CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

A.3.3 BIJLAGE - Eindverslag verkenning Bouwkringloop G&V 2024 (285K

Gemeenteraad 29 januari 2025, gemeente larenBij agendapunt: Ter kennisname, van college (RIB)9.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Het circulaire landschap van de BEL-gemeenten

05-12-2024

1. Inleiding.........................................................................................................................................................................2 2. CE in internationale context................................................................................................................................ 3 2.1 Korte introductie tot CE........................................................................................................................... 3 2.2 Mondiale en Europese afspraken...........................................................................................................3 2.3 Europese wettelijke doelstellingen....................................................................................................... 4 3. Circulariteit in Nederland..................................................................................................................................... 4 3.1 Nationale Doelstellingen...........................................................................................................................4 3.2 Nationale Sporen en Routekaart............................................................................................................5 3.3 CE gerelateerde wetten............................................................................................................................

5 3.3.1 Circulair Materialenplan (CMP) en de Circulaire Economie-wet (CE-wet).................... 6 3.3.2 Wet Kwaliteitsborging voor de Bouw (Wkb)............................................................................ 7 3.3.3 Omgevingswet en Circulaire Economie....................................................................................8 3.3.4 Het bouwbesluit............................................................................................................................. 10 4. Circulariteit en Noord-Holland, MRA en Gooi & Vechtstreek............................................................... 11 4.1 Noord-Holland en de MRA...................................................................................................................... 11 4.2 Circulair inkopen en aanbesteden....................................................................................................... 12 4.2.1 Meetmethode voor Circulair Inkopen......................................................................................

12 4.2.2 Berekenen van het Percentage Circulair Inkopen................................................................13 4.3 Het convenant "Toekomstbestendige Woningbouw MRA"...........................................................14 4.4 Gooi en Vechtstreek.................................................................................................................................16 4.4.1 Spoor 1: Circulaire bouwketens.................................................................................................. 16 4.4.2 Spoor 2: Circulair ambacht.......................................................................................................... 17 4.4.3 Spoor 3: Circulaire bedrijventerreinen....................................................................................18 4.5 Bouwkringloopwinkel Initiatief............................................................................................................ 18 5. CE en de Provincie Utrecht................................................................................................................................ 20 5.1 Beleidsvisie en Doelstellingen..............................................................................................................

20 5.2 Acties en Initiatieven.............................................................................................................................. 20 5.3 Ondersteuning van Circulaire Bedrijvigheid.................................................................................... 21 5.4 Voorbeeldprojecten en Best Practices................................................................................................21 5.5 Monitoring en Evaluatie..........................................................................................................................21 5.6 Toekomstperspectieven......................................................................................................................... 22 5.7 Kringloopwinkel Eemnes........................................................................................................................22 6. De BEL-organisatie................................................................................................................................................ 23 6.1 Inkoop...........................................................................................................................................................23 6.2 Openbare Ruimte & Groen....................................................................................................................

26 6.2.1 Wettelijke verplichtingen............................................................................................................ 26 6.2.2 Wat we doen.................................................................................................................................... 27 7. Conclusie en overzicht.......................................................................................................................................... 29 7.1 Conclusie......................................................................................................................................................29 7.2 Wettelijke verplichtingen van gemeenten ten aanzien van circulaire economie................. 30 7.3 Lokale ambities.......................................................................................................................................... 31

1

1. Inleiding Dit document dient als een strategische leidraad en actieplan voor de BEL-gemeenten (Blaricum, Eemnes en Laren) om de transitie naar een circulaire economie (CE) te bevorderen en succesvol te implementeren. De transitie naar een circulaire economie is een van de meest urgente en uitdagende opgaven van onze tijd, waarbij het traditionele lineaire economische model van 'nemen, maken, gebruiken en weggooien' wordt vervangen door systemen die afval en vervuiling elimineren, producten en materialen in gebruik houden en natuurlijke systemen regenereren. De circulaire economie biedt aanzienlijke milieukundige voordelen, zoals de vermindering van grondstoffenverbruik en CO2-uitstoot, en creëert tegelijkertijd economische kansen door innovatie en efficiënter gebruik van hulpbronnen. Dit document beoogt een duidelijk overzicht te geven van de mondiale, Europese, nationale en regionale verplichtingen en ambities die de transitie naar een circulaire economie ondersteunen. Op mondiaal niveau benadrukken initiatieven zoals de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) van de Verenigde Naties het belang van duurzame consumptie en productie. De Europese Unie heeft met haar Circulaire Economie Actieplan ambitieuze doelen gesteld voor het verminderen van afval en het bevorderen van hergebruik en recycling.

In Nederland zijn deze ambities verder uitgewerkt in het Rijksbrede programma 'Nederland Circulair in 2050', dat streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Regionaal hebben samenwerkingsverbanden zoals de Metropoolregio Amsterdam (MRA) concrete stappen gezet om circulaire principes in hun beleid en praktijk te integreren. De BEL-gemeenten hebben al diverse initiatieven en projecten opgezet die bijdragen aan een circulaire economie, waaronder het bevorderen van duurzaam bouwen, het stimuleren van afvalscheiding en recycling, en het ondersteunen van lokale circulaire ondernemers. Dit document biedt een uitgebreide inventarisatie van deze initiatieven en analyseert de huidige stand van zaken binnen de BEL-gemeenten op het gebied van circulaire economie. Dit document fungeert tevens als een 'menukaart' waarin de BEL-gemeenten kunnen kiezen welke circulaire richtingen en projecten zij verder willen ontwikkelen en investeren. Naast het 2

bieden van inzicht in bestaande initiatieven, worden in deze menukaart ook concrete stappen en aanbevelingen opgetekend om de circulaire ambities van de BEL-gemeenten te realiseren. Deze stappen omvatten praktische richtlijnen, beleidsvoorstellen en actiepunten die de gemeenten kunnen volgen om een succesvolle transitie naar een circulaire economie te bewerkstelligen. Door deze gestructureerde aanpak kunnen de BEL-gemeenten gerichte en effectieve stappen nemen om hun circulaire doelen te bereiken en een duurzamere toekomst te waarborgen.

2. CE in internationale context 2.1 Korte introductie tot CE De circulaire economie (CE) staat centraal in de hedendaagse discussies over duurzaamheid en milieu. Dit concept, gericht op het maximaliseren van de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het minimaliseren van afval, is een antwoord op de traditionele, lineaire economische systemen die een 'neem, maak, verbruik en gooi weg' model volgen. Er zijn twee hoofdtypen kringlopen binnen CE: technische en biologische. Technische kringlopen concentreren zich op het behouden van de hoogste waarde van materialen door hergebruik en recycling, terwijl biologische kringlopen inzetten op het terugvoeren van biologisch afbreekbare materialen terug naar de natuur, zodat deze kunnen dienen als voedingsstoffen. De technische kringloop is in principe oneindig herbruikbaar, maar niet hernieuwbaar. De biologische cyclus is wel hernieuwbaar, maar kent vaak waardevermindering door recycling. 2.2 Mondiale en Europese afspraken Op mondiaal niveau zijn er belangrijke afspraken gemaakt die de transitie naar een meer circulaire economie ondersteunen. De Klimaatconferentie van Parijs in 2015 was een keerpunt, waarbij 196 landen het Parijs Akkoord ondertekenden om de wereldwijde temperatuurstijging deze eeuw onder de 2 graden Celsius te houden.

