Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE & INFRASTRUCTUUR VAN GEMEENTE LAREN d.d. 19 januari 2021
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Als ook de wethouder zou willen gaan zitten, dan kunnen we de vergadering openen. De vergadering van de commissie R&I van de gemeente Laren is voor zitting vanavond. Ik moet melden als afwezigen mevrouw Berghorst van D66 en de heer Van Hest van het CDA. Ik weet, dat weet u al, maar toch, u wordt geacht te spreken via de voorzitter in verband met de livestream en ik verzoek u om erop te letten dat u de regels van de corona zorgvuldig in acht neemt. Dat gezegd zijnde, mag ik de agenda als geattesteerd beschouwen? Heeft u op- of aanmerkingen op de agenda? Stil. Dan is dat niet het geval en dan is hij daarmee dus vastgesteld.
2.
Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie R&I d.d. 15 december 2021 De voorzitter: Ik kom bij de vaststelling van de lijst van advies en conclusies van de vergadering van de commissie van 15 december laatstleden. Geen problemen? Kennelijk is dat het geval, dus daar zijn mee deze lijsten ook vastgesteld.
3.
Mededelingen De voorzitter: Komen we bij de mededelingen. Zijn er van de zijde van het college mededelingen? Het college schudt nee waar ik uit afleid dat het niet het geval is.
4.
Meldingen portefeuillehouders m.b.t. gemeenschappelijke regelingen De voorzitter: Dan kom ik bij punt vier van de agenda. We schieten al lekker op op deze manier. We komen beide meldingen van de portefeuillehouders met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen. Kan ik daar iets van verwachten? Ja, de heer Calis. De heer Calis, wethouder. De heer Calis: Ja, het is niet echt een verbonden partijen gemeenschappelijke regelingen, maar ik wil nog wel even melden hier dat de afronding van de overeenkomsten met Amsterdam met de provincie voor het uittreden van GNR in een finale fase zijn en wat nu nog voorligt, is de beoordeling of de uittreedsommen nu naar het GNR moeten worden overgemaakt of naar een daartoe op te richten stichting en daar wordt nog advies over ingewonnen en zodra dat dan is afgerond, hoop ik dat we de overeenkomst ook kunnen tekenen, want het enige wat de overeenkomstafronding nog in de weg staat, is een rekeningnummer en de tenaamstelling, dus als die ingevuld zijn, dan kunnen Amsterdam en de provincie ook betalen. Dat zou heel erg prettig zijn. De voorzitter: Waarvan wij kennis nemen. Op- of aanmerkingen naar aanleiding daarvan? Dat is blijkbaar niet het geval. Andere mededelingen zijn er niet van deze zijde.
5.
Stand van zaken omgevingswet De voorzitter: Dan komen we bij de stand van zaken van de omgevingswet, een regulier thema. Geeft het aanleiding tot opmerkingen? Aan de zijde van de heer Stam, wethouder.
De heer Stam: Nou, mijnheer de voorzitter, volgende maand als het goed is, staan een aantal onderwerpen uit de omgevingswet zoals een adviesdelegatie en participatie op de agenda, dus het lijkt me dat dat de tijd is om er nog eens uitgebreid over te praten. De voorzitter: Oké. Dank u zeer. Ook dat is daarmee van kennis genomen. 6.
Raadsvoorstellen a.
Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank
De voorzitter: Dan komen we al bij waar het vanavond allemaal om draait, om de raadsvoorstellen. En dat zijn er twee zoals u weet. We krijgen het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan met betrekking tot de Rabobank en we krijgen vervolgens nog een ander onderwerp te weten de verstedelijkingsstrategie van de metropoolregio Amsterdam. Maar we komen nu eerst bij het eerste, en ik mag wel zeggen het beste resistance van deze avond zo niet van dit jaar, te weten het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan voormalige Rabobank. En het voorstel luidt in, een: de nota zienswijze en Rabobanklocatie vast te stellen, twee: het bestemmingsplan herontwikkeling voormalige Rabobanklocatie gewijzigd vast te stellen, drie: geen exploitatieplan vast te stellen, en vier: het beeldkwaliteitsplan vast te stellen ter aanvulling van de welstandsnota. Dat ligt vanavond voor, maar voordat de commissie gelegenheid krijgt om daarover met elkaar te discussiëren, hebben we de grote eer vanavond om op de tribune een aanzienlijk aantal burgers te zien waar we zeer mee verguld zijn, kan ik u zeggen. Hoe meer belangstelling van de zijde van de inwoners, hoe liever, dus u bent allen van harte welkom. Jammer dat corona enige afstand moet respecteren, maar wij waarderen het bijzonder dat vanavond vanuit de burgerij hier zoveel belangstelling is.
En we hebben dan ook het genoegen om vanavond enigen onder u het woord te kunnen geven. U weet, de regelgeving daaromtrent is pijnlijk rigide, maar het is nu eenmaal zo. De voorzitter kan niet meer geven dan vijf minuten per inspreker en dan krijgt u op het einde van de discussie nadat de commissie er verder over gesproken heeft, krijgt u als u dat wilt nog de gelegenheid om nog twee minuten er iets aan toe te voegen voor hoe ver u dat zou willen. Maar we zijn nu dus aan die eerste ronde toe en dan heb ik als groot genoegen om als eerste mevrouw Koet het woord te verlenen. Als mevrouw Koet dan zo goed zou willen zijn om plaats te nemen op die tafel daar en dan zetten we ook de microfoon voor u aan en dan … Mevrouw, van harte welkom. We kennen elkaar ondertussen en ik ben bijzonder verheugd dat ik u het woord mag geven. Hij doet het nog niet, de knop. Mevrouw Koet: Deze? De voorzitter: Ja. Ja. Oké. Helemaal goed. Mevrouw Koet: Goedenavond. Daar zijn we weer en niet alleen omdat het hier zo gezellig is, maar wij zitten hier ook vol onbegrip en nog steeds met heel veel onbeantwoorde vragen. Onbegrip omdat wij gewoon niet begrijpen waarom er nu ineens zo een enorme haast is om dit plan er doorheen te jagen.
Dit plan heeft een grote impact op het centrum van ons dorp en niet alleen het aanzicht van de Burgemeester van Nispenstraat, maar veel meer nog voor de direct omwonenden zoals wij. Afgelopen zaterdag de vijftiende, dus vijf dagen geleden, lag er een brief van de gemeente in de brievenbus. Weliswaar gedateerd op de twaalfde en met de aankondiging van deze vergadering en een link naar de website van de gemeente met betrekking tot de door ons ingediende zienswijze. Daar vonden wij meer dan twintig stukken en bijlagen, honderden pagina’s. Ik weet het niet, maar heeft u ze allemaal al kunnen lezen en dus genoeg tijd gehad om u in te leven en alles te kunnen beoordelen? Nou, wij niet, want voor ons is dit best een hele ingewikkelde en onbekende materie. Het kost ons verschrikkelijk veel energie en tijd om ons hierin te verdiepen en het heeft ook een negatief effect op
onze gemoedstoestand. Uiteindelijk vonden wij dus tussen de berg aan stukken de nota beantwoording zienswijze en we zijn teleurgesteld. Het is een soort algemene reactie waarbij zienswijzen zijn gestapeld. Heel veel punten worden afgedaan met een dooddoener, namelijk: niet van toepassing. En er had dus eigenlijk net zo goed kunnen staan: je moet niet zo ontzettend zeuren. Wij hebben waanzinnig veel moeite gedaan om ons goed voor te bereiden om de zienswijze in te dienen. Er zijn kosten gemaakt voor een advocaat om ons terzijde te staan en nu krijgen wij vijf dagen voor deze vergadering deze brief die overigens niet door iedereen van de straat is ontvangen. Er zijn bewoners met vakantie. Er zijn bewoners die het überhaupt niet gekregen hebben en een van de bewoners ligt in het ziekenhuis. Dus wij zouden echt meer tijd nodig hebben om alles te kunnen lezen en beoordelen. We hebben meermaals gevraagd om een maquette, zodat een goede beoordeling van de nieuwbouw in relatie tot de bestaande woningen zou kunnen worden gemaakt. Dat is ons ooit toegezegd, maar wij hebben daar tot nu toe niets van gezien.
