B23 00828 BIJLAGE 3 - voorlopige jaarstukken 2022
Tekst van het document
Leegstand huisvesting
Geschat financieel risico € 300.000
Kans op voordoen 10%
Financieel effect € 30.000
De Regio treedt, sinds de aankoop van het pand aan de Burgemeester de Bordesstraat, op als verhuurder. De Regio maakt zelf gebruik van 70% van de oppervlakte, de overige 30% wordt verhuurd. Wanneer huurders besluiten de huur op te zeggen, loopt de Regio een risico op gederfde inkomsten, wanneer niet tijdig een nieuwe huurovereenkomst wordt afgesloten. Ook in 2022 heeft een van de huurders de huurovereenkomst opgezegd. De Regio is in staat geweest om voor een periode van vijf jaar een nieuwe huurder aan te trekken, als gevolg waarvan voorlopig de kans op voordoen naar beneden kan worden bijgesteld. 10 ALG
Krapte op de arbeidsmarkt
Geschat financieel risico € 600.000
Kans op voordoen 20%
Financieel effect €120.000
De Regio is bij de uitvoering van haar takenpakket in een aantal gevallen afhankelijk van specialistische functies, waarbij de inwerktijd veelal een langere tijd bestrijkt. De krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt niet alleen het aantrekken van zowel intern als extern personeel op deze functies, het is ook lastig om het personeel op deze functies vast te houden. Een deel van deze functies wordt nu nog ingevuld met externe inhuur, wat geen stabiele basis naar de toekomst toe met zich meebrengt. Immers, bij het beëindigen van de inhuur verdwijnt veel kennis en historie uit de organisatie. Tegelijkertijd liggen de kosten van externe inhuur veelal hoger dan een medewerker in dienst bij de Regio. Daarmee levert de externe inhuur zowel continuïteits- als financiële issues op (de krapte op de arbeidsmarkt stuwt ook de te betalen tarieven omhoog). Deze krapte op de arbeidsmarkt brengt ook met zich mee dat bij de inkoop van noodzakelijk personeel de rechtmatigheid niet altijd gegarandeerd kan worden en het inkoopproces vertragingen met zich meebrengt, met mogelijke werkdruk-verhogende effecten bij andere medewerkers. Voor de berekening van het geschatte risico
74
wordt rekening gehouden met een percentage inhuur van 10%. Aangezien het tarief van inhuur minimaal 15% boven de gewone personeelskosten van de Regio ligt, wordt het risico geschat op € 600.000 (10% met een hoger kostenpercentage van 15% (4,07 miljoen x 15%). De kans op doordoen van dit risico wordt, gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt geschat op 20%. 11 IC
Uitval van systemen (digitaal leefplein)
Geschat financieel risico € 400.000
Kans op voordoen 10%
Financieel effect €40.000
Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Ook kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich 1 keer per jaar voordoen na de landelijke update. 12 GGD
Aanvullende maatregelen digitaal leefplein
Geschat financieel risico € 60.000
Kans op voordoen 30 %
Financieel effect € 18.000
Door toename van de complexiteit van de administratie en daarbij horende processen bestaat de mogelijkheid dat er vanuit de financiële verantwoording sociaal domein aanvullende eisen aan het systeem worden gesteld. Daarnaast kan vanuit de bevindingen binnen de audits voor de jaarlijkse ISAE3402 certificering een noodzaak tot aanvullende maatregelen blijken. 13 GAD
Vergoedingen Afvalfonds
Geschat financieel risico € 250.000
Kans op voordoen 40%
Financieel effect € 100.000
Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 afgesloten. In de overeenkomst zijn vergoedingen vastgelegd voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. Het risico bestaat dat de feitelijke vergoeding lager uitvalt, waardoor de exploitatie van de afvalverwerking niet past binnen de begroting. 14 GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten
Geschat financieel risico € 1.000.000
Kans op voordoen 33%
Financieel effect € 330.000
De afgelopen jaren stonden in het teken van Corona, wat ervoor heeft gezorgd dat de grondstoffenmarkt een volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclings-componenten bewegen erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg volatiel blijft. Ook kan een achterblijvend scheidings-percentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding geminimaliseerd. De macro economische prijsontwikkeling zal zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven. 15 RBL
Verlies of vermindering van VSV-middelen
Geschat financieel risico € 275.000
Kans op voordoen 20%
Financieel effect € 55.000
Elke vier jaar ontvangt het RBL Rijksmiddelen voor de uitvoering van VSV-projecten. Het bestuurlijk overleg bestaande uit de gemeenten, mbo, UWV en RBL maken een gezamenlijk plan voor de besteding van de middelen. De verdeling van deze middelen onder de ketenpartners kan eind 2024 wijzigen. Het risico bestaat dat het RBL minder financiële middelen ontvangt voor de uitvoering van VSV-projecten; verwachting is dat de kosten van de uitvoering dan ook afnemen. Daarbij is een risico dat het verlies van baten voor het verlies van de kosten uitgaat. Omdat de VSV-middelen semi-structureel zijn, is de kans dat het RBL helemaal geen middelen meer ontvangt zo goed als nihil.
