CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 5 - Raadsinformatienota met bijlagen bij plan van aanpak overgang Omgevingsplan

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen eerste omgevingsplanwijziging voor thematische regels Laren19.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

- 19 -

De BEL gemeenten werken aan een onderbouwing voor de uitbreiding van de formatie die nodig is in verband met de implementatie van de Omgevingswet en het Omgevingsplan. In deze onderbouwing wordt een uitgebreide toelichting gegeven op de noodzaak tot uitbreiding van de formatie en de expertises die nodig zijn. 6.4 Software In de software van het DSO dat de BEL gebruikt (Tercera Go van XXLLNC) is er de mogelijkheid om externe bureaus toegang te geven om planwijzigingen voor ontwikkelingen voor te bereiden en klaar te maken voor publicatie. De eindbeoordeling en publicatiebevoegdheid blijft bij de gemeentelijke RO medewerkers. Er worden in Q4 2024 gesprekken georganiseerd met de externe bureaus waar we al mee samenwerken om deze behoefte te peilen. Hierbij moet de BEL Combinatie niet expliciet afhankelijk worden van één bureau. De afspraken omtrent gebruik van de software worden vastgelegd in de handleiding omgevingsplan. 6.5 Betrekken college en raad Tijdens de transitie worden het college en de raad op belangrijke momenten betrokken en/of geïnformeerd. Het college en de raad zijn vroegtijdig betrokken in de transitiefase door het laten vaststellen van het plan van aanpak overgang Omgevingsplan.

Door middel van informatiebijeenkomsten wordt de gemeenteraad tijdens de transitieperiode goed voorbereid op hun rol binnen de Omgevingswet, onder meer voor het vaststellen van planwijzigingen. De projectgroep is daarnaast verantwoordelijk voor het juridisch houdbaar toepassen van bindend adviesrecht en het vaststellen van de omgevingsvisie. Voor het op de hoogte houden van en meedenken door de raad, wordt gedurende de transitieperiode een BEL-brede Klankbordgroep Omgevingsplan ingesteld. Deze bestaat uit twee tot drie raadsleden per gemeenteraad, de projectleider Omgevingsplan, ondersteund door een ambtelijk secretaris voor de verslaglegging. Driemaal per jaar komt deze Klankbordgroep bij elkaar. Hier worden processen zoals participatie besproken, worden technische details van het omgevingsplan nader toegelicht (bijvoorbeeld jurisprudentie of aankomende wetswijzigingen) en terugblikken gedaan op eerdere besluitvormingsprocessen van het omgevingsplan. Na de afronding van de transitieperiode van het omgevingsplan vinden er nog steeds wijzigingen in het omgevingsplan plaats. Aangezien het omgevingsplan vanaf dan gemeentedekkend is, wordt dit beschouwd als regulier werk. Vanaf dit moment worden het college en de Raad weer op de gebruikelijke manier betrokken. 6.6 Budget De werkzaamheden voor 2025 zijn gedekt uit een bestemmingsreserve.

Er volgt voor het lopende jaar een begrotingswijziging voor om deze in te kunnen zetten. Voor de structurele dekking voor de periode 2026 tot en met 2031 volgt in de Kadernota 2026 een begrotingsvoorstel voor de meerjarige begroting.

- 20 -

Bijlage 1 Uitwerking 2024 en doorkijk 2025 regels omgevingsplan In 2024 is al gestart met de eerste regels voor het omgevingsplan, stap 1 thematische regels en stap 2 planwijzigingen gebiedsontwikkelingen. Daarnaast lopen er diverse trajecten die samenhangen met het omgevingsplan. Hiervoor zijn de volgende “jaardoelen” geformuleerd voor 2024: -

Plan van aanpak opstellen thematische regels; Inhoudsopgave omgevingsplan afronden en laten vaststellen; Leren werken met het proces en inhoud faciliteren initiatieven; Inrichting proces regelingen gebiedsontwikkelingen; Bepalen en vastleggen wanneer starten met regeling per gebiedstype; en Inrichting organisatie inclusief beheer, rolverdeling externe bureaus en capaciteit.

- 21 -

Bijlage 2 Delegatiebesluit Lijst A waarin zijn opgenomen de gevallen waarin het bindend Adviesrecht van toepassing is en de uitgebreide voorbereidingsprocedure voor de BOPA van toepassing is. Gevallen inhoudelijk ongewijzigd ten opzichte van het raadsbesluit Adviesrecht en Delegatie 21 december 2021. Functie Initiatieven Woningbouw binnen de De toevoeging van één of meerdere nieuwe bebouwde kom/bestaand woningen, behalve bij: bebouwd gebied a. het realiseren van woningen in een bestaand gebouw waarbij alleen de bestemming wijzigt er geen toename is van bebouwd oppervlak b. het realiseren van huisvesting in verband met mantelzorg. Bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan buiten de bebouwde kom dat: a. hoger is dan 5 meter, of b. een oppervlakte heeft van meer dan 150 m2.

Infrastructurele of openbare voorziening

Een gebouw voor een infrastructurele of openbare voorziening dat: a. hoger is dan 5 meter, of b. een oppervlakte heeft van meer dan 50 m². Een antenne-installatie hoger dan 40 meter. Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk dat: a. hoger is dan 10 meter, of b. een oppervlakte heeft van meer dan 50 m2. Het gebruiken van bouwwerken en/of bij die bouwwerken aansluitend terrein voor activiteiten die qua milieubelasting gelijk gesteld kunnen worden aan milieucategorie 3 of hoger.

Antenne-installatie Bouwwerk geen gebouw zijnde

Bouwwerken en milieubelasting Detailhandel/Kantoren/Horeca

Wijziging van gebruik van onbebouwde gronden of gebouwen binnen de bebouwde kom voor detailhandel, kantoren en horeca vanaf 500 m² bvo.

Bedrijven en kantoren

Permanente verruiming of wijziging van gebruik van onbebouwde gronden of gebouwen binnen de bebouwde kom voor bedrijfsmatige en maatschappelijke functies vanaf 1.000 m² bvo.

Gebruik bouwwerken buiten de bebouwde kom

Het permanent gebruiken van bouwwerken en van bij die bouwwerken aansluitend terrein buiten de bebouwde kom, zulks met uitzondering van: a. een logiesfunctie voor werknemers; b. de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen (idem) c. het omzetten van een (agrarische) bedrijfswoning in een burgerwoning.

(nieuwe) natuur

Wijziging van gebruik van onbebouwde gronden buiten de bebouwde kom vanaf 1 hectare.

- 22 -

Recreatiewoningen

Het gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning, tenzij wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de bewoner had op 31-10-2003 de recreatiewoning in gebruik en bewoont deze sedertdien onafgebroken, en b. de bewoner was op 31-10-2003 meerderjarig.

Herinrichting openbaar gebied

Het gebruiken van gronden voor een ingrijpende permanente herinrichting van openbaar gebied.

Lijst B Gevallen waarin het college bevoegd is tot wijziging van het omgevingsplan – ongewijzigd ten opzichte van raadsbesluit Adviesrecht en Delegatie 21 december 2021 Nr. 1. 2. 3. 4. 5.

Integratie van regels in gemeentelijke verordeningen Redactionele wijziging planregels zoals begripsbepalingen Inpassing buitenplanse Omgevingswet activiteiten OPA’s (binnen 5 jaar) Stellen van maatwerkregels Stellen van exploitatieregels (kostenverhaal bij aangewezen bouwactiviteiten)

Lijst C Gevallen waarin de raad de bevoegdheid tot verlening omgevingsplan activiteit (OPA) op grond van bestaand recht (wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheid) aan het college van burgemeester en wethouders heeft gedelegeerd. Nr. 1. Verlening omgevingsplanactiviteit (OPA) voor bouwen die voldoet aan de bepalingen zoals zijn opgenomen in de bestaande uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

- 23 -

Bijlage 3 Notitie advies verwerking omgevingsvergunningen en TAM-IMRO in het omgevingsplan 1. Inleiding

Er zijn twee instrumenten waarmee het omgevingsplan kan worden gewijzigd of van het omgevingsplan kan worden afgeweken (binnenplans en buitenplans). De instrumenten zijn de omgevingsvergunning en het TAM-IMRO plannen (ook wel TAM- omgevingsplan genoemd). Deze vergunningen en planwijzigingen TAM-IMRO moeten uiteindelijk verwerkt worden in het omgevingsplan conform de STOP/TPOD standaard. In deze notitie wordt toegelicht op welke wijze dit moet gebeuren en wanneer.