Zou het kunnen zijn dat een maquette duidelijk maakt dat dit bouwplan veel te groot is en de gebouwen veel te groot zijn in relatie tot de bestaande woningen? Hebben we misschien de maquette daarom als aanwonenden nog niet gezien? Toen we er destijds om vroegen, hebben we bezoek gehad van velen van u. De heer Voerman, de heer Wegter, Calis, Sakkers, Stam, en mevrouw Loman zijn bij ons geweest en wat ons betreft was dat een soort van gezellig gesprek, maar op de heer Calis na hebben wij verder geen antwoord gekregen op onze vragen. Eigenlijk hadden wij ook nu een individuele reactie verwacht op de door ons ingediende zienswijze, maar blijkbaar is dat te veel gevraagd en wij voelen ons nu niet gehoord en zien alleen dat ons een plan door de strot wordt geduwd en wij gaan er allemaal echt verschrikkelijk zwaar op achteruit en zien op de projectontwikkelaar na alleen maar verliezers. En misschien kunt u begrijpen dat wij teleurgesteld zijn wat betreft de rol van de gemeente naar de aangrenzende bewoners. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Zijn er van de zijde van de commissie nog vragen aan mevrouw Koet? Dan kunnen die nu gesteld worden. Dat is blijkbaar niet het geval. Mevrouw, dan dank ik u voor uw inbreng. Die was ruim binnen de vijf minuten. Bijzonder dank daarvoor. Dan mag ik nu uitnodigen de heer Lagerweij. De heer Lagerweij: Goedenavond.
Mijn naam is Kay Lagerweij en bewoner van de Dammaat en lid van de klankbordgroep, maar dat is denk ik inmiddels wel bekend. Vandaag is het namelijk de vijfde of de vierde keer dat ik inspreek en eigenlijk met weer min of meer dezelfde boodschap die gaat over het participatietraject en deze keer specifiek over punt zeventien van de nota beantwoording zienswijze over participatie. In de nota zienswijze wordt gesteld dat er sprake is geweest van bovengemiddelde mate van participatie. In het kader van mijn vorige inspreekbeurt tijdens de vergadering van de commissie R&I van 22 september wil ik graag een gedeelte uit de notulen voorlezen waarin de heer Stam zegt: dan denk ik dat we goed, ik kan niet anders zeggen dat we goed geluisterd hebben naar hetgeen wat u vanavond aan meningen en gevoelens heeft laten horen. Als het goed is, ziet u dat terug in het uiteindelijke plan dat we uiteindelijk weer aan de commissie en raad gaan voorleggen. Dat is dus vandaag. Ik heb ook geluisterd, ik ga nog verder met het citaat, ik heb ook geluisterd naar mijnheer Lagerweij.
Daar wil ik nog even met de ontwikkelaar over te praten om eens te kijken of we nog een keer met de bewoners kunnen praten over: wat zijn nou de precieze consequenties van het een en ander? Zonder dat we nou gelijk het hele plan ondersteboven hoeven te halen, maar dat we nog eens een keer dat gesprek aangaan over: wat is het nou precies? Wat zijn de afstanden? Wat gebeurt er met die zon? Om dan nog eens misschien in open discussie met elkaar te delen, dat wil ik nog een keer bespreken. Dat is dus toegezegd en hij gaf aan dat het bespreken dus wat mij betreft nuttig was geweest. Deze toezegging kom ik zo nog even terug. Laten we even teruggaan naar als we het hebben over participatie naar de allereerste vergadering zo een twaalf jaar geleden van deze commissie die ging over de Rabo. Toen werd wederom toegezegd al met omwonenden in gesprek te zullen gaan. Die toezegging is daarna nog tweemaal herhaald. In totaal is er dus drie keer toegezegd met de omwonenden in gesprek te zullen gaan. Aan deze belofte heeft
men zich niet gehouden. Er is nooit echt een gesprek geweest over participatie van de omwonenden en de direct betrokkenen. Uiteindelijk hebben de omwonenden zelf het initiatief genomen en met de secretaresse een afspraak gemaakt van de heer Stam. Toen vervolgens ben ik met zeven andere omwonenden hoopvol naar het gesprek gekomen bij het gemeentehuis in Laren en dat was eigenlijk zo een grote opkomst dat er uiteindelijk een PR-bureau is ingeschakeld en dat gesprek is beëindigd op korte termijn, direct eigenlijk. Over het communicatiebureau, toen omwonenden hier de heer Van Uum van het gelijknamige communicatiebureau vroegen hoe zijn opdracht luidde, antwoordde hij: de communicatie herstellen. Hier werd toch wel een beetje door ons om gelachen, want van enige communicatie was wat ons betreft helemaal geen sprake. U voelde, denken wij, nattigheid en besloot zoals dat in vaktermen heet de discussie wat breder te trekken, dus volgden er dialoogsessies met de dorpsgemeenschap. Kennelijk was dit belangrijker dan de te verwachten communicatie met de direct belanghebbenden, de omwonenden. In de tweede dialoogsessie bleek dat er sprake was van sturing door Uum naar onze mening toen de aanwezigen werden verdeeld in groepjes om voor en tegens van sloop op te schrijven.
Op dat moment stonden de omwonenden die dit doorzagen op het punt te vertrekken, maar omdat zij zich hiermee buitenspel zouden zetten, wat het voor u eigenlijk veel makkelijker had gemaakt, besloten wij te blijven en hierop werd mede op mijn instigatie een klankbordgroep opgesteld. Van de bijeenkomsten van deze klankbordgroep zijn bewust geen notulen gemaakt. Dat is afgesproken van tevoren. Er is afgesproken ook geen mededelingen te doen over de inhoud van deze gesprekken. Ik zat dus ook in de klankbordgroep en ik kan aangeven dat ik tot het eind mijn klank als enige direct betrokkene hebt laten horen tegen deze plannen. Over de meningen van anderen, voor zover aanwezig, kan ik geen uitspraken doen, maar ik was niet de enige met een tegengeluid. De conclusie: de meerderheid van de klankbordgroep is positief is dus niet juist. Wel kan ik zeggen dat bij de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep de meningen waren gepeild en een meerderheid voor behoud van het gebouw bleek te zijn. Projectontwikkelaar Voerman reageerde hierop met de woorden: ja, dit is simpelweg niet haalbaar bedrijfseconomisch en dit werd later ook nog door hem herhaald. Hierna heb ik mij tijdens de klankbordgroep pragmatisch opgesteld vanuit het principe: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.
Vervolgens werden ontwerpen van verschillende architecten gepresenteerd met aanpassingen van het bestaande gebouw die dus niet haalbaar waren en nieuwbouw. In een glijdende schaal werd de klankbordgroep naar ontwerpen geleid van nieuwe appartementen en werd alleen nog gepraat over de kleur van het hek zeg ik even gekscherend en een boom die beslist moet blijven staan. Het ging met name over de sfeer en niet over de afmetingen en allerlei andere zaken. Er zijn dus geen notulen, dus je moet het ook maar van mij aannemen. In het artikel van vandaag in de Gooi- en Eemlander, ik neem aan dat u dat allemaal heeft gelezen, zegt de heer Voerman dat hij niet begrijpt dat wij vinden geen inspraak te hebben gehad en dat hij bijna met iedereen koffie heeft gedronken. Dat is niet zo, maar de tijd van koffie was twee jaar geleden. Daarna heeft hij ons persoonlijk geen deel meer gemaakt van de plannen, laat staan zijn plannen aangepast op basis van onze op- en aanmerkingen in deze commissie. Bij ons direct betrokkenen blijft een naar gevoel over, namelijk dat wij nooit serieus gehoord zijn.
