CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

III-A2 college - raadsinformatiebrief vervolg Kwaliteitskader onderwijshuisvesting BIJLAGE

Gemeenteraad 24 november 2021, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst ingekomen stukken12.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Functionaliteit: de ruimtelijk functionele en technische kwaliteit van het gebouw; Technische staat: de technische staat van het gebouw; Binnenklimaat: het oordeel over het binnenklimaat op basis van de ervaring van de gebruiker; Exploitatielasten: onderhouds- en energielasten in verhouding tot benchmark; Vraag & aanbod: toekomstige (2035) verhouding tussen beschikbare en normatief benodigde ruimte op basis van de (vastgestelde) prognoses.

De kansenkaarten met een legenda zijn opgenomen in het bijlagendocument. Het subonderdeel van de schouw ‘omgevingskwaliteit locatie’ is niet meegenomen in de analyse van de schoolgebouwen. Dit onderdeel is niet noodzakelijk in de afweging of er noodzaak is tot een ingreep. Bij het scenario in stand houden kunnen bij het uitvoeren van het gepland onderhoud op basis van het MJOP de aandachtspunten uit

www.icsadviseurs.nl

29/41

dit subonderdeel worden meegenomen. Bij renovatie en nieuwbouw is het van belang om de aandachtspunten uit dit subonderdeel integraal mee te nemen in de plannen. Gemeente en schoolbesturen hebben de kansenkaarten en de factsheets gezamenlijk besproken. De factsheets en kansenkaarten vormen een belangrijke basis en vertrekpunt voor het bepalen of er een noodzaak is tot ingrepen. Deze bepaling is van belang voor het formuleren van de scenario’s en prioritering. Scenario’s In de analyse van de schoolgebouwen is inzichtelijk gemaakt welk huisvestingsscenario aan de orde is. In sommige gevallen zijn er twee varianten. De scenario’s vormen het kader voor de financiële doorrekeningen. Bij twee varianten worden op het moment van daadwerkelijke uitvoering de varianten nader onderzocht en komt men tot de definitieve uitwerking.

www.icsadviseurs.nl

30/41

Deel I – Basisonderwijs 7.1 Vraag en aanbod Volgens de leerlingenprognose zal het aantal leerlingen in het basisonderwijs in de gemeente Laren nagenoeg stabiel blijven (kleine afname in de periode 2021-2037). Op basis van de prognoses en aanwezige capaciteit bij De Gooische School, is er op die locatie sprake van een ruimtetekort. De Gooische School heeft echter aangegeven niet verder dan 225 leerlingen te willen groeien. Voor de verwachte groei, boven de 225 leerlingen in de prognose van de Gooische School, is binnen de totale capaciteit in het primair onderwijs voldoende ruimte. Daarnaast komt een deel van de leerlingen van De Gooische School uit Blaricum, op het moment dat hier geen ruimte is, kan verwacht worden dat een deel een andere school zal zoeken in Blaricum. De huidige, totale capaciteit, biedt voldoende ruimte voor het verwachte aantal leerlingen op basis van de prognoses. Capaciteitsuitbreiding is, ten tijde van het opstellen van dit Kwaliteitskader, niet aan de orde.

7.2 Analyse en scenario’s In de gemeente Laren zijn de volgende locaties voor basisonderwijs gehuisvest: School

Adres

Schoolbestuur

R.K.-basisschool Binckhorst St. Jan

Eemnesserweg 17

Alberdingk Thijm scholen

R.K.-basisschool Binckhorst St. Jan 2.0

Kerklaan 29

Alberdingk Thijm scholen

De Gooische School

Oud Blaricummerweg 21a

Gooische school

OBS De Ploeg

Melkweg 42

Talent Primair

Larense Montessorischool

De Leemkuil 4

Talent Primair

www.icsadviseurs.nl

31/41

R.K.-basisschool Binckhorst St. Jan Het schoolgebouw aan de Eemnesserweg 17 is een gemeentelijk monument uit 1914 en een eigendomspand van het schoolbestuur Alberdingk Thijm Scholen. Het gebouw is in 1970 uitgebreid, deze uitbouw is van slechtere basiskwaliteit dan het originele gebouw. De functionaliteit van het gebouw is slecht beoordeeld, in

