III-A8 college - raadsinformatiebrief jaarverslag Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2020 BIJLAGE
Tekst van het document
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
Laren juni 2021, versie 2.0
Samenvatting Met dit jaarverslag wordt verantwoording afgelegd voor de uitvoering van de diverse taken op het gebied van het omgevingsrecht door de BEL Combinatie in 2020, namens de gemeente Blaricum, Eemnes en Laren. De uitvoering van de taken ligt primair bij de clusters Vergunningen en Handhaving en draagt bij aan het beschermen en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Het verslag geeft inzicht op uitvoering van taken op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) van het omgevingsrecht zoals deze zijn vastgesteld in het Uitvoeringsprogramma VTH 2020. Daarnaast geeft het verslag inzicht in andere taken die worden uitgevoerd door de clusters Vergunningen en Handhaving van het team Vergunningen, Handhaving en Juridische Zaken. Hierbij kan gedacht worden aan taken op het gebied van de Drank- en Horecawet, de Algemene Plaatselijke Verordening en de werkzaamheden van onze Buitengewoon Opsporingsambtenaren. De taken op milieugebied worden uitgevoerd door de OFGV (Blaricum en Laren) en de RUD Utrecht (Eemnes) en zijn als afzonderlijke bijlage bij dit jaarverslag toegevoegd. De taken in het kader van brandveilig(gebruik) worden uitgevoerd door de brandweer van de Veiligheidsregio’s Gooi- en Vechtstreek en Utrecht. Net als de rest van Nederland zijn we aan het begin van 2020 geconfronteerd met coronavirus.
Dit heeft er toe geleid dat medio maart het land in een lockdown terecht kwam. Dit betekende dat van de een op andere dag bedrijfssectoren werden gesloten en dat waar mogelijk thuiswerken de norm werd. Ook voor onze clusters betekende dat grote veranderingen. Waar we gewend waren om intensief samen te werken en elkaar op te zoeken, was dat niet meer mogelijk en moesten voorzieningen getroffen worden om vanuit huis te kunnen werken. Het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte moest anders geregeld en gepland worden. Bij het opstellen van het VTH-uitvoeringsprogramma 2020 was logischerwijs geen rekening gehouden met de coronacrisis. Dit betekent dat een groot aantal van de taken opgenomen in het uitvoeringsprogramma in mindere mate of zelfs in het geheel niet konden worden uitgevoerd. Daar waar de coronacrisis invloed heeft gehad bij de uitvoering van onze taken wordt dit aangegeven. Jaarlijks wordt in het kader van Interbestuurlijk toezicht door de provincies Noord-Holland en Utrecht gekeken hoe de BEL Combinatie de wettelijke taken uitvoert. De provincies beoordelen of het uitvoeren van de VTHtaken zó is ingericht, dat deze ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’ worden uitgevoerd. De nadruk wordt gelegd op de vakgebieden Ruimtelijke Ordening (RO), Bouw- en Woningtoezicht (BWT) en Milieu.
De uitvoering van de taken door de BEL Combinatie worden door de provincies redelijk adequaat tot adequaat beoordeeld (zie hoofdstuk 4).
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
2
Inhoud Samenvatting ................................................................................................................... 2 1 Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Wat is het jaarverslag .................................................................................... 4 1.2 Waarom dit jaarverslag .................................................................................. 4 1.3 Leeswijzer .................................................................................................... 4 1.4 Doelstellingen VTH......................................................................................... 4 1.5 Team ........................................................................................................... 5 1.6 Monitoren en registratie ................................................................................. 5
2 Corona ........................................................................................................................... 6 2.1 Impact op Wabo vergunningverlening .............................................................. 6 2.2 Impact op APV/Bijzondere wetten .................................................................... 6 2.3 Impact op Handhaving en Toezichtstaken ......................................................... 6 2.4 Impact op omgevingsdiensten ......................................................................... 7
3 Wat hebben we gedaan? ................................................................................................ 8 3.1 Vergunningen ............................................................................................... 8
3.1.1 Uren .................................................................................................................................................................................... 8 3.1.2 Doelen ................................................................................................................................................................................ 9 3.1.3 Cijfers ...............................................................................................................................................................................11 3.2 Toezicht en Handhaving ............................................................................... 12
3.2.1 Uren ..................................................................................................................................................................................12 3.2.3 Toezicht ..........................................................................................................................................................................13 3.2.4 Handhaving ..................................................................................................................................................................22 3.2.5 Cijfers ...............................................................................................................................................................................25
4 Beleid en kwaliteit ....................................................................................................... 26 5 Evaluatie en conclusies................................................................................................. 29 Bijlage I Ureninzet .................................................................................................................................................................. 1 Bijlage II Vergunningen ....................................................................................................................................................... 2 Bijlage III Bezwaar en Beroep........................................................................................................................................... 5 Bijlage A: Terugblik Boa actieplan 2020 ..................................................................................................................... 7 Bijlage B: Cijfers uitvoering werkzaamheden brandveiligheid/risicobeheersing .................................... 1 Bijlage C: Beoordeling provincie Interbestuurlijk Toezicht control cyclus 2019-2020.......................... 2
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
3
1 Inleiding 1.1 Wat is het jaarverslag Jaarlijks stelt het college een uitvoeringsprogramma Vergunningen, Handhaving en Toezicht vast. In het uitvoeringsprogramma zijn activiteiten op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving op gebieden van bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid en APV/bijzondere wetgeving weergegeven. Het programma is de jaarlijkse uitwerking van het BEL Beleidsplan VTH 2019-2022.
1.2 Waarom dit jaarverslag Het jaarverslag geeft inzicht in hoeverre de geformuleerde taken uit het Uitvoeringsprogramma 2020 zijn uitgevoerd en hoe de capaciteit is ingezet. Vanuit het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (mor) is het verplicht om de VTH-taken jaarlijks te evalueren en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelen zoals opgenomen in het BEL Beleidsplan VTH 2019-2022. Het college verstrekt dit verslag aan de gemeenteraad en stuurt een afschrift van het jaarverslag aan de provincie in het kader van Interbestuurlijk Toezicht (IBT).
1.3 Leeswijzer In dit verslag kijken we terug naar de uitgevoerde werkzaamheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In dit jaarverslag komen aan de orde: Hoofdstuk 1 – Inleiding Hoofdstuk 2 – Corona Hoofdstuk 3 – Wat hebben we gedaan Hoofdstuk 4 – Beleid en Kwaliteit Hoofdstuk 5 – Conclusies
1.4 Doelstellingen VTH Vergunningverlening, toezicht en handhaving van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving heeft als doel de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Het wettelijk kader betreft hier de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), Besluit omgevingsrecht, Wet VTH, de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) en bijzondere wetten. Het BEL beleidsplan VTH 2019-2022 heeft betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving van weten regelgeving in de bebouwde en onbebouwde leefomgeving op de gebieden Wabo en APV. In dit beleid staat naleving van normen centraal evenals dat inwoners en bedrijven hun eigen verantwoordelijkheid dragen. Hierbij richt de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving zich op verbetering van naleefgedrag en heeft preventieve handhaving de voorkeur boven repressieve handhaving De colleges van Blaricum, Eemnes en Laren willen een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor hun inwoners en bedrijven. Om deze doelstellingen te behalen is het van belang dat de omgevingsvergunningen in de categorieën bouw, aanleg, sloop en (wijzigen) monument tijdig worden behandeld en van goede kwaliteit zijn.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
4
Dit wordt bereikt door kwalitatief goede vergunningen te verlenen en erop toe te zien dat regels worden nageleefd en waar nodig gehandhaafd. De eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven worden gestimuleerd bij het oplossen van onderlinge vraagstukken.