2. Omgevingsvergunningen (B)OPA 2.1 Inleiding omgevingsvergunning

2.1.1 OPA In het omgevingsplan zijn vergunningplichten opgenomen waarmee regels gesteld zijn voor vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten in het omgevingsplan. Een omgevingsvergunning met binnenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna OPA) is het instrument voor het binnenplans afwijken van het omgevingsplan.14 2.1.2 BOPA Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) is één van de mogelijke instrumenten voor een activiteit die niet voldoet aan de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Met een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt buitenplans afgeweken van het omgevingsplan. 2.2 Verwerken omgevingsvergunning (B)OPA Voor de omgevingsvergunning BOPA geldt dat verleende omgevingsvergunning voor de afwijking moet uiteindelijk worden verwerkt in het omgevingsplan door op die locatie de regels en/of geometrie aan te passen of toe te voegen. Voor de omgevingsvergunning OPA is dit niet verplicht. 2.2.1 OPA Het kan voor de volledigheid en actualiteit van het omgevingsplan nodig zijn om de aanpassingen die voortkomen door het verlenen van de omgevingsvergunning met een OPA te verwerken in het omgevingsplan, ook al is er geen actualiseringsplicht voor de omgevingsvergunning OPA. De omgevingsvergunning voor de OPA verwerken is alleen nodig als een aanpassing van de geometrie of regels nodig is.

Bijvoorbeeld met de OPA is een extra horeca functie toegestaan en dit moet nog worden aangegeven in de geometrie. Het verwerken van de verleende omgevingsvergunningen met een OPA kan meegenomen worden tijdens en na de transitiefase (zie hiervoor paragrafen 2.2.3 en 2.2.4). 2.2.2 BOPA Nadat een omgevingsvergunning met een BOPA is verleend, moet deze binnen 5 jaar in het omgevingsplan worden verwerkt. Zo wordt het omgevingsplan actueel gehouden en wordt voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat over welke activiteiten zijn toegestaan op een locatie. Deze actualiseringsplicht gaat gelden ná de transitiefase, vanaf 1 januari 2032. Dat betekent dat op 1 januari 2037 de eerste BOPA’s verwerkt moeten zijn. Deze actualiseringsplicht geldt voor een voortdurende omgevingsplanactiviteit, waaraan geen termijn is verbonden als bedoeld in artikel 5.36, eerste lid Omgevingswet. Het geldt dus niet voor een verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen of een tijdelijke omgevingsvergunning. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om een omgevingsvergunning voor een tijdelijke activiteit te verwerken, denk daarbij aan een BOPA voor een langere termijn, bijvoorbeeld tijdelijke woningen voor een periode van 15 jaar.

Met binnenplans afwijken wordt bedoelt dat hoewel de activiteit niet binnen de regels van het omgevingsplan past, het wel voldoet aan de regels in het omgevingsplan voor het afwijken van de regels (de vergunningplicht). 14

- 24 -

Transitiefase Het verwerken van de verleende omgevingsvergunningen voor een BOPA is niet verplicht maar wel mogelijk in de transitiefase van het omgevingsplan. Het verwerken van deze omgevingsvergunningen wordt aangeraden aangezien er anders tot 2032 een onduidelijke situatie ontstaat en een stapeling van omgevingsvergunningen die nog verwerkt moeten worden. 2.2.3 Verwerken tijdens transitieperiode Procesmatig In de transitieperiode is het omgevingsplan nog niet volledig omgezet naar de eisen van de STOP/TPOD. Het advies is om verleende omgevingsvergunningen in deze transitieperiode mee te nemen bij de diverse planwijzigingen voor het omzetten van het tijdelijk deel. Bij elke planwijziging van een bepaald deelgebied wordt geïnventariseerd of er verleende omgevingsvergunningen zijn die verwerkt moeten worden. Indien daar sprake van is dan worden deze planologische afwijkingen meegenomen in de planwijziging van het betreffende gebied. Bijvoorbeeld er is een omgevingsvergunning BOPA verleend voor een appartementencomplex. Het complex ligt binnen de Woonkernen. Zodra de planwijziging voor de Woonkernen wordt voorbereid, wordt deze vergunde situatie conform de BOPA verwerkt in het wijzigingsbesluit voor de Woonkernen.

Wanneer er een omgevingsvergunning is verleend nadat het betreffende gebied is opgenomen in het omgevingsplan, wordt geadviseerd te wachten met het verwerken van de omgevingsvergunning in het omgevingsplan tot na de transitiefase. De beschikbare tijd in de transitieperiode moet zoveel mogelijk worden benut voor het wijzigen van de verschillende deelgebieden van het omgevingsplan. Hierbij is het nog steeds van belang dat voor de verleende omgevingsvergunningen bijgehouden wordt of deze zijn verwerkt of niet. Nadat alle deelgebieden zijn omgezet naar het omgevingsplan wordt aan het einde van de transitiefase geïnventariseerd of er verleende omgevingsvergunningen zijn die nog verwerkt moeten worden. De nog niet verwerkte besluiten worden dan door middel van een wijzigingsbesluit opgenomen in het omgevingsplan. Inhoudelijk In de motivering behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning met een (B)OPA kan de gemeente eisen dat er een voorstel wordt gedaan voor het verwerken van de omgevingsvergunning met een (B)OPA in het omgevingsplan. Dit kan in de beginperiode van de transitiefase (tot 2027) worden uitgevoerd door in de motivering duidelijk te maken van welke planregels wordt afgeweken. Na 202715 is het mogelijk om in de motivering een voorstel op te nemen voor gewijzigde planregels dan wel de wijziging van de werkingsgebieden.

Daarmee wordt het in 1 oogopslag duidelijk waar het wijzigingsbesluit, bij het verwerken van de betreffende omgevingsvergunning, betrekking op moet hebben. Daarmee is het ook sneller inzichtelijk of er meerdere omgevingsvergunningen betrekking hebben op dezelfde wijziging. Het voorstel voor het verwerken van de omgevingsvergunning in het omgevingsplan is een inhoudelijke vereiste voor de motivering16. Een voorbeeld: er zijn twee omgevingsvergunningen verleend voor twee horecavestigingen (dezelfde categorie) binnen de gemeente. Dan kunnen deze omgevingsvergunningen met 1 wijzigingsbesluit worden verwerkt waarbij op beide locaties de toegestane horeca wordt geregeld. Algemene toelichting In de transitieperiode wordt ook bepaald hoe de motivering van de (B)OPA en de onderzoeken worden verwerkt in de algemene toelichting17 van het omgevingsplan. Wij adviseren daarbij om de Dan is het omgevingsplan verder gevuld met de structuur en een groot aantal inhoudelijke regels. Deze inhoudelijke eisen komen terug in het afwegingskader initiatieven. 17 In de algemene toelichting bij het omgevingsplan wordt ingegaan op de sturingsfilosofie en de visie van de gemeenteraad op het omgevingsplan (globaal, gedetailleerd, wijze waarop invulling is gegeven aan de beleidsvrijheid, etc.). Er wordt geen toelichting gegeven op een concreet wijzigingsbesluit op het omgevingsplan.

Dat gebeurt in de toelichting op het besluit, de motivering en de artikelsgewijze toelichting. 15 16

- 25 -

ontwikkeling wel te benoemen in de algemene toelichting en indien gewenst de motivering toe te voegen als bijlage. Zodra de omgevingsvergunning is verwerkt, is er sprake van een geconsolideerde situatie. Daarmee is het de vraag of de toevoeging van de motivering van een omgevingsvergunning voor een (B)OPA aan de algemene toelichting meerwaarde heeft. Wij adviseren dan ook om deze stukken na een bepaalde tijd (bijvoorbeeld 2 jaar) uit de algemene toelichting te halen. 2.2.4 Verwerken na transitieperiode Na de transitieperiode blijven er omgevingsvergunningen voor een BOPA en OPA verleend worden. Zoals hiervoor is aangegeven, moeten de omgevingsvergunningen voor een BOPA binnen vijf jaar na verlening verwerkt worden in het omgevingsplan vanaf 2032. Wij adviseren om de omgevingsvergunningen één keer per jaar te verwerken in het omgevingsplan. Hierdoor blijft het geconsolideerde omgevingsplan actueel en worden zoveel mogelijk onduidelijkheden voorkomen. De verwerking van de omgevingsvergunningen kan met een wijzigingsbesluit. 2.2.5 Rechtsgevolgen Bij het verwerken van de omgevingsvergunning met een BOPA in het omgevingsplan is de omgevingsvergunning niet opnieuw appellabel. Het gedeelte van de planwijziging dat betrekking heeft op het verwerken van de omgevingsvergunning staat dan niet open voor bezwaar en beroep. 3.

