III-A4 college - raadsinformatiebrief monitor Plabeka 2020-2021 BIJAGE 1
Tekst van het document
Buck Consultants International / Tympaan
In de Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0 (US Plabeka 3.0) is een ambitie opgenomen om tussen 2016 en 2030, 71.000 m2 per jaar te transformeren. De afgelopen jaren is aan die ambitie voldaan, zoals te zien in Figuur 4.11.
27
Figuur 4.11
Aantal getransformeerde vierkante meters kantoorruimte op kantoorlocaties MRA
Tabel 4.4
Opgave te transformeren locaties en oppervlakte (m2)
Multimodaal
Transformatie ambitie Tot en met 2030 Onbekend
Multimodaal
10.000
Wonen
Functioneel
40.100
Anders
Functioneel
32.000
Wonen
Multimodaal
10.000
Horeca
Multimodaal
88.000
Wonen
Transformatie
6.500
Anders
Woonwerk
5.000
Wonen
Functioneel
Onbekend
Wonen
Multimodaal
110.000
Wonen
Transformatie
80.000
Wonen
Functioneel
Onbekend
Wonen
Totaal
381.600
Segment kantoorlocatie 250000
213765
200141
200000 157609 150000
118564
100000
104403
75437 49969
50000 0 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Transformatie kantoren op kantorenlocaties Transformatie-ambitie per jaar Plabeka 3.0 Bron: Kantorenmonitor B.V. 2021, US Plabeka 3.0 en bewerking BCI en Tympaan
De transformatieambities opgenomen in Plabeka 3.0 gelden alleen voor de transformatie op kantoorlocaties. Alleen op die locaties is de ambitie gekwantificeerd. Begin 2019 zijn de Plabeka afspraken gewijzigd, in ieder geval de strekking van de afspraken. In de US Plabeka 3.1 is opgenomen dat de kwantitatieve ambitie niet meer leidend is. Gezien de hoge aantallen getransformeerde meters in de deelregio’s waar de marktvraag in dezelfde jaren ook is toegenomen, dreigt de kantorenmarkt in sommige deelregio’s krap(per) te worden. Tabel 4.4 biedt inzicht in de segmenten waarbinnen de transformatie van kantoren vierkante meters plaatsvinden. Op de functionele en transformatie kantoorlocaties, ontloopt het aandeel te transformeren kantoorruimte elkaar niet veel, respectievelijk 33% en 32% van het totaal aantal vierkante meters van die locaties wordt getransformeerd. Op multimodale locaties ligt dit aandeel zelfs op 50%. Buck Consultants International / Tympaan
Naar welke functie Hotels en wonen
Bron: Enquête kantoorlocaties, monitoring gemeenten (per 1 januari 2021)
4.5
Overige kenmerken kantoorlocaties
Ruimtegebruik Het aantal vierkante meters in gebruik per baan verschilt per segment, zie Tabel 4.5. Op innovatiedistricten zijn de minste vierkante meters in gebruik per baan, waar op woonwerk locaties de meeste vierkante meters per baan in gebruik zijn.
28
Tabel 4.5
Kantoorgebruik, aantal banen en ruimtegebruik per segment, 1-1-2021
Functioneel
Kantoorgebruik (x1.000 m2) 770
Aantal banen 42.700
Aantal per m2 18,0
Innovatie
397
34.303
11,6
Internationaal
1.776
114.177
15,6
Het label zegt niet veel over de staat van het verduurzamen van kantoorpanden. Alleen door het beschikbare label op de locatie door de tijd te volgen kan er in beeld worden gebracht of het pand ook daadwerkelijk verder verduurzaamt. Het energielabel C zegt in ieder geval iets over de mate van duurzaamheid en dat het kantoorpand courant is in termen van duurzaamheid en voor de komende periode verhuurbaar blijft.
Multimodaal
1.741
90.440
19,3
Figuur 4.12
Transformatie
760
49.070
15,5
103
4.958
20,8
5.547
335.648
Segment
Woonwerk Totaal
Bron: LISA 2020, monitoring gemeenten, bewerking BCI en Tympaan
Op innovatiedistricten worden het minst aantal meters per werknemers gebruikt. Belangrijk kenmerk is dat hier de mate van flexwerken groot is, om interactie tussen mensen en daarmee innovatie en kennisdeling te stimuleren.
Aandeel energie labels A++++ t/m C van totaal aantal labels van panden op kantoorlocaties
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Duurzame kantoorpanden Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben. Voldoet het gebouw dan niet aan de eisen, dan mag het kantoorpand per 1 januari 2023 niet meer als kantoor worden gebruikt. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 20126. Daarom is in Figuur 4.12 weergegeven hoe de ontwikkeling in energie labels van C en hoger is voor alleen de panden op kantoorlocaties. In 2020 werden energie labels op verblijfsobject niveau geregistreerd. In 2021 vond de registratie van energie labels plaats op pandniveau. Hierdoor kunnen de aantallen uit beide jaren niet tegen elkaar worden afgezet. Wat wel mogelijk is, is om voor 2020 en 2021 het aandeel A++++ t/m C labels van het totaal aantal labels per deelregio in beeld te brengen.