Nog even terug naar de toezegging van de wethouder die ik zojuist aanhaalde, nadat het ontwerp bestemmingsplan direct na de vergadering van uw commissie ter inzage wordt gelegd, wat ons dus hogelijk verbaasde, want wij dachten dat wij nog een moment hadden van inspraak of spraak in ieder geval, bleek de wethouder wel bereid om met omwonenden toch wel in gesprek te gaan, maar dat was al toen het bestemmingsplan ter inzage was gelegd en dat was veilig, want op deze manier had hij alleen nog de zienswijze die openstond en was er dus geen gesprek over participatie, maar een gesprek over de procedure van zienswijzen anders dan in de notulen wordt genoemd, dus wat dat betreft mosterd na de maaltijd en wederom geen inspraak. Als laatste, over communicatie gesproken, kregen we, wat mevrouw Koet ook al zei, afgelopen zaterdag een brief in de bus, dagtekening 12 januari, dat was precies zeven dagen daarvoor, dus dat is netjes gedaan, met de mededeling dat het bestemmingsplan woensdag, vandaag, op de agenda staat. Erg kort dag voor ons om de nota beantwoording zienswijze te bestuderen en hierop te
reageren. Dit lijkt me trouwens voor u als leden van de commissie R&I ook lastig om in zo een korte tijd zoveel documenten en pagina’s te beoordelen. Bij ons direct betrokkenen blijft een naar gevoel over dat wij nooit serieus gehoord zijn en dat op een slimme manier is gemanoeuvreerd om het bestemmingsplan erdoorheen te loodsen. Inmiddels accepteren wij dat er woningbouw achter ons huis gaat komen, maar het huidige plan is naar onze mening ontstaan zonder veel participatie van de direct betrokkenen en is ook niet naar omstandigheden het beste compromis. Ik spreek dus opnieuw in om duidelijk te maken dat toezeggingen over participatie niet worden nagekomen, worden verdraaid en dus om u te laten beseffen dat de stelling: er is sprake geweest van een bovengemiddelde mate van participatie onjuist is. En mijn vraag aan u allen is simpel: bent u van mening dat er echt naar de belanghebbenden, de omwonenden is geluisterd? De voorzitter: Dank u zeer. Dank u zeer. Vragen aan de heer Lagerweij? Dat is niet het geval. Dank u zeer mijnheer Lagerweij. Ook u krijgt natuurlijk straks de gelegenheid indien u dat zou wensen om nog iets toe te voegen aan het einde van het debat. Vervolgens is aan de orde de inspraak van de heer Prevaas, maar die is zelf niet aanwezig, maar hij heeft een tekst ingeleverd bij de griffier en we zijn zo vrij die tekst nu door haar te laten voorlezen.
Het woord is aan de assistent-griffier namens de heer Prevaas. Hij doet het niet? Kom maar daar. Ja. De heer Prevaas: Mijn naam is Björn Prevaas en ik woon aan de Nieuwlarenweg. Ik heb een zienswijze ingediend net als veel van de andere bewoners van onze straat en omliggende straten. We maken ons ernstige zorgen over de gebouwen die zijn gepland op het terrein van de voormalige Rabobank. Met name hebben wij grote bezwaren tegen de hoogte van de gebouwen die zouden moeten komen te staan op het huidige parkeerterrein. In onze zienswijze hebben wij aangegeven er grote moeite mee te hebben dat deze gebouwen bijna twee keer zo hoog zouden moeten worden als de bestaande huizen aan onder meer de Dammaat. Het zou betekenen dat wij deze gebouwen vanuit onze woningen en vanuit de straat overal bovenuit zien steken. In de nota beantwoording zienswijze staat: ten aanzien van hiervan de nieuwe bebouwing heeft op slechts een smal punt zich naar de door reclamanten genoemde straatjes. Dit is onzin. Het is toch niet vol te houden dat gebouwen die twee keer zo hoog zijn als de bestaande woningen niet zouden worden gezien? Die steken er bovenuit en zijn dus zichtbaar en niet alleen vanaf Bij den Toren, maar ook vanaf de Dammaat, de Nieuwlarenweg, de Stationsweg en de Burgmeester van Nispenstraat. De skyline van dit stukje van het centrum zal ingrijpend veranderen en bepaald niet ten goede.
Dit deel van het centrum valt onder beschermd dorpsgezicht dat door deze bebouwing in ernstige mate wordt aangetast. Het oordeel van welstand op dit punt is dan ook onbegrijpelijk. De wijze waarop in de nota beantwoording zienswijze op onze argumenten wordt ingegaan, beschouwen wij als zwaar ondermaats, de reacties heel kort door de bocht en inhoudelijk onjuist. Wij zijn teleurgesteld in de manier waarop het college meent te reageren op ernstige bezwaren van haar inwoners. Wij voelen ons niet gehoord en bepaald niet serieus genomen. Wij hopen dat u onze inbreng op waarde weet in te schatten en wel serieus in overweging neemt. De voorzitter: Dank u zeer. Dan is nu het woord aan de heer Schreve. De heer Schreve, u hebt het woord bij deze. De heer Schreve: Ja, doet hij het? Goedenavond allemaal. Mijn printer doet het wel, maar ik dacht wat extra licht op mijn gezicht, dan ziet u mij wat beter. De voorzitter: Kunt u goed in de microfoon spreken om het goed ook voor de luisteraars thuis? En u weet het, heel Laren luistert mee.
De heer Schreve: Ja, dat is mij bekend. Geachte voorzitter, geachte commissieleden, het is een enorm lange zit en u heeft hier al ontzettend veel tijd in gestopt en ik kan mij voorstellen dat u er klaar mee bent en graag tot een beslissing wilt komen. Desondanks hoop ik dat u nog even vol kunt houden en ook vanavond geen overhaaste conclusies trekt. Mijn intentie is niet om hier weer een klaagverhaal te houden en af te dingen op het proces dat heeft plaatsgevonden. Wel vraag ik uw aandacht voor het aantal zienswijzen dat is ingediend. Het feit dat er 22 kritische zienswijzen zijn ingediend, betekent dat er nog veel onvrede is over het plan en ja, er is een participatieproces geweest, maar ik hoop dat u ook beseft dat wij niet allemaal gepokt en gemazeld zijn zoals u. Voor veel mensen is de drempel hoog om van zich te laten horen tijdens dialoogsessies en soortgelijke bijeenkomsten. Nu de ontknoping nadert, blijkt dat de zienswijze de meest relevante spreekbuis is. U heeft waarschijnlijk de nota van zienswijze gelezen en niet de individuele zienswijze, begrijpelijk maar tegelijkertijd ook jammer omdat hiermee de belangrijke context en het gevoel van een individueel persoon of familie verloren gaat. Wel ben ik heel benieuwd wat u vindt van de beantwoording in de nota.
Ik heb zelf de indruk dat een deel van de onderwerpen nogal makkelijk en zonder verdere onderbouwing wordt weggezet met de mening dat het geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat tot gevolg heeft, maar ik ben zelf niet thuis in dit soort trajecten, dus ik hoop echt dat u uw bevindingen hierover vanavond met ons wil delen. Maar eigenlijk wil ik zelf ook niet te veel ingaan op de inhoud van de nota. Ik zit hier voornamelijk om te pleiten voor een middenweg. En begrijp mij niet verkeerd, het liefst zou ik de sloop voorkomen, maar ik snap dat dit een rijdende trein is, dus het project lijkt er te komen en daarmee gaat er gebouwd worden op een plek waar nu niets staat. Is het dan niet ook heel redelijk om dat met mate te doen en in ieder geval de twee achterste gebouwen in lijn te brengen met de hoogtes van de directe omgeving en er dus ook een woonlaag af te halen? Dan heb ik het over de twee achterste gebouwen. Ik besef me dat dit betekent dat er twee tot vier appartementen minder komen afhankelijk van de indeling die nu nog niet bekend is, maar wellicht is dit te compenseren met een aanpassing van de twee onder een kap door die bijvoorbeeld van twee woningen naar vier tot zes appartementen om te toveren. De vraag is echter of dit überhaupt gecompenseerd dient te worden.