1.5 Team Het Team Vergunningen, Handhaving en Juridische Zaken bestaat uit drie clusters. Dit jaarverslag ziet op de clusters Vergunningen en Handhaving. Deze clusters bestaan uit vergunningverleners, Buitengewoon Opsporingsambtenaren (Boa’s), toezichthouders en juridisch medewerkers. Een aantal vergunningen, toezicht en handhavingstaken (hierna: VTH-taken) zijn gemandateerd aan de regionale uitvoeringsorganisaties. Milieu gerelateerde VTH-taken worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) voor wat betreft de gemeente Blaricum en Laren. De Regionale uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht voert deze taken uit voor de gemeente Eemnes. Toezicht op brandveilig gebruik wordt uitgevoerd door de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio Utrecht. Het toezicht op de Drank- en Horecawet wordt uitgevoerd door Boa’s van de regionale pool, ondergebracht bij de gemeente Hilversum. De gemeenten zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uit te voeren taken en sturen op basis van een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) via opdrachtgevers op de uitvoering van taken.
1.6 Monitoren en registratie De clusters Vergunningen en handhaving monitoren de resultaten en voortgang van de uitvoering van het VTHbeleid en uitvoeringsprogramma. De monitoringsresultaten worden gebruikt voor bijsturing van de operationele cyclus en input op de beleidsevaluatie. De voortgang van het VTH-uitvoeringsprogramma wordt periodiek in de gaten gehouden. Waar nodig wordt het uitvoeringsprogramma aangepast. Ditzelfde geldt voor de uitvoeringsprogramma’s van de omgevingsdiensten. Regelmatig vinden gesprekken plaats met de accounthouders van de omgevingsdiensten om te kijken waar ze staan met het ten uitvoer brengen van de uitvoeringsprogramma’s. Hierdoor vindt regie plaats op de uitvoer en zijn wij als BEL Combinatie op hoogte van de belangrijkste dossiers in een gemeente en is in een vroeg stadium bekend of de taken per gemeente binnen de geraamde kosten blijven. Applicaties In de OpenWave en Corsa applicaties worden aanvragen geregistreerd, dossiers aangemaakt en de voortgang per medewerker bewaakt. De ingezette uren meten we aan de hand van de applicatie TIM. Daarin registreren alle medewerkers de uren die zijn gemaakt op de daarvoor bestemde posten. Door de gegevens uit deze applicaties te combineren kan tussentijds worden gemonitord in hoeverre het uitvoeringsprogramma volgens planning verloopt en waar bijsturing plaats dient te vinden.
Informatieplan De komende jaren is de ambitie om deze programma’s verder te optimaliseren en te gaan benutten ten behoeve van verdere digitalisering en informatie gestuurd werken . In onze maatschappij vinden steeds vaker en sneller grote veranderingen plaats. Veel van de veranderingen hebben invloed op de taken en de uitvoering van die taken van gemeenten die ingrijpen op onze digitale dienstverlening naar inwoners, bedrijven en instellingen. Daarnaast zijn er nieuwe wettelijke verplichtingen waaraan we moeten voldoen. Hierbij speelt de informatievoorziening een prominente rol. Zo betekent de komst van de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) dat inwoners eenvoudiger informatie digitaal kunnen opvragen en na kunnen gaan of activiteiten wel of niet vergunning- of meldingsplicht zijn. Er komt hiermee meer verantwoordelijkheid te liggen bij onze inwoners. Tegelijkertijd wordt meer informatie automatisch gepubliceerd, wat het handelen van de overheid transparanter maakt.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
5
In 2020 is zijn er grote stappen gemaakt met het herijken van het beleid I & ICT. Dit herijkte Beleid Informatie & ICT, dat in 2021-2022 zal worden geïmplementeerd speelt in op die nieuwste ontwikkelingen, zonder onze uitgangspunten van het voorgaande beleid te laten vallen. Inmiddels hebben we verschillende digitale mogelijkheden aan de voorkant van onze organisatie ingericht en bieden we een snelle toegang voor inwoners en bedrijven aan. Achter die snelle toegang zijn onze processen gedigitaliseerd ingericht. De komende jaren richt dit beleid zich onder meer op verdergaande integrale digitalisering, robotisering, de komst van de nieuwe Omgevingswet, de ontwikkelingen op gebied van Samenwerkende Objecten Registratie en de nieuwe vereisten van informatieveiligheid.
2 Corona Net als de rest van Nederland zijn we aan het begin van 2020 geconfronteerd met coronavirus. Dit heeft er toe geleid dat medio maart het land in een lockdown terecht kwam. Dit betekende dat van de een op andere dag bedrijfssectoren werden gesloten en dat waar mogelijk thuiswerken de norm werd. Ook voor onze clusters betekende dat grote veranderingen. Waar we gewend waren om intensief samen te werken en elkaar op te zoeken, was dat niet meer mogelijk en moesten voorzieningen getroffen worden om vanuit huis te kunnen werken. Het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte moest anders geregeld en gepland worden. Bij het opstellen van het VTH-uitvoeringsprogramma 2020 was logischerwijs geen rekening gehouden met de coronacrisis. Daar waar de coronacrisis invloed heeft gehad bij de uitvoering van onze taken is dit hieronder per onderdeel beschreven.
2.1 Impact op Wabo vergunningverlening Net als eerdere jaren zijn ook in 2020 weer meer aanvragen voor het verlenen van vergunningen ingediend. Het lijkt erop dat als gevolg van de lockdown en het daardoor niet op vakantie kunnen gaan, de mensen meer aanvragen hebben ingediend om het woongenot te verhogen. Doordat thuiswerken de norm werd, is er minder fysiek overleg gepleegd. Het werken via Teams en mailwisseling heeft een sterke invloed gehad op het arbeidsproces. De beperkte openingstijden en bezetting bij het KCC/Bouwbalie leidde ertoe dat meer (telefonische) vragen ter beantwoording bij de backoffice terecht kwamen. Het doorlopen van het proces van aanvraag tot verlening vergunning kosten daarom meer uren dan andere jaren.
2.2 Impact op APV/Bijzondere wetten Er hebben in 2020 slechts een beperkt aantal evenementen plaatsgevonden. Dit kwam omdat het organiseren van evenementen vanaf maart 2020 niet meer was toegestaan. De steeds veranderende maatregelen hebben geleid tot vragen van inwoners en bedrijven. Veel inzet is gepleegd in het beantwoorden van vragen en het informeren van onze ondernemers en inwoners. Een groot deel van het jaar waren de horecagelegenheden gesloten of beperkt open. Hierover is in de regio veel overleg geweest en zijn vragen beantwoord over de noodverordening en het toestaan van een gedoogconstructie voor het openen van uitgebreidere terrassen.
2.3 Impact op Handhaving en Toezichtstaken In 2020 zijn verschillende noodverordeningen met beperkende maatregelen vastgesteld om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Deze beperkende maatregelen hielden direct verband met de toezichthoudende en handhavende taken van onze toezichthouders. Hierbij kan gedacht worden aan handhaving op de 1,5 meter maatregelen, verbod op groepsvorming, sluiting van horeca- en sportgelegenheden en het dragen van mondkapjes. Onze boa’s hebben op verzoek van de colleges is veel tijd Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
6
geïnvesteerd in het toezicht op naleving van de coronamaatregelen en het informeren en faciliteren van de inwoners en ondernemers. Hierdoor zijn andere zaken aanzienlijk minder prominent aan bod gekomen. Hierbij kan gedacht worden aan de blauwe zone of overhangend groen. Voor onze technisch medewerkers handhaving (Bouwtoezicht) gold dat de lockdown betekende dat gepast om moest worden gegaan met fysiek toezicht op de bouwplaats. Onder normale omstandigheden zijn de communicatie met eigenaren, aannemers/opdrachtgevers en het bezoeken van bouwplaatsen belangrijke pijlers om werkzaamheden goed uit te kunnen voeren. Door de lockdown waren bezoeken ter plaatse eerst uitgesloten en vervolgens beperkt mogelijk. Waar mogelijk heeft op afstand toezicht plaatsgevonden. Waar dat niet het geval was, zijn in de maanden na de eerste lockdown bezoeken ter plaatse uitgevoerd, met in achtneming van de coronamaatregelen. Hierbij is rekening gehouden met de prioriteitenmatrix zoals vastgelegd in het BEL Beleidsplan VTH 2019-2022. De prioriteit heeft met name in deze periode gelegen bij nieuwbouw van woonobjecten en gezondheidzorgfunctie.