6
Aandeel 2020 (verblijfsobjectniveau)
Aandeel 2021 (pandniveau)
Bron: RVO (2021), bewerking BCI en Tympaan
RVO.nl
Buck Consultants International / Tympaan
29
4.6 •
• •
• •
• •
Uitgelichte bevindingen en de relatie met de Plabeka afspraken
In vergelijking tot de ambities op gemengde werkmilieus zijn de opgaven voor kantorenlocaties kwantificeerbaar. De opgaven hebben betrekking op transformatie en vraag en aanbod kantoorruimte in evenwicht houden. In 2020 is er ruim 104.000 m2 kantoorruimte getransformeerd op kantorenlocaties. In de Plabeka afspraken 3.1 is de ambitie met betrekking tot transformatie kwalitatief opgesteld en moet er rekening worden gehouden met eventuele krapte op de kantorenmarkt. Krapte die kan ontstaan wanneer de transformatie van kantoren fors doorzet. De krapte op de kantorenmarkt wordt afgemeten ten opzichte van de frictieleegstand die voor de kantorenmarkt op 8% wordt gesteld. De kantoren leegstand op kantorenlocaties is in 2020 gestegen tot 13% (in 2019 11%). In de deelregio Amsterdam komt de frictieleegstand nabij. De leegstand bedraagt hier 11%, waarvan 3% incourant. De incourante leegstand is in de MRA gelijk gebleven (wederom 4%). De totale kantorenmarkt (op alle locaties) is minder in trek en het aantal betrokken meters is afgenomen. Met name het aantal vierkante betrokken kantorenmeters op multimodale locaties is afgenomen. Hoewel het aantal betrokken meters is afgenomen, is er meer nieuwbouw gerealiseerd dan in 2019. Er is in 2020 sprake van 146.079 m2 aan nieuwbouw. Dit is binnen de bandbreedte van de vraagprognose van Plabeka 3.1.
Er is een stabiel beeld waarneembaar in de totale in gebruik zijnde meters kantoorruimte. De transformatie van kantoren draagt bij aan diverse doelstellingen. Een gezondere kantorenmarkt (leegstand richting frictieleegstand)
Buck Consultants International / Tympaan
•
en een toename van woningen, waarmee de opgave naar verstedelijking verder invulling krijgt. Courant vastgoed op de kantorenmarkt is mede afhankelijk van het toepassen van verduurzamingsmaatregelen. De kantoren moeten minimaal een C-label bezitten om op termijn verhuurbaar te blijven. Of de kantoren ook daadwerkelijk verduurzamen tot het C-label of de toename in het aantal C-labels op dit moment vooral een administratieve toename betreft, valt uit de gegevens niet op te maken. Er heeft wel een wijziging plaatsgevonden in de registratie van energie labels van bedrijfspanden. In 2020 gebeurde dit op verblijfsobjectniveau, in 2021 op pandniveau. Op een aantal locaties zijn in 2021 dus minder labels dan in 2020. Om toch te kunnen vergelijken is er gekeken naar percentages (aandeel A t/m C labels van het totaal) in plaats van absolute aantallen. Dat percentage ligt voor de hele MRA op de 80%
Tabel 4.6
Vraag-aanbodconfrontatie
Ruimtevraag 2017-2030 Scenario 1.578.261 m2 ‘Hoog’ Ruimtevraag p/j 143.478 m2
Leegstand op 1-1-2021 op Planaanbod Saldo t/m kantoorlocaties (m2 bvo) t/m 2030 2030 796.072 m2 1.313.000 m2 - 329.336 Incourant 260.147 m2
Bron: Enquête onder gemeenten en prognoses Plabeka 3.1 (Bureau Buiten 2019)
•
• • •
Scenario hoog – afgesproken in US Plabeka 3.1. 2017 – 2040 is 3,3 mln. m2 aan kantorenmeters geraamd. Dit is 143.478 m2 per jaar. Tot 2030 komt de ruimtevraag naar kantoren neer op 1.578.261 m2 De ruimtevraag kan deels in de leegstand terecht, daar is het incourante deel niet geschikt voor. Het planaanbod kan ontwikkeld worden voor nieuwbouw vierkante meters Tot 2030 is er een tekort aan beschikbaar aanbod kantoren, zowel in de bestaande voorraad als in het planaanbod. 30
•
Er is 535.925 m2 leegstand en 1.312.000 m2 planaanbod beschikbaar voor 1.578.261 m2 vraag tot 2030: het overschot is daarmee 329.336 m2 tot 2030.
Bovenstaande constateringen zijn gebaseerd op meest recente raming van Bureau Buiten. In het programmateam Plabeka is afgesproken van het hoge scenario uit te gaan. Hier wordt ook voorzien in overloopscenario’s. 50% van de uitbreidingsbehoefte in Amsterdam gaat naar andere regio’s. ZaanstreekWaterland en regio Amstelland-Meerlanden zijn de belangrijkste ontvangende regio’s voor bedrijvigheid uit Amsterdam. In bovenstaande constateringen is hier geen rekening mee gehouden, gezien het een overall beeld schetst over de gehele MRA.
Buck Consultants International / Tympaan
31
5
Bedrijventerreinen
In dit hoofdstuk worden de bedrijventerreinen beschouwd. Samen representeren deze bedrijventerreinen 22% van de banen. Dit hoofdstuk wordt verder verdiept in het Dashboard Bedrijventerreinen.
5.1
Beschrijving bedrijventerreinenmarkt
De MRA kent 278 bedrijven- en zeehaventerreinen (hierna bedrijventerreinen) die zijn ingedeeld in 7 segmenten: • Een campus heeft een grote diversiteit aan kennisintensieve bedrijvigheid met een lage milieuhinder. Terreinen kenmerken zich door een duurzame en parkachtige uitstraling en liggen vaak nabij onderwijsinstellingen. • Gemengde bedrijventerreinen zijn bestemd voor reguliere bedrijvigheid in milieuhindercategorie 1, 2, 3 en eventueel 4. Deze terreinen kennen een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid, voornamelijk lichte, moderne industrie en overige (‘modale’) industrie. • Hoogwaardig bedrijventerrein kenmerken zich door een hoog kwaliteitsniveau en een representatieve uitstraling. Ze zijn specifiek bestemd voor bedrijven met hoogwaardige activiteiten, onderzoek en zakelijke dienstverlening. • Op industriële terreinen is overwegend zware industrie gevestigd. Bedrijvigheid in hindercategorie 5 is toegestaan. • Logistieke bedrijventerreinen huisvesten (grootschalige) logistieke en distributieactiviteiten. Ze worden gekenmerkt door relatief grote kavels en een goede ontsluiting over weg, spoor, en/of water.