Wat ik in ieder geval wel weet, is dat de beperking van de hoogte ongelooflijk veel uitmaakt voor de omwonenden voor allerlei redenen die in de zienswijzen zijn genoemd. Als het gaat om de hoogte van de omliggende bebouwing staat in de nota van zienswijze als antwoord dat reclamanten niet kunnen worden gevolgd in hun stelling dat de nieuwe bebouwing een voor Laren unieke hoogte zou hebben en derhalve niet zou passen. Vervolgens wordt er onder andere verwezen naar het Schoutenbosje drie en tien die een heel stuk verderop staan en dat is natuurlijk een beetje een flauw antwoord en ook een beetje spielerei met woorden als je het mij vraagt, want iedereen begrijpt wel dat wij het over ons specifieke buurtje hebben, een heel leuk buurtje moet ik overigens zeggen met de status beschermd dorpsgezicht. Een aantal van u valt over de grootte van het huidige gebouw binnen dit beschermde dorpsgezicht, dus dit is ook een uitgelezen kans om hier iets aan te doen, maar laten we dan wel voorkomen dat we in plaats van een nu zelfs drie gebouwen neerzetten met dezelfde hoogte als het huidige gebouw. Tot slot, de heer Stam is samen met mevrouw Loman onlangs bij ons thuis geweest om het plan toe te lichten. Dit was een gemoedelijk gesprek. Ik heb de heer Stam toen gevraagd hoe we ervoor kunnen zorgen dat wij als serieuze gesprekspartner worden gezien en welke bezwaren er ontvankelijk zijn.
Zo vroeg ik hem of de gemeente bijvoorbeeld bereid is om te praten over deze hoogte van het gebouw. Hierop gaf de heer Stam aan dat hij zich als college niet vrij voelt om dat soort zaken nog ter discussie te stellen gezien de eerdere vastgestelde plannen en concepten. Hij zei dat het aan de indieners van de zienswijze is om dit onderwerp ter discussie te stellen en vervolgens aan de raad om erover te beslissen. Ik hoop dan ook ten zeerste dat u vanavond kiest voor de middenweg en dat er toch nog een bepaalde mate van consensus ontstaat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Vragen van de zijde van de commissie? Niet het geval. Dank u wel. Dan komen we nu bij een inbreng van de heer Van Renen en mevrouw Duurland. Dat wordt een schriftelijke inbreng en
opnieuw zal de commissiegriffier dit voorlezen. Het woord is via de griffier aan de heer Van Renen en mevrouw Duurland. Mevrouw Kroon-Stam: Geachte leden van de commissie, als bewoners van de Nieuwlarenweg waren wij geen tegenstander van het eerste plan waarbij het huidige pand van de Rabobank werd vervangen door een gebouw op min of meer dezelfde locatie in de bestaande garage. Hoewel wij nog steeds niet tegen woningbouw zijn, vinden wij de nu voorgestelde bouwhoogtes voor de paviljoens krankzinnig. Het terrein is omgeven door kleine panden, veelal een verdieping met een kap. Een, wij verzoeken de commissie met klem de bestemming op de nu onbebouwde delen van het terrein te beperken tot maximaal twee bouwlagen, begane grond plus een verdieping en de ondergrondse parkeergarage niet groter te maken. Twee, wij vragen de commissie inhoudelijke behandeling van het voorstel in de raad uit te stellen tot er een akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden vanwege een de volgende redenen. Uit de nota van zienswijze wordt duidelijk dat de in- en uitrit parkeergarage op tien meter vanaf onze woning komt. In de nota is gesteld dat dit inpasbaar is omdat op grond van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering de aan te houden en richtafstand van dertig meter verkleind kan worden tot tien meter, omdat er ter plaatse sprake zou zijn van een gemengd gebied.
Wij vinden echter dat er wel degelijk sprake is van een rustige woonwijk. De woning is op dit moment aan de drie zijden omgeven door woonbestemmingen en na realisatie van de plannen aan vier zijden. In de gewenste situatie is er derhalve eveneens sprake van een rustige woonwijk. Dat betekent dat de richtafstand van dertig meter dient te worden aangehouden. Hiermee is duidelijk dat niet aan de voorgeschreven richtafstand wordt voldaan. Om te kunnen beoordelen of de in- en uitrit toch inpasbaar is, zal daarom een akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn. Nagegaan moet worden of er bij een planologisch maximale invulling van het bestemmingsplan wel kan worden voldaan aan de geluidsnormen uit de VNGbrochure. Daarbij kunnen wij ons niet vinden in de stelling dat er geen sprake is van een openbare parkeergarage. Er is immers niet alleen sprake van wonen, maar ook van bijvoorbeeld horeca. Ook is gesteld dat het aantal verkeersbewegingen per saldo niet toeneemt bij een vergelijking tussen de huidige en de gewenste situatie. Wij betwijfelen echter of ook de verkeersbewegingen als gevolg van de commerciële functies zijn meegenomen. Er is niet cijfermatig onderbouwd waarom er per saldo geen toename zou zijn. Wij wijzen verder op het feit dat het niet alleen gaat om de hoeveelheid verkeersbewegingen, maar ook op de wijze waarop deze zich voordoen.
Voorheen waren er alleen verkeersbewegingen op twee piekmomenten op de dag. Straks zullen deze de gehele dag door voordoen en ook in de avonden en weekenden, zeker mede gelet op de horecafunctie. Het akoestisch onderzoek zal zich om die reden moeten uitstrekken tot de geluidsbelasting als gevolg van de in- en uitrit parkeergarage en de verkeer aantrekkende werking. Met vriendelijke groet, Dennis van Renen en Antoinette Duurland. De voorzitter: Dank u zeer. Dan is de volgende inbreng komt van de heer Boudestein die eveneens zich laat vertegenwoordigen schriftelijk en mevrouw de commissiegriffier zal dit voorlezen. Via haar hoort u de heer Boudestein. Mevrouw Kroon-Stam: Mijn naam is Peter Boudestein en ik woon aan de Nieuwlarenweg 16. Ik heb een zienswijze ingediend net als veel van de andere bewoners van onze straat en omliggende straten. Wij maken ons ernstige zorgen over de gebouwen die zijn gepland op het terrein van de voormalige Rabobank. Met name hebben wij grote bezwaren tegen de hoogte van de gebouwen die zouden moeten komen te staan op het huidige parkeerterrein. In onze zienswijze hebben wij aangegeven er grote moeite mee te hebben dat deze gebouwen bijna twee keer zo hoog zouden moeten worden als de bestaande huizen aan onder meer de Dammaat. Het zou betekenen dat wij deze gebouwen vanuit onze woningen en vanuit de straat overal bovenuit zien steken.
In de nota beantwoording zienswijze staat ten aanzien hiervan: de nieuwe bebouwing
heeft op slechts een smal punt zicht naar de reclamanten genoemde straatjes. Dit is onzin. Het is toch niet vol te houden dat gebouwen die twee keer zo hoog zijn als de bestaande woningen niet zouden worden gezien? Die steken er bovenuit en zijn dus zichtbaar en niet alleen vanaf Bij den Toren, maar ook vanaf de Dammaat, de Nieuwlarenweg, De Stationsweg en de Burgemeester van Nispenstraat. De skyline van dit stukje van het centrum zal ingrijpend veranderen en bepaald niet ten goede. Dit deel van het centrum valt onder het beschermd dorpsgezicht dat door deze bebouwing in ernstige mate wordt aangetast. Het oordeel van welstand op dit punt is dan ook onbegrijpelijk. De wijze waarop in de nota beantwoording zienswijze op onze argumenten wordt ingegaan, beschouwen wij als zwaar ondermaats. De reactie is heel kort door de bocht en inhoudelijk onjuist. Wij zijn teleurgesteld in de manier waarop het college meent te reageren op ernstige bezwaren van haar inwoners. We voelen ons niet gehoord en bepaald niet serieus genomen. We hopen dat u onze inbreng op waarde weet te schatten en ons serieus in overweging neemt. Met vriendelijke groet Peter Boudestein, Nieuwlarenweg 16. De voorzitter: Dank u zeer. Dan nu het woord aan de heer Okens. Gaat u zitten mijnheer Okens, het woord is aan u. De heer Okens: Dank.