Hoewel het akkoord primair gericht is op de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, ondersteunt het indirect de principes van CE doordat het efficiënt gebruik van hulpbronnen en duurzame productieprocessen bevordert. Recentelijk, tijdens de Klimaatconferentie van 2023 in Dubai, werden verdere inspanningen bekrachtigd om de doelstellingen van het Parijs Akkoord te versterken. Er werd nadruk gelegd op innovatieve technologieën en systemen die kunnen bijdragen aan een koolstofarme, circulaire wereld. De conferentie benadrukte het belang van internationale samenwerking en de rol van geavanceerde economieën bij het ondersteunen van minder ontwikkelde landen in hun transitieprocessen. 3

2.3 Europese wettelijke doelstellingen De Europese Unie heeft specifieke wettelijke doelstellingen gesteld voor het bevorderen van de circulaire economie. Het EU Circulaire Economie Pakket, geïnitieerd in 2015 en bijgewerkt in 2020, bevat een reeks acties die gericht zijn op het sluiten van de levenscyclus van producten door middel van ontwerp, hergebruik, en recycling. De doelstellingen omvatten drastische veranderingen in afval en significante verbeteringen in het efficiënt gebruik van hulpbronnen. Tegen 2030 streeft de EU ernaar om 65% van het gemeentelijke afval te recyclen en de storting van afval te reduceren tot maximaal 10% van het totale afval. Deze wettelijke kaders zijn niet alleen gericht op industrieën en productie, maar omvatten ook vereisten voor de publieke sector en verplichtingen voor consumenten om een circulaire cultuur te adopteren. Dit betekent dat alle lagen van de economie en de maatschappij betrokken zijn bij het bereiken van deze ambitieuze doelen. Deze inleiding geeft een overzicht van de kernprincipes van de circulaire economie en schetst de relevante mondiale en Europese afspraken die de transitie ondersteunen. In de volgende hoofdstukken zal verder worden ingegaan op hoe deze principes en afspraken worden geïmplementeerd op nationaal en lokaal niveau binnen Nederland en specifiek binnen de BEL combinatie.

3. Circulariteit in Nederland Nederland heeft zich ambitieus opgesteld als een voorloper in de transitie naar een circulaire economie (CE), met als uiteindelijk doel om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. Deze transitie is onderbouwd door specifieke nationale doelstellingen en een duidelijke routekaart die de weg wijst naar deze toekomst. 3.1 Nationale Doelstellingen De Nederlandse overheid heeft als tussenstap vastgelegd dat in 2030 de gebruikte hoeveelheid primaire grondstoffen (mineralen, fossielen en metalen) gehalveerd moet zijn. Dit is een belangrijke mijlpaal op de weg naar het 2050 doel. Daarnaast zijn er doelstellingen voor het drastisch verminderen van CO2-uitstoot en het stimuleren van duurzame energie, wat indirect bijdraagt aan het bevorderen van circulaire principes.

4

3.2 Nationale Sporen en Routekaart De aanpak van Nederland is onderverdeeld in verschillende 'sporen', die specifieke sectoren en stromen binnen de economie adresseren. De belangrijkste sporen omvatten: 1. Biomassa en voedsel: gericht op het sluiten van kringlopen binnen de agrarische sector en het verminderen van voedselverspilling. 2. Kunststoffen: innovatie en verbeteringen in de recyclingprocessen om de kwaliteit van gerecyclede kunststoffen te verhogen. 3. Maakindustrie: het bevorderen van ontwerpen die hergebruik en reparatie mogelijk maken en het stimuleren van business modellen die als 'Product as a Service' opereren. 4. Bouw: het bevorderen van demontabel bouwen en het gebruik van duurzame of gerecyclede materialen in bouwprojecten. 5. Consumentengoederen: uitbreiding van de verantwoordelijkheid van producenten en het stimuleren van duurzame consumptie. Deze sporen zijn uitgebreider beschreven in de Nationale Routekaart voor de Circulaire Economie, die acties, verantwoordelijkheden en tijdlijnen per sector definieert. Deze routekaart fungeert als een gids voor bedrijven, overheden en andere partijen om hun strategieën af te stemmen op de nationale doelen. 3.3 CE gerelateerde wetten Op dit moment zijn gemeenten verplicht om afvalbeheer en -verwerking te reguleren in lijn met nationale recycling doelstellingen en afvalreductieprogramma's.

Ook moeten lokale initiatieven en bedrijven ondersteund worden die bijdragen aan de circulaire economie. In de nabije toekomst moeten gemeenten zich nog meer inzetten om de principes van CE te integreren in hun lokale beleid. De invoering van het CMP en de CE-wet bijvoorbeeld, zal grote gevolgen hebben voor de manier waarop de BEL-gemeenten hun afval- en materialenbeheer organiseren. Hieronder zijn enkele belangrijke gevolgen en voorbeelden van veranderingen die gemeenten moeten gaan doorvoeren: 1.

Strengere eisen voor afvalscheiding en hergebruik: Gemeenten zullen strengere regels moeten handhaven voor de scheiding van afval, waarbij bedrijven en huishoudens verplicht worden verschillende afvalstromen, zoals bioafval, plastic en textiel, gescheiden aan te leveren. Hogere recyclingdoelstellingen zullen ertoe leiden dat gemeenten regionale recycling faciliteiten moeten opzetten of versterken.

5

2.

Circulair inkopen en duurzaam bouwen: Gemeenten zullen bij aanbestedingen meer moeten inzetten op circulair inkopen, waarbij producten van gerecyclede of hernieuwbare materialen voorrang krijgen. Ook worden er strengere eisen gesteld aan circulaire bouwprincipes, zoals het gebruik van modulaire en demontabele constructies in gemeentelijke bouwprojecten.

3.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid: De CE-wet breidt de producentenverantwoordelijkheid uit, wat betekent dat gemeenten moeten samenwerken met bedrijven voor de inzameling en verwerking van specifieke producten, zoals elektronica en matrassen, waarbij producenten financieel verantwoordelijk zijn. Gemeenten moeten toezien op de naleving van deze regels.

4.

Afval als grondstof: sluiten van kringlopen: Gemeenten zullen lokale initiatieven moeten stimuleren die afvalstromen omzetten in nieuwe grondstoffen. Dit kan bijvoorbeeld door samenwerkingen tussen bedrijven te ondersteunen waarbij afval van het ene bedrijf wordt hergebruikt door een ander bedrijf, of door experimenten met afvalvrije zones of wijken.

5.

Toenemende administratieve druk en rapportageverplichtingen: Gemeenten krijgen te maken met strengere rapportage- en monitoring verplichtingen. Ze zullen gedetailleerde informatie moeten verzamelen en rapporteren over afval- en materiaalstromen en de voortgang van circulaire initiatieven binnen hun regio.

Deze ontwikkelingen dwingen gemeenten om hun interne processen en beleid te herzien en aan te passen aan de nieuwe regelgeving, terwijl ze ook een voortrekkersrol moeten spelen in de implementatie van circulaire economieprincipes binnen hun regio. 3.3.1 Circulair Materialenplan (CMP) en de Circulaire Economie-wet (CE-wet) Het Circulair Materialenplan (CMP), dat naar verwachting in 2024 wordt gepubliceerd, vervangt het huidige Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) en is een cruciale pijler in de transitie naar een circulaire economie. Het CMP richt zich op de gehele levenscyclus van materialen, met als doel om grondstoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken en afvalstromen zo veel mogelijk te minimaliseren. In tegenstelling tot het LAP3, dat vooral gefocust was op de afvalfase, biedt het CMP ook richtlijnen voor eerdere fasen zoals ontwerp, productie en gebruik. Het CMP komt voort uit de bredere nationale ambities, zoals vastgelegd in het programma ‘Nederland Circulair in 2050’, en wordt opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in nauwe samenwerking met gemeenten, bedrijven en andere relevante stakeholders.

