BIJLAGE 1 - nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Laren
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Laren
November 2025
Inleiding De gemeenteraad van Laren heeft op 25 juni 2025 besloten de ontwerp omgevingsvisie Laren ter inzage te leggen. Het college heeft de ontwerp omgevingsvisie op 16 juli 2025 ter inzage gelegd via https://officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-314033.html. Tot en met 14 september is iedereen in de gelegenheid gesteld tot het indienen van een zienswijze. Dit is tevens bekend gemaakt via het lokale nieuwsblad Larens Journaal en de gemeentelijke website. Daarnaast heeft de raadscommissie Ruimte en Infrastructuur van de gemeente Laren op 11 juni 2025 de concept ontwerp omgevingsvisie Laren besproken. Tijdens deze behandeling hebben diverse commissieleden vragen gesteld en/of hun zienswijze op de concept ontwerp omgevingsvisie naar voren gebracht. We zijn blij met alle ontvangen inbreng van onze inwoners en andere betrokkenen. Elke reactie heeft ons aangezet tot het opnieuw overwegen van de gewenste inhoud van onze omgevingsvisie. Dit heeft geleid tot aanpassingen in de omgevingsvisie. Deze nota stelt belanghebbenden in de gelegenheid om kennis te nemen van alle ingebrachte reacties op de ontwerp omgevingsvisie, de beantwoording ervan en de daaruit resulterende aanpassingen voor de definitieve omgevingsvisie Laren.
Aanpak en Leeswijzer De ingebrachte zienswijzen zijn soms enigszins samengevat of ingekort. Daardoor kan het zijn dat de formulering van de zinnen iets anders is dan in de oorspronkelijke zienswijze, maar de kern en inhoud blijft gelijk. De zienswijzen worden per onderdeel beantwoord. Het overzicht bevat ook de inbreng vanuit de leden van de commissie Ruimte en Infrastructuur van 11 juni 2025 en bevat ook de overige wijzigingen, zoals het aanpassen van spellingsfouten en het verduidelijken van enkele zinnen. Aan het einde van dit document zijn alle aanpassingen die worden aangebracht in de tekst of de verbeeldingen (waaronder de omgevingsvisiekaart) samengevat weergegeven. Wanneer een zienswijze of inbreng leidt tot een aanpassing van de omgevingsvisie wordt dit aangegeven met ‘Aanpassing:’ en vervolgens wordt met het doorhalen (bijvoorbeeld: akker) van tekst aangegeven wat wordt verwijderd, en wordt met onderstrepen van tekst aangegeven wat wordt toegevoegd. Wanneer in deze nota wordt verwezen naar een paginanummer in de omgevingsvisie, dan wordt verwezen naar de paginanummering in de ontwerp omgevingsvisie Laren, zoals opgenomen in de pdf-versie in boekvorm en met foto-illustraties en o.a. in te zien op: https://laren.edataloket.eu. Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 2
Beantwoording zienswijzen Er zijn zienswijzen ontvangen van: 1. Indiener A: Inwoner 2. Indiener B: Inwoner 3. Indiener C: Ondernemer in Laren 4. Indiener D: Inwoner 5. Indiener E: Inwoner 6. Indiener F: Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 7. Indiener G: Stichting Dynamic Arts 8. Indiener H: GGD Gooi en Vechtstreek en GGD regio Utrecht 9. Indiener I: PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland 10. Indiener J: Buurt Belangen Vereniging Natuurgebied Mauvezand 11. Indiener L: Coöperatieve vereniging Bijzonder Laren 12. Indiener K: Ondernemer in Laren 13. Indiener M: Cooper | Feldman, namens projectteam Coopershof Vredelaan 14. Indiener N: Vereniging Vrienden van het Gooi 15. Indiener O: Twee inwoners 16. Indiener P: Inwoner, geeft aan namens 21 personen te reageren (inwoners Laren + ondernemers Laren + inwoners naburige woonplaatsen) 17. Indiener Q: Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 18. Inbreng vanuit leden van de raadscommissie Ruimte en Infrastructuur Laren op 11 juni 2025. 19. Overige aanpassingen.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 3
1. Indiener A: Inwoner 1.1
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Zienswijze: kleinschalige bebouwing in centrum strijdig met visie en de participatie-uitkomsten. Verzoek tot: - Al het groen in het centrum van Laren expliciet aan te wijzen als groen te behouden gebied. - Het uitgangspunt “geen bebouwing van akkers en natuurgebieden” te verankeren in de visie en het omgevingsplan met als toevoeging al het huidige groen in het centrum van laren. - De voorgestelde woningbouwlocaties in het centrum te schrappen uit het woningbouwprogramma. - Alternatieve woningbouwlocaties, zoals langs de snelwegen verder te onderzoeken en uit te werken.
In paragraaf 3.2 (kwaliteiten Dorps en groen karakter) beschrijven we de kwaliteiten en kenmerken van ons dorpse en groene karakter die we willen behouden en waar mogelijk versterken. De omgevingsvisie bevat onze strategische doelen en ambities voor de gehele fysieke leefomgeving: ons groenbeleid staat verder uitgewerkt in het Groenbeleidsplan Laren. Het behouden en versterken van de bestaande groenstructuren is daarin een belangrijk uitgangspunt.
Toelichting: Met het indienen van mijn deze zienswijze spreek ik mijn zorg en bezwaar uit tegen het voornemen om seniorenwoningen te realiseren op een open, groen weiland van circa 1.860 m² in het centrum van Laren. Deze locatie maakt deel uit van het karakteristieke en historische Groene Hart van het dorp, met hoge natuur-, cultuurhistorische en landschappelijke waarde.
In paragraaf 3.2 van de omgevingsvisie mist in de tekst nog de ambitie tot het willen behouden van de lanen en boswegen als belangrijke groenelementen in onze gemeente. Deze ambitie staat wel op de omgevingsvisiekaart en bijbehorende legenda aangegeven, maar is abusievelijk (nog) niet opgenomen in de tekst in hoofdstuk 3. Dit passen we aan. We voegen tevens toe dat specifieke verkavelingskenmerken ook een element zijn van de geleidelijke overgang van het bos en heidegebied naar de kern van Laren. Aanpassing: In paragraaf 3.2 (p.27) voegen we toe aan de kenmerken van het dorpse en groene karakter die we willen behouden en waar mogelijk versterken: • Relaties Verbinding met het landschap: de geleidelijke overgang van het bos en heidegebied in naar de kern van Laren via boskavels, landgoederen, engen, specifieke verkavelingskenmerken en een groen netwerk van lanen, boswegen en groene wegprofielen.
1. Strijd met uitgangspunten uit de omgevingsvisie: De Omgevingsvisie benoemt nadrukkelijk het behoud van het dorps en groene karakter als kernkwaliteit van Laren. In hoofdstuk 3.2 staat: “De akkers, engen, Brink en het hertenkamp zijn beeldbepalende groene plekken in het hart van het dorp.” En in hoofdstuk 3.5: “We vinden het belangrijk dat deze unieke landschappen in de toekomst behouden blijven en In 2024 heeft de gemeente een woningbouwlocatieonderzoek waar mogelijk het gebruik en de beleving ervan versterkt wordt.” uitgevoerd. Daarin zijn locaties in Laren in kaart gebracht waar
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 4
Het bouwen van woningen op een waardevol en beeldbepalend stuk groen staat haaks op deze uitgangspunten. Zeker omdat het college expliciet heeft uitgesproken dat: “...er in Laren niet op akkers of in natuurgebieden gebouwd zal worden.” Waarom wordt dit uitgangspunt niet juridisch verankerd in de visie? Het verdient minimaal een vertaling naar duidelijke uitsluitingen in het omgevingsplan en de omgevingsvisiekaart. 2. Onverantwoord ruimtegebruik: Voor slechts kleinschalige woningbouw wordt een mooi stuk onbebouwd groen opgeofferd. In een tijd van klimaatverandering, stikstofproblematiek, hittestress en verlies van biodiversiteit is dit disproportioneel en onverantwoord. Het stuk groen biedt juist een waardevolle ‘groene long’ in het centrum van het dorp. Ook draagt het bij aan luchtkwaliteit, waterberging en verkoeling – allen genoemd als ambities in hoofdstuk 4.5 en 4.6 van de visie. 3. Kleinschalige inbreiding en transformatie niet geschikt in het centrum van het dorp: In hoofdstuk 4.1 wordt “kleinschalige inbreiding” gepresenteerd als middel om het woningaanbod aan te vullen. Daarbij staat terecht: “Dergelijke inbreiding vindt gecontroleerd plaats om de eventuele gevolgen voor het dorp te kunnen blijven overzien.” Het is echter niet passend om deze strategie toe te passen op een open, historisch stuk groen in het centrum van Laren.