2.4 Impact op omgevingsdiensten In de weken na de lockdown zijn door toezichthouders van de omgevingsdiensten geen fysieke controles bij bedrijven uitgevoerd. Aandacht in deze weken is gegaan naar taken die wel uitgevoerd konden worden. Hierbij kan gedacht worden aan gevelcontroles en actualiseren bedrijvenbestand. In de loop van het jaar zijn er weer controles uitgevoerd waarbij de corona-maatregelen strikt toegepast zijn. Hierbij is gebruikt gemaakt van praktische oplossingen als het toesturen van foto’s van installaties door ondernemers. Zo hoeven ondernemer en toezichthouder niet beiden in een kleine technische ruimte te staan. Desalniettemin moesten prioriteiten worden bijgesteld. Zo is ervoor gekozen om geen verzorgingstehuizen voor ouderen te controleren vanwege het besmettingsgevaar voor de bewoners. Ditzelfde geldt voor tandartsen en ziekenhuizen. Vanwege de coronacrisis zijn er geen onaangekondigde aspectcontroles bij bedrijven uitgevoerd. In beide regio’s is rekening gehouden met de moeilijke tijd waar ook ondernemers in zijn geraakt. Uit coulance hebben toezichthouders en juristen bij lichte overtredingen (zoals een nog uit te voeren keuring van een installatie) een ondernemer een langere hersteltermijn gegeven Vanwege de coronacrisis zijn horecabedrijven een groot deel van 2020 gesloten geweest en hebben er geen evenementen plaatsgevonden.
Meer informatie hierover is te vinden in de jaarverslagen VTH van de OFGV (Blaricum – Laren) en RUD Utrecht (Eemnes).
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
7
3 Wat hebben we gedaan? 3.1 Vergunningen In 2020 zijn er in totaal 1626 (2019: 1599) aanvragen bij het cluster Vergunningen binnengekomen. Deze vergunningen zijn onderverdeeld in Wabo (1248) en APV/Bijzondere wetten (378).
3.1.1 Uren In 2020 is BEL breed voor Vergunningen 101% van de jaarlijkse beschikbare uren ingezet. De uren zijn gerelateerd aan de beschikbare uren op basis van het Uitvoeringsprogramma 2020.
Het totaal aantal aangevraagde vergunningen is in 2020 met 1,7% toegenomen. Dit ondanks het feit dat een groot deel van het jaar evenementen niet waren toegestaan en horecagelegenheden gesloten waren. De toename is dan ook voornamelijk bij te vinden bij de aangevraagde Wabo omgevingsvergunningen (6,7%). In 2020 waren er twee medewerkers in opleiding (gezamenlijk voor 36 uur). Deze medewerkers waren nog niet volledig inzetbaar en kosten tijd om te begeleiden. De opleiding gebeurt deels intern door de ervaren medewerkers. In 2020 zijn minder uren dan geraamd ingezet op het onderdeel vergunningverlening Drank- en Horecawet, APV-vergunningen en bijzondere wetgeving. Een groot deel van het jaar waren de horecagelegenheden gesloten of beperkt open en was het organiseren van evenementen niet toegestaan. Onze medewerker DHW/Bijzondere wetten is daardoor ingezet in het crisisteam corona. Hierover is in de regio veel overleg geweest en zijn vragen beantwoord over de noodverordening en het toestaan van een gedoogconstructie voor het openen van uitgebreidere terrassen. In het loop van het jaar is afscheid genomen van één van onze medewerkers. Bij deze medewerker vergunningverlening APV was al langdurig sprake van ziekteverzuim, niet werk-gerelateerd. Deze functie is gelet op corona-maatregelen niet opgevuld.
De uren die hierdoor beschikbaar kwamen zijn waar mogelijk ingezet op die clusters waar ondersteuning nodig was, cluster Boa en Wabo. De beschikbare capaciteit bij de Wabo vergunningverlening was in 2020 ontoereikend. Dit heeft tot gevolg gehad dat de strategisch beleidsadviseur Vergunningen een te groot deel van de (vaak complexe) vergunningaanvragen op zich moet nemen. De komst van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging maakt versterking van de beleid adviserende taak noodzakelijk. In 2020 zijn in vergelijking met andere jaren minder uren vakantie opgenomen terwijl er ook overuren zijn gemaakt. Omdat naar verwachting deze uren alsnog worden opgenomen in 2021 zal op dat moment hierop een correctie plaatsvinden.
Een onderverdeling van de uren per gemeente is weergegeven in bijlage I.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
8
3.1.2 Doelen In het uitvoeringsprogramma 2020 waren de volgende doelstellingen en activiteiten opgenomen voor cluster Vergunningen. De doelstellingen en activiteiten vloeien voort uit de doelen die zijn opgenomen in het VTHbeleid 2019-2022. Het resultaat is bij de doelen vermeld. -
Alle aanvragen om vergunningen, meldingen en ontheffingen worden binnen de (wettelijke) termijnen afgehandeld. Bij voorkeur gebeurt dit nog sneller. Van rechtswege verleende vergunningen worden voorkomen.
In 2020 is ruim 99,5 van de binnengekomen aanvragen binnen de termijn afgehandeld. BEL Breed zijn er in totaal acht vergunningen van rechtswege verleend. In 2019 waren dit er vijf. Zes daarvan waren Apv gerelateerde vergunningen (kapvergunningen), drie in Blaricum en drie in Laren. Verder zijn er twee Wabo omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen van rechtswege verleend. Eén in Laren en één in Eemnes. De van rechtswege verleende vergunningen betroffen ontwikkelingen die op basis van de bestaande wet- en regelgeving (apv, bestemmingsplan, welstand) ook verleend zouden zijn, indien het vergunningverleningsproces wel op de juiste wijze doorlopen zijn geweest. Desalniettemin moeten van rechtswege verleende vergunningen worden voorkomen. In het kader van veiligheid, ruimtelijke impact of anderszins is het niet wenselijk dat vergunningen verleend moeten worden zonder dat het juiste proces is doorlopen en inhoudelijke toetsing heeft plaatsgevonden. De van rechtswege verleende vergunningen (hoewel minimaal in vergelijking met het aantal aanvragen) lijken het gevolg te zijn van een te grote werkdruk bij het cluster. Om dit het hoofd te kunnen bieden wordt gedacht aan een flexibele schil (zie verder onder kopje klanttevredenheid). Daarnaast is in opdracht van de gemeente Laren het kapbeleid onder de loep genomen..
Hierbij is een van de uitgangspunten het verbeteren van de procedures en motivering bij het verlenen van vergunningen voor het vellen van houtopstanden en de handhaving op de herplantplicht. Sindsdien worden vanuit Blaricum ook signalen ontvangen dat het actualiseren van het huidige kapbeleid in deze gemeente gewenst is. Bij het volgende op te stellen uitvoeringsprogramma zal dit naar verwachting opgenomen worden. -
95% van de verleende vergunningen houden stand in een eventuele bezwaar- en of beroepsprocedure.