Buck Consultants International / Tympaan
•
•
Zeehaventerreinen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen kade gebonden (direct aan een havenbekken of diep vaarwater, met laad- en losfaciliteiten) en haven gerelateerd (binnen 2,5 km. van een havenbekken, bestemd voor activiteiten gerelateerd aan de haven zoals logistiek of dienstverlening). Transformatie bedrijventerrein kenmerken zich door een functieverandering die ingezet is en op termijn moet leiden tot een gebied dat geheel getransformeerd is tot een multifunctionele locatie dan wel monofunctionele woonwijk.
Tabel 5.1
Definities van toepassing op het monitoren van bedrijventerreinen
Begrip
Gehanteerde definitie
Zacht planaanbod
Plannen zijn alleen opgenomen in de provinciale structuurvisie
Hard planaanbod
Plannen bevinden zich verder in een bestuurlijk proces Oppervlakte van de werklocatie (in netto ha) die uitgegeven is aan de (toekomstige) gebruiker van het terrein
Uitgifte
Oppervlakte in gebruik en aantal banen Tabel 5.2 maakt inzichtelijk dat de 270 bedrijven- en haventerreinen in de MRA gezamenlijk 6.058 hectare beslaan en ruimte bieden aan 287.340 banen. Daarmee huisvest ongeveer 22% van de werkgelegenheid en 8% van het aantal bedrijven in de MRA op deze locaties, met name grootschalige bedrijvigheid. Dit beeld is in de afgelopen jaren gestabiliseerd.
32
Tabel 5.2
Segmentering bedrijventerreinen, netto uitgegeven (ha) en aantal banen (2020)
Campus
Aantal terreinen 3
Netto oppervlak uitgegeven 33
Aantal banen in 2020 5.948
Gemengd
174
2.281
144.300
Haven gerelateerd
21
786
27.711
Kade gebonden
17
1.115
13.403
Hoogwaardig
15
364
33.022
Industrieel
21
818
33.812
Logistiek
18
492
17.993
Transformatie
9
169
11.151
278
6.058
287.340
Segment
Totaal
5.2
Uitgifte, voorraad en aanbod
Uitgifte Figuur 5.1 geeft de uitgifte op bedrijventerreinen weer, terwijl figuur 5.2 de uitgifte op haventerreinen weergeeft (haven gerelateerd en kade gebonden terreinen). Deze figuren maken inzichtelijk hoe de uitgifte van bedrijventerreinen zich verhoudt ten opzichte van haventerreinen per deelregio. Ook wordt duidelijk welke deelregio’s haventerreinen bevatten. Figuur 5.1 Uitgifte bedrijventerreinen per deelregio 2009-2020
Bron: LISA 2020, Provincie Noord-Holland en Flevoland, bewerking BCI & Tympaan (per 1-1-2021)
100 90
Ten opzichte van 2019 kent het aantal banen op bedrijven- en zeehaventerreinen een stijging van ruim 2%. Deze stijging is voornamelijk zichtbaar op hoogwaardige bedrijventerreinen.
80 70 60 50
Bedrijventerreinen zijn belangrijke vestigingslocaties voor bijvoorbeeld groothandel, bouw, industrie en nutsbedrijven en vervoer en opslag. De werkgelegenheid in sectoren als zakelijke dienstverlening en ICT zijn voor ongeveer 1/5e deel gevestigd op deze locaties.
40 30 20 10 0 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 AL
AM
A'dam
GV
IJmond
ZW
ZK
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland, bewerking BCI & Tympaan
Buck Consultants International / Tympaan
33
Figuur 5.2 Uitgifte haventerreinen (haven gerelateerd en kade gebonden) per deelregio 2009-2020
inhalen van de vraaguitval. De uitgiftes in 2017, 2018, 2018 en 2020 liggen boven het berekende gemiddelde.
