BIJLAGE - Beheerplan kunstwerken Laren
Tekst van het document
gem.2025-2029
2025
2026
2027
2028
2029
Conserveren
€ 8.324
€ 37.944
€0
€0
€ 3.675
€0
€ 125
€0
€0
€0
€ 625
€0
Staal Hout / kunststof
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Slijtlaag
€ 5.400
€ 27.000
€0
€0
€0
€0
Wanden / voegen
€ 1.470
€ 750
€0
€0
€ 6.600
€0
TOTAAL
€ 15.319
€ 65.694
€0
€0
€ 10.900
€0
Tabel jaarlijkse kosten groot onderhoud Laren
5.3
Vervangingen De civiele kunstwerken die in beheer en onderhoud zijn van de gemeente Laren hebben een geraamde vervangingswaarde van ongeveer € 2.550.000. Uiteindelijk moet het bestaande areaal een keer vervangen worden. Vervangingen zijn gericht op noodzakelijke of wenselijke aanpassingen aan het civiele kunstwerk. Dit kan zijn omdat het object zijn functie niet meer naar behoren uitvoert (te klein, te licht) of omdat de integriteit van het gehele object onvoldoende is (te slecht, te rot) om een veilig gebruik te waarborgen. Vervangingen worden uitgevoerd als het betreffende kunstwerk niet meer door groot onderhoud in de gewenste conditie is te brengen. Vervangingen hebben dan ook geen betrekking op losse (sub)onderdelen (leuning, dek, oplegging of verharding) maar op het gehele kunstwerk. Vervangingen worden in deze zin gezien als investeringen volgens het BBV. Voor de komende 5 jaar worden geen vervangingen verwacht. Hierbij moet worden opgemerkt: • Vanaf 2060 worden de eerstvolgende vervangingen verwacht; • In dit beheerplan is (nog) niet de doorkijk onderhoud periode 2030-2045 opgenomen en zijn (nog) geen investeringen geactiveerd voor vervangingen.
5.4
VAT-kosten - Aanvullende kosten De kosten van voorbereiding (engineering en projectmanagement) administratie en toezicht de zogenaamde VAT-kosten zijn inbegrepen in de jaarlijkse kosten van het klein onderhoud, het groot onderhoud en het vervangen van de civiele kunstwerken. De VAT-kosten voor kunstwerken zijn in vergelijking met andere werken hoog.
20
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
Dit komt omdat elk kunstwerk uniek is, verspreid door de gemeente liggen en veel verschillende soorten maatregelen en bijkomende werkzaamheden kennen. Voor het klein onderhoud is voor de VAT-kosten 10% gehanteerd, voor groot onderhoud is voor de VAT-kosten 25 % gehanteerd en voor vervangen is voor de VAT-kosten 40% gehanteerd. De jaarlijkse onderhoudskosten en vervangingskosten worden vanwege onvoorziene posten en onvoorziene kosten toe te passen materialen voor Laren met 25 % verhoogd. Tenslotte worden over de jaarlijkse onderhoudskosten en vervangingskosten, voor de inzet van bijzonder materieel, duiker, milieu, verkeersmaatregelen, vergunningen, enz. 10% gehanteerd.
Totaal beheer van 8 Kunstwerken gemeente Laren Gemiddeld 2025-2029 Gemiddeld 2025-2029
Type onderhoud 2025-2029 € 200.000
3% 16% 0% 3%
16% 25%
Kosten
81% 75%
81%
Jaarlijks
Onderhoud
Vervanging
Jaarlijks
Onderhoud
Vervanging
Jaarlijks
€0
2025
2026
2027
2028
2029
Type onderhoud
VAT %
Aan/Uit
gem. 2025-2029
2025
2026
2027
2028
2029
Jaarlijks
10%
Aan
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
Onderhoud
25%
Aan
€ 15.319
€ 65.694
€0
€0
€ 10.900
€0
Vervanging
40%
Aan
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 20.319
€ 70.694
€ 5.000
€ 5.000
€ 15.900
€ 5.000
TOTAAL
5.5
Onderhoud
Benodigd budget Om dit areaal van 7 kunstwerken in stand te houden is over de periode 2025-2029 benodigd: Vakdiscipline
2025
2026
2027
2028
2029
1. Jaarlijkse kosten klein onderhoud: reinigen, calamiteiten, inspectie, enz.
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
Jaarlijkse kosten groot onderhoud: conserveren, reparaties, slijtlagen, voegen, enz.