www.icsadviseurs.nl

32/41

verband met de oude basisstructuur van het monumentale pand. Deze is moeilijk aanpasbaar en bepaalt de plattegronden. De technische staat van het gebouw is redelijk, alles is goed onderhouden, maar wel gedateerd. Wat betreft het binnenklimaat scoort het gebouw met name slecht op ventilatie en temperatuur. Dit kan verklaard worden door het ontbreken van mechanische ventilatie in het grootste gedeelte van het gebouw. De exploitatielasten zijn als goed beoordeeld. De energielasten van het schoolgebouw zijn lager dan de benchmark voor primair onderwijs scholen. De onderhoudslasten van het gebouw zitten iets boven de benchmark. Er wordt veel waarde gehecht aan het gemeentelijk monument en het is belangrijk dat het in gebruik blijft als onderwijsgebouw. Nieuwbouw valt daarom af als scenario. In de schouw is beoordeeld dat op middellange termijn het gebouw met regulier onderhoud niet meer kan voldoen aan de eisen (o.a. de doelstellingen uit de sectorale routekaart) wat betreft functionaliteit, technische staat en binnenklimaat. Ook het initiële bouwjaar en het feit dat er nooit gerenoveerd is, is een indicatie dat het gebouw het einde van de levensduur bereikt. In stand houden valt daarom af als scenario. Met renovatie kan het schoolgebouw integraal worden aangepakt. Verwacht wordt dat het aantal leerlingen op de R.K.-basisschool Binckhorst St.

Jan stabiel zal blijven, er is sprake van passende huisvesting voor het aantal leerlingen. Het overschot zoals hierboven is weergegeven, is gesitueerd in het gebouw Binckhorst St. Jan 2.0 en is langjarig in gebruik door andere kindvoorzieningen. De functionele en technische staat en het binnenklimaat vragen aandacht. Het schoolgebouw van de R.K. basisschool Binckhorst St. Jan kan op deze onderdelen door middel van regulier onderhoud op de middellange termijn niet meer aan de eisen voldoen. In stand houden valt daarmee af als scenario. Omdat het belangrijk is dat het gemeentelijk monument als onderwijsgebouw in gebruik blijft is nieuwbouw geen wenselijk scenario. Dit geeft aanleiding om het schoolgebouw binnen 5 tot 10 jaar te renoveren.

R.K.-basisschool Binckhorst St. Jan 2.0 Het schoolgebouw aan de Kerklaan 29 is een gemeentelijk monument uit 1923. Het gebouw is uitgebreid in 1930, 1983 en 2003. In 2017 is R.K.-basisschool Binckhorst St. Jan 2.0 erin getrokken. Om het gebouw hiervoor geschikt te maken, is er op dat moment het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd. Net als de hoofdvestiging scoort ook dit gebouw slecht op functionaliteit in verband met de oude basisstructuur van het monumentale pand. De technische staat is redelijk beoordeeld. Alles is goed onderhouden: de buitenwanden en de binnen afwerking scoren goed. Maar het oude pannendak behoeft aandacht, deze geeft extra onderhoud. Ook een aandachtspunt is het ventilatiesysteem, wat beperkt aanwezig is. Dit verklaart ook de slechte score op ventilatie. De energielasten van het schoolgebouw zijn iets hoger dan de benchmark. De onderhoudslasten zijn gelijk aan de benchmark. Om deze reden zijn de exploitatielasten als redelijk beoordeeld. Er wordt veel waarde gehecht aan het gemeentelijk monument en het is belangrijk dat het in gebruik blijft als onderwijsgebouw. Nieuwbouw valt daarom af als scenario. In de schouw is geconstateerd dat het gebouw momenteel voldoet. Echter, in relatie tot de scope van dit Kwaliteitskader valt deze op de grens van renovatie op lange termijn en in stand houden.

