C 8
Tekst van het document
van rechtswege, als de begroting een tekort vertoont en het niet aannemelijk is dat dit binnen de termijn van de meerjarenraming kan worden hersteld;
•
als de inzendtermijnen worden overschreden;
•
bij gemeentelijke herindelingen (ARHI).
Bij het financieel toezicht op waterschappen is geen preventief toezicht mogelijk. In plaats daarvan kunnen de volgende instrumenten worden ingezet: •
Ambtelijk overleg
•
Bestuurlijk overleg
•
Aanwijzing door GS met betrekking tot de verstrekking van informatie aan derden
•
Treffen van maatregelen door provincie bij overschrijding van kasgeldlimiet of renterisiconorm, bijvoorbeeld in de vorm van goedkeuren herstelplan kasgeldlimiet, mogelijkheid van een aanwijzing geven en mogelijkheid om ontheffing te verlenen
•
Instellen onderzoek door provincie naar beheer en inrichting van de financiële organisatie
•
(Gedeeltelijke) schorsing en vernietiging van een besluit tot vaststelling van een begroting(swijziging).
4.2 Instrumenten generiek toezicht Bij generiek toezicht wordt er van taakverwaarlozing gesproken als blijkt dat een toezichtontvanger wet- en regelgeving in onvoldoende mate naleeft. Gedeputeerde Staten kan in zo’n geval in de plaats treden. Dit
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
20
Provincie Noord-Holland
wil zeggen dat de provincie de uitvoering van de desbetreffende taken overneemt op kosten van de toezichtontvanger. Daarnaast kan Gedeputeerde Staten ingrijpen als een toezichtontvanger een besluit heeft genomen dat in strijd is met het recht of het algemeen belang. Dit instrument is het schorsen of vernietigen van besluiten. Over beide instrumenten bestaat binnen de provincie eigen beleid, dat te vinden is op de webpagina6 van de provincie. Ook worden ze nader hieronder in deze paragraaf toegelicht. Concreet staat in de Gemeentewet dat Gedeputeerde Staten in de plaats kan treden als er sprake is van taakverwaarlozing door gemeenten op wetten, die niet zijn opgenomen in de lijst met wetten vermeld in bijlage 17 van de Gemeentewet. Deze limitatieve lijst benoemt de wetten waar de ministeries rechtstreeks toezicht op houden. Het uitgangspunt van deze lijst is dat de ministeries toezicht houden op die terreinen waar de provincies geen taak en expertise hebben. IBT stelt zich terughoudender op naarmate een wettelijke norm een meer open karakter heeft. Gedeputeerde Staten bepaalt als toezichthouder de intensiteit van het toezicht. Instrumenten voor het generiek interbestuurlijk toezicht op gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen zijn de twee interventieladders die we kennen: 1.
de interventieladder bij indeplaatsstelling;
2.
de interventieladder bij schorsing en vernietiging.
Hieronder volgt de uitleg van de twee van toepassing zijnde interventieladders. 4.2.1. Interventieladder bij indeplaatsstelling Trede 1 Signaleren
De toezichthouder beoordeelt of voldoende uitvoering wordt gegeven van aan medebewindstaken. Dit gebeurt op basis van toezichtinformatie die systematisch wordt verzameld of naar aanleiding van meldingen of signalen. Zo lang de medebewindstaak volledig en voldoende conform wettelijke eisen wordt uitgevoerd, blijft de betreffende toezichtontvanger op trede 1 staan (goed = groen). Trede 2 Valideren Bij signalen van tekortkomingen wordt aanvullende informatie opgevraagd bij de toezichtontvanger en/of andere belanghebbenden. Er worden eventuele gesprekken gevoerd ter verificatie van de informatie. Als de conclusie is dat er slechts kleine nalatigheden zijn, formuleert de toezichthouder verbeterpunten die de tekortkomingen binnen een jaar moet oplossen. Als dit is gelukt, gaat de toezichtontvanger na de nieuwe beoordeling naar trede 1. Als het de toezichtontvanger niet lukt om de verbeteringen binnen een jaar tot stand te brengen dan wel als er sprake is van ernstige tekortkomingen gaat de toezichtontvanger naar trede 3 van de interventieladder. Trede 3a Verscherpt toezicht; ambtelijke afspraken De toezichthouder maakt op ambtelijk niveau in een zogenoemd toezichtgesprek zeer gerichte afspraken met de toezichtontvanger over te nemen maatregelen en de hiervoor bestemde termijn(en).
In de regel zal er een Plan van Aanpak worden verlangd waarin SMART beschreven wordt hoe en op welke termijn een einde wordt gemaakt aan de taakverwaarlozing. De toezichthouder houdt gedurende het jaar vinger aan de pols door de voortgang met de toezichtontvanger te bespreken. Bij overleggen wenst de provincie dat ten minste de betreffende leidinggevende hierbij aanwezig is. Als de afspraken niet of niet snel genoeg worden nagekomen, wordt er opgeschaald naar afspraken op bestuurlijk niveau (trede 3b). Trede 3b Verscherpt toezicht; bestuurlijke afspraken Als de afspraken op ambtelijk niveau niet in voldoende mate zijn nagekomen, nodigt de portefeuillehouder van de provincie de portefeuillehouder van de betreffende toezichtontvanger uit voor een bestuurlijke interventie. In dit gesprek zullen er (opnieuw) afspraken worden gemaakt over het beëindigen van de taakverwaarlozing. Ook zal een doorkijk worden gegeven naar de volgende treden van de interventieladder als er onvoldoende voortgang zit in het nakomen van de afspraken. De voortgang van deze bestuurlijke afspraken wordt gemonitord.
6
Het Beleidskader indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing en het Beleidskader schorsing en vernietiging zijn met de volgende link te vinden: https://www. noord-holland.nl/Bestuur/Interbestuurlijk_toezicht/Werkwijze
7
https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2021-07-10#Bijlage1
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
21
Provincie Noord-Holland
Trede 4 Vooraankondiging van interventie Bij onvoldoende voortgang van de bestuurlijke afspraken kondigt Gedeputeerde Staten bij de toezichtontvanger aan dat er het voornemen is om een besluit tot indeplaatsstelling te nemen. Hierbij wordt het Algemeen beleidskader bij indeplaatsstelling gehanteerd. Deze vooraankondiging dient te worden gepubliceerd in het Provinciaal Blad.