In het BEL Beleidsplan VTH 2019-2022 is de doelstelling opgenomen dat 95% van de verleende omgevingsvergunningen stand houden in een eventuele bezwaar- of beroepsprocedure. Met deze norm wordt een hoge kwaliteit nagestreefd maar worden lastige dossiers niet uit de weg gegaan. Om dit beter in beeld te krijgen zijn het afgelopen jaar verdere stappen gezet in het registeren van de bestuursrechtelijke procedures die in behandeling zijn genomen door de clusters Vergunningen en Handhaving. Hoewel deze cijfers pas vanaf 2019 worden bijgehouden en er op dit moment nog onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om definitieve conclusies te trekken over meerdere jaren, kan al wel voorzichtig worden gesteld dat wat betreft vergunningsbeschikkingen bijna aan de gestelde norm wordt voldaan. In 2020 zijn 90% van de ingediende bezwaren en beroepen op verleende omgevingsvergunningen ongegrond verklaard (zie verder §3.2 Handhaving, onder kopje Bezwaar en Beroep).
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
9
-
Huidige klanttevredenheid blijft gedurende de beleidsperiode minimaal behouden op het niveau van 2018 en waar mogelijk verbeterd.
In het uitvoeringsprogramma 2020 is opgenomen dat zal worden gewerkt aan het inzichtelijk maken van de klanttevredenheid op een wijze die het mogelijk maakt deze blijvend te kunnen monitoren. In verband met de coronacrisis is dat dit afgelopen jaar niet mogelijk gebleken. Desalniettemin blijft dit voor ons een blijvend punt van aandacht. Voor ons is klanttevredenheid gekoppeld aan het snel, adequaat en professioneel reageren op aanvragen en vragen van onze inwoners. Dit betekent niet alleen dat onze medewerkers goed zijn opgeleid en de nodige ervaring hebben, maar ook dat we voldoende formatie (handen) hebben om aan de vraag te voldoen. We zien hierbij onder meer de volgende uitdagingen; -
Het werven van goed geschoold (vast) personeel Financiële mogelijkheden gemeenten
Om de nog steeds toenemende vraag van (complexe) aanvragen het hoofd te kunnen bieden zal moeten worden gekeken of ruimte is voor flexibele ureninzet volgens het trap op/trap af principe. Dit betekent dat de formatie afhankelijk is van de te verwachten vraag vanuit de maatschappij en dat pieken worden opgevangen door een flexibele schil. Op deze wijze kan wanneer dit nodig is voldaan worden aan de vraag (door extra in te huren) zonder dat dit tot vaste kosten leidt voor de gemeenten. In 2021 worden de mogelijkheden hiertoe nader onderzocht. Vergunningen APV en Bijzondere Wetten Naast vergunningen op basis van de Wabo worden er door het cluster Vergunningen aanvragen behandeld in het kader van de APV. Dit zijn de evenementenvergunningen, horeca gerelateerde vergunningen, vergunningen voor kansspelen, parkeervergunningen en overige vergunningen op basis van de APV en bijzondere wetten. Het is geen verrassing dat de coronacrisis gevolgen heeft gehad voor het aantal verleende vergunningen in 2020. Doordat er tijdens de lockdown geen evenementen waren toegestaan, zijn hier ook geen vergunningen voor verleend. Dit betekent echter niet dat de geraamde uren niet zijn ingezet. De coronacrisis met steeds veranderende maatregelen zorgde ervoor dat onze medewerkers hard nodig waren, o.a. in het crisisteam.
Ook dienden onze mensen als eerste vraagpunt voor ondernemers, in het bijzonder de horeca. Hierover is in de regio veel overleg geweest en zijn vragen beantwoord over de noodverordening en het toestaan van een gedoogconstructie voor het openen van uitgebreidere terrassen. Benchmark In 2020 is bij de BEL Combinatie een benchmark uitgevoerd. Aan de hand van de uitkomsten hiervan is binnen het team een start gemaakt om te kijken hoe op korte en langere termijn een bijdrage kan worden geleverd aan de ombuigingsuitdagingen voor de komende jaren Uit de benchmark bleek een hogere formatie voor WABO-taken maar tegelijkertijd een nog veel hoger aantal WABO-aanvragen. Dit betekent dat er sprake is van een tekort aan formatie Wabo-vergunning ten opzichte van het aantal ontvangen aanvragen.Tegelijkertijd bleek de formatie voor vergunningverlening APV en bijzondere wetgeving aan de wat hoge kant. Inmiddels is een deel van die formatie omgezet naar formatie voor WABO-vergunningverlening en zal een deel ingezet worden in het kader van de ombuigingstaakstelling 2021-2024. Welstand BEL De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Eén van de instrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft is het welstandsbeleid. Hiervoor is door de BELgemeenten de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (MooiSticht) ingesteld.
Deze commissie is een onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
10
plaatsing van een bouwwerk waarvoor een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is ingediend, al dan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand zoals in het welstandsbeleid bepaald. Dit beleid is specifiek bedoeld voor het uiterlijk van bouwwerken te beoordelen in relatie met de omgeving waarin het zich bevindt. Het advies van de commissie is leidend bij het beoordelen van aanvragen. In Laren is er door het college dan ook niet afgeweken van het advies. Minder complexe bouwplannen (inclusief het vooroverleg) worden afgedaan door de secretaris van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit BEL Combinatie, zolang deze binnen het daarvoor afgegeven mandaat vallen. De adviezen gegeven door de commissie zijn deskundig en onafhankelijk van aard. Het hoge niveau blijkt ook uit het stand houden hiervan in bestuurlijke procedures.
3.1.3 Cijfers Uren 2020 Taak Vergunningverlener Wabo Vergunningverlener APV/ Bijzondere wetten uitvoering corona teamassistent Aanvragen totaal aantal aanvragen Wabo aanvragen (al dan niet gecombineerd) Aanvragen APV/bijz. wetgeving Van rechtswege verleende vergunningen Welstand Blaricum Eemnes Laren totaal
Formatie Inzet uren (in uren) 6839 8204 5057 1209
3052 1047 1387
2020 1626
2019 1599
1248
1169
378
430
8
5
2020 152 78 178 408
2019 190 95 191 466
2019 5513 4181 953
Voor verdere uitsplitsing op gemeentelijk niveau zie bijlage I en bijlage II.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
11
3.2 Toezicht en Handhaving 3.2.1 Uren In 2020 is BEL breed voor cluster Handhaving 117% van de jaarlijkse beschikbare uren ingezet. De uren zijn gerelateerd aan de beschikbare uren op basis van het Uitvoeringsprogramma 2020.
Het jaar werd gestart met onderbezetting bij het cluster Boa. Ondanks krapte op de markt is het gelukt om gedurende de eerste twee kwartalen drie inhuurkrachten aan te trekken. Hierdoor is de aanwezige capaciteit in overeenstemming gebracht met het door de gemeenten beschikbar gestelde budget. Het aantal ingezette uren toezichthouders is hoger dan geraamd uitgevallen. Dit is voornamelijk te wijten aan een hogere inzet aan Boa uren veroorzaakt door de coronacrisis. Ook zijn er minder vakantie uren opgenomen dan gebruikelijk. Omdat naar verwachting deze uren alsnog worden opgenomen in 2021 zal hierop een correctie plaatsvinden. Net als in 2019 is er bij cluster Handhaving sprake van een aanzienlijke overschrijding van het aantal uren. Deels is dit te wijten aan niet opgenomen vakantie uren, deels aan een groeiend aantal overuren die gemaakt worden. Omdat naar verwachting deze uren alsnog worden opgenomen in 2021 zal hierop een correctie plaatsvinden.