75
Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.889.975. #
Status
Geschat financieel risico
Risico
Kans op voordoen
Financieel effect
1
G
ALG
Ontwikkeling loonkosten
407.000
80%
325.600
2
G
ALG
Ontwikkeling pensioenkosten
200.000
25%
50.000
3
G
ALG
Arbeidsgerelateerde kosten
250.000
25%
62.500
4
N
ALG
Verlofsparen
357.500
25%
89.375
5
G
ALG
Ontwikkeling materiële kosten
376.000
75%
282.000
6
G
ALG
Privacy en gegevensbescherming
250.000
30%
75.000
7
G
ALG
Uitval ICT voorzieningen agv technische oorzaken
500.000
25%
125.000
8
N
ALG
Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s
750.000
25%
187.500
9
G
ALG
Leegstand huisvesting
300.000
10%
30.000
10
O
IC
Krapte op arbeidsmarkt
600.000
20%
120.000
11
O
IC
Uitval van systemen (digitaal leefplein)
400.000
10%
40.000
12
O
GGD
Aanvullende maatregelen digitaal leefplein
60.000
30%
18.000
13
O
GAD
Vergoedingen Afvalfonds
14
G
GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten
15
N
RBL
Verlies of vermindering van VSV-middelen Totaal risicoprofiel
250.000
40%
100.000
1.000.000
33%
330.000
275.000
20%
55.000 1.889.975
Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen
Risicoprofiel
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)
2022 1.164 1.890 - 726 0,62
Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. 76
Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd:
A B C D E F
Ratio Weerstandsvermogen >2 1,4 < x < 2 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 0,62 wordt niet aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 juli 2021 is de ratio weerstandscapaciteit tijdelijk vastgesteld op 0,75%, waarbij de vastgestelde norm ‘ratio weerstandcapaciteit dient minimaal 1,0 te zijn’ niet wordt nageleefd. Ten opzichte van dat moment laat de ratio een verslechtering zien. Door het incidenteel toevoegen van middelen aan de algemene reserve kan de ratio van het weerstandvermogen vergroot worden. Voor 2022 betekent dat, dat er € 725.975 toegevoegd zou moeten worden aan de algemene reserve, om de norm wel weer na te leven. Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie.
Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt, doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De berekening is als volgt: Trek de geldelijke bezittingen af van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Deel deze netto schuld door de inkomsten. De uitkomst daarvan (in- en exclusief doorgeleende gelden) wordt uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is: Bedragen x €1.000
A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote D2) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H
Realisatie 2021 36.532 5.870 20.003 8.052 52 35.191 651 2.967 104.473 12,81% 19,40%
Begroting 2022 40.876 12.190 17.219 5.309 0 27.407 651 1.566 91.942 38,45% 44,22%
Realisatie 2022 33.176 5.658 11.760 5.352 52 31.826 657 4.240 113.325 7,52% 12,19%
77
In vergelijking met de realisatie 2021 is de netto schuldquote gedaald. De Regio heeft in 2022 geen leningen afgesloten. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 100%. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, bevindt men zich in de gevarenzone (rood). De netto schuldquote van de Regio van 7,52% is goed te noemen. Ten opzichte van de begroting is het percentage verbeterd als gevolg van een hoger aantal uitzettingen met tegelijkertijd hogere gerealiseerde baten. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de instelling in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt dan heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood.
Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt (zonder rekening te houden met het gerealiseerde rekeningresultaat) uit op: Bedragen x €1.000
Realisatie 2021 Begroting 2022 Realisatie 2022 A) Eigen Vermogen B) Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)
12.745 77.517 16,44%
8.960 64.772 13,83%
15.081 74.260 20,31%
De solvabiliteitsratio van de Regio is laag te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De afgelopen jaren is hierdoor het eigen vermogen van de Regio afgenomen. In 2022 is het mogelijk geweest te financieren met eigen vermogen, als gevolg waarvan het vreemd vermogen is afgenomen. De solvabiliteitsratio ligt met een percentage van 20,31% net boven de 20% en is daarmee op basis van het percentage matig te noemen. Ze ligt nog net boven de minimumnorm. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal: Bedragen x €1.000
Realisatie 2021 Begroting 2022 Realisatie 2022 A. Structurele lasten B. Structurele baten C. Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D. Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E. Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E
118.990 121.297 0 0 121.297 1,90%
91.606 91.606 0 0 92.930 0,00%
104.847 113.325 0 0 113.325 7,48%
De Regio is in staat geweest om de structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten. Beoordeling financiële positie De financiële positie van de Regio is matig tot voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereist niet direct ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Hierdoor valt de solvabiliteitsratio onder de categorie matig. Het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de Regio niet in staat financiële gevolgen ervan op te vangen.
78
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven, waarvoor langlopende investeringen zijn vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren, en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen asset management en risicomanagement. Goed beheer en onderhoud leidt tot een langere levensduur van kapitaalgoederen waardoor die ook op de langere termijn bruikbaar blijven. Het beheer betreft ook het toezien op de staat van onderhoud van het kapitaalgoed, administratie, inspectie, rapporteren binnen de P&C-cyclus, en controles met als doel dat het kwaliteitsniveau van het onderhoud niet zal leiden tot achterstallig onderhoud en/of juridische claims. Beheer en onderhoud is een cyclisch proces. Bouw- en installatiedelen verouderen weer na onderhoudsingrepen, waardoor na verloop van tijd opnieuw onderhoudsingrepen noodzakelijk zijn. Kapitaalgoederen dienen zo lang mogelijk een bijdrage te leveren aan het doel waarvoor zij zijn aangeschaft of vervaardigd.
Voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen wordt veelal gebruik gemaakt van beheerssystemen waarin de relevante data van alle objecten zijn ingebracht. Kapitaalgoederen Regio De Regio heeft twee soorten kapitaalgoederen tot haar beschikking: a. Gebouwen, terreinen en installaties b. Bedrijfsvoertuigen
Ad a) Gebouwen, terreinen en installaties Hoofdkantoor Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst – Hooftlaan Bussum; Scheidingsstation Bussum; Scheidingsstation Hilversum; Scheidingsstation Huizen; Scheidingsstation Weesp; Overlaadstation Crailo; Hoofdkantoor Regionale Ambulancevoorziening – Laan van Tergooi 6 Hilversum Hoofdkantoor Regio Gooi en Vechtstreek, Burgemeester de Bordesstraat Elektrische brancards RAV
Ad b) Bedrijfsvoertuigen GAD 43 voertuigen + 2 aanhangwagens grootvervoer 7 RAV 15 voertuigen Veilig Thuis 2 voertuigen GGD 2 voertuigen Algemeen 5 voertuigen Het wagenpark van Vervoer BV is eigendom van de BV en derhalve niet opgenomen in de paragraaf kapitaalgoederen van de Regio.