€ 65.694
€0
€0
€ 10.900
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Subtotaal (incl. AK, Winst&Risico en UK, excl. BTW)
€ 70.694
€ 5.000
€ 5.000
€ 15.900
€ 5.000
Onvoorziene posten en onvoorziene materiaalkosten over post 2 en 3 (10%)
€ 7.069
€ 500
€ 500
€ 1.590
€ 500
Inzet bijzonder materiaal, duiker, milieu, verkeersmaatregelen, vergunningen, enz. over post 1 t/m 3 (10%)
€ 7.069
€ 500
€ 500
€ 1.590
€ 500
TOTALE KOSTEN (excl. BTW)
€ 84.833
€ 6.000
€ 6.000
€ 19.080
€ 6.000
2.
3. Vervangingskosten
Tabel benodigd budget periode 2025-2029 Laren
21
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
6.
Aandachtspunten
6.1
Indexatie In de eenheidsprijzen periode 2025 t/m 2029 is nog geen indexatie doorgevoerd.
6.2
Prijsontwikkelingen materialen, energie en arbeid Als gevolg van onder meer ontwikkelingen op de wereldmarkt en de oorlog in Oekraïne is er sprake van forse kostenstijgingen in materiaal, de inzet van materieel (waaronder energie), de beschikbaarheid van materialen, de logistiek en arbeid. Als gevolg hiervan nemen de kosten voor het beheer, onderhoud en vervanging fors toe. In dit beheerplan is prijspeil 2024 gehanteerd.
6.3
Beschikbaarheid materialen De hierboven benoemde redenen hebben invloed op de beschikbaarheid aan materialen, zowel in hergebruik als nieuw. Het is niet uit te sluiten dat het niet (tijdig) beschikbaar komen van materialen van invloed is op de geprognosticeerde opgaven en uitvoering. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een langere periode tot het moment van onderhoud c.q. vervanging (met andere woorden: kans op uitstel). De kans op het uitvallen van systemen of functies, doordat er niet tijdig (reparatie)onderdelen beschikbaar zijn, neemt toe. Gevolg hiervan kan zijn dat het beoogde kwaliteitsniveau (tijdelijk) niet kan worden bereikt/gehandhaafd.
6.4
Beschikbaarheid aan specialisten/vakmensen De huidige arbeidsmarktomstandigheden leiden ertoe dat het steeds moeilijker wordt specialisten en/of vakmensen (intern en extern) voldoende en tijdig in te kunnen zetten op de diverse opgaven. Hierdoor kan er vertraging optreden in het moment van onderhoud of reparatie. Ook kan er sprake zijn van een hoger inhuurtarief, of bestaat er kans op uitval van systemen en functies, langere herstelperiodes en/of meer inzet op tijdelijke (vaak kostenverhogende) oplossingen. Gevolg hiervan kan zijn dat het beoogde kwaliteitsniveau (tijdelijk) niet kan worden bereikt/gehandhaafd. Vertraging door bijvoorbeeld onvoldoende capaciteit bij de Kabel en Leidingbeheerders (voor het omleggen kabels/leidingen of het realiseren van aansluitingen) kunnen ook van invloed zijn op de voorbereiding, de uitvoering en de planning.