Mijnheer de voorzitter, geachte commissieleden, zoals u bekend is, zijn wij de direct omwonenden van de locatie van de voormalige Rabobank en voorstanders van behoud van het bestaande kantoorgebouw. De argumenten daarvoor hebben wij al vaak benoemd, maar ook de meerderheid van de klankbordgroep was voor behoud van het kantoor. U heeft het vanmorgen kunnen lezen in de Gooi- en Eemlander opgetekend uit de mond van de heer Voerman. Dat het gebouw ongeschikt was om te transformeren naar woningen was ook al bekend. Ook dat heeft de heer Voerman bij herhaling gemeld, maar vanaf het prille begin was alles erop gericht om het gebouw te slopen. Alleen op die manier kon de heer Voerman winst maken en dat is steeds zijn enige doel geweest, maar de vraag blijft: is dit in het belang van ons dorp? We zijn nu vier jaar verder en wat is de revue gepasseerd? Eerst twee keuzenota’s die geen keuze boden en terecht door u werden afgeserveerd. Vervolgens vroeg u om een visie, maar het college produceerde een woningbouwnota en bij de eerste zogeheten dialoogsessie in ‘…’ ruim twee jaar geleden opende de wethouder de bijeenkomst met de woorden dat, quote, de gang van zaken op dat moment niet de schoonheidsprijs verdiende. Er lijkt weinig te zijn veranderd. Nu het ontwerp bestemmingsplan ter visie is gelegd, konden er slechts zienswijzen worden ingediend.
Dat de Rabo de gemoederen bij zich houdt, blijkt uit maar liefst 22 ingediende zienswijzen. Deze worden aan de gemeenteraad gericht, maar de beantwoording wordt door het college gedaan. Dat is op zijn minst verwonderlijk. Daarna wordt de nota van beantwoording zienswijze in concept behandeld in uw commissie, daarna door de raad, maar is het niet wenselijk dat onze volksvertegenwoordigers eerst even de tijd krijgen om zich hierin te verdiepen, over uit te spreken en eventueel vragen te stellen? De nota wordt nu samen met honderden pagina’s rapporten met het ontwerp bestemmingsplan op een hoop gegooid om in een keer te worden besproken. Vanwaar deze haast? Op de conceptnota beantwoording zienswijze is zeker het een en ander aan te merken. Op veel punten is de reactie erg kort door de bocht. Bovendien worden er meermaals vreemde conclusies getrokken die in het geheel niet worden onderbouwd, maar vooral wordt er vrijwel nergens antwoord gegeven op concrete vragen die zijn gesteld. Ook krijgen de indieners geen persoonlijke reactie. De nota heeft veel kenmerken van een doelredenering, een verwijzing naar een gerechtelijk vonnis lijkt volstrekt niet vergelijkbaar en de objectiviteit ontbreekt vaak. Als je tussen de regels door leest, staat er eigenlijk: niet zeuren. Dus nogmaals het verzoek om de nota beantwoording zienswijze eerst zorgvuldig te bespreken.
Daar is mijns inziens alle aanleiding toe. Op een paar punten wil ik nader ingaan. In het eerste rapport ten aanzien van vleermuizen staat letterlijk dat het Rabokantoor een potentieel aantrekkelijke plek is voor de wettelijk zwaar beschermde vleermuizen. Allerlei spleten, gaten, openingen bieden ruime mogelijkheden en er moet conform wettelijke bepalingen nader
onderzoek worden gedaan in de periode medio april tot september, maar uit het aanvullend onderzoek blijkt dat men pas op 3 juni voor het eerst is gaan onderzoeken. Dat is zes weken later en dus voldoet het rapport helemaal niet aan de eisen. Bovendien treft men op negen locaties vleermuizen aan, maar in de Rabo net niet en de vleermuizen die ik in de zomer steeds boven de vijver in mijn voortuin zie fladderen, worden niet geregistreerd door de meetapparatuur. Dat vind ik op zijn minst opmerkelijk. Wilt u het risico lopen hiermee een ernstige fout te begaan door hiermee in te stemmen? Mijn buren, het is net voorgelezen, en ik hebben gevraagd om een onderzoek naar de te verwachten geluidsoverlast als vervolg van de verplaatsing van de inrit naar de parkeergarage. Deze zou worden verplaatst en dan ontstaat er een smalle klankkast waar het geluid in weer kaatst. Bovendien grenst de keuken van mijn buren direct aan deze inrit. Onze vraag wordt beantwoord met: wij verwachten dat het wel meevalt. Hierin wordt verwezen naar een VNG-brochure waarin ik noch de geraadpleegde advocaat de afstanden hebben kunnen vinden, maar er wordt verwezen in de nota van beantwoording. Bovendien wordt er een keuze gemaakt die niet is onderbouwd. U heeft het net gehoord. Conclusie, een vaag en bovendien volledig misleidend antwoord, inhoudelijk zwaar onvoldoende.
Zoals bekend is in de commissie ruimtelijke kwaliteit veelvuldig over het bouwplan gesproken. Uiteindelijk heeft de commissie positief geadviseerd nadat het bouwplan was aangepast aan de wens van de voorzitter van de commissie om het vooral historiserend te bouwen. De enige aanmerking die de commissie in het verleden had ten aanzien van het bestaande Rabokantoor was dat de korrelgrootte afweek van de omgeving. Ik zie nu op de plankaart vier forse bouwblokken die ook wat betreft de korrelgrootte sterk afwijken van de omgeving, dus ik heb een mailtje gestuurd naar de heer Van Laarhoven, voorzitter van de commissie, en hem gevraagd of hij van mening is dat de korrelgrootte aansluit bij de omgeving. Zijn antwoord was, quote, hij is door ons positief geadviseerd over het laatst voorgelegde schetsontwerp. Daarbij is ook rekening gehouden met de korrelgrootte van de omliggende bebouwing. Ben ik nou gek of hoe zit het? Een kind kan zien dat het onzin is. Ik heb hem hier. U ziet dit toch ook? Tot slot hebben veel omwonenden meermaals gevraagd om een maquette zodat de nieuwe situatie door u en door ons goed kan worden beoordeeld. Zonder een maquette is dat bepaald lastig, zeker als je de situatie ter plaatse niet goed kent. We moeten het nu doen met een plankaart, u heeft hem net gezien, waar alleen de goot- en nokhoogten van de nieuwe bebouwing instaan.
Die van de bestaande bebouwing zijn niet opgenomen terwijl dat toch al enige duidelijkheid had kunnen verschaffen. Ons verzoek is simpel: neem vooral de tijd om de nota beantwoording zienswijze met onze op- en aanmerkingen zorgvuldig te behandelen. Onzes inziens is daar voldoende aanleiding voor. Het gaat hier met aanzien van een belangrijke plek van ons door die zorgvuldigheid verdient. De voorzitter: Dank u zeer mijnheer Okens. Vragen aan de heer Okens? Dat is niet het geval. Dank u zeer. Dan komt nu aan het woord de heer Ten Kroode. De heer Ten Kroode. De heer Ten Kroode: Even kijken. Ja, goedenavond allemaal. Ja, concept bestemmingsplan Rabo. Ik heb dat allemaal bekeken en een zienswijze ingediend en daar is in de nota zienswijzen een antwoord op gekomen en ik was verbijsterd over dit antwoord. Een zienswijze is een zienswijze. Het woord zegt het al. Het is een visie en dat is een samenhangend geheel. Die samenhangende gehelen die iedereen heeft ingediend die zijn aan flarden getrokken en die zijn in themablokken gestapeld en op die manier zijn ze beantwoord. Dat is wel vreemd, want dat concept bestemmingsplan dat hoort in de basis gebaseerd te zijn op de ruimtelijke structuurvisie van de gemeente. Zoals het woord al zegt, ook dat is een visie en dat heeft samenhang met wat er gebeurt op recreatiegebied, wat er gebeurt op economisch gebied, dat is een samenhang.
Je kunt dus een zienswijze die iemand indient als reactie op een andere zienswijze, de uitwerking van een andere zienswijze, kun je niet zomaar aan flarden scheuren, stapeltjes van maken en daar antwoord op geven. Ik wilde daar even mijn ongenoegen over uiten. Het doet geen eer aan de inspanning die mensen daarvoor leveren. Het valt wat mij betreft onder de strategie overlaad uw vijand en verwar hem. Dat is een methode die vaak bij juristen
werkt. Verstrekt veel informatie. Zorg dat het moeilijk te koppelen is en de vijand verzuipt. Ja, en dan, er is veel gesproken nu over de Dammaat, over de Nieuwlarenweg, maar er is niet gesproken over de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat. Ja, wat wilt u nu eigenlijk met de Van Nispenstraat? Daar gebeurt namelijk nogal wat. De Chinees is recent gesloopt. Daar komt een gebouw dat aanzienlijk anders van uiterlijk is, zeg maar als je de straat binnenkomt dan kom je toch wel langs een langere stenen muur dan dat we gewend waren. Nu wordt er ook nog een Rabobank veranderd. Daar kom je straks langs een gebouw dat 4,60 meter naar voren komt. Ik ben het met een meetlatje, althans, een rolmatje gaan meten. Ik heb daar in mijn zienswijze foto’s van neergelegd. En de straat versmalt, die verkokert als het ware. Ja, wilt u dat? Wat gaat er met die straat gebeuren? Zie ik als ik vanuit Hilversum kom straks nog de toren van de Johanneskerk? In het antwoord stond dat het erom ging of we de kerk nog zagen. Toen dacht ik van: nou, hoe goed kent de beantwoorder de lokale situatie? De kerk is immers zelfs eigendom van een ander dan de toren, maar zien wij straks de toren nog als dat gebouw naar voren komt? En hoe ziet de Van Nispenstraat eruit als je vanaf de Brink komt? Want dat gebouw komt opeens naar voren. Nou, kortom, ik heb geen maquette gezien.