Onderhoud gebouwen, terreinen en installaties Voor het onderhoud van de gebouwen, terreinen en installaties wordt onderscheid gemaakt in klein onderhoud, groot/cyclisch onderhoud en (vervangings)investeringen.
7
11 ambulances, 1 Medium Care Ambulance (was Zorgambulance), 1 Rapid Responder Ambulance voertuig, 1 Piket voertuig en 1 Les voertuig
79
Burgemeester de Bordesstraat, Bussum In het onderhoudsplan was geen groot onderhoud gepland voor 2022. Wel zijn er onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd om de balans tussen de gebouwinstallatie en de Warmte/Koude Opslag (WKO) verder te optimaliseren waarbij ook een uitbreiding op het gebouwbeheerssysteem heeft plaatsgevonden. Verder is een aantal ruimtes opgeknapt en is er een periodieke inspectie van de elektrische installatie uitgevoerd. Daarnaast zijn er kleine onderhoudswerkzaamheden aan de gevel en de kozijnen geweest. Totaal is daartoe € 62.871 onttrokken aan de voorziening. Hooftlaan, Bussum In 2022 zijn de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd conform het meerjarig onderhoudsplan zoals het reinigen van de luchtkanalen, liftonderhoud, klein onderhoud aan het dak, dieptereiniging van de remise en de periodieke inspectie van de elektrische installatie. Vanwege de voorgenomen herhuisvesting ligt de focus op het in stand houden van de huidige situatie, tenzij investeren in vervanging onvermijdelijk is. In dat licht is besloten om de dak ventilatoren van de remise te vervangen aangezien deze aan het einde van hun technische levensduur waren en niet langer functioneerden. Totaal is daartoe € 37.355 bekostigd uit de voorziening. Regionale Ambulance Voorziening, Hilversum In januari 2019 heeft de RAV het nieuwe pand aan de Laan van Tergooi in gebruik genomen.
Hiervoor is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld, waarbij over 20 jaar een bedrag van € 622.725 aan onderhoud wordt verwacht. Hiervoor is een voorziening getroffen. Jaarlijks wordt € 32.775 gedoteerd aan deze voorziening, met ingang van 2019. Voor 2022 stonden uitgaven vanuit de voorziening gepland ter hoogte van € 10.782. Er is € 3.762 aan onderhoud uitgevoerd. Het onderhoud dat vanuit het MJOP geraamd stond en niet is uitgevoerd voor 2022 is doorgeschoven, omdat het nog niet nodig was. Elektrische brancards RAV In 2018 is afgesproken met de zorgverzekeraars dat eenmalig een deel (€ 93.885) van de Vrije Marge gedoteerd mocht worden aan een voorziening elektrische brancards (i.v.m. hogere onderhouds- en afschrijvingskosten ten behoeve van de mechanische brancards). Volgens overeengekomen berekening is ook in 2022 € 13.341 onttrokken aan deze voorziening. Onderhoud bedrijfsvoertuigen Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. De voertuigen worden jaarlijks onderhouden, maar ook voor incidenteel onderhoud en/of schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd.
Indien het voertuig economisch is afgeschreven (de afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances – deze worden wel meteen vervangen. Aanschaf en vervanging van de bedrijfsvoertuigen vindt plaats op basis van het investeringsplan. Vanaf 2016 wordt er voor nieuwe ambulances geen onderhoudscontract meer afgesloten. Inmiddels zijn alle voertuigen met aanschafdatum tot en met 2015 vervangen. Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de “voorziening onderhoud ambulances”. De ambulances hebben een levensduur van zes jaar. De onderhoudskosten van nieuwe ambulances zijn in de eerste drie jaren lager dan in de laatste drie jaren. De voor deze ambulances gemaakte onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening. In 2022 is er € 86.842 onttrokken aan deze voorziening.
80
Paragraaf financiering Inleiding In het BBV (Besluit Beheer en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.
Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken: worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.
De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.
81
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen; De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar. Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap; De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.
Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s; Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig.
Lening verstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden. Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap vertegenwoordigt.
Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen. Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen is gelijk aan 8,2% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Voor 2022 betekende dit bij een begrotingsomvang van € 92,8 miljoen (lasten) een bedrag voor de kasgeldlimiet van € 7,6 miljoen. Er is gedurende 2022 geen kort geld aangetrokken, met andere woorden de kasgeldlimiet is niet overschreden.
82
2022
Gewijzigde begroting 2022
BEREKENING KASGELDLIMIET 1 Begrotingstotaal aan lasten 2 Wettelijk percentage 3 Kasgeldlimiet (1 x 2)
92.800 8,2% 7.610
107.831 8,2% 8.842
BEREKENING NETTO KORTLOPENDE SCHULD 4 Kortlopende schuld 5 Kortlopende middelen 6 Netto kortlopende schuld (4 – 5)
5.658 657 5.001
5.658 657 5.001
TOETS AAN KASGELDLIMIET 3 Kasgeldlimiet (in bedrag) 6 Netto kortlopende schuld 7 Ruimte (+) / overschrijding (-)
7.610 5.001 2.609
8.842 5.001 3.841
Nr.
