CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 5 - Raadsinformatienota met bijlagen bij plan van aanpak overgang Omgevingsplan

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen eerste omgevingsplanwijziging voor thematische regels Laren19.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vastgesteld in B&W: 28/01/2025 Van

het college van B&W

Aan

Gemeente Laren - Gemeenteraad

Portefeuillehouder

Rood, N.

Plan van Aanpak overgang Omgevingsplan

Rood, N.

Ja

De BEL-gemeenten werken gezamenlijk aan de overgang van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) naar de Omgevingswet. In deze nota informeren we u over de belangrijkste keuzes in dit traject en de overwegingen die hier de basis voor vormen.

De overgang naar de Omgevingswet verloopt in fasen en moet uiterlijk in 2032 zijn afgerond. Eerder heeft uw raad besloten dat bestemmingsplannen zoveel mogelijk

beleidsneutraal en met behoud van de planologische rechten overgezet worden naar het Omgevingsplan. Dit is een lang proces en gaat stapsgewijs, per thema en per gebied. In 2022 zijn met de Bodemplaat voor Blaricum, Eemnes en Laren de eerste stap als voorbereiding voor deze overgang vastgesteld, waarbij enkele uitgangspunten zijn

bepaald. Er is afgesproken om de regels over de fysieke ruimte zoveel mogelijk gelijk te trekken voor de drie gemeenten: harmonisatie.

Op 19 september 2024 is zijn raden van de BEL-gemeenten aanwezig geweest bij de

presentatie over deze overgang naar een gebiedsdekkend Omgevingsplan, waar de kern van deze Informatienota is besproken.

De overgang naar het Omgevingsplan verloopt gestructureerd en kost meerdere jaren.

Eerst stellen we thematische regels op, zoals de functies groen, water, erfgoed, bouwen

Pagina 1 van 5

etc., die voor de hele gemeente gelden. In het eerste kwartaal 2025 wordt deze terinzage gelegd, waar de raad nog over wordt bijgepraat. Vaststelling van deze regels volgt in de loop van 2025. Daarna worden er in volgende planwijzigingen gebiedsgerichte regels opgesteld voor de woongebieden, de centrumgebieden, de werkgebieden en het

buitengebied. Als dat klaar is ligt er een gebiedsdekkend Omgevingsplan voor de gemeente.

Om een toekomstbestendig Omgevingsplan te ontwikkelen, werken we met een

afwegingskader. Bovendien stemt de BEL Combinatie voortdurend af met zowel het

college en de raad. Waar mogelijk streven we naar harmonisatie binnen van regels voor de drie dorpen. Deze stappen zijn gedetailleerd beschreven in een intern plan van aanpak.

Stap 1: Thematische regels1

De eerste wijziging van het omgevingsplan richt zich op thematische regels: voor groen, water, erfgoed en bouwen. Deze regels gelden gemeentebreed en vormen een stevige

basis voor de nadere uitwerking in de rest van het omgevingsplan. Gemeentebrede regels zorgen voor een helderheid en een uniforme aanpak. Het draagt bij aan de toegankelijkheid van het Omgevingsloket voor inwoners en organisaties.

Ook wordt in deze stap de structuur van het omgevingsplan vastgesteld. Dit biedt

overzicht en duidelijkheid over de indeling van toekomstige regels. Daarnaast worden

technische keuzes gemaakt, zoals voor toelichting en begrenzing (genaamd ‘annoteren’ en ‘geometrie’), die als basis dienen voor volgende wijzigingen.

De regels en indeling bouwen verder op de Bodemplaat, waarover u in 2022 bent geïnformeerd (en bijgevoegd in Bijlage 4 bij deze RIB).

Stap 2: Afwegingskader nieuwe initiatieven

Tijdens de transitieperiode blijven uiteraard nieuwe initiatieven mogelijk (en wenselijk).

Hiervoor is een afwegingskader opgesteld dat richting geeft aan hoe aanvragen worden

beoordeeld binnen de kaders van de Omgevingswet. U heeft hiervoor eerder dit jaar een RIB ontvangen (RIB Afwegingskader – Het in behandeling nemen van initiatieven – juli 2024). Dit kader zorgt voor een balans tussen flexibiliteit voor initiatiefnemers en de bescherming van maatschappelijke belangen. Zo wordt maatwerk mogelijk gemaakt, terwijl beleidsdoelen worden geborgd.

Gebiedsontwikkelingen als Craibosch (Blaricum), Zuidpolder-Zuid, Ocriet (Eemnes) en Caliskamp (Laren) worden gefaciliteerd binnen dit afwegingskader. In principe wordt 1 Deze stappen zijn hier voor de leesbaarheid genummerd, maar zullen in het proces ook

gelijktijdig lopen.

Pagina 2 van 5

alleen gebruik gemaakt van de tijdelijke mogelijkheid om een oud bestemmingsplan in nieuwe stijl op te stellen (TAM-IMRO) wanneer we als gemeenten nog niet gereed zijn voor de nieuwe techniek (STOP-TPOD).

Stap 3: Beleidsneutrale overgang

Bij het opstellen van nieuwe regels is het uitgangspunt om beleidsneutraal of beleidsluw te werk te gaan. Dit betekent dat bestaande inhoud en eerder vastgesteld beleid zo veel mogelijk wordt overgenomen zonder op zichzelf staande beleidswijzigingen. Hiermee wordt de overgang versneld en blijft de gemeente voorspelbaar.

Ook zijn veel regels die eerder landelijk waren nu een lokale bevoegdheid geworden. Deze zijn opgenomen in het huidige artikel 22 van het tijdelijk deel van het

omgevingsplan (de ‘bruidsschat’). Deze moeten in 2032 in het omgevingsplan worden

opgenomen. De inhoud van deze regels, zoals bijvoorbeeld een afstandsnorm, wordt in

principe overgenomen. Als dat niet het geval is, gebeurt dit gemotiveerd en niet zonder participatie.

Stap 4: Omgevingsvisie is een los traject

De omgevingsvisie wordt op dit moment ontwikkeld in een apart traject. In de visie staat in hoofdlijnen hoe de gemeente haar leefomgeving wil ontwikkelen en beschermen. De visie vormt een belangrijke basis voor toekomstige regels in het omgevingsplan. Veel doelen of ontwikkelingen hoeven niet in regels over de fysieke leefomgeving worden

vastgelegd. Een omgevingsprogramma kan soms een betere manier zijn om die doelen te bereiken.

Stap 5: Samenhang tussen omgevingsplan en werkorganisatie

Niet alleen de tekst en verbeelding van het Omgevingsplan is belangrijk maar ook het

werken in het nieuwe systeem. Denk hierbij aan het opstellen van werkprotocollen die in overeenstemming zijn met de Omgevingswet. Hiermee willen we ervoor zorgen dat het omgevingsplan gebruiksvriendelijk is, de organisatie de nieuwe handelingen kan uitvoeren en we voldoen aan wettelijke eisen.

De acties die volgen uit het plan van aanpak overgang Omgevingsplan vraagt een

behoorlijke inzet van het ambtelijk apparaat, zowel qua omvang als voor kennis en kunde. Om de ambtelijke inzet op het vereiste niveau te krijgen, is uitbreiding en versterking nodig. Een deel hiervan is tijdelijk, een deel is blijvend.

Voor het structurele deel is nog niet ingevulde formatieruimte beschikbaar (op dit

moment is dat nog 1,5 fte) die aangewend zal worden. Ook is er in 2025 een reeds

gereserveerd budget voor de implementatie van de Omgevingswet beschikbaar om in de tijdelijke behoefte te voorzien.

Pagina 3 van 5

Voor 2026 en volgende jaren zijn de benodigde middelen nog niet geregeld. Dat zal in de Kadernota 2026 in beeld gebracht worden.

Stap 6: Betrokkenheid van college en raad

Het college van B&W en de gemeenteraad worden voortdurend betrokken bij de transitie en (voorbereiding van) keuzes. Het college neemt besluiten over de strategie en bereidt

de wijzigingen voor, de raad maakt keuzes bij het vaststellen van de wijzigingsbesluiten. Voor het op de hoogte houden van de raad zetten we reguliere Raadsinformatienota’s in. Raadsleden hebben de mogelijkheid deze informatienota’s te agenderen.