6

De Circulaire Economie-wet (CE-wet) biedt het CMP een stevig juridisch fundament door deze te verankeren in de Wet milieubeheer (Wm). De CE-wet moderniseert de bestaande milieuwetgeving en biedt een integraal kader voor de regulering van alle fases van de circulaire keten, van grondstofwinning tot afvalbeheer. Voor gemeenten betekent dit dat zij hun afval- en duurzaamheidsbeleid verder moeten afstemmen op circulaire principes, waarbij ze een actieve rol spelen in afvalpreventie, circulair inkopen en hergebruik van materialen. Door de CE-wet krijgen gemeenten ook meer mogelijkheden om dwingende maatregelen te nemen op het gebied van circulaire economie, met duidelijke regels die in lijn zijn met zowel nationale als Europese wetgeving. 3.3.2 Wet Kwaliteitsborging voor de Bouw (Wkb) De Wet Kwaliteitsborging voor de Bouw (Wkb) is in het leven geroepen om de bouwkwaliteit te verbeteren en biedt een belangrijk juridisch kader dat nauw aansluit bij de doelstellingen van het Circulair Materialenplan (CMP) en de Circulaire Economie-wet (CE-wet). De Wkb legt meer verantwoordelijkheid bij aannemers en bouwbedrijven om de bouwkwaliteit te waarborgen, zowel tijdens de bouw als na oplevering. Dit zorgt ervoor dat de bouwsector meer aandacht moet besteden aan de levensduur, veiligheid en duurzaamheid van bouwwerken, wat cruciale elementen zijn binnen de circulaire economie.

In de praktijk betekent dit dat gemeenten hun rol in het vergunningverleningsproces moeten aanpassen. De verantwoordelijkheid voor het toetsen van de bouwkwaliteit verschuift deels naar private kwaliteitsborgers, die erkend moeten zijn en in samenwerking met gemeenten controleren of bouwwerken voldoen aan de gestelde eisen. Dit biedt gemeenten de kans om circulaire bouwprincipes, zoals het gebruik van gerecyclede materialen en demontabele constructies, op te nemen in hun vergunningstrajecten. Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk voor de handhaving van kwaliteits- en duurzaamheid voorschriften. Onder de Wkb kunnen gemeenten strenger toezien op het gebruik van circulaire materialen en technieken, met name door middel van inspecties en rapportages van de kwaliteitsborgers. Dit biedt een sterkere waarborg dat de circulaire principes die in het CMP en de CE-wet worden voorgeschreven, ook daadwerkelijk worden nageleefd tijdens het bouwproces. Ook biedt de Wkb mogelijkheden voor gemeenten om een belangrijke rol te spelen bij de verlenging van de levensduur van gebouwen. Dit sluit aan bij de kern van de circulaire economie, waar het behoud en hergebruik van materialen centraal staan. Gemeenten kunnen bij renovaties en aanpassingen strengere eisen stellen aan het gebruik van duurzame en circulaire 7

materialen, wat helpt om bouwafval te verminderen en de levensduur van bestaande bouwwerken te verlengen. 3.3.3 Omgevingswet en Circulaire Economie De Omgevingswet, die naar verwachting in 2024 volledig in werking treedt, bundelt 26 bestaande wetten op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, infrastructuur, waterbeheer en bouwregelgeving. Het doel van de wet is om regels voor de leefomgeving eenvoudiger, overzichtelijker en effectiever te maken. Voor de circulaire economie biedt deze wet kansen om duurzame initiatieven op lokaal niveau te bevorderen, maar er zijn ook beperkingen aan de mogelijkheden die de wet biedt. 3.3.3.1 Kansen voor Circulaire Economie binnen de Omgevingswet De Omgevingswet biedt gemeenten, provincies en waterschappen meer vrijheid en verantwoordelijkheid om zelf beleid te ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid en circulaire economie. De wet introduceert een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, waarbij thema’s als duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulaire economie gezamenlijk kunnen worden aangepakt in omgevingsvisies, -plannen en -programma's. Enkele belangrijke kansen die de wet biedt: 1.

Integratie van circulaire economie in omgevingsvisies en -plannen Gemeenten kunnen de principes van de circulaire economie verankeren in hun omgevingsvisie en -plannen, zoals het stimuleren van circulair bouwen, het verminderen van afvalstromen, en het stimuleren van hergebruik van materialen in de gebouwde omgeving. Gemeenten kunnen zo sturen op een duurzamer gebruik van grondstoffen door bijvoorbeeld bij de inrichting van bedrijventerreinen circulaire voorwaarden te stellen voor vergunningverlening. 2. Meer invloed op circulair bouwen Via de Omgevingswet kunnen gemeenten eisen stellen aan bouwprojecten die verder gaan dan de standaard duurzaamheidseisen. Gemeenten krijgen meer ruimte om via bestemmingsplannen en vergunningstelsels circulaire bouwprincipes te bevorderen, zoals het verplicht toepassen van demontabele bouwmaterialen of het gebruik van gerecyclede materialen in nieuwe projecten. 3. Stimuleren van lokale circulaire initiatieven

8

De wet biedt gemeenten mogelijkheden om lokale initiatieven te ondersteunen, zoals het opzetten van circulaire hubs waar bedrijfsafval wordt hergebruikt of uitgewisseld, en het stimuleren van deelinitiatieven of reparatie- en hergebruikcentra in wijken. Dit kan door middel van flexibele regelgeving en samenwerking met bedrijven en bewoners. 4. Bredere afstemming en integrale benadering De Omgevingswet moedigt aan dat verschillende beleidsdomeinen, zoals milieu, ruimtelijke ordening en gezondheid, worden geïntegreerd. Dit biedt gemeenten de kans om circulaire economie in samenhang met andere duurzaamheidsdoelen te benaderen, zoals het verminderen van de CO2-uitstoot of het bevorderen van biodiversiteit. 3.3.3.2 Gevolgen voor Gemeenten Voor gemeenten betekent de Omgevingswet een grotere verantwoordelijkheid voor het vormgeven en handhaven van beleid rond de circulaire economie. Zij krijgen de vrijheid om circulaire doelen te integreren in hun omgevingsvisies en het ruimtelijk beleid, wat vraagt om een actieve rol in het vormgeven van duurzame projecten en het faciliteren van circulaire economie-initiatieven. De belangrijkste gevolgen zijn: -

Meer beleidsruimte: Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe zij de circulaire economie in hun beleid willen vormgeven.

-

Handhaving en toezicht: De wet biedt gemeenten meer mogelijkheden om circulaire principes op te nemen in de vergunningverlening, Dit vraagt ook om scherpere handhaving en toezicht op de naleving van circulaire bouw- en milieuvoorschriften.

-

Nieuwe rollen en samenwerkingen: Gemeenten moeten actiever samenwerken met private partijen, zoals projectontwikkelaars, bouwbedrijven en kennisinstellingen, om circulaire projecten te stimuleren en te faciliteren.

3.3.3.3 Beperkingen van de Omgevingswet Hoewel de Omgevingswet veel kansen biedt voor de circulaire economie, zijn er ook enkele beperkingen: 1.

Geen verplichte circulaire normen: De Omgevingswet biedt ruimte voor gemeenten om circulaire principes in te voeren, maar er zijn geen verplichte circulaire normen opgenomen in de wet. Het is dus aan gemeenten zelf om circulaire ambities na te streven en op te nemen in hun beleid. Dit kan leiden tot grote verschillen in de mate waarin circulaire economie lokaal wordt toegepast. 9

2.

Afhankelijkheid van lokale initiatieven: Hoewel de wet gemeenten ruimte geeft om lokale initiatieven te ondersteunen, blijft de uitvoering vaak afhankelijk van private partijen en lokale ondernemers. Zonder voldoende steun of middelen van deze partijen kunnen circulaire doelen moeilijk te realiseren zijn.