Omschrijving
Bij de bepaling van de kasgeldlimiet is gerekend met het begrotingstotaal van de primitieve begroting. Wanneer voor de berekening de gewijzigde begroting was gebruikt, was de ruimte groter geweest. De kasgeldlimiet wordt in beide gevallen bij de Regio niet overschreden. Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. Bedragen x €1.000
Omschrijving 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm (1*2) Renteherzieningen Nieuwe aangetrokken vaste schuld Aflossingen nieuw aangetrokken schuld Aflossingen vaste opgenomen schuld Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (4+6+7) Ruimte onder renterisiconorm (3-8)
Begroting 2022 92.800 20% 18.560 0 7.600 0 2.506 2.506 16.054
Gewijzigde begroting 2022 108.376 20% 21.675 0 7.600 0 2.506 2.506 19.170
Realisatie 2022 104.847 20% 20.969 0 0 0 3.356 3.356 17.613
Het bedrag aan langlopende leningen, waarover de Regio een renterisico liep, blijft ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO), zoals blijkt uit de tabel.
Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden bij de schatkist. Gemeenschappelijke Regelingen zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen onder de Wet financiering decentrale overheden. Het woord overtollig verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet direct nodig hebben voor de uitoefening van hun publieke taak. De bij de schatkist gestalde middelen zijn rentedragend. Het ministerie van 83
Financiën opent bij de schatkist een rekening voor de Regio bestemd voor het schatkistbeleggen. Hierop vinden alle transacties tussen de Regio en het ministerie plaats. Mutaties tussen de Regio en de schatkist moeten plaatsvinden met een speciaal hiervoor te openen rekening bij de huisbankier van de Regio. Onze huisbankier, de BNG, heeft voor de Regio een schatkistbeleggingsrekening geopend. Door de centrale overheid is er wel een drempel ingebouwd. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang. In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Het kabinet heeft in de beleidsdoorlichting het probleem erkend dat met name decentrale overheden die structureel rood staan en slechts incidenteel overtollige middelen hebben met hogere administratieve lasten te maken hebben dan gewenst is. Met een eventuele verhoging dan wel een andere berekening van het drempelbedrag wilde het kabinet aan deze bezwaren tegemoet komen. Het drempelbedrag dat is vastgelegd in artikel 7 lid 2 van de Regeling 8 schatkistbankieren decentrale overheden is aangepast op onderstaande punten: een verhoging van de ondergrens van € 250.000 naar € 1 miljoen euro; een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 500 miljoen euro van 0,75% naar 2%.
Voor de programmabegroting 2022-2025 kon, gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie een bedrag van ongeveer € 1.850.000 buiten de schatkist worden aangehouden.
Renteontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) voert het monetaire beleid uit voor het Euro gebied. De belangrijkste taak is het in de hand houden van de Europese inflatie. Hiervoor heeft de Europese Centrale Bank verschillende instrumenten tot zijn beschikking. Een belangrijk instrument is het rente-instrument. De rentevorming op de geldmarkt in de eurozone wordt als het ware ‘bepaald’ door de Europese Centrale Bank (ECB), in tegenstelling tot de rente op de kapitaalmarkt, die niet direct gestuurd wordt door het monetaire beleid van de ECB. Indirect heeft de ECB wel invloed op de kapitaalmarktrente, omdat de kapitaalmarktrente wordt beïnvloed door de geldmarktrente. De rente op de geldmarkt is in het algemeen lager dan de rente op de kapitaalmarkt. Op de kapitaalmarkt wordt het geld voor een langere tijd vastgelegd en daarom is de rente vaak hoger. De dalende trend van de afgelopen 30 jaar is in 2022 abrupt beëindigd. In de strijd tegen de inflatie heeft de ECB gedurende 2022 de rente meerdere keren verhoogd. Daar waar op 1 januari de rente nog 0,0% was, eindigde 2022 met een rentestand van 2,5%. Inmiddels heeft nog een renteaanpassing plaatsgevonden op 2 februari 2023, waarmee zij op 3,0% is gekomen.
Wijzigingsdatum 02-02-2023 15-12-2022 27-10-2022 08-09-2022 21-07-2022
8
Rente 3,00% 2,50% 2,00% 1,25% 0,50%
Regeling schatkistbankieren decentrale overheden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034336/
84
Historische renteontwikkeling De renteaanpassingen van de ECB hebben directe gevolgen voor de kapitaalmarkt. Onderstaande grafiek geeft een beeld van de historische kapitaalmarktrente en de renteontwikkeling in de afgelopen tien jaar.
De prijs die op de kapitaalmarkt tot stand komt door vraag en aanbod is de kapitaalmarktrente. Daarbij geldt: bij een lage inflatie is men eerder bereid geld uit te lenen. Hierdoor stijgt het aanbod op de kapitaalmarkt, wat de rente doet dalen. Jarenlang was de inflatie in Nederland heel laag, maar dat is sinds eind 2021 anders. De inflatie is niet eerder zo hoog geweest. In onderstaande grafiek zijn de ontwikkelingen in 2022 van de inflatie, de euribor (3-maands)rente en de rente op de kapitaalmarkt opgenomen.
Uit bovenstaande grafiek blijkt dat zowel de lange rente als de korte rente vanaf begin 2022 sterk zijn opgelopen. In die periode liep de 10-jaars rente op van circa 0,0% naar circa 2,8%. De 3-maands rente is in diezelfde periode opgelopen van circa -0,6% naar 2,1%. Prijzen van consumentengoederen- en diensten waren in 2022 gemiddeld 10,0% hoger dan in 2021. In 2021 was de inflatie 2,7%. De inflatie van 2022 is de hoogste na 1975. In dat jaar waren 85
consumentenproducten gemiddeld 10,2% duurder dan een jaar eerder. De hoge inflatie wordt voor belangrijke mate veroorzaakt door de energiecrisis en een aantal andere economische ontwikkelingen. De energiecrisis De inflatie is in 2022 uitgekomen op een ongekend hoog niveau van 10,0%. De totale inflatie wordt voor een groot gedeelte gedreven door de energiecomponent, omdat energie een groot deel van de kosten voor mensen en bedrijven uitmaakt. Prijzen van gas en elektriciteit stegen al fors in de tweede helft van 2021, maar toen in februari 2022 ook nog de oorlog in Oekraïne uitbrak (en Rusland de gas-kraan dichtdraaide), gingen energieprijzen nog veel verder omhoog. De energieprijzen voor consumenten zijn in 2022 met ruim 110% gestegen ten opzichte van 2021 en dragen ongeveer 4,6%-punt bij aan de totale inflatie. In het najaar van 2022 kondigde het kabinet twee maatregelen aan om de energiekosten van huishoudens te verlagen: de tijdelijke maatregel voor tegemoetkoming in de energieprijzen en het prijsplafond op energie. De tegemoetkoming, die in november en december 2022 is uitgekeerd, wordt gezien als een inkomenssteun en heeft daarom geen invloed op de CPI. Het prijsplafond per januari 2023 heeft wel een directe invloed op de prijs van geleverde elektriciteit of gas en wordt daarom vanaf januari wel meegenomen in de CPI.