Ook het initiële bouwjaar en het feit dat er nooit gerenoveerd is, is een indicatie dat het gebouw op lange termijn het einde van de levensduur bereikt. Op lange termijn kan het gebouw met regulier onderhoud niet meer voldoen aan de eisen (o.a. de doelstellingen uit de sectorale routekaart) wat betreft functionaliteit, technische staat en binnenklimaat. Met renovatie kan het schoolgebouw integraal worden aangepakt. De functionele en technische staat en het binnenklimaat vragen aandacht. Het schoolgebouw van de R.K.-basisschool Binckhorst St. Jan 2.0 kan op deze onderdelen door middel van regulier onderhoud op de lange termijn niet meer aan de eisen voldoen. In stand houden valt daarmee af als scenario. Omdat het belangrijk is dat het gemeentelijk monument als onderwijsgebouw in gebruik blijft is nieuwbouw geen wenselijk scenario. Dit geeft aanleiding om het schoolgebouw binnen 10 tot 15 jaar te renoveren.

www.icsadviseurs.nl

33/41

De Gooische School Het schoolgebouw aan de Oud Blaricummerweg 21a is een gemeentelijk monument uit 1905. Het gebouw is gerenoveerd in 1988 en uitgebreid in 2006. De functionaliteit van het gebouw is slecht beoordeeld in verband met de oude basisstructuur van het monumentale pand. Deze laat geen eenvoudige aanpassingen toe. De technische staat is redelijk beoordeeld, de buitenwanden goed, maar de bouwkundige en technische onderdelen hebben ruimschoots het eind van de technische levensduur bereikt. De stevigheid van de vloeren op de 2e verdieping vraagt om aandacht. De exploitatielasten zijn als slecht beoordeeld. De onderhoudslasten zijn veel hoger dan de benchmark, dit komt mede door de in het MJOP opgenomen hoge onderhoudsuitgaven in 2025. De energielasten komen net iets hoger uit dan de benchmark. Er wordt veel waarde gehecht aan het gemeentelijk monument en het is belangrijk dat het in gebruik blijft als onderwijsgebouw. Nieuwbouw valt daarom af als scenario. In de schouw is beoordeeld dat op korte termijn het gebouw met regulier onderhoud niet meer kan voldoen aan de eisen (o.a. de doelstellingen uit de sectorale routekaart) wat betreft functionaliteit, technische staat en binnenklimaat. Ook het initiële bouwjaar is een indicatie dat het gebouw het einde van de levensduur bereikt. In stand houden valt daarom af als scenario.

Met renovatie kan het schoolgebouw integraal worden aangepakt. De huidige functionele en technische staat en exploitatielasten vragen aandacht. Het schoolgebouw van De Gooische School kan op deze onderdelen door middel van regulier onderhoud op korte termijn niet meer aan de eisen voldoen. In stand houden valt daarmee af als scenario. Omdat het belangrijk is dat het gemeentelijk monument als onderwijsgebouw in gebruik blijft is nieuwbouw geen wenselijk scenario. Dit geeft aanleiding om het schoolgebouw binnen 0 tot 5 jaar te renoveren of nieuw te bouwen (met behoud van voorgevel). In verband met de monumentale status van de voorgevel zijn er twee varianten mogelijk. In stand houden van de voorgevel en alles achter de voorgevel volledig strippen en nieuwbouwen of in stand houden van de voorgevel en alles achter de voorgevel renoveren. OBS De Ploeg

OBS De Ploeg is gehuisvest in een schoolgebouw aan Melkweg 42. Het gebouw is gebouwd in 1953, uitgebreid in 1960 en is tweemaal gerenoveerd; in 1977 en in 1999. De functionaliteit van het gebouw is redelijk beoordeeld. De school heeft behoefte aan kleinere individuele werkplekken of in kleine groepen les te kunnen geven. De huidige ruimtes zijn hier nu niet voor geschikt. Het gebouw is overzichtelijk en de structuur biedt mogelijkheden voor beperkte interne aanpassingen. Ook de technische staat van het gebouw krijgt een redelijke beoordeling. Het gebouw is goed onderhouden, maar zal op middellange termijn moeten worden gerenoveerd. Verschillende bouwkundige en technische onderdelen hebben hun technisch einde levensduur bereikt, onder de daken bevindt zich asbest en er is geen ventilatiesysteem aanwezig. Het binnenklimaat wordt redelijk beoordeeld, waarvan de onderdelen ventilatie en temperatuur slecht scoren. Het gebouw scoort slecht op het gebied van de exploitatielasten. Zowel de onderhoudslasten als de energielasten komen ruim boven de benchmark uit. Daarbij worden volgens het MJOP in 2025 hoge onderhoudslasten verwacht. In de schouw is beoordeeld dat op middellange termijn het gebouw met regulier onderhoud niet meer kan voldoen aan de eisen die worden gesteld aan functionaliteit, technische staat en binnenklimaat (o.a.