TAM-IMRO 3.1 Inleiding TAM-IMRO Een TAM-IMRO plan is een alternatieve variant van een planwijziging van het (tijdelijke) omgevingsplan volgens STOP/TPOD. Het is een optie als de gemeente nog niet in staat is om een omgevingsplan in STOP/TPOD op te stellen, te wijzigen of kunnen publiceren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het omgevingsplan in de basis nog onvoldoende gereed is om te gebruiken voor een planwijziging, omdat er nog geen inhoudsopgave en basisregels zijn vastgesteld of dat de software nog niet gereed is om een publicatie in het DSO te kunnen doorvoeren. Een belangrijk kenmerk van een TAM-IMRO plan is dat dit gebiedsgericht is (dus niet thematisch). 3.2 Verwerken TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplannen worden na vaststelling toegevoegd aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan en zijn dus voor 1 januari 2032 zijn verwerkt in het omgevingsplan. Daarbij voldoet een TAM-omgevingsplan niet aan STOP/TPOD standaarden. Er wordt met het vaststellen van een TAMomgevingsplan plan dus niet ‘geponst’18. TAM-omgevingsplan moeten dus opgenomen in het nieuwe omgevingsplan.

Wij adviseren, net als bij de BOPA’s, deze planwijzigingen zo veel mogelijk mee te nemen in de gebiedsgerichte wijzigingen en bij te houden welke TAM-omgevingsplan wel en niet zijn verwerkt in het omgevingsplan.19 Bij elke planwijziging van een bepaald deelgebied wordt geïnventariseerd of er onherroepelijke TAMomgevingsplan(nen) zijn die hierop aansluiten. Deze worden dan meegenomen in de planwijziging van het betreffende gebied. Een TAM-omgevingsplan kan in twee varianten opgesteld worden, een basis variant die veel lijkt op een bestemmingsplan en een integrale variant die meer aansluit aan de vereisten van de STOP/TPOD. Bij een integrale variant is het omzetten makkelijker dan bij de basisvariant. Het advies om zoveel mogelijk te kiezen voor de integrale variant. Daarnaast adviseren wij ook om na het eerste wijzigingsbesluit, waarmee de structuur van het omgevingsplan wordt vastgelegd en de eerste inhoudelijke regels zijn toegevoegd aan het omgevingsplan, niet langer te werken met het instrument TAM-omgevingsplan. Daarmee wordt de hoeveelheid TAM-omgevingsplannen die verwerkt moet worden beperkt.

Tijdens de transitiefase wordt in delen het tijdelijk deel omgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. De Pons zorgt ervoor dat de ruimtelijke regels die zijn omgezet voor de gekozen locatie niet meer zichtbaar zijn in Regels op de kaart. Zo zien initiatiefnemers op die locatie alleen de regels uit het nieuwe deel van het omgevingsplan. 19 In de Handleiding Wijzigen Omgevingsplan worden de uitgangspunten en instructies voor het wijzigen van het omgevingsplan middels een planwijziging gegeven. 18

- 26 -

3.2.1 Rechtsgevolgen De wetgever heeft de intentie uitgesproken om in de wet- en regelgeving vast te leggen dat regels in het STOP/TPOD omgevingsplan die inhoudelijk gelijk zijn aan het TAM-IMRO plan niet opnieuw appellabel worden bij het overbrengen in het omgevingsplan. De wijze waarop en de voorwaarden waaronder dit mogelijk is, worden nog uitgewerkt. De voorziening voorkomt dat opnieuw in beroep gegaan kan worden als het gaat om het omzetten van een TAM-IMRO plan naar het omgevingsplan. In het participatietraject moet duidelijk zijn waar wel en waar geen ruimte is voor inspraak.

- 27 -

Bijlage 4 Format motivering Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding; Toelichting wat de aanleiding is voor de afwijking dan wel wijziging van het omgevingsplan. 1.2 Ligging en begrenzing; De ligging en begrenzing van het plangebied toelichten. Daarbij duidelijk aangeven op welk gebied de afwijking dan wel wijziging van het omgevingsplan betrekking heeft. Vermeld in de paragraaf ook informatie zoals het adres en kadastrale informatie van het plangebied. 1.3 Juridische planvorm;  Afwijkingen, toevoegingen en aanpassingen van de regels van het omgevingsplan benoemen;  Benoemen op welke omgevingsplanactiviteiten heeft het initiatief betrekking?  Benoemen of er wel of geen bindend advies van de gemeenteraad nodig is;  Benoemen welk instrument ingezet wordt, OPA, BOPA of planwijziging. 1.4 Leeswijzer. Omschrijving welke hoofdstukken zijn opgenomen in de motivering en wat per hoofdstuk wordt behandeld. Hoofdstuk 2 Gebieds- en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie;  Omschrijving plangebied;  Ruimtelijke structuur en beschrijving van de omgeving;  Bestaande planologische situatie; 2.2 Planbeschrijving;  Beschrijving van de ontwikkeling (neutrale beschrijving, de beoordeling hoort thuis in hoofdstuk 5 Integrale afweging).

Denk bij planbeschrijving aan onderdelen als: o Doelstellingen; o Duurzaamheid: welke vormen van duurzaamheid past het plan toe > duurzame energie, toepassing van duurzame materialen, recycling van producten; o Klimaat: Voldoet het plan aan de minimale eisen van de afspraken in de provincie Utrecht / Noord Holland en beleid van de gemeente o Structuur; o Programma; o Verkeerstructuur / ontsluiting o Water en groen; o Omgevingskwaliteit; o Actueel beleid en relatie tot programma’s o Beeldkwaliteit Hoofdstuk 3 Planspecifieke hoofdstuk Voor de motivering of er sprake is van een ETFAL zijn er een aantal thema’s van belang. In dit hoofdstuk wordt voor het plan elk thema onderbouwd, zover voor het plan relevant. Door deze thema’s in een eigen hoofdstuk te behandelen wordt overzichtelijk hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot het relevante beleid en hoe de uitgevoerde onderzoeken dit ondersteunen om te komen tot de ETFAL. Bijvoorbeeld: als er met een omgevingsvergunning voor een BOPA afgeweken wordt van parkeren, wonen en geluid worden deze afwijkingen in individuele paragrafen in dit hoofdstuk ‘Parkeren’, ‘Wonen’ en ‘Geluid’ behandeld. De structuur van een dergelijke paragraaf ziet er als volgt uit: 3.1 Thema 1 3.1.1 Beleid 3.1.2 Onderzoek 3.1.3 Conclusie 3.2 Thema 2 3.2.1 Beleid 3.2.2 Onderzoek - 28 -

3.2.3 Conclusie Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten (voor zover van toepassing) Na het planspecifieke hoofdstuk zijn er, mogelijk, nog andere onderzoeken nodig om te motiveren dat er sprake is van een ETFAL. Indien een milieu- of omgevingsaspect relevant is en nodig is voor de motivatie van de ETFAL wordt dit aspect in het voorgaande hoofdstuk in een eigen paragraaf behandeld. Hieronder staat een lijst met onderzoeken die uitgevoerd kunnen worden. Per milieu- en omgevingsaspect is aangeven welk beleid voor het onderzoek van belang is. 4.1 Archeologie & cultureel erfgoed 4.2 Bezonning 4.3 Bodem 4.4 Duurzaamheid 4.5 Klimaatadaptatie 4.6 Ecologie: gebiedsbescherming (stikstof) 4.7 Ecologie: soortenbescherming 4.8 Geluid: Wegverkeer- en spoorweglawaai en inrichtingslawaai 4.9 Geur 4.10 Gezondheid 4.11 Lichthinder 4.12 Luchtkwaliteit 4.13 Milieueffectrapportage 4.14 Milieuzonering 4.15 Omgevingsveiligheid 4.16 Ontplofbare Oorlogsresten 4.17 Trillingen 4.18 Verkeer en Parkeren20 4.19 Weging waterbelang 4.20 Windhinder Hoofdstuk 5 Integrale afweging Conclusie van de afweging van alle onderdelen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving die in het voorgaande zijn onderzocht om te komen tot een ETFAL. Is er sprake van instandhouding of verbetering van de fysieke leefomgeving? Korte samenvatting van waarop de conclusie is gebaseerd.