De regels over duurzaamheid worden uiteindelijk onderdeel van het omgevingsplan. Deze regels zijn een uitwerking van de gemeentelijke duurzaamheidsvisie. De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden dan voorheen om dit beleidsdoel in te vullen bij ruimtelijke keuzes.

Inwoners, ondernemers en eigenaren worden betrokken in het participatieproces rondom de wijzigingen van het bestemmingsplan naar omgevingsplan. De gemeentelijke website voor het Omgevingswet wordt ingezet voor zowel (achtergrond)informatie als voor informatie rond het proces. Deze pagina wordt in de loop van het eerste kwartaal bijgewerkt.

Bij de landelijke website van het ‘Omgevingsloket - Regels op de Kaart’ is een ontwerp-

wijziging te volgen, hiermee worden via MijnOverheid ook bewoners geïnformeerd als een wijziging wordt voorgesteld. Dit is onderdeel van het wettelijk traject van inspraak. Voor trajecten waarbij er beleidswijzigingen worden voorgesteld zullen

informatieavonden worden georganiseerd, bijeenkomsten met betrokken organisaties

(denk bijvoorbeeld aan erfgoedorganisaties bij wijziging van regelgeving over de fysieke ruimte, of milieuorganisaties, sportverenigingen en ondernemers over zwerfafval).

Het Eerste Wijzigingsplan met thematische regels wordt door het college ter inzage

gelegd, de raden worden door experts met een presentatie bijgepraat. Na deze periode van inzage zal dit ter vaststelling bij de raad komen in loop van 2025. Daarnaast wordt voor de borging van de ambtelijke inzet een begrotingswijziging in de Kadernota 2026 voorbereid.

1. Presentatie raadsinformatieavond Transitiestrategie september 2024 2. Q&A Raadsinformatie Transitiestrategie september 2024

Pagina 4 van 5

3. Plan van Aanpak overgang omgevingsplan december 2024 4. Bodemplaat

Pagina 5 van 5

Plan van aanpak overgang Omgevingsplan Gemeenten Blaricum, Eemnes, Laren Versie 01

Wissing Ruimtelijke Denkers Middenbaan 108 2991 CT Barendrecht Postbus 37 2990 AA Barendrecht +31[0]180 61 31 44 www.wissing.nl

Project Titel document Projectnummer Auteur(s)

Versie

Concept Ontwerp  Definitief v01

Omgevingsplan Blaricum Omgevingsplan Eemnes Omgevingsplan Laren Plan van aanpak overgang Omgevingsplan 0851 Gemeente Blaricum Gemeente Laren Gemeente Eemnes Wissing B.V.

Datum

Status

Juni 2024 Juli 2024 December 2024

Afgerond Afgerond Afgerond

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd.Wissing B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat.

-2-

Inhoudsopgave

Begrippenlijst / afkortingen .................................................................................................................. - 4 Hoofdstuk 1 Inleiding ........................................................................................................................... - 5 Hoofdstuk 2 Opstellen regels .............................................................................................................. - 8 Paragraaf 2.1 Strategie opstellen regels omgevingsplan................................................................ - 8 Subparagraaf 2.1.1 Keuzes inzake strategie opstellen regels omgevingsplan........................... - 9 Subparagraaf 2.1.2 Gekozen strategie opstellen regels omgevingsplan..................................- 10 Subparagraaf 2.1.3 Verwerking BOPA’s en TAM-IMRO’s ........................................................ - 11 Paragraaf 2.2 Inhoud - Onderdelen van de planwijziging .............................................................

- 11 Subparagraaf 2.2.1 Motivering ..................................................................................................- 11 Subparagraaf 2.2.1 Geometrie & Annoteren .............................................................................- 12 Subparagraaf 2.2.2 Toepasbare regels.....................................................................................- 12 Subparagraaf 2.2.3 Wijzigingsbesluit ........................................................................................- 12 Hoofdstuk 3 Werken met het afwegingskader initiatieven ................................................................- 13 Hoofdstuk 4 Voorbereidingen samenhangend met het omgevingsplan ...........................................- 14 Hoofdstuk 5 Relatie met andere instrumenten Omgevingswet .........................................................- 16 Hoofdstuk 6 Planning, organisatie, proces ........................................................................................- 17 Bijlage 1 Uitwerking 2024 en doorkijk 2025 regels omgevingsplan ..................................................

- 21 Bijlage 2 Delegatiebesluit ..................................................................................................................- 22 Bijlage 3 Notitie advies verwerking omgevingsvergunningen en TAM-IMRO in het omgevingsplan - 24 Bijlage 4 Format motivering ............................................................................................................... - 28 -

-3-

Begrippenlijst / afkortingen Awb Bbl Bkl BOPA Bruidsschat

College van B&W DSO-LV ETFAL OPA Ow Permanent OP Planwijziging Pons1

STOP/TPOD TAM-IMRO TAM-IMRO plan Toepasbare regels

Tijdelijk OP

VFL VNG Wijzigingsbesluit

Algemene wet bestuursrecht Besluit bouwwerken leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving buitenplanse omgevingsplan activiteit Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn een aantal regels verhuisd van het Rijk naar het omgevingsplan van gemeenten en naar de waterschapsverordening van waterschappen. Dit wordt ook wel de Bruidsschat genoemd. College van burgemeester en wethouders Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening Evenwichtige toedeling van functies aan locaties binnenplanse omgevingsplan activiteit Omgevingswet het omgevingsplan (OP) per 1 januari 2032, waarbij het tijdelijk OP volledig omgezet is. wijziging van het omgevingsplan De pons zorgt ervoor dat de ruimtelijke regels die zijn omgezet voor de gekozen locatie niet meer zichtbaar zijn in het DSO. Zo zien initiatiefnemers op die locatie alleen de regels uit het nieuwe deel van het omgevingsplan. Standaard voor officiële publicaties en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten Tijdelijke alternatieve Maatregel Informatiemodel Ruimtelijke Ordening. planwijziging door middel van TAM-IMRO Toepasbare regels zijn begrijpelijke vertalingen van juridische regels. Deze regels worden gemaakt voor het Omgevingsloket. Daar kunnen burgers en bedrijven onderzoeken of ze bijvoorbeeld een vergunning (op grond van het omgevingsplan) moeten aanvragen voor hun plan. Dat doen ze door vragen te beantwoorden.

Deze vragen worden gemaakt met toepasbare regels2. Toepasbare regels in het Omgevingsloket komen voor in het Omgevingsloket bij 3 onderdelen:  Bij het onderdeel Vergunningcheck.  Bij het onderdeel Aanvragen.  Bij het onderdeel Maatregelen op maat.3 Het omgevingsplan van rechtswege. Dit deel van het omgevingsplan bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen, en rijksregels over activiteiten (de Bruidsschat). Dit deel van het omgevingsplan wordt door middel van ‘ponsen’ omgezet in het permanente omgevingsplan. Verordening fysieke leefomgeving Vereniging Nederlandse Gemeenten Het besluit van de wijziging van de inhoud van het omgevingsplan. Het besluit wordt genomen over het deel van de tekst en / of geometrie dat daadwerkelijk wijzigt. Bij een wijzigingsbesluit wordt geen besluit genomen over de andere onderdelen van de regeling of geometrie en dat blijft dan ook hetzelfde.