de doelstellingen uit de sectorale Wat betreft functionaliteit en technische staat voldoet het schoolgebouw van OBS De Ploeg momenteel, maar op middellange termijn (5 tot 10 jaar) kan op deze onderdelen door middel van regulier onderhoud niet meer aan de eisen worden voldaan en is er noodzaak tot vervanging. Dit ook mede door de hoge exploitatielasten. Voor dit gebouw zijn twee varianten mogelijk: ▪ ▪

Scenario nieuwbouw Scenario renovatie

www.icsadviseurs.nl

34/41

routekaart). Ook het initiële bouwjaar is een indicatie dat het gebouw het einde van de levensduur bereikt. In stand houden valt daarom af als scenario. Larense Montessorischool Het schoolgebouw aan De Leemkuil 4 is een gemeentelijk monument uit 1924. Het gebouw is uitgebreid in 2002. Omdat het een monumentaal gebouw betreft met een originele (constructieve) structuur zijn er geen De functionele en technische staat (met name de technische levensduur van de buitengevel), de exploitatielasten en het binnenklimaat vragen aandacht. Het schoolgebouw van de Larense Montessorischool kan op deze onderdelen door middel van regulier onderhoud op de middellange termijn niet meer aan de eisen voldoen. In stand houden valt daarmee af als scenario. Omdat het belangrijk is dat het gemeentelijk monument als onderwijsgebouw in gebruik blijft is nieuwbouw geen wenselijk scenario. Dit geeft aanleiding om het schoolgebouw binnen 5 tot 10 jaar te renoveren. interne aanpassingen mogelijk en is de functionaliteit van het gebouw slecht beoordeeld. Alhoewel het gebouw speciaal voor het Montessorionderwijs is gebouwd, is er onvoldoende ruimte om zelfstandig werken te faciliteren. In een groot deel van het gebouw zijn de gangen te smal om kinderen hier zelfstandig te kunnen laten werken. De technische staat is redelijk beoordeeld.

Het gebouw is goed onderhouden, buitenschilderwerk is recent uitgevoerd en sanitair recent vernieuwd. Wel vertoond het pannendak meerdere gebreken, is de buitengevel aan grootschalige renovatie toe en is er geen ventilatiesysteem aanwezig. Het binnenklimaat wordt als slecht beoordeeld, waarvan de onderdelen ventilatie, temperatuur en geluid slecht scoren. De exploitatielasten van de Larense Montessorischool scoren slecht. Zowel de energielasten als de onderhoudslasten zijn hoger dan de benchmark. De hoge onderhoudslasten in het MJOP zijn te verklaren door de onderhoudscyclus, waarbij grote vervangingen aanstaande zijn. Er wordt veel waarde gehecht aan het gemeentelijk monument en het is belangrijk dat het in gebruik blijft als onderwijsgebouw. Nieuwbouw valt daarom af als scenario. In de schouw is beoordeeld dat op middellange termijn het gebouw met regulier onderhoud niet meer kan voldoen aan de eisen (o.a. de doelstellingen uit de sectorale routekaart) wat betreft functionaliteit, technische staat en binnenklimaat. Ook het initiële bouwjaar en het feit dat er nooit gerenoveerd is, is een indicatie dat het gebouw het einde van de levensduur bereikt. In stand houden valt daarom af als scenario. Met renovatie kan het schoolgebouw integraal worden aangepakt.

www.icsadviseurs.nl

35/41

Deel II – Voortgezet onderwijs 7.3 Vraag en aanbod Volgens de leerlingenprognose zal het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs in de gemeente Laren nagenoeg stabiel blijven (kleine afname in de periode 2021-2037). Extra capaciteitsuitbreiding reserveren voor eventuele groei speelt dus geen rol.