6.5
Risico’s De kunstwerken zijn geïnspecteerd zonder gebruikmaking van hulpmaterieel (boot, hoogwerker, inzet duikploeg enz.). Dit is een groot risico omdat niet de kwaliteit van houten damwanden, houten afmeerpalen, enz. op de waterlijn is bepaald. Maar ook de onderkant van houten fiets-/voetgangersbruggen: houten liggers, opleggingen, enz. zijn niet geïnspecteerd en van de onderkant betonnen bruggen eventuele scheurvorming, betonaantasting (chloride) en blootliggende wapening zijn niet geïnspecteerd. Van de civiele kunstwerken zijn ook geen berekeningen gemaakt of deze voldoen aan de constructieve veiligheid. Het kan dus voorkomen dat de civiele kunstwerken schades of onveiligheden hebben die op dit moment nog niet inzichtelijk zijn.
22
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
6.6
Uitstellen onderhoudswerkzaamheden Veel maatregelen kunnen worden doorgeschoven met 1-5 jaar zonder dat de veiligheid hierbij in het geding komt. Het kan dan wel voorkomen dat bijvoorbeeld een leuning wegens doorroesten vervangen/gerepareerd moet worden in plaats van dat de leuning geschilderd kan worden. Dat brengt dan weer extra kosten met zich mee. Met het uitstellen en doorschuiven van maatregelen naar een volgend jaar kan ook een piek aan maatregelen en kosten in dat jaar ontstaan. Geadviseerd wordt om ieder jaar de geplande maatregelen te beschouwen of doorschuiven mogelijk is en of voldoende budget beschikbaar is.
6.7
Doorkijk onderhoud periode 2030-2045 In dit beheerplan is (nog) niet de doorkijk onderhoud periode 2030-2045 opgenomen en zijn (nog) geen investeringen geactiveerd voor vervangingen.
23
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
Bijlage 1: Wet- en regelgeving De wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid vormen het kader om tot een goede en herleidbare onderhoudsaanpak te komen. Daarnaast hebben beheerders van aanpalende disciplines mogelijk invloed op de onderhoudsstrategie van de kunstwerken. Het uitgangspunt voor iedere beheerder moet in ieder geval zijn dat het areaal veilig is. De volgende wet- en regelgeving is van belang bij het beheer en onderhoud van kunstwerken: • Gemeentewet 2003 met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); • Burgerlijk Wetboek deel 6, behandelt de veiligheid en de zorgplicht; • Wegenwet 1930; • Woningwet 1991; • Bouwbesluit; • CROW - NEN 2767- CUR Aanbeveling 124; • Omgevingswet - Waterwet en Keur. Gemeentewet 2003 met Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Onderhoud is noodzakelijk vanuit de zorgplicht voor de veiligheid van alle gebruikers. Maar, er is ook een financiële verantwoordingsplicht van de gemeente. Het BBV onderscheidt hierbij twee typen: • Met economisch nut: Dit zijn de kapitaalgoederen waar je inkomsten uit kunt genereren. Voor de openbare ruimte gaat dit bijvoorbeeld om het rioolstelsel. Hier kun je immers heffingen en rechten voor innen.
Het BBV stelt dat deze investeringen geactiveerd moeten worden, mits er is voldaan aan de criteria van investeren; • Met maatschappelijk nut: Dit zijn kapitaalgoederen waar geen inkomsten uit te halen zijn, maar die wel duidelijk een publieke functie hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om wegen, water en groenvoorzieningen. Met ingang van 2017 moeten deze investeringen ook worden geactiveerd, mits er is voldaan aan de criteria van investeren. Financieren van beheer Grofweg kun je beheer-, onderhoudsmaatregelen of vervangingen op drie manieren financieren: • Je betaalt de maatregelen direct vanuit je jaarlijkse beschikbare budget (exploitatie). Bijvoorbeeld schilderwerk: uitvoeren van terugkerende cyclische maatregelen, maar ook bijvoorbeeld klein onderhoud aan beplanking of slijtlagen; • Je hebt ervoor gespaard en betaalt de maatregelen daarvan (voorziening of reserve). Bijvoorbeeld wegen: fluctuaties in de planning worden zo opgevangen. Dit is toegestaan mits er een actueel beheerplan aanwezig is; • Je doet een investering en activeert. Bijvoorbeeld kunstwerken: betalen voor een vervanging van een brug. Activeren wil zeggen dat je een grote uitgave niet direct betaalt uit je beschikbare middelen (de exploitatie). Je doet een investering die je over de komende jaren gaat afschrijven (de afschrijvingsperiode) via een jaarlijks bedrag aan aflossing en rente (de kapitaallasten).