Juist op deze plek zijn de gevolgen voor de identiteit en landschapsbeleving van het dorp aanzienlijk. De visie zelf stelt immers dat: “Het behoud van het dorps en groene karakter staat voorop.”
eventueel woningen kunnen worden gebouwd. De gemeente heeft hierin met ‘een open blik’ gekeken naar mogelijk kansrijke plekken. Er zijn vervolgens diverse locaties als mogelijk kansrijk aangeduid, wat duidelijk maakt dat er voor Laren kansen en mogelijkheden zijn voor kleinschalige inbreiding. Of en in hoeverre deze locaties geschikt zijn zal uit verdere verkenningen moeten blijken. Dit betekent dus niet dat op al de in dit onderzoek naar voren gebrachte en als kansrijk bestempelde locaties er daadwerkelijk kan of gaat worden gebouwd. Locaties binnen de NNN (Natuurnetwerk Nederland) en locaties op de engen (beschermde akkers) zijn niet aangeduid als mogelijk kansrijk. Voor het goedkeuren van woningbouwplannen zijn de ontwikkelprincipes zoals opgenomen in paragraaf 5.2 van de omgevingsvisie van toepassing. Dit is nu onvoldoende duidelijk in de tekst in paragraaf 4.1. We passen de tekst daarom aan. We voegen aan de ontwikkelprincipes in paragraaf 5.2 expliciet toe dat de als NNN aangemerkte en als natuur ingerichte gebieden en de akkers die door SOLL beheerd worden en/of van GNR zijn onbebouwd blijven. De toepassing van de ontwikkelprincipes blijft altijd maatwerk waarbij gemeentelijke medewerking steeds per initiatief wordt bepaald en steeds meerdere belangen moeten worden afgewogen. Dit gaan we in de tekst verduidelijken.
Aanpassing: In paragraaf 4.1 (p.37) passen we de tekst als volgt aan: “In het dorp zijn op kleine een schaal die past bij Laren mogelijkheden voor woningbouw op inbreidings- en transformatielocaties. We zetten in op de ontwikkeling van kleinschalige woningbouw op de uit het
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 5
4. Alternatieven: bouwen langs en nabij de snelwegen: In plaats van bouwen in het kwetsbare centrum, wijs ik u op het veel geschiktere alternatief: het gebied langs de snelwegen. Dit gebied biedt: Ruimtelijke mogelijkheden voor een groter bouwvolume, Geschikte ontsluiting via de snelweg, Minder ecologische verstoring binnen de dorpskern, Potentie voor gecombineerde woningbouw voor senioren én jongeren, Geen aantasting van historische agrarische cultuur in het centrum. De visie benoemt Crailo en bedrijventerreinen als geschikte locaties voor grootschaliger woningbouw. Bouwen langs de snelwegen sluit daarbij goed aan en stop met kleinschalige inbreiding die weinig toevoegt aan het geheel en veel stuk maakt aan groen diversiteit en het ecosysteem.
woningbouwlocatieonderzoek voortgekomen locaties. binnen bestaand stedelijk gebied en direct daarop aansluitende locaties. Mogelijke inbreiding moet voldoende passend zijn op de locatie en in de omgeving. We hanteren daarbij de ontwikkelprincipes zoals opgenomen in paragraaf 5.2. Deze gaan onder andere over behoud van waardevol groen, de beeldkwaliteit en de verkeerssituatie. De toepassing ervan blijft altijd maatwerk.” Aanpassing: In paragraaf 5.2 (p.58) voegen we aan de ontwikkelprincipes een bullet toe: • “De als NNN aangemerkte en als natuur ingerichte gebieden en de akkers die door SOLL beheerd worden en/of van GNR zijn blijven onbebouwd.” Aanpassing: In paragraaf 5.2 (p.60) passen we een zin als volgt aan: “Deze ontwikkelprincipes gebruiken we bij de uitwerking en weging van initiatieven. Het blijft altijd maatwerk waarbij gemeentelijke medewerking steeds per initiatief wordt bepaald en steeds meerdere belangen moeten worden afgewogen.”
2. Indiener B: Inwoner 2.1
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Zienswijze: op welke manier gaat het bestuur er voor zorgen dat deze visie daadwerkelijk de basis is voor toekomstige besluitvorming in het bestuur. Als het louter tot een papieren tijger verwordt dan zou ik deze visie niet operationeel verklaren. Als deze garantie niet verleend wordt, wordt niet voldaan aan het doel van de visie ‘duurzame ontwikkeling, behoud van kwaliteiten en verbinden van generaties’.
De visie brengt verschillende thema’s samen, zoals ruimtelijke ordening, milieu, economie, natuur, wonen en mobiliteit. Dit helpt om beleid af te stemmen en tegenstrijdige belangen te balanceren. Het balanceren van economische, sociale en ecologische belangen blijft echter altijd complex.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 6
Wanneer de gemeenteraad de omgevingsvisie heeft vastgesteld, vormt deze visie de basis voor verdere uitwerkingsstappen. In hoofdstuk zes van de omgevingsvisie staan, als onderdeel van de omgevingsvisie, de belangrijkste vervolgstappen voor het concretiseren en realiseren van de doelen en ambities uit de omgevingsvisies. De uitwerkingsstappen bestaan onder andere uit het opstellen van omgevingsprogramma’s, het vormgeven van concrete projecten en initiatieven en het vertalen naar regels in het omgevingsplan.
Toelichting: Hoe garandeert het college dat deze omgevingsvisie nu daadwerkelijk wél gehanteerd/gevolgd wordt de komende jaren en wellicht zelfs tot 2040. Veel van wat in deze visie staat, is afgelopen jaren regelmatig in coalitieakkoorden opgenomen maar nooit ten uitvoer gebracht. Slechts 2 voorbeelden (maar er zijn er veel meer) 1) Veilige en duurzame mobiliteit voor iedereen. We streven naar een verkeerssituatie die aan de ene kant veilig, gezond en aangenaam is voor alle generaties met voldoende ruimte voor wandelen, fietsen en verblijven, en aan de andere kant gastvrij en bereikbaar is, ook voor autobezoekers van De gemeenteraad ziet erop toe dat de benoemde onderdelen in de omgevingsvisie door het college worden geadresseerd. Het buiten om zo het hoge voorzieningenniveau te behouden. college legt verantwoording af aan de gemeenteraad. De Sint Janstraat is al jaren een drukke aanvoerroute voor het centrum (bv AH). Er wordt al jarenlang geklaagd over de onveiligheid. Maar geheel zonder resultaat. Als bewijs van de onwil van de gemeente om hier iets aan te doen, voer ik ook aan dat deze straat in de verkeersvisie geheel ontbreekt. 2) We richten ons vooral op het toevoegen van betaalbare woningen voor jongeren/starters en senioren eventueel in combinatie met zorg. Zij hebben het meeste last van de woningschaarste. De nadruk ligt op betaalbare woningen.
Afspraak is dat tweederde van de nieuwbouw bestaat uit betaalbare woningen en 30% uit sociale huur. Ook moeten we zorgen voor meer passende huisvesting voor aandachtsgroepen en mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Dit voorbeeld behoeft eigenlijk geen uitleg. Aan betaalbare woningen voor jongeren en starters wordt al jaren niets gedaan. Telkens worden dezelfde argumenten gehanteerd om niets te doen. Zet het dan niet in de visie als het niet kan, is mijn mening.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 7
3. Indiener C: Ondernemer in Laren Zienswijze 3.1
Gemeentelijke reactie
Zienswijze: Verzoek om de in de omgevingsvisie opgenomen maatregelen ten aanzien van de herinrichting van het dorpscentrum en de hierdoor ten gevolge vermindering van de parkeercapaciteit te heroverwegen. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de negatieve effecten op de verkeersdoorstroming, bereikbaarheid en parkeerdruk, alsmede met de onevenredige nadelige gevolgen voor ondernemers, bewoners en kwetsbare groepen in de samenleving.