60 Figuur 5.3 Gemiddelde uitgifte bedrijventerreinen MRA per jaar afgezet tegen prognoses (ha, uitgifte ontwikkeling 2009-2020)
50
140
40
120
30
100 20 80 10
60
0 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 AL
A'dam
IJmond
ZW
40 20 0
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland, bewerking BCI & Tympaan
2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 MRA
Ontwikkelingen in uitgifte, voorraad en aanbod van bedrijventerreinen vormen belangrijke indicatoren om de marktsituatie voor bedrijventerreinen in beeld te brengen. In 2020 is iets meer dan 79 hectare grond uitgegeven op bedrijventerreinen, waarvan ruim 4 hectare op kade gebonden haventerreinen. Daarmee is een daling zichtbaar ten opzichte van 2018 (121 ha) en 2019 (90 ha), maar blijft de uitgifte ruim boven het gemiddelde van de periode 2009-2020 (47 ha) en boven de prognose die gehanteerd wordt in de Plabeka afspraken 3.1. Afgezet tegen de verschillende prognoses die in Plabeka verband zijn vastgesteld, ligt de uitgifte van bedrijventerreinen al een paar jaar op een hoger gemiddelde dan de prognoses uit Plabeka 3.0. Kanttekening is wel dat er tot 2017 sprake was van lagere gemiddelde uitgifte ten opzichte van de gehanteerde prognoses. Vanaf 2017 is er sprake van het Buck Consultants International / Tympaan
Gemiddeld
Plabeka 3.0 hoog
Plabeka 3.1
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland, prognoses Ecorys (2016) en Bureau Buiten (2019), bewerking BCI & Tympaan (per 1-1-2021)
De deelregio Almere-Lelystad kent met ruim 31 ha dit jaar de meeste gronduitgifte, gevolgd door Amstelland-Meerlanden (ruim 28 ha) en Amsterdam (ruim 12 hectare). Ten opzichte van 2019 kent voornamelijk Almere-Lelystad (in 2019 nog goed voor 16,2 ha) dit jaar meer gronduitgifte in vergelijking met de andere deelregio’s. In 2020 is het grootste deel van het areaal bedrijventerrein uitgegeven op de gemengde bedrijventerreinen (56%) en logistieke terreinen (24%). De uitgifte aan kadegebonden haventerreinen is afgenomen van 9% in 2019 tot 4% in 2020. Tabel 5.3 geeft inzicht in de milieucategorieën. 34
Figuur 5.4 Uitgifte bedrijventerreinen per deelsegment, per deelregio (2020)
Voorraad en aanbod
35 Transformatiegebied
30 25
logistiek bedrijventerrein
20 industrieel bedrijventerrein
15 10
hoogwaardig bedrijventerrein
5
haventerrein (kadegebonden)
0
haventerrein (havengerelateerd)
Tabel 5.4 biedt inzicht in het planaanbod van de MRA, daaruit blijkt dat de MRA beschikt over 679 hectare aan direct uitgeefbaar areaal bedrijven- en zeehaventerreinen. Dit ligt grotendeels in Amsterdam, AlmereLelystad en Amstelland Meerlanden. Voor de deelregio Amsterdam geldt dat dit hoofdzakelijk op de haventerreinen is gelokaliseerd, zowel kadegebonden als haven gerelateerde bedrijventerreinen (figuur 5.3). Het harde planaanbod t/m 2030 bedraagt 965 hectare, verspreid over de deelregio’s. Figuur 5.5 laat de verdeling van het harde planaanbod naar segment zien. Daaruit blijkt dat tot en met 2030 in alle segmenten nog aanbod beschikbaar is. Het grootste gedeelte van het aanbod is beschikbaar in het gemengde segment (38%).
gemengd bedrijventerrein
Het zachte planaanbod tot en met 2030, en na 2030, laat een minder gespreid beeld over de deelregio’s zien. Dit aanbod concentreert zich met name in de deelregio Almere-Lelystad en Amstelland Meerlanden. Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland, bewerking BCI & Tympaan Tabel 5.4 Tabel 5.3
Uitgifte per segment in 2020 in MRA, inclusief milieucategorieën Categorie ≤2
Categorie 3
Categorie 4
1,97
27,7
2,8
Haven gerelateerd
7,67
2
Kade gebonden
0,03
1
Segment
Categorie 5
Hoogwaardig
1,81
0,8
Industrieel
1,4
1,2
Logistiek
140
265
117
258
5
42
1,7
Amsterdam
254
286
0
0
3,24
Gooi en Vechtstreek
2
5
5
0
IJmond
27
24
0
0
Zaanstreek-Waterland
74
112
110
0
Zuid-Kennemerland
3 679
0 965
0 260
0 307
0,28
5,8
Zacht planaanbod na 2030
280
MRA 63,3
Zacht planaanbod tot 2030
201
25,9 5,18
Nu Hard aanbod uitgeefbaar tot 2030
Amstelland Meerlanden
Transformatie Totaal
Deelregio Almere-Lelystad
Campus Gemengd
Aanbod bedrijventerreinen (hard en zacht planaanbod) MRA (ha) per 1 januari 2021
5,2
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021)
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021)
Buck Consultants International / Tympaan
35
Figuur 5.5 Hard planaanbod bedrijventerreinen per segment, per deelregio t/m 2030
300 Transformatiegebied
250
Logistiek bedrijventerrein
200
Industrieel bedrijventerrein
150
Hoogwaardig bedrijventerrein
100
Haventerrein (kadegebonden) Haventerrein (havengerelateerd)
50 Gemengd bedrijventerrein
0
Campus
De prognoses die onderdeel vormen van de Plabeka 3.1 afspraken maken geen onderscheid per segment bedrijventerreinen. Daarom kunnen de prognoses niet 1-op-1 gerelateerd worden aan het planaanbod tot 2030. In de figuur op de volgende pagina wordt het totale planaanbod van de MRA gerelateerd aan de uitgifte van de afgelopen paar jaren. Daarnaast wordt een doorkijk geboden of het planaanbod voldoende is voor de te verwachten ontwikkeling van bedrijventerreinen. Door het totale planaanbod tot 2030 gelijkmatig te spreiden over de toekomstige jaren en af te zetten tegen de gemiddelde prognose per jaar, kan worden ingeschat of het aanbod voldoende aanwezig is voor de komende jaren. Er is volgens de meest recente behoefteraming van bedrijventerreinen, 27 ha per jaar (662 ha tot 2040) aan bedrijventerreinen nodig en daarnaast 8,2 ha per jaar aan zeehaventerreinen (189 ha tot 2040). Verder wordt er bijna 11,5 ha aan vervangingsvraag geraamd tot 20407. Tot 2030 is er 965 hectare hard planaanbod (bedrijventerreinen en zeehaventerreinen) beschikbaar. Van het harde planaanbod is 679 hectare direct uitgeefbaar. Vanuit een kwantitatieve invalshoek zou dat voldoende moeten zijn om te voorzien in de additionele ruimtevraag van de MRA tot 2030. De vraag tot 2030 inclusief vervangingsvraag en inclusief zeehaventerreinen is geraamd op 514 hectare.
Tot 2030 en na 2030 kunnen er nog bedrijventerreinen worden toegevoegd, er is 567 hectare zacht planaanbod mogelijk te ontwikkelen.