5.1 Samenvatting Aangeven waarom dit plan op deze locatie een bijdrage levert aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving? 5.2 Conclusie Korte conclusie of het plan voldoet aan een ETFAL. Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het plan toegelicht, zowel de economische uitvoerbaarheid als de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Aspecten die terug komen in dit hoofdstuk:  hoe het kostenverhaal is verzekerd;  zijn er reacties van ketenpartners en zo ja hoe is dat verwerkt in het plan;  zijn er zienswijzen ingediend. Dit is alleen relevant in geval voor een omgevingsplanwijzigingen en omgevingsvergunningen met een BOPA waarbij de uitgebreide procedure is doorlopen;  overzicht verslaglegging van het participatietraject*. 6.1

Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Kostenverhaal 6.1.2 Nadeelcompensatie

20 Voldoet het plan aan het gemeentelijk parkeerbeleid;

Worden de richtlijnen uit de CROW in achtgenomen? Wat zijn de verkeersgevolgen van het plan?

- 29 -

6.2 6.3

Participatie* Ketenpartners en zienswijzen

*indien er sprake is van een plan met een grote maatschappelijke impact dan wordt geadviseerd een separaat hoofdstuk participatie toe te voegen tussen hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4. BOPA specifiek: Hoofdstuk 7 Voorstel voor het opnemen van de ontwikkeling in het omgevingsplan. Hoe wordt de BOPA, in een later stadium, opgenomen in het omgevingsplan Planwijziging specifiek: Hoofdstuk 7 Wijziging van de regels van het omgevingsplan in het Digitaal Stelsel Overheid 7.1 Voorstel wijziging van de regels en geometrie van het omgevingsplan in het DSO 7.2 Voorstel aanvulling juridische planbeschrijving omgevingsplan Bijlagen motivering /onderzoeken De onderzoeken en rapporten als losse bijlagen toevoegen.

- 30 -

voor de BEL gemeenten

19-09-2024

2

• • • • •

3

•

⚬

4

•

•

•

⚬ ⚬

5

•

• •

⚬

⚬ ⚬

■ ■

6

•

•

•

•

7

Eerdere besluiten Waar zijn we mee bezig

Eerdere besluiten Waar zijn we al mee bezig

•

•

8

Eerdere besluiten Waar zijn we al mee bezig

• •

•

•

9

⚬ ⚬ ⚬

Eerdere besluiten Waar zijn we al mee bezig

•

•

•

1 0

Eerdere besluiten Waar zijn we al mee bezig •

•

1 1

•

•

•

•

•

•

Naar een gebiedsdekkend Omgevingsplan voor 2032

•

• •

⚬ ⚬

Inhoud

16

Eindbeeld in 2032

17

18

Eerste planwijziging

19

Tweede planwijziging

20

21

Gebiedsdekkend Omgevingsplan per gemeente voor drie BEL gemeenten

22

•

•

•

•

•

•

23

⚬

⚬

⚬

24

25

Een Transitiestrategie is nodig voor het Omgevingsplan!

ETFAL

Evenredige toedeling van functies aan locaties

Kernbegrip Omgevingswet

ETFAL

27

Evenredige toedeling van functies aan locaties

Kernbegrip nieuwe wet

• • •

ETFAL

28

Evenredige toedeling van functies aan locaties

Kernbegrip nieuwe wet

29

30

31

link naar DSO https://pre.omgevingswet.overheid.nl/home

32

⚬ VNG opzet

33

Regels gelijktrekken: voorbeeld • Archeologie • Erker

Soms dezelfde regels niet mogelijk: • Groen • Beschermd dorpsgezicht

• • •

• •

35

36

Bij het bestemmingsplan was de besluitvorming over een integrale (nieuwe) set van regels en de bijbehorende verbeelding

• •

37

De bijlagen bij een wijzigingsbesluit

•

•

•

•

38

⚬ ⚬

Wat is het bindend advies?

• • • •

• ⚬

39

■ ■

Raad bijpraten Procesafspraken maken •

•

•

•

•

40

•

Omgevingsplan gemeenten BEL Combinatie

Relevante hoofdstukken voor eerste planwijziging

42

Thematische onderwerpen wijziging omgevingsplan

⚬ ⚬ ⚬ ⚬ ⚬ ⚬ ⚬ ⚬

•

•

•

•

43

⚬ ⚬

•

44

Q en A Raadsbijeenkomst BEL Gemeenten 19 september Datum

26 september 2024

Opdrachtgever

BEL gemeenten

Auteur

Wissing B.V.

Betreft

Q en A Raadsbijeenkomst BEL Gemeenten 19 september

Vragen die gesteld zijn tijdens de presentatie: Q: Is de presentatie achteraf ook beschikbaar? A: Ja de presentatie is vooraf al een keer gedeeld, maar de aangepaste versie wordt nogmaals gedeeld samen met de Q en A en de linkjes naar het DSO. Q: Wat is de toekomstvisie dan als er straks maar 1 omgevingsvisie is? A: De toekomstvisie geeft kaders voor de omgevingsvisie die in de omgevingsvisie concreter worden gemaakt. De omgevingsvisie gaat over meer dan de voormalige structuurvisie en heeft betrekking op de hele fysieke leefomgeving. Het bevat de integrale lange termijnplanning voor de fysieke leefomgeving op onderwerpen zoals wonen, water, infrastructuur, veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, etc. Q: In volgordelijkheid is er eerst de omgevingsvisie, dan de omgevingsprogramma’s en dan het omgevingsplan, maar het wordt nu parallel uitgevoerd, is dat wel handig? Want anders loopt het omgevingsplan voor op de omgevingsvisie? A: Er is onderlinge afstemming tussen het proces van de omgevingsvisie en het proces omgevingsplan om de stand van zaken van de omgevingsvisie te bespreken en de verwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan. De eerste planwijziging betreft een thematisch wijziging en gaat over het omzetten van het huidige vigerend beleid, zoals de Verordening fysieke leefomgeving.

Hierin zijn de keuzes die gemaakt worden in de omgevingsvisie nog niet van belang voor het opstellen van het omgevingsplan. Hierdoor kan dit parallel uitgevoerd worden, maar voor de voortgang van het opstellen van het omgevingsplan is het wel wenselijk dat de omgevingsvisie wordt vastgesteld. Q: Hoe borg je nu dat het bestemmingsplan goed opgenomen wordt in het omgevingsplan en dat onderdelen niet kwijt raken die met zorgvuldigheid zijn vastgesteld? A: bij elke planwijziging van het omgevingsplan wordt een overzicht mee aangeleverd. Dit overzicht wordt in de termen van de Omgevingswet een transponeringstabel genoemd. In zo’n transponeringstabel wordt aangegeven op artikelniveau: - waar het artikel vandaan komt; - het artikel overgenomen wordt / waarom het artikel niet overgenomen wordt; - als het artikel overgenomen wordt, waar het artikel terug te vinden is; of - er aanpassingen geweest zijn aan de inhoud van de regel. Hierdoor is bij elke planwijziging duidelijk wat er omgezet wordt en dat dit zorgvuldig gebeurt. Daarnaast worden de bestemmingsplanregels betrokken en wordt gezorgd in het omgevingsplan dan tenminste hetzelfde beschermingsniveau (ten opzichte van de bestemmingsplanregels) is gegarandeerd. Context vraag: er is uitleg gegeven over de verschillende categorieën van wonen.