Laren heeft een bruisend dorpscentrum met een uitzonderlijk hoog voorzieningenniveau en grote aantrekkingskracht. Tijdens het proces is de verkeerssituatie in het centrum een groot vraagstuk gebleken. Uit de participatie blijkt dat veel bewoners (o.a. gezinnen met kinderen, ouderen) graag minder verkeer willen in het centrum omdat het tot overlast (geluid, luchtvervuiling) en onveilige situaties leidt. De verblijfskwaliteit in het centrum ervaren zij als matig. Zij hebben behoefte aan meer ruimte voor verblijven, wandelen en fietsen en minder autoverkeer. Ondernemers geven juist aan dat de bereikbaarheid cruciaal is voor hun bedrijf en daarmee om het Toelichting: Mede afgaande op de ontwerp verkeersvisie BEL hoge voorzieningenniveau in Laren te behouden. Zij hebben 2035 voor gemeente Laren, zijn er zorgen over: - Door rijbanen te versmallen en verkeersstromen met behoefte aan het behoud van alle nabij gelegen autoverkeer te vermengen, wordt de bestaande capaciteit nog (auto)parkeerplaatsen en vlotte toegang tot het centrum. verder beperkt. Dit staat op gespannen voet met het Beiden zijn belangrijke elementen en we hebben gezocht naar uitgangspunt van een evenwichtige toedeling van functies aan een oplossing die beiden recht doet. locaties. En het treft oudere inwoners die in belangrijke mate afhankelijk zijn van de auto voor hun mobiliteit relatief zwaar.
Alles in overweging nemend passen we de gekozen beleidslijn omtrent parkeren in de omgevingsvisie iets aan. We denken - Met het vertragen en ontmoedigen van het doorgaande hiermee beter recht te doen aan alle belangen, en een betere (sluip)verkeer wordt gevreesd dat ook het balans aan te brengen in enerzijds het behouden van een bestemmingsverkeer – met name winkelend publiek – wordt aantrekkelijk dorpscentrum en parkeergelegenheid en afgeschrikt door verminderde bereikbaarheid. Met negatieve anderzijds benodigde ontwikkelingen/aanpassingen te consequenties voor ondernemers. En dat dit leidt tot een realiseren, met oog voor de toekomst. toename van sluipverkeer in omliggende wijken en woonstraten die daar niet op zijn ingericht, met als gevolg een verhoogd risico op verkeersongevallen en aantasting van het Aanpassing: in paragraaf 5.1 (p.56) passen we de volgende kop woon- en leefklimaat van omwonenden. als volgt aan ‘Meer parkeren aan randen dorpshart’. - Doordat het aantal beschikbare parkeerplaatsen in het centrum reeds ontoereikend is om al het verkeer op te
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 8
vangen, zijn er zorgen over een verdere toename van de parkeerdruk en verdringing van parkeerverkeer naar omliggende woonwijken.
Aanpassing: in paragraaf 5.1 (p.56/57) voegen we de volgende tekst toe: “De parkeerdruk is hoog en neemt toe. Goede autobereikbaarheid en parkeren op korte afstand is cruciaal voor de concurrentiepositie en levensvatbaarheid van winkels, horeca en andere bedrijven en daarmee voor het hoge unieke voorzieningenniveau en de aantrekkelijkheid van ons dorp als geheel. Tegelijkertijd nemen geparkeerde auto’s veel ruimte in beslag en is er in het dorpscentrum behoefte aan meer ruimte voor fietsers. Aanpassing: in paragraaf 5.1 (p.56/57) verwijderden we de volgende tekst: “De parkeerdruk is hoog en neemt toe. Geparkeerde auto’s nemen veel ruimte is beslag in het dorpshart en werken op sommige plekken verstorend in het fraaie straatbeeld. Tegelijkertijd is een goede autobereikbaarheid en parkeren op korte afstand cruciaal voor de concurrentiepositie en levensvatbaarheid van winkels, horeca en andere bedrijven en daarmee voor het hoge unieke voorzieningenniveau en de aantrekkelijkheid van ons dorp als geheel. Om zowel de bereikbaarheid te behouden als de levendigheid en aantrekkelijkheid van het dorpshart te vergroten en meer ruimte te creëren voor verblijf in een kwalitatief hoogwaardige omgeving, onderzoeken we op gerichte locaties de mogelijkheden voor het verplaatsen van een klein deel van het parkeren naar de randen. Denk aan een deel van het Hertenkamp.
Daar verhogen we de parkeercapaciteit zodat er per saldo in het dorpshart meer parkeerplaatsen komen. Specifiek kijken we naar de Brink en het Brinkhuis als iconische plek voor Laren (minder blik en meer verblijfskwaliteit), waarbij de autobereikbaarheid van het Brinkhuis hoe dan ook gegarandeerd blijft.”
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 9
3.2
3.3
Zienswijze: Er is een structurele oplossing nodig voor de parkeerdruk. Oproep aan de gemeente om serieus te onderzoeken of een parkeergarage nabij het Hertenkamp gerealiseerd kan worden. Toelichting: Een dergelijke voorziening biedt meerdere voordelen: verkeer afkomstig van de A1 kan direct de parkeergarage inrijden zonder onnodig door het dorpscentrum te rijden. Bezoekers kunnen vanaf deze locatie eenvoudig te voet het centrum bereiken, waarmee zowel de verkeersdruk als de parkeerdruk in het centrum substantieel afneemt. De locatie bij het Hertenkamp is bij uitstek geschikt voor een dergelijke ontwikkeling: het ligt aan heen logische aanrijroute, nabij het centrum, en vormt qua ruimte en ligging een reële oplossing voor de bestaande parkeerdruk. Indien deze garage ondergronds zou worden gerealiseerd – vergelijkbaar met de Houtwalgarage in Harderwijk – zou het bovendien het straatbeeld intact laten. Er wordt gewezen op een ander punt dat in de Omgevingsvisie ten onrechte onbenoemd blijft, maar dat de verkeersdruk in Blaricum, Eemnes en Laren aanzienlijk vergroot: het CBRexamencentrum in Eemnes. Dit centrum bedient niet alleen het Gooi, maar wordt ook gebruikt door rijscholen en kandidaten uit onder andere Almere. Dit leidt ertoe dat een disproportioneel groot aantal lesauto’s dagelijks in Laren oefent en examens aflegt.
Het CBR-examencentrum in Eemnes zorgt dagelijks voor veel extra lesauto’s in Laren en Blaricum. Daar
Aanpassing: in paragraaf 5.1 (p. 57) voegen we aan het einde van de tekst onder ‘meer parkeren aan randen’ de volgende tekst toe: “We realiseren in het dorpscentrum meer ruimte voor fietsers. Waar voor fietsveiligheid haaks parkeren moet worden vervangen door langsparkeren, spannen we ons in om in de nabijheid evenveel parkeerplaatsen terug te brengen.” De omgevingsvisie bevat onze strategische doelen en ambities voor de gehele fysieke leefomgeving. De uitwerking hiervan vindt plaats in omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en initiatieven van derden en in concrete uitvoeringsprojecten en maatregelen. In de omgevingsvisie is aangegeven, dat parkeren van auto’s aandacht behoeft. In de omgevingsvisie geven we tevens aan welke ruimtelijke keuzes we daarbij maken. De vertaling daarvan naar concrete oplossingen wordt niet in de omgevingsvisie zelf benoemd omdat daartoe eerst onderzoek moet worden gedaan, bijvoorbeeld naar kosten, effecten op verkeer en leefomgeving en draagvlak.