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring
7
De vervangingsvraag volgens opgave in de actualisatie behoefteraming (Bureau Buiten, 2019)
Buck Consultants International / Tympaan
36
Figuur 5.6 Toekomstig planaanbod in relatie tot te verwachten uitgifte (ha)8
Zeehaventerreinen
Uitgifte
140,0 120,0
Planaanbod
Er is een onderscheid in bedrijventerreinen en zeehaventerreinen. Er is in de regio in totaal 356,33 ha planaanbod zeehaventerrein tot 2030 beschikbaar, verdeeld over enkele deelregio’s.
100,0 Gemiddelde uitgifte (2009-2020) extrapoleren Plabeka 3.1
80,0 60,0
Tabel 5.5 Hard en terstond aanbod zeehaventerreinen tot 2030, per 1 januari 2021 (ha) Haventerrein (haven gerelateerd) Almere-Lelystad
40,0
Vervangingsvraag Plabeka 3.1
20,0 Plabeka 3.1 + vervangingsvraag
0,0 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 etc.
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring, prognoses Bureau Buiten (2019), bewerking BCI en Tympaan
Uit figuur 5.6 kan geconcludeerd worden dat er in kwantitatief opzicht voldoende planaanbod aan bedrijventerrein beschikbaar is. Echter, dit kan per deelregio, per segment of in kwalitatieve aspecten verschillen. Zeker in de deelregio’s waar de verstedelijking ‘drukt’ op de bedrijventerreinen. In deze regio’s gaat op (korte) termijn een concrete vervangingsvraag als gevolg van transformatie spelen, waar ruimte te kort gaat zorgen voor verhuizingen naar andere regio’s waar nog de juiste kwaliteit voor handen is.
Haventerrein (kade gebonden) 35
2,4
Amsterdam
99,69
122,32
IJmond
14,3
8,51
Zaanstreek-Waterland
50,17
23,94
Totaal
199,16
157,17
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring, bewerking BCI en Tympaan
Noordzeekanaalgebied In 2020 is er op 31 terreinen in het Noordzeekanaalgebied 14,1 hectare uitgegeven. Ruim 10 hectare is uitgegeven op terreinen met een milieucategorie van 4, 5 of 6 (ruim 72% van totale uitgifte). In totaal is er nu 2.265 hectare uitgegeven, en is er tot en met 2030 sprake van een hard planaanbod van 303 hectare. Dit harde planaanbod bevindt zich met name op kade gebonden terreinen in Amsterdam en haven gerelateerde terreinen in Zaanstreek-Waterland. Amstelland-Meerlanden heeft 10,8 hectare hard planaanbod op het Polanenpark, een industrieel bedrijventerrein.
8 Gemiddelde uitgifte (rode lijn) en Plabeka 3.1+vervangingsvraag (lichtgroene lijn) zijn
nagenoeg gelijk, waardoor de rode lijn is weggevallen. Buck Consultants International / Tympaan
37
In Amsterdam heeft de Afrika- en Amerikahaven het meeste harde planaanbod; 43 hectare niet kade gebonden en 122 hectare kade gebonden. In IJmond biedt de IJmondhaven 7 hectare kade gebonden en 7 hectare niet kade gebonden terrein. In Zaanstreek-Waterland is Hoogtij het terrein met het meeste planaanbod (47 hectare niet kade gebonden en 17 hectare kade gebonden). Na 2030 is er geen planaanbod voor hoge milieucategorieën binnen het Noordzeekanaalgebied meer aanwezig. In aanvulling op de vraagraming bedrijventerreinen (droog) is er een vraagraming opgesteld naar de haventerreinen NZKG t/m 2040. In de volgende tabel is weergegeven waar deze vraag van te verwachten is.
5.3
Leegstand
Leegstand van bedrijfsruimte op bedrijventerreinen is een belangrijke indicator om de marktsituatie op bedrijventerreinen te duiden. Figuur 5.7 geeft de leegstand van bedrijfsruimte op bedrijventerreinen weer. Tussen 2017 en 2020 neemt de leegstand voor de hele MRA af. Zoals te zien geldt voor de meeste regio’s. Nota bene: Voor Almere-Lelystad kan er in 2020 geen percentage leegstaande oppervlakte worden berekend, waarschijnlijk door de dominantie van één groot leegstaand pand. Figuur 5.7 Leegstaande oppervlakte verblijfsobjecten op bedrijventerreinen (%) 9,0%
Tabel 5.6
Vraagraming haventerreinen NZKG t/m 2040 8,0% Scenario hoog t/m 2040 (ha)
Vraag per jaar (/22)
153
6,95
Haven gebonden
177
8,05
6,0%
Circulair & Energie
260
11,82
5,0%
Vervangingsvraag
154
7
Totaal
744
33,82 per jaar
Bron: Bureau Buiten 2019
De uitgifte in 2020 naar kade- en haven gebonden terreinen was, zoals gezegd 14,1 ha. Hiervan is niet bekend of er een deel betrekking heeft op bedrijven die zijn verhuisd uit transformatielocaties. Ervan uitgaande dat dit om nieuwe bedrijvigheid gaat is de uitgifte in 2020 ongeveer gelijk aan de prognoses in het hoge scenario.