Ik heb geen artist impression gezien. Ik weet niet hoe die straat eruit komt te zien, maar er verandert echt heel erg veel in de straat. Er komen majeure veranderingen. Dat brengt ook andere verkeersbewegingen met zich mee. Ja, en dan hebben we natuurlijk ook dat we daar in die nieuwbouw een plint krijgen, een plint die de levendigheid en de economische vitaliteit van het dorp moet steunen, ondersteunen. Maar ook daar is nu iets in veranderd. Daar mogen geen winkels meer in komen. Dat is een probleem met het parkeren. Oké, begrijp ik, maar het was wel een voorwaarde onder dit hele plan. Nou heb ik in de klankbordgroep gezeten en daar heb ik steeds gevraagd van: goh, hoe ga je dat nou doen beste mijnheer Voerman? Hoe ga je daar nou die levendigheid en economische vitaliteit in bewerkstelligen? Ja, daar kwam dus nooit een antwoord op. Daar was van alles mogelijk. Nou, daar had ik gezegd van: ja, dat wordt wel een probleem. Het zou wel ideaal zijn als dat allemaal niet lukt om een soort sociaal maatschappelijke culturele functie te krijgen dat er dan toch winkels in komen, want de Van Nispenstraat is van oorsprong een winkelstraat. Veel panden zijn ook echt als winkel gebouwd.
Ja, en nu vallen die winkels weg, begrijpelijk, maar dan valt een beetje de basis onder dit hele plan en onder de sloop van dit gebouw weg, want dit was min of meer voorwaarde voor het slopen en het overgaan naar woningen. Ja, en wat doe je dan? Zeg je dan van: ja, oké, jammer, kan niet, een kleine wijziging? Nee nee, het was echt fundamenteel een vraag van: zorg daarvoor, dan mag jij slopen en woningen bouwen. Wat gaan we daar nou mee doen? Ik vind het een moeilijke, want je hebt het wel over een winkelstraat en wat gaat er nou in die winkelstraat gebeuren? Heeft die overlevingskans? Wat is de economische vitaliteit van die straat nog als er straks woningen komen waar eerst toen de banken nog volop actief waren een grote publiekstrekker zat? Iedereen ging regelmatig naar de bank. Dat is weggevallen en dat brengt stilte in de straat. Nou, dan zouden er winkels kunnen komen, ja, en dat gaat nu dus niet door en ik begrijp dat met de parkeerplekken, maar je moet je wel afvragen: wat gaat zo een straat nu voor toekomst tegemoet? Ik vind het heel moeilijk. Ik heb geen schets gezien. Ik heb geen idee van hoe de straat eruit gaat zien. Als je nu de straat inkomt, gaat het straks er echt totaal anders uitzien en ik vind: daar kun je niet over beslissen. Daar kunnen we nu niet over beslissen met wat er nu ligt.
Daar moet je echt een artist impression laten maken om te weten van: wat krijgen we nou straks? Het is immers een van de grote toegangswegen. Er komt massaal verkeer het dorp binnen via deze straat en dan moet je echt goed nadenken over wat je doet. Ja, en dan, ja, ik heb een vraag gesteld in mijn zienswijze over het geluid. Als je de straat versmalt, wat gaat er dan met het geluid gebeuren? Er staan daar vaak files. Dan heb ik het niet over de knetterende bolides, maar gewoon het reguliere boodschappenautootje. Die maakt ook geluid. Als die bank 4,60 meter naar voren komt en ook zeg maar een vernauwing van de straat plaatsvindt bij de voormalige Chinees, wat doet dat met het geluid? Nou, tot mijn verbazing las ik in het antwoord op de zienswijze toen de vragen werden gesteld over geluid: ja, dat deel van het dorp is dusdanig verstedelijkt dat je dat voor lief moet nemen, een beetje minder privacy en een beetje geluid moet je voor lief nemen. Ja, ik haal hier de koekoek. Die structuurvisie waar ik het
over had die de basis van het bestemmingsplan is die zegt: we willen het dorpsbeeld versterken. We willen dat behoud van het dorp speelt en kwaliteit boven kwantiteit. Dat komt zelfs terug ook in het coalitieakkoord. Ik weet dat de heer Stam vaak de neiging heeft om te zeggen: ja, weet je, zo een beleidsstuk dat veroudert op termijn. Ja, prima, maar het staat in zijn eigen coalitieakkoord. De voorzitter: Wilt u afronden, mijnheer Ten Kroode? Mijnheer Ten Kroode, wilt u afronden? De heer Ten Kroode: Ja, ik ga afronden. Nou, zijn eerste prioriteit is het behoud van de beeldkwaliteit in het dorp. Dat staat dus in het coalitieakkoord. Ja, en dan wil ik toch wel even tot slot wat er staat over sociale woningbouw. Er staat dat die norm gehaald wordt en we worden daar gigantisch geflest, want er wordt gesproken over sociaal betaalbare woningen. Die term die komt niet voor in de woonvisie. Die wordt voor het eerst geïntroduceerd in de bouwnota, de woningbouwnota en daar is die niet gedefinieerd. Er staat niet wat dat is, maar in de bouwvisie daar wordt wel gesproken over betaalbaar en dan staan er twee sterretjes achter en die twee sterretjes daaronder staan verklaard als dat betekent sociaal in die prijsklasse 180.000 sociale koop prijsniveau 2017. Vervolgens zie je dat in de woningbouwnota sociaal betaalbaar wordt geïntroduceerd.
Dat komt ook terug in deze stukken in de beantwoording van de zienswijze en dan denk ik van: ja, wat hier gebeurt is er worden hier niet-sociale woningen worden de telling in gerommeld en ik zou dus willen voorstellen dat er daar aan het college wordt gevraagd om daar een specificatie aan te geven volgens de echte sociale norm. De voorzitter: Uitstekend. Dank u zeer. Dank u wel. Zijn er vragen aan de zijde van de commissie? De heer Vos heeft een vraag voor de heer Ten Kroode. De heer Vos: Ja, misschien is het handig als je even gaat zitten. Ja, ik begrijp een ding niet helemaal, want bij de vorige sprekers kreeg ik het idee dat men vreesde voor een toename van de drukte door het feit dat er meer mensen zouden gaan wonen, meer verkeersbewegingen et cetera. Nou, dat vind ik een plausibel verhaal, maar u geeft aan in uw verhaal dat het juist veel rustiger geworden is en het waarschijnlijker nog veel rustiger zal zijn. Ik begrijp dat niet. Kunt u zich voorstellen dat ik dat niet begrijp? De voorzitter: Mijnheer Ten Kroode, u heeft het woord. De heer Ten Kroode: Ja, ik moet zeggen, maar ik heb hele slechte oren, dus ik versta het een beetje slecht. U vraagt over de drukte in de straat? De heer Vos: Neem mij niet kwalijk als ik niet duidelijk gesproken heb. Ik ga nog een poging wagen. Ik zal het kort houden, mijnheer de voorzitter, voordat u in woede ontsteekt.
