dat op die manier op te stellen.

En voor de heer Van Stempvoort, op het moment dat deze regionale samenwerkingsagenda wordt omarmd volgt de regionale planvorming daar natuurlijk en de bijbehorende begroting van de regio. De voorzitter: Ja, advies is dan toch een hamerstuk, maar kunt u, burgemeester Mol, misschien in de raad nog een en ander toelichten als u dat wenst. Nee, geen hamerstuk? Wel een hamerstuk. Oké, hamerstuk. 12. Ontwerp-wijziging gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie De voorzitter: Dan gaan we naar 12, ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling BEL combinatie. En daar hebben we weer die wet Wgr, dus naar aanleiding van dit voorstel is de wijziging van de wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022. In de gewijzigde Wgr worden de keuzemogelijkheden omtrent

de werking van de gemeenschappelijke regeling en de positie van de gemeenteraden, inwoners en belanghebbenden gegeven. Nou, we hebben het al over de Wgr gehad zojuist, dus wie kan ik hierover het woord geven? Beginnen we bij mevrouw Van Dorst, D66. Mevrouw Van Dorst: Dank u wel, voorzitter. We hadden twee vragen. Wij zagen twee tegenstrijdigheden in het voorstel. In het raadsvoorstel staat dat conform de wet op de gemeenschappelijke regeling besloten de vergaderingen van het algemeen bestuur besloten moeten zijn, terwijl dat niet zo in de wet staat. Want en maar en daarna staat in artikel 1.3 van het hele voorstel dat deze voor beslotenheid voortvloeit uit een behoefte. Dat zijn twee tegenstrijdigheden, daar wilde ik op wijzen. En het tweede is: ook wordt er gesproken over regiegemeentes. Ik wilde vragen hoe dat woord eigenlijk in dit voorstel terechtgekomen was. Dat zijn onze twee vragen. De voorzitter: De heer Mol. De heer Mol: Mevrouw Van Dorst moet me even helpen, ik kan niet zo snel al die stukken scrollen. Waar ze het, kunt u, moet u het even goed aanwijzen. Mevrouw Van Dorst: In het raadsvoorstel. Oh, ik heb het, moet ik ook even mijn computer openmaken. Kijken hoor, een moment. In het raadsvoorstel wordt geslo… ja, 1.2: vergaderingen van het bestuur zijn conform de wet op de gemeenschappelijke regeling voortaan ten aanzien van alle onderwerpen besloten.

Verderop in het voorstel zelf, punt 1.3, artikel 1.3 staat zoals het ook in de wet ook opgenomen is dat dat niet besloten moet zijn, maar dat het besloten kan zijn. En in artikel punt 1.3 staat dan ook dat deze beslotenheid voortvloeit uit een behoefte. Dat zijn twee tegenstrijdige zaken. Dus 1.3 van het voorstel en 1.2 van het, hoe zeg je, bestuursvoorstel, hoe heet het, het raadsvoorstel. Ik zal het schriftelijk indienen, zal ik dat doen? De heer Mol: Ik heb helemaal in de smiezen, hoor. Als we eerst even de andere vragen kunnen doen dan kan de gemeentesecretaris even over het antwoord … Mevrouw Van Dorst: Ja, ik had ook nog de tweede vraag en de tweede vraag de regiegemeente. De heer Mol: En waar staat dat? Mevrouw Van Dorst: Ja, die vraag komt niet van mij, komt uit mijn fractie, excuses. De heer Mol: Oké nou, ik kan hem beantwoorden hoor, komt goed. De voorzitter: Dan had de heer Merckx van de VVD had ook nog vragen. U krijgt zo uw vragen, antwoorden mevrouw Van Dorst. De heer Merckx: Ja voorzitter, dank u wel. Dit is in bijlage een in de toelichting van de BEL en dat gaat over de zienswijzen die wel en niet worden toegestaan. Er wordt geadviseerd om de zienswijze verplicht te stellen voor bepaalde besluiten, leidt in ieder geval tot een vertraging.

En nou zou dus alleen maar de begroting en de jaarrekening een zienswijze worden gegeven, maar aangezien we de BEL als een uitvoeringsorganisatie hebben voor drie gemeentes en kan ik me toch voorstellen dat het prettig zou zijn voor ons als gemeenteraad dat daar waar wij al onze, laten we zeggen, administratieve organisatie in handen van de BEL hebben gelegd dat als daar wijzigingen in de uitvoeringsorganisatie worden doorgevoerd dan wel dat er een voorstel is van een vermindering van taken of het uitbesteden van taken aan andere gemeentes zoals het geval is geweest