Met het wijzigingsbesluit (voor een planwijziging van het omgevingsplan) kan voor ruimtelijke plannen een “pons” worden meegegeven. Daarmee wordt voor ruimtelijke plannen op een specifieke locatie de (oude) inhoud van ruimtelijke plannen niet meer getoond in het DSO. 2 Bron: https://iplo.nl/digitaal-stelsel/toepasbare-regels-maken-aanleveren/introductie/ 3 Bron: https://iplo.nl/digitaal-stelsel/toepasbare-regels-maken-aanleveren/introductie/ 1

-4-

Hoofdstuk 1 Inleiding Op 31 december 2031 moeten de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren elk over één omgevingsplan voor het gehele grondgebied bezitten. Op dat moment vervalt het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Deze tijd kunnen de gemeenten gebruiken om het tijdelijk deel* om te zetten naar het nieuwe omgevingsplan** (hierna omgevingsplan), door regels te laten vervallen of over te hevelen. Voor dit proces is een visie op lange termijn van belang. In het plan van aanpak overgang Omgevingsplan wordt deze visie beschreven en vertaald naar concrete stappen en acties. Het plan van aanpak overgang Omgevingsplan moet door de gemeenteraad bestuurlijk vastgesteld worden, zodat voor het opstellen van het omgevingsplan ook middelen en budget beschikbaar komen. * Tijdelijk deel omgevingsplan De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt de regels voor alles wat gaat over de fysieke leefomgeving. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven. Om ervoor te zorgen dat de leefomgeving een gezonde, veilige en prettig leefbare plek is, worden de regels gemaakt. Die regels gaan onder andere over hoe er omgegaan moet worden met natuur, milieu, bouwen en wonen en worden vastgelegd in het omgevingsplan.

Toen de Omgevingswet in werking trad op 1 januari 2024, kreeg iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege, ook bekend als het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de gemeentelijke verordeningen, zoals de Verordening fysiek leefomgeving (VFL), en ruimtelijke regels, zoals de bestemmingsplannen. De bruidsschat4 is ook onderdeel van het tijdelijk deel. Deze periode waarin het tijdelijk omgevingsplan wordt omgezet wordt de transitieperiode genoemd. **Nieuw omgevingsplan Elke gemeente heeft tot en met 2031 de tijd om dit tijdelijk deel om te zetten naar het omgevingsplan volgens de STOP/TPOD standaard. Om omgevingsplannen te publiceren zijn de Standaard voor officiële publicaties (STOP) en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD) ontwikkeld. Door de STOP/TPOD worden de documenten zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Afbeelding visualisatie plan van aanpak overgang Omgevingsplan, bron Wissing b.v.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn een aantal regels verhuisd van het Rijk naar het omgevingsplan van gemeenten en naar de waterschapsverordening van waterschappen. Dit wordt ook wel de Bruidsschat genoemd. 4

-5-

De gemeenten Blaricum, Eemnes, en Laren werken samen binnen de BEL Combinatie. Doordat het ambtelijke apparaat voor alle drie de gemeenten werkt, worden de werkzaamheden rondom het transitieproces zoveel mogelijk op elkaar afgestemd, zodat de ambtenaren kunnen werken aan één en hetzelfde proces voor het omgevingsplan. Daarbij is gekozen om zoveel mogelijk één omgevingsplan te maken voor de BEL gemeenten. Dat wil zeggen, dat de omgevingsplannen van de BEL-gemeenten dezelfde opbouw hebben en hetzelfde er uit zien, met (zoveel mogelijk) dezelfde regels. Dit zorgt voor overzichtelijkheid voor de ambtenaren die werken met het omgevingsplan. Elke gemeente heeft deels haar eigen beleid, gemeente specifieke verordeningen of gemeente specifieke kenmerken die geregeld moeten worden in het omgevingsplan. Binnen dezelfde basis van het omgevingsplan wordt daarom waar nodig gemeentelijk maatwerk toegepast. De keuzes voor het toepassen van maatwerk per gemeente worden afgestemd in het transitieproces. Voorbereiding implementatie omgevingswet In het voorbereidingsproces voor de Omgevingswet hebben de gemeenten de volgende stappen al gezet:  Het Afwegingskader Initiatieven is vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders op 6 augustus in Blaricum en op 20 augustus in Laren en Eemnes.

 De volgende besluiten*** zijn genomen: o Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) 28 november 2023 Blaricum, 20 december 2023 Laren en 18 december 2023 Eemnes; o Adviesrecht en Delegatie 24 januari 2023 Blaricum, 22 februari 2023 Laren en 23 januari 2023 Eemnes; o Aanvullende noodzakelijke besluiten 19 december 2023 Blaricum, 20 december 2023 Laren, 18 december 2023 Eemnes; o Participatie bij aanvraag van een Omgevingsvergunning 21 december 2021 Blaricum, 22 december 2021 Laren en 31 januari 2022 Eemnes; o Verordening BEL Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 21 december 2021 Blaricum, 22 december 2021 Laren en 31 januari 2022 Eemnes; en o Bodemplaat5.  Het proces intake- en omgevingstafel is ingericht.  De omgevingsvisie is in ontwikkeling, in samenhang met het omgevingsplan. ***Toelichting genomen besluiten Verordening fysieke leefomgeving (VFL) In de VFL is een deel van de bestaande regelgeving uit de verordeningen (bijvoorbeeld uit de APV) die betrekking hebben op het fysieke domein gebundeld tot een meer samenhangend en toegankelijker systeem van regels. Dit is gedaan ter voorbereiding op de verwerking in het omgevingsplan. Adviesrecht en Delegatie In dit raadsbesluit is besloten voor welke ruimtelijke ontwikkelingen, die afwijken van het omgevingsplan, bindend advies van de gemeenteraad verplicht is.

En met dit besluit is besloten in welke gevallen het college van B&W bevoegd is om delen van het omgevingsplan aan te passen. Aanvullende noodzakelijke besluiten Na het eerdere besluit over de Omgevingswet is gesignaleerd dat over drie aspecten (van toepassing verklaren uitgebreide procedure BOPA bij adviesrecht gemeenteraad, het Algemeen delegatiebesluit te wijzigen en de rijksregels over archeologie te laten vervallen) nog formele besluiten genomen of dat deze aangevuld moesten worden. Voor een goede voorbereiding op de komst van de Omgevingswet zijn deze besluiten genomen in de Aanvulling van de noodzakelijke besluiten. Participatie bij aanvraag van een omgevingsvergunning In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij zijn aanvraag aan te geven of hij participatie heeft uitgevoerd en zo ja, hoe hij dit heeft gedaan en wat de resultaten zijn. In dit besluit zijn kaders gegeven voor de invulling van deze participatie. 5

Besluit college en ter informatie aan de gemeenteraad verstrekt.

-6-

Verordening BEL Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit In dit raadsbesluit is de verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld ter voorbereiding op de Omgevingswet als opvolger van de Welstandscommissie. De taken van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn hierin vastgelegd. Bodemplaat De bodemplaat is opgesteld om de bestemmingsplannen van de drie gemeente regeltechnisch zoveel mogelijk op één lijn krijgen, zodat de overgang van de ruimtelijke regels naar het Omgevingsplan zo eenvoudig mogelijk wordt. Proces omgevingsplan Het eindstation is om in 2031 het omgevingsplan voor de BEL gemeenten gereed te hebben. Om dit te bereiken worden drie trajecten doorlopen: - Opstellen regels omgevingsplan met als uiteindelijk resultaat dat alle regels uit de oude bestemmingsplannen, het bruidsschat en Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) zijn omgezet in één omgevingsplan per gemeente. - Continue afstemmen van bestaand beleid en lopende beleidsprocessen op de nieuwe omgevingsvisie, eventueel Omgevingsprogramma’s en Omgevingsplannen actise, zie hoofdstuk 4 - Inrichten, voorbereiden en aanpassen van de organisatie op het transitieproces, zie hoofdstuk 6. Deze trajecten lopen tegelijk, waardoor onderdelen uit de verschillende trajecten gecombineerd kunnen worden. Dit zorgt voor een efficiënt proces. In de hoofdstukken hierna worden de trajecten toegelicht.

Daarnaast zijn er voor het jaar 2024 ook “Jaardoelen” opgesteld. Zie hiervoor bijlage 1. Dynamisch document Het plan van aanpak overgang Omgevingsplan is een dynamisch document. Het transitieproces is een langdurig proces, daarom kan op dit moment nog niet alles voorzien worden. Het plan van aanpak overgang Omgevingsplan wordt jaarlijks (Q3 ieder jaar) aangepast op basis van voortschrijdend inzicht en daarbij ook opnieuw vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouders6. Zo blijft de opgave en planning actueel en kan er ambtelijk bijgestuurd worden waar nodig op basis van het plan van aanpak overgang Omgevingsplan.