3.2.2 Doelen In het uitvoeringsprogramma 2020 waren de volgende doelstellingen en activiteiten opgenomen voor cluster Handhaving. De doelstellingen en activiteiten vloeien voort uit de doelen die zijn opgenomen in het VTH-beleid 2019-2022. Het resultaat is bij de doelen vermeld. -
95% van alle meldingen met betrekking tot de openbare ruimte (MOR-meldingen) worden binnen 5 werkdagen in behandeling genomen en zo snel mogelijk afgehandeld. Na afhandeling, en tijdens de behandeling indien deze meer tijd in beslag neemt, wordt de melder op de hoogte gesteld van de bevindingen/resultaten.
In het uitvoeringsprogramma 2020 is opgenomen dat in navolging van het ‘lean’-traject (afgerond in 2019) om knelpunten te identificeren en het MOR-meldingen proces te verbeteren, ingezet wordt om in samenwerking met team communicatie te kijken naar onze wijze van communiceren en informatieverstrekking. Voor cluster Handhaving geldt dat de meeste MOR-meldingen behandeld worden door onze Boa’s. Het is lastig gebleken om ten tijde van de coronacrisis aan deze servicenorm van vijf werkdagen te voldoen. De prioriteit lag in deze periode bij het handhaven van de coronamaatregelen. In lijn met de servicenorm zijn melders op de hoogte gebracht indien niet mogelijk bleek een melding binnen 5 (werk)dagen in behandeling te nemen of af te handelen. -
De registratie van toezicht en handhaving wordt verbeterd en het naleefgedrag wordt inzichtelijk gemaakt, zodat uiterlijk in 2022 het naleefgedrag op de diverse gebieden inzichtelijk is. De doelstelling voor 2022 ten aanzien van het naleefgedrag wordt gesteld op tenminste 70% spontane naleving en 90% naleving na een eerste aanschrijving.
In het uitvoeringsprogramma 2020 is opgenomen dat zal worden gewerkt aan het vaststellen van een toetssteen. Deze toetssteen kan vervolgens in de komende jaren worden gebruikt om vast te stellen of er sprake is van een verbetering van het naleefgedrag en of de gekozen (operationele) doelen, thema’s en prioriteiten juist zijn. Door de coronacrisis is in 2020 prioriteit gegeven aan het laten doorgaan van de primaire
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
12
processen. Dit betekent dat de beoogde activiteiten voor deze doelstellingen niet zijn uitgevoerd en worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma 2021. Het opstellen van een leidraad voor het vaststellen van dwangsommen.
-
Het ontwikkelen van een toetssteen op grond waarvan het naleefgedrag in de gemeenten kan worden gemonitord om vast te stellen of er sprake is van een verbetering van naleefgedrag en dat de gekozen (operationele) doelen, thema’s en prioriteiten werken.
-
Ongebruikte vergunningen ouder dan een jaar worden ingetrokken.
In 2019 in Laren en vanaf 2020 is BEL breed een beleidsregel vastgesteld die regelt hoe wordt omgegaan met de bevoegdheid als bepaald in artikel 2.33, tweede lid, onder a Wabo (intrekken omgevingsvergunning). De beleidsregel zorgt ervoor dat vergunninghouders en belanghebbenden weten wanneer een omgevingsvergunning ingetrokken kan of gaat worden. Dit draagt bij aan de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. Aan de hand van deze beleidsregels moet het aantal verouderde omgevingsvergunningen op 0-niveau worden gebracht en gehouden. In 2020 is hier een grote inhaalslag in gemaakt. Elk kwartaal wordt aan de hand van de bij de gemeente beschikbare gegevens een controle hierop uitgevoerd. De verwachting is dat eind 2021 alle vergunningen ouder één jaar waarvan geen gebruik wordt gemaakt zijn ingetrokken. Vervolgens zal de controle hierop een blijvend onderdeel zijn van de reguliere werkzaamheden van het team.
3.2.3 Toezicht De regelgeving op het gebied van Toezicht en handhaving Wabo is opgenomen in onder andere de Wabo, de Woningwet en het Bouwbesluit. Hieronder vallen tevens de planologische voorschriften op basis van de Wet ruimtelijke ordening, opgenomen in bestemmingsplannen en het toezicht op de naleving van de gebruiksvergunningen en gebruiksmeldingen. Toezicht vindt plaats op basis van risico gestuurd toezicht. Risico gestuurd toezicht houdt in dat de controlefrequentie is gekoppeld aan de hoogte van het risico dat een omstandigheid plaatsvindt, gecombineerd met het (negatief) effect maal het naleefgedrag. Hiermee wordt gehandeld in lijn met de landelijke naleefstrategie. Toezichts- en handhavingswerkzaamheden zijn ook dit jaar weer uitgevoerd op basis van actief en reactief toezicht/handhaving. Actief toezicht wordt door de toezichthouder zelf geïnitieerd, op basis van verleende vergunningen, een werkplan of een jaarlijks controleprogramma op basis van een risico inschatting. projectmatig toezicht toezicht op tijdelijke activiteiten
routinematig toezicht
Surveillance/ schouw
Actief toezicht
Administratief toezicht/ audits
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
13
Reactief of ad hoc toezicht vindt plaats op grond van signalen vanuit inwoners, bedrijven en instellingen die jaarlijks meldingen en/of meldingen indienen met betrekking tot een breed scala aan onderwerpen.
verzoek om handhaving
Reactief toezicht
calamiteiten
meldingen
Klachten
Het resultaat van de inzet op deze vormen van toezicht staat hieronder vermeld Routinematig toezicht Routinematig toezicht is gericht op bestaande objecten tijdens de gebruiksfase. Toezicht vindt periodiek plaats op grond van een verleende vergunning (controleren op voorschriften) of algemeen geldende voorschriften (bijvoorbeeld het Acitiviteitenbesluit). De complexiteit en het risico van een object bepaalt het benodigde kennisniveau van de toezichthouder en de controlefrequentie van het aantal controles. De te controleren objecten kunnen worden onderverdeeld in brandveiligheid, milieu en bouw (incl. sloop en gebruik). Hierbij is doelstelling dat met deze vorm van toezicht de kwaliteit van bouwwerken, inrichtingen en evenementen tijdens het gebruik gewaarborgd is op het gebied van (brand)veiligheid, milieu en leefbaarheid. Brandveiligheid Veiligheidsregio De taken op het gebied van de brandveiligheid worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Utrecht en door de Veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek (Brandweer). Werkzaamheden variëren van advisering (omgevingsvergunningen, evenementen, ingebruikneming panden) tot controles/toezicht (bij inrichtingen, bedrijven en evenementen).
Tijdens het routine (ook objectgericht) toezicht wordt er in dit kader met name gecontroleerd op: - de aanwezigheid van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit 2012; - de voorschriften van een vergunning brandveilig gebruik/gebruiksmelding; - de aanwezigheid van vereiste documenten, logboeken en certificaten; - (brandende) nood- en transparantverlichting; - het blokkeren, afsluiten en niet functioneren van vluchtroutes, nooduitgangen, blusmiddelen, rookbrandscheidingen en ontruimings-, brandmeld- en rook-/warmteafvoerinstallaties In de gemeente Laren zijn in deze periode 33 adviezen en 65 controles gedaan met betrekking tot bouwen, gebruik en milieu. Verder zijn er 4 adviezen, 2 spreekuren en 5 voorlichtingen gegeven over Brandveilig Leven. Deze aantallen zijn door coronacrisis en de hiermee gepaard gaande maatregelen lager dan in andere jaren. Er worden weinig overtredingen geconstateerd. De tekortkomingen die wel worden geconstateerd zijn niet ernstig van aard en brengen de brandveiligheid niet in gevaar. Het betreffen veelal makkelijk te verhelpen constateringen als niet juist aangegeven of defecte vluchtrouteaanduidingen of het belemmeren van vluchtroutes. Betrokkenen wordt in dergelijke gevallen opgedragen deze direct op te lossen. Bij her-controles is gebleken dat tekortkomingen zijn opgelost.