Het klopt dat CBR-activiteiten tot meer verkeersbewegingen leiden. Hier kunnen we als gemeente echter niet op sturen, aangezien het CBR niet in onze gemeente ligt, maar in de gemeente Eemnes. Het betreft bovendien een bestaande activiteit met bestaande rechten.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 10
komt bij dat de hoeveelheid personenauto’s in Nederland nog altijd toeneemt, terwijl deze auto’s gemiddeld ook groter worden. Samen leidt dit tot een structurele verkeersdruk die het dorpscentrum en de omliggende wegen zwaar belast. Deze straten zijn stedenbouwkundig en verkeerskundig niet ingericht voor dergelijke intensiteiten. Cliënte merkt daarnaast op dat Almere, als grote stad met veel leerlingen, geen eigen examencentrum kent. Hierdoor wijken grote aantallen rijscholen uit naar Eemnes, waardoor feitelijk een groot deel van Midden-Nederland examen aflegt en oefent in een kleine regio. Dit leidt niet alleen tot een toename van verkeersdruk, maar ook tot een aantasting van het woon- en leefklimaat. Dit strookt niet met de doelstellingen van een ‘veilige en duurzame mobiliteit voor iedereen’ en een ‘gezonde en veilige leefomgeving’. Cliënte ervaart dit als één van de grootste knelpunten in de dagelijkse praktijk. Zienswijze: Als de gemeente haar voorgenoemde doelen serieus beoogt te behalen, moet ook deze factor expliciet worden meegenomen in de verdere uitwerking van de visie.
4. Indiener D: Inwoner 4.1
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Procesopmerking Onlangs hebben inwoners de mogelijkheid gekregen een zienswijze in te dienen op de ontwerp Verkeersvisie 2035. Deze verkeersvisie is de uitwerking in concrete plannen van de ambities uit de omgevingsvisie. Nu er een verzoek ligt om zienswijzen op de ontwerp Omgevingsvisie Laren 2040 in te dienen, kunnen deze zienswijzen tot wijzigingen in de ontwerp Omgevingsvisie Laren 2040 leiden. Als dat het geval is, kan er niet meer van worden uitgegaan dat de ontwerp verkeersvisie
De omgevingsvisie bevat de strategische doelen en ambities voor al het omgevingsbeleid. Voor verkeer en mobiliteit worden deze doelen en ambities verder uitgewerkt in een omgevingsprogramma, met de titel ‘verkeersvisie’. Het proces om te komen tot de verkeersvisie en omgevingsvisie hebben grotendeels parallel gelopen en zijn inhoudelijk ook op elkaar afgestemd. Naar aanleiding van de ter inzage leggingen worden beide visies op onderdelen nog wat gewijzigd. Deze wijzigingen zijn op elkaar afgestemd.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 11
4.2
2035 nog wel een juiste uitwerking van de ontwerp Omgevingsvisie Laren 2040 is en zal, in geval van wijzigingen, moeten worden herschreven en opnieuw aan de inwoners worden voorgelegd om zienswijzen in te dienen. Hst. 2: De leidende principes. Hierbij is het echt van belang deze scherp te lezen. Par. 2.2: Behoud én ontwikkeling: Let hier op: het nu onduidelijke onderscheid tussen kwaliteiten en kernkwaliteiten. Gebrek aan definiëring. Zienswijze: In een omgevingsvisie is het uiterst belangrijk om duidelijk te zijn over wat kwaliteiten zijn en wat kernkwaliteiten zijn en een duidelijke opsomming van de waarden die onder beide categorieën vallen, te geven.
We realiseren ons dat in de ontwerp omgevingsvisie de woorden kernkwaliteiten, kwaliteiten en kenmerken nu allen worden gebruikt om aan te geven wat we belangrijk vinden om te behouden en waar mogelijk te versterken. Dit kan leiden tot verwarring. Daar waar het woord kernkwaliteiten nu wordt gebruikt, bedoelen we steeds de kwaliteiten zoals opgenomen in hoofdstuk 3. De in hoofdstuk 3 opgenomen kenmerken zijn een belangrijk onderdeel van de kwaliteiten. Dit gaan we duidelijker verwoorden in de tekst van de omgevingsvisie. Aanpassing: Op de pagina’s: 8, 18 (3x), 69 en 70 (2x) vervangen we het woord ‘kernkwaliteit’ door het woord ‘kwaliteiten’.
4.3
In de inleiding lees ik dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan behoud en versterking van onze kwaliteiten. In par. 2.2, waar dit principe wordt gesplitst, lees ik hetzelfde in het eerste deel. In het tweede deel verandert de hele toon. Daar kan er een ontwikkeling zijn die de kwaliteiten van het dorp aantast maar als we het in ‘de geest van’ uitvoeren, dan mag het. We hebben dat in het dorp gezien in de vorm van zogenaamd historiserend bouwen en bij de nieuwe vijver. Ik ben behoorlijk ontstemt over het wegstoppen van deze opsplitsing in de tekst en weg te laten uit de inleiding. Er staan nl. opeens
Aanpassing: in paragraaf 1.4 (p. 15) passen we de volgende zin als volgt aan: “In hoofdstuk 3 gaan we in op de kenmerken en kwaliteiten van onze gemeente die we willen behouden.” In paragraaf 2.2 wordt zowel in de kop van de tekst als in de inleidende tekst zelf nadrukkelijk aangegeven dat ‘men het wonen en leven in Laren waardeert en dat we dat graag zo willen houden. En dat er tegelijkertijd grote opgaven spelen die vragen om extra ruimte en/of aanpassing van de leefomgeving. Om Laren vitaal te houden, is ook ontwikkeling nodig. Kortom, we koesteren wat we hebben en tegelijk is er ook de noodzaak om de leefomgeving aan te passen aan een veranderende wereld om de hoge woon- en levensstandaard
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 12
dat een mogelijkheid ontstaat voor ontwikkelingen die niet bijdragen aan het behoud en versterken van onze kwaliteiten maar dat deze ontwikkelingen, mits uitgevoerd met deze kwaliteiten als inspiratiebron en toetsingskader, acceptabel zijn. Dat is niet consequent vanuit het eerste deel van deze opsplitsing. Zienswijze: Wees eerlijk! De consequentie van het niet voldoen aan het principe (!) is dat er nee wordt gezegd tegen de ontwikkeling. Een sluipweg toevoegen om ontwikkeling die dat niet doen toch door te voeren past niet bij het woord principe (!). Het door elkaar gebruiken van de woorden ‘principe’ en ‘uitgangspunt’ creëert verwarring en daarmee onbedoelde beleidsruimte. 4.4
Par 2.3: Het (ver)binden van generaties: Bij het lezen van deze paragraaf viel me op dat er stellingen worden genoemd zonder dat hier een cijfermatige onderbouwing voor is. De eerste stelling luidt: “De bevolking in Nederland en in delen van onze gemeente wordt gemiddeld steeds ouder en het aandeel ouderen neemt toe.” Hier worden een aantal consequenties aan gekoppeld: “Hierdoor stijgt de druk op zorgvoorzieningen. Nieuwe generaties zijn steeds meer nodig om mantelzorg en ondersteuning te bieden bij het dagelijks leven en om het vrijwilligerswerk in/voor Laren van oudere generaties over te nemen.” De vraag is of dit cijfermatig is te onderbouwen. Ik concludeer uit cijfers van het CBS dat op dit moment de vergrijzing in Laren aanzienlijk hoger is dan landelijk. Zelfs in 2044, wanneer de vergrijzingsgolf landelijk zijn top bereikt, komt
te kunnen behouden. Het is steeds zoeken naar de juiste balans tussen behoud van onze kernkwaliteiten enerzijds en de gewenste en noodzakelijke aanpassing van de leefomgeving anderzijds.’ Het leidende principe is daarom: Behoud én ontwikkeling: behoud door ontwikkeling en ontwikkeling met behoud. Dit principe is een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke omgevingsbeleid. Een voorbeeld van dit principe is: doordat er steeds minder personen in hetzelfde aantal woningen wonen, krimpt Laren als we geen woningen toevoegen. Dat zet voorzieningen onder druk, met als gevolg leegstand en verschraling van aanbod. Het in enige mate verwelkomen van extra woningen kan dit voorkomen. Ook is ontwikkeling nodig om onevenwichtigheden te herstellen, zoals het geringe aantal betaalbare woningen. Ten aanzien van uw opmerking over vergrijzing: de consequenties van vergrijzing specifiek in Laren zijn lastig om exact te voorspellen. Vergrijzing gaat er in algemene zin toe leiden dat de vraag naar zorg en de druk op mantelzorg gaat toenemen. Nieuwe generaties kunnen (deels) in deze behoeften voorzien. Tevens kan deze vraag naar (mantel)zorg ervoor zorgen dat het animo van vrijwilligers, die nu Laren nog zo'n levendig dorp maken, in de toekomst lager ligt. Door de vergrijzing komt het zelforganiserende vermogen onder toenemende druk te staan.