Bij de eerste vaststelling van het plan van aanpak overgang Omgevingsplan door de gemeenteraad wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van de geactualiseerde versie van het plan van aanpak overgang Omgevingsplan gedelegeerd naar college. Dit onder voorbehoud dat er geen structurele wijzigingen plaatsvinden. 6

-7-

Hoofdstuk 2 Opstellen regels Paragraaf 2.1 Strategie opstellen regels omgevingsplan Het tijdelijke omgevingsplan moet worden omgezet naar het omgevingsplan. In dit omgevingsplan worden bestaande regels (waaronder de bestemmingsplannen), ruimtelijke initiatieven, de bruidsschat en nieuwe regels die volgen uit nieuw beleid opgenomen****. ****Juridische context van de transitie Voor de transitie naar het omgevingsplan zijn er verschillende juridische kaders die onderdeel zijn van de inhoud van het omgevingsplan of enkel invloed uitoefenen op het omgevingsplan. Instructieregels Rijk en provincie (inhoud) Gemeenten moeten enkele instructieregels van het Rijk en provincie vertalen naar de regels in het omgevingsplan, bijvoorbeeld de regels voor geluid. Daarnaast moet bij het opstellen rekening gehouden worden met een deel van de instructieregels van het Rijk en de provincie. De instructieregels van het Rijk zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregels van de provincie staan in de Provinciale Omgevingsverordening (POV). Bruidsschat (inhoud) De term 'bruidsschat' wordt gebruikt voor de regels die het Rijk als onderdeel van het Invoeringsbesluit Omgevingswet automatisch toevoegt aan elk omgevingsplan. In de bruidsschat staan onderwerpen waarvoor het rijk geen direct werkende regels meer heeft gemaakt.

De gemeenten mogen zelf bepalen of ze deze regels overnemen, wijzigen of laten vervallen. Actualiseren en consolideren omgevingsplan (invloed) Voor het omgevingsplan is er geen sprake van het moeten actualiseren van de planregeling (bij bestemmingsplannen was die verplichting er wel). Wel is het verplicht om de verleende omgevingsvergunningen voor afwijkingen van het omgevingsplan (BOPA) binnen 5 jaar in het omgevingsplan te verwerken. Wanneer het omgevingsplan wijzigt wordt de nieuwe regeling samengevoegd met het bestaande omgevingsplan. Dit wordt consolideren genoemd. Na elke planwijziging is er sprake van een nieuwe geconsolideerde versie van het omgevingsplan. Delegatiebesluit (invloed) De gemeenteraad stelt een planwijziging van het omgevingsplan vast, maar kan dit in specifieke gevallen delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. In december 2023 hebben de gemeenteraden een aanvullend besluit genomen over het delegatiebesluit. Het Delegatiebesluit is opgenomen in bijlage 2. Implementatie Wet kwaliteitsborging (invloed) Naast de Omgevingswet is ook de Wet kwaliteitsborging op 1 januari 2024 in werking getreden. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger.

Deze wet hoeft niet opgenomen te worden in het omgevingsplan, maar wordt wel betrokken in de transitie naar de Omgevingswet. Deze wet is nog niet volledig in werking getreden, gelet op het tekort aan private kwaliteitsborgers.

-8-

Afbeelding visualisatie tijdelijk deel, bron Wissing b.v.

Subparagraaf 2.1.1 Keuzes inzake strategie opstellen regels omgevingsplan

Voor het opstellen van de regelingen in het omgevingsplan, zijn er aantal keuzes gemaakt. Deze keuzes vormen samen de strategie voor de transitiefase. In 2024 is gestart met de planwijzigingen van de thematische regels. Daarna wordt er gewerkt aan het mogelijk maken van de gebiedsontwikkelingen Zuidpolder Zuid en Ocriet in de gemeente Eemnes. En gelijktijdig met de eerste planwijziging wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Craibosch in de gemeente Blaricum. De gemeente Laren heeft nog geen grotere gebiedsontwikkelingen die meegenomen moeten worden. Keuze 1 Start met Thematische regels in plaats van gebiedsgerichte regels De eerste planwijziging van het omgevingsplan heeft betrekking op (een aantal) thematische regels7. Met deze eerste planwijziging wordt een groot aantal thematische regels omgezet naar het omgevingsplan. Het betreft thema’s zoals bijvoorbeeld: groen, water, erfgoed (en archeologie) en bouwen. De thematische regels zijn gebaseerd op de huidige beleidskaders zoals de Monumentenverordening en vigerende bestemmingsplannen. De keuze voor deze eerste planwijziging is gemaakt omdat veel van deze thematische regels gemeentebreed gelden. Aangezien er toegewerkt moet worden naar één omgevingsplan is het verstandig om eerst de gemeentebrede regels op te nemen. Daarmee wordt een belangrijke basis gelegd voor de regels van het gebiedsdekkende omgevingsplan.

Vervolgens wordt het omgevingsplan aangevuld met gebiedsspecifieke regels, zoals de geluidbelasting van bedrijven, toegestane activiteiten in specifieke gebieden of gebiedsontwikkelingen. Met elke gebiedsgerichte wijzigingen het omgevingsplan stapsgewijs verder aangevuld tot dat de transitie naar het omgevingsplan voor de hele gemeente compleet is. Door te starten met de thematische regels wordt er ook bijgedragen aan de dienstverlening naar de burger doordat er een aantal thema’s en regels vanuit het tijdelijke deel overzichtelijk wordt overgezet naar het omgevingsplan. Hierdoor kunnen er toepasbare regels gemaakt worden, voor een toegankelijker Omgevingsloket (zie paragraaf 2.2.2 Toepasbare regels). Daarbij kan gelijktijdig met de eerste planwijziging de structuur van het omgevingsplan geïntroduceerd worden. De structuur van het omgevingsplan is de inhoudsopgave waarbinnen alle regels geordend worden. De structuur biedt duidelijkheid en overzicht waar de (nieuwe) regels moeten komen en de regels teruggevonden kunnen worden. Het is daarom belangrijk om bij de eerste planwijziging de structuur mee te nemen en vast te stellen. 7 Thematische regels zijn regels voor bepaalde thema’s of onderwerpen die vaak gemeentebreed gelden. En te vergelijken zijn

met regels uit paraplubestemmingsplannen (zoals parkeren) en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving

-9-

Ook worden met de eerste planwijziging de keuzes gemaakt ten aanzien van annoteren (annotatierichtlijn) en geometrie (werkprotocol geometrie). Deze keuzes zijn nodig voor alle volgende planwijzigingen. Keuze 1a Duurzaamheid Het thema duurzaamheid wordt niet meegenomen in het eerste wijzigingsbesluit omdat concreet uitgewerkt beleid ontbreekt (op dit moment zijn er geen gemeentelijke besluiten, verordeningen of ander soort besluitdocumenten beschikbaar als basis voor de invulling van de regels). Dit thema wordt meegenomen bij de volgende planwijziging. Keuze 2 Afwegingskader, faciliteren initiatieven Gedurende de transitieperiode wordt er gewerkt aan het omgevingsplan. In deze periode liggen de ontwikkelingen en initiatieven in de gemeenten niet stil en moet het mogelijk blijven om de initiatieven mogelijk te maken. Hiervoor is een afwegingskader initiatieven opgesteld waarin staat hoe initiatieven onder de Omgevingswet worden gefaciliteerd. Zie hiervoor hoofdstuk 3. Gelijktijdig met het omzetten van het omgevingsplan wordt ook gewerkt aan de ontwikkelingen Zuidpolder Zuid Eemnes, Ocriet Eemnes en Craibosch Blaricum. Keuze 3 Omgevingsvisie separaat traject Naast het omgevingsplan wordt er gewerkt aan de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie staat hoe de gemeente het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes worden uitgewerkt in het omgevingsplan.