7.4 Analyse en scenario’s School

Adres

Schoolbestuur

College De Brink

Kerklaan 6

Stichting Gooise Scholen Federatie

Laar en Berg

Langsakker 4

Alberdingk Thijm Scholen

College De Brink Het gebouw waar College De Brink is gehuisvest, is gerealiseerd in 1998, uitgebreid in 2001 en 2005. Het gebouw is tegen de gymzaal aangebouwd, welke in 1986 gerealiseerd is. Door het ontwerp van het gebouw en de speciale plafonds is het gebouw lastig aan te passen. Dit geldt ook voor de installaties ten behoeve van de luchtbehandeling. Deze vallen onder het ontwerp en zijn daardoor slecht aanpasbaar. De technische staat is redelijk beoordeeld. De buitenwanden scoren goed. Voor de binnenafwerking en dakafwerking staan delen in de planning voor onderhoud, waarmee de kwaliteit van de technische staat weer in orde komt. Het ventilatiesysteem is ontoereikend en is een aandachtspunt. Aanpakken van de problematiek rondom het binnenklimaat heeft prioriteit. De verwachting is dat het leerlingaantal de komende jaren licht zal dalen. De beschikbare capaciteit is voor de komende jaren passend/ruim, mede door het aantal ISK-leerlingen. De onderhoudslasten liggen ruim boven de VO Benchmark en de energielasten liggen iets lager dan de benchmark. Volgens het MJOP komen er pieken aan in de onderhoudslasten, maar dit hangt samen met de

www.icsadviseurs.nl

36/41

onderhoudscyclus vanwege het feit dat het gebouw ongeveer 20 jaar oud is. Gezien het een relatief nieuw en goed onderhouden gebouw is, met een boekwaarde van ruim € 2,5 miljoen en een goede score op de exploitatielasten, is het scenario in stand houden. Gezien het bouwjaar, de boekwaarde, het gepland onderhoud, onderhoudslasten die samenhangen met de onderhoudscyclus en de technische staat kan het schoolgebouw van College De Brink in stand worden gehouden met regulier onderhoud.

Laar en Berg Laar en Berg is gevestigd in het schoolgebouw aan Langsakker 4. Het gebouw is gebouwd in 1969 en uitgebreid in 1999, 2009 en 2020. Het bouwdeel uit 2020 is niet beoordeeld in de schouw en in de ervaring met het binnenklimaat, omdat het een zelf bekostigde uitbreiding betreft. Het schoolgebouw is slecht beoordeeld op functionaliteit. De bestaande kolommen laten geen aanpassingen toe in de plattegrond. Ook op technische staat scoort het gebouw slecht. De betonnen dakranden vertonen meerdere gebreken. Er is sprake van betonrot en op meerdere plekken is schade door lekkages. Er is een ventilatiesysteem aanwezig, maar deze is verouderd. Op basis van de ervaring van de gebruiker scoren voornamelijk de oude bouwdelen slecht op binnenklimaat. De exploitatielasten worden slecht beoordeeld. Zowel de onderhoudslasten als de energielasten zijn hoger dan de benchmark. De onderhoudslasten zijn zelfs twee keer zo hoog, vanwege een aanstaande gevelrenovatie. Op korte termijn kan het gebouw met regulier onderhoud niet meer voldoen aan de eisen die worden gesteld aan functionaliteit, technische staat en binnenklimaat (o.a. de doelstellingen uit de sectorale routekaart). Ook het initiële bouwjaar is een indicatie dat het gebouw het einde van de levensduur bereikt. In stand houden valt daarom af als scenario.

Wat betreft functionaliteit en technische staat en exploitatielasten van het schoolgebouw van Laar en Berg kan op korte termijn (0 tot 5 jaar) op deze onderdelen door middel van regulier onderhoud niet meer aan de eisen worden voldaan en is er noodzaak tot vervanging. Voor dit gebouw zijn twee varianten mogelijk: ▪ ▪

Scenario nieuwbouw Scenario renovatie

7.5 Investeringskosten In dit hoofdstuk is per school beschreven wat de oplossingsrichtingen zijn voor iedere locatie om de geconstateerde knelpunten op te kunnen lossen. Op basis van de geschetste financiële uitgangspunten in hoofdstuk 5, is de totale bandbreedte voor investeringen inzichtelijk gemaakt. Hierin zijn twee scenario’s opgenomen: het scenario waarbij alle schoolgebouwen met noodzaak tot ingreep gerenoveerd worden en het scenario met nieuwbouw voor de niet-monumentale schoolgebouwen met noodzaak tot ingreep en de Gooische School (met instandhouding van de voorgevel) en renovatie voor de monumentale gebouwen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de gemeentelijke investering en een indicatie van de investering die het schoolbestuur kan doen voor het realiseren van aanvullende duurzaamheidsambities. Kosten voor tijdelijke huisvesting en sloopkosten zijn waar dat aan de orde is meegenomen in de totale bandbreedte. Onderstaande tabel toont per variant de benodigde investeringskosten voor de onderwijsgebouwen (incl. btw en prijspeil 2020).