Buck Consultants International / Tympaan
AL
7,0%
Kade gebonden
AM A'dam GV
4,0%
IJmond
3,0%
ZW
2,0%
ZK
1,0%
MRA
0,0% 2017
2018
2019
2020
Bron: Resultaten gebaseerd op eigen berekeningen Tympaan op basis van niet-openbare microdata van het CBS
38
5.4
Herstructurering en transformatie
Herstructurering
herstructureringsopgave is revitalisatie, met forse opgaven in Amsterdam en in de AM regio. Figuur 5.8 Herstructureringsopgave per deelregio naar type herstructurering. 450
Door de Provincie Noord-Holland wordt subsidie beschikbaar gesteld om de herstructurering op bedrijventerreinen financieel te stimuleren, de zogeheten HIRB-subsidies (Herstructurering en Intelligent Ruimtegebruik Bedrijventerreinen). Deze kunnen ingezet worden voor fysieke maatregelen en kunnen door gemeentes worden aangevraagd. Er zijn 8 aanvragen ingediend, waarvan er 6 geheel en 1 deels zijn gehonoreerd in de MRA. De aanvragen hebben voornamelijk betrekking op (duurzame) revitalisering, herinrichting en herstructurering van bedrijventerreinen, zie de volgende tabel voor het overzicht.
400
350
300 Onbekend 250
Tabel 5.7
Zware revitalisatie
Aanvragen HIRB-subsidies Provincie Noord-Holland (MRA)
Revitalisatie 1
Gemeente/ havenbedrijf
Project
Gemeente Amsterdam Grond & Ontwikkeling
Herinrichting Australiehavenweg Sloterdijk 3 Amsterdam
2 Havenbedrijf Amsterdam N.V. Duurzame revitalisering Westhaven Zuid 2020 3 Gemeente Zaanstad
Noorderveld - Molletjesveer fase 3 2020-2022
4 Gemeente Hilversum
Geef ze de ruimte!
5 Gemeente Haarlemmermeer
Herinrichting wegen bedrijventerrein De Liede
6 Gemeente Heemskerk
Revitalisering/herprofilering bedrijventerrein De Houtwegen, fase 2B
7 Gemeente Alkmaar
Havenontwikkeling De Boekelermeer Alkmaar
Bron: Provincie Noord-Holland
200
Herprofilering Facelift
150
100
50
0 AL
In 2020 zijn er minder aanvragen met een duurzaamheidsthema ingediend bij de provincie Noord-Holland. In Figuur 5.8 wordt inzichtelijk gemaakt wat de verdeling is per deelregio en van welke soort herstructurering er sprake is. Een groot deel van de Buck Consultants International / Tympaan
AM
A'dam
GV
IJmond
ZW
ZK
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021)
39
Figuur 5.10
Transformatie
Geschatte transformatievolume t/m 2030 % naar type segment Campus
0%
In 2019 is er 11,2 hectare bedrijventerrein in de MRA getransformeerd naar een andere functie. In 2020 is dit 4,15 hectare bedrijventerrein, vallend op kade gebonden haventerreinen. In de volgende figuur wordt de transformatie opgave tot en met 2030 per deelregio getoond, deelregio Amsterdam kent de grootste opgave. Figuur 5.9 Geschatte transformatievolume t/m 2030 (in netto ha.) per deelregio 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
18%
Gemengd bedrijventerrein Haventerrein (havengerelateerd)
2%
Haventerrein (kadegebonden)
4%
58%
10%
400,39
Hoogwaardig bedrijventerrein
Industrieel bedrijventerrein 0%
Logistiek bedrijventerrein 7%
Transformatiegebied 185,6 Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021) 87,2 38,5
24
10,4
42,09
12,6
5.5
Kwalitatieve kenmerken bedrijventerreinen en specifieke ruimtevraag
Organisatiegraad Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021)
Figuur 5.10 laat zien dat in de periode tot en met 2030 het geschatte transformatievolume voornamelijk op gemengde bedrijventerreinen wordt voorzien, namelijk 58%. Dit is behoorlijk lager dan vorig jaar, toen de schatting in dit segment nog op 90% lag.
Buck Consultants International / Tympaan
Voor veel ambities en te bereiken doelen op bedrijventerreinen is een goede organisatiegraad van cruciaal belang. Zo kunnen er met een goed georganiseerd collectief stappen worden gezet in het verduurzamen van bedrijventerreinen of het gebruiken van collectieve voorzieningen, zoals gedeelde parkeervoorzieningen (goed voor het intensiever kunnen benutten van de ruimte) en collectieve beveiliging. Dit is goed 40
voor het beter benutten van de gebruikte ruimte (vanuit het perspectief van de overheid) en goed voor het vestigingsklimaat op de terreinen (vanuit het perspectief van de ondernemers). Bijna 1/3e van alle terreinen in de MRA kent een vorm van organisatie. Ter vergelijking: vorig jaar lag dit op 27,5%, een redelijke stijging dus. Tabel 5.8
Almere-Lelystad
Georganiseerd 1
In ontwikkeling
Onbekend 2
Amstelland Meerlanden
84
32
2
19
Amsterdam
39
20
1
1
Gooi en Vechtstreek
25
9
1
IJmond
22
15
1
Zaanstreek-Waterland
51
11
1
Zuid-Kennemerland
6
1
278
89 (=32%)
Totaal
35 35 30
20 15
12
10
10
5 0 3
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021)
Van de terreinen die een vorm van organisatie kennen betreft dit meestal de vorm van parkmanagement (op de categorie ‘overig’ na), zie Figuur 5.11. De meest vergaande vorm van georganiseerd vermogen is een bedrijven investeringszone (BIZ). Naast een collectieve organisatie zijn hier ook financiële middelen aan gekoppeld. Deze vorm is op 12 terreinen aanwezig in de gehele MRA. Naast de terreinen met een organisatie zijn er nog 6 bedrijventerreinen waar dit momenteel in ontwikkeling is.