3.

Complexiteit van de uitvoering: De integrale benadering van de Omgevingswet kan voor gemeenten een uitdaging zijn, vooral bij de coördinatie tussen verschillende beleidsdomeinen en het betrekken van de juiste stakeholders. Dit kan leiden tot vertragingen in de uitvoering van circulaire projecten.

3.3.4 Het bouwbesluit Het Bouwbesluit 2012 en de bijbehorende Regeling Bouwbesluit bevatten diverse aspecten die relevant zijn voor circulair bouwen. in 2024 zijn de hierin opgenomen eisen leidend bij de inkoop en ontwikkeling van bouwwerken. De maatregelen in het Bouwbesluit zijn onderdeel van een bredere strategie van de Nederlandse overheid om de bouwsector te verduurzamen en de overgang naar een circulaire economie te versnellen. Hieronder vallen: 1. Hergebruik van materialen: Het Bouwbesluit 2012 is aangepast om hergebruik van secundaire grondstoffen in bouwwerken te stimuleren. Dit houdt in dat er specifieke voorschriften zijn voor het aannemelijk maken van maatregelen voor verlenging van de levensduur van bouwwerken en scenario’s voor recycling en hergebruik na sloop. 2. MilieuPrestatie Gebouwen: De MPG-score is een indicator die de milieubelasting van materialen in een gebouw meet. Het Bouwbesluit vereist een berekening van de MPG-score bij het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze score wordt uitgedrukt in euro’s maatschappelijke kosten en helpt bij het evalueren van de duurzaamheid van een gebouw gedurende de gehele levenscyclus. De maximale MPG-score mag in 2024 0.8 zijn. In 2025 wordt dit verlaagd naar 0.7. Deze score is scherper dan de bronzen ambitie van het convenant duurzame woningbouw. 3.

Verlenging van levensduur: Regels zijn verduidelijkt voor het aannemelijk maken van maatregelen die de levensduur van bouwwerken verlengen. Dit omvat ontwerpen die eenvoudig aanpasbaar en demontabel zijn, zodat onderdelen van gebouwen kunnen worden hergebruikt of gerecycled aan het einde van hun levensduur. 4. Circulaire Ontwerpprincipes: Het Bouwbesluit moedigt het gebruik van circulaire ontwerpprincipes aan. Dit betekent dat gebouwen zodanig worden ontworpen dat ze aan het einde van hun levensduur gemakkelijk gedemonteerd kunnen worden en de materialen opnieuw gebruikt kunnen worden in nieuwe bouwwerken

10

4. Circulariteit en Noord-Holland, MRA en Gooi & Vechtstreken De BEL Combinatie is strategisch gelegen in twee belangrijke regio's van Nederland: de Gooi en Vechtstreek en de provincie Utrecht. Beide regio's hebben hun eigen benaderingen en initiatieven in de implementatie van circulaire economie (CE), gericht op het behalen van nationale en lokale duurzaamheidsdoelstellingen. Tevens hebben de gemeenten zich aangesloten bij diverse convenanten en/of regionale initiatieven waarin wordt ingezet op circulair. 4.1 Noord-Holland en de MRA De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een samenwerkingsverband van 30 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland, en de Vervoerregio Amsterdam. Het doel van de MRA is om de economische positie, leefbaarheid en bereikbaarheid van de regio te versterken door middel van gezamenlijke initiatieven en projecten. De provincie Noord-Holland is een van de belangrijkste partners binnen de MRA. Als regionale overheid speelt de provincie een cruciale rol in het ontwikkelen en implementeren van beleidsmaatregelen die de hele metropoolregio ten goede komen. De samenwerking binnen de MRA zorgt ervoor dat initiatieven en beleidsplannen op elkaar worden afgestemd en dat er effectief kan worden samengewerkt op het gebied van infrastructuur, economie, woningbouw, en duurzaamheid.

De provincie Noord-Holland draagt bij aan de MRA door het verstrekken van financiële middelen, expertise en beleidskaders die de regionale ontwikkeling ondersteunen. Dit helpt bij het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen zoals de woningnood, de overgang naar duurzame energie, en het verbeteren van de mobiliteit binnen de regio. De MRA zet sterk in op het bevorderen van een circulaire economie, waarbij afval wordt verminderd en materialen hergebruikt. Dit sluit aan bij de duurzaamheidsdoelen van zowel de MRA als de provincie Noord-Holland. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft ambitieuze inkoopdoelstellingen die gericht zijn op het bevorderen van een circulaire economie. De MRA werkt nauw samen met verschillende gemeenten, provincies en andere stakeholders om de regio duurzamer te maken en een toekomstbestendige economie te creëren.

11

Een belangrijk onderdeel van de inkoopstrategie is de overgang naar een circulaire economie, waarbij afval tot een minimum wordt beperkt en materialen en producten zo veel mogelijk worden hergebruikt. Dit betekent dat de MRA zich richt op het herontwerpen van de stroom van hulpbronnen zoals bouwmaterialen, water, voedsel en energie om ze in de economie te houden en hun waarde te behouden of opnieuw te creëren. Een voorbeeld van een circulair initiatief is de samenwerking met geoFluxus, een project dat alle afvalstromen in de regio in kaart brengt om hergebruik te faciliteren. Dit initiatief heeft aangetoond dat ongeveer 20% van al het afval in de regio potentieel kan worden hergebruikt door andere bedrijven. Daarnaast werkt de MRA aan de ontwikkeling van materiaalpaspoorten via platforms zoals Madaster. Deze paspoorten bevatten gedetailleerde informatie over waar grondstoffen zich bevinden in gebouwen, wat het makkelijker maakt om deze materialen te herwinnen tijdens renovaties of sloop. De MRA streeft ernaar om tegen 2050 volledig circulair te zijn. Dit omvat het gebruik van bio-based materialen in de bouw en het bevorderen van circulaire bouwwijzen zoals urban mining.

Bovendien worden er gegevens verzameld en geanalyseerd om de beschikbaarheid en kwaliteit van herbruikbare materialen in kaart te brengen, wat bijdraagt aan een betrouwbaardere toeleveringsketen voor gerecyclede grondstoffen. Deze inspanningen maken deel uit van een bredere agenda om de regio toekomstbestendig en goed gebalanceerd te maken, waarbij duurzaamheid en inclusiviteit centraal staan. 4.2 Circulair inkopen en aanbesteden De Metropoolregio Amsterdam (MRA) hanteert een specifieke meetmethode voor circulair inkopen en opdrachtgeverschap, bekend als de spendanalyse. Deze methodiek biedt inkopers de mogelijkheid om met relatief weinig inspanning de mate van circulariteit van hun aankopen te meten. 4.2.1 Meetmethode voor Circulair Inkopen De roadmap van de MRA introduceert de spendanalyse als een effectieve manier om de circulaire prestaties van producten, diensten of inkooppakketten te beoordelen. De methodiek omvat een wegingspercentage per onderdeel om te bepalen in hoeverre een specifiek product, dienst of inkooppakket circulair is ingekocht. De methode is vooral gericht op het proces. Soms blijken circulaire aspecten nog niet rijp genoeg om toe te passen, maar door er de komende 12

jaren consequent naar te vragen, wordt nooit een kans op circulaire componenten in aanbestedingen gemist.

Tabel 1: Wegingspercentage per onderdeel spend analyse Aspect

Weging

Marktconsultatie

10%

Uitvraag

30%

Contract

30%

Borging

30%

Voor aanbestedingen waarbij gebruik wordt gemaakt van een uitdraai van Tenderned zonder administratieve gegevens voor borging, geldt een maximale score van 70%. Aspecten van de methodiek: ●

Marktconsultatie: Onderzoek naar hoe een product circulair(der) kan zijn, inclusief ontwikkelingen en huidige marktpraktijken.