We hebben ook hiervoor (deels) nieuwe generaties uit Laren nodig om het stokje over te nemen. Om beide redenen zijn de nieuwe generaties nodig. Ten aanzien van uw opmerking over jongeren:
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 13
Nederland niet aan het percentage 70-plussers dat we in Laren al in 2025 hebben. Toch functioneert Laren op dit moment prima. Ook in Laren zal de vergrijzing toenemen. Het effect van de vergrijzing op Laren moet nader bekeken worden. Zonder nadere studie kunnen er geen uitspraken worden gedaan. Zienswijze: De consequenties van de vergrijzing zoals in de stelling zijn opgenomen kunnen kloppen maar de mate waarin is niet duidelijk. Dat is een risico omdat dan beleidsmatig erg veel speelruimte ontstaat. De tweede stelling luidt: ‘Daar komt bij dat een steeds groter deel van de jongeren wegtrekt.’ Ook hier is de vraag of deze stelling cijfermatig te onderbouwen is. Omdat niet is aangegeven wat onder jongeren wordt verstaan, heb ik zelf de leeftijd 20-30 jaar genomen. Dit is ingegeven door de beschikbaarheid van cijfers van het CBS en dit de leeftijd is van studie en eerste baan. Op basis van deze cijfers was het aandeel van deze jongeren in de Larense bevolking in 2014 nog 4,86%. Sindsdien zien we een gestage toename tot 6,01% in 2025. Zienswijze: De stelling klopt dus niet. Ik zou graag van de gemeente een cijfermatige onderbouwing zien voor hun stelling. De derde stelling luidt: “Er is minder onderling contact, mede door digitalisering en individualisering van de samenleving.” Zienswijze: Deze stelling lijkt mij juist.
Er is minder reden om de straat op te gaan dus zijn er ook minder ontmoetingen. De vergrijzing zelf zorgt daar ook voor. Zienswijze: De zin “Deze combinatie van trends vormt een bedreiging voor de gemeenschapszin en het zelforganiserende vermogen die juist zo kenmerkend is voor
Het gaat inderdaad niet om een steeds groter deel van jongeren dat wegtrekt, maar om het punt dat een deel van de jongvolwassenen wegtrekt. Dit passen we in de omgevingsvisie aan. Al bij het opstellen van de Woonvisie Blaricum – Laren 20232027 is geconstateerd dat er druk is op de woningmarkt: er is te veel vraag naar bepaalde woningen en te weinig aanbod. Met name betaalbare woningen zijn schaars in Laren. Dat heeft gevolgen voor de doorstroming en voor de woonkansen van doorstromers, lokale jongeren en starters, mensen die behoren tot één van de zogenoemde aandachtsgroepen en voor anderen met een laag- of middeninkomen. We vinden het belangrijk dat er plek is voor iederéén in de gemeente en dat we noodgedwongen vertrek zoveel mogelijk willen voorkomen. Larense jongeren vertrekken soms uit eigen keuze om bijvoorbeeld in de grote stad te studeren, soms vertrekken zij gedwongen omdat er in het eigen dorp geen geschikte woningen zijn. De kans bestaat dat als zij verhuizen, zij niet kunnen terugkeren als ze wat ouder zijn. En dat terwijl een groot deel van de jongeren een sterke binding heeft met Laren en graag in het dorp wil blijven wonen. Het vertrek van een (te) groot deel van de jongvolwassenen uit Laren legt druk op de gemeenschapszin en het zelforganiserende vermogen van de Larense gemeenschap.
Aanpassing: In paragraaf 2.3 (p.20) passen we een zin als volgt aan: “Daar komt bij dat een steeds groter deel van de jongeren jongvolwassenen noodgedwongen wegtrekt.”
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 14
ons dorp.” is niet terecht. Zoals aangegeven kloppen 2 van de 3 stellingen niet.
4.5
Zienswijze: Het principe dat je generaties met elkaar wil verbinden is mooi en ondersteun ik. De argumentatie van de gemeente laat echter te wensen over. Het effect van de vergrijzing in Laren is niet duidelijk en het wegtrekken van jongeren blijkt juist niet het geval te zijn. Het lijkt een pleidooi om starters- en seniorenwoningen te gaan bouwen. Daar moet de onderbouwing wel voor kloppen. Als die juist is en deze woningen zijn nodig dan moeten ze in samenhang gebouwd worden en het liefst gespreid door het dorp zodat contacten tussen generaties ontstaan. Hst. 3: Te behouden kwaliteiten Er staan ronduit een aantal ongemakkelijke teksten in dit hoofdstuk. Ik loop ze allemaal langs. Par. 3.1: Oorsprong en cultuurhistorie Zienswijze: Wees duidelijk over de positie van het beschermd dorpsgezicht binnen het geheel van alle te beschermen cultuurhistorische waarden. Toelichting: Op pagina 25 lees ik het volgende: “Grote delen in en rond het centrum zijn aangemerkt als beschermde dorpsgezicht. We vinden het belangrijk dat deze historie van Laren behouden blijft en waar mogelijk beter zicht- en beleefbaar wordt.” Daarna volgt een lijstje met de kenmerken van de oorsprong en cultuurhistorie die we willen behouden en waar mogelijk versterken. (Zijn dit de (kern)kwaliteiten?) Gebrek aan definiëring.
Bij de derde bullet staat “Monumentale panden en cultuurhistorische waarden zoals het beschermde dorpsgezicht, het Brinkhuis, Sint Janskerkhof, de Sint
In paragraaf 4.1 geven we aan dat we het samenwonen (van generaties) in een collectieve, geclusterde woonvorm of op één kavel/woning beter willen faciliteren door bijvoorbeeld woningsplitsing en meergeneratiewoningen. We zien dat daar behoefte aan is. Het kan een bijdrage leveren aan de woningbehoefte van jongeren en ouderen en biedt kansen en mogelijkheden voor generaties om met elkaar samen te wonen (bijvoorbeeld binnen een familie).
De aanduiding ‘oorsprong en cultuurhistorie’ verwijst niet naar één enkele periode in een ver verleden, maar naar diverse ontwikkelingen in de loop van de geschiedenis van Laren tot het dorp zoals we dat nu kennen. In de tekst in paragraaf 3.1 staat dan ook opgenomen als een van de belangrijke kwaliteiten van Laren: “Heden ten dagen staat Laren bekend als een rijk en prettig woondorp met een grote hoeveelheid aan monumenten. Van de oorsprong als agrarisch dorp, de ontwikkeling tot kunstenaars- en forensendorp en de ligging op de provinciegrens zijn nog diverse sporen terug te vinden. Grote delen in en rond het centrum zijn aangemerkt als beschermde dorpsgezicht. We vinden het belangrijk dat deze historie van Laren behouden blijft en waar mogelijk beter zicht- en beleefbaar wordt.” We begrijpen dat dit in paragraaf 3.1 nog niet helemaal goed tot zijn recht komt in de opsomming onder kenmerken van de oorsprong en cultuurhistorie die we willen behouden en
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 15
Jansbasiliek en de Johanneskerk.” Het beschermd dorpsgezicht wordt van prominent genoemd in de tekst voorafgaand aan dit lijstje, opeens een voorbeeld van kenmerken van oorsprong en cultuurhistorie die we willen behouden en waar mogelijk versterken. Door het beschermd dorpsgezicht op te nemen in een lijstje met voorbeelden van kenmerken van oorsprong en cultuurhistorie ontstaat een prioriteitsprobleem. In de toelichting bij de aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht BRINK staat de ‘nadere 2 typering van te beschermen waarden’, gebaseerd op mede-onderzoek van en mede geschreven door Drs. K. Loeff te Laren. In deze nadere typering van te beschermen waarden staat ‘Bij de aanduiding van het gebied Brink als beschermd gezicht ligt het accent op de herkenbaarheid van de verwerking van het transformatieproces van het agrarische brinkdorp tot forensen- en kunstenaarsdorp, in de periode 1880- 1940.’ Dat is een specifieke fase binnen ‘de oorsprong en cultuurhistorie die we willen behouden en waar mogelijk versterken’. Voor het beschermd dorpsgezicht is dus behoud en versterken van deze specifieke periode het doel, niet de oorsprong. De reden dat ik dit verschil noem is omdat bij de aanleg van de natuurlijke vijver op de plaats van de Coeswaerde werd gerefereerd aan de vijver zoals hij was lang voor het transformatieproces zoals hierboven genoemd.