Q: dit klinkt heel ingewikkeld, hoe moet dit straks voor de burgers gaan dan? A: Het is kloppend dat het ingewikkeld is, maar de burgers gaan gebruik maken van de vergunningcheck in het omgevingsloket, waarin vragen staan over welke activiteiten zij uit willen voeren. Als de burger in de regels gaat zoeken, klikt de burger op het perceel en krijgt dan de regels te zien die op die locatie gelden. In deze kleine selectie kunnen de burgers dan zoeken naar de mogelijkheden. Dit wordt naar mate de transitieperiode vordert steeds inzichtelijker omdat het omgevingsloket wordt gevoed met de informatie uit de regels van het omgevingsplan. Q: Wat mij bezighoudt is het omzetten van alles, kunnen we het niet laten voor wat het is? A: We kunnen het tot 1 januari 2032 laten voor wat het is, maar op 1 januari 2032 moet alles gereed zijn, want het Rijk heeft de gemeente tot 2032 de tijd gegeven om alles om te zetten. Deze tijd is hard nodig om alles regels om te zetten naar het omgevingsplan. Daarnaast vervalt het vangnet, de bruidsschat, op 1 januari 2032. Hierdoor moeten we nu al beginnen met het omzetten van alle regels zodat elk jaar een deel van het omgevingsplan omgezet kan worden. Q: er is straks maar 1 visie, meerdere programma’s en dan 1 omgevingsplan? A: dat is correct.

Vanuit de omgevingsvisie kunnen er meerdere (sectorale) programma’s komen die dan uiteindelijk weer doorslag hebben op het omgevingsplan. Q: Er worden regels opgesteld en die worden daarna uitgerold over gebieden, hoe groot is de kans dat de gemaakte regels niet passends is met de feitelijke situatie? A: dat is mogelijk en om dat te voorkomen wordt eerst een inventarisatie gemaakt de huidige regels in het gebied van de planwijziging omgevingsplan. Hierbij wordt bepaald wat vastgelegd moet worden in de regels van het omgevingsplan. Q: Als je niet uit de (verplichte) participatie komt, wie besluit er dan? A: De gemeente besluit over het planvoornemen en neemt de uitkomst van de participatie mee in de afweging over de ontwikkeling. Q: Blijft de regeling rond de bouwvergunning hetzelfde, (m.b.t. participatie)? A: dat blijft hetzelfde. Q: is er bewijslast van de participatie? A: ja, wanneer participatie verplicht is, moet er bewijslast van participatie worden aangeleverd. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een participatieverslag. De vorm van bewijslast wordt opgenomen in de participatieverordening. Q: als de initiatiefnemer niet participeert, is dan de vergunning niet ontvankelijk? A: ja, als participatie verplicht is moet het uitgevoerd worden. Als geen informatie over participatie is aangeleverd, is de vergunning nog niet ontvankelijk.

De aanvrager/initiatiefnemer krijgt dan nog wel de mogelijkheid tot het aanleveren van input. Q: Wanneer er een omgevingstafel is en er zijn 1 of 2 negatieve adviezen, hoe zwaarwegend zijn deze adviezen? A: Vaak is er nog ruimte om in extra overleg te treden en het plan mogelijk iets aan te passen om er nog een positief advies van te maken. Verder is het een afweging van het grotere geheel van de ontwikkeling om te kijken hoe zwaarwegend het advies is. Q: Wanneer komt er een raadslid aan bod (liever niet bij elke aanvraag): A; De Omgevingswet voorziet in afwijken van het omgevingsplan en spreekt dan van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). De raad kan onder de Omgevingswet gevallen aanwijzen waarin een bindend advies nodig is van de raad om een omgevingsvergunning met BOPA toe te staan. Voor de gevallen die niet zijn aangewezen vervalt het adviesrecht van de raad. Voor de BEL gemeenten is dit vastgelegd in het bijlage 1 van Adviesrecht en Delegatie die zijn vastgesteld op de volgende datums: 24 januari 2023 Blaricum, 22 februari 2023 Laren en 23 januari 2023 Eemnes. Dus niet bij elke afwijking van het omgevingsplan wordt de gemeenteraad betrokken. De _ Q en A Raadsbijeenkomst BEL gemeenten 19 september

2-5

gemeenteraad heeft wel een rol bij bindend adviesrecht en de gemeenteraad stelt de planwijziging omgevingsplan (behoudens die gevallen die gedelegeerd zijn naar college van b&w). Q: is het een landelijk iets dat de wijzigingsbevoegdheid gemandateerd is naar het college? A: ja dat is gebruikelijk door heel Nederland. In de BEL Gemeente is dit vastgesteld in bijlage 3 van Adviesrecht en Delegatie die zijn vastgesteld op de volgende datums: 24 januari 2023 Blaricum, 22 februari 2023 Laren en 23 januari 2023 Eemnes. Q: Wat is een kleine BOPA en wat is een grote BOPA? A: Een omgevingsvergunning met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is één van de mogelijke instrumenten om een activiteit of functie die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan mogelijk te maken. Als grote BOPA kan worden aangemerkt die projecten waarvoor ook adviesrecht van de gemeenteraad nodig is. Voor een grote BOPA is ook vaak de uitgebreide procedure (26 weken) van toepassing. Q: uitgangspunt is dat de Omgevingswet het vereenvoudigd, hoe kan je kort en krachtig uitleggen wat de Omgevingswet is? Het wordt namelijk veel ingewikkelder en komt veel meer druk op het ambtelijke apparaat. A: De Omgevingswet is een bundeling van 26 wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Door deze bundeling is straks alles vindbaar op 1 plek, snellere besluitvorming en meer ruimte voor maatwerk in een gemeente door beter in te spelen op regionale behoefte. Om te komen tot de hiervoor genoemde punten moet er een transitie plaatsvinden van het oude wetgeving naar de nieuwe wetgeving. Dit zorgt voor een ingewikkelde transitieperiode waar oude wetgeving nog tussen de nieuwe wetgeving doorloopt en ontwikkelingen gefaciliteerd moeten worden. Dit zorgt daarom voor meer druk op het ambtelijke apparaat. Q: lopen we voor in de ontwikkeling/implementatie van de Omgevingswet? kunnen we niet een jaartje wachten en dan kopiëren van andere gemeenten? A: Het is niet wenselijk om een jaar te wachten, de tijd is hard nodig om alles om te zetten zodat dit allemaal gereed is eind 2030 (gemeentelijke deadline omgevingsplan). Verder zijn er al veel voorbeelden (ook vanuit de VNG) en is veel in voorbereiding zoals de eerste planwijziging. Het is daarom verstandig om nu door te pakken met de transitiestrategie en 1e planwijziging. Q: De bodemplaat is bedoeld voor interngebruik om daar de verschillen uit te halen en gelijk te trekken, maakt het werken voor 3 gemeente moeilijker? A; ja dat maakt het moeilijker omdat elke gemeente maatwerk nodig heeft.

Hierdoor proberen we een aantal onderdelen tussen de 3 gemeente gelijk te trekken zodat het voor ambtelijke apparaat beter behapbaar wordt en minder kans op fouten. Maar er blijft ruimte voor maatwerk. Q: het doel is efficiënter maar er moet eerst een integratieslag plaatsvinden en daarna pluk je daar de vruchten van, dat klopt toch? Gaat er daarbij ook een automatiseringsslag overheen? A: het klopt dat na de transitieperiode de vruchten worden geplukt van het werk dat nu uitgevoerd wordt. Daarbij is er ook nieuw software waar meegewerkt wordt om alles te bundelen en te werken aan 1 omgevingsplan. Q: hoe zit het dan met de software, is de gemeente daar niet verantwoordelijk voor? A: het digitale stelstel omgevingswet (in het vervolg DSO) is het nieuwe ruimtelijkeplannen.nl waar alle omgevingsplannen te vinden zijn. Dit wordt gefaciliteerd door het Rijk. Aanschaf van software om te kunnen ontsluiten op het DSO is inderdaad de verantwoordelijkheid van de gemeente. Q: Lopen de stappen van de transitiestrategie van de drie gemeente gelijk? A: ja de stappen van de transitiestrategie van de gemeente lopen gelijk en het is ook niet de bedoeling dat een gemeente hiervan af gaat wijken. Daarom is er ook 1 transitiestrategie opgesteld.