Energie is een belangrijke kostenpost in de meeste productieprocessen, waardoor hoge energieprijzen doorsijpelen naar de prijzen van andere consumptiegoederen; voeding is nu een van de overgebleven stuwers van inflatie. Voedingsmiddelen zijn gestaag in prijs door blijven stijgen. Het risico is aanwezig dat dit proces zich in toenemende mate voortzet op de middellange termijn. De economische ontwikkelingen In 2022 heeft de Nederlandse economie twee gezichten gehad. Na het positieve effect van de heropening uit de laatste coronamaatregelen, kregen de aanhoudende onzekerheid en de sterk gestegen energieprijzen in de loop van het jaar duidelijk de overhand. Terwijl de economie in het eerste halfjaar van 2022 nog volop draaide, is de werkloosheid sinds de zomer langzaam opgelopen en is de economische groei in de tweede helft van het jaar omgeslagen naar een krimp. Over 2022 gemiddeld is de groei van het bruto binnenlands product (bbp) alsnog op 4,2% uitgekomen, vooral door het sterke herstel eind 2021 en door de groei in de eerste twee kwartalen. Met uitzondering van 2021 (4,9%) is dit het hoogste groeicijfer sinds 2000. Naar verwachting is de inzinking in de tweede helft van 2022 van korte duur. In de loop van 2023 kan de economie weer langzaam op gang komen, ondersteund door het overheidsbeleid om de gevolgen van de energieprijsstijging op te vangen.
Over heel 2023 wordt op dit moment een stabilisatie verwacht, met een bbp-groei van 0,8%. Naar verwachting groeit het bbp in 2024 weer met het trendmatige tempo. Dit betekent dat de spanningen tussen vraag en aanbod in de economie de komende jaren nauwelijks afnemen, wat tot uitdrukking komt in een aanhoudend krappe arbeidsmarkt en een inflatie die slechts langzaam afneemt. Door deze krapte in combinatie met de hoge inflatie nemen de loonstijgingen toe.
Rekenrente Vanaf 2017 is de bepaling van de rekenrente gewijzigd op grond van de nieuwe BBV-regels. De rekenrente wordt bepaald aan de hand van het feitelijke rentepercentage van aangegane leningen. Op basis van de gegevens van de ECB en de BNG heeft de Regio er voor gekozen om 1,30% voor de rekenrente aan te houden. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage is binnen een marge van 0,5% afgerond, deze was 1,27% en is berekend door de werkelijke toe te rekenen rente (in Euro's) te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari 2023 (€ 34.409.866) die integraal zijn gefinancierd. In de volgende tabel is uitgewerkt hoe de berekening van het renteresultaat tot stand is gekomen.
86
Renteschema a. b.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
c1. c2.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
c3.
437.514 0 -
437.514
d1. d2.
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
437.514
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-437.514
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€ 0
De verwachting is dat het omslagrentepercentage de komende jaren gaat stijgen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de toekomstig af te sluiten leningen tegen een hoger rentetarief afgesloten worden dan de huidige omslagrente, rekening houdend met de huidige marktrente van 3,3%. De omslagrente stijgt van 1,27% in 2024 naar 2,28% in 2027. Mocht de marktrente nog verder stijgen heeft dit direct een effect op de omslagrente. Financieringsbehoefte Het uitgangspunt is dat financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk wordt beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren en het renterisico te beperken. De prognose voor 2022 was dat de Regio een financieringsbehoefte zou hebben van € 7.600.000. De Regio heeft in 2022 echter geen lening afgesloten.
87
Paragraaf bedrijfsvoering Algemeen Zoals aangegeven in de Bestuursrapportage 2022 is het jaar gebruikt om inzicht te verkrijgen in het dagelijks functioneren, de capaciteitsvraag en de aansturingsbehoefte van de afdeling Bedrijfsvoering met de daarin te onderscheiden teams. Hierbij is de interne klantvraag uitgangspunt geweest. Eveneens is een team Kwaliteit en Control gevormd als onderdeel van Bedrijfsvoering. De wettelijke verplichtingen en de eisen van verschillende landelijke inspecties zoals deze binnen het zorgveld actief zijn maken dat aandacht voor kwaliteit en control steeds belangrijker wordt. Hieronder worden werkzaamheden op het gebied van kwaliteit, rechtmatigheid en auditing (DPIA’s, wpg, interne audits) gepositioneerd. De vormgeving van dit team volgt in 2023. Financiën Een van de aanpassingen die aansluit op de praktijk en de financiële omvang van de Regio is een functionele splitsing van het huidige team HRM & Financiën. Met deze splitsing is het team Financiën tijdelijk onder de nieuwe manager Bedrijfsvoering komen te vallen. De gebleken kwetsbaarheid van de financiële functie, zowel naar de interne als de externe klant, vraagt om een onderzoek naar de wijze waarop de advisering van het team Financiën beter kan worden vormgegeven en in hoeverre de combinatiefunctie haalbaar is. Dit onderzoek wordt in 2023 opgepakt.