Nu ook in deze ontwerp Omgevingsvisie weer het accent wordt gelegd op het ontstaan, zie ik een structureel beleidsmatig wegkijken van het beschermd dorpsgezicht en de daarin te behouden waarden. Het zou mooi zijn als de gemeente duidelijk maakt dat zij zich conformeren aan de te beschermen waarden in het beschermd dorpsgezicht en dit een kernkwaliteit van Laren noemen. Gebrek aan definiëring.
versterken, vanwege de focus op gebouwen. Daarnaast willen we nog beter benadrukken dat oude groenstructuren, brinken en engen ook onderdeel zijn van het beschermde dorpsgezicht, zoals onder andere opgenomen in het Groenbeleidsplan Laren. We gaan dit daarom nadrukkelijker opnemen in de opsomming in paragraaf 3.1 van de omgevingsvisie. Aanpassing: In paragraaf 3.1 (p.25) voegen we een bullet toe en passen we een bullet aan in de opsomming onder: “Kenmerken van de oorsprong en cultuurhistorie die we willen behouden en waar mogelijk versterken: • “Het beschermde dorpsgezicht waaronder oude groenstructuren, brinken en engen en de beleving ervan.” • “Monumentale panden en cultuurhistorische waarden zoals het beschermde dorpsgezicht, het Brinkhuis, Sint Janskerkhof, de Sint Jansbasiliek en de Johanneskerk en oorspronkelijke verkavelingsstructuren die belangrijk zijn door het verhaal dat ze vertellen.”
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 16
4.6
4.7
Par. 3.2: Dorps en groen karakter Zienswijze: behoud niet alleen losse karakteristieke panden maar behoud straatbeelden omdat het dorpse karakter daardoor behouden blijft. Toelichting: Op pagina 26 gaat het over ‘Kenmerken van het dorpse en groene karakter die we willen behouden en waar mogelijk versterken’. Daar wordt gesproken over ‘Diversiteit en kwaliteit in bebouwing: de volumes en structuur van bebouwing.’ Ik wil er aandacht voor vragen, en zou dat ook graag in de omgevingsvisie terug zien, dat het niet slechts om de karakteristieke panden gaat maar ook om historische maar minder karakteristieke panden die de karakteristieke panden aan elkaar rijgen. Hiermee wordt een beeld behouden en niet slechts een pand. Concreet denk ik daarbij aan de plannen destijds voor een boetiek-hotel op het terrein van de verffabriek. Daarbij mocht een oud pand aan de Torenlaan 1 gesloopt worden omdat het niet karakteristiek was. Het behoud van dergelijke panden is belangrijk omdat, zoals gezegd, daarmee een beeld i.p.v. losse panden wordt behouden. Dat is belangrijk voor het beschermd dorpsgezicht.
Par. 3.2: Dorps en groen karakter Zienswijze: bepaal expliciet welk groen beschermd wordt vanuit de keuze om het dorps en groene karakter te behouden. Nu is er teveel beleidsvrijheid. Toelichting: Onder ‘Kenmerken van het dorpse en groene karakter die we willen behouden en waar mogelijk versterken’ gaat het over groen in het dorp. Tegelijk heeft de gemeente plannen om locaties te bebouwen en is ook de bebouwing van de Kweek aan de Eemnesserweg doorgezet. Hoe verhouden
Zoals we bij uw zienswijze met nummer 4.3 aangeven, gaan we uit van het principe: ‘behoud én ontwikkeling’, om redenen zoals benoemd in paragraaf 2.2 van de omgevingsvisie. Voor het goedkeuren van woningbouwplannen zijn de ontwikkelprincipes zoals opgenomen in paragraaf 5.2 van de omgevingsvisie van toepassing. Voor inbreiding hanteren we het de ontwikkelprincipes zoals opgenomen in paragraaf 5.2. Daarin staat aangegeven dat we woningbouwplannen toetsen op onder andere: • Behoud en waar mogelijk versterking van het groene straatbeeld en behoud van zoveel mogelijk kwalitatief en waardevol groen zoals waardevolle bomen, parken, engen, akkers en andere bijzondere groene plekken. • Aansluiten op en bijdragen aan de typische Larense beeldkwaliteit. Dat betekent dat nieuwbouw past bij de aard, schaal en basisprincipes van de architectuur in het dorp. • Het voorkomen van aantasting van waardevol erfgoed zoals karakteristieke bebouwing en/of oorspronkelijke verkavelingsstructuren. In paragraaf 3.2 (kwaliteiten Dorps en groen karakter) beschrijven we de kwaliteiten en kenmerken van ons dorpse en groene karakter die we willen behouden en waar mogelijk versterken. De omgevingsvisie bevat onze strategische doelen en ambities voor de gehele fysieke leefomgeving: ons groenbeleid staat verder uitgewerkt in het Groenbeleidsplan Laren.
Het behouden en versterken van de bestaande groenstructuren is daarin een belangrijk uitgangspunt. In paragraaf 3.2 van de omgevingsvisie mist in de tekst nog de ambitie tot het willen behouden van de lanen en boswegen
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 17
deze plannen zich tot dit behouden? Juist in een Omgevingsvisie moet daar een uitspraak over worden gedaan. Minimaal moet beantwoord worden hoe deze bebouwingen past bij het leidende principe ‘Behoud door ontwikkeling’. Gebrek aan afwegingssystematiek.
als belangrijke groenelementen in onze gemeente. Deze ambitie staat wel op de omgevingsvisiekaart en bijbehorende legenda aangegeven, maar is abusievelijk (nog) niet opgenomen in de tekst in hoofdstuk 3. Dit passen we aan. We voegen tevens toe dat specifieke verkavelingskenmerken ook een element zijn van de geleidelijke overgang van het bos en heidegebied naar de kern van Laren. Aanpassing: In paragraaf 3.2 (p.27) voegen we toe aan de kenmerken van het dorpse en groene karakter die we willen behouden en waar mogelijk versterken: • Relaties Verbinding met het landschap: de geleidelijke overgang van het bos en heidegebied in naar de kern van Laren via boskavels, landgoederen, engen, specifieke verkavelingskenmerken en een groen netwerk van lanen, boswegen en groene wegprofielen. Voor het goedkeuren van woningbouwplannen zijn de ontwikkelprincipes zoals opgenomen in paragraaf 5.2 van de omgevingsvisie van toepassing. Dit is nu onvoldoende duidelijk in de tekst in paragraaf 4.1. We passen de tekst daarom aan. We voegen aan de ontwikkelprincipes in paragraaf 5.2 expliciet toe dat de als NNN aangemerkte en als natuur ingerichte gebieden en de akkers die door SOLL beheerd worden en/of van GNR zijn onbebouwd blijven.
De toepassing van de ontwikkelprincipes blijft altijd maatwerk waarbij gemeentelijke medewerking steeds per initiatief wordt bepaald en steeds meerdere belangen moeten worden afgewogen. Dit gaan we in de tekst verduidelijken.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 18
Aanpassing: In paragraaf 4.1 (p.37) passen we de tekst als volgt aan: “In het dorp zijn op kleine een schaal die past bij Laren mogelijkheden voor woningbouw op inbreidings- en transformatielocaties. We zetten in op de ontwikkeling van kleinschalige woningbouw op de uit het woningbouwlocatieonderzoek voortgekomen locaties. binnen bestaand stedelijk gebied en direct daarop aansluitende locaties. Mogelijke inbreiding moet voldoende passend zijn op de locatie en in de omgeving. We hanteren daarbij de ontwikkelprincipes zoals opgenomen in paragraaf 5.2. Deze gaan onder andere over behoud van waardevol groen, de beeldkwaliteit en de verkeerssituatie. De toepassing ervan blijft altijd maatwerk.”. Aanpassing: In paragraaf 5.2 (p.58) voegen we aan de ontwikkelprincipes een bullet toe: • “De als NNN aangemerkte en als natuur ingerichte gebieden en de akkers die door SOLL beheerd worden en/of van GNR zijn blijven onbebouwd.”