Deze kapitaallasten komen vervolgens wel ten laste van de exploitatie. De BBV eist dat er bij activeren sprake moet zijn van het toevoegen van waarde: een investering. Onderhoud of investering? In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen vaak door elkaar gebruikt. Tot 2017 was het verschil ook minder van belang, maar nu is het onderscheid tussen onderhoud en vervanging cruciaal, vanwege de regels die de BBV stelt aan de financiering van de kosten. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur. Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging van een kunstwerk.
24
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
Maar ook andere maatregelen aan een bestaand object gelden als investering, als dat leidt tot: • Een significante kwaliteitsverbetering en/of; • Levensduurverlenging en/of; • Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijvoorbeeld investeringen in een brug of brugwachtershuisje om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften). Samengevat betekent dit: • Klein onderhoud en ‘niet levensduur verlengende maatregelen’ mogen niet geactiveerd worden. • Levensduur verlengende of kwaliteit verbeterende maatregelen moeten worden geactiveerd. Burgerlijk wetboek De wettelijke zorgplicht voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte is vastgelegd in de Wegenwet, zie verder. De aansprakelijkheid bij optredende schade door het niet voldoen aan deze zorgplicht geregeld is in het Burgerlijk Wetboek. Een bijzondere algemene aansprakelijkheidsregel wordt gevonden in het Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174: Artikel 6:162 1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. 2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Artikel 6:174 1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. 2. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk. Wegenwet Het wettelijk kader voor het onderhouden van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet van 1930 en de Woningwet van 1991. De wegenwet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar ook voor civiele kunstwerken. De gemeente is verplicht alle binnen de gemeentegrens vallende openbare wegen, zover niet in beheer bij provincie en of het Rijk, te onderhouden.
Hierbij wordt niet duidelijk gemaakt wat onder de term “in een goede staat” verstaan wordt. Er is dus duidelijk sprake van een onderhoudsverplichting zonder een vastgelegd kwaliteitsniveau. Op deze manier is er enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden. Wel blijft de zorgplicht altijd bestaan. De Woningwet van 1991 geldt ook voor civiele kunstwerken. Een brug is een bouwwerk, geen gebouw zijnde. De civiele kunstwerken dienen zodanig gebouwd te worden, dat er geen gevaar voor de gezondheid als mede de veiligheid ontstaat. Het bouwwerk, geen gebouw zijnde (brug) moet voldoen aan de voorschriften. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Dus de civiele kunstwerken moeten voldoen aan het Bouwbesluit. Wegenwet Artikel 15 1. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat bestemd is tot een openbare weg. 2. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg (inclusief bijbehorende duiker) te onderhouden, wanneer zij een openbare weg gedurende tien achtereenvolgende jaren heeft onderhouden, ook al was bij de aanvang van die tien jaren de weg nog niet openbaar. 25
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
3. Tot het onderhoud van een weg als in het eerste en het tweede lid bedoeld, behoort mede het onderhoud van de bijbehorende berm of bermsloot, echter slechts voor zover het onderhoud van de berm of de berm sloot een bijdrage levert aan de instandhouding en de bruikbaarheid van de weg en voor zover het onderhoud niet, uit welke hoofde ook, tot de verplichting van anderen behoort. Wegenwet Artikel 16 De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of ene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeren in goeden staat. Woningwet De Woningwet van 1991 geldt ook voor civiele kunstwerken. Een brug is een bouwwerk, geen gebouw zijnde. De civiele kunstwerken dienen zodanig gebouwd te worden, dat er geen gevaar voor de gezondheid als mede de veiligheid ontstaat. Het bouwwerk, geen gebouw zijnde (brug) moet voldoen aan de voorschriften. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Civiele kunstwerken moeten derhalve voldoen aan het Bouwbesluit. Bouwbesluit Het Bouwbesluit 2012 is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), vallend onder de Woningwet.