Buck Consultants International / Tympaan
39
40
25
Organisatievormen op bedrijventerreinen per deelregio Totaal bedrijventerreinen 51
Figuur 5.11 Verdeling van de organisatievormen op terreinen met organisatie
biz
kvo
parkmanagement
overig
Bron: Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021)
Ruimtegebruik Het ruimtegebruik, veelal uitgedrukt in terreinquotiënten (m2 per baan) loopt sterk uiteen per segment van bedrijventerreinen, zie de volgende tabel. De segmenten met een hoog terreinquotiënt zijn terreinen met sectoren die veel ruimte nodig hebben, de (productie) activiteiten vereisen extensief ruimtegebruik. Dit is minder terug te zien in het creëren van veel werkgelegenheid. Echter, deze sectoren zijn wel degelijk belangrijk voor de economie van de MRA. Onder andere in termen van toegevoegde waarde én in cruciale posities in economische ketens zijn deze locaties van groot belang.
41
Tabel 5.9 Netto areaal bedrijventerreinen, aantal banen en ruimtegebruik per segment Segment Campus Gemengd Haven gerelateerd Kade gebonden Hoogwaardig Industrieel Logistiek Transformatie Totaal
Netto oppervlak uitgegeven (ha)
Aantal banen in 2020
Terreinquotiënt (m2/ banen)
33 2.281 786 1.115 364 818 492 169 6.058
5.948 144.300 27.711 13.403 33.022 33.812 17.993 11.151 287.340
55 158 284 832 110 242 273 152
Figuur 5.12
Aandeel energie labels A++++ t/m C van totaal aantal labels op bedrijventerreinen
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Bron: LISA 2020, Provincie Noord-Holland en Flevoland o.b.v. monitoring (per 1-1-2021)
Energie en verduurzamen Aandeel 2020 (verblijfsobjectniveau)
In 2020 werden energie labels op verblijfsobjectniveau geregistreerd. In 2021 vond de registratie van energie labels plaats op pandniveau. Hierdoor kunnen de aantallen uit beide jaren niet tegen elkaar worden afgezet. Zie Figuur 5.12 voor het aandeel van energie labels A++++ t/m C van het totaal aantal labels op bedrijventerreinen, voor 2020 en 2021. Het aandeel van labels zegt nog niet alles over het verduurzamen van de bedrijfspanden op bedrijventerreinen, in die zin dat het verkrijgen van het label gebaseerd is op de huidige situatie en niet op de maatregelen die genomen gaan worden. Op dit moment kan er niet gemonitord worden hoeveel van de C-labels naar een hoger label zijn gegaan. Anders dan voor kantoren zijn er geen vereiste labels op bedrijfsvastgoed van toepassing. Wel zijn er ook op bedrijventerreinen veel kantoorpanden aanwezig, ook voor die panden is een label C of hoger van toepassing. Kantoorpanden met een C-label zijn in ieder geval couranter dan labels met een lager label, aangezien ze op termijn nog steeds verhuurbaar zijn. Buck Consultants International / Tympaan
Aandeel 2021 (pandniveau)
Bron: RVO (2021), bewerking BCI en Tympaan
Naast energie labels geeft het verbruik van gas en elektriciteit een beeld van het energiegebruik in de MRA. Figuur 5.13 geeft het totaal aantal aansluitingen en het verbruik van elektriciteit op bedrijventerreinen weer. Figuur 5.14 geeft gasaansluitingen en bijbehorend gebruik weer. Het is belangrijk om te vermelden dat de gegevens betrekking hebben op de bedrijventerrein indeling uit 2020. Bovendien is er gekozen voor een totale, geïndexeerde weergave. Liander kan vanwege privacy redenen geen gegevens verstrekken wanneer er minder dan 5 vestigingen met een aansluiting op een bedrijventerrein zijn gevestigd. Daardoor zijn er van een groot aantal terreinen geen gegevens verstrekt. Er is daarom ook voor gekozen om het onderscheid in klein- en grootverbruik buiten beschouwing te laten en alleen het totaal aantal aansluitingen en het totaal verbruik voor zowel elektriciteit als gas weer te geven.
42
Figuur 5.13 Elektriciteitsaansluitingen en verbruik op bedrijventerreinen, index ‘14=100
125 120 115
Zowel voor elektriciteit als gas groeit het aantal aansluitingen harder dan het verbruik. Dit kan duiden op het gebruik van alternatieve (duurzamere) bronnen van energie. Opvallend is wel dat het aantal elektriciteitsaansluitingen harder groeit ten opzichte van het verbruik, dan voor gas, met oog op een gasloze samenleving is dat een goede trend.
110 105
5.6
100 95
Uitgelichte bevindingen en de relatie met de Plabeka afspraken
90 2014
2017 Aansluitingen
2020
•
Verbruik
Bron: Liander (2021), bewerking BCI en Tympaan
• Figuur 5.14 Gasaansluitingen en verbruik op bedrijventerreinen, index ‘14=100
•
125 120 115
•
110 105 100 95 90 2014
2017 Aansluitingen
2020 Verbruik
•
De werkgelegenheid is op de bedrijventerreinen gedaald met 1%. De gemengde werklocaties bieden voor ruim 50% ruimte aan de werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Het is tevens ook het segment met het grootst areaal uitgegeven terrein. De bedrijventerreinen zijn belangrijke vestigingslocaties voor de groothandel, bouw, industrie, nutsbedrijven en vervoer en opslag en zijn daarmee dienend aan stadsverzorgende functies. De uitgifte aan bedrijventerreinen is lager dan vorige paar jaren maar ligt nog ruim boven het meerjarig gemiddelde. Deze uitgifte ligt hoger dan de bandbreedte van de opgestelde vraagraming, vastgesteld in Plabeka 3.1. De gemengde en logistieke terreinen zijn in 2020 het meest in trek geweest. 56% van de uitgifte was op gemengde terreinen en is vergeleken met 2019 een forse toename. Logistieke terreinen kennen 24% van de totale uitgifte en zijn al jaren een populair segment. De uitgifte aan kade gebonden haventerreinen is juist afgenomen. In 2020 is 4% van de uitgifte aan dit segment. In 2020 is er ook op de terreinen vallend onder het Noordzeekanaalgebied bedrijventerrein uitgegeven aan een hogere milieucategorie. 72% van de uitgifte op die terreinen is uitgegeven aan een categorie 4 of hoger.
