CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 3 - ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Schuilkerkpad nabij 2 d d

Commissie Ruimte en Infrastructuur 17 januari 2024, gemeente larenBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning padel SV Laren10.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.8 Archeologie en cultuurhistorie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals-)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt

26

namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Planspecifiek Archeologie Conform het bestemmingsplan 'Correctieve herziening, Laren' zijn de gronden in het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Voor deze gronden geldt dat een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd te worden indien een bodemingreep dieper dan 0,3 m beneden maaiveld plaatsvindt en een oppervlakte groter dan 200 m² omvat. Voorliggende ontwikkeling blijft onder deze drempelwaarden. Een archeologisch onderzoek kan zodoende achterwege blijven. Cultuurhistorie Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Tevens zijn er geen andere cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig rond het plangebied. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling van de woning worden er dan ook geen cultuurhistorische waarden negatief beïnvloed. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavige initiatief.

4.9 Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. 4.9.1 Generiek beleid Op Rijksniveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:

•

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.

•

schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via

27

de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Water Programma Op basis van de Waterwet is het Nationaal Water Programma vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Water Programma geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2022-2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Water Programma richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2022-2027 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. 4.9.2 Beleid Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens het waterschap voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten. Het verzorgingsgebied van Waternet omvat de gemeente Amsterdam en een groot gebied in de provincie Utrecht en Noord-Holland. Het beleid van AGV is verwoord in het Waterbeheerplan en diverse beleidsnota’s.

In de Keur van het waterschap zijn geboden en verboden opgenomen voor de bescherming van de functionaliteit van waterlopen en waterkeringen. Met de Keur wil het waterschap de waterkwaliteit verbeteren, de doorstroming in sloten veiligstellen en de dijken sterk houden. Bij de Keur horen Keurkaarten met informatie over wateren en waterkeringen. In de legger van het waterschap worden gegevens vastgelegd over de locatie van wateren, dijken en kunstwerken, aan welke eisen deze moeten voldoen (diepte, hoogte, sterkte etc.) en de onderhoudsverplichtingen. De legger dient als basis voor de vergunningverlening door de waterbeheerder. Het waterschap hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk gebied of meer dan 5.000 m² in landelijk gebied 10 % daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg. 4.9.3 Watertoets De ‘watertoets’ is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium.

Om de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de beoogde ontwikkeling vroegtijdig in het ruimtelijk planproces uit te kunnen werken, is de watertoets gebruikt om eventuele kansen of knelpunten reeds in dit stadium te signaleren. Om dit te bereiken, is in de watertoets een drietal (deel)vragen beantwoord: 1. 2. 3.

Wat zijn de kenmerken van het huidige watersysteem en welke mogelijkheden bestaan er voor de toekomstige inrichting van het gebied Welke uitgangspunten/ eisen worden er vanuit het beleid aan de toekomstige inrichting van de waterhuishouding en riolering gesteld? Wat is het effect van de voorgenomen ontwikkeling op het watersysteem en moeten er negatieve effecten worden gecompenseerd?

Planspecifiek In navolgende afbeelding is een uitsnede van de legger van het waterschap weergegeven. Met het rode kader is de locatie voor de beoogde padelbanen weergegeven. Te zien is dat de locatie niet binnen een kernzone waterkering of beschermingszone ligt. Voorliggende ontwikkeling zorgt daarmee niet voor een aanpassing van het bestaande watersysteem.

28

Uitsnede Legger (bron: Waterschap Amstel, Gooi en Vecht).

Met het voorgenomen plan worden bestaande tennisbanen getransformeerd naar nieuwe padelbanen. Hierbij treedt er geen verhardingstoename op. In dit geval is watercompensatie niet vereist en hoeft verder geen watertoetsproces met het waterschap te worden doorlopen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmeringen veroorzaakt voor het beoogde initiatief.

4.10 Verkeer en parkeren 4.10.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' (2018) kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek Verwacht wordt een meer intensief gebruik van het sportpark en een daarmee samenhangende toename van het aantal verkeersbewegingen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' geraadpleegd. Hierbij wordt voor de padelbanen uitgegaan van 'tennishal' en voor de stedelijkheidsgraad uitgegaan van 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Als aantal verkeersbewegingen wordt in de CROW-publicatie 2,7-4,3 aangegeven.