Q: de 3 gemeente werken samen maar hoe wordt voorkomen dat er regels overgenomen worden, waar de een andere gemeente in de samenwerkingsorganisatie niet achterstaat? _ Q en A Raadsbijeenkomst BEL gemeenten 19 september

3-5

A: In de basis wordt één omgevingsplan opgesteld voor de 3 gemeenten. Dit ook ten behoeve van het efficiënt en overzichtelijk kunnen werken voor het ambtelijk apparaat. Er is daarbij ruimte voor gemeentespecifieke maatwerk waar dat nodig is. Er zijn bijvoorbeeld verschillende regels voor het beschermd stads- en dorpsgebied en kappen. Deze regels blijven per gemeente geregeld en worden niet gelijk getrokken. Q: Gewetensvraag: denken jullie dat het goed komt? Hebben jullie vertrouwen in het opgelegde van het rijk, dat het gaat werken? A: Het gaat werken, na de transitieperiode, voor nu is het hard werken om er te komen. Q: Ga ik niet verdwalen in het DSO? A: Dat is mogelijk gelet op de nieuwe systematiek, nieuw digitaal systeem en de hoeveelheid regels. Door het veel te gaan gebruiken, wordt het makkelijker om de weg te vinden. En mede vanwege de omvang van de regels en het leren werken met het DSO wordt omgevingsplan ook in delen omgezet en niet in één keer. Q: als ik alleen iets over houtkap wil weten, kan ik dan alleen de vinkjes van Houtkap aanzetten? A: ja dat klopt. Q: Kan je de regels van beschermd dorpsgezicht bijvoorbeeld strakker maken? A: Als dat een wens is van de gemeenteraad is dat mogelijk, maar dan kan dat een aparte planwijziging worden om de regels te herzien.

Het vertrekpunt is beleidsluw overgaan vanuit de bestaande regels bij het omzetten van het tijdelijk omgevingsplan. Q: gemeenteraad geeft advies aan het college voor iets, kan het college daar nog overheen besluiten? A: Nee het college kan daar niet overheen besluiten. Het is bindend adviesrecht. Dit advies moet het college opvolgen. Q: zit er bij de vaststelling van het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan, ook een totale versie van het document bij? A: Bij elke planwijziging wordt alleen aangegeven wat er gewijzigd wordt. Voor het totale beeld, wordt elke keer verwezen naar het DSO (omgevingsloket onder de regels op de kaart). In het DSO is altijd de geconsolideerde versie van het omgevingsplan zichtbaar. Links naar het DSO DSO: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/viewer/locatie Pre omgeving: https://pre.omgevingswet.overheid.nl/home  voorbeeldplan: https://pre.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/documenten?regelsandere=regels&locatie-stelsel=RD&locatie-x=132978&locatiey=397318&bestuurslaag=gemeente&session=10caae57-9e88-49c5-8408-d52fb21df838 Q: Bestaat er nu een stuurgroep voor het opstellen van het omgevingsplan? Een soort groep met mandaat/of zonder mandaat voor verschillende keuzes en het gelijktrekken van de regels. A: nee dat bestaat nog niet.

Q: Op de lijst met thema’s die in de eerste thematische planwijziging staat erfgoed, worden deze regels nu wel gelijk getrokken? A: nee deze regels worden niet gelijk getrokken, de regels van Archeologie wel. Q: hoe gaan we verder met het klankbordgroep verhaal? A: er komt een voorstel hoe dit onderdeel ingericht gaat worden. Er is wel de wens uitgesproken om dit verder in te richten. Q: hoe gaat de communicatie extern, het is voor nu voornamelijk intern, hoe betrekken we de burger? _ Q en A Raadsbijeenkomst BEL gemeenten 19 september

4-5

A: Door middel van communicatie via onder meer de website. Dit een separaat project dat reeds is opgestart. Daarnaast wordt gecommuniceerd extern door het doorlopen van participatie voor de 1e planwijziging omgevingsplan. Stellingen en vragen vanuit de presentatie Wie weet wat ETFAL is? Evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gemeenten moet zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een ETFAL. Bijvoorbeeld geen bedrijf direct naast een woning. Vertrekpunt voor het regelen van de ETFAL is de bestaande planologische situatie. Wat is de bruidsschat? De term 'bruidsschat' wordt gebruikt voor de regels die het Rijk als onderdeel van het Invoeringsbesluit Omgevingswet automatisch toevoegt aan elk omgevingsplan. In de bruidsschat staan onderwerpen waarvoor het rijk geen direct werkende regels meer heeft gemaakt. De gemeenten mogen zelf bepalen of ze deze regels overnemen, wijzigen of laten vervallen. We maken meer dan één omgevingsplan per gemeente. Nee, er wordt altijd één omgevingsplan per gemeente gemaakt en deze wordt door middel van planwijzigingen geconsolideerd. Een gebiedsontwikkeling moet wachten tot het omgevingsplan af is. Nee, er is een afwegingskader vastgesteld voor het kunnen faciliteren van initiatieven.

Daarnaast wordt het proces, zoals opgenomen in de transitiestrategie, zo ingericht dat gebiedsontwikkelingen en het omzetten van het omgevingsplan niet conflicteren. Een omgevingsplan gaat over fysieke leefomgeving. Ja, een omgevingsplan gaat over de gehele fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is in één keer af. Nee, tot 2030 (gemeentelijke deadline) wordt gewerkt aan het omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en die tijd is ook nodig. Dat proces wat daarvoor nodig is wordt toegelicht in de transitiestrategie. Is een transitiestrategie nodig voor het omgevingsplan. Tijdens de raadsbijeenkomst op 19 september is toegelicht dat deze strategie nodig is. Het omgevingsplan ziet er hetzelfde uit als het bestemmingsplan. Tijdens de raadsbijeenkomst op 19 september is toegelicht een omgevingsplan geen bestemmingsplan 2.0 is.

_ Q en A Raadsbijeenkomst BEL gemeenten 19 september

5-5

Beleidsnotitie bodemplaat BEL-gemeenten 2022 Burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum, Burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes, Burgemeester en wethouders van de gemeente Laren, Gelet op het bepaalde in artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluiten vast te stellen de navolgende beleidsregels: Bodemplaat BEL-gemeenten 2022.

1. Aanleiding De drie BEL-gemeenten werken samen om klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022. Naast aandacht voor het opstellen van een Omgevingsvisie is er ook al veel aandacht voor het Omgevingsplan. In het Omgevingsplan worden alle regels voor de fysieke leefomgeving gebundeld (figuur 1). Regels uit verordeningen, regels uit bestemmingsplannen en regels uit ‘de bruidsschat’ (veelal milieuregels) die door het rijk naar de gemeente wordt overgeheveld.

Figuur 1. Van bestemmingsplan naar omgevingsplan

Gekozen is voor het harmoniseren van regels tussen de drie gemeenten zonder de couleur locale uit het oog te verliezen. Voordeel daarvan is dat de werkorganisatie BEL steeds met dezelfde regelset werkt, hetgeen veel efficiënter is. De vigerende bestemmingsplannen zijn regeltechnisch geanalyseerd. In afstemming met delegaties uit de drie gemeenteraden is in het voorjaar van 2021 gebleken dat regels op dezelfde manier kunnen worden opgebouwd en dat door specifieke toekenning van maatvoeringen of gebruiksvoorwaarden aan bepaalde percelen, gebouwen of zones de couleur locale kan blijven behouden. Uitgangspunt is dan ook dat de regelsets van de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren op dezelfde manier worden opgebouwd, maar dat de individuele gemeenten de maatvoeringen en gebruiksvoorwaarden voor specifieke percelen, gebouwen of zones binnen de eigen gemeente blijven bepalen. Dit gebeurt mede op basis van de Omgevingsvisie waarin typeringen van zones worden opgenomen. 1

2. Rol van de beleidsnotitie De beleidsnotitie speelt een belangrijke rol in de overgang van de Wet ruimtelijke ordening naar de Omgevingswet. De beleidsnotitie is gebaseerd op een analyse van de vigerende bestemmingsplannen in de drie gemeenten die zijn opgesteld onder de vigeur van de Wet ruimtelijke ordening, in de periode 2010-2020. Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking en worden alle vigerende bestemmingsplannen samengepakt in één Omgevingsplan. Gemeenten krijgen dan tot 2030 de tijd om het Omgevingsplan te maken. De BEL-gemeenten willen sneller, om: • Dienstverlenend te zijn naar inwoners en ondernemers en initiatieven eenvoudiger te kunnen faciliteren; • Duidelijkheid aan de voorkant te bieden wat er we en wat er niet kan; • Het aantal procedures met de daarbij behorende kosten en ambtelijke capaciteit te kunnen beperken. Het heeft echter weinig zin om nu nog allerhande procedures uit te gaan voeren binnen de vigeur van de Wet ruimtelijke ordening, als dat in één keer goed kan onder de vigeur van de Omgevingswet. Dat kost veel tijd en capaciteit en de kans is reëel dat een soortgelijke procedure onder de Omgevingswet nogmaals moet. Gekozen is daarom voor een beleidsnotitie, zodat wel duidelijkheid geboden kan worden over de gekozen regelset, zonder nu al alle regels door te voeren in alle onderliggende bestemmingsplannen.