Het voornemen wordt in het kader van de horizontale verantwoording tevens toegestuurd aan de gemeenteraad of het algemeen bestuur. De toezichtontvanger kan over de vooraankondiging zienswijzen inbrengen. Deze worden betrokken bij het nemen van het besluit tot indeplaatsstelling (trede 5). Trede 5 Besluit tot indeplaatsstelling Gedeputeerde Staten besluit tot indeplaatsstelling en geeft de toezichtontvanger een laatste termijn om alsnog zelf de afspraken na te komen en de taakverwaarlozing te beëindigen. Trede 6 Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing In deze fase voert Gedeputeerde Staten het besluit uit tot indeplaatsstelling. Deze stap houdt in dat de provincie de taak uitvoert namens en op kosten van de betreffende toezichtontvanger. Bij de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht gebruikt de provincie een kleurenmodel om de scores visueel te kunnen duiden. De precieze uitwerking van dit model wordt als activiteit opgenomen in het uitvoeringsplan. 4.2.2 Interventieladder bij schorsing en vernietiging Schorsing en vernietiging is een bevoegdheid van de Kroon. Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning kunnen een besluit van een gemeentelijk bestuursorgaan (college van B&W, gemeenteraad, burgemeester) voordragen voor vernietiging door de Kroon indien dit besluit in strijd is met he recht of het algemeen belang.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in het Beleidskader schorsing en vernietiging beschreven hoe dit instrument moet worden toegepast. Schorsing en vernietiging kent een eigen interventieladder, die per trede uitvoering wordt beschreven in het genoemde beleidskader. Een korte samenvatting van de stappen is hieronder weergegeven. Trede 1 Signaleren en bevoegdheden in kaart brengen De toezichthouder signaleert dat een besluit mogelijk in strijd is met het recht of het algemeen belang en onderzoekt wie bevoegd is om een verzoek tot vernietiging te doen: de Commissaris van de Koning of Gedeputeerde Staten. Trede 2 Eerste beoordeling De minister van het vakdepartement gaat na of het verzoek ontvankelijk is. Trede 3 Informatie opvragen bij de gemeente Is het verzoek ontvankelijk, dan start de toezichthouder een onderzoek naar wat er strijdig is met het recht of het algemeen belang. Trede 4 Schorsen Komt een besluit voor vernietiging in aanmerking, wordt het besluit van rechtswege geschorst. Trede 5 Informeren over de uitkomsten van het onderzoek en overleg Het (gemeente)bestuur wordt op de hoogte gesteld van het oordeel. Als het besluit in aanmerking komt voor vernietiging, krijgt het bestuur de mogelijkheid voor een overleg.
Trede 6 Voordragen voor vernietiging Als de bezwaren van de minister ook na het overleg niet zijn weggenomen, wordt het besluit voor vernietiging voorgedragen.
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
22
Provincie Noord-Holland
GOVERNANCE EN BEDRIJFSVOERING 5.1 Beleids- en verantwoordingscyclus Beleid IBT Na vaststelling van dit beleid door Gedeputeerde Staten zal er een uitvoeringsplan worden opgesteld met een planning erbij van de vernieuwde activiteiten om het interbestuurlijk toezicht door te ontwikkelen. Ook de consequenties voor de inzet van capaciteit maken deel van het uitvoeringsplan. In de betreffende beleidsperiode wordt er daarnaast jaarlijks in de vorm van een infographic aangegeven waarop de verschillende toezichtdomeinen zich gaan richten. Deze infographic is bestemd voor de toezichtontvangers en wordt op de website gepubliceerd. Over de uitvoering van het toezicht wordt jaarlijks gerapporteerd in het jaarverslag. Beide documenten behoren tot de beleidscyclus en worden daarmee vastgesteld door Gedeputeerde Staten. In het kader van de Wet open overheid wil de provincie transparant zijn in de toezichtoordelen. Dit wordt gedaan door de prestaties van de gemeenten te presenteren op de interactieve Noord-Hollandse kleurenplattegrond op de webpagina van de provincie.
5.2 Prestatie-indicatoren Om de inzet en de kwaliteit van het interbestuurlijk toezicht te kunnen verantwoorden en te beoordelen, worden er prestatie-indicatoren gehanteerd. Deze indicatoren laten zien in hoeverre de toezichthouder zicht houdt op de afspraken uit dit beleid en uit de Verordening systematische toezichtinformatie 2023. Deze prestatie-indicatoren zijn: •
het jaarlijks systematisch uitvoeren van toezicht volgens het geldende toezichtregime op alle hiervoor in aanmerking komende Noord-Hollandse gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen;
•
het toezichtoordeel voor het einde van het jaar gereed hebben voor de toezichtontvangers die op tijd de toezichtinformatie voor Informatie- en archiefbeheer en Omgevingsrecht hebben ingediend;
•
interveniëren waar nodig waarbij gebruik wordt gemaakt van de juiste instrumenten en interventiemethoden, zoals beschreven in hoofdstuk 4;
•
per toezichtdomein wordt ten minste één andere vorm van toezicht toegepast, zoals het organiseren van een kennisbijeenkomst of het uitvoeren van een thema-, incident- of casusonderzoek.
5.3 Financiële consequenties De financiële middelen voor de uitvoering van dit beleid zijn geborgd via de begroting van programma Bestuur.
5.4 Implementatie van nieuwe beleidsdoelen De uitvoering van dit beleidsplan vergt op een aantal onderdelen een projectmatige aanpak. Om dit beleid goed te implementeren, wordt aan de slag gegaan met: 1.
Aansluiten op de vastgestelde Agenda Kwaliteit Openbaar Bestuur.
2.