4.8
Par. 3.3: Sterke gemeenschapszin In deze paragraaf lees ik: “Bewoners zijn actief in allerlei verschillende soorten verenigingen. Van de Stichting Oude Landbouwgewassen Laren en de Brinkbus tot diverse sportverenigingen, de Jongerenraad tot de BasBEL voor de
Aanpassing: In paragraaf 5.2 (p.60) passen we een zin als volgt aan: “Deze ontwikkelprincipes gebruiken we bij de uitwerking en weging van initiatieven. Het blijft altijd maatwerk waarbij gemeentelijke medewerking steeds per initiatief wordt bepaald en steeds meerdere belangen moeten worden afgewogen.” De Jongerenraad van Laren is op dit moment niet permanent actief. Op deze plek zien we ruimte om Dynamic Arts te noemen. Ze bieden namelijk inderdaad aanbod voor een specifieke doelgroep jongeren en kunnen in dit rijtje als voorbeeld gelden. Dit passen we in de omgevingsvisie aan.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 19
senioren in de regio.” Het is jammer dat juist in deze paragraaf de stichting Dynamic Arts ontbreekt. Deze stichting Dynamic Arts is begonnen in Laren en nu regionaal actief en richt zich op jongeren vanaf 10 jaar. Zienswijze: Inventariseer hetgeen er voor verschillende generaties aan activiteiten plaatsvindt en stimuleer activiteiten waar versterking nodig is.
4.9
Par. 3.4: Voorzieningen en bereikbaarheid Zienswijze: Onderzoek de waarde van het genoemde voorzieningenniveau voor de Laarders zelf en zet dit af tegen de nadelen die het ook heeft. Toelichting: In deze paragraaf wordt lovend gesproken over het hoge voorzieningenniveau in Laren. Ik lees: “We vinden het belangrijk dat het bijzondere en uitgebreide voorzieningenniveau op een hoog niveau blijft. Het voorzieningenniveau is sterk bepalend voor het woonklimaat en het stimuleert onderlinge ontmoeting.” Deze stelling wordt niet onderbouwd. Dat is bezwaarlijk omdat er ook een keerzijde aan zit zoals drukte, geluidsoverlast en verkeersonveiligheid. Ik mis 2 zaken: • “Het dorpscentrum heeft naast voorzieningen voor de dagelijkse benodigdheden ook veel horeca en winkels in mode, kunst en cultuur in het hogere segment.” Onderzocht zou moeten worden in hoeverre Laarders ook daadwerkelijk gebruik maken van dit hoge voorzieningenniveau naast de voorzieningen voor dagelijkse benodigdheden. Dan pas kun je
Welke activiteiten we precies wel en niet stimuleren of versterken is een uitwerking van de omgevingsvisie. Aanpassing: In paragraaf 3.3 (p.28) passen we de tekst als volgt aan: “Bewoners zijn actief in allerlei verschillende soorten verenigingen. Enkele voorbeelden zijn Stichting Oude Landbouwgewassen Laren, de Brinkbus, diverse sportverenigingen, Stichting Dynamic Arts voor jongeren en de BasBEL voor de senioren in de regio. Van de Stichting Oude Landbouwgewassen Laren en de Brinkbus tot diverse sportverenigingen, de Jongerenraad tot de BasBEL voor de senioren in de regio. Laren heeft een bruisend dorpscentrum met een uitzonderlijk hoog voorzieningenniveau en grote aantrekkingskracht. Tijdens het opstellen van de omgevingsvisie is geconcludeerd dat het hoge voorzieningenniveau in Laren veel meerwaarde heeft voor inwoners en de woonomgeving, maar dat het ook nadelen oplevert in de vorm van drukte en parkeer- en verkeersoverlast. Dat is een dilemma. De voor- en nadelen zijn tegen elkaar afgewogen en verwerkt in de omgevingsvisie. Met de in de omgevingsvisie benoemde ambities denken wij een goed antwoord te bieden op dit dilemma. Waarmee we tegelijkertijd het verkeer afremmen en doorgaand verkeer ontmoedigen maar wel de bereikbaarheid en het hoge voorzieningenniveau kunnen behouden.
In paragraaf 5.1 ‘Kloppend dorpshart’ van de omgevingsvisie Laren beschrijven we onze doelen en ambities voor ons dorpscentrum en de daaruit voortkomende ruimtelijke keuzes.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 20
4.10
zeggen of de genoemde nadelen voor de Laarders tegen de aanwezigheid van deze voorzieningen opwegen. Niet onderbouwd. Geen afwegingssystematiek. • Ik mis in de ontwerp omgevingsvisie een afwegingskader tussen de te behouden kwaliteiten en de nadelen van dit voorzieningenniveau. Daar zit een spanning tussen en door die niet te benoemen lijkt er ruim baan te zijn voor de eisen die het behoud van dit voorzieningenniveau stelt. Tevens botst het met “Daar is een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving voor nodig voor iedereen om aangenaam te wonen, werken en leven.” zoals gewenst is voor het leidende principe ‘verbinden van generaties’. Juist in een omgevingsvisie moet staan hoe daar mee wordt omgegaan. Geen afwegingssystematiek. Tegenstelling met leidend principe. Hst. 4: Visies op thema’s Par. 4.1: Generatieverbindend wonen Zienswijze: zoek een evenwicht tussen woonruimte en een stabiele omvang van het inwonersaantal. Groei is op den duur een heilloze weg. Toelichting: De tekst begint met: “Onze ambitie is om op lange termijn het huidige aantal inwoners minimaal te behouden. We streven naar een gevarieerde bevolkingsopbouw en voldoende woonmogelijkheden voor alle generaties en alle (kwetsbare) groepen.” Uit cijfers van het CBS sinds 2014 komt naar voren dat het inwonersaantal met een zekere fluctuatie stabiel is.
Met de komst van de woningen in Crailo, waar een deel van de woningen op Larens grondgebied komt, lijkt deze ambitie haalbaar. De toevoeging van het woordje ‘minimaal’ vraagt om uitleg. Het duidt op een groeiambitie. Hoe wil je dan groeien en waar? En dat dan ook nog binnen de leidende principes. Niet onderbouwd.
We willen minimaal het huidige aantal inwoners behouden, omdat vergrijzing en huishoudenverdunning op termijn zou kunnen leiden tot een afname van de bevolkingsomvang. Vandaar dat we inzetten op het behoud van het bestaande aantal inwoners en een evenwichtige leeftijdsopbouw. Daarnaast streven we naar een gevarieerde bevolkingsopbouw en voldoende woonmogelijkheden voor alle generaties en alle (kwetsbare) groepen. We willen (toekomstige) generaties zoveel mogelijk behouden. In Laren willen we de mogelijkheden vergroten om er te kunnen blijven wonen, ook als je op latere leeftijd hulpbehoevend wordt of als je als jongvolwassene op jezelf wilt gaan wonen. Dat is cruciaal voor het doorgeven van de identiteit en karakteristiek van ons dorp, het zelforganiserende vermogen en de toenemende (mantel) zorgvraag.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 21
4.11
Dan wordt er een doel genoemd: “Doel van ons woningbouwbeleid is ervoor te zorgen dat verschillende bevolkingsgroepen kunnen wonen in Laren door in te zetten op meer betaalbare en levensloopbestendige woningen.” Vervolgens staat er “Door dit soort woningen te bieden, wordt het voor senioren aantrekkelijk om te verhuizen waardoor de (grote) woonruimte die zij achterlaten weer beschikbaar komt voor gezinnen.” We zien nu al dat het moeilijk is de bestaande bevolking gedurende de hele levensloop te huisvesten. Wanneer in deze opzet (grote) woonruimte beschikbaar komt voor gezinnen, groeit de bevolking. De kinderen die in deze huizen geboren worden, willen 20 jaar later ook in Laren wonen maar hoe gaat je dat dan regelen. Dus hoe mooi dit doel ook is, je creëert een nieuw probleem in de toekomst. Je zult moeten onderkennen dat de ruimte uiteindelijk gelimiteerd is in Laren. Niet onderbouwd.
We maken in de tekst nog iets duidelijker dat deze twee ambities naast elkaar bestaan.