SCENARIO RENOVATIE TOTAAL Kwaliteitskader 2021-2037

www.icsadviseurs.nl

investering gemeente

investering bestuur

€ 31.090.000 € 1.749.000

SCENARIO NIEUWBOUW/ RENOVATIE

investering gemeente

investering bestuur

€ 36.460.000 € 1.853.000

37/41

Bovenstaande bandbreedte is gebaseerd op de financiële uitgangspunten uit hoofdstuk 5 en zijn inclusief tijdelijke huisvesting en sloopkosten, waar dat aan de orde is. Kosten die niet zijn meegenomen in de berekeningen van de investeringskosten: ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Eenmalig afboeken van boekwaarde bij nieuwbouw; Lopende boekwaarden Kosten voor het opknappen van bestaande gebouwen in geval van het doorverwijzen naar leegstand of bij gebruik als tijdelijke huisvesting. De gemeente neemt een stelpost op in de begroting waaruit o.a. deze kosten gedekt worden; Kosten voor aankoop grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur of openbare ruimte; Contextuele factoren/locatie gebonden kosten; Verhuiskosten; Mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (relatief beperkt); Kosten en baten bij het eventueel afstoten van gebouwen en gronden; Kosten voor het realiseren van ruimte voor kinderopvang; Gemeentelijke plan- en apparaatskosten.

www.icsadviseurs.nl

38/41

8. Vervolgtraject: nieuwe werkwijze In dit Kwaliteitskader onderwijshuisvesting is inzicht gegeven in de kwaliteit van de onderwijsgebouwen en dit is langs de lat gelegd van drie scenario’s: nieuwbouw, renovatie en in stand houden. Uit de gebouwanalyse en de schouw is naar voren gekomen dat voor 6 van de 7 gebouwen in de gemeente Laren een noodzaak tot ingrepen is binnen nu en 15 jaar. Renoveren van de schoolgebouwen is momenteel nog geen wettelijke taak van de gemeente, maar is in het Kwaliteitskader wel inzichtelijk gemaakt. Omdat 5 van de 7 gebouwen gemeentelijk monument zijn en de gemeente en schoolbesturen deze gebouwen in hun onderwijsfunctie willen behouden is nieuwbouw geen wenselijk scenario De financiële bandbreedte van de scenario’s ligt tussen de € 35 - € 40 miljoen. De gemeente wil zijn verantwoordelijkheid nemen, maar geen afspraken maken die niet waar gemaakt kunnen worden. Daarnaast wil de gemeente de schoolgebouwen in stand houden op een kwalitatief goede manier en meer gefaseerd in de tijd, gekoppeld aan geplande onderhoudsmomenten. Om zodoende de gebouwen een kwalitatieve impuls te geven, door middel van een zo realistisch mogelijke financiële investering. Dit vraagt om een vervolgtraject, waarbij door middel van businesscases inzicht wordt verworven in het scenario gezamenlijke levensduurverlenging.

Hiermee worden alle partijen in staat gesteld om invulling te geven aan hun verantwoordelijkheden, op een duurzame en financieel meer haalbare wijze. Passend bij de Larense situatie. Voor het scenario gezamenlijke levensduurverlenging is inzicht nodig in de maatregelen om de levensduur van de gebouwen te verlengen, om te voldoen aan verduurzamingsdoelstellingen en om het binnenklimaat te verbeteren. Dit resulteert in een routekaart gezamenlijke levensduurverlenging voor de komende jaren. De routekaart geeft inzicht in de te nemen maatregelen, de kwaliteitsverbetering die hiermee wordt bereikt, de prioritering en de kostenverdeling. Per locatie wordt een businesscase opgesteld, dit maakt het tevens mogelijk om de vergelijking te maken met nieuwbouw/renovatie in voorkomende gevallen. Naast inzicht in de te nemen maatregelen is het ook onderdeel van dit traject om te kijken naar creatieve oplossingen voor het financieren van maatregelen dan wel om renovatie of nieuwbouw te realiseren. Dit vervolgtraject valt buiten de scope van het Kwaliteitskader onderwijshuisvesting en wordt separaat aan dit traject opgesteld. Er is gekozen voor dit vervolgtraject op basis van het inzicht in de schoolgebouwen wat het Kwaliteitskader ons heeft verschaft.