Onderzoeken in hoeverre de provinciale AI-assistent een betrouwbare en efficiënte bijdrage kan leveren aan het verkorten en versnellen van het systematisch toezicht.
3.
Het doorontwikkelen van de interactieve kleurenplattegrond op de website tot een volwaardig dashboard waar real-time de uitkomsten van het systematisch toezicht worden bijgewerkt.
4.
Het handen en voeten geven van het speerpunt Toezicht in Verbinding, onder andere door de vormen
5.
De aanleverdatum van de stukken voor Informatie- en archiefbeheer beter verspreid over het jaar
van Interactie uit te werken.
laten indienen. Hierover dient de afstemming gezocht te worden met de archiefdiensten. De meermaals genoemde verordening dient hierop aangepast te worden,
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
BIJLAGEN
Foto: Annoesjka Brohm
23
Provincie Noord-Holland
1
24
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
Provincie Noord-Holland
BIJLAGE 1 BELEID IBT 2022-2025: EEN TERUGBLIK Toezichtactiviteiten De provincie Noord-Holland heeft de afgelopen beleidsperiode het interbestuurlijk toezicht op drie van de vier manieren uitgevoerd: systematisch, thematisch en incidentgericht. Casusgericht is in deze beleidsperiode niet van toepassing geweest. In deze beleidsperiode is veel aandacht uitgegaan naar het jaarlijks terugkerende systematische toezicht. De drie van toepassing zijnde methoden van toezicht worden hieronder kort besproken zonder uitleg wat dit toezicht precies inhoudt. Dat is terug te vinden in het volgende hoofdstuk. Systematisch toezicht In de afgelopen beleidsperiode is er ten opzichte van de andere toezichtmethoden relatief veel aandacht gegaan naar het systematisch toezicht. De uitstroom van lang zittende toezichthouders en de moeizame werving om nieuwe toezichthouders te vinden, hebben vooral generiek toezicht in deze periode parten gespeeld. In 2024 heeft er met name bij Informatie- en archiefbeheer en in mindere mate bij Omgevingsrecht geen toezicht kunnen plaatsvinden. Binnen beide domeinen is dit opgelost door steekproeven te doen bij tien toezichtontvangers. In 2025 was het team weer op sterkte en heeft er weer normaal systematisch toezicht binnen alle domeinen plaatsgevonden.
Thematisch toezicht Gedurende de beleidsperiode 2022-2025 heeft Omgevingsrecht een aantal themaonderzoeken kunnen uitvoeren. Hierbij is onderzocht hoe toezichtontvangers in de praktijk omgaan met bepaalde risicoonderwerpen. De volgende themaonderzoeken zijn uitgevoerd: 1.
Brandveiligheid van zorginstellingen
2.
Illegale bewoning vakantiewoningen
3.
Illegaal gebruik van agrarische opstallen
4.
Gemeentedekkende bestemmingsplannen en structuurvisies
5.
De aanwezigheid van een actuele kwaliteitsverordening voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving
Incidentgericht toezicht Het incidentgericht toezicht vindt plaats aan de hand van signalen en meldingen over de uitvoering van een wettelijke taak bij één van de toezichtontvangers. In de afgelopen beleidsperiode zijn gemiddeld 17 meldingen per jaar onderzocht. De meldingen zijn veelsoortig. Vaak betreft het meldingen van een burger over de gemeente, soms over een waterschap/hoogheemraadschap. Meldingen kunnen te maken hebben met ruimtelijke aspecten, zoals meldingen over het niet- handhaven op de eisen uit een bestemmingsplan/omgevingsplan, meldingen over niet-vergunde verbouwingen of bebouwingen, over niet-vergunde sloopwerkzaamheden in een Rijksmonument, meldingen over overlast door bedrijven of vanwege evenementen, melding over vervuilde grond/bodem, over het ontbreken van een natuurvergunning en over de uitvoering woonwagenbeleid door een gemeente.
8
Jaar
Aantal meldingen
2022
14
2023
15
2024
21
2025
ca. 198
19 meldingen is de stand van zaken op 26 november 2025.
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
25
Provincie Noord-Holland
Evaluatie Beleid IBT 2022-2025 In het Beleid IBT 2022-2025 zijn voor de evaluatie van dit beleid de volgende vragen opgenomen ter voorbereiding en oriëntatie op nieuw beleid, zoals u dat nu voor u heeft. De evaluatievragen hadden tot doel om aan het begin van het laatste toezichtjaar (2025) te bepalen of het toezicht in de afgelopen vier jaar daadwerkelijk effectiever is geworden. In de zomer van 2025 hebben de toezichthouders met elkaar de volgende vijf vragen beantwoord. 1.
Vraag Is de wendbaarheid toegenomen? Is er meer variatie per gemeente? Vinden er, naast systematisch toezicht, ook andere onderzoeken plaats, zoals themaonderzoeken, praktijktoetsen en casusonderzoeken? Antwoord
Tijdens de evaluatie is het begrip uitgelegd als ‘inspelend op de actualiteit en nieuw ontstane risico’s’. Tijdens de beleidsperiode is dit niet in alle opzichten tot uitvoering gekomen. In de methodiek van Financieel toezicht zit dit aspect standaard verweven. Bij de generieke
toezichtdomeinen was dit meer tot wasdom gekomen als de bezetting in de volle beleidsperiode op sterkte was geweest. De bezetting is ook de reden dat de prioriteit en de focus voornamelijk bij het systematisch toezicht heeft gelegen en er in mindere mate tijd besteed kon worden aan onderzoeken en kennisbijeenkomsten. 2.
Vraag Kunnen we een juiste analyse maken van de signalen die we krijgen? En vervolgens een goede afweging maken om te besluiten of we ingrijpen of niet? Bevatten de signalen voldoende informatie om de impact te analyseren en te begrijpen? Antwoord
Ja, dit is wel het geval. De meeste meldingen zijn van toepassing op Omgevingsrecht. Elke melding wordt na ontvangst beoordeeld of het een
melding is, die voor IBT bestemd is. Als dit het geval is, volgt er een nader onderzoek vanuit IBT. Als dit niet het geval is, verwijst IBT door naar de instantie waar melder terecht kan. 3.