met de ozb, dat wij daar wel degelijk een zienswijze over uit kunnen brengen. Dus ik vind dit een beetje onszelf in het pak naaien als ik het zo mag zeggen. En we moeten toch zeker controle blijven houden over de uitvoeringsorganisatie die de BEL uiteindelijk namens ons is. Dank u wel. De voorzitter: De heer Mol. Oh, mijnheer De Jong had ook nog vragen, nou, gaan we die ook eerst nog even doen. De heer De Jong: Ja, wat er besproken wordt in het BEL bestuur is dus niet openbaar en er staat dus dat raadsleden vragen kunnen stellen, maar hoe kunnen wij nou vragen stellen als we niet weten wat er besproken is in het BEL bestuur? En die hebben ook een actieve informatieplicht en we kunnen als raad nog een enquête instellen maar dat vind ik allemaal veel te zwaar. Het lijkt me eigenlijk heel handig wanneer het BEL bestuur de besluiten die er genomen zijn net als dat het college doet over hun vergadering, dat ze die besluiten gewoon ook aan de raadsleden toezenden. Het lijkt me eigenlijk een, want dan weten we ook wat er gaande is en dan kunnen we dus ook echt een vraag stellen en hoeven we niet naar op een gegeven moment een enquête in te stellen omdat we niet weten wat er gebeurt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer De Jong. De heer Mol. De heer Mol: Dank, allemaal hele goede vragen.

Even voor de scherpte: het BEL bestuur, dat is tegenwoordig een ongeleed bestuur, vroeger hadden we nog verschillende lagen in dat bestuur, het is een bestuur en die gaat dus alleen over de bedrijfsvoering van de BEL, werkelijk niets meer en niets minder. Sterker zelfs, we komen, eigenlijk vind ik soms dat we, dat je als je als drie colleges bij elkaar zit over wat meer onderwerpen, strategische onderwerpen zou moeten kunnen bespreken, nou, dat kunnen we niet in het BEL bestuur doen, daarvoor moeten de drie volledige colleges bij elkaar zitten. Wij gaan dus alleen over de tafels en de stoelen en de computers en de salarissen en eigenlijk dat wat betrekking heeft op de bedrijfsvoering. Ik ben nu binnenkort vier jaar burgemeester en in die vier jaar heb ik van alle BEL besturen nog nooit iemand op de publieke tribune gehad die bij een vergadering aanwezig wilde zijn. En eigenlijk zijn ook en dat wil niet zeggen , met andere woorden, die delen van de vergaderingen van de BEL die openbaar zouden kunnen zijn en in die zin van openbaar dat er mensen op de tribune zouden zitten, daar zitten bijna, daar heeft nog nooit iemand gezeten in ieder geval in mijn periode. Wil niet zeggen dat wij stiekeme dingen doen. De besluitenlijsten van het BEL bestuur zijn gewoon openbaar en die worden ook altijd gewoon keurig kenbaar gemaakt.

En van de besluiten die het BEL bestuur neemt worden de gemeenteraden ook altijd in kennis gesteld. En dat blijven we natuurlijk altijd gewoon doen want u moet wel gewoon in staat zijn om ons te kunnen controleren . En alles wat beleid aangaat, alle inhoudelijke keuzes dus ook alles wat wij samendoen op het gebied van groen, op het gebied van ruimtelijke ordening, op het gebied van sociaal domein, daar gaan de wethouders over vanuit de portefeuillehouders overleggen. En die voorstellen gaan altijd nog via de commissies en de raad altijd langs de raden. En als je nou bijvoorbeeld kijkt naar de, hoe wij dat bijvoorbeeld met VIBE hebben gedaan waar ook echt een heel uitgebreid raadsparticipatietraject aan vooraf is gegaan, zitten we ook steeds hier in deze zaal met de gemeenteraden samen om de voortgang van VIBE waarin we het ook eigenlijk hebben over de organisatieontwikkeling, gooien we eigenlijk best wel de boel heel open om zo breed mogelijk daarover het gesprek te voeren. Dus ik vind zelf, kijk, misschien staat het een beetje ongelukkig verwoord maar de wijziging op de wet gemeenschappelijke regeling biedt de ruimte om over meer onderwerpen dan je financiële kerndocumenten zienswijzeprocedures te gaan voeren.

En eigenlijk is ons voorstel: we zijn drie hele kleine gemeenten in een bedrijfsvoeringorganisatie, alles wat de organisatie aangaat anders dan begroting, et cetera et cetera, daar betrekken we de gemeenteraden al best uitgebreid bij. Het is overigens, dat is onze mening maar het is ook aan u om daar een mening over te vormen en volgens mij komen we redelijk goed met elkaar

tot procedureafspraken hoe we dat met elkaar moeten doen. En in die zin heeft het bestuur van de BEL niet noodzakelijk geacht om ook nog te gaan vastleggen waar dan allemaal nog extra zienswijzeprocedures over gehouden moeten worden omdat wij niet de recente ervaring hebben dat gemeenteraden hebben aangegeven, nou, wij vinden dat dit en dat ook nog aan de zienswijzeprocedure onderworpen moet worden. Dan komt daar inderdaad nog wel bij dat daar een hele uitgebreide procedure aan uit voortvloeit, maar als gemeenten dat graag willen dan doen we dat gewoon. Maar in de praktijk, kijk, bij een hele grote gemeenschappelijke regeling is het heel verstandig om dat heel goed vast te leggen waar je allemaal een zienswijzeprocedure over hebben, zoals bij de Gooi en Vechtstreek. En daar hebben we dus ook dat artikel fors uitgebreid, hebben we het hier ook met elkaar over gehad. Wij hebben ervoor gekozen, we zitten zo dicht op elkaar, we spreken elkaar zo vaak, grote wijzigingen die alleen maar betrekking hebben op de bedrijfsvoering en het gebeurt echt heel weinig, daarvoor zitten we echt wel echt uitgebreid met elkaar samen en volgt altijd nog wel zorgvuldige besluitvorming, want bijvoorbeeld ook de investering in VIBE heeft u gewoon ook via de begrotingscyclus genomen. Dan kijk ik nog eventjes, kijk nog heel even naar de gemeentesecretaris of die mij met een antwoord nog kan helpen.