Dit kan pas na vaststelling van de omgevingsvisie. Zie voor de verder uitleg hierover hoofdstuk 5. Keuze 4 Inhoudelijke regeling Gedurende het opstellen van de regels moeten er keuzes gemaakt worden over de inhoud en de vorm van de regels. Het uitgangspunt hierbij is een beleidsarme overgang. Keuze 6 Voorbereidingen samenhangend met het omgevingsplan Verschillende acties die samenhangen met het omgevingsplan worden tijdens de transitie uitgevoerd, waarmee steeds de relatie wordt gelegd met het transitieproces. Zie hoofdstuk 4 om te zien om welke acties het gaat. Keuze 7 Betrekken college van B&W en gemeenteraad Het college van B&W en de gemeenteraad worden vroegtijdig betrokken in het transitieproces, enerzijds besluitvormend voor het proces (vaststellen plan van aanpak overgang Omgevingsplan) en anderzijds informerend ter voorbereiding op de inhoudelijke besluitvorming (1e wijzigingsbesluit omgevingsplan)

Subparagraaf 2.1.2 Gekozen strategie opstellen regels omgevingsplan

Het tijdelijk omgevingsplan wordt in 3 stappen (zie onderstaande tabel) omgezet door middel van planwijzigingen. Als eerste worden voor een aantal thema’s regels opgesteld, de 1 e planwijziging. Deze regeling vormt de (gebiedsoverstijgende) basis en wordt aangevuld met regels voor gebiedsgerichte wijzigingen. De thematische en de gebiedsgerichte wijzigingen samen, vormen het omgevingsplan. Stap 1e stap opstellen thematische regels

2e stap planwijzigingen gebiedsontwikkelingen Zuidpolder Zuid en Ocriet in Eemnes en Craibosch in Blaricum

3e stap gebiedsgerichte regels

Beknopte toelichting Start in 2024 en start procedure planwijziging eind 2024 Regeling voor gebiedsoverstijgende onderwerpen die thematisch kunnen worden geregeld: bouwen, bodem, erfgoed, water, groen, archeologie. Er zijn wat grotere gebiedsontwikkelingen voorzien die in 2024 starten en die dus mogelijk gemaakt moeten worden. Voor deze ontwikkelingen moet een wijziging van het omgevingsplan plaatsvinden. Voor Zuidpolder Zuid en Ocriet is het voornemen de planwijziging uit te voeren via STOP/TPOD. Voor Craibosch is het voornemen om de planwijziging via een TAM-IMRO uit te voeren. Voor de verschillende gebiedstypen in het omgevingsplan, woongebieden, werkgebieden en buitengebied, zijn gebiedsspecifieke regels nodig. Hiervoor wordt vanaf 2025 gestart met de gebiedsgerichte omzetting. - 10 -

In hoofdstuk 6 zijn de bovenstaande stappen in een globale planning gezet voor de lange termijn. In bijlage 1 wordt toegelicht welke specifieke doelen zijn geformuleerd voor 2024 (met doorkijk 2025) om de drie stappen voor te bereiden en uit te werken.

Subparagraaf 2.1.3 Verwerking BOPA’s en TAM-IMRO’s

Gedurende de transitie naar het omgevingsplan worden er initiatieven mogelijk gemaakt door omgevingsvergunningen (BOPA’s) te verlenen of door TAM-IMRO planwijzigingen vast te stellen*****. Een TAM-IMRO planwijziging wijzigt niet het omgevingsplan maar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Hierdoor moeten de TAM-IMRO planwijzigingen voor het einde van de transitieperiode omgezet worden naar het omgevingsplan. De verleende omgevingsvergunningen BOPA’s moeten binnen 5 jaar na verlening worden verwerkt in het omgevingsplan. Hiervoor is een advies opgesteld: Advies verwerking vergunningen en TAM-IMRO in het omgevingsplan: Er zijn twee instrumenten waarmee het omgevingsplan kan worden gewijzigd of van het omgevingsplan kan worden afgeweken (binnenplans en buitenplans). Deze instrumenten zijn de omgevingsvergunning en TAM-omgevingsplan. De omgevingsvergunningen en TAMomgevingsplan moeten uiteindelijk verwerkt worden in het omgevingsplan conform de STOP-TPOD standaard. Voor de omgevingsvergunningen wordt aangeraden om per verleende vergunning bij te houden of deze verwerkt is en wat er verwerkt moet worden in het omgevingsplan. Gedurende de transitiefase wordt geadviseerd om bij de gebiedsgerichte wijzigingen de verleende omgevingsvergunningen direct te verwerken en aan het eind van de transitiefase de resterende verleende omgevingsvergunningen te verwerken.

Na de transitiefase is het advies om de verleende omgevingsvergunningen eens per jaar in het omgevingsplan te verwerken. Voor de TAM-IMRO plannen wordt aanbevolen om in de transitiefase deze mee te nemen in de gebiedsgerichte omzetting van het omgevingsplan. Het advies is om na een gebiedsgerichte wijziging conform STOP/TPOD geen gebruik meer te maken van de TAM-omgevingsplannen voor de betreffende locaties. Wanneer aan het eind van de transitiefase TAM-IMRO plannen nog niet zijn verwerkt, is het advies deze te verwerken in een wijzigingsbesluit. Het volledige advies is opgenomen in bijlage 3. ***** TAM-IMRO Het TAM-IMRO plan is een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) voor gemeenten die in de eerste jaren van de Omgevingswet nog geen omgevingsplan in STOP/TPOD kunnen opstellen, wijzigen of publiceren. De TAM is primair bedoeld om urgente gebiedsontwikkeling te mogelijk te maken. Voor de TAM-IMRO plan kan de oude IMRO-standaard voor planvorming worden gebruikt (nieuw juridisch kader, oude techniek).

Paragraaf 2.2 Inhoud - Onderdelen van de planwijziging De planwijziging bestaat onder andere uit een motivering, de geometrie, regels en annotaties van de regels en de toepasbare regels (zie uitleg van deze begrippen hierna). Bij elk wijzigingsbesluit moeten de inhoudelijke planonderdelen ook worden betrokken.

Subparagraaf 2.2.1 Motivering

Bij elke planwijziging en OPA/BOPA is een motivering opgenomen. De motivering is de onderbouwing dat het plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en een toelichting op de (gewijzigde) regels. De motivering is vormvrij, er zijn dus geen wettelijke eisen hoe de motivering eruitziet, maar heeft in ieder geval de volgende onderdelen:  Beschrijving van het initiatief en de planologische afwijking;  Participatie en belangenafweging;  Motivering dat het plan voldoet aan Besluit kwaliteit leefomgeving;  Motivering dat het plan voldoet aan instructie(regels) provincie; - 11 -

    

De verhouding van het initiatiefplan ten opzichte van de omgevingsvisie van Rijk, provincie en gemeente; De verhouding van het initiatiefplan t.o.v. programma’s (indien van toepassing); Motivering om welke redenen het wijzigingsbesluit voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; Onderzoeksverplichtingen; en Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

De motiveringen kunnen per plan verschillen in onderwerpen en grootte. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er in sommige situaties geen onderzoeken noodzakelijk zijn om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In bijlage 4 is de format van de motivering toegevoegd.