Het is niet nodig geweest een handhavingsprocedure op te starten in 2020.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
14
Voor een volledig overzicht van de uitgevoerde taken in het kader brandveiligheid(toezicht)/risicobeheersing door de Veiligheidsregio, zie bijlage B Onderzoeken zorginstellingen In 2019 en 2020 zijn door de provincies Noord-Holland en Utrecht afzonderlijke onderzoeken uitgevoerd ten aanzien van de brandveiligheid bij zorginstellingen. Uit deze rapporten “Brandveiligheid zorginstellingen in de provincie Noord-Holland 2019’ en ‘Brandveiligheid bij zorginstellingen onder de loep” zijn een aantal aanbevelingen gekomen waar de veiligheidsregio’s in samenwerking met de gemeentes aan de slag zijn gegaan. In overleg met de veiligheidsregio’s hebben de colleges de provincie Noord-Holland (Blaricum en Laren) en provincie Utrecht (Eemnes) geïnformeerd dat kennis is genomen van de onderzoeken en welke werkzaamheden worden opgepakt in 2021 en verder, naar aanleiding van de in de onderzoeken gedane aanbevelingen. De reactie vanuit de colleges/veiligheidsregio’s aan de provincie zijn als bijlage bijgevoegd. Voor de BEL gemeenten geldt dat zorginstellingen een hoge prioriteit (prio 1 en 2) kennen. Dit betekent dat deze instellingen in principe jaarlijks gecontroleerd worden door de brandweer. Tot dusver zijn hierbij geen (grote) tekortkomingen waargenomen. In verband met het besmettingsgevaar is tijdens de coronacrisis voor gekozen om geen verzorgingstehuizen of ziekenhuizen te controleren.
In 2022 zal het BEL Beleidsplan VTH 2019-2022 worden geactualiseerd. De verbeterpunten aangedragen in deze onderzoeken zullen worden meegenomen in deze actualisatie waarbij nauw zal worden samengewerkt met de veiligheidsregio’s zodat de BIG-8 cyclus van de verschillende organisaties met elkaar verbonden en sluitend zijn. Brandveiligheid gebouwen: bestaand en nieuwbouw Eind 2018 vroeg de minister van BZK gemeenten om de meest risicovolle gebouwen in de gemeenten te inventariseren. Aanleiding hiervoor was de brand in de Londense Grenfell Tower. In september 2020 volgde een nieuwe brief van het Ministerie omdat gemeenten onvoldoende voortgang hadden geboekt. Om die reden verzocht de Minister de provincies om, in het kader van Interbestuurlijk Toezicht, aandacht te vragen voor de uitte voeren inventarisatie. De inventarisatie beperkt zich tot gebouwen met gevels waarvan de buitenzijde niet van beton of baksteen is en: 1. het gebouw een vloer heeft met een verblijfsgebied op een hoogte van meer dan 13 meter met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied, een woonfunctie voor zorg, een celfunctie of een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied; 2. het gebouw een vloer heeft met een verblijfsgebied op een hoogte van meer dan 20 meter met een woonfunctie of een logiesfunctie.
Ook wij hebben onderzocht of binnen de gemeente Blaricum, Eemnes en Laren gebouwen zijn die voldoen aan het hierboven genoemde risicoprofiel. De conclusie is dat er in onze gemeenten geen gebouwen zijn die hieraan voldoen. Milieu De uitvoerende taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) op het gebied van milieu zijn allemaal ondergebracht bij de omgevingsdienst RUD Utrecht (Eemnes) en de OFGV (Blaricum en Laren). Het gaat hierbij om periodieke controles waarbij de frequentie afhangt van de milieucategorie waarin het bedrijf zich bevindt. Milieubelastende activiteiten worden op deze manier gemonitord. Voor de taken die worden uitgevoerd door de omgevingsdiensten wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma vastgesteld. Voor het totaaloverzicht van de uitgevoerde taken wordt kortheidshalve verwezen naar het jaarverslag van de omgevingsdiensten. Deze worden als bijlage toegevoegd aan het jaarverslag Milieu, team RO/OR.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
15
Toezicht tijdelijke activiteiten Dit betreft toezicht op de uitvoering van verleende omgevingsvergunningen voor activiteiten bouwen, slopen, aanleggen en/of wijzigen van monumenten. Daarnaast is er ook sprake van administratief toezicht. Deze vorm van toezicht richt zich op de controle van (constructie)berekeningen, vrijwaringsbewijzen asbest en andere bescheiden die na vergunningverlening of het doen van meldingen moeten worden aangeleverd om aan te tonen dat aan wet- en regelgeving wordt voldaan. Tot slot vallen ook controles in het kader van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) hieronder. Met deze vormen van toezicht wordt beoogd dat in overeenstemming met verleende vergunningen en meldingen wordt gehandeld. Toezicht hierop wordt primair uitgevoerd door onze technisch medewerkers handhaving (bouwtoezicht). Voor onze toezichthouders gold dat de lockdown betekende dat gepast om moest worden gegaan met fysiek toezicht op de bouwplaats. Door de lockdown waren bezoeken ter plaatse eerst uitgesloten en vervolgens beperkt mogelijk. Waar de situatie dit toeliet, heeft er op afstand toezicht plaatsgevonden. Waar dat niet mogelijk was zijn in de maanden na de eerste lockdown bezoeken ter plaatse uitgevoerd, met in achtneming van de coronamaatregelen. Hierbij is rekening gehouden met de prioriteitenmatrix zoals vastgelegd in het BEL Beleidsplan VTH 2019-2022.
In 2020 zijn er ondanks de beperkingen controles door onze toezichthouders uitgevoerd. Niet alle bezoekmomenten worden noodzakelijk vastgelegd of zijn afgesloten. Bijvoorbeeld als er nog geen werkzaamheden blijken uitgevoerd te zijn, er geen uitzonderlijkheden zijn aangetroffen dan wel dat dossiers doorlopen in het volgende jaar. Het werkelijke aantal controles ligt daarom hoger. Alle gestarte bouwwerkzaamheden met hoge prioriteit op basis van de prioriteitenmatrix zijn minstens eenmaal en in veel gevallen vaker door een toezichthouder bezocht. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling een bijdrage te leveren aan een veilige woon- en leefomgeving. Gebiedsgericht toezicht Gebiedsgericht toezicht heeft betrekking op toezicht en handhaving van activiteiten die zijn gerelateerd aan geografische gebieden en is in beginsel gericht op naleving van de Algemeen Plaatselijke Verordening en bouwregelgeving. Hierbinnen zijn de volgende thema’s te onderscheiden: - Toezicht op APV en niet inrichting gebonden milieuactiviteiten; - Toezicht op (strijdig) gebruik en illegaal oprichten van bouwwerken; - Toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de openbare weg en ruimte. Toezicht hierop vindt plaats door onze Boa’s en de technisch medewerkers handhaving.