Vraag Hebben themaonderzoeken, casusonderzoeken en praktijktoetsen het toezicht versterkt? Antwoord
Zoals in de vorige paragraaf genoemd, hebben er in de beleidsperiode geen casusonderzoeken en praktijktoetsen plaatsgevonden.
Omgevingsrecht heeft wel vijf themaonderzoeken kunnen uitvoeren, die hebben geleid tot een versterking van het toezicht en verstevigde aandacht bij de toezichtontvangers. 4.
Vraag Is de toezichtinformatie in meer gemeenten onderwerp van gesprek tussen college en raad? Antwoord
De toezichthouders van IBT hebben de indruk dat het gesprek tussen de besturen en de controlerende organen over het interbestuurlijk toezicht niet is versterkt in de afgelopen beleidsperiode. Voor de aankomende beleidsperiode heeft de provincie de ambitie om bij te dragen aan de versterking van de rol ten aanzien van de horizontale controle. 5.
Vraag Is er meer zicht op het verband tussen het generieke beeld over het functioneren van een gemeente, waterschap of gemeenschappelijke regeling en de beoordeling op de verschillende toezichtdomeinen? Antwoord
Ja, dit is er. De uitkomsten van de verschillende toezichtdomeinen worden aan het eind van het jaar door middel van de interactieve Noord-
Hollandse kleurenplattegrond, getoond op de pagina van IBT op de website van de provincie. Deze uitkomsten worden tevens gebruikt voor de werkbezoeken aan gemeenten door de Commissaris van de Koning, gecombineerd met feitelijke gegevens die uit andere relevante beleidsterreinen afkomstig zijn.
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
26
Provincie Noord-Holland
BIJLAGE 2 DE TOEZICHTDOMEINEN In dit hoofdstuk wordt per toezichtdomein onder andere de wettelijke grondslag beschreven, evenals de wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd. Dit beleid laat toe de toezichtsystematiek tussentijds te veranderen, mits dit voortijdig aan de toezichtontvangers wordt gecommuniceerd. Voor Informatie- en archiefbeheer geldt dat een eventuele nieuwe toezichtsystematiek afgestemd moet zijn met de horizontale toezichthouders, zijnde de Noord-Hollandse archivarissen.
Het domein Financieel toezicht Wettelijk kader Het Financieel toezicht valt onder de noemer van specifiek toezicht hetgeen wil zeggen dat specifieke wetgeving hierop van toepassing is, anders dan de Wrgt. Het Financieel toezicht is van toepassing op de Noord-Hollandse gemeenten, de waterschappen en de gemeenschappelijke regelingen waarin de provincie niet participeert. Voor het Financieel toezicht gelden wettelijke termijnen, onder meer ten aanzien van de informatie die precies moet worden aangeleverd en de momenten waarop. Financieel toezicht op gemeenten en gemeenschappelijke regelingen is een medebewindstaak, die gaat over de uitvoering van de wettelijk opgedragen taak, zoals omschreven in met name Titel IV van de Gemeentewet, artikelen 186 t/m 215, en op basis van het gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2020 (GTK)9. Het Financieel toezicht op de waterschappen is gebaseerd op de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit, Wet financiering decentrale overheden (fido) en de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen. Systematisch toezicht De gemeenteraad en het algemeen bestuur van een waterschap of een gemeenschappelijke regeling zijn primair verantwoordelijk voor structureel (en reëel) evenwicht in de begroting óf het moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht binnen de termijn van de meerjarenraming kan worden hersteld.
De focus van het financieel toezicht ligt niet alleen op het structureel en reëel begrotingsevenwicht maar ook de tijdigheid van indienen van de financiële documenten. Het niet tijdig indienen van bijvoorbeeld de begroting kan ook leiden tot preventief toezicht. De gemeenteraad en het algemeen bestuur worden onder meer ondersteund door een accountant, die een oordeel geeft van de getrouwheid van de jaarrekening en bijbehorende stukken. Bij waterschappen dient de begroting in evenwicht te zijn. Hiervan kan worden afgeweken indien aannemelijk is dat het evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht. De wet schrijft voor dat gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen minimaal op twee momenten in het jaar informatie aan IBT aanleveren. Het gaat om de verplichte documenten, waarvan ten minste de begroting en de jaarrekening. Maatwerk •
De provincie bepaalt voor 1 januari van het nieuwe begrotingsjaar aan de hand van de begroting het toezichtregime voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Dit gebeurt aan de hand van de financiële positie en eventuele financiële problematiek. Voor de waterschappen is dit niet van toepassing omdat deze, anders dan bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, niet onder preventief toezicht gesteld kunnen worden.
• 9
Een accountant doet een uitspraak over de getrouwheid van de jaarrekening. Gemeenschappelijk financieel toezichtkader 'GTK 2020 Gemeenten’, vastgesteld door alle provincies.
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
27
Provincie Noord-Holland
Thema’s Het landelijk Vakberaad Gemeentefinanciën stelt jaarlijks landelijke onderzoeksthema’s vast voor het toezicht op gemeenten. Daarnaast organiseert Financieel toezicht ook jaarlijks een bijeenkomst met toezichtontvangers. De laatste twee bijeenkomsten gingen over de algemene uitkering, waarbij BZK een presentatie gaf, en de begroting 2026 in aanwezigheid van de Commissaris van de Koning in zijn rol van portefeuillehouder. Ontwikkelingen Verschillende ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de toekomstige invulling van het Financieel toezicht. Voorbeelden zijn de verslechtering van de financiële positie van een aantal gemeenten, het ravijnjaar 2028 en de ontwikkelingen van het gemeentefonds. Dit is het gevolg van het feit dat er van Rijkswege onvoldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld.