Hiernaast heeft in 2022 de implementatie van een nieuw financieel pakket plaatsgevonden dat per 1 januari 2023 live is. Hiervoor is extra personele capaciteit aangetrokken. Een goede inrichting maakt dat zowel budgethouders als de licentiehouders zelfstandig de taken binnen het financiële pakket kunnen uitvoeren, als gevolg waarvan het financiële team in haar adviesrol kan blijven. Naast deze introductie en het inregelen van het vertrek van de gemeente Weesp kende het team Financiën het eerste half jaar een hoger ziekteverzuim, waarvoor is ingehuurd. HR Het team HR heeft in 2022 een kwalitatieve beweging in gang gezet en is formatief op orde. 2022 heeft in het teken gestaan van verder digitalisering van processen. Bezetting en formatieoverzichten zijn ontwikkeld om ook bij HR de kwaliteit van de adviesrol te vergroten. Daarnaast is ook extra ingezet op het verminderen en voorkomen van het ziekteverzuim en is er extra aandacht voor het opereren in een complexe arbeidsmarkt. In ons Sociaal Jaarverslag 2022 wordt nader ingegaan op alle ontwikkelingen op het gebied van HR. Informatisering en Automatisering Door de majeure impact van Corona op de ICT organisatie zijn diverse investeringen in ICT voorzieningen herhaaldelijk uitgesteld. Medio 2022 is een review uitgevoerd naar de huidige staat van de aanwezige hardware en de gewenste doelarchitectuur.
Dit heeft geresulteerd in een plan dat gericht is op een volledige migratie van de afgeschreven twee datacenters naar de Cloud (Azure) en het vernieuwen van de kantoorautomatisering (Microsoft 365, vervanging van laptops, etc). Deze architectuur ondersteunt de visie van de Regio dat haar informatiehuishouding betrouwbaar, wendbaar en inwoner gedreven dient te zijn. De opgaven voor het team I&A lagen, naast de installatie als Microsoft 365 als platform, ook in vervanging van enkele belangrijke concernapplicaties (financieel pakket en het documentmanagementsysteem). Tegelijkertijd was de voortgang van de reguliere dienstverlening noodzakelijk. De uitvoering is gestart in het tweede halfjaar van 2022 en zal naar verwachting tot en met einde 2023 voortduren. Deze transitie heeft direct gevolgen voor de wijze van financiering; er vindt een verschuiving plaats van kapitaallasten naar materiële kosten in de begroting, welke wordt meegenomen bij het opstellen van de Regiobegroting 2024-2027. Om voor de toekomst de goede keuzes te maken is gewerkt aan het opstellen van een nieuwe architectuur. De aanscherping van Wet en regelgeving op gegevensveiligheid vraagt om kwalitatieve en formatieve versterking van het team I&A. Hiervoor zijn in de begroting voor 2023 extra middelen opgenomen, waarmee het team I&A de komende jaren voldoende formatieve bezetting heeft voor de basistaken.
Ook zijn voorbereidende werkzaamheden verricht om te komen tot nieuw strategisch informatiebeleid en strategisch informatiebeveiligingsbeleid. In 2023 wordt dit afgerond en ligt dit beleid gedocumenteerd voor de jaren 2023-2026. Facilitair In 2022 is de facilitaire ondersteuning aan de GGD verder teruggebracht. De benodigde testcapaciteit is verminderd. Testlocatie Sijsjesberg in Huizen is begin dit jaar afgebroken en de testlocatie Hocras is omgebouwd
88
naar een combinatielocatie voor testen en vaccineren. Eind 2022 is de vaccinatielocatie naast PontMeyer afgebroken en is het terrein weer overgedragen aan de eigenaar. In 2022 is ook geïnvesteerd in een digitaal gebouwendossier, waarbinnen alle benodigde tekeningen, onderhoudsrapportages en vereiste wettelijke keuringsrapporten zullen worden ondergebracht van de verschillende locaties van de Regio. In samenwerking met Ennatuurlijk en de huisinstallateur is de WKO-installatie van het regiokantoor beter afgestemd op de installatie in het gebouw. Dit heeft geleid tot een besparing in het verbruik ten opzichte van het jaar ervoor. Ondanks de sterke stijging van de energieprijzen heeft deze besparing toch geleid tot een afname van de kosten voor koude en warmte (-5%). Voor 2023 wordt wel voorzien dat als gevolg van de energiecrisis de geraamde kosten voor energie en warmte/koude substantieel stijgen; voor deze stijging is geen dekking in de begroting 2023-2026. Volgend op het afronden van de aanbesteding zijn in 2022 in het Regiokantoor en in het kantoorpand van de GAD de nieuwe warme dranken machines geplaatst. Interne inkoop en aanbesteding Op de juiste wijze inkopen en aanbesteden is voor ons als overheidsorgaan van groot belang. Het draagt bij aan mogelijke besparingen en geeft zichtbare verbetering van kwaliteit van opdrachten.
In de afgelopen jaren is sprake van een ongewenste toename van de onrechtmatigheid van de inkoopuitgaven. Het rechtmatig zijn van de uitgaven blijft aandachtspunt en prioriteit. We houden ons aan wet- en regelgeving en gaan zo doelmatig en bewust mogelijk om met gemeenschapsgeld. De problematiek van de krappe arbeidsmarkt, in combinatie met de coronapandemie en de energiecrisis maakt dat in 2022 op een aantal trajecten is afgeweken van het vastgestelde inkoopbeleid. Hiervoor is vooraf toestemming gevraagd, om daarmee de rechtmatigheid te garanderen. In het controleproces is hier door de accountant op gecontroleerd. Certificering/kwaliteit Aan de Regio worden eisen gesteld waaraan wij moeten of willen voldoen; in sommige gevallen is sprake van externe (soms wettelijke) eisen, in andere gevallen is sprake van interne wensen. Om de kwaliteit van diensten en producten te beheersen en te verankeren, heeft de Regio in 2022 gewerkt aan de inrichting van een kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) conform NEN-ISO 9001:2015 met de intentie dit te onderhouden en (continu) te verbeteren. Het KMS is daarbij een middel om ‘in control’ te zijn en te blijven. In 2021 is ervoor gekozen om de normering van het kwaliteitssysteem ook te koppelen aan de nieuwe interne besturingsfilosofie. Dit betekent dat bij de interne verantwoording en sturing gebruik gemaakt wordt van de diverse kwaliteitsproducten.