Dit besluit bevat een groot aantal voorschriften voor zowel gebouwen als bouwwerken geen gebouw zijnde, op het terrein van: • Veiligheid; • Gezondheid; • Bruikbaarheid; • Energiezuinigheid; • Milieu. In het Bouwbesluit is onder andere opgenomen dat; • Een leuninghoogte, bij een hoogteverschil van ≤ 13 meter, minimaal 1,00 m moet zijn en 1,20 meter bij een hoogteverschil van > 13 meter. Bij fietsbruggen moet de leuninghoogte minimaal 130 cm zijn. • De mate waarin een brug een last kan dragen is vastgelegd in Eurocode 1 - EN 1991-2 Deel 2. Dit is de opvolger van de norm NEN 6706, die daarmee vervallen is. Het Bouwbesluit 2012 wordt voortdurend aangepast. De laatste wijziging dateert van 22 december 2021. Behorende bij het Bouwbesluit, is de regeling Bouwbesluit 2012. Deze zorgt voor volledige afstemming tussen het Bouwbesluit en de onderliggende normen, CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen Bij aanpassingen, nieuwbouw of renovatie van een brug zijn in beginsel de nieuwbouwvoorschriften van toepassing. Dit is echter niet altijd mogelijk en staat financieel gezien niet altijd in redelijke verhouding tot het resultaat daarvan. Sinds 1 april 2012 is de NEN8700 (Eurocode) geïntroduceerd, waarin de beoordeling van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken beschreven is.
In de NEN8700 normering worden veiligheidsfactoren afgestemd op de beoogde restlevensduur van een constructie. Bestaande constructies worden op deze manier minder streng beoordeeld dan nieuwe constructies. Gemeenten moeten dan ook inzichtelijk hebben, wat de constructieve sterkte is van de civiele kunstwerken binnen hun gemeente. Met ingang van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen de eisen uit het Bouwbesluit grotendeels te staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). CROW Het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) levert voor de openbare ruimte veel regelgeving en aanbevelingen. Voor het bepalen van de huidige kwaliteit van de openbare ruimte is gebruik gemaakt van de landelijke systematiek van CROW, vastgelegd in de ”Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte”. In deze catalogus staan de verschillende kwaliteitsniveaus (maatlatten) voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte concreet beschreven met foto’s, omschrijvingen en normen.
26
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
Kwaliteitsniveau
Omschrijving
Indicatie kwaliteit
A+
Zeer hoog
Nagenoeg ongeschonden
A
Hoog
Mooi en comfortabel
B
Basis
Functioneel
C
Laag
Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder
D
Zeer laag
Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling �1� of sociale onveiligheid
Voor verschillende disciplines (groen, verharding, straatmeubilair enz.) zijn verschillende maatlatten opgesteld op basis van een schade/gebrek. De hoeveelheid schade bepaalt hierin het onderhoudsniveau van het object. Kunstwerken-grote kunstwerken-graffiti
Voorbeeld van een maatlat voor kunstwerken uit kwaliteitscatalogus CROW
Voor de module kunstwerken zijn slechts enkele maatlatten voor de beeldkwaliteit beschreven. Rotting/Gaten/Scheuren, graffiti en beplakking zijn voor kunstwerken de enige beeldkwaliteitsniveaus die zijn beschreven in de kwaliteitscatalogus openbare ruimte. CUR-Aanbeveling 117 (2020) Inspecties en advisering zijn van groot belang voor het beheer en onderhoud van vaste en beweegbare kunstwerken, kademuren, geotechnische-, oever- en andere constructies. Een systematische werkwijze is daarbij belangrijk, zeker als er veel constructies moeten worden beheerd. CUR-Aanbeveling 117 speelt hierop in. De aanbeveling geeft procedures, regels en eisen voor inspectie, (nader) onderzoek en advies voor het beheer van kunstwerken en hun technische installaties. De CUR-Aanbeveling 117 (2020) is uitgebreid met meerdere materiaalsoorten en kritieke onderdelen. Dit heeft geresulteerd in een algemeen geldende aanbeveling voor inspectie en advies van civieltechnische kunstwerken. NEN 2767 Conditiescore De technische staat van objecten kan op basis van de NEN 2767-methodiek uniform worden vastgesteld in een conditiescore. Met deze score is het mogelijk om de staat van objecten met elkaar te vergelijken en de mate van veroudering vast te stellen. Deze norm kent een zes-puntenschaal, waarbij conditiescore 1 nieuwbouwkwaliteit is, score 2 goed is, aflopend naar score 6 sloopkwaliteit.