●

Uitvraag: Het opnemen van eisen, wensen en/of voorwaarden die bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie.

●

Contract: Het vastleggen in contracten dat materialen en producten hoogwaardig worden hergebruikt en de verdere verwerking van de materiaalstroom na eerste gebruik.

●

Borging: Het zeker stellen dat de circulaire afspraken worden nageleefd, inclusief evaluatiegesprekken.

4.2.2 Berekenen van het Percentage Circulair Inkopen Om het percentage van circulariteit van een inkoopcontract vast te stellen, wordt de wegingsmethodiek van tabel 1 gebruikt. Het totaalpercentage circulair inkopen van een organisatie wordt berekend door de scores van verschillende inkooppakketten of aanbestedingen op te tellen en te middelen. Er worden ook twee specifieke gemiddelde percentages berekend: één voor inkooppakketten of aanbestedingen met directe invloed en één voor die met indirecte invloed. 13

Idealiter zou het effect van inspanningen op circulair inkopen gemeten moeten worden, maar dit is nog moeilijk omdat er nog geen heldere effect-indicatoren bestaan. Samen met partners zoals de gemeente Amsterdam en Metabolic investeert de MRA in de ontwikkeling van deze indicatoren. Totdat effectmonitoring is geïmplementeerd, wordt een proces-meetmethode gebruikt om beweging in de circulaire economie te realiseren. Deze gestructureerde aanpak helpt de MRA om de voortgang naar een circulaire economie te volgen en te sturen op resultaten, met als doel om tegen 2050 volledig circulair te zijn. 4.2.4 De Leidse ladder in Openbare Werken Voor aanbestedingen van ruimtelijke projecten in bijvoorbeeld fysieke infrastructuur zijn er diverse meetmethodes voor het percentage circulair in gebruik. Een van deze methoden is de Leidse Ladder. De Leidse ladder bestaat uit een vragenlijst die van schetsontwerp tot de aanbesteding ingevuld kan worden. Uit de vragenlijst komt een puntenaantal naar voren dat bepaalt of een project aan de doelstelling van de gemeente Leiden voldoet. De doelstelling daar is om vanaf 2023 alle gemeentelijke bouwprojecten 100% circulair uit te vragen. Dat wil zeggen dat 100% van de circulaire maatregelen die op dat moment mogelijk en realistisch zijn, worden toegepast.

4.3 Het convenant "Toekomstbestendige Woningbouw MRA" Dit convenant bevat diverse afspraken en doelen gericht op de circulaire economie waaraan de deelnemende gemeenten zich hebben gecommitteerd. Hieronder volgen de belangrijkste aspecten van deze afspraken. Blaricum en Laren hebben zich hier niet bij aangesloten. Eemnes is wel aangesloten bij een gelijkaardig initiatief voor Utrechtse gemeenten. 1.

Algemene Afspraken De ondertekenaars streven ernaar om nieuwbouwlocaties en gebiedstransformaties zo toekomstbestendig en duurzaam mogelijk te ontwikkelen door gebruik te maken van het toetsingskader. Hierbij houden ze rekening met de kwaliteit van de leefomgeving, milieu, technische, financiële en economische aspecten, met behoud van betaalbaarheid, volume en snelheid van de bouwopgave.

2.

Integrale Aanpak

14

De ondertekenaars streven naar een integrale aanpak op het gebied van energiepositief/energieneutraal bouwen, circulair bouwen, klimaatadaptief bouwen, natuurinclusief bouwen, duurzame mobiliteit en een gezonde leefomgeving . 3.

Circulaire Economie Specifiek Doelen omvatten het streven naar een circulaire economie in 2050, met een subdoel van 50% minder primaire grondstoffen in 2030. Daarnaast moet circulaire economie in de nieuwbouw bijdragen aan CO2-reductie, met doelen zoals vastgesteld in het klimaatakkoord: een CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van 1990, waarschijnlijk aangescherpt naar 55% in 2030 en 95% in 2050.

4.

De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) De MPG is een belangrijke indicator, waarbij per 1 juli 2021 een landelijke grenswaarde van maximaal 0,80 geldt, die stapsgewijs wordt aangescherpt tot 0,50 in 2030. In 2025 biedt een

5.

Handelingsperspectief en Monitoring De ondertekenaars zorgen voor een voortdurende evaluatie en monitoring van de voortgang van het convenant en passen waar nodig het convenant aan om de doelen beter te realiseren. Ze dragen bij aan het verder invullen en vormgeven van het convenant door vragen en ervaringen te delen en gezamenlijk oplossingen te zoeken. Deze afspraken en doelen benadrukken de gezamenlijke inzet van de gemeenten binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om bij te dragen aan een duurzame en circulaire economie door middel van toekomstbestendige woningbouwprojecten.

Hoewel het bouwbesluit en het convenant veel overlap kennen, zijn er ook enkele verschillen. In tabel 1 zijn de verschillen tussen het bouwbesluit en convenant ambitie brons. Tabel 2: verschillen Bouwbesluit en Convenant TBW Aspect

Bouwbesluit 2012

Convenant; Brons

Regelgeving Type

Wettelijk Verplicht

Vrijwillige afspraken tussen gemeenten

Hergebruik Materialen

Voorschriften voor hergebruik van secundaire grondstoffen​

Minimaal 30% van de gebruikte materialen moet non-virgin of biobased zijn​

15

MPG-Score

Verplichte MPG-berekening bij omgevingsvergunning, grenswaarde van 0,80​

MPG-score maximaal 0,75

Materialenpaspoort

Geen verplichting

Sterk aanbevolen, dient als bewijslast voor circulaire indicatoren

Levensduurverlenging

Maatregelen voor verlenging van levensduur en recycling na sloop

Bevat maatregelen voor verlenging van levensduur door ontwerpprincipes

Samenwerking

Geen specifieke nadruk op samenwerking

Actieve samenwerking en kennisdeling tussen gemeenten en andere partijen

Ambitieniveaus

Geen specifieke ambitieniveaus

Brons: basisniveau voor duurzaamheid en circulariteit

Doelstellingen

Voldoen aan wettelijke minimumeisen

Gericht op CO2-reductie, circulariteit en energietransitie, met basisdoelen voor brons​

4.4 Gooi en Vechtstreek De Gooi en Vechtstreek, waaronder Blaricum en Laren vallen, heeft zich gericht op de integratie van circulaire principes in stedelijke ontwikkeling en beheer van natuurlijke hulpbronnen. De regio heeft specifieke aandacht voor het bevorderen van circulaire bouwpraktijken. Dit omvat het stimuleren van het gebruik van duurzame en herbruikbare materialen in bouwprojecten en het faciliteren van de deelname van lokale bedrijven aan circulaire initiatieven. De circulaire ambities van de regio zijn vertaald naar 3 verschillende sporen. Deze zijn: 4.4.1 Spoor 1: Circulaire bouwketens De bouwsector heeft een aanzienlijke impact op het milieu, goed voor ongeveer 50% van het totale grondstoffengebruik in Nederland, 40% van het energieverbruik, 30% van het waterverbruik en 35% van de CO2-uitstoot. Bovendien genereert de sector een groot aandeel van het totale afval in Nederland. Daarom is het van cruciaal belang om de milieu-impact van de bouwsector te verminderen door circulaire bouwmethoden toe te passen. Dit houdt in dat grondstoffen zo veel mogelijk worden hergebruikt en dat afval tot een minimum wordt beperkt. In de regio lopen er diverse initiatieven. Waaronder: 1.