Het domein Huisvesting statushouders Doel en wettelijk kader De gemeente is verantwoordelijk voor het huisvesten van statushouders. Het Rijk (BZK) stelt elk halfjaar de taakstelling per gemeente vast van het aantal statushouders dat een woning toegewezen dient te krijgen. De taakstelling is gebaseerd op het inwonertal van gemeenten. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) speelt een bemiddelende rol en koppelt statushouders aan gemeenten. Ook levert het COA elke maand de cijfers over de gerealiseerde taakstellingen per gemeente aan bij de toezichthouder. Afwijkingen in het integrale proces Het toezicht op de huisvesting van statushouders werkt anders dan het toezicht op andere domeinen. Bij dit toezicht wordt er administratief gecontroleerd of de gemeenten de taakstelling op huisvesting hebben gehaald. Het gaat hier om een wettelijke resultaatverplichting voor gemeenten. De taakstelling moet worden gerealiseerd en de provincie controleert door middel van interbestuurlijk toezicht of dit gebeurt. Loopt een gemeente achter op de taakstelling, dan voert de provincie in eerste instantie gesprekken op ambtelijk niveau waarin concrete afspraken worden gemaakt om de taakstelling in te halen. Als de afspraken om wat voor redenen dan ook, niet worden nagekomen, kunnen er gesprekken op bestuurlijk niveau plaatsvinden.
Alle interventies zijn stappen op de interventieladder, die steeds zwaarder gaan wegen. De hoogste trede op de ladder bestaat uit ‘indeplaatstreden’ waarbij de provincie de taak tot huisvesting namens de gemeente en op kosten van de gemeente overneemt. Thema’s en praktijktoetsen Voor het domein huisvesting statushouders zijn thematisch toezicht en praktijktoetsen in principe niet van toepassing. Daarentegen vinden er regelmatig kennisbijeenkomsten plaats die samen met de beleidsmedewerkers van het team Asielzaken worden georganiseerd. Ontwikkelingen
Schrappen voorrang statushouders Binnen dit toezichtdomein zijn er enkele relevante landelijke politieke ontwikkelingen. Zo heeft de regering in oktober 2025 het wetsvoorstel ‘Schrappen voorrang statushouders’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit voorstel zorgt ervoor dat gemeenten geen voorrang op sociale huurwoningen mogen verlenen aan statushouders op grond van het feit dat zij statushouder zijn. Op het moment dat dit beleid werd geactualiseerd, is het politieke lot van het wetsvoorstel onzeker. Mocht er inderdaad een verbod op voorrang komen, dan wordt het voor gemeenten veel moeilijker om de taakstelling te realiseren. Via het Interprovinciaal Overleg (IPO) hebben de provincies zich kritisch uitgelaten over dit voorstel en de gevolgen dat het zal hebben voor het interbestuurlijk toezicht op de huisvesting van statushouders. Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting De strekking van dit wetsvoorstel is reeds genoemd in paragraaf 3.2.
Het domein Informatie- en archiefbeheer Doel en wettelijk kader Een goed ingericht informatie- en archiefbeheer is onder meer belangrijk voor het openbaar bestuur. Betrouwbaarheid van en transparantie in het handelen zijn belangrijke publieke waarden. De Archiefwet draagt hieraan bij door voorwaarden te eisen die gericht zijn op de duurzame toegankelijkheid van overheidsinformatie. Het doel van het
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
28
Provincie Noord-Holland
toezicht op informatie- en archiefbeheer is hierop toe te zien. Maar niet alleen. Vooraf aan het interbestuurlijk toezicht houden de Noord-Hollandse archivarissen horizontaal toezicht op de gemeenten en eventueel gemeenschappelijke regelingen waarvoor zij aangewezen zijn. Alle Noord-Hollandse gemeenten en waterschappen zijn aangesloten bij één van de Noord-Hollandse archiefdiensten en hebben een archivaris in dienst dan wel aangewezen bij een regionale archiefdienst. De archivarissen dragen jaarlijks of tweejaarlijks, afhankelijk van de afspraken die onderling zijn gemaakt, zorg voor een archiefinspectie. Dit geldt ook voor de gemeenschappelijke regelingen waarop de provincie toezicht houdt. De nieuwe Archiefwet, die per 1 juli 2027 in werking treedt, vereist dat de deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling verplicht een archivaris moeten aanwijzen. Het recht van de directie van een gemeenschappelijke regeling, die dit met de huidige Archiefwet heeft, wordt hiermee ontnomen. Met het toezicht op het Informatie- en archiefbeheer wordt de naleving van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling 1995 getoetst. Ook de derde pijler van de Wet open overheid (Woo), namelijk dat elke overheidsinstelling zijn informatiehuishouding op 1 mei 2030 op orde dient te hebben, zal met dit nieuwe beleid bij het toezicht worden betrokken.
Tijdens deze beleidsperiode treedt de nieuwe Archiefwet in werking. Dit zal gevolgen hebben voor de toezichtcriteria. Systematisch toezicht Het systematisch toezicht voeren we uit bij de Noord-Hollandse gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Gemeenschappelijke regelingen waarin de provincie zelf participeert, zijn uitgesloten van interbestuurlijk toezicht door de provincie. Met de komst van de nieuwe Archiefwet wordt dit een taak van het Rijk, om precies te zijn van de Inspectie Overheidsinformatie & Erfgoed. Namens de archivaris voert (meestal) een archiefinspecteur ter plaatse bij een toezichtontvanger een inspectie uit. Dit is een vorm van horizontaal toezicht. Vanuit de VNG is hiervoor een model van KPI’s10 beschikbaar, dat de archiefdiensten hiervoor gebruiken. De archiefdienst verstuurt het inspectieverslag aan het college van B&W of het dagelijks bestuur. Het college of het dagelijks bestuur dient het verslag tezamen met de reactie hierop vervolgens aan te bieden aan de gemeenteraad of het algemeen bestuur. Dit gebeurt vanuit de verplichtingen die de Archiefverordening hieraan stelt. Tevens wordt hiermee invulling gegeven aan de horizontale verantwoording en controle.