In de volgende tabel is de relatie aangegeven tussen de gekozen kwaliteitsniveaus, de kwaliteit catalogus CROW en de NEN 2767.
27
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
Kwaliteit A is luxer en duurder. Kwaliteit C genereert op termijn waardeverlies door verval. Kwaliteit B-Basis is economisch het meest verantwoord. Kwaliteitsniveau
Volgens CROW Kwaliteitscatalogus CROW Publicatie 288
Volgens NEN 2767
Kwaliteit A
Kwaliteit B - Basis
Kwaliteit C
Het geheel is veilig, functioneert goed, is heel en schoon, heeft een goede uitstraling en veroudering is licht zichtbaar.
Het geheel is veilig, functioneert, is heel, heeft matige uitstraling en veroudering is zichtbaar.
Het geheel is veilig en functioneert, er worden geen esthetische eisen gesteld en de veroudering is goed zichtbaar.
A+
A
B
C
D
Zeer goed
Goed
Voldoende
Matig
Slecht
Nagenoeg ongeschonden
Mooi en comfortabel
Functioneel
Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder
Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aanprakelijkheid of sociale onveiligheid
Conditiescore 1
Conditiescore 2
Conditiescore 3
Conditiescore 4
Conditiescore 5
Uitstekende conditie
Goede conditie
Redelijke conditie
Matige en slechte conditie
Zeer slechte conditie
Geen of zeer beperkt gebreken
Beginnende veroudering
Veroudering is op gang gekomen
Het veroudeMaximaal ringsproces heeft gebrekenbeeld het object in zijn greep en is onomkeerbaar geworden
Omgevingswet - Waterwet en Keur (Waterschap) In de Omgevingswet worden 26 bestaande wetten gebundeld voor ondermeer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Waterwet stelt eisen aan de bescherming van het waterlichaam. Bij werkzaamheden aan civiele kunstwerken en kademuren zijn maatregelen nodig om vervuiling van het water te voorkomen. De initiatiefnemer moet aantonen dat er voldoende moeite wordt genomen het water niet te vervuilen. De vereisten van de Keur hebben betrekking op de positie van de landhoofden, hoogte brug en dergelijken. Met name speelt dit een rol bij de vervanging van een brug.
28
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
Bijlage 2: Kapitaalvernietiging, vormen van een voorziening Er kan sprake zijn van achterstand of achterstallig onderhoud als onderhoud niet tijdig volgens het onderhoudsplan wordt uitgevoerd. Bij achterstand is de kwaliteit van het betreffende object (nog) niet aangetast. Bij achterstallig onderhoud is dat wel het geval: er wordt niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau of wettelijke normen. Achterstallig onderhoud kan mede ontstaan door een onvoldoende financiële vertaling in de begroting van het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Achterstallig onderhoud vanwege niet tijdige uitvoering van onderhoud, eventueel door onvoldoende beschikbaar gesteld budget, geeft aanleiding voor herstel en kan leiden tot schade (hogere herstelkosten = kapitaalvernietiging) en/of onveilige situaties. In dat geval is er een zodanig slechte onderhoudstoestand dat de waarde, het gebruik en/of de levensduur van het investeringsgoed wordt aangetast. Achterstallig onderhoud waarmee onveilige situaties worden gecreëerd en waarbij sprake is van kapitaalvernietiging, is onaanvaardbaar en dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een redelijke termijn hersteld te worden.