En de financiële bandbreedte die benodigd is om de gebouwen door middel van nieuwbouw, renovatie en in stand houden op een goed kwaliteitsniveau te houden en te brengen. De gezamenlijke levensduurverlenging heeft als insteek om in de basis noodzakelijke ingrepen (constructief, veilig, gezond, toegankelijk) in schoolgebouwen te borgen, door een kwaliteitsimpuls te geven gekoppeld aan gepland onderhoud zoals opgenomen in het MJOP. Hiermee is het mogelijk om samen en gefaseerd de levensduur van de gebouwen te verlengen tegen een zo realistisch en haalbaar mogelijke financiële investering.

www.icsadviseurs.nl

39/41

9. Begrippenlijst Aardgasvrij ready

Een onderwijsgebouw dat aardgasvrij ready is, heeft voorzieningen getroffen waarmee in de toekomst van het aardgas afgegaan kan worden. Dit is bijvoorbeeld een optie als op termijn een warmtenet wordt aangelegd of de komst van een warmtenet nog onzeker is.

BENG

De term BENG staat voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen en is de nieuwe energieprestatienorm voor gebouwen. Deze vervangt per 1 januari 2021 de oude Energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Het doel van de BENG-norm is dat, naast een optimale energieprestatie van het gebouw, ook gestuurd wordt op gebruik van duurzame energiebronnen en minder gebruik van fossiele energiebronnen. Een gebouw moet daarmee, zoals de naam zegt, Bijna Energie Neutraal zijn. Voor verschillende gebruikssoorten zoals onderwijs en zorg gelden verschillende BENGeisen. De bijbehorende rekenmethodiek is vastgelegd in een norm voor Nederlandse Technische Afspraken, de NTA8800.

ENG

Energieneutraal. Energieneutraal betekent dat de energievraag van het gebouw volledig met hernieuwbare bronnen (wind, zon, aardwarmte, aquathermie enz.) wordt opgewekt, zonder CO2 productie. De energie die gebruikt wordt hoeft niet per se op de eigen locatie opgewekt te worden. Zo kan er bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een warmtenet. De Sectorale Routekaarten voor het funderend onderwijs hebben als uitgangspunt dat alle gebouwen in 2050 Energieneutraal dienen te zijn.

Frisse scholen

Frisse scholen zijn scholen die op het gebied van het binnenmilieu en energieverbruik goed presteren. Om tot Frisse Scholen te komen is een Programma van Eisen (PvE) voor Frisse Scholen ontwikkeld waarin voor diverse categorieën zoals warmte, energieverbruik of luchtkwaliteit streefdoelen zijn bepaald. Deze zijn onderverdeeld in 3 ambitieniveaus van A (zeer goed) tot C (acceptabel).

MI vergoeding

Scholen voor primair en voortgezet onderwijs ontvangen, naast de vergoeding voor personele kosten, van rijkswege een vergoeding voor de materiële voorzieningen (MI). De MI-vergoeding is onderbouwd met de programma’s van eisen (PvE) voor onderhoud gebouw, elektra, gas, beheer en bestuur en leermiddelen, inventaris en apparatuur. Hierin staat aangegeven op welke uitgaven van een gemiddelde school de vergoedingen zijn gebaseerd. Er liggen prijzen aan ten grondslag die jaarlijks worden aangepast om prijswijzigingen op te vangen. De programma’s van eisen worden voor vijf jaar vastgesteld waarna evaluatie plaatsvindt.

Nul op de Meter

In een Nul op de Meter-school wordt het netto energiegebruik tot nul gereduceerd. Dit gebeurt door slim gebruik te maken van energiebesparende en energieopwekkende voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers.

www.icsadviseurs.nl

40/41

De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteur(s): Gereviewd door:

28 april 2021 Doriene Bakker, Annet Strooper Leonoor Clemens

info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27

www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nl

41/41 Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10831863/1