Onze Buitengewoon Opsporingsambtenaren Normaal gesproken worden door de Boa’s werkzaamheden uitgevoerd en activiteiten gepland op grond van het uitvoeringsprogramma en actieplannen van dat jaar. Op verzoek van de colleges is tijdens de coronacrisis veel tijd geïnvesteerd in het toezicht op naleving van de coronamaatregelen en het informeren en faciliteren van de inwoners en ondernemers. Hierdoor is er helaas onvoldoende ruimte geweest voor prioriteiten gesteld in het boa-actieplan 2020. Tijdens de coronacrisis zijn verschillende noodverordeningen met beperkende maatregelen vastgesteld om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Deze beperkende maatregelen hielden direct verband met de toezichthoudende en handhavende taken van onze toezichthouders. Om deze maatregelen te controleren voerden de toezichthouders gebieds- en objectgerichte controles uit.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
16
De beperkende maatregelen zorgden voor drukte op andere locaties, bijv. natuurgebieden. Hierdoor werd het in deze gebieden te druk en was extra toezicht en handhaving noodzakelijk. Ook zijn er door de buitendienst diverse borden en hekken geplaatst om bezoekers te ontmoedigen en de toestroom aan mensen te beperken. In de zomer werden de maatregelen versoepeld. Echter de 1.5 meter maatregel bleef bestaan. Dit had als effect dat jongeren onder 18 zich verzamelden bij het skatepark bij het huis van Eemnes en bij de Eem om te zwemmen en op de Brink in Laren om auto’s te spotten. Ook waren er meer bezoekers bij Bluk en op de dagcamping op de Hilversumseweg. Ditzelfde geldt voor de locaties de brug in de Blaricummermeent en het Stichtse Strand. Dit had als effect dat het aantal meldingen (jeugd)overlast en geluidsoverlast op deze locaties toenamen. In de herfst en winter was het druk met ‘regulier’ toezicht op corona. Naast de handhavende en toezichthoudende taken zijn in samenwerking met team Communicatie diverse acties uitgevoerd, zoals het tegengaan straatgraffiti, het inzetten van hosts in de dorpen en het uitdelen van mondkapjes. Voor een volledig overzicht van het jaar van onze Boa’s wordt verwezen naar bijlage A: terugblik Boa actieplan 2020.
Onze technisch medewerkers Handhaving Gebiedsgerichte controles uitgevoerd door de technisch medewerkers handhaving zijn voornamelijk gericht op illegale bouw of gebruik en (het registreren van) vergunningvrije bouwwerken. In het BEL Beleidsplan VTH 2019-2022 wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners bij het naleven van de regels. Er wordt gestreefd naar een naleefgedrag van tenminste 70% spontane naleving en 90% naleving op eerste aanschrijving. Eén van de middelen om dit te realiseren is er voor te zorgen dat bewoners merken dat vanuit gemeente hier voldoende op wordt gecontroleerd. In het jaarverslag 2019 is al eerder aangegeven dat door onderbezetting bij de technisch medewerkers handhaving afgelopen jaren, gebiedsgericht toezicht onvoldoende mogelijk was. Dit heeft er voor gezorgd dat de mogelijkheid bestaat dat in het verleden bouwwerken zijn opgericht zonder dat hiervoor een vergunning is verleend waar dit wel verplicht was. Hierbij kan gedacht worden aan het oprichten/aanleggen van bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan of redelijke eisen van welstand, bijv. (te hoge en dichte) schuttingen, bouwwerken in het voorerf of verbreidingen van opritten. De openstaande vacatures zijn in 2019 opgevuld waardoor het in uitvoeringsprogramma VTH 2020 mogelijk was een eerste invulling te geven aan projectmatig gebiedsgericht toezicht.
Dit is gedaan door middel van het projectmatig aanpakken van het gebiedsgericht toezicht in Eemnes (zie verder thematisch toezicht Eemnes). De ervaring die met dit project de komende jaren wordt opgedaan, zal bijdragen aan verkrijgen van inzichten om de pakkans te vergroten door het signaleren en aanpakken van hotspots en daarmee de spontane naleving van de wet- en regelgeving in de BEL-gemeenten te vergroten. De verwachting is dat met de komst van de Wet Kwaliteitsborging waarmee een deel van de taken die nu nog liggen bij de gemeente bij de private markt wordt gelegd, uren kunnen worden vrijgemaakt waardoor nog meer de nadruk kan worden gelegd op het gebiedsgericht toezicht. Taken die vervallen zijn o.a. de bouwtechnische toets van een bouwplan en toezicht op naleving bouwtechnische voorschriften uit het bouwbesluit bij vergunningen gevolgklasse 1.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
17
Thematisch toezicht Binnen thematisch toezicht is ingezet op speerpunten voor toezicht en handhaving die voor 2020 in het uitvoeringsprogramma zijn opgenomen. Blaricum De Kampen In een 'gebiedsakkoord' is voor het gebied de kampen (poldergebied van circa 200 hectare, gelegen ten zuidoosten van de A27) afgesproken dat handelingen worden verricht gericht op het behoud, herstel en ontwikkelingen van de in dit gebied voorkomende natuur- en landschapswaarden. Doel Het gebied in overeenstemming brengen met het geldende bestemmignsplan ten behoeve van behoud, herstel en ontwikkelingen van de in dit gebied voorkomende natuur- en landschapswaarden. Wat hebben we gedaan In verband met de coronacrisis, het verschuiven van prioriteiten en werkzaamheden als ook een toename in de reguliere werkzaamheden is dit streefpunt met een jaar uitgesteld en opgenomen in het uitvoeringsprogramma VTH 2021. Parkeeroverlast- Blauwe zone/schoolzones In en rondom de dorpskern (blauwe zone), maar ook rondom scholen en andere gebouwen met een publiekstrekkende functie, wordt regelmatig geparkeerd op plaatsen waar dit niet is toegestaan. Dit leidt tot ergernissen, hinderlijk en soms gevaarlijke situaties. Doel Het beperken van hufterparkeren in en rondom de dorpskern en scholen om de verkeersveiligheid in deze gebieden te vergroten.
Wat hebben we gedaan Door de lockdown waren horecagelegenheden, wnkels en scholen langdurig gesloten in 2020. Er is daarom gekozen de inzet van onze toezichthouders te prioriteren op het informeren van onze inwoners/ondernemers over de coronamaatregelen en het toezien op de naleving daarvan. Het streefpunt is daarom doorgeschoven en opgenomen in het uitvoeringsprogramma VTH 2021. Bermen-overhangend groen Blaricum Dorp en Villagebieden We ontvangen (meer) signalen vanuit inwoners en onze toezichthouders over in gebruik genomen of afgesloten bermen in het dorp. Dit zorgt niet alleen voor hinder maar ook van overlast en/of gevaarlijke situaties. Daarnaast blijft overhangend groen onze aandacht houden. Omdat voertuigen niet in de bermen kunnen worden geparkeerd, wordt dit (deels)op de weg gedaan. Dit leidt tot smallere wegen en belemmert de verkeersdoorstroming. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden, o.a. omdat hulpdiensten onvoldoende (snel) gebruik kunnen maken van de wegen Doel Het beperken van onjuist gebruik van de bermen en het tegengaan van overhangend groen ter verbetering van de verkeersdoorstroming en veiligheid in Blaricum dorp. Wat hebben we gedaan De taken op het gebied van overhangend groen en bermen zijn zoveel mogelijk overgenomen door onze dorpsconciërge Blaricum. Bewoners zijn door hem aangesproken op ongewenste situaties.