Subparagraaf 2.2.1 Geometrie & Annoteren

Geometrie De regels in het omgevingsplan zijn van toepassing op bepaalde locaties of op het hele ambtsgebied. De regels worden gekoppeld (annoteren) aan de locaties waar zij voor gelden. Dit worden werkingsgebieden genoemd. Voordat een planwijziging kan plaatsvinden moet de geometrie, bestaande uit de werkingsgebieden, gereed zijn. Ter voorbereiding wordt een werkprotocol voor de geometrie opgesteld. Hierin staan de uitgangspunten voor de geometrie.  Actie opstellen werkprotocol geometrie  gereed Q1 2025 Annoteren Het annoteren van de regels zorgt ervoor dat het omgevingsplan goed en toegankelijk functioneert. Voordat de eerste planwijziging kan plaatsvinden is het belangrijk om een annotatierichtlijn met uitgangspunten over annoteren op te stellen. Een annotatierichtlijn zorgt ervoor dat iedereen op dezelfde manier annoteert en voorkomt dubbelingen en onduidelijkheden over de manier van annoteren. Deze annotatierichtlijn wordt ook gebruikt voor de opvolgende planwijzigingen. Een goede annotatiestructuur is van belang voor de werking van toepasbare regels.  Actie opstellen annotatierichtlijn, in samenhang met toepasbare regels en werkprotocol geometrie gereed Q1 2025

Subparagraaf 2.2.2 Toepasbare regels

De toepasbare regels zijn de vertaling van juridische regels (de omgevingsplanregels) naar begrijpelijke vragenbomen voor initiatiefnemers. De toepasbare regels worden in het Omgevingsloket gebruikt bij de Vergunningcheck, Aanvragen en Maatregelen op maat. Hoe uitgebreid een gemeente de toepasbare regels maakt, bepaalt in grote mate het niveau van dienstverlening naar de initiatiefnemer en de burgers.  Actie opstellen plan van aanpak aanvulling toepasbare regels  gereed Q1 2025

Subparagraaf 2.2.3 Wijzigingsbesluit

Het wijzigingsbesluit is het besluit waarmee de planwijziging wordt vastgesteld. In het wijzigingsbesluit wordt inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen worden doorgevoerd, zowel in de geometrie als in de regels. De wijzigingsbesluiten worden daarna onderdeel van de geconsolideerde versie van het omgevingsplan.

Subparagraaf 2.2.4 Parallelle wijzigingen

Elke aanpassing van het omgevingsplan is een planwijziging. Het kan daarbij voorkomen dat meerdere planwijzigingen tegelijkertijd worden voorbereid en vastgesteld. Hierbij is de volgorde van vaststelling van de planwijzigingen belangrijk. Bij meerdere planwijzigingen wordt gekeken of er regelingen zijn die met elkaar conflicteren8. De onderlinge samenhang tussen de verschillende wijzigingsbesluiten en de volgorde hiervan wordt ‘parallel wijzigen’ genoemd. Voor gemeenten is hiervoor in 2024 geen actie nodig, maar wordt in een later stadium wel een afsprakenkader opgesteld over hoe de gemeenten omgaan met parallel wijzigen. Het is niet mogelijk om 2x achter elkaar dezelfde set regels vast te stellen. Dat betekent dat er gewerkt wordt aan 1 planwijziging met 1 gewijzigde set regels voor beide planwijzigingen. 8

- 12 -

Hoofdstuk 3 Werken met het afwegingskader initiatieven De BEL gemeenten hebben een afwegingskader initiatieven9. Het afwegingskader geeft aan hoe de gemeenten omgaan met initiatieven en wat daar voor benodigd is. Op hoofdlijnen geeft het afwegingskader de volgende aspecten weer:  Afweging mogelijk maken initiatieven10;  Processen mogelijk maken initiatieven;  Inhoudelijk toetsing initiatieven. Aan de hand van het afwegingskader wordt de complexiteit, wenselijkheid en haalbaarheid van het initiatief bepaald tijdens het proces van de intake- en omgevingstafel. Op basis hiervan wordt wel of niet meegewerkt aan het initiatief. Tijdens de intake- en omgevingstafel wordt ook het te gebruiken instrument voor de wettelijke procedure bepaald. De gemeenten houden daarbij toezicht op de integraliteit met andere lopende initiatieven en het proces voor het opstellen van het omgevingsplan. Evaluatie Vanaf Q3 2024 wordt gewerkt met het afwegingskader. In Q1 2025 vindt een evaluatie plaats van de toepassing van dit document. De evaluatie bestaat uit een globale evaluatie van het product, waarbij de werkbaarheid wordt beoordeeld en of er nog aanpassingen of optimalisaties nodig zijn. Eventuele aanvullingen of aanscherpingen worden verwerkt in de tweede versie van het afwegingskader. Als het afsprakenkader voor parallel wijzigen is opgesteld wordt dit in het afwegingskader opgenomen.

Tezamen met het format voor de motivering.

Vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouders op 6 augustus in Blaricum en op 20 augustus in Laren en Eemnes. 10 Er zijn drie instrumenten voor het behandelen van een initiatief met een vergunningplichtige activiteit: 1. Binnenplanse omgevingsplan activiteit (OPA), 2. Buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA), 3. Wijziging van het omgevingsplan (vervolg planwijziging).  Via STOP/TPOD (staat voor: Standaard voor officiële publicaties en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten).  Via TAM-IMRO (optie beschikbaar tot 2025) (staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel Informatiemodel Ruimtelijke Ordening). 9

- 13 -

Hoofdstuk 4 Voorbereidingen samenhangend met het omgevingsplan Samenhangend met het omgevingsplan wordt gewerkt aan diverse voorbereidingen in de transitiefase. In de bijlage 1 is aangegeven wanneer deze stappen plaatsvinden in 2024. Voorbereiding Plan van aanpak bruidsschat

Beknopte toelichting De bruidsschat zijn de regels die het Rijk als onderdeel van het Invoeringsbesluit Omgevingswet automatisch toevoegt aan elk omgevingsplan. De bruidsschat bestaat uit regels die gaan over het milieu en over bouwen. Voor de implementatie van de bruidsschat werken de omgevingsdiensten aan de voorbereidingen voor het onderdeel milieu. Door beide omgevingsdiensten (RUD en OFGV) is een analyse van de bruidsschat uitgevoerd en is er een voorstel gemaakt voor het overnemen, wijzigen of laten vervallen van de bruidsschatregels in het omgevingsplan. De regels die gaan over het bouwen uit de bruidsschat worden zoveel mogelijk omgezet in de planwijziging van de thematische regels. Openstaande actie: een overzicht welke bruidsschat regels wel of niet zijn omgezet en welke keuzes zijn gemaakt. Een plan van aanpak is nodig voor het omzetten van de resterende bruidsschat regels. Deze actie maakt onderdeel uit van de voorbereiding van de 1e planwijziging in 2024 / 2025.

Beleidsregels uitgebreide procedure BOPA

 Actie: overzicht bruidsschat  gereed Q4 2024 Er is een besluit genomen om voor BOPA’s bij voorkeur de uitgebreide procedure te doorlopen daar waar sprake is van bindend adviesrecht van de raad. Om juridisch invulling te geven aan deze wettelijke kaders wordt een beleidsregel uitgebreide procedure BOPA opgesteld. Hiermee geeft de gemeente duidelijkheid aan de initiatiefnemers over hoe zij artikel 16.65, lid 4 van de Omgevingswet interpreteert, hierbij kan een koppeling gemaakt worden met het besluit waarin het adviesrecht van de raad is vastgesteld. De gemeenteraad heeft namelijk gevallen aangewezen waarvoor sprake is van bindend advies11. Deze aangewezen gevallen zijn de gevallen waar sprake is van aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving of waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Daarom is het logisch dat voor deze gevallen ook de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing zal zijn12.

Implementatie Wet kwaliteitsborging

 Actie: opstellen beleidsregel uitgebreide procedure  gereed Q4 2024 Voor de implementatie van de Wet kwaliteitsborging moeten nog verschillende (beleidsmatige) keuzes gemaakt worden. De uitwerking van de implementatie van de Wet kwaliteitsboring moet nog verder uitgewerkt worden.