Daarnaast is er kritiek op kleinschalige inbreiding en transformatie, die de groene kwaliteit van het dorp kunnen aantasten, terwijl juist het behoud van groen een belangrijk principe is. Er wordt te weinig rekening gehouden met de vrijval van woningen door vergrijzing en er ontbreken duidelijke afwegingscriteria. Ook het splitsen van woningen en kavels kan het dorpskarakter aantasten. De schrijver pleit voor een evenwicht tussen woonruimte en een stabiel inwonersaantal, omdat groei op lange termijn niet houdbaar is. Bovendien dreigt de regio onder druk te komen door de groei- en verstedelijkingsplannen van de Metropool Regio Amsterdam, wat het recreatieve karakter van ’t Gooi kan aantasten. Par. 4.2; Ontmoeten en bewegen
Daarnaast is er landelijk grote behoefte aan huisvesting voor mensen met een specifieke woonvraag (zoals de kwetsbare groepen). Met de wet versterking regie stuurt de rijksoverheid om eerlijkere verdeling (‘fair share’) van deze groepen. Ook gelet op die ambitie en behoefte is het van belang om voldoende woonmogelijkheden te blijven realiseren.
Aanpassing: In paragraaf 4.1 (p.36) passen we twee zinnen als volgt aan: “Onze ambitie is om op lange termijn het huidige aantal inwoners minimaal te behouden. We streven ook naar een gevarieerde bevolkingsopbouw en voldoende woonmogelijkheden voor alle generaties en alle (kwetsbare) groepen. We willen (toekomstige) generaties zoveel mogelijk behouden. We vergroten de mogelijkheden om iIn Laren te kunnen kun je blijven wonen, ook als je op latere leeftijd hulpbehoevend wordt of als je als jongvolwassene op jezelf wilt gaan wonen. Dat is cruciaal voor het doorgeven van de identiteit en karakteristiek van ons dorp, het zelforganiserende vermogen en de toenemende (mantel) zorgvraag.”
Voor het goedkeuren van woningbouwplannen voor zowel inbreiding als splitsing zijn de ontwikkelprincipes zoals opgenomen in paragraaf 5.2 van de omgevingsvisie van toepassing. Zie hiervoor verder onze reactie op uw zienswijze nummer 4.7. De omgevingsvisie richt zich op de fysieke leefomgeving. Binnen die context stimuleren we ontmoeten en bewegen via
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 22
Zienswijze: het positieve karakter van ‘Ontmoeten en bewegen’ wordt niet ondersteunt door de juiste accenten in het beleid. Er is geen aandacht voor het overmatig alcoholgebruik en horeca en terrassen zijn welkom. In contrast daarmee is fast food wel een beleidsthema terwijl er relatief beperkt sprake is van obesitas in het dorp. Toelichting: In deze paragraaf staat dat gestreefd wordt naar een gezonde levensstijl. Voor ontmoeten en bewegen worden maar liefst 6 onderwerpen genoemd die gestimuleerd gaan worden. Voor een gezonde levensstijl geen een. De omgevingsvisie zou zich wat nadrukkelijker mogen uitspreken over het alcoholgebruik in de gemeente Laren. Het hoge percentage van 10,6% van de inwoners die in de categorie overmatige drinkers valt is zorgwekkend en verdient extra aandacht. De zin “We zetten in op het verhogen van de levendigheid en aantrekkelijkheid van het centrum met ruimte voor terrassen en de Brink als centrale ontmoetingsplek.” staat daarmee in contrast. Niet onderbouwd. Tegenstelling met leidend principe.
openbare ruimte, sport en groen. Horeca en terrassen dragen bij aan levendigheid en sociale interactie, maar de visie is geen beleidsinstrument voor middelengebruik. Voor alcoholpreventie is er het regionale Preventie- en Handhavingsplan alcohol en middelen 2026–2029 (PHP). Het plan bevat een probleemanalyse, concrete actielijnen en te behalen resultaten, en is daarmee het aangewezen instrument om invulling te geven aan het beleid rondom middelengebruik. Uw zorgen over het percentage overmatige drinkers in Laren zijn terecht en worden meegenomen binnen de uitvoering van het PHP. De omgevingsvisie en het PHP vullen elkaar aan: waar de omgevingsvisie de fysieke context schetst, zorgt het PHP voor een gerichte aanpak van middelenpreventie en handhaving.
De gemeente is wel expliciet over fast food: “We vinden gezonde voedingskeuzes belangrijk en stimuleren een zo gezond mogelijk horeca-aanbod. Fastfood restaurants staan we niet toe.” Wanneer we naar de obesitas cijfers in Laren kijken dan valt dit met 9,6% enorm mee vergeleken met de rest van Nederland. Niet onderbouwd. Dat neemt niet weg is dat dit in mijn ogen goed beleid is maar het wekt wel wat verbazing over het gebrek aan beleid op het gebied van alcoholgebruik. Er is informatie beschikbaar per wijk en per leeftijdscategorie over zowel alcoholgebruik als obesitas. Gericht beleid binnen het dorp is dus mogelijk.
Nota van zienswijzen omgevingsvisie Laren, pagina 23
4.12
Par. 4.3: Veilige duurzame mobiliteit voor iedereen Het is druk in het dorp. De ontwerp Omgevingsvisie zegt hierover: “Dat komt door de centrale ligging, goede autobereikbaarheid en het hoge bijzondere voorzieningenniveau.” Die drukte wordt wel als een probleem ervaren. De vraag welke van de veroorzakende factoren we kunnen beïnvloeden wordt echter niet gesteld. De centrale ligging en de autobereikbaarheid zijn een gegeven. Het hoge bijzondere voorzieningenniveau is wel te beïnvloeden. Toch blijft dat onbesproken en dat is niet terecht. We zullen ons moeten realiseren dat er door de jaren steeds meer winkeloppervlak bij is gekomen door het sluiten van bankfilialen en uitbreidingen van winkelpanden. Geen afwegingssystematiek. Zienswijze: Het dorp ligt centraal en is goed bereikbaar maar we hebben het zelf in de hand of er een reden is het dorp dan ook in te rijden. Er wordt gestreefd naar het verhogen van de levendigheid en aantrekkelijkheid van het centrum met ruimte voor terrassen en de Brink als centrale ontmoetingsplek. Er zijn door de jaren meer winkels bijgekomen. Allemaal magneten die het ‘blik’ het dorp intrekken. Het is beleidsmatig niet juist om er van uit te gaan dat het ons overkomt. Er is zeker op te sturen. Zo zou een limitering van het aantal vierkante meters detailhandel oppervlak kunnen helpen.
Meer terrassen verhogen de verblijfsduur in het dorp en daarmee de parkeer- en verkeersproblematiek. Hoe mooi een bruisend centrum als ontmoetingsplek voor alle generaties ook is en hoe mooi een hoog voorzieningenniveau ook is, het heeft zijn keerzijde in de verkeersdrukte die het onveilig en onaangenaam maken.
Door de ligging nabij de A1 en A27 is het dorp gevoelig voor sluipverkeer. Gevolg is dat inwoners met name in het centrum verkeersdrukte, geluidsoverlast en onveilige situaties ervaren. Met name kwetsbare groepen zoals kinderen, senioren en mindervaliden hebben hier last van. En het zorgt ervoor dat de potentie van het dorpshart als centrale ontmoetings- en verblijfsplek niet volledig wordt benut. Tegelijk zien we dat een goede autobereikbaarheid en parkeren erg belangrijk zijn voor de concurrentiepositie en levensvatbaarheid van winkels en andere voorzieningen. Een goede bereikbaarheid is cruciaal voor behoud van het hoge voorzieningenniveau en de aantrekkelijkheid en woonklimaat van onze gemeente als geheel. In de omgevingsvisie is de balans gezocht tussen behoud van het voorzieningenniveau en het verbeteren van het verblijfsklimaat. De veroorzakende factor die de omgevingsvisie beoogt te beïnvloeden is de inrichting van de openbare ruimte en de hoeveelheid ruimte die daarbij gegeven wordt aan de auto. Doel is wat minder ruimte voor de auto (ten gunste van voetganger en fietser) zonder dat de bereikbaarheid achteruit gaat. Alleen de snelheid en daarmee ruimtebeslag neemt af. De ambitie is een verkeerssituatie in en rondom ons dorp die voldoet aan de volgende mobiliteitswaarden: • Veilig, gezond en aangenaam. • Bereikbaar en gastvrij. • Mobiliteit voor iedereen.