Hier is door bewoners gehoor aan gegeven. In verband met de coronacrisis heeft dit streefpunt desalniettemin minder aandacht van onze boa’s gekregen dan geraamd en zal daarom in 2021 opnieuw worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
18 Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
Eemnes Projectmatige aanpak gebiedsgericht toezicht Vanuit college, raad en inwoners is de wens uitgesproken (meer) prioriteit te geven aan het gebiedsgericht toezicht. In het bijzonder dient aandacht te worden gegeven aan het zonder daarvoor benodigd oprichten van bouwwerken en strijdig gebruik in het buitengebied. Doel Het behouden van de karakteristieke eigenschappen van de gemeente Eemnes in de polder, natuurgebieden en bebouwde omgeving. Daarnaast draagt het bij aan het verbeteren van het naleefgedrag bij onze inwoners. Wat hebben we gedaan Begin 2020 is een plan van aanpak gebiedsgericht toezicht opgesteld. Om de beschikbare toezichtscapaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten en een kwaliteitslag te maken ten aanzien van het gebiedsgericht toezicht, is er voor gekozen om dit op projectmatige wijze aan te pakken. Het buitengebied van Eemnes is in deelgebieden verdeeld. Op deze manier wordt er naar gestreefd om eind 2022 het gehele buitengebied van Eemnes in kaart te hebben gebracht. In 2020 is deelgebied 1a en een gedeelte van deelgebied 2 in kaart gebracht. Dit heeft er toe geleid dat enkele perceeleigenaren zijn aangesproken op het hebben van bouwwerken zonder vergunningen op percelen. Het heeft niet geleid tot formele handhavingsprocedures.
Naar aanleiding van signalen vanuit inwoners, college en raad zijn een aantal percel niet behorend tot deelgebieden 1a en 2 bezocht. Deze hebben wel tot formele handhavingsprocedures geleid. Het college en raad worden separaat over de voortgang van deze dossiers geïnformeerd. Dit thema zal ook in 2021 en 2022 opgenomen worden in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Goyergracht Noord en Zuid Door de tijd heen is de agrarische functie van het gebied onder druk komen te staan. Dit heeft geleid tot een brij van (illegale) bebouwing en opslag op de Goyergracht. Doel De percelen op de Goyergracht in overeenstemming brengen met het geldende bestemmingsplan. Wat hebben we gedaan In 2020 zijn met uitzondering van een aantal complexere kwesties, de laatste dossiers opgepakt binnen dit project. In 2020 heeft de nadruk gelegen bij het zuidelijke deel van de Goyergracht. In tegenstelling tot het begin van het project is dit zonder externe inhuur gedaan. De coronacrisis heeft vertragend gewerkt in dit project. Doordat prioriteiten en werkzaamheden verschoven moesten worden, heeft er voor gezorgd dat in 2021 nog enkele (complexe) dossiers moeten worden opgepakt. Bij de dossiers die wel konden worden opgepakt, werden uit coulance naar onze inwoners/ondernemers langere begunstigingstermijnen gehanteerd.
Er wordt naar gestreefd in de loop van het 3e kwartaal van 2021 de eindrapportage aan tekunnen bieden aan college en raad.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
19
Laren Voorwerpen op de openbare weg Naast ruimtelijke kwaliteit willen we een veilige situatie op de wegen in onze gemeente. Bij uitstallingen speelt aan de ene kant het aspect toegankelijkheid een rol en aan de andere kant de begrijpelijke wens van ondernemers om hun waar aan de buitenwereld te tonen. De meeste ergernis is afkomstig van uitstallingen op de openbare weg. Het gaat dan vooral om uitstallingen die niet direct voor of tegen de winkel worden geplaatst maar op een andere plek op het trottoir. Of bij situaties dat het trottoir zodanig smal is dat geplaatste uitstallingen het gebruik van de stoep bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. In 2019 is gewerkt aan het actualiseren van nadere regels ten behoeve van voorwerpen op de weg Doel Het gebied in overeenstemming brengen met het geldende bestemmignsplan ten behoeve van behoud, herstel en ontwikkelingen van de in dit gebied voorkomende natuur- en landschapswaarden. Wat hebben we gedaan Aan het begin van 2020 zijn we voortvarend met dit streefpunt aan de slag gegaan. Ondernemers zijn zowel per brief als via social media geïnformeerd over het nieuwe beleid t.a.v. voorwerpen op de openbare weg en onze toezichthouders hebben in het centrum rondgelopen en ondernemers nader geïnformeerd en waar nodig aangesproken. Na de lockdown was verdere inzet op dit streefpunt echter niet meer mogelijk.
Richting het derde kwartaal, ten tijde van de eerste versoepelingen was de verwachting dat dit weer opgepakt kon worden. Dit bleek helaas uiteindelijk niet het geval. Desalniettemin, een enkele uitzondering daargelaten, zijn er weinig excessen gesignaleerd. Voor de uitzondering wordt gezocht naar een maatwerkoplossing die recht doet aan deze situatie. We gaan ervan uit dat ook deze situatie z.s.m. opgelost wordt. Dit thema is voor 2021 niet meer als streefpunt opgenomen en zal voortaan binnen de reguliere werkzaamheden van onze toezichthouders worden opgepakt. Parkeren/Blauwe zone In en rondom de dorpskern (blauwe zone) wordt regelmatig geparkeerd op plaatsen waar dit niet is toegestaan. Dit leidt tot ergernissen, hinderlijk en soms gevaarlijke situaties. Doel Het beperken van hufterparkeren in en rondom de dorpskern en scholen om de verkeersveiligheid in deze gebieden te vergroten. Wat hebben we gedaan Door de lockdown waren horecagelegenheden, wnkels en scholen langdurig gesloten in 2020. Er is daarom gekozen de inzet van onze toezichthouders te prioriteren op het informeren van onze inwoners/ondernemers over de coronamaatregelen en het toezien op de naleving daarvan. Het streefpunt is daarom doorgeschoven en opgenomen in het uitvoeringsprogramma VTH 2021.
Procesoptimalisatie proces vellen houtopstanden De afgelopen jaren signaleren we dat het aantal aanvragen voor vergunningen en de maatschappelijke belangstelling/zorg voor het vellen van houtopstand toeneemt. Dit is mede te danken aan het aantrekken van de economie en daarmee de realisatie van nieuwbouwprojecten op nieuwe en bestaande locaties. Doel We streven er naar dat de verlening van vergunningen voor het vellen van houtopstand en handhaving op illegale kap en uitvoering van herplantplicht van een kwalitatief hoog niveau is.
Jaarverslag Uitvoeringsprogramma VTH 2020
20
Wat hebben we gedaan We hebben onze sjablonen voor het verlenen van kapvergunningen aangepast. Beschikkingen zijn hierdoor beter te lezen en te begrijpen voor de aanvrager. Tevens is er een verbeterslag gemaakt in de belangenafweging en is deze standaard onderdeel van de beschikking geworden. Met een belangenafweging wordt het belang voor het vellen van houtopstand afgewogen tegen het belang deze te behouden. Tot slot wordt gewerkt aan een actualisatie van het kapbeleid. In dit kapbeleid zal het verwijderingsbelang objectief afgewogen worden tegen de boomwaarde. In de Apv zijn weigeringsgronden benoemd gerelateerd aan de mogelijke waarden van een houtopstand. Maar er kunnen ook reden zijn om een boom te willen verwijderen (bijv. Wortelopdruk, schaduw, overhangende takken). In het nieuwe kapbeleid wordt een toetsingskader verwerkt waarin deze aspecten op een transparante manier tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Deze zal naar verwachting medio 2021 worden vastgesteld. Actualiseren standplaatsenbeleid /marktplaatsverordening Het huidige standplaatsenbeleid (2016) en marktplaatsverordening (2011) is toe aan een actualisatie. Wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig, net als de huidige dagelijkse praktijk. Doel Het actualiseren van beleid zodat deze recht doet aan de huidige wet en regelgeving en de dagelijske praktijk.