Bindend adviesrecht raad: De gemeenteraad kan activiteiten aanwijzen waarbij advies en instemming van de gemeenteraad verplicht zijn. Dit zijn activiteiten waarvan verwacht wordt dat zij een ingrijpende verandering van de fysieke leefomgeving bewerkstelligen. 12 Als bij een specifieke aanvraag overigens blijkt dat het toch niet wenselijk of noodzakelijk is om de uitgebreide voorbereidingsprocedure te doorlopen dan kan met een beroep op artikel 4:84 van de Algemeen wet bestuursrecht gemotiveerd van de beleidsregel worden afgeweken en toch reguliere procedure kan worden doorlopen. Omgekeerd is het ook mogelijk om de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren voor een aanvraag die niet voor bindend advies langs de gemeenteraad hoeft. 11

- 14 -

Beleidsregels omgevingskwaliteit

Beleidsregel parkeren Plan van aanpak opstellen regels

Annotatierichtlijn & Geometrie

Planvoorraad op orde

Handleiding omgevingsplan

Toepasbare regels

Participatiebeleid en communicatie Regionale afstemming

Format motivering

 Actie: uitwerken implementatie Wet kwaliteitsborging  gereed Q2 2025 Om de kwalitatieve eisen uit de welstandsnota te regelen die niet vertaalbaar zijn naar harde eisen in het omgevingsplan zoals hoogte en oppervlakte maatvoeringen moet er een beleidsregel met betrekking tot omgevingskwaliteit opgesteld worden.  Actie: opstellen beleidsregel  gereed Q3 2025 Om de parkeernormen te regelen in het omgevingsplan moet er een beleidsregel parkeren opgesteld worden.  Actie: opstellen beleidsregel  gereed Q3 2025 Per planwijziging moet een plan van aanpak opgesteld worden voor het proces en de benodigde stappen om te komen tot vaststelling, zoals planning participatie, bepalen annotaties en werkingsgebieden etc. Prioriteit heeft het maken van een plan van aanpak voor de eerste (thematische) planwijziging.  Actie: opstellen plan van aanpak  gereed Q4 2024 Het opstellen van de regels voor het omgevingsplan heeft een directe relatie met het opstellen van een annotatierichtlijn en werkprotocol geometrie (zie ook hoofdstuk 2).  Actie: opstellen annotatierichtlijn en werkprotocol geometrie  gereed Q4 2024 Voor het opstellen van de geometrie bij het omgevingsplan moet de planvoorraad op orde gebracht worden. Dat betekent dat het tijdelijk deel wordt opgeschoond door bijvoorbeeld bestemmingsplannen die reeds vervangen zijn door een ander plan te verwijderen.

 Actie: planvoorraad op orde brengen  gereed Q4 2024 Om zowel de gemeenten als andere initiatiefnemers handvaten te geven bij het opstellen van een omgevingsplanwijziging wordt een handleiding opgesteld. In dit document staan de inhoudelijke en technische uitgangspunten voor het wijzigen van het omgevingsplan. Tezamen met de structuur van het omgevingsplan vormt deze handleiding het belangrijkste document voor het verder wijzigingen en opbouwen van het omgevingsplan. Er is een eerste aanzet voor de handleiding omgevingsplan. Deze moet verder uitgewerkt worden. Onderdeel daarvan is ook het bepalen van de gemeentelijke annotatierichtlijn en uitgangspunten ten aanzien van de regels en geometrie.  Actie opstellen handleiding omgevingsplan gereed Q1 2025 Er is een basis vanuit het rijk voor de toepasbare regels, deze moeten door de gemeenten worden aangepast. De gewijzigde regels voor het omgevingsplan bepalen wat er wordt aangepast in de toepasbare regels.  Actie: opstellen van een plan van aanpak voor de toepasbare regels in samenhang met het (eerste) wijzigingsbesluit.  gereed Q1 2025 In de BEL gemeenten wordt gewerkt aan participatiebeleid. Het streven is om het participatiebeleid in Q4 2024 in de gemeenteraden te laten vaststellen. De BEL gemeenten nemen deel aan de werkgroep van de regio Gooi- en vechtstreek.

De regiogemeenten delen ervaringen en uitdagingen met elkaar over het werken aan hun omgevingsplannen. Ervaringen en kennis vanuit deze werkgroep worden gebruikt voor het opstellen van de omgevingsplannen van de BEL-gemeenten. Eveneens wordt er voor de omgevingsplannen ook afgestemd met de omgevingsdiensten (RUD Utrecht en OFGV). De motivering is wettelijk gezien vormvrij maar toch is het wenselijk om enige houvast te hebben bij OPA’s/BOPA’s en planwijzigingen.  Actie: opstellen format motivering gereed Q4 2024 - 15 -

Hoofdstuk 5 Relatie met andere instrumenten Omgevingswet Parallel aan met het omgevingsplan wordt gewerkt aan: - De omgevingsvisie en verkeersvisie - Programma’s o Actieplan geluid – vastgesteld Q4 2024 Samenhang tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan Als de eerste ontwerp-planwijziging van het omgevingsplan in Q1 2025 terinzage wordt gelegd zijn de omgevingsvisies van de BEL gemeenten nog niet vastgesteld. In deze eerste planwijziging wordt zoveel mogelijk aangesloten op de beschikbare concept-omgevingsvisies. Er wordt een gelijke gebiedstypenindeling aangehouden en waar mogelijk worden de ambities en doelen verwerkt. Er vindt afstemming tussen omgevingsplan en omgevingsvisie plaats, waardoor eventuele inhoudelijke knelpunten gesignaleerd en opgelost kunnen worden. Voor de andere parallelle trajecten worden in deze fase van de transitie (Q4 2024) geen knelpunten voorzien.

- 16 -

Hoofdstuk 6 Planning, organisatie, proces De transitie van het tijdelijk omgevingsplan naar het omgevingsplan dat voldoet aan de bepalingen van de Omgevingswet is een lange en complexe opgave. Hiervoor is een globale planning opgesteld. Het is belangrijk dat er voldoende ambtelijke capaciteit en budget is voor de transitie. De ambtelijke capaciteit bestaat uit verschillende rollen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud en het beheer van het omgevingsplan. 6.1 Planning Er is een planning gemaakt voor de planwijzigingen van het omgevingsplan. Daaruit volgt dat vanaf 2025 tot en met 2029 elk jaar een planprocedure start of wordt afgerond voor een gebied. Deze planwijzigingen vragen (veel) capaciteit van de organisatie, zie paragraaf 6.2. De specifieke planning voor 2024 is weergegeven in bijlage 2. De globale planning van de planwijzigingen om de komende jaren te komen tot het omgevingsplan zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Voorbereiding inclusief bruidsschat omzetting

Concept Start planprocedure**

2024 1e planwijziging* Thematisch beleid Gebiedsontwikkelingen – Craibosch – Zuidpolder Zuid 1e planwijziging Thematisch beleid

2025 2e + 3e + 4e planwijziging – Woongebieden – Werkgebieden – Buitengebied

2026 3e + 4e planwijziging – Werkgebieden – Buitengebied

2027 2028 4e planwijziging – Buitengebied

2e planwijziging 3e planwijziging Woongebieden Werkgebieden 1e planwijziging Thematisch beleid

4e planwijziging Buitengebied 3e planwijziging Werkgebieden

2e planwijziging Woongebieden

2029

4e planwijziging Buitengebied

Gebiedsontwikkelingen – Craibosch – Zuidpolder Zuid – Ocriet – Caliskamp

*Elke planwijziging dient per gemeente te worden behandeld. Deze behandeling laten we zo veel mogelijk gelijk lopen. **Dit is het moment dat de concept-/ontwerpregels gepubliceerd worden in het DSO. Na de afronding van de transitieperiode van het omgevingsplan, vinden er nog steeds wijzigingen van het omgevingsplan plaats. Het omgevingsplan is gemeentedekkend en wordt gewijzigd wanneer er een ontwikkeling met een planwijziging plaats vindt. Het omgevingsplan wordt ook gewijzigd wanneer de verleende omgevingsvergunningen BOPA’s 13 worden verwerkt. Hierdoor is het omgevingsplan nooit “af”. 6.2 Organisatie Samenvatting  Transitieperiode: van 2024 tot 2031 zal de werkdruk op ambtenaren (vooral de medewerkers van RO, Milieu, en Vergunningverlening) toenemen.  Nieuwe noodzakelijke functies: door de complexiteit van het omgevingsplan worden rollen zoals regelanalist en geo-specialist essentieel.  Kernteam: bestaat uit interne medewerkers met specifieke taken en verantwoordelijkheden, waaronder de projectleider omgevingsplan, regisseur omgevingsplan, regelanalist, functioneel beheerder, planjurist(en), en vakspecialisten.  Projectgroep: omvat het kernteam en adviseurs op verschillende disciplines (intern en extern).  Externen: inzet van externe adviseurs mogelijk voor ondersteuning gedurende de transitieperiode. BOPA staat voor Buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Dit is de activiteit waarmee buitenplans afgeweken worden van het omgevingsplan. Deze BOPA’s moeten 5 jaar na verlening verwerkt zijn in het omgevingsplan. 13