Tegelijkertijd wordt een handboek gemaakt die gebruikt wordt in de communicatie met initiatiefnemers. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt en duidelijk is hoe de digitale uitwisseling van informatie vorm krijgt, kan in een keer het hele pakket omgezet worden. Met deze beleidsnotite is de exacte maatvoering die op de kaart staat per locatie niet vastgelegd, alleen de manier waarop we het regelen en op kaart laten zien. Per plek kunnen verschillende maten opgenomen worden voor bijvoorbeeld de goot- en bouwhoogte. Ook de uitstraling van een karakteristiek gebouw is per plek verschillend. Dit ligt natuurlijk al wel grotendeels in de verschillende vigerende bestemmingsplannen vast. Deze beleidsnotitie biedt ook nog geen zicht op het volledige spectrum. De bruidsschat en de verordeningen worden parallel opgepakt. En er is nog werk aan de winkel voor het buitengebied en de bedrijventerreinen. Deze kunnen later in een soortgelijke beleidsnotitie worden verwerkt en doorvertaald naar het handboek. Ten slotte kan ook het proces van de Omgevingsvisie nog nieuwe inzichten opleveren. Dat zal niet zozeer gaan over de wijze van regelen, maar wel over de keuze van zones waar de regels gelden. Met deze beleidsnotitie wordt besloten dat we het op dezelfde manier regelen, maar niet in welke zones specifieke onderdelen wenselijk zijn en waar niet.

De verankering vindt uiteindelijk plaats in het omgevingsplan. Figuur 3 laat de relatie zien. Uit het proces van de Omgevingsvisie kunnen onder meer de volgende inzichten komen die direct relevant zijn voor het Omgevingsplan: • Wijs zones aan waar bed and breakfast gewenst is. • Wijs een zone aan waar paardenbakken eenvoudiger inpasbaar zijn en koppel er routes aan vast. • Wijs zones aan waar splitsing van hoofdgebouwen in meer woningen (niet) wenselijk is. • Wees duidelijk over wat een ‘centrumlint’ en wat een ‘woonlint’ is. • Bied duidelijkheid aan bedrijven en instellingen op solitaire locaties wat hun toekomstperspectief op die locatie is en koppel daar een meer of minder flexibele bestemming aan vast. 2

Figuur 3. Positie beleidsnotitie ten opzichte van omgevingsvisie en omgevingsplan

De beleidsnotitie geeft inzicht in de wijze waarop de keuzes van gemeenten verankerd worden op een gelijkaardige manier, zodat er naderhand efficiënter gewerkt kan worden, zowel in de vertaling naar het Omgevingsplan als in het beoordelen of initiatieven wel of niet passen binnen het Omgevingsplan als in het verlenen van vergunningen.

3. Reikwijdte beleidsnotitie Alleen bestemmingsplannen Deze beleidsnotitie heeft enkel betrekking op het harmoniseren van bestemmingsplannen binnen en tussen de drie BEL-gemeenten. Niet wordt ingegaan op de bruidsschat en op de verordeningen, waar aparte trajecten voor gelopen worden. Alleen bestemmingen met wonen als onderdeel Deze beleidsnotitie heeft enkel betrekking op bestemmingen, waarin wonen een hoofdonderdeel vormt. Dit is ook veruit de meest voorkomende bestemming. Specifieke vragen over (grootschalige) infrastructuur, bedrijventerreinen, agrarische, maatschappelijke en recreatieve bestemmingen komen niet aan de orde. Deze worden in een later stadium toegevoegd. Alleen bestaande woon- en centrumgebieden Deze beleidsnotitie heeft enkel betrekking op bestaande woon- en centrumgebieden, niet op nieuwe wijken die nog gebouwd moeten worden. In bestaande woon- en centrumgebieden wordt immers de bestaande fysiek aanwezige situatie vastgelegd en wordt het bestaande gebruik met enige flexibiliteit passend bij de omgeving, verankerd. Daarmee wordt de rechtszekerheid gewaarborgd, omdat elke buurman die een substantiële verandering in de leefomgeving wil realiseren, daarvoor een omgevingsvergunning nodig heeft én onder de vigeur van de Omgevingswet geacht wordt de buren te informeren (participatiegedachte).

3

Waar ziet de beleidsnotitie op toe? In essentie is in een bestemmingsplan en wordt in het omgevingsplan voor elke vierkante meter bepaald: • Welk gebruik is toegelaten (of wat specifiek verboden is); • Welke bouwmassa is toegestaan (hoogte, breedte, diepte, géén vorm of kleur); • Met welke waarden en bovenlokale belangen rekening gehouden moet worden. Sinds 2010 wordt dat digitaal vastgelegd, zodat een ieder op de kaart voor elke locatie deze gegevens kan vinden. In het Omgevingsplan worden nog meer dan in het bestemmingsplan gebruik, bouwen en waarden van elkaar gescheiden geregeld.

4. Harmonisering bouwregels Bouwregels zijn voor alle situaties gelijk van opzet, er is alleen een verschil tussen grondgebonden en gestapeld. Grondgebonden functies met woningen • Onderscheid tussen de bestemmingen Wonen en Tuin verdwijnt: in voortuin mag immers niet zonder vergunning gebouwd worden. • Het bebouwingsgebied waar volgens het Besluit omgevingsrecht mag worden gebouwd, wordt aangeduid op kaart (bg) • In beginsel één bestemming per eigendom, normaliter bestemming Wonen, in een lint kan ook de bestemming Detailhandel, Horeca, Maatschappelijk of Dienstverlening gebruikt worden. • Uitzondering: als er sprake is van een landschappelijk waardevolle tuin in het eigendom: dan bestemming Tuin met aanduiding landschap (la) met de mogelijkheid om vergunningvrij bouwen in te perken. • Aangrenzende openbare ruimte krijgt de bestemming Verkeer of Groen. • Bouwvlak gelijk aan oorspronkelijk hoofdgebouw, zodat regeling vergunningvrij bouwen eenduidiger wordt. • Geen regels meer voor bebouwingsgebied: landelijke regels voor vergunningvrij bouwen gelden, geen extra mogelijkheden zonder vergunning. • Daarmee vervalt de rechtstreekse mogelijkheid om vervangende nieuwbouw te plegen op andere plek binnen perceel. Binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opnemen voor vervangende nieuwbouw.