De heer Van Waveren: Als het mag voorzitter, twee punten heel kort, een over die beslotenheid, de wettelijke bepaling kan ik niet, die gaan we even opzoeken en dat laten we weten. Maar de analogie zit hem in het college, het college vergadert ook van rechtswege besloten als dagelijks bestuur van de gemeente maar ook dat betekent niet dat de besluiten en de uitwerking daarvan geheim zijn, die worden gedeeld. Voor de bestuur van de BEL doen we dat zelfs met eigenlijk een extra slag eroverheen, er wordt niet alleen de besluitenlijst gepubliceerd, maar uit elk BEL bestuursvergadering wordt een raadsinformatiebrief naar de drie raden gestuurd. U ziet hem aan volgende week ook op de lijst van ingekomen stukken onder A01 staan, waarbij alle besluiten met een extra toelichting aan de raden worden gemeld. Dus zo voorzien we daar ook zo goed mogelijk in. De voorzitter: Zijn daar alle vragen bij beantwoord? Ja, ga je gang. Mevrouw Van Dorst: Ja, mag ik even reageren? Het gaat dus inderdaad ook om de taalkundigheid, omdat aan de ene kant wordt gezegd: het moet volgens de wet en aan de andere kant wordt gezegd, nou ja, wij vinden dat. En ik vind dat prima maar het klopt dus niet, het is tegenstrijdig, dat was mijn opmerking. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Van Dorst. De heer Mol. De heer Mol: Ja, ik vind dat er heel veel voor te zeggen is dat het besloten vergaderingen zijn.

Wetende dat het helemaal niet spannend is wat daar gebeurt en wetende dat alles wat daar besproken wordt na afloop altijd gewoon kenbaar wordt gemaakt en openbaar is. Maar weet, daar worden ook personele aangelegenheden besproken. Net zoals in een collegevergadering wordt wat er onder de motorkap gebeurt in de organisatie ook allemaal in het BEL bestuur besproken dus is er heel wat voor te zeggen dat die onderwerpen, dat die beraadslaging wat daar besproken wordt wel echt besloten is. En dan kijk ik toch nog, want ik zag toch de heer Merckx nog even twijfelen. Kijk, de wijziging op de wet op de gemeenschappelijke regeling is er echt voor bedoeld, is een hele goede wijziging want wij hebben in Nederland te maken met een enorm groot probleem dat we een zelfrijzend bakmeel aan gemeenschappelijke regelingen hebben, die steeds verder verwijderd raken van de inwoner die raadsleden heeft gekozen om toe te zien op de uitvoering van gemeenschappelijke taken. En daarom is het goed dat we dat steeds strakker maken en raden steeds beter in positie brengen om die gemeenschappelijke regelingen te controleren. En vandaar ook bijvoorbeeld dat we die voor de regio heel grondig hebben aangepakt. We hebben het zojuist ook over de Veiligheidsregio gehad die een hele duidelijke taak heeft, die kunnen niet ineens gaan besluiten om alle bermen te gaan maaien of zo,

die is redelijk af ... En dit is echt een ieniemienie gemeenschappelijke regeling met een hele kleine taakopvatting die dan ook over een hele kleine organisatie alleen over bedrijfsvoering gaat. En daarvan hebben wij het gevoel dat we eigenlijk de participatie van de raden en eigenlijk de grip van de raden op die drie gemeenten en die gemeenschappelijke regelingen goed georganiseerd hebben. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Mol. Oké, kan ik hier ook een H neerzetten van hamerstuk? Oh, op de regiegemeente zou nog een antwoord komen. De heer Mol: Ja, ik denk dat dat een verdwaald woord is uit de wet op de gemeenschappelijke regeling want wij zijn Laren, Blaricum, Eemnes, alle drie in regie. Maar overigens in de hele regio Gooi en Vechtstreek heb je niet, kijk, Hilversum is heel groot en is vaak de gemeente die als eerst bijvoorbeeld de subsidie ontvangt als landelijk bepaald is dat die eerst naar de regiegemeente gaat en dan verder de centrumgemeenten. Maar wij, kijk, als jij een gemeenschappelijke regeling hebt met 26 gemeenten, dan is niet iedereen gelijkwaardig aan tafel. Dan moet je een paar regiegemeenten hebben die gewoon vooraan het schip staan. Nou, daar komt die term een beetje vandaan, maar daar hebben wij, eigenlijk is er helemaal geen sprake van.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12966150/1