- 17 -

2030

Tijdens de transitieperiode (2024-2031) moet rekening gehouden worden met een grote extra belasting van de ambtelijke organisatie. Dit geldt met name voor de RO-ers, maar ook voor medewerkers Milieu en Vergunningverleners die de wijzigingen van het omgevingsplan begeleiden. Door de veranderende opzet van het omgevingsplan ontstaan ook nieuwe functies, zoals de functie regelanalist. Deze werkzaamheden vinden plaats naast de reguliere werkzaamheden. Voor de ondersteuning van het ambtelijk apparaat kunnen externe adviseurs worden ingehuurd gedurende de transitieperiode. Kernteam Voor de transitie en het opstellen van het omgevingsplan is er in ieder geval een intern kernteam voor het uitvoeren en uitzetten van de verschillende taken en acties die benoemd zijn in deze plan van aanpak overgang Omgevingsplan. Binnen het kernteam zijn de volgende rollen te verdelen: Rollen Projectleider Omgevingsplan

Taken Begeleiding inhoudelijk proces omzetten tijdelijk deel omgevingsplan in de transitieperiode.

Regisseur omgevingsplan

De regisseur van het omgevingsplan is verantwoordelijk voor het procesmatig organiseren en coördineren van het doorvoeren van de planwijzigingen in het omgevingsplan. Daarmee ook verantwoordelijk voor processen van parallelle wijzigingen. De regelanalist is verantwoordelijk voor de toepasbare regels, juridische regels die zijn omgezet naar gewonemensentaal. Verantwoordelijk voor annoteren van de juridische regels naar toepasbare regels in samenspraak met planjurist. En daarmee ook verantwoordelijk voor het (laten) opstellen van een annotatierichtlijn. De functioneel beheerder is verantwoordelijk voor het goede technische verloop van het doorvoeren van de (gelijktijdige) planwijzigingen in het omgevingsplan. Optioneel: maken en beheren geometrie en opstellen werkprotocol geometrie De planjurist bepaalt of de regels juridisch voldoen aan de bepalingen van de Omgevingswet en aan de gemeentelijke vereisten. Meedenken met de inhoud van het omgevingsplan en het transitieproces

Regelanalist

Functioneel beheerder omgevingsplan/geoanalist

Planjurist(en)

Vakspecialisten, ruimtelijke ordening, vergunningen

Kanttekening – zie ook 6.3 risico’s Nog niet aangewezen, wel een projectleider Omgevingswet De projectleider omgevingsplan kan in principe deze rol op zich nemen, met name als het omgevingsplan nagenoeg omgezet is naar het definitieve deel. Nog niet aangesteld binnen de gemeente.

Functioneel beheer is geregeld maar eind 2024/ begin 2025 moet er nog wel geoefend worden met de software. Geo-specialist is nog niet aangewezen. Nog niet aangesteld binnen de gemeente. Zowel intern als externe advisering, zoals de omgevingsdiensten.

Projectgroep Naast het kernteam is er ook de projectgroep. De projectgroep bestaat uit het kernteam en andere adviseurs (interne collega’s en externe adviseurs op het gebied van milieu(regels)) van andere disciplines die benodigd zijn om te komen tot het omgevingsplan. 6.3 Risico’s Er zijn risico’s verbonden aan de transitieperiode: 1. Onvoldoende (interne) capaciteit; 2. Beperkte keuze in externe adviesbureaus; - 18 -

3. Onvoldoende budget. Risico 1: onvoldoende (interne) capaciteit Het risico van onvoldoende (interne) capaciteit is aanwezig. De gemeenten moeten hier tijdens de transitieperiode alert op blijven en tijdig ingrijpen. De werkdruk bij RO, Milieu en Vergunningen is nu vanwege diverse ambities (woningbouw, energie, participatie etc.) al vrij hoog. Het maken van een omgevingsplan is bovendien veel complexer en veelomvattender dan het maken van een bestemmingsplan. Een bestemmingsplan en omgevingsplan zijn niet zomaar te vergelijken. Een bestemmingsplan bestond uit een kaart (verbeelding) en regels (met een toelichting). In feite twee los van elkaar bestaande documenten. Het omgevingsplan bestaat uit een kaart met daaronder een niet losstaande regel set. Hierbij is er dus een directe relatie tussen kaart en regels. Bij de totstandkoming van het omgevingsplan moet voor elk perceel zeer nauwkeurig worden bepaald of de regel van toepassing is of niet. Dat werk (monnikenwerk) vraagt andere expertise en hiervoor zijn nieuwe rollen, zoals een regelanalist en geo-specialist (voor het tekenwerk) nodig. De onvergelijkbaarheid heeft ook te maken met de wijze waarop de artikelen van een omgevingsplan zijn opgebouwd. Veel meer dan in een bestemmingsplan wordt in het omgevingsplan gemotiveerd waarom er regelgeving nodig is.

Dit vergt voor de ‘planjurist de nodige omschakeling naar deze nieuwe werkwijze. Het regulier werk van het begeleiden en toetsen van initiatieven, gebiedsontwikkelingen en opstellen van beleid moet ook doorgang krijgen. Bovengenoemde verschillen maken dat er meer capaciteit en rollen gevraagd worden dan er momenteel aanwezig zijn bij de BEL. Risico 2: beperkte keuze aan externe adviesbureaus Om de gemeente te ondersteunen in de hoeveelheid werk, is er een beperkte keuze aan externe adviesbureaus. Het is essentieel om de opgave voor de planwijzigingen tijdig uit te vragen en daarnaast momenten in te plannen voor de voorbereiding, bespreken van het proces en het afstemmen van zowel inhoudelijke als budgettaire taken. Risico 3: onvoldoende budget Het gebiedsdekkende omgevingsplan per gemeente is een opgave waarvoor de gemeenten wettelijk tot maximaal 2032 de tijd hebben. Als er onvoldoende budget beschikbaar is gesteld, kan de benodigde kennis niet worden verkregen en de benodigde rollen niet worden vervuld. Conclusie risico’s Samenvattend betekent bovenstaande dat het werk aan een omgevingsplan niet zomaar naast het reguliere werk kan worden gedaan. Hierbij zijn globaal twee keuzes te maken: a. Er kunnen drie mensen ingehuurd (of in dienst genomen) door de BEL. Een jurist, geo-analist en een regelanalist.

Zij zorgen er samen met de vakspecialisten voor dat het omgevingsplan, in samenwerking met een stedenbouwkundig bureau, tot stand komt. Voor hoeveel uur deze mensen in dienst genomen moeten worden is op dit moment lastig te bepalen. In totaal lijkt een extra bezetting van 2,5 fte of iets meer noodzakelijk. Daarnaast moet 1 persoon verantwoordelijk zijn als projectleider omgevingsplan, om de procesmatige en inhoudelijke werkzaamheden van het omgevingsplan te organiseren. Een projectleider voor het omgevingsplan is nog niet aangewezen. b. Het is ook mogelijk om zoveel mogelijk werk bij een stedenbouwkundig bureau neer te leggen en daar dan de werkzaamheden van de geo-analist en regelanalist neer te leggen. Maar ook in deze constructie is het inhuren van een RO-jurist, als scharnierpunt tussen het bureau en de BEL Combinatie noodzakelijk. Deze persoon functioneert ook als inhoudelijk projectleider voor het (laten) opstellen van het omgevingsplan en kan verantwoordelijk zijn voor de parallelle planwijzigingen. Een projectleider voor het omgevingsplan is nog niet aangewezen. c. Bij het opstellen van het plan van aanpak overgang Omgevingsplan is de BEL organisatie geconfronteerd met feit dat er een gebrek aan capaciteit en middelen is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16412205/1