Biobased woningbouw met lokaal hout: Onderzoek naar de bouw van (sociale) woningen met hout uit het Gooise Natuurreservaat.

16

2.

Circulaire badkamers: Samenwerking tussen woningcorporaties en bouwbedrijven voor de renovatie van sociale huurwoningen met circulaire badkamers.

3.

Minimaster duurzaam en circulair bouwen: Programma voor ondernemers en beleidsambtenaren om duurzaam en circulair bouwen te bevorderen.

4.

Regionale bouwkringloop: Verkenning van hoogwaardig hergebruik van secundaire bouwmaterialen.

Voor de toekomst volgt de regio de volgende denkrichting; -

Bevorderen van circulaire inkoop in bouwprojecten.

-

In kaart brengen van kansrijke en impactvolle materiaalstromen.

-

Monitoren en meten van impact.

-

Onderzoeken van ophaalmogelijkheden.

4.4.2 Spoor 2: Circulair ambacht Circulair ambacht en bedrijvigheid spelen een cruciale rol in het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalgebruik. Dit thema richt zich op het hergebruiken van producten en materialen door middel van reparatie, opknappen en het creëren van nieuwe producten uit oude materialen. Dit draagt niet alleen bij aan afvalreductie, maar bevordert ook creativiteit en innovatie binnen de lokale economie. Enkele lopende initiatieven op dit gebied zijn: 1.

Vergroten inclusieve circulaire economie: Onderzoek naar de haalbaarheid van een inclusieve circulaire economie met de Tomingroep als sociaal ontwikkelbedrijf.

2.

Regionale circulaire ambachtscentra: Initiatieven zoals de Altijdwerkplaats en Opwaarts, die werkplekken creëren voor lokale makers en gebruik maken van secundaire materialen.

3.

Hilversum Repareert: Project om reparatie van meubels, kleding en elektrische apparaten te stimuleren.

4.

Circulair gordijnen project: Gratis isolerende gordijnen van restmaterialen voor inwoners met een hoge energierekening.

Voor de toekomst volgt de regio de volgende denkrichting; -

Versterken van het regionale netwerk van makers.

-

Delen en verfijnen van de verhalen over circulair ambacht.

-

Oogsten van materialen voor makers.

17

-

Versterken van de poortwachtersfunctie van Tomingroep en GAD om hergebruik te stimuleren.

-

Verbinden met het onderwijs voor reparatie- en kluslessen.

4.4.3 Spoor 3: Circulaire bedrijventerreinen Bedrijventerreinen spelen een sleutelrol in de transitie naar een circulaire economie. Hier vindt namelijk ruim 60% van het Nederlandse grondstoffengebruik plaats, wat betekent dat bedrijventerreinen aanzienlijke mogelijkheden bieden voor het verminderen en anders gebruiken van grondstoffen. Het bevorderen van circulariteit op bedrijventerreinen kan bijdragen aan het efficiënter gebruik van materialen en het verminderen van afvalstromen. Lopende initiatieven zijn; 1.

Reststromen bedrijventerreinen: Onderzoek naar de circulaire potentie van reststromen op bedrijventerreinen.

2.

Green Business Club: Verkenning van een lokale impact organisatie die duurzame projecten initieert.

3.

SPOT 035/MKB digital & circular workspace: Platform om mkb’ers te ondersteunen bij digitalisering en circulariteit.

4.

Circulaire coaches: Initiatief om ondernemers te voorzien van advies en circulaire scans.

Voor de toekomst volgt de regio de volgende denkrichtingen; -

Anticiperen op waar energie zit bij bedrijven.

-

Implementeren van de bedrijventerreinstrategie van de MRA.

Deze drie sporen vormen samen een uitgebreide aanpak om de transitie naar een circulaire economie in de regio Gooi en Vechtstreek te bevorderen, door zowel de bouwsector, ambachtelijke activiteiten als bedrijventerreinen te betrekken. 4.5 Bouwkringloopwinkel Initiatief In januari van 2024 is er een verkenning gestart naar de mogelijkheid van een bouwkringloopwinkel in de regio Gooi & Vechtstreken. Het initiatief richt zich op het opzetten van een systeem voor het hergebruik van bouwmaterialen. Dit systeem is bedoeld om de stroom van (potentieel) herbruikbare bouwproducten te beheren en te optimaliseren, met als doel afvalreductie en hoogwaardig hergebruik van materialen te bevorderen. De focus ligt niet op het terugwinnen van materialen uit grote sloopprojecten. Voor deze ‘oogst’ klussen zijn vaak al voldoende partijen die zich hierop richten. Het idee is dat bij een verbouwing van een schuur, 18

keuken, vloer of badkamer bij particulieren en/of kantoren, de verwijderde onderdelen opnieuw aangeboden kunnen worden in de bouwkringloopwinkel. De bouwkringloopwinkel onderscheidt twee hoofdbronnen van bouwproducten: ●

Particulieren: Een gestage stroom van kleine partijen goed bruikbare producten die momenteel vaak in het afval belanden.

●

Professionele partijen: Materialen die vrijkomen bij bouw-, verbouw-, sloop- en demontage projecten. Dit omvat zowel grote aantallen professioneel herbruikbare producten als incidentele partijen van hoogwaardig materiaal.

Concept van de bouwkringloopwinkel: 1.

Ontsluiten van inkomende bouwstromen: Door een lokaal breed maatwerk-ecosysteem op te zetten, worden de verschillende toelevering stromen gecombineerd. Dit creëert een continue stroom van particuliere restmaterialen en kwalitatief hoogwaardige professionele restpartijen.

2.

Lokale hubs en kenniscentra: Een of meer centrale fysieke hubs fungeren als herkenningspunten voor het brengen en halen van secundaire bouwmaterialen en bieden tevens sociale werkplekken. Deze hubs dienen ook als kenniscentra voor bouwmaterialen.

3.

Afvalreductie en milieuwinst: Het hergebruik van bouwproducten resulteert direct in afvalreductie. Door grof en huishoudelijk restafval te voorkomen en herbruikbare producten te verkopen aan klussers en particulieren, wordt een hoog milieurendement gerealiseerd.

De aanpak van de bouwkringloopwinkel bestaat uit drie fasen: Fase 1 Potentiescan: Een volledige inventarisatie van afvalstromen, betrokken actoren en economische posities in de gemeente, resulterend in een rapport en plan van aanpak. Fase 2 Businesscase: Samenwerken met stakeholders om een samenwerkingsmodel en businesscase uit te werken, inclusief kosten en baten. Fase 3 Start exploitatie: Implementatie van het bouwkringloop systeem, waarbij alle betrokken partijen samenwerken vanuit een gezamenlijke begroting en exploitatiemodel.

19

5. CE en de Provincie Utrecht De provincie Utrecht, waar vanuit de BEL-combinatie alleen Eemnes onder valt, zet zich actief in voor de transitie naar een circulaire economie (CE) met als doel om in 2050 volledig circulair te zijn. Deze ambitie sluit aan bij de nationale doelstellingen om het gebruik van primaire grondstoffen in 2030 te halveren en in 2050 een circulaire economie te realiseren. De provincie heeft verschillende strategieën en programma’s ontwikkeld om deze doelen te bereiken, waaronder het stimuleren van circulaire bedrijvigheid, kennisdeling en samenwerking tussen diverse stakeholders. 5.1 Beleidsvisie en Doelstellingen De provincie Utrecht heeft in april 2021 haar beleidsvisie voor een circulaire samenleving vastgesteld. Deze visie bevat drie hoofddoelen: 1.

Vermindering van milieudruk: Door efficiënter gebruik van grondstoffen en het minimaliseren van afvalstromen wordt de milieudruk aanzienlijk verlaagd.