Denk aan managementreviews, interne jaarplannen, leveranciersmanagement, interne audits en een directiebeoordeling. De voorbereidingen zijn hiervoor in 2021 getroffen en in 2022 is hierop verder ontwikkeld, zoals het beschrijven en vastleggen van interne werkprocessen. Eind 2022 heeft de Regio op een viertal vlakken de certificering middels ISO 9001:2015 daadwerkelijk gerealiseerd: 1) RVE Jeugd en Gezin (JGGV) 2) RVE Gemeentelijke Gezondheidsdienst, onderdeel Algemene Gezondheidszorg (GGD) 3) RVE Grondstoffen en Afvalstoffendienst (GAD) 4) RVE Maatschappelijke Dienstverlening, onderdeel Veilig Thuis In 2023 en verder wordt deze certificeringsnorm verder uitgebreid over andere organisatie onderdelen. HR in uitvoering Strategische Personeelsplanning De Regio wil een toekomstbestendige organisatie zijn, met gedreven, professionele en vitale medewerkers die hun vak verstaan. De Regio kent verschillende resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE’s) en daarbinnen een grote verscheidenheid aan vakgebieden. Het personeelsbestand van de Regio is om die reden erg divers. Het is daarom zaak om met Strategische Personeelsplanning (SPP) hierop in te spelen en zo de HR-behoeftes te kunnen specificeren per RVE.
Hiervoor zijn we in het vierde kwartaal van 2022 aan de slag gegaan met Strategische personeelsplanning (SPP), waarbij de gewenste ontwikkeling van medewerkers naar de toekomstige organisatie(doelen) in kaart is gebracht. Hierbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in onze omgeving en de veranderende wensen van onze klanten. De vragen en opdrachten vanuit de regiogemeenten waaraan we werken zijn anders dan vroeger. In omvang, hoeveelheid en complexiteit.
89
Ons doel is een wendbare organisatie te zijn met medewerkers die hun talenten duurzaam inzetten om de organisatiedoelen en –resultaten te bereiken. Dat vraagt om inzicht in de organisatiedoelen, gewenste resultaten, wensen van onze klanten en inzicht in welke ontwikkelingen in de komende jaren op ons afkomen. Dat vraagt weer om inzicht in welke talenten en kwaliteiten onze medewerkers hebben. Maar ook welke kwaliteiten ontbreken om te voldoen aan de veranderende omgeving. Dat vraagt om leidinggevenden die met de juiste middelen (opleiding, training, coaching) sturing geven aan de ontwikkeling van medewerkers. Dat vraagt om medewerkers die wendbaar willen zijn en blijven (duurzaam inzetbaar), want de omgeving en organisatiedoelen kunnen wijzigen. Wij willen graag dat medewerkers in staat zijn om hun talenten optimaal in te zetten, vanuit de overtuiging dat als medewerkers dat doen, dit passie en plezier geeft. Helderheid over en een voortdurende afstemming tussen onze organisatiedoelstellingen en de kwantiteit en kwaliteit van onze medewerkers is daarbij van belang. Verzuim-aanpak Het ziekteverzuimpercentage van de Regio lag in de afgelopen jaren hoger dan het landelijk gemiddelde en stijgt nu al enkele jaren op rij. Verzuimaanpak staat bij de directie, het management en de OR hoog op de agenda.
In de tweede helft van 2022 zijn er om die reden diverse initiatieven gestart om het ziekteverzuim in kaart te brengen en om te onderzoeken wat nodig is om het verzuim te verlagen. Er is door een externe partij een onderzoek uitgevoerd naar het ziekteverzuim binnen de Regio. De belangrijkste uitkomsten worden in het eerste kwartaal van 2023 gepresenteerd. Op basis van deze uitkomsten worden actiepunten geformuleerd en prioriteiten gesteld op het gebied van de aanpak van ziekteverzuim. Er is een dashboard ontworpen dat voor alle RVE managers en leidinggevenden inzicht biedt in verzuimdata en verzuimsoorten voor de Regio, per RVE en per team. Daarnaast biedt het een ‘toolbox’ met algemene informatie over ziekteverzuim, waaronder de wettelijke verplichtingen, factsheets over diverse verzuimonderwerpen voor leidinggevenden en medewerkers en tips voor leidinggevenden met betrekking tot verzuimbegeleiding, het voeren van frequent verzuimgesprekken en de aanpak van verzuim. Het dashboard is eind december 2022 ter beschikking gesteld aan alle managers en leidinggevenden en kan naar behoefte worden uitgebreid met nieuwe of andere informatie. In 2022 is besloten tot het laten uitvoeren van een Medewerkers Tevredenheidonderzoek (MTO). Dit onderzoek staat gepland voor maart 2023.