Op basis van de provinciale Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Holland 2023 dienen de colleges en dagelijkse besturen hetzelfde archiefverslag, of een andere vorm van verantwoordingsinformatie, uiterlijk 15 juli aan de provincie te sturen. Deze verslagen vormen voor IBT een belangrijke informatiebron voor het toezichtoordeel. Er wordt niet alleen gekeken of aan de bepalingen uit de Archiefwet wordt voldaan, maar ook of er vorderingen zijn gemaakt ten aanzien van de aanbevelingspunten uit voorgaande jaren. In het verificatiegesprek dat op ambtelijk niveau vóór het vaststellen van het toezichtoordeel plaatsvindt, worden de bevindingen van de toezichthouder doorgesproken. Thema’s In het domein Informatie- en archiefbeheer kan thematisch toezicht een plaats krijgen binnen het systematisch toezicht, maar kan er ook los hiervan themaonderzoeken worden verricht. Bij een themaonderzoek kan een bepaald deel van het brede werkgebied van informatie- en archiefbeheer aan een onderzoek bij de toezichtontvangers worden onderworpen. Een thema wordt altijd in overleg met de archiefdiensten gekozen. Bij voorkeur wordt een themaonderzoek ook sámen met de archiefdiensten uitgevoerd. Praktijktoetsen Bij het toezicht op Informatie- en archiefbeheer worden geen praktijktoetsen bij de toezichtontvangers uitgevoerd als onderdeel van het systematisch toezicht.
De archiefinspecteurs kunnen hiervoor uiteraard tijdens hun horizontaal toezicht wel kiezen. Bij een thema- of casusonderzoek kunnen praktijktoetsen wel een wezenlijk onderdeel zijn van het onderzoek.
10 KPI is de afkorting van Kritische Prestatie-Indicator.
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
29
Provincie Noord-Holland
Ontwikkelingen Op dit moment zijn de volgende ontwikkelingen relevant voor het toezicht op informatie- en archiefbeheer: •
de inwerkingtreding van de Archiefwet per 1 januari 2027. De toezichtcriteria zullen hier bijtijds op moeten worden aangepast;
•
het actualiseren van het Aanvullend beleidskader voor het interbestuurlijk archieftoezicht: Nieuwe schoenen’ door het vakberaad LOPAI11 in verband met de inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet.
•
de pijler uit de Wet open overheid (Woo) dat elke overheidsinstelling zijn informatiehuishouding per 1 mei 2030 op orde dient te hebben;
•
het ontwerpen van een nieuwe toezichtmethodiek met heldere toezichtcriteria, die aanvullend is op het horizontale toezicht van de archivarissen. De provincie wil met het interbestuurlijk toezicht de samenwerking met de archiefdiensten verstevigen en de uitkomsten van het horizontale toezicht versterken. De archivarissen hebben namelijk geen instrumentarium tot hun beschikking als zij een toezichtontvanger een negatieve beoordeling geven. Daarnaast is er de behoefte om de toezichtverslagen beter verspreid over het jaar te ontvangen, gebaseerd op de opleveringen van de toezichtverslagen van de archivarissen. In deze beleidsperiode gaat onderzocht worden of en hoe dit te realiseren is.
Gemandateerde taken Anders dan bij de andere toezichtdomeinen heeft Gedeputeerde Staten naast het toezicht houden, nog een drietal taken op het gebied van informatie- en archiefbeheer. Dit zijn de volgende. 1.
Kennisnemen van geactualiseerde Archiefverordeningen van toezichtontvangers. Conform artikel 30, lid 1 dient een gemeente een herziene archiefverordening aan Gedeputeerde Staten mee te delen. Gedeputeerde Staten behoeft deze niet te beoordelen dan wel goed te keuren.
2.
Het geven van een machtiging bij opschorting van archieven die ouder zijn dan twintig jaar. Conform artikel 13, lid 3 van de Archiefwet dient een lokale overheid deze machtiging bij Gedeputeerde Staten aan te vragen, bijvoorbeeld als het archief nog veelvuldig wordt gebruikt of als er nog tijd nodig is om blijvend te bewaren archief over te brengen naar de archiefdienst. De machtiging tot opschorting wordt verleend voor een periode van ten hoogste tien jaar, namelijk tot de maximale termijn van overbrenging, zijnde dertig jaar na afsluiting archief.
3.
Het geven van goedkeuring bij het verlengen van de maximale termijn van 75 jaar van beperkte openbaarheid van archieven. De wettelijke grondslag hiertoe is te vinden in artikel 15, lid 4 van de Archiefwet.
Het domein Omgevingsrecht Doel en wettelijk kader Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet regelt alles wat met de inrichting, ontwikkeling en bescherming van de fysieke leefomgeving te maken heeft. Denk aan de regels betreffende bouw, milieu, geluid, natuur, water, bodem, ruimtelijke ordening en erfgoed. De eisen in de Omgevingswet en de daaronder vallende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) dienen ter bescherming en verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De provincie Noord-Holland vindt een schone, veilige en gezonde leefomgeving belangrijk. Door de invoering van de Omgevingswet vallen nu ook de waterschappen en de taken betreffende waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit onder het interbestuurlijk toezicht Omgevingsrecht. Onder de Omgevingswet vallen vier AMvB's, namelijk: •
het Omgevingsbesluit (Ob) met algemene regels over procedures;
•
het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) met algemene regels voor verschillende activiteiten;
•
het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) met algemene regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring;
•
het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), met algemene regels die gericht zijn op het bouwen, in stand houden, gebruiken en slopen van bouwwerken.
Het niet-naleven van de wettelijke regels betreffende bouwen, ruimtelijke inrichting, lucht, geluid, bodem en water kan grote risico's betekenen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarom is het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving op het domein Omgevingsrecht belangrijk. 11
LOPAI is het acroniem voor Landelijk Overleg Provinciale ArchiefInspecteurs.