2.

Verbeteren van leveringszekerheid: Door het bevorderen van hergebruik en recycling wordt de afhankelijkheid van primaire grondstoffen verminderd.

3.

Ontwikkelen van een toekomstgerichte regionale economie: Door innovatie en samenwerking wordt een robuuste en duurzame regionale economie ontwikkeld.

5.2 Acties en Initiatieven De provincie Utrecht heeft diverse initiatieven en samenwerkingsverbanden opgezet om de circulaire economie te bevorderen: ●

Alliantie Cirkelregio Utrecht: Dit samenwerkingsverband stimuleert kennisdeling en ondersteunt circulaire projecten in de regio. De alliantie biedt een platform voor ondernemers, overheden en kennisinstellingen om samen te werken aan circulaire oplossingen.

●

Servicepunt Circulair: Dit servicepunt biedt ondersteuning en advies aan ondernemers, particulieren en lokale overheden die willen bijdragen aan de circulaire economie. Het helpt bij het opstarten van nieuwe initiatieven en het versterken van bestaande circulaire bedrijfsmodellen.

●

Utrechtse Circulair Ambtenaren Netwerk (UCAN): Dit netwerk van ambtenaren circulaire economie wordt getrokken door de Natuur Milieufederatie Utrecht (NMU). In dit verband worden regelmatig werkgroepen en bijeenkomsten georganiseerd. Het

20

forum wordt veel gebruikt om informatie en tips uit te wisselen. Ook wordt er soms samen opgetrokken bij het ontwikkelen en/of uitvoeren van beleid. 5.3 Ondersteuning van Circulaire Bedrijvigheid De provincie Utrecht ondersteunt MKB’ers en andere bedrijven bij hun overgang naar circulair ondernemen: ●

Ketenregisseur: De provincie heeft een ketenregisseur aangesteld die bedrijven helpt bij het sluiten van circulaire ketens en het matchen van vraag en aanbod. De ketenregisseur biedt praktische ondersteuning bij het aanvragen van subsidies en het navigeren door regelgeving.

●

Subsidies en financiering: Er zijn diverse subsidiemogelijkheden beschikbaar voor bedrijven die willen investeren in circulaire projecten. Dit omvat subsidies voor haalbaarheidsstudies, R&D-samenwerkingsprojecten en de implementatie van circulaire innovaties.

5.4 Voorbeeldprojecten en Best Practices De provincie Utrecht heeft al verschillende succesvolle circulaire projecten en initiatieven ondersteund: ●

Hof van Cartesius: Een proeftuin voor circulaire economie waar creatieve ondernemers werken in paviljoens die voor 90% zijn gebouwd met gebruikte of bio-based materialen. Dit project wordt ondersteund door de provincie en dient als voorbeeld voor circulaire gebiedsontwikkeling.

●

Circular Economy Labs: Georganiseerd door het Utrecht Sustainability Institute, deze labs richten zich op het bespreken van concrete knelpunten en het formuleren van gezamenlijke acties voor de circulaire economie. Dit biedt een platform voor stakeholders om kennis en best practices te delen

5.5 Monitoring en Evaluatie Recentelijk werd er door de ‘monitoring specialist’ van de provincie Utrecht een update gegeven over de voortgang en plannen voor de monitoring van de circulaire economie in de regio. deze plannen komen voort uit de uitkomsten van een onderzoek naar verschillende scenario's voor het monitoren van de circulaire transitie:

21

1.

Utrechtse monitor op nationale doelen: Dit scenario werd door de meeste gemeenten als wenselijk gezien, maar verdere ontwikkeling van de provinciale grondstoffenmonitor naar gemeenteniveau werd als onnodig beschouwd.

2.

Utrechtse monitor op gezamenlijke doelstellingen: Hoewel dit scenario op korte termijn geen prioriteit heeft, kan het op de midden- of lange termijn belangrijker worden.

3.

Community of Practice (CoP): Positief ontvangen, deze aanpak richt zich op gezamenlijke ontwikkeling van gemeentelijke monitoring en versterking van samenwerking binnen de regio.

Op basis van deze resultaten stelt de provincie voor om een monitoringsplan te maken dat aansluit op nationale en internationale monitoring en om verder te werken aan gezamenlijke doelen binnen een Utrechts convenant. Daarnaast wordt voorgesteld om een community of practice op te zetten en hierbij aan te sluiten bij bestaande initiatieven zoals de training over monitoring die Circularities organiseert. 5.6 Toekomstperspectieven De provincie Utrecht blijft zich inzetten voor de circulaire economie door verdere samenwerking met regionale en nationale partners, het versterken van het circulaire netwerk en het ondersteunen van innovatieve circulaire projecten. De focus ligt op het creëren van een veerkrachtige en duurzame regionale economie die klaar is voor de uitdagingen van de toekomst. De provincie speelt een voortrekkersrol in de transitie naar een circulaire economie door middel van beleid, ondersteuning van ondernemers en het stimuleren van innovatie en samenwerking. Met een breed scala aan initiatieven en een sterke focus op kennisdeling en samenwerking, werkt de provincie toe naar een volledig circulaire economie in 2050. 5.7 Kringloopwinkel Eemnes Kringloopwinkel Eemnes is een succesvolle kringloopwinkel gevestigd op een A-locatie.

De winkel gaat dit jaar fuseren met twee andere kringloopwinkels uit de provincie Utrecht, waardoor drie organisaties worden samengevoegd tot één. Deze fusie zal de kringloopwinkel helpen hun ambities te realiseren. Een van de grote wensen van Kringloopwinkel Eemnes is uitbreiding. Door deze uitbreiding zou er meer ruimte ontstaan voor het halen en brengen van goederen, evenals meer schapruimte om producten te verkopen. Momenteel wordt er een verkenning uitgevoerd voor uitbreiding aan de voorzijde van de winkel, maar de grote wens is om het terrein aan de achterzijde uit te

22

breiden. Een uitdaging hierbij is dat het terrein aan de achterzijde momenteel wordt gebruikt door de buitendienst. De fusie- en uitbreidingsplannen stellen Kringloopwinkel Eemnes in staat om hun dienstverlening te verbeteren en een grotere bijdrage te leveren aan de circulaire economie in de regio. Door meer ruimte te creëren voor het verwerken en verkopen van herbruikbare goederen, kunnen zij meer afval reduceren en hergebruik stimuleren, wat bijdraagt aan de duurzaamheid van de regio.

6. De BEL-organisatie 6.1 Inkoop Op inkoopafdelingen zijn er diverse knoppen waaraan kan worden gedraaid om de transitie naar een circulaire economie te stimuleren. Denk aan het opstellen van specifieke gunningscriteria op het gebied van materialen, hergebruik of lokaliteit. In theorie is er veel mogelijk in de relatie tussen CE en inkoop. Door een overheid kan geld als instrument worden ingezet om circulair ondernemerschap in de regio te stimuleren. Hoewel de financiële middelen niet altijd beschikbaar zijn voor circulaire ambities, kunnen we toch kleine successen worden gerealiseerd. Naast hetgeen wat we kunnen doen, zijn er ook zaken waaraan de BEL zich heeft gecommitteerd. Zoals bijvoorbeeld het MRA convenant circulaire inkopen zoals beschreven op pagina 8. De BEL-afdeling inkoop is tot op zekere hoogte al actief bezig met het stukje circulaire economie. Voorbeelden zijn de circulaire kantine in het ‘Huis van de BEL’ en de circulaire stoelen voor het personeel. Beide projecten zijn geïnitieerd door de inkoopafdeling en uitgevoerd met variërende resultaten. Beide casussen zijn illustratief voor de kansen en belemmeringen op het gebied van CE. Casus Kantine: In de vernieuwing van de kantine is er veel over circulaire toepassingen nagedacht.