Dit herstel van het achterstallig onderhoud wordt aangemerkt als een verplichting waarvan de omvang, door middel van een inventarisatie en een financiële vertaling van het achterstallig onderhoud, redelijkerwijs in te schatten is. Op basis van artikel 44 lid 1a BBV wordt daartoe een voorziening gevormd. Het achterstallig onderhoud wordt vervolgens ten laste van deze voorziening gebracht. Wanneer een gemeente onvoldoende middelen heeft om een dergelijke voorziening te treffen is het niet langer acceptabel om het achterstallig onderhoud (financieel en daadwerkelijk herstel) in te lopen binnen vier jaar. De reden hiervoor is dat deze handelswijze een ongewenst effect heeft op de vergelijkbaarheid van gemeenten onderling als gevolg van de invloed op de financiële kengetallen en de financiële positie van de gemeente zoals deze blijken uit de begroting en de jaarstukken. Er kan ook sprake zijn van achterstallig onderhoud zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daar is sprake van wanneer de onderhoudstoestand van een kapitaalgoed lager is dan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau.
Wanneer dit veroorzaakt wordt door onvoldoende beschikbaar gesteld budget door de raad, is het noodzakelijk dat de raad een besluit neemt om óf meer budget beschikbaar te stellen óf het gewenste kwaliteitsniveau naar beneden bij te stellen zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Achterstallig onderhoud kan ook worden verholpen door het gehele investeringsgoed (versneld) te vervangen. In dat geval hoeft geen voorziening voor achterstallig onderhoud te worden getroffen. In de praktijk komt dit voor bij de investeringsgoederen in de openbare ruimte, zoals bruggen, kademuren e.d. De eventuele restantboekwaarde dient bij de vervanging dan direct volledig te worden afgeboekt.
29
Kenmerk: 24.09-007-v0.9 Datum: 17-04-2025 Betreft: Beheerplan kunstwerken gemeente Laren
Bijlage 3: Financiële afschrijvingstermijnen In de onderstaande tabel zijn de financiële afschrijvingstermijnen opgenomen van de meest voorkomende onderdelen. Het interval wijzigt op basis van het gekozen ambitieniveau. De genoemde gemiddelde (gem.) intervallen zijn gebaseerd op ambitieniveau B (Basis).
30
Vervangen
gem.
min.
max.
Opmerking
Brug hout
30
20
40
Houten liggers en onderbouw
Brug kunststof
60
50
70
Kunststofliggers en onderbouw
Brug staal
60
40
70
Stalen liggers en onderbouw
Kademuur
80
60
100
Brug beton
80
50
100
Betonnen plaat/liggers en onderbouw
Brugdek hout
15
12
40
Dikte beplanking bepaalt interval
Leuning hout
15
12
40
Dikte stijlen/regels bepaalt interval
Leuning staal
60
50
70
Slijtlaag
10
5
20
Voegen metselwerk
25
15
40
Voegafdichting rubber
20
10
30
Afdichting van rubber in wanden en schampkanten
Voegafdichting kit
15
5
25
Afdichting van kit in wanden en schampkanten
Beplanking hout
15
12
30
Planken met dikte <6 cm
Conserveren beton
15
7
25
Vaak wanden van tunnels
Conserveren hout
5
2
7
Houten leuningen of oppervlakken
Conserveren staal
10
5
15
Stalen leuningen en hoofddraagconstructies
Type slijtlaag en ondergrond bepaalt interval