De insprekers hebben aangegeven in eerdere bijdragen dat ze zeiden: ja, als er geld meer huizen komen, meer bewoners komen, dan neemt de verkeersintensiteit en daarmee de drukte toe. Nou, dat parafraseer ik eventjes, ik maak het eventjes heel kort. U geeft in uw bijdragen aan dat u zegt van: ja, maar we hebben het over een winkelstraat en een winkelstraat vraagt eigenlijk om drukte. Nou, de bank die zorgde voor heel veel drukte en dat was volop gezellig als mensen hun geld gingen weg brengen. Nou, die valt weg en u zegt: in de nieuwe situatie zal het waarschijnlijk veel rustiger zijn en dat is een heel slecht voor de vitaliteit en de levendigheid. Dan heb ik juist begrepen toch? De heer Ten Kroode: Ja, ja. De heer Vos: In uw geval en van de vorige insprekers mis ik een beetje: hoe kan het nou zo tegenstrijdig zijn? Wordt het nog drukker of wordt het nou niet drukker? En ik kan mij voorstellen dat u misschien die vraag niet
kunt beantwoorden, maar misschien wil de wethouder hier straks op ingaan, want dat is natuurlijk wel iets heel merkwaardigs om binnen eenzelfde toekomstvoorspelling zulke uiteenlopende dingen beweerd kunnen worden. Maar ik ben wel nieuwsgierig naar uw opvatting daarover. De voorzitter: Het woord aan de heer Ten Kroode. De heer Ten Kroode: Nou ja, aan de ene kant heb je druk van het verkeer natuurlijk. Er is veel doorgaand verkeer en dat levert files op in de straat, maar als het gaat over winkels, ja, dat zijn vaak mensen die hun auto geparkeerd hebben. Dat zijn vaak lopende mensen. En ja, het is stiller geworden in straat met het vertrek van de Rabo en op zichzelf zal die straat best wel overleven, alleen de vraag is: kun je als dorp het risico lopen dat een straat achteruit loopt? Dan dien je als je zulke plannen overweegt als nu voorliggen dien je die risicoinschatting te maken van: wil je daar … Bijvoorbeeld de plint heeft echt tot doel de ondersteuning van de economische vitaliteit. Daar is zo een straat onderdeel van en dan moet je je dus echt afvragen van: ja, wil je daar dus winkels creëren of niet? In elk geval, wegvallen van die winkels ondergraaft zeg maar de sloopplannen, want dat was een voorwaarde daarvoor. We moesten toch heroverwegen. Oké, en anders moest je misschien niet slopen en dan moet je er misschien toch weer kantoor van maken.
Als je wel gaat slopen, ja, dan moet je dus kijken: we willen toch wel graag die economische structuur en die vitaliteit in stand houden. Ja, dan moet je toch iets van winkels creëren als je geen andere goede publiekstrekkers hebt en dat is wel degelijk belangrijk, want we hebben ook nog een revitaliseringsnota voor het centrum en daar wordt gesproken over aangename looproute naar de grotere parkeerplaatsen met daartussen zogenaamde step and stones. Een van die routes is natuurlijk van de Brink door de Van Nispenstraat naar de Stationsweg, een grote parkeerplaats. En wat zou mooier zijn als zo een step and stone, zo een klein pleintje waar iedereen nog even wat kan rommelen voordat hij de auto ingaat voor de Rabo? Nou, dat wordt nog heel moeilijk, want dat wordt kleiner gemaakt, want de Rabobank komt naar voren. Dan blijft er niet veel over, dus als het gaat over drukte, ja, dat gaat het er mij over van: je hebt daar veel verkeer door de straat, dus dat geeft geluid als die bank naar voren komt, maar drukte op zichzelf is voor een winkelstraat goed, dat is reuring. Nou ja, zoals autoverkeer is … Er gebeurt wat in de straat. Er moet beweging zijn.
Je moet je dus gewoon goed afvragen: wat gaat er gebeuren in die straat? Wat heeft invloed als je zo een Rabobank gaat verplaatsen? Want behoud van dorpsgezicht, nou ja, korrelgrootte schijnt in dit dorp dan alleen in de lengte en in de breedte te zijn en niet in de hoogte. Korrel wordt over het algemeen kleiner, oké, dan gaat ook de hoogte naar beneden, maar dat is een wat ander verhaal, maar je dient zich af te vragen van: de economische vitaliteit van de winkelstraat die begint bij de toeloop. Als je door een dode straat het dorp binnenkomt, dan wordt dat niet leuk om te parkeren. Je wilt graag dat mensen, een van de doelen, in grote parkeerplaatsen parkeren, dan moet je de straat zorgen dat die ook meteen leuk is als ze erin komen en dat zeg ik niet uit eigenbelang, want ik heb daar een pand met een brillenzaak in en brillenzaken die zijn dat noemen ze klinkervastheid van de klanten. Die gaan niet gauw naar een ander pand toe. Mensen zijn eraan gewend. Al heel lang zitten ze daar en de klinkervastheid van bepaalde winkels dat is een looproute. Dat gaat echt niet weg. Het gaat mij meer in het belang van het dorp. Je moet zo een straat moet je dus echt vitaal houden, moet je levendig houden. De voorzitter: Oké.
De heer Ten Kroode: En denk niet dat de stappen die er nu gezet worden en de plannen die er nu liggen, zeker met het wegvallen van de winkels en de plint, ja, dat je daar moet vragen. Je moet je in elk geval afvragen of hij bijvoorbeeld een winkel in zo een plint zou willen om toch een aangename looproute en toch dat pand wat naar achter. Kijk, korrelgrootte kleiner maken, betekent niet dat als je problemen aan de Dammaat gaat oplossen dat je het naar voren schuift …
De voorzitter: Mijnheer Ten Kroode, ik begrijp dat u antwoord geeft op de vraag van de commissie, maar u heeft nu toch wel de gelegenheid genomen om nog eens vijf minuten een betoog te houden. De heer Ten Kroode: Ik doe mijn best. De voorzitter: En dat lijkt mij eerlijk gezegd ook niet fair ten aanzien van uw collega’s die in dezelfde positie zitten als u, dus ik moet u echt vragen om … De heer Ten Kroode: Ik dank u voor de extra tijd. De voorzitter: … om fair hier te handelen. Zijn er andere vragen van de zijde van de commissie? Dat is niet het geval. U wel, mijnheer …? De heer Vos: Ja, ik durf het bijna niet meer te vragen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Natuurlijk kunt u dat vragen, maar ik denk dat de heer Ten Kroode zich realiseert dat hij zich moet beperken om een beetje gelijk speelveld te houden, maar het woord is aan u mijnheer Vos. De heer …: Voorzitter, mag ik u even interrumperen? Volgens mij bent u de voorzitter van de vergadering en ik zou u willen vragen om dan ook echt die spreektijd te beperken tot een antwoord wat ook een punt heeft en niet 36 komma’s hier toe te staan. Dat is ook aan u. De voorzitter: Helemaal aan u. Ik ben helemaal in uw lijn. Ik ben niet de man om mensen voortdurend de mond te snoeren.
Dat lijkt me niet prettig, maar ik ben het geheel met uw opmerking eens en ik zal dan ook willen vragen aan de betrokkene persoonlijk met verdere vragen dan antwoorden inderdaad op een adequate manier en op een fair manier daarvan gebruik van te maken. De heer Vos heeft het woord met vragen aan de heer Ten Kroode. De heer Vos: Nee. De voorzitter: U had geen vragen? De heer Vos: Jawel, ik het wel een vraag, maar niet aan de heer Ten Kroode. De voorzitter: Oh, nee dat is prima. De heer Vos: Nee, nee. U kunt rustig blijven zitten hoor, mijnheer Ten Kroode, want straks wordt u teruggestuurd. De voorzitter: Nee, nee, nee, dat is prima. Oké. De heer Vos: Nee, ik zou het risico niet nemen. De voorzitter: Nee, nee, prima. Helemaal helder. Dat hoeft u verder niet toe te lichten. De heer Vos: Jawel, ik heb een vraag namelijk. Ik wilde mijn vraag zo dadelijk, en hij is nu nog vers en de wethouder zit nu nog druk te pennen …
De voorzitter: Nee, dan moet ik nu het woord ontnemen. We zijn nu nog bezig met … De heer Vos: Ah, maar dat is natuurlijk flauw, mijnheer de voorzitter. Omdat mijnheer Ten Kroode een te lang antwoord geeft, kan ik geen vraag stellen? De voorzitter: Mijnheer Vos, mijnheer Vos. Zullen we proberen het prettig te houden? We zijn nu bezig met de ronde met betrekking tot de insprekers. Dadelijk komt een ronde van de commissie waarbij natuurlijk het college vragen kunt stellen zoveel u wilt. Dat is duidelijk aan de orde. Op dit moment gaat het enkel over een reactie op de inspraak die aan de orde is. Dat is aan de orde, niets anders, en dadelijk komt de volgende ronde. Het woord is ten laatste aan de heer Godefroy, landschapsarchitect als zodanig in functie namens de projectontwikkelaar als ik het goed begrepen heb. Het woord is aan de heer Godefroy. De heer Godefroy: Dank u wel voorzitter. Fijn dat ik de tijd kan nemen om een aantal punten naar voren te brengen, positieve punten naar mijn idee. Wij zijn de ontwerpers van het plan sinds wat we hier 3 november 2020 alweer hebben gezien.