Bron: Liander (2021), bewerking BCI en Tympaan Buck Consultants International / Tympaan
43
•
•
In 2020 is er 4,15 ha bedrijventerrein getransformeerd. Dit is lager dan in 2019 (11,2 ha). Transformeren van bedrijventerreinen is een lastige opgaven en bedrijven hebben niet altijd een goed alternatief om te verhuizen bij transformatieplannen, m.n. in termen van kwaliteit en vestigingsvoorkeuren van het individuele bedrijf. Zorgvuldig omgaan met transformatie of functiemenging op de gemende bedrijventerreinen is ook in relatie tot de werkgelegenheid van de regio van belang.
Tabel 5.10 Vraag-aanbodconfrontatie bedrijventerreinen per 1 januari 2021 (ha) Ruimtevraag tot 2030 Plabeka 3.1 Bedrijventerreinen Zeehaventerreinen
Vervangingsvraag tot 2030 126,5 ha
297 ha 90,4 ha
Ruimtevraag tot 2030 513,9 ha
Planaanbod 2030 965 679 direct
Zacht planaanbod tot 2030 260
• •
Tot 2030 is er voldoende beschikbaar aan plancapaciteit bedrijventerreinen. Daarnaast is er nog zacht planaanbod van 260 ha. Deze hoeft alleen aangeboord te worden als er sprake is van een kwalitatieve mismatch.
Bovenstaande constateringen zijn gebaseerd op meest recente raming van Bureau Buiten. In het programmateam Plabeka is afgesproken van het hoge scenario uit te gaan. Hier wordt ook voorzien in overloopscenario’s. 50% van de uitbreidingsbehoefte in Amsterdam gaat naar andere regio’s. Zaanstreek-Waterland en regio Amstelland-Meerlanden zijn de belangrijkste ontvangende regio’s voor bedrijvigheid uit Amsterdam. In bovenstaande constateringen is hier geen rekening mee gehouden, gezien het een overall beeld schetst over de gehele MRA.
Bron: Enquête onder gemeenten en prognoses Plabeka 3.1 (Bureau Buiten 2019)
• •
•
• •
Scenario hoog is het afgesproken scenario in US Plabeka 3.1. Dit is tot en met 2040 622 ha, wat neer komt op 27 ha per jaar. Vervangingsvraag is overgenomen uit de prognoses van Bureau Buiten uit 2019 en komt neer op 11,5 ha per jaar. Tot 2030 komt dit overeen met 126,5 ha. Op basis van de transformatie-opgaven uit de IBIS enquête komt hier een opgave van 400 ha uit. Nemen we aan dat 30% van de te transformeren hectares zich manifesteert in vervangingsvraag, tot 2030, dan komt de vervangingsvraag uit op 120 ha tot 2030. Het harde planaanbod tot 2030 is 965 ha en is direct en niet-direct uitgeefbaar. Daarnaast is er een jaarlijkse vraag van 8,2 ha aan zeehaventerreinen geraamd (189 ha tot 2040). Dit komt tot 2030 neer op 90,4 ha, waarvoor 356,33 ha beschikbaar is, verdeeld over de deelregio’s.
Buck Consultants International / Tympaan
44
Uit (2019)
In (2020)
Uit (2019)
In (2020)
Uit (2019)
In (2020)
Uit (2019)
In (2020)
Uit (2019)
In (2020)
Uit (2019)
In (2020)
Uit (2019)
In (2020)
Uit (2019)
In (2020)
% verschil
Totaal
Overig PF+PNH
Zuid-Kennemerland
ZaanstreekWaterland
In (2020)
IJmond
Gooi en Vechtstreek
Sectoren
Uit (2019)
Amsterdam
Amstelland Meerlanden
Verhuizingen sectoren (tabel 2.2)
AlmereLelystad
Bijlage 1
Bouw
0
10
66
402
520
49
10
37
4
7
35
3
14
13
75 118
724
639
-12%
Detailhandel
6
8
27
40
93
36
13
7
11
17
24
31
33
98
33
41
240
278
16%
Financiële dienstverlening
0
0
203
90
117
203
0
0
6
0
3
12
3
5
3
10
335
320
-4%
Groothandel
5 314
272
102
201
191
247
15
82
79
9
66
92
102
98
61 1006
930
-8%
Horeca
0
6
59
23
49
77
2
13
8
24
12
7
15
5
26
35
171
190
11%
ICT
0
67
134
170
357
258
27
31
12
0
17
36
8
29
30
27
585
618
6%
Industrie en nutsbedrijven
0
1
113
13
29
21
0
23
48
14
37
37
16
40
39
96
282
245
-13%
Landbouw en visserij
5
17
4
0
5
0
0
0
0
0
0
3
0
15
20
9
34
44
29%
Onderwijs
3
5
14
9
19
16
6
0
4
2
2
9
24
6
9
18
81
65
-20%
Overige dienstverlening
0
8
22
13
39
30
4
7
14
3
14
16
17
1
18
28
128
106
-17%
Vervoer en opslag
0
3
298
169
340
75
0
4
3
134
87
45
47
0
14
29
789
459
-42%
Zakelijke dienstverlening
16
40
369
193
488
548
65
140
25
26
80
124
74
44
344 333 1461
1448
-1%
Zorg
2
13
714
13
40
21
5
15
22
17
15
3
6
240
34
838
339
-60%
Totaal
37 492 2295 1237 2297 1525
379
292
239
323
335
392
349
598
743 822 6674
5681
-15%
17
20201286
Buck Consultants International / Tympaan
45