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
30
Provincie Noord-Holland
De provincie wil met het interbestuurlijk toezicht Omgevingsrecht een correcte uitvoering van de medebewindstaken stimuleren en naleving kunnen afdwingen. Als gemeenten en waterschappen de toegewezen taken niet goed uitvoeren, kan er ingegrepen worden op basis van de interventieladder. Mochten de taken die omgevingsdiensten uitvoeren voor gemeenten niet goed worden uitgevoerd, dan spreekt IBT de gemeenten als bevoegd gezag aan. De Omgevingswet heeft invloed op de uitvoerings- en handhavingstaken12 door gemeenten, omgevingsdiensten - voor de taken die zij voor gemeenten uitvoeren - en waterschappen. Daarnaast heeft de Omgevingswet ook invloed op de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht. In principe behoort de gehele reikwijdte van de Omgevingswet waar het gaat om de taakuitvoering tot het toezichtdomein Omgevingsrecht. Deze bredere blik op het omgevingsrecht kan betekenen dat we de accenten van het interbestuurlijk toezicht in de komende jaren gaan verleggen. Zo kan in deze beleidsperiode meer inhoudelijke thema’s worden onderzocht en praktijktoetsen worden uitgevoerd. Dit heeft naar verwachting meer bestuurlijke en politieke impact, maar maakt ook het belang van een gesloten beleids- en uitvoeringscyclus concreet.
Naast het objectief beoordelen van wettelijke verplichtingen wordt van het toezicht op Omgevingsrecht ook verwacht dat IBT stimulerend, ondersteunend en verbindend te werk gaat en dat het toezicht zich richt op milieukwaliteit, omgevingsveiligheid en leefbaarheid. IBT Omgevingsrecht sluit aan bij de actielijnen van de toenmalige Agenda Toekomst van het Toezicht (ATT), waaronder een betere dialoog en beter leren via toezicht. De toezichthouders wijzen de toezichtontvangers op goede voorbeelden en bevorderen kennisdeling met en tussen de toezichtontvangers. Het is belangrijk om zicht te hebben op de risico’s die zowel lokaal als provinciaal als landelijk belangrijk zijn. En dat de beschikbare middelen worden ingezet om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren! Maar ook voor IBT Omgevingsrecht zelf is het belangrijk om te bepalen waar de inzet het meest efficiënt en effectief is. Transparantie, stimuleren van toezichterontvangers, bestuurskracht en de maatschappelijke bedoeling van de Omgevingswet staan hierbij centraal. Vormen van toezicht Om onze toezichtstaak op Omgevingsrecht uit te kunnen voeren, zijn er verschillende vormen van toezicht die in de beleidsperiode toegepast kunnen worden.
Systematisch toezicht Sinds 2014 richt het systematisch toezicht zich vooral op de toetsing van de procescriteria (nu de artikelen 13.5 t/m 13.11 Omgevingsbesluit en artikel 2.2 Omgevingswet). Daarvoor worden documenten opgevraagd die de colleges van B&W van de gemeenten moeten vaststellen en delen met de gemeenteraad. Het gaat hierbij concreet om een Uitvoerings- en Handhavingsstrategie, een uitvoeringsprogramma en een jaarverslag/evaluatieverslag, zowel voor de thuistaken als de taken die zijn belegd bij de Omgevingsdiensten. Dit zijn onderdelen van de BIG-8 beleidscyclus. IBT toetst de documenten op actualiteit en bij toetsing aan de procescriteria ook inhoudelijk. Ook wordt er getoetst of de documenten zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en zijn gedeeld met de gemeenteraad. De inhoudelijke eisen die de wetgever aan de documenten stelt, zijn uitvoerig beschreven in de ‘Handreiking Kwaliteitsen procescriteria omgevingsrecht VTH thuistaken; BIG-8 onder de omgevingswet’ (Handreiking IBT omgevingsrecht. pdf). Er wordt bijvoorbeeld gekeken of er duidelijke en meetbare doelstellingen zijn opgenomen in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie en of het inzichtelijk is dat er voldoende personele en financiële middelen in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie zijn opgenomen en geborgd zijn om de gestelde doelen te bereiken.
Ook voor de basistaken en eventuele plustaken, die zijn ondergebracht bij de omgevingsdiensten, gelden deze eisen. Gemeenten geven wel eens aan dat dat de toetsing op procescriteria voor Omgevingsrecht slechts beperkt zicht biedt op de praktijk. De gedachte achter het toetsen op procescriteria is, dat op basis van dit beeld een oordeel kan worden gegeven over de mate waarin een gemeente in staat moet worden geacht om op een adequate wijze uitvoering te geven aan de wettelijke taken. Daarmee geeft een gemeente het bestuur, de politiek, maar ook de burgers inzicht in wat zij wil bereiken (U&H-strategie), welke werkzaamheden daarvoor gaan plaatsvinden en welke resultaten er al zijn bereikt. Mocht bijvoorbeeld uit het jaarverslag blijken dat de doelstellingen niet worden bereikt, kan er een evaluatie plaatsvinden. Het volgen van de procescriteria dwingt tot nadenken en het helpt om zaken actueel te houden. Ook wordt veel belang gehecht aan het informeren van de gemeenteraad, zodat deze hun controlerende taak goed kunnen uitoefenen in het kader van de horizontale controle. De toetsing op artikelen uit de Omgevingswet kan tijdens de looptijd van dit beleid worden uitgebreid. Denk 12
Dit zijn afgekort de U&H-taken, voorheen en nog steeds vaak Vergunning-, Toezicht- en Handhavingstaken (VTH-taken) genoemd.