Ik kan mij een heel aantal punten die genoemd zijn door de vorige spreker en sprekers ook wel voorstellen en de vragen die te berde zijn gebracht en ja, zelf stemmen die mij wel positief omdat ik denk: ja, die vragen zijn eigenlijk heel zinnig en in heel veel van die vragen geven wij naar mijn idee ook op een goede manier invulling in de plannen als het gaat om levendigheid. In die functies zijn die belangen parallel, dezelfde richting op, dus is het goed als ik misschien kort aanstip. Naar ons idee maken wij met deze plannen zoals ze er nu uiteindelijk liggen een grote stap om Laren beter te maken op deze plek en het is ook echt een kans om iets te verbeteren wat op dit moment niet goed zit, niet goed ruimtelijk, daar wordt verbetering gebracht. Als het gaat om groen en ecologie en klimaat wordt het een betere plek. Als het gaat om sociale aspecten van levendigheid en leefbaarheid wordt het een betere plek en ik vind toch ook wel dat als je kijkt naar het proces, zowel van de geschiedenis van Laren als ook het proces van hoe we met elkaar tot deze plannen zijn gekomen die steeds zijn verbeterd, ja, vind ik eigenlijk ook dat het heel goed is gegaan. De heer …: Voorzitter? Voorzitter? Ik zit helemaal op rechts, excuses, of op links. Ik heb even een principevraag.
De inspraakronde is bedoeld voor vragenstellers, maar deze is onderdeel van het plan en het plan wordt zo meteen denk ik nog door de wethouder toegelicht. Ik vroeg mij even af of wij nu niet alvast een stukje van de commissiebehandeling aan het doen zijn door informatie te krijgen. De voorzitter: De afspraak is heel duidelijk. We geven de insprekers de mogelijkheid van inspraak. Dat geldt ook voor de projectontwikkelaar en daarmee is de projectontwikkelaar aan het woord geweest en zal verder bij de commissiebehandeling als zodanig zal de projectontwikkeling niet aan het woord komen. Dat is de afspraak, dus de heer Godefroy is in het kader van de inspraak heeft hij de gelegenheid om zijn standpunt mede te delen. Daarvan neemt de commissie kennis. U kunt dan ook vragen aan hem stellen en vervolgens gaat de commissie intern met de leden rond de tafel. Dat is de situatie. De heer Godefroy, u kunt nog als u nog … Of was u klaar met uw pleidooi? Nee. De heer Godefroy: Nee, ik wou er heel kort iets over zeggen. De voorzitter: Nee, gaat u door. Gaat u door. De heer Godefroy: Het gaat om de afweging die jullie moeten maken. Op stedenbouwkundig ruimtelijk gebied zien wij echt dat het een verbetering is omdat er nu een heel groot plomp gebouw staat wat qua korrelgrootte in ieder geval niet past met een lege parkeerplaats ernaast.
Dat wordt vervangen door een viertal korrels die in footprint niet meer oppervlak innemen dan de huidige bebouwing, dus dat is wel belangrijk om te zien, het
wordt niet groter qua bebouwing en die ook in hoogte niet boven de huidige Rabobank uitstijgen. Er is veel gesproken over: ze zijn wel degelijk hoger dan een aantal woningen aan de Dammaat, dat klopt, maar ze zijn met twee lagen en een kap niet hoger dan een aantal gebouwen die elders in het dorp staan, ook onder andere aan de Burgemeester van Nispenstraat, dus dan moet je gaan discussiëren hoe ver en hoe dichtbij en waar kijk ik naar? Er verandert natuurlijk wel iets, maar niet hoger dan de Rabobank, niet groter dan de Rabobank en in vier stukken geknipt wel degelijk veel beter verteerbaar door het dorp dan nu het geval en ook niet boven de korrelmaat die het dorp kenmerkt. En waarom zeg ik dat? Laren heeft echt twee gezichten en dat hebben we in het beeldkwaliteitsplan ook proberen te beschrijven dat je ziet dat het oude dorp dat heel landelijk en een beetje boers was, zeg maar een beetje de sfeer van de Dammaat en Bij den Toren, dat die tot de 19e eeuw het beeld bepaalden en later kwam, zoals jullie kennen die geschiedenis, kunstenaars ontdekt en dat er meer allure naartoe kwam, ook de Hamdorff, laten we zeggen het gebouw van de post en de dokterswoning en de burgemeesterswoning aan de Burgemeester van Nispenstraat en die waren allemaal veel meer in de fin de siècle-stijl, dus sierlijker, hoger, twee lagen en een hoge kap, verticale architectuur.
Dat tweede gezicht hebben wij ook meegenomen en dat is wel degelijk Laren, dus de tweekapper die nu bij de toren staat die is kleiner en landelijke, lage kap. Nadrukkelijk een andere architectuur reageert op die kant van het dorp en aan de kant van de Burgemeester van Nispenstraat daar is het een laag hoger, dus het is nog steeds maar twee lagen met een kap. Het zijn geen flats, geen appartementengebouwen, dus dat vind ik wel belangrijk om te onderstrepen, en daarmee voegt het zich in die kant in het gezicht van Laren en daarmee past het ook en daarom vind ik het ook niet terecht als je zegt van: de commissie gaat over kwaliteit, dan kunnen ze dat nou zeggen? Die hebben op dezelfde manier gekeken en wat ook belangrijk is, we hebben die impressies wel degelijk gemaakt. Er zijn aanzichten gemaakt van de nieuwe gebouwen in architectuur, een kleur met daarnaast en daarachter van meerdere zijden getoond hoe die korrels dan passen in hoogte, in breedte, in uitstraling in het bestaande weefsel van Laren. Dat is te zien en dat is te beoordelen, dus ruimtelijk gezien een verbetering. Ten tweede, het groen vind ik ook belangrijk om te noemen. Er staan daar een hoop bomen. Die zijn oud. Dat kun je zomaar niet vervangen. De plannen zijn zo gemaakt dat het grootste deel van die bomen kunnen blijven staan.
Er is door Pius Floris, een boomdeskundige, ook een inventarisatie gemaakt en een aantal bomen waar nieuwbouw komt, die zijn nog zodanig jong dat we die kunnen verplaatsen, dus we kunnen eigenlijk dat hele groenbestand bewaren en ook aanvullen met substantieel nieuwe bomen. Vervolgens maken wij van een kale parkeerplaats een heel aantrekkelijk mooi parkje, een plantsoen om die volumes heen wat ook voor een groot deel opengesteld kan worden en dat is interessant ook voor het dorp zelf, want dat betekent dat er plek is om te vertoeven overdag op zijn minst, dat je daar een rondje kan lopen, dat daar doorheen lopen van Bij den Toren en de Burgmeester van Nispenstraat natuurlijk een veel aantrekkelijkere route wordt en dat is ook ecologisch interessanter, dus ook het natuur inclusiever denken wat je ook in een dorp als dit moet doen, dat doen we niet alleen in de gebouwen, maar doen we ook in het parkje. Het derde punt is denk ik het sociale en de levendigheid van het dorp. Er is nadrukkelijk, en dat is ook gevraagd door de gemeente of vereist zelfs, in die plint willen wij ruimte hebben voor de invulling van functies anders dan wonen. Dat is gebeurd. Die ruimte zit er in die plint. Die zit in de onderlaag.