Er is met name aandacht besteed aan hoe de al aanwezige materialen een facelift kunnen krijgen, en hoe materialen die moeten worden toegevoegd een circulaire toepassing kunnen krijgen. Dit heeft ertoe geleid dat de tafels en stoelen in de kantine, met kleine aanpassingen, een plek hebben gekregen in de vernieuwde kantine. Ook is er veel nagedacht over het toepassen van hergebruikte materialen. Dit is terug te zien in de lampen en planten die zijn gemaakt van teruggewonnen vilt. Hoewel er dus veel mogelijk is op het gebied van circulaire toepassing in de huisvesting, zit er vaak een hoger prijskaartje aan dan de ouderwetse, niet circulaire, virgin materialen. 23

Casus Bureaustoelen: De bureaustoelen in de BEL hebben hun beste tijd gehad en zijn hard toe aan vervanging. Opgezet als experiment, is de afdeling inkoop op zoek gegaan naar (zo circulair mogelijke) bureaustoelen. Voor deze stoelen is de samenwerking aangegaan met een bedrijf dat gebruikte bureaustoelen refurbished en elders een tweede leven schenkt. Tijdens de eerste afleverpoging bleek al snel dat een aantal stoelen niet voldeden aan de basiseisen die aan de stoelen waren gesteld. Zo lieten stoffen los of werkte de functionaliteit niet altijd even goed, nadat de stoelen dezelfde dag weer zijn ingenomen om te verbeteren, waren ze een aantal maanden later bij de volgende leverpoging weer van onvoldoende kwaliteit. Deze casus illustreert dat in sommige gevallen de functionaliteit van producten onvoldoende kan worden hersteld om aan gestelde minimumeisen te voldoen. Naast deze casussen is de inkoopafdeling actief bezig met het implementeren van duurzaamheidsafwegingen bij het opzetten van aanbestedingen en verzorgen zij ook de beoordeling van de ingediende aanbiedingen. Dat dit wordt gedaan is in de basis ontzettend goed. Echter valt er ook een grote winst te behalen door betere samenwerking op te zoeken met het cluster Duurzaamheid/Milieu.

Door integraal samen te werken en samen aan de voorkant meer na te denken over de duurzaamheidscriteria (en controle) bij aanbestedingen, kunnen er mogelijk nog meer circulaire resultaten worden behaald. Hieronder is een aantal mogelijkheden en voorbeelden beschreven van het stimuleren van CE in inkoop. 1.

Implementeren van de MRA circulaire inkoop principes Laren en Blaricum hebben zich gecommitteerd aan het implementeren van de circulaire inkoop principes van de MRA zoals beschreven op pagina 8. De vier fasen van deze methode dienen een plek te krijgen in ons strategisch inkoopbeleid. Wellicht dat dit instrument niet direct op alles kan worden toegepast, er kan in ieder geval gestart worden met het toepassen van deze methode op specifieke aanbestedingen/ inkoop gebieden (denk bijvoorbeeld aan de inkoop door Openbare Werken).

2.

Beïnvloeden van Markt en Aanbod. Een duurzaam Inkoopbeleid waarvan het stimuleren van circulair ondernemerschap centraal staat is een belangrijk instrument om CE te stimuleren. De inkoopafdeling kan duurzaamheidscriteria integreren in het inkoopbeleid, wat leveranciers verplicht om producten en diensten te leveren die voldoen aan circulaire principes. Dit kan variëren van het inkopen van gerecyclede materialen tot het kiezen van leveranciers die milieuvriendelijke productieprocessen hanteren. Door consequent te kiezen voor circulaire producten en diensten, kan de afdeling inkoop een sterke marktvraag creëren. 24

Dit stimuleert leveranciers om meer duurzame producten te ontwikkelen en aan te bieden, wat leidt tot een bredere acceptatie van circulaire economie principes in de markt. 3.

Ondersteuning van Lokale Economieën In de drie BEL-gemeenten zijn diverse bedrijven aanwezig die zich bezighouden met duurzaamheid en/of circulaire producten ontwikkelen (zoals straatmeubilair). De afdeling inkoop kan samenwerken met lokale bedrijven en startups die zich richten op de circulaire economie. Dit stimuleert lokale economische groei en innovatie, en bevordert de opkomst van duurzame bedrijfsmodellen in de regio. Door eisen te stellen aan de duurzaamheid van de gehele leveringsketen, kan de afdeling inkoop ervoor zorgen dat alle schakels in de keten voldoen aan circulaire principes. Dit bevordert transparantie en verantwoordelijkheid bij leveranciers en onderaannemers.

4.

Stimuleren van Circulaire Innovaties Door innovatieve aanbestedingsprocedures toe te passen, zoals prestatiecontracten en levenscyclusanalyses, en de BDM-strategie van Rijkswaterstaat, kan de afdeling inkoop leveranciers aanmoedigen om duurzame en circulaire oplossingen aan te bieden. Dit kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve producten en diensten en een besparing van de hoeveelheid materialen toegepast in een product.

5.

Lange Termijn Partnerschappen en dienstenovereenkomsten Het opzetten van lange termijn partnerschappen met duurzame leveranciers, of het toevoegen van diensten, kan bijdragen aan een stabiele en betrouwbare toevoer en onderhoud van circulaire producten en diensten. Een goed voorbeeld hiervan is de aanleg van een weg binnen de gemeente. De gemeente kan een bedrijf inschakelen dat een nieuwe weg aangelegd. Wanneer de weg door gebruik en weersomstandigheden slijt, en gerepareerd moet worden, gaat de financiële meter weer lopen. Voor de ontwikkelaar van de weg is er geen incentive om de beste materialen te gebruiken voor een zo duurzaam mogelijk gebruik van de weg. De kans is namelijk groot dat wanneer de ontwikkelaar hiervoor kiest, zijn bieding te duur is om de gunning te krijgen. Wanneer ook het onderhoud van de weg bij de aanbesteding wordt meegenomen, zullen de aanbiedingen veranderen. Niet de financieel voordeligste qua aanleg, maar degene met het minste onderhoud zal worden aangeboden.

25

Zoals eerder benoemd is het implementeren van de MRA circulaire inkoop principes een vereiste waaraan Laren en Blaricum zich hebben gecommitteerd. Daarnaast zijn er ook kleine ingrepen mogelijk in het inkoopbeleid, die al een groot verschil kunnen maken voor de transitie naar een circulaire economie. 6.2 Openbare Ruimte & Groen De afdeling openbare werken kan als nuttig vehikel dienen om de transitie naar een circulaire economie vooruit te helpen. Van oudsher worden er in openbare werken, zoals wegenbouw circulaire principes toegepast, die pas sinds enkele jaren zo worden gelabeld. Het verwerken van puin in de fundering van wegen is hier een goed voorbeeld van. Echter, de transformatie van van een bouwwerk tot fundering gruis, is een significante devaluatie van waarde die in de context van CE liever wordt vermeden. Door de aard van de bouwwerken en de benodigde materialen valt er veel winst te behalen. Zo wordt er in bestekken wel gevraagd naar duurzamer beton, of isolatiematerialen die recyclebaar zijn. Echter gebeurt dit momenteel ad hoc en zijn er geen kaders of minimumeisen van kracht die dit continu borgen. 6.2.1 Wettelijke verplichtingen Het gros van de richtlijnen en minimumeisen op het gebied van duurzaamheid/ CE zijn beschreven in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Een aantal hiervan komt sterk overeen met de minimumeisen uit het bouwbesluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15099006/2