Per saldo is er dan nog steeds één vergunningronde van 8 weken, verdeeld in twee vergunningdelen: bouwen en nieuwe locatie. • Maximum aantal woningen wordt bepaald en vastgelegd op kaart, zodat er niet zonder vergunning (en daarbij behorende leges) extra woningen kunnen worden gerealiseerd. • Onderscheid vrijstaand-twee aaneen-aaneengebouwd binnen de bestemming Wonen verdwijnt en wordt vervangen door grondgebonden (gg), behalve als er vanuit stedenbouwkundige optiek een gesloten bebouwingswand noodzakelijk c.q. sterk wenselijk is. • Maximale goot- en bouwhoogte worden voor reguliere woningen naar 7 en 11 meter gebracht om duurzaamheidsmaatregelen (isoleren) binnenplans te kunnen realiseren zonder dat er extra bouwlagen mogelijk worden. Voor woningen met een hogere goot- respectievelijk bouwhoogte wordt de bestaande maat als maximale goot- respectievelijk bouwhoogte aangehouden. • Voorgeschreven minimale voorgevelbreedtes en minimale inhoudsmaten vervallen. • Dakhellingen alleen voorgeschreven in een bijzonder stedenbouwkundig ensemble. Gestapelde functies, waaronder wonen • In beginsel één bestemming per eigendom, normaliter bestemming Gemengd of Centrum. 4

• • • • • •

Aangrenzende openbaar toegankelijke ruimte, ook als dat nog op het eigendom ligt, krijgt de bestemming Verkeer of Groen. Bouwvlak strak om hoofdgebouw, geen bebouwingspercentage. Maximum aantal woningen per blok en zo nodig per bouwdeel wordt bepaald en vastgelegd op kaart, zodat er niet zonder vergunning (en daarbij behorende leges) extra woningen kunnen worden gerealiseerd. Bouwaanduiding gestapeld op kaart, waaraan aantal bouwlagen gekoppeld kan worden. Maximale goot- en bouwhoogte worden aangegeven op kaart, zo nodig per bouwdeel. Dakhellingen alleen voorgeschreven in een bijzonder stedenbouwkundig ensemble.

Figuur 2. Voorbeeld bouwregels op kaart

5

Extra bescherming karakteristieke panden en terreinen • Overzicht van karakteristieke of beeldbepalende panden beschikbaar • Elk karakteristiek of beeldbepalend pand krijgt aanduiding op kaart: “karakteristiek” conform nu al veelvuldig gebruik. • Vergunningplicht opnemen voor elke aanpassing van het hoofdgebouw met gevolgen voor de omvang en vorm. • Vergunningplicht opnemen voor werkzaamheden op landschappelijk of cultuurhistorisch waardevolle terreinen. • Rol voor Commissie Ruimtelijke Kwaliteit verankeren bij de beoordeling van vergunningaanvragen. Figuur 2 laat zien wat er op kaart vastgelegd wordt. Daarmee is in één oogopslag te achterhalen wat er staat c.q. toegestaan is. Bouwwerken geen gebouwen zijnde In alle gebieden waar de woonfunctie dominant is worden de volgende regels voor bouwwerken aangehouden: • Hoogte terreinafscheidingen voor de voorgevel maximaal 1 meter; • Hoogte terreinafscheidingen achter de voorgevel maximaal 2 meter; • Hoogte toegangspoorten maximaal 1,8 meter; • Hoogte penanten van toegangspoorten maximaal 2 meter; • Breedte toegangspoorten maximaal 5 meter; • Hoogte masten maximaal 7 meter; • Hoogte overige bouwwerken maximaal 3 meter.

5. Harmonisering gebruiksregels Voor de gebruiksregels wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere woonwijken (rijwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen in een planmatig grid), villawijken (grotere woningen op ruime kavels), appartementenblok met voorzieningen en lintbebouwing (oudere straten met een diversiteit van functies). In figuur 2 zijn alle vormen verenigd, voor wat betreft de bouwregels. In de gebruiksregels is evenwel een onderscheid te maken, omdat in levendige gebieden in het centrum meer flexibiliteit in de uitwisseling van functies mogelijk is dan in een rustige woonwijk. Reguliere woonwijken In deze wijken is de bestemming Wonen dominant, andere functies krijgen een afzonderlijke bestemming. In de bestemming Wonen zijn naast wonen met de gebruikelijke erven, tuinen, water en parkeervoorzieningen direct aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven toegestaan. De regeling rond aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven wordt voor de drie gemeenten gelijk geschakeld. In de geharmoniseerde situatie zijn aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. Woonfunctie als primaire functie handhaven; b. Maximaal 25% van de vloeroppervlakte van hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken; c. Vloeroppervlak maximaal 40 m²; d. Geen onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; e.

Geen gebruik van gevelreclame; f. Activiteit wordt uitgeoefend door hoofdbewoner(s); g. Bedrijfsactiviteiten maximaal milieucategorie 1; h. Geen horeca en detailhandel m.u.v. ondergeschikte detailhandel. 6

Met een vergunning is afwijking mogelijk voor voorwaarde c tot maximaal 60 m² en voor voorwaarde g tot maximaal milieucategorie 2. De vergunning wordt verleend onder voorwaarde dat de andere voorwaarden volledig intact blijven en er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Villawijken Voor villawijken gelden dezelfde bepalingen als voor reguliere woonwijken. Ook hier is de bestemming Wonen dominant en krijgen andere functies een afzonderlijke bestemming. In de bestemming Wonen zijn naast wonen met de gebruikelijke erven, tuinen, water en parkeervoorzieningen direct aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven toegestaan. De regeling rond aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven wordt voor de drie gemeenten gelijk geschakeld. Omdat de woningen in villawijken gemiddeld (een stuk) groter zijn, wordt alleen de maatvoering aangepast. De volgende voorwaarden zijn dan van toepassing: a. Woonfunctie als primaire functie handhaven; b. Maximaal 25% van de vloeroppervlakte van hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken; c. Vloeroppervlak maximaal 60 m²; d. Geen onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; e. Geen gebruik van gevelreclame; f. Activiteit wordt uitgeoefend door hoofdbewoner(s); g. Bedrijfsactiviteiten maximaal milieucategorie 1; h. Geen horeca en detailhandel m.u.v.

ondergeschikte detailhandel. Met een vergunning is afwijking mogelijk voor voorwaarde c tot maximaal 100 m² en voor voorwaarde g tot maximaal milieucategorie 2. De vergunning wordt verleend onder voorwaarde dat de andere voorwaarden volledig intact blijven en er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Appartementenblok met voorzieningen Op een beperkt aantal plekken in de BEL-gemeenten staan gestapelde woningen met in de plint andere functies. Voor dit type wordt een gemengde bestemming voorzien, waarbij standaard een regeling wordt gebruikt, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen het gebruik van de begane grond en de verdiepingen. Rechtstreeks toegestaan op de begane grond is: • Detailhandel, met uitzondering van detailhandel in volumineuze goederen; • Horeca in de categorieën 1a en 1b (Staat van Horeca-activiteiten); • Dienstverlening (commercieel, persoonlijk en maatschappelijk); • Bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2 (Staat van Bedrijfsactiviteiten); • Cultuur en ontspanning; • Kantooractiviteiten, behorende bij een of meer overige functies. Met vergunning is het mogelijk ook wonen op de begane grond toe te staan onder voorwaarde dat er geen sprake is van aantasting van een levendig centrumgebied of van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Rechtstreeks toegestaan op de verdiepingen is: • Wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven; • Kantooractiviteiten, behorende bij een of meer overige functies. Met vergunning is het mogelijk ook detailhandel op de verdiepingen toe te staan onder voorwaarde dat er sprake is van meerwaarde voor het centrumgebied en als er aanpalend geen ruimte beschikbaar is op de begane grond.

7

Linten Voor de oudere linten is een beleidskeuze nodig (door elke gemeente afzonderlijk), waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen ‘woonlinten’ en ‘centrumlinten’. In woonlinten wordt elke nietwoonfunctie afzonderlijk van een bestemming voorzien (net als in reguliere woonwijken en villawijken), in centrumlinten wordt menging gestimuleerd, maar wordt wel net als bij appartementenblokken met voorzieningen onderscheid gemaakt tussen de begane grond (plintfuncties) en verdiepingen (overwegend wonen). In centrumlinten wordt de bestemming Centrum gebruikt. Op de verdiepingen is uitsluitend wonen toegestaan. Rechtstreeks toegestaan op de begane grond is: • Wonen, al dan niet in combinatie met beroep of bedrijf aan huis; • Detailhandel tot een maximum van 300 m²; • Dienstverlening (commercieel, persoonlijk en maatschappelijk) tot een maximum van 300 m²; • Bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2 (Staat van Bedrijfsactiviteiten) tot een maximum van 300 m²; • Horeca categorie 1a tot een maximum van 150 m² met op de kaart een specifieke aanduiding voor het terras in de buitenruimte; • Cultuur en ontspanning tot een maximum van 300 m²; • Opslag, uitsluitend op locaties, die specifiek op de kaart zijn aangegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16412205/1