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
31
Provincie Noord-Holland
bijvoorbeeld aan het omgevingsplan (Ow artikel 2.4). Of er wordt onderzocht of de gemeente omgevingsvergunningen op de juiste wijze bekend maken (Bekendmakingswet). Soms blijkt dat gemeenten niet alle gegevens en metadata goed invullen bij publicaties in de Staatscourant, op www.officielebekendmakingen.nl en op andere officiële databanken, zoals het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Het is belangrijk dat dit verbetert, vooral met het oog op het belang van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). We toetsen deze extra onderdelen bij voorkeur op een data- gedreven manier. Data-analyses kunnen helpen om het toezicht efficiënter en doelmatiger te maken. De risico- en probleemanalyses moeten inzicht geven welke aspecten het eerst aandacht verdienen. Incident- en casusgericht toezicht De meeste meldingen hebben betrekking op de leefomgeving en komen daardoor voor onderzoek bij het toezichtdomein Omgevingsrecht terecht. De wijze waarop met deze meldingen wordt omgegaan, is beschreven in paragraaf 2.3. Casusgericht toezicht komt ook voor bij dit toezichtdomein. Dit is van toepassing als meerdere relevante meldingen over één en dezelfde situatie binnenkomen. Het gaat hierbij om onderwerpen waarbij het niet-naleven van wettelijke verplichtingen grote maatschappelijke gevolgen kan hebben.
Een voorbeeld hiervan zijn gemeenten die niet handhaven bij illegale bewoning van vakantiewoningen. Soms is veel onderzoek nodig om goed te kunnen beoordelen of een gemeente inderdaad in gebreke blijft en zich niet houdt aan de wettelijke eisen of geen beslissing heeft genomen op bijvoorbeeld een handhavingsverzoek. Thematisch toezicht Met themaonderzoeken en praktijktoetsen kan de effectiviteit van de beleids- en uitvoeringscyclus worden getoetst. Bijvoorbeeld of de resultaten van de evaluaties leiden tot de noodzakelijke verbeteringen of er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en over welke milieuaspecten veel klachten binnenkomen en wat de gemeente daarmee doet. Verzoeken om extra informatie bij gemeenten/omgevingsdiensten en waterschappen moeten wel een duidelijk doel hebben, omdat het veel extra tijd van deze organisaties kan vragen. Uit de risico- en probleemanalyse kunnen ook onderwerpen komen die in aanmerking komen voor een thematisch onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan de externe veiligheid van buisleidingen, aan luchtverontreiniging en schoon water in sloten en kanalen. Veel van deze onderwerpen vergen specialistische kennis. In sommige gevallen vraagt het om een multidisciplinair onderzoek.
Bij thematisch toezicht is het van belang dat IBT alleen kan optreden als de betrokken toezichtontvangers het thema ook prioriteit geven in hun omgevingsbeleid. Verzoeken van andere overheden Ook andere overheden kunnen IBT vragen om gemeenten aan te spreken. In het verleden heeft bijvoorbeeld het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het verzoek gedaan om aandacht te besteden aan het toezicht van gemeenten op het gebruik van roestvaststaal in zwembaden. Een ander verzoek van BZK ging over het onderzoek en het toezicht van gemeenten op de brandveiligheid van gevelbeplating. Het interbestuurlijk toezicht beperkt zich tot onderwerpen waar een toezichtontvanger een wettelijke taak heeft, zoals het nemen van beslissingen, het verrichten van handelingen of het bereiken van resultaten. Bij deze onderwerpen heeft de provincie handelingsperspectief en kan daardoor naleving op de wetgeving afdwingen. De beslisboom, die te vinden is aan het einde van deze bijlage, geeft aan wanneer IBT zelf onderzoek gaat doen. Recente ontwikkelingen Er speelt een aantal ontwikkelingen die mede van invloed kunnen zijn op het interbestuurlijk toezicht Omgevingsrecht. •
Landelijk is er momenteel veel aandacht voor verbetering van de uitvoering van de VTH-taken door gemeenten,
provincies, omgevingsdiensten en waterschappen. Er ligt een wetsvoorstel Wet versterking VTH-stelsel milieu waarin de staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu meer wil gaan sturen op de robuustheid van de omgevingsdiensten. Welke rol IBT Omgevingsrecht hierin precies gaan krijgen, is bij het schrijven van dit beleid nog onduidelijk. Meer over deze wet is te vinden in paragraaf 3.2.
•
Bij het schrijven van dit beleid wordt er door de interprovinciale werkgroep IBT Omgevingsrecht uitgewerkt op welke wijze IBT Omgevingsrecht verder te versterken is. Het landelijk meer harmoniseren van de werkwijze (doelstellingen, oordeelsvorming, interventiestrategie, kwaliteitsborging) maakt hier onderdeel van uit. Hiermee wil de interprovinciale werkgroep Omgevingsrecht op een hoger plan brengen en meer impact laten hebben, ook richting ministeries en andere partijen. De komende twee jaar gaat men hiermee aan de slag.
32
Beleid Interbestuurlijk Toezicht 2026 - 2029
Provincie Noord-Holland
Is er een wettelijke grondslag voor het IBT om te handelen? Ja
Nee
Effecten van het niet naleven zijn groot
Effecten van het niet naleven zijn beperkt
Urgentie is hoog
Urgentie is laag
Direct collegevoorstel maken voor het vrijmaken van mensen en middelen voor het uitvoeren casusgericht toezicht en naleving. Bevoegd gezag een brief sturen
Meenemen op longlist voor themaonderzoeken
Als de kosten niet worden gedekt door een derde partij gaat het mee in het prioriteringsproces
Themaonderzoek wordt uitgevoerd
Het bevoegd gezag bij het eerstvolgende contactmoment informeren. Zonodig gedeputeerde informeren
Als de kosten worden gedekt door een derde partij wordt het een themaonderzoek
Themaonderzoek wordt niet uitgevoerd
Bevoegd gezag per brief verzoeken om aandacht. Bij ambtelijke contactmomenten extra aandacht aan geven
Beoordeling verzoeken van andere overheden voor handelen IBT
Bevoegd gezag per brief verzoeken om aandacht. Bij ambtelijke contactmomenten extra aandacht aan geven
HAARLEM, 6 JANUARI 2026
Colofon Uitgave Provincie Noord-Holland Postbus 123 | 2000 MD Haarlem Tel.: 023 514 31 43 | Fax: 023 514 40 40 www.noord-holland.nl post@noord-holland.nl Eindredactie Provincie Noord-Holland Grafische verzorging The Creative Hub
Haarlem, 6 januari 2026
IBT