Hiervan wordt het gemiddelde genomen wat resulteert in 3,5 verkeersbewegingen per 100 m². In de beoogde situatie wordt er 2.000 m² bvo gerealiseerd, dit betekent een verkeersbeweging van 70 per etmaal. In de huidige situatie zijn er

29

reeds 3 tennisbanen aanwezig met dezelfde grondoppervlakte (2.000 m²) als in de huidige situatie. Doordat in de beoogde situatie het aantal tennis- c.q. padelbanen vermeerdert van 3 naar 5 banen, zal er enige toename van verkeersgeneratie kunnen optreden. Deze toename kan echter opgevangen worden met de huidige ontsluiting via de ruime parkeerplaats en de aansluitende wegen zoals het Schuilkerkpad en de Slangenweg in het noorden, de Zevenenderdrift in het (noord-)oosten, de Postiljon en Vredelaan in het zuiden en de nabij gelegen rijksweg A1 in het westen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect verkeer geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling. 4.10.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' richtlijnen voor parkeernormen.

In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Planspecifiek Voor de nieuwe padelbanen moet er voldoende parkeergelegenheid worden gerealiseerd. De gemeente Laren kiest ervoor om de CROW-normen door te vertalen in gemeentelijk parkeerbeleid en deze van toepassing te verklaren op het gemeentelijk grondgebied. Daarmee wordt uitgegaan van de parkeernormen in de CROW-publicaties 381 'Toekomstbestendig parkeren' en 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Hierbij wordt voor de padelbanen uitgegaan van 'sportveld' en voor een stedelijkheidsgraad uitgegaan van een 'matig stedelijk' woonmilieu en 'rest bebouwde kom'. Als aantal parkeerplaatsen wordt in de CROW-publicatie 13-27 aangegeven. Hiervan wordt het gemiddelde genomen wat resulteert in 20 parkeerplaatsen per hectare netto terrein. Het sportpark bedraagt ca. 5 hectare en behoeft daarmee ca. 100 parkeerplaatsen. De aanwezige ca.

200 parkeerplaatsen voorzien ruimschoots aan deze behoefte, ook bij een door de padelbanen verwacht intensiever gebruik van het sportpark en een daarmee samenhangende toename van het benodigd aantal parkeerplaatsen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect parkeren geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

30

5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:

•

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;

•

het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;

•

het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek Het voorgenomen plan is geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Daarmee is het niet vereist een exploitatieplan vast te stellen of het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins te verzekeren. Het project wordt op particulier initiatief mogelijk gemaakt. Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten waar de planschade in wordt geregeld. De overige gemeentelijke kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning stelt artikel 3.10 van de Wabo dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat het ontwerpbesluit conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd wordt. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen (artikel 3.12 lid 5 Wabo). Alleen belanghebbenden kunnen in beroep gaan. De Wabo voegt hier aan toe dat het ontwerpbesluit en/of het definitieve besluit op grond van de Wabo of het Besluit omgevingsrecht in bepaalde specifieke gevallen aan specifiek personen of instanties wordt gestuurd. Informatieavond direct omwonenden Op 20 juni 2023 heeft sv Laren '99, de overkoepelende sportvereniging van het sportcomplex, in samenwerking met Heijn Kuijpers van Padel Club Laren, een informatieavond georganiseerd voor de direct omwonenden (de Vredelaan) van de aan te leggen padelbanen. Daaraan voorafgaand is het akoestisch onderzoek (Het Geluidburo, 22-2268-R01ML, d.d. 13 mei 2022, zie Bijlagen, bijlage 1) met de verwachte geluidseffecten van de toekomstige padelbanen gedeeld aan de omwonenden.

Zoals eerder is toegelicht in paragraaf 4.3 wordt in het akoestisch onderzoek geconcludeerd dat de geluidsnormen door de nieuwe padelbanen niet zullen worden overschreden. Desondanks gaven sommige omwonenden op de informatieavond aan dat ze verwachten geluidshinder te ondervinden van de toekomstige padelbanen. Daarbij werd opgemerkt dat het huidige verkeer al te veel geluidshinder veroorzaakt en dat deze hinder, door de komst van de padelbanen, in de toekomst nog verder optreedt. Omwille van deze zorgen heeft het adviesbureau met de direct omwonenden afgesproken een nieuwe informatieavond te organiseren, waarbij ook omwonenden van andere omliggende (ontsluitings)wegen en de uitvoerend persoon van het akoestisch onderzoek (Het Geluidburo) aanwezig zullen zijn. Deze avond zal in de toekomst plaatsvinden, waarbij de

31

uitgenodigden de gelegenheid zullen krijgen om vragen te stellen aan de uitvoerder van het akoestisch onderzoek. Resultaten van deze informatieavond zullen te zijner tijd in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13707773/1