Een aantal zaken dat uitgevraagd wordt door middel van dit onderzoek zal samenhangen met ziekteverzuim en de ervaring van medewerkers met het oog op werkdruk, veilige werkomgeving en arbeidsverhoudingen. De uitkomsten van het onderzoek zullen worden meegenomen bij het formuleren van de aanpak van het ziekteverzuim. Ziekteverzuim is een vast agendapunt tijdens de regelmatige DUO gesprekken tussen managers, leidinggevenden en HR-adviseurs. De organisatie ontwikkelagenda (OOA) In 2022 is gestart vanuit de OOA. gestart met een aantal zaken die (voor een deel) nog doorlopen in 2023: Het doorvoeren van wijzigingen in de indeling en het management bij Bedrijfsvoering, bij Sturing (omgevormd naar Beleid en Bestuur), bij Jeugd en Gezin en bij het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL) en Werkgeversservicepunt (WSP). Het C&A team is ondergebracht bij Jeugd & Gezin en is vervolgens met gemeenten omgedoopt tot Regionaal Expertise Team (RET). Eind 2022 is besloten om het samengaan van de GGD en Jeugd & Gezin per 1 januari 2024 te onderzoeken. Dit onderzoek loopt op schema. Er is een onderzoek gestart om het RBL en WSP samen te voegen in een nieuwe RVE: Werk en Onderwijs. De concernstaf is beperkt tot toezichthoudende functies. Frictiekosten Weesp Bij uittreding van de gemeente Weesp is een schadevergoeding ad € 4.128.201,46 van de gemeente Amsterdam ontvangen.
De gemeenten hebben in het traject aangegeven dat zij geen kostenverhogende effecten willen zien op hun gemeentelijke begroting. Het bedrag voorziet enerzijds in het opvangen van de weggevallen bijdrage van de 90
gemeente Weesp. Daarnaast worden de middelen ook ingezet ter dekking van veranderingskosten, waaronder worden verstaan organisatorische aanpassingen, efficiencymaatregelen (door middel van bijvoorbeeld informatisering & automatisering), mobiliteit van personeel, concentratie van huisvesting en overige maatregelen. Om de aanpak en inzet van deze middelen gestructureerd in te zetten is een eerste inschatting gemaakt van de bestemming met een verdeling van het budget over de verschillende veranderopgaven en de hoogte van de frictiekosten per jaar. In onderstaande tabel is de te volgen aanpak schematisch weergegeven. Het streven is om na 2025 de effecten van de uittreding van Weesp te hebben opgevangen. De groene kolom geeft de investeringen in efficiency en organisatorische maatregelen weer waarmee de (frictie)kosten naar beneden worden gebracht. Bij deze aanpak snijdt het mes aan twee kanten: de frictiekosten Weesp worden gemitigeerd en de kwaliteit en de efficiency van de organisatie wordt structureel op een hoger plan gebracht. 2022 Overblijvende frictiekosten
2023 Efficiencymaatregelen kantoorautomatisering Overblijvende frictiekosten
2024 Organisatorische – en personele maatregelen
2025 Organisatorische –en huisvestingsmaatregelen
Overblijvende frictiekosten
Overblijvende frictiekosten
Inzet bestemmingsreserve op structurele maatregelen
multiplier effect
Binnen de systematiek is in het schema in het groen aangegeven dat de Regio Gooi en Vechtstreek een aantal instrumenten inzet om tot de gewenste kostenvermindering en ombuigingen in de kostenstructuur te komen. Het budget aan frictiekosten levert op lange termijn het meeste effect door investeringen in het volgende pakket aan maatregelen: 1. Digitale transformatie (I&A) 2. Bedrijfsvoering maatregelen (per RVE in te zetten incidenteel budget) 3. Mobiliteit binnen het strategisch personeelsbeleid (HRM) 4. Huisvesting/concentratie functies/organisatorisch (Concern) Deze maatregelen lopen in de praktijk op onderdelen samen en beïnvloeden elkaar. Over de inzet van de vier maatregelen al of niet in combinatie en volgtijdelijkheid wordt bewust nagedacht en gestuurd. Inzake deze maatregelen is een inschatting gemaakt ten aanzien van de te begroten onttrekkingen aan de reserve. In onderstaande tabel is deze weergegeven. Onderdeel Regio GAD Digitale transformatie Bedrijfsvoering Mobiliteit Concern TOTAAL
2022 375
2023 215
2024 100
400 150 100
200 250 100 50 815
100 150 100 375 825
1.025
2025 50 430 100 100 368 1.048
2026
2027
215
100
50
50
265
150
In 2022 stond een onttrekking geraamd ter hoogte van € 1.028.555. In onderstaande tabel worden gerealiseerde onttrekkingen weergegeven. Er is alleen licht afgeweken op de onttrekkingen, zoals weergegeven in de Bestuursrapportage 2022, bij Jeugd en Gezin. De overige onttrekkingen hebben conform planning plaatsgevonden.
91
Soort kosten te onttrekken aan de reserve Frictiekosten Weesp Er is ingezet op het opleiden van verpleegkundig specialisten. Deze investering in opleidingstrajecten is lager dan initieel geraamd. Een jeugdverpleegkundige van de Regio is overgegaan naar gemeente Amsterdam. Conform de schadebepalingsovereenkomst wordt dit in mindering gebracht op de reserve frictiekosten Weesp. Er is geïnvesteerd binnen het veld van informatisering en automatisering. Het werken in de Cloud als onderdeel van de digitale transformatie op concernniveau is zowel vanuit kosten- als vanuit kwaliteitsperspectief onafwendbaar gebleken. De komende jaren zal de nieuwe informatiearchitectuur leidend zijn voor alle ontwikkelingen. In 2022 zijn kosten gemaakt ter hoogte van € 400.000. Voortkomend uit het vertrek van Weesp staat de organisatie voor een bezuinigingstaakstelling, waarbij bewerkstelligd wordt dat de gemeentelijke bijdragen voor de regiogemeenten niet toenemen. De uitwerking van het organisatie ontwikkelingsplan heeft in 2022 personele projectkosten met zich meegebracht. Voortkomend uit het maatregelenpakket is de reserve frictiekosten aangewend ten behoeve van verdere optimalisatie van het applicatie landschap, alsmede ter dekking van kosten voortkomend uit organisatorische ontwikkelingen in relatie tot het samengaan van de GGD